Posts tonen met het label Uruzgan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uruzgan. Alle posts tonen

vrijdag 5 december 2014

Weblogbericht CDS: leiderschap en kameraadschap

Generaal Tom Middendorp

04-12-2014

Met een ferme klap op de schouder heeft de koning donderdag majoor Gijs Tuinman onderscheiden met de hoogste dapperheidsonderscheiding die ons land kent; de Militaire Willems-Orde. Met de benoeming van majoor Marco Kroon in 2009 hebben we er een nieuwe Ridder bij! Een geweldige erkenning voor uitzonderlijke daden.

Kapitein Gijs Tuinman in Uruzgan

In 2006 werd majoor Tuinman al onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Nu wordt hij geroemd voor 5 uitzonderlijke acties bij een latere inzet waarbij hij voorop ging in de strijd. Zo nodig met gevaar voor eigen leven. Zijn optreden op 6 september in 2009 is exemplarisch. Op die dag leidde majoor Tuinman commando's en mariniers in de Afghaanse provincie Uruzgan en coördineerde hij de actie om een zwaar gewonde militair - korporaal Kevin van de Rijdt - te redden.

Onder vuur
Majoor Tuinman wilde Kevin niet achterlaten, maar wilde ook zijn team geen onnodig risico laten lopen. Hij en zijn mannen werden van 3 kanten onder vuur genomen door een overmacht van de Taliban. Tuinman behoudt het overzicht en organiseert in korte tijd een reddingsactie, waarbij zijn mannen met gevaar voor eigen leven hun gewonde kameraad halen.

Korporaal Kevin van de Rijdt

Alles aan gedaan
Het was een zwarte dag, want ondanks de dappere reddingspogingen overleefde Kevin de gevechtsactie niet. Zijn maten hebben hem echter niet in de steek gelaten. Onder levensbedreigende omstandigheden hebben zij er alles aan gedaan om Kevin te redden. Dat toont niet alleen leiderschap van majoor Tuinman, maar ook kameraadschap. Het toont een onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaar!

Majoor Tuinman zei daar later zelf over: "Niemand stelt achteraf de vraag: was dit de moeite waard? Iedereen doet het, omdat je het rotsvaste vertrouwen hebt dat de ander het ook voor jou zou doen”.

Never leave a man behind
Zijn uitspraak is kenmerkend voor militairen. Opkomen voor anderen die hulp nodig hebben; dat geldt voor de missies waar militairen voor worden ingezet, maar zeker ook voor onze collega’s met wie we die missies uitvoeren. ‘Never leave a man behind’, is daarbij een leidend motto. Je laat je maten niet in de steek. Je blijft doorgaan.

Daarom zie ik de toekenning van de Militaire Willems-Orde ook als een erkenning voor al die andere Nederlandse militairen die onder extreme en gevaarlijke omstandigheden opereren. Ook zij zetten zich met gevaar voor eigen leven, en met hart en ziel in voor vrede en vrijheid.

Veiligheid en welvaart
En dat doen militairen in Nederland, maar vooral ook wereldwijd. Want in veel landen worden burgers nog niet beschermd door hun regering. Piraterij, gijzelingen, terrorisme, geweldsuitbarstingen - zelfs onthoofdingen - zijn aan de orde van de dag. Daar moet je iets aan doen. Onze veiligheid en welvaart zijn nou eenmaal afhankelijk van stabiliteit in andere landen.

Dáárom stuurt de regering militairen op missie. Dáárom wagen wij ons leven. Dáárom gaan wij door het vuur voor elkaar. Een dag als vandaag doet ons dat weer ten volle beseffen.

Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
December 2014

Zie ook: Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde

donderdag 4 december 2014

Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde



Majoor Gijs Tuinman is vandaag onderscheiden voor zijn daden in 2009 als commandant Meervoudig Ploegoptreden van Task Force 55 in Uruzgan. Hij werd voor dat optreden door koning Willem-Alexander tot Ridder Militaire Willems-Orde geslagen, de hoogste dapperheidsonderscheiding. Bij de ceremonie op het Binnenhof in Den Haag waren ook koningin Máxima, Prinses Beatrix, premier Mark Rutte en minister Jeanine Hennis-Plasschaert aanwezig.

