Posts tonen met het label Korps Mariniers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Korps Mariniers. Alle posts tonen

donderdag 4 december 2014

Special forces in Mali vinden raketten

De Nederlandse Special Operations Land Task Group (SOLTG) vond afgelopen dinsdag tijdens een patrouille in het noorden van Mali illegale wapens: vijf raketten van 122 mm. Het is voor het eerst dat zij wapens traceren.

De afgelopen weken hield de VN het gebied ten noorden van Gao in de gaten. Verschillende groeperingen verdedigen hun belangen in deze economisch belangrijke regio en concentreren hier hun militaire middelen. Een daarvan is de Coordination Group, een samenwerkingsverband van drie bewegingen die een onafhankelijk Azawad in het noordoosten van Mali willen.

Samenwerking
Er was een aantal verdachte locaties geïdentificeerd door de Nederlandse troepen. De commandant van de SOLTG op de grond vroeg om gedetailleerde luchtfoto’s van een van de verdachte locaties.

Een Apache-gevechtshelikopter die toevallig over het gebied vloog, omdat het een medische Chinook transporthelikopter begeleidde van Kidal naar Gao, speurde de omgeving af naar verdachte groepen en illegale wapens. Analisten bekeken de gemaakte beelden en een van hen zag de raketten. Dit was voldoende voor de commandant op de grond om zijn patrouille aan te passen en poolshoogte te nemen.

Op de locatie werd de SOLTG , met een Apache in de lucht, opgevangen door de aanwezigen. Aanvankelijk probeerden ze de militairen tegen te houden. Dit weerhield de Nederlanders er niet van om toch een kijkje te nemen op de door de Apache aangewezen locatie en men stuitte op de 5 raketten.



VN
Het VN-hoofdkwartier besloot tot inbeslagname van de raketten. De Coordination Group droeg uiteindelijk de raketten over aan de special forces. Die vervoerden de projectielen naar Camp Castor in Gao.

Generaal Kazura
De Nederlandse special forces en het helikopterdetachement rapporteren direct aan Force Commander generaal Kazura. Die bedankte donderdagmorgen 'zijn' Nederlandse troepen in Gao toen hij voor zijn afscheid het kamp bezocht.

(ministerie van Defensie, 4 december 2014)

vrijdag 26 september 2014

Luitenant-generaal Verkerk nieuwe Commandant Zeestrijdkrachten

LGEN Rob Verkerk
Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk is de nieuwe Commandant Zeestrijdkrachten en Admiraal Benelux. Hij volgde vandaag viceadmiraal Matthieu Borsboom op, die uit handen van de minister van Defensie de onderscheiding kreeg van Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden.

De ceremoniële commando-overdracht vond plaats op marinebasis Den Helder, tegen het decor van 9 Nederlandse marineschepen, 2 landingsvaartuigen, het Belgische schip BNS Narcis en een kustwachtschip. Op de kade stonden 670 Nederlandse, Curaçaose, Arubaanse en Belgische militairen aangetreden. In de lucht verzorgden diverse oude en nieuwe maritieme luchtvaartuigen een fly by. De Marinierskapel der Koninklijke Marine en de Tamboers en Pijpers zetten het geheel luister bij. De minister van Defensie, de Commandant der Strijdkrachten en tal van hoge gasten uit binnen- en buitenland woonden de ceremonie bij.

Grote waarde
“Een Vlootvoogd in hart en nieren”, sprak de minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert lovend over de scheidend commandant. “U trad op waar dat moest en als het maar even kon, legde u een arm om de schouder van wie dat nodig had. Uw inzet is van grote waarde geweest. En meer dan dat.”

Waar maken
Viceadmiraal Borsboom was bijna 5 jaar Commandant Zeestrijdkrachten. Hij stond aan het roer tijdens ingrijpende reorganisatieprocessen bij de marine door bezuinigingen op Defensie. Borsboom bracht dit in zijn afscheidsrede ter sprake in de symboliek van het trotseren van zware orkanen, maar sloot hierover wel positief af. “Voor het eerst in 24 jaar komt er geld bij voor Defensie. Het is nu aan mijn opvolger om de structurele lijn naar boven te realiseren.”

Flexibiliteit
Borsboom stond ook stil bij de geleverde prestaties van het marinepersoneel en deed dat in de vorm van een imposante opsomming van wapenfeiten. “U heeft zich over de hele wereld ingezet voor de vrede en veiligheid van uw medemens en dat vereiste flexibiliteit. Ik heb genoten van uw toewijding en heb respect voor uw inzet. Ik ga u allen zeer missen.” Vanaf oktober is viceadmiraal Borsboom de nieuwe directeur van de Defensie Materieel Organisatie.

Rust in de tent
Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk vervulde diverse operationele en staffuncties binnen Defensie en is sinds 2012 plaatsvervangend commandant. Hiervoor was hij directeur Operaties van de marine en tevens commandant van het Korps Mariniers. “Na jaren van bezuiniging streef ik naar rust in de tent”, opende Verkerk zijn toespraak als kersverse commandant. “Geen bestuurlijke veranderingen als dat niet nodig is, maar focus op onze kerntaken.”

Meer nodig
Ook wil Verkerk werken aan meer vertrouwen en streven naar een open cultuur. Verder wil hij zich inzetten voor meer (internationale) samenwerking, bijvoorbeeld met het Duitse Sea Bataillon, en meer geld voor Defensie. “Ik ben blij met de recente kentering in het denken over het belang van Defensie. Maar er is meer nodig om bij acute crises snel naar een hoger geweldsniveau te kunnen opschalen.”

Schout-bij-nacht Ben Bekkering volgt Verkerk op als plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten.

(ministerie van Defensie, 26 september 2014)

woensdag 14 mei 2014

Dapperheidsonderscheidingen voor vier Afghanistanveteranen

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vanmiddag in Breda vier zogenoemde dapperheidsonderscheidingen uitgereikt (3 x Bronzen Kruis, 1x Kruis van Verdienste). De decorandi zijn vier Afghanistanveteranen die zich onder zware gevechtsomstandigheden hebben onderscheiden.

De Bronzen Kruizen zijn vanmiddag voor majoor der mariniers Christian, infanterie-kapitein Erik en sergeant 1 van de genie Minze. Het Kruis van Verdienste krijgt sergeant-majoor van de mariniers Pascal. De twee mariniers en twee landmachters maakten in 2009 en 2010 deel uit van Taskforce 55, een eenheid van special forces die vaak bij nacht en ontij in kleine groepen gedurfde acties ondernamen om tegenstanders aan te grijpen of te ontregelen.

De onderscheiden militairen. Operators van het KCT en
MARSOF-mariniers worden nooit herkenbaar in beeld gebracht
(foto Defensie)


De militairen hebben veel fysiek zware en levensgevaarlijke missies uitgevoerd. Bij veel krachtmetingen bleken de decorandi en hun collega’s veruit in de minderheid. Ook kregen zij zeer vaak te maken met een hoge dreiging van Improvised Explosive Devices, klein-kaliber-wapens en antitankgranaten. In plaats van terug te deinzen, schroomden de militairen niet om het gevecht aan te gaan. De decorandi gingen daarbij als leidinggevenden voorop in de strijd.

De vier militairen deden wat zij zelf als ‘vanzelfsprekend’ bestempelen. Dat is het echter niet; met gevaar voor eigen leven deden zij wat nodig was voor hun kameraden, hun Afghaanse collega’s, de Afghaanse bevolking en de Nederlandse missie in Afghanistan.

Een militair komt niet zomaar in aanmerking voor een dapperheidsonderscheiding. Hier gaat een uitgebreid onderzoek aan vooraf. Hierbij wordt gelet op kwaliteiten als moed, beleid, trouw, initiatief, inzicht, vakmanschap en een hoge mate van zelfopoffering.

(ministerie van Defensie, 14 mei 2014)

donderdag 24 april 2014

Uruzgan: Two Two Bravo

Opgedragen aan Marc Harders en Jeroen Houweling


Korporaal Houweling (links) en Marinier Harders

Gesneuveld in Uruzgan op 17 april 2010


Marc kende ik vanaf het moment dat ik bij de 13e infanteriecompagnie werd geplaatst werd in juni 2007, Korporaal Houweling (Jeroen) werd niet lang daarna ook bij het 13e geplaatst. Met Marc had ik in het begin weinig contact omdat hij in een ander peloton zat en al vrij snel werd geselecteerd om naar Tsjaad te gaan.

Ik werd na het zomerverlof 2007 ingedeeld in de geweergroep van Jeroen en we gingen opwerken voor mijn eerste grote buitenlandse training: Jungle Warfare Course in Suriname. Alles was nieuw voor mij en ik vond het heel spannend allemaal. Klein beetje zenuwachtig was ik ook wel want ik wilde natuurlijk goed presteren voor mijn eerste geweergroepscommandant. Ondanks al mijn inzet moest ik nog veel verbeteren aan mezelf en dat werd heel direct gemeld door de Korporaal. Zo moest ik mijn mond leren opentrekken, agressiever handelen tijdens contact drills, elke ochtend koffie maken voor de Korporaal zodat hij een lekker bakkie had bij zijn zware bats en tal meer van dat soort dingen. Ik denk nog steeds vaak terug aan de tijd in Suriname, het is voor mij de meest bijzondere training geweest uit mijn carrière.

Na Suriname werden alle pelotons door elkaar gehusseld en zat ik niet meer bij Jeroen in de geweergroep. Na een drukke periode begonnen we na het zomerverlof 2009 officieel met opwerken voor Afghanistan. Ik werd geplaatst in de 2e geweergroep van het Vikingpeloton en kreeg samen met Marc een Viking (rupsvoertuig) toegewezen, de 22B. De geweergroepen van het Vikingpeloton werden ingedeeld bij de infanterie pelotons en omdat wij de 2e geweergroep waren werden we toegevoegd aan het 2e infanteriepeloton.

Wij kregen de Bravo geweergroep van het 2e peloton toegewezen als geweergroep in onze Viking waarvan Jeroen de opvolgend geweergroepscommandant was. Omdat we de jongens van de Bravo geweergroep goed kenden en de sfeer goed was verliep de samenwerking tussen de Viking operators (Marc en ik) en de jongens van de Bravo geweergroep erg goed! Het was ontzettend fijn om Marc als buddy te hebben, buiten het feit dat het heel gezellig was, had Marc door zijn eerdere uitzending naar Tsjaad ontzettend veel operationele kennis van de Viking. En omdat ik relatief erg onervaren was met de Viking compenseerde Marc mij behoorlijk. Het is voor een groot deel dan ook aan Marc te danken dat alles altijd zo soepel verliep.

