Posts tonen met het label landmacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label landmacht. Alle posts tonen

maandag 26 oktober 2015

De Kruif: ‘We zijn het vechten op het hogere niveau verleerd’

[Column commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif]

Harde conclusie

De Kruif
De afgelopen weken hebben voor mij vooral in het teken gestaan van ‘reflectie’. Dat is een mooi woord voor goed en diep zelf nadenken over ons vak. Met name waar het gaat om onze core business: operaties. Dat is hard nodig. De wereld om ons heen is immers aan het veranderen en wordt er zeker niet veiliger op. De dreigingen zijn inmiddels divers en acuut. Ze variëren van cyberoperaties tot grootschalig offensief optreden. Stilzitten is geen optie. We moeten daar op inspelen. Allereerst door in de spiegel kijken en onszelf een paar kritische vragen te stellen. Bijvoorbeeld: een conflict stabiliseren kunnen we inmiddels, maar kunnen we ook nog vechten met een brigade?

‘We zijn het vechten op het hogere niveau verleerd’

Die vraag stond dan ook niet voor niets centraal tijdens het Operational Seminar (OPSEM) van dit jaar, waar het niveau kolonel en brigade-generaal van de KL werd bijgeschoold in operationeel denken. Maar deze vraag is momenteel ook een actueel thema in de hoofdkwartieren van al onze bondgenoten, evenals bij de Europese Unie en de NAVO. Mijn conclusie na al deze weken van denken, praten en testen is: we (de EU en de NAVO, onze bondgenoten én wij) zijn het vechten op het hogere niveau verleerd. Dat is een harde conclusie waar we het niet bij kunnen laten. We zullen dit dan ook op moeten pakken. Maar dat begint met een analyse. Waar liggen de problemen? In grote lijnen zijn dat er drie.

‘Verliezen of tegenslagen kunnen we niet meer opvangen’

Ten eerste hebben we te weinig middelen. Dat is over de gehele linie het geval en dit probleem beslaat in feite de gehele krijgsmacht, maar voor het CLAS manifesteert het zich vooral bij de combat support en combat service support. De logistiek is bijvoorbeeld zo mager dat de bevoorrading van een beweeglijk vechtende brigade echt een probleem is. Bovendien kunnen we daardoor verliezen of tegenslagen niet meer opvangen. Het conflict in Oekraïne toont aan dat we een dringend tekort hebben aan grondgebonden vuursteun. Daarnaast is er ook een schaarste aan genie, de geneeskundige keten is bij lange na niet voldragen en onze command & control is onvoldoende mobiel en robuust. Zelfs sommige manoeuvre-eenheden beschikken over onvoldoende vuurkracht. Kortom, we hebben op dit front nogal wat uitdagingen. Het goede nieuws is dat de politiek zich dit begint te beseffen en over de brug komt. Dat gaat weliswaar langzaam, maar de beweging is wel goed. En hard nodig bovendien.

‘Veel kennis van het vechten en opereren op het hoogste niveau is weggezakt’

Ten tweede is veel kennis van het vechten en opereren op dit niveau weggezakt. Door de nadruk op missies zijn we de afgelopen jaren een aantal taken een beetje uit het oog verloren. Dat is logisch, maar gezien de ontwikkelingen moet die focus wel snel terug. Natuurlijk betekent dat niet een teruggang in de tijd. Zo gemakkelijk komen we er niet van af. We zullen nieuwe doctrines moeten ontwikkelen, die passen bij de mogelijkheden, middelen en omstandigheden van deze tijd. Juist daarom ben ik heel dankbaar dat we, samen met Duitsland, een legerkorps hebben waar de kennis van het operationele niveau is geborgd. Daar kan ons denken verder worden gebracht en daardoor kan deze staf als trekker optreden in dit traject. Maar inmiddels zijn ook de brigadehoofdkwartieren hard aan de slag om de achterstand in te lopen. Zij zijn immers de onmisbare schakel in het ‘gevecht van verbonden wapens’ in een joint, combined en interagency omgeving. Zonder deze hoofdkwartieren gaat het zeker niet werken.

‘In grootschalige gevechtsoperaties heb je niet de luxe om risico’s te vermijden’

Ten slotte is er nog onze state of mind. Hoewel ik niets te klagen heb over de moed, toewijding en veerkracht op het individuele niveau, schort het hieraan op het hogere niveau. In de missies van de afgelopen decennia opereerden we vaak relatief statisch vanaf grote kampementen. Uit tactische overwegingen werd veelal omzichtig opgetreden en werden soms zelfs opzettelijk risico’s vermeden, omdat we op het niveau van de task force konden kiezen welk gevecht we wel en welke we vooral niet aan moesten gaan. In grootschalige gevechtsoperaties heb je die luxe niet. Die win je alleen door op hoog niveau risico’s te nemen, tegenstanders uit te manoeuvreren, verrassend op te treden en (vooral) de wil om te winnen. In Irak en Afghanistan hebben we aangetoond dat we op het technische en tactische niveau zo'n uitdaging aankunnen. Nu is het hoog tijd die kwaliteit terug te brengen op het operationele niveau. Want dat kan wel eens snel nodig zijn.


Luitenant-generaal Mart de Kruif
Commandant Landstrijdkrachten

26 oktober 2016

(bron)

vrijdag 15 mei 2015

Column Commandant Landstrijdkrachten

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) adviseert de regering over de internationale (veiligheids)situatie. Het is een zeer gerespecteerd en onafhankelijk adviesorgaan. Het meest recente rapport gaat over Defensie. De inhoud is zonneklaar: er moet snel veel meer geld naar Defensie. In de Volkskrant van 30 april vat AIV-vicevoorzitter, professor Alfred van Staden, het treffend samen. Ik gebruik 3 van zijn citaten.

‘De instabiele situatie rond Europa vraagt om een sterkere krijgsmacht.’ In het oosten zien we de macht van Rusland en het gebruik daarvan. Dit gaat gepaard met een omvangrijke herbewapening, met de T-14 tank als boegbeeld. Een wapen waar wij op de grond met de huidige middelen heel weinig tegen kunnen uitrichten. In het zuiden zien we de onrust en instabiliteit om zich heen grijpen. Kortetermijnoplossingen zijn niet effectief gebleken, alleen een langdurige en omvangrijke campagne, waarbij militaire effecten de civiele plannen ondersteunen, kan het probleem bij de bron aanpakken. Tenslotte is Nederland niet uitgesloten als gevechtsveld. We worden al aangevallen in het cyberdomein, fysieke aanslagen op onze veiligheid zijn niet ondenkbaar. Kijk maar om ons heen. Nederland kan niet afzijdig blijven van deze ontwikkelingen. Voor onze eigen veiligheid en geloofwaardigheid zullen we een bruikbare krijgsmacht moeten hebben. Dat vergt reparatie, veel reparatie.

‘Bij een conflict met Rusland kom je tegenover zware pantsereenheden te staan.’ Tot nu toe hebben we bij inzet in relatieve operationele luxe verkeerd. We hadden vaak een groot conventioneel overwicht over de tegenstander, met de luxe van veel ondersteuning vanuit de lucht. Dat is niet altijd het geval, die luxe is helemaal niet vanzelfsprekend. In een grootschalig conflict heeft de luchtmacht haar handen vol aan het beheersen van het luchtruim. Daar moet je de modernste spullen voor hebben, en terecht. Maar ze zullen ons dus wel veel minder kunnen ondersteunen. Wij zijn, veel meer dan de laatste jaren, op onszelf aangewezen. Dat betekent dat onze slagkracht omhoog moet, en snel.

‘De landmacht is bijzonder kwetsbaar geworden.’ Inderdaad. Zowel qua omvang als arsenaal zijn we ‘kwetsbaar’. Onze mannen en vrouwen compenseren ongelofelijk veel, maar de grenzen daarvan zijn zichtbaar en soms zelfs overschreden. Niet alleen is het vet van de botten, we zijn botten kwijt. Dat is gevaarlijk. Niet alleen omdat ik een groen hart heb, maar vooral omdat Nederland ons zeer waarschijnlijk nog hard nodig heeft. Binnen en buiten onze grenzen. Duurzame vrede en vrijheid bereik je alleen door het te brengen naar de plek waar het conflict heerst. Je kunt symptomen op afstand bestrijden, maar uiteindelijk moet je tussen de mensen staan. Want conflicten gaan tussen mensen en worden daar ook opgelost.

De AIV is niet de enige die deze constatering doet. Alle ‘denktanks’ in de wereld volgen min of meer dezelfde lijn. In Duitsland en Frankrijk groeit het Defensiebudget. Wat gaat Nederland doen? Ik weet het niet, maar in de voorstelling ‘Soldaat van Oranje’ wordt een deel van het antwoord gegeven. Luister maar naar de tekst van het lied ‘Als de wereld in brand staat, wie blust dan het vuur?’ Ik kan wel verraden: niet de brandweer…..