Rol Tuinman
Tuinman in Uruzgan
Wie Tuinman's rol in Afghanistan in ogenschouw neemt, kan niet anders concluderen dan dat het niet één aspect is wat hem een bijzonder leider en mens maakt. Het is de specifieke combinatie van 3 bijzondere kwaliteiten die hem de Willems-Orde oplevert: moed, beleid en trouw.

Twee voorbeelden van Tuinman's optreden: begin september 2009 weet hij vechtend vanuit een hinderlaag met beleid een reddingsactie aan te sturen. In december bewijst hij tactisch vernieuwend te zijn door 3 Nederlandse Cougar-transporthelikopters in te zetten bij de zoektocht naar Taliban-strijders.

Het is niet de eerste keer dat Tuinman opvalt. Vanwege zijn excellente leiderschap, grondige voorbereiding, doortastende en dappere optreden tijdens Task Force Viper in 2006 ontving hij de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste dapperheidsonderscheiding. Tuinman diende in totaal 4 keer in Afghanistan.

Task Force 55
Task Force 55 kenmerkte zich door de vele gevechtscontacten tijdens de vaak risicovolle operaties die meerdere dagen duurden, met intensieve inzet van helikopters. De militairen moesten zich tussen augustus en december 2009 in onherbergzaam gebied vaak letterlijk een weg voorwaarts vechten. De ene keer kwam de tegenstand uit grotten en loopgraven. De andere keer van snipers op bergtoppen. TF55 verplaatste zich bovendien onder voortdurende dreiging van geïmproviseerde explosieven.

Tuinman met sniper rifle in Uruzgan

Uitzonderlijke daden
Hennis roemde voorafgaand aan de ceremonie het 'excellente leiderschap' van toen nog kapitein Tuinman. Ze noemde hem de drijvende kracht achter het meervoudig ploegoptreden van Task Force 55, rotatie 2. "Niet zelden werden de militairen geconfronteerd met een overmacht aan strijders, waardoor ze voortdurend grote risico’s liepen. En dan draait het om blindelings vertrouwen. In elkaar en in de commandant. Dat vertrouwen was er! Het esprit-de-corps vormde een ijzersterk fundament voor de uitzonderlijke prestaties van majoor Tuinman en de special forces van Task Force 55 rotatie 2. Zij gingen voor elkaar door het vuur. Letterlijk en figuurlijk. Vertrouwen is dan ook dé basis. Alleen dan kan een militair excelleren en boven zichzelf uitstijgen."

Een unieke foto: Nederlandse special forces bijeen... Niet eerder gepubliceerd

Ceremonie
Bij de ceremonie vanochtend trad Tuinman uit de rijen van het Korps Commandotroepen, marcheerde naar koning Willem-Alexander en meldde zich. "Ik zweer mij als een getrouw en wakker ridder te zullen gedragen, mijn leven altoos te zullen veil hebben voor Koning en Vaderland en door al mijn vermogen mij steeds trachten waardig te maken de onderscheiding, mij door de koning toegestaan." Met het onderschrijven van deze woorden legde hij de eed af ten overstaan van de Koning, waarna die hem de ridderslag (accolade) toebracht.

Na het Wilhelmus maakte majoor Tuinman zijn opwachting bij de overige twee Ridders Militaire Willems-Orde en ontving ook van hen de traditionele accolade. Daarna namen alle Ridders Militaire Willems-Orde voor het aansluitende defilé hun positie in naast koning Willem-Alexander.

Ook een unieke foto: drie Ridders MWO: de majoors Kenneth Mayhew (97),
Marco Kroon, en Gijs Tuinman. Foto:ANP

Speciaal voor de bijzondere ceremonie was op het Binnenhof een grote tribune geplaatst. Deze bood plaats aan de twee Ridders Militaire Willems-Orde, hoogwaardigheidsbekleders en Tuinman's collega’s van Task Force 55. Zowel afvaardigingen van de Nederlandse als de buitenlandse eenheden die de Militaire Willems-Orde ontvingen, stonden opgesteld.


