(...)
Sinds begin dit jaar is in West-Afrika een ebola-epidemie uitgebroken. Het aantal besmettingen neemt nog steeds toe. Er zijn tot nu toe geen ebola-patiënten in Mali gerapporteerd. De medische staf van MINUSMA heeft vanaf het begin van de ebola-crisis maatregelen afgekondigd om risico’s van besmetting tegen te gaan. Er wordt zorgvuldig gemonitord en de reisbewegingen van en naar het risicogebied zijn beperkt. Tweewekelijks worden er bewustzijnsbijeenkomsten georganiseerd en er is een isolatie/behandelings-unit opgezet op het terrein van het nationale centrum van ziektebestrijding. Daarnaast zijn meerdere cordons sanitaires actief, waar reizigers worden gecontroleerd: onder andere op de luchthaven van Bamako, in de belangrijkste busstations in Bamako en aan de grens met Guinee.
Nederland heeft een noodplan opgesteld waarin maatregelen voor de verschillende scenario’s zijn uitgewerkt. Defensie ziet erop toe dat het Nederlandse noodplan in overeenstemming blijft met de voortschrijdende ontwikkelingen in zowel Mali als Nederland. De Nederlandse Senior Medical Officer volgt in Mali de lokale situatie en de contingency plannen van de VN. In Nederland bewaakt het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden & Gezondheid (CEAG) de verdere ontwikkeling van de ebola epidemie en de afstemming op nationale maatregelen. Het CEAG maakt wekelijks een factsheet waarin de ontwikkeling van de ebola-epidemie op de voet wordt gevolgd en waarin de Nederlandse adviezen over preventieve maatregelen worden benoemd. Deze factsheet is ook in het inzetgebied beschikbaar. CEAG is namens Defensie voorts nauw betrokken bij de landelijke coördinatie aangaande ebolaprotocollen onder leiding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hier worden zowel de mogelijkheden tot repatriëring van mogelijk met ebola besmette Nederlandse (militaire) patiënten besproken als de behandelprotocollen in Nederland.
Om het thuisfront van militairen te informeren is een informatiebrief opgesteld waarin uitgebreid wordt ingegaan op ebola. Tijdens thuisfront informatiedagen wordt hier ook aandacht aan besteed.
(passage uit Kamerbrief over de missie in Mali d.d. 13 oktober 2014)
Posts tonen met het label Verenigde Naties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verenigde Naties. Alle posts tonen
maandag 13 oktober 2014
woensdag 15 januari 2014
Aansprakelijkheid voor militairen tijdens inzet in VN-operaties
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
15 januari 2014
betreft: Aansprakelijkheid van de Staat tijdens inzet in VN-operaties
Tijdens het algemeen overleg van 11 en 12 december jl. inzake de deelneming aan de VN-missie in Mali heb ik in antwoord aan het lid Ten Broeke een brief toegezegd over de aansprakelijkheid van de Staat gerelateerd aan de deelneming aan de VN-missie in Mali, in relatie tot het verweer dat de Staat heeft gevoerd in de rechtszaken inzake Mustafic en Nuhanovic. Deze brief gaat hierop in.
Zowel het verweer van de Staat als de uitspraken van de Hoge Raad in de desbetreffende zaken waren nauw verweven met de specifieke omstandigheden en feiten van deze zaken. Het abstraheren van elementen van het verweer of van de arresten van de Hoge Raad en het vergelijken daarvan met een andere zaak kan ertoe leiden dat onvergelijkbare gevallen toch met elkaar worden vergeleken. Dat geldt ook voor de specifieke vraag van het lid Ten Broeke over het hanteren van exclusieve of van gedeelde aansprakelijkheid onder het internationaal recht.
De Staat heeft zich in de desbetreffende zaken op het standpunt gesteld dat het optreden van Dutchbat niet aan de Staat, maar aan de Verenigde Naties moest worden toegerekend. Daarbij was van belang dat VN-operaties de status van subsidiary organ van de Verenigde Naties hebben en dat de Draft Articles on the Responsibility of International Organisations (DARIO) van de International Law Commission, in het bijzonder artikel 7 daarvan, uitgaan van aansprakelijkheid van de internationale organisatie die effectieve controle heeft over de handeling in kwestie.
Zoals uit de arresten van de Hoge Raad blijkt, heeft ze zich op het standpunt gesteld dat de toerekenbaarheid aan de Verenigde Naties niet uitsluit dat de gedraging ook aan de zendstaat kan worden toegerekend. Daarbij speelde mee dat de Verenigde Naties immuniteit genieten en een strikte toepassing van artikel 7 van de DARIO tot gevolg zou hebben dat er geen enkel verhaal mogelijk zou zijn voor schade veroorzaakt door het optreden onder VN-bevel.
Om de gedragingen van Dutchbat ook aan Nederland te kunnen toerekenen, onderzocht de Hoge Raad of de gedragingen van Nederland aanleiding konden geven om te concluderen dat Nederland (ook) effectieve controle uitoefende over het optreden van Dutchbat. Deze beoordeling is echter dermate casus-specifiek dat een vergelijking met de missie in Mali niet mogelijk is. Wel kunnen uit die beoordeling enkele hoofdlijnen worden gedestilleerd:
1. De mate waarin de VN-bevelslijn wordt doorbroken, kan mede bepalend zijn voor de aanname dat sprake is van effectieve controle.
2. Gebiedsverantwoordelijkheid en verantwoordelijkheid voor (personen op) een eigen compound kunnen aanleiding geven tot het van toepassing achten van extraterritoriale werking van mensenrechtenverdragen en zo leiden tot (aanvullende) aansprakelijkheid voor schendingen daarvan.
Gelet op deze hoofdlijnen is niet geheel uit te sluiten dat Nederland aansprakelijk wordt geacht voor handelingen van Nederlandse militairen. Nederland gaat namelijk uit van de bevelslijn van de VN, maar sluit niet uit dat deze wordt doorbroken. De Nederlandse praktijk van de Red Card Holder biedt de mogelijkheid om te voorkomen dat Nederlandse eenheden opdrachten krijgen die voor Nederland niet aanvaardbaar zijn, bijvoorbeeld omdat ze onacceptabele risico’s met zich brengen. In het uiterste geval biedt de volledige zeggenschap van de Commandant der Strijdkrachten over de Nederlandse militairen de mogelijkheid om het bevel over Nederlandse eenheden terug te nemen als de situatie dusdanig wijzigt dat van een effectieve controle door de VN niet langer sprake is.
Ten aanzien van de tweede hoofdlijn merk ik nogmaals op dat Nederland in Mali geen gebiedsverantwoordelijkheid heeft. Voorts worden de Nederlandse militairen juist opgeleid om de mensenrechten te respecteren en waar nodig te verdedigen. Het integreren van mensenrechten, rule of law en de rechtstatelijke beginselen in het militaire optreden is inmiddels gemeengoed. Langs deze weg tracht de regering het risico dat de Staat aansprakelijk wordt gesteld, zo klein mogelijk te maken.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(Tweede Kamer, 15 januari 2014)
15 januari 2014
betreft: Aansprakelijkheid van de Staat tijdens inzet in VN-operaties
Tijdens het algemeen overleg van 11 en 12 december jl. inzake de deelneming aan de VN-missie in Mali heb ik in antwoord aan het lid Ten Broeke een brief toegezegd over de aansprakelijkheid van de Staat gerelateerd aan de deelneming aan de VN-missie in Mali, in relatie tot het verweer dat de Staat heeft gevoerd in de rechtszaken inzake Mustafic en Nuhanovic. Deze brief gaat hierop in.
Zowel het verweer van de Staat als de uitspraken van de Hoge Raad in de desbetreffende zaken waren nauw verweven met de specifieke omstandigheden en feiten van deze zaken. Het abstraheren van elementen van het verweer of van de arresten van de Hoge Raad en het vergelijken daarvan met een andere zaak kan ertoe leiden dat onvergelijkbare gevallen toch met elkaar worden vergeleken. Dat geldt ook voor de specifieke vraag van het lid Ten Broeke over het hanteren van exclusieve of van gedeelde aansprakelijkheid onder het internationaal recht.
De Staat heeft zich in de desbetreffende zaken op het standpunt gesteld dat het optreden van Dutchbat niet aan de Staat, maar aan de Verenigde Naties moest worden toegerekend. Daarbij was van belang dat VN-operaties de status van subsidiary organ van de Verenigde Naties hebben en dat de Draft Articles on the Responsibility of International Organisations (DARIO) van de International Law Commission, in het bijzonder artikel 7 daarvan, uitgaan van aansprakelijkheid van de internationale organisatie die effectieve controle heeft over de handeling in kwestie.
Zoals uit de arresten van de Hoge Raad blijkt, heeft ze zich op het standpunt gesteld dat de toerekenbaarheid aan de Verenigde Naties niet uitsluit dat de gedraging ook aan de zendstaat kan worden toegerekend. Daarbij speelde mee dat de Verenigde Naties immuniteit genieten en een strikte toepassing van artikel 7 van de DARIO tot gevolg zou hebben dat er geen enkel verhaal mogelijk zou zijn voor schade veroorzaakt door het optreden onder VN-bevel.
Om de gedragingen van Dutchbat ook aan Nederland te kunnen toerekenen, onderzocht de Hoge Raad of de gedragingen van Nederland aanleiding konden geven om te concluderen dat Nederland (ook) effectieve controle uitoefende over het optreden van Dutchbat. Deze beoordeling is echter dermate casus-specifiek dat een vergelijking met de missie in Mali niet mogelijk is. Wel kunnen uit die beoordeling enkele hoofdlijnen worden gedestilleerd:
1. De mate waarin de VN-bevelslijn wordt doorbroken, kan mede bepalend zijn voor de aanname dat sprake is van effectieve controle.
2. Gebiedsverantwoordelijkheid en verantwoordelijkheid voor (personen op) een eigen compound kunnen aanleiding geven tot het van toepassing achten van extraterritoriale werking van mensenrechtenverdragen en zo leiden tot (aanvullende) aansprakelijkheid voor schendingen daarvan.
Gelet op deze hoofdlijnen is niet geheel uit te sluiten dat Nederland aansprakelijk wordt geacht voor handelingen van Nederlandse militairen. Nederland gaat namelijk uit van de bevelslijn van de VN, maar sluit niet uit dat deze wordt doorbroken. De Nederlandse praktijk van de Red Card Holder biedt de mogelijkheid om te voorkomen dat Nederlandse eenheden opdrachten krijgen die voor Nederland niet aanvaardbaar zijn, bijvoorbeeld omdat ze onacceptabele risico’s met zich brengen. In het uiterste geval biedt de volledige zeggenschap van de Commandant der Strijdkrachten over de Nederlandse militairen de mogelijkheid om het bevel over Nederlandse eenheden terug te nemen als de situatie dusdanig wijzigt dat van een effectieve controle door de VN niet langer sprake is.
Ten aanzien van de tweede hoofdlijn merk ik nogmaals op dat Nederland in Mali geen gebiedsverantwoordelijkheid heeft. Voorts worden de Nederlandse militairen juist opgeleid om de mensenrechten te respecteren en waar nodig te verdedigen. Het integreren van mensenrechten, rule of law en de rechtstatelijke beginselen in het militaire optreden is inmiddels gemeengoed. Langs deze weg tracht de regering het risico dat de Staat aansprakelijk wordt gesteld, zo klein mogelijk te maken.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(Tweede Kamer, 15 januari 2014)
vrijdag 10 januari 2014
Ban Ki-moon: veiligheidssituatie in noord-Mali verslechterd
(...)
Security situation
14. The reporting period was characterized by a marked deterioration in the security situation in the north. A number of attacks using improvised explosive devices revealed that terrorist and other groups had reorganized themselves and regained some ability to operate. Kidal saw renewed flare-ups of tension, and intercommunal clashes were reported in the Gao and Timbuktu regions.
15. The Movement for Unity and Jihad in West Africa claimed responsibility for several incidents in Gao. On 7 October, seven rockets were launched on the city of Gao, critically wounding one Malian soldier. The same day, a bridge located 45 km south-east of Ansongo was partially damaged by an improvised explosive device. On 30 October, two additional rockets were launched on Gao city. On 15 November, at least one rocket was launched in Ménaka. On 21 November, three additional rockets were launched at Gao city. These rocket attacks did not result in any casualties.
16. On 8 November, two armed elements were arrested in Ti-n-Anzarargane (Gao region) during a coordinated patrol by the Malian armed forces, MINUSMA and Operation Serval. An exchange of fire between MNLA members and a detachment of the Malian armed forces resulted in the death of three MNLA combatants and the injury of at least one other.
17. Intercommunal tensions continue to be a source of concern. On 19 October, nine individuals of Arab origin were kidnapped by Tuaregs in Tabankort (Gao region). In a related development on 25 October, a Tuareg man was abducted by Arab men between Tarkint and Hersan in the area of Bourem (Gao region). On 31 October, in Timbuktu region, nine Arabs were killed by members of the Tuareg community in Tilemsi, on the border with Mauritania, in what appears to be a series of retaliatory attacks between the two groups.
18. On 23 October, four individuals drove and detonated a vehicle-borne improvised explosive device into a MINUSMA checkpoint in Tessalit. Seven people were killed, including four adult civilians, a six-year-old boy and two MINUSMA peacekeepers. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the attack. On 4 November, four civilians were killed and seven injured by a command-wire improvised explosive device on the road between Ménaka and Ansongo. On 13 November, a Malian army vehicle escorting two foreign journalists was targeted by an explosive formed penetrator device near Almoustarat in Gao region. A Malian soldier was injured. On 20 November, a Serval vehicle was targeted by what was apparently a radio-controlled improvised explosive device in Kidal, causing injuries to three French soldiers. On 30 November, a suicide bomber activated a person-borne improvised explosive device near Ménaka, killing himself but causing no other casualties. On 14 December, a vehicle-borne improvised explosive device was detonated in Kidal, killing two MINUSMA Senegalese soldiers and injuring seven other peacekeepers and four Malian soldiers. In the wake of that attack, amid rumours that two vehicles laden with explosives remained in the city ready to detonate, on 16 December MINUSMA peacekeepers guarding the Kidal Governorate fired at a vehicle approaching their position at high speed when the driver ignored an order to stop. In two other instances during the same day, MINUSMA troops fired at motorcyclists who had driven close to their vehicles and wounded a rider. The following day, Kidal shopkeepers demonstrated to protest those incidents. On 21 December, an improvised explosive device hit a MINUSMA logistics convoy on the road between Gao and Anefis, injuring a peacekeeper.
19. On 1 November, violent demonstrations took place in Gao and Ménaka. In Gao, hundreds of demonstrators staged a protest over a disputed passenger list provided by the Government to MINUSMA for air transportation of delegates to the national conference on the north, in Bamako. They demonstrated outside the Governorate, the mayor’s residence and United Nations accommodations, throwing stones and burning tires. Barricades blocked all the main roads. The situation returned to normal the following day after 46 additional regional delegates were flown to Bamako with the support of MINUSMA. Demonstrations also occurred in Ménaka, where the demonstrators’ anger was directed at the local government owing to frustration over the lack of basic services, including the provision of water and electricity, an ill-functioning justice system, insecurity and the worsening economic conditions.
20. The deterioration of the security situation was particularly acute in Kidal. In addition to asymmetric attacks, on 2 November, two French journalists were abducted and killed in the city of Kidal. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the kidnapping and the killings. On 3 November, in Tassik, 43 km south-south-east of Kidal, two soldiers of the Malian armed forces assaulted three emissaries sent by a traditional leader of Kidal to settle an internal dispute.
21. On 28 November, the Prime Minister and a delegation of government officials intended to visit Kidal to install officially the Governor in the Governorate building that had recently been vacated by MNLA. As previously agreed with the Governor of Kidal, the Malian armed forces, Serval and a MINUSMA formed police unit deployed around the airstrip. Approximately 100 civilians gathered at the airstrip to demonstrate against the visit. Demonstrators threw stones at the Malian army personnel, who fired their weapons, injuring four demonstrators. The Prime Minister called off his visit. Although Serval and MINUSMA ensured that the civilians who were wounded in the incident received prompt medical attention, one of the women died, on 5 December, in Bamako. On 16 December, five rockets or mortars exploded in the vicinity of the joint Serval-MINUSMA camp.
22. Operation Serval intervened four times in support of MINUSMA in situations of imminent and serious threat. At Tessalit, on 23 October, following the asymmetric attack against MINUSMA, Serval provided immediate support through the medical evacuation of six wounded peacekeepers and the defusing of residual explosive devices. Serval also helped with the response to attacks on MINUSMA in Ménaka on three occasions in November. Two incidents involved attempts by armed groups to gain access to MINUSMA premises, and a third was in response to an attack on MINUSMA in Ti-n-Anzarargane.
B. Disarmament, demobilization and reintegration
23. The preliminary agreement provides, inter alia, for the cantonment of armed groups as a first step, pending a broader disarmament, demobilization and reintegration process in the context of a comprehensive peace settlement. The current cantonment process serves as an interim stabilization measure, but important challenges persist. MNLA and HCUA, which claim to comprise between 7,000 and 10,000 members in total, have submitted to the Mixed Technical Commission on Security a list of 9,088 combatants for Kidal region alone. However, only 1,847 of those combatants have been listed for cantonment. An even smaller number is actually cantoned in three sites in Kidal region. Armed groups point to the prevailing insecurity in the north as a key factor preventing the cantonment of more combatants.
24. MINUSMA supports the cantonment process at the strategic and technical levels. In addition to providing logistical support, food and water to MNLA and HCUA combatants in the three existing cantonment sites, MINUSMA is helping the Government to design a cantonment strategy in order to better define the scope of the process and eventual transition towards the necessary disarmament, demobilization and reintegration. The Mission is also identifying sources of funding to enhance logistical support to the existing cantonment sites as well as the possible establishment of eight additional sites, including for combatants of the Mouvement arabe de l’Azawad and Coordination des mouvements et forces patriotiques de résistance. In addition to material and technical support, MINUSMA is also advocating for the implementation of community-based initiatives to accompany the process and sustain a peaceful environment in the communities adjacent to cantonment sites.
(...)
(Source/bron: Report of the Secretary-General on the situation in Mali, United Nations Security Council, 2 January 2014)
Zie ook: Nederlandse missie in Mali
Voor 'kleine nieuwtjes' over Mali, volg mij op Twitter: @hdevreij
Security situation
14. The reporting period was characterized by a marked deterioration in the security situation in the north. A number of attacks using improvised explosive devices revealed that terrorist and other groups had reorganized themselves and regained some ability to operate. Kidal saw renewed flare-ups of tension, and intercommunal clashes were reported in the Gao and Timbuktu regions.
15. The Movement for Unity and Jihad in West Africa claimed responsibility for several incidents in Gao. On 7 October, seven rockets were launched on the city of Gao, critically wounding one Malian soldier. The same day, a bridge located 45 km south-east of Ansongo was partially damaged by an improvised explosive device. On 30 October, two additional rockets were launched on Gao city. On 15 November, at least one rocket was launched in Ménaka. On 21 November, three additional rockets were launched at Gao city. These rocket attacks did not result in any casualties.
16. On 8 November, two armed elements were arrested in Ti-n-Anzarargane (Gao region) during a coordinated patrol by the Malian armed forces, MINUSMA and Operation Serval. An exchange of fire between MNLA members and a detachment of the Malian armed forces resulted in the death of three MNLA combatants and the injury of at least one other.
17. Intercommunal tensions continue to be a source of concern. On 19 October, nine individuals of Arab origin were kidnapped by Tuaregs in Tabankort (Gao region). In a related development on 25 October, a Tuareg man was abducted by Arab men between Tarkint and Hersan in the area of Bourem (Gao region). On 31 October, in Timbuktu region, nine Arabs were killed by members of the Tuareg community in Tilemsi, on the border with Mauritania, in what appears to be a series of retaliatory attacks between the two groups.
18. On 23 October, four individuals drove and detonated a vehicle-borne improvised explosive device into a MINUSMA checkpoint in Tessalit. Seven people were killed, including four adult civilians, a six-year-old boy and two MINUSMA peacekeepers. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the attack. On 4 November, four civilians were killed and seven injured by a command-wire improvised explosive device on the road between Ménaka and Ansongo. On 13 November, a Malian army vehicle escorting two foreign journalists was targeted by an explosive formed penetrator device near Almoustarat in Gao region. A Malian soldier was injured. On 20 November, a Serval vehicle was targeted by what was apparently a radio-controlled improvised explosive device in Kidal, causing injuries to three French soldiers. On 30 November, a suicide bomber activated a person-borne improvised explosive device near Ménaka, killing himself but causing no other casualties. On 14 December, a vehicle-borne improvised explosive device was detonated in Kidal, killing two MINUSMA Senegalese soldiers and injuring seven other peacekeepers and four Malian soldiers. In the wake of that attack, amid rumours that two vehicles laden with explosives remained in the city ready to detonate, on 16 December MINUSMA peacekeepers guarding the Kidal Governorate fired at a vehicle approaching their position at high speed when the driver ignored an order to stop. In two other instances during the same day, MINUSMA troops fired at motorcyclists who had driven close to their vehicles and wounded a rider. The following day, Kidal shopkeepers demonstrated to protest those incidents. On 21 December, an improvised explosive device hit a MINUSMA logistics convoy on the road between Gao and Anefis, injuring a peacekeeper.
20. The deterioration of the security situation was particularly acute in Kidal. In addition to asymmetric attacks, on 2 November, two French journalists were abducted and killed in the city of Kidal. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the kidnapping and the killings. On 3 November, in Tassik, 43 km south-south-east of Kidal, two soldiers of the Malian armed forces assaulted three emissaries sent by a traditional leader of Kidal to settle an internal dispute.
21. On 28 November, the Prime Minister and a delegation of government officials intended to visit Kidal to install officially the Governor in the Governorate building that had recently been vacated by MNLA. As previously agreed with the Governor of Kidal, the Malian armed forces, Serval and a MINUSMA formed police unit deployed around the airstrip. Approximately 100 civilians gathered at the airstrip to demonstrate against the visit. Demonstrators threw stones at the Malian army personnel, who fired their weapons, injuring four demonstrators. The Prime Minister called off his visit. Although Serval and MINUSMA ensured that the civilians who were wounded in the incident received prompt medical attention, one of the women died, on 5 December, in Bamako. On 16 December, five rockets or mortars exploded in the vicinity of the joint Serval-MINUSMA camp.
