Posts tonen met het label marine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marine. Alle posts tonen

maandag 19 oktober 2015

Oefening raketverdediging

Voor het eerst sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt deze week een ballistische raket vanaf het Europese continent afgeschoten. De marine gaat deze onderscheppen. Dit gebeurt tijdens de At Sea Demonstration 2015 (ASD 2015), een grote ballistic missile defense oefening op de Atlantische Oceaan, tussen Schotland en IJsland. Op 19 oktober gaat de oefening van start.

Vanaf het Schotse eiland Benbecula wordt een Terrier-Orion ballistische raket gelanceerd. Het fregat Zr.Ms. De Zeven Provinciën volgt deze raket met haar radar en stuurt de data die zij hierover verzamelt door aan de Amerikaanse Guided Missile Destroyer USS Ross. De USS Ross schakelt de raket vervolgens met een Standard Missile 3 (SM-3) buiten de dampkring uit. Tegelijkertijd detecteert het Nederlandse marineschip inkomende anti-scheepsraketten en schakelt deze uit met haar eigen Standard Missile 2 (SM-2). Het gelijktijdig verdedigen tegen ballistische raketten en anti-scheepsraketten wordt Integrated Air and Missile Defense genoemd.

Zr.Ms. Zeven Provinciën met Smart-L radar
De capaciteit van Zr.Ms. De Zeven Provinciën om gelijktijdig ballistische raketten te kunnen volgen met behoud van de eigen luchtverdedigingscapaciteit is uniek in de wereld. De Zeven Provinciën is hiertoe in staat door de gemodificeerde ‘Smart-L radar’, ontwikkeld door Thales Nederland. Alle vier de luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF) van de Koninklijke Marine worden de komende jaren voorzien van deze radar. De marine loopt met deze bijdrage voorop in de wereld van de radartechniek en levert een belangrijke bijdrage aan de NAVO Integrated Air and Missile Defense.

Tijdens de At Sea Demonstration doen fregatten en destroyers uit Nederland, de Verenigde Staten, Canada, Engeland, Frankrijk, Italië, Noorwegen en Spanje mee. In totaal gaat het om tien schepen uit acht verschillende landen. Tijdens de ASD 2015 maken deze landen gebruik van nieuwe technologie voor het uitvoeren van gelijktijdige lucht- en raketverdediging. De demonstratie wordt geleid door de Nederlandse commandeur Frank Sijtsma samen met een internationale staf aan boord van Zr.Ms. De Zeven Provinciën.

(Bron: ministerie van Defensie)

woensdag 5 augustus 2015

Patrouilleschip voor het eerst op antipiraterijmissie

Het patrouilleschip Zr.Ms. Groningen van de Koninklijke Marine vertrekt zondag 9 augustus voor een periode van vier maanden naar de wateren rond Somalië. Voor het eerst wordt een ocean-going patrol vessel (OPV) ingezet voor anti-piraterij. Het schip neemt deel aan de EU-antipiraterijoperatie Atalanta.

Het marineschip gaat zich in de regio bezig houden met het beschermen en controleren van schepen die gebruik maken van scheepvaartroutes door de Golf van Aden en de Hoorn van Afrika bij Somalië. Nederland levert al sinds 2008 een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in de regio. Operatie Atalanta is een door de Europese Unie geleide missie en richt zich op het terugdringen van piraterij voor de kust van Somalië. Door te patrouilleren vergroten de marineschepen de veiligheid en ontmoedigen en verstoren zij piraterij op zee. Daarnaast levert het schip een bijdrage aan capacity bulding in de regio door het trainen van lokaal Kustwachtpersoneel.

Piraterij
Piraterij vormt een serieuze bedreiging voor onze belangen als handelsnatie. De vrije doortocht van goederen over zee en de ontwikkeling van de regio lopen gevaar door piraterij. Jaarlijks passeren tussen de 20.000 en 30.000 schepen de Golf van Aden. De laatste jaren is piraterij sterk teruggedrongen door de internationale samenwerking van marines, maar de dreiging is nog niet verdwenen. Zo lang de stabiliteit op het land niet is gewaarborgd, blijft de bescherming van schepen nodig. Sinds februari van dit jaar is het mandaat van Atalanta aangepast en mag de maritieme missie ondersteuning bieden aan de EU zustermissies op land.

Zr.Ms. Groningen
Zr.Ms. Groningen is een van de vier OPV’s van de Koninklijke Marine. De patrouilleschepen zijn flexibel inzetbare vaartuigen, toegerust op de bewaking van kustwateren. Naast terrorisme en piraterij, controleren deze ocean-going patrol vessels ook schepen en worden ingezet voor anti-drugsoperaties. Het standaard aantal bemanningsleden van het schip (50) wordt voor deze inzet aangevuld met een detachement van het Korps Mariniers (‘enhanced boarding element’), een geavanceerde NH90 helikopter met bemanning, een medisch/chirurgisch team en enkele aanvullende specialisten zoals een tolk. Hiermee wordt de bemanning uitgebreid tot het recordaantal van 98 personen.

(Bron: ministerie van Defensie)


Zr.Ms. Groningen (foto: Marine)

dinsdag 2 december 2014

Zr.Ms. Amsterdam uit dienst gesteld

Na 19 jaar trouwe dienst wordt het bevoorradingsschip Zr.Ms. Amsterdam op donderdag 4 december in thuishaven Den Helder met militaire ceremonie uit dienst gesteld. Aansluitend aan deze ceremonie draagt defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert het schip over aan Peru. Het schip wordt direct daarna door de Peruaanse minister van Defensie Peter Cateriano Bellido in dienst gesteld als BNP Tacna.

Zr.Ms. Amsterdam heeft sinds haar indienststelling op 2 september 1995 wereldwijd 2.000 keer Nederlandse en internationale eenheden voorzien van brandstof, water, reserveonderdelen, voeding, munitie en andere goederen. Vele van deze bevoorradingen waren zogenaamde multi-ship-bevoorradingen, waarbij tegelijkertijd over beide zijden van het schip eenheden werden bevoorraad.

Naast haar primaire taak als bevoorradingsschip heeft Zr.Ms. Amsterdam meerdere malen aan missies deelgenomen. Zo deed het schip in 2006-2007 mee aan operatie Enduring Freedom in het kader van de internationale strijd tegen terrorisme in de Arabische Golf. In 2010-2011 nam het schip deel aan antipiraterijoperaties in de Golf van Aden en het Somalisch bassin. In die periode onderschepte het schip 44 piraten, ontzette de Amsterdam het gekaapte zeiljacht Choizil en begeleidde het meerdere koopvaardijschepen. Ook voorzag het bevoorradingsschip ander marineschepen van 3.000.000 liter dieselolie en 500.000 liter helikopterbrandstof. Zr.Ms. Amsterdam startte de antipiraterijmissie in EU-verband en eindigde deze onder NAVO-vlag.

Zr.Ms. Amsterdam


Tijdens de terugreis naar Nederland werd de koers van de Amsterdam opnieuw verlegd. Op verzoek van de Franse regering stoomde het schip op naar de Ivoorkust om de Franse helikoptercarrier Tonnerre te bevoorraden en om ondersteuning te bieden bij het evacueren van burgers. Ook in het Caribisch Gebied heeft Zr.Ms. Amsterdam meerdere keren haar veelzijdigheid bewezen. Zowel in 2009, 2012 als 2013 werd het schip ingezet als stationsschip in het Caribisch Gebied. Alleen in 2013 onderschepte het schip maar liefst 3.600 kilo drugs.