Persoonlijke informatie over majoor Gijs Tuinman

Majoor Gijs Tuinman wordt op 15 november 1979 geboren in Heerlen. De geboren en getogen Limburger haalt in 1998 zijn vwo-diploma. In datzelfde jaar start zijn militaire loopbaan aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Tuinman volgt de lange officiersopleiding en wordt in augustus 2001 toegelaten tot de Elementaire Commando-opleiding. Na het behalen van de felbegeerde groene baret volgt de Voortgezette Commando-opleiding.


Vanaf augustus 2002 vervult hij diverse leidinggevende startfuncties bij het Korps Commandotroepen. Eerst als ploegcommandant en later als pelotonscommandant bij 104 Commandotroepencompagnie. Van 2003 tot 2004 is hij even terug op de KMA voor een bachelor Militaire Bedrijfskunde. In die periode wordt hij in het kader van de International Security Assistance Force (ISAF) uitgezonden naar Kabul.

Bronzen Leeuw 
In 2005 volgt zijn tweede uitzending naar Afghanistan. Deze keer als Joint Terminal Attack Controller (JTAC) onder de vlag van Operation Enduring Freedom. Als JTAC stuurt hij vanaf een vooruitgeschoven positie gevechtsvliegtuigen, helikopters en bewapende UAV’s aan. Ook leidt hij een Special Operations-team. Nog geen jaar later dient hij voor de derde keer in Afghanistan, ditmaal als pelotonscommandant en JTAC. Voor bijzonder moedig en beleidvolle daden tijdens deze uitzending wordt hij onderscheiden met de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste dapperheidsonderscheiding.

Na terugkomst blijft hij enkele jaren bij 104 Commandotroepencompagnie en wordt achtereenvolgens commandant Meervoudig Ploegoptreden en plaatsvervangend compagniescommandant. In die laatste functie is hij verantwoordelijk voor de opleiding en training van 80 tot 100 operators en heeft hij een centrale rol in de advisering en uitvoering van full spectrum Speciale Operaties.

Missies naar Mauritanië en Afghanistan
Tussendoor volgt een missie naar Mauritanië. In het West-Afrikaanse land leidt hij een Military Assistance-missie. Deze tweede hoofdtaak van het Korps Commandotroepen omvat onder meer het opleiden en trainen van buitenlandse veiligheidstroepen. De missie is gericht op de capaciteitsopbouw van het veiligheidsapparaat van Mauritanië. In 2009 vertrekt Tuinman met zijn organieke eenheid wederom naar Afghanistan. Nu als commandant Meervoudig Ploegoptreden met Task Force 55. In deze rol geeft hij leiding aan een gecombineerde taakgroep van 40 tot 300 militairen. Daarnaast houdt hij zich bezig met het opleiden en trainen van Afghaanse veiligheidsdiensten.

Master bestuurskunde
Tijdens de vele internationale missies werkt Tuinman vaak samen met andere departementen waardoor de interesse in bestuurlijke problematiek groeit. Bij terugkomst uit Afghanistan leidt dit dan ook tot een inschrijving voor een master Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Daarnaast start Tuinman in 2010 met een adviesfunctie bij het Interservice Kenniscentrum Speciale Operaties. Hier draagt hij zijn kennis en ervaring over op collega-commando’s en ontwikkelt beleid op het gebied van Speciale Operaties.

In februari 2012 gaat hij met eervol ontslag vanwege een baan als senior consultant Beleid & Bestuur bij Deloitte Consulting B.V. Eind 2013 keert Tuinman als majoor terug bij Defensie. In zijn huidige functie is hij werkzaam als stafofficier bij de afdeling Bestuursondersteuning van het Commando Landstrijdkrachten in Utrecht.

Tuinman is getrouwd en heeft 3 kinderen.

