Posts tonen met het label Luchtmobiele Brigade. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Luchtmobiele Brigade. Alle posts tonen

donderdag 9 april 2015

NATO tests 'Spearhead Force' alert procedures

EINDHOVEN, The Netherlands -  NATO assessed its alert procedures for the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) for the first time during Exercise NOBLE JUMP from 7-9 April 2015, involving over 1,500 personnel from 11 Allied nations.  Germany, Poland, Norway, Denmark, Hungary, Lithuania, Croatia, Portugal, and Slovenia tested their Headquarters’ response to alert procedures and high-readiness units from The Netherlands and Czech Republic physically deployed equipment and troops to airports and railheads.

This activity represents an important milestone as NATO continues to respond to emerging security challenges.  The exercise has its origins in last year’s Wales Summit, where NATO leaders collectively agreed to establish the VJTF, or what some call the ‘NATO Spearhead’ force.  These developments are part of wider enhancements to the NATO Response Force in order to address instability on NATO’s southern and eastern flanks.


Soldiers of 11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade involved in the exercise

"NATO military planners have been working tirelessly to enhance NATO’s Response Force and implement the Very High Readiness Joint Task Force, and today our progress is manifested in the rapid deployments we see happening in locations across the Alliance,” said General Philip Breedlove, Supreme Allied Commander Europe (SACEUR).  "These measures are defensive, but are a clear indication that our Alliance has the capability and will to respond to emerging security challenges on our southern and eastern flanks,” he said.

For the last several months, NATO has been developing the concepts behind the VJTF and established an interim force early in 2015.  Exercise NOBLE JUMP marks the first time that high-readiness units have physically tested their response to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  The training event marks a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls as the Alliance continues to refine its high readiness capabilities.

Czech and Dutch High-Readiness Troops Put to the Test
 In the afternoon of 7 April, the 11th Air Mobile Brigade in The Netherlands and the 4th Rapid Reaction Brigade in the Czech Republic were given orders to rapidly prepare to deploy their troops and equipment.

"In the hours that ensued, Dutch and Czech formations recalled their military personnel to base, conducted hasty movement planning, briefed personnel, prepared and verified equipment, weapons, supplies, and vehicles,” said Colonel Mariusz Lewicki, the head military planner for the VJTF at SHAPE.  "The lead troops were able to move in under eight hours, with all elements moving in under 48 hours, so our initial impression is we are very pleased with the results,” he added.

The Commander of the Dutch 11th Air Mobile Brigade, Brigadier-General Kees Matthijssen, also felt that Exercise NOBLE JUMP achieved its aims.

Czech paratroopers participating in EX NOBLE JUMP

 "So far we are satisfied, our men and women responded well to the alerting and we managed to send off the first troops as scheduled. We are sure that we will be able to meet our goals, which were to move all troops and equipment within 48 hours,” said Brigadier-General Matthijssen.  "Of course, we have noted some things to improve during the exercise, but this will definitely lead to further refinement and improvements of our high readiness plans,” he said.

A total of 900 German soldiers were also recalled to their units in Marienberg, Gotha, Idaroberstein and Bad Salzungen during Exercise NOBLE JUMP.  These troops conducted similar planning and alert verifications in their respective garrisons.

The overall aim of Exercise NOBLE JUMP was to improve and refine alert and deployment procedures for the VJTF.  In the coming weeks NATO military staff will conduct an analysis of the results from this exercise and Allied units will refine their tactical procedures.  Lessons will be shared and NATO will continue to refine the overall alert and deployment process, and ensure it is integrated in overall plans for the NATO Response Force.

11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade troops on the move

"Moving military units at short notice is a highly complex process that requires careful planning and constant refinement and practice to maintain capability,” said Colonel Lewicki.  "We’ve had a very good start this week, but much work remains and we will continue exercising these concepts throughout 2015 and 2016,” he said.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the Readiness Action Plan and the NATO Response Force.  Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP, 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

SHAPE Public Affairs Office

donderdag 24 april 2014

Kamerbrief over de dood van sergeant Boy van Geffen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 24 april 2014
Betreft Overlijden sergeant Boy van Geffen

Naar aanleiding van de uitzending van Een Vandaag op 9 april jl. over het overlijden van sergeant Boy van Geffen, heeft de vaste commissie voor Defensie mij verzocht te reageren (brief van 10 april jl. met kenmerk 2014Z06620/2014D13162). Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

Op 8 juni 2011 heeft sergeant Van Geffen deelgenomen aan een gevechtsbereidheidsparcours. Dit parcours was onderdeel van de Voortgezette Kaderopleiding Luchtmobiel. Ongeveer anderhalf uur na afloop van het parcours is sergeant Van Geffen buiten bewustzijn geraakt en overgebracht naar het ziekenhuis in Weert. Daar bleek dat sprake was van ernstig hersenletsel. Op 14 juni 2011 is sergeant Van Geffen overleden.

Het overlijden van sergeant Van Geffen heeft diepe sporen nagelaten. Hij was jong en had zijn leven nog voor zich. Ik begrijp dan ook goed dat de nabestaanden van sergeant Van Geffen vragen hebben over de omstandigheden waaronder hij gewond is geraakt en over de uiteindelijke oorzaak van zijn overlijden. De commandant van sergeant Van Geffen en zorgverleners van het Commando Landstrijdkrachten staan zijn nabestaanden naar beste vermogen bij met informatie en ondersteuning.  De Onderzoeksraad voor Veiligheid en het Openbaar Ministerie hebben een onderzoek ingesteld naar het overlijden van sergeant Van Geffen. De Commandant Landstrijdkrachten heeft eveneens onderzoek laten verrichten met als doel herhaling van dit soort voorvallen te voorkomen. Het rapport van dit onderzoek stond in de uitzending van Een Vandaag centraal.