18 maart was het dan zover, de dag dat ik naar Afghanistan vertrok, ik liet me door mijn vader naar Eindhoven brengen. De autorit naar Eindhoven was rustig, we zeiden allebei niet veel, radio stond aan en zo reden we vroeg in de ochtend naar Eindhoven. Eenmaal daar dronken we koffie en namen een plak cake. Na een laatste praatje was het dan zover, we gingen het vliegtuig boarden. Ik gaf mijn vader een hand, keken elkaar aan en vervolgens liep ik richting de gate om in te checken voor mijn vlucht naar Afghanistan. Na twee tussenstops in Dubai en Kandahar kwamen we dan uiteindelijk aan op Kamp Holland, Tarin Kowt. Totaal anders dan ik verwacht had kwam ik aan in een hele rustige omgeving met een ontspannen sfeer. Na een korte rondleiding konden we gaan settelen in de tijdelijke prefab.

Al vrij snel zouden we de poort uit gaan, dus na de handover – takeover kon het preppen beginnen. Na een aantal operaties te hebben gedaan gingen we het 1ste peloton aflossen op COP (Combat Outpost) Tabar. We draaiden termen van 4 weken op de COP en nu was het de beurt aan ons peloton om 4 weken operaties en patrouilles vanaf de COP te gaan doen. Het leven op de COP was primitief, back to basics. Ontlasting verbranden, rantsoenen, slapen op stretchers, minima aan sanitaire voorzieningen, wachtlopen, minimaal 1 patrouille per dag en regelmatig grootschalige operaties gecombineerd met andere eenheden.

17 april 2010, in het kader van een grote operatie zouden wij die dag vertrekken om de overwatch die reeds in stelling stond te bevoorraden en met het ingestegen personeel additionele patrouilles uitvoeren in het gebied aan de voet van de overwatch. De bedoeling was dat we gedurende een aantal dagen de overwatch zouden ondersteunen met de patrouillegang en wachtroutine. Nadat het voertuig en de uitrusting geprepped was konden we de rest van de ochtend nog even rust bij de stukken nemen alvorens te vertrekken.

Uiteindelijk vertrokken we begin van de middag richting de overwatch, de sfeer was goed. Ondanks grappen en slap geouwehoer over de intercom van het voertuig was iedereen scherp. De omgeving was erg rustig, af en toe stopten we om te searchen, dreigende handgebaren van kinderen leken nietszeggend, ik maakte nog een grap: ‘’Heb je ’t al gehoord van Sjakie? Hij heeft de chocoladefabriek overgenomen!’’. Er werd niet heel enthousiast gereageerd natuurlijk op die ontzettend flauwe grap.

Niet lang daarna klapte we op de IED (Improvised Explosive Device), van dat moment weet ik niks meer. Ik ben bovenlangs uit het voertuig geslingerd en kwam niet ver van het voertuig terecht op de grond. Op dat moment was ik niet bij bewustzijn, het eerste moment van bewustzijn kwam pas toen mijn buddy’s uit het voertuig waren gekropen en mij begonnen te verzorgen. Op dat moment zag mijn linker onderbeen er slecht uit, rechterbovenbeen was opgezwollen, buik was opgezwollen, longfunctie was minimaal waardoor ademen lastig was, infuus aanleggen was niet mogelijk door wegtrekkende aderen i.v.m. inwendige bloedingen.

Het voertuig was door al onze munitie aan boord nog verder aan het exploderen dus werden Jeroen en ik weggesleept van het voertuig naar een plek waar we beter verzorgd konden worden totdat de medische evacuatie zou arriveren. Marc zat toen nog steeds in het voertuig, in tegenstelling tot mij en Jeroen was hij er niet uit geslingerd, uiteindelijk hebben ze hem ’s avonds pas kunnen bergen. Toen de helikopter arriveerde voor de medische evacuatie werden we samen in de helikopter gedragen, onderweg naar Kamp Holland is Jeroen gesneuveld .

Van de medische evacuatie en de aankomst op Kamp Holland weet ik zelf niks meer te herinneren, alles wat ik daarover weet heb ik later van anderen gehoord evenals het meeste van de IED overigens. Ik ben op dat moment uiteraard eerst aan de meest kritieke verwondingen geopereerd en dat waren de inwendige bloedingen aan mijn milt en nieren. Mijn milt hebben ze moeten verwijderen, mijn nierbloedingen hebben ze kunnen stoppen. Alle overige verwondingen hebben ze gestabiliseerd voor vervoer om me zo snel mogelijk op de Intensive Care te krijgen. Vanwege de aswolk die na een vulkaanuitbarsting op IJsland was ontstaan, zou ik in eerste instantie naar de Verenigde Staten gevlogen worden. Om die reden ben ik via Camp Bastion (Helmand), Bagram (Kabul), en Engeland uiteindelijk ondanks de aswolk toch in Nederland terecht gekomen.

Tijdens die reis ben ik twee keer bij bewustzijn gebracht, één keer op Camp Bastion, en één keer op Bagram. Van Camp Bastion herinner ik me een Britse militair die naast mijn bed zat in een soort hangar/loods. En mijn ‘gevecht’ in mijn hoofd, ik wilde mijn wapen hebben, wist totaal niet waar ik was, trok bijna de beademingsbuis uit mijn keel waarna ik werd vastgebonden en weer onder zeil gebracht werd door de verpleegster. Tweede moment dat ik me nog weet te herinneren was op Bagram. Daar kwam ik bij tussen allemaal Amerikanen, voelde me alleen, wist nog steeds totaal niet waar ik was, hoe ik daar was gekomen en waarom. Op een gegeven moment kwam er een grote vierkante kist over me heen, wat later de CT-scan bleek te zijn, toen bekroop me een gevoel van vooral angst. Daar bleek dat een aantal ruggenwervels gebroken en gedislokeerd waren.

Uiteindelijk ben ik 23 april aangekomen op de Intensive Care in het UMC te Utrecht. Daar volgden operaties aan mijn rug en benen en werd ik verder gestabiliseerd. Na een aantal dagen op de Intensive Care werd ik uit de kunstmatige coma gehaald en nog steeds had ik geen idee waar ik was, wat er was gebeurd en wie al die mensen waren die om mijn bed stonden. Omdat ik positief was getest op diverse resistente bacteriën lag ik in isolement met een soort sluis doorgang en moest iedereen die mijn kamer betrad mondkapje, haarnet, schort en handschoenen aan. Om die reden herkende ik dus al die mensen niet die om mijn bed stonden.

De eerste dagen op de IC bestonden vooral uit heel veel hallucinaties, de oorzaak daarvoor waren de morfine en ketamine. Naarmate de dosering ketamine en morfine af werd gebouwd, werd ik steeds helderder en kwam het besef wat er gebeurd was. Mijn familie vertelde me dat Marc en Jeroen gesneuveld waren, op dat moment besefte ik het nog niet helemaal. Ze vertelde dat ze naar de uitvaarten van Marc en Jeroen gingen, toen het besef tot me doordrong stortte mijn wereld in.

Na de week IC heb ik daarna nog 5 weken op de Medium Care afdeling van het Centraal Militair Hospitaal (CMH) gelegen. In die weken volgden er nog twee grote operaties aan mijn rechtervoet waarvan mijn hielbeen verbrijzeld was en aan mijn linker onderbeen waar een stuk huid met spierweefsel op werd getransplanteerd vanaf mijn bovenbeen. 1 juni werd ik ontslagen uit het CMH, en werd ik klinisch opgenomen in het verpleegcentrum van het Militair Revalidatie Centrum (MRC) te Doorn.

Doorn kende ik uiteraard goed van de jaren daarvoor toen ik op de marinierskazerne geplaatst zat maar de aanwezigheid van het MRC was me eigenlijk al die tijd volledig ontgaan. Terwijl het zo goed als letterlijk om de hoek ligt van de kazerne. Nu begon het voor mij pas echt. Terwijl ik aanvankelijk gedacht had snel klaar te zijn, want: ‘’ik heb mijn benen toch nog’’ was mijn gedachte, begon ik al snel in te zien dat de ernst van de verbrijzeling in de voet ernstiger was dan ik dacht. Daar ontmoette ik velen lotgenoten, andere militairen gewond geraakt tijdens hun uitzending naar Afghanistan en dat waren er een stuk meer dan ik gedacht had. Velen met verloren ledematen, verbrijzelde hielbenen en diverse andere verwondingen. En stuk voor stuk duurde ook hun revalidatieprocessen langer dan zij voor ogen hadden.

Na 4 jaar van revalidatie, vele operaties, ernstige ontsteking aan mijn linker onderbeen, mentale ups-and-downs, heb ik inmiddels een nieuwe toekomst voor mezelf uitgestippeld, ik ga de hbo-opleiding verpleegkunde doen zodat ik met mijn ervaringen anderen kan helpen. Operationeel dienen als marinier zit er voor mij na 17 april 2010 helaas niet meer in. Die dag heeft mij getekend, positief of negatief laat ik in het midden maar er is tot op de dag van vandaag geen dag geweest dat ik er niet aan gedacht heb. Ik hoop dat iedereen die dit leest vandaag stilstaat bij Marc Harders en Jeroen Houweling, en beseffen dat de vrijheid waarin wij leven niet gratis is!

Opgedragen aan Marc Harders en Jeroen Houweling, opdat zij nooit vergeten worden!

Erik van den Elzen
17 april 2014

(Met dank aan de vereniging De Gewonde Soldaat, opgericht door een groep van ca. 50 militairen, die zware verwondingen hebben opgelopen in Afghanistan)

zaterdag 14 december 2013

Nederlandse bijdrage aan VN-missie in Mali

Op verzoek van de Verenigde Naties zet Nederland bijna 400 man in voor de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA) in het Afrikaanse Mali. Het merendeel van de bijdrage bestaat uit militairen. De operatie moet de veiligheid en stabiliteit in het land herstellen en de burgerbevolking beschermen. De uitzending is in principe tot medio 2015.

Inlichtingen verzamelen
De operationele kern op de grond wordt gevormd door 3 ploegen militairen afkomstig van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers. In het oostelijk gelegen Gao voeren deze zogenoemde special operations forces primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij zij informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden.

Gao (foto MINUSMA)

Ze hebben een stevig mandaat en mogen optreden wanneer ze terechtkomen in een gevechtssituatie. Daarnaast krijgen ze specifieke opdrachten, zoals het ontmantelen van verborgen wapenopslagplaatsen en het oppakken van strijders die geïmproviseerde explosieven fabriceren. De eenheden beschikken over verschillende voertuigen, waaronder de licht gepantserde Bushmaster, het tactisch wielvoertuig Mercedes Benz en het tactische wielverkenningsvoertuig Fennek.

Militaire specialisten
De commandant van MINUSMA stuurt de Nederlandse special operations forces aan vanuit het hoofdkwartier in Bamako. Om dat soepel te laten verlopen, gaan er ook stafmilitairen mee voor de planning. Verder stuurt Defensie militaire specialisten naar Mali voor onder meer elektronische oorlogsvoering, het ruimen van explosieven, verbindingen, logistiek en medische handelen.