(ministerie van Defensie, 4 december 2014)

De lijst van acties waarvoor Tuinman is onderscheiden

Toespraak Koning Willem-Alexander

Toespraak minister Hennis-Plasschaert

Video: de volledige uitzending van de ceremonie op 4 december 2014

woensdag 14 mei 2014

Dapperheidsonderscheidingen voor vier Afghanistanveteranen

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vanmiddag in Breda vier zogenoemde dapperheidsonderscheidingen uitgereikt (3 x Bronzen Kruis, 1x Kruis van Verdienste). De decorandi zijn vier Afghanistanveteranen die zich onder zware gevechtsomstandigheden hebben onderscheiden.

De Bronzen Kruizen zijn vanmiddag voor majoor der mariniers Christian, infanterie-kapitein Erik en sergeant 1 van de genie Minze. Het Kruis van Verdienste krijgt sergeant-majoor van de mariniers Pascal. De twee mariniers en twee landmachters maakten in 2009 en 2010 deel uit van Taskforce 55, een eenheid van special forces die vaak bij nacht en ontij in kleine groepen gedurfde acties ondernamen om tegenstanders aan te grijpen of te ontregelen.

De onderscheiden militairen. Operators van het KCT en
MARSOF-mariniers worden nooit herkenbaar in beeld gebracht
(foto Defensie)


De militairen hebben veel fysiek zware en levensgevaarlijke missies uitgevoerd. Bij veel krachtmetingen bleken de decorandi en hun collega’s veruit in de minderheid. Ook kregen zij zeer vaak te maken met een hoge dreiging van Improvised Explosive Devices, klein-kaliber-wapens en antitankgranaten. In plaats van terug te deinzen, schroomden de militairen niet om het gevecht aan te gaan. De decorandi gingen daarbij als leidinggevenden voorop in de strijd.

De vier militairen deden wat zij zelf als ‘vanzelfsprekend’ bestempelen. Dat is het echter niet; met gevaar voor eigen leven deden zij wat nodig was voor hun kameraden, hun Afghaanse collega’s, de Afghaanse bevolking en de Nederlandse missie in Afghanistan.

Een militair komt niet zomaar in aanmerking voor een dapperheidsonderscheiding. Hier gaat een uitgebreid onderzoek aan vooraf. Hierbij wordt gelet op kwaliteiten als moed, beleid, trouw, initiatief, inzicht, vakmanschap en een hoge mate van zelfopoffering.

(ministerie van Defensie, 14 mei 2014)

donderdag 24 april 2014

Uruzgan: Two Two Bravo

Opgedragen aan Marc Harders en Jeroen Houweling


Korporaal Houweling (links) en Marinier Harders

Gesneuveld in Uruzgan op 17 april 2010


Marc kende ik vanaf het moment dat ik bij de 13e infanteriecompagnie werd geplaatst werd in juni 2007, Korporaal Houweling (Jeroen) werd niet lang daarna ook bij het 13e geplaatst. Met Marc had ik in het begin weinig contact omdat hij in een ander peloton zat en al vrij snel werd geselecteerd om naar Tsjaad te gaan.

Ik werd na het zomerverlof 2007 ingedeeld in de geweergroep van Jeroen en we gingen opwerken voor mijn eerste grote buitenlandse training: Jungle Warfare Course in Suriname. Alles was nieuw voor mij en ik vond het heel spannend allemaal. Klein beetje zenuwachtig was ik ook wel want ik wilde natuurlijk goed presteren voor mijn eerste geweergroepscommandant. Ondanks al mijn inzet moest ik nog veel verbeteren aan mezelf en dat werd heel direct gemeld door de Korporaal. Zo moest ik mijn mond leren opentrekken, agressiever handelen tijdens contact drills, elke ochtend koffie maken voor de Korporaal zodat hij een lekker bakkie had bij zijn zware bats en tal meer van dat soort dingen. Ik denk nog steeds vaak terug aan de tijd in Suriname, het is voor mij de meest bijzondere training geweest uit mijn carrière.