Luitenant-generaal Mart de Kruif

Commandant Landstrijdkrachten

(Bron)

donderdag 30 april 2015

'Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid'

INSTABILITEIT ROND EUROPA: CONFRONTATIE MET EEN NIEUWE WERKELIJKHEID
Den Haag, 30 april 2015

Het buitenlands- en veiligheidsbeleid van Nederland wordt geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Met het ingrijpen van Rusland in Oekraïne, de opmars van ISIS in Syrië en Irak en de desintegratie van Libië is aan de flanken van Europa een ‘gordel van instabiliteit’ ontstaan die een directe bedreiging vormt voor de veiligheid van Europa en dus ook van Nederland. Daarom adviseert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) de regering het Nederlandse veiligheidsbeleid te herijken.

Het is noodzakelijk de relatie met Rusland op een andere leest te schoeien, binnen de NAVO te pleiten voor versterking van de afschrikkingscapaciteit van het bondgenootschap, de politieke koers te richten op Duitsland, tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap prioriteit te geven aan Europese defensiesamenwerking, het defensiebudget drastisch te verhogen en de Nederlandse krijgsmacht selectief in te zetten. Dit stelt de AIV in een vandaag gepubliceerd advies ‘Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid’.

De AIV is van mening dat voor langere tijd rekening gehouden moet worden met instabiliteit aan de oostgrens van Europa als gevolg van de Russische intimidatiepolitiek. De schaduw van de Russische militaire macht reikt over de oostgrenzen van Europa heen en een destabilisatie van de Baltische staten door Rusland is niet uitgesloten. De relatie met Rusland moet worden gebaseerd op een realistisch beeld van het land: Rusland maakt aanspraak op een positie van grote mogendheid in de wereld, streeft naar herstel van de vroegere Sovjetinvloedssfeer en ziet zichzelf niet als deelgenoot van de Europese samenwerking.

De EU-lidstaten moeten voorkomen dat ze door Rusland uit elkaar worden gespeeld. Volgens de AIV zal ook de instabiliteit in de Arabische regio en Noord-Afrika geruime tijd aanhouden. De westerse regeringen kunnen betrekkelijk weinig directe invloed uitoefenen en moeten zich naar de mening van de AIV beperken tot ondersteuning van gematigde Arabische regeringen en groeperingen. Alleen wanneer een humanitaire catastrofe dreigt of westerse veiligheidsbelangen rechtstreeks worden geraakt, komt militair ingrijpen in aanmerking.

De NAVO-lidstaten moeten werken aan de vergroting van het reactie- en voortzettingsvermogen van het bondgenootschap, zodat op een geloofwaardige wijze invulling wordt gegeven aan artikel 5 van het Noord-Atlantisch verdrag. Verder zijn forse investeringen in cybercapaciteit een absolute noodzaak. De Europese landen investeren te weinig in defensie en gedragen zich als free rider. Mede omdat de VS niet langer Europa maar Oost- en Zuidoost- Azië als de belangrijkste regio beschouwt, moet Europa eindelijk serieus werk gaan maken van de Europese defensiesamenwerking.

Nederland, dat vandaag slechts 1,16% van het nationaal inkomen aan defensie besteedt, moet een inhaalslag plegen. Jarenlang was het defensiebudget sluitpost bij formatie-en begrotingsbesprekingen. Een kwart eeuw bezuinigingen hebben een forse aanslag gepleegd op de inzetbaarheid, het voortzettings- en het escalatievermogen van de krijgsmacht. Een ‘Deltaplan-krijgsmacht’ moet zorgen voor én herstel van al het ‘achterstallig onderhoud’ én voor de broodnodige nieuwe investeringen. Daarom pleit de AIV voor een stapsgewijze verhoging van het defensiebudget naar het Europese gemiddelde van 1,6% van het bruto binnenlands product (BBP), zonder overigens de NAVO-norm van 2% BBP los te laten.

De AIV constateert een versnippering in de deelname van Nederland aan vredesoperaties over de laatste jaren. De regering zou er goed aan doen de krijgsmacht in beginsel alleen in te zetten ter vermindering van de instabiliteit aan de flanken van Europa en niet in gebieden verder weg. De instabiliteit rond Europa dwingt Nederland tot een strategische herpositionering. De AIV adviseert de regering in het voortraject van Europese besluitvorming per geval aansluiting te zoeken bij één of meerdere grote lidstaten om tijdig invloed te kunnen uitoefenen. Een sterke politieke gerichtheid van Nederland op Duitsland ligt voor de hand. Nederland zou Duitsland moeten aanmoedigen ook op veiligheidsgebied een meer geprononceerde positie in te nemen.

(Adviesraad Internationale Vraagstukken, 30 april 2015)

donderdag 2 oktober 2014

De missie tegen ISIS: relevante Kamervragen en antwoorden

[Selectie van vragen en antwoorden over de missie tegen ISIS. Ik heb uit de volledige lijst van 225 vragen alleen die geselecteerd die rechtstreeks met deze missie te maken hebben. Veel vragen gingen over Syrië, dat buiten het mandaat van deze missie valt, HdV]

Kamerstuknummer : 2014Z16524
Vragen aan :  Regering
Commissie : Buitenlandse Zaken


7 In hoeverre deelt het kabinet de gedachte dat Defensie er rekening mee moet houden dat deze missie veel langer dan een jaar gaat duren?

Antwoord op vragen 7, 36, 135, 142, 179, 183, 184, 185:
Het doel van de missie is om de militaire slagkracht van ISIS te breken. Volgens schattingen van het internationale planningsteam in Tampa (Florida, Verenigde Staten) zal deze eerste fase zes tot twaalf maanden duren. Het is met name aan de Iraakse overheid om ISIS definitief te verslaan. Daar wordt Irak onder meer bij geholpen door de inzet van trainers onder wie Nederlanders.
De Nederlandse bijdrage komt ten einde als de opmars van ISIS duurzaam is gestopt en de strijd met andere middelen kan worden voortgezet of na een vooraf afgesproken tijdsduur, waarna aflossing door een partner moet plaatsvinden. Daarbij wordt uitgegaan van een periode van twaalf maanden.

14 Welke landen hebben, naast de VS, tot nu toe militair opgetreden in Irak en welke landen in Syrië? 

Antwoord op vraag 14:
In Irak hebben tot nu toe Canada en Duitsland special operations forces (SOF) training en wapentraining uitgevoerd. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben luchtaanvallen in Irak uitgevoerd. Bahrein, Jordanië, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten hebben bombardementen in Syrië uitgevoerd.

36 Wat is het einddoel van de missie?

Antwoord op vraag 36:
Zie het antwoord op vraag 7.

38 Op welke termijn informeert u – al dan niet vertrouwelijk- de Kamer nadat het definitieve campagne plan bekend is? 

Antwoord op vraag 38:
De Kamer wordt geïnformeerd op het moment dat het definitieve campagneplan beschikbaar is.

39 Hoe ziet het campagneplan er op het moment uit?

Antwoord op vraag 39:
Het concept van het campagneplan is op 26 september 2014 door het planningsteam van de coalitie opgeleverd. De coalitieleden zijn nu in de gelegenheid om commentaar op het plan in te dienen. Het plan beschrijft de huidige situatie, het lange termijn (strategische) einddoel van de coalitie, de tussenstappen om tot dat einddoel te komen en militaire aspecten zoals de structuur van de commandovoering.

40 Welke landen doen momenteel mee aan het campagneplan?

Antwoord op vraag 40:
In totaal 32 landen doen mee aan de ontwikkeling van het campagneplan. Dit betekent niet automatisch dat al die landen een militaire bijdrage leveren.

79 Het kabinet stelt dat de juridische status van de Nederlandse militairen – voortvloeiend uit de statusafspraken - nog moet worden geregeld. Is de juridische status van de Nederlandse militairen die worden uitgezonden reeds geregeld? Wanneer komt er een Status of Forces Agreement (SOFA)? Wanneer denkt het kabinet hier meer over te weten?

Antwoord op vraag 79:
Nederland heeft met vertegenwoordigers van het gastland van de F16’s een akkoord bereikt over een Status of Forces Agreement (SOFA). Het verdrag, dat voor één jaar zal gelden, zal direct na ondertekening door beide partijen in werking treden. Het akkoord regelt de status van Nederlands militair en burgerpersoneel aanwezig op het grondgebied van het gastland. Met Irak wordt nog gesproken over een statusovereenkomst.

84 Hoe wordt omgegaan met humanitaire noodsituaties net buiten de grens met Irak? Mag er dan onder geen omstandigheden worden ingegrepen door Nederlandse F-16’s, zelfs niet bij genocide?

Antwoord op vraag 84:
Het bestaan van een humanitaire noodsituatie vormt niet zonder meer een rechtsgrondslag voor het gebruik van geweld.  In het regeerakkoord wordt beoogd om de mogelijkheid te bieden voor de deelneming aan een internationale crisisbeheersingsoperatie zonder volkenrechtelijk mandaat in geval van een humanitaire noodsituatie, als ultimum remedium en onder strikte voorwaarden. Zie ook het antwoord op vraag 91.

85 “Nederland zoekt voor de inzet van de F16’s bij voorkeur samenwerking met een partner die over hetzelfde vliegtuigtype beschikt. Ook voor de inzet van trainers wordt gekeken naar internationale samenwerking om daarmee de ondersteuning en logistieke footprint zo klein mogelijk te houden.” Welke samenwerkingspartners voldoen aan deze kwalificatie en welke locaties zijn in beeld? Met andere woorden: “Wat is het keuzepalet?” Is er reeds een geschikte partner ten behoeve van de inzet van F-16’s?

Antwoord op vragen 85 en 131:
Bij de inzet van de F-16’s wordt in eerste instantie gezocht naar samenwerking met partners binnen de zogeheten F-16 European Participating Air Forces. Naast Nederland betreft het hier België en Denemarken.  Tevens wordt samengewerkt met de Verenigde Staten die eveneens F-16’s aan de coalitie hebben toegezegd. Het gezamenlijk stationeren van F-16’s uit verschillende landen op dezelfde basis versterkt de samenwerking.
Voor de inzet van trainers wordt momenteel gekeken naar verschillende geschikte trainingslocaties. Deze locaties bevinden zich alle buiten door ISIS gecontroleerd gebied. Waar de Nederlandse trainers zullen worden ingezet is op dit moment nog niet vastgesteld en wordt in overleg met de coalitiepartners nader bepaald. Nederland onderzoekt momenteel met wie eventueel kan worden samengewerkt.

97 Hoe lang is het mandaat voor de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS, gebaseerd op het verzoek door de Iraakse regering, geldig? 

Antwoord op vragen 97 en 98:
De rechtsgrond voor de Nederlandse bijdrage aan de strijd wordt gevormd door de toestemming van Irak met deze bijdrage. Deze rechtsgrond is geldig totdat Irak de toestemming intrekt.

woensdag 24 september 2014

Nederland levert militaire bijdrage aan strijd tegen ISIS

Nederland komt militair in actie tegen de opmars en wandaden van ISIS. Het kabinet heeft besloten een militaire bijdrage te leveren aan de internationale strijd tegen ISIS in Irak. Dit schrijven de ministers Timmermans (Buitenlandse Zaken), Hennis (Defensie) en Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) in een brief aan de Tweede Kamer.

De Nederlandse bijdrage is gericht op het breken van de militaire kracht en opmars van ISIS. Deze eerste fase zal naar Amerikaanse schatting tussen de zes en twaalf maanden duren. Nederland stelt in deze fase zes F-16’s beschikbaar voor luchtaanvallen op ISIS op Iraaks grondgebied. Ook worden Iraakse en Koerdische strijdkrachten in deze periode ondersteund met training en advies.

De combinatie van training en luchtsteun moet de Iraakse troepen in staat stellen om zelf ISIS effectief te bestrijden. Voor de inzet van de zes F-16’s en de daarbij behorende twee reserve-vliegtuigen worden maximaal 250 militairen uitgezonden. De Nederlandse bijdrage aan de trainingsteams zal bestaan uit maximaal 130 militairen. De Nederlandse F-16’s zullen opereren vanaf een nader te bepalen vliegveld buiten Irak.

Nederland draagt in Irak bij aan de strijd tegen ISIS op basis van het verzoek tot militaire steun dat de Iraakse autoriteiten deze zomer twee keer bij de VN hebben ingediend. Dit voorziet in een rechtsgrond voor de inzet van Nederlandse militairen in Irak.

Voor militaire inzet in Syrië is op dit moment geen internationale overeenstemming over een afdoende volkenrechtelijk mandaat. Als ISIS alleen in Irak militair bestreden zou worden, kan dat leiden tot versterking van ISIS in Syrië en andere landen in de regio. Het Amerikaanse luchtoffensief boven Syrië probeert dit te voorkomen. Het kabinet heeft begrip voor deze inspanningen, aldus de ministers.

De Nederlandse inzet is onderdeel van de strategie van een grote groep landen, waaronder landen uit de regio, op initiatief van de VS. Deze strategie draagt bij aan de inzet van de Iraakse regering. Het kabinet verschaft nu duidelijkheid over de Nederlandse bijdrage met het oog op het planningsproces in de VS. Het ministerie van Defensie heeft een team afgevaardigd naar het Amerikaanse commandocentrum en draagt daarmee bij aan de strategische planning van de operatie.

(Rijksoverheid, 24 september 2014)

Artikel-100 brief aan de Tweede Kamer

Audio van de persconferentie waarop de ministers Asscher en Hennis namens het kabinet de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS aankondigden

zaterdag 19 april 2014

Koude Oorlog, lege handen...

Generaal De Kruif viert 200 jarig jubileum landmacht tijdens oplaaiend conflict met Russen

Charles Sanders

Foto Defensie
Op minder dan twee uur vliegen van Amsterdam is de Koude Oorlog opnieuw uitgebroken. Ondanks het akkoord van Genève blijft de Russische dreiging in Oekraïne. Luitenant-generaal Mart de Kruif in het jubileumjaar van zijn Koninklijke Landmacht over een snel veranderende wereld. Intelligent, sociaal en eigenwijs wordt hij genoemd, Mart de Kruif. De man die sinds oktober 2011 de Koninklijke Landmacht leidt, stapt morgen op de fiets om het 200-jarig jubileum van het Nederlandse leger in te luiden. Van Waterloo naar Roermond, via De Peel en Grebbeberg weer terug.

Marianne Vos, Erben Wennemars en Jan Jansen fietsen mee”, zegt De Kruif. ,,We zetten niet alleen de Koninklijke Landmacht in de schijnwerpers, maar hebben met het Jeugdsportfonds ook een belangrijk goed doel voor ogen. De etappe naar de Grebbeberg is essentieel. Voor ons heilige grand, daar is in de meidagen van 1940 zwaar gevochten. Mooi om verleden, heden en toekomst te combineren.”

Dat heden wordt beheerst door de nieuwe Koude Oorlog. Rusland rammelt aan de oostelijke poorten van de NAVO, deze week besloot het bondgenootschap versterkingen te sturen. Pas nadat vanuit Brussel de vuisten werden gebald, bereikten onderhandelaars in Genève een voorlopig akkoord. Bewijs dat het Kremlin alleen naar kracht en eensgezindheid luistert.

Neutronenbom
Luitenant-generaal Mart de Kruif (55) koos voor een officiersloopbaan toen die Koude Oorlog ook volop woedde. In 1977 studeerde hij af aan de KMA. Het was de tijd van felle demonstraties tegen neutronenbom en kruisraket.

,,Militair zijn is een gevaarlijke baan, de mondiale veiligheidssituatie blijft een onzekere factor”, zegt hij. ,,Wat zich nu in en rond Oekraïne afspeelt, verbaast mij niet. Onze geschiedenis bewijst dat er eerder plotseling dreiging kwam uit onverwachte hoek. Wie had dit een jaar geleden voorspeld? Van louter stabiliseren tot wat wij full spectrum operations noemen; het kan dus zomaar gebeuren. En dan staan wij klaar om uit te rukken. Want als het daar buiten allemaal veilig is, hoeven we niet op pad.”

Ondanks jaren van bezuinigen heeft ons leger voor het onverhoopte scenario van verdere escalatie in Cost-Europa nog enkele troeven in huis. Bijvoorbeeld 11 Luchtmobiel, infanteriebrigade van de Koninklijke Landmacht en binnenkort deel van de NATO Response Force. Ruim 4000 manschappen die met transport- en gevechtshelikopters in recordtijd wereldwijd kunnen warden ingezet. In operationele plannen van de NAVO-staf hebben deze rode baretten een belangrijke rol, mocht het misgaan aan de oostgrenzen van het bondgenootschap.

"Ook met de CV9O, ons ‘netwerkvoertuig’, bedienen wij een nichemarkt”, zegt De Kruif. Groepscommandanten kunnen via een speciaal display beelden van de vizieren van hun infanteristen oproepen en zo een indruk krijgen van de gevechtssituatie. Binnen het Duits-Nederlandse Legerkorps kijken onze oosterburen er bewonderend naar.”

De driesterrengeneraal zegt over een gereedschapskist te beschikken met alles wat in bepaalde situaties snel nodig is. Maar door het ongekend snijden in het defensiebudget moesten wel de laatste honderd Leopard II tanks worden uitgezwaaid. En ook van de 200 CV9O’s staan er 44 in de etalage. De hamer in de gereedschapskist ontbreekt.

De machtige Leopards die ooit over de Veluwe rolden, gingen voor een schijntje naar Finland en staan daar straks aan de grens met de Russische Federatie. Uitgerekend in dagen dat Moskou stookt, intimideert en op expansiekoers is.

Vuurkracht
,,Ik hou van het effect van tanks, van hun operationele waarde”, geeft De Kruif toe. ,,Mobiliteit, vuurkracht, bepantsering. Aan het einde van een dag op het slagveld gaat het om de resultaten. Natuurlijk had ik ze liever gehouden.”

Leopard tank: verdwenen uit het Nederlandse arsenaal
Foto: tijdens een amfibische oefening op Curaçao, 2006

Maar nog verder landmachtbreed schrapen, was geen optie meer. Dus werd noodgedwongen afscheid genomen van complete onderdelen. Als we nu tanks nodig hebben, stappen we naar Duitsland. Daar trainen onze militairen ook. Om feeling te behouden met het wapensysteem.”

Mart de Kruif zag het aantal manschappen inkrimpen van 24.000 tot 18.000. Om maatschappelijke waardering voor het leger te vergroten, verlaat een aantal van hen dinsdag de kazernes. Op 200 scholen en in 200 dorpen en steden zetten ze het 200-jarig jubileum luister bij. ,,We gaan naar de burgers toe”, zegt de generaal. ,,Door persoonlijk contact met soldaten laten weten wat we doen en waarom.”

Aan jonge militairen in de lagere rangen is nog steeds behoefte en daarom is er het Project Veiligheid en Vakmanschap. Op 31 scholen krijgen leerlingen een mbo-2 opleiding. Deels ‘normaal’, deels militair: drie weken dienen ze bij een legereenheid. Slechts 15 procent van deze scholieren valt uit, veel minder dan gemiddeld op het mbo”, zegt De Kruif. ,,Als ze geslaagd zijn, kunnen jonge mensen kiezen tussen een burgerbaan of een job bij ons.”

Het menselijke aspect staat hoog in zijn vaandel. Dat was vroeger al zo. De Nederlandse strijdkrachten voeren een zero tolerance-beleid als het gaat om geweld en drugs. Overtreders worden ontslagen. De Kruif kwam na een incident ooit op voor een van zijn manschappen.

,,Een soldaat had gezegd in het weekeinde wel eens te blowen”, aldus de generaal. ,,Toen ik hem sprak, over jeugd en sociale achtergrond, hoorde ik schokkende dingen. Hij had in zijn jongste jaren veel ellende meegemaakt. ‘Wat gebeurt er met die vent als ik hem loslaat?’, vroeg ik mezelf. Ik kende het antwoord: ‘Dan gaat hij de mist in’. We hebben dus niet losgelaten. Een paar jaar geleden ontmoette ik hem weer. Nog steeds militair, nog steeds oké.”

Ook met voormalige Dutchbat III-gangers, de militairen die in Srebrenica gelegerd waren toen die VN-safe haven werd overlopen door Bosnische Serviërs, houdt De Kruif contact. Vaak mannen en vrouwen die na de gruwelen op de Balkan gebroken terugkeerden, aan PTSS lijden en negentien jaar na het humanitaire drama nog steeds onder vuur liggen van linkse advocaten.

Ondanks het schrappen van mens en materieel wordt de Koninklijke Landmacht wereldwijd geroemd. Daarom ook tijdens het 200-jarige feest: komst van bij de beroemde 82e (All-American) en 101e (Screaming Eagles) luchtlandingsdivisies dienende Amerikanen. Nederlandse militairen worden geportretteerd tijdens door het land reizende concerten. Een van hen is kapitein Marco Kroon, ridder Militaire Willems-Orde, nu voor het Korps Commandotroepen op uitzending in Mali.

,,De mens is de kracht van de Koninklijke Landmacht”, zegt De Kruif. ,,Hij of zij moet het doen als het er echt op aankomt, levens kunnen verloren gaan. Gelukkig is daar respect voor. Dat was vroeger anders. Gedurende mijn KMA-jaren mochten we niet in uniform naar huis. Ik herinner me nog een kerkdienst, de dominee zei dat je niet militair en christen kon zijn. Ik ben opgestaan en
weggelopen.”

Uruzgan
Generaal De Kruif en Hans de Vreij
Mart de Kruif werd internationaal bekend in 2008 en 2009. Als ISAF-commandant voor Zuid-Afghanistan stond hij aan het hoofd van 45.000 militairen en task forces in Kandahar, Uruzgan en Helmand. ,,Als je in Afghanistan zit, is zowel succes als falen tastbaar. In mijn tijd verloren we 282 manschappen.”

Op de crematie van soldaat Mark Schouwink, hij sneuvelde vrijdag 18 april 2008 in Uruzgan samen met luitenant Dennis van Uhm, zoon van toenmalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm, sprak Mart de Kruif als zijn brigadecommandant ontroerende woorden.

Wij militairen zijn control freaks, willen altijd alles geregeld hebben, controle houden over wat gebeurt. Daarom plannen we alles. Niet dus, de werkelijkheid is soms gruwelijk anders. Soms gaat de dood zijn gang. Dat was zo bij Mark. Maar naast het besef van onmetelijke pijn hebben wij als collega’s, en ik als commandant, ook een ander gevoel. Trots. Trots om te mogen dienen met zulke goede mensen als Mark. Trots op de moed die hij had om te gaan. Ondanks de gevaren waarvan hij zich heel goed bewust was.”

Van alle afscheidsceremonies in Kandahar, waarbij de kisten van gesneuvelden het vliegtuig naar huis worden ingedragen, herinnert De Kruif zich de schok van één.

Hoogzwanger
,,Als ISAF-commandant maakte ik twee maanden eerder met piloot Kyle van de Giesen een vlucht boven Helmand in zijn gevechtshelikopter”, zegt de generaal. De AH-1 Cobra-vlieger vertelde dat zijn vrouw hoogzwanger was, dat hij snel naar huis, naar Amerika, zou gaan. Tijdens die ceremonie in oktober 2009 wist ik niet wie de dode was. Tot ik zijn naam op de kist las. Van de Giesen. Vlak voor terugkeer omgekomen.”

ISAF 2009. Foto Hans de Vreij
In Uruzgan dwong de Koninklijke Landmacht groot respect af bij de bondgenoten. Amerikanen, Canadezen en Britten roemen nog steeds de inzet van de Nederlandse task forces. Nu dienen soldaten bij de Patriot-batterijen aan de Turks-Syrische grens, in de woestijn van Mali.

,,Gevoel van veiligheid is een groot goed”, zegt luitenant-generaal De Kruif. Ik ken de intenties van Rusland niet, kan niet in het hoofd van Vladimir Poetin kijken. Maar in algemene zin weet ik dat er altijd wel ergens dreiging is. Ik wil tegen de Commandant der Strijdkrachten kunnen zeggen dat zijn opdrachten uitvoerbaar zijn. En tegen ouders dat hun kinderen zo zijn getraind en uitgerust, dat risico’s zoveel mogelijk worden beperkt.”

Over de mannen en vrouwen die op operationele missie waren: ,,Zeven van de tien mensen maken we beter, twee blijven zoals ze waren. Meestal komen veteranen dus rijker terug. Maar keerzijde is dat een enkeling tijdens uitzending wordt beschadigd, bijvoorbeeld door PTSS. In dit vak gaat het er niet alleen om dingen goed te doen. Het gaat er vooral om de goede dingen te doen.”

Commandant Landstrijdkrachten Luitenant-generaal Mart de Kruif. ,,Gevoel van veiligheid is een
groot goed. Ik ken de intenties van Rusland niet, kan niet in het hoofd van Vladimir Poetin kijken.
Maar in algemene zin weet ik dat er altijd wel ergens dreiging is.”

(Telegraaf via Dropbox, 19 april 2014)

donderdag 9 januari 2014

Jubileumjaar Koninklijke Landmacht van start met vaandelgroet

Foto: Defensie
Met een openbare vaandelgroet aan koning Willem-Alexander is donderdag op Plein 1813 in Den Haag de viering van het 200-jarig jubileum van de landmacht gestart. Ruim 1.500 militairen marcheerden in ceremonieel tenue met 24 vaandels langs de koning en brachten als eerbetoon hun groet.

Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Mart de Kruif: "Het vaandel symboliseert trouw aan het koningshuis, kameraadschap en staat voor de offers die gebracht zijn bij het vechten voor vrijheid."

Om het contact met de burgers te versterken was de ceremonie toegankelijk voor bezoekers. Langs de zijlijn en op de tribunes keken zij dan ook in grote aantallen toe. Gewapend met fototoestellen waren de toeschouwers getuige van een bijzonder moment. De 21-jarige Kariem Ahmed was een van de aanwezigen. "Het is zeer indrukwekkend om dit van dichtbij mee te maken. Ondanks het koude weer heb ik er van genoten."

Uniek
Een vaandelgroet is een ceremonieel eerbetoon dat de verbondenheid tussen het koningshuis en de diverse regimenten van de landmacht symboliseert. Een vaandelgroet is vrij uniek voor Nederlandse begrippen. De vorige aan een Nederlands staatshoofd was in 1980 rond de abdicatie van koningin Juliana.

Vaandels van de KMS en KMA (foto: Defensie) 

Boek
Na de vaandelgroet nam de koning het boek '200 jaar Koninklijke Landmacht' in ontvangst. De uitgave is geschreven door medewerkers van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en neemt de lezer mee door 2 eeuwen geschiedenis van het Nederlandse leger. In het boek nemen persoonlijke belevenissen van militairen een belangrijke plaats in. Velen van hen, van soldaat tot generaal en van dienstplichtig tot beroeps, komen aan het woord over hun ervaringen in bijvoorbeeld de Slag bij Waterloo, de Tiendaagse Veldtocht, de Meidagen van 1940, de strijd in Nederlands-Indië en vredesoperaties overal ter wereld.

(ministerie van Defensie, 9 januari 2014)

Volledige uitzending NOShttp://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1388670

zaterdag 14 december 2013

Hennis: drie Nederlandse ex-militairen vechten in Syrië

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer
Datum: 13 december 2013

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Veiligheid en Justitie, de antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden De Roon en Van Klaveren (PVV) aan de ministers van Defensie en van Veiligheid en Justitie over een jihadistische ex-militair. Deze vragen zijn ingezonden op 18 november 2013 met kenmerk 2013Z22413.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert 

Antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden De Roon en Van Klaveren (PVV) aan de ministers van Defensie en van Veiligheid en Justitie over een jihadistische ex-militair (ingezonden op 18 november jl. met kenmerk 2013Z22413).


1
Bent u bekend met het bericht ‘Ex-militair voor jihad naar Syrië’?   

Ja.

2
In hoeverre klopt het dat een ex-militair, die in de periode 2009-2010 dienst deed bij de Koninklijke Landmacht, momenteel als jihadist in Syrië vecht?

Het bericht is waarschijnlijk juist. De in de media genoemde persoon heeft inderdaad dienst gedaan bij Defensie, in de periode oktober 2009 tot juli 2010. Hij heeft de Algemene Militaire Opleiding (AMO) gevolgd en daarna kort een tweetal vervolgopleidingen gevolgd maar voortijdig afgebroken. Hij is nooit bij een operationeel onderdeel werkzaam geweest.

3
Kunt u aangeven of er meer personen zijn, die dienst hebben gedaan in het Nederlandse leger en later meevechten in de islamitische oorlog in Syrië of elders?

Bij Defensie zijn op dit moment naast genoemde persoon twee ex-militairen bekend die mogelijk als jihadist meevechten in Syrië of elders.

4
Deelt u de visie dat het voeren van de jihad per definitie dient te leiden tot het verlies van de Nederlandse nationaliteit? Zo neen, waarom niet?

Van elke persoon die terugkeert uit Syrië wordt gekeken of strafrechtelijk optreden noodzakelijk en mogelijk is. Op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) kan het Nederlanderschap worden ingetrokken als sprake is van een onherroepelijke veroordeling wegens een terroristisch misdrijf. Voorwaarde is dat de betrokken persoon naast de Nederlandse nationaliteit ook nog een andere nationaliteit bezit. Intrekking is niet mogelijk als staatloosheid daarvan het gevolg is (het Europees Verdrag inzake Nationaliteit waarbij Nederland partij is, staat dit niet toe). Voorwaarde is ook dat het misdrijf na 1 oktober 2010 is gepleegd.

(ministerie van Defensie, 13 december 2013)


Links 'Yilmaz' (alias 'Chechclear'), de jihadstrijder en ex-militair 
waarnaar in antwoord op vraag 2 wordt verwezen. Rechts een
andere vermoedelijke Nederlandse jihadstrijder, Victor Droste

maandag 28 oktober 2013

'De landmacht van morgen'

Luitenant-generaal Mart de Kruif

"Mannen en vrouwen, dienend in of verbonden aan de Koninklijke Landmacht. De laatste weken zijn jullie blootgesteld aan veel nieuws en geruchten over onze nabije toekomst. Ik weet uit ervaring dat de onzekerheid die hiermee gepaard gaat ongemakkelijk is. Daarom heb ik u beloofd op het net te komen om meer duidelijkheid te geven zodra dat mogelijk is. Dat is nu het geval.

Door steun uit de Tweede Kamer is de opgedragen bezuiniging kleiner geworden, waarvoor ik dankbaar ben. Maar de resterende bezuiniging is nog steeds zo ingrijpend dat ik, als uw Commandant, dit moment aangrijp om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Dit is het moment voor het CLAS om door te ontwikkelen. Ik heb daarom samen met mijn ondercommandanten een plan ontwikkeld dat binnenkort aan de Tweede Kamer ter goedkeuring wordt voorgelegd. Ik vind dat u er recht op heeft op hoofdlijnen over dit plan te worden geïnformeerd. Gewoon zoals we hebben afgesproken, eigenlijk. Mijn plan is gebaseerd op vier pijlers.

De eerste pijler is 'veelzijdigheid'. Als ik naar de omgeving kijk, dan is duidelijk dat de wereld om ons heen er zeker niet veiliger op wordt. Om daar het hoofd aan te bieden moeten we veelzijdig zijn. In sommige opzichten moeten we zelfs een beetje veelzijdiger worden, is mijn conclusie. Daarom gaan we de brigades allemaal uniek maken waardoor we meer flexibel zijn, sneller kunnen reageren en nog beter worden bij inzet.

De tweede pijler is dat we vol gas doorgaan met de samenwerking met onze internationale partners. We gaan niet alleen samen oefenen, maar ook integreren daar waar mogelijk. Dat is niet alleen de realiteit bij inzet, maar geeft ons ook toegang tot capaciteiten die we organiek niet meer hebben.

De derde pijler is dat we ons meer gaan focussen op potentiële inzetgebieden. Samen met de differentiatie van de brigades zal dat helpen het gat tussen OG en IG zo klein mogelijk te maken. Ook dat verhoogt onze inzetbaarheid.

De vierde pijler is dat we meer gaan testen en experimenteren. Hierdoor kunnen we meer en beter gebruik maken van kennis binnen en buiten de KL, de industrie en onze eigen ervaringen. Zo krijgen we niet alleen beter materieel, maar we moeten het ook sneller kunnen benutten.

Deze vier pijlers zijn en blijven in de toekomst gefundeerd op mensen. Onze militairen, burgers en families zijn onze kracht. Onze officieren zijn leiders, ons onderofficierkorps van wereldklasse, onze korporaals en soldaten klaar voor iedere missie, onze burgers onze enablers en de families onze kracht. Een geweldig potentieel, maar we kunnen er nog meer mee dan we nu doen. Meer en gerichte vorming gaat onze mensen beter maken, we kunnen vullen met nog meer kwaliteit en onze personeelszorg moet beter.

Wat gaan we dan precies doen?

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

Daarnaast hebben we de mogelijkheid een aantal knelpunten van vandaag te kunnen oplossen. Hierbij zal in ieder geval meer capaciteit gaan naar opleiding & training en personeelszorg. Niet veel, maar broodnodig.

Ik hoor u denken, 'mooie woorden, dit hebben we vaker gehoord'. Ik begrijp die reactie. Elke verandering, hoe noodzakelijk ook, heeft zijn prijs. We zetten twee bataljons CV90 op wiel. We gaan wéér reorganiseren. Er verandert weer veel. Toch neem ik deze maatregelen in de volle overtuiging dat we deze weg moeten gaan. Het is nodig, en niet alleen voor onszelf. Wij zijn een onmisbare hoeksteen voor de krijgsmacht. Simpel goed zijn is voor ons niet voldoende, beter worden is de kunst. Wij zijn dat altijd geweest en zullen dat altijd blijven, zolang we investeren in onszelf. Zodat Nederland op ons kan blijven rekenen.

Dit zijn de feiten, maar nog niet alle details. Veel moet nog worden uitgewerkt. Tot zo ver het 'hoe'. Binnenkort zal ik u persoonlijk komen uitleggen waarom ik hiertoe ben gekomen. Ook daar heeft u recht op."

(LGen Mart de Kruif, Facebook, 28 oktober 2013)

zaterdag 19 oktober 2013

Defensie helpt bij zoektocht naar gevaarlijke stoffen in Ede

Specialisten van Defensie zijn gistermiddag en -avond ingezet bij een onderzoek naar de aanwezigheid van gevaarlijke chemische stoffen in Ede. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met de brandweer en politie.


Ede: een militair van het Advies- en Assistentieteam van de speciale
responseenheid voor CBRN-calamiteiten in actie. Foto: Defensie

De stoffen zijn gevonden in de kelder van een vorige week overleden natuurkundedocent. Het is nog niet duidelijk om welke stoffen het exact gaat. Vanwege de mogelijk gevaarlijke chemicaliën waren de bewoners van 50 woningen geëvacueerd. De militairen hebben vervolgens en elke laag van de woning grondig doorzocht.

Detectieploeg
Het is de tweede keer dat het team na alarmering ook daadwerkelijk werd ingezet. De detectieploeg van de speciale responseenheid van Defensie voor CBRN-calamiteiten (Chemisch, Biologisch, Radiologisch, Nucleair) uit Vught is sinds 1 december 2012 operationeel. In Schaarsbergen stond ook nog een peloton van 101 CBRN Compagnie uit Wezep paraat met ontsmettingscapaciteit, voor als er iets mis zou gaan. Bij de metingen in zowel de kelder als in de woning, blijkt dat er hierbij geen gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen.

Responseenheid
Defensie staat 24 uur per dag en 7 dagen per week klaar om Nederland in voorkomend geval te helpen bij een chemische, biologische, radiologische, of nucleaire (CBRN) dreiging of- calamiteit.

Deze gegarandeerde CBRN-capaciteit bestaat uit een respons- en ontsmettingseenheid.  Een Advies- en Assistentieteam en een Detectie-, Identificatie- en Monitoringgroep maken deel uit de responseenheid. Zij kunnen op verzoek van civiele instanties binnen 6 uur steun leveren bij een CBRN-incident.

(ministerie van Defensie, 19 oktober 2013)

dinsdag 15 oktober 2013

Commandant der Strijdkrachten richt nieuwe Defensie-eenheid op

Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, richt op 17 oktober het 1 Civiel en Militair Interactiecommando (1 CMI Co) op. De nieuwe eenheid is bij uitzendingen de spil tussen de commandant van de missie en lokale civiele autoriteiten, NGO’s en internationale instanties. De openingsceremonie van deze nieuwe Defensie-eenheid vindt plaats op een militair tentenkamp achter het EYE Film Instituut Nederland in Amsterdam.

Het 1 CMI Co, waarin militairen zitten van alle krijgsmachtdelen, wordt aangestuurd door de Koninklijke Landmacht.

Deze specialistische eenheid ondersteunt in een bepaald missiegebied de militaire commandant in het coördineren en afstemmen met zowel lokale civiele autoriteiten als internationale organisaties. 1 CMI Co heeft naast 90 beroepsmilitairen ook de beschikking over 900 reservisten. Reservemilitairen leveren een onmisbare aanvullende capaciteit voor Defensie, met name bij de interactie met de civiele omgeving.

Op vrijdag 18 oktober trekken reservisten en hun beroepscollega’s van het 1 CMI Co in kleine teams door het centrum van Amsterdam - dat voor de gelegenheid dienst doet als buitenlands missiegebied - om hun vaardigheden te trainen aan de hand van een verzonnen scenario.

De Amsterdamse middenstand, de gemeente en een aantal lokale organisaties zijn bereid gevonden om als ‘rollenspeler’ aan de oefening mee te werken. Zo trainen de militairen in het voorbereiden en geven van een advies op het gebied van civiel-militaire samenwerking.

Defensie staat voor vrede en veiligheid, in eigen land en daarbuiten. De Nederlandse krijgsmacht neem deel aan missies op diverse plekken in de wereld waarbij interactie met civiele instanties een steeds belangrijkere rol inneemt.

(ministerie van Defensie, 15 oktober 2013)

Aankondiging oefening Borculo 2013 in Amsterdam

Op Twitter: @1CMICommand
Facebook: https://www.facebook.com/1CMICo
Meer informatie: http://www.kvnro.nl/kvnro/1-cmi-commando

dinsdag 8 oktober 2013

Landmacht zamelt geld in voor gewonde collega’s

Op donderdag 10 oktober zamelen circa 1300 medewerkers van de Koninklijke Landmacht via een sportief evenement geld in voor hun gewonde collega’s.

Deze groep gewonden hebben offers gebracht voor de vrede en vrijheid van Nederland en verdienen erkenning en waardering van zowel Defensie als van de samenleving. Via dit evenement wordt deze waardering en verbondenheid extra onderstreept. Op en rond de historische locatie de Grebbeberg haalt de Landmacht met 100 loopteams en circa 90 fietsteams geld op voor gewonde collega’s. Elk team betaalt een minimaal bedrag aan inschrijfgeld en kan eventueel ook door andere collega’s gesponsord worden. De beide sportieve onderdelen zijn zodanig ingericht dat ook gewonden kunnen deelnemen.

De vereniging ‘De Gewonde Soldaat’
Dit jaar gaat de opbrengst van het evenement de Grebbeberg Masters naar de vereniging ‘De Gewonde soldaat’. Een groep van circa 50 militairen, die zware verwondingen hebben opgelopen in Afghanistan, hebben deze Vereniging opgericht met het volgende motto: ”Wij zijn thuisgekomen, maar hebben daar wel een hoge prijs voor betaald. Dagelijks worden we daarmee geconfronteerd omdat we blijvend letsel hebben overgehouden aan de verwondingen die wij opliepen tijdens gevechtsacties. Door alles wat wij hebben meegemaakt, voelen we ons verbonden. Wij zijn gewond geraakt maar niet verslagen”

De vereniging vraagt met dit motto meer begrip, erkenning en waardering voor deze speciale groep veteranen die zware verwondingen hebben opgelopen tijdens hun uitzending. De vereniging heeft al een goede bestemming voor het geld; gezamenlijke deelname aan een internationaal sportevenement voor gewonde militairen in de VS en de aanschaf van handbikes. De Landmacht hoopt op deze dag’, waarin saamhorigheid de boventoon voert, een mooi bedrag op te halen voor de vereniging ‘De Gewonde Soldaat’.

(ministerie van Defensie, 8 oktober 2013)


vrijdag 27 september 2013

Symposium brengt veiligheidpartners nader tot elkaar

Het stereotype beeld van zandzakken sjouwende militairen heerst nog altijd als het gaat om de inbreng van de krijgsmacht bij crises in eigen land. Maar militaire bijstand is veel meer. Civiele en militaire autoriteiten spraken gisteren tijdens het symposium ‘De Genie dient Nederland’ over de meerwaarde van Defensie bij nationale calamiteiten en steunverleningen. Het congres, georganiseerd door de landmacht, vond plaats op de Prinses Margrietkazerne in Wezep.

Show niet stelen
Of het nu gaat om ondersteuning bij het blussen van branden, het traceren van vermiste personen, het zoeken naar drugs en crimineel geld of hulp bij rampen. Defensie ondersteunt dag en nacht, zichtbaar en onzichtbaar civiele partners zoals politie, brandweer en gemeenten. “Defensie wil de show niet stelen of de controle overnemen. Militaire inzet is altijd ondersteunend en vindt altijd onder civiel gezag plaats. Het gaat erom dat je alle middelen kunt bijzetten als dat nodig is”, zei Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.

Landmachtmiltair met detectieapparatuur voor chemische strijdmiddelen
Foto: Defensie

Beter verankerd
Het symposium was niet alleen bedoeld om de defensiecapaciteiten voor het voetlicht te brengen. Het bood de veiligheidspartners ook de mogelijkheid om elkaar beter te leren kennen en waarderen. Succesvol optreden in een multidisciplinair verband kan tenslotte alleen als je elkaar kent en op elkaar bent ingespeeld.

Haal drempels weg
Volgens Middendorp is de ‘groene kolom’ steeds beter verankerd in de Veiligheidsregio’s. Toch bemerkt de generaal nog schroom bij de veiligheidspartners om de hulp van militairen in te roepen. Middendorp: “Er zijn nog steeds drempels waar we overheen moeten stappen. Mijn boodschap is: haal die drempels weg of stap er overheen.”

Een van de werkverbanden die de samenwerking moet versterken, is de werkgroep Versterking Civiel Militaire samenwerking (VCMS). De deelnemers kijken zowel naar de vraag- als de aanbodzijde. Dus waar hebben de civiele partijen behoefte aan? Maar ook wat heeft Defensie te bieden.

Unieke specialiteiten
De Genie fungeerde niet toevallig als gastheer. Als de aannemer van Defensie hebben zij unieke specialiteiten in huis. Die zijn niet alleen in het missiegebied essentieel, maar even waardevol in eigen land. De deelnemers maakten hier persoonlijk kennis mee. Zo waren er demonstraties op het gebied van de bouw van nutsvoorzieningen, onderwaterbouw, het zoeken naar sporen bij misdrijven. En liet een militaire eenheid zien hoe een terroristische aanval met chemische middelen wordt afgeslagen.

(ministerie van Defensie, 27 september 2013)

dinsdag 17 september 2013

Toekomstvisie Defensie: inzetbaarheid

(...)
De krijgsmacht is vanaf 2014 inzetbaar voor:

1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen
van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk
verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.

2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en
rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de
belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd,
waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat
kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

- Op land: eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde
taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de
presentie in het Caribisch gebied).

- Op en vanaf zee: eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

- In de lucht: tot de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

- Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

- Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

- Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning
(combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van
internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van
ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in
wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

- De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de
beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de
Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

- Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen
(cybercapaciteit);

- Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in
het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

- Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises - zo nodig met alle op dat moment
beschikbare eenheden.

4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1)als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit twee roulerende compagnieën van het CZSK of het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

(Ministerie van Defensie, 17 september 2013)

vrijdag 6 september 2013

Staat aansprakelijk voor dood drie moslimmannen Srebrenica

De Nederlandse Staat is aansprakelijk voor de dood van drie moslimmannen uit Srebrenica. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

De mannen hadden hun toevlucht gezocht tot de compound van Dutchbat. Dutchbat besloot hen niet mee te evacueren met het bataljon en stuurde hen op 13 juli 1995 weg van de compound. Buiten de compound werden zij vermoord door het Bosnisch-Servische leger of aanverwante paramilitaire groepen.

In een tweetal uitspraken bevestigt de Hoge Raad eerdere uitspraken van het hof Den Haag uit 2011 (ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0132 en ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0133) en 2012 (ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9015 en ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9014) en verwerpt hij het cassatieberoep dat de Staat tegen deze uitspraken instelde.

Achtergrond
In beide zaken gaat het om gebeurtenissen die plaatsvonden kort na de val van de enclave Srebrenica op 11 juli 1995.

Hasan Nuhanović was in dienst van de Verenigde Naties. Hij was als tolk werkzaam op de compound in Potočári waar Dutchbat gelegerd was. Hij beschikte over een VN-pas en stond op de lijst van lokaal personeel dat met Dutchbat mee mocht evacueren. Zijn vader Ibro, zijn moeder Nasiha en zijn broer Muhamed hadden na de val van de enclave hun toevlucht gezocht op de compound. Zij stonden niet op de lijst van lokaal personeel en kregen op 13 juli 1995 te horen dat zij de compound moesten verlaten. Kort daarna zijn zij door het Bosnisch-Servische leger of aanverwante paramilitaire groepen vermoord. Hasan is de eisende partij in de ene zaak.

Rizo Mustafić was in dienst van het gemeentebestuur van Srebrenica en door dit gemeentebestuur bij Dutchbat gedetacheerd, om als elektricien werkzaam te zijn op de compound. Na de val van de enclave had ook Rizo met zijn vrouw en kinderen zijn toevlucht gezocht op de compound. Het gezin kreeg op 13 juli 1995 te horen dat het de compound moest verlaten. Kort daarna is Rizo door het Bosnisch-Servische leger of aanverwante paramilitaire groepen vermoord. Zijn vrouw en kinderen hebben het overleefd. Zij zijn de eisers in de andere zaak.

Twee centrale vragen
In de procedure bij de Hoge Raad staan twee vragen centraal:

1. Kan het optreden van Dutchbat aan de Staat worden toegerekend?
2. Was het optreden van Dutchbat onrechtmatig.

Toerekening?
De Hoge Raad beantwoordt de vraag of het optreden van Dutchbat aan de Staat kan worden toegerekend, aan de hand van het internationaal recht. Daarbij sluit de Hoge Raad aan bij twee regelingen die zijn opgesteld door de International Law Commission van de Verenigde Naties.

De Hoge Raad oordeelt dat het internationaal recht toelaat dat een gedraging niet alleen wordt toegerekend aan de Verenigde Naties, die de leiding hadden over de vredesmissie, maar ook aan de Staat, omdat de Staat effective control had over het verweten optreden van Dutchbat. Het hof heeft dan ook mogen oordelen dat het optreden van Dutchbat aan de Staat wordt toegerekend.

Onrechtmatig?
Het hof heeft beslist dat het optreden van Dutchbat onrechtmatig was volgens het nationale recht van Bosnië-Herzegovina, dat in dit geval van toepassing is. Dit is in cassatie zonder succes bestreden. De Hoge Raad voegt nog toe dat een terughoudende toetsing van het optreden van Dutchbat zoals door de Staat is bepleit, zou betekenen dat nagenoeg geen ruimte zou bestaan voor de beoordeling door de rechter van het optreden van een troepenmacht in het kader van een vredesmissie. Dat is volgens de Hoge Raad onaanvaardbaar. Wel moet de rechter die achteraf de gedragingen van een troepenmacht beoordeelt, ermee rekening houden dat het hier gaat om onder grote druk in een oorlogssituatie genomen beslissingen.

Dit is een nieuwsbericht naar aanleiding van de uitspraken van de Hoge Raad van 6 september 2013. De volledige uitspraken (12/03324 en 12/03329) zijn gepubliceerd op www.hogeraad.nl, ECLI:NL:HR:2013:BZ9225 en ECLI:NL:HR:2013:BZ9228

(Hoge Raad, 6 september 2013)

donderdag 22 augustus 2013

Grote groep actief dienende militairen nu ook veteraan

Draaginsigne
Veteranen
Ongeveer 850 actief dienende militairen hebben vandaag tegelijk het Draaginsigne Veteranen ontvangen. Meer dan 700 landmachtmilitairen met uitzendervaring ontvingen het insigne in Ermelo, ’t Harde en Roosendaal. Alle nieuwe veteranen kregen ook het Handboek Veteraan om hen te informeren over hun status als veteraan. Met de aanpassing van de Veteranenwet heeft de Koninklijke Landmacht als grootste krijgsmachtdeel 20.000 veteranen in werkelijke dienst erbij gekregen.

In Vlissingen kregen de bijna 170 opvarenden van het M-fregat Zr.Ms. Van Speijk naast het insigne ook de veteranenpas. Het schip is actief geweest voor de antipiraterijmissie Ocean Shield van de NAVO.

Handboek
De komende maanden krijgen alle ‘nieuwe’ veteranen bij Defensie hun Draaginsigne Veteranen en het Handboek Veteraan uitgereikt. Op de Veteranendag op 29 juni reikte Minister Jeanine Hennis op het Binnenhof de eerste draaginsignes voor veteranen uit aan militairen in werkelijke dienst. Toen aan slechts een vertegenwoordiger per krijgsmachtdeel.

Waardering
Het Draaginsigne Veteranen is in 2003 ingevoerd, maar werd tot 29 juni van dit jaar alleen uitgereikt aan militairen die niet meer actief dienden. Het symboliseert een algemene waardering voor het belangrijke en risicovolle werk dat veteranen in het verleden hebben verricht. Daarnaast heeft het een belangrijke functie voor de herkenning van veteranen onderling.

(ministerie van Defensie, 22 augustus 2013)

woensdag 26 juni 2013

'ScanEagle' nu ook in gebruik bij de Landmacht

Het onbemande toestel ScanEagle is vanaf vandaag ook in Nederland operationeel inzetbaar voor Defensie. Na een testperiode heeft de Defensie Materieelorganisatie het vliegtuigje kunnen overdragen aan de Koninklijke Landmacht. Het toestel maakte vandaag de eerste officiële vluchten bij Vliegveld Deelen.

De ScanEagle is een zogenoemd tactisch UAS (Unmanned Aerial System). Het onbemande vliegtuig vervangt de Sperwer die tot 2011 dienst deed. Het systeem is een belangrijke aanvulling op de mogelijkheden om informatie te verzamelen.

ScanEagle en katapult. foto: Defensie


Morderner
De nu operationeel inzetbare ScanEagle is moderner dan de versie die wordt ingezet voor de antipiraterijmissie voor de kust van Somalië. De nieuwe exemplaren verzenden informatie digitaal in plaats van analoog. In totaal worden 6 nieuwe ScanEagles aangeschaft.

Flexibiliteit
Onbemande vliegtuigen zijn sinds 1998 in gebruik binnen de krijgsmacht. Ze zijn in staat om videobeelden door te zenden naar militaire eenheden, die hierdoor sneller en beter kunnen reageren op veranderende situaties. Dit geeft ze vooral in een vijandige omgeving meer flexibiliteit en een voorsprong op de tegenstander.

Civiele autoriteiten
Behalve de inzet in militaire operaties zijn onbemande vliegtuigen ook een waardevolle aanvulling voor de civiele autoriteiten. Zo werden in het verleden regelmatig vliegtuigjes van het systeem Raven ingezet om toezicht te houden of om bij te dragen in strafrechtelijke onderzoeken zoals de opsporing van hennepplantages.

Onbewapend
De Nederlandse krijgsmacht heeft uitsluitend de beschikking over onbewapende onbemande vliegtuigen. In militaire operaties zijn ze succesvol ingezet in Afghanistan en bij de NAVO-antipiraterijmissie Ocean Shield.

(ministerie van Defensie, 26 juni 2013)

(Nota bene: de NOS meldt dat de ScanEagle voorlopig niet daadwerkelijk kan worden ingezet. Omdat het toestel een hoogte van ruim 4 kilometer kan bereiken kan het een gevaar vormen voor de burgerluchtvaart. Vreemd dat dit probleem niet is 'gedeconflicteerd' vóór de officiële presentatie aan de pers! HdV)

Peter ter Velde ‏@Peettv
Scan Eagle kan voorlopig nog niet in Nederland worden ingezet. Toestel vliegt daarvoor te hoog; luchtruim te druk.

donderdag 30 mei 2013

Kolonel Hans Damen ‘Ambtenaar van het Jaar’

Het magazine PM (Public Mission) heeft landmachtkolonel Hans Damen uitgeroepen tot Ambtenaar van het Jaar. Secretaris-generaal Erik Akerboom, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Defensie, reikte vandaag de prijs uit aan Damen. Hij krijgt de titel vanwege de persoonlijke en menselijke wijze waarop hij een reorganisatie uitvoert en vanwege zijn openheid van werken, onder andere via sociale media.

kolonel Hans Damen
Kolonel Damen is trots op de uitverkiezing. “Ik ben ontzettend blij met deze prijs. Ik was op bezoek bij DAF, toen ik werd gebeld. Ik kreeg het warm toen ik het hoorde.” De commandant van het Materieellogistiek Commando van de landmacht is zeer actief op de sociale media Twitter, Facebook en LinkedIn. “Ik vind het belangrijk dat de maatschappij weet wat Defensie nou eigenlijk doet. Het goede werk wat we doen, moeten we meer laten zien.”

Waardering
“Damen zoekt de grenzen op, pioniert met sociale media in de van oudsher gesloten omgeving van Defensie en hij durft binnen de strijdkrachten een tegendraads geluid te laten horen”, luidt het jurycommentaar. “Hij staat voor transparantie en openheid, dat maakt dat wij vinden dat hij excelleert.”

“Het is een persoonlijke prijs, maar ik denk dat het voor alle militairen leuk is om via deze weg gewaardeerd te worden”, zegt Damen. De kolonel is ook betrokken bij Ambtenaar 2.0, een netwerk van innovatieve en initiatiefrijke ambtenaren die willen bijdragen aan een betere overheid.

Derde keer
De kolonel werd door een deskundige jury verkozen uit 14 finalisten, bij het publiek eindigde Damen als tweede. De vakjury bestaat uit onder andere oud-ministers Liesbeth Spies en Winnie Sorgdrager en de burgemeester van Leeuwarden Ferd Crone. Het is de derde keer dat de ‘Ambtenaar van het Jaar’ wordt verkozen door PM, een vakblad voor ambtenaren. Vorig jaar won projectmanager Renate Westdijk van de gemeente Leeuwarden de verkiezing en de eerste editie kwam op naam van gezinsmanager Ganna van Bijleveld (Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam).

(ministerie van Defensie, 30 mei 2013)

donderdag 31 januari 2013

Industrie verdiept zich in onderhoud landmacht

Vertegenwoordigers van 5 Nederlandse defensie-industrieën brachten gisteren een bezoek aan de landmacht in Oirschot. Het vijftal kreeg bij 13 Herstelcompagnie een beter beeld van de manier waarop het krijgsmachtdeel onderhoud pleegt.

De bedrijven maken deel uit van het zogenoemde Land Maintenance Initiative (LMI) dat de samenwerking tussen hen en de landmacht wil verdiepen. Het doel is het materieel tegen zo laag mogelijke exploitatiekosten zo effectief mogelijk in te zetten.

Kijkje
De partners moeten elkaar daarom goed kennen. Al eerder nam Defensie een kijkje bij deelnemende bedrijven: Dutch Defence Vehicle Systems, Rheinmetall MAN Military Vehicles Nederland, Scania Nederland, Thales Nederland  en Van Halteren Metaal.

Industrie bezoekt 13 Herstelcompagnie. Foto: Landmacht

Eisen
Ondanks veel overeenkomsten met de industrie stelt onderhoud onder operationele omstandigheden andere eisen aan monteurs, opleiding, organisatie en uitrusting. De overeenkomsten liggen vooral in de uitvoering van het onderhoud op de kazerne. Inmiddels zijn meer mogelijkheden voor verdieping van de samenwerking geïdentificeerd.

(ministerie van Defensie, 30 januari 2013)

woensdag 9 januari 2013

Brief commandant Landstrijdkrachten over effecten WUL

21 december 2012

Mannen en vrouwen van het Commando Landstrijdkrachten.

Ik heb slecht nieuws. De meesten van ons gaan binnenkort minder loon krijgen. De reden hiervoor is dat per 01 januari 2013 de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) in werking treedt. Het doel van deze wet is een vereenvoudiging door te voeren voor de heffingen die de werknemer verplicht is in te houden op het loon. Het resultaat is dat per 2013 dezelfde grondslagen gelden voor de loonheffing, de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW).

In de huidige situatie wordt de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) voor de Zorgverzekeringswet eerst ingehouden op het salaris van de werknemer. Dit wordt vervolgens volledig vergoed door de werkgever (die dus de IAB betaalt). Het effect op het salaris van de Nederlander is dat voor 88% van de mensen geldt dat het loon anderhalf procent hoger of lager wordt, in totaal zal het saldo ongeveer nul zijn. Het is dus niet bedoeld als een korting. Deze effecten gelden ook voor onze burgermedewerkers.

Door de nieuwe wijze van heffing ook toe te passen voor militairen, die een apart ziektekostenstelsel hebben, zal het voor ons militair personeel echter uitsluitend negatieve inkomensconsequenties hebben. Deze consequenties zijn nu doorgerekend en dus bekend. Omdat de Minister heeft besloten in 2013 een belangrijk deel van de negatieve effecten te compenseren, worden de effecten gedempt. Desondanks gaan alle militairen van de krijgsmacht er op achteruit, en sommigen nog meer dan de reeds aangegeven anderhalf procent. Hoe de verdeling precies gaat lopen weet ik nu nog niet. Wel gaat het vooral ten laste van het inkomen van onze manschappen en korporaals en militairen in de rang van luitenant-kolonel en hoger. De Minister streeft ernaar vanaf april in ieder geval de negatieve consequenties door betere spreiding te kunnen dempen, zodat niemand er meer dan anderhalf procent op achteruit gaat.

Naar aanleiding van bovenstaande hebben de vakbonden het reguliere overleg opgeschort en ligt dus ook de reorganisatie voorlopig stil. De Minister vind dit niet juist en zal daarom de formele weg gaan bewandelen om dit conflict op te lossen, binnenkort weten we wat dit precies betekent voor de reorganisatie.

Dit alles is voor u en mij een domper. U kunt er op rekenen dat ik, in nauwe samenwerking met mijn collega's, er alles aan zal doen de financiële positie van de militair in lijn te brengen met wat wij van u vragen. En dat is haaks op wat ik hierboven beschrijf. Maar voorlopig is dat wel de werkelijkheid. Binnenkort zult u ook Defensiebreed tot in detail worden geïnformeerd omtrent deze wetgeving en de consequenties hiervan. Desondanks vind ik het mijn plicht om u ook in de Commandantenlijn te informeren.

(Bron: Defensiebond ODB. De bond heeft verder een aantal berekeningen van de effecten van de 'WUL' gepubliceerd, deze staan los vermeld bij de brief van Generaal De Kruif).