Apache-gevechtshelikopters
Defensie levert ook 4 Apache-gevechtshelikopters, waarover de commandant van MINUSMA zeggenschap heeft. De toestellen worden ingezet voor het uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, show of force en het leveren van vuursteun. Daarnaast hebben de Apaches een groot aandeel bij het verzamelen van inlichtingen.

Coördinatie en analyse
Het hoofdkwartier in Bamako huisvest de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU). Dit commando stuurt de inlichtingenoperatie van MINUSMA aan. De eenheid coördineert en analyseert het totaal van informatiestromen. Dit resultaat wordt verwerkt tot praktisch bruikbare inlichtingenproducten. MINUSMA is hiervan sterk afhankelijk, want deze dienen als basis bij de besluitvorming van militaire operaties. Nederland plaatst een aantal functionarissen op het hoofdkwartier om deze processen te begeleiden.

Nederlandse ASIFU-compagnie
De ASIFU krijgt operationele onderdelen in Timboektoe en Gao, op de sectorhoofdkwartieren. Deze onderdelen verzamelen, analyseren de gegevens uit hun sector. De inlichtingenproducten die dit oplevert gaan naar het hoofdkwartier in Bamako en de MINUSMA-brigades in de betreffende sector. In Gao verzamelt een 50-koppige Nederlandse ASIFU-compagnie informatie door middel van een onbemand verkenningsvliegtuig en de inzet van een human terrain team in de omgeving van Gao. Deze informatie wordt tezamen met de informatie van de Nederlandse commando’s en mariniers en Apache’s geanalyseerd en doorgestuurd naar het hoofdkwartier in Bamako.

Malinese politie
Naast de militairen gaan er 30 politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen mee naar Mali. Zij richten zich onder meer op het trainen van de Malinese politie, het ontwikkelen van de rechtsstaat en het hervormen van de veiligheidssector.

Achtergrond Mali
Het noorden van Mali was een broedplaats geworden van extremisten en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen. De VN-inzet moet een terugkeer naar deze situatie voorkomen. Mali ligt op een kruispunt van smokkelroutes voor drugs, wapens en illegale migratie die naar de Middellandse Zee leiden. De opbrengsten hiervan zijn een belangrijke financieringsbron van terrorisme.

Nederland heeft als handelsnatie belang bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. Maar ook solidariteit met de Malinese burgerbevolking was een belangrijke overweging om aan de missie deel te nemen. Zij is hard getroffen door armoede, onveiligheid en schendingen van mensenrechten.

(ministerie van Defensie)

Voor een overzicht van artikelen in de media over de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali, zie http://www.scoop.it/t/mali-by-hans-de-vreij

zondag 22 september 2013

Mariniers in actie bij Sarajevo (archief)

Verslag van Petra de Koning

Ze werden binnengehaald als bevrijders. Eindelijk zagen de inwoners van Sarajevo groene helmen. Echte mariniers dus, die ook elk moment in actie kunnen komen. Nederlandse helden. Want hier ging niets mis, zoals bij de landmacht in Srebrenica, vinden ze. Een reportage over de euforie op de berg Igman.

De compagniescommandant van de mariniers in Bosnië, majoor Ingo Piepers, legt zijn verrekijker neer en strekt in een breed gebaar zijn arm uit over de vallei van Sarajevo. `In deze stad, zegt hij, `is het eindelijk rustig.' Hij staat bij de Nederlandse observatiepost aan de oostkant van de berg Igman. `En dat komt door onze acties. We hebben goed werk gedaan. Niet dat ik daar verder flink over wil doen.' Maar flink vinden ze het wel, de mariniers van de mortiercompagnie uit Doorn.

Dagenlang schoten ze vanaf de berg op Servische doelen. Close air support heette dat,' voor de F-16's die stellingen van de Serviërs bombardeerden na de granaatinslag op de markt van Sarajevo eind augustus. Drie weken later zijn de meeste zware wapens van de Serviërs teruggetrokken, konvooien rijden de stad in, het vliegveld is open.

De mariniers, ondergebracht bij de multinationale brigade van de Rapid Reaction Force (Fransen, Britten en Nederlanders), zeggen dat zij de stad hebben `ontzet', zij hebben met hun mortieren `de vrede dichterbij gebracht'.

Dat de Serviërs het net óók moeilijk hadden in het westen van Bosnië, dat de Amerikaan Holbrooke al weken eerder was begonnen met nieuwe onderhandelingen, dat de NAVO-vliegtuigen het meeste werk deden in de Operation Deliberate Force- op de berg Igman is niemand zo flauw om daardoor het eigen feestje te laten verpesten.

Begin september, een week na de eerste bombardementen, reden majoor Piepers en een paar korporaals naar Sarajevo. In groene rupsvoertuigen, de kleur van de snelle reactiemacht Ze waren op weg naar zes mariniers in observatiepost White, aan de rand van de stad, die door de Serviërs onder vuur waren genomen. Op de berg Igman praten ze er nog steeds over: het werd een triomftocht. De inwoners van Sarajevo stonden te juichen en te klappen langs de weg. Voor het eerst zagen ze groene wagens in hun stad, met daarin de VN-soldaten die de Serviërs hadden aangevallen.

Majoor Piepers, uitgelaten over de onverwachte hulde, riep naar zijn korporaals: `We gaan een rondje maken door de stad.' De verslaggever van het RTL-nieuws rende zijn hotel uit, de majoor trok zijn pet recht. Op de televisie zou iedereen kunnen zien dat hij de commandant was. `Het was net mei 1945,' zegt Piepers, breed grijnzend bij de herinnering. `We werden binnengehaald als bevrijders.' En de mariniers kennen hun rol.

Elke week brengen ze eten - `alles wat we anders toch weggooien'- naar het dorp Lukavac, in de buurt van hun kamp. In het dorp, platgebombardeerd door de Serviërs, wonen een paar vrouwen, bejaarde mannen, en ongeveer tien kinderen. Onder zeildoek en planken.

De eerste keer stond kapitein Peter Hengeveld daar nog in zijn eentje zakjes chips uit te delen. Hij is gelovig en hij komt uit Kampen. De andere mariniers vonden dat hij maar `Jezusje moest spelen' - zij bleven op een afstand staan kijken. Nu willen anderen ook want, zeggen ze, `die mensen zijn zo blij als we komen'.

Bijna hadden de mariniers het allemaal gemist. Vijf weken zaten ze vast in de Kroatische havenstad Split. De Bosnische federatie, bang dat de snelle reactiemacht was gekomen om het terugtrekken van de VN-soldaten te begeleiden, weigerde toestemming voor het vervoer van de 120 mm mortieren De federatie wilde ook niet dat groene legervoertuigen naar Midden- Bosnië reden.

Wekenlang onderhandelde het hoofdkwartier van Unprofor in Sarajevo met vertegenwoordigers van de federatie. De 120 mariniers en ongeveer dertig soldaten van de landmacht - aan de mortiercompagnie toegevoegd voor het opzetten en bedienen van de opsporingsradar verveelden zich op het strand. Die onderhandelingen duurden lang. Véél te lang, vonden de officieren van het Korps mariniers. Zij zouden dit zelf wel regelen - dat doen mariniers gráág. De groene trucks schilderden ze wit, de pantservoertuigen zetten ze op witte VN-diepladers, en de mortieren verstopten ze onder een stapel rugzakken.

Luitenant-kolonel Patrick Cammaert, assistent chief of staff van de multinationale brigade en óók marinier, zorgde ervoor dat de voertuigen en verborgen mortieren in een Frans konvooi naar de Igman reden. 'List en bedrog was het,' zegt overste Cammaert nu, glimlachend. `Daar was niet iedereen even blij mee.' Op 28 augustus gaf de Bosnische federatie toestemming voor de doortocht van de mariniers, één dag voordat het vuren vanaf de berg Igman begon.

Het Unprofor-hoofdkwartier, tevreden over het resultaat van hun inspanningen, meldde het per fax aan de commandant. Die berichtte terug: bedankt, maar we zitten er al.

Majoor Piepers: `Ze gingen totaal over de zeik. Ze noemden het een "diplomatiek incident".' De mariniers treurden daar maar even over. Zij waren in elk geval net op tijd. Ze reden met hun mortieren de berg op, leenden munitie van de Fransen en begonnen onmiddellijk te vuren toen ze daartoe opdracht kregen.

Eten was er nauwelijks op de stellingen, de uitrustingen waren nog niet compleet, het was koud en het regende. Twee nachten achter elkaar sliepen ze niet. Maar ze vonden het prachtig. Eindelijk konden ze doen waarvoor ze waren opgeleid: oorlog voeren. Heel soms was er paniek. Want hoe hoor je precies het verschil tussen in- en uitkomend vuur als je nog niet eerder aan het front hebt gezeten? Bij een oefening schieten ze nooit terug.

Kapitein Amon van den Borg vuurde die dagen op een Servisch munitiedepot, vanuit de Nederlandse waarnemingspost in Sarajevo. De Serviërs vuurden ook: één granaat sloeg in naast de voordeur. Van den Borg zat al weken in Sarajevo, als forward observation officer, met blauwe VN-helm. Pas toen de Navo-acties begonnen mocht hij zijn eigen groene helm op. Ineens werd hij op straat als een held begroet. Het was afgelopen met de stenen naar zijn hoofd. De kapitein: `Voor de mensen in Sarajevo staan de witte Verenigde Naties voor machteloosheid en afwachten.'

En voor hemzelf?

Van den Borg, minachtend: `Een blauwe helm glimt in de zon. Met zo'n ding loop je als een lantaarnpaal door de voortuin, als schietschijf.' En het ergste is, vindt de kapitein, dat je met zo'n helm niks mag. `Dat gaat in tegen de natuur van de militair. Die moet niet twijfelen, die moet maximaal geweld toepassen. Als je soldaten te snel opleidt voor vredestaken, zal de militaire mentaliteit worden aangetast.'

Hij denkt na, zegt dan: `Het werd godverdomme tijd dat er hier rond Sarajevo eens wat klappen werden uitgedeeld.' Zijn stem slaat bijna over. `Dat is niet alleen voor Bosnië belangrijk, maar voor de hele wereld. Misschien dat wij nu de krijgsheertjes in den vreemde een lesje hebben geleerd.' Even werd de euforie op de Igman verstoord. De Serviërs meldden dat een ziekenhuis was geraakt door een granaat van de
snelle-reactiemacht (later zeiden ze dat het een bushalte was geweest). Opgelucht waren de Nederlanders toen bleek dat die granaat van de Fransen kwam.

