Posts tonen met het label toekomstvisie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toekomstvisie. Alle posts tonen

vrijdag 25 oktober 2013

CDS: extra geld is goed nieuws voor de krijgsmacht

Er wordt extra geld vrijgemaakt voor Defensie! Ik vind dit goed nieuws. De gekozen toekomstrichting van onze krijgsmacht blijft hetzelfde maar we kunnen hiermee wel een aantal ingrijpende en pijnlijke maatregelen uit de nota “In het belang van Nederland” aanpassen.

Zo blijft het 45 Pantserinfanteriebataljon behouden, blijft de Johan Willem Frisokazerne in Assen open, wordt er extra geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helicopter, blijft Vliegbasis Leeuwarden een ‘Main Operating Base’ en wordt de Karel Doorman, het Joint Support Ship (JSS), toch in de vaart genomen als bevoorradingsschip.

Met al deze ontwikkelingen kunnen ook een fors aantal meer arbeidsplaatsen worden behouden. De Minister voert op 6 november het debat over de nota met de Tweede kamer en de begrotingsbehandeling in de week erna. Dan maken we definitief de balans op. Ik blijf ondertussen doorgaan met vechten voor onze krijgsmacht en ons verhaal vertellen.

Generaal Tom Middendorp

(Commandant der Strijdkrachten, Facebook, 25 oktober 2013)

donderdag 19 september 2013

Algemene Rekenkamer: Validering nota 'In het belang van Nederland'

De Algemene Rekenkamer heeft op verzoek van de minister van Financiën onderzoek gedaan naar de visie op de krijgsmacht van de toekomst, zoals de minister van Defensie die heeft vervat in de nota ‘In het belang van Nederland’. We hebben gekeken naar de financiële onderbouwing van de in de nota beschreven maatregelen. Deze biedt volgens ons de best mogelijke financiële benadering met de op dit moment beschikbare gegevens voor besluitvorming over de gepresenteerde keuzes. De financiële onderbouwing biedt als raamwerk houvast, maar heeft per keuze beperkte houdbaarheid, die bovendien per keuze verschilt.

Conclusies

Financiële onzekerheid opvolger F-16 beter vertaald in budget

De financiële onzekerheid rond de keuze voor de opvolger van de F-16 is in de nota beter vertaald naar beschikbare budgetten dan tevoren. De financiële inpasbaarheid van de keuze om deze budgetten te gebruiken voor de aanschaf en exploitatie van 37 JSF-toestellen (inclusief de al gekochte twee testtoestellen) beschouwen we op basis van de op dit moment beschikbare gegevens als maximaal onderbouwd. Deze positieve ontwikkeling biedt echter geen zekerheid dat Defensie in staat zal zijn van jaar tot jaar alle uitgaven binnen die gegeven financiële ruimte te houden. Dit geldt zowel voor de aanschaf en exploitatie van de JSF als voor de nota als geheel.

De nota heeft de door de Algemene Rekenkamer al in 2009 gesignaleerde beperkingen in het keuzeproces van het toestel dat de F-16 opvolgt niet weggenomen.

Meevallers niet automatisch voor aanschaf meer JSF-toestellen
We vinden het een goede zaak dat in het budget voor vervanging van de F-16 een ruime risicoreservering wordt aangehouden. In de nota gaat de minister van Defensie ervan uit dat als meevallende kostenontwikkelingen tot vrijval hiervan leidt, deze middelen benut kunnen worden voor de aanschaf van meer JSF-toestellen. De constatering dat minder dan 37 toestellen kunnen worden gekocht, zou volgens de minister leiden tot een heroverweging van het hele project. Wij zijn van mening dat ook meevallers zouden moeten leiden tot een heroverweging, en niet automatisch tot meer toestellen.

Inzetbaarheid van de krijgsmacht
Om de krijgsmacht financieel en operationeel duurzaam te maken heeft de minister van Defensie de minister de inzetbaarheidsdoelstellingen verlaagd, en per krijgsmachtonderdeel maatregelen genomen om beter aan de nieuwe inzetbaarheidsdoelstellingen te kunnen voldoen. Ook wij vinden dat de ambities van de krijgsmacht en de mogelijkheden om die te realiseren dichter bij elkaar zijn gebracht. Maar volgens ons zijn ze nog niet in balans waardoor ook in de toekomst concessies gedaan zullen moeten worden aan de uitvoering van taken of aan de getraindheid van het personeel.

Bij het begin van het JSF-project ging het ministerie nog uit van de inzet van squadrons die samen meer dan 50 jachtvliegtuigen omvatten. De minister gaat er in haar nota van uit dat zij met 37 JSF’s – er zijn nu nog 68 F-16’s in gebruik – altijd vier jachtvliegtuigen beschikbaar heeft voor internationale missies. Haar inzetbaarheidsberekeningen zijn echter niet compleet. Niet alle trainingsuren zijn meegerekend en op andere aspecten zijn de berekeningen optimistisch. De inzet van vier jachtvliegtuigen zonder aantasting van training of andere taken is daarom twijfelachtig.

De inzetbaarheid van de krijgsmacht wordt vanwege de in de nota gemaakte keuzes op meer onderdelen beperkt.

Zo leidt minder training van Chinook-helikopter-bemanningen ook tot beperkingen voor de inzet van de luchtmobiele brigade van de landmacht.

Bij de keuze van de minister om het Joint Support Ship niet in gebruik te nemen, verlaagt de minister de ambities van de marine en bespaart zo exploitatielasten.

Het vastgoedvoorstel in de nota (onder meer nieuwbouw Vlissingen) ontbeert nog steeds een volwaardige business case gebaseerd op een stabiele en deugdelijke raming van de vastgoedbehoefte.

(Algemene Rekenkamer, 19 september 2013)

Volledig rapport Rekenkamer (.pdf, 6 mB)

woensdag 18 september 2013

Toespraak minister Hennis-Plasschaert over toekomst Defensie

 


Tekst toespraak:

Mannen en vrouwen van Defensie,

Vandaag heb ik, namens het kabinet, de nota over de toekomst van de krijgsmacht naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze nota geven we de strategische richting aan voor een toekomstbestendige krijgsmacht.

We maken ook keuzes. Keuzes die de opmaat zijn naar vernieuwing en innovatie. Keuzes om de financiële huishouding van Defensie op orde brengen. Keuzes die een einde maken aan jarenlange discussies.

U kent als geen ander de waarde van de krijgsmacht. Velen van u hebben meerdere uitzendingen gedraaid. Zich staande gehouden op het gevechtsveld. U hebt het gediend. In het belang van Nederland, in het belang van de internationale rechtsorde. En met u zeg ik: Defensie is geen luxe, maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart.

We weten allemaal, dat de financieel-economische problemen van ons land nog niet zijn opgelost. En hoewel er geen nieuwe gerichte bezuinigingen op Defensie zijn, worden we toch geraakt. Voor een deel is dat het gevolg van maatregelen waar iedereen, de hele overheid en dus ook Defensie, last van heeft. Maar het komt ook omdat ons eigen huishoudboekje niet op orde was. Kortom: ook de interne financiële tegenvallers, waarover ik al voor de zomer sprak, hebben we in deze nota moeten opvangen. Dit alles betekent dat we maatregelen hebben getroffen voor een bedrag van 348 miljoen euro.

In het belang van Nederland kiezen we voor een krijgsmacht die op alle geweldsniveaus kan opereren. Er is immers niet zoiets als een standaardrecept voor militaire inzet. Wel zal die inzet minder langdurig zijn. We kiezen nadrukkelijk voor samenwerken op alle niveaus. We kiezen voor investeren in vernieuwing. En ja, ook nemen we het noodzakelijke besluit voor de opvolging van de F-16. De F-35 is het toestel dat de meeste militaire mogelijkheden biedt. En ook voor onze vliegers het meest veilige toestel is. Deze aanschaf gaat niet ten koste van de andere krijgsmachtdelen.

Ik realiseer me heel goed dat de nota opnieuw ingrijpende maatregelen bevat. Opnieuw leveren we arbeidsplaatsen in. Opnieuw zetten we eenheden stil, stoten we materieel af en sluiten we kazernes. En dat gaat ook mij aan het hart. Aanvullende keuzes waren echter onontkoombaar. Maar let wel: alleen door nu richting te kiezen kunnen we inzetten op een krijgsmacht die ook in de toekomst militair relevant is. Een krijgsmacht die financieel op orde is.

Collega’s, na twee decennia van reorganisaties en hervormingen wordt het echt hoog tijd om weer vooruit te kunnen kijken. De herwaardering van Defensie door politiek en samenleving zal er de komende jaren toe doen. En dat is dan ook broodnodig. Want vrijheid en veiligheid, het is niet vanzelfsprekend. Het vereist permanente inspanning en een besef van een waarde van Defensie in de samenleving en in de politiek. In zal hier de komende jaren voor knokken. In het belang van u, in het belang van Defensie, in het belang van Nederland.