Na Suriname werden alle pelotons door elkaar gehusseld en zat ik niet meer bij Jeroen in de geweergroep. Na een drukke periode begonnen we na het zomerverlof 2009 officieel met opwerken voor Afghanistan. Ik werd geplaatst in de 2e geweergroep van het Vikingpeloton en kreeg samen met Marc een Viking (rupsvoertuig) toegewezen, de 22B. De geweergroepen van het Vikingpeloton werden ingedeeld bij de infanterie pelotons en omdat wij de 2e geweergroep waren werden we toegevoegd aan het 2e infanteriepeloton.

Wij kregen de Bravo geweergroep van het 2e peloton toegewezen als geweergroep in onze Viking waarvan Jeroen de opvolgend geweergroepscommandant was. Omdat we de jongens van de Bravo geweergroep goed kenden en de sfeer goed was verliep de samenwerking tussen de Viking operators (Marc en ik) en de jongens van de Bravo geweergroep erg goed! Het was ontzettend fijn om Marc als buddy te hebben, buiten het feit dat het heel gezellig was, had Marc door zijn eerdere uitzending naar Tsjaad ontzettend veel operationele kennis van de Viking. En omdat ik relatief erg onervaren was met de Viking compenseerde Marc mij behoorlijk. Het is voor een groot deel dan ook aan Marc te danken dat alles altijd zo soepel verliep.

18 maart was het dan zover, de dag dat ik naar Afghanistan vertrok, ik liet me door mijn vader naar Eindhoven brengen. De autorit naar Eindhoven was rustig, we zeiden allebei niet veel, radio stond aan en zo reden we vroeg in de ochtend naar Eindhoven. Eenmaal daar dronken we koffie en namen een plak cake. Na een laatste praatje was het dan zover, we gingen het vliegtuig boarden. Ik gaf mijn vader een hand, keken elkaar aan en vervolgens liep ik richting de gate om in te checken voor mijn vlucht naar Afghanistan. Na twee tussenstops in Dubai en Kandahar kwamen we dan uiteindelijk aan op Kamp Holland, Tarin Kowt. Totaal anders dan ik verwacht had kwam ik aan in een hele rustige omgeving met een ontspannen sfeer. Na een korte rondleiding konden we gaan settelen in de tijdelijke prefab.

Al vrij snel zouden we de poort uit gaan, dus na de handover – takeover kon het preppen beginnen. Na een aantal operaties te hebben gedaan gingen we het 1ste peloton aflossen op COP (Combat Outpost) Tabar. We draaiden termen van 4 weken op de COP en nu was het de beurt aan ons peloton om 4 weken operaties en patrouilles vanaf de COP te gaan doen. Het leven op de COP was primitief, back to basics. Ontlasting verbranden, rantsoenen, slapen op stretchers, minima aan sanitaire voorzieningen, wachtlopen, minimaal 1 patrouille per dag en regelmatig grootschalige operaties gecombineerd met andere eenheden.

17 april 2010, in het kader van een grote operatie zouden wij die dag vertrekken om de overwatch die reeds in stelling stond te bevoorraden en met het ingestegen personeel additionele patrouilles uitvoeren in het gebied aan de voet van de overwatch. De bedoeling was dat we gedurende een aantal dagen de overwatch zouden ondersteunen met de patrouillegang en wachtroutine. Nadat het voertuig en de uitrusting geprepped was konden we de rest van de ochtend nog even rust bij de stukken nemen alvorens te vertrekken.

Uiteindelijk vertrokken we begin van de middag richting de overwatch, de sfeer was goed. Ondanks grappen en slap geouwehoer over de intercom van het voertuig was iedereen scherp. De omgeving was erg rustig, af en toe stopten we om te searchen, dreigende handgebaren van kinderen leken nietszeggend, ik maakte nog een grap: ‘’Heb je ’t al gehoord van Sjakie? Hij heeft de chocoladefabriek overgenomen!’’. Er werd niet heel enthousiast gereageerd natuurlijk op die ontzettend flauwe grap.