De eerste zondag na de beschietingen organiseerde de humanistisch raadsman van de mariniers, Mart Vogels, een `bezinningsbijeenkomst'. In zijn tent, op het kamp, vertelt hij erover. Vogels had muziek uitgezocht, een liedje over de nazi's, van Herman van Veen. Hij legde de mariniers uit hoe ze konden nadenken over het gebruik van geweld, en vooral: dat. ze erover konden nadenken. Hij gebruikte de theorieën van Thomas Hobbes en Sigmund Freud - `dat trek ik naar een niveau waarop ze het begrijpen' - en hij hield de mariniers voor dat ze hun geweten niet konden ontlopen. Een enkeling, zegt de raadsman, reageerde verbaasd: had dan iedereen een geweten? Zij ook? Er werd ook geroepen dat de aanval op de Serviërs wel `wat steviger' had gekund.

Daar is de raadsman toen `dieper op ingegaan'. `Ik heb gezegd: aan beide kanten lopen mensen die deze oorlog nooit hebben gewild.' Echte problemen door de oorlog hebben de mariniers niet, zegt Vogels en hij kijkt naar de dokter van de mariniers, op het veldbed naast hem: `Toch, Henk?' `Nee,' zegt Henk Pijning, `er zijn wel een páár jongens die niet rustig slapen.'

Majoor Piepers stapt de tent in. Hij heeft een boodschap voor de raadsman. Een psychologe van de landmacht, van het kamp in Busovaca, zestig kilometer verderop, wil met de mariniers komen praten. De commandant: `Laat één ding duidelijk zijn: ik wil het niet hebben. Als er geestelijke nood is, maar die is er niet, dan lossen we het zelf op. De raadsman en de dokter proberen nog iets te zeggen. Piepers onderbreekt: `Het gebeurt gewoon niet.' Wat denkt die psychologe wel. Het kamp van de mariniers is toch geen dierentuin? Het is, zegt hij, alleen maar nieuwsgierigheid, `militair toerisme'. Ze zou, denkt de commandant, de mannen wel eens problemen kunnen aanpraten.

Donderdag 21 september, de dag na het laatste ultimatum aan de Serviërs. De VN en de Navo hebben het einde van de luchtacties aangekondigd. Majoor Ingo Piepers en twee korporaals, Jan van Rijn en Peter Bercx, rijden voor de tweede keer door Sarajevo, nu in een witte VN-jeep. Ze vallen niet op, ze kijken. Tussen de flats, gebarricadeerd met balken en stenen, liggen kleine moestuintjes naast vuilnishopen. Van de huizen die nog overeind staan, is er niet één zonder kogelgaten. Mensen sjouwen met hout en jerrycans water.

Alleen op sniper alley wordt nog geschoten. Op de VN-basis in het TV2-gebouw heeft een
Nederlandse verbindingsofficier tegen Piepers gezegd: `Denk eraan, we hebben nog geen
toestemming om er met niet-gepantserde voertuigen over te gaan.'

Maar als we hard rijden is er niks aan de hand, vonden de majoor en de korporaals. Met
honderd kilometer per uur gaan ze in de richting van het oude gedeelte van de stad, voor de
lunch. In restaurant Gurman, tegenover het pand waar Benetton een dezer dagen een zaak
opent, gaat het wéér over de glorieuze intocht van de Nederlandse mariniers.

`De lui die Nederland hebben bevrijd,' zegt Piepers, `lulden er nog vijftig jaar over. Geef mij
ook een weekje.' Want, nogmaals, het was niet zomaar een actie. Hij haalt een fax te
voorschijn die hij vandaag heeft ontvangen uit Den Haag. Een brief van minister Voorhoeve.

De eenheid van Piepers, schrijft de minister, vervulde samen met de Fransen en de Britten
`een uiterst belangrijke rol bij het doorbreken van de omsingeling van Sarajevo'. En verder:
`Wij zijn vol bewondering en uiterst dankbaar voor het belangrijke werk dat uw eenheid in dit
verband verricht. De Rapid Reaction Force is een belangrijk onderdeel van de pogingen van
de VN en de Navo om aan de strijdende partijen duidelijk te maken dat zo spoedig mogelijk
een einde moet komen aan de burgeroorlog in Bosnië-Herzegowina.'

Drie keer belangrijk. De minister heeft het begrepen.

Majoor Piepers: `Hij heeft hier natuurlijk ook politiek de vruchten van kunnen plukken.'
Misschien ook wel `belangrijk' voor zijn eigen positie, na Srebrenica.

De majoor schrikt. Dat is een taboe-onderwerp. En dat weten al zijn mannen. Een paar dagen
eerder heeft hij ze bij elkaar geroepen: Vrij Nederland, was de boodschap, hoeft niet te weten
hoe wij denken over Srebrenica. Daar mag niemand iets over zeggen, want wij willen geen
ruzie met de landmacht. Alleen korporaal Bercx, tegenover hem aan tafel, was daar niet bij.

Hij was in Nederland voor een begrafenis. Gaat het over Srebrenica? Bercx pakt een
notitieblok uit zijn zak. Hij zegt: `Ik vind het moeilijk onder woorden te brengen hoe ik
daarover denk. Daarom heb ik wat overgeschreven, uit HP / De Tijd.' Hij leest voor, een
column van Hans Binneveld, hoogleraar maatschappijgeschiedenis in Rotterdam: `Ik vind het
gênant hoe de Nederlandse regering op kunstmatige wijze iets heldhaftigs probeert te peuren
uit deze blamage. Alles wat kon misgaan, ging mis.' En: `Hoezo hebben ze het goed gedaan?
We hebben er toch niet de eerste de beste padvindersclub uit Edam heen gestuurd? Als dit
voor onze elitetroepen exceptionele omstandigheden waren, wat gebeurt er dan in
hemelsnaam als we in een echte oorlog verzeild raken? (...) Hoe men het wendt of keert, we
hebben uitsluitend onszelf uit de brand geholpen en er verder niets van gebakken.'

Korporaal Van Rijn, naast hem, zit met een rood hoofd te luisteren. Piepers kijkt strak voor zich uit. Als Bercx het boekje dichtklapt zegt de majoor: `Ik heb er ook een mening over. We hebben er allemáál een mening over.' Ineens begint hij te lachen. `Weten jullie nog,' vraagt hij Van Rijn en Bercx, `dat er toen bij ons werd geroepen dood boven schande?'

Dan is hij weer ernstig. `Maar ik wil niet dat de verhoudingen met de landmacht verstoord raken. Ik moet met die lui samenwerken.' En op de berg Igman is dat al moeilijk genoeg.

Een radareenheid van de landmacht, ongeveer dertig man, is voor deze VN-actie gekoppeld aan de mortiercompagnie van de mariniers. Zij staan onder bevel van majoor Piepers. Maar daar is iets bijzonders mee. De eenheid, zo berichtten ze op het ministerie in Den Haag aan de commandant van de mariniers, staat onder administratief bevel van Piepers. (`Administratief stond in de papieren steeds vet gedrukt.) Dat betekent: de mariniers zorgen voor de `logistieke ondersteuning' van de landmachteenheid, het onderkomen en de bevoorrading. Operationeel, over het werk en de inzet van de radareenheid zelf, heeft Piepers niks te zeggen.

De verhoudingen tussen de drie krijgsmachtonderdelen (landmacht, luchtmacht en marine) zijn nu eenmaal erg gevoelig. Ze koesteren alle drie hun eigen cultuur.

Vorige week ontdekte majoor Piepers in de tenten van de radareenheid whisky en bier. De mariniers drinken alleen hun `bavjes' (Bavaria malt), en daar zijn ze trots op. Vierentwintig uur per dag nuchter en klaar om te werken.

Wat nu? Adjudant Hein Thomassen van de radareenheid zag geen enkel probleem: `Wij zijn een zelfstandige eenheid. Piepers gaat daar niet over.' Maar Piepers - `stel je voor dat de commandant met een stuk in z'n giechel ineens de radar moet verplaatsen' - stuurde zijn kapitein Hengeveld erop af. Die zei: hier wordt niet gedronken. En voor alle duidelijkheid: dit is een administratieve regel. Luitenant-kolonel Patrick Cammaert, lid van de staf van de multinationale brigade op het hoofdkwartier in Tomislavgrad, vroeg al vijf weken geleden in Den Haag hoe het nu zat met de bevelstructuur. Een probleem over drank zou wel worden opgelost. Maar wat als het om echt ernstige zaken ging, in crisissituaties? Een antwoord heeft hij nog niet.

Hij zegt: `Het zou geen probleem moeten zijn. Als een klein clubje, zoals hier de landmacht, bij een grotere club komt, past de kleine zich snel aan.'

En als een klein clubje van mariniers zou worden ondergebracht bij een grote eenheid van de landmacht? Cammaert: `Dáár zou ik wel problemen mee hebben. Want de mens is van nature lui. Als hij in een organisatie komt waar hij niet genoeg achter z'n vodden wordt gezeten, neemt hij dat over.' Snel zegt hij: `Daar geef ik verder geen commentaar op.' Maar wat bedoelt hij? `Het gaat gewoon om verzorgdheid, stiptheid, gedisciplineerd optreden.'

De mariniers op de berg Igman praten graag en veel over hun landmachtcollega's van het  logistiek transportbataljon in het kamp Busovaca, een paar uur rijden naar beneden. `Watjes',`jankerds'. Als ze gaan eten, gooien ze hun wapens ergens op een tafel en - ongehoord voor mariniers - onder het ochtendappel eten ze boterhammen. Hun kamp, zeggen ze boven, is net Center Parcs. Een zwembad, fitnesszaal, tennisbanen. En er is een bar, die nog door de vorige minister Relus ter Beek is geopend. (`Bij óns,' zegt majoor Piepers, `mag de minister de eerste schuttersput komen openen. Begrijp je wat ik bedoel?') Maar een goede beveiliging van hun kamp, dat al drie jaar bestaat, was er niet. Er werd veel gestolen van het terrein. Een paar maanden geleden bouwden mariniers die in het kamp overnachtten een nieuwe omheining, ze verbeterden de bunker en verstevigden de toegangspoort.

Dan komen de mariniers vanzelf op Srebrenica. Want hoe zagen die soldaten er daar uit, ook toen ze aan het werk waren? Korte broek, baseballpetjes en zonnebrillen. Op die manier, zeggen officieren van de mariniers, dwing je toch geen respect af?

Maar het kan nog erger. Een Nederlandse landmachtofficier loopt op het hoofdkwartier van Unprofor in Sarajevo rond op klompen en in korte broek.

`Ook daar wil ik geen commentaar op geven,' zegt overste Cammaert. `Ik zeg alleen: de vis stinkt het eerst bij de kop. Als de baas er niet voor zorgt dat hij z'n zaken voor elkaar heeft, hebben zijn ondergeschikten dat ook niet.' Ook Srebrenica is een `geen commentaar' onderwerp voor de overste van de mariniers. En toch, opnieuw, niet helemaal. Hij zegt: `Het heeft Nederland geen goed gedaan. Hier op het hoofdkwartier werd ik er af en toe scheef op aangekeken. Ze gaven me krantenknipsels die erover gingen, met foto's. Verder zeiden ze niks.'

`Wat we nu moeten doen,' zegt Cammaert, `is hard werken aan een professionele uitstraling om dit voorval te doen vergeten.'

Een week voordat de mariniers naar Bosnië vertrokken, hield majoor Piepers een briefing voor zijn mannen, in de kazerne van Doorn. Hij zei: `Ik wil twee dingen. Eén: respect voor de bevolking, wat ze ook tegen ons doen. Wij zijn daar te gast. Twee: we moeten onze militaire professionaliteit laten zien. Zo van: nu is het afgelopen. Buitenstaanders moeten denken: daar staat een cluppie waar we met onze vingers afblijven.'

De mariniers willen graag indruk maken met hun optreden. Het liefst door weer te schieten. Kapitein jan ten Hoven, die een week geleden zijn intrek nam op de observatiepost in Sarajevo, is een beetje teleurgesteld over het stopzetten van de NAVO-acties. `Ik had nog wel een paar fire missions willen uitvoeren.'

Hij gelooft er `geen ruk' van dat de Serviërs zoveel wapens hebben teruggetrokken. Vóór het
aflopen van het laatste ultimatum tuurde zijn team dagenlang door een verrekijker naar de
Servische stellingen, maar ze zagen niets bewegen. `Ik denk dat ze er één grote show van
hebben gemaakt.' `Misschien,' zegt een van zijn korporaals, `mogen we ze dan toch nog een
keertje bang maken.'

Oorlog is hollen en veel stil staan, luidt het cliché op de Igman. Nu staat het stil. De mariniers houden zich zelf voor dat het elk moment kan veranderen. Kapitein Hengeveld: "Wij zijn de knuppel achter de deur. Als het nodig is, knuppelen wij de partijen wel weer de goede richting op."

(Vrij Nederland, 30 september 1995)

maandag 24 juni 2013

Sail Den Helder en Marinedagen trekken 330.000 bezoekers

Met een drukbezochte laatste dag van Sail Den Helder/Marinedagen is het 4 dagen durende maritieme festijn in de Marinestad tot een prachtig einde gekomen. Zo’n 160.000 mensen wisten vandaag onder, soms een voorzichtig zonnetje, de havens van Den Helder te vinden. In totaal trok het gecombineerde maritieme evenement meer dan 330.000 liefhebbers.

Woelige baren
NH90 helikopter +
LCF fregat (foto Marine)
De organisatie spreekt van ‘een overweldigende belangstelling, gezien de overvloedige regenval van de afgelopen dagen.’  Vanaf donderdag konden belangstellenden genieten van indrukwekkende oude zeilschepen, moderne marineschepen en tal van demonstraties. Hoewel verschillend van karakter, was de achterliggende gedachte van Sail Den Helder en de Marinedagen gelijk: mensen tonen hoe het leven op zee was en is en wat het leven en werken op de woelige baren zo mooi maakt.

Onbetwist hoogtepunt van Sail Den Helder/Marinedagen vormde het bezoek van Koning Willem-Alexander op donderdag. De vorst nam op de rede van Den Helder de vlootschouw af en landde even later ‘amfibisch’ in de marinehaven. Hier werd hij enthousiast begroet door ongeveer 30.000 marinemensen en oudgedienden die hier, met de koning, Saamhorigheidsdag vierden. Een daverend optreden van DJ Quintino op het achterdek van Zr. Ms. Zeeland vormde het sluitstuk van deze grootste marinereünie ooit.

Overvloedige regen
De vrijdag viel vervolgens volledig in het water en ook gisteren daalde de regen overvloedig neer op de dappere doorzetters die hoe dan ook naar de havens van de Marinestad waren gekomen. Ondanks het weer genoten zij van de (historische) vaartuigen en de demonstraties op het land, op het water en daarboven. Helikopters van het type NH90 en Chinook maakten indruk, net als de razendsnelle bootjes, de zogenoemde FRISC’s. De amfibische landing, met rookpotten en gecamoufleerde aanstormende mariniers, vond een enkeling soms zelfs erg dichtbij komen.

Geweldige sfeer
Buiten de marinehaven vergaapten mensen zich aan nog meer oude zeilschepen en smulden zij, net als de bezoekende bemanningen, van optredens en van de geweldige sfeer die in de stad hing. Het spektakel kwam tot een passend einde met een Sail Out, waarbij de eerste tall ships weer het ruime sop kozen. Ondanks het mindere weer kijkt de organisatie van Sail Den Helder en de Marinedagen terug op een zeer geslaagd en indrukwekkend festijn.

(ministerie van Defensie, 24 juni 2013)

woensdag 17 april 2013

Militairen onderscheiden voor heldhaftig optreden Uruzgan

Acht militairen zijn vandaag onderscheiden voor ‘moedig, kordaat en beleidvol optreden’ in Afghanistan in 2007 en 2009. De gedecoreerden waren betrokken bij acties tijdens vijandelijk vuur of na bomaanslagen. De zes die onder vuur lagen, kregen het Bronzen Kruis, de op twee na hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding. Bij het betreffende vuurgevecht sneuvelde commando Kevin van de Rijdt.

De uitreiking van het eremetaal door minister Jeanine Hennis-Plasschaert vond plaats op de Koninklijke Militaire Academie in Breda.

Bronzen Kruizen, Kruis van Verdienste

De Bronzen Kruizen zijn voor de leden van een gecombineerde eenheid van commando’s en mariniers. Op 6 september 2009 zochten zij tijdens een verkenning te voet naar vijandelijke strijders in de provincie Uruzgan. Even later werden zij plotseling aangevallen met mitrailleurvuur, mortieren, raketwerpers en kleinkaliberwapens.

De Nederlanders trokken zich terug naar een quala, een ommuurde woning, maar voordat Kevin van de Rijdt die bereikte, werd hij getroffen. 6 man besloten hem met gevaar voor eigen leven te halen. Ze vonden Van de Rijdt, gaven hem eerste medische zorg en droegen hem met grote moeite naar het huis. Eenmaal in de helikopter voor gewondenvervoer bleek hij overleden.

Kogelregen
 Kpl. Kevin van de Rijdt
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert over de toekenning van de Bronzen Kruizen. “Het oorlogsgeweld is oorverdovend. Dan blijkt ook dat Kevin van de Rijdt er niet bij is. U twijfelt geen seconde en duikt met zijn zessen de kogelregen weer in. Als eenheid hebt u Kevin teruggebracht. U hebt hem niet in de steek gelaten. U hebt gehandeld in het belang van de missie, in het belang van Nederland en in het belang van Kevin en diens nabestaanden. Ik ben trots op u. Ik hoop dat ook u zich trots kunt voelen, ondanks het verdriet om het verlies.”

Heldhaftigheid en stommiteit
Sergeant Rinie van het Korps Mariniers is een van de zes die terugging. “Heldhaftigheid en stommiteit liggen dicht bij elkaar. Onder deze omstandigheden hadden er naast Kevin ook zes man extra kunnen liggen. Toch ben ik terugkijkend vooral trots. Dit bewijst: je bent brothers in arms, je laat elkaar niet achter.”

Kruizen van Verdienste
De twee Kruizen van Verdienste waren voor het optreden van voor korporaal der 1e klasse buiten dienst Jaap en sergeant der mariniers Ammie, na twee afzonderlijke bomaanslagen. Op 19 januari 2007 bracht een zelfmoordenaar zijn bomauto tot ontploffing bij de patrouille van korporaal Jaap. twee militairen raakten lichtgewond en vijf zwaar. Op eigen initiatief en bewust van de risico’s, bood de korporaal meerdere keren in open terrein hulp. Hij stuurde geneeskundig personeel aan en zorgde dat de gewonden klaar waren voor evacuatie.

Ter plekke is het chaos
Het 2e Kruis van Verdienste was voor sergeant Ammie van het Korps Mariniers. Op 21 december 2009 schoot hij met zijn eenheid Afghaanse politieagenten te hulp die getroffen zijn door een bermbom. Drie doden en een zwaargewonde tot gevolg. Ter plekke aangekomen is het een chaos, herinnert Ammie zich. “Her en der liggen lichaamsdelen. Ik begin orde op zaken te stellen. We hebben laten zien dat Nederlandse mariniers voor niets terugdeinzen, daar ben ik trots op. Het is een erkenning voor het hele peloton.”

Toespraak minister van Defensie bij de uitreiking Dapperheidsonderscheidingen

(ministerie van Defensie, 17 april 2013)

zaterdag 23 maart 2013

Nieuwe promo 'De Uitverkorenen'


TV-promo De Uitverkorenen from Lassche, Geertjan on Vimeo.


De uitzenddatum voor de EU-documentaire 'De Uitverkorenen' is bekendgemaakt: 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.) Bijbehorende tekst EO:


'Ik wil het steentje in je schoen zijn'

Met oogstrelende documentaires als Mannenbroeders van Kootjebroek en De Boer die zou gaan emigreren maakt EO-journalist Geertjan Lassche keer op keer de tongen los. Zijn nieuwste project, De Uitverkorenen, is vóór de première al kanshebber voor een grote filmprijs. "Ik leg de lat ontzettend hoog voor mezelf."

Iets laten zien wat je normaal niet ziet: zo vat de meervoudig onderscheiden onderzoeksjournalist en documentairemaker Geertjan Lassche (1976) zijn missie samen. "Ik zoek altijd unieke invalshoeken. Met mijn verhalen wil ik verwonderen, verbazen, iets duidelijk maken. Ik wil het steentje in je schoen zijn; een weerhaakje, waardoor mensen ergens nog wekenlang over praten. Een goed verhaal is als een veenbrand: het blijft maar terugkomen."

Extreme werelden
Geertjan, derde telg uit een middenstandsgezin met zes jongens, woont met zijn vrouw en zoontje David in het landelijke kerkdorp Rouveen, een buurgemeente van zijn geboorteplaats Staphorst. Na de meao volgde hij – na een tip van zijn leraar Nederlands – de school voor journalistiek. Een schot in de roos, bleek. "Ik keek al jong verder dan ons dorp," herinnert hij zich. "En ik was ook altijd geïnteresseerd in extreme werelden: topsporters (zijn veelbesproken documentaire Niemand kent mij volgt de gevallen wielerheld Thomas Dekker, red.), muzikanten, soldaten, de medische wereld, avonturiers. Misschien zijn het ook wel werelden waar ik vroeger bij werd weggehouden, maar die ik nu – met mijn camera – wil verkennen. Eigenlijk hebben al mijn films een psychologische invalshoek. Wat drijft mensen? Wat speelt zich af tussen hun oren? Met zulke vragen ben ik bezig."

Verbale terreur
Zijn documentaire De Uitverkorenen, die op 17 november in première gaat en op 4 april door de EO wordt uitgezonden, past naadloos in dit plaatje. Negen maanden lang volgde hij jonge rekruten tijdens hun loodzware training voor het Korps Mariniers. Van de oorspronkelijke 78 vallen er 53 af, omdat zij gaandeweg mentaal of fysiek breken. De film toont haarscherp hoe instructeurs zich telkens als roofdieren op zwakke schakels in de groep storten. Daarbij is verbale terreur schering en inslag. "Ik snap dat die extreme training nodig is," zegt hij erover. "Met een softere aanpak krijg je uiteindelijk geen elitesoldaten."


foto uit 'De Uitverkorenen'
Ook voor Geertjan zelf, die meer dan tweehonderd uur opnames omtoverde tot een film van 90 minuten, was het hele proces 'slopend'. "Voor de rekruten en hun instructeurs ben ik die langharige flapdrol die zo stapelgek is om in het holst van de nacht met een camera in z'n hand mee te lopen tijdens marsen," grijnst hij. "Ik had ook comfortabel in de jeep kunnen gaan zitten. Maar juist omdat ik er zo dicht bovenop zit, heb ik nu wel de beelden die ik wilde hebben. Voor een mooi shot heb ik alles over."

Maakt het voor jouw documentaires uit dat je christen bent?
"Ik geloof niet in 'christelijke journalistiek'. Maar ik geloof in God en dwing mezelf tot een christelijke moraal. Mijn opvoeding en mijn christen-zijn probeer ik te vertalen in hoe ik met mensen omga, bijvoorbeeld als het gaat om het nakomen van afspraken. Waarachtigheid is voor mij het voornaamste. Tegelijkertijd is het in dit vak dansen op een dun koordje, maar dat wil ik ook."

Sinds 2008 werk je aan langdurige, dus kostbare projecten. Voel je de druk dat je móet presteren?
"Dat moet ik allereerst van mezelf. Ook van de EO, maar m'n werkgever weet wie ik ben en hoe ik in elkaar steek. Ik denk actief mee om de kosten zo laag mogelijk te houden, bijvoorbeeld door zelf te filmen, mits dat inhoudelijk of beeldend meerwaarde heeft."

Om zeep
Het journalistieke principe kill your darlings (vrij vertaald: breng je lievelingen om zeep) bezorgt hem vaak pijnlijke momenten, bekent hij. "Voor elk verhaal moet je bereid zijn om de allermooiste scènes weg te gooien, omwille van het uiteindelijke verhaal. Dat is soms echt verschrikkelijk. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik drie vakmensen – regiecoaches – om me heen heb die daarbij helpen en die ik enorm respecteer. Zij hebben me bijvoorbeeld geleerd buiten mijn Staphorster kader te durven stappen. Dat is knap."

Wat is dat 'Staphorster kader'? 
"'Wat zal men er wel van vinden?' Die vraag zit toch altijd in mijn achterhoofd, omdat ik super loyaal ben aan mijn geboortegrond en aan de mensen daar. Tegelijk moet ik wel datgene maken waarvan ik vind dat het gemaakt moet worden. Maar vaak ben ik te bang: 'Wat zullen ze er wel niet van vinden?'"

Wie zijn jouw grootste critici?
"Die regiecoaches en mijn familie. Ik kan prima met kritiek omgaan, mits er een goede relatie is. Elke vleierij wantrouw ik. Mijn eigen broers bijvoorbeeld sparen mij absoluut nooit, haha.

"

Waarom ben je zo loyaal aan je geboortegrond?
"Het helpt me nuchter te blijven en rust te vinden in mijn chaotische bestaan. Ik ben vaak met vier of vijf projecten tegelijk bezig. Dat is een zeer intensieve manier van leven. Dit werk ontregelt je sociale leven gigantisch. Ik vind het daarom heerlijk om even te harken in de tuin, of met een trekkertje het gazon te maaien. Contact met normale mensen, daar geniet ik van. Ik kom uit een heel nuchter dorp. Luchtfietserij, daar houden ze niet van. Ik probeer mezelf te trainen om geen enkele eigendunk te hebben."

Ligt eigendunk op de loer?
"Kijk, als je complimenten en erkenning krijgt, is dat eventjes mooi. Maar het volgende product ligt al op stapel en moet minstens even goed zijn. Ik ben groot geworden in een omgeving waarin dat helemaal niet belangrijk is. 'Doe maar gewoon. Jij hebt die gave ontvangen; hierin kun jij uitblinken, maar op alle andere vlakken ben jij net als ieder ander.' Natuurlijk ben ik als documentairemaker ijdel; niet op mijn persoon, wel op mijn product – daar vecht ik voor."

Ernstige ziekte
Die vechtlust loont. De afgelopen jaren kreeg Lassche legio nominaties en een batterij grote tv- en filmprijzen, inclusief een Poolse staatsonderscheiding voor zijn WO II-documentaire God bless Montgomery (2006). Net als de rekruten in De Uitverkorenen gaat Geertjan steevast tot het gaatje. "Met een 8 zal ik nooit genoegen nemen. Ik leg de lat ontzettend hoog voor mezelf, hoop telkens een stapje verder te komen."

Je kunt alleen het allerbeste maken als je er alles voor geeft, weet hij. "Compromissen zie je terug in het eindproduct en zijn verschrikkelijk voor wie mooie dingen wil maken. Ik weet nog precies waar ik ze gesloten heb. Die instelling zorgt voor een duivels dilemma: altijd bereid zijn om die ultieme opname te doen, klaar te staan voor dat interview, de puntjes op de i te zetten, ook al is het middernacht of half zes 's ochtends. En anderzijds ook een duurzaam sociaal leven willen opbouwen, echt tijd investeren in je gezin en klaarstaan – belangeloos – voor mensen om je heen. Daar schiet ik ernstig in tekort. Maar het gaat wel steeds beter. Want ik weet drommels goed hoe relatief het werk en hoe breekbaar het leven is. Mijn vrouw is in 2008 behandeld aan een ernstige ziekte. Dat ze er nog is, als vrouw en als moeder, mag je een Godsgeschenk noemen. Dat wonder koester ik. Tijd is kostbaar en kan maar eenmaal besteed worden. Jammer dat we er vaak te laat achter komen."

Tekst: Gert-Jan Schaap

Zie ook: EO-Documentaire over opleiding mariniers: 'Droplullen en lapzwansen'

donderdag 7 maart 2013

Documentaire: De Uitverkorenen

De uitzenddatum voor de EU-documentaire 'De Uitverkorenen': 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.) Bijbehorende tekst EO:

Op 4 april zendt de EO de IDFA-documentaire 'De Uitverkorenen' uit. Een opzienbarende film omdat voor het eerst zonder scrupules de binnenkant van een van Nederlands zwaarste trainingsprogramma’s getoond wordt. Een unieke inkijk in een harde wereld, die opvallend genoeg moeite heeft zichzelf overeind te houden…

Still uit de Uitverkorenen
Documentairemaker en journalist Geertjan Lassche kreeg carte blanche van Defensie en liep gedurende een hele opleidingscyclus mee bij het Korps Mariniers, de grootste elite-eenheid van het Nederlandse leger. Onder hun uitdagende motto: ‘velen zijn geroepen, slechts weinigen uitverkoren’ proberen zij van jongens kerels te maken en gaan daarbij over spreekwoordelijke lijken.

Want ieder die de eindstreep van de opleiding haalt moet in staat zijn zichzelf op te offeren voor een collega. Dus wil je marinier worden, dan moet je bewijzen dat je hard genoeg bent. Zodra instructeurs zwakte ruiken, storten ze zich als roofdieren op hun prooi. Want de groep is zo sterk als de zwakste schakel.

Vooral tijdens loodzware oefeningen is de survival of the fittest genadeloos. Tijdens 9 maanden opleiding registreert de camera het proces van breekbaarheid tot breken of… jezelf overwinnen. Tegelijkertijd bekruipt de kijker steeds meer de vraag: Zijn er nog wel nieuwe ijzervreters? En hoe sterk is het systeem eigenlijk?

(EO, 5 maart 2013)

Zie ook:
Film over opleiding mariniers: 'droplullen en lapzwansen'

- Pauw & Witteman, november 2012, voorbespreking over 'De Uitverkorenen' met regisseur Geertjan Lassche, Brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar en korporaal der mariniers Mike Hellendoorn.


Pauw en Witteman

vrijdag 15 februari 2013

Ridder Militaire Willems-Orde Hakkenberg overleden

Ridder Militaire Willems-Orde Giovanni Narcis Hakkenberg is vandaag op 89-jarige leeftijd in Ede overleden. De oud-marinier ontving de hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding voor zijn daden tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië.

KAPMARNS Hakkenberg
Hakkenberg trad buitengewoon doortastend op toen hij als tijdelijk aangesteld sergeant van de mariniers in 1948 en 1949 diende bij de Mariniersbrigade op Oost-Java. Voor zijn heldendaden benoemde Koningin Juliana hem in 1951 tot Ridder Militaire Willemsorde vierde klasse.

Gedreven door rechtvaardigheidsgevoel en liefde voor Indonesië ging de marinier in kleine groepjes op pad. Hij bond de strijd aan met bendes en guerrillastrijders. Als detachementcommandant was hij bij veel belangrijke acties betrokken, zowel tegen opstandelingen als tegen het nieuw opgerichte Indonesische leger, de Tenara Nasionaal Indonesia (TNI). Eenmaal sloeg hem de schrik om het hart. Op 25 oktober 1948 wilde hij in een kampong in Djakarta samen met anderen een TNI-groep overrompelen. Hij rekende op zo’n 6 tegenstanders, maar het bleken er 40. Met moed en overredingskracht bracht hij de actie tot een goed einde. Hakkenberg ontving de Militaire Willems-Orde (MWO) voor onder meer 5 van dit soort acties.

Giovanni Narcis
Hakkenberg
De in Soerabaja geboren Hakkenberg meldde zich in 1941 in Indië aan bij de Koninklijke Marine om in Europa tegen de Duitsers te vechten. Na zijn opleiding bleek hij echter nodig in eigen land. De dreiging van de Japanners was inmiddels te groot. Toen Nederlands-Indië in 1941 capituleerde kwam Hakkenberg in krijgsgevangenschap.

Hij werkte onder meer aan  de beruchte Birma-spoorweg in Thailand. Aan het eind van de oorlog woog hij nauwelijks 40 kilo. Hakkenberg bleef bij de marine. Na de onafhankelijkheid van Indonesië diende hij  op diverse posten, voordat hij in Java bij de Mariniersbrigade in actie kwam. De Ridder MWO verliet in 1974 als kapitein het Korps Mariniers.

Hakkenberg kreeg in zijn loopbaan veel onderscheidingen. Behalve de Militaire Willems-Orde Ridder vierde klasse, ontving hij de eremedaille in goud in de Orde van Oranje-Nassau, het Oorlogsherinneringskruis (2 gespen), het Ereteken voor Orde en Vrede en het Nieuw-Guinea Herinneringskruis. Zweden onderscheidde hem met de Orde van het Zwaard.

Er zijn nu nog vijf levende Ridders MWO. De Engelsman Ken Mayhew (1917), Edward Fulmer uit de Verenigde Staten (1919) en de Nederlanders Albert Hoeben (1920), Cornelis van den Hoek (1921) en de enige actief dienende militair kapitein Marco Kroon (1970).

(ministerie van Defensie, 15 februari 2013)

donderdag 7 februari 2013

Verhuizing Doorn en Weert kan doorgaan

Een meerderheid van de Tweede Kamer schaarde zich woensdag achter de vastgoedplannen van minister Jeanine Hennis-Plasschaert. Hiermee stemt de Tweede Kamer in met de voorgenomen verhuizing van de mariniers naar Vlissingen en de Koninklijke Militaire School van Weert naar Ermelo.

Het is een complex dossier dat op alle fronten in elkaar grijpt. De Kamer is daarom gisteren nog eens met een extra briefing geïnformeerd over de diverse fases in het proces. Onderbouwd met argumenten gaf Hennis vandaag in het debat aan dat Defensie verder moet.

Hoewel er door diverse partijen een aantal kritische kanttekeningen is geplaatst, kan Defensie het plan voor de verhuizingen verder uitwerken. Dinsdag stemt de Kamer hierover.

(ministerie van Defensie, 6 februari 2013)

dinsdag 29 januari 2013

Prinses Máxima bezoekt marine in Den Helder

Prinses Máxima heeft vandaag bekeken hoe militairen Hr. Ms. Johan de Witt gereed maken voor uitzending in de wateren rond Somalië. Het amfibisch transportschip gaat daar medio dit jaar heen voor deelname aan de antipiraterijmissie van de Europese Unie.

In een gesprek met het personeel kwam de inzet van de zeemacht bij het opleiden en trainen van lokaal kustwachtpersoneel aan de orde. Hiermee wordt voor de kust van Afrika samengewerkt.

Prinses Máxima en Vice-admiraal Borsboom. Foto: Defensie

Het bezoek van prinses Máxima aan Den Helder beperkte zich niet tot Hr. Ms. Johan de Witt. Vergezeld door Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom deed ze ook enkele operationele eenheden aan, kreeg een rondleiding aan boord van het luchtverdedigings- en commandofregat Hr. Ms. Evertsen en sprak met militairen over werken en wonen bij de marine en de gevolgen voor het privéleven.

Een korte tocht met een landingsvaartuig van het Korps Mariniers door de marinehaven behoorde eveneens tot het programma.

De Koninklijke Marine is het oudste onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht en bestaat dit jaar 525 jaar. Er werken ongeveer 10.500 mensen.

(ministerie van Defensie, 29 januari 2013)

donderdag 3 januari 2013

Ceremoniële start jubileumjaar Koninklijke Marine


Op dinsdag 8 januari wordt op diverse plaatsen in Nederland ceremonieel stilgestaan bij het 525- jarige jubileum van de georganiseerde Zeemacht. Het startsein hiervoor wordt gegeven door marinedeputaties die in tien oude admiraliteitssteden met militair ceremonieel de Nederlandse Koninkrijksvlag hijsen.

Het ceremonieel hijsen van de nationale driekleur, de ‘Vlaggenparade’, vindt dagelijks om negen uur plaats op alle schepen en inrichtingen van de Koninklijke Marine. Om te benadrukken dat de marine destijds haar zetel in de verschillende admiraliteitssteden had, wordt ter ere van de marineverjaardag op dat tijdstip ook eenmalig de Koninkrijksvlag in het stadscentrum gehesen. Vervolgens wordt aan de burgemeester, of zijn/haar vertegenwoordiger, de speciale 525-jubileumvlag van de Koninklijke Marine uitgereikt.

Er zijn tien plaatsen in Nederland die het predicaat ‘Admiraliteitsstad’ hebben, omdat daar destijds één van de Admiraliteiten zetelde (Veere, Vlissingen, Middelburg, Rotterdam, Delft, Amsterdam, Dokkum, Harlingen, Hoorn en Enkhuizen). Hoewel in alle steden een vlaggenparade plaatsvindt, wordt in de hoofdstad Amsterdam op grootsere wijze stil gestaan bij de 525-jarige verjaardag van de marine. Daar zal na het vlag hijsen op de Dam, in aanwezigheid van de Burgemeester en de huidige Admiraliteitsraad, een krans worden gelegd bij het graf van de grootste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis; Michiel Adriaanszoon de Ruyter.

De marineverjaardag wordt ieder jaar op 8 januari gevierd, maar het laatste jubileumjaar dateert van 25 jaar geleden (500 jaar marine). Tijdens het jubileum wordt stil gestaan bij het feit dat op 8 januari 1488 de Ordonnantie op de Admiraliteit werd uitgevaardigd. Hiermee was voor het eerst sprake van een centraal georganiseerde zeemacht. Koning Willem I kende in 1813 het predicaat ‘Koninklijke’ aan de Marine toe, dat is in 2013 dus ook precies 200 jaar geleden.

In het jaar 2013 besteedt de marine in de admiraliteitssteden en andere locaties in Nederland, aandacht aan haar jubileum onder het thema ‘525 jaar innovatief’. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangehaakt bij bestaande evenementen. Grootste evenement dat in het teken van de marineverjaardag staat is Sail/Marinedagen Den Helder, die van 20 tot en met 23 juni 2013 plaatsvinden.

(Koninklijke Marine, 3 januari 2013)

dinsdag 11 december 2012

Medaille voor beveiligingsteam marine

Een militair beveiligingsteam van de Koninklijke Marine heeft vandaag de Herinneringsmedaille Vredesoperaties gekregen voor hun inzet in de Europese antipiraterijmissie Atalanta bij Somalië. Dat gebeurde tijdens een publieke ceremonie in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

Het eremetaal werd uitgereikt door de voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), Tineke Netelenbos, de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp en de Commandant Zeestrijdkrachten, vice-admiraal Matthieu Borsboom. “U heeft de toegevoegde waarde van de teams opnieuw bewezen. De EU is vol lof over uw werk. Dat is een groot compliment waard”, zei generaal Middendorp tot de gedecoreerden.

Medaille-uitreiking AVPD. Foto: Defensie

Veilig
Het zelfstandige detachement van zwaarbewapende mariniers en vlootpersoneel, het zogenoemde Autonomous Vessel Protection Detachment (AVPD), beschermde van juli tot medio oktober van dit jaar het humanitaire transportschip MV Caroline Scan van het Wereldvoedselprogramma tegen piraten in de Somalische wateren. Ook zorgden de militairen voor het veilig overladen van de hulpgoederen in de havens. Zo konden de Verenigde Naties 1.000 ton voedsel voor de hongerende bevolking van Somalië veilig afleveren in de havens van Mogadishu, Berbera en Bosaso.

Eerste
Door militairen in te zetten aan boord van de humanitaire transportschepen, is begeleiding door een marineschip niet meer nodig wat het een stuk efficiënter maakt. Nederland was het eerste land dat op deze manier een voedseltransportschip van de Verenigde Naties beschermde. In totaal hebben 3 AVPD’s elk 3 maanden meegevaren.

Flexibel
“Soms was u vier weken langer onderweg dan gepland en raakte u zelfs door uw eigen voedselvoorraad heen”, zei generaal Middendorp. “Dat heeft u niet afgeleid. U bleef flexibel en zette door. Doordat u het VN-voedselschip beveiligde, kwam er een marineschip uit de EU-missie Atalanta vrij om elders kapingen van piraten op zee tegen te gaan.” Dat dit effect heeft, staat volgens de Commandant der Strijdkrachten onomstotelijk vast. “In 2009 werden 133 aanvallen op koopvaardijschepen gedaan. Dit jaar, tot nu toe, ‘slechts’ 21, een flinke afname dus. Maar het zijn er nog altijd 21 te veel.”

(ministerie van Defensie, 11 december 2012)

Korps Mariniers herdenkt gevallenen

Het Korps Mariniers heeft gisterenmorgen de gevallen mariniers herdacht op het Oostplein in Rotterdam.

Foto: Defensie
Bij deze gelegenheid verwees korpscommandant brigadegeneraal Richard Oppelaar naar het beeld van de marinier op het plein. “Hij staat symbool voor onze waarden. Vanuit die Korpsgeest, die bestaat uit verbondenheid, kracht en toewijding, staan wij even stil en gaan wij de toekomst met vertrouwen tegemoet.”

Maasbruggen
Oppelaar benadrukte de band tussen Rotterdam en de mariniers. Niet alleen bevindt zich de Van Ghentkazerne in de Maasstad, ook liet een groot aantal mariniers het leven bij de strijd rond de Maasbruggen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Locoburgemeester Jantine Kriens was dan ook een van degenen die een krans legde bij het Mariniersmonument.

Rotterdammers
Naast oud-mariniers en mariniers in opleiding woonden zo’n 100 Rotterdamse burgers de ceremonie bij. De Marinierskapel en de Tamboers en Pijpers luisterden de militaire ceremonie op. Ook humanistisch geestelijk verzorger kapitein Eline Verbruggen sprak enkele woorden: “We staan stil bij het aller-moeilijkste wat het leven in zich heeft. Het afscheid nemen van hen die we liefhebben. We staan stil bij de mariniers die we in de afgelopen jaren hebben verloren.”

Onder de eregasten waren de vader en broer van marinier der eerste klasse Marc Harders en de weduwe van korporaal Jeroen Houweling. Beide mariniers kwamen in 2010 om in Afghanistan bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief.

De herdenking vindt traditioneel plaats tijdens de korpsverjaardag, gisteren de 347e.

(ministerie van Defensie, 10 december 2012)

vrijdag 7 december 2012

Kranslegging Mariniersmonument Rotterdam

Het Korps Mariniers herdenkt maandag 10 december zijn gevallen kameraden. Dit gebeurt met een militaire ceremonie en kranslegging op het Oostplein in Rotterdam.

Het Korps Mariniers bestaat op 10 december 347 jaar. Traditioneel herdenkt het korps op deze dag alle gevallen mariniers met een militaire ceremonie en een kranslegging.  De herdenking op het Oostplein wordt bijgewoond door deputaties van actief dienende en oud-mariniers, veteranen en de burgerij van Rotterdam.

Eerdere kranslegging. Foto: Defensie

Diverse hoogwaardigheidsbekleders, onder wie de burgemeester van de Maasstad, Ahmed Aboutaleb én de commandant Korps Mariniers, brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar, leggen een krans bij het monument ‘De Marinier’. De ceremonie wordt ondersteund door de Marinierskapel der Koninklijke Marine.

Tussen 1869 en 1940 was de kazerne van de Rotterdamse mariniers gevestigd aan het Oostplein, in het voormalig arsenaal van de Admiraliteit van Rotterdam. In de meidagen van 1940 verdedigden de mariniers de Maasbruggen. Deze vormden een belangrijke verbinding tussen zuid, waar het Duitse offensief begon en het centrum.

Ter nagedachtenis aan dit verzet werd in 1963 het herinneringsmonument voor de gevallen mariniers op het Oostplein onthuld. Dit monument is gemaakt door beeldhouwer Titus Leeser. Op het monument staan historische missies van het korps afgebeeld. De missies waarbij mariniers zijn omgekomen hebben een plaquette. Zo prijkt een gedenkplaat Nederlands-Indië, Korea, Cambodja en Uruzgan op het monument.

(ministerie van Defensie, 7 december 2012)

donderdag 15 november 2012

Film over opleiding mariniers: 'droplullen en lapzwansen'

De Uitverkorenen laat een weinig getoond beeld zien van mariniers in opleiding. Documentairemaker Geertjan Lassche wilde weten waaróm 'Pietje het haalt en Jantje niet'.  Uitzending: 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.)

door Loes Reijmer

'Vieze, vuile uitknijper!' De koplampen van een jeep verlichten een zandpad. In het schijnsel lopen jongens in camouflagekleding door het zand. Voor hun buik dragen ze een geweer, achterop zeulen ze een rugzak van 35 kilo mee. De kleinste kan de groep niet bijhouden.

'Naar voren met die vent!' Hij sjokt voort. Sputtert iets over zijn voet. De anderen trekken hem mee aan zijn kraag. Duwen hem vooruit. Hij valt, wordt omhoog getrokken. Hij valt weer. 'Naar voren! Fucking droplul! Loop door! Stomme lapzwans! Je houdt de hele club op, idioot!'




The Chosen Ones / De Uitverkorenen from Lassche, Geertjan on Vimeo.


Hij zwalkt door. Tolt in de berm. Zijn rugzak zakt af. Gemompel. Hij wil stoppen.

'Waarmee?! Je stapt niet uit een mars! Je stopt met de mariniersopleiding of je maakt die héle kutzooi door! Je lichaam is hier niet voor gemaakt! Je bent mentaal niet sterk genoeg!' De jongen zucht, het hoofd gebogen. Hij capituleert. In het schijnsel van de koplampen loopt de groep door. Van de 25 kilometer die ze moeten, hebben ze er pas 2 afgelegd.

Dit is het breekmoment dat Geertjan Lassche wilde vastleggen toen hij een film besloot te maken over de opleiding van korpsmariniers, de grootste elite-eenheid in het Nederlandse leger.

De documentairemaker volgde een lichting rekruten tijdens de negen maanden durende opleiding. Hij wilde weten waarom sommige jongens de opleiding wel afmaken, terwijl anderen, het hoofd gebogen, alleen achterblijven op donker zandpad.

Mariniers-in-opleiding tijdens de eindoefening. Foto: Defensie

Tijdens het filmen ontdekte hij nog een verhaallijn: de hoge standaarden die het korps ooit stelde aan de rekruten, worden niet meer gehaald. Zoals de sergeant- majoor zegt: 'Tien keer een 9 zou mooi zijn, maar we moeten tegenwoordig tevreden zijn met twintig keer een 6,5.'

Lassche, die afgelopen jaar de journalistieke prijs De Tegel won voor de film Vreemdelingen en bijwoners en veel lof kreeg voor zijn documentaire over de wegens doping geschorste wielrenner Thomas Dekker (Niemand kent mij), is altijd geïntrigeerd geweest door het leger. Zo deed hij veel onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog en de val van Srebrenica.

In Haïti zag hij kort na de aardbeving hoe Nederlandse mariniers hulpgoederen uitdeelden. Er waren maar spullen voor honderd mensen, terwijl er zeker duizend Haïtianen stonden. Hij zag lef, mannen die goed bleven handelen onder grote stress. Hij filmde en dacht: ik zou me wel eens willen verliezen in dit onderwerp. Dat gebeurde in de maanden tussen september 2011 en mei 2012. Lassche liep de nachtelijke marsen mee - met zware camera - en bivakkeerde evenals de rekruten dagenlang in de bossen. Soms werd hij 's nachts uit bed gebeld, als een rekruut dreigde te stoppen. Het eindresultaat, De Uitverkorenen, gaat zaterdag, 17 november, op het IDFA in première.

Mariniers zijn mannen uit één stuk, vindt Lassche. Kordaat, correct in de omgang, maar niet subtiel. 'Gaan is gaan', zegt de documentairemaker. 'Als ze vanuit boten het strand op moeten, kan er al op ze worden geschoten. Toch lopen ze door.'

Geen wonder dat het korps bij veel mannen tot de verbeelding spreekt. 'Iedere man wil graag zijn mannelijkheid bewijzen. Dat kan bij deze opleiding. Het is de ultieme test.'

En toch wilde de filmmaker juist dat idee onderuithalen. 'Op het moment dat ik een eendimensionaal beeld hoor, wil ik kijken wat er van waar is. Op verjaardagen hoor je alleen de mooie, sterke verhalen over mannen die de opleiding hebben afgemaakt. Terwijl er in Nederland tienduizenden zijn die het níét hebben gehaald.'

Lassche weet niet welke motieven defensie had om hem carte blanche te geven; hij mocht overal filmen. Hij gokt dat ook de krijgsmacht wil laten zien wat er nodig is om marinier te worden. 'Dat is geen heroïek', zegt hij. 'Je moet als rekruut vooral lang kunnen wachten op de volgende oefening. Dan moet je je verstand uitzetten, alleen denken aan het moment dat je in actie moet komen. Als je problemen thuis hebt, of je afvraagt of de scooter die je op Marktplaats hebt gezet al is verkocht, dan lukt het niet.'

Hij kreeg groen licht voor de documentaire aan een tafel met officieren. In voorbereiding op het gesprek hadden zij de film over Thomas Dekker gezien. 'Ze zagen dat ik niet voor de makkelijke weg ga, mijn films bevatten altijd kwetsbaarheden. Toch worden mensen het liefst op hun eerlijkst geportretteerd. Daarom heb ik nog steeds een goede band met Thomas.'

'Ik wil een eerlijke film maken', zei Lassche dan ook tegen de officieren. 'Ik wil het dicht op de huid vastleggen, zonder compromissen. Ik ben niet geïnteresseerd in schieten, de gebruikelijke helikopters en granaten. Ik ben alleen op zoek naar de breekpunten. Ik wil weten waarom Pietje het haalt en Jantje niet.'

Vier weken later staat de lichting nieuwe rekruten onwennig in de groene overall, het haar vers gemillimeterd. Ze giechelen als een sergeant zegt dat piercings 'een beetje homofiel' zijn.

Desalniettemin dragen sommigen een glanzende oorbel wanneer ze ter kennismaking elkaar klassikaal interviewen over hun achtergrond. Ze waren hiervoor timmerman, werkten bij een sloopbedrijf of deden een weinig succesvolle poging tot een mbo-diploma administratie. Ze gamen in hun vrije tijd, hebben met vrienden om 200 euro gewed dat ze twee jaar geen relatie zullen krijgen. Ze doen de opleiding 'voor de eer', of om zich tegenover hun vader te bewijzen. Al die zaken moeten overboord als ze marinier willen worden.

'Mariniers zijn mannen die gemaakt zijn', zegt Lassche. 'Het zijn hulzen die leeggemaakt worden en vervolgens weer worden gevuld.' Terwijl de filmmaker de nieuwe lichting daar zag staan, dacht hij weer terug aan de mannen die hij zag werken op Haïti. 'Kunnen deze jongens zo worden?', vroeg hij zich af.

Niet allemaal, merkte de filmmaker al snel. Hij deelde voor zichzelf de lichting in drie groepen in: modelmariniers, twijfelgevallen en kanslozen.

Uit elke groep volgde hij een aantal jongens. Om te bepalen welke jongens hij wilde volgen, vroeg hij met welk dier ze zichzelf vergelijken. Op de vraag waarom ze marinier wilden worden, zouden ze immers een pasklaar antwoord hebben. Ze vonden zichzelf een vogel, 'vanwege de brede visie', of een zwijn, 'omdat ik het fijn vind in een schoon bed te liggen, maar het ook niet erg vind om door de modder te kruipen.'

Hij kon er niet dag en nacht bij zijn, gedurende de negen maanden. Daarom had Lassche 'antennes' ingebouwd: instructeurs die hem belden als er iets stond te gebeuren, of rekruten die hem soms iets influisterden. Als hij bij een mars met een rekruut liep die achterop was geraakt, werd hij ook gebeld: 'Kom naar voren, want er gaat er hier een down'.

Eindstreep gehaald: nieuwe mariniers worden welkom geheten
door oudgedienden (foto Defensie)

Op een nacht vielen drie jongens flauw. Lassche: 'Als ik niet had geweten dat het door een gebrek aan water, eten of ventilatie kwam, was ik me lam geschrokken.' De instructeurs hebben de film inmiddels gezien. Zij zijn niet geschrokken van de op beeld vastgelegde hardheid. De korporaal die de jongen aan het begin van dit stuk de huid volscheldt, schaamde zich alleen dat hij het woord 'opgekankerd' ergens heeft gebruikt.

De rekruten zien de film pas bij de première, een aantal is wel voorbereid. Voor sommigen is de film hard: het contrast met de bravoure aan het begin van de opleiding en de uiteindelijke aftocht is groot, in het bijzonder bij de rekruut aan het begin van dit artikel. Ze hebben allemaal de keuze gehad om er niet aan mee te werken, benadrukt Lassche. 'Hij is in dit avontuur gedoken en de uitkomst is helaas niet zoals hij wenste. Ik wilde de jongens zo authentiek mogelijk neerzetten. Daar horen nou eenmaal winnaars en verliezers bij, zoals in het echte leven.'

(Volkskrant, 15 november 2012)

UPDATE: in het tv-programma 'Pauw en Witteman' vanavond te gast Geertjan Lassche en drie mariniers die meer vertellen over de opleiding. Ned. 1, 23:05-00:00.
UPDATE 2: Pauw en Witteman gemist? Item over de mariniers (met o.a. regisseur Geertjan Lassche, Brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar en korporaal der mariniers Mike Hellendoorn) is hier terug te zien: http://ow.ly/fkTjw