CDS Generaal Middendorp: bezuinigingen op Defensie zijn te verdedigen maar wel 'zuur'

Audio: Interview Generaal Middendorp met Wilco Boom, Radio 1 Journaal, 18 september 2013


Generaal Tom Middendorp,
Commandant der Strijdkrachten

dinsdag 17 september 2013

Toekomstvisie Defensie: inzetbaarheid

(...)
De krijgsmacht is vanaf 2014 inzetbaar voor:

1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen
van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk
verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.

2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en
rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de
belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd,
waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat
kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

- Op land: eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde
taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de
presentie in het Caribisch gebied).

- Op en vanaf zee: eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

- In de lucht: tot de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

- Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

- Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

- Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning
(combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van
internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van
ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in
wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

- De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de
beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de
Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

- Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen
(cybercapaciteit);

- Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in
het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

- Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises - zo nodig met alle op dat moment
beschikbare eenheden.

4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1)als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit twee roulerende compagnieën van het CZSK of het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

(Ministerie van Defensie, 17 september 2013)

Krijgsmacht kleiner, maar blijft breed inzetbaar

De toekomstige krijgsmacht is operationeel duurzaam, betaalbaar, toekomstbestendig en internationaal inpasbaar. Dat staat in de nota ‘In het belang van Nederland’.

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert heeft de nota vandaag aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin wordt niet alleen de strategische richting van Defensie voor de toekomst vastgesteld, maar ook de inrichting van de krijgsmacht binnen de financiële kaders bepaald. Het kabinet kiest daarbij voor operationeel én financieel duurzaam. De hoofdtaken zijn uitvoerbaar door meer internationale samenwerking.

Relevant
De krijgsmacht blijft breed inzetbaar in allerlei scenario’s. Een belangrijke keuze is het verlagen van het ambitieniveau van de krijgsmacht. Met het doorvoeren van de maatregelen uit de Nota kan de krijgsmacht naast kleine missies en nationale taken, nog één grotere operatie op zee, op land en in de lucht uitvoeren.

Ook kiest het kabinet binnen het beschikbare budget voor innovatie en nieuwe investeringen. Zo zal de verouderde F-16 worden vervangen door de F-35 en wordt de oprichting van het Cyber Commando versneld. Daarnaast wordt nadrukkelijk ingezet op intensivering van de samenwerking met zowel internationale partners als nationale, civiele autoriteiten

“Door nu richting te kiezen, zetten we in op een toekomstbestendige krijgsmacht. Een krijgsmacht die militair relevant is”, aldus minister Hennis.

De belangrijkste keuzes:

Zeestrijdkrachten
- Verkoop Joint Support Ship,  verwerving goedkopere tanker.
- 32e Marinierscompagnie op Aruba opgeheven, taken naar roulerende eenheden marinine en landmacht.
- Sluiting Van Ghentkazerne Rotterdam na oplevering marinierskazerne Vlissingen.
- Sluiting Joost Dourleinkazerne Texel, blijft in gebruik als oefengebied.

Landstrijdkrachten
- 45ste Pantserinfanteriebataljon Ermelo opgeheven.
- Johan Willem Frisokazerne Assen sluit, daar gelegerde eenheden naar Havelte en Schaarsbergen.
- Gereedstelling luchtmobiele bataljons aangepast.

Luchtstrijdkrachten
- F-35 vervangt vanaf 2019 de F-16; aanschaf in totaal 37 toestellen.
- In 2014 aantal F-16’s teruggebracht met 7.
- Status vliegbasis Leeuwarden verandert in 2015 naar Deployed Operating Base (minimale basis functionaliteiten, beperking overhead).
- Voornemen tot gezamenlijke bewaking luchtruim BENELUX met Belgen (QRA).
- Verkoop Gulfstream.
- Sluiting AOCS Nieuw Milligen.

Marechaussee
- Taken blijven ongewijzigd.
- Door maatregelen bij OPCO’s nemen militaire politietaken af.
- Van territoriale indeling naar informatie gestuurd.

Nota 'In het belang van Nederland'

Defensiekrant 20

Factsheet 'In het belang van Nederland'

Vragen en antwoorden 'In het belang van Nederland'

Summary paper 'In the interest of the Netherlands'

Blog minister Hennis: ‘In het belang van Nederland’

Vandaag heb ik, namens het kabinet, de nota over de toekomst van de krijgsmacht naar de Tweede Kamer gestuurd.

In deze nota, ‘In het belang van Nederland’, geven we de strategische richting aan voor een toekomstbestendige krijgsmacht. We maken keuzes. Keuzes die de opmaat zijn naar vernieuwing en innovatie. Keuzes om de financiële huishouding van Defensie op orde te brengen. Keuzes die een einde maken aan soms jarenlange discussies.

Van nieuwe, gerichte bezuinigingen op Defensie is geen sprake. Toch worden we geraakt. Voor een deel is dat het gevolg van maatregelen waar iedereen, de hele overheid en dus ook Defensie, last van heeft. De financieel-economische problemen van ons land zijn immers nog niet opgelost. Maar het komt ook omdat ons eigen huishoudboekje niet op orde was. Kortom: ook de interne financiële tegenvallers, waarover ik al voor de zomer sprak, hebben we in deze nota moeten opvangen. Dit alles betekent dat we maatregelen hebben getroffen voor een bedrag van 348 miljoen euro.

Collega's,
We kiezen voor een krijgsmacht die op alle geweldsniveaus kan opereren. Er is immers niet zoiets als een standaard recept voor militaire inzet. Wel zal de inzet minder langdurig zijn. We kiezen nadrukkelijk voor samenwerken, nationaal en internationaal. We kiezen voor investeren in vernieuwing. En ja, ook nemen we
het noodzakelijke besluit over de opvolging van de F-16. De F-35 is het toestel dat de meeste militaire mogelijkheden biedt en voor onze vliegers ook het meest veilige toestel is. Deze aanschaf gaat niet ten koste van de andere krijgsmachtdelen.

Ik realiseer me heel goed dat de nota opnieuw ingrijpende maatregelen bevat. Opnieuw leveren we arbeidsplaatsen in, zetten we eenheden stil, stoten we materieel af en sluiten we kazernes. Dat gaat ook mij zeer aan het hart.

Aanvullende keuzes waren echter onontkoombaar. Maar let wel, door nu richting te kiezen, kunnen we inzetten op een krijgsmacht die ook in de toekomst militair relevant is, een krijgsmacht die financieel op orde is.

Uw zorgen hierover, begrijp ik maar al te goed. Juist omdat het na 20 jaar van reorganiseren en hervormen, hoog tijd wordt om weer vooruit te kunnen kijken.

De herwaardering van Defensie door politiek en samenleving zal er de komende jaren toe doen. En dat is dan ook broodnodig. Vrijheid en veiligheid. Het is immers niet vanzelfsprekend. Het vereist permanente inspanning en een besef van de waarde van Defensie. In de samenleving. En in de politiek.

Ik heb het al eerder gezegd, en zeg het nu weer: Defensie is geen luxe maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart. U weet dat als geen ander.

Ik zal er de komende jaren voor knokken.
In het belang van u,
In het belang van Defensie,
In het belang van Nederland.

Minister van Defensie
Jeanine Hennis-Plasschaert
17 september 2013

(ministerie van Defensie, 17 september 2013)

Defensie in de Troonrede

Koning Willem-Alexander
Foto © RVD
(...)
Het recente geweld en de humanitaire noodsituatie in Syrië onderstrepen de noodzaak van een internationale rechtsorde met een sterke nadruk op het humanitaire recht. Onveiligheid en instabiliteit in kwetsbare regio's beïnvloeden onze vrijheid, veiligheid en welvaart. Dit vraagt om een krijgsmacht die op zijn taken berekend is en die in Nederland en het buitenland kan opereren om de belangen van ons land veilig te stellen. In de nota 'In het belang van Nederland' geeft de regering concreet aan hoe die krijgsmacht eruitziet en welke aanpassingen daarvoor noodzakelijk zijn. Over de hele wereld zijn Nederlandse mannen en vrouwen actief om de internationale rechtsorde te beschermen. Zij verdienen onze grote dank en waardering voor hun moeilijke werk.
(...)

(Volledige Troonrede: klik hier)

dinsdag 10 september 2013

GOV|MHB: 'Jeanine, het is vijf voor twaalf'

OPINIE HARM DE JONGE   Zonder duidelijk perspectief zullen militairen het vertrouwen in de politieke leiding verder verliezen, waarschuwt Harm de Jonge

Wrang is dat we nu opnieuw gaan meemaken dat schepen en wapensystemen verkocht gaan worden en dat eenheden opgeheven zullen worden

De minister van defensie heeft een steeds groter wordend probleem. Toen ze eind 2012 aantrad had Defensie een onafgebroken periode van 22 jaar van bezuinigen achter de rug: élk jaar minder te besteden. Haar voorganger minister Hans Hillen had in het eerste kabinet-Rutte aangegeven dat "Defensie door het ijs is gezakt" en dat het klaar moest zijn met bezuinigingen op Defensie. Het personeel ziet met lede ogen aan dat elke nieuwe kaalslag, in 2011 maar liefst 1 miljard, wordt verkocht als een verbetering. Van hen wordt iedere keer verwacht zichzelf weg te cijferen en met de veel geroemde can do-mentaliteit hetzelfde werk te blijven doen met veel minder mensen. Zo langzamerhand een volkomen onwerkbare situatie.