Over het schip
Zr.Ms. Amsterdam (A 836) is een zogenoemd ‘Fast Combat Support Ship’. Het schip kan eigen vlooteenheden en die van bondgenoten op volle zee voorzien van brandstof, smeermiddelen, levensmiddelen, kleding, munitie en reserveonderdelen. Het schip heeft de capaciteit om 6.700 ton dieselolie, 1.660 ton vliegtuigbrandstof en 500 ton goederen te vervoeren. Hr.Ms. Amsterdam is 166 meter lang, 22 meter breed en heeft een diepgang van 8 meter. Het schip wordt voortgestuwd door twee MAN/Bazan dieselmotoren en bereikt hiermee een snelheid van 21 knopen. Qua bewapening beschikt het schip over .50 mitrailleurs, de Goalkeeper 30 mm snelvuurkanon tegen luchtdoelen op zeer korte afstand, een radar interceptiesysteem en ‘chaff’ voor radarmisleiding.

(ministerie van Defensie, 2 december 2014)

woensdag 5 november 2014

Hulpgoederen ebolalanden aan boord Karel Doorman

Het laden van marineschip Karel Doorman, dat donderdag vertrekt naar West-Afrika, gaat vandaag van start. Rond het middaguur zal worden begonnen met het aan boord brengen van hulpgoederen om de ebolacrisis te bestrijden. Aan boord komen onder meer 11 miljoen handschoenen, tientallen vrachtwagens, auto's en ambulances, 1000 rubberen laarzen, ontsmettingsmiddel, thermometers, generatoren, mobiele laboratoria, beschermende kleding voor artsen en meer dan 300.000 maskers om de hulpverleners te beschermen.

Deze hoeveelheden kunnen volgens minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) echt een verschil maken.‘Dit zijn spullen die hulpverleners keihard nodig hebben. Hiermee kunnen ze aan de slag en helpen ze de epidemie in te dammen’, zegt Ploumen, die de inzet van de Karel Doorman samen met minister Hennis van Defensie heeft geregeld. Ook de EU draagt bij aan de inzet van het schip.

Nederland heeft voor ruim 5 miljoen euro aan hulpgoederen ingekocht. De hulpgoederen aan boord van het marineschip komen niet alleen uit Nederland maar ook uit 8 andere lidstaten; Oostenrijk, België, Finland, Hongarije, Slowakije, Tsjechië, Roemenië en Groot-Brittannië.

Het schip vaart de komende twee weken via Groot-Brittannië en Dakar naar Guinee, Sierra Leone en Liberia. De verwachting is dat de eerste hulpgoederen rond 20 november in de door ebola getroffen landen kunnen worden afgeleverd.

‘We hebben goede afspraken gemaakt met de lokale autoriteiten en de hulporganisaties om de goederen snel bij de patiënten te krijgen’, zegt Ploumen. ‘Onze speciale gezant is nu in de regio om die afspraken nog eens te bevestigen’, zegt de minister.

Ploumen stelde recent ambassadeur Hans Docter aan als speciaal gezant voor de getroffen landen. ‘Hij constateert momenteel lichte vooruitgang in Liberia, waar de hulp goed op stoom komt en goed wordt gecoördineerd’, stelt Ploumen. In Guinee gaat het minder goed. ‘De autoriteiten moeten daar echt nog een slag maken om deze strijd te kunnen gaan winnen. We helpen waar mogelijk, onder meer door in te zetten op betere coördinatie van de hulp.’ Docter reist later nog naar Sierra Leone.

(Rijksoverheid, 5 november 2014)

Video (BNR)



maandag 27 oktober 2014

Inzet JSS Karel Doorman bij de bestrijding van ebola (Kamerbrief)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum  24 oktober 2014
Betreft Nederlandse inzet van het JSS de Karel Doorman voor transport van hulpgoederen en transportmiddelen t.b.v. bestrijding van de ebola- epidemie

In vervolg op de Kamerbrief van 8 oktober (kenmerk 33 625, nr. 127) delen wij u hierbij mede dat het Nederlandse Joint Support Ship (JSS) de Karel Doorman zal worden ingezet voor het vervoer van hulpgoederen en transportmiddelen vanuit Europa naar West-Afrika ten behoeve van de strijd tegen ebola. De geplande vertrekdatum is 6 november.

Op 8 oktober heeft Nederland het JSS aangeboden aan het European Emergency Response Centre (ERCC) van de Europese Unie. Ook niet-EU Lidstaten, de Verenigde Naties (VN), non-gouvernementele organisaties (NGO’s) en particulieren kunnen van de transportmogelijkheden gebruik maken.

Aan de drie eerder gestelde randvoorwaarden is voldaan:

1. De transportcapaciteit van het schip dient in voldoende mate benut te worden.

In de afgelopen weken hebben EU-Lidstaten, niet-EU Lidstaten, VN- organisaties, Nederlandse NGO’s en particulieren goederen en transportmiddelen aangeboden voor vervoer met het JSS naar West- Afrika. Ook koopt Nederland zelf hulpgoederen ter waarde van 5 miljoen Euro voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Op basis van de schatting die is gemaakt is door het ERCC en het ministerie van Defensie zal de transportcapaciteit van het schip voor het grootste deel worden benut worden. Het betreft onder andere voertuigen, beschermende kleding, mobiele noodhospitalen en laboratoria.

2. Transport is alleen beschikbaar voor goederen waarvan de VN hebben vastgesteld dat ze nodig zijn in het getroffen gebied.

De goederen die door EU-Lidstaten en VN-instellingen zijn aangeboden voor transport zijn goedgekeurd door de VN en voldoen daarmee aan de concrete behoeftestelling van de VN. 

Daarnaast hebben ook andere partners, niet-EU Lidstaten, NGO’s en particulieren goederen aangeboden voor de inzet in eigen programma’s ten behoeve van de bestrijding van ebola.

3. Logistieke afhandeling van de aangeboden goederen bij aankomst in de havens en vervoer naar eindbestemming in de getroffen landen dient te zijn geregeld voor derden.

De ERCC zal er zorg voor dragen dat de inklaring van de goederen in de betrokken landen zal worden verzorgd door de ontvangende VN- organisaties. De overige partners, niet-EU Lidstaten, NGO’s en particulieren, zullen zelf zorgdragen voor de afhandeling en voor transport en inzet.

Zoals gesteld in de brief van 8 oktober, komen de transportkosten, bij goedkeuring van de aangeboden goederen door de WHO, in aanmerking voor vergoeding van 55 procent door de Europese Commissie. De overige kosten komen uit de begroting van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De totale kosten komen ten laste van het non-ODA budget, niet zijnde het Budget Internationale Veiligheid (BIV), en vallen binnen het geraamde budget van 13,8 miljoen Euro.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Lilianne Ploumen
De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 24 oktober 2014)


Het Joint Support Ship Karel Doorman 

maandag 29 september 2014

Marineschepen vertrokken naar de Oostzee

Vijf marineschepen zijn maandag vertrokken vanuit de marinehaven in Den Helder richting de Oostzee. De schepen nemen daar deel aan de 4 weken durende marineoefening Northern Archer.

De fregatten Zr.Ms. Evertsen en Zr.Ms Tromp, onderzeeboot Zr.Ms. Bruinvis, patrouillevaartuig Zr.Ms. Zeeland en bevoorrader Zr.Ms. Amsterdam houden zich in de wateren rond de Baltische staten bezig met een breed scala aan oefeningen op het gebied van maritieme oorlogsvoering. Van onderzeebootbestrijding, oppervlaktebestrijding, luchtverdedigingscapaciteiten, tot het opereren met de maritieme NH-90 gevechtshelikopter.  De Koninklijke Marine voert tijdens de eskaderreis Northern Archer verschillende oefeningen uit met Polen, Zweden, Estland, Letland en Denemarken.

De oefening past in de geruststellende maatregelen die de NAVO afkondigde, na de annexatie van de Krim. Daarin stond onder meer dat een verhoogde militaire en maritieme presentie van NAVO-partners in de regio gewenst was, wanneer dit in het nationale programma paste.