De vaste commissie voor Defensie heeft mij naar aanleiding van de uitzending verzocht in het bijzonder in te gaan op:

- de bereidheid een onafhankelijke derde met behulp van het medisch dossier de doodsoorzaak van sergeant Van Geffen vast te laten stellen;

- een overzicht van de aanpassingen in de oefening (mede) als gevolg van het incident en/of hoe de huidige opzet van de oefening eruit ziet;

- welke waarborgen er zijn in verband met de risico’s;

- de bereidheid de suggestie van de vakbond over te nemen de lopende dossiers door een onafhankelijke te laten bekijken;

- de overige elementen die verband houden met het incident zoals in de uitzending genoemd.

In opdracht van het Openbaar Ministerie heeft de patholoog-anatoom van het Nederlands Forensisch Instituut de oorzaak van het overlijden van sergeant Van Geffen onderzocht. De nabestaanden kunnen bij de Officier van Justitie een verzoek tot het verkrijgen een afschrift van het sectierapport indienen. Deze beslist of het verzoek – mede gelet op het belang en de fase van het onderzoek - kan worden ingewilligd. Als de Officier van Justitie het verzoek inwilligt, kunnen de nabestaanden het sectierapport ter beoordeling aan een andere deskundige voorleggen. Ik ben zonder meer bereid aan een dergelijk verzoek van de nabestaanden mee te werken.

Naar aanleiding van het overlijden van sergeant Van Geffen heeft de Commandant Landstrijdkrachten besloten om alle activiteiten in het kader van militaire zelfverdediging tijdelijk te staken. Op basis van het rapport van de commissie van onderzoek zijn de volgende maatregelen genomen:

- de sportinstructeurs zijn bijgeschoold op veiligheidsbewustzijn en op het aanleren van technieken voor militaire zelfverdediging en het toezien op de juiste uitvoering daarvan;

- de sportinstructeurs mogen alleen lessen verzorgen waarvoor zij over de benodigde bevoegdheden beschikken;

- bij het aanleren en trainen van gevechtstechnieken en bij het sparren mag het hoofd alleen worden getoucheerd of licht worden getroffen;

- bij het aanleren en trainen van gevechtstechnieken en bij het sparren mogen alleen door Defensie verstrekte materialen worden gebruikt;

- de sportinstructeurs zijn geschoold in het herkennen van en het handelen  bij letsel;

- de handleiding voor militaire zelfverdediging is geëvalueerd en er zijn kwaliteitsbewakers voor militaire zelfverdediging aangesteld;

- voorafgaand aan de Voortgezette Kaderopleiding Luchtmobiel wordt bezien of de deelnemers deze opleiding fysiek aankunnen;

- voor buitengewone activiteiten wordt een risicoanalyse uitgevoerd en  worden de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vastgelegd;

- bij oefeningen is toereikende medische ondersteuning beschikbaar;

- er is een beleidskader voor vorming opgesteld.

Met inachtneming van deze maatregelen heeft de Commandant  Landstrijdkrachten de activiteiten op het gebied van militaire zelfverdediging per  15 april 2013 laten hervatten. Het gevechtsbereidheidsparcours wordt tot op  heden niet afgenomen. Op grond van het beleidskader voor vorming wordt eerst  bezien hoe het gevechtsbereidheidsparcours effectief en verantwoord kan worden  ingericht. Vanwege de taken en het operationele belang is het  gevechtsbereidheidsparcours sinds 11 maart 2013 wel weer onderdeel van de  opleiding en training van het Korps Commandotroepen. Daarbij gelden strikte  voorwaarden met betrekking tot de aanwezigheid van sportinstructeurs en  medische ondersteuning.

Wat de suggestie over het bezien van de lopende dossiers betreft, kan ik melden  dat ik daarover met de centrales van overheidspersoneel in overleg zal treden.  Overigens zijn er volgens mijn informatie geen vergelijkbare dossiers die op  afhandeling wachten. In de afgelopen jaren is een beperkt aantal voorvallen als  gevolg van activiteiten in het kader van militaire zelfverdediging gemeld. Daarbij  was geen sprake van blijvend letsel.

Voor het overige wil ik nog op twee punten ingaan. Volgens de uitzending van  Een Vandaag heeft Defensie de suggestie gewekt dat het overlijden van sergeant  Van Geffen ook aan hem zelf te wijten zou zijn. Ik betreur het zeer dat deze  indruk is ontstaan en wil onderstrepen dat, zoals ook de Commandant  Landstrijdkrachten in de uitzending heeft gezegd, Defensie verantwoordelijk is  voor de verwondingen die sergeant Van Geffen tijdens het  gevechtsbereidheidsparcours heeft opgelopen en voor het overlijden als gevolg  daarvan. Defensie neemt ook haar verantwoordelijkheid tegenover de  nabestaanden van sergeant Van Geffen.

In de uitzending werd ook gesteld dat Defensie nog steeds een gesloten  organisatie is. Ik ben van mening dat het tegendeel is gebleken uit de wijze van  handelen na het overlijden van sergeant Van Geffen. Het onderzoek dat is  uitgevoerd en het rapport dat dit heeft opgeleverd, de informatie die binnen de  organisatie en ook met de nabestaanden van sergeant Van Geffen is gedeeld en  de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van het ongeval, wijzen erop  dat Defensie heeft getracht zowel open als zorgvuldig te handelen.

Ten slotte heeft de commissie mij verzocht het vertrouwelijke rapport van het  onderzoek op de kortst mogelijke termijn openbaar aan de Kamer te zenden. Ik  heb dit rapport aanvankelijk met de rubricering personeelsvertrouwelijk aan de  Kamer gestuurd, onder meer omdat er persoonsgegevens in voorkomen.
Vanwege het belang dat ik hecht aan een open debat over deze kwestie is, na  overleg met de ouders van sergeant Van Geffen, besloten het rapport alsnog  zonder rubricering aan de Kamer toe te sturen. Wel zijn de desbetreffende  persoonsgegevens verwijderd.

Ik besef dat het verdriet om het overlijden van sergeant Van Geffen groot is. Dat kan ik niet wegnemen. Ik kan wel verzekeren dat Defensie maatregelen heeft getroffen om herhaling te voorkomen. De nabestaanden kunnen, als zij daar behoefte aan hebben, altijd bij Defensie terecht voor informatie en ondersteuning. Ook zal ik de nabestaanden van sergeant Van Geffen uitnodigen voor een persoonlijk gesprek.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 24 april 2014)

vrijdag 6 september 2013

Staat aansprakelijk voor dood drie moslimmannen Srebrenica

De Nederlandse Staat is aansprakelijk voor de dood van drie moslimmannen uit Srebrenica. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

De mannen hadden hun toevlucht gezocht tot de compound van Dutchbat. Dutchbat besloot hen niet mee te evacueren met het bataljon en stuurde hen op 13 juli 1995 weg van de compound. Buiten de compound werden zij vermoord door het Bosnisch-Servische leger of aanverwante paramilitaire groepen.

In een tweetal uitspraken bevestigt de Hoge Raad eerdere uitspraken van het hof Den Haag uit 2011 (ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0132 en ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0133) en 2012 (ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9015 en ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9014) en verwerpt hij het cassatieberoep dat de Staat tegen deze uitspraken instelde.

Achtergrond
In beide zaken gaat het om gebeurtenissen die plaatsvonden kort na de val van de enclave Srebrenica op 11 juli 1995.

Hasan Nuhanović was in dienst van de Verenigde Naties. Hij was als tolk werkzaam op de compound in Potočári waar Dutchbat gelegerd was. Hij beschikte over een VN-pas en stond op de lijst van lokaal personeel dat met Dutchbat mee mocht evacueren. Zijn vader Ibro, zijn moeder Nasiha en zijn broer Muhamed hadden na de val van de enclave hun toevlucht gezocht op de compound. Zij stonden niet op de lijst van lokaal personeel en kregen op 13 juli 1995 te horen dat zij de compound moesten verlaten. Kort daarna zijn zij door het Bosnisch-Servische leger of aanverwante paramilitaire groepen vermoord. Hasan is de eisende partij in de ene zaak.

Rizo Mustafić was in dienst van het gemeentebestuur van Srebrenica en door dit gemeentebestuur bij Dutchbat gedetacheerd, om als elektricien werkzaam te zijn op de compound. Na de val van de enclave had ook Rizo met zijn vrouw en kinderen zijn toevlucht gezocht op de compound. Het gezin kreeg op 13 juli 1995 te horen dat het de compound moest verlaten. Kort daarna is Rizo door het Bosnisch-Servische leger of aanverwante paramilitaire groepen vermoord. Zijn vrouw en kinderen hebben het overleefd. Zij zijn de eisers in de andere zaak.

Twee centrale vragen
In de procedure bij de Hoge Raad staan twee vragen centraal:

1. Kan het optreden van Dutchbat aan de Staat worden toegerekend?
2. Was het optreden van Dutchbat onrechtmatig.

Toerekening?
De Hoge Raad beantwoordt de vraag of het optreden van Dutchbat aan de Staat kan worden toegerekend, aan de hand van het internationaal recht. Daarbij sluit de Hoge Raad aan bij twee regelingen die zijn opgesteld door de International Law Commission van de Verenigde Naties.

De Hoge Raad oordeelt dat het internationaal recht toelaat dat een gedraging niet alleen wordt toegerekend aan de Verenigde Naties, die de leiding hadden over de vredesmissie, maar ook aan de Staat, omdat de Staat effective control had over het verweten optreden van Dutchbat. Het hof heeft dan ook mogen oordelen dat het optreden van Dutchbat aan de Staat wordt toegerekend.

Onrechtmatig?
Het hof heeft beslist dat het optreden van Dutchbat onrechtmatig was volgens het nationale recht van Bosnië-Herzegovina, dat in dit geval van toepassing is. Dit is in cassatie zonder succes bestreden. De Hoge Raad voegt nog toe dat een terughoudende toetsing van het optreden van Dutchbat zoals door de Staat is bepleit, zou betekenen dat nagenoeg geen ruimte zou bestaan voor de beoordeling door de rechter van het optreden van een troepenmacht in het kader van een vredesmissie. Dat is volgens de Hoge Raad onaanvaardbaar. Wel moet de rechter die achteraf de gedragingen van een troepenmacht beoordeelt, ermee rekening houden dat het hier gaat om onder grote druk in een oorlogssituatie genomen beslissingen.

Dit is een nieuwsbericht naar aanleiding van de uitspraken van de Hoge Raad van 6 september 2013. De volledige uitspraken (12/03324 en 12/03329) zijn gepubliceerd op www.hogeraad.nl, ECLI:NL:HR:2013:BZ9225 en ECLI:NL:HR:2013:BZ9228

(Hoge Raad, 6 september 2013)

dinsdag 28 mei 2013

Verdere defensiesamenwerking Nederland-Duitsland

Aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Vandaag heb ik in Berlijn, samen met mijn ambtgenoot Thomas de Maizière, de Declaration of Intent inzake de intensivering van de defensiesamenwerking tussen Nederland en Duitsland ondertekend. Hierbij bied ik u de tekst van deze verklaring aan.

Nederland heeft zijn veiligheid in nauwe verbondenheid met andere landen georganiseerd. Na de Tweede Wereldoorlog is ons veiligheids- en defensiebeleid in belangrijke mate verankerd in multilaterale organisaties als de Navo en de EU. Naast multilaterale samenwerking heeft Nederland een breed vertakt netwerk van bilaterale relaties ontwikkeld om zijn veiligheidsbelangen vorm te geven. De internationale inbedding van de krijgsmacht is onverminderd urgent.

