De Nederlandse militaire deelname aan de strijd tegen ISIS en aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, wordt met een jaar verlengd. De onrust en instabiliteit in de regio’s die grenzen aan Europa blijven aanhouden. Daarom wordt de bijdrage aan de internationale inspanningen voor de bestrijding van die crises voortgezet. De ministerraad heeft ingestemd met toezending van de artikel 100-brieven hierover aan de Tweede Kamer. In deze brieven kondigt het kabinet ook aan dat de Tweede Kamer op Prinsjesdag wordt geïnformeerd over de structurele financiering van missies.
Irak
Het huidige mandaat voor de Nederlandse deelname aan de brede internationale coalitie die strijdt tegen ISIS loopt tot 1 oktober aanstaande en is nu verlengd tot 1 oktober 2016. ‘Meer dan ooit is onze interne veiligheid verbonden met externe veiligheid’, aldus minister Koenders van Buitenlandse Zaken. ‘Dat is de reden waarom Nederland zijn internationale verantwoordelijkheid neemt en daarnaast inzet op een versterkte politieke strategie in Irak’. Minister Hennis van Defensie: ‘Deze brute terroristische organisatie is een aanslag op alles waar wij voor staan’. Volgens haar is voortgezette militaire inzet, als onderdeel van een bredere politieke strategie, dan ook hard nodig. ‘De methoden en handelingen van ISIS zijn onacceptabel. Onmenselijk en een regelrechte schending van de fundamentele rechten van de mens’, aldus de ministers.
Na 1 oktober zet Nederland de deelname aan de luchtcampagne tegen ISIS voort met vier F-16’s, ondersteund door ongeveer 200 militairen. Verder blijft Nederland met in totaal 130 militairen bijdragen aan de training van Iraakse strijdkrachten en Peshmerga. Ook is het voornemen om met België te gaan samenwerken. Onder voorbehoud van politieke besluitvorming lost België vanaf juli 2016 Nederland af voor de duur van een jaar.
Mali
De huidige Nederlandse bijdrage van ongeveer 450 militairen aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, loopt tot het einde van dit jaar en wordt nu verlengd tot eind 2016. Deze bijdrage richt zich op de inlichtingenketen van MINUSMA en bestaat onder andere uit special forces, gevechts- en transporthelikopters en analisten. Ook de Nederlandse bijdrage met civiele experts en politiefunctionarissen aan de missie wordt voortgezet. ‘Nederland heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het opzetten van de inlichtingencapaciteit, die de ogen en oren van de missie vormt. Dit is uniek binnen een VN-missie, Nederland heeft hiermee echt iets nieuws gebracht. Daar is internationaal veel waardering voor’, aldus minister Hennis. Mali kampt nog steeds met terrorisme, grensoverschrijdende criminaliteit en het risico van steeds grotere migratiestromen als de regio verder destabiliseert. Dat raakt uiteindelijk ook Europa. ‘Mali bevindt zich op een belangrijk moment in het vredesproces en MINUSMA heeft daarbij een belangrijke rol. Vandaar het besluit de goed functionerende Nederlandse inspanning met een jaar te verlengen’, stelt minister Koenders. Nederland spant zich er de komende tijd ook voor in een aantal taken aan andere landen te kunnen overdragen.
Afghanistan
De ministerraad heeft ook ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van een brief over de Nederlandse militaire inzet voor de NAVO-missie in Afghanistan, Resolute Support. Sinds het einde van de ISAF-missie op 31 december 2014 is Afghanistan zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in het land. De huidige NAVO-missie richt zich op het trainen en adviseren van de Afghaanse veiligheidstroepen. De NAVO heeft besloten de eerste fase van deze missie, die eigenlijk tot oktober 2015 zou lopen, te verlengen. Reden hiervoor is dat de uitvoering van het trainings-en adviesprogramma vertraging heeft opgelopen, mede door de politieke impasse die ontstond na de Afghaanse presidentsverkiezingen. In fase twee zal de NAVO-presentie deels worden afgebouwd. Gelet op het belang van de missie heeft het kabinet besloten de huidige Nederlandse bijdrage van maximaal 100 militairen gedurende de verlengde eerste fase van de missie voort te zetten. Over de invulling van een Nederlandse deelname aan fase twee zal het kabinet op een later moment besluiten. De einddatum van de NAVO-missie blijft vooralsnog zoals voorzien, 31 december 2016.
De Kamerbrieven: Afghanistan, Irak, Mali
(Rijksoverheid, 19 juni 2015)
Posts tonen met het label Afghanistan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Afghanistan. Alle posts tonen
vrijdag 19 juni 2015
vrijdag 5 december 2014
Weblogbericht CDS: leiderschap en kameraadschap
Generaal Tom Middendorp
04-12-2014
Met een ferme klap op de schouder heeft de koning donderdag majoor Gijs Tuinman onderscheiden met de hoogste dapperheidsonderscheiding die ons land kent; de Militaire Willems-Orde. Met de benoeming van majoor Marco Kroon in 2009 hebben we er een nieuwe Ridder bij! Een geweldige erkenning voor uitzonderlijke daden.
In 2006 werd majoor Tuinman al onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Nu wordt hij geroemd voor 5 uitzonderlijke acties bij een latere inzet waarbij hij voorop ging in de strijd. Zo nodig met gevaar voor eigen leven. Zijn optreden op 6 september in 2009 is exemplarisch. Op die dag leidde majoor Tuinman commando's en mariniers in de Afghaanse provincie Uruzgan en coördineerde hij de actie om een zwaar gewonde militair - korporaal Kevin van de Rijdt - te redden.
Onder vuur
Majoor Tuinman wilde Kevin niet achterlaten, maar wilde ook zijn team geen onnodig risico laten lopen. Hij en zijn mannen werden van 3 kanten onder vuur genomen door een overmacht van de Taliban. Tuinman behoudt het overzicht en organiseert in korte tijd een reddingsactie, waarbij zijn mannen met gevaar voor eigen leven hun gewonde kameraad halen.
Alles aan gedaan
Het was een zwarte dag, want ondanks de dappere reddingspogingen overleefde Kevin de gevechtsactie niet. Zijn maten hebben hem echter niet in de steek gelaten. Onder levensbedreigende omstandigheden hebben zij er alles aan gedaan om Kevin te redden. Dat toont niet alleen leiderschap van majoor Tuinman, maar ook kameraadschap. Het toont een onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaar!
Majoor Tuinman zei daar later zelf over: "Niemand stelt achteraf de vraag: was dit de moeite waard? Iedereen doet het, omdat je het rotsvaste vertrouwen hebt dat de ander het ook voor jou zou doen”.
Never leave a man behind
Zijn uitspraak is kenmerkend voor militairen. Opkomen voor anderen die hulp nodig hebben; dat geldt voor de missies waar militairen voor worden ingezet, maar zeker ook voor onze collega’s met wie we die missies uitvoeren. ‘Never leave a man behind’, is daarbij een leidend motto. Je laat je maten niet in de steek. Je blijft doorgaan.
Daarom zie ik de toekenning van de Militaire Willems-Orde ook als een erkenning voor al die andere Nederlandse militairen die onder extreme en gevaarlijke omstandigheden opereren. Ook zij zetten zich met gevaar voor eigen leven, en met hart en ziel in voor vrede en vrijheid.
Veiligheid en welvaart
En dat doen militairen in Nederland, maar vooral ook wereldwijd. Want in veel landen worden burgers nog niet beschermd door hun regering. Piraterij, gijzelingen, terrorisme, geweldsuitbarstingen - zelfs onthoofdingen - zijn aan de orde van de dag. Daar moet je iets aan doen. Onze veiligheid en welvaart zijn nou eenmaal afhankelijk van stabiliteit in andere landen.
Dáárom stuurt de regering militairen op missie. Dáárom wagen wij ons leven. Dáárom gaan wij door het vuur voor elkaar. Een dag als vandaag doet ons dat weer ten volle beseffen.
Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
December 2014
Zie ook: Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde
Met een ferme klap op de schouder heeft de koning donderdag majoor Gijs Tuinman onderscheiden met de hoogste dapperheidsonderscheiding die ons land kent; de Militaire Willems-Orde. Met de benoeming van majoor Marco Kroon in 2009 hebben we er een nieuwe Ridder bij! Een geweldige erkenning voor uitzonderlijke daden.
![]() |
| Kapitein Gijs Tuinman in Uruzgan |
In 2006 werd majoor Tuinman al onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Nu wordt hij geroemd voor 5 uitzonderlijke acties bij een latere inzet waarbij hij voorop ging in de strijd. Zo nodig met gevaar voor eigen leven. Zijn optreden op 6 september in 2009 is exemplarisch. Op die dag leidde majoor Tuinman commando's en mariniers in de Afghaanse provincie Uruzgan en coördineerde hij de actie om een zwaar gewonde militair - korporaal Kevin van de Rijdt - te redden.
Onder vuur
Majoor Tuinman wilde Kevin niet achterlaten, maar wilde ook zijn team geen onnodig risico laten lopen. Hij en zijn mannen werden van 3 kanten onder vuur genomen door een overmacht van de Taliban. Tuinman behoudt het overzicht en organiseert in korte tijd een reddingsactie, waarbij zijn mannen met gevaar voor eigen leven hun gewonde kameraad halen.
![]() |
| Korporaal Kevin van de Rijdt |
Alles aan gedaan
Het was een zwarte dag, want ondanks de dappere reddingspogingen overleefde Kevin de gevechtsactie niet. Zijn maten hebben hem echter niet in de steek gelaten. Onder levensbedreigende omstandigheden hebben zij er alles aan gedaan om Kevin te redden. Dat toont niet alleen leiderschap van majoor Tuinman, maar ook kameraadschap. Het toont een onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaar!
Majoor Tuinman zei daar later zelf over: "Niemand stelt achteraf de vraag: was dit de moeite waard? Iedereen doet het, omdat je het rotsvaste vertrouwen hebt dat de ander het ook voor jou zou doen”.
Never leave a man behind
Zijn uitspraak is kenmerkend voor militairen. Opkomen voor anderen die hulp nodig hebben; dat geldt voor de missies waar militairen voor worden ingezet, maar zeker ook voor onze collega’s met wie we die missies uitvoeren. ‘Never leave a man behind’, is daarbij een leidend motto. Je laat je maten niet in de steek. Je blijft doorgaan.
Daarom zie ik de toekenning van de Militaire Willems-Orde ook als een erkenning voor al die andere Nederlandse militairen die onder extreme en gevaarlijke omstandigheden opereren. Ook zij zetten zich met gevaar voor eigen leven, en met hart en ziel in voor vrede en vrijheid.
Veiligheid en welvaart
En dat doen militairen in Nederland, maar vooral ook wereldwijd. Want in veel landen worden burgers nog niet beschermd door hun regering. Piraterij, gijzelingen, terrorisme, geweldsuitbarstingen - zelfs onthoofdingen - zijn aan de orde van de dag. Daar moet je iets aan doen. Onze veiligheid en welvaart zijn nou eenmaal afhankelijk van stabiliteit in andere landen.
Dáárom stuurt de regering militairen op missie. Dáárom wagen wij ons leven. Dáárom gaan wij door het vuur voor elkaar. Een dag als vandaag doet ons dat weer ten volle beseffen.
Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
December 2014
Zie ook: Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde
donderdag 4 december 2014
Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde
Majoor Gijs Tuinman is vandaag onderscheiden voor zijn daden in 2009 als commandant Meervoudig Ploegoptreden van Task Force 55 in Uruzgan. Hij werd voor dat optreden door koning Willem-Alexander tot Ridder Militaire Willems-Orde geslagen, de hoogste dapperheidsonderscheiding. Bij de ceremonie op het Binnenhof in Den Haag waren ook koningin Máxima, Prinses Beatrix, premier Mark Rutte en minister Jeanine Hennis-Plasschaert aanwezig.
Rol Tuinman
![]() |
| Tuinman in Uruzgan |
Twee voorbeelden van Tuinman's optreden: begin september 2009 weet hij vechtend vanuit een hinderlaag met beleid een reddingsactie aan te sturen. In december bewijst hij tactisch vernieuwend te zijn door 3 Nederlandse Cougar-transporthelikopters in te zetten bij de zoektocht naar Taliban-strijders.
Het is niet de eerste keer dat Tuinman opvalt. Vanwege zijn excellente leiderschap, grondige voorbereiding, doortastende en dappere optreden tijdens Task Force Viper in 2006 ontving hij de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste dapperheidsonderscheiding. Tuinman diende in totaal 4 keer in Afghanistan.
Task Force 55
Task Force 55 kenmerkte zich door de vele gevechtscontacten tijdens de vaak risicovolle operaties die meerdere dagen duurden, met intensieve inzet van helikopters. De militairen moesten zich tussen augustus en december 2009 in onherbergzaam gebied vaak letterlijk een weg voorwaarts vechten. De ene keer kwam de tegenstand uit grotten en loopgraven. De andere keer van snipers op bergtoppen. TF55 verplaatste zich bovendien onder voortdurende dreiging van geïmproviseerde explosieven.
![]() |
| Tuinman met sniper rifle in Uruzgan |
Uitzonderlijke daden
Hennis roemde voorafgaand aan de ceremonie het 'excellente leiderschap' van toen nog kapitein Tuinman. Ze noemde hem de drijvende kracht achter het meervoudig ploegoptreden van Task Force 55, rotatie 2. "Niet zelden werden de militairen geconfronteerd met een overmacht aan strijders, waardoor ze voortdurend grote risico’s liepen. En dan draait het om blindelings vertrouwen. In elkaar en in de commandant. Dat vertrouwen was er! Het esprit-de-corps vormde een ijzersterk fundament voor de uitzonderlijke prestaties van majoor Tuinman en de special forces van Task Force 55 rotatie 2. Zij gingen voor elkaar door het vuur. Letterlijk en figuurlijk. Vertrouwen is dan ook dé basis. Alleen dan kan een militair excelleren en boven zichzelf uitstijgen."
![]() |
| Een unieke foto: Nederlandse special forces bijeen... Niet eerder gepubliceerd |
Ceremonie
Bij de ceremonie vanochtend trad Tuinman uit de rijen van het Korps Commandotroepen, marcheerde naar koning Willem-Alexander en meldde zich. "Ik zweer mij als een getrouw en wakker ridder te zullen gedragen, mijn leven altoos te zullen veil hebben voor Koning en Vaderland en door al mijn vermogen mij steeds trachten waardig te maken de onderscheiding, mij door de koning toegestaan." Met het onderschrijven van deze woorden legde hij de eed af ten overstaan van de Koning, waarna die hem de ridderslag (accolade) toebracht.
Na het Wilhelmus maakte majoor Tuinman zijn opwachting bij de overige twee Ridders Militaire Willems-Orde en ontving ook van hen de traditionele accolade. Daarna namen alle Ridders Militaire Willems-Orde voor het aansluitende defilé hun positie in naast koning Willem-Alexander.
![]() |
| Ook een unieke foto: drie Ridders MWO: de majoors Kenneth Mayhew (97), Marco Kroon, en Gijs Tuinman. Foto:ANP |
Speciaal voor de bijzondere ceremonie was op het Binnenhof een grote tribune geplaatst. Deze bood plaats aan de twee Ridders Militaire Willems-Orde, hoogwaardigheidsbekleders en Tuinman's collega’s van Task Force 55. Zowel afvaardigingen van de Nederlandse als de buitenlandse eenheden die de Militaire Willems-Orde ontvingen, stonden opgesteld.
Persoonlijke informatie over majoor Gijs Tuinman
Majoor Gijs Tuinman wordt op 15 november 1979 geboren in Heerlen. De geboren en getogen Limburger haalt in 1998 zijn vwo-diploma. In datzelfde jaar start zijn militaire loopbaan aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Tuinman volgt de lange officiersopleiding en wordt in augustus 2001 toegelaten tot de Elementaire Commando-opleiding. Na het behalen van de felbegeerde groene baret volgt de Voortgezette Commando-opleiding.
Vanaf augustus 2002 vervult hij diverse leidinggevende startfuncties bij het Korps Commandotroepen. Eerst als ploegcommandant en later als pelotonscommandant bij 104 Commandotroepencompagnie. Van 2003 tot 2004 is hij even terug op de KMA voor een bachelor Militaire Bedrijfskunde. In die periode wordt hij in het kader van de International Security Assistance Force (ISAF) uitgezonden naar Kabul.
Bronzen Leeuw
In 2005 volgt zijn tweede uitzending naar Afghanistan. Deze keer als Joint Terminal Attack Controller (JTAC) onder de vlag van Operation Enduring Freedom. Als JTAC stuurt hij vanaf een vooruitgeschoven positie gevechtsvliegtuigen, helikopters en bewapende UAV’s aan. Ook leidt hij een Special Operations-team. Nog geen jaar later dient hij voor de derde keer in Afghanistan, ditmaal als pelotonscommandant en JTAC. Voor bijzonder moedig en beleidvolle daden tijdens deze uitzending wordt hij onderscheiden met de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste dapperheidsonderscheiding.
Na terugkomst blijft hij enkele jaren bij 104 Commandotroepencompagnie en wordt achtereenvolgens commandant Meervoudig Ploegoptreden en plaatsvervangend compagniescommandant. In die laatste functie is hij verantwoordelijk voor de opleiding en training van 80 tot 100 operators en heeft hij een centrale rol in de advisering en uitvoering van full spectrum Speciale Operaties.
Missies naar Mauritanië en Afghanistan
Tussendoor volgt een missie naar Mauritanië. In het West-Afrikaanse land leidt hij een Military Assistance-missie. Deze tweede hoofdtaak van het Korps Commandotroepen omvat onder meer het opleiden en trainen van buitenlandse veiligheidstroepen. De missie is gericht op de capaciteitsopbouw van het veiligheidsapparaat van Mauritanië. In 2009 vertrekt Tuinman met zijn organieke eenheid wederom naar Afghanistan. Nu als commandant Meervoudig Ploegoptreden met Task Force 55. In deze rol geeft hij leiding aan een gecombineerde taakgroep van 40 tot 300 militairen. Daarnaast houdt hij zich bezig met het opleiden en trainen van Afghaanse veiligheidsdiensten.
Master bestuurskunde
Tijdens de vele internationale missies werkt Tuinman vaak samen met andere departementen waardoor de interesse in bestuurlijke problematiek groeit. Bij terugkomst uit Afghanistan leidt dit dan ook tot een inschrijving voor een master Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Daarnaast start Tuinman in 2010 met een adviesfunctie bij het Interservice Kenniscentrum Speciale Operaties. Hier draagt hij zijn kennis en ervaring over op collega-commando’s en ontwikkelt beleid op het gebied van Speciale Operaties.
In februari 2012 gaat hij met eervol ontslag vanwege een baan als senior consultant Beleid & Bestuur bij Deloitte Consulting B.V. Eind 2013 keert Tuinman als majoor terug bij Defensie. In zijn huidige functie is hij werkzaam als stafofficier bij de afdeling Bestuursondersteuning van het Commando Landstrijdkrachten in Utrecht.
Tuinman is getrouwd en heeft 3 kinderen.
(ministerie van Defensie, 4 december 2014)
De lijst van acties waarvoor Tuinman is onderscheiden
Toespraak Koning Willem-Alexander
Toespraak minister Hennis-Plasschaert
Video: de volledige uitzending van de ceremonie op 4 december 2014
woensdag 14 mei 2014
Dapperheidsonderscheidingen voor vier Afghanistanveteranen
Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vanmiddag in Breda vier zogenoemde dapperheidsonderscheidingen uitgereikt (3 x Bronzen Kruis, 1x Kruis van Verdienste). De decorandi zijn vier Afghanistanveteranen die zich onder zware gevechtsomstandigheden hebben onderscheiden.
De Bronzen Kruizen zijn vanmiddag voor majoor der mariniers Christian, infanterie-kapitein Erik en sergeant 1 van de genie Minze. Het Kruis van Verdienste krijgt sergeant-majoor van de mariniers Pascal. De twee mariniers en twee landmachters maakten in 2009 en 2010 deel uit van Taskforce 55, een eenheid van special forces die vaak bij nacht en ontij in kleine groepen gedurfde acties ondernamen om tegenstanders aan te grijpen of te ontregelen.
De militairen hebben veel fysiek zware en levensgevaarlijke missies uitgevoerd. Bij veel krachtmetingen bleken de decorandi en hun collega’s veruit in de minderheid. Ook kregen zij zeer vaak te maken met een hoge dreiging van Improvised Explosive Devices, klein-kaliber-wapens en antitankgranaten. In plaats van terug te deinzen, schroomden de militairen niet om het gevecht aan te gaan. De decorandi gingen daarbij als leidinggevenden voorop in de strijd.
De vier militairen deden wat zij zelf als ‘vanzelfsprekend’ bestempelen. Dat is het echter niet; met gevaar voor eigen leven deden zij wat nodig was voor hun kameraden, hun Afghaanse collega’s, de Afghaanse bevolking en de Nederlandse missie in Afghanistan.
Een militair komt niet zomaar in aanmerking voor een dapperheidsonderscheiding. Hier gaat een uitgebreid onderzoek aan vooraf. Hierbij wordt gelet op kwaliteiten als moed, beleid, trouw, initiatief, inzicht, vakmanschap en een hoge mate van zelfopoffering.
(ministerie van Defensie, 14 mei 2014)
De Bronzen Kruizen zijn vanmiddag voor majoor der mariniers Christian, infanterie-kapitein Erik en sergeant 1 van de genie Minze. Het Kruis van Verdienste krijgt sergeant-majoor van de mariniers Pascal. De twee mariniers en twee landmachters maakten in 2009 en 2010 deel uit van Taskforce 55, een eenheid van special forces die vaak bij nacht en ontij in kleine groepen gedurfde acties ondernamen om tegenstanders aan te grijpen of te ontregelen.
![]() |
| De onderscheiden militairen. Operators van het KCT en MARSOF-mariniers worden nooit herkenbaar in beeld gebracht (foto Defensie) |
De militairen hebben veel fysiek zware en levensgevaarlijke missies uitgevoerd. Bij veel krachtmetingen bleken de decorandi en hun collega’s veruit in de minderheid. Ook kregen zij zeer vaak te maken met een hoge dreiging van Improvised Explosive Devices, klein-kaliber-wapens en antitankgranaten. In plaats van terug te deinzen, schroomden de militairen niet om het gevecht aan te gaan. De decorandi gingen daarbij als leidinggevenden voorop in de strijd.
De vier militairen deden wat zij zelf als ‘vanzelfsprekend’ bestempelen. Dat is het echter niet; met gevaar voor eigen leven deden zij wat nodig was voor hun kameraden, hun Afghaanse collega’s, de Afghaanse bevolking en de Nederlandse missie in Afghanistan.
Een militair komt niet zomaar in aanmerking voor een dapperheidsonderscheiding. Hier gaat een uitgebreid onderzoek aan vooraf. Hierbij wordt gelet op kwaliteiten als moed, beleid, trouw, initiatief, inzicht, vakmanschap en een hoge mate van zelfopoffering.
(ministerie van Defensie, 14 mei 2014)
woensdag 20 november 2013
Tweede boek Marco Kroon gepubliceerd
Dinsdag is het boek Danger Close van kapitein Marco Kroon gepubliceerd. Als luitenant leidde hij in 2006 een peloton van het Korps Commandotroepen in Uruzgan. Hun acties behoorden tot de succesvolste uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis, maar bleven tot nu toe grotendeels geheim.
De Nederlandse Special Forces in Afghanistan hadden in 2006 één taak: beveiliging van de opbouw van Kamp Holland in Uruzgan. Maar de dreiging van de Taliban was groot. Steeds dieper drong de kleine groep commando’s door in vijandig gebied. Ze werkten hierbij samen met de Australiërs.
De gebeurtenissen en dialogen in Danger Close zijn gebaseerd op feiten, maar beschreven vanuit de eigen herinnering en interpretatie. De publicatie van het boek komt op een gevoelig moment: kort voor een nieuwe missie van de commando’s, nu in Mali. Wat zegt Danger Close over de methodes en tactieken van de Special Forces?
Terug in Nederland is Marco Kroon wegens zijn acties in Afghanistan gedecoreerd met de Militaire Willems-Orde, de hoogste onderscheiding van ons land. Hierna wachtte hem nog een gevecht: dat tegen zware beschuldigingen van drugs- en wapenhandel. Hoe kwamen deze beschuldigingen tot stand, waarom heeft Marco Kroon zich niet eerder in het openbaar verweerd, en wat bleef er tot nog toe verzwegen?
Fragment uit Danger Close
We houden halt. Een vreemd gevoel bekruipt me. Onrust, ongemak. Priemende ogen vanuit het donker. Ben ik nog wel alleen? Ik maak me klein en zak op mijn knie. Is hier iemand? Schud mijn hoofd om wakker te worden. Wil opstaan, maar mijn knie zit vast. Ik kijk omlaag. Fuck, het is een mens! Langzaam kijk ik rond. Overal doden, als lage heuveltjes in het veld. Ik trek mijn knie los, sta op en ga verder. ‘Voorwaarts!’
Generaal de Kruif ontvangt eerste exemplaar
De commandant van de Koninklijke Landmacht, luitenant-generaal Mart de Kruif, zal maandag 25 november het eerste exemplaar van Danger Close in ontvangst nemen. Hij zal daarbij ingaan op het belang van boeken van militairen over hun werk en het verhaal van Marco Kroon koppelen aan zijn eigen ervaringen in Afghanistan. De Kruif heeft als Regional Commander South ruim een jaar leiding gegeven aan de zuidelijke sector van de International Security Assistance Force (ISAF).
Titel: Danger Close
Auteur: Marco Kroon
Uitgever: UHB uitgevers
ISBN: 978-90-820036-1-1
Verkoopprijs: 19,95 euro
Verschenen: 19 november 2013
Omvang: 232 pagina’s + 16 pagina’s foto full colour
Formaat: 15,5 cm x 23,5 cm
Uitvoering: paperback
www: www.danger-close.nl
Twitter: www.twitter.com/mkdangerclose
(persbericht, 19 november 2013)
De Nederlandse Special Forces in Afghanistan hadden in 2006 één taak: beveiliging van de opbouw van Kamp Holland in Uruzgan. Maar de dreiging van de Taliban was groot. Steeds dieper drong de kleine groep commando’s door in vijandig gebied. Ze werkten hierbij samen met de Australiërs.
![]() |
| Kapitein Marco Kroon met zijn ploeg commando's, Roosendaal 2007 (foto: Hans de Vreij) |
De gebeurtenissen en dialogen in Danger Close zijn gebaseerd op feiten, maar beschreven vanuit de eigen herinnering en interpretatie. De publicatie van het boek komt op een gevoelig moment: kort voor een nieuwe missie van de commando’s, nu in Mali. Wat zegt Danger Close over de methodes en tactieken van de Special Forces?
Terug in Nederland is Marco Kroon wegens zijn acties in Afghanistan gedecoreerd met de Militaire Willems-Orde, de hoogste onderscheiding van ons land. Hierna wachtte hem nog een gevecht: dat tegen zware beschuldigingen van drugs- en wapenhandel. Hoe kwamen deze beschuldigingen tot stand, waarom heeft Marco Kroon zich niet eerder in het openbaar verweerd, en wat bleef er tot nog toe verzwegen?
![]() |
| Mei 2009: Koningin Beatrix slaat Marco Kroon tot Ridder (foto: Defensie) |
Fragment uit Danger Close
We houden halt. Een vreemd gevoel bekruipt me. Onrust, ongemak. Priemende ogen vanuit het donker. Ben ik nog wel alleen? Ik maak me klein en zak op mijn knie. Is hier iemand? Schud mijn hoofd om wakker te worden. Wil opstaan, maar mijn knie zit vast. Ik kijk omlaag. Fuck, het is een mens! Langzaam kijk ik rond. Overal doden, als lage heuveltjes in het veld. Ik trek mijn knie los, sta op en ga verder. ‘Voorwaarts!’
Generaal de Kruif ontvangt eerste exemplaar
De commandant van de Koninklijke Landmacht, luitenant-generaal Mart de Kruif, zal maandag 25 november het eerste exemplaar van Danger Close in ontvangst nemen. Hij zal daarbij ingaan op het belang van boeken van militairen over hun werk en het verhaal van Marco Kroon koppelen aan zijn eigen ervaringen in Afghanistan. De Kruif heeft als Regional Commander South ruim een jaar leiding gegeven aan de zuidelijke sector van de International Security Assistance Force (ISAF).
Titel: Danger Close
Auteur: Marco Kroon
Uitgever: UHB uitgevers
ISBN: 978-90-820036-1-1
Verkoopprijs: 19,95 euro
Verschenen: 19 november 2013
Omvang: 232 pagina’s + 16 pagina’s foto full colour
Formaat: 15,5 cm x 23,5 cm
Uitvoering: paperback
www: www.danger-close.nl
Twitter: www.twitter.com/mkdangerclose
(persbericht, 19 november 2013)
dinsdag 29 oktober 2013
Luchtmacht: tienduizendste missie boven Afghanistan
Nederlandse F-16’s vlogen hun 10.000e missie boven Afghanistan. De toestellen ondersteunen de International Security Assistance Force (ISAF) al ruim 10 jaar. De respectieve detachementen vlogen sinds 2002 in totaal 22.667 uur. Daarmee leverden de Nederlandse vliegers een aanzienlijke bijdrage aan de veiligheid en ondersteuning van coalitiepartners. Zij hebben de afgelopen 10 jaar ISAF-operaties geholpen, achtereenvolgens vanaf de vliegvelden Manas (Kirgizië), Kabul, Kandahar en sinds eind 2011 vanaf Mazar-e-Sharif (allen Afghanistan).
Armed overwatch
Een groot gedeelte van de missies die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, betrof het bescherming van de grondtroepen: de zogeheten Armed overwatch. ISAF doet hierbij een beroep op de Nederlandse vliegers die met behulp van de Advanced Targetting POD (ATP) filmbeelden doorgeven aan de militairen in het veld. Deze informatie geeft ze een beeld van gebieden of objecten die vanaf de grond moeilijk te overzien zijn.
Daarnaast vlogen de F-16’s ruim 2.000 missies met het fotoverkenningsysteem RecceLite ter ondersteuning van de politietrainingsmissie. Nederland is de enige coalitiepartner in heel Afghanistan die sinds 2009 over deze zeer geavanceerde combinatie beschikt.
De gevechtsvliegtuigen ondersteunden diverse eenheden, waaronder de Afghaanse Grenspolitie die in een kantoor onder vuur lagen. Daarnaast werd een Amerikaanse eenheid ondersteund in de provincie Kunar, dat grenst aan Pakistan. De eenheid was met een konvooi onderweg en reed in een hinderlaag. Hierop brak een vuurgevecht uit. De aanwezigheid van de Nederlandse gevechtsvliegtuigen werd getoond door hard en laag over te vliegen, waarna de opstandelingen zich terugtrokken.
(ministerie van Defensie, 29 oktober 2013)
![]() |
| Nederlandse F-16 stijgt op vanaf Kandahar Airfield (foto: Defensie) |
Armed overwatch
Een groot gedeelte van de missies die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, betrof het bescherming van de grondtroepen: de zogeheten Armed overwatch. ISAF doet hierbij een beroep op de Nederlandse vliegers die met behulp van de Advanced Targetting POD (ATP) filmbeelden doorgeven aan de militairen in het veld. Deze informatie geeft ze een beeld van gebieden of objecten die vanaf de grond moeilijk te overzien zijn.
Daarnaast vlogen de F-16’s ruim 2.000 missies met het fotoverkenningsysteem RecceLite ter ondersteuning van de politietrainingsmissie. Nederland is de enige coalitiepartner in heel Afghanistan die sinds 2009 over deze zeer geavanceerde combinatie beschikt.
De gevechtsvliegtuigen ondersteunden diverse eenheden, waaronder de Afghaanse Grenspolitie die in een kantoor onder vuur lagen. Daarnaast werd een Amerikaanse eenheid ondersteund in de provincie Kunar, dat grenst aan Pakistan. De eenheid was met een konvooi onderweg en reed in een hinderlaag. Hierop brak een vuurgevecht uit. De aanwezigheid van de Nederlandse gevechtsvliegtuigen werd getoond door hard en laag over te vliegen, waarna de opstandelingen zich terugtrokken.
(ministerie van Defensie, 29 oktober 2013)
vrijdag 4 oktober 2013
Aantal Afghaanse tolken blijvend invalide; ten onrechte uitgezonden?
(...)
Tijdens het algemeen overleg personeel van 16 april jl. heb ik kort de ontwikkelingen gemeld aangaande de tolken van Afghaanse origine (Kamerstuk 33 400, nr. 82). Naar aanleiding van de vragen bij het nota-overleg van 24 jl. geef ik hierbij een uitgebreider overzicht van de laatste stand van zaken.
Bij de ISAF-missie in Afghanistan (2001-2010) is gebruik gemaakt van de diensten van tolken van Afghaanse origine. Na de beëindiging van de missie bleken meerdere van deze tolken gezondheidsklachten te hebben. De tolken waren veelvuldig uitgezonden, terwijl zij daar mogelijk psychisch of lichamelijk niet altijd toe in staat waren. De culturele en persoonlijke achtergrond van de tolken vergde nazorg en behandeling afgestemd op hun specifieke individuele omstandigheden. In de praktijk is gebleken dat de standaard zorgpakketten die zijn aangeboden onvoldoende aansloten bij de behoefte.
Zoals mijn ambtsvoorganger heeft gemeld bij het notaoverleg veteranen van 17 juli 2012 (Kamerstuk 30 139, nr. 104), heeft Defensie deze tolken met terugwerkende kracht weer in dienst genomen zodat zij de noodzakelijke zorg konden ontvangen. Op dit moment worden de tolken intensief begeleid met zorg op maat waarbij ook veelvuldig contact is met hun vertegenwoordigers. In dit maatwerk wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de culturele achtergrond en de persoonlijke omstandigheden.
De zorg bestaat enerzijds uit intensieve en op maatwerk gerichte begeleiding bij de omgang met psychische problemen, indien gewenst – of noodzakelijk - bij een externe instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Anderzijds bestaat de zorg uit begeleiding bij lichamelijke klachten. Voorts kunnen de tolken een beroep doen op de beschikbare zorg voor partners en familie van veteranen. Zodra hij daartoe in staat is, helpt Defensie de tolk bij sociale activering en bij het zoeken naar werk.
Inmiddels is bij een aantal tolken blijvende invaliditeit vastgesteld. Voor hen staan alle voorzieningen, zoals de huidige rechtspositie die regelt, ter beschikking. Zodra de tolken de defensie-organisatie verlaten, terwijl het zorgtraject nog loopt, worden zij overgedragen aan het zorgloket van het ABP. Hiermee wordt de continuïteit van de nazorg verzekerd.
(...)
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(Passage uit Kamerbrief 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013', 30 september 2013)
Tijdens het algemeen overleg personeel van 16 april jl. heb ik kort de ontwikkelingen gemeld aangaande de tolken van Afghaanse origine (Kamerstuk 33 400, nr. 82). Naar aanleiding van de vragen bij het nota-overleg van 24 jl. geef ik hierbij een uitgebreider overzicht van de laatste stand van zaken.
Bij de ISAF-missie in Afghanistan (2001-2010) is gebruik gemaakt van de diensten van tolken van Afghaanse origine. Na de beëindiging van de missie bleken meerdere van deze tolken gezondheidsklachten te hebben. De tolken waren veelvuldig uitgezonden, terwijl zij daar mogelijk psychisch of lichamelijk niet altijd toe in staat waren. De culturele en persoonlijke achtergrond van de tolken vergde nazorg en behandeling afgestemd op hun specifieke individuele omstandigheden. In de praktijk is gebleken dat de standaard zorgpakketten die zijn aangeboden onvoldoende aansloten bij de behoefte.
![]() |
| Afghaanse tolk op pad met 45 Painfbat. Foto © Hans de Vreij |
Zoals mijn ambtsvoorganger heeft gemeld bij het notaoverleg veteranen van 17 juli 2012 (Kamerstuk 30 139, nr. 104), heeft Defensie deze tolken met terugwerkende kracht weer in dienst genomen zodat zij de noodzakelijke zorg konden ontvangen. Op dit moment worden de tolken intensief begeleid met zorg op maat waarbij ook veelvuldig contact is met hun vertegenwoordigers. In dit maatwerk wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de culturele achtergrond en de persoonlijke omstandigheden.
De zorg bestaat enerzijds uit intensieve en op maatwerk gerichte begeleiding bij de omgang met psychische problemen, indien gewenst – of noodzakelijk - bij een externe instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Anderzijds bestaat de zorg uit begeleiding bij lichamelijke klachten. Voorts kunnen de tolken een beroep doen op de beschikbare zorg voor partners en familie van veteranen. Zodra hij daartoe in staat is, helpt Defensie de tolk bij sociale activering en bij het zoeken naar werk.
Inmiddels is bij een aantal tolken blijvende invaliditeit vastgesteld. Voor hen staan alle voorzieningen, zoals de huidige rechtspositie die regelt, ter beschikking. Zodra de tolken de defensie-organisatie verlaten, terwijl het zorgtraject nog loopt, worden zij overgedragen aan het zorgloket van het ABP. Hiermee wordt de continuïteit van de nazorg verzekerd.
(...)
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(Passage uit Kamerbrief 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013', 30 september 2013)
Nazorg ISAF-veteranen
[Passage uit: 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013']
4. ISAF-nazorg
De ISAF-missie in Uruzgan van februari 2006 tot augustus 2010 was een van de grootste naoorlogse militaire operaties van de Nederlandse krijgsmacht. In totaal zijn bijna 20.000 militairen uitgezonden naar Afghanistan, waarvan ruim 6.000 inmiddels niet meer bij Defensie werkzaam zijn (per 1 september 2013). Van deze militairen is ongeveer 25 procent meer dan één keer uitgezonden. Zoals ik in het notaoverleg van 24 juni jl. heb gemeld, ontwikkelt de behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. Ik zal de stand van zaken nader toelichten.
4.1. Nazorg gewonden
Zoals mijn ambtsvoorganger vorig jaar heeft gemeld in een brief over de nazorg van ISAF (Kamerbrief 30 139, nr. 101), zijn bij de Uruzgan-missie 144 militairen tijdens gevechtsacties gewond geraakt. Van de 58 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum (MRC) zijn er nu nog twee in behandeling. Bij deze fysiek gewonde militairen is veelal sprake van een blijvende beperking bijvoorbeeld als gevolg van een amputatie. Uit onderzoek blijkt dat zij vooral moeite hebben met de veranderingen in mobiliteit en, als gevolg daarvan, hun loopbaanperspectief. Dit is mede aanleiding geweest om op het MRC een nieuw sportcomplex te bouwen en dat te voorzien van moderne apparatuur op het gebied van mobiliteitsverbeteringen. Daarnaast kan het MRC de revaliderende militair voorzien van de beste aanpassingen op het gebied van prothese- en orthesevoorzieningen. Het MRC is met deze ontwikkelingen in staat de brugfunctie van zorg naar maximaal participatief vermogen optimaal vorm te geven. Het MRC is tevens samenwerkingsverbanden aangegaan met gerenommeerde civiele zorginstellingen waaronder de Sint Maartenskliniek.
Doelstelling hierbij is kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling van zorgprogramma’s waarbij het zorgniveau voor veteranen gewaarborgd blijft.
De gewonde veteranen worden bij hun re-integratie intensief begeleid door hun operationele commando. Zij keren na de revalidatie in eerste instantie terug naar hun eigen eenheid. Vervolgens wordt na enige tijd bezien in hoeverre zij terug kunnen naar hun oorspronkelijke functie of een andere functie binnen de eenheid. In goed overleg met betrokkene en afhankelijk van de beperking wordt een re-integratietraject afgesproken en wordt gelegenheid geboden een studie te volgen. De meesten zijn thans, in afwachting van de voltooiing van het re-integratietraject, nog in dienst als militair. Als blijkt dat zij niet meer als militair kunnen functioneren, wordt gezocht naar een militaire functie met dispensatie of een passende burgerfunctie binnen Defensie. Begeleiding naar een functie buiten Defensie is ook mogelijk, maar pas wanneer daarover met de gewonde veteraan overeenstemming is bereikt.
4.2. Ontwikkeling zorgvraag
In de eerder genoemde brief over de nazorg van ISAF is tevens een analyse van de ingevulde vragenlijsten opgenomen. Uit deze analyse blijkt dat voor drie procent van de ingevulde vragenlijsten zorgtrajecten op medische gronden worden gestart, negen procent op psychosociale gronden en twee procent vanwege een combinatie van beide. Een actueel en compleet overzicht van de voortgang van de zorgtrajecten is niet te geven. Het probleem is dat deze informatie ligt besloten in individuele medische dossiers bij de eerstelijns en tweedelijns gezondheidszorg (waaronder MGGZ) binnen en buiten Defensie. Inzage kan alleen verkregen worden na toestemming van de betrokken militair. Het is wel mogelijk een overzicht te genereren van bijvoorbeeld alle PTTS-gevallen onder Nederlandse militairen, maar niet het aantal PTSS-gevallen dat
gerelateerd is aan de missie in Uruzgan.
Wel is er op een andere manier inzicht te krijgen in hoe het met de ISAF-veteraan gaat. Zo registreert het Vi het aantal aanmeldingen van Uruzgan-veteranen voor hulpverlening bij het CAP. Dit is in onderstaande tabel voor de periode 2007 tot en met 2012 in absolute aantallen en als percentage van het totaal aantal aanmeldingen weergegeven.
Uit het overzicht blijkt dat het percentage hulpvragen van ISAF-veteranen in de laatste drie jaar is toegenomen, maar in verhouding tot de grootte van de groep beperkt blijft. Ik realiseer mij hierbij dat een onbekend aantal veteranen langs een andere weg zorg aanvraagt en in dit overzicht niet is opgenomen. Verder meldt de stichting De Basis dat in 2012 en 2013 steeds meer jonge veteranen (missies vanaf 1980) zich aanmelden ten opzichte van oudere veteranen. Ook wordt de tijd tussen aanmelding en uitzending korter, waarschijnlijk doordat de bekendheid van het zorgsysteem voor veteranen toeneemt. Voorts melden steeds meer (jonge) veteranen en gezinnen zich met complexe problemen. Vooralsnog is er geen sprake van een opvallend groot aantal Uruzgan-veteranen. Pagina 5 van 18
4.3. Wetenschappelijk onderzoek
Er is dit jaar een wetenschappelijk onderzoek voltooid naar de psychische gezondheid van militairen na uitzending. Hiertoe zijn alle militairen die in de periode van 2008 tot 2010 zijn uitgezonden vergeleken met de totale groep van niet-uitgezonden militairen. Uit de resultaten bleek dat naar verhouding de uitgezonden militairen gedurende het eerste jaar na uitzending vaker gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg dan niet-uitgezonden militairen. Er is bij deze groep sprake van meer aanpassingsproblemen en angststoornissen (waaronder PTSS). Van de ruim 750 consultaties bij de MGGZ in de onderzoeksperiode werd in ruim 50 gevallen de diagnose PTSS gesteld. Ongeveer 200 militairen hadden last van aanpassingsproblemen. Een kwart van de veteranen kreeg pas meer dan een half jaar na de traumatische gebeurtenis klachten. In absolute zin daarentegen was in de eerste twee jaar na uitzending sprake van gemiddeld slechts één extra consultatie per 1.000 militairen per maand. Bovendien bleef het aantal consultaties bij de uitgezonden militairen beneden het gemiddelde aantal onder de Nederlandse bevolking.
Bij deze getallen plaatsen de onderzoekers enige kanttekeningen. Ten eerste is bekend dat PTSS-klachten zich vaak na enige jaren openbaren. Gelukkig is de beeldvorming rondom psychische klachten in de krijgsmacht de laatste jaren veranderd en is de drempel om (medische) hulp te zoeken lager geworden. Ten tweede is alleen de periode van 2008 tot 2010 onderzocht, terwijl militairen al vanaf 2002 in het kader van ISAF zijn uitgezonden. Ten derde beperkt dit onderzoek zich tot militairen die door de MGGZ behandeld zijn en blijven veteranen die niet bij Defensie in behandeling zijn buiten beschouwing. Het werkelijke aantal veteranen met PTSS uit deze groep is naar verwachting groter en zal de komende jaren waarschijnlijk verder toenemen.