Niet lang daarna klapte we op de IED (Improvised Explosive Device), van dat moment weet ik niks meer. Ik ben bovenlangs uit het voertuig geslingerd en kwam niet ver van het voertuig terecht op de grond. Op dat moment was ik niet bij bewustzijn, het eerste moment van bewustzijn kwam pas toen mijn buddy’s uit het voertuig waren gekropen en mij begonnen te verzorgen. Op dat moment zag mijn linker onderbeen er slecht uit, rechterbovenbeen was opgezwollen, buik was opgezwollen, longfunctie was minimaal waardoor ademen lastig was, infuus aanleggen was niet mogelijk door wegtrekkende aderen i.v.m. inwendige bloedingen.

Het voertuig was door al onze munitie aan boord nog verder aan het exploderen dus werden Jeroen en ik weggesleept van het voertuig naar een plek waar we beter verzorgd konden worden totdat de medische evacuatie zou arriveren. Marc zat toen nog steeds in het voertuig, in tegenstelling tot mij en Jeroen was hij er niet uit geslingerd, uiteindelijk hebben ze hem ’s avonds pas kunnen bergen. Toen de helikopter arriveerde voor de medische evacuatie werden we samen in de helikopter gedragen, onderweg naar Kamp Holland is Jeroen gesneuveld .

Van de medische evacuatie en de aankomst op Kamp Holland weet ik zelf niks meer te herinneren, alles wat ik daarover weet heb ik later van anderen gehoord evenals het meeste van de IED overigens. Ik ben op dat moment uiteraard eerst aan de meest kritieke verwondingen geopereerd en dat waren de inwendige bloedingen aan mijn milt en nieren. Mijn milt hebben ze moeten verwijderen, mijn nierbloedingen hebben ze kunnen stoppen. Alle overige verwondingen hebben ze gestabiliseerd voor vervoer om me zo snel mogelijk op de Intensive Care te krijgen. Vanwege de aswolk die na een vulkaanuitbarsting op IJsland was ontstaan, zou ik in eerste instantie naar de Verenigde Staten gevlogen worden. Om die reden ben ik via Camp Bastion (Helmand), Bagram (Kabul), en Engeland uiteindelijk ondanks de aswolk toch in Nederland terecht gekomen.

Tijdens die reis ben ik twee keer bij bewustzijn gebracht, één keer op Camp Bastion, en één keer op Bagram. Van Camp Bastion herinner ik me een Britse militair die naast mijn bed zat in een soort hangar/loods. En mijn ‘gevecht’ in mijn hoofd, ik wilde mijn wapen hebben, wist totaal niet waar ik was, trok bijna de beademingsbuis uit mijn keel waarna ik werd vastgebonden en weer onder zeil gebracht werd door de verpleegster. Tweede moment dat ik me nog weet te herinneren was op Bagram. Daar kwam ik bij tussen allemaal Amerikanen, voelde me alleen, wist nog steeds totaal niet waar ik was, hoe ik daar was gekomen en waarom. Op een gegeven moment kwam er een grote vierkante kist over me heen, wat later de CT-scan bleek te zijn, toen bekroop me een gevoel van vooral angst. Daar bleek dat een aantal ruggenwervels gebroken en gedislokeerd waren.

Uiteindelijk ben ik 23 april aangekomen op de Intensive Care in het UMC te Utrecht. Daar volgden operaties aan mijn rug en benen en werd ik verder gestabiliseerd. Na een aantal dagen op de Intensive Care werd ik uit de kunstmatige coma gehaald en nog steeds had ik geen idee waar ik was, wat er was gebeurd en wie al die mensen waren die om mijn bed stonden. Omdat ik positief was getest op diverse resistente bacteriën lag ik in isolement met een soort sluis doorgang en moest iedereen die mijn kamer betrad mondkapje, haarnet, schort en handschoenen aan. Om die reden herkende ik dus al die mensen niet die om mijn bed stonden.

De eerste dagen op de IC bestonden vooral uit heel veel hallucinaties, de oorzaak daarvoor waren de morfine en ketamine. Naarmate de dosering ketamine en morfine af werd gebouwd, werd ik steeds helderder en kwam het besef wat er gebeurd was. Mijn familie vertelde me dat Marc en Jeroen gesneuveld waren, op dat moment besefte ik het nog niet helemaal. Ze vertelde dat ze naar de uitvaarten van Marc en Jeroen gingen, toen het besef tot me doordrong stortte mijn wereld in.

Na de week IC heb ik daarna nog 5 weken op de Medium Care afdeling van het Centraal Militair Hospitaal (CMH) gelegen. In die weken volgden er nog twee grote operaties aan mijn rechtervoet waarvan mijn hielbeen verbrijzeld was en aan mijn linker onderbeen waar een stuk huid met spierweefsel op werd getransplanteerd vanaf mijn bovenbeen. 1 juni werd ik ontslagen uit het CMH, en werd ik klinisch opgenomen in het verpleegcentrum van het Militair Revalidatie Centrum (MRC) te Doorn.

Doorn kende ik uiteraard goed van de jaren daarvoor toen ik op de marinierskazerne geplaatst zat maar de aanwezigheid van het MRC was me eigenlijk al die tijd volledig ontgaan. Terwijl het zo goed als letterlijk om de hoek ligt van de kazerne. Nu begon het voor mij pas echt. Terwijl ik aanvankelijk gedacht had snel klaar te zijn, want: ‘’ik heb mijn benen toch nog’’ was mijn gedachte, begon ik al snel in te zien dat de ernst van de verbrijzeling in de voet ernstiger was dan ik dacht. Daar ontmoette ik velen lotgenoten, andere militairen gewond geraakt tijdens hun uitzending naar Afghanistan en dat waren er een stuk meer dan ik gedacht had. Velen met verloren ledematen, verbrijzelde hielbenen en diverse andere verwondingen. En stuk voor stuk duurde ook hun revalidatieprocessen langer dan zij voor ogen hadden.

Na 4 jaar van revalidatie, vele operaties, ernstige ontsteking aan mijn linker onderbeen, mentale ups-and-downs, heb ik inmiddels een nieuwe toekomst voor mezelf uitgestippeld, ik ga de hbo-opleiding verpleegkunde doen zodat ik met mijn ervaringen anderen kan helpen. Operationeel dienen als marinier zit er voor mij na 17 april 2010 helaas niet meer in. Die dag heeft mij getekend, positief of negatief laat ik in het midden maar er is tot op de dag van vandaag geen dag geweest dat ik er niet aan gedacht heb. Ik hoop dat iedereen die dit leest vandaag stilstaat bij Marc Harders en Jeroen Houweling, en beseffen dat de vrijheid waarin wij leven niet gratis is!

Opgedragen aan Marc Harders en Jeroen Houweling, opdat zij nooit vergeten worden!

Erik van den Elzen
17 april 2014

(Met dank aan de vereniging De Gewonde Soldaat, opgericht door een groep van ca. 50 militairen, die zware verwondingen hebben opgelopen in Afghanistan)

woensdag 20 november 2013

Tweede boek Marco Kroon gepubliceerd

Dinsdag is het boek Danger Close van kapitein Marco Kroon gepubliceerd. Als luitenant leidde hij in 2006 een peloton van het Korps Commandotroepen in Uruzgan. Hun acties behoorden tot de succesvolste uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis, maar bleven tot nu toe grotendeels geheim.

De Nederlandse Special Forces in Afghanistan hadden in 2006 één taak: beveiliging van de opbouw van Kamp Holland in Uruzgan. Maar de dreiging van de Taliban was groot. Steeds dieper drong de kleine groep commando’s door in vijandig gebied. Ze werkten hierbij samen met de Australiërs.

Kapitein Marco Kroon met zijn ploeg commando's,
Roosendaal 2007 (foto: Hans de Vreij)

De gebeurtenissen en dialogen in Danger Close zijn gebaseerd op feiten, maar beschreven vanuit de eigen herinnering en interpretatie. De publicatie van het boek komt op een gevoelig moment: kort voor een nieuwe missie van de commando’s, nu in Mali. Wat zegt Danger Close over de methodes en tactieken van de Special Forces?

Terug in Nederland is Marco Kroon wegens zijn acties in Afghanistan gedecoreerd met de Militaire Willems-Orde, de hoogste onderscheiding van ons land. Hierna wachtte hem nog een gevecht: dat tegen zware beschuldigingen van drugs- en wapenhandel. Hoe kwamen deze beschuldigingen tot stand, waarom heeft Marco Kroon zich niet eerder in het openbaar verweerd, en wat bleef er tot nog toe verzwegen?

Mei 2009: Koningin Beatrix slaat Marco Kroon tot Ridder
(foto: Defensie)

Fragment uit Danger Close
We houden halt. Een vreemd gevoel bekruipt me. Onrust, ongemak. Priemende ogen vanuit het donker. Ben ik nog wel alleen? Ik maak me klein en zak op mijn knie. Is hier iemand? Schud mijn hoofd om wakker te worden. Wil opstaan, maar mijn knie zit vast. Ik kijk omlaag. Fuck, het is een mens! Langzaam kijk ik rond. Overal doden, als lage heuveltjes in het veld. Ik trek mijn knie los, sta op en ga verder. ‘Voorwaarts!’

Generaal de Kruif ontvangt eerste exemplaar
De commandant van de Koninklijke Landmacht, luitenant-generaal Mart de Kruif, zal maandag 25 november het eerste exemplaar van Danger Close in ontvangst nemen. Hij zal daarbij ingaan op het belang van boeken van militairen over hun werk en het verhaal van Marco Kroon koppelen aan zijn eigen ervaringen in Afghanistan. De Kruif heeft als Regional Commander South ruim een jaar leiding gegeven aan de zuidelijke sector van de International Security Assistance Force (ISAF).

Titel: Danger Close
Auteur: Marco Kroon
Uitgever: UHB uitgevers
ISBN: 978-90-820036-1-1
Verkoopprijs: 19,95 euro
Verschenen: 19 november 2013
Omvang: 232 pagina’s + 16 pagina’s foto full colour
Formaat: 15,5 cm x 23,5 cm
Uitvoering: paperback

www: www.danger-close.nl
Twitter: www.twitter.com/mkdangerclose

(persbericht, 19 november 2013)

woensdag 30 oktober 2013

Nederlanders even terug in Tarin Kowt

Een Nederlandse delegatie, onder leiding van ambassadeur Han Peters en Directeur Operaties generaal-majoor Leo Beulen, is in het Zuid-Afghaanse Uruzgan geweest. Eergisteren woonde het gezelschap de Recognition Ceremony op Multi National Base Tarin Kowt bij. Dat gebeurde op uitnodiging van Australië.

Betere toekomst
"Kijk niet alleen terug naar wat wij verloren hebben, maar kijk vooral ook naar wat we bereikt hebben: een betere toekomst voor de Afghaanse bevolking", hield de plaatsvervangend commandant van ISAF, luitenant-generaal John Lorimer, de aanwezigen voor. De Australische militairen verlaten aan het eind van dit jaar Uruzgan en dus ook Kamp Holland.

Nederlandse militairen voor het Australische monument op FOB Ripley

Meer meisjesscholen
De genodigden werden toegesproken door de Australische minister-president Tony Abott, de Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken Omar Daudzai, de gouverneur van de provincie Uruzgan Mohammad Akhundzada en ambassadeur Han Peters.

Alle sprekers benadrukten de vooruitgang die in de provincie Uruzgan is geboekt. De veiligheid en de infrastructuur verbeterde sterk en het aantal scholen nam van 40 toe tot meer dan 200 (waarvan meer dan 25 voor meisjes). Minister Daoudzai beloofde de toehoorders dat de geleverde inspanningen en offers niet voor niets zijn geweest.

Uruzgan-veteranen
De Nederlandse delegatie bestond naast Peters en Beulen uit  chef staf van het Duits-Nederlandse legerkorps brigadegeneraal Kees van den Heuvel en 12 Uruzgan-veteranen, momenteel uitgezonden naar Afghanistan.

Van maart 2006 tot augustus 2010 voerde Nederland het commando in Uruzgan. Tijdens deze periode werd Camp Ripley sterk uitgebreid en het Nederlandse deