Posts tonen met het label documentaire. Alle posts tonen
Posts tonen met het label documentaire. Alle posts tonen

zaterdag 23 maart 2013

Nieuwe promo 'De Uitverkorenen'


TV-promo De Uitverkorenen from Lassche, Geertjan on Vimeo.


De uitzenddatum voor de EU-documentaire 'De Uitverkorenen' is bekendgemaakt: 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.) Bijbehorende tekst EO:


'Ik wil het steentje in je schoen zijn'

Met oogstrelende documentaires als Mannenbroeders van Kootjebroek en De Boer die zou gaan emigreren maakt EO-journalist Geertjan Lassche keer op keer de tongen los. Zijn nieuwste project, De Uitverkorenen, is vóór de première al kanshebber voor een grote filmprijs. "Ik leg de lat ontzettend hoog voor mezelf."

Iets laten zien wat je normaal niet ziet: zo vat de meervoudig onderscheiden onderzoeksjournalist en documentairemaker Geertjan Lassche (1976) zijn missie samen. "Ik zoek altijd unieke invalshoeken. Met mijn verhalen wil ik verwonderen, verbazen, iets duidelijk maken. Ik wil het steentje in je schoen zijn; een weerhaakje, waardoor mensen ergens nog wekenlang over praten. Een goed verhaal is als een veenbrand: het blijft maar terugkomen."

Extreme werelden
Geertjan, derde telg uit een middenstandsgezin met zes jongens, woont met zijn vrouw en zoontje David in het landelijke kerkdorp Rouveen, een buurgemeente van zijn geboorteplaats Staphorst. Na de meao volgde hij – na een tip van zijn leraar Nederlands – de school voor journalistiek. Een schot in de roos, bleek. "Ik keek al jong verder dan ons dorp," herinnert hij zich. "En ik was ook altijd geïnteresseerd in extreme werelden: topsporters (zijn veelbesproken documentaire Niemand kent mij volgt de gevallen wielerheld Thomas Dekker, red.), muzikanten, soldaten, de medische wereld, avonturiers. Misschien zijn het ook wel werelden waar ik vroeger bij werd weggehouden, maar die ik nu – met mijn camera – wil verkennen. Eigenlijk hebben al mijn films een psychologische invalshoek. Wat drijft mensen? Wat speelt zich af tussen hun oren? Met zulke vragen ben ik bezig."

Verbale terreur
Zijn documentaire De Uitverkorenen, die op 17 november in première gaat en op 4 april door de EO wordt uitgezonden, past naadloos in dit plaatje. Negen maanden lang volgde hij jonge rekruten tijdens hun loodzware training voor het Korps Mariniers. Van de oorspronkelijke 78 vallen er 53 af, omdat zij gaandeweg mentaal of fysiek breken. De film toont haarscherp hoe instructeurs zich telkens als roofdieren op zwakke schakels in de groep storten. Daarbij is verbale terreur schering en inslag. "Ik snap dat die extreme training nodig is," zegt hij erover. "Met een softere aanpak krijg je uiteindelijk geen elitesoldaten."


foto uit 'De Uitverkorenen'
Ook voor Geertjan zelf, die meer dan tweehonderd uur opnames omtoverde tot een film van 90 minuten, was het hele proces 'slopend'. "Voor de rekruten en hun instructeurs ben ik die langharige flapdrol die zo stapelgek is om in het holst van de nacht met een camera in z'n hand mee te lopen tijdens marsen," grijnst hij. "Ik had ook comfortabel in de jeep kunnen gaan zitten. Maar juist omdat ik er zo dicht bovenop zit, heb ik nu wel de beelden die ik wilde hebben. Voor een mooi shot heb ik alles over."

Maakt het voor jouw documentaires uit dat je christen bent?
"Ik geloof niet in 'christelijke journalistiek'. Maar ik geloof in God en dwing mezelf tot een christelijke moraal. Mijn opvoeding en mijn christen-zijn probeer ik te vertalen in hoe ik met mensen omga, bijvoorbeeld als het gaat om het nakomen van afspraken. Waarachtigheid is voor mij het voornaamste. Tegelijkertijd is het in dit vak dansen op een dun koordje, maar dat wil ik ook."

Sinds 2008 werk je aan langdurige, dus kostbare projecten. Voel je de druk dat je móet presteren?
"Dat moet ik allereerst van mezelf. Ook van de EO, maar m'n werkgever weet wie ik ben en hoe ik in elkaar steek. Ik denk actief mee om de kosten zo laag mogelijk te houden, bijvoorbeeld door zelf te filmen, mits dat inhoudelijk of beeldend meerwaarde heeft."

Om zeep
Het journalistieke principe kill your darlings (vrij vertaald: breng je lievelingen om zeep) bezorgt hem vaak pijnlijke momenten, bekent hij. "Voor elk verhaal moet je bereid zijn om de allermooiste scènes weg te gooien, omwille van het uiteindelijke verhaal. Dat is soms echt verschrikkelijk. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik drie vakmensen – regiecoaches – om me heen heb die daarbij helpen en die ik enorm respecteer. Zij hebben me bijvoorbeeld geleerd buiten mijn Staphorster kader te durven stappen. Dat is knap."

Wat is dat 'Staphorster kader'? 
"'Wat zal men er wel van vinden?' Die vraag zit toch altijd in mijn achterhoofd, omdat ik super loyaal ben aan mijn geboortegrond en aan de mensen daar. Tegelijk moet ik wel datgene maken waarvan ik vind dat het gemaakt moet worden. Maar vaak ben ik te bang: 'Wat zullen ze er wel niet van vinden?'"

Wie zijn jouw grootste critici?
"Die regiecoaches en mijn familie. Ik kan prima met kritiek omgaan, mits er een goede relatie is. Elke vleierij wantrouw ik. Mijn eigen broers bijvoorbeeld sparen mij absoluut nooit, haha.

"

Waarom ben je zo loyaal aan je geboortegrond?
"Het helpt me nuchter te blijven en rust te vinden in mijn chaotische bestaan. Ik ben vaak met vier of vijf projecten tegelijk bezig. Dat is een zeer intensieve manier van leven. Dit werk ontregelt je sociale leven gigantisch. Ik vind het daarom heerlijk om even te harken in de tuin, of met een trekkertje het gazon te maaien. Contact met normale mensen, daar geniet ik van. Ik kom uit een heel nuchter dorp. Luchtfietserij, daar houden ze niet van. Ik probeer mezelf te trainen om geen enkele eigendunk te hebben."

Ligt eigendunk op de loer?
"Kijk, als je complimenten en erkenning krijgt, is dat eventjes mooi. Maar het volgende product ligt al op stapel en moet minstens even goed zijn. Ik ben groot geworden in een omgeving waarin dat helemaal niet belangrijk is. 'Doe maar gewoon. Jij hebt die gave ontvangen; hierin kun jij uitblinken, maar op alle andere vlakken ben jij net als ieder ander.' Natuurlijk ben ik als documentairemaker ijdel; niet op mijn persoon, wel op mijn product – daar vecht ik voor."

Ernstige ziekte
Die vechtlust loont. De afgelopen jaren kreeg Lassche legio nominaties en een batterij grote tv- en filmprijzen, inclusief een Poolse staatsonderscheiding voor zijn WO II-documentaire God bless Montgomery (2006). Net als de rekruten in De Uitverkorenen gaat Geertjan steevast tot het gaatje. "Met een 8 zal ik nooit genoegen nemen. Ik leg de lat ontzettend hoog voor mezelf, hoop telkens een stapje verder te komen."

Je kunt alleen het allerbeste maken als je er alles voor geeft, weet hij. "Compromissen zie je terug in het eindproduct en zijn verschrikkelijk voor wie mooie dingen wil maken. Ik weet nog precies waar ik ze gesloten heb. Die instelling zorgt voor een duivels dilemma: altijd bereid zijn om die ultieme opname te doen, klaar te staan voor dat interview, de puntjes op de i te zetten, ook al is het middernacht of half zes 's ochtends. En anderzijds ook een duurzaam sociaal leven willen opbouwen, echt tijd investeren in je gezin en klaarstaan – belangeloos – voor mensen om je heen. Daar schiet ik ernstig in tekort. Maar het gaat wel steeds beter. Want ik weet drommels goed hoe relatief het werk en hoe breekbaar het leven is. Mijn vrouw is in 2008 behandeld aan een ernstige ziekte. Dat ze er nog is, als vrouw en als moeder, mag je een Godsgeschenk noemen. Dat wonder koester ik. Tijd is kostbaar en kan maar eenmaal besteed worden. Jammer dat we er vaak te laat achter komen."

Tekst: Gert-Jan Schaap

Zie ook: EO-Documentaire over opleiding mariniers: 'Droplullen en lapzwansen'

donderdag 7 maart 2013

Documentaire: De Uitverkorenen

De uitzenddatum voor de EU-documentaire 'De Uitverkorenen': 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.) Bijbehorende tekst EO:

Op 4 april zendt de EO de IDFA-documentaire 'De Uitverkorenen' uit. Een opzienbarende film omdat voor het eerst zonder scrupules de binnenkant van een van Nederlands zwaarste trainingsprogramma’s getoond wordt. Een unieke inkijk in een harde wereld, die opvallend genoeg moeite heeft zichzelf overeind te houden…

Still uit de Uitverkorenen
Documentairemaker en journalist Geertjan Lassche kreeg carte blanche van Defensie en liep gedurende een hele opleidingscyclus mee bij het Korps Mariniers, de grootste elite-eenheid van het Nederlandse leger. Onder hun uitdagende motto: ‘velen zijn geroepen, slechts weinigen uitverkoren’ proberen zij van jongens kerels te maken en gaan daarbij over spreekwoordelijke lijken.

Want ieder die de eindstreep van de opleiding haalt moet in staat zijn zichzelf op te offeren voor een collega. Dus wil je marinier worden, dan moet je bewijzen dat je hard genoeg bent. Zodra instructeurs zwakte ruiken, storten ze zich als roofdieren op hun prooi. Want de groep is zo sterk als de zwakste schakel.

Vooral tijdens loodzware oefeningen is de survival of the fittest genadeloos. Tijdens 9 maanden opleiding registreert de camera het proces van breekbaarheid tot breken of… jezelf overwinnen. Tegelijkertijd bekruipt de kijker steeds meer de vraag: Zijn er nog wel nieuwe ijzervreters? En hoe sterk is het systeem eigenlijk?

(EO, 5 maart 2013)

Zie ook:
- Film over opleiding mariniers: 'droplullen en lapzwansen'

- Pauw & Witteman, november 2012, voorbespreking over 'De Uitverkorenen' met regisseur Geertjan Lassche, Brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar en korporaal der mariniers Mike Hellendoorn.


Pauw en Witteman

donderdag 15 november 2012

Film over opleiding mariniers: 'droplullen en lapzwansen'

De Uitverkorenen laat een weinig getoond beeld zien van mariniers in opleiding. Documentairemaker Geertjan Lassche wilde weten waaróm 'Pietje het haalt en Jantje niet'.  Uitzending: 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.)

door Loes Reijmer

'Vieze, vuile uitknijper!' De koplampen van een jeep verlichten een zandpad. In het schijnsel lopen jongens in camouflagekleding door het zand. Voor hun buik dragen ze een geweer, achterop zeulen ze een rugzak van 35 kilo mee. De kleinste kan de groep niet bijhouden.

'Naar voren met die vent!' Hij sjokt voort. Sputtert iets over zijn voet. De anderen trekken hem mee aan zijn kraag. Duwen hem vooruit. Hij valt, wordt omhoog getrokken. Hij valt weer. 'Naar voren! Fucking droplul! Loop door! Stomme lapzwans! Je houdt de hele club op, idioot!'




The Chosen Ones / De Uitverkorenen from Lassche, Geertjan on Vimeo.


Hij zwalkt door. Tolt in de berm. Zijn rugzak zakt af. Gemompel. Hij wil stoppen.

'Waarmee?! Je stapt niet uit een mars! Je stopt met de mariniersopleiding of je maakt die héle kutzooi door! Je lichaam is hier niet voor gemaakt! Je bent mentaal niet sterk genoeg!' De jongen zucht, het hoofd gebogen. Hij capituleert. In het schijnsel van de koplampen loopt de groep door. Van de 25 kilometer die ze moeten, hebben ze er pas 2 afgelegd.

Dit is het breekmoment dat Geertjan Lassche wilde vastleggen toen hij een film besloot te maken over de opleiding van korpsmariniers, de grootste elite-eenheid in het Nederlandse leger.

De documentairemaker volgde een lichting rekruten tijdens de negen maanden durende opleiding. Hij wilde weten waarom sommige jongens de opleiding wel afmaken, terwijl anderen, het hoofd gebogen, alleen achterblijven op donker zandpad.

Mariniers-in-opleiding tijdens de eindoefening. Foto: Defensie

Tijdens het filmen ontdekte hij nog een verhaallijn: de hoge standaarden die het korps ooit stelde aan de rekruten, worden niet meer gehaald. Zoals de sergeant- majoor zegt: 'Tien keer een 9 zou mooi zijn, maar we moeten tegenwoordig tevreden zijn met twintig keer een 6,5.'

Lassche, die afgelopen jaar de journalistieke prijs De Tegel won voor de film Vreemdelingen en bijwoners en veel lof kreeg voor zijn documentaire over de wegens doping geschorste wielrenner Thomas Dekker (Niemand kent mij), is altijd geïntrigeerd geweest door het leger. Zo deed hij veel onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog en de val van Srebrenica.

In Haïti zag hij kort na de aardbeving hoe Nederlandse mariniers hulpgoederen uitdeelden. Er waren maar spullen voor honderd mensen, terwijl er zeker duizend Haïtianen stonden. Hij zag lef, mannen die goed bleven handelen onder grote stress. Hij filmde en dacht: ik zou me wel eens willen verliezen in dit onderwerp. Dat gebeurde in de maanden tussen september 2011 en mei 2012. Lassche liep de nachtelijke marsen mee - met zware camera - en bivakkeerde evenals de rekruten dagenlang in de bossen. Soms werd hij 's nachts uit bed gebeld, als een rekruut dreigde te stoppen. Het eindresultaat, De Uitverkorenen, gaat zaterdag, 17 november, op het IDFA in première.

Mariniers zijn mannen uit één stuk, vindt Lassche. Kordaat, correct in de omgang, maar niet subtiel. 'Gaan is gaan', zegt de documentairemaker. 'Als ze vanuit boten het strand op moeten, kan er al op ze worden geschoten. Toch lopen ze door.'

Geen wonder dat het korps bij veel mannen tot de verbeelding spreekt. 'Iedere man wil graag zijn mannelijkheid bewijzen. Dat kan bij deze opleiding. Het is de ultieme test.'

En toch wilde de filmmaker juist dat idee onderuithalen. 'Op het moment dat ik een eendimensionaal beeld hoor, wil ik kijken wat er van waar is. Op verjaardagen hoor je alleen de mooie, sterke verhalen over mannen die de opleiding hebben afgemaakt. Terwijl er in Nederland tienduizenden zijn die het níét hebben gehaald.'

Lassche weet niet welke motieven defensie had om hem carte blanche te geven; hij mocht overal filmen. Hij gokt dat ook de krijgsmacht wil laten zien wat er nodig is om marinier te worden. 'Dat is geen heroïek', zegt hij. 'Je moet als rekruut vooral lang kunnen wachten op de volgende oefening. Dan moet je je verstand uitzetten, alleen denken aan het moment dat je in actie moet komen. Als je problemen thuis hebt, of je afvraagt of de scooter die je op Marktplaats hebt gezet al is verkocht, dan lukt het niet.'

Hij kreeg groen licht voor de documentaire aan een tafel met officieren. In voorbereiding op het gesprek hadden zij de film over Thomas Dekker gezien. 'Ze zagen dat ik niet voor de makkelijke weg ga, mijn films bevatten altijd kwetsbaarheden. Toch worden mensen het liefst op hun eerlijkst geportretteerd. Daarom heb ik nog steeds een goede band met Thomas.'

'Ik wil een eerlijke film maken', zei Lassche dan ook tegen de officieren. 'Ik wil het dicht op de huid vastleggen, zonder compromissen. Ik ben niet geïnteresseerd in schieten, de gebruikelijke helikopters en granaten. Ik ben alleen op zoek naar de breekpunten. Ik wil weten waarom Pietje het haalt en Jantje niet.'

Vier weken later staat de lichting nieuwe rekruten onwennig in de groene overall, het haar vers gemillimeterd. Ze giechelen als een sergeant zegt dat piercings 'een beetje homofiel' zijn.

Desalniettemin dragen sommigen een glanzende oorbel wanneer ze ter kennismaking elkaar klassikaal interviewen over hun achtergrond. Ze waren hiervoor timmerman, werkten bij een sloopbedrijf of deden een weinig succesvolle poging tot een mbo-diploma administratie. Ze gamen in hun vrije tijd, hebben met vrienden om 200 euro gewed dat ze twee jaar geen relatie zullen krijgen. Ze doen de opleiding 'voor de eer', of om zich tegenover hun vader te bewijzen. Al die zaken moeten overboord als ze marinier willen worden.

'Mariniers zijn mannen die gemaakt zijn', zegt Lassche. 'Het zijn hulzen die leeggemaakt worden en vervolgens weer worden gevuld.' Terwijl de filmmaker de nieuwe lichting daar zag staan, dacht hij weer terug aan de mannen die hij zag werken op Haïti. 'Kunnen deze jongens zo worden?', vroeg hij zich af.

Niet allemaal, merkte de filmmaker al snel. Hij deelde voor zichzelf de lichting in drie groepen in: modelmariniers, twijfelgevallen en kanslozen.

Uit elke groep volgde hij een aantal jongens. Om te bepalen welke jongens hij wilde volgen, vroeg hij met welk dier ze zichzelf vergelijken. Op de vraag waarom ze marinier wilden worden, zouden ze immers een pasklaar antwoord hebben. Ze vonden zichzelf een vogel, 'vanwege de brede visie', of een zwijn, 'omdat ik het fijn vind in een schoon bed te liggen, maar het ook niet erg vind om door de modder te kruipen.'

Hij kon er niet dag en nacht bij zijn, gedurende de negen maanden. Daarom had Lassche 'antennes' ingebouwd: instructeurs die hem belden als er iets stond te gebeuren, of rekruten die hem soms iets influisterden. Als hij bij een mars met een rekruut liep die achterop was geraakt, werd hij ook gebeld: 'Kom naar voren, want er gaat er hier een down'.

Eindstreep gehaald: nieuwe mariniers worden welkom geheten
door oudgedienden (foto Defensie)

Op een nacht vielen drie jongens flauw. Lassche: 'Als ik niet had geweten dat het door een gebrek aan water, eten of ventilatie kwam, was ik me lam geschrokken.' De instructeurs hebben de film inmiddels gezien. Zij zijn niet geschrokken van de op beeld vastgelegde hardheid. De korporaal die de jongen aan het begin van dit stuk de huid volscheldt, schaamde zich alleen dat hij het woord 'opgekankerd' ergens heeft gebruikt.

De rekruten zien de film pas bij de première, een aantal is wel voorbereid. Voor sommigen is de film hard: het contrast met de bravoure aan het begin van de opleiding en de uiteindelijke aftocht is groot, in het bijzonder bij de rekruut aan het begin van dit artikel. Ze hebben allemaal de keuze gehad om er niet aan mee te werken, benadrukt Lassche. 'Hij is in dit avontuur gedoken en de uitkomst is helaas niet zoals hij wenste. Ik wilde de jongens zo authentiek mogelijk neerzetten. Daar horen nou eenmaal winnaars en verliezers bij, zoals in het echte leven.'

(Volkskrant, 15 november 2012)

UPDATE: in het tv-programma 'Pauw en Witteman' vanavond te gast Geertjan Lassche en drie mariniers die meer vertellen over de opleiding. Ned. 1, 23:05-00:00.
UPDATE 2: Pauw en Witteman gemist? Item over de mariniers (met o.a. regisseur Geertjan Lassche, Brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar en korporaal der mariniers Mike Hellendoorn) is hier terug te zien: http://ow.ly/fkTjw

donderdag 11 oktober 2012

Niemand weet zich goed raad met de dood

Recensie van de film Gesneuveld. 

Regie: Robert Oey.
In: 6 bioscopen.


Kadetten, Koninklijke Militaire Academie. 

Tussen 2006 en 2010 sneuvelden 25 Nederlandse militairen in Afghanistan. „Niemand kan begrijpen wat de ander voelt”, zegt een van de geïnterviewden in Gesneuveld, Robert Oey’s documentaire over de nabestaanden van deze omgekomen militairen. Zijn film doet een poging wél te begrijpen wat de ander voelt en komt daarin heel ver. Er zijn de bekende gemeenplaatsen als het gaat over de dood, zoals „het leven gaat door”. Ook passeren netjes alle stadia van rouwverwerking de revue, van ontkenning tot acceptatie.

Maar door Oey’s gedetailleerde aanpak ontstijgt zijn film al snel zulke algemeenheden. Een aantal nabestaanden mag uitgebreid zijn of haar verhaal doen over hoe zij omgaan met hun grote verlies. Zo ontstaat een staalkaart van emoties. Op subtiele wijze brengt Oey al hun reacties onder in een slimme structuur, van de militaire ‘berichtgevers’ in burgerkleding die doodsberichten moeten overbrengen aan families naar een herdenkingsbijeenkomst; en van Nederland naar Kunduz en weer terug. De film eindigt met beelden van een feestende massa op het eindejaarsgala van de Koninklijke Militaire Academie. Een passende illustratie dat het leven inderdaad doorgaat.

In de proloog en epiloog van Gesneuveld zien we hetzelfde meisje op het strand spelen. Eerst in Nederland, later in Engeland. Het lijkt een onschuldig en zelfs hoopgevend beeld, maar halverwege de film blijkt dat zij uit schuldgevoel over de dood van haar vader haar vingers in een staafmixer stopte. Als haar moeder hulp zoekt bij Defensie wordt zij doorverwezen naar bureau Jeugdzorg, met als argument dat Defensie ook niet zo goed weet hoe om te gaan met zulke heftige zaken. Dat niemand raad weet met de dood en het onvermogen om over verdriet te praten loopt als een rode draad door Gesneuveld.

Meer nog dan de interviews, die vaak emotioneel verlopen, zijn het details die aangrijpen. Zoals een scène waarin een jongetje op de trompet van zijn overleden vader probeert te spelen. Of het moment waarop een vrouw en haar dochters de foto’s gaan bekijken van hun verminkte man en vader. Op advies van Defensie was de bij een bomaanslag omgekomen man begraven in een gesloten kist, maar dat gaf een van de dochters het gevoel dat hij er nog was. Zien is geloven, hoe gruwelijk de foto’s waarschijnlijk ook zijn – heel kies laat Oey ze niet zien.

Iedereen rouwt op zijn of haar manier. De een klapt dicht, de ander praat er open over. De een vindt troost in het geloof, de ander is kwaad over de protocollaire blunders die werden gemaakt waardoor zijn zoon omkwam door ‘eigen vuur’. Een moeder die haar oogappel verloor wil eigenlijk ook dood, hoewel ze nog een kind en man heeft.

Zo zit Gesneuveld vol indringende verhalen die laten zien hoe de dood levens verwoest, met echtscheidingen en verwijdering tussen kleinkinderen en schoonmoeders tot gevolg. Daarbij klinkt veelvuldig een klaaglijke klarinet en andere stemmige muziek. Muziek die iets te veel zijn stempel drukt op een verder sobere film.

André Waardenburg

(Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 10 oktober 2012)

(NRC Handelsblad, 10 oktober 2012)