22. Operation Serval intervened four times in support of MINUSMA in situations of imminent and serious threat. At Tessalit, on 23 October, following the asymmetric attack against MINUSMA, Serval provided immediate support through the medical evacuation of six wounded peacekeepers and the defusing of residual explosive devices. Serval also helped with the response to attacks on MINUSMA in Ménaka on three occasions in November. Two incidents involved attempts by armed groups to gain access to MINUSMA premises, and a third was in response to an attack on MINUSMA in Ti-n-Anzarargane.
23. The preliminary agreement provides, inter alia, for the cantonment of armed groups as a first step, pending a broader disarmament, demobilization and reintegration process in the context of a comprehensive peace settlement. The current cantonment process serves as an interim stabilization measure, but important challenges persist. MNLA and HCUA, which claim to comprise between 7,000 and 10,000 members in total, have submitted to the Mixed Technical Commission on Security a list of 9,088 combatants for Kidal region alone. However, only 1,847 of those combatants have been listed for cantonment. An even smaller number is actually cantoned in three sites in Kidal region. Armed groups point to the prevailing insecurity in the north as a key factor preventing the cantonment of more combatants.
24. MINUSMA supports the cantonment process at the strategic and technical levels. In addition to providing logistical support, food and water to MNLA and HCUA combatants in the three existing cantonment sites, MINUSMA is helping the Government to design a cantonment strategy in order to better define the scope of the process and eventual transition towards the necessary disarmament, demobilization and reintegration. The Mission is also identifying sources of funding to enhance logistical support to the existing cantonment sites as well as the possible establishment of eight additional sites, including for combatants of the Mouvement arabe de l’Azawad and Coordination des mouvements et forces patriotiques de résistance. In addition to material and technical support, MINUSMA is also advocating for the implementation of community-based initiatives to accompany the process and sustain a peaceful environment in the communities adjacent to cantonment sites.
(...)
(Source/bron: Report of the Secretary-General on the situation in Mali, United Nations Security Council, 2 January 2014)
Zie ook: Nederlandse missie in Mali
Voor 'kleine nieuwtjes' over Mali, volg mij op Twitter: @hdevreij
vrijdag 3 januari 2014
Vertrek eerste Nederlandse militairen naar Mali
De eerste Nederlandse militairen vertrekken op maandag 6 januari vanaf Amsterdam Airport Schiphol naar Mali. Deze militairen, voornamelijk genisten, zullen de komst voorbereiden van de hoofdmacht, die naar verwachting in maart naar Mali vertrekt om te worden ingezet voor de United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA).
Deze eerste groep bestaat uit 14 militairen. Zij zullen het Nederlandse kampement in Gao, waaronder werk- en slaapverblijven, opbouwen. Ook zorgen zij ervoor dat logistiek, infrastructuur en materieel gereed is op het moment dat de militairen van de Nederlandse hoofdmacht in Mali arriveren.
Op verzoek van de VN besloot Nederland eind vorig jaar ongeveer 380 personen – voornamelijk militairen - in te zetten voor MINUSMA. Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat, zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 specialisten voor de politiecomponent en ongeveer 220 militairen voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Naast special forces en analisten, worden hiervoor sensorcapaciteit, onbemande systemen en 4 Apache-gevechtshelikopters ingezet. 128 militairen zorgen voor ondersteuning. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed.
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse
bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie.
(ministerie van Defensie, 3 januari 2014)
Zie ook: Nederlandse missie in Mali
Deze eerste groep bestaat uit 14 militairen. Zij zullen het Nederlandse kampement in Gao, waaronder werk- en slaapverblijven, opbouwen. Ook zorgen zij ervoor dat logistiek, infrastructuur en materieel gereed is op het moment dat de militairen van de Nederlandse hoofdmacht in Mali arriveren.
Op verzoek van de VN besloot Nederland eind vorig jaar ongeveer 380 personen – voornamelijk militairen - in te zetten voor MINUSMA. Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat, zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 specialisten voor de politiecomponent en ongeveer 220 militairen voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Naast special forces en analisten, worden hiervoor sensorcapaciteit, onbemande systemen en 4 Apache-gevechtshelikopters ingezet. 128 militairen zorgen voor ondersteuning. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed.
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse
bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie.
(ministerie van Defensie, 3 januari 2014)
Zie ook: Nederlandse missie in Mali
donderdag 26 december 2013
Nederlandse missie in Mali
Officiële naam
Republiek Mali / République du Mali
Oppervlakte
1.240.192 km² (ruim 30 keer Nederland)
Hoofdstad
Bamako
Inwoner
Malinees (m), Malinese (v)
Aantal inwoners
Circa 15 miljoen
Inkomen per inwoner per jaar
$ 700 (NL: $ 50.300)
Talen
Frans, Bamakan en andere Mandétalen
Gemiddelde levensverwachting
51,8 jaar (NL: 80,1 jaar)
Munteenheid
CFA-franc (XOF)
Bevolking
Bambara (32%), Fulani of Peul (14%), Senufo (12%), Soninke (9%), Touareg (7%), Songhai (7%) en de Malinke of Mandingo, Mandinke (7%). Ongeveer 10% van de bevolking leeft als nomaden.
Religie
Islamitisch 80 % , traditionele godsdiensten 9%, christendom 1,2%. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie.
Geografie
Mali bestaat voor 70% uit woestijn of semiwoestijn. In het zuidwesten liggen enkele grote rivieren, namelijk de Niger, Sénégal en de Bani.
Klimaat
Het noorden van het land heeft een woestijnklimaat en er is praktisch het hele jaar geen regenval. Het regenseizoen in het zuiden is van mei tot oktober.
Economie
Terwijl het noorden alleen door het woestijnvolk van de Touareg bewoond wordt, leeft 90% van de overwegend islamitische bevolking in het zuiden. Het aantal emigranten naar de buurlanden is door de in Mali heersende armoede zeer groot. Voor meer dan 80% van de bevolking is de landbouw de basis van het bestaan. Ook nomadische veeteelt in de Sahelzone en visserij in de Nigerdelta zijn belangrijk de voedselvoorziening. De industriesector levert met de verwerking van agrarische producten 15% van het BNP. Mali heeft verschillende grondstoffen. Alleen zout en goud worden op grote schaal ontgonnen.
Achtergrond
Onrust
Na ruim 60 jaar Franse overheersing kreeg Mali in 1958 autonoom bestuur. Het nieuwe marxistisch georiënteerde bewind faalde economische groei te brengen en riep in 1967 de permanente revolutie uit die het land in chaos en geweld stortte. Een staatsgreep en opeenvolgende watertekorten en droogtes verergerde de situatie. In 1990 brak in het noorden van het land een opstand van de Toearegs uit die in eerste instantie naar onafhankelijkheid streefden. De Toearegrebellenbeweging Mouvement Populaire pour la Libération de l'Azawad bracht het Malinese leger enkele nederlagen toe.
Vredesverdrag
Na maanden vol strijd voorzag een vredesverdrag, het Pacte National, in een decentrale overheid, meer autonomie voor het noorden, economische ontwikkeling voor de regio's en het houden van vrije verkiezingen. Een definitieve vrede met de Toearegs bleef echter uit. In 1994 ontaardde het conflict in interne gevechten tussen verschillende Toearegstammen onderling, en tussen de Toearegs en de Songhaibevolking, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. In 1996 keerde de vrede terug in het noorden na een langdurig proces van verzoening tussen de verschillende stammen en bevolkingsgroepen.
21e eeuw
Na tien jaar vrede laaide de strijd in mei 2006 weer kort op. De Touaregs eisten de volledige uitvoering van het oorspronkelijke Pacte National uit 1992. Na de Libische burgeroorlog in 2011 keerden veel Touaregs die voor Qadhafi hadden gevochten zwaar bewapend terug naar Mali. Ze begonnen een veroveringstocht om het noorden van het land in te nemen. De regering en het leger konden hen niet de baas en, na maanden van ontevredenheid over leiding en uitrusting, pleegden soldaten een staatsgreep waarbij de president werd verjaagd. Na onderhandelingen met de Economic Community Of West African States (ECOWAS) werd een overgangsregime geïnstalleerd. In januari 2013 zetten de rebellen opnieuw een offensief naar het zuiden in.
Franse interventie
De situatie in het noorden van het land verslechterde zo snel, dat Frankrijk (op aanvraag van Mali) besloot tot militair ingrijpen. Vanaf Franse bases in Mali voerde het Franse leger op vrijdag 11 januari 2013 luchtaanvallen uit op de rebellen. Het tegenoffensief dat met ‘Operatie Serval’ werd ingezet, was succesvol. De rebellen werden teruggedreven naar het noorden. Door snelle interventie door Frankrijk, unaniem gesteund door de VN Veiligheidsraad, kon de territoriale integriteit van Mali hersteld worden. Nu moesten de democratie en de grondwettelijke orde in het land hervonden worden.
Verkiezingen
Verkiezingen in juli 2013 verliepen naar omstandigheden goed. Het verzoeningsproces is gestart. De vraag is in hoeverre de situatie echt stabiel is. Nog streven groepen Touaregs naar onafhankelijkheid. Ook waren er verschillende aanslagen in noordelijke steden.
MINUSMA
Internationaal was de bezorgdheid over de crisis in Mali groot.
December 2012: De VN Veiligheidsraad besluit een African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te autoriseren.
Februari 2013: de EU richt een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). 25 april 2013: de VN Veiligheidsraad richt de opvolger van AFISMA op. Met resolutie 2100 zag de ‘VN multidimensionele geïntegreerde stabilisatiemissie in Mali’ (MINUSMA) vredesmacht het licht.
1 juli 2013: MINUSMA neemt taken van het huidige VN-kantoor in Mali, UNOM, AFISMA en de ECOWAS-vredesmacht over. Verder werkt de missie, met name op logistiek en administratief vlak, ook samen met de United Nations Mission in Liberia (UNMIL) en de , United Nations Operation in Côte d'Ivoire (UNOCI), die in respectievelijk Liberia en Ivoorkust opereren. De sterkte van de missie wordt opgebouwd naar uiteindelijk 12.600 man.
Hoofddoelstellingen
MINUSMA kreeg een mandaat van twaalf maanden met volgende hoofddoelstellingen mee:
1. De belangrijkste bevolkingscentra stabiliseren en meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag over heel het land
2. De uitvoering van het overgangsplan van de regering, inclusief de dialoog en verkiezingen, ondersteunen
3. De bevolking en VN-personeel beschermen
4. De mensenrechten bevorderen
5. De levering van noodhulp ondersteunen
6. Het cultureel erfgoed van Mali helpen beschermen
7. Inspanningen om oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen ondersteunen
8. Er is een Europese trainingsmissie, EUTM, om de Malinese veiligheidsdiensten op te leiden en te adviseren.
Operatie Serval
De Franse operatie ‘Serval’ zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA zullen worden afgeslankt, maar als parallel force (militaire escalatiemacht) beschikbaar blijven. Over de precieze vorm en uitvoering van deze steun zijn afspraken gemaakt met de VN.
Nederlandse bijdrage aan MINUSMA
Nederland levert een bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.
Doel
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.
Overwegingen
Het is (mede) in Nederlands belang te voorkomen dat deze kwetsbare regio (vlakbij de zuidgrens van Europa) nog verder destabiliseert. Op verzoek van de VN heeft Nederland besloten een bijdrage te leveren aan MINUSMA. Deelname aan deze missie dient verschillende Nederlandse belangen waaronder de volgende:
• Een instabiel en ongecontroleerd noorden van Mali is een potentiële broedplaats voor gewelddadig extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan de rand van Europa. De dreiging die daar van uitgaat beperkt zich niet tot de eigen regio, maar kan ook Europa en Nederland raken (terrorisme, drugs/wapens, illegale migratie).
• De humanitaire situatie in het noorden van Mali is schrijnend. Burgers, vooral in het noorden, moeten worden beschermd tegen geweld, onrechtvaardigheid en armoede.
• Noord-Afrika is voor Nederland en andere Europese landen een belangrijke handelspartner voor grondstoffen en energiebronnen. Instabiliteit Mali en Sahel brengt bereikbaarheid en beschikbaarheid daarvan in gevaar.
• Mali heeft de internationale gemeenschap expliciet om hulp gevraagd. Er is daarnaast een duidelijke en breed gedragen mandaat voor het VN-optreden in Mali. De VN heeft Nederland verzocht om een bijdrage aan MINUSMA. Met deze bijdrage komt Nederland tegemoet aan een kritieke behoefte van MINUSMA.
• Mali wil en kan in zekere mate zelfredzaam zijn. De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en steun bij verkiezingen zijn haalbaar. Dit biedt kansen, want hiermee ligt er een basis voor duurzame wederopbouw en een politiek-sociaal contract met het noorden.
• Nederland levert een integrale, herkenbare bijdrage aan een geïntegreerde VN-missie, waarbij aansluiting kan en zal worden gezocht met de bilaterale inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft een sterke uitgangspositie in Mali: we beschikken als betrouwbare en neutrale ontwikkelingspartner over de nodige kennis, ervaring en contacten.
• Nederland is sterk gebaat bij internationale samenwerking. Met deze bijdrage dragen we medeverantwoordelijkheid voor internationale veiligheid, stabiliteit en een functionerende rechtsorde. Een waardevolle en zichtbare bijdrage aan MINUSMA dient de internationale belangen van Nederland op de middellange termijn.
Inlichtingen MINUSMA
Het commando van de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) bevindt zich op het hoofdkwartier (HQ) van MINUSMA te Bamako. Hier stuurt ASIFU de inlichtingenoperatie aan, coördineert de informatiestromen en analyseert en integreert de verzamelde informatie en inlichtingen tot inlichtingenproducten.
Belang inlichtingen
De operatie is sterk afhankelijk van inlichtingen. Deze inlichtingen dienen als basis voor de planning van en besluitvorming rond operaties door de militaire commandant van de missie. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in het garanderen van de veiligheid voor de ingezette eenheden.
In het veld
In de sectorhoofdkwartieren (SHQ) van MINUSMA, respectievelijk te Timboektoe en Gao, bevinden zich de operationele onderdelen van de ASIFU. Deze onderdelen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen en verwerken van de gegevens uit hun sector tot inlichtingenproducten voor enerzijds het HQ in BAMAKO en anderzijds de MINUSMA-brigades van de sector waarin zij zich bevinden.
Verschillende domeinen
De inlichtingen benodigd voor MINUSMA beperken zich niet tot inlichtingen over de opstandige en gewapende groeperingen. Om een geïntegreerd beeld te scheppen focust ASIFU op inlichtingen in de domeinen Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Infrastructuur en Informatie.
Nederlandse inlichtingenbijdrage MINUSMA
Delen van het Nederlandse Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) worden voor MINUSMA ontplooid voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen. In Gao komt een Nederlandse ASIFU-compagnie van circa 50 personen. Voor het verkrijgen van inlichtingen wordt een human terrain team uitgezonden. Daarnaast levert het JISTARC een eenheid met de ScanEagle en Raven unmanned aerial vehicles voor het verzamelen van beeldinformatie. De ASIFU-compagnie ontvangt ook informatie vanuit de Nederlandse special operations forces die in het veld verkenningen uitvoeren en van de Apache helikopters met speciale sensoren die Nederland in Gao stationeert.
| Vliegveld en militaire basis in Gao (foto RFI) |
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 man voor de politiecomponent en ongeveer 220 man voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft analisten, verkenners en een detachement met vier Apache gevechtshelikopters. Voor de ondersteuning zijn voorts 128 militairen nodig. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed. Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning. De bijdrage aan MINUSMA past goed binnen de bilaterale ontwikkelingsinspanningen van Nederland, in het bijzonder het programma Veiligheid en Rechtsorde. Dit programma richt zich vooral op de ondersteuning van het Malinese justitieapparaat. Daarnaast zal worden gekeken hoe het programma kan worden toegesneden op de politiecomponent van MINUSMA. Het streven is om de Nederlandse bijdrage aan de politiecomponent in te zetten in de regio Gao, waar ook het Veiligheid en Rechtsorde programma actief is.
![]() |
| Infographic: ministerie van Defensie |
Inzet tot 2015
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf midden 2016.
Tijdens MINUSMA voeren special operations forces (SOF) eenheden verkenningen uit. Door het vergaren van inlichtingen draagt SOF bij aan de verbetering van de informatiepositie van de missie. Daarnaast kan de SOF-eenheid ook onbeperkte Direct Action-taken uitvoeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontmantelen van verdekte wapenopslagplaatsen, het creëren van Freedom of Movement voor VN-eenheden en het oppakken van opponenten die zich bezighouden met het fabriceren van Improvised Explosive Devices (IED’s).
Nederlandse SOF
De Nederlandse SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen en de maritieme SOF (NLMARSOF) van het Korps Mariniers. SOF bestaan uit speciaal opgeleid personeel dat onder alle (klimatologische) omstandigheden en zeer snel kan worden ingezet. Inzet van SOF kan heimelijk of openlijk plaatsvinden, met een kleine eenheid of een robuuste capaciteit en vindt vooral plaats in gebieden die niet (volledig) onder controle zijn. De kerntaken van SOF zijn Special Reconnaissance (speciale verkenningen), Military Assistance (bijdrage aan opbouw lokaal veiligheidsapparaat) en Direct Action (offensieve operaties)
Gao
De Nederlandse SOF-eenheid bevindt zich in Gao, onder directe aansturing van de militaire commandant in het MINUSMA hoofdkwartier in Bamako. Om de aansturing goed te laten verlopen plaatst Nederland hier ook een SOF plannings- en liaisonelement.
Taken
De Nederlandse SOF-eenheden voeren primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij de SOF-eenheden informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden. Direct Action-taken worden niet uitgesloten. Daarnaast is de eenheid in staat om Military Assistance uit te voeren door samen te werken met Malinese speciale eenheden.
Opzet SOF-operatie
De operationele kern wordt gevormd door drie SOF-ploegen, in totaal zo’n 90 personen. Een staf zorgt voor de planning en aansturing van de operaties. Verder gaan o.a. een team verkenners, een groep mortieren (3 stuks 81mm), twee personen van Elektronische Oorlogsvoering, een medisch team, een team van de Explosieven OpruimingsDienst Defensie, verbindings-, onderhouds- en logistiek personeel mee. Ook moet in noodgevallen kunnen worden teruggegrepen op ondersteuning in de vorm van een Quick Reaction Force of Close Air Support en, in voorkomend geval, een medische evacuatie.
Materieel
De SOF-eenheid beschikt over verschillende voertuigen, waaronder de Bushmaster, de Fennek, de Mercedes Benz (MB) G280 CDI en de quad. De Bushmaster is een licht gepantserd voertuig en biedt bescherming tegen klein kaliber wapens, mijnen en IED’s. De MB is het standaard tactische wielvoertuig waarmee SOF opereert. De Quad maakt, vanwege de terreinvaardigheid deel uit van het operationele concept van SOF. Het verkenningsteam werkt met de Fennek, een tactisch wielverkenningsvoertuig.
![]() |
| Fennek.. Links .50 mitrailleur, rechts sensormast (foto Defensie) |
![]() |
| Mercedes-Benz G280 CDI met .50 en 7,62mm mitrailleurs |
Apaches
Nederland draagt onder andere bij aan MINUSMA bij door het leveren van 4 Apache AH-64 gevechtshelikopters.
MINUSMA
De Apache helikopters vallen gedurende de inzet voor MINUSMA rechtstreeks onder de militaire commandant van MINUSMA. Deze commandant wijst dus taken toe aan de eenheid. Hierbij kan gedacht worden aan: uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, Show of force en het leveren van vuursteun voor grondeenheden.
![]() |
| Apache (foto Defensie) |
Opereren vanuit Gao
Door de Nederlandse eenheden centraal te laten opereren vanuit Gao zullen de Apache’s een groot aandeel hebben bij het verzamelen van gegevens voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dit gebeurt binnen het Sectorhoofdkwartier te Gao, gezamenlijk met de aanwezige special operations forces. Indien noodzakelijk kunnen de gevechtshelikopters, conform afspraken met MINUSMA, ingezet worden voor de bescherming en ondersteuning van Nederlandse eenheden in het gebied.
Kenmerken
Naast verkenningstaken met zijn sensoren is de geavanceerde gevechtshelikopter geschikt voor gevechtstaken. Deze taken kunnen zowel bij dag als nacht worden uitgevoerd. Ook zijn Apaches zeer geschikt voor escort/beveiligingstaken (zowel voor helikopters als grondeenheden). Bovendien biedt de constructie en uitrusting een zekere bescherming tegen klein kaliber wapens en hittezoekende luchtdoelraketten. De verscheidenheid aan bewapening die de Apache rijk is, heeft in een dreigende situatie een de-escalerend effect. Als wapens toch moeten worden ingezet kan dit met grote precisie en met een geringe kans op nevenschade. Apaches treden altijd op in tweetallen om wederzijdse steun te garanderen.
![]() |
| Gao (foto MINUSMA) |
(Bron tekst: ministerie van Defensie, december 2013)
Niet genoemd in het artikel: het personeel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) dat een centrale rol speelt bij het vergaren en analyseren van inlichtingen.
Websites MINUSMA:
Lokale VN-site (alleen in het Frans): http://minusma.unmissions.org/
Site VN-New York http://www.un.org/en/peacekeeping/missions/minusma/
Mali Newstrackers:
Google Nieuws (Nederlands)
NewsNow (Engels)
Yahoo! Actualités (Frans)
Het weer in Gao
Labels:
commando's,
Gao,
inlichtingen,
JISTARC,
KCT,
Mali,
mariniers,
MARSOF,
MINUSMA,
MIVD,
Verenigde Naties
zaterdag 14 december 2013
Nederlandse bijdrage aan VN-missie in Mali
Op verzoek van de Verenigde Naties zet Nederland bijna 400 man in voor de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA) in het Afrikaanse Mali. Het merendeel van de bijdrage bestaat uit militairen. De operatie moet de veiligheid en stabiliteit in het land herstellen en de burgerbevolking beschermen. De uitzending is in principe tot medio 2015.
Inlichtingen verzamelen
De operationele kern op de grond wordt gevormd door 3 ploegen militairen afkomstig van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers. In het oostelijk gelegen Gao voeren deze zogenoemde special operations forces primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij zij informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden.
Ze hebben een stevig mandaat en mogen optreden wanneer ze terechtkomen in een gevechtssituatie. Daarnaast krijgen ze specifieke opdrachten, zoals het ontmantelen van verborgen wapenopslagplaatsen en het oppakken van strijders die geïmproviseerde explosieven fabriceren. De eenheden beschikken over verschillende voertuigen, waaronder de licht gepantserde Bushmaster, het tactisch wielvoertuig Mercedes Benz en het tactische wielverkenningsvoertuig Fennek.
Militaire specialisten
De commandant van MINUSMA stuurt de Nederlandse special operations forces aan vanuit het hoofdkwartier in Bamako. Om dat soepel te laten verlopen, gaan er ook stafmilitairen mee voor de planning. Verder stuurt Defensie militaire specialisten naar Mali voor onder meer elektronische oorlogsvoering, het ruimen van explosieven, verbindingen, logistiek en medische handelen.
Apache-gevechtshelikopters
Defensie levert ook 4 Apache-gevechtshelikopters, waarover de commandant van MINUSMA zeggenschap heeft. De toestellen worden ingezet voor het uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, show of force en het leveren van vuursteun. Daarnaast hebben de Apaches een groot aandeel bij het verzamelen van inlichtingen.
Coördinatie en analyse
Het hoofdkwartier in Bamako huisvest de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU). Dit commando stuurt de inlichtingenoperatie van MINUSMA aan. De eenheid coördineert en analyseert het totaal van informatiestromen. Dit resultaat wordt verwerkt tot praktisch bruikbare inlichtingenproducten. MINUSMA is hiervan sterk afhankelijk, want deze dienen als basis bij de besluitvorming van militaire operaties. Nederland plaatst een aantal functionarissen op het hoofdkwartier om deze processen te begeleiden.
Nederlandse ASIFU-compagnie
De ASIFU krijgt operationele onderdelen in Timboektoe en Gao, op de sectorhoofdkwartieren. Deze onderdelen verzamelen, analyseren de gegevens uit hun sector. De inlichtingenproducten die dit oplevert gaan naar het hoofdkwartier in Bamako en de MINUSMA-brigades in de betreffende sector. In Gao verzamelt een 50-koppige Nederlandse ASIFU-compagnie informatie door middel van een onbemand verkenningsvliegtuig en de inzet van een human terrain team in de omgeving van Gao. Deze informatie wordt tezamen met de informatie van de Nederlandse commando’s en mariniers en Apache’s geanalyseerd en doorgestuurd naar het hoofdkwartier in Bamako.
Malinese politie
Naast de militairen gaan er 30 politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen mee naar Mali. Zij richten zich onder meer op het trainen van de Malinese politie, het ontwikkelen van de rechtsstaat en het hervormen van de veiligheidssector.
Achtergrond Mali
Het noorden van Mali was een broedplaats geworden van extremisten en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen. De VN-inzet moet een terugkeer naar deze situatie voorkomen. Mali ligt op een kruispunt van smokkelroutes voor drugs, wapens en illegale migratie die naar de Middellandse Zee leiden. De opbrengsten hiervan zijn een belangrijke financieringsbron van terrorisme.
Nederland heeft als handelsnatie belang bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. Maar ook solidariteit met de Malinese burgerbevolking was een belangrijke overweging om aan de missie deel te nemen. Zij is hard getroffen door armoede, onveiligheid en schendingen van mensenrechten.
(ministerie van Defensie)
Voor een overzicht van artikelen in de media over de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali, zie http://www.scoop.it/t/mali-by-hans-de-vreij
Inlichtingen verzamelen
De operationele kern op de grond wordt gevormd door 3 ploegen militairen afkomstig van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers. In het oostelijk gelegen Gao voeren deze zogenoemde special operations forces primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij zij informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden.
![]() |
| Gao (foto MINUSMA) |
Militaire specialisten
De commandant van MINUSMA stuurt de Nederlandse special operations forces aan vanuit het hoofdkwartier in Bamako. Om dat soepel te laten verlopen, gaan er ook stafmilitairen mee voor de planning. Verder stuurt Defensie militaire specialisten naar Mali voor onder meer elektronische oorlogsvoering, het ruimen van explosieven, verbindingen, logistiek en medische handelen.
Apache-gevechtshelikopters
Defensie levert ook 4 Apache-gevechtshelikopters, waarover de commandant van MINUSMA zeggenschap heeft. De toestellen worden ingezet voor het uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, show of force en het leveren van vuursteun. Daarnaast hebben de Apaches een groot aandeel bij het verzamelen van inlichtingen.
Coördinatie en analyse
Het hoofdkwartier in Bamako huisvest de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU). Dit commando stuurt de inlichtingenoperatie van MINUSMA aan. De eenheid coördineert en analyseert het totaal van informatiestromen. Dit resultaat wordt verwerkt tot praktisch bruikbare inlichtingenproducten. MINUSMA is hiervan sterk afhankelijk, want deze dienen als basis bij de besluitvorming van militaire operaties. Nederland plaatst een aantal functionarissen op het hoofdkwartier om deze processen te begeleiden.
Nederlandse ASIFU-compagnie
De ASIFU krijgt operationele onderdelen in Timboektoe en Gao, op de sectorhoofdkwartieren. Deze onderdelen verzamelen, analyseren de gegevens uit hun sector. De inlichtingenproducten die dit oplevert gaan naar het hoofdkwartier in Bamako en de MINUSMA-brigades in de betreffende sector. In Gao verzamelt een 50-koppige Nederlandse ASIFU-compagnie informatie door middel van een onbemand verkenningsvliegtuig en de inzet van een human terrain team in de omgeving van Gao. Deze informatie wordt tezamen met de informatie van de Nederlandse commando’s en mariniers en Apache’s geanalyseerd en doorgestuurd naar het hoofdkwartier in Bamako.
Malinese politie
Naast de militairen gaan er 30 politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen mee naar Mali. Zij richten zich onder meer op het trainen van de Malinese politie, het ontwikkelen van de rechtsstaat en het hervormen van de veiligheidssector.
Achtergrond Mali
Het noorden van Mali was een broedplaats geworden van extremisten en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen. De VN-inzet moet een terugkeer naar deze situatie voorkomen. Mali ligt op een kruispunt van smokkelroutes voor drugs, wapens en illegale migratie die naar de Middellandse Zee leiden. De opbrengsten hiervan zijn een belangrijke financieringsbron van terrorisme.
Nederland heeft als handelsnatie belang bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. Maar ook solidariteit met de Malinese burgerbevolking was een belangrijke overweging om aan de missie deel te nemen. Zij is hard getroffen door armoede, onveiligheid en schendingen van mensenrechten.
(ministerie van Defensie)
Voor een overzicht van artikelen in de media over de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali, zie http://www.scoop.it/t/mali-by-hans-de-vreij
donderdag 14 november 2013
Defensiekrant: 'Krijgsmacht maakt zich klaar voor Mali'
Nederland levert op verzoek van de Verenigde Naties ongeveer 380 man voor de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA). Deze VN-missie helpt de Malinese overheid haar gezag over heel Mali te herstellen en de criminaliteit en terrorisme een halt toe roepen. De inzet is voorlopig gepland tot eind 2015 en naar verwachting arriveren de eerste eenheden eind dit jaar.
De Nederlandse bijdrage bestaat voor het grootste deel uit militairen. Zij zullen in de omgeving van Gao vooral inlichtingen verzamelen, verwerken en analyseren. Naast special forces beschikt het Nederlandse detachement over sensor-capaciteit, onbemande systemen en vier Apache gevechtshelikopters. “Zo zijn we de ogen en oren van de VN, die hierdoor effectiever kan optreden”, lichtte minister Hennis Plasschaert toe. De Apaches worden overigens ook ingezet ter afschrikking en om het Nederlands personeel te beschermen.
Op het moment dat deze Defensiekrant werd gemaakt, voerden Defensiemedewerkers in Mali en bij de VN in New York gesprekken om concrete afspraken te maken. Doel is de komst van de Nederlandse militairen verder voor te bereiden. Begin december spreekt de Tweede Kamer verder over deze nieuwe missie.
Inlichtingenmissie
De Nederlandse analisten worden gestationeerd op de hoofdkwartieren in Bamako en Gao. De langeafstandverkenners (special forces) opereren in het veld. Volgens minister Hennis vult de inzet van Nederlandse troepen een duidelijke inlichtingenbehoefte in. “Maar dat betekent niet dat onze militairen niet in een gevechtssituatie terecht kunnen komen. Ook dan kunnen ze optreden. Het zijn robuuste eenheden en ze hebben een stevig mandaat.” De special forces kunnen specifieke opdrachten krijgen zoals het ontmantelen van wapendepots en het verrichten van arrestaties.
Malinese agenten
Naast militairen gaan politiefunctionarissen en civiele deskundigen mee. Zij richten zich onder meer op het trainen van de Malinese politie, het ontwikkelen van de rechtsstaat en het hervormen van de veiligheidssector. Deze bijdrage sluit goed aan op de Nederlandse inspanningen voor ontwikkelingssamenwerking die op dit moment al plaatsvinden in Mali.
Broedplaats
Het noorden van Mali was lange tijd broedplaats van extremisten en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen. De VN-inzet moet een terugkeer naar deze situatie definitief voorkomen. Mali ligt op een kruispunt van smokkelroutes voor drugs, wapens, mensenhandel en illegale migratie naar de landen rond de Middellandse Zee. De opbrengsten hiervan zijn een belangrijke financieringsbron van terrorisme.
Met deelname aan MINUSMA wil Nederland voorkomen dat dicht bij huis onbeheersbare situaties ontstaan. De handelsnatie heeft baat bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. Maar ook solidariteit met de Malinese burgerbevolking is een overweging voor deelname aan Minusma. Zij is hard getroff en door armoede, onveiligheid en mensenrechtenschendingen. Bijdragen aan versterking van overheidsstructuren die de bevolking gelijke kansen en rechten bieden is daarom belangrijk.
(Defensiekrant, 14 november 2013)
De Nederlandse bijdrage bestaat voor het grootste deel uit militairen. Zij zullen in de omgeving van Gao vooral inlichtingen verzamelen, verwerken en analyseren. Naast special forces beschikt het Nederlandse detachement over sensor-capaciteit, onbemande systemen en vier Apache gevechtshelikopters. “Zo zijn we de ogen en oren van de VN, die hierdoor effectiever kan optreden”, lichtte minister Hennis Plasschaert toe. De Apaches worden overigens ook ingezet ter afschrikking en om het Nederlands personeel te beschermen.
Op het moment dat deze Defensiekrant werd gemaakt, voerden Defensiemedewerkers in Mali en bij de VN in New York gesprekken om concrete afspraken te maken. Doel is de komst van de Nederlandse militairen verder voor te bereiden. Begin december spreekt de Tweede Kamer verder over deze nieuwe missie.
Inlichtingenmissie
De Nederlandse analisten worden gestationeerd op de hoofdkwartieren in Bamako en Gao. De langeafstandverkenners (special forces) opereren in het veld. Volgens minister Hennis vult de inzet van Nederlandse troepen een duidelijke inlichtingenbehoefte in. “Maar dat betekent niet dat onze militairen niet in een gevechtssituatie terecht kunnen komen. Ook dan kunnen ze optreden. Het zijn robuuste eenheden en ze hebben een stevig mandaat.” De special forces kunnen specifieke opdrachten krijgen zoals het ontmantelen van wapendepots en het verrichten van arrestaties.
Malinese agenten
Naast militairen gaan politiefunctionarissen en civiele deskundigen mee. Zij richten zich onder meer op het trainen van de Malinese politie, het ontwikkelen van de rechtsstaat en het hervormen van de veiligheidssector. Deze bijdrage sluit goed aan op de Nederlandse inspanningen voor ontwikkelingssamenwerking die op dit moment al plaatsvinden in Mali.
Broedplaats
Het noorden van Mali was lange tijd broedplaats van extremisten en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen. De VN-inzet moet een terugkeer naar deze situatie definitief voorkomen. Mali ligt op een kruispunt van smokkelroutes voor drugs, wapens, mensenhandel en illegale migratie naar de landen rond de Middellandse Zee. De opbrengsten hiervan zijn een belangrijke financieringsbron van terrorisme.
Met deelname aan MINUSMA wil Nederland voorkomen dat dicht bij huis onbeheersbare situaties ontstaan. De handelsnatie heeft baat bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. Maar ook solidariteit met de Malinese burgerbevolking is een overweging voor deelname aan Minusma. Zij is hard getroff en door armoede, onveiligheid en mensenrechtenschendingen. Bijdragen aan versterking van overheidsstructuren die de bevolking gelijke kansen en rechten bieden is daarom belangrijk.
(Defensiekrant, 14 november 2013)
vrijdag 1 november 2013
Artikel 100-brief Nederlandse bijdrage aan VN-missie in Mali
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 1 november 2013
Betreft artikel 100-brief MINUSMA
Met deze brief informeren wij u, in overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet, over het besluit van het kabinet een Nederlandse bijdrage te leveren aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA)
Essentie
Het kabinet heeft naar aanleiding van een verzoek van de VN besloten de volgende bijdrage te leveren aan MINUSMA:
220 militairen voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft:
- 70 analisten en inlichtingenpersoneel voor de All Source Information Fusion Unit (ASIFU), werkzaam op en vanuit hoofdkwartieren in Bamako en Gao.
- Een verkenningseenheid van 90 militairen van de speciale eenheden (special forces) opererend vanuit Gao.
- Een detachement van 60 militairen met vier Apache gevechtshelikopters, gestationeerd op het vliegveld bij Gao.
- 128 militairen ter ondersteuning, werkzaam bij bovengenoemde eenheden. Ook een nationaal ondersteuningsdetachement maakt hiervan deel uit.
- Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning.
- 30 functionarissen voor de politiecomponent (maximaal 20 KMar functionarissen en tien politieagenten), bij voorkeur ondergebracht op dezelfde locaties als de Nederlandse militairen.
- Een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, hervorming van de veiligheidssector, gender en de bescherming van cultureel erfgoed. Het streven is deze ook in Gao en Bamako geplaatst te krijgen.
De VN begeleidt Mali op weg naar een functionerende overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land. De Nederlandse bijdrage van 368 militairen ondersteunt de VN in de eerste fase van de VN-missie en levert een specifieke bijdrage om de VN-missie op de rails te krijgen. Met deze bijdrage, gericht op een militaire niche-capaciteit, te weten inlichtingen en verkenningen, kan Nederland voorzien in een kritieke behoefte van de VN. De Nederlandse bijdrage vergroot de effectiviteit (en daarmee de kans op succes) van de missie aanzienlijk. Voor een land als Nederland, dat sterk gebaat is bij internationale samenwerking, is het belangrijk om in internationaal verband medeverantwoordelijkheid te dragen.
De inhoud van de militaire bijdrage worden bepaald door het streven een wezenlijke bijdrage te leveren aan het welslagen van deze missie. De omvang wordt mede bepaald door de wens een samenhangende, zelfredzame bijdrage te leveren, die maakt dat Nederlandse militairen uiteindelijk zo min mogelijk afhankelijk zijn van anderen voor het uitvoeren van hun taken en voor hun bescherming. Anders dan in het verleden, bijvoorbeeld in Uruzgan en Srebrenica, dragen de Nederlandse militairen geen gebiedsverantwoordelijkheid.
De Nederlandse bijdrage wordt in beginsel geleverd tot eind 2015, ervan uitgaande dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Halverwege 2015 zal het kabinet een tussentijdse evaluatie opstellen. Mede op grond van deze evaluatie zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf eind 2015.
De complexe problematiek in Mali vraagt om een geïntegreerde (‘3D’-)benadering. Interventies op het gebied van veiligheid, rechtsorde, het versterken van overheidsstructuren, sociaaleconomische ontwikkeling en bevordering van het politieke proces moeten in onderlinge samenhang worden uitgevoerd. Door samenhang tussen de Nederlandse inzet in MINUSMA en het bilaterale ontwikkelingsprogramma wordt het geïntegreerde karakter van de Nederlandse inspanningen verder versterkt.
Met inachtneming van het toetsingskader wordt hieronder achtereenvolgens ingegaan op gronden voor deelneming, de ontwikkelingen in Mali, de organisatie van MINUSMA, de operationele aspecten van de Nederlandse inzet en financiën.
Gronden voor deelneming
Deelneming aan deze VN-missie dient verscheidene Nederlandse belangen. Nederland heeft belang bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. In de recent uitgebrachte Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) kondigt het kabinet aan bij de verwezenlijking van deze strategische doelstellingen de aandacht vooral te richten op instabiele regio’s in de nabijheid van Europa. De Sahel in Afrika is zo’n regio. Op dit moment is er sprake van verschuivende machtsverhoudingen waarbij de Verenigde Staten zich meer dan voorheen richten op Azië. Europa, en daarmee Nederland, zal zijn belangen in toenemende mate zelfstandig moeten behartigen, zeker in de directe nabijheid. Europa zal zelf moeten voorkomen dat er dicht bij huis een onbeheersbare situatie ontstaat. Daarbij is het van belang de problemen in landen van oorsprong aan te pakken en niet te wachten tot ze overslaan naar Europa en Nederland.
De problematiek in Mali kent een sterke regionale dimensie. Het internationale terrorisme en de criminele netwerken gaan landsgrenzen ver te buiten. De combinatie van het ontbreken van effectief en legitiem staatsgezag, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme dreigt niet alleen Mali, maar ook de toch al fragiele regio aan de zuidgrens van Europa verder te destabiliseren.
Het noorden van Mali is een broedplaats geworden van extremisme en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen en het voorbereiden en uitvoeren van terroristische aanslagen. Dit wordt geïllustreerd door de aanslagen op een Algerijns gascomplex (januari 2013) en een uraniummijn in Niger (mei 2013). Deze werden gepleegd door een splinterbeweging van Al Qaeda in the Islamic Maghreb (AQIM) die vanuit Mali opereerde.
Mali ligt van oudsher op een kruispunt van smokkelroutes. Deze lopen vanuit Zuid-Amerika naar Europa, waar ze aansluiten op Europese criminele netwerken, of naar oostelijk of zuidelijk Afrika. Via deze routes worden drugs en wapens verhandeld en gesmokkeld. Daarnaast is Mali inmiddels een belangrijk verzamelpunt in Afrika op de zuid-noord route voor mensenhandel en illegale migratie. Via de grote, ongecontroleerde ruimte in noord-Mali vinden mensen en goederen via onder andere Niger hun weg naar Libië en de kust van de Middellandse Zee. Opbrengsten uit deze activiteiten en losgeld dat naar aanleiding van ontvoeringen wordt betaald, vormen ook een belangrijke financieringsbron van terroristische activiteiten. Verdere destabilisering van deze kwetsbare regio zal de aanwas van de stroom van migranten tot gevolg hebben die vanuit en via de Sahel Europa proberen te bereiken.
Solidariteit met de burgerbevolking van Mali vormt een andere belangrijke overweging die ten grondslag ligt aan het kabinetsbesluit. De Malinese bevolking wordt hard getroffen door de armoede, instabiliteit, onveiligheid en de mensenrechtenschendingen als gevolg van de crisis in het land. De crisis heeft geleid tot 350.000 ontheemden en 170.000 vluchtelingen. Artikel 90 van de Nederlandse Grondwet stelt dat de regering de internationale rechtsorde bevordert, waarbij het waarborgen van mensenrechten nadrukkelijk een rol speelt. Deelneming aan MINUSMA sluit ook aan bij de actieve rol die Nederland speelt in de internationale discussie over het grote belang van ‘human security’.
Een bijdrage aan MINUSMA is in overeenstemming met ons langdurige partnerschap met Mali op het terrein van ontwikkeling en biedt de mogelijkheid om in samenhang met het bilaterale OS-programma de effectiviteit van de totale Nederlandse inspanningen een impuls te geven.
Voorts is het in economisch perspectief van belang de grondstoffen en energiebronnen in de regio bereikbaar en beschikbaar te houden voor de industrie en handel. Hiermee is onder andere de positie van de Nederlandse havens gemoeid. Noord-Afrika is voor Nederland een belangrijke grondstoffenpartner. In West-Afrika is Nederland gemiddeld de vijfde handelspartner.
MINUSMA
Resolutie 2100 (april 2013) vormt de basis voor MINUSMA. De missie heeft eenbreed en geïntegreerd mandaat gekregen, voor een initiële periode van twaalf maanden (tot 30 juni 2014). Het is waarschijnlijk dat de VN Veiligheidsraad de missie enige jaren in stand houdt. Centrale doelstellingen zijn de stabilisering van belangrijke bevolkingscentra, steun voor het herstel van het staatsgezag in heel Mali, bemiddeling bij politieke dialoog en verzoening, steun bij de organisatie van verkiezingen, bescherming van burgers en ondersteuning bij humanitaire hulp. Van belang zijn ook de doelstellingen om te helpen oorlogsmisdaden te bestraffen en cultureel erfgoed te beschermen. Om de doelstellingen te bereiken, met uitzondering van de bemiddeling bij dialoog, verzoening en verkiezingen, mag de missie op basis van hoofdstuk VII van het VN Handvest alle noodzakelijke middelen inzetten. Een unicum in het mandaat is de aanwijzing van Frankrijk als militaire escalatiemacht (parallel force). Frankrijk is in resolutie 2100 geautoriseerd om MINUSMA te ondersteunen: “to intervene in support of elements of MINUSMA when under imminent and serious threat”. De precieze uitvoering van deze afspraak is vastgelegd in een technische overeenkomst tussen Frankrijk en de VN. Hierin is onder meer bepaald dat de Force Commander van MINUSMA namens de Secretaris-Generaal van de VN de hulp van de Franse troepen direct kan inroepen. De verkleining van operatie Serval heeft geen invloed op deze overeenkomst.
Geleerde lessen uit het verleden, zoals de noodzaak om robuust te kunnen optreden en te beschikken over een goede informatiepositie en een stevige inlichtingencapaciteit, zijn in het MINUSMA-mandaat verwerkt. De VN begeleidt Mali op weg naar een functionerende overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land. De Nederlandse bijdrage is erop gericht de VN in de eerste fase van de missie te ondersteunen. Nederland levert een specifieke militaire bijdrage om de VN-missie op de rails te krijgen, namelijk een integrale bijdrage aan de inlichtingencapaciteit. Deze is goed overdraagbaar aan andere landen, wanneer Nederland besluit de deelneming aan de missie te beëindigen.
Politiek
In januari 2012 brak opnieuw, na eerdere opstanden in de jaren zestig, negentig en in 2007, een Toeareg-rebellie uit in het noorden van Mali. Vervolgens werd op 22 maart 2012 president Touré afgezet door een groep militairen onder leiding van kapitein Amadou Sanogo, uit onvrede over de zwakke positie van het leger dat niet was toegerust om de opstand te bestrijden. Mede door het onvermogen van de overheid om het staatsgezag te herstellen, veranderde het noorden van Mali in de loop van 2012 in een vrijhaven voor gewapende en terroristische groeperingen. Zij werkten regelmatig in tijdelijke en wisselende coalities samen. Daarbij wisten jihadistische groeperingen de (seculiere) Toeareg-rebellen te marginaliseren en de controle in noord-Mali over te nemen. In april 2012 maakten de coupplegers onder internationale druk plaats voor een interim-regering. In december 2012 was het politieke transitieproces geheel vastgelopen en werd interim-premier Diarra tot aftreden gedwongen door de coupplegers. Begin januari 2013 begonnen jihadistische groepen een opmars richting het zuiden en wisten zij door te breken tot de de facto grens tussen het noorden en zuiden van Mali. Op 11 januari jl. startte Frankrijk, op verzoek van de Malinese autoriteiten en met steun van de VN Veiligheidsraad, een militaire interventie (operatie Serval) met als doel de Malinese territoriale integriteit te herstellen. De komst van de Fransen werd door de Malinese bevolking verwelkomd. De Fransen, ondersteund door de African-led International Support Mission to Mali (AFISMA) en het Malinese leger, wisten het noorden te heroveren op de rebellen. De interim-regering nam eind januari een routekaart voor transitie aan om de territoriale integriteit en de constitutionele orde in Mali te herstellen.
Een langdurig onderhandelingsproces in Ouagadougou, onder bemiddeling van de president van Burkina Faso, leidde op 18 juni 2013 tot een voorlopig akkoord tussen de interim-regering en verschillende gewapende groepen uit het noorden, met als voorwaarde dat vredesonderhandelingen zouden worden voortgezet binnen zestig dagen na het aantreden van een gekozen regering. Naast een staakt het vuren regelde dit akkoord de terugkeer van het bestuur en het leger naar Kidal. Daardoor werden presidentsverkiezingen in heel Mali mogelijk, een van de voorwaarden van de routekaart. Een eerste stap in de ontwapening van gewapende groeperingen was hun ‘cantonnement’ (kampen ingericht voor opvang van strijders) in afwachting van een definitief akkoord. Het akkoord voorzag ook in een internationale commissie die ernstige misdrijven en mensenrechtenschendingen onderzoekt.
De presidentsverkiezingen vonden plaats in juli en augustus 2013 en verliepen naar omstandigheden goed. Ibrahim Boubacar Keita werd met duidelijke meerderheid gekozen. De verwachtingen voor zijn presidentschap zijn bij zowel de bevolking als de internationale gemeenschap hooggespannen. Met de benoeming van de ministersploeg op 8 september jl. kan de regering haar beleid formuleren.
Nu zal moeten blijken of Keita inderdaad in staat is de nodige hervormingen door te voeren. Er was kritiek op enkele van zijn ministersbenoemingen. Tegelijk trad hij krachtig op tegen de voormalige coupplegers. De invloed van couppleger Sanogo is sterk teruggedrongen. Sanogo’s eerdere bevordering tot 4-sterren generaal wordt gezien als handreiking om hem vrijwillig te laten terugtreden; hij vervult op dit moment geen formele positie meer binnen het Malinese leger. Veelzeggend is de uitspraak van Keita dat ‘er geen ruimte is voor twee kapiteins op dit schip’. Ook het merendeel van Sanogo’s handlangers is van het toneel verdwenen.
Keita wil zich richten op verzoening, oplossing van de problemen in het noorden, aanpak van corruptie, hervorming van de staat (o.a. door decentralisatie) en ontwikkeling (met specifieke aandacht voor de positie van het noorden), landbouw, werkgelegenheid, onderwijs en gezondheidszorg. Door middel van regionale en nationale consultaties wil de regering de Malinese bevolking inspraak geven in de koers die Mali nu moet inslaan. De eerste onderhandelingen met vertegenwoordigers uit het noorden zijn in september jl. gestart. Daarnaast zal de regering het mandaat en de samenstelling van de door de interim-regering aangestelde, maar ineffectieve, verzoeningscommissie aanpassen. Veel Malinezen zijn van mening dat het verzoeningsproces, waarbij de aanpak van straffeloosheid een basisvoorwaarde is, van onderaf moet groeien en niet van bovenaf moet worden opgelegd.
Veiligheid
De VN Veiligheidsraad autoriseerde in december 2012 AFISMA en de EU richtte in februari 2013 een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). Op 25 april 2013 richtte de VN Veiligheidsraad de opvolger van AFISMA op, MINUSMA.
Mede dankzij operatie Serval en MINUSMA is de situatie in het noorden inmiddels relatief kalm. Het is echter onzeker in hoeverre de situatie werkelijk stabiel is. Er is nog steeds een groep aanwezig die streeft naar een onafhankelijk noord-Mali (‘Azawad’) en de jihadisten zijn nog niet volledig verdwenen. De dreiging die nog steeds uitgaat van de jihadisten blijkt ook uit de aanslagen die eind september en begin oktober werden gepleegd in de noordelijke steden Timboektoe, Gao en Kidal. Tegelijk wisten Serval en MINUSMA verschillende terroristen uit te schakelen en explosieven in beslag te nemen, ook recentelijk nog middels operatie Hydra van eind oktober. Op 23 oktober jl. kwamen twee Tsjadische MINUSMA-militairen om bij een aanslag in Tessalit. Er zijn bovendien etnische conflicten tussen en binnen Arabische, Toeareg en Peuhl gemeenschappen. Banditisme en drugshandel blijven een veiligheidsprobleem en de terugkeer van ontheemden (naar schatting 140.000) zorgt voor spanning. In sommige gevallen worden zij door achterblijvers van collaboratie met jihadisten beschuldigd. Ook ontstaan er door de terugkeer van ontheemden disputen over land. Voedselschaarste, mede als gevolg van langdurige droogte en andere ecologische omstandigheden, vormt een andere bron van potentiële conflicten.
Gewapende groepen in Mali vormen een complex en continu wisselend geheel. De
belangrijkste gewapende partijen zijn op dit moment de Mouvement National pour
la Liberation de l’Azawad (MNLA, Toeareg-groepering), AQIM (jihadistische groepering), en de Mouvement pour l’Unicité et du Jihad en Afrique de l’Ouest (MUJAO, jihadistische groepering).1 De verschillende partijen hebben zware verliezen geleden en zijn versplinterd. Buitenlandse jihadisten hebben Mali naar verluidt grotendeels verlaten, terwijl veel Malinese jihadisten zijn opgegaan in de bevolking. De recente fusie tussen MUJAO en een splintergroepering van AQIM en de voorzichtige toenadering tussen MNLA en AQIM, laten zien dat jihadisten zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Vooral rondom Kidal zijn er nog steeds spanningen tussen de MNLA en het Malinese leger en heerst er wantrouwen ten opzichte van de overheid. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen dat groepen uit noord-Mali banden hebben met andere terroristische organisaties in de regio, zoals Boko Haram in Nigeria. De ontwikkelingen in Mali en de regio beïnvloeden elkaar over en weer. Hierdoor blijft de regionale veiligheidssituatie instabiel, zoals de eerder genoemde aanslagen in Algerije en Niger illustreren.
Malinese strijdkrachten
Nadat het Malinese leger in 1991 een staatsgreep pleegde, hebben achtereenvolgende regeringen geprobeerd het leger te verzwakken, om het risico van toekomstige staatsgrepen te verkleinen. Rekrutering werd een zaak van politieke- en familieconnecties, waardoor het kopen van functies gebruikelijk werd, in plaats van benoemingen op grond van verdienste. Deze ontwikkeling heeft de kwaliteit van het Malinese leger ernstig aangetast. De gevechtscapaciteit is minimaal, moreel en discipline zijn onder de maat, leiderschap ontbreekt en de bevelstructuur functioneert in sommige gevallen niet. Inmiddels beseft de Malinese regering dat het leger in staat moet worden gesteld zelfstandig de territoriale integriteit van Mali te handhaven. De legerleiding en de overheid staan positief tegenover de benodigde hervormingen. De EU-trainingsmissie (EUTM Mali) ondersteunt de Malinese regering om deze politieke wil in de praktijk te brengen. Keita benoemde bovendien een burger tot minister van Defensie. Hiermee toont de regering dat zij belang hecht aan een professioneel leger onder democratisch toezicht.
Politie en justitie
De binnenlandse veiligheidsdiensten bestaan uit de nationale politie, gendarmerie en nationale garde. Deze diensten functioneren matig tot slecht en zijn in sommige regio’s onzichtbaar. Waar ze aanwezig zijn, zijn corruptie en nepotisme de norm. Ook in de justitiesector is corruptie breed vertakt en diep geworteld. In combinatie met de beperkte toegang tot het rechtssysteem (vooral in het noorden), leidt dit tot een mate van straffeloosheid die een destabiliserend effect heeft op de democratische instituties in Mali. De corruptie wordt veelal gefinancierd uit de illegale doorvoer van onder andere drugs en wapens. De bestrijding van corruptie in de veiligheidsdiensten en justitie is dan ook van cruciaal belang voor de stabilisering van het land. UNPOL, dat wil zeggen de politie- en justitiecomponent van MINUSMA, zet zich hiervoor in door training en advisering van de veiligheidsdiensten en versterking van het justitieapparaat. Voor de langere termijn is er behoefte aan verdere structurele versterking en hervorming van het politie- en justitieapparaat.
Daarnaast zijn verschillende andere, minder prominente, (gewapende) partijen actief in
noord-Mali zoals Ansar ed-Dine, de groep onder leiding van Mokhtar bel Mokhtar en de
Haut Consil pour l’Unité de l’Azawad.
Mensenrechten
Sinds de bezetting van het noorden door rebellengroeperingen hebben zich enkele
incidenten van ernstige mensenrechtenschendingen voorgedaan. Na het uitbreken van de gevechten in januari jl. hebben ook groepen binnen het Malinese leger wraakacties uitgevoerd en mensenrechtenschendingen begaan (Kamerstuk 32735, nr. 73). Ruim tweehonderd verdachten zitten inmiddels vast. Het Internationaal Strafhof is een onderzoek begonnen naar oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid sinds het uitbreken van gewelddadigheden in 2012. Met de ondertekening van het pre-akkoord van 18 juni 2013 is het aantal mensenrechtenschendingen afgenomen. Hoewel Mali veel internationale mensenrechtenverdragen heeft geratificeerd, zijn deze niet allemaal omgezet in nationale wetgeving.
De vrouwenrechten in Mali staan onder druk. De traditionele Malinese cultuur draagt bij aan een maatschappelijk taboe ten aanzien van het spreken over geweld tegen vrouwen. De prioriteiten van de nieuwe regering op dit vlak moeten nog blijken. De wens van de commandant van het Malinese leger om met UN Women samen te werken op het gebied van preventie van gender based violence door de Malinese strijdkrachten is een positieve ontwikkeling.
Humanitaire situatie
Ruim vijf miljoen mensen zijn getroffen door de crisis in Mali. Bijna 350.000 mensen vluchtten van het noorden naar het zuiden, waar zij veelal door familie zijn opgevangen. Dankzij de toegenomen veiligheid is de terugkeer van deze ontheemden naar het noorden inmiddels op gang gekomen, met name naar de regio’s Gao en Timboektoe. Daarnaast bevinden zich nog altijd ruim 170.000 Malinese vluchtelingen in buurlanden (70.000 in Mauritanië, 50.000 in Niger en 50.000 in Burkina Faso). Tot slot kampen 3,5 miljoen mensen met voedselonzekerheid, waarvan circa 1,4 miljoen onmiddellijk voedselhulp nodig hebben. De voedselzekerheidssituatie in het noorden is verslechterd. Daar is momenteel 85 procent van de bevolking afhankelijk van voedselhulp, terwijl de autoriteiten nog niet in staat zijn om deze dienstverlening op zich te nemen. Op dit moment is, gegeven de voortdurende onveiligheid buiten de steden, de 'humanitaire ruimte' voor organisaties zeer beperkt.
De VN heeft in 2013 circa 477 miljoen dollar nodig voor humanitaire hulp. Van deze behoefte is momenteel slechts 35 procent gefinancierd. Ontwikkelingen op het gebied van onveiligheid, droogte en de toenemende terugkeer van ontheemden en vluchtelingen kunnen ertoe leiden dat de humanitaire situatie in de nabije toekomst verslechtert. Deze kan bovendien nog verder verslechteren door de aanhoudende ondervoeding bij jonge kinderen. Er is een coördinatieplatform opgezet voor het herstel van de getroffen gebieden. Het platform stimuleert de politieke dialoog met nationale autoriteiten om een efficiënte transitie van humanitaire hulp naar ontwikkelingssamenwerking te waarborgen. Naast de reguliere humanitaire hulp die via organisaties als het United Nations Children’s Fund (UNICEF), de VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) en het Wereldvoedselprogramma (WFP) loopt, heeft Nederland dit jaar 2 miljoen euro voor humanitaire hulp in de Sahel vrijgemaakt. Deze bijdrage loopt via het Wereldvoedselprogramma. In 2012 was de Nederlandse bijdrage voor humanitaire hulp in de Sahel 20,1 miljoen euro, hiervan was 7,2 miljoen euro voor Mali bestemd.
Ontwikkelingssamenwerking
Mali is een van de armste landen ter wereld. Het land kampt met een hoge bevolkingsgroei, analfabetisme, hoge moeder- en kindersterfte en een zeer hoge werkloosheid, met name onder jongeren. Verder laten zich de negatieve effecten gelden van voedselschaarste en grensoverschrijdende criminaliteit. De Malinese overheid is niet goed in staat om basisdiensten te leveren aan de bevolking. Daarnaast heeft de centrale overheid zich sinds de jaren negentig de facto teruggetrokken uit het noorden waardoor de bevolking gemarginaliseerd raakte. Mali is al sinds de jaren zeventig een partnerland van Nederland op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en ook de Europese Unie is al lange tijd in Mali actief als donor.
In reactie op de staatsgreep in 2012 schortten donoren de hulp aan de Malinese overheid op. Deze maatregel diende als signaal aan de Malinese regering dat het er geen sprake was van ‘business as usual’. De sancties hebben politiek een gunstig effect gehad en hebben er mede toe geleid dat de coupplegers afstand deden van de macht ten gunste van een civiele interim-regering en dat in een later stadium verkiezingen werden georganiseerd. De keerzijde van de maatregel was dat de terugval in de Malinese overheidsfinanciën de basisdienstverlening nog verder onder druk zette. In februari 2013 stemde de Raad Buitenlandse Zaken in met geleidelijke en voorwaardelijke hervatting van de EU-hulp, middels een State Building Contract van 225 miljoen euro waarvan in juni jl. een eerste tranche van 90 miljoen euro is overgemaakt. Deze middelen worden ingezet om de prioriteiten uit het door de Malinese interim-regering geformuleerde ‘Plan pour la Relance Durable du Mali (PRED) 2013-2014’ te ondersteunen op het gebied van onder meer democratisering, verkiezingen en verzoening, veiligheid, justitie, basisdienstverlening, water en infrastructuur, ook in het noorden van het land.
Tijdens de internationale donorconferentie op 15 mei jl. in Brussel werd het PRED positief ontvangen door de internationale gemeenschap en werd ruim drie miljard euro aan steun toegezegd, waarvan ruim een miljard aan nieuwe middelen. Nadat Nederland begin 2012 de bilaterale hulp aan Mali opschortte, is deze steun geleidelijk en onder voorwaarden hervat (Kamerstuk 32605, nr. 122, april 2013).
In de periode 2013-2017 worden de decentrale overheid en het maatschappelijk middenveld ondersteund om de lokale basisdienstverlening in de regio’s Mopti, Segou, Gao en Timboektoe op het gebied van voedselzekerheid/water alsook seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) te verbeteren. Ook wordt een Veiligheid en Rechtsorde-programma uitgerold, gericht op versterking van de decentrale justitie- en veiligheidsketens die de belangen van de burger dienen, inclusief vergroting van de toegang tot recht. Hiermee wil Nederland bijdragen aan de aanpak van de grondoorzaken van het conflict, structurele straffeloosheid, corruptie binnen de justitie- en veiligheidsketens, de kloof tussen staat en burger en de gebrekkige uitvoering van decentralisatieprocessen. Met genoemde aanpak brengt Nederland de geleerde lessen uit het verleden in praktijk. Concreet betekent dit dat in het OS-programma meer aandacht aan het noorden zal worden geschonken waarbij veiligheid een belangrijkere rol zal spelen. Tevens zal in de komende jaren meer aandacht worden besteed aan het op gang brengen van stabiliteit en duurzame ontwikkeling in het noorden. Feitelijk is daar door de gewijzigde context nu al een begin mee gemaakt.
Samenhang
De complexe problematiek in Mali vraagt om een geïntegreerde (‘3D’-)benadering. Interventies op het gebied van veiligheid, rechtsorde, het versterken van overheidsstructuren, sociaaleconomische ontwikkeling en bevordering van het politieke proces moeten in onderlinge samenhang worden uitgevoerd. Nederland zal niet op al die terreinen even ambitieus bijdragen en zoekt daarom naar een aansluiting tussen de eigen activiteiten en die van andere partners, zoals de VN en de EU. Beide organisaties streven, net als Nederland, naar een sterk geïntegreerde inzet van militaire en civiele capaciteiten. Bovendien stellen zij zich ten doel de coördinatie van inspanningen van zowel multilaterale als bilaterale donoren op het terrein van politiek en ontwikkelingssamenwerking te versterken. Voorbeelden van fora waar deze coördinatie plaatsvindt en waar Nederland aan deelneemt, zijn de Groupe de Soutien et Suivi sur le Mali en donorconferenties.
Mali is een partnerland op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. In de afgelopen decennia heeft ons land een stevige positie en uitgebreid netwerk opgebouwd hetgeen veel goodwill oplevert, vooral in de regio’s waar Nederland actief is met zijn ontwikkelingsprogramma. Deze positie bevordert een effectieve inzet in MINUSMA. Nederland zal die inzet vooral concentreren op Mali. Indien initiatieven gericht op de wijdere regio passen bij de Nederlandse beleidsprioriteiten en meerwaarde bieden voor ons land, zal worden bezien of hierbij kan worden aangehaakt.
Naast de algemene aansluiting bij de inzet van andere (multilaterale) partners zal ook worden bezien hoe onze bijdrage aan MINUSMA gekoppeld kan worden aan de overige inspanningen van Nederland in Mali. Daarbij wordt vooral gekeken hoe het Veiligheid en Rechtsorde-beleid en MINUSMA elkaar aanvullen en wederzijds versterken (zie operationele aspecten). De civiele experts die Nederland aan MINUSMA aanbiedt zullen, met dit element in het achterhoofd, worden geselecteerd. Ook zal worden bezien of Nederlandse civiele politiefunctionarissen en marechaussee binnen UNPOL ingezet kunnen worden in Gao, waar de Nederlandse Ambassade reeds actief is met haar ontwikkelingsprogramma’s.
Hierbij wordt initieel gekeken naar de ondersteuning van het justitieapparaat, een belangrijk onderdeel van het Veiligheid en Rechtsorde-programma. Bovendien zal worden bezien of het Veiligheid en Rechtsorde-programma moet worden bijgesteld of uitgebreid, om middels langere termijn hervormingsprogramma’s nog beter aan te sluiten bij de politiecomponent van MINUSMA. Door zo’n samenhang tussen de inzet in MINUSMA en het bilaterale ontwikkelingsprogramma wordt het geïntegreerde karakter van de Nederlandse inspanningen verder versterkt. In de afgelopen periode is, met het oog op de initiële stabilisering van Mali, al een aantal initiatieven genomen om de samenhang van de Nederlandse en internationale inzet vorm te geven. Zo heeft Nederland financieel bijgedragen aan de inzet van de Afrikaanse vredesmacht AFISMA, die inmiddels is opgegaan in MINUSMA. Ook levert Nederland een financiële bijdrage aan de training van AFISMA-troepen door het African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) programma van de Verenigde Staten. Ook heeft Nederland luchttransportcapaciteit beschikbaar gesteld ten behoeve van operatie Serval via het European Air Transport Command (EATC). Daarnaast levert Nederland momenteel een staffunctionaris in het Belgische detachement dat deelneemt aan EUTM Mali en een senior analist in de Joint Mission Analysis Cell van MINUSMA. Op het gebied van menselijke veiligheid (human security) ondersteunt Nederland de verificatie van mensenrechtenschendingen door een lokale organisatie. Ook financiert Nederland de training van Malinese troepen door UN Women op het gebied van gender, bescherming van vrouwen en kinderen en internationaal humanitair recht. De EUTM-trainingsmodules op het gebied van gender en mensenrechten zijn complementair aan de trainingen verzorgd door UN Women.
Ook draagt Nederland door steun aan het Centre for Civilians in Conflict bij aan de ontwikkeling van richtlijnen voor het voorkomen en adresseren van burgerschade tijdens internationale en nationale militaire (vredes)operaties in Mali.
Regionale dimensie
De problematiek in Mali kent een sterke regionale dimensie. Het internationale terrorisme en de criminele netwerken gaan landsgrenzen ver te buiten. Ook omringende landen (met name Mauritanië, Niger en Algerije, maar ook Tunesië en Libië) hebben hiermee te maken. De VN en EU zijn op verschillende manieren en met wisselend succes in de regio actief, om de regionale dimensie van het probleem aan te pakken (onder andere via het UN Office on Drugs and Crime (UNODC), het United Nations Office for West Africa (UNOWA), de EU capaciteitsopbouwmissie EUCAP Sahel Niger, de EU grensbewakingsmissie in Libië en programma’s in het kader van de EU contra-terrorisme strategie voor de Sahel). Hun visie op de aanpak van de regionale problematiek is verwoord in hun respectievelijke Sahel-strategieën. Ondanks accentverschillen in deze strategieën, benadrukken beide het belang van de nexus tussen veiligheid en ontwikkeling en hechten sterk aan een leidende rol voor regionale actoren, vooral voor de Afrikaanse Unie (AU) en de Economic Community Of West African States (ECOWAS).
Landen in de regio zijn actief betrokken. Burkina Faso heeft als vertegenwoordiger van ECOWAS een leidende rol op zich genomen in de bemiddeling tussen Bamako en de opstandelingen. De AU speelde een coördinerende rol bij het instellen van Groupe du Suivi et du Soutien pour le Mali en de organisatie van de donorconferentie in Addis Abeba in januari jl. Op veiligheidsterrein zijn AU- en ECOWAS-lidstaten de belangrijkste troepenleveraars, eerst aan AFISMA en nu aan MINUSMA. De Sahellanden werken samen op het gebied van voedselzekerheid via het Committee on Drought Control in the Sahel (CILSS). Op veiligheidsterrein hebben Algerije, Mali, Mauritanië en Niger een eerste stap gezet door het instellen van een joint chiefs of staff committee in Algerije. Deze samenwerking is echter nog weinig effectief. Daarom is een andere prioriteit in de aanpak van de VN en de EU het bevorderen van de verdergaande samenwerking tussen de Sahellanden en de landen van Noord-Afrika op het gebied van veiligheid. Dit gebeurt door politieke bemiddeling. Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal Bert Koenders is zeer actief op het terrein van het op gang brengen en houden van de politieke dialoog tussen landen en verantwoordelijke organisaties. De VN zou zijn convening power actief moeten inzetten. Nederland dringt daar in de geëigende fora ook op aan.
Operatieconcept en organisatie MINUSMA
Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal Bert Koenders (SRSG) staat aan het hoofd van MINUSMA. De militaire inspanningen staan onder leiding van de Rwandese Force Commander Jean Bosco Kazura. De missie heeft een geautoriseerde omvang van 11.200 militairen, 1440 politie/justitie-functionarissen (UNPOL) en civiele staf (omvang nog onbekend). Volledig gevuld is MINUSMA in grootte de vierde VN-missie. MINUSMA is duidelijk nog een missie in opbouw en de organisatiestructuur is nog niet geformaliseerd. MINUSMA beoogt samenhang te creëren door een multidimensionale en decentrale opzet van de organisatie. De ondersteuning van politieke processen moet worden gecombineerd met de ‘robuustere’ inzet ten behoeve van stabilisering en met de ontwikkelingsprocessen langere termijn, zoals de hervorming van de veiligheidsinstituties. Het hoofdkantoor van de missie is gevestigd in Bamako en er zijn regionale kantoren in Gao, Timboektoe en Kidal. Er is een breed draagvlak voor de missie, hetgeen blijkt uit de diversiteit aan landen die een bijdrage leveren. Zo neemt ook China (voor het eerst in VN-kader) deel met gewapende eenheden.
Direct na aanvang op 1 juli jl. moest de missie aan de slag met de presidentsverkiezingen en het politieke onderhandelingsproces in Ouagadougou.
Nu een nieuwe Malinese regering is aangesteld, zal MINUSMA in overleg met de regering haar strategische plannen op de Malinese beleidsprioriteiten kunnen afstemmen. De SRSG verwacht het Integrated Strategic Framework, waarin de doelstellingen van MINUSMA en van de in Mali opererende VN-organisaties zijn samengebracht, begin 2014 te voltooien. Het wegnemen van de grondoorzaken van het conflict door middel van structurele ontwikkeling behoort niet tot de taken van MINUSMA. Dat is een verantwoordelijkheid van de Malinese regering die daarbij wordt ondersteund door VN-organisaties en andere donoren. De missie heeft een militair Concept of Operations en een civiel Mission Concept opgesteld en voorgelegd aan het hoofdkwartier in New York. Per 1 juli 2013 zijn AFISMAtroepen opgegaan in MINUSMA. De uitrol van de militaire component is momenteel het verst gevorderd, maar nog niet volledig. MINUSMA zal op zijn vroegst in het eerste kwartaal van 2014 volledig zijn ontplooid.
MINUSMA heeft een stevig mandaat op het gebied van mensenrechten. De mensenrechteneenheid richt zich op transitional justice, het onderzoeken van mensenrechtenschendingen en capaciteitsopbouw van de Malinese overheid op dit terrein (onder andere ten aanzien van het gevangeniswezen, opsporingsdeskundigen, rechters/aanklagers en access to justice). Ook zal MINUSMA de Malinese Mensenrechtencommissie ondersteunen. Verschillende activiteiten zijn reeds gestart. De samenwerking met het maatschappelijk middenveld verloopt goed. De rol van MINUSMA met betrekking tot verzoening moet nog worden gedefinieerd, afhankelijk van de prioriteiten van de nieuwe regering. MINUSMA is niettemin voornemens om Malinese instituties met verzoeningsmandaat te ondersteunen op zowel nationaal als lokaal niveau met financiële en technische middelen alsook via bemiddeling van de SRSG.
De Malinese autoriteiten zijn eerstverantwoordelijk voor de bescherming van burgers. In haar ondersteunende rol is MINUSMA echter gemandateerd om alle noodzakelijke middelen te gebruiken om burgers te beschermen. Het mandaat berust op twee elementen, namelijk de bescherming van burgers die worden bedreigd met fysiek geweld en van kinderen en vrouwen in gewapend conflict (inclusief seksueel geweld). Het belang dat de missie hecht aan burgerbescherming blijkt onder andere uit de plaatsing van de Protection of Civilians-eenheid binnen MINUSMA; deze valt rechtstreeks onder de SRSG. De elementen bescherming van kinderen en vrouwen in gewapend conflict zijn ondergebracht in twee zelfstandige eenheden. Daarnaast is aan de staf van de missiecommandant een Protection of Civilians risk advisor toegevoegd.
Gender is een prioriteit voor MINUSMA. De gender-eenheid van de missie richt zich vooral op de beleidsvorming om de participatie van vrouwen in het politieke proces te verbeteren en de gender-dimensie in transitional justice (meerwaarde van vrouwen in verzoeningsproces) en veiligheidssector hervormingsprocessen te integreren. MINUSMA werkt daarbij nauw samen met een netwerk van vrouwenleiders en met de nieuwe regering. Daarnaast richt UN Women zich op de meer ontwikkelingsgerelateerde aspecten van gender in Mali (verbetering van toegang tot onderwijs en gezondheidszorg voor meisjes en vrouwen, terugdringen huiselijk en seksueel geweld, etc.).
Uitdagingen
De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en organisatie van verkiezingen lijken op korte termijn goed haalbaar. De lange termijn doelstellingen, zoals het verzoeningsproces, herstel van staatsgezag en het professionaliseren van de veiligheidssector, zullen een lange adem vergen en staan onder invloed van externe factoren, zoals de daadkracht van de Malinese overheid en de bereidheid van (de verschillende groepen onder) de bevolking. In de komende periode zal de samenwerking tussen de nieuwe regering en MINUSMA op deze terreinen vorm krijgen, resulterend in een aantal strategische documenten op het gebied van bijvoorbeeld politie- en justitiehervorming.
De kwalitatieve capaciteit van MINUSMA is een aandachtspunt. De missie investeert hierin door AFISMA-troepen in het kader van de overgang naar MINUSMA te ondersteunen op basis van de Human Rights Due Diligence Policy en de MINUSMA-troepen te trainen op het gebied van mensenrechten. Met de overgang van AFISMA naar MINUSMA is bovendien nog niet aan de volledige kwantitatieve behoefte voldaan. Met de terugtrekking van een deel van de Nigeriaanse troepen is de opbouw naar volledige militaire capaciteit vertraagd. In een aantal landen moet nog een besluit worden genomen over een mogelijke bijdrage. Daarnaast kampt de missie in deze beginfase nog met aanzienlijke logistieke uitdagingen en een tekort aan enablers zoals transporthelikopters, die de missie de flexibiliteit van optreden geven die in een groot land als Mali noodzakelijk is. Voor ondersteuning van de civiele aspecten van de missie zal de VN deze capaciteit commercieel inhuren. Om ook voor militaire acties over transporthelikopters te beschikken, heeft de VN andere landen actief benaderd. De missie werkt volgens het olievlek principe: eerst wordt de aandacht gericht op de steden. Afhankelijk van de beschikbare capaciteit wordt de focus uitgebreid naar kleinere steden in de regio’s. Het zwaartepunt ligt op noordoost Mali (regio Gao), waar al een relatief grote Franse footprint aanwezig is en blijft.
Coördinatie
De verschillende missies die momenteel actief zijn in het gebied coördineren hun
activiteiten op het gebied van veiligheid. Dit gebeurt onder meer door middel van
de uitwisseling van liaisonofficieren, dagelijks overleg en de wederzijdse
betrokkenheid bij het plannen van operaties. Om veiligheid en rechtsorde op lange
termijn te verankeren is het noodzakelijk om de capaciteit van politie, nationale
garde, gendarmerie en justitie te versterken. MINUSMA zal hieraan een bijdrage
leveren, maar ook de EU onderzoekt of ondersteuning geboden kan worden, in
aanvulling op andere inspanningen in de regio (EUCAP Sahel Niger, EUBAM Libië
en in het kader van de EU contra-terrorisme strategie voor de Sahel).
Operatie Serval richt zich op de acute veiligheidsdreiging. Frankrijk zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA, zijn operatie over de komende maanden afslanken. Serval zal wel als parallel force beschikbaar blijven, hetgeen is vastgelegd tussen Frankrijk en de VN. Ook zal Frankrijk zich blijven richten op contraterrorisme en het bestrijden van opstandige elementen (counterterrorism/counter-insurgency), zoals vastgelegd in een bilaterale overeenkomst met Mali.
EUTM Mali richt zich op training en reorganisatie van het Malinese leger, waaronder het herzien en versterken van de commandostructuur. Om naast de operationele ook de institutionele capaciteit van de strijdkrachten te waarborgen zet de internationale gemeenschap, vooral via EUTM Mali, ook in op sterker civiel toezicht op het leger. Binnenkort spreekt de EU over mogelijk verlenging van het EUTM-mandaat waarbij gekeken wordt naar het trainen van extra bataljons. Door het Malinese leger naar een aanvaardbaar niveau te brengen kan het op termijn de taken die nu door Serval en MINUSMA worden uitgevoerd, overnemen. Het succes van EUTM Mali is in die zin mede bepalend voor de mogelijkheden tot afbouw van de militaire component van MINUSMA.
Operationele aspecten
Inzet Koninklijke Marechaussee en Nationale Politie
De inzet van de Nederlandse bijdrage in UNPOL zal zich richten op de staf van UNPOL, het Directoraat-Generaal van de Police Nationale en de scholen van de veiligheidsdiensten. Nederland kan in totaal ongeveer dertig Nederlandse kandidaten (twintig KMar en tien politie) voor diverse functies aandragen. De uiteindelijke aantallen en werkgebieden hangen af van het selectieproces bij UNPOL.
Er zal worden bezien of de Nederlandse bijdrage aan UNPOL in de regio Gao kan worden geconcentreerd, waar het bilaterale Veiligheid en Rechtsorde-programma wordt uitgerold. In Gao worden gemengde teams van politie en Koninklijke Marechaussee voorzien, waarbij de politie zich kan richten op ondersteuning van de Police Nationale en de KMar meer op de ondersteuning van de gendarmerie en de Garde Nationale. Het doel is bij te dragen aaneen gezamenlijke en brede ontwikkeling van de veiligheidsdiensten in de regio Gao.
De Nederlandse politiebijdrage aan MINUSMA zal zich richten op de ontwikkeling van community policing, access to justice, politie-justitie samenwerking en grensbewaking gerelateerd aan de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder het tegengaan van drugssmokkel. Op het verzoek van UNPOL zullen Nederlanders deel uitmaken van de staf van de transnational crime eenheid en de gender-eenheid. Deze bijdragen zijn van belang om meer zicht te krijgen op grensoverschrijdende criminele stromen, waaronder drugs-, wapensen mensensmokkel. Bovendien is gender een van de speerpunten van het Nederlandse beleid. Bij de school van de Police Nationale en de Gendarmerieschool zal de Nederlandse inzet zich richten op de advisering van de staven en op de ontwikkeling van algemene trainingsconcepten en curricula.
Militaire bijdrage aan inlichtingenketen
Om de effectiviteit van MINUSMA zo groot mogelijk te maken heeft de VN besloten om, voortbouwend op ervaringen in andere VN-missies, de inlichtingencapaciteit van de missie stevig op te zetten. Nederland kan een belangrijke bijdrage leveren met deze niche-capaciteit en richt de bijdrage zo in dat onderdelen aan andere lidstaten kunnen worden overgedragen als de vermindering of beëindiging van de Nederlandse bijdrage aan de orde is. De VN is dan verantwoordelijk voor de vervanging.
Met een samenhangende bijdrage aan de gehele inlichtingenketen ontstaat een herkenbare nationale inbreng die bovendien niet wordt versnipperd over verschillende locaties en onderdelen. Nederland verkrijgt een sterke informatiepositie die zowel ten goede komt aan andere onderdelen binnen MINUSMA als aan de eigen Nederlandse bijdrage.
De All Sources Information & Fusion Unit (ASIFU) van in totaal 230 personen, van wie Nederland er 70 levert, is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken en analyseren van informatie op basis waarvan de militaire leiding van MINUSMA orders aan de eenheden verstrekt. De inlichtingen die de ASIFU verzamelt en analyseert, zijn afkomstig van onder meer verkenningseenheden, helikopters en onbemande vliegtuigen. De Nederlandse bijdrage aan de ASIFU bestaat uit twee componenten. Enerzijds de commandant van de eenheid en enkele stafofficieren in de ASIFU-staf in Bamako die zich met name op analyse richt. Anderzijds een groot deel van de Intelligence, Surveillance and Reconnaissance (ISR) compagnie in Gao, die zich vooral op inlichtingenvergaring richt.
Ter versterking van de positie van de ASIFU levert Nederland voorts een verkenningseenheid van ongeveer 90 militairen van de speciale eenheden (special forces). De primaire taak van deze eenheid is het verzamelen van inlichtingen door middel van lange-afstandspatrouilles waarbij een grote mate van zelfredzaamheid is vereist. De verkenningseenheid is daarmee een van de sensoren voor de ASIFU. De analyse van de inlichtingen door de ASIFU vormt de basis voor de plannen van de staf van de Force Commander. Andere taken van de militairen van de verkenningseenheid zijn denkbaar, maar vergen per operatie de instemming van de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Hierbij kan worden gedacht aan operaties die de risico’s voor andere MINUSMA-eenheden verminderen, zoals het ontmantelen van verdekte wapen- en logistieke opslagplaatsen en het aanhouden van opponenten. Met de Nederlandse verkenningseenheid krijgt de Force Commander de beschikking over een kwalitatief hoogwaardige militaire capaciteit, die kan worden ingezet in gebieden die voor reguliere eenheden niet toegankelijk zijn. De verkenningseenheid is een afgebakende bijdrage, die een ander land kan overnemen, als Nederland besluit te stoppen met de bijdrage.
Defensie levert voorts een eenheid met vier Apache gevechtshelikopters. Met hun kwalitatief hoogwaardige sensoren zijn de Apaches zeer geschikt om inlichtingen te verzamelen voor de ASIFU. De vier helikopters versterken de inlichtingenketen aanzienlijk. Ook kunnen ze worden ingezet om gewapende groeperingen af te schrikken en om vuursteun te leveren. De Apaches leveren een bijdrage aan de bescherming van Nederlands personeel en zij vertegenwoordigen de escalatiedominantie van de Nederlandse bijdrage. Ook deze eenheid met gevechtshelikopters kan, als Nederland besluit te stoppen, door een ander land worden overgenomen.
Overige zaken
De geografische nadruk van de inzet komt te liggen op de regio Gao, waar de VN de meeste behoefte heeft aan informatie en inlichtingen en waar de Franse operatie Serval met veel materieel en personeel aanwezig is. Samenwerking met de Franse eenheden op het gebied van operaties en logistiek is goed mogelijk.
Defensie is in staat om op korte termijn de eenheden voor de Nederlandse bijdrage te leveren en beschikt over voldoende capaciteit en voortzettingsvermogen om de deelneming voor langere tijd te garanderen. De Nederlandse bijdrage zal in overleg met MINUSMA gefaseerd worden ingezet, afhankelijk van de capaciteit van MINUSMA en partnerlanden om de eenheden de benodigde faciliteiten te bieden.
MINUSMA helpt de overheid van Mali haar legitimiteit te versterken en haar autoriteit over het gehele grondgebied van Mali te herstellen. Het mandaat en de Rules of Engagement (ROE) geven de missie voldoende armslag om haar taken te kunnen uitvoeren.
Omvang bijdrage
De militaire bijdrage bestaat uit 240 militairen in operationele functies (ASIFU (70), verkenningseenheid (90), individuele politiefunctionarissen (20 KMar), gewapende helikopters (60)) en 128 personen ten behoeve van bescherming van gevoelig materieel en logistieke ondersteuning. Bij de planning is uitgegaan van logistieke ondersteuning door de VN zoals beschreven in de VN-richtlijnen voor troepenleverende landen. In aanvulling hierop zal operatie Serval ondersteuning leveren. Zoals gebruikelijk wordt in het begin van de operatie een eenheid toegevoegd om de ontplooiing van de Nederlandse bijdrage mogelijk te maken. Er van uitgaande dat de VN inderdaad de benodigde logistieke ondersteuning levert, is een bijdrage van 368 militairen voorzien, naast de bijdrage van ongeveer tien civiele politiefunctionarissen en een aantal civiele experts. Bepalend voor de omvang van de Nederlandse militaire bijdrage is de keuze voor een integrale, samenhangende bijdrage aan de inlichtingenketen, om een voldoende niveau van zelfbescherming en ondersteuning te garanderen en om daadwerkelijk impact op de effectiviteit van de missie te hebben.
Commandovoering
De Nederlandse militaire eenheden staan onder bevel van de Force Commander vanuit Bamako. Ongeveer tien Nederlandse officieren, afkomstig uit de drie eerdergenoemde modules, maken deel uit van de staf van de Force Commander, waaronder een à twee sleutelfuncties. Hierdoor heeft Nederland te allen tijde direct invloed op de uitvoering van operaties. Er zijn geen caveats van toepassing op de inzet van Nederlandse militairen. Wel kan de hoogste Nederlandse militair in de staf van de Force Commander in opdracht van de CDS een opdracht van de Force Commander aan Nederlandse eenheden verbieden (red card holder). De CDS houdt te allen tijde volledige zeggenschap en kan dus zo nodig het bevel over de Nederlandse eenheden terugnemen. Deze werkwijze is mede ingegeven door geleerde lessen van eerdere missies.
Medische keten
In Bamako kunnen de militairen voor medische zorg terecht in een ziekenhuis dat
door de VN wordt bekostigd. In Gao is een Chinese faciliteit voorzien die medische
zorg op het niveau van een ziekenhuis biedt. Nederlanders kunnen ook een
beroep doen op de Franse medische faciliteit in Gao. De Nederlandse eenheid in
Gao wordt voorts voorzien van een eigen medische capaciteit met algemeen militair verpleegkundigen en een militair arts (niveau huisarts). In de regio Gao is medische evacuatie (medevac) gegarandeerd door operatie Serval. Hiermee is kwaliteit en tijdigheid van medische hulp gegarandeerd. In de beginfase van de missie zal Nederland bezien of de opbouw van de geplande medische voorzieningen van de VN volgens schema verloopt en aan de Nederlandse standaarden voldoet.
Operationele risico’s
Veiligheid
De Nederlandse eenheden zullen opereren vanuit Bamako en Gao. Vooralsnog is er geen sprake van een dreiging van een groot gewapend conflict. Er is echter wel een dreiging van terroristische activiteiten. De dreiging in Bamako en Gao wordt als beperkt beoordeeld, maar in de directe omgeving van deze steden is die hoger. Korte, hevige gevechtscontacten in de regio Gao, waar Nederlanders worden ingezet, zijn niet uitgesloten. Hoewel het een Nederlandse bijdrage aan inlichtingenketen betreft, valt dus niet uit te sluiten dat Nederlandse militairen worden blootgesteld aan geweld of bij gevechtshandelingen betrokken zullen zijn. Hiermee is bij de samenstelling van de militaire bijdrage rekening gehouden. Die garandeert voldoende capaciteit voor zelfbescherming. De keuze voor een samenhangende bijdrage en de gewenste robuustheid van zelfbescherming bepalen de omvang van de militaire bijdrage.
Gezondheid
Als gevolg van tropische ziektes, beperkte lokale hygiënische omstandigheden en extreme klimatologische omstandigheden, zijn de gezondheidsrisico’s hoog. Om de risico’s te beperken worden alle Nederlandse militairen gevaccineerd, nemen zij aanvullende hygiënische maatregelen en doorlopen zij een acclimatisatieprogramma.
IED dreiging
Gewapende jihadistische groeperingen beschikken over de capaciteit om Improvised Explosive Devices (IED’s) te plaatsen. De MIVD oordeelt dat de dreiging van het gebruik van IED’s door jihadistische groeperingen vooralsnog matig is. Bij bezoeken aan het missiegebied is gebleken dat de bevolking helpt bij het zoeken naar IED’s. Het huidige dreigingsniveau vergt geen extra personeel en materieel. De verkenningseenheid telt wel enige IED-deskundigen. Indien de dreiging toeneemt, zal die capaciteit vanuit Nederland worden versterkt.
Force protection
De Force Protection is gelaagd opgebouwd en biedt voldoende escalatiedominantie. Als Nederlandse eenheden door gewapende groepen worden aangevallen, zijn ze in eerste instantie robuust genoeg om zichzelf te kunnen beschermen. Het optreden wordt dagelijks afgestemd op het actuele dreigingsbeeld. Aanvullend kan de eenheid een beroep doen op de zogenaamde Quick Reaction Force (QRF) die MINUSMA heeft ingericht voor dit soort situaties. Daarnaast kunnen de aanwezige Nederlandse gevechtshelikopters worden ingezet ter ondersteuning van de Nederlandse eenheden. Mochten al deze middelen niet voldoende zijn, dan kan MINUSMA een beroep doen op de Franse operatie Serval die in Gao eveneens over een QRF en gevechtshelikopters beschikt.
Deelneming andere landen
Omdat MINUSMA zich in de opbouwfase bevindt, is de informatie over bijdragen van andere landen nog veranderlijk. Westerse militaire bijdragen aan MINUSMA worden geleverd door Duitsland, Finland, Frankrijk, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland. Niet-westerse militaire bijdragen worden geleverd door Bangladesh, Benin, Burkina Faso, China, Côte d'Ivoire, Ghana, Guinee, Liberia, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Tsjaad, Togo. Vooral Afrikaanse landen zijn sterk vertegenwoordigd in de missie: veruit de grootste troepenleveranciers zijn Tsjaad, Senegal, Togo, Niger en Nigeria. Met een bijdrage van 368 militairen is Nederland de grootste Westerse contribuant aan MINUSMA. Dit hangt nauw samen met de aard van de gekozen bijdrage. Na Nederland volgen Frankrijk en Duitsland met ieder 150 militairen. Qua omvang van de totale Europese militaire inspanningen in Mali bevindt Nederland zich met zijn bijdrage achter Frankrijk (2360) en vóór Duitsland (330).
Verantwoord vertrek, monitoring en evaluatie
De verantwoordelijkheid voor het meten van de voortgang, de strategiebepaling en het vaststellen van operationele doelstellingen ligt bij de VN. In lijn met het voor iedere VN-missie geldende Integrated Mission Planning Process zal MINUSMA op een zo kort mogelijke termijn (naar verwachting begin 2014) een Integrated Strategic Framework presenteren, waarin strategie, werkplan, doelen en indicatoren nader worden uitgewerkt. De missie zal hiervoor ook, in lijn met de VN-regels voor result-based management, contextanalyses en nulmetingen uitvoeren. Ook de Malinese overheid en andere lokale actoren worden hierbij nauw betrokken. De analyse en meting die wordt uitgevoerd in het kader van de bilaterale OS-inspanningen van Nederland zal, indien relevant en mogelijk, worden gedeeld met de VN. Elke drie maanden rapporteert Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki Moon aan de VN Veiligheidsraad over de situatie in Mali en de voortgang die MINUSMA (en Nederland als onderdeel daarvan) boekt.
In 2015 beoordelen wij onder meer hoe de opbouw en operationalisering van de inlichtingenketen van MINUSMA is verlopen. Het doel van de Nederlandse bijdrage aan de inlichtingenketen van MINUSMA is het vergroten van de effectiviteit van deze keten en daarmee aan het succes van MINUSMA als geheel. De Nederlandse activiteiten binnen de keten worden zodanig ingericht dat deze bij beëindiging van de bijdrage zijn over te dragen aan andere landen.
De versterking van de Malinese politie- en justitie vergt naar verwachting meer tijd. Een belangrijk element in het bepalen van de omstandigheden waaronder dit deel van de Nederlandse bijdrage verantwoord kan worden beëindigd, is de koppeling met projecten en programma’s die zullen doorlopen na het vertrek van Nederland. Het Veiligheid en Rechtsorde-programma, als onderdeel van ons OSbeleid in Mali, zal ook op dit punt aansluiting zoeken bij de activiteiten van MINUSMA en de Nederlandse bijdrage ten behoeve van politie en justitie. Op deze manier hoopt de regering de resultaten van de bijdrage aan MINUSMA te verduurzamen en daar ook na beëindiging van deelname aan MINUSMA op voort te bouwen.
Na beëindiging van de Nederlandse bijdrage zal de Kamer zoals te doen gebruikelijk een eindevaluatie toegaan, opgesteld onder verantwoordelijkheid van de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie, Veiligheid en Justitie en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Financiën
De geraamde additionele uitgaven voor de militaire bijdrage aan MINUSMA bedragen €51 miljoen per jaar. Daarnaast bedragen de uitgaven voor (na)zorg van militairen op jaarbasis naar verwachting ongeveer €2 miljoen. In 2014 zijn er nog extra additionele uitgaven voor de ontplooiing van de missie geraamd op €11,5 miljoen. Dat brengt de totale additionele uitgaven voor MINUSMA in 2014 op €64,5 miljoen, waarbij wordt uitgegaan van een volledige logistieke ondersteuning van de VN. Als de VN niet in staat is om tijdig volledige logistieke ondersteuning te leveren, kunnen de additionele uitgaven voor MINUSMA met maximaal €10 miljoen toenemen. Hierover zal nog met de VN worden overlegd. Het totaal komt in dat geval voor 2014 op maximaal €74,5 miljoen.
De additionele uitgaven voor 2015 bedragen €53 miljoen, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de VN dan inmiddels volledige logistieke ondersteuning kan bieden. Zo niet, dan geldt ook voor 2015 dat de additionele uitgaven voor MINUSMA met maximaal €10 miljoen kunnen toenemen tot een totaalbedrag van €63 miljoen.
Uitgaande van het initiële mandaat bedragen de geraamde additionele uitgaven in 2016/2017 in totaal €19,5 miljoen. Dit betreft de additionele uitgaven voor redeployment en herstelwerkzaamheden aan het materieel.
De additionele uitgaven voor de militaire bijdrage komen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) en daarmee ten laste van de HGIS. Het BIV zal hiervoor in 2014 bij Voorjaarsnota via de eindejaarsmarge van de HGIS worden verhoogd met de onderbesteding op de begrote uitgaven aan crisisbeheersingsoperaties in 2013 binnen de HGIS. Conform de systematiek die in de brief aan de Kamer van 12 juli 2013 al werd gemeld zullen de voor deze missie in 2014 benodigde middelen bij eerste suppletoire wet binnen de HGIS worden overgeheveld van de begroting van BH&OS naar de begroting van Defensie. Zoals bij VN-missies het geval is, komt Nederland in aanmerking voor restitutie door de VN van een deel van de additionele uitgaven. In bovenstaande ramingen is dit nog niet meegenomen. Door deze restitutie via een kasschuif binnen de HGIS naar voren te halen kan, indien nodig, ruimte worden geschapen voor eventuele verlengingen van bestaande missies.
De uitgaven voor de inzet van civiele politiefunctionarissen bedragen op jaarbasis ongeveer €2 miljoen. Deze komen ten laste van de HGIS-voorziening voor civiele crisisbeheersingsmissies/uitzending politiefunctionarissen op de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
De uitgaven voor de civiele experts bedragen op jaarbasis naar verwachting maximaal €2 miljoen. Deze kosten worden binnen de BZ-begroting gedekt.
De Minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans
De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten
Datum 1 november 2013
Betreft artikel 100-brief MINUSMA
Met deze brief informeren wij u, in overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet, over het besluit van het kabinet een Nederlandse bijdrage te leveren aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA)
Essentie
Het kabinet heeft naar aanleiding van een verzoek van de VN besloten de volgende bijdrage te leveren aan MINUSMA:
220 militairen voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft:
- 70 analisten en inlichtingenpersoneel voor de All Source Information Fusion Unit (ASIFU), werkzaam op en vanuit hoofdkwartieren in Bamako en Gao.
- Een verkenningseenheid van 90 militairen van de speciale eenheden (special forces) opererend vanuit Gao.
- Een detachement van 60 militairen met vier Apache gevechtshelikopters, gestationeerd op het vliegveld bij Gao.
- 128 militairen ter ondersteuning, werkzaam bij bovengenoemde eenheden. Ook een nationaal ondersteuningsdetachement maakt hiervan deel uit.
- Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning.
- 30 functionarissen voor de politiecomponent (maximaal 20 KMar functionarissen en tien politieagenten), bij voorkeur ondergebracht op dezelfde locaties als de Nederlandse militairen.
- Een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, hervorming van de veiligheidssector, gender en de bescherming van cultureel erfgoed. Het streven is deze ook in Gao en Bamako geplaatst te krijgen.
De VN begeleidt Mali op weg naar een functionerende overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land. De Nederlandse bijdrage van 368 militairen ondersteunt de VN in de eerste fase van de VN-missie en levert een specifieke bijdrage om de VN-missie op de rails te krijgen. Met deze bijdrage, gericht op een militaire niche-capaciteit, te weten inlichtingen en verkenningen, kan Nederland voorzien in een kritieke behoefte van de VN. De Nederlandse bijdrage vergroot de effectiviteit (en daarmee de kans op succes) van de missie aanzienlijk. Voor een land als Nederland, dat sterk gebaat is bij internationale samenwerking, is het belangrijk om in internationaal verband medeverantwoordelijkheid te dragen.
De inhoud van de militaire bijdrage worden bepaald door het streven een wezenlijke bijdrage te leveren aan het welslagen van deze missie. De omvang wordt mede bepaald door de wens een samenhangende, zelfredzame bijdrage te leveren, die maakt dat Nederlandse militairen uiteindelijk zo min mogelijk afhankelijk zijn van anderen voor het uitvoeren van hun taken en voor hun bescherming. Anders dan in het verleden, bijvoorbeeld in Uruzgan en Srebrenica, dragen de Nederlandse militairen geen gebiedsverantwoordelijkheid.
De Nederlandse bijdrage wordt in beginsel geleverd tot eind 2015, ervan uitgaande dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Halverwege 2015 zal het kabinet een tussentijdse evaluatie opstellen. Mede op grond van deze evaluatie zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf eind 2015.
De complexe problematiek in Mali vraagt om een geïntegreerde (‘3D’-)benadering. Interventies op het gebied van veiligheid, rechtsorde, het versterken van overheidsstructuren, sociaaleconomische ontwikkeling en bevordering van het politieke proces moeten in onderlinge samenhang worden uitgevoerd. Door samenhang tussen de Nederlandse inzet in MINUSMA en het bilaterale ontwikkelingsprogramma wordt het geïntegreerde karakter van de Nederlandse inspanningen verder versterkt.
Met inachtneming van het toetsingskader wordt hieronder achtereenvolgens ingegaan op gronden voor deelneming, de ontwikkelingen in Mali, de organisatie van MINUSMA, de operationele aspecten van de Nederlandse inzet en financiën.
Gronden voor deelneming
Deelneming aan deze VN-missie dient verscheidene Nederlandse belangen. Nederland heeft belang bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. In de recent uitgebrachte Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) kondigt het kabinet aan bij de verwezenlijking van deze strategische doelstellingen de aandacht vooral te richten op instabiele regio’s in de nabijheid van Europa. De Sahel in Afrika is zo’n regio. Op dit moment is er sprake van verschuivende machtsverhoudingen waarbij de Verenigde Staten zich meer dan voorheen richten op Azië. Europa, en daarmee Nederland, zal zijn belangen in toenemende mate zelfstandig moeten behartigen, zeker in de directe nabijheid. Europa zal zelf moeten voorkomen dat er dicht bij huis een onbeheersbare situatie ontstaat. Daarbij is het van belang de problemen in landen van oorsprong aan te pakken en niet te wachten tot ze overslaan naar Europa en Nederland.
De problematiek in Mali kent een sterke regionale dimensie. Het internationale terrorisme en de criminele netwerken gaan landsgrenzen ver te buiten. De combinatie van het ontbreken van effectief en legitiem staatsgezag, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme dreigt niet alleen Mali, maar ook de toch al fragiele regio aan de zuidgrens van Europa verder te destabiliseren.
Het noorden van Mali is een broedplaats geworden van extremisme en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen en het voorbereiden en uitvoeren van terroristische aanslagen. Dit wordt geïllustreerd door de aanslagen op een Algerijns gascomplex (januari 2013) en een uraniummijn in Niger (mei 2013). Deze werden gepleegd door een splinterbeweging van Al Qaeda in the Islamic Maghreb (AQIM) die vanuit Mali opereerde.
Mali ligt van oudsher op een kruispunt van smokkelroutes. Deze lopen vanuit Zuid-Amerika naar Europa, waar ze aansluiten op Europese criminele netwerken, of naar oostelijk of zuidelijk Afrika. Via deze routes worden drugs en wapens verhandeld en gesmokkeld. Daarnaast is Mali inmiddels een belangrijk verzamelpunt in Afrika op de zuid-noord route voor mensenhandel en illegale migratie. Via de grote, ongecontroleerde ruimte in noord-Mali vinden mensen en goederen via onder andere Niger hun weg naar Libië en de kust van de Middellandse Zee. Opbrengsten uit deze activiteiten en losgeld dat naar aanleiding van ontvoeringen wordt betaald, vormen ook een belangrijke financieringsbron van terroristische activiteiten. Verdere destabilisering van deze kwetsbare regio zal de aanwas van de stroom van migranten tot gevolg hebben die vanuit en via de Sahel Europa proberen te bereiken.
Solidariteit met de burgerbevolking van Mali vormt een andere belangrijke overweging die ten grondslag ligt aan het kabinetsbesluit. De Malinese bevolking wordt hard getroffen door de armoede, instabiliteit, onveiligheid en de mensenrechtenschendingen als gevolg van de crisis in het land. De crisis heeft geleid tot 350.000 ontheemden en 170.000 vluchtelingen. Artikel 90 van de Nederlandse Grondwet stelt dat de regering de internationale rechtsorde bevordert, waarbij het waarborgen van mensenrechten nadrukkelijk een rol speelt. Deelneming aan MINUSMA sluit ook aan bij de actieve rol die Nederland speelt in de internationale discussie over het grote belang van ‘human security’.
Een bijdrage aan MINUSMA is in overeenstemming met ons langdurige partnerschap met Mali op het terrein van ontwikkeling en biedt de mogelijkheid om in samenhang met het bilaterale OS-programma de effectiviteit van de totale Nederlandse inspanningen een impuls te geven.
Voorts is het in economisch perspectief van belang de grondstoffen en energiebronnen in de regio bereikbaar en beschikbaar te houden voor de industrie en handel. Hiermee is onder andere de positie van de Nederlandse havens gemoeid. Noord-Afrika is voor Nederland een belangrijke grondstoffenpartner. In West-Afrika is Nederland gemiddeld de vijfde handelspartner.
MINUSMA
Resolutie 2100 (april 2013) vormt de basis voor MINUSMA. De missie heeft eenbreed en geïntegreerd mandaat gekregen, voor een initiële periode van twaalf maanden (tot 30 juni 2014). Het is waarschijnlijk dat de VN Veiligheidsraad de missie enige jaren in stand houdt. Centrale doelstellingen zijn de stabilisering van belangrijke bevolkingscentra, steun voor het herstel van het staatsgezag in heel Mali, bemiddeling bij politieke dialoog en verzoening, steun bij de organisatie van verkiezingen, bescherming van burgers en ondersteuning bij humanitaire hulp. Van belang zijn ook de doelstellingen om te helpen oorlogsmisdaden te bestraffen en cultureel erfgoed te beschermen. Om de doelstellingen te bereiken, met uitzondering van de bemiddeling bij dialoog, verzoening en verkiezingen, mag de missie op basis van hoofdstuk VII van het VN Handvest alle noodzakelijke middelen inzetten. Een unicum in het mandaat is de aanwijzing van Frankrijk als militaire escalatiemacht (parallel force). Frankrijk is in resolutie 2100 geautoriseerd om MINUSMA te ondersteunen: “to intervene in support of elements of MINUSMA when under imminent and serious threat”. De precieze uitvoering van deze afspraak is vastgelegd in een technische overeenkomst tussen Frankrijk en de VN. Hierin is onder meer bepaald dat de Force Commander van MINUSMA namens de Secretaris-Generaal van de VN de hulp van de Franse troepen direct kan inroepen. De verkleining van operatie Serval heeft geen invloed op deze overeenkomst.
Geleerde lessen uit het verleden, zoals de noodzaak om robuust te kunnen optreden en te beschikken over een goede informatiepositie en een stevige inlichtingencapaciteit, zijn in het MINUSMA-mandaat verwerkt. De VN begeleidt Mali op weg naar een functionerende overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land. De Nederlandse bijdrage is erop gericht de VN in de eerste fase van de missie te ondersteunen. Nederland levert een specifieke militaire bijdrage om de VN-missie op de rails te krijgen, namelijk een integrale bijdrage aan de inlichtingencapaciteit. Deze is goed overdraagbaar aan andere landen, wanneer Nederland besluit de deelneming aan de missie te beëindigen.
Politiek
In januari 2012 brak opnieuw, na eerdere opstanden in de jaren zestig, negentig en in 2007, een Toeareg-rebellie uit in het noorden van Mali. Vervolgens werd op 22 maart 2012 president Touré afgezet door een groep militairen onder leiding van kapitein Amadou Sanogo, uit onvrede over de zwakke positie van het leger dat niet was toegerust om de opstand te bestrijden. Mede door het onvermogen van de overheid om het staatsgezag te herstellen, veranderde het noorden van Mali in de loop van 2012 in een vrijhaven voor gewapende en terroristische groeperingen. Zij werkten regelmatig in tijdelijke en wisselende coalities samen. Daarbij wisten jihadistische groeperingen de (seculiere) Toeareg-rebellen te marginaliseren en de controle in noord-Mali over te nemen. In april 2012 maakten de coupplegers onder internationale druk plaats voor een interim-regering. In december 2012 was het politieke transitieproces geheel vastgelopen en werd interim-premier Diarra tot aftreden gedwongen door de coupplegers. Begin januari 2013 begonnen jihadistische groepen een opmars richting het zuiden en wisten zij door te breken tot de de facto grens tussen het noorden en zuiden van Mali. Op 11 januari jl. startte Frankrijk, op verzoek van de Malinese autoriteiten en met steun van de VN Veiligheidsraad, een militaire interventie (operatie Serval) met als doel de Malinese territoriale integriteit te herstellen. De komst van de Fransen werd door de Malinese bevolking verwelkomd. De Fransen, ondersteund door de African-led International Support Mission to Mali (AFISMA) en het Malinese leger, wisten het noorden te heroveren op de rebellen. De interim-regering nam eind januari een routekaart voor transitie aan om de territoriale integriteit en de constitutionele orde in Mali te herstellen.
Een langdurig onderhandelingsproces in Ouagadougou, onder bemiddeling van de president van Burkina Faso, leidde op 18 juni 2013 tot een voorlopig akkoord tussen de interim-regering en verschillende gewapende groepen uit het noorden, met als voorwaarde dat vredesonderhandelingen zouden worden voortgezet binnen zestig dagen na het aantreden van een gekozen regering. Naast een staakt het vuren regelde dit akkoord de terugkeer van het bestuur en het leger naar Kidal. Daardoor werden presidentsverkiezingen in heel Mali mogelijk, een van de voorwaarden van de routekaart. Een eerste stap in de ontwapening van gewapende groeperingen was hun ‘cantonnement’ (kampen ingericht voor opvang van strijders) in afwachting van een definitief akkoord. Het akkoord voorzag ook in een internationale commissie die ernstige misdrijven en mensenrechtenschendingen onderzoekt.
De presidentsverkiezingen vonden plaats in juli en augustus 2013 en verliepen naar omstandigheden goed. Ibrahim Boubacar Keita werd met duidelijke meerderheid gekozen. De verwachtingen voor zijn presidentschap zijn bij zowel de bevolking als de internationale gemeenschap hooggespannen. Met de benoeming van de ministersploeg op 8 september jl. kan de regering haar beleid formuleren.
Nu zal moeten blijken of Keita inderdaad in staat is de nodige hervormingen door te voeren. Er was kritiek op enkele van zijn ministersbenoemingen. Tegelijk trad hij krachtig op tegen de voormalige coupplegers. De invloed van couppleger Sanogo is sterk teruggedrongen. Sanogo’s eerdere bevordering tot 4-sterren generaal wordt gezien als handreiking om hem vrijwillig te laten terugtreden; hij vervult op dit moment geen formele positie meer binnen het Malinese leger. Veelzeggend is de uitspraak van Keita dat ‘er geen ruimte is voor twee kapiteins op dit schip’. Ook het merendeel van Sanogo’s handlangers is van het toneel verdwenen.
Keita wil zich richten op verzoening, oplossing van de problemen in het noorden, aanpak van corruptie, hervorming van de staat (o.a. door decentralisatie) en ontwikkeling (met specifieke aandacht voor de positie van het noorden), landbouw, werkgelegenheid, onderwijs en gezondheidszorg. Door middel van regionale en nationale consultaties wil de regering de Malinese bevolking inspraak geven in de koers die Mali nu moet inslaan. De eerste onderhandelingen met vertegenwoordigers uit het noorden zijn in september jl. gestart. Daarnaast zal de regering het mandaat en de samenstelling van de door de interim-regering aangestelde, maar ineffectieve, verzoeningscommissie aanpassen. Veel Malinezen zijn van mening dat het verzoeningsproces, waarbij de aanpak van straffeloosheid een basisvoorwaarde is, van onderaf moet groeien en niet van bovenaf moet worden opgelegd.
Veiligheid
De VN Veiligheidsraad autoriseerde in december 2012 AFISMA en de EU richtte in februari 2013 een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). Op 25 april 2013 richtte de VN Veiligheidsraad de opvolger van AFISMA op, MINUSMA.
Mede dankzij operatie Serval en MINUSMA is de situatie in het noorden inmiddels relatief kalm. Het is echter onzeker in hoeverre de situatie werkelijk stabiel is. Er is nog steeds een groep aanwezig die streeft naar een onafhankelijk noord-Mali (‘Azawad’) en de jihadisten zijn nog niet volledig verdwenen. De dreiging die nog steeds uitgaat van de jihadisten blijkt ook uit de aanslagen die eind september en begin oktober werden gepleegd in de noordelijke steden Timboektoe, Gao en Kidal. Tegelijk wisten Serval en MINUSMA verschillende terroristen uit te schakelen en explosieven in beslag te nemen, ook recentelijk nog middels operatie Hydra van eind oktober. Op 23 oktober jl. kwamen twee Tsjadische MINUSMA-militairen om bij een aanslag in Tessalit. Er zijn bovendien etnische conflicten tussen en binnen Arabische, Toeareg en Peuhl gemeenschappen. Banditisme en drugshandel blijven een veiligheidsprobleem en de terugkeer van ontheemden (naar schatting 140.000) zorgt voor spanning. In sommige gevallen worden zij door achterblijvers van collaboratie met jihadisten beschuldigd. Ook ontstaan er door de terugkeer van ontheemden disputen over land. Voedselschaarste, mede als gevolg van langdurige droogte en andere ecologische omstandigheden, vormt een andere bron van potentiële conflicten.
Gewapende groepen in Mali vormen een complex en continu wisselend geheel. De
belangrijkste gewapende partijen zijn op dit moment de Mouvement National pour
la Liberation de l’Azawad (MNLA, Toeareg-groepering), AQIM (jihadistische groepering), en de Mouvement pour l’Unicité et du Jihad en Afrique de l’Ouest (MUJAO, jihadistische groepering).1 De verschillende partijen hebben zware verliezen geleden en zijn versplinterd. Buitenlandse jihadisten hebben Mali naar verluidt grotendeels verlaten, terwijl veel Malinese jihadisten zijn opgegaan in de bevolking. De recente fusie tussen MUJAO en een splintergroepering van AQIM en de voorzichtige toenadering tussen MNLA en AQIM, laten zien dat jihadisten zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Vooral rondom Kidal zijn er nog steeds spanningen tussen de MNLA en het Malinese leger en heerst er wantrouwen ten opzichte van de overheid. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen dat groepen uit noord-Mali banden hebben met andere terroristische organisaties in de regio, zoals Boko Haram in Nigeria. De ontwikkelingen in Mali en de regio beïnvloeden elkaar over en weer. Hierdoor blijft de regionale veiligheidssituatie instabiel, zoals de eerder genoemde aanslagen in Algerije en Niger illustreren.
Malinese strijdkrachten
Nadat het Malinese leger in 1991 een staatsgreep pleegde, hebben achtereenvolgende regeringen geprobeerd het leger te verzwakken, om het risico van toekomstige staatsgrepen te verkleinen. Rekrutering werd een zaak van politieke- en familieconnecties, waardoor het kopen van functies gebruikelijk werd, in plaats van benoemingen op grond van verdienste. Deze ontwikkeling heeft de kwaliteit van het Malinese leger ernstig aangetast. De gevechtscapaciteit is minimaal, moreel en discipline zijn onder de maat, leiderschap ontbreekt en de bevelstructuur functioneert in sommige gevallen niet. Inmiddels beseft de Malinese regering dat het leger in staat moet worden gesteld zelfstandig de territoriale integriteit van Mali te handhaven. De legerleiding en de overheid staan positief tegenover de benodigde hervormingen. De EU-trainingsmissie (EUTM Mali) ondersteunt de Malinese regering om deze politieke wil in de praktijk te brengen. Keita benoemde bovendien een burger tot minister van Defensie. Hiermee toont de regering dat zij belang hecht aan een professioneel leger onder democratisch toezicht.
Politie en justitie
De binnenlandse veiligheidsdiensten bestaan uit de nationale politie, gendarmerie en nationale garde. Deze diensten functioneren matig tot slecht en zijn in sommige regio’s onzichtbaar. Waar ze aanwezig zijn, zijn corruptie en nepotisme de norm. Ook in de justitiesector is corruptie breed vertakt en diep geworteld. In combinatie met de beperkte toegang tot het rechtssysteem (vooral in het noorden), leidt dit tot een mate van straffeloosheid die een destabiliserend effect heeft op de democratische instituties in Mali. De corruptie wordt veelal gefinancierd uit de illegale doorvoer van onder andere drugs en wapens. De bestrijding van corruptie in de veiligheidsdiensten en justitie is dan ook van cruciaal belang voor de stabilisering van het land. UNPOL, dat wil zeggen de politie- en justitiecomponent van MINUSMA, zet zich hiervoor in door training en advisering van de veiligheidsdiensten en versterking van het justitieapparaat. Voor de langere termijn is er behoefte aan verdere structurele versterking en hervorming van het politie- en justitieapparaat.
Daarnaast zijn verschillende andere, minder prominente, (gewapende) partijen actief in
noord-Mali zoals Ansar ed-Dine, de groep onder leiding van Mokhtar bel Mokhtar en de
Haut Consil pour l’Unité de l’Azawad.
Mensenrechten
Sinds de bezetting van het noorden door rebellengroeperingen hebben zich enkele
incidenten van ernstige mensenrechtenschendingen voorgedaan. Na het uitbreken van de gevechten in januari jl. hebben ook groepen binnen het Malinese leger wraakacties uitgevoerd en mensenrechtenschendingen begaan (Kamerstuk 32735, nr. 73). Ruim tweehonderd verdachten zitten inmiddels vast. Het Internationaal Strafhof is een onderzoek begonnen naar oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid sinds het uitbreken van gewelddadigheden in 2012. Met de ondertekening van het pre-akkoord van 18 juni 2013 is het aantal mensenrechtenschendingen afgenomen. Hoewel Mali veel internationale mensenrechtenverdragen heeft geratificeerd, zijn deze niet allemaal omgezet in nationale wetgeving.
De vrouwenrechten in Mali staan onder druk. De traditionele Malinese cultuur draagt bij aan een maatschappelijk taboe ten aanzien van het spreken over geweld tegen vrouwen. De prioriteiten van de nieuwe regering op dit vlak moeten nog blijken. De wens van de commandant van het Malinese leger om met UN Women samen te werken op het gebied van preventie van gender based violence door de Malinese strijdkrachten is een positieve ontwikkeling.
Humanitaire situatie
Ruim vijf miljoen mensen zijn getroffen door de crisis in Mali. Bijna 350.000 mensen vluchtten van het noorden naar het zuiden, waar zij veelal door familie zijn opgevangen. Dankzij de toegenomen veiligheid is de terugkeer van deze ontheemden naar het noorden inmiddels op gang gekomen, met name naar de regio’s Gao en Timboektoe. Daarnaast bevinden zich nog altijd ruim 170.000 Malinese vluchtelingen in buurlanden (70.000 in Mauritanië, 50.000 in Niger en 50.000 in Burkina Faso). Tot slot kampen 3,5 miljoen mensen met voedselonzekerheid, waarvan circa 1,4 miljoen onmiddellijk voedselhulp nodig hebben. De voedselzekerheidssituatie in het noorden is verslechterd. Daar is momenteel 85 procent van de bevolking afhankelijk van voedselhulp, terwijl de autoriteiten nog niet in staat zijn om deze dienstverlening op zich te nemen. Op dit moment is, gegeven de voortdurende onveiligheid buiten de steden, de 'humanitaire ruimte' voor organisaties zeer beperkt.
De VN heeft in 2013 circa 477 miljoen dollar nodig voor humanitaire hulp. Van deze behoefte is momenteel slechts 35 procent gefinancierd. Ontwikkelingen op het gebied van onveiligheid, droogte en de toenemende terugkeer van ontheemden en vluchtelingen kunnen ertoe leiden dat de humanitaire situatie in de nabije toekomst verslechtert. Deze kan bovendien nog verder verslechteren door de aanhoudende ondervoeding bij jonge kinderen. Er is een coördinatieplatform opgezet voor het herstel van de getroffen gebieden. Het platform stimuleert de politieke dialoog met nationale autoriteiten om een efficiënte transitie van humanitaire hulp naar ontwikkelingssamenwerking te waarborgen. Naast de reguliere humanitaire hulp die via organisaties als het United Nations Children’s Fund (UNICEF), de VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) en het Wereldvoedselprogramma (WFP) loopt, heeft Nederland dit jaar 2 miljoen euro voor humanitaire hulp in de Sahel vrijgemaakt. Deze bijdrage loopt via het Wereldvoedselprogramma. In 2012 was de Nederlandse bijdrage voor humanitaire hulp in de Sahel 20,1 miljoen euro, hiervan was 7,2 miljoen euro voor Mali bestemd.
Ontwikkelingssamenwerking
Mali is een van de armste landen ter wereld. Het land kampt met een hoge bevolkingsgroei, analfabetisme, hoge moeder- en kindersterfte en een zeer hoge werkloosheid, met name onder jongeren. Verder laten zich de negatieve effecten gelden van voedselschaarste en grensoverschrijdende criminaliteit. De Malinese overheid is niet goed in staat om basisdiensten te leveren aan de bevolking. Daarnaast heeft de centrale overheid zich sinds de jaren negentig de facto teruggetrokken uit het noorden waardoor de bevolking gemarginaliseerd raakte. Mali is al sinds de jaren zeventig een partnerland van Nederland op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en ook de Europese Unie is al lange tijd in Mali actief als donor.
In reactie op de staatsgreep in 2012 schortten donoren de hulp aan de Malinese overheid op. Deze maatregel diende als signaal aan de Malinese regering dat het er geen sprake was van ‘business as usual’. De sancties hebben politiek een gunstig effect gehad en hebben er mede toe geleid dat de coupplegers afstand deden van de macht ten gunste van een civiele interim-regering en dat in een later stadium verkiezingen werden georganiseerd. De keerzijde van de maatregel was dat de terugval in de Malinese overheidsfinanciën de basisdienstverlening nog verder onder druk zette. In februari 2013 stemde de Raad Buitenlandse Zaken in met geleidelijke en voorwaardelijke hervatting van de EU-hulp, middels een State Building Contract van 225 miljoen euro waarvan in juni jl. een eerste tranche van 90 miljoen euro is overgemaakt. Deze middelen worden ingezet om de prioriteiten uit het door de Malinese interim-regering geformuleerde ‘Plan pour la Relance Durable du Mali (PRED) 2013-2014’ te ondersteunen op het gebied van onder meer democratisering, verkiezingen en verzoening, veiligheid, justitie, basisdienstverlening, water en infrastructuur, ook in het noorden van het land.
Tijdens de internationale donorconferentie op 15 mei jl. in Brussel werd het PRED positief ontvangen door de internationale gemeenschap en werd ruim drie miljard euro aan steun toegezegd, waarvan ruim een miljard aan nieuwe middelen. Nadat Nederland begin 2012 de bilaterale hulp aan Mali opschortte, is deze steun geleidelijk en onder voorwaarden hervat (Kamerstuk 32605, nr. 122, april 2013).
In de periode 2013-2017 worden de decentrale overheid en het maatschappelijk middenveld ondersteund om de lokale basisdienstverlening in de regio’s Mopti, Segou, Gao en Timboektoe op het gebied van voedselzekerheid/water alsook seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) te verbeteren. Ook wordt een Veiligheid en Rechtsorde-programma uitgerold, gericht op versterking van de decentrale justitie- en veiligheidsketens die de belangen van de burger dienen, inclusief vergroting van de toegang tot recht. Hiermee wil Nederland bijdragen aan de aanpak van de grondoorzaken van het conflict, structurele straffeloosheid, corruptie binnen de justitie- en veiligheidsketens, de kloof tussen staat en burger en de gebrekkige uitvoering van decentralisatieprocessen. Met genoemde aanpak brengt Nederland de geleerde lessen uit het verleden in praktijk. Concreet betekent dit dat in het OS-programma meer aandacht aan het noorden zal worden geschonken waarbij veiligheid een belangrijkere rol zal spelen. Tevens zal in de komende jaren meer aandacht worden besteed aan het op gang brengen van stabiliteit en duurzame ontwikkeling in het noorden. Feitelijk is daar door de gewijzigde context nu al een begin mee gemaakt.
Samenhang
De complexe problematiek in Mali vraagt om een geïntegreerde (‘3D’-)benadering. Interventies op het gebied van veiligheid, rechtsorde, het versterken van overheidsstructuren, sociaaleconomische ontwikkeling en bevordering van het politieke proces moeten in onderlinge samenhang worden uitgevoerd. Nederland zal niet op al die terreinen even ambitieus bijdragen en zoekt daarom naar een aansluiting tussen de eigen activiteiten en die van andere partners, zoals de VN en de EU. Beide organisaties streven, net als Nederland, naar een sterk geïntegreerde inzet van militaire en civiele capaciteiten. Bovendien stellen zij zich ten doel de coördinatie van inspanningen van zowel multilaterale als bilaterale donoren op het terrein van politiek en ontwikkelingssamenwerking te versterken. Voorbeelden van fora waar deze coördinatie plaatsvindt en waar Nederland aan deelneemt, zijn de Groupe de Soutien et Suivi sur le Mali en donorconferenties.
Mali is een partnerland op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. In de afgelopen decennia heeft ons land een stevige positie en uitgebreid netwerk opgebouwd hetgeen veel goodwill oplevert, vooral in de regio’s waar Nederland actief is met zijn ontwikkelingsprogramma. Deze positie bevordert een effectieve inzet in MINUSMA. Nederland zal die inzet vooral concentreren op Mali. Indien initiatieven gericht op de wijdere regio passen bij de Nederlandse beleidsprioriteiten en meerwaarde bieden voor ons land, zal worden bezien of hierbij kan worden aangehaakt.
Naast de algemene aansluiting bij de inzet van andere (multilaterale) partners zal ook worden bezien hoe onze bijdrage aan MINUSMA gekoppeld kan worden aan de overige inspanningen van Nederland in Mali. Daarbij wordt vooral gekeken hoe het Veiligheid en Rechtsorde-beleid en MINUSMA elkaar aanvullen en wederzijds versterken (zie operationele aspecten). De civiele experts die Nederland aan MINUSMA aanbiedt zullen, met dit element in het achterhoofd, worden geselecteerd. Ook zal worden bezien of Nederlandse civiele politiefunctionarissen en marechaussee binnen UNPOL ingezet kunnen worden in Gao, waar de Nederlandse Ambassade reeds actief is met haar ontwikkelingsprogramma’s.
Hierbij wordt initieel gekeken naar de ondersteuning van het justitieapparaat, een belangrijk onderdeel van het Veiligheid en Rechtsorde-programma. Bovendien zal worden bezien of het Veiligheid en Rechtsorde-programma moet worden bijgesteld of uitgebreid, om middels langere termijn hervormingsprogramma’s nog beter aan te sluiten bij de politiecomponent van MINUSMA. Door zo’n samenhang tussen de inzet in MINUSMA en het bilaterale ontwikkelingsprogramma wordt het geïntegreerde karakter van de Nederlandse inspanningen verder versterkt. In de afgelopen periode is, met het oog op de initiële stabilisering van Mali, al een aantal initiatieven genomen om de samenhang van de Nederlandse en internationale inzet vorm te geven. Zo heeft Nederland financieel bijgedragen aan de inzet van de Afrikaanse vredesmacht AFISMA, die inmiddels is opgegaan in MINUSMA. Ook levert Nederland een financiële bijdrage aan de training van AFISMA-troepen door het African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) programma van de Verenigde Staten. Ook heeft Nederland luchttransportcapaciteit beschikbaar gesteld ten behoeve van operatie Serval via het European Air Transport Command (EATC). Daarnaast levert Nederland momenteel een staffunctionaris in het Belgische detachement dat deelneemt aan EUTM Mali en een senior analist in de Joint Mission Analysis Cell van MINUSMA. Op het gebied van menselijke veiligheid (human security) ondersteunt Nederland de verificatie van mensenrechtenschendingen door een lokale organisatie. Ook financiert Nederland de training van Malinese troepen door UN Women op het gebied van gender, bescherming van vrouwen en kinderen en internationaal humanitair recht. De EUTM-trainingsmodules op het gebied van gender en mensenrechten zijn complementair aan de trainingen verzorgd door UN Women.
Ook draagt Nederland door steun aan het Centre for Civilians in Conflict bij aan de ontwikkeling van richtlijnen voor het voorkomen en adresseren van burgerschade tijdens internationale en nationale militaire (vredes)operaties in Mali.
Regionale dimensie
De problematiek in Mali kent een sterke regionale dimensie. Het internationale terrorisme en de criminele netwerken gaan landsgrenzen ver te buiten. Ook omringende landen (met name Mauritanië, Niger en Algerije, maar ook Tunesië en Libië) hebben hiermee te maken. De VN en EU zijn op verschillende manieren en met wisselend succes in de regio actief, om de regionale dimensie van het probleem aan te pakken (onder andere via het UN Office on Drugs and Crime (UNODC), het United Nations Office for West Africa (UNOWA), de EU capaciteitsopbouwmissie EUCAP Sahel Niger, de EU grensbewakingsmissie in Libië en programma’s in het kader van de EU contra-terrorisme strategie voor de Sahel). Hun visie op de aanpak van de regionale problematiek is verwoord in hun respectievelijke Sahel-strategieën. Ondanks accentverschillen in deze strategieën, benadrukken beide het belang van de nexus tussen veiligheid en ontwikkeling en hechten sterk aan een leidende rol voor regionale actoren, vooral voor de Afrikaanse Unie (AU) en de Economic Community Of West African States (ECOWAS).
Landen in de regio zijn actief betrokken. Burkina Faso heeft als vertegenwoordiger van ECOWAS een leidende rol op zich genomen in de bemiddeling tussen Bamako en de opstandelingen. De AU speelde een coördinerende rol bij het instellen van Groupe du Suivi et du Soutien pour le Mali en de organisatie van de donorconferentie in Addis Abeba in januari jl. Op veiligheidsterrein zijn AU- en ECOWAS-lidstaten de belangrijkste troepenleveraars, eerst aan AFISMA en nu aan MINUSMA. De Sahellanden werken samen op het gebied van voedselzekerheid via het Committee on Drought Control in the Sahel (CILSS). Op veiligheidsterrein hebben Algerije, Mali, Mauritanië en Niger een eerste stap gezet door het instellen van een joint chiefs of staff committee in Algerije. Deze samenwerking is echter nog weinig effectief. Daarom is een andere prioriteit in de aanpak van de VN en de EU het bevorderen van de verdergaande samenwerking tussen de Sahellanden en de landen van Noord-Afrika op het gebied van veiligheid. Dit gebeurt door politieke bemiddeling. Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal Bert Koenders is zeer actief op het terrein van het op gang brengen en houden van de politieke dialoog tussen landen en verantwoordelijke organisaties. De VN zou zijn convening power actief moeten inzetten. Nederland dringt daar in de geëigende fora ook op aan.
Operatieconcept en organisatie MINUSMA
Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal Bert Koenders (SRSG) staat aan het hoofd van MINUSMA. De militaire inspanningen staan onder leiding van de Rwandese Force Commander Jean Bosco Kazura. De missie heeft een geautoriseerde omvang van 11.200 militairen, 1440 politie/justitie-functionarissen (UNPOL) en civiele staf (omvang nog onbekend). Volledig gevuld is MINUSMA in grootte de vierde VN-missie. MINUSMA is duidelijk nog een missie in opbouw en de organisatiestructuur is nog niet geformaliseerd. MINUSMA beoogt samenhang te creëren door een multidimensionale en decentrale opzet van de organisatie. De ondersteuning van politieke processen moet worden gecombineerd met de ‘robuustere’ inzet ten behoeve van stabilisering en met de ontwikkelingsprocessen langere termijn, zoals de hervorming van de veiligheidsinstituties. Het hoofdkantoor van de missie is gevestigd in Bamako en er zijn regionale kantoren in Gao, Timboektoe en Kidal. Er is een breed draagvlak voor de missie, hetgeen blijkt uit de diversiteit aan landen die een bijdrage leveren. Zo neemt ook China (voor het eerst in VN-kader) deel met gewapende eenheden.
Direct na aanvang op 1 juli jl. moest de missie aan de slag met de presidentsverkiezingen en het politieke onderhandelingsproces in Ouagadougou.
Nu een nieuwe Malinese regering is aangesteld, zal MINUSMA in overleg met de regering haar strategische plannen op de Malinese beleidsprioriteiten kunnen afstemmen. De SRSG verwacht het Integrated Strategic Framework, waarin de doelstellingen van MINUSMA en van de in Mali opererende VN-organisaties zijn samengebracht, begin 2014 te voltooien. Het wegnemen van de grondoorzaken van het conflict door middel van structurele ontwikkeling behoort niet tot de taken van MINUSMA. Dat is een verantwoordelijkheid van de Malinese regering die daarbij wordt ondersteund door VN-organisaties en andere donoren. De missie heeft een militair Concept of Operations en een civiel Mission Concept opgesteld en voorgelegd aan het hoofdkwartier in New York. Per 1 juli 2013 zijn AFISMAtroepen opgegaan in MINUSMA. De uitrol van de militaire component is momenteel het verst gevorderd, maar nog niet volledig. MINUSMA zal op zijn vroegst in het eerste kwartaal van 2014 volledig zijn ontplooid.
MINUSMA heeft een stevig mandaat op het gebied van mensenrechten. De mensenrechteneenheid richt zich op transitional justice, het onderzoeken van mensenrechtenschendingen en capaciteitsopbouw van de Malinese overheid op dit terrein (onder andere ten aanzien van het gevangeniswezen, opsporingsdeskundigen, rechters/aanklagers en access to justice). Ook zal MINUSMA de Malinese Mensenrechtencommissie ondersteunen. Verschillende activiteiten zijn reeds gestart. De samenwerking met het maatschappelijk middenveld verloopt goed. De rol van MINUSMA met betrekking tot verzoening moet nog worden gedefinieerd, afhankelijk van de prioriteiten van de nieuwe regering. MINUSMA is niettemin voornemens om Malinese instituties met verzoeningsmandaat te ondersteunen op zowel nationaal als lokaal niveau met financiële en technische middelen alsook via bemiddeling van de SRSG.
De Malinese autoriteiten zijn eerstverantwoordelijk voor de bescherming van burgers. In haar ondersteunende rol is MINUSMA echter gemandateerd om alle noodzakelijke middelen te gebruiken om burgers te beschermen. Het mandaat berust op twee elementen, namelijk de bescherming van burgers die worden bedreigd met fysiek geweld en van kinderen en vrouwen in gewapend conflict (inclusief seksueel geweld). Het belang dat de missie hecht aan burgerbescherming blijkt onder andere uit de plaatsing van de Protection of Civilians-eenheid binnen MINUSMA; deze valt rechtstreeks onder de SRSG. De elementen bescherming van kinderen en vrouwen in gewapend conflict zijn ondergebracht in twee zelfstandige eenheden. Daarnaast is aan de staf van de missiecommandant een Protection of Civilians risk advisor toegevoegd.
Gender is een prioriteit voor MINUSMA. De gender-eenheid van de missie richt zich vooral op de beleidsvorming om de participatie van vrouwen in het politieke proces te verbeteren en de gender-dimensie in transitional justice (meerwaarde van vrouwen in verzoeningsproces) en veiligheidssector hervormingsprocessen te integreren. MINUSMA werkt daarbij nauw samen met een netwerk van vrouwenleiders en met de nieuwe regering. Daarnaast richt UN Women zich op de meer ontwikkelingsgerelateerde aspecten van gender in Mali (verbetering van toegang tot onderwijs en gezondheidszorg voor meisjes en vrouwen, terugdringen huiselijk en seksueel geweld, etc.).
Uitdagingen
De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en organisatie van verkiezingen lijken op korte termijn goed haalbaar. De lange termijn doelstellingen, zoals het verzoeningsproces, herstel van staatsgezag en het professionaliseren van de veiligheidssector, zullen een lange adem vergen en staan onder invloed van externe factoren, zoals de daadkracht van de Malinese overheid en de bereidheid van (de verschillende groepen onder) de bevolking. In de komende periode zal de samenwerking tussen de nieuwe regering en MINUSMA op deze terreinen vorm krijgen, resulterend in een aantal strategische documenten op het gebied van bijvoorbeeld politie- en justitiehervorming.
De kwalitatieve capaciteit van MINUSMA is een aandachtspunt. De missie investeert hierin door AFISMA-troepen in het kader van de overgang naar MINUSMA te ondersteunen op basis van de Human Rights Due Diligence Policy en de MINUSMA-troepen te trainen op het gebied van mensenrechten. Met de overgang van AFISMA naar MINUSMA is bovendien nog niet aan de volledige kwantitatieve behoefte voldaan. Met de terugtrekking van een deel van de Nigeriaanse troepen is de opbouw naar volledige militaire capaciteit vertraagd. In een aantal landen moet nog een besluit worden genomen over een mogelijke bijdrage. Daarnaast kampt de missie in deze beginfase nog met aanzienlijke logistieke uitdagingen en een tekort aan enablers zoals transporthelikopters, die de missie de flexibiliteit van optreden geven die in een groot land als Mali noodzakelijk is. Voor ondersteuning van de civiele aspecten van de missie zal de VN deze capaciteit commercieel inhuren. Om ook voor militaire acties over transporthelikopters te beschikken, heeft de VN andere landen actief benaderd. De missie werkt volgens het olievlek principe: eerst wordt de aandacht gericht op de steden. Afhankelijk van de beschikbare capaciteit wordt de focus uitgebreid naar kleinere steden in de regio’s. Het zwaartepunt ligt op noordoost Mali (regio Gao), waar al een relatief grote Franse footprint aanwezig is en blijft.
Coördinatie
De verschillende missies die momenteel actief zijn in het gebied coördineren hun
activiteiten op het gebied van veiligheid. Dit gebeurt onder meer door middel van
de uitwisseling van liaisonofficieren, dagelijks overleg en de wederzijdse
betrokkenheid bij het plannen van operaties. Om veiligheid en rechtsorde op lange
termijn te verankeren is het noodzakelijk om de capaciteit van politie, nationale
garde, gendarmerie en justitie te versterken. MINUSMA zal hieraan een bijdrage
leveren, maar ook de EU onderzoekt of ondersteuning geboden kan worden, in
aanvulling op andere inspanningen in de regio (EUCAP Sahel Niger, EUBAM Libië
en in het kader van de EU contra-terrorisme strategie voor de Sahel).
Operatie Serval richt zich op de acute veiligheidsdreiging. Frankrijk zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA, zijn operatie over de komende maanden afslanken. Serval zal wel als parallel force beschikbaar blijven, hetgeen is vastgelegd tussen Frankrijk en de VN. Ook zal Frankrijk zich blijven richten op contraterrorisme en het bestrijden van opstandige elementen (counterterrorism/counter-insurgency), zoals vastgelegd in een bilaterale overeenkomst met Mali.
EUTM Mali richt zich op training en reorganisatie van het Malinese leger, waaronder het herzien en versterken van de commandostructuur. Om naast de operationele ook de institutionele capaciteit van de strijdkrachten te waarborgen zet de internationale gemeenschap, vooral via EUTM Mali, ook in op sterker civiel toezicht op het leger. Binnenkort spreekt de EU over mogelijk verlenging van het EUTM-mandaat waarbij gekeken wordt naar het trainen van extra bataljons. Door het Malinese leger naar een aanvaardbaar niveau te brengen kan het op termijn de taken die nu door Serval en MINUSMA worden uitgevoerd, overnemen. Het succes van EUTM Mali is in die zin mede bepalend voor de mogelijkheden tot afbouw van de militaire component van MINUSMA.
Operationele aspecten
Inzet Koninklijke Marechaussee en Nationale Politie
De inzet van de Nederlandse bijdrage in UNPOL zal zich richten op de staf van UNPOL, het Directoraat-Generaal van de Police Nationale en de scholen van de veiligheidsdiensten. Nederland kan in totaal ongeveer dertig Nederlandse kandidaten (twintig KMar en tien politie) voor diverse functies aandragen. De uiteindelijke aantallen en werkgebieden hangen af van het selectieproces bij UNPOL.
Er zal worden bezien of de Nederlandse bijdrage aan UNPOL in de regio Gao kan worden geconcentreerd, waar het bilaterale Veiligheid en Rechtsorde-programma wordt uitgerold. In Gao worden gemengde teams van politie en Koninklijke Marechaussee voorzien, waarbij de politie zich kan richten op ondersteuning van de Police Nationale en de KMar meer op de ondersteuning van de gendarmerie en de Garde Nationale. Het doel is bij te dragen aaneen gezamenlijke en brede ontwikkeling van de veiligheidsdiensten in de regio Gao.
De Nederlandse politiebijdrage aan MINUSMA zal zich richten op de ontwikkeling van community policing, access to justice, politie-justitie samenwerking en grensbewaking gerelateerd aan de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder het tegengaan van drugssmokkel. Op het verzoek van UNPOL zullen Nederlanders deel uitmaken van de staf van de transnational crime eenheid en de gender-eenheid. Deze bijdragen zijn van belang om meer zicht te krijgen op grensoverschrijdende criminele stromen, waaronder drugs-, wapensen mensensmokkel. Bovendien is gender een van de speerpunten van het Nederlandse beleid. Bij de school van de Police Nationale en de Gendarmerieschool zal de Nederlandse inzet zich richten op de advisering van de staven en op de ontwikkeling van algemene trainingsconcepten en curricula.
Militaire bijdrage aan inlichtingenketen
Om de effectiviteit van MINUSMA zo groot mogelijk te maken heeft de VN besloten om, voortbouwend op ervaringen in andere VN-missies, de inlichtingencapaciteit van de missie stevig op te zetten. Nederland kan een belangrijke bijdrage leveren met deze niche-capaciteit en richt de bijdrage zo in dat onderdelen aan andere lidstaten kunnen worden overgedragen als de vermindering of beëindiging van de Nederlandse bijdrage aan de orde is. De VN is dan verantwoordelijk voor de vervanging.
Met een samenhangende bijdrage aan de gehele inlichtingenketen ontstaat een herkenbare nationale inbreng die bovendien niet wordt versnipperd over verschillende locaties en onderdelen. Nederland verkrijgt een sterke informatiepositie die zowel ten goede komt aan andere onderdelen binnen MINUSMA als aan de eigen Nederlandse bijdrage.
De All Sources Information & Fusion Unit (ASIFU) van in totaal 230 personen, van wie Nederland er 70 levert, is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken en analyseren van informatie op basis waarvan de militaire leiding van MINUSMA orders aan de eenheden verstrekt. De inlichtingen die de ASIFU verzamelt en analyseert, zijn afkomstig van onder meer verkenningseenheden, helikopters en onbemande vliegtuigen. De Nederlandse bijdrage aan de ASIFU bestaat uit twee componenten. Enerzijds de commandant van de eenheid en enkele stafofficieren in de ASIFU-staf in Bamako die zich met name op analyse richt. Anderzijds een groot deel van de Intelligence, Surveillance and Reconnaissance (ISR) compagnie in Gao, die zich vooral op inlichtingenvergaring richt.
Ter versterking van de positie van de ASIFU levert Nederland voorts een verkenningseenheid van ongeveer 90 militairen van de speciale eenheden (special forces). De primaire taak van deze eenheid is het verzamelen van inlichtingen door middel van lange-afstandspatrouilles waarbij een grote mate van zelfredzaamheid is vereist. De verkenningseenheid is daarmee een van de sensoren voor de ASIFU. De analyse van de inlichtingen door de ASIFU vormt de basis voor de plannen van de staf van de Force Commander. Andere taken van de militairen van de verkenningseenheid zijn denkbaar, maar vergen per operatie de instemming van de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Hierbij kan worden gedacht aan operaties die de risico’s voor andere MINUSMA-eenheden verminderen, zoals het ontmantelen van verdekte wapen- en logistieke opslagplaatsen en het aanhouden van opponenten. Met de Nederlandse verkenningseenheid krijgt de Force Commander de beschikking over een kwalitatief hoogwaardige militaire capaciteit, die kan worden ingezet in gebieden die voor reguliere eenheden niet toegankelijk zijn. De verkenningseenheid is een afgebakende bijdrage, die een ander land kan overnemen, als Nederland besluit te stoppen met de bijdrage.
Defensie levert voorts een eenheid met vier Apache gevechtshelikopters. Met hun kwalitatief hoogwaardige sensoren zijn de Apaches zeer geschikt om inlichtingen te verzamelen voor de ASIFU. De vier helikopters versterken de inlichtingenketen aanzienlijk. Ook kunnen ze worden ingezet om gewapende groeperingen af te schrikken en om vuursteun te leveren. De Apaches leveren een bijdrage aan de bescherming van Nederlands personeel en zij vertegenwoordigen de escalatiedominantie van de Nederlandse bijdrage. Ook deze eenheid met gevechtshelikopters kan, als Nederland besluit te stoppen, door een ander land worden overgenomen.
Overige zaken
De geografische nadruk van de inzet komt te liggen op de regio Gao, waar de VN de meeste behoefte heeft aan informatie en inlichtingen en waar de Franse operatie Serval met veel materieel en personeel aanwezig is. Samenwerking met de Franse eenheden op het gebied van operaties en logistiek is goed mogelijk.
Defensie is in staat om op korte termijn de eenheden voor de Nederlandse bijdrage te leveren en beschikt over voldoende capaciteit en voortzettingsvermogen om de deelneming voor langere tijd te garanderen. De Nederlandse bijdrage zal in overleg met MINUSMA gefaseerd worden ingezet, afhankelijk van de capaciteit van MINUSMA en partnerlanden om de eenheden de benodigde faciliteiten te bieden.
MINUSMA helpt de overheid van Mali haar legitimiteit te versterken en haar autoriteit over het gehele grondgebied van Mali te herstellen. Het mandaat en de Rules of Engagement (ROE) geven de missie voldoende armslag om haar taken te kunnen uitvoeren.
Omvang bijdrage
De militaire bijdrage bestaat uit 240 militairen in operationele functies (ASIFU (70), verkenningseenheid (90), individuele politiefunctionarissen (20 KMar), gewapende helikopters (60)) en 128 personen ten behoeve van bescherming van gevoelig materieel en logistieke ondersteuning. Bij de planning is uitgegaan van logistieke ondersteuning door de VN zoals beschreven in de VN-richtlijnen voor troepenleverende landen. In aanvulling hierop zal operatie Serval ondersteuning leveren. Zoals gebruikelijk wordt in het begin van de operatie een eenheid toegevoegd om de ontplooiing van de Nederlandse bijdrage mogelijk te maken. Er van uitgaande dat de VN inderdaad de benodigde logistieke ondersteuning levert, is een bijdrage van 368 militairen voorzien, naast de bijdrage van ongeveer tien civiele politiefunctionarissen en een aantal civiele experts. Bepalend voor de omvang van de Nederlandse militaire bijdrage is de keuze voor een integrale, samenhangende bijdrage aan de inlichtingenketen, om een voldoende niveau van zelfbescherming en ondersteuning te garanderen en om daadwerkelijk impact op de effectiviteit van de missie te hebben.
Commandovoering
De Nederlandse militaire eenheden staan onder bevel van de Force Commander vanuit Bamako. Ongeveer tien Nederlandse officieren, afkomstig uit de drie eerdergenoemde modules, maken deel uit van de staf van de Force Commander, waaronder een à twee sleutelfuncties. Hierdoor heeft Nederland te allen tijde direct invloed op de uitvoering van operaties. Er zijn geen caveats van toepassing op de inzet van Nederlandse militairen. Wel kan de hoogste Nederlandse militair in de staf van de Force Commander in opdracht van de CDS een opdracht van de Force Commander aan Nederlandse eenheden verbieden (red card holder). De CDS houdt te allen tijde volledige zeggenschap en kan dus zo nodig het bevel over de Nederlandse eenheden terugnemen. Deze werkwijze is mede ingegeven door geleerde lessen van eerdere missies.
Medische keten
In Bamako kunnen de militairen voor medische zorg terecht in een ziekenhuis dat
door de VN wordt bekostigd. In Gao is een Chinese faciliteit voorzien die medische
zorg op het niveau van een ziekenhuis biedt. Nederlanders kunnen ook een
beroep doen op de Franse medische faciliteit in Gao. De Nederlandse eenheid in
Gao wordt voorts voorzien van een eigen medische capaciteit met algemeen militair verpleegkundigen en een militair arts (niveau huisarts). In de regio Gao is medische evacuatie (medevac) gegarandeerd door operatie Serval. Hiermee is kwaliteit en tijdigheid van medische hulp gegarandeerd. In de beginfase van de missie zal Nederland bezien of de opbouw van de geplande medische voorzieningen van de VN volgens schema verloopt en aan de Nederlandse standaarden voldoet.
Operationele risico’s
Veiligheid
De Nederlandse eenheden zullen opereren vanuit Bamako en Gao. Vooralsnog is er geen sprake van een dreiging van een groot gewapend conflict. Er is echter wel een dreiging van terroristische activiteiten. De dreiging in Bamako en Gao wordt als beperkt beoordeeld, maar in de directe omgeving van deze steden is die hoger. Korte, hevige gevechtscontacten in de regio Gao, waar Nederlanders worden ingezet, zijn niet uitgesloten. Hoewel het een Nederlandse bijdrage aan inlichtingenketen betreft, valt dus niet uit te sluiten dat Nederlandse militairen worden blootgesteld aan geweld of bij gevechtshandelingen betrokken zullen zijn. Hiermee is bij de samenstelling van de militaire bijdrage rekening gehouden. Die garandeert voldoende capaciteit voor zelfbescherming. De keuze voor een samenhangende bijdrage en de gewenste robuustheid van zelfbescherming bepalen de omvang van de militaire bijdrage.
Gezondheid
Als gevolg van tropische ziektes, beperkte lokale hygiënische omstandigheden en extreme klimatologische omstandigheden, zijn de gezondheidsrisico’s hoog. Om de risico’s te beperken worden alle Nederlandse militairen gevaccineerd, nemen zij aanvullende hygiënische maatregelen en doorlopen zij een acclimatisatieprogramma.
IED dreiging
Gewapende jihadistische groeperingen beschikken over de capaciteit om Improvised Explosive Devices (IED’s) te plaatsen. De MIVD oordeelt dat de dreiging van het gebruik van IED’s door jihadistische groeperingen vooralsnog matig is. Bij bezoeken aan het missiegebied is gebleken dat de bevolking helpt bij het zoeken naar IED’s. Het huidige dreigingsniveau vergt geen extra personeel en materieel. De verkenningseenheid telt wel enige IED-deskundigen. Indien de dreiging toeneemt, zal die capaciteit vanuit Nederland worden versterkt.
Force protection
De Force Protection is gelaagd opgebouwd en biedt voldoende escalatiedominantie. Als Nederlandse eenheden door gewapende groepen worden aangevallen, zijn ze in eerste instantie robuust genoeg om zichzelf te kunnen beschermen. Het optreden wordt dagelijks afgestemd op het actuele dreigingsbeeld. Aanvullend kan de eenheid een beroep doen op de zogenaamde Quick Reaction Force (QRF) die MINUSMA heeft ingericht voor dit soort situaties. Daarnaast kunnen de aanwezige Nederlandse gevechtshelikopters worden ingezet ter ondersteuning van de Nederlandse eenheden. Mochten al deze middelen niet voldoende zijn, dan kan MINUSMA een beroep doen op de Franse operatie Serval die in Gao eveneens over een QRF en gevechtshelikopters beschikt.
Deelneming andere landen
Omdat MINUSMA zich in de opbouwfase bevindt, is de informatie over bijdragen van andere landen nog veranderlijk. Westerse militaire bijdragen aan MINUSMA worden geleverd door Duitsland, Finland, Frankrijk, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland. Niet-westerse militaire bijdragen worden geleverd door Bangladesh, Benin, Burkina Faso, China, Côte d'Ivoire, Ghana, Guinee, Liberia, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Tsjaad, Togo. Vooral Afrikaanse landen zijn sterk vertegenwoordigd in de missie: veruit de grootste troepenleveranciers zijn Tsjaad, Senegal, Togo, Niger en Nigeria. Met een bijdrage van 368 militairen is Nederland de grootste Westerse contribuant aan MINUSMA. Dit hangt nauw samen met de aard van de gekozen bijdrage. Na Nederland volgen Frankrijk en Duitsland met ieder 150 militairen. Qua omvang van de totale Europese militaire inspanningen in Mali bevindt Nederland zich met zijn bijdrage achter Frankrijk (2360) en vóór Duitsland (330).
Verantwoord vertrek, monitoring en evaluatie
De verantwoordelijkheid voor het meten van de voortgang, de strategiebepaling en het vaststellen van operationele doelstellingen ligt bij de VN. In lijn met het voor iedere VN-missie geldende Integrated Mission Planning Process zal MINUSMA op een zo kort mogelijke termijn (naar verwachting begin 2014) een Integrated Strategic Framework presenteren, waarin strategie, werkplan, doelen en indicatoren nader worden uitgewerkt. De missie zal hiervoor ook, in lijn met de VN-regels voor result-based management, contextanalyses en nulmetingen uitvoeren. Ook de Malinese overheid en andere lokale actoren worden hierbij nauw betrokken. De analyse en meting die wordt uitgevoerd in het kader van de bilaterale OS-inspanningen van Nederland zal, indien relevant en mogelijk, worden gedeeld met de VN. Elke drie maanden rapporteert Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki Moon aan de VN Veiligheidsraad over de situatie in Mali en de voortgang die MINUSMA (en Nederland als onderdeel daarvan) boekt.
In 2015 beoordelen wij onder meer hoe de opbouw en operationalisering van de inlichtingenketen van MINUSMA is verlopen. Het doel van de Nederlandse bijdrage aan de inlichtingenketen van MINUSMA is het vergroten van de effectiviteit van deze keten en daarmee aan het succes van MINUSMA als geheel. De Nederlandse activiteiten binnen de keten worden zodanig ingericht dat deze bij beëindiging van de bijdrage zijn over te dragen aan andere landen.
De versterking van de Malinese politie- en justitie vergt naar verwachting meer tijd. Een belangrijk element in het bepalen van de omstandigheden waaronder dit deel van de Nederlandse bijdrage verantwoord kan worden beëindigd, is de koppeling met projecten en programma’s die zullen doorlopen na het vertrek van Nederland. Het Veiligheid en Rechtsorde-programma, als onderdeel van ons OSbeleid in Mali, zal ook op dit punt aansluiting zoeken bij de activiteiten van MINUSMA en de Nederlandse bijdrage ten behoeve van politie en justitie. Op deze manier hoopt de regering de resultaten van de bijdrage aan MINUSMA te verduurzamen en daar ook na beëindiging van deelname aan MINUSMA op voort te bouwen.
Na beëindiging van de Nederlandse bijdrage zal de Kamer zoals te doen gebruikelijk een eindevaluatie toegaan, opgesteld onder verantwoordelijkheid van de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie, Veiligheid en Justitie en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Financiën
De geraamde additionele uitgaven voor de militaire bijdrage aan MINUSMA bedragen €51 miljoen per jaar. Daarnaast bedragen de uitgaven voor (na)zorg van militairen op jaarbasis naar verwachting ongeveer €2 miljoen. In 2014 zijn er nog extra additionele uitgaven voor de ontplooiing van de missie geraamd op €11,5 miljoen. Dat brengt de totale additionele uitgaven voor MINUSMA in 2014 op €64,5 miljoen, waarbij wordt uitgegaan van een volledige logistieke ondersteuning van de VN. Als de VN niet in staat is om tijdig volledige logistieke ondersteuning te leveren, kunnen de additionele uitgaven voor MINUSMA met maximaal €10 miljoen toenemen. Hierover zal nog met de VN worden overlegd. Het totaal komt in dat geval voor 2014 op maximaal €74,5 miljoen.
De additionele uitgaven voor 2015 bedragen €53 miljoen, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de VN dan inmiddels volledige logistieke ondersteuning kan bieden. Zo niet, dan geldt ook voor 2015 dat de additionele uitgaven voor MINUSMA met maximaal €10 miljoen kunnen toenemen tot een totaalbedrag van €63 miljoen.
Uitgaande van het initiële mandaat bedragen de geraamde additionele uitgaven in 2016/2017 in totaal €19,5 miljoen. Dit betreft de additionele uitgaven voor redeployment en herstelwerkzaamheden aan het materieel.
De additionele uitgaven voor de militaire bijdrage komen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) en daarmee ten laste van de HGIS. Het BIV zal hiervoor in 2014 bij Voorjaarsnota via de eindejaarsmarge van de HGIS worden verhoogd met de onderbesteding op de begrote uitgaven aan crisisbeheersingsoperaties in 2013 binnen de HGIS. Conform de systematiek die in de brief aan de Kamer van 12 juli 2013 al werd gemeld zullen de voor deze missie in 2014 benodigde middelen bij eerste suppletoire wet binnen de HGIS worden overgeheveld van de begroting van BH&OS naar de begroting van Defensie. Zoals bij VN-missies het geval is, komt Nederland in aanmerking voor restitutie door de VN van een deel van de additionele uitgaven. In bovenstaande ramingen is dit nog niet meegenomen. Door deze restitutie via een kasschuif binnen de HGIS naar voren te halen kan, indien nodig, ruimte worden geschapen voor eventuele verlengingen van bestaande missies.
De uitgaven voor de inzet van civiele politiefunctionarissen bedragen op jaarbasis ongeveer €2 miljoen. Deze komen ten laste van de HGIS-voorziening voor civiele crisisbeheersingsmissies/uitzending politiefunctionarissen op de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
De uitgaven voor de civiele experts bedragen op jaarbasis naar verwachting maximaal €2 miljoen. Deze kosten worden binnen de BZ-begroting gedekt.
De Minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans
De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten
Abonneren op:
Posts (Atom)



.jpg)

-1.jpg)
.jpg)
.jpg)