De minister weet dus dat het defensiepersoneel, waarvoor zij telkenmale zegt zo'n bewondering te hebben, geen vertrouwen meer heeft in de (politieke) leiding van haar departement. Wanneer wij ons verder realiseren dat de opdrachten die militairen krijgen bijna altijd het optreden in buitengewone omstandigheden betreffen, waarbij - anders dan bij overige overheidsdiensten - bij militairen de opdracht boven de eigen veiligheid gaat, dan is vertrouwen in de politieke en militaire leiding van levensbelang.

De minister als politiek leider van het departement moet dan natuurlijk wel investeren in die vertrouwensband met haar personeel. Dat deed zij wel bij haar aantreden toen ze meldde dat het nu uit moest zijn met het snijden in de operationele eenheden. Wrang is dus dat we nu kennelijk opnieuw gaan meemaken dat schepen en wapensystemen verkocht gaan worden en dat eenheden opgeheven zullen worden.

Gebrek aan visie
Natuurlijk konden we dit zien aankomen. Immers, de minister meldde al in mei van dit jaar dat, boven op de 1 miljard uit 2011, nu een verdere 330 miljoen moest worden ingeleverd. En dan hoef je geen strategische tijger te zijn om te beseffen dat die reducties, binnen de reeds uitgemergelde krijgsmacht, eenvoudig kunnen worden ingekopt door operationele eenheden op te heffen en het personeel te laten afvloeien. Voor dit laatste hoeft ze niet eens haar best te doen, het personeel houdt het voor gezien en loopt vanzelf weg.

De wijze waarop invulling gegeven wordt aan de bezuinigingen getuigt niet van een visie. Het is gewoon strepen tot de boekhouder tevreden is gesteld zonder je al te veel af te vragen in hoeverre je nu nog de gewenste samenhang in je krijgsmacht overeind kan houden. Er zijn meer en andere creatieve oplossingen te bedenken, maar die zijn kennelijk niet aan de minister vanuit haar staf aangereikt. Wat blijkt nu verder uit die voorgenomen maatregelen? Niet alleen een gloednieuw peperduur marineschip, de Zr. Ms. Karel Doorman, waar grote en eerder politiek geaccordeerde behoefte aan is, wordt verkocht, maar bij de Koninklijke Landmacht worden kennelijk ook gloednieuwe pantservoertuigen CV90 in de verkoop gedaan. Ook deze zijn bijna afgeleverd, maar kunnen nu onmiddellijk in de verkoop voor een fractie van de koopwaarde.

Stip op de horizon
Het op deze wijze van de hand doen van systemen, en dus het laten verdampen van overheidsgeld, laat zien dat opeenvolgende kabinetten Defensie als een bezuinigingspost hebben beschouwd. Er is geen visie en de politiek heeft klaarblijkelijk geen idee waar het met de krijgsmacht naar toe wil. Het personeel roept al jaren om een richting. Sinds maandagavond mag dit binnen VVD-kringen geen visie meer worden genoemd, wat de minister van defensie er niet van zou moeten weerhouden om haar personeel te vertellen waar zij nu eigenlijk naar toe wil. En dat moet dan méér dan louter boekhouden zijn.

Wat het defensiepersoneel nodig heeft is een stip op de horizon, waarbij van de minister wordt verwacht om politieke moed te tonen en die stip verder weg te leggen dan alleen haar eigen regeerperiode. Daarvoor heeft ze steun nodig van andere bewindslieden en van de regeringspartijen. Zij zal ook met de Tweede Kamer in overleg moeten om draagvlak voor haar ambitie te krijgen, en dan niet alleen maar te spreken over wat wij gisteren en vandaag kunnen betalen. Daarvoor is ze nu juist politica. Ambitie, dat is wat Defensie nodig heeft en stoppen met zwalken.

Onze minister heeft geen keus: zij moet rond Prinsjesdag die ambitie laten zien, zo'n stip op de horizon. Alleen dan kan ze het griezelige lage en steeds verder afnemende vertrouwen van het personeel, dat zij zo looft, ombuigen in een sfeer van ambitie en vooruitzicht. Alleen dan gelooft het defensiepersoneel weer in de politieke leiding en is het misschien bereid om bij Defensie werkzaam te blijven.

Generaal-majoor der Cavalerie b.d. Harm de Jonge is voorzitter van Werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht van de GOV/MHB, Gezamenlijke Officieren Verenigingen/Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie

(Trouw, 9 september 2013)

Kamerlid Wassila Hachchi (D66) over de situatie bij Defensie

Sinds het aantreden van kabinet Rutte 2 is binnen de politieke arena Defensie even geparkeerd. In het Regeerakkoord staat dat het kabinet gaat komen met een nieuwe visie op de krijgsmacht, de aanleiding is het project Vervanging F-16. Pas eind 2013 kan de Kamer de visie en het besluit over de aanschaf van de Joint Strike Fighter verwachten. Minister Hennis weet al ruim een jaar het geduld van de Kamer op de proef te stellen. Bij elk debat verwijst ze naar de op handen zijnde visie.

Overigens deed ze bij haar aantreden wel al stevige uitspraken, zoals “geen bezuinigingen meer op troepen”, “het vlees is toch echt van de botten bij defensie” en “nieuwe bezuinigingen zouden drama zijn”. Het enige wat er tot nog toe over de visie bekend is, lijkt echter te zijn dat er een nieuw gat van 330 miljoen euro gedicht moet worden. Een jaar na de grote schoonmaak van oud minister Hillen waren blijkbaar toch niet alle lijken uit de kast tevoorschijn gekomen.

De minister heeft een batterij aan militairen en medewerkers tot haar beschikking om haar te adviseren. Ze kan die groep zo groot of zo klein maken als zij zelf wil. Ik ben dan ook verbaasd dat Defensiepersoneel kennelijk maar één weg hebben om van zich te laten horen: via de media. Er lijkt de laatste tijd een taboe te heersen op discussie binnen Defensie, waardoor de toenemende frustratie onder de militairen steeds vaker een uiting krijgt naar buiten toe. Als volksvertegenwoordiger en woordvoerder defensie controleer ik de minister straks op de inhoud van haar visie, maar ook het proces. Ik zie een belangrijk verschil met hoe dit onder Rutte 1 verliep.

Oud-minister Hillen opende destijds een mailadres en betrok actief het personeel bij zijn plannen. Het personeel dacht mee en kwam met creatieve oplossingen om de bezuinigingen in te vullen. Kennelijk is dat mailadres met de komst van minister Hennis opgedoekt. Dit Kabinet verwijst als het gaat om de besluitvorming over de toekomst van de krijgsmacht steeds naar de ministeriële commissie waarin ook de premier, vicepremier Asscher en minister Kamp van Economische zaken zitten.

Dat de interne coalitiepolitiek over de JSF bij de PvdA erg moeilijk ligt is misschien geen verrassing, maar de minister wekt door deze aanpak ook de schijn dat met name deze Haagse gevoeligheden bepalend zijn voor de wijze waarop haar visie op de hele krijgsmacht wordt ingekleurd. Daardoor dreigt schade aan de motivatie van militairen en hun vertrouwen in hun toekomst bij Defensie. Geen wonder dat het ondanks de werkeloosheid steeds moeilijker lijkt om jonge mensen te werven. Ruim 60.000 mensen die mee kunnen denken, daar kan ik als Kamerlid met één medewerker tot mijn beschikking nog maar van dromen. Maar het is nog niet te laat. Een e-mailadres is anno 2013 zo weer opengesteld. Misschien kan de minister er voor Prinsjesdag nog haar voordeel mee doen!

(bron: Facebook, 9 september 2013)

vrijdag 19 juli 2013

CDS: Nederland geeft nog maar 1% bbp uit aan Defensie

Nederland geeft nog maar 1% van het bruto binnenlands product uit aan defensie. Dat heeft de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, gezegd in een vraaggesprek met BNR. Eerdere percentages bedroegen 1,4 en 1,2. Volgens generaal Middendorp dreigt de samenwerking met andere partners binnen de NAVO in het gedrang te komen. De leden van het bondgenootschap hebben zich formeel verplicht om 2% bbp aan defensie te besteden.

Voor wat betreft de toekomst van defensie zei de CDS niet te willen tornen aan de kwaliteit van de krijgsmacht. Dat betekent automatisch dat hij voor een kwantitatieve vermindering moet pleiten. Na de zomer presenteert minister Jeanine Hennis-Plasschaert de Toekomstvisie van het kabinet op Defensie. De meeste aandacht in de publiciteit gaat tot nu toe uit naar een opvolger voor de F-16 jachtbommenwerper. Volgens de CDS is de keuze voor de F-35 (JSF) "geen gelopen race". Maar ook in dit verband benadrukte hij de noodzaak om te kiezen voor kwaliteit.

Klik hier voor het interview van BNR met generaal Middendorp en een begeleidend artikel.

(HdV, 19 juli 2013)

dinsdag 25 juni 2013

Hoofdlijnen toekomstnota naar Kamer

Om inzicht te geven in de voortgang van de Nota over de toekomst van de Krijgsmacht, heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de Tweede Kamer vandaag geïnformeerd over de hoofdlijnen van deze nota. Die vormt het kader voor de concrete maatregelen die zij vóór de begrotingsbehandeling in de nota presenteert.

In de brief aan de Kamer staat dat de krijgsmacht, gelet op de aanhoudend onzekere veiligheidssituatie in de wereld, onverminderd van groot belang blijft. Ook wordt gemeld dat Nederland in de toekomst een krijgsmacht nodig heeft, die inzetbaar is op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies.

De minister schrijft dat twee uitgangspunten ten grondslag liggen aan de Nota over de toekomst van de Krijgsmacht. Ten eerste moet de Nederlandse krijgsmacht, ook in de toekomst, zo goed mogelijk omgaan met diffuse dreigingen en risico's. Ten tweede moet de krijgsmacht niet alleen nu, maar ook op langere termijn betaalbaar zijn. Beide uitgangspunten worden met elkaar verenigd door zowel in operationeel als in financieel opzicht te streven naar duurzaamheid.

Vervanging F-16
De vervanging van de F-16 vraagt volgens Hennis om een zorgvuldige afweging. Het nieuwe jachtvliegtuig, dat weer zo’n veertig jaar dienst moet doen, is namelijk tevens van invloed op het politieke handelingsvermogen van toekomstige regeringen. De vervanging van de F-16 gaat in elk geval niet ten koste van andere capaciteiten van de krijgsmacht. Besloten is de vervanging volledig uit te voeren. Dit gebeurt binnen het, reeds door de vorige minister van Defensie, gereserveerde investeringsbudget van 4,5 miljard euro (uit te geven in een tijdsbestek van meer dan tien jaar) en het exploitatiebudget van de F-16 dat 270 miljoen euro per jaar bedraagt. Van verdringing binnen het defensiebudget, of een verhoging van het totale budget, is geen sprake.

Geen eenvoudige boodschap
Hoewel Defensie bij bezuinigingen in dit Regeerakkoord is ontzien, wordt zij wel geraakt. Denk aan het Lenteakkoord, de BTW-verhoging, rijksbrede taakstellingen en interne herschikkingen. Het vergt ingrepen die oplopen tot 333 miljoen euro per jaar in 2018. De Nota over de toekomst van de krijgsmacht gaat in op de benodigde maatregelen om deze problemen aan te pakken.

Minister Hennis zegt verder dat “het geen eenvoudige boodschap is.” Zij beseft dat er opnieuw een beroep wordt gedaan op het geduld en de loyaliteit van de defensiemedewerkers, militair en burger. “De inzet is een krijgsmacht die in zowel operationeel als financieel opzicht duurzaam is. Robuust, relevant en betaalbaar. Dit is ons aller belang."

Kamerbrief: Hoofdlijnen

(ministerie van Defensie, 25 juni 2013)

Kamerbrief: voortgang nota over de toekomst van de krijgsmacht

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
(ongedateerd, geen referentienr.)

Inleiding

Het regeerakkoord 'Bruggen slaan' van oktober 2012 maakt gewag van een nota over de toekomst van de krijgsmacht. Mede namens de betrokken ministers hebben wij reeds, en bij herhaling, gemeld dat de nota in ieder geval voorafgaand aan de behandeling van de defensiebegroting 2014 aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. De Tweede Kamer heeft aangegeven er prijs op te stellen om op de hoogte te worden gehouden van de voortgang van de nota. In aanloop naar de begroting voor 2014, en nu de Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) is verschenen, hechten wij eraan om de kaders van de nota, op hoofdlijnen, alvast nader te duiden.

Vertrekpunt

Het vertrekpunt van de nota over de toekomst van de krijgsmacht is de veiligheidsanalyse die berust op de uitkomsten van de interdepartementale Strategische Monitor. Deze monitor is, zoals bekend, het vervolg op het project Verkenningen uit 2010 en ligt tevens ten grondslag aan de Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Strategie Nationale Veiligheid (SNV) van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het spreekt vanzelf dat de nota goed aansluit bij genoemde documenten.

De strategische omgeving

De wereld is in beweging door verschuivende geopolitieke en economische machtsverhoudingen. Sterker nog, de belangrijkste constante in de internationale verhoudingen laat zich samenvatten onder de noemer ‘onzekerheid’. En die onzekerheid gaat gepaard met afnemende stabiliteit, plots opdoemende crises en nieuwe bronnen van internationale spanning. Tegelijkertijd staat, mede vanwege de economische en financiële crisis, de cohesie van internationale veiligheidsinstituties onder druk.

Tegen de achtergrond van die verschuivende mondiale machtsverhoudingen richten de Verenigde Staten zich meer dan voorheen op Azië. Europa, en daarmee Nederland, zal zijn belangen in toenemende mate zelfstandig moeten behartigen. Dichtbij en ver weg. Een actieve inzet voor wereldwijde stabiliteit en internationale solidariteit kan overigens als een welbegrepen eigenbelang worden beschouwd. Onze vrijheid, veiligheid en welvaart beginnen en eindigen immers niet bij de eigen landsgrenzen of de buitengrenzen van de Europese Unie.

De proliferatie van hoogwaardige civiele en militaire technologie naar niet-westerse staten en niet-statelijke actoren is en blijft een bron van grote zorg. Het betreft onder meer mobiele luchtafweer, maritieme systemen, cybercapaciteiten en ballistische wapens. Verder hebben de ervaringen in het verleden ons geleerd dat het geweldsniveau in conflicten moeilijk te voorspellen is. Of het nu gaat om preventie, afschrikking, interventie, stabilisatie of (weder)opbouw, de praktijk wijst keer op keer uit dat uitgezonden eenheden robuust moeten zijn en over voldoende escalatiedominantie moeten beschikken om de politieke en militaire doelstellingen te kunnen realiseren.

Duidelijk is dat Nederland niet in staat is om op eigen kracht zijn veiligheid te garanderen. Ons veiligheidsbeleid krijgt dan ook in belangrijke mate gestalte in bilateraal verband evenals in internationale organisaties zoals de NAVO, de EU en de VN. De verdeling van lasten en risico's tussen de lidstaten, evenals de betrouwbaarheid van lidstaten, is uiteraard essentieel voor de geloofwaardigheid en slagvaardigheid van deze organisaties. De behoeften van de NAVO en de EU zijn daarom een belangrijke toetssteen voor de inrichting van de krijgsmacht.

Feit is dat Nederland, als open samenleving, sterk afhankelijk is van de wereld om zich heen. Dit vraagt om een alerte houding. Enerzijds om kansen te grijpen als deze zich voordoen. Anderzijds om te kunnen handelen als risico's, nationaal en internationaal, zich ontpoppen tot bedreigingen voor onze vrijheid, veiligheid en welvaart.

Militaire inzet

Voor militaire inzet bestaat geen standaardrecept. Het is de diversiteit aan belangen, strategische functies, typen missies, specifieke operationele omstandigheden en risico’s die vanuit militair perspectief bepalen welke combinatie van capaciteiten nodig is. Dit geldt net zo goed voor interventies en stabilisatieoperaties als voor preventieve en post conflict activiteiten in vredesoperaties. De operationele en politieke risico's zijn immers groot en de maatschappelijke eisen ten aanzien van de bescherming van de bevolking en het voorkomen van slachtoffers en ongewenste nevenschade hoog. De beoogde effecten moeten zo precies mogelijk worden bereikt.

De huidige samenstelling van de krijgsmacht weerspiegelt dit besef. En ook in de toekomst heeft Nederland zo’n krijgsmacht nodig, inzetbaar op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies. Hierbij heeft de, met succes uitgewerkte, 3D-benadering (Defence, Diplomacy and Development) onze volle aandacht.

Voorts is het van belang om op te merken dat de krijgsmacht doorlopend, met bijna een derde van de militaire capaciteit, wordt ingezet ter ondersteuning en aanvulling van de Nederlandse civiele autoriteiten, en dus voor onze nationale veiligheid.

Uitgangspunten nota

Er liggen twee uitgangspunten ten grondslag aan de nota over de toekomst van de krijgsmacht. Ten eerste moet de Nederlandse krijgsmacht, ook in de toekomst, zo goed mogelijk kunnen omgaan met diffuse dreigingen en risico's. De combinatie van basis- en nichecapaciteiten waarover zij thans beschikt, vormt een solide basis om op voort te bouwen. Basiscapaciteiten zijn capaciteiten waar de krijgsmacht niet zonder kan en/of die nodig zijn voor specifieke, wettelijke taken. Gevechtseenheden - zoals fregatten, jachtvliegtuigen en infanterie - vormen de harde kern van die basiscapaciteiten. Nichecapaciteiten zijn schaarse capaciteiten waarover een beperkt aantal landen beschikt. Ten tweede moet de krijgsmacht betaalbaar zijn, nu en op de langere termijn. Beide uitgangspunten worden met elkaar verenigd door zowel in operationeel als in financieel opzicht te streven naar duurzaamheid.

Bovenstaande leidt grofweg tot de volgende agenda voor de inrichting van de krijgsmachtdelen. Voor het Commando Zeestrijdkrachten is de Marinestudie uit 2005 nog steeds actueel en de richting waarin CZSK zich ontwikkelt blijft op hoofdlijnen dan ook ongewijzigd. Belangrijke elementen hiervan zijn de integratie van vloot en Mariniers en het dicht(er)bij land opereren. Voor het Commando Landstrijdkrachten geldt dat de ontwikkeling tot een modulair opgebouwde organisatie de leidraad blijft. Eenheden worden per missie op maat samengesteld en beschikken over command and control capaciteiten om genetwerkt te kunnen optreden in zowel internationale als nationale verbanden. Net als de andere commando's is ook het Commando Luchtstrijdkrachten een onmisbaar onderdeel van de krijgsmacht. De luchttransportcapaciteiten zijn in toenemende mate internationaal ingebed en de helikopters worden terecht bestempeld als de werkpaarden voor de gehele krijgsmacht. Ook de F-16 heeft zijn waarde voor de krijgsmacht in interventie- en stabilisatieoperaties ondubbelzinnig bewezen. Defensie zal nog zo’n tien jaar met de F-16 blijven vliegen. Het toestel is echter wel aan vervanging toe omdat het zowel technisch als operationeel verouderd raakt. Er is dan ook sprake van een toename van technische mankementen en we worden op indringende wijze geconfronteerd met de opmars van moderne en mobiele luchtafweer. Een afnemende inzetbaarheid is hiervan het gevolg. Bij de taakuitvoering van het Commando Koninklijke Marechaussee is het van belang dat technologische ontwikkelingen verder worden benut.

In de nota over de toekomst van de krijgsmacht zal vanzelfsprekend duidelijkheid worden gecreëerd over de inzetbaarheid van de krijgsmachtdelen vanaf 2014, zowel nationaal als internationaal.

Financiële huishouding

Om ook op langere termijn over een betaalbare en militair relevante krijgsmacht te kunnen beschikken, is het van het grootste belang de financiële huishouding van Defensie structureel op orde te brengen. Dit dwingt tot een heroverweging van basis- en nichecapaciteiten. Een werkelijk duurzame inrichting veronderstelt voorts inzicht in alle relevante uitgaven. Defensie werkt daar hard aan en zal deze inspanningen ook de komende jaren onverminderd voortzetten. Naast algemene uitgavenposten - zoals pensioenen, wachtgelden en vastgoed - moeten ook de levensduurkosten van de verschillende wapensystemen duidelijk zijn. Voor de nota over de toekomst van de krijgsmacht is een sjabloon opgesteld, waarbij per wapensysteem zowel de investerings- als de exploitatiekosten worden beschreven. De financiële onderbouwing van de nota, door middel van sjablonen, zal geen eenmalige exercitie zijn. Het inzicht in de totale uitgaven (investeringen en exploitatie) per wapensysteem, gedurende de hele levenscyclus, zal de komende jaren verder worden opgebouwd.

De financiële huishouding structureel op orde brengen, vergt ook een oplossing van problematiek die zich in het heden aandient. Conform het regeerakkoord is het beschikbare defensiebudget hierbij het uitgangspunt. Bij het opstellen van de nota kampt Defensie met een financiële problematiek oplopend naar € 333 miljoen in 2018 (structureel). Dit betreft ook de verwerking van de taakstelling van het huidige regeerakkoord van € 48 miljoen (op apparaatsuitgaven). Daarnaast hebben zich in de afgelopen maanden enkele risico’s gematerialiseerd waarvoor structurele maatregelen noodzakelijk worden geacht. Het betreft overige - en interne defensieproblematiek, bestaande uit (onder meer) achterstallig onderhoud, vastgoed en energiekosten evenals tekorten in de materiële exploitatie van de wapensystemen. De problematiek van € 333 miljoen in 2018 wordt opgelost binnen de defensiebegroting, waarvan de actuele stand van de voorjaarsnota hieronder is weergegeven.

In de nota over de toekomst van de krijgsmacht zullen wij (onder meer) de maatregelen schetsen om de geschetste financiële problematiek aan te pakken. De gevolgen daarvan zullen voor alle defensieonderdelen merkbaar zijn. Ook de vervanging van de F-16 vraagt om een zorgvuldige afweging. Het nieuwe jachtvliegtuig, dat weer zo’n veertig jaar dienst moet doen, is namelijk tevens van invloed op het politieke handelingsvermogen van toekomstige regeringen. De vervanging van de F-16 zal in ieder geval niet ten koste gaan van andere capaciteiten van de krijgsmacht. Besloten is om de vervanging volledig uit te voeren binnen het, reeds door de vorige minister van Defensie, gereserveerde investeringsbudget van 4,5 miljard euro (uit te geven in een tijdsbestek van meer dan tien jaar) en het exploitatiebudget van de F-16 dat 270 miljoen euro per jaar bedraagt. Van verdringing binnen het defensiebudget, of een verhoging van het totale budget, is aldus geen sprake. De aanschaf van nieuwe toestellen evenals de exploitatie daarvan moet, met andere woorden, passen binnen de daartoe beschikbare middelen op de huidige defensiebegroting.

Deze benadering, waarbij de behoefte van Defensie in overeenstemming wordt gebracht met wat zij zich kan veroorloven, onderstreept wederom dat Defensie vastbesloten is de financiële huishouding structureel op orde te brengen.


Tot slot

Zoals bekend werkt Defensie momenteel aan de voltooiing van de maatregelen uit de beleidsbrief van 2011. Die maatregelen behelzen aanzienlijke ombuigingen en de reductie van een groot aantal functies. Dit heeft een forse impact op het defensiepersoneel en de organisatie als geheel. Zij verdienen dan ook duidelijkheid om verder te kunnen bouwen aan een krijgsmacht die in zowel operationeel als financieel opzicht duurzaam is.

Met het oog op de ervaringen van de afgelopen twee decennia, in het licht van de internationale ontwikkelingen en gegeven de financiële werkelijkheid, acht dit kabinet het van belang om in te zetten op een realistische oriëntatie.

De kaders in deze brief zijn de richtsnoeren voor de nota over de toekomst van de krijgsmacht evenals de concrete maatregelen die daarin worden gepresenteerd. De Algemene Rekenkamer zal aan uw Kamer rapporteren over de validatie van de nota en de financiële onderbouwing daarvan. Wij herhalen onze toezegging om de nota in ieder geval voorafgaand aan de behandeling van de defensiebegroting 2014 aan de Tweede Kamer toe te sturen.




DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert                       DE MINISTER VAN FINANCIËN        
                                                                J.R.V.A. Dijsselbloem                                                  

maandag 13 mei 2013

Interbellum

Op 10 mei jl. was het 73 jaar geleden dat ons land hard werd wakker geschud. Het voor onmogelijk gehouden gebeurde: onze Oosterburen hielden zich niet aan ‘onze spelregels’ en schonden de door ons geclaimde neutraliteit. Het slecht bewapende Nederlandse leger werd onder de voet gelopen en vijf dagen na de inval gaf Nederland zich over. Verleden tijd, maar bij iedereen welbekend.

Zolang als ik het me kan herinneren is de maand mei onlosmakelijk verbonden met WOII. Op  TV en radio is er extra aandacht voor deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Zo óók bij National Geographic:  zij hebben ‘de week van WOII’. Het is een komen en gaan van, veelal, ‘geromantiseerde’ documentaires met veel heroïek en drama. Heroïek die vandaag de dag in allerlei ‘WOII-games’ door volwassenen en kinderen wordt nagespeeld. Het beeld dat op deze manier wordt geschetst van WOII is niet anders dan bladgoud, het gaat immers over dood en verderf.

De generatie die WOII bewust heeft meegemaakt wordt, gezien hun leeftijd, snel kleiner. Ik ben afgelopen week toch nog een groot aantal van hen tegengekomen. In Den Helder, toen ik samen met oud voorzitter Peter van Maurik, namens de KVMO, een krans heb gelegd bij het monument ‘Voor hen die vielen’ en ’s avonds met vicevoorzitter Joost de Wolf, bij de Nationale Herdenking op de Dam. Het was voor mij een bijzondere ervaring, ook omdat ik zolang als ik me kan heugen, hiervoor normaal gesproken ’s avonds voor de buis zit. Vroeger met mijn ouders en vandaag de dag met mijn vrouw en kinderen.

In zowel Den Helder als Amsterdam waren er schoolkinderen die bloemen legden bij het monument. Ik hecht hier veel waarde aan. Een signaal van onze jeugd dat zij stilstaat bij het feit dat het Nederland niet altijd ‘voor de wind’ gaat en dat onze veiligheid en welvaart (wereldwijd) niet vanzelfsprekend is. Een teken van erkenning aan alle Nederlanders en bondgenoten die hun leven hebben gegeven voor onze samenleving om dit hogere doel te bereiken dan wel te behouden.

Op 4 mei heb ik altijd het gevoel dat er veel draagvlak is voor Defensie. Mensen knikken naar je als je in je uniform door het centrum van Amsterdam loopt. Je hebt het gevoel alsof je in een warm bad bent beland. Je hebt het gevoel dat iedereen op dat magische moment rond 20.00 uur Defensie omarmt. Er is op dat moment een bijzonder ogenblik van saamhorigheid. Misschien wordt mijn beeld vertroebeld, omdat ik me op dat moment onder gelijkgestemden begeef. Ik hoor graag van u hoe u dit ervaart.

Helaas is dit bijzonder gevoel maar van korte duur. Zo snel als het draagvlak voor Defensie is toegenomen, zo snel  is het draagvlak op 5 mei terug op het normale niveau. Het is weer ‘back to normal’ en we begeven ons met zijn allen weer in het feestgedruis van Bevrijdingsdag.

Hoewel de vooroorlogse beweging ‘het gebroken geweer’ niet meer bestaat, heeft zij, net als voor WOII, nog steeds een groot aantal medestanders in Nederland. Net als toen is het draagvlak in Nederland voor defensie-uitgaven zeer laag. Ik hoop voor ons allen, maar vooral voor onze kinderen, dat onze toekomstige ‘vijanden’ deze keer wel rekening willen houden met ‘onze spelregels’. Wij Nederlanders hebben namelijk een gruwelijke hekel aan valsspelers, maar zullen dat, als de tijd onverhoopt daar is en we zo doorgaan met Defensie, waarschijnlijk met onze mond kenbaar (moeten) maken.

KLTZ Marc de Natris
waarnemend voorzitter KVMO

(KVMO, 13 mei 2013)

zaterdag 11 mei 2013

Geachte minister: niemand weet meer waar Defensie voor staat

Kapitein-luitenant-ter-zee van de technische dienst, Sander Luik, schrijft zijn minister hoe moeilijk zijn dagelijkse werk is geworden zonder duidelijke missie voor Defensie.

Geachte Minister,

Mijn overtuiging is dat welvaart en welzijn onmogelijk zijn zonder veiligheid en vrede. Die twee zijn niet vanzelfsprekend; ze vergen toewijding en een lange adem. Er zijn vele manieren om die naderbij te brengen. Bij de manier van Defensie, gewapend en met de blik over de grens, voel ik mij thuis. Veiligheid en vrede moeten soms gewapenderhand verdedigd of veroverd worden. Ik schrijf u dit omdat ik niet geloof dat de taak van Defensie zal verdwijnen, terwijl de organisatie in hoog tempo afkalft. Als Defensie veiligheid of vrede niet meer kan waarborgen, wie dan wel?

Bij mijn beroepskeuze (en bij mijn keuze om bij Defensie te blijven) hebben mijn overtuigingen een belangrijke rol gespeeld. Achter het IJzeren Gordijn stond vroeger een duidelijke, goed bewapende vijand. Nadat de Rode Beer ineen zeeg, werd de vijand echter minder manifest. Hij was verder van de landsgrenzen verwijderd. Ook in de tijd gezien was hij verder weg. Vroeger kon het morgen oorlog zijn, nu is dat alleen denkbaar op de langere termijn. Heel goed denkbaar, maar toch.

Hoe dan ook, het was tijd voor het vredesdividend. Bij het innen daarvan hanteerden we de kaasschaaf. We wisten alleen dat de oude vijand verdwenen was, niet hoe de nieuwe eruit zag. Daarom deden we van alles gewoon wat minder. En wat minder. En nog wat minder.

Gaandeweg werd ons doel om eenheden zo goedkoop mogelijk paraat te stellen. Defensie marcheert nu onder het vaandel ‘de begroting is leidend’.Waarom onze defensie er was, verdween uit beeld en dat heeft verstrekkende gevolgen gehad. We vergaten te analyseren wat onze veiligheid en vrede dan werkelijk bedreigde.

Maar de Nederlander voelde zich heus niet ineens volkomen veilig en wereldvrede was evenmin tot stand gebracht. Het waarom van Defensie stond – en staat – dus nog recht overeind. Ondertussen drongen zich onbewust bij de burger wel relevante vragen op. Zijn gewapende hordes de enige bedreiging voor mijn veiligheid? Zijn grote gewapende eenheden dan het enige dat Defensie daar tegenover moet stellen? Wil ik daarvoor betalen?

Daarom ligt de maatschappij niet zo wakker van de teloorgang van deze krijgsmacht. Burgers hebben niet het gevoel dat hun veiligheid daardoor in gevaar komt. Dat de JSF het beste vliegtuig is bestrijdt niemand, maar men vraagt zich af tegen welke dreiging de beoogde ‘vervanger van de F-16’ [sic] dan zo goed is.

En is het aan Nederland om aan die dreiging het hoofd te bieden? Zijn er geen belangrijkere dreigingen, dichter bij huis, waar we ons geld aan moeten besteden? De Ko Colijns en de Rob de Wijks roeren zich nog wel, maar zijn niet in staat het publiek discours in beweging te brengen. Nobody cares. Daarom springt de Tweede Kamer niet in de bres als men echt moet kiezen. Het publiek weet niet meer waar Defensie voor is en hoe Defensie zijn belangen dient.

De ontstane kloof sloeg ons operationeel van de ankers. Defensie begon aan missies die steeds verder van de Nederlander af stonden. Letterlijk. We gingen eerst naar Irak, toen naar Cambodja. Naar Eritrea en Pakistan. Maar juist door die missies ver weg betwijfelde de Nederlandse burger of zíjn veiligheid daar nou mee gebaat was. En aan die ene missie dicht bij huis wordt niemand meer graag herinnerd. Zo kwamen we er wel achter dat er geen Defensie Light bestaat. Dat Defensie in beeld komt als de zachte benadering van veiligheid en vrede heeft gefaald.

Maar de kaasschaaf leidde er bovendien gaandeweg toe dat we de serieuze missies aan ons voorbij moesten laten gaan. In dat vacuüm tamboereren we graag op onze nationale inzet. Duinbranden blussen en drugsgeld zoeken. De sneeuw van het ijs vegen in Balk. Maar wat we dóen is ons krachtigste communicatiemiddel. Ik vind niet dat we die dingen niet moeten doen, maar het betreden van het domein van brandweer en politie onderstreept niet de bestaansreden van Defensie. Nadruk op nationale inzet voedt de suggestie dat er bij ons geld te halen is, want voor branden blussen heb je geen dure Chinook nodig.

Het summum van operationele wazigheid is de politietrainingsmissie in Kunduz. Hij levert lokaal heus wat op en degenen die hem uitvoeren verdienen respect. Maar met Kunduz heeft Defensie zichzelf geen dienst bewezen. De missie in Kunduz of ongewapend rondjes vliegen bij Libië onderstrepen het belang van Defensie niet, integendeel.

De onduidelijkheid van het na te streven doel ondermijnt ook het vertrouwen van defensiemedewerkers in de eigen organisatie. Als wij zelf niet meer weten waarom, hoe kunnen we dan in ons werk de juiste keuzes maken? Hoe kunnen we ons personeel werkelijk leiden en erop vertrouwen dat elke beslissing op elk niveau dat doel dient? Hoe kunnen we de juiste mensen aan ons binden?  Is het gek dat niemand meer solliciteert, als onduidelijk is waarom je bij Defensie moet werken? De defensiemedewerker is in verwarring. Zíjn drijfveer is niet meer in lijn met die van Defensie. Dat leidt tot onbehagen en wantrouwen. En als het vertrouwen weg is, zijn er grote problemen. Voor iedere organisatie, maar zeker voor één die zo sterk gevestigd is op loyaliteit en onderling vertrouwen als Defensie.We vragen nogal wat van onze militairen. Zo’n offer brengen zij alleen als er absoluut vertrouwen is in de opdrachtgever en haar motieven.

Het ernstigste gevolg van het verloren kompas is dat we de koers tegenwoordig laten dicteren door rekensommen. Iedere keuze en ieder dilemma wordt in geld uitgedrukt en wie pleit voor een andere dan de goedkoopste optie krijgt het zwaar. Ik zeg niet dat kosten niet belangrijk zijn, maar plancijfers zijn te manipuleren en suggereren zekerheden die er niet zijn. Het grootste gevaar is dat we onszelf keuzes voorleggen waaruit iedere relatie met veiligheid en vrede is weggecijferd. Letterlijk. We weten daardoor vooral wat het goedkoopst is, maar niet wat ons doel het beste dient. De visie van de minister op de Krijgsmacht gaat naar de Tweede Kamer via de Algemene Rekenkamer. Om te kijken of ‘ie wel goed is.

Toen we eenmaal begonnen te rekenen, bedachten we dat militairen wel wat later met pensioen konden. Dat wachtgeld is maar duur en iedereen werkt toch tot zijn 65ste? Sinds dat besluit hebben we een stevig contingent grijsaards in uniform aangemaakt. Maar welke bijdrage leveren zij nog?

We zijn de keuzes van Defensie gaan motiveren met economische argumenten. We wijzen op het aantal banen dat het openhouden van een kazerne oplevert en de zakelijke kansen die het onderhoud van de JSF biedt. Maar Defensie kost nu eenmaal geld. Als het Leitmotiv voor Defensie geld is, dan zou Defensie moeten worden opgeheven. Dat is pas goedkoop.

Het is tijd dat we het waarom, het hoe en het wat van Defensie weer in lijn brengen. Dat geeft focus en vertrouwen. Blijf vooral varkens ruimen en kelders leegpompen, maar doe dat in stilte, opdat de identiteit van Defensie niet vervaagt. Focus op missies die ertoe doen. Helaas liggen ze voor het oprapen.Missies die een helder en tastbaar verschil maken voor onze veiligheid en voor vrede, wereldwijd. Daar betaalt de burger voor en voor niets anders.

Denk bijvoorbeeld aan onze elektronische systemen, die van ver over onze grenzen bedreigd worden. Beschouw cyber warfare niet als opgedrongen side kick. Laten we onze elektronische verdedigingslinies, nu nog verdeeld over verschillende instanties, vol overtuiging concentreren bij Defensie. Koop de JSF niet omdat hij technologische kennis verdiept of banen schept, maar omdat zonder dat ding onze veiligheid ernstig gevaar loopt. Alleen daarom, de rest is ruis. Begin met het ‘waarom’, rekenen komt later.

Teruggrijpen op het bestaansrecht van Defensie heeft bovendien aantrekkingskracht. Bedenk eens waarom juist dat ene TEDx-optreden van Generaal van Uhm zo’n miljoen views heeft gescoord. Hij legde toen in Amsterdam – en afgelopen 4 mei opnieuw – precies uit dat zijn drijfveren samenvloeiden met dat het waarom van Defensie. Hij redeneerde vanuit zijn diepste overtuigingen.

Dat is wat leiders tot leiders maakt. Juist in deze tijd van geldnood moeten we ons – hoe paradoxaal ook – ontworstelen aan het dictaat van de rekensommen. De toegeworpen aalmoes zo efficiënt mogelijk uitgeven in de hoop dat je een volgende krijgt, werkt niet. Opstaan en je nut bewijzen wel.

Het wordt geaccepteerd dat je je budget overschrijdt, zolang je een tastbare bijdrage levert aan veiligheid en vrede. Wie vraagt er naar de kosten van piraterijbestrijding? Gek genoeg blijkt omgekeerd dat als je het budget niet volledig uitgeeft, dit je geloofwaardigheid aantast. Geld is belangrijk – maar een vals baken als het om fundamentele keuzes gaat.

Het belangrijkst is daarom dat Defensie opnieuw zijn waarom ontdekt en definieert. Tegen welke dreiging moet de Nederlander worden beschermd? Zijn onze landsgrenzen en handelsroutes werkelijk voor de komende twintig jaar onbedreigd?

Is het kruitvat aan gene zijde van de Middellandse zee ook ons probleem, of alleen dat van Turkije en Italië? Zijn de DDos aanvallen op ING alleen het probleem van ING? Zijn die op DigiD dat van DigiD? Of is het verstandig daar gezamenlijk verdedigingslinies tegen op te trekken?Kampen de landen om ons heen niet met dezelfde problemen? Laten we de antwoorden op een rijtje zetten en dáár ons handelen op baseren. En bent u daar vooral duidelijk over.

Ik begon hierboven met mijn ‘waarom’. Dat viel lange tijd samen met het waarom van Defensie. Daarom koos ik voor Defensie, was ik geregeld maanden van huis, ontving ik een lager salaris dan ik elders kon verdienen en hoorde ik de onnozele spot aan over mijn uniform. Maar ik geloofde in Defensie als onmisbaar element voor veiligheid en vrede.

Nu voel ik mij niet meer thuis en kalven de aantrekkingskracht en het draagvlak van Defensie in hoog tempo af. Niemand weet meer waar Defensie voor staat. Militairen niet, burgers niet en politici niet. Plichtmatig herhalen zij nog de versleten mantra’s, maar ze geloven het niet echt. Omdat Defensie zelf de weg kwijt is en zich niet structureel richt op haar drijfveren.

Ik geloof dat een ommekeer denkbaar is. Natuurlijk biedt het roer omgooien geen oplossing voor onze huidige problemen. Toch moeten we vandaag nog die nieuwe koers gaan varen; om de negatieve spiraal te doorbreken. Niet voor onszelf of voor Defensie. Maar omdat ieders persoonlijke welvaren afhankelijk is van veiligheid en vrede. U schrijft nu een visie op de Krijgsmacht. Dit is de mijne.

Sander van Luik is kapitein-luitenant-ter-zee van de technische dienst. Dit artikel schreef hij op eigen titel. Het is geïnspireerd op een boek van Simon Sinek, www.startwithwhy.com.

[Gepubliceerd in 'Opinie en Debat' van NRC Handelsblad, 11 mei 2013.
Overname door derden is niet toegestaan.]  

Reactie Commandant der Strijdkrachten, Generaal Tom Middendorp
Dat Defensie in beweging is hoef ik u niet te vertellen. Jarenlang zijn we al aan het bezuinigen, veranderen en reorganiseren. En we zijn niet de enige. Mijn internationale collega's worstelen hier ook mee. Het was ook een thema in de ingezonden brief van KLTZ Sander van Luik van afgelopen zaterdag in NRC en hij stelde dat niemand nog weet waar Defensie voor staat. Een terechte oproep waar we allemaal aan kunnen bijdragen. Vrede is niet alleen iets om te vieren, maar ook iets om in te blijven investeren. Onze veiligheid en welvaart is niet gratis en daar heb je Defensie ook echt voor nodig.

(https://www.facebook.com/Commandantderstrijdkrachten)

woensdag 13 maart 2013

Minister Hennis-Plasschaert opent weg naar aanschaf JSF

door Eric Vrijsen

De toekomstvisie voor de krijgsmacht van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) noemt de Joint Strike Fighter (JSF) ‘financieel inpasbaar’. Dat meldt Elsevier deze week.
 
Het document is getiteld In het belang van Nederland – De krijgsmacht voor vrijheid, veiligheid en welvaart. Voor de opvolging van de F-16, blijkt de Amerikaanse JSF – ook wel F-35 - een betere keus dan andere jachtvliegtuigen zoals de Zweedse Saab Gripen.

55 JSF-toestellen
Bronnen bij het ministerie zeggen dat hiermee de weg wordt geopend voor de aanschaf van 50 tot 55 JSF-toestellen door het kabinet-Rutte II.

Het toestel is nodig om Nederlandse militairen in allerlei soorten operaties van luchtsteun te kunnen voorzien. Waar coalitiepartij VVD aandringt op ‘korte klap’-operaties en partner PvdA de krijgsmacht het liefst langdurige stabiliteitsmissies ziet uitvoeren, maakt Hennis’ document geen keuze. Het leger moet beide soorten missies aankunnen.

Vervanging F-16
Hennis’ toekomstvisie is nu nog een concept. De komende weken zetten een ambtelijke en een ministeriële commissie de puntjes op de i. Daarna controleert de Algemene Rekenkamer het cijferwerk. De Tweede Kamer moet er nog voor de zomervakantie over vergaderen.

Defensie reserveerde 4,5 miljard voor de vervanging van de ruim dertig jaar oude F-16. Om vijftig F-35’s te kopen, volstaat dit bedrag niet. Maar aangezien de uiteindelijke levering van de vloot nog bijna tien jaar vergt, plaatst dat het kabinet niet voor onmiddellijke tekorten.

Tegenslag
Het nieuwe toestel kampt in de Verenigde Staten met voortdurende tegenslagen, waardoor het project duurder uitvalt en de testfase vertraagt.

Nederland bezit twee testvliegtuigen. Het tweede toestel rolde vorige week uit de fabriek van Lockheed-Martin in Dallas/Fort-Worth.

(Elsevier, 13 maart 2013)

woensdag 6 maart 2013

Nieuwsuur: De visie van de minister van Defensie

Jeanine Hennis-Plasschaert is sinds vier maanden minister van Defensie. Niet alleen de eerste vrouw op het departement, ook is ze de jongste minister van Defensie ooit. Hoe gaat ze te werk? Maakt het uit dat zij een vrouw is? Wat moest ze afleren? En vooral: wat is haar visie op de toekomst van de krijgsmacht?

Uitdaging
Juist dit jaar staat de krijgsmacht voor een enorme opgave. Defensie zit midden in een grote reorganisatie, waarbij vele duizenden ontslagen zullen vallen. Ook is in het regeerakkoord vastgelegd dat Hennis-Plasschaert met een visie op de toekomst van de krijgsmacht moet komen, want op dit moment stroken ambities en budget niet met elkaar. En dan is er nog het besluit over de zeer omstreden JSF: heeft Nederland zo'n jachtvliegtuig eigenlijk nog nodig?

Patriot-missie
Nieuwsuur volgt minister Hennis-Plasschaert een week lang. Bij de NAVO vergadert ze over het vervolg van de missie in Afghanistan. Samen met haar Duitse collega op Defensie Thomas de Maizière bezoekt ze de Nederlandse patriot-missie in Turkije. Op het ministerie in Den Haag voert ze een overleg met de Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp en de ambtelijke top van het departement. En Nieuwsuur volgt Hennis-Plasschaert als zij samen met koningin Beatrix het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek bezoekt in het kader van het 150-jarig bestaan.

(Nieuwsuur, 5 maart 2013)

Uitzending terugzien? Klik hier.

maandag 4 maart 2013

Defensie: hoe nu verder?

dr. Marcel de Haas*

De minister van Defensie moet dit jaar in twee rapportages duidelijkheid verschaffen over de vervanging van het F-16-gevechtsvliegtuig en de krijgsmacht van de toekomst. In dat kader publiceerde Instituut Clingendael recentelijk een rapport over hoe die toekomstige krijgsmacht eruit zou kunnen zien. Dezelfde dag nog kwam er forse kritiek op deze Clingendaelpublicatie van de zijde van de ‘concurrerende’ Haagse denktank HCSS. Dat nodigt mij uit om ook maar een duit in het zakje te doen en een bijdrage te leveren aan het debat rond Defensie en het veiligheidsbeleid.

Verkenningen
Volgens HCSS is de door Clingendael gehanteerde aanpak verkeerd. HCSS stelt dat je eerst een beoordeling van de internationale veiligheidssituatie moet maken alvorens te bepalen wat voor soort leger je nodig hebt. Daar valt wat voor te zeggen. Niet het type krijgsmacht moet het uitgangspunt zijn maar wat er in de wereld gebeurt en wat voor antwoord de Nederlandse regering daarop wenst te geven. Laten we er daarbij maar van uitgaan dat het defensiebudget de komende jaren niet stijgt. Het ligt eerder voor de hand dat Defensie nog verder moet inleveren.

Zoals gezegd moet de minister een rapport over de toekomstige krijgsmacht laten verschijnen. Waarom haalt ze niet de lange termijn visie ”Defensieverkenningen 2010” van stal? Dit rapport wordt jaarlijks door Clingendael in opdracht van Defensie geactualiseerd. Genoemd rapport –een degelijk wetenschappelijk rapport– heeft destijds veel geld en menskracht gekost, maar is door de (politieke) waan van de dag vrijwel onmiddellijk in de spreekwoordelijke bureaulade verdwenen. Jammer van al dat werk! Laat de minister dat rapport maar eens benutten, dan is er in ieder geval een kleine besparingspost bereikt en komt dit werk alsnog tot zijn recht. Of zijn de eventuele (financiële) implicaties hiervan te riskant voor Rutte II?

Denktank Clingendael presenteert in zijn recente rapport vier soorten van krijgsmachten waaruit de Nederlandse regering zou kunnen kiezen. Een krijgsmacht voor korte inzet met veel geweld; een krijgsmacht met een sterke marine, wereldwijd inzetbaar voor onze handelsbelangen; een krijgsmacht die operaties zoals in voormalig Joegoslavië, Irak en Afghanistan kan uitvoeren; ten slotte een krijgsmacht die inzetbaar is voor langdurige opbouwoperaties in het buitenland en voor rampenbestrijding.

Alleen voor het eerste type krijgsmacht is de JSF vereist. Het type leger dat operaties zoals die in Afghanistan kan uitvoeren 
–krijgsmacht 3– lijkt het meeste op de variant die het kabinet-Rutte I –Rutte II zwijgt daar vooralsnog over– hanteerde als ideaal: de veelzijdig inzetbare krijgsmacht (”Zwitsers zakmesmodel”). De vermelde Defensieverkenningen noemden deze krijgsmacht als de meest wenselijke.

Veelzijdige krijgsmacht
Het Clingendaelrapport onderkent dat krijgsmacht type 3 beperkingen geeft bij operaties met veel 
geweld, en dat ook de inzet voor de bescherming van economische en handelsbelangen hierbij begrenzingen kent. Als we kijken naar de Nederlandse primaire belangen: economisch (handelsroutes beschermen) en humanitair (internationale verantwoordelijkheid nemen om veiligheid te bevorderen en schendingen te bestrijden), dan is krijgsmacht type 3 van dit Clingendaelrapport, opgehoogd tot het type ”veelzijdig inzetbare krijgsmacht” het ideaalbeeld dat we zouden moeten nastreven.

De materieelkeuze van Clingendael voor type 3 geeft aan om de onderzeebootdienst op te heffen. Die boten zijn echter van groot belang voor inlichtingendoeleinden en zijn technologisch geavanceerd, wat van belang kan zijn voor de (instandhouding van) onze scheepswerven. Ook is niet duidelijk waarom men volstaat met een vliegtuig van dezelfde generatie als de F-16 in plaats van de hypermoderne JSF.

Wapentuig
Na het echec van Srebrenica concludeerde Nederland dat je niet kunt rekenen op bondgenoten. Om niet afhankelijk van anderen te zijn, zul je daarom zelf alle spullen mee moeten nemen op missie: pantservoertuigen, artillerie, gevechtshelikopters en jachtvliegtuigen. Door de voortdurende bezuinigingen mist het leger echter nu al belangrijke wapen­systemen: maritieme patrouillevliegtuigen en tanks.

Even nieuw wapentuig inkopen wanneer het dreigingsplaatje dat weer vereist, gaat niet zo makkelijk. Daarnaast moet je personeel werven en opleiden en dient er infrastructuur (kazerne, vliegveld) aangelegd te worden. Hernieuwde invoering en operationele inzet kan wel vijf tot tien jaar in beslag nemen. Dat moeten we goed bedenken voordat we weer een wapensysteem –zoals de onderzeeërs– opdoeken, of als we een minder modern toestel kopen dan de JSF, want dat moet wel weer dertig jaar meegaan.

Kortom, het is hoog tijd dat de regering eerst vaststelt wat de ambities van het veiligheidsbeleid zijn: wereldwijd inzetbaar, of Europees, of alleen achter de dijken? En hoe ontwikkelen de internationale dreigingen zich over enkele decennia, moeten we daarvoor de JSF hebben of kunnen we volstaan met een minder geavanceerd jachtvliegtuig?

Voor de laatste kabinetten was het (gebrek aan) geld voor Defensie richtinggevend. Het is hoog tijd dat we terugkeren naar wat we van een kabinet met een degelijk veiligheidsbeleid mogen verwachten: eerst ambities bepalen en dan de bijbehorende (militaire) middelen vaststellen.

*De auteur is luitenant-kolonel der Limburgse Jagers b.d. en publicist internationale veiligheid.

(Reformatorisch Dagblad,  1 maart 2013)

maandag 11 februari 2013

Nieuw rapport HCSS over toekomst luchtmacht

Taking the high ground
Toekomstvisie Luchtwapen 2015 - 2025

Het belang van het luchtwapen ligt in het scheppen van de voorwaarden voor succesvol optreden van zee-, land- en luchtstrijdkrachten. Waarneming en langdurige observatie wordt een hoofdtaak van de luchtmacht. Snelle technologische ontwikkelingen maken het gebruik van onbemande systemen en ruimtemiddelen hierbij steeds beter mogelijk én betaalbaar.

Door het schrappen van tanks, artillerie en antitankwapens levert de Nederlandse krijgsmacht veel slagkracht in. De luchtmacht kan het optreden op de grond en op zee steunen met een mix van jachtvliegtuigen en bewapende helikopters, in de toekomst wellicht aan te vullen met offensief in te zetten onbemande systemen. Deze rol vraagt nadrukkelijk om versterking van het gezamenlijk optreden.

De huidige dynamische veiligheidsomgeving vraagt om voortdurende aanpassing en vernieuwing. De Commandant Luchtstrijdkrachten is verantwoordelijk voor de opbouw en het gebruik van kennis van alle vliegende systemen binnen de krijgsmacht. Dit vereist nauwe samenwerking met de industrie en kennisinstituten. Defensie heeft daarbij een belangrijke rol aan de voor- en de achterkant van het innovatieproces, respectievelijk als innovation leader en lead customer. Samenwerking in het lucht- en ruimtevaartcluster is belangrijk voor de versterking van de Nederlandse kenniseconomie.

Deze en andere bouwstenen voor de toekomstige luchtmacht zijn neergelegd in het rapport ‘Toekomstvisie Luchtwapen 2015-2025’. Dit rapport is opgesteld door het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS), in opdracht van de Koninklijke luchtmacht.

Het hele rapport kunt u hier downloaden.

(HCSS, 11 februari 2013)