(ministerie van Defensie, 29 september 2014)


Archieffoto: de bevoorrader Zr. Ms. Amsterdam, een patrouillevaartuig (OPV)
en het fregat van Speijk. Foto: ministerie van Defensie

vrijdag 26 september 2014

Luitenant-generaal Verkerk nieuwe Commandant Zeestrijdkrachten

LGEN Rob Verkerk
Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk is de nieuwe Commandant Zeestrijdkrachten en Admiraal Benelux. Hij volgde vandaag viceadmiraal Matthieu Borsboom op, die uit handen van de minister van Defensie de onderscheiding kreeg van Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden.

De ceremoniële commando-overdracht vond plaats op marinebasis Den Helder, tegen het decor van 9 Nederlandse marineschepen, 2 landingsvaartuigen, het Belgische schip BNS Narcis en een kustwachtschip. Op de kade stonden 670 Nederlandse, Curaçaose, Arubaanse en Belgische militairen aangetreden. In de lucht verzorgden diverse oude en nieuwe maritieme luchtvaartuigen een fly by. De Marinierskapel der Koninklijke Marine en de Tamboers en Pijpers zetten het geheel luister bij. De minister van Defensie, de Commandant der Strijdkrachten en tal van hoge gasten uit binnen- en buitenland woonden de ceremonie bij.

Grote waarde
“Een Vlootvoogd in hart en nieren”, sprak de minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert lovend over de scheidend commandant. “U trad op waar dat moest en als het maar even kon, legde u een arm om de schouder van wie dat nodig had. Uw inzet is van grote waarde geweest. En meer dan dat.”

Waar maken
Viceadmiraal Borsboom was bijna 5 jaar Commandant Zeestrijdkrachten. Hij stond aan het roer tijdens ingrijpende reorganisatieprocessen bij de marine door bezuinigingen op Defensie. Borsboom bracht dit in zijn afscheidsrede ter sprake in de symboliek van het trotseren van zware orkanen, maar sloot hierover wel positief af. “Voor het eerst in 24 jaar komt er geld bij voor Defensie. Het is nu aan mijn opvolger om de structurele lijn naar boven te realiseren.”

Flexibiliteit
Borsboom stond ook stil bij de geleverde prestaties van het marinepersoneel en deed dat in de vorm van een imposante opsomming van wapenfeiten. “U heeft zich over de hele wereld ingezet voor de vrede en veiligheid van uw medemens en dat vereiste flexibiliteit. Ik heb genoten van uw toewijding en heb respect voor uw inzet. Ik ga u allen zeer missen.” Vanaf oktober is viceadmiraal Borsboom de nieuwe directeur van de Defensie Materieel Organisatie.

Rust in de tent
Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk vervulde diverse operationele en staffuncties binnen Defensie en is sinds 2012 plaatsvervangend commandant. Hiervoor was hij directeur Operaties van de marine en tevens commandant van het Korps Mariniers. “Na jaren van bezuiniging streef ik naar rust in de tent”, opende Verkerk zijn toespraak als kersverse commandant. “Geen bestuurlijke veranderingen als dat niet nodig is, maar focus op onze kerntaken.”

Meer nodig
Ook wil Verkerk werken aan meer vertrouwen en streven naar een open cultuur. Verder wil hij zich inzetten voor meer (internationale) samenwerking, bijvoorbeeld met het Duitse Sea Bataillon, en meer geld voor Defensie. “Ik ben blij met de recente kentering in het denken over het belang van Defensie. Maar er is meer nodig om bij acute crises snel naar een hoger geweldsniveau te kunnen opschalen.”

Schout-bij-nacht Ben Bekkering volgt Verkerk op als plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten.

(ministerie van Defensie, 26 september 2014)

donderdag 17 april 2014

Defensie ondersteunt inzet NAVO in Oost-Europa

De NAVO heeft gisteren aanvullende maatregelen aangekondigd om bondgenoten gerust te stellen die zich door de crisis in Oekraïne bedreigd voelen. Nederland heeft aangegeven hieraan bij te dragen. Een mijnenjager gaat oefenen in de Oostzee. Nederland levert indien gevraagd ook een fregat en F-16’s.

“Evenwichtig en proportioneel”, zo bestempelen de ministers Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken en Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie het pakket aan maatregelen in hun brief aan de Tweede Kamer. “De maatregelen geven uitdrukking aan de eensgezindheid en solidariteit in het bondgenootschap zonder dat zij escalerend werken.”

Oefeningen Oostzee
Nederland levert al tankercapaciteit voor de in Oost-Europa patrouillerende AWACS-radarvliegtuigen. Behalve de mijnenjager nemen vanaf medio dit jaar enkele schepen en een compagnie mariniers deel aan oefeningen. Deze zijn niet alleen in de Oostzee, maar ook in Polen.

Fregat
Nederland biedt verder aan het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. Evertsen in te zetten in de Middellandse Zee. Het marineschip maakt sinds begin februari van dit jaar deel uit van de anti-piraterijmissie Ocean Shield bij Somalië. Het opperbevel van de NAVO kan besluiten om de Standing NATO Maritime Group 1 en 2 in te zetten in respectievelijk de Oostzee en de Middellandse Zee. In dat geval onttrekt de NAVO de Evertsen aan de anti-piraterijmissie. Hoewel afgeslankt, gaan Ocean Shield en de andere missies in het gebied gewoon door.

Zr.Ms. Evertsen (foto: Hans de Vreij)


De Baltische staten Estland, Letland en Litouwen zijn voor de beveiliging van hun luchtruim afhankelijk van de jachtvliegtuigen van hun NAVO-partners. Nederland doet regelmatig mee met het patrouilleren met F-16's boven de Baltische staten. Dat doen NAVO-landen per toerbeurt. De NAVO gaat die luchtpatrouilles intensiveren. Nederland is bereid daaraan een bijdrage te leveren als de NAVO daar om vraagt.

F-16 (foto: Defensie)


Tijdelijke versterking
De extra militaire inzet maakt deel uit van de tijdelijke versterking van de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied. Het bondgenootschap laat meer vliegtuigen patrouilleren en stuurt meer schepen naar de Oostzee en de Middellandse Zee. Ook houden de NAVO-landen extra oefeningen en actualiseren ze hun verdedigingsplannen.

(ministerie van Defensie, 17 april 2014)

Kamerbrief over eventuele extra inzet in Oost-Europa

woensdag 16 april 2014

'Geruststellingspakket' Defensie in verband met de crisis in Oekraïne

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
16 april 2014
Betreft: NAVO - geruststellende maatregelen in verband met de crisis i Oekraïne

Op 1 april jl. gaf de ministeriële Noord-Atlantische Raad (NAR) van de NAVO de militaire autoriteiten opdracht om op korte termijn militaire opties uit te werken om bondgenoten gerust te stellen die zich door de crisis in Oekraïne bedreigd voelen (zie de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 9 april 2014, kenmerk DVB/VD-030/2014). De NAR heeft vandaag een besluit genomen over een pakket van aanvullende, militaire maatregelen. Hieronder informeert het Kabinet over de inhoud van het pakket. Tevens informeert het Kabinet u over mogelijke Nederlandse bijdragen en over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking met de Russische Federatie te bevriezen.

Maatregelen SACEUR
Het besluit van de NAR biedt de Supreme Allied Commander for Europe (SACEUR) de mogelijkheid maatregelen te treffen waardoor het bondgenootschap de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied tijdelijk versterkt. Het pakket voorziet in een grotere NAVO onder andere door:

- intensivering van maatregelen om de situational awareness te vergroten;
- intensivering van het aantal patrouillevluchten in het kader van de Baltic Air Policing;
- versterkte presentie van NAVO-vlootverbanden in de Oostzee en Middellandse Zee;
- de inzet van militaire stafleden met het oog op het versterken van de gereedstelling en extra training en militaire oefeningen;
- herziening en actualisering van verdedigingsplannen.

Nederland is tevreden over het overeengekomen pakket van maatregelen. Het is evenwichtig en proportioneel en biedt bondgenoten die zich bedreigd voelen voldoende zekerheden. Bovendien is afgesproken dat, afhankelijk van de ontwikkelingen, het pakket kan worden aangepast. De maatregelen geven uitdrukking aan de eensgezindheid en solidariteit in het bondgenootschap zonder dat zij escalerend werken.

Nederlandse bijdrage
Nederland levert op dit moment al een bijdrage aan de eerste serie van maatregelen die SACEUR in maart jl. heeft getroffen. Zo wordt de Nederlandse tankercapaciteit (air-to-air refuelling) ingezet ten behoeve van het bijtanken van de AWACS (zie ook Kamerstuk 28676-198). Op korte termijn zal een Nederlandse mijnenjager, die onderdeel is van de Standing NATO Mine Clearing Maritime Group (SNMCMG 1), oefeningen gaan uitvoeren en havenbezoeken afleggen in de Oostzee. Verder zal Nederland in juni met enkele schepen deelnemen aan de oefening Baltops en in september neemt een compagnie Special Forces in Polen deel aan de oefening Noble Sword. Nederland levert daarnaast twee functionarissen aan de versterking van de staf van het NAVO-hoofdkwartier SHAPE. Nederland beraadt zich op dit moment op mogelijke bijdragen aan het onderhavige pakket aanvullende maatregelen van SACEUR.

Zoals bekend zijn de Baltische landen afhankelijk van hun NAVO-partners voor de beveiliging van hun luchtruim met jachtvliegtuigen. De NAVO heeft deze Baltic Air Policing taak inmiddels geïntensiveerd. Er worden meer vliegtuigen ingezet en meer patrouillevluchten uitgevoerd. Ook Nederlandse F-16’s zijn beschikbaar om patrouillevluchten uit te voeren. Nederland was al voornemens deel te nemen aan de Baltic Air Policing taak in 2017. SACEUR beziet op dit moment de planning. Het Kabinet zal de Kamer nader informeren als zich als onderdeel van het geruststellingspakket eerder inzetmogelijkheden aandienen.

Onderdeel van de voorstellen van SACEUR is de mogelijkheid om de beide Standing NATO Maritime Groups (SNMG 1 en SNMG 2) in te zetten in de Oostzee en de Middellandse Zee. Momenteel is de SNMG 2 actief in de antipiraterij-operatie Ocean Shield in de wateren voor de kust van Somalië. De SNMG 2 bestaat uit vier schepen, waaronder het Nederlandse Luchtverdediging en Commandofregat Zr. Ms. Evertsen (van 24 januari 2014 tot en met half mei 2014). Indien SACEUR daartoe besluit, zal Zr. Ms. Evertsen eerder dan voorzien stoppen met Ocean Shield en als onderdeel van SNMG 2 actief worden in de Middellandse Zee. Het onttrekken van schepen aan Ocean Shield betekent niet dat de operatie wordt beëindigd. Het netwerk en de commandostructuur blijven intact om situational awareness te behouden en om zo nodig weer te kunnen opschalen. In 2014 levert Nederland verder geen bijdrage meer aan Ocean Shield. Met de anti-piraterijmissie EU-Atalanta en de Combined Maritime Forces is de maritieme aanwezigheid in 2014 in de wateren voor de kust van Somalië behouden. Defensie zal de Vessel Protection Detachements (VPD's) blijven inzetten. Nederland zet bovendien de geïntegreerde aanpak op het gebied van piraterijbestrijding voort door ook deel te nemen aan de maritieme capaciteitsopbouwmissie EUCAP Nestor en de EU Trainingsmissie in Somalië.

Bilaterale Defensiesamenwerking Rusland-Nederland
In reactie op de Russische annexatie van de Krim besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO op 1 april jl. alle praktische samenwerking – zowel civiel als militair – met de Russische Federatie in het kader van de NAVO-Rusland Raad (NRC), de Euro-Atlantische Partnerschapraad (EAPC) en het Partnership for Peace (PfP) op te schorten. De Russische Federatie mag voorts niet langer deelnemen aan comités en bijeenkomsten in NRC, EAPC of PfP-verband. Om de politieke dialoog te kunnen voortzetten, geldt deze uitsluiting niet voor bijeenkomsten van de EAPC op ambassadeursniveau of de NRC op ambassadeursniveau of hoger.

De Russische defensieattaché in Den Haag is 11 april jl. geïnformeerd over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking tussen Nederland en de Russische Federatie te bevriezen, afgezien van herdenkingen in verband met de Tweede Wereldoorlog. Aangezien Nederland veel belang hecht aan de dialoog met de Russische Federatie, is besloten de communicatiekanalen met de Russische defensieattaché in Den Haag open te houden en de Nederlandse defensieattaché in Moskou op zijn post te laten.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans

De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert

(Rijksoverheid, 16 april 2014) 

dinsdag 11 maart 2014

De NH-90 kan niet tegen zeelucht en zout water

(Uit Kamerbrief over de NH-90 helikopter)

NH-90 (foto: Defensie)


II. Corrosie en slijtage

Het probleem
Het afgelopen jaar heeft Defensie voor de eerste keer een NH-90 succesvol operationeel ingezet tijdens de anti-piraterijmissie voor de kust van Somalië. Na terugkeer van de helikopter is een periodieke inspectie uitgevoerd, waarbij bovenmatige corrosie en slijtage zijn aangetroffen. Bij de helikopter die eind vorig jaar is ingezet aan boord van Zr.Ms. Amsterdam in het Caribisch gebied, zijn vergelijkbare constateringen gedaan. De corrosie en slijtage die zijn aangetroffen, zijn groter dan op grond van de ouderdom van de helikopter, het aantal vlieguren en ervaringen met andere maritieme helikoptertypen zou mogen worden verwacht.

Genomen stappen tot nu toe
Vanwege het specialistische karakter van de problematiek heeft Defensie het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) om hulp gevraagd bij het  onderzoeken van de problematiek en het in kaart brengen van de gevolgen. Vooralsnog lijkt zowel het corrosieprobleem als de bovenmatige slijtage vooral te worden veroorzaakt door ontwerpfouten, assemblagefouten en incomplete  onderhoudsinstructies. Het is dan ook waarschijnlijk dat zich soortgelijke problemen zullen voordoen bij andere NH-90 helikopters die aan boord van schepen worden ingezet.

Defensie heeft al intensief contact met de fabrikant (NHI) om oplossingsrichtingen te bekijken. NHI heeft de problemen erkend en te kennen gegeven volop bezig te zijn met het bedenken van oplossingen. NHI verwacht de eerste resultaten daarvan eind maart beschikbaar te hebben. Dat zal gaan om technische verbeteringen en een corrosiepreventieprogramma. Overige voorstellen voor oplossingen zullen naar verwachting later dit jaar volgen. De fabrikant is gemeld dat een verbeterd ontwerp wordt verwacht voor de onderdelen die bovenmatige slijtage vertonen. De problemen moeten immers structureel kunnen worden opgelost. Defensie onderzoekt ook of en op welke wijze de geconstateerde ontwerp- en fabricagefouten op de fabrikant kunnen worden verhaald.

Defensie heeft de geconstateerde problemen ook kenbaar gemaakt aan het NATO Helicopter Management Agency (Nahema) en de NH-90 partnerlanden. Frankrijk heeft tot nu toe bij twee helikopters corrosie aangetroffen en met dat land zijn inmiddels afspraken gemaakt om de problemen gezamenlijk bij de fabrikant aan de orde te stellen. Italië is pas recent met boordoperaties gestart. Ook met andere landen wordt overlegd over de geconstateerde problemen en de positie ten opzichte van de industrie.
De omvang van het probleem noopt tot een nieuwe analyse van de beschikbaarheid van helikopters. De Commandant der Strijdkrachten heeft daarom een werkgroep ingesteld om de gevolgen voor Defensie en het opereren van de krijgsmacht in kaart te brengen. Daarbij wordt gekeken naar:
De gevolgen voor het introductieschema van de NH-90;
De gevolgen voor de beschikbaarheid van de NH-90 voor operationele inzet;
De gevolgen voor gereedstelling en opleiding & training;
Alternatieven om de helikoptercapaciteit zoveel mogelijk te handhaven;
De gevolgen van het toegenomen onderhoud aan de helikopters;
De financiële gevolgen;
De juridische gevolgen, onder meer met betrekking tot de financiële verantwoordelijkheid, worden bekeken in overleg met de Directie Juridische Zaken, de Defensie Materieel Organisatie en de Hoofddirectie Financiën en Control.

De geschetste problematiek heeft geen operationele consequenties voor de voorgenomen inzet in 2014. Eventuele (operationele) consequenties daarna volgen uit het lopende onderzoek van de Commandant der Strijdkrachten.

Vervolg en tijdschema
De komende twee maanden zullen nodig zijn voor het onderzoek van het NLR en het opmaken van het schadebeeld samen met andere landen. Ook het onderzoek van de Commandant der Strijdkrachten zal naar verwachting één tot twee maanden in beslag nemen. Ik verwacht eind april meer zicht te hebben op de aard en omvang van het probleem. Daarna zal ik u nader informeren.

Tot slot
Graag nodig ik de leden van de vaste commissie voor Defensie uit voor een bezoek aan het Defensie Helikopter Commando, om zelf van gedachten te wisselen met bemanningsleden en onderhoudspersoneel.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

(Tweede Kamer, 11 maart 2014)

zaterdag 8 maart 2014

Toespraak Vice-admiraal Matthieu Borsboom bij doop 'Karel Doorman'

Excellency (s), ladies and gentleman,

As Commander of the Royal Netherlands Navy I am extremely grateful for being able to welcome this Joint Support Ship as newcomer to our fleet. It is a marvellous ship, highly capable, much needed and with great potential for International cooperation. I am pleased to see many representatives of our international partners. I am looking forward to explore bilateral, multilateral and international ways to deploy this ship together with you.

Please, allow me to proceed in Dutch

Excellentie, u bent zojuist een band aangegaan met het grootste schip van de Koninklijke Marine en wel voor de duur van haar gehele operationele bestaan. Wat begon met een (romantisch) aanzoek onder Arctische omstandigheden in Noord Noorwegen, is nu uitgegroeid tot een taak die niet al te licht mag worden opgevat. Want als u zich bedenkt dat de Zuiderkruis zesendertig jaar over de wereldzeeën heeft gevaren, dan kunt u zich voorstellen dat u de komende decennia nog niet van ons af bent…

De doop van een schip wordt traditioneel door een vrouw verricht. Maar dat dit vandaag, op ‘Internationale Vrouwendag’, gebeurt, maakt het extra bijzonder. Ik wil u bedanken dat u deze doop heeft verricht, maar vooral ook danken voor het belangrijke werk dat u in de afgelopen periode voor de krijgsmacht heeft gedaan. Onder uw bewind lijkt het spreekwoordelijke tij gekeerd, voor wat betreft de jarenlange bezuinigingen op defensie. Een bijdrage waar ik u zeer dankbaar voor ben.

Dankzij uw inspanning heeft Defensie dit schip kunnen behouden.

Afgelopen week heb ook ik Indonesië bezocht. Ik heb daar, voor het eerst in de historie, samen met mijn Indonesische ambtsgenoot een krans mogen leggen bij de herdenking van de Slag om de Java zee. Als je daar staat, op vijfentwintig uur vliegen van hier, dan realiseer je je hoe groot de offers zijn die daar werden gebracht. Meer dan tweeduizend zeelieden lieten daar in één zeeslag het leven, daaronder Karel Doorman en zijn 915 Nederlandse en Indonesische bemanningsleden.

Schout-bij-nacht Karel Doorman voerde een heroïsche maar ook een zeer ongelijke strijd. Omdat de tegenstander technologisch superieur was. Daarom is het zo belangrijk dat we blijven investeren in de marine; maar bovenal dat we blijven innoveren.

De Karel Doorman is het voorbeeld van zo’n innovatie. Achter mij ligt een bijzonder schip. Een schip dat exemplarisch is voor de ‘high tech’ Nederlandse maritieme industrie. Dankzij onze intensieve samenwerking met industrie en kennisinstituten (gouden driehoek) zijn wij in staat om als ‘benchmark navy’ te opereren.

De Nederlandse scheepsbouwindustrie heeft met de Karel Doorman dan ook een topprestatie geleverd. Nooit eerder heeft de marine zo’n groot schip in de vaart genomen. Het schip is niet alleen groot, het is een operationele alleskunner.

Het is in staat om vlootverbanden op zee te bevoorraden, het kan worden ingezet voor strategisch transport, het kan fungeren als een logistieke basis op zee (Sea Basing), het is een drijvend hospitaal en uitermate geschikt voor humanitaire hulpverlening. Met zijn geïntegreerde mast, dezelfde mast treft u aan op de Oceangoing Patrol Vessels, kan de Doorman grote zeegebieden bewaken. Als helikopterplatform en met haar snelle boten kan het schip ook worden ingezet voor maritieme veiligheidsoperaties. En dit alles met een relatief kleine bemanning.

We doen dat niet alleen, want sinds jaar en dag werken we samen in internationaal verband, dat zit in onze genen. Er bestaat al een Europees ‘Movement Coordination Centre’, dat de gemeenschappelijke militaire goederenstromen over zee coördineert. Er is een ‘European Amphibious Initiative’  waar in Europees verband amfibische initiatieven  worden genomen, er is ook een ‘European Carrier Battle Group’ initiative.  De internationale vlootverbanden die het gevolg zijn van deze initiatieven, moeten natuurlijk logistiek worden ondersteund! Daarvoor is dit schip bij uitstek geschikt.

Ook de Verenigde Naties kennen vele samenwerkingsvormen voor humanitaire en militaire inzet. Binnen de NAVO is grote behoefte aan deze niche capaciteit. Binationaal zijn er diverse verbanden, waarvan het Belgisch Nederlandse ABNL en de Britse Nederlandse UKNL samenwerking veruit het meest bekend zijn. En niet voor niets draagt dit schip in haar naam ‘joint*’, van Joint Support Ship. Voldoende ‘kapstokken’ dus waaraan dit schip kan worden opgehangen.

Karel Doorman zou trots zijn geweest als hij had geweten dat zijn naam aan dit bijzondere schip zou worden gekoppeld. Haar mogelijkheden zijn ongekend en voor velen nog onbekend. Daarin zal snel verandering komen, want dit schip gaat de harten van de internationale maritieme wereld stelen. Daar ben ik van overtuigd.

Tenslotte… Wat een megaproject: zonder bouwers, projectleiders, planners, leveranciers, onderleveranciers en nog veel meer was dit schip er niet gekomen. Hier is een stuk vakwerk afgeleverd; mijn bemanning gaat nu toewerken naar de indienststelling. We kunnen niet wachten ‘Zijner Majesteits’ toe te voegen aan deze Karel Doorman.

Ik heb net een applaus gevraagd voor de minister, maar ik wil u nu nogmaals vragen om dat te doen voor alle mannen en vrouwen die dit schip hebben ontworpen en gebouwd en er nog hard mee bezig zijn.

Dank u wel…

(ministerie van Defensie, 8 maart 2014)

* 'joint' = voor meerdere krijgmachtsonderdelen , bijv. landmacht + marine etc.









vrijdag 7 maart 2014

Toespraak bij de doop van het Joint Support Ship Karel Doorman




Door de Minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert op 8 maart 2014 te Vlissingen.
Let op: Alleen het gesproken woord geldt!

Your Excellencies, ladies and gentlemen,
First of all I would like to express my sincere gratitude to Mr Van Ameijden.
Mr Van Ameijden, thank you so much…for hosting this ceremony today, here at Damen Schelde Naval Shipbuilding in Vlissingen.
Seeing this ship brought to life…, ….it is quite understandable that some of our most senior naval officers are counting down the days to the official handover…
…And today is a special day because we are naming a marvellous new ship of the Royal Netherlands Navy.
I am proud to say that we, as a country, can still hold our own in what must be one of our oldest national traditions: naval shipbuilding…
For Damen Schelde Naval Shipbuilding’s achievement proves that Dutch shipbuilding can still be counted among the best in the world.
Now, ladies and gentlemen,
Please allow me to continue in Dutch.
(…)
Excellenties, dames en heren,
Zojuist is gedoopt het Joint Support Ship de Karel Doorman.
Wat een schip!
En wat ben ik trots dat dit schip - vanaf vandaag - als de Karel Doorman door het leven gaat.
Mét dit schip voegen we een mooi en inspirerend hoofdstuk toe aan de rijke geschiedenis van onze Koninklijke Marine.
Een historie waarin Schout-bij-nacht Karel Doorman een bijzondere bladzijde inneemt.
(…)
Vorig jaar oktober bracht ik een bezoek aan Indonesië.
Ik had ondermeer de eer om een krans te leggen bij het Karel Doorman-monument op de erebegraafplaats Kembang Kuning:
…Hét monument dat herinnert aan de Slag in de Javazee op 27 februari 1942.
…Hét monument dat herinnert aan zijn fameuze woorden ‘All ships follow me’.
…Hét monument dat herinnert aan de 915 Nederlandse en inheemse marinemannen die daar - op die tragische dag - om het leven kwamen.

De dag daarvoor verzamelde Karel Doorman zijn vloot in de marinehaven Oedjoeng  op Soerabaja.
Hij ging de wal op, en liep via een zwarte granieten trap naar de eerste verdieping van het hoofdkwartier van de marine…
…hij voerde een telefoongesprek met de toenmalige Commandant der Zeestrijdkrachten Helfrich…

Daar ontving hij zijn instructies: Terugtrekken is geen optie, houd stand tegen de Japanse eskaders.
Ik heb op die bewuste granieten trap gestaan. De trap waar Karel Doorman zijn laatste stappen op het vaste land zette.
Op die trap…
…probeerde ik me voor te stellen hoe Doorman zich gevoeld moest hebben.
Hij wist dat de kans op een overwinning klein was.
Dat moment op die trap heb ik als bijzonder indrukwekkend ervaren. Voor heel even leek de geschiedenis tot leven te komen.
Karel Doorman voerde zijn opdracht uit.
De afloop is ons allen bekend.
Hij zou niet terug keren.
Zijn moed en onverschrokkenheid spreken tot op de dag van vandaag tot de verbeelding.
En ik beschouw het dan ook als zeer terecht…dat een indrukwekkend schip als dit…de naam van Karel Doorman draagt.
(…)
En indrukwekkend is het Joint Support Ship!
Alleen al enkele cijfers spreken voor zich:
Het is het grootste schip dat ooit voor de Nederlandse Koninklijke Marine is gebouwd.
…205 meter lang en 30 meter breed…
…90 kilometer aan pijpen…
…600 kilometer elektrische kabel…
…ruim 10.000 ton staal.
Om het even in perspectief te zetten:
…600 kilometer kabel staat gelijk aan de afstand tussen Vlissingen en Normandië…
…10.000 ton staal… is anderhalve Eiffeltoren!
(…)
Dames en heren,
Op momenten als deze…
…is het meer dan passend om ook even stil te staan bij het belang van goed uitgeruste Zeestrijdkrachten.
Handelsnatie Nederland vaart immers wel bij een sterke krijgsmacht, bij de inzet van onze Koninklijke Marine.
Onze economie is voor zo’n 70 procent afhankelijk van handel.
Zo is Nederland groot geworden.
En dat zal in de toekomst niet anders zijn.
Onze grootste kracht maakt ons echter ook kwetsbaar.
We zijn gevoelig voor allerhande crises.
Dichtbij en ver weg.

Oorlog, terrorisme, georganiseerde misdaad, fundamentalisme
- waar dan ook -
…niet zelden raakt het onze portemonnee - vroeg of laat - rechtstreeks.
Ter bevordering van die, voor ons zo noodzakelijke, internationale veiligheid en stabiliteit voeren we een actief buitenlands beleid.
Niet naar binnen gericht, maar naar buiten – over de dijken heen!
En ja, voor een maritiem handelsland als Nederland…
…is een vrije doorvaart cruciaal.
En dat geldt ook voor een gegarandeerde toegang tot kusten en havens.
De krijgsmacht, onze Koninklijke Marine, levert hier een belangrijke bijdrage aan.
Sterker nog, de Koninklijke Marine is onmisbaar in dezen.
(…)
Dames en heren,
De afgelopen twee decennia waren verre van makkelijk voor Defensie. Bezuinigingen en reorganisaties volgden elkaar in rap tempo op.
Ook 2013 was een bewogen jaar. Een jaar van herijken en knopen doorhakken.
Om een militair relevante krijgsmacht - ook voor de toekomst - te borgen, was een zorgvuldige afweging aan de orde.
Medio oktober volgde dan eindelijk een beetje goed nieuws.
De nieuwe begrotingsafspraken pakten positief uit voor Defensie.
Het gevolg hiervan was dat we in staat werden gesteld om enkele zeer pijnlijke maatregelen terug te draaien dan wel te verzachten.
En dat was ook broodnodig!

Want laat één ding helder zijn: een relevante, robuuste en responsieve krijgsmacht is…in het belang van Nederland!
Het Joint Support Ship kon alsnog in de vaart worden genomen.
En de opluchting was groot. Nationaal.
En internationaal.
Want, let wel, in NAVO- en EU-verband vormt dit schip een belangrijke niche-capaciteit.
En ook daarom vind ik het passend dat dit schip de naam van Karel Doorman draagt.
Doorman voerde het American British Dutch Australian Command aan. Hij was daarmee één van de eerste vlootcommandanten die zo nadrukkelijk in internationaal verband opereerde.
En met dit schip kunnen we verder vorm geven aan die - voor ons - zo belangrijke internationale samenwerking.
Met dit schip kunnen we dus ook verder vorm geven aan het vergroten van ons militaire handelingsvermogen.
Feit is dat er op dit moment geen schip in de wereld is…
…zoals de Karel Doorman.

En daarmee is de Karel Doorman één van de visitekaartjes van ons Koninkrijk.
Ook beschouw ik de Karel Doorman als een mooi voorbeeld van wat de gouden driehoek, de samenwerking tussen kennis,  industrie en Defensie, ons kan opleveren.
(…)
Dames en heren,
Graag wil ik u, tot slot, nog even meenemen naar een moment medio februari 2013.
Samen met Admiraal Borsboom bezocht ik onze Mariniers in Noorwegen.

Zij ondergaan daar de Arctic-Training.  Een extreme training onder extreem koude omstandigheden.
We arriveerden op Valentijnsdag in Harstad.
De nacht zou ik doorbrengen in een sneeuwhol.
Maar niet voordat we eerst even een aantal zaken hadden doorgenomen. Ook moest er nog gegeten worden. En mijn adjudant had hiervoor een tafeltje gereserveerd in een lokaal restaurant.
De roos op tafel, het was immers Valentijnsdag…
Het zeer serieuze gezicht van de Admiraal…
Zijn zorgvuldig gekozen woorden…
Dat moment zal ik niet licht vergeten…

Het was de avond dat ik werd gevraagd om de Karel Doorman te dopen.

Het voelde als een aanzoek.
En zo is het eigenlijk ook. Ik ga hiermee immers een verbintenis aan voor het leven!

(…)

Dames en heren,
Er ligt hier een geweldig schip, met een bemanning die liever vandaag dan morgen zou willen uitvaren!
Ik proef veel enthousiasme…
…en verwachting.
Tegen u als bemanning zou ik willen zeggen:
uw inzet en deskundigheid zijn uiteindelijk cruciaal voor het slagen van de missies die we met de Karel Doorman gaan ondernemen.
Ik heb daar in ieder geval heel veel vertrouwen in.
Ik voel me, en zeker nu als doopster, zeer met u verbonden! Dat spreekt voor zich.
Ik wens u een behouden vaart.
Ik wens u - in de geest van Karel Doorman - de moed om op te staan,  de vastberadenheid om te strijden voor veiligheid, vrijheid en welvaart.

(…)
Your Excellencies,
Ladies and gentlemen,
I present to you… the Joint Support Ship Karel Doorman!

A multidimensional platform, innovative and sustainable…
…for use in both - national and international - contexts.
Obviously, I would like to congratulate the Royal Netherlands Navy on this latest addition to its assets.
And I am absolutely certain that it will make us all proud to see the Karel Doorman flying the Dutch Red, White and Blue – our nation’s flag.
…That it will makes us all proud to watch the Karel Doorman sailing in the Caribbean Sea, in the waters off Somalia or - for example - in our own beloved North Sea.
Thank you

(ministerie van Defensie, 7 maart 2014)

vrijdag 15 november 2013

Voor het eerst wordt een OPV ingezet tegen piraterij

Nederland verlengt zijn deelname aan anti-piraterijmissies van de EU en de NAVO voor de kust van Somalië met een jaar, tot eind 2014. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Timmermans van Buitenlandse Zaken en minister Hennis van Defensie. Nederland levert sinds 2009 een bijdrage aan deze operaties in de wateren bij Somalië.

Oceangoing Patrol Vessel: Zr.Ms. Holland (foto Marine)

Van februari tot half mei 2014 zet Nederland een Luchtverdedigings- en Commando Fregat in voor de NAVO-operatie Ocean Shield. Daarna neemt tot eind augustus een Luchtverdedigings- en Commando fregat deel aan de EU-operatie Atalanta. Tot slot, van eind augustus tot en met december, zet Nederland voor de eerste keer een Ocean Going Patrol Vessel (OPV) in voor de kust van Somalië. Ook zal Nederland in de tweede helft van 2014 de plaatsvervangend commandant in het operationele hoofdkwartier van EU-Atalanta leveren.

Het aantal kapingen is sinds 2011 sterk gedaald. De oorzaken van de Somalische piraterij zijn nog wel steeds aanwezig. Om de dalende trend vast te houden moeten daarom niet alleen inspanningen op zee, maar ook op land worden voortgezet. Naast de inzet van marineschepen zet Nederland daarom ook in op meer veiligheid en stabiliteit in Somalië, door het Somalische leger op te leiden en te trainen en straffeloosheid van piraterij tegen te gaan door versterking van het rechtssysteem.

(Rijksvoorlichtingsdienst, 15 november 2013)

vrijdag 25 oktober 2013

Marine onderschept 1.450 kilo cocaïne

“Een mijlpaal”. Zo noemt Commandant Zeemacht Caribisch gebied brigadegeneraal der mariniers Dick Swijgman de vangst van 1.450 kilogram cocaïne van het stationsschip Zr. Ms. Amsterdam eerder deze week. De drugs vertegenwoordigen een waarde van ruim € 40 miljoen.

“Met deze onderschepping erbij hebben we dit jaar in nauwe samenwerking met onze partners en de Kustwacht Caribisch gebied meer dan 10.000 kilo drugs van de ‘markt’ gehaald. Dit is een resultaat waar we als marine en kustwacht erg trots op zijn”, vindt Swijgman.

NH90
Bij de onderschepping en aanhouding van de opvarenden speelden het DASH 8-patrouillevliegtuig van de Kustwacht en de maritieme helikopter NH90 een hoofdrol. De NH90 is dit jaar voor het eerst in het Caribisch gebied ingezet.


Go-fast gaat er vandoor....

Sensoren
Het bootje, met 4 man aan boord, werd gespot op een bekende route richting de Domicaanse Republiek en Haïti. “We hebben de volgeladen drugssmokkelboot opgespoord met onze moderne sensoren”, vertelt de helikopterpiloot luitenant-ter-zee der 1e klasse Sander van der Wal. “Daarna zijn we er achter aan gegaan en hebben we de bemanning tot stoppen gedwongen. We zijn net zo lang bij de smokkelboot gebleven totdat de Amsterdam nabij was.”  Commandant kapitein-ter-zee Hans Veerbeek noemde de gecoördineerde actie een groot succes. “Het onderscheppen van drugs is niet de enige belangrijke inzet, maar het maakt ons wel enorm trots.”

...maar niet voor lang (foto's: Marine)


(ministerie van Defensie, 25 oktober 2013)

donderdag 3 oktober 2013

Somalische piraten veroordeeld na actie Zr. Ms. Van Amstel

Elf Somalische piraten zijn door het Supreme Court van de Seychellen veroordeeld tot gevangenisstraffen van 18 maanden tot 16 jaar. De kapers waren in mei vorig jaar aangehouden na een actie vanaf het fregat Zr. Ms. van Amstel .

De veroordeelden worden verantwoordelijk gehouden voor de kaping van een vissersboot. Naar later bleek waren zij ook betrokken bij een aanval op de tanker Super Lady.

Boardingteam
In mei vorig jaar zag de bemanning van de boordhelikopter van Zr. Ms. van Amstel een verdachte vissersboot. Deze dhow voerde 2 kleinere boten mee met ladders aan boord. Het boardingteam van de Van Amstel maakte vervolgens een einde aan de kaping, waarbij alle 17 gijzelaars werden bevrijd. Aan boord trof het team wapens, munitie en navigatie-apparatuur aan.

Zr.Ms. van Amstel (foto: Marine)

Super Lady
Het bewijsmateriaal toonde aan dat dezelfde groep piraten betrokken was geweest bij een mislukte poging de Super Lady te kapen. Hierbij is zowel met raketwerpers als met kleinkaliber wapens op de tanker geschoten.

Atalanta
Zr. Ms van Amstel maakte in 2012 deel uit van Operatie Atalanta, een antipiraterijmissie van de Europese Unie. Momenteel is Zr. Ms. Johan de Witt als vlaggenschip van de EU in hetzelfde gebied. Aan de missie doen schepen van uit diverse Europese landen mee. Het commando is in handen van de Nederlandse commandeur Peter Lenselink.

(ministerie van Defensie, 3 oktober 2013)

dinsdag 17 september 2013

Toekomstvisie Defensie: inzetbaarheid

(...)
De krijgsmacht is vanaf 2014 inzetbaar voor:

1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen
van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk
verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.

2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en
rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de
belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd,
waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat
kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

- Op land: eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde
taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de
presentie in het Caribisch gebied).

- Op en vanaf zee: eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

- In de lucht: tot de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

- Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

- Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

- Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning
(combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van
internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van
ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in
wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

- De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de
beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de
Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

- Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen
(cybercapaciteit);

- Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in
het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

- Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises - zo nodig met alle op dat moment
beschikbare eenheden.

4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1)als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit twee roulerende compagnieën van het CZSK of het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

(Ministerie van Defensie, 17 september 2013)

Krijgsmacht kleiner, maar blijft breed inzetbaar

De toekomstige krijgsmacht is operationeel duurzaam, betaalbaar, toekomstbestendig en internationaal inpasbaar. Dat staat in de nota ‘In het belang van Nederland’.

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert heeft de nota vandaag aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin wordt niet alleen de strategische richting van Defensie voor de toekomst vastgesteld, maar ook de inrichting van de krijgsmacht binnen de financiële kaders bepaald. Het kabinet kiest daarbij voor operationeel én financieel duurzaam. De hoofdtaken zijn uitvoerbaar door meer internationale samenwerking.

Relevant
De krijgsmacht blijft breed inzetbaar in allerlei scenario’s. Een belangrijke keuze is het verlagen van het ambitieniveau van de krijgsmacht. Met het doorvoeren van de maatregelen uit de Nota kan de krijgsmacht naast kleine missies en nationale taken, nog één grotere operatie op zee, op land en in de lucht uitvoeren.

Ook kiest het kabinet binnen het beschikbare budget voor innovatie en nieuwe investeringen. Zo zal de verouderde F-16 worden vervangen door de F-35 en wordt de oprichting van het Cyber Commando versneld. Daarnaast wordt nadrukkelijk ingezet op intensivering van de samenwerking met zowel internationale partners als nationale, civiele autoriteiten

“Door nu richting te kiezen, zetten we in op een toekomstbestendige krijgsmacht. Een krijgsmacht die militair relevant is”, aldus minister Hennis.

De belangrijkste keuzes:

Zeestrijdkrachten
- Verkoop Joint Support Ship,  verwerving goedkopere tanker.
- 32e Marinierscompagnie op Aruba opgeheven, taken naar roulerende eenheden marinine en landmacht.
- Sluiting Van Ghentkazerne Rotterdam na oplevering marinierskazerne Vlissingen.
- Sluiting Joost Dourleinkazerne Texel, blijft in gebruik als oefengebied.

Landstrijdkrachten
- 45ste Pantserinfanteriebataljon Ermelo opgeheven.
- Johan Willem Frisokazerne Assen sluit, daar gelegerde eenheden naar Havelte en Schaarsbergen.
- Gereedstelling luchtmobiele bataljons aangepast.

Luchtstrijdkrachten
- F-35 vervangt vanaf 2019 de F-16; aanschaf in totaal 37 toestellen.
- In 2014 aantal F-16’s teruggebracht met 7.
- Status vliegbasis Leeuwarden verandert in 2015 naar Deployed Operating Base (minimale basis functionaliteiten, beperking overhead).
- Voornemen tot gezamenlijke bewaking luchtruim BENELUX met Belgen (QRA).
- Verkoop Gulfstream.
- Sluiting AOCS Nieuw Milligen.

Marechaussee
- Taken blijven ongewijzigd.
- Door maatregelen bij OPCO’s nemen militaire politietaken af.
- Van territoriale indeling naar informatie gestuurd.

Nota 'In het belang van Nederland'

Defensiekrant 20

Factsheet 'In het belang van Nederland'

Vragen en antwoorden 'In het belang van Nederland'

Summary paper 'In the interest of the Netherlands'

donderdag 22 augustus 2013

Grote groep actief dienende militairen nu ook veteraan

Draaginsigne
Veteranen
Ongeveer 850 actief dienende militairen hebben vandaag tegelijk het Draaginsigne Veteranen ontvangen. Meer dan 700 landmachtmilitairen met uitzendervaring ontvingen het insigne in Ermelo, ’t Harde en Roosendaal. Alle nieuwe veteranen kregen ook het Handboek Veteraan om hen te informeren over hun status als veteraan. Met de aanpassing van de Veteranenwet heeft de Koninklijke Landmacht als grootste krijgsmachtdeel 20.000 veteranen in werkelijke dienst erbij gekregen.

In Vlissingen kregen de bijna 170 opvarenden van het M-fregat Zr.Ms. Van Speijk naast het insigne ook de veteranenpas. Het schip is actief geweest voor de antipiraterijmissie Ocean Shield van de NAVO.

Handboek
De komende maanden krijgen alle ‘nieuwe’ veteranen bij Defensie hun Draaginsigne Veteranen en het Handboek Veteraan uitgereikt. Op de Veteranendag op 29 juni reikte Minister Jeanine Hennis op het Binnenhof de eerste draaginsignes voor veteranen uit aan militairen in werkelijke dienst. Toen aan slechts een vertegenwoordiger per krijgsmachtdeel.

Waardering
Het Draaginsigne Veteranen is in 2003 ingevoerd, maar werd tot 29 juni van dit jaar alleen uitgereikt aan militairen die niet meer actief dienden. Het symboliseert een algemene waardering voor het belangrijke en risicovolle werk dat veteranen in het verleden hebben verricht. Daarnaast heeft het een belangrijke functie voor de herkenning van veteranen onderling.

(ministerie van Defensie, 22 augustus 2013)

woensdag 21 augustus 2013

Zr.Ms. Rotterdam vertrekt naar West-Afrika

Zr.Ms. Rotterdam
Het amfibisch transport schip Zr.Ms. Rotterdam vertrekt zondag 25 augustus voor een oefening van drie maanden naar de westkust van Afrika. Tijdens de reis ligt de nadruk op het trainen van de bemanning, de ingescheepte mariniers en internationale eenheden onder extreme en uitdagende omstandigheden.

Naast amfibische landingen en jungletrainingen, richt de oefening zich op geïntegreerd internationaal expeditionair optreden. Hierbij wordt samengewerkt met Spanjaarden, Engelsen, en Amerikanen. De internationale bezetting aan boord telt op het piekmoment 700 personen. Met de oefening ‘African Winds’* laat de marine zien dat zij wereldwijd inzetbaar is en zowel in kustgebieden, als verder in de binnenlanden, effectief kan optreden.

Naast het trainen van de eigen militairen, wordt tijdens de oefening ‘African Winds 2013’ ook samen geoefend met Afrikaanse troepen. De Afrikaanse landen hebben specifiek aangegeven aan welke expertise ze behoefte hebben en wat ze willen leren tijdens deze trainingen. Zo komt de nadruk onder meer te liggen op het verbeteren van kustwachtprocedures, materiaalonderhoud en bootoperaties. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de maritieme veiligheid in de regio.

Commandant van de RDAM,
KTZ Jan-Hubert Hulsker
Tenslotte fungeert Zr.Ms. Rotterdam tijdens de havenbezoeken als platform voor het Nederlandse bedrijfsleven. De Netherlands-African Business Council, hét platform voor Nederlandse bedrijven in Afrika, gebruikt de reis om in samenwerking met de Nederlandse ambassades de West Africa Business Tour te organiseren. Handelsmissies en evenementen vinden plaats in de havens waar het marineschip aanmeert, zodat Nederlandse bedrijven zich aan boord kunnen presenteren. Hierbij staan met name de maritieme en logistieke sector in de belangstelling. Zodoende wordt een impuls gegeven aan de Nederlandse economische belangen op het Afrikaanse continent.

De reis start op 25 augustus in Den Helder en leidt langs Marokko, Senegal, Ghana, Bénin en Nigeria. Het schip keert medio november terug in Nederland.

(ministerie van Defensie, 21 augustus 2013)

Zie ook:
Zr.Ms. Rotterdam naar West-Afrika (Noordhollands Dagblad)

*De oefening vindt plaats in het kader van Africa Partnership Station, een door de VS geleid initiatief.