Om te kunnen beschikken over een krijgsmacht die past bij onze positie in de wereld en dienstbaar is aan brede Nederlandse veiligheidsbelangen zijn we, mede in het licht van aanhoudende budgettaire krapte, in toenemende mate op onze veiligheidspartners aangewezen. Dit geldt zowel voor uitvoering van de operationele hoofdtaken, verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied, bevordering van de internationale rechtsorde en ondersteuning van civiele autoriteiten, als voor de inrichting van de krijgsmacht: de ondersteuning,de instandhouding en de bestuurlijke organisatie.

De defensiesamenwerking met Duitsland is in dit verband van grote betekenis. Met de ondertekening van de Declaration of Intent hebben beide landen niet alleen de goede samenwerkingsrelatie bestendigd, maar is daaraan ook een nieuwe dimensie toegevoegd: ook op terreinen waar we tot op heden nog niet intensief samenwerken, gaan we de komende jaren de banden verder aanhalen.

Meest in het oog springend zijn de volgende samenwerkingsdomeinen:

1e Duits/Nederlandse Leger Corps in Münster
Deze samenwerking bestaat sinds 1995. Het Corps heeft zich ontwikkeld tot een High Readiness Force (Land) Headquarters. Het is het toonbeeld van samenwerking en integratie. In de DoI is de intentie opgenomen om het Corps verder te ontwikkelen binnen de nieuwe NATO Forces Structure tot een Joint Task Force Headquarters Land (JTF HQ L)/Joint Command and Control Capability (JC2C). Op CDS-niveau is onlangs het streven overeengekomen dit JTF HQ L in 2017 aan te bieden voor het Long Term Rotation Plan van de Navo.

Integratie van de 11e Luchtmobiele Brigade en de Division Schnelle Kräfte
In 2014 wordt in Duitsland de Division Schnelle Kräfte opgericht. Het is de intentie om de 11e Luchtmobiele Brigade (11 LMB) te integreren in deze divisie om op termijn te komen tot een geïntegreerde wijze van opereren. De aansturing zou dan geschieden door een gezamenlijk stafelement in Duitsland. De troepen blijven hierbij echter op hun bestaande locaties gelegerd. Deze integratie levert voordelen op voor opleiding en training en maakt gezamenlijke inzet beter mogelijk.

Intensivering van de samenwerking van Grondgebonden Lucht- en
Raketverdediging
De samenwerking op dit gebied bestaat al enkele jaren en vloeit in het bijzonder voort uit gezamenlijke systemen (Patriot) en de gezamenlijke inzet daarvan, zoals nu in Turkije. Beoogd wordt deze samenwerking verder te intensiveren om uiteindelijk te komen tot een geïntegreerd stafelement dat alle Duitse en Nederlandse grondgebonden lucht- en raket verdedigingseenheden aanstuurt. Net als bij de integratie van 11 LMB levert deze integratie voordelen op het gebied van opleiding en training, schaarse capaciteiten en vergemakkelijkt gezamenlijke inzet.

Samenwerking Onderzeedienst
Uit het oogpunt van schaalvoordelen en het behoud van schaarse kennis op het gebied van onderzeebootbouw ligt het voor de hand dat Nederland en Duitsland, beide landen die over onderzeebootcapaciteit beschikken, toenadering tot elkaar zoeken. Door voorts samen opleidingen en training te volgen en gebruik te maken van elkaars opleidingsfaciliteiten kunnen schaarse en dure capaciteiten en middelen effectiever worden ingezet.

Met deze geïntensiveerde bilaterale samenwerkingsrelatie geeft het kabinet invulling aan het voornemen concrete, verdergaande stappen te zetten op het gebied van internationale militaire samenwerking. Hiermee wordt het handelingsvermogen van onze krijgsmacht vergroot en levert Nederland een bijdrage aan de versterking van de Europese defensiesamenwerking.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 28 mei 2013)

donderdag 11 april 2013

Kamerbrief over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 11 april 2013
Betreft Reactie op berichtgeving over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade
Onze referentie
BS2013010509

De vaste commissie voor Defensie heeft mij in een brief van 28 maart jl. verzocht te reageren op berichtgeving in de media over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade. Voorts heeft de commissie mij gevraagd in te gaan op het verband tussen drugscriminaliteit en posttraumatische stress-stoornis en hoe deze samenhangen met de nazorg voor veteranen (kenmerk 2013Z05540/2013D13050). Bij deze voldoe ik aan dat verzoek.

Drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade
Er is sprake van twee strafrechtelijke onderzoeken van de Koninklijke Marechaussee onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie naar vermeende handel in harddrugs op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Het eerste onderzoek stamt uit 2012 en is bijna voltooid. Daarnaast voert de commandant een rechtspositioneel onderzoek uit naar het gedrag van de betrokken militairen.

Defensie heeft een strikt beleid op het gebied van drugs. Het bezit of gebruik van harddrugs leidt in beginsel tot ontslag. Echter, bij een aantoonbare relatie met psychisch of lichamelijk letsel als gevolg van een uitzending, ligt dit genuanceerder en worden alle omstandigheden meegewogen. Bij de verdere afhandeling van de incidenten in Schaarsbergen zal dit niet anders zijn. Voorts blijft Defensie verantwoordelijk voor de nazorg van veteranen, ook bij oneervol ontslag.

Relatie drugsgebruik en posttraumatische stress-stoornis (PTSS)
U heeft mij gevraagd naar een verband tussen opgelopen psychisch letsel als gevolg van een uitzending en het gebruik van drugs. Uit de medische literatuur is bekend dat er een verband bestaat tussen middelengebruik en PTSS. Middelengebruik dan wel drugsproblematiek krijgt expliciet de aandacht in de nazorgperiode van militairen door zowel de eerste als de tweede lijn, omdat dit indicatief kan zijn voor onderliggende klachten en problemen. De Militaire Geestelijke Gezondheidszorg heeft een specifiek behandelprogramma ontwikkeld om de militair met deze problematiek te begeleiden.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 10 april 2013)

maandag 22 oktober 2012

Vierde lichting politietrainers vertrekt naar Kunduz

De vierde lichting militairen van de Geïntegreerde Politie Trainingsmissie  vertrekt dinsdag 23 oktober vanaf vliegbasis Eindhoven naar de provincie Kunduz in Afghanistan.  De vierde rotatie bestaat naast marechaussees vooral uit militairen van de luchtmobiele brigade.

De militairen staan onder leiding van kolonel Roland de Jong. Het civiele gedeelte van de missie staat onder leiding van Mr. Geoffrey van Leeuwen van Buitenlandse zaken en Michel Oz van Veiligheid en Justitie.  Gezamenlijk vormen zij de leiding van de Geïntegreerde Politie Trainingsmissie.

De Geïntegreerde Politie Trainingsmissie richt zich op de opleiding en training van Afghaanse civiele politieagenten en op het versterken van de justitiële keten. Met de verschillende opleidingen en trainingen is het doel tot medio 2014 een kwaliteitsimpuls te geven aan de politie door agenten van de Afghan Uniformed Police (AUP) in Kunduz opleidingen te bieden en te begeleiden bij de uitvoering in de praktijk.

De afgelopen maanden hebben de Nederlandse politietrainers de trainingen uitgebreid naar vier verschillende districten in de provincie Kunduz. Daarmee wordt ongeveer 75% van alle agenten bereikt. De komende periode staat vooral in het teken van het mentoren en begeleiden van de Afghaanse agenten en trainers.

(ministerie van Defensie, 22 oktober 2012)

Zie ook: Politietraining Kunduz deels opgeschort d.d. 18 oktober

donderdag 27 september 2012

11 Air Manoeuvre Brigade slaagt voor 'NAVO-examen'




11 Air Manoeuvre Brigade, een samengestelde eenheid van infanterie- en helikoptereenheden, heeft opnieuw bewezen operationeel inzetbaar te zijn. Tijdens de internationale oefening Peregrine Sword in het Duitse Wildflecken, onder leiding van het Duits-Nederlandse Legerkorps, slaagde de eenheid voor zijn ‘NAVO-examen’.

“Van soldaat tot generaal, iedereen is beproefd in deze oefening. Alle manieren van inzet binnen air manoeuvre zijn aan bod gekomen. Niet alleen het uitvoeren van daadwerkelijke operaties, maar ook stafprocedures en besluitvorming”, vertelt brigadegeneraal Nico Geerts, de commandant van 11 Air Manoeuvre Brigade, samengesteld uit 11 Luchtmobiele Brigade en het Defensie Helikopter Commando. Samenwerking was het speerpunt van de oefening. De brigade heeft bewezen alle facetten te beheersen van infanterieoptreden vanuit de lucht ondersteund met transport- en gevechtshelikopters.

Tijdens de oefening is een nieuw verbreed operationeel concept beproefd. Voor het zogeheten gemotoriseerd optreden, beschikten 2 infanteriecompagnieen over bushmasters waardoor zij grotere gebieden konden stabiliseren. Daarnaast is samengewerkt met het Korps Commandotroepen in een Special Operations Task Group, waarbij commando’s doelwitten markeerden voor het 155mm-geschut pantserhouwitser.

3D-aanpak
Op logistiek en geneeskundig gebied werd ook geoefend. Zo vlogen de helikopters medische evacuaties en bij een tactical air landing operation werden met commando’s burgers geëvacueerd. Bij een overleg van inheemse leiders toetsten instructeurs de ‘diplomatieke vaardigheden’ van de rode baretten. De in Afghanistan beproefde 3D-aanpak, development, diplomacy en defence, speelde een centrale rol.

“Militaire operaties hebben meer kans van slagen wanneer ook op economisch, politiek en sociaal niveau wordt ingegrepen”, zegt politiek adviseur Sanne Kaasjager afgevaardigd door  het ministerie van Buitenlandse Zaken. “Het trainen van militairen in de samenwerking met burgers, civiele instanties en andere ‘spelers’ bij conflicten is van groot belang.”

De sleutel
Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp blikt tevreden terug op de behaalde resultaten van Peregrine Sword. “Onze eenheden moeten klaar staan voor inzet, wat de opdracht ook is, in het buitenland of in Nederland. Samenwerken is daarbij de sleutel. Samen plannen en uitvoeren; met civiele instanties, maar ook met andere landen. We kunnen het niet alleen. Daarbij is een samenhangende aanpak noodzakelijk. Alleen dan kunnen we succesvol zijn.”

Zo trad voor het eerst een gecombineerde Nederlands-Duitse artillerie- en luchtverdedigingseenheid op. Die gaf onder meer vuursteun met hun pantserhouwitsers. Er bestaan plannen deze samenwerking in de toekomst uit te bouwen.

(ministerie van Defensie, 27 september 2012)

woensdag 12 september 2012

Oefening Peregrine Sword: NAVO-toets voor 11 Air Manoeuvre Brigade


In Duitsland is deze week de oefening Peregrine Sword van start gegaan. Belangrijk onderdeel van deze multinationale oefening is de certificering van 11 Air Manoeuvre Brigade. Gedurende ruim twee weken tonen landmachtmilitairen van 11 Luchtmobiele Brigade en luchtmachtmilitairen van het Defensie Helikopter Commando dat zij gereed zijn voor elk type militaire operatie. Indien samengevoegd vormen deze eenheden de 11 Air Manoeuvre Brigade.

In totaal zijn er zo’n 6500 militairen en medewerkers van civiele organisaties tijdens de multinationale oefening Peregrine Sword actief.  Naast Nederlandse eenheden nemen de staf van de Italiaanse para-brigade ‘Folgore’, de staf van de Frans/Duitse brigade en special forces, artillerie – en luchtmachteenheden uit Duitsland deel aan de oefening in de omgeving van het Zuid-Duitse Wildflecken. Het geheel wordt geleid door het Duits-Nederlands Legerkorps uit Münster.

Smart Defence
Gedreven door efficiëntie wordt, onder de naam Smart Defence, NAVO-breed gezocht naar samenwerkingsmogelijkheden om zo geld te besparen. Op terreinen als opleiden, trainen, het aanhouden van reservedelen en het verwerven van hetzelfde materiaal (standaardisering) is het mogelijk om gemeenschappelijk op te trekken. Een voorbeeld hiervan is het optreden van een tijdelijke samengestelde Nederlands-Duitse artillerie- en luchtverdedigingseenheid tijdens Peregrine Sword. Deze moet zich bewijzen tijdens een zogenoemde life-firing exercise, een oefening waarbij met scherpe munitie wordt geschoten.

Peregrine Swod Flyer

(ministerie van Defensie, 12 september 2012)

dinsdag 12 juni 2012

Definitief vrijspraak voor dodelijk ongeval Landmachtdagen

De Hoge Raad heeft dinsdag de eerdere vrijspraak van het hof van verantwoordelijkheid voor een dodelijk ongeval tijdens de Landmachtdagen in 2007 bevestigd. De vrijspraak is nu definitief.

De demonstratie abseilen ging fout, waardoor een 32-jarige sergeant van de Luchtmobiele Brigade met grote snelheid door een wegvliegende helikopter aan een touw 200 meter over de grond werd meegesleurd. De sergeant overleed aan zijn verwondingen.

In eerste instantie veroordeelde de rechtbank de boordwerktuigkundige voor het ongeval en gaf hem 200 uur werkstraf. Het hof sprak de man echter vrij. Overwegingen van het hof waren daarbij dat in het algemeen bij dit optreden tijdens de Landmachtdagen te weinig aandacht is geweest voor de veiligheid.

De Hoge Raad spreekt nu uit dat het „heeft overwogen dat – onder meer - organisatorische omstandigheden en tekortkomende veiligheidsvoorzieningen een rol speelden bij de fout die de verdachte maakte. Deze overwegingen zijn toereikend voor het oordeel van het hof dat geen sprake was van de ten laste gelegde grove of aanmerkelijke schuld bij de verdachte.”

(Reformatorisch Dagblad, 12 juni 2012)

vrijdag 8 juni 2012

Rode baretten eren invasie D-Day


Met een parachutesprong boven het vermaarde Normandische plaatsje Sainte-Mère-Église hebben militairen van 11 Luchtmobiele Brigade woensdag de geallieerde invasie van 6 juni 1944 herdacht.

De sprong, samen met collega’s uit de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, vormde een van de vele plechtigheden waaraan de rode baretten en militairen van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ de afgelopen dagen hebben deelgenomen.


Sainte-Mère-Église

Gisteren kwam in Arromanches traditioneel een groep voormalige Engelandvaarders van de Prinses Irene Brigade bijeen onder leiding van generaal-majoor buiten dienst Rudi Hemmes om D-Day te gedenken.
Eerder was er een kranslegging bij het monument ‘Iron Mike’ bij La Fière door onder anderen luitenant-kolonel Michael van den Berg, de adjunct-defensieattaché in Parijs. De Nederlandse militairen stonden ook opgesteld bij het oorlogsmonument in het dorpje Graignes, waar zeer zwaar is gevochten. Eerder deze week vond de herdenking plaats op de Duitse begraafplaats in het dorpje La Cambe.

(ministerie van Defensie, 8 juni 2012)

donderdag 7 juni 2012

Defensie in het verkiezingsprogramma van de PvdA

3. Een veilige en vreedzame wereld

Een veilige leefomgeving, waar je zonder angst naar je werk of school kunt gaan, is een absolute voor-waarde voor een menswaardig bestaan en zelfredzaamheid. Een veilige en stabiele wereld is niet alleen inhet belang van mensen ver weg, maar draagt ook bij aan onze veiligheid. Aan de bedreiging van piraten voor de kust van Afrika staat ook de bemanning van onze schepen bloot.Conflicten zijn steeds ingewikkelder. Traditionele oorlogen tussen landen komen nog wel voor, maar steeds vaker vinden bloedige conflicten plaats binnen staten en tussen verschillende groeperingen. Steeds vaker is schaarste van grondstoffen een oorzaak van spanningen. Maar liefst 1 miljard mensen in kwetsbare staten zijn gevangen in een vicieuze cirkel van geweld en armoede. De handel in illegale wapens vormt een grote bedreiging voor de burgerbevolking. Hard optreden is soms nodig voor een veilige wereld – ook door onszelf. Maar voor een echt veilige wereld moeten we in de eerste plaats de oorzaken van geweld in samenhang aanpakken. De PvdA kiest voor een focus op de fragiele staten en conflictregio’s. Onder strikte voorwaarden, en in principe altijd in internationaal verband met een mandaat van de Veiligheidsraad, zijn we bereid tot deelname aan internationale militaire operaties om burgers te beschermen. Dat vraagt om een moderne, goed georganiseerde krijgsmacht, die tevens Nederland kan beschermen.

Dit gaan we doen:

Actieve aanpak van fragiele staten en conflictregio’s

• De gevaarlijkste regio’s, waar het risico op instabiliteit het grootst is, zijn de Hoorn van Afrika, Centraal Afrika, Irak, Afghanistan en Pakistan. Bij de aanpak zorgen we voor samenhang tussen defensie, migratie en ontwikkelingssamenwerking. We richten ons op opbouw van overheden,bedrijven, maatschappelijke organisaties in deze landen zelf.

• Nederland stopt met de eenzijdige steun aan Israël in het Israëlisch-Palestijnse conflict. We gaan weer in de Europese pas lopen en gebruiken onze goede banden met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit beter ter ondersteuning van het vredesproces.

• Nederland trekt in EU en VN-verband op rond grote internationale crises, zoals de nucleaire dreiging vanuit Iran, de escalatie van geweld in Syrië en het haperen van de democratisering in de Arabische regio.

• Nederland is koploper in de strijd tegen illegale en controversiële wapens en voor strengere inter-nationale regelgeving rondom wapenhandel. Nederland helpt arme landen om illegale wapenhandel te bestrijden en scherpt het wapenexportbeleid aan zodat geen wapens geleverd worden aan repressieve en autoritaire staten die mensenrechten schenden.

• Grondstoffen, zoals kolen, dienen soms als financieringsbron voor oorlogen. De import van deze bloedkolen wordt strafbaar. Nederland neemt het voortouw om dit ook in Europa en op wereld-wijd niveau te regelen.

Nederland actief in internationale missies

• Alleen met een adequaat volkenrechtelijk mandaat is inzet van militairen en materieel acceptabel.Het gebruik van militair geweld moet passen in een langetermijnstrategie voor een structurele politieke oplossing van het conflict.

• Nederland is en blijft een actief lid van de NAVO en voldoet aan haar internationale verplichtingen.

• De checklist voor de Tweede Kamer voor besluitvorming over militaire inzet, het zogenaamde Toetsingskader, is aan herziening toe. Een missie moet een duidelijk doel hebben, aanpak en middelen moeten daarmee samenhangen. Er moet een realistische onderbouwing zijn van de kans op succes en een exit-strategie. En de bescherming van burgers moet duidelijk geregeld zijn.

• Internationale vredesmissies voeren we uit volgens het Nederlandse model. Daarbij is niet de militaire aanpak leidend, maar de politieke opbouw en het ontwikkelingswerk, met aandacht voor mensenrechten en het betrekken van vrouwen bij besluitvormingsprocessen.

4. Een effectieve krijgsmacht met aandacht voor personeel

Onze ambities voor een veilig Nederland, versterking van de internationale rechtsorde en bescherming van mensen in fragiele staten vragen om een moderne en effectieve krijgsmacht. Het personeel van de krijgs-macht is de ruggengraat van de organisatie en verdient alle aandacht om goed werk te kunnen leveren ennaar behoren betaald en begeleid te worden, ook als de carrière bij defensie afloopt.Laten we er niet omheen draaien. Door de crisis is er minder geld beschikbaar. Dat vraagt om scherpe keuzes, ook bij defensie. Zorgvuldigheid is geboden omdat de afgelopen jaren al veel bezuinigd is. Om de operationele capaciteit zoveel mogelijk overeind te houden kiezen we voor meer internationale samenwerking op defensiegebied en concentratie op zaken waar wij goed in zijn en waar wij een toegevoegde waarde hebben in internationaal verband. De consequentie daarvan is dat wij bereid moeten zijn onze autonomie met partners te delen om de nationale en Europese belangen gezamenlijk veilig te stellen.

De Landmacht zal zich verder moeten specialiseren in het kunnen leveren van snel inzetbare gevechtstroe-pen. De Luchtmacht concentreert zich op de inzet van gevechtsvliegtuigen en bijdragen aan strategisch en tactisch transport. De belangrijkste taak van de Marine is het in EU en NAVO verband beveiligen en garanderen van transport over zee en de bewaking van handelsroutes wereldwijd. Een moderne krijgsmacht vergt zo’n hoog niveau aan investeringen dat dit niet een nationale maar een internationale ambitie moet zijn. Taakspecialisatie en schaalvergroting over de grenzen heen zijn noodzakelijk.

Dit gaan we doen:

Zorg voor personeel 

• De bezuinigingen leiden tot onvermijdelijk tot verdere inkrimping van de defensieorganisatie. Er moet snel duidelijkheid komen over het perspectief van medewerkers binnen de krijgsmacht.Goede begeleiding naar nieuwe functies, bijvoorbeeld bij de politie, is prioriteit

• Bij een nieuwe bezuinigingsronde hoort een stevig sociaal plan, dat wordt vastgesteld in overleg met de Centrales van Overheidspersoneel

• We kiezen er voor om werkgelegenheid zoveel mogelijk in stand te houden op plekken waar de regionale economie en werkgelegenheid daar het meest bij gebaat is zoals in Leeuwarden en Assen.

• Dankzij de PvdA is de Veteranenwet tot stand gekomen. De Veteranenwet wordt op korte termijn geïmplementeerd met een tweejaarlijkse evaluatie

Internationale samenwerking en organisatie


• De PvdA is voor verregaande Europese defensiesamenwerking. Nederland neemt actief deel aan het overleg daarover in de NAVO en de Europese Unie. Dit moet op korte termijn leiden tot het samenvoegen van bestaande capaciteiten en het in onderling overleg meer toeleggen op die taken waar we ten opzichte van andere landen toegevoegde waarde hebben.

• Sommige delen van onze krijgsmacht worden samengevoegd met die van andere landen zoals België, Duitsland of het Verenigd Koninkrijk. Zo zou er met buurlanden een veel intensievere marinesamenwerking tot stand kunnen komen, waarbij Nederland huidige taken afstoot en andere taken van buurlanden overneemt met behoud van capaciteit. Deze verregaande samenwerking betekent dat we steeds meer beslissingen moeten nemen in gezamenlijkheid met partnerlanden.

• De doelmatigheid van de Nederlandse krijgsmacht moet worden vergroot door verdere stroomlijning van de defensieorganisatie. Er is teveel overlap van taken tussen landmacht en marine voorwat betreft de special forces. We brengen alle snel inzetbare en gespecialiseerde gevechtstroepen,dus luchtmobiele brigade, korps commandotroepen en korps mariniers geheel onder één commandostructuur.

• We concentreren ons op ondersteuning van (snel inzetbare) gevechtseenheden. Luchtsteun is daarbij van groot belang. Wel kan het aantal jachtvliegtuigen worden verminderd, zeker omdat we op dit vlak naar intensievere samenwerking met onder andere de Belgische luchtmacht streven.

• Verlenging van de levensduur van de F16 is mogelijk en heeft onze voorkeur. Te zijner tijd zullen we keuzes maken ten aanzien van het gewenste type toestel op basis van het dan beschikbare aanbod en prijzen, passend in onze visie op de toekomst van de krijgsmacht, zonder dat daarbij sprake is van een voorkeur voor de JSF.

• Bij de marine concentreren we onze aandacht op het beveiligen van handelsroutes ten behoeve van onze koopvaardij. De onderzeedienst wordt opgeheven.

(Uit: 'Nederland sterker en socialer'. Concept-verkiezingsprogramma PvdA, 2012)

Gerelateerde artikelen: 

Onrust binnen PvdA over verdere bezuinigingen op Defensie

PvdA'ers: 'Krijgsmacht heeft al genoeg ingeleverd'

woensdag 18 april 2012

Minister Hillen: Samenwerking in Benelux niet vrijblijvend

Nederland, België en Luxemburg gaan nog meer samenwerken op defensiegebied. Daartoe ondertekenden ministers Hans Hillen, zijn Belgische collega Pieter de Crem en namens Luxemburg Jean-Marie Halsdorf vanavond een overeenkomst.

De afspraken houden in dat de landen vaker samen oefenen en trainen, dat de luchtmachten van elkaars vliegvelden gebruik maken, de marine van België en Nederland nog intensiever met elkaar optrekken en de Belgische paratroepers en de Luchtmobiele Brigade van Nederland meer samenwerken.  Hillen beseft dat de landen daarmee een deel van hun zeggenschap over de krijgsmacht opgeven. “Samenwerken is niet vrijblijvend”, aldus de minister.

Voorbeeld
De ondertekening mag wat minister Hillen betreft een voorbeeld zijn voor andere landen. Door samen te werken zonder de eigen nationaliteit op te geven, kan Europa in zijn ogen veel meer doen.  “Er is geen land meer dat zichzelf kan verdedigen, daarom moeten we dit doen. Het is een goede manier om in deze tijd van bezuinigingen de slagkracht te behouden”, zei hij. “We zijn op weg naar een totaal nieuwe structuur, met een trinationale bevelvoering”,  beaamde zijn Belgische collega De Crem.  ” Dit is een eerste stap naar volledige integratie van het materieel en een gezamenlijke inzetbaarheid”.

F-35
Met deze overeenkomst is het wat minister Hillen betreft nog niet afgelopen. Hij wil ook met Noorwegen en Denemarken nog nauwer samenwerken. Hij denkt daarbij aan het gezamenlijk beveiligen van het luchtruim met F-16’s. De minister bekijkt met deze landen naar de  gezamenlijke aanschaf, onderhoud en training van de beoogde opvolger van de F-16, de F-35 Lightning II.

NAVO
Hillen woonde eerder vandaag in Brussel een vergadering bij van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie van de NAVO. Deze zogenoemde Jumbo-bijeenkomst gold als voorbereiding op de NAVO-top op 20 en 21 mei in Chicago. Daarbij staan onderwerpen als het (post-)transitieproces in Afghanistan en de ontwikkeling van de defensiecapaciteiten van de NAVO op de agenda. Het bondgenootschap kijkt naar de huidige capaciteiten, waarbij naast de conventionele en nucleaire ook nieuwe gevaren als cyberdreiging in ogenschouw zijn genomen. Op initiatief van Nederland is deze zogenoemde Deterrence and Defence Posture Review openbaar gemaakt.

Tankers
Met  Duitsland en Frankrijk heeft Nederland de handen ineen geslagen om het tekort aan tankvliegtuigen aan te pakken. De  Defensieministers van de 3 landen tekenden een communiqué om in Chicago een plan te presenteren om deze tekortkoming van zowel de EU als de NAVO op te lossen. “Op termijn zullen we kijken of we onze capaciteit niet alleen beter kunnen poolen , maar ook gemeenschappelijk aan vervanging van de bestaande middelen kunnen werken”, aldus Hillen.

(ministerie van Defensie, 18 april 2012)

woensdag 4 april 2012

Elf jonge Nederlanders worden opgeleid tot 'paratroopers'


1944

Op de Ginkelse Heide in Ede springen op 17 september 1944 duizenden parachutisten naar beneden. Jonge Britse mannen die Nederland komen bevrijden worden opgewacht door een Duits tankbataljon. De hei verandert in een tapijt van bloed, een slag die zijn weerga niet kent.

In De Slag om Arnhem krijgen elf jonge Nederlanders anno nu de unieke kans om de geschiedenis te herbeleven. De rekruten werken en leven zoals de soldaten dat ruim zestig jaar geleden ook deden. In precies dezelfde omstandigheden worden ze opgeleid tot parachutist. Grenzen worden opgezocht en verlegd. Met als einddoel dezelfde duizelingwekkende sprong boven de Ginkelse Heide. De Slag om Arnhem is op donderdag 3 mei om 21:00 uur te zien bij BNN op 3.
De vier meiden en zeven jongens stappen in de voetsporen van de jonge parachutisten uit de Tweede Wereldoorlog. In tien zware dagen worden ze opgeleid tot paratroopers. Ruben (20): ‘Naast adrenaline, emoties en uitputting heeft de deelname aan het programma ook een diep respect bij mij teweeg gebracht voor de mensen die destijds voor onze vrijheid hebben gevochten.’ Feike (19): ‘Deze ervaring was heel zwaar, maar het resultaat laat zien dat het zeker de moeite waard was’.

De Slag om Arnhem is een productie van Eyeworks in opdracht van BNN en in samenwerking met de 11 Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht en Paragroup Holland. Check alvast de trailer op slagomarnhem.bnn.nl en houd Facebook in de gaten voor meer informatie over de Tweede Wereld Oorlog en De Slag om Arnhem.

(BNN, 4 april 2012)