4.4. Conclusie
De behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen ontwikkelt zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. De revalidatiemogelijkheden van gewonde militairen uit Uruzgan worden met nieuwe technieken verder verbeterd. De re-integratie van deze groep is met intensieve begeleiding gaande. Een actueel overzicht van overige medische en psychische klachten gerelateerd aan ISAF is moeilijk te geven in verband met de vertrouwelijkheid van medische gegevens. Wel wijst onderzoek erop dat de hoeveelheid psychische klachten (waaronder PTSS) kan oplopen. Het is belangrijk zicht te houden op de verdere ontwikkeling van deze klachten zodat het zorgaanbod hierop kan worden afgestemd. Hiervoor zal het registratiesysteem van het LZV in de toekomst waardevolle informatie opleveren. Het systeem zou in 2015 volledig operationeel moeten zijn. Voorts zal ik onderzoeken of informatie uit de verschillende medische systemen van Defensie (anoniem) kan worden ontsloten en gekoppeld. In de Veteranennota van 2014 zal ik aan beide aspecten opnieuw aandacht besteden.
(...)
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 30 september 2013)
4. ISAF-nazorg
De ISAF-missie in Uruzgan van februari 2006 tot augustus 2010 was een van de grootste naoorlogse militaire operaties van de Nederlandse krijgsmacht. In totaal zijn bijna 20.000 militairen uitgezonden naar Afghanistan, waarvan ruim 6.000 inmiddels niet meer bij Defensie werkzaam zijn (per 1 september 2013). Van deze militairen is ongeveer 25 procent meer dan één keer uitgezonden. Zoals ik in het notaoverleg van 24 juni jl. heb gemeld, ontwikkelt de behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. Ik zal de stand van zaken nader toelichten.
4.1. Nazorg gewonden
Zoals mijn ambtsvoorganger vorig jaar heeft gemeld in een brief over de nazorg van ISAF (Kamerbrief 30 139, nr. 101), zijn bij de Uruzgan-missie 144 militairen tijdens gevechtsacties gewond geraakt. Van de 58 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum (MRC) zijn er nu nog twee in behandeling. Bij deze fysiek gewonde militairen is veelal sprake van een blijvende beperking bijvoorbeeld als gevolg van een amputatie. Uit onderzoek blijkt dat zij vooral moeite hebben met de veranderingen in mobiliteit en, als gevolg daarvan, hun loopbaanperspectief. Dit is mede aanleiding geweest om op het MRC een nieuw sportcomplex te bouwen en dat te voorzien van moderne apparatuur op het gebied van mobiliteitsverbeteringen. Daarnaast kan het MRC de revaliderende militair voorzien van de beste aanpassingen op het gebied van prothese- en orthesevoorzieningen. Het MRC is met deze ontwikkelingen in staat de brugfunctie van zorg naar maximaal participatief vermogen optimaal vorm te geven. Het MRC is tevens samenwerkingsverbanden aangegaan met gerenommeerde civiele zorginstellingen waaronder de Sint Maartenskliniek.
Doelstelling hierbij is kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling van zorgprogramma’s waarbij het zorgniveau voor veteranen gewaarborgd blijft.
De gewonde veteranen worden bij hun re-integratie intensief begeleid door hun operationele commando. Zij keren na de revalidatie in eerste instantie terug naar hun eigen eenheid. Vervolgens wordt na enige tijd bezien in hoeverre zij terug kunnen naar hun oorspronkelijke functie of een andere functie binnen de eenheid. In goed overleg met betrokkene en afhankelijk van de beperking wordt een re-integratietraject afgesproken en wordt gelegenheid geboden een studie te volgen. De meesten zijn thans, in afwachting van de voltooiing van het re-integratietraject, nog in dienst als militair. Als blijkt dat zij niet meer als militair kunnen functioneren, wordt gezocht naar een militaire functie met dispensatie of een passende burgerfunctie binnen Defensie. Begeleiding naar een functie buiten Defensie is ook mogelijk, maar pas wanneer daarover met de gewonde veteraan overeenstemming is bereikt.
4.2. Ontwikkeling zorgvraag
In de eerder genoemde brief over de nazorg van ISAF is tevens een analyse van de ingevulde vragenlijsten opgenomen. Uit deze analyse blijkt dat voor drie procent van de ingevulde vragenlijsten zorgtrajecten op medische gronden worden gestart, negen procent op psychosociale gronden en twee procent vanwege een combinatie van beide. Een actueel en compleet overzicht van de voortgang van de zorgtrajecten is niet te geven. Het probleem is dat deze informatie ligt besloten in individuele medische dossiers bij de eerstelijns en tweedelijns gezondheidszorg (waaronder MGGZ) binnen en buiten Defensie. Inzage kan alleen verkregen worden na toestemming van de betrokken militair. Het is wel mogelijk een overzicht te genereren van bijvoorbeeld alle PTTS-gevallen onder Nederlandse militairen, maar niet het aantal PTSS-gevallen dat
gerelateerd is aan de missie in Uruzgan.
Wel is er op een andere manier inzicht te krijgen in hoe het met de ISAF-veteraan gaat. Zo registreert het Vi het aantal aanmeldingen van Uruzgan-veteranen voor hulpverlening bij het CAP. Dit is in onderstaande tabel voor de periode 2007 tot en met 2012 in absolute aantallen en als percentage van het totaal aantal aanmeldingen weergegeven.
Uit het overzicht blijkt dat het percentage hulpvragen van ISAF-veteranen in de laatste drie jaar is toegenomen, maar in verhouding tot de grootte van de groep beperkt blijft. Ik realiseer mij hierbij dat een onbekend aantal veteranen langs een andere weg zorg aanvraagt en in dit overzicht niet is opgenomen. Verder meldt de stichting De Basis dat in 2012 en 2013 steeds meer jonge veteranen (missies vanaf 1980) zich aanmelden ten opzichte van oudere veteranen. Ook wordt de tijd tussen aanmelding en uitzending korter, waarschijnlijk doordat de bekendheid van het zorgsysteem voor veteranen toeneemt. Voorts melden steeds meer (jonge) veteranen en gezinnen zich met complexe problemen. Vooralsnog is er geen sprake van een opvallend groot aantal Uruzgan-veteranen. Pagina 5 van 18
4.3. Wetenschappelijk onderzoek
Er is dit jaar een wetenschappelijk onderzoek voltooid naar de psychische gezondheid van militairen na uitzending. Hiertoe zijn alle militairen die in de periode van 2008 tot 2010 zijn uitgezonden vergeleken met de totale groep van niet-uitgezonden militairen. Uit de resultaten bleek dat naar verhouding de uitgezonden militairen gedurende het eerste jaar na uitzending vaker gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg dan niet-uitgezonden militairen. Er is bij deze groep sprake van meer aanpassingsproblemen en angststoornissen (waaronder PTSS). Van de ruim 750 consultaties bij de MGGZ in de onderzoeksperiode werd in ruim 50 gevallen de diagnose PTSS gesteld. Ongeveer 200 militairen hadden last van aanpassingsproblemen. Een kwart van de veteranen kreeg pas meer dan een half jaar na de traumatische gebeurtenis klachten. In absolute zin daarentegen was in de eerste twee jaar na uitzending sprake van gemiddeld slechts één extra consultatie per 1.000 militairen per maand. Bovendien bleef het aantal consultaties bij de uitgezonden militairen beneden het gemiddelde aantal onder de Nederlandse bevolking.
Bij deze getallen plaatsen de onderzoekers enige kanttekeningen. Ten eerste is bekend dat PTSS-klachten zich vaak na enige jaren openbaren. Gelukkig is de beeldvorming rondom psychische klachten in de krijgsmacht de laatste jaren veranderd en is de drempel om (medische) hulp te zoeken lager geworden. Ten tweede is alleen de periode van 2008 tot 2010 onderzocht, terwijl militairen al vanaf 2002 in het kader van ISAF zijn uitgezonden. Ten derde beperkt dit onderzoek zich tot militairen die door de MGGZ behandeld zijn en blijven veteranen die niet bij Defensie in behandeling zijn buiten beschouwing. Het werkelijke aantal veteranen met PTSS uit deze groep is naar verwachting groter en zal de komende jaren waarschijnlijk verder toenemen.
4.4. Conclusie
De behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen ontwikkelt zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. De revalidatiemogelijkheden van gewonde militairen uit Uruzgan worden met nieuwe technieken verder verbeterd. De re-integratie van deze groep is met intensieve begeleiding gaande. Een actueel overzicht van overige medische en psychische klachten gerelateerd aan ISAF is moeilijk te geven in verband met de vertrouwelijkheid van medische gegevens. Wel wijst onderzoek erop dat de hoeveelheid psychische klachten (waaronder PTSS) kan oplopen. Het is belangrijk zicht te houden op de verdere ontwikkeling van deze klachten zodat het zorgaanbod hierop kan worden afgestemd. Hiervoor zal het registratiesysteem van het LZV in de toekomst waardevolle informatie opleveren. Het systeem zou in 2015 volledig operationeel moeten zijn. Voorts zal ik onderzoeken of informatie uit de verschillende medische systemen van Defensie (anoniem) kan worden ontsloten en gekoppeld. In de Veteranennota van 2014 zal ik aan beide aspecten opnieuw aandacht besteden.
(...)
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 30 september 2013)
woensdag 21 augustus 2013
Wetenschappelijke studie over ervaringen zes ISAF-landen
De militaire ervaring van zes landen in Afghanistan is voor het eerst gebundeld in een wetenschappelijk werk. Drie wetenschappers van de Nederlandse Defensie Academie leverden een bijdrage aan ‘Military Adaptation in Afghanistan’. De Nederlandse eindredacteur, commodore prof. dr. Frans Osinga, overhandigde het boek dinsdag aan minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert.Ook vergeleken
Het boek brengt niet alleen de krijgservaringen van Canada, Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland en de Verenigde Staten bijeen, maar vergelijkt ze ook met elkaar. Bovendien zijn analyses toegevoegd van de NAVO en het Afghaanse leger. Uniek is ook het hoofdstuk over de wijze waarop de Taliban zich hebben aangepast aan het optreden van de NAVO. Zo ontstaat een goed beeld van de complexe dynamiek van de wederopbouw- en antiterrorismemissie ISAF.
Documenteren en leren
“Het is van groot belang dat we de ISAF-ervaringen documenteren en er van leren. In de toekomst wordt ongetwijfeld weer een beroep gedaan op de in Afghanistan opgedane expertise. Een wetenschappelijke analyse zoals deze helpt daarbij. De Nederlandse Defensie Academie vervult met dit soort internationale studies uitstekend haar rol als belangrijk militair kennisinstituut”, zei de minister bij de overhandiging.
Rol politiek
13 analisten leverden een bijdrage aan het boek dat in juli verscheen bij Stanford University Press. Hun beschrijving geeft inzicht in de doelstellingen, het mandaat en de manier van optreden van de verschillende landen. Maar ook in de specifieke uitdagingen en de wijze waarop zij al dan niet in staat waren zich aan veranderende omstandigheden aan te passen. Zelfs de rol van de politiek is in de analyse meegenomen.
Hennis: “De complexiteit van de missie leverde regelmatig militaire en politieke verrassingen op, maar ook tegenslagen. We hebben veel geleerd en de missie heeft tot veel innovaties geleid.” Als voorbeeld noemde de bewindsvrouw de Nederlandse toepassing van de 3D-benadering (Defence, Diplomacy, Development).
Eveneens komen de discussies en veranderingen binnen de NAVO door ISAF aan de orde. Evenals het opzetten van een Afghaanse krijgsmacht, een moeizaam proces door de etnische en politieke verdeeldheid. Het boek beschrijft al die recente ervaringen tegen de achtergrond van een ontnuchterende historische analyse van eerdere interventies in Afghanistan.
Kenmerkende dynamiek
De uitgave biedt door de samenhangende aanpak en de verscheidenheid aan perspectieven inzicht in de dynamiek die deze complexe missie kenmerkt. Een missie waarvan de sporen nog lang in westerse krijgsmachten zichtbaar zullen zijn.
(ministerie van Defensie, 20 augustus 2013)
• Titel: Military Adaptation in Afghanistan
• Uitgever: Stanford University Press, USA
• Redactie: Theo Farrell, Frans Osinga en James A. Russell
• Pagina’s: 368
• ISBN: 9780804785884 (gebonden, € 98,99)
• ISBN: 9780804785891 (paperback, € 26,99)
• ISBN: 9780804786768 (E-book, € 26,99)
(o.a. verkrijgbaar bij Amazon en Bol)
Bijdragen uit Nederland: Dr. Martijn Kitzen, Dr. Frans Osinga, Dr. Sebastiaan Rietjens (allen verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie NLDA)
Preview met inhoudsopgave, lijst auteurs e.d. is te vinden op Google Books
zondag 30 juni 2013
Maandag einde missie Kunduz
Op maandag 1 juli komt de Politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz met een kleine ceremonie officieel ten einde. De laatste Afghaanse leerlingen krijgen dan hun certificaat en er wordt direct begonnen met het inpakken van het materieel. De missie begon in juni 2011 en er zijn 545 man voor uitgezonden.
De afgelopen week arriveerden ongeveer 100 militairen in Afghanistan die de afbouw van de missie gaan regelen. Zij gaan de spullen inpakken en vervoeren naar Mazar-e-Sharif, vanwaar het materieel naar Nederland wordt teruggevlogen.
De terugtrekking van de Nederlandse politietrainingsmissie uit Kunduz zal naar het zich laat aanzien al op 1 oktober zijn afgerond. Dat is dan een maand sneller dan gepland.
Met het vertrek uit Kunduz komt nog geen einde aan de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Vier F-16's met 120 man personeel blijven tot eind 2014 gestationeerd in Mazar-e-Sharif. Ook bij de EUPOL-missie en op diverse hoofdkwartieren blijven Nederlanders actief.
De terugtocht uit Kunduz stond oorspronkelijk gepland voor medio volgend jaar. Maar de Duitsers - die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de Nederlanders - vertrekken eerder dan verwacht uit de noordelijke provincie. Daarop besloot het kabinet de missie voortijdig te beëindigen.
De NAVO zet de missie na 2014 voort. Die richt zich op het opleiden van Afghaanse veiligheidskrachten, ondersteuning en advies. De missie gaat naar verluidt minimaal 12.000 manschappen tellen.
Begin deze maand kwam naar buiten dat Nederland, als het besluit om mee te gaan doen aan de nieuwe missie, weer onder Duits commando actief wil zijn in Afghanistan. De Duitsers willen 600 tot 800 man leveren.
(Geredigeerd Facebookbericht ministerie van Defensie, 30 juni 2013)
De afgelopen week arriveerden ongeveer 100 militairen in Afghanistan die de afbouw van de missie gaan regelen. Zij gaan de spullen inpakken en vervoeren naar Mazar-e-Sharif, vanwaar het materieel naar Nederland wordt teruggevlogen.
De terugtrekking van de Nederlandse politietrainingsmissie uit Kunduz zal naar het zich laat aanzien al op 1 oktober zijn afgerond. Dat is dan een maand sneller dan gepland.
Sinds de missie begon hebben circa 850 Afghaanse agenten en onderofficieren in het noordelijke Kunduz een basis- of aanvullende opleiding gevolgd. De opleiding wordt na 1 juli voortgezet door Afghaanse trainers.
Met het vertrek uit Kunduz komt nog geen einde aan de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Vier F-16's met 120 man personeel blijven tot eind 2014 gestationeerd in Mazar-e-Sharif. Ook bij de EUPOL-missie en op diverse hoofdkwartieren blijven Nederlanders actief.
De terugtocht uit Kunduz stond oorspronkelijk gepland voor medio volgend jaar. Maar de Duitsers - die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de Nederlanders - vertrekken eerder dan verwacht uit de noordelijke provincie. Daarop besloot het kabinet de missie voortijdig te beëindigen.
De NAVO zet de missie na 2014 voort. Die richt zich op het opleiden van Afghaanse veiligheidskrachten, ondersteuning en advies. De missie gaat naar verluidt minimaal 12.000 manschappen tellen.
Begin deze maand kwam naar buiten dat Nederland, als het besluit om mee te gaan doen aan de nieuwe missie, weer onder Duits commando actief wil zijn in Afghanistan. De Duitsers willen 600 tot 800 man leveren.
(Geredigeerd Facebookbericht ministerie van Defensie, 30 juni 2013)
zaterdag 29 juni 2013
Toespraak minister Hennis-Plasschaert op Veteranendag 2013
Majesteit, excellenties, veteranen, aangetreden militairen, dames en heren, jongens en meisjes,
Vandaag, op deze bijzondere dag,eert Nederland zijn veteranen. Nederlandse Veteranendag,
ingesteld in 2005 als persoonlijke wens van Prins Bernhard vanwege zijn bijzondere, warme band met onze veteranen.
En juist vandaag is het 29 juni, de geboortedag van Prins Bernhard.
Dat maakt deze Veteranendag extra bijzonder, evenals de aanwezigheid van onze Koning, die zo
dadelijk het defilé zal afnemen.
Ons land telt 130.000 veteranen.Het zijn mannen en vrouwen die veel hebben meegemaakt, veel
hebben gepresteerd en grote verantwoordelijkheid hebben gedragen.
Niet zelden in situaties van spanning en gevaar. Je moet het maar kunnen!
En juist daarom spreken wij vandaag, op de Nederlandse Veteranendag, ons respect uit
Maatschappelijke erkenning en waardering voor onze militairen en hun inzet, het is voor mij een
belangrijk speerpunt.
‘Thank you for serving’. In Amerika veel gehoord. Op straat, in winkels, restaurants en waar dan ook. In Nederland is die openlijke waardering lange tijd helemaal niet zo vanzelfsprekend geweest. Maar we boeken vooruitgang. En ik ben ervan overtuigd dat een dag als vandaag hierbij een belangrijke rol speelt.
Ook ons parlement zet zich hier enorm voor in.Onze volksvertegenwoordigers hebben bijvoorbeeld
hard geknokt voor de totstandkoming van de Veteranenwet. De bijzondere zorgplicht voor veteranen
is nu dan eindelijk wettelijk verankerd.En op dit moment wordt er hard gewerkt aan de verdere
uitwerking van deze wet.
Ik noem bijvoorbeeld:
· een ombudsman speciaal voor veteranen
· De oprichting van één veteranenloket
· De ereschuld waarvan inmiddels het merendeel is uitbetaald
Ook de uitgezonden militairen in werkelijke dienst, komen nu in aanmerking voor de veteranenstatus. En voor het eerst zal ik zo meteen -samen met mevrouw Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA, de veteranenspeld uitreiken aan actief dienende militairen. Een mooi moment van zichtbare erkenning én waardering!
Majesteit, geachte aanwezigen,
De aangetreden militairen rechts van ons zijn onlangs teruggekeerd van missies in Burundi, Bosnië, Israël en de Palestijnse gebieden, Kosovo, Afghanistan en Zuid-Soedan.
Graag wil ik vier van hen aan u voorstellen.
Allereerst marinier Smit van de Koninklijke Marine. Marinier Smit,gisteren was u nog op oefening in de heuvels van Engeland, vandaag alweer hier in Den Haag in verband met onder meer uw uitzending naar Afghanistan. Actief dienend bent u zeker! In Kabul werkte u als chauffeur en beveiliger. U bracht specialisten veilig ter plekke zodat ze cruciale apparatuur konden repareren. Of - in uw eigen woorden - u zorgde ervoor dat ‘de jongens en meiden van de missie goed hun werk konden doen’.Cruciale inzet achter de schermen dus. Marinier Smit, Dank daarvoor!
Majoor Both van de Koninklijke Landmacht, u bent uitgezonden geweest naar Zuid-Sudan.
Een land waar de afgelopen dertig jaar alleen maar is gevochten, een land dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Als officier civiel-militaire samenwerking heeft u bijgedragen aan de eerste voorzichtige stappen op weg naar duurzame vrede. Majoor Both, dank aan u! Dank voor uw inzet.
Sergeant Rijnsent van de Koninklijke Luchtmacht, ik heb u vorig jaar mogen ontmoeten tijdens mijn bezoek aan de troepen in Noord-Afghanistan. U heeft als militair verpleegkundige vanuit Masar-e-Sharif de medische evacuaties gecoördineerd.Een cruciale taak want de juiste zorg voor onze
militairen is van groot belang! Ook aan u: Dank voor uw inzet!
En als laatste, adjudant Van der Wal van de Koninklijke Marechaussee Adjudant Van der Wal, als digitaal rechercheur in Afghanistan spoorde u de makers van bermbommen op. In uw eigen woorden: ‘Al kan ik maar één militair- of burgerslachtoffer voorkomen, dan heeft het al zin gehad.’U hebt mét uw team successen geboekt en daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Adjudant van der Wal, zeer veel dank!
Dames en heren,
Onze veteranen kunnen hun werk vooral doen dankzij de voortdurende steun van hun thuisfront.Zonder thuisfront, geen inzet! Daarom vraag ik u om met mij nog één keer heel hard te klappen. Een applaus voor de familie, vrienden en collega’s van al onze veteranen!
Zo dadelijk zal ik overgaan tot het uitreiken van de herinneringsmedailles vredesoperaties voor de genoemde missies. Een onderscheiding van de regering ter herinnering aan uw bijzondere inzet namens Nederland in het buitenland. Ik reik deze onderscheiding uit, samen met onze premier, de Commandant der Strijdkrachten en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.
Daarna zal ik,zoals gezegd,samen met mevrouw Eijsink, de veteranenspeld uitreiken aan vier veteranen in actieve dienst. Deze vier staan symbool voor de dertigduizend militairen die zich voortaan ook veteraan mogen noemen.
Dames en heren,
Voor u staat een trotse minister. En ik ben de militairen dankbaar voor hun inzet.
(ministerie van Defensie, 29 juni 2013)
Vandaag, op deze bijzondere dag,eert Nederland zijn veteranen. Nederlandse Veteranendag,
ingesteld in 2005 als persoonlijke wens van Prins Bernhard vanwege zijn bijzondere, warme band met onze veteranen.
En juist vandaag is het 29 juni, de geboortedag van Prins Bernhard.
Dat maakt deze Veteranendag extra bijzonder, evenals de aanwezigheid van onze Koning, die zo
dadelijk het defilé zal afnemen.
Ons land telt 130.000 veteranen.Het zijn mannen en vrouwen die veel hebben meegemaakt, veel
hebben gepresteerd en grote verantwoordelijkheid hebben gedragen.
Niet zelden in situaties van spanning en gevaar. Je moet het maar kunnen!
En juist daarom spreken wij vandaag, op de Nederlandse Veteranendag, ons respect uit
Maatschappelijke erkenning en waardering voor onze militairen en hun inzet, het is voor mij een
belangrijk speerpunt.
‘Thank you for serving’. In Amerika veel gehoord. Op straat, in winkels, restaurants en waar dan ook. In Nederland is die openlijke waardering lange tijd helemaal niet zo vanzelfsprekend geweest. Maar we boeken vooruitgang. En ik ben ervan overtuigd dat een dag als vandaag hierbij een belangrijke rol speelt.
Ook ons parlement zet zich hier enorm voor in.Onze volksvertegenwoordigers hebben bijvoorbeeld
hard geknokt voor de totstandkoming van de Veteranenwet. De bijzondere zorgplicht voor veteranen
is nu dan eindelijk wettelijk verankerd.En op dit moment wordt er hard gewerkt aan de verdere
uitwerking van deze wet.
Ik noem bijvoorbeeld:
· een ombudsman speciaal voor veteranen
· De oprichting van één veteranenloket
· De ereschuld waarvan inmiddels het merendeel is uitbetaald
Ook de uitgezonden militairen in werkelijke dienst, komen nu in aanmerking voor de veteranenstatus. En voor het eerst zal ik zo meteen -samen met mevrouw Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA, de veteranenspeld uitreiken aan actief dienende militairen. Een mooi moment van zichtbare erkenning én waardering!
Majesteit, geachte aanwezigen,
De aangetreden militairen rechts van ons zijn onlangs teruggekeerd van missies in Burundi, Bosnië, Israël en de Palestijnse gebieden, Kosovo, Afghanistan en Zuid-Soedan.
Graag wil ik vier van hen aan u voorstellen.
Allereerst marinier Smit van de Koninklijke Marine. Marinier Smit,gisteren was u nog op oefening in de heuvels van Engeland, vandaag alweer hier in Den Haag in verband met onder meer uw uitzending naar Afghanistan. Actief dienend bent u zeker! In Kabul werkte u als chauffeur en beveiliger. U bracht specialisten veilig ter plekke zodat ze cruciale apparatuur konden repareren. Of - in uw eigen woorden - u zorgde ervoor dat ‘de jongens en meiden van de missie goed hun werk konden doen’.Cruciale inzet achter de schermen dus. Marinier Smit, Dank daarvoor!
Majoor Both van de Koninklijke Landmacht, u bent uitgezonden geweest naar Zuid-Sudan.
Een land waar de afgelopen dertig jaar alleen maar is gevochten, een land dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Als officier civiel-militaire samenwerking heeft u bijgedragen aan de eerste voorzichtige stappen op weg naar duurzame vrede. Majoor Both, dank aan u! Dank voor uw inzet.
Sergeant Rijnsent van de Koninklijke Luchtmacht, ik heb u vorig jaar mogen ontmoeten tijdens mijn bezoek aan de troepen in Noord-Afghanistan. U heeft als militair verpleegkundige vanuit Masar-e-Sharif de medische evacuaties gecoördineerd.Een cruciale taak want de juiste zorg voor onze
militairen is van groot belang! Ook aan u: Dank voor uw inzet!
En als laatste, adjudant Van der Wal van de Koninklijke Marechaussee Adjudant Van der Wal, als digitaal rechercheur in Afghanistan spoorde u de makers van bermbommen op. In uw eigen woorden: ‘Al kan ik maar één militair- of burgerslachtoffer voorkomen, dan heeft het al zin gehad.’U hebt mét uw team successen geboekt en daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Adjudant van der Wal, zeer veel dank!
Dames en heren,
Onze veteranen kunnen hun werk vooral doen dankzij de voortdurende steun van hun thuisfront.Zonder thuisfront, geen inzet! Daarom vraag ik u om met mij nog één keer heel hard te klappen. Een applaus voor de familie, vrienden en collega’s van al onze veteranen!
Zo dadelijk zal ik overgaan tot het uitreiken van de herinneringsmedailles vredesoperaties voor de genoemde missies. Een onderscheiding van de regering ter herinnering aan uw bijzondere inzet namens Nederland in het buitenland. Ik reik deze onderscheiding uit, samen met onze premier, de Commandant der Strijdkrachten en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.
Daarna zal ik,zoals gezegd,samen met mevrouw Eijsink, de veteranenspeld uitreiken aan vier veteranen in actieve dienst. Deze vier staan symbool voor de dertigduizend militairen die zich voortaan ook veteraan mogen noemen.
Dames en heren,
Voor u staat een trotse minister. En ik ben de militairen dankbaar voor hun inzet.
(ministerie van Defensie, 29 juni 2013)
zaterdag 15 juni 2013
'De Nederlandse bomen worden alweer gekapt'
Hoe is het nu in Uruzgan? De ervaren oorlogsverslaggever Joeri Boom die de provincie vele malen bezocht in de 'Nederlandse tijd' werkt tegenwoordig als correspondent van NRC Handelsblad in India. Hij keerde terug naar Uruzgan om de balans op te maken. Hij bezocht de provinciehoofdstad Tarin Kowt en Chora (waar in 2007 fel om gevochten is).
Het resulterende artikel in de NRC van zaterdag 15 juni is boeiend en weinig optimistisch. De Taliban lijken in de startblokken te staan om de macht weer over te nemen; van een aantal Nederlandse opbouwprojecten is weinig meer over en de NGO's van het 'Dutch Consortium for Uruzgan' zijn grotendeels voortijdig vertrokken omdat de subsidiekraan dicht ging (doen ze zelf niet aan fondswerving, vraag ik me dan af...).
Grootste probleem lijkt de concurrentie tussen de verschillende stammen waaraan Nederland destijds veel aandacht heeft besteed. Maar de Amerikanen en Australiërs die het werk overnamen hebben dat kennelijk op een laag pitje gezet.
„Je kunt in Uruzgan nog zulke mooie projecten opzetten, maar als niemand voorkomt dat de stammen elkaar in de haren vliegen, is het gedaan met de veiligheid en komt de machine knarsend tot stilstand”, zegt dokter Gul. „Zouden de Nederlanders dat vergeten zijn aan de Amerikanen te vertellen?”
Het artikel van Joeri Boom is voor abonnees online te lezen. Niet-abonnees kunnen voor 1,50 een dagtoegang kopen: www.nrc.nl.
HdV
Het resulterende artikel in de NRC van zaterdag 15 juni is boeiend en weinig optimistisch. De Taliban lijken in de startblokken te staan om de macht weer over te nemen; van een aantal Nederlandse opbouwprojecten is weinig meer over en de NGO's van het 'Dutch Consortium for Uruzgan' zijn grotendeels voortijdig vertrokken omdat de subsidiekraan dicht ging (doen ze zelf niet aan fondswerving, vraag ik me dan af...).
Grootste probleem lijkt de concurrentie tussen de verschillende stammen waaraan Nederland destijds veel aandacht heeft besteed. Maar de Amerikanen en Australiërs die het werk overnamen hebben dat kennelijk op een laag pitje gezet.
„Je kunt in Uruzgan nog zulke mooie projecten opzetten, maar als niemand voorkomt dat de stammen elkaar in de haren vliegen, is het gedaan met de veiligheid en komt de machine knarsend tot stilstand”, zegt dokter Gul. „Zouden de Nederlanders dat vergeten zijn aan de Amerikanen te vertellen?”
Het artikel van Joeri Boom is voor abonnees online te lezen. Niet-abonnees kunnen voor 1,50 een dagtoegang kopen: www.nrc.nl.
HdV
zaterdag 1 juni 2013
Premier Rutte: "Nieuw startpunt voor Afghanistan"
"Afghanistan staat op een nieuw startpunt om zelf de toekomst vorm te geven". Dat zei minister-president Rutte tijdens een bezoek aan de geïntegreerde politietrainingsmissie in Noord-Afghanistan.
Rutte liet zich in Kunduz onder andere bijpraten over de voorbereidingen op de terugtrekking vanaf juli. Verder sprak hij onder andere met advocaten en NGO’s die werken aan de opbouw van de justitiële keten. Op het politietrainingscentrum ontmoette de minister-president daarnaast Afghaanse politietrainers en agenten.
Meer dan 700 opleidingen
Rutte gaf aan trots te zijn op de inzet en resultaten van de Nederlandse militairen, diplomaten en politieagenten. “Onze mensen hebben geweldig werk gedaan in Kunduz. We hebben meer dan 700 opleidingen aan politieagenten gegeven. We zijn nu zover dat de Afghaanse politie de opleiding zelf kan verzorgen en met eigen teams de kwaliteit kan waarborgen. Daarnaast zijn in Kunduz nu meer dan vijftig opgeleide rechters, diverse officieren van justitie, advocaten en een rechtenfaculteit met driehonderd studenten.”

De minister-president noemde de resultaten een basis voor een rechtstaat. “Afghanistan is niet te vergelijken met westerse landen. Het streven is om een vergelijkbaar niveau als de omringende landen te bereiken. Voor Afghanistan is dit een nieuw startpunt, nog niet de eindstreep.” Rutte wees ook op de ontwikkeling van wegen en scholen in Afghanistan. “In Kunduz waren er in 2002 nog 20 scholen. Dat zijn er nu 440.”
“Niet met de rug naar Afghanistan”
Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten luitenant-generaal Wehren en ambassadeur Peters begeleidden minister-president Rutte tijdens zijn reis. Naast Kunduz bezochten zij ook Mazar-e-Sharif om onder andere te spreken met het personeel van de Air Task Force, die met vier F-16's ondersteuning leveren aan de politietrainingsmissie en coalitiegenoten. Ook namen zij een kijkje bij de zogeheten innamestraat, de plek waar al het materieel wordt verzameld voor transport naar Nederland.
In Mazar benadrukte Rutte het belang om de resultaten vast te houden. "We herinneren ons allemaal nog dat dit land broedplaats was van internationaal terrorisme. Heel veel landgenoten hebben hier dus gestreden voor onze vrijheid en veiligheid. Hun inspanningen van de afgelopen 10 jaar hebben bijgedragen aan een veiliger en stabieler Afghanistan. De volgende stap is aan de Afghanen zelf.”
Wel draagt Nederland met de F-16’s, hulp bij de ontwikkeling van de rechtstaat en financiële bijdragen aan het Afghaans bestuur ook komend jaar bij aan de ontwikkeling van Afghanistan. “Nederland trekt zich deels terug, maar gaat niet met de rug naar Afghanistan staan.”
(ministerie van Defensie, 1-6-2013)
Rutte liet zich in Kunduz onder andere bijpraten over de voorbereidingen op de terugtrekking vanaf juli. Verder sprak hij onder andere met advocaten en NGO’s die werken aan de opbouw van de justitiële keten. Op het politietrainingscentrum ontmoette de minister-president daarnaast Afghaanse politietrainers en agenten.
Meer dan 700 opleidingen
Rutte gaf aan trots te zijn op de inzet en resultaten van de Nederlandse militairen, diplomaten en politieagenten. “Onze mensen hebben geweldig werk gedaan in Kunduz. We hebben meer dan 700 opleidingen aan politieagenten gegeven. We zijn nu zover dat de Afghaanse politie de opleiding zelf kan verzorgen en met eigen teams de kwaliteit kan waarborgen. Daarnaast zijn in Kunduz nu meer dan vijftig opgeleide rechters, diverse officieren van justitie, advocaten en een rechtenfaculteit met driehonderd studenten.”

De minister-president noemde de resultaten een basis voor een rechtstaat. “Afghanistan is niet te vergelijken met westerse landen. Het streven is om een vergelijkbaar niveau als de omringende landen te bereiken. Voor Afghanistan is dit een nieuw startpunt, nog niet de eindstreep.” Rutte wees ook op de ontwikkeling van wegen en scholen in Afghanistan. “In Kunduz waren er in 2002 nog 20 scholen. Dat zijn er nu 440.”
“Niet met de rug naar Afghanistan”
Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten luitenant-generaal Wehren en ambassadeur Peters begeleidden minister-president Rutte tijdens zijn reis. Naast Kunduz bezochten zij ook Mazar-e-Sharif om onder andere te spreken met het personeel van de Air Task Force, die met vier F-16's ondersteuning leveren aan de politietrainingsmissie en coalitiegenoten. Ook namen zij een kijkje bij de zogeheten innamestraat, de plek waar al het materieel wordt verzameld voor transport naar Nederland.
In Mazar benadrukte Rutte het belang om de resultaten vast te houden. "We herinneren ons allemaal nog dat dit land broedplaats was van internationaal terrorisme. Heel veel landgenoten hebben hier dus gestreden voor onze vrijheid en veiligheid. Hun inspanningen van de afgelopen 10 jaar hebben bijgedragen aan een veiliger en stabieler Afghanistan. De volgende stap is aan de Afghanen zelf.”
Wel draagt Nederland met de F-16’s, hulp bij de ontwikkeling van de rechtstaat en financiële bijdragen aan het Afghaans bestuur ook komend jaar bij aan de ontwikkeling van Afghanistan. “Nederland trekt zich deels terug, maar gaat niet met de rug naar Afghanistan staan.”
(ministerie van Defensie, 1-6-2013)
vrijdag 8 maart 2013
Afbouw geïntegreerde politietrainingsmissie Afghanistan
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 8 maart 2013
Betreft Geïntegreerde politietrainingsmissie Afghanistan
Geachte Voorzitter,
Zoals aangekondigd in de brief van 17 januari jl. (Kamerstuk 27925, nr. 469), wordt u in deze brief geïnformeerd over de gevolgen van de Duitse troepenreductie in Afghanistan in 2013 voor de Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie.
Op 31 januari jl. heeft het Duitse parlement ingestemd met de verlenging van de Duitse missie in Afghanistan met dertien maanden en met een troepenreductie van 4.500 naar 3.300 man in de periode 2013 - 2014. In het kader van dit besluit wordt de Duitse militaire aanwezigheid in Kunduz in de tweede helft van dit jaar beëindigd. Eind 2012 zijn reeds de activiteiten van het Duitse Provincial Reconstruction Team in Kunduz overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten en omstreeks 1 juli 2013 zal ook de leiding van het Duitse Police Training Center (PTC) in Kunduz in Afghaanse handen overgaan. Vanaf dat moment is het voor Duitsland niet langer nodig om een basis in Kunduz open te houden; deze zal dan ook omstreeks 1 november 2013 worden gesloten. De Duitse redeployment verloopt via Mazar-e-Sharif.
De overdracht van de taken aan de Afghaanse overheid en de beëindiging van de Duitse militaire aanwezigheid in Kunduz passen bij de voortgang van het transitieproces in de provincie. Zoals aan uw Kamer gemeld in de brief van 17 januari jl. zijn het Afghaanse leger en de politie inmiddels verantwoordelijk voor de veiligheid in de gehele provincie Kunduz. Zij zullen ook de verantwoordelijkheid voor de politieopleidingen overnemen. Op het PTC geven Afghaanse trainers reeds zelf les onder begeleiding van Duitse en Nederlandse trainers en wordt de Afghaanse staf begeleid zodat deze de leiding kan overnemen. Daarnaast worden Afghaanse instructeurs opgeleid en begeleid om op termijn de door Nederland ontwikkelde aanvullende opleiding te kunnen uitvoeren.
Gezien het voorspoedige verloop van de transitie op het gebied van opleidingen in Kunduz en het daarmee samenhangende besluit van Duitsland om uit de provincie te vertrekken heeft de regering besloten de trainingsmissie in Kunduz per 1 juli 2013 te beëindigen. Tot die datum worden de lopende activiteiten op volle sterkte voortgezet, met dien verstande dat het accent verder verschuift naar de overdracht aan de Afghaanse autoriteiten met het oog op verduurzaming van de Nederlandse inspanningen. Vanaf 1 juli 2013 zal de redeployment via Mazar-e-Sharif beginnen en neemt de omvang van het huidige contingent Nederlandse militairen in Afghanistan af. De Nederlandse aanwezigheid op de Duitse basis in Kunduz zal uiterlijk 1 november 2013 zijn beëindigd.
De plannen van Duitsland hebben ook gevolgen voor het Field Office van de EU Politietrainingsmissie (EUPOL) in Kunduz, aangezien ook EUPOL afhankelijk is van Duitsland voor de veiligheid, medische faciliteiten en legering. EUPOL start de redeployment van haar Field Office in Kunduz naar verwachting ook op 1 juli 2013, waardoor de Nederlandse bijdrage aan EUPOL in Kunduz eveneens wordt beëindigd.
Wat blijft Nederland doen tot midden 2014?
De beëindiging van de trainingsmissie in Kunduz betekent niet dat Nederland geheel uit Afghanistan vertrekt.
Het rule of law programma in de provincie Kunduz zal conform de oorspronkelijke planning worden voortgezet tot midden 2014. De projecten worden uitgevoerd door non-gouvernementele organisaties die niet van de Duitse of Nederlandse aanwezigheid afhankelijk zijn. Het toezicht op de projecten zal door de ambassade in Kabul worden overgenomen, waar nodig met hulp van lokale monitoring officers. Ter versterking van de coördinatiecapaciteiten van UNAMA op het gebied van rule of law financiert Nederland de functie van een deskundige bij het UNAMA-kantoor in Kunduz. Daarnaast worden de detacheringen van een Nederlandse politieadviseur bij UNAMA Kunduz en een militair adviseur bij UNAMA Kabul voortgezet. Overigens blijft Afghanistan een OS-partnerland.
De Nederlandse personele bijdrage van ongeveer 25 politiefunctionarissen en tien civiele deskundigen aan EUPOL in Kabul zal eveneens worden voortgezet. Nederland levert hiermee een zinvolle bijdrage aan de inspanningen van de internationale gemeenschap om de politie- en justitiesector in Afghanistan op nationaal niveau verder te versterken in het kader van het transitieproces. Bovendien biedt deze personele bijdrage aan EUPOL de mogelijkheid om ervaringen en trainings- en mentoringconcepten uit Kunduz zowel in Kabul als in de overige Field Offices te delen en te verankeren binnen de Afghaanse overheidsstructuren.
Ook de inzet van de vier F-16’s vanaf de militaire basis in Mazar-e-Sharif gaat door onder het huidige mandaat. De F-16’s zullen de redeployment van de geïntegreerde politietrainingsmissie ondersteunen en in ISAF-kader bermbommen opsporen, inlichtingen vergaren en Afghaanse en internationale partners in nood te hulp komen.
Als gevolg van de redeployment zal het aantal Nederlandse militaire en civiele staffunctionarissen bij ISAF afnemen.
Het Duits-Nederlandse Legerkorps uit Münster, tenslotte, is volgens het roulatieschema van de NAVO in de periode 15 juli 2013 tot en met 15 januari 2014 weer aan de beurt om militairen te leveren voor staffuncties op het hoofdkwartier van IJC (ISAF Joint Command) in Kabul, zoals voor het laatst in 2009. Dit keer bestaat de bijdrage uit ongeveer 90 Nederlandse militairen.
In de volgende stand van zakenbrief over Afghanistan wordt u nader geïnformeerd over de financiële en personele gevolgen van dit regeringsbesluit.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Drs. E.M.J. Ploumen
(Rijksoverheid, 8 maart 2013)
Datum 8 maart 2013
Betreft Geïntegreerde politietrainingsmissie Afghanistan
Geachte Voorzitter,
Zoals aangekondigd in de brief van 17 januari jl. (Kamerstuk 27925, nr. 469), wordt u in deze brief geïnformeerd over de gevolgen van de Duitse troepenreductie in Afghanistan in 2013 voor de Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie.
Op 31 januari jl. heeft het Duitse parlement ingestemd met de verlenging van de Duitse missie in Afghanistan met dertien maanden en met een troepenreductie van 4.500 naar 3.300 man in de periode 2013 - 2014. In het kader van dit besluit wordt de Duitse militaire aanwezigheid in Kunduz in de tweede helft van dit jaar beëindigd. Eind 2012 zijn reeds de activiteiten van het Duitse Provincial Reconstruction Team in Kunduz overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten en omstreeks 1 juli 2013 zal ook de leiding van het Duitse Police Training Center (PTC) in Kunduz in Afghaanse handen overgaan. Vanaf dat moment is het voor Duitsland niet langer nodig om een basis in Kunduz open te houden; deze zal dan ook omstreeks 1 november 2013 worden gesloten. De Duitse redeployment verloopt via Mazar-e-Sharif.
De overdracht van de taken aan de Afghaanse overheid en de beëindiging van de Duitse militaire aanwezigheid in Kunduz passen bij de voortgang van het transitieproces in de provincie. Zoals aan uw Kamer gemeld in de brief van 17 januari jl. zijn het Afghaanse leger en de politie inmiddels verantwoordelijk voor de veiligheid in de gehele provincie Kunduz. Zij zullen ook de verantwoordelijkheid voor de politieopleidingen overnemen. Op het PTC geven Afghaanse trainers reeds zelf les onder begeleiding van Duitse en Nederlandse trainers en wordt de Afghaanse staf begeleid zodat deze de leiding kan overnemen. Daarnaast worden Afghaanse instructeurs opgeleid en begeleid om op termijn de door Nederland ontwikkelde aanvullende opleiding te kunnen uitvoeren.
Gezien het voorspoedige verloop van de transitie op het gebied van opleidingen in Kunduz en het daarmee samenhangende besluit van Duitsland om uit de provincie te vertrekken heeft de regering besloten de trainingsmissie in Kunduz per 1 juli 2013 te beëindigen. Tot die datum worden de lopende activiteiten op volle sterkte voortgezet, met dien verstande dat het accent verder verschuift naar de overdracht aan de Afghaanse autoriteiten met het oog op verduurzaming van de Nederlandse inspanningen. Vanaf 1 juli 2013 zal de redeployment via Mazar-e-Sharif beginnen en neemt de omvang van het huidige contingent Nederlandse militairen in Afghanistan af. De Nederlandse aanwezigheid op de Duitse basis in Kunduz zal uiterlijk 1 november 2013 zijn beëindigd.
De plannen van Duitsland hebben ook gevolgen voor het Field Office van de EU Politietrainingsmissie (EUPOL) in Kunduz, aangezien ook EUPOL afhankelijk is van Duitsland voor de veiligheid, medische faciliteiten en legering. EUPOL start de redeployment van haar Field Office in Kunduz naar verwachting ook op 1 juli 2013, waardoor de Nederlandse bijdrage aan EUPOL in Kunduz eveneens wordt beëindigd.
Wat blijft Nederland doen tot midden 2014?
De beëindiging van de trainingsmissie in Kunduz betekent niet dat Nederland geheel uit Afghanistan vertrekt.
Het rule of law programma in de provincie Kunduz zal conform de oorspronkelijke planning worden voortgezet tot midden 2014. De projecten worden uitgevoerd door non-gouvernementele organisaties die niet van de Duitse of Nederlandse aanwezigheid afhankelijk zijn. Het toezicht op de projecten zal door de ambassade in Kabul worden overgenomen, waar nodig met hulp van lokale monitoring officers. Ter versterking van de coördinatiecapaciteiten van UNAMA op het gebied van rule of law financiert Nederland de functie van een deskundige bij het UNAMA-kantoor in Kunduz. Daarnaast worden de detacheringen van een Nederlandse politieadviseur bij UNAMA Kunduz en een militair adviseur bij UNAMA Kabul voortgezet. Overigens blijft Afghanistan een OS-partnerland.
De Nederlandse personele bijdrage van ongeveer 25 politiefunctionarissen en tien civiele deskundigen aan EUPOL in Kabul zal eveneens worden voortgezet. Nederland levert hiermee een zinvolle bijdrage aan de inspanningen van de internationale gemeenschap om de politie- en justitiesector in Afghanistan op nationaal niveau verder te versterken in het kader van het transitieproces. Bovendien biedt deze personele bijdrage aan EUPOL de mogelijkheid om ervaringen en trainings- en mentoringconcepten uit Kunduz zowel in Kabul als in de overige Field Offices te delen en te verankeren binnen de Afghaanse overheidsstructuren.
Ook de inzet van de vier F-16’s vanaf de militaire basis in Mazar-e-Sharif gaat door onder het huidige mandaat. De F-16’s zullen de redeployment van de geïntegreerde politietrainingsmissie ondersteunen en in ISAF-kader bermbommen opsporen, inlichtingen vergaren en Afghaanse en internationale partners in nood te hulp komen.
Als gevolg van de redeployment zal het aantal Nederlandse militaire en civiele staffunctionarissen bij ISAF afnemen.
Het Duits-Nederlandse Legerkorps uit Münster, tenslotte, is volgens het roulatieschema van de NAVO in de periode 15 juli 2013 tot en met 15 januari 2014 weer aan de beurt om militairen te leveren voor staffuncties op het hoofdkwartier van IJC (ISAF Joint Command) in Kabul, zoals voor het laatst in 2009. Dit keer bestaat de bijdrage uit ongeveer 90 Nederlandse militairen.
In de volgende stand van zakenbrief over Afghanistan wordt u nader geïnformeerd over de financiële en personele gevolgen van dit regeringsbesluit.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Drs. E.M.J. Ploumen
(Rijksoverheid, 8 maart 2013)
Nederland beëindigt missie Kunduz
Nederland stopt op 1 juli 2013 met de politietrainingsmissie in Kunduz, zo maakte het kabinet vandaag bekend. Het werk gaat tot die datum onverminderd voort, maar het accent verschuift verder naar de overdracht van taken aan de Afghaanse autoriteiten. Personeel en materieel hebben uiterlijk 1 november de Duitse basis in Kunduz verlaten.
De Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie heeft sinds de zomer van 2011 een stevige basis gelegd voor de hele justitieketen in Kunduz. De Afghanen zijn eerder dan gepland klaar om zelf de verantwoordelijkheid voor politietrainingen te dragen in Kunduz. Zo geven Afghaanse trainers al zelf les en begeleidt Duits en Nederlands personeel de Afghaanse staf, zodat die de leiding kan overnemen. Vanaf 1 juli is Afghanistan zelf verantwoordelijk voor de politieopleidingen en wordt het trainingscentrum overgedragen door de Duitsers aan de Afghanen.
Het regeringsbesluit is deels ook het gevolg van de Duitse troepenreductie in Afghanistan. De oosterburen trekken hun militairen in de tweede helft van dit jaar terug uit Kunduz. Nederlands personeel in het gebied is voor veiligheid en legering afhankelijk van Duitse eenheden. Dit geldt ook voor de Nederlanders die voor EUPOL in Kunduz het hogere politiekader opleiden. EUPOL sluit hun trainingslocatie in Kunduz naar verwachting eveneens op 1 juli.
Nederland blijft actief
Nederland vertrekt niet helemaal uit Afghanistan. De ontwikkeling van de rechtsstaat in Kunduz is een zaak van lange termijn. Daarom gaat het zogenoemde rule of law-programma volgens planning tot in 2014 door. Lokale, niet-gouvernementele organisaties die niet afhankelijk zijn van Duitse of Nederlandse aanwezigheid voeren de projecten uit en zij blijven met de Nederlandse ambassade in Kabul de projecten monitoren.
Nederland blijft in Kunduz ook militair betrokken met de inzet van de 4 F-16’s vanaf Mazar-e-Sharif. De jachtvliegtuigen voeren de taken uit onder het huidige mandaat en ondersteunen daarnaast de terugverplaatsing van de Nederlandse eenheden.
Nederland blijft EUPOL ondersteunen in Kabul met politiefunctionarissen en deskundigen die werken aan de versterking van de politie- en justitiesector op nationaal niveau.
Positief
Nederland is sinds de zomer van 2011 actief in Kunduz. Het kabinet is voorzichtig positief over de resultaten, staat in een tussentijdse evaluatie die vandaag ook aan het parlement is gezonden. De waardering voor de Nederlandse inspanningen is groot bij zowel de Afghanen als de internationale partners. Door de gehele justitiële keten heen zijn er nu beter opgeleide agenten, advocaten, rechters en aanklagers.
Het is volgens het kabinet nu te vroeg om vast te stellen wat het effect op langere termijn zal zijn van de politietrainingsmissie.
(ministerie van Defensie, 8 maart 2013)
Bijlagen:
Kamerbrief Geïntegreerde politietrainingsmissie Afghanistan
Kamerbrief Tussentijdse evaluatie politietrainingsmissie in Afghanistan
Bijlage Tussentijdse evaluatie politietrainingsmissie in Afghanistan
De Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie heeft sinds de zomer van 2011 een stevige basis gelegd voor de hele justitieketen in Kunduz. De Afghanen zijn eerder dan gepland klaar om zelf de verantwoordelijkheid voor politietrainingen te dragen in Kunduz. Zo geven Afghaanse trainers al zelf les en begeleidt Duits en Nederlands personeel de Afghaanse staf, zodat die de leiding kan overnemen. Vanaf 1 juli is Afghanistan zelf verantwoordelijk voor de politieopleidingen en wordt het trainingscentrum overgedragen door de Duitsers aan de Afghanen.
Het regeringsbesluit is deels ook het gevolg van de Duitse troepenreductie in Afghanistan. De oosterburen trekken hun militairen in de tweede helft van dit jaar terug uit Kunduz. Nederlands personeel in het gebied is voor veiligheid en legering afhankelijk van Duitse eenheden. Dit geldt ook voor de Nederlanders die voor EUPOL in Kunduz het hogere politiekader opleiden. EUPOL sluit hun trainingslocatie in Kunduz naar verwachting eveneens op 1 juli.
Nederland blijft actief
Nederland vertrekt niet helemaal uit Afghanistan. De ontwikkeling van de rechtsstaat in Kunduz is een zaak van lange termijn. Daarom gaat het zogenoemde rule of law-programma volgens planning tot in 2014 door. Lokale, niet-gouvernementele organisaties die niet afhankelijk zijn van Duitse of Nederlandse aanwezigheid voeren de projecten uit en zij blijven met de Nederlandse ambassade in Kabul de projecten monitoren.
Nederland blijft in Kunduz ook militair betrokken met de inzet van de 4 F-16’s vanaf Mazar-e-Sharif. De jachtvliegtuigen voeren de taken uit onder het huidige mandaat en ondersteunen daarnaast de terugverplaatsing van de Nederlandse eenheden.
Nederland blijft EUPOL ondersteunen in Kabul met politiefunctionarissen en deskundigen die werken aan de versterking van de politie- en justitiesector op nationaal niveau.
Positief
Nederland is sinds de zomer van 2011 actief in Kunduz. Het kabinet is voorzichtig positief over de resultaten, staat in een tussentijdse evaluatie die vandaag ook aan het parlement is gezonden. De waardering voor de Nederlandse inspanningen is groot bij zowel de Afghanen als de internationale partners. Door de gehele justitiële keten heen zijn er nu beter opgeleide agenten, advocaten, rechters en aanklagers.
Het is volgens het kabinet nu te vroeg om vast te stellen wat het effect op langere termijn zal zijn van de politietrainingsmissie.
(ministerie van Defensie, 8 maart 2013)
Bijlagen:
Kamerbrief Geïntegreerde politietrainingsmissie Afghanistan
Kamerbrief Tussentijdse evaluatie politietrainingsmissie in Afghanistan
Bijlage Tussentijdse evaluatie politietrainingsmissie in Afghanistan
Nederlanders deze zomer weg uit Kunduz
Het kabinet stopt eerder met de politiemissie in Afghanistan. De ruim 350 militairen en politiemensen keren al deze zomer terug uit de Afghaanse provincie Kunduz. Bronnen rond het kabinet bevestigen dat de ministerraad daarover vandaag een besluit neemt. RTL-redacteur Jos Heymans over de precieze aantallen: "300 mlitairen Kunduz keren per 1 juli terug. 70 man blijven in Kabul net als 120 man bij F-16''s. Tot einde missie eind dit jaar. (@JosHeymans)
Nederland traint sinds de zomer van 2011 de politiemensen in het noorden van Afghanistan. De Nederlandse militairen worden beschermd door Duitse eenheden in de omgeving en door vier eigen gevechtsvliegtuigen die in de buurt van Kunduz zijn gestationeerd.
Aanvankelijk zou de missie tot volgend jaar duren. Maar de Duitsers vertrekken al deze zomer, waardoor de bescherming van de Nederlandse troepen komt te vervallen. Het kabinet wil daarom tegelijk met de Duitsers weggaan. Daar komt bij dat de training van de Afghaanse politie zo goed als afgerond is. De Afghanen zijn al in staat hun eigen mensen op te leiden.
Wel naar Somalië
Het kabinet zal vandaag ook besluiten om deel te nemen aan een EU-trainingsmissie voor Somalische troepen. Het gaat om een tiental Nederlanders die in de Somalische hoofdstad Mogadishu trainingen gaan geven.
De missie in Kunduz was politiek omstreden. Het eerste kabinet-Rutte moest de steun van de oppositiepartijen D66 en GroenLinks vragen om de militairen te kunnen uitzenden. Vooral de achterban van GroenLinks had grote moeite met de gegeven steun aan het kabinet.
(RTL Nieuws, 8 maart 2013)
Nederland traint sinds de zomer van 2011 de politiemensen in het noorden van Afghanistan. De Nederlandse militairen worden beschermd door Duitse eenheden in de omgeving en door vier eigen gevechtsvliegtuigen die in de buurt van Kunduz zijn gestationeerd.
Aanvankelijk zou de missie tot volgend jaar duren. Maar de Duitsers vertrekken al deze zomer, waardoor de bescherming van de Nederlandse troepen komt te vervallen. Het kabinet wil daarom tegelijk met de Duitsers weggaan. Daar komt bij dat de training van de Afghaanse politie zo goed als afgerond is. De Afghanen zijn al in staat hun eigen mensen op te leiden.
Wel naar Somalië
Het kabinet zal vandaag ook besluiten om deel te nemen aan een EU-trainingsmissie voor Somalische troepen. Het gaat om een tiental Nederlanders die in de Somalische hoofdstad Mogadishu trainingen gaan geven.
De missie in Kunduz was politiek omstreden. Het eerste kabinet-Rutte moest de steun van de oppositiepartijen D66 en GroenLinks vragen om de militairen te kunnen uitzenden. Vooral de achterban van GroenLinks had grote moeite met de gegeven steun aan het kabinet.
(RTL Nieuws, 8 maart 2013)
donderdag 7 maart 2013
RTL NIeuws: 'Militairen eerder weg uit Kunduz'
Het kabinet stopt eerder met de politiemissie in Afghanistan. De ruim 500 militairen en politiemensen keren al deze zomer terug uit de Afghaanse provincie Kunduz. Bronnen rond het kabinet bevestigen dat de ministerraad daarover morgen een besluit neemt.
Nederland traint sinds de zomer van 2011 de politiemensen in het noorden van Afghanistan. De Nederlandse militairen worden beschermd door Duitse eenheden in de omgeving en door vier eigen gevechtsvliegtuigen die in de buurt van Kunduz zijn gestationeerd.
Aanvankelijk zou de missie tot volgend jaar duren. Maar de Duitsers vertrekken al deze zomer, waardoor de bescherming van de Nederlandse troepen komt te vervallen. Het kabinet wil daarom tegelijk met de Duitsers weggaan. Daar komt bij dat de training van de Afghaanse politie zo goed als afgerond is. De Afghanen zijn al in staat hun eigen mensen op te leiden.
De missie was politiek omstreden. Het eerste kabinet-Rutte moest de steun van de oppositiepartijen D66 en GroenLinks vragen om de militairen te kunnen uitzenden. Vooral de achterban van GroenLinks had grote moeite met de gegeven steun aan het kabinet.
(RTL Nieuws, 7 maart 2013)
Nederland traint sinds de zomer van 2011 de politiemensen in het noorden van Afghanistan. De Nederlandse militairen worden beschermd door Duitse eenheden in de omgeving en door vier eigen gevechtsvliegtuigen die in de buurt van Kunduz zijn gestationeerd.
Aanvankelijk zou de missie tot volgend jaar duren. Maar de Duitsers vertrekken al deze zomer, waardoor de bescherming van de Nederlandse troepen komt te vervallen. Het kabinet wil daarom tegelijk met de Duitsers weggaan. Daar komt bij dat de training van de Afghaanse politie zo goed als afgerond is. De Afghanen zijn al in staat hun eigen mensen op te leiden.
De missie was politiek omstreden. Het eerste kabinet-Rutte moest de steun van de oppositiepartijen D66 en GroenLinks vragen om de militairen te kunnen uitzenden. Vooral de achterban van GroenLinks had grote moeite met de gegeven steun aan het kabinet.
(RTL Nieuws, 7 maart 2013)
woensdag 27 februari 2013
Nieuwe commandant ISAF bezoekt politietrainingsmissie
De Nederlandse militairen in Kunduz hebben bezoek gehad van de nieuwe commandant van de ISAF-missie in Afghanistan, de Amerikaanse generaal Joseph Dunford.
Dunford kreeg een toelichting op de politietrainingsmissie, maar hij bleek al goed op de hoogte van het Nederlandse aanpak. “Het geïntegreerde karakter en de wijze van optreden werken uitstekend in Afghanistan”, zei hij.
8 vrouwelijke Afghaanse agenten rondden in Kunduz-stad als eerste groep de vervolgtraining af. Nederlandse trainers verzorgden deze voortgezette cursus. Commandant Police Training Group kolonel Roland de Jong en civiel vertegenwoordiger Geoffrey van Leeuwen reikten de certificaten uit. “Dit is een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling en professionalisering van de Afghan Uniformed Police”, aldus De Jong.
Nieuwe lichting
Ook ontvingen 63 agenten van de Afghaanse politie een diploma voor het volgen van de aanvullende politietraining. Ze kwamen uit alle 4 de districten van Kunduz waar Nederland agenten traint. Een nieuwe lichting agenten begint binnenkort met de praktijktraining bij de Police Training Group.
De Nederlandse politietrainers verzorgden trainings- en begeleidingsactiviteiten op het regionaal trainingscentrum in Kunduz-stad en in verschillende districten. Ook kregen zij bezoek van Kamerleden van de vaste Commissie Defensie. De politici namen ook een kijkje bij Nederlandse eenheden in Kabul en Mazar-e-Sharif.
Radio
Civiel vertegenwoordiger Van Leeuwen nam deel aan een programma van het radiostation Radio Kaihan. In de uitzending gaf hij uitleg over de Nederlandse missie. Luisteraars konden ook bellen met vragen voor hem.
(Weekoverzicht Defensie, 27 februari 2013)
![]() |
| Generaal Joseph Dunford |
8 vrouwelijke Afghaanse agenten rondden in Kunduz-stad als eerste groep de vervolgtraining af. Nederlandse trainers verzorgden deze voortgezette cursus. Commandant Police Training Group kolonel Roland de Jong en civiel vertegenwoordiger Geoffrey van Leeuwen reikten de certificaten uit. “Dit is een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling en professionalisering van de Afghan Uniformed Police”, aldus De Jong.
Nieuwe lichting
Ook ontvingen 63 agenten van de Afghaanse politie een diploma voor het volgen van de aanvullende politietraining. Ze kwamen uit alle 4 de districten van Kunduz waar Nederland agenten traint. Een nieuwe lichting agenten begint binnenkort met de praktijktraining bij de Police Training Group.
De Nederlandse politietrainers verzorgden trainings- en begeleidingsactiviteiten op het regionaal trainingscentrum in Kunduz-stad en in verschillende districten. Ook kregen zij bezoek van Kamerleden van de vaste Commissie Defensie. De politici namen ook een kijkje bij Nederlandse eenheden in Kabul en Mazar-e-Sharif.
Radio
Civiel vertegenwoordiger Van Leeuwen nam deel aan een programma van het radiostation Radio Kaihan. In de uitzending gaf hij uitleg over de Nederlandse missie. Luisteraars konden ook bellen met vragen voor hem.
(Weekoverzicht Defensie, 27 februari 2013)
donderdag 14 februari 2013
dinsdag 22 januari 2013
Vragenuur Tweede Kamer: de zaak 'Windhond'
Vragenuur
Vragen van het lid Eijsink aan de minister van Defensie over het bericht "Defensie probeerde ex-spion af te kopen".
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Voorzitter. Vrijdag kopte De Telegraaf: Defensie bood vijf ton aan ex-agent als afkoopsom. Een zakenman die diende als leverancier en bron van de MIVD in Afghanistan eiste geld, kreeg een bod en wees dat af. Meer stond in de editie van zaterdag.
Als het gaat om geheime operaties van de inlichtingendienst, hebben we het over uiterst kwetsbare situaties en kwetsbare personen. In een eerder rapport over deze situatie, een rapport van de Nationale ombudsman van oktober 2011, stond op pagina 7 dat de commissie van oordeel is dat de MIVD geen eenduidige afspraken heeft gemaakt en dat die niet zijn vastgelegd, en dat de MIVD mede daardoor verwarring heeft opgeroepen, kortom onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat is een eerste tekst uit de conclusie. Een tweede stuk daaruit luidt als volgt: "Gezien de aard van de onzorgvuldigheid en het feit dat u geen enkele mogelijkheid heeft aangegrepen om duidelijkheid te verkrijgen over de situatie, is de Commissie van oordeel dat de MIVD niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de door u gepretendeerde schade." De derde tekst uit de conclusie van de commissie, van de Ombudsman, is deze: "De Commissie adviseert de klacht van klager op alle overige onderdelen ongegrond te verklaren."
Toch is er blijkbaar onlangs aan betrokkene een aanbod gedaan van €500.000. Klopt dit? Is dit aanbod gedaan aan betrokkene? Zo ja, op grond van welke overwegingen en waarvoor? En waarom nu, na de constatering van oktober 2011, en waarom niet eerder? In de brief van gisteren, waarvoor ik de minister overigens dank, staat: "Vanaf midden oktober 2012 heeft Defensie betrokkene opgevangen in verband met een door hem gepercipieerde dreiging vanuit Afghanistan. Van dreiging is uit onderzoek niets gebleken." Ik krijg graag een reactie op deze vragen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Dank voor de vragen. Ik vrees dat ik zeer beknopt moet zijn in mijn beantwoording. Ik kan in het openbaar namelijk geen mededelingen doen over de operationele aangelegenheden van de MIVD. Ik vraag hiervoor begrip. Als er al mededelingen worden gedaan, dan is de CTIVD daarvoor het geschikte forum. Ik heb gisteren zo veel mogelijkheid openheid van zaken proberen te geven in een open brief aan de Kamer.
Daar moet ik het, vrees ik, helaas bij laten.
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Voorzitter. Deze Kamer heeft in verschillende samenstellingen jarenlang de CTIVD en de rapporten ter zake gevolgd. Ik weet dat zowel de CTIVD als de Nationale ombudsman zich alleen kan beroepen op informatie die vanuit Defensie overgedragen wordt aan de CTIVD en de Nationale ombudsman. Die informatie heeft de Kamer in die zin dat we het rapport kennen. Dan blijft natuurlijk staan -- ik zeg dit uit de grond van mijn hart -- dat er zomaar €500.000 op de plank gelegd kan worden voor iets wat blijkbaar niet waar is of wel waar is. Er spelen nogal wat situaties in de organisatie van de Defensie. Hoe is het mogelijk dat je €500.000 kunt bieden voor een situatie die blijkbaar wel of niet gegrond is? De Kamer heeft dit jaren geleden ook meegemaakt en toen bleken na jaren van onderzoek door de CTIVD en de MIVD en daarna door de Kamer zelf met aanvullende vragen, de situaties wel waar te zijn. Dit roept toch veel vragen op. Ik wil best begrip opbrengen voor de reactie van de minister, alhoewel het enigszins opmerkelijk is dat er in de brief staat dat er geheim overleg gevoerd is, want geheim is toch altijd nog geheim. Ik zou de minister toch willen vragen, met alle beperkingen die ze heeft en die ik ook voor een deel begrijp, om de Kamer eerder te informeren. Hoe is het mogelijk dat iets in de krant staat waar de Defensieorganisatie allang van wist en, naar ik aanneem, de minister ook, en de Kamer daar pas gisterenmiddag laat over geïnformeerd wordt? De Kamer heeft vaak aan de minister gevraagd om geïnformeerd te worden. Wat kan de minister hier vervolgens aan doen? Het is niet zomaar iets wat in de krant staat. Het is blijkbaar waar. De bandopnames zijn er. Dat is niet zomaar iets, ook niet voor de organisatie die Defensie en krijgsmacht heet.
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Wederom dank voor de vragen. Ik informeer de Kamer zo snel mogelijk via de daartoe geschikte kanalen. Dat heb in dit geval gedaan. Dat heb ik ook gisteren gedaan met een open brief. Dat is inderdaad uitzonderlijk maar ik wilde de Kamer zo veel mogelijk openheid van zaken geven.
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Ik begrijp dat de minister het wellicht een open brief vindt, maar het is natuurlijk geen open brief. De minister geeft aan dat er redenen waren om de persoon vanaf oktober 2012 op te vangen. Dat betekent dus dat er redenen zijn. Die blijven voor ons in ieder geval niet inzichtelijk.
De voorzitter:
Wil de minister hierop nog reageren?
Minister Hennis-Plasschaert:
Nee, ik heb al eerder gezegd dat ik helaas geen nadere mededelingen kan doen in deze zaal.
De voorzitter:
Dan dank ik u voor uw komst naar de Kamer, hoewel ik heb begrepen dat u nog even blijft zitten voor een latere gedachtewisseling.
(Tweede Kamer, 22 januari 2013)
Vragen van het lid Eijsink aan de minister van Defensie over het bericht "Defensie probeerde ex-spion af te kopen".
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Voorzitter. Vrijdag kopte De Telegraaf: Defensie bood vijf ton aan ex-agent als afkoopsom. Een zakenman die diende als leverancier en bron van de MIVD in Afghanistan eiste geld, kreeg een bod en wees dat af. Meer stond in de editie van zaterdag.
Als het gaat om geheime operaties van de inlichtingendienst, hebben we het over uiterst kwetsbare situaties en kwetsbare personen. In een eerder rapport over deze situatie, een rapport van de Nationale ombudsman van oktober 2011, stond op pagina 7 dat de commissie van oordeel is dat de MIVD geen eenduidige afspraken heeft gemaakt en dat die niet zijn vastgelegd, en dat de MIVD mede daardoor verwarring heeft opgeroepen, kortom onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat is een eerste tekst uit de conclusie. Een tweede stuk daaruit luidt als volgt: "Gezien de aard van de onzorgvuldigheid en het feit dat u geen enkele mogelijkheid heeft aangegrepen om duidelijkheid te verkrijgen over de situatie, is de Commissie van oordeel dat de MIVD niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de door u gepretendeerde schade." De derde tekst uit de conclusie van de commissie, van de Ombudsman, is deze: "De Commissie adviseert de klacht van klager op alle overige onderdelen ongegrond te verklaren."
Toch is er blijkbaar onlangs aan betrokkene een aanbod gedaan van €500.000. Klopt dit? Is dit aanbod gedaan aan betrokkene? Zo ja, op grond van welke overwegingen en waarvoor? En waarom nu, na de constatering van oktober 2011, en waarom niet eerder? In de brief van gisteren, waarvoor ik de minister overigens dank, staat: "Vanaf midden oktober 2012 heeft Defensie betrokkene opgevangen in verband met een door hem gepercipieerde dreiging vanuit Afghanistan. Van dreiging is uit onderzoek niets gebleken." Ik krijg graag een reactie op deze vragen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Dank voor de vragen. Ik vrees dat ik zeer beknopt moet zijn in mijn beantwoording. Ik kan in het openbaar namelijk geen mededelingen doen over de operationele aangelegenheden van de MIVD. Ik vraag hiervoor begrip. Als er al mededelingen worden gedaan, dan is de CTIVD daarvoor het geschikte forum. Ik heb gisteren zo veel mogelijkheid openheid van zaken proberen te geven in een open brief aan de Kamer.
Daar moet ik het, vrees ik, helaas bij laten.
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Voorzitter. Deze Kamer heeft in verschillende samenstellingen jarenlang de CTIVD en de rapporten ter zake gevolgd. Ik weet dat zowel de CTIVD als de Nationale ombudsman zich alleen kan beroepen op informatie die vanuit Defensie overgedragen wordt aan de CTIVD en de Nationale ombudsman. Die informatie heeft de Kamer in die zin dat we het rapport kennen. Dan blijft natuurlijk staan -- ik zeg dit uit de grond van mijn hart -- dat er zomaar €500.000 op de plank gelegd kan worden voor iets wat blijkbaar niet waar is of wel waar is. Er spelen nogal wat situaties in de organisatie van de Defensie. Hoe is het mogelijk dat je €500.000 kunt bieden voor een situatie die blijkbaar wel of niet gegrond is? De Kamer heeft dit jaren geleden ook meegemaakt en toen bleken na jaren van onderzoek door de CTIVD en de MIVD en daarna door de Kamer zelf met aanvullende vragen, de situaties wel waar te zijn. Dit roept toch veel vragen op. Ik wil best begrip opbrengen voor de reactie van de minister, alhoewel het enigszins opmerkelijk is dat er in de brief staat dat er geheim overleg gevoerd is, want geheim is toch altijd nog geheim. Ik zou de minister toch willen vragen, met alle beperkingen die ze heeft en die ik ook voor een deel begrijp, om de Kamer eerder te informeren. Hoe is het mogelijk dat iets in de krant staat waar de Defensieorganisatie allang van wist en, naar ik aanneem, de minister ook, en de Kamer daar pas gisterenmiddag laat over geïnformeerd wordt? De Kamer heeft vaak aan de minister gevraagd om geïnformeerd te worden. Wat kan de minister hier vervolgens aan doen? Het is niet zomaar iets wat in de krant staat. Het is blijkbaar waar. De bandopnames zijn er. Dat is niet zomaar iets, ook niet voor de organisatie die Defensie en krijgsmacht heet.
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Wederom dank voor de vragen. Ik informeer de Kamer zo snel mogelijk via de daartoe geschikte kanalen. Dat heb in dit geval gedaan. Dat heb ik ook gisteren gedaan met een open brief. Dat is inderdaad uitzonderlijk maar ik wilde de Kamer zo veel mogelijk openheid van zaken geven.
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Ik begrijp dat de minister het wellicht een open brief vindt, maar het is natuurlijk geen open brief. De minister geeft aan dat er redenen waren om de persoon vanaf oktober 2012 op te vangen. Dat betekent dus dat er redenen zijn. Die blijven voor ons in ieder geval niet inzichtelijk.
De voorzitter:
Wil de minister hierop nog reageren?
Minister Hennis-Plasschaert:
Nee, ik heb al eerder gezegd dat ik helaas geen nadere mededelingen kan doen in deze zaal.
De voorzitter:
Dan dank ik u voor uw komst naar de Kamer, hoewel ik heb begrepen dat u nog even blijft zitten voor een latere gedachtewisseling.
(Tweede Kamer, 22 januari 2013)
Abonneren op:
Posts (Atom)




.jpg)






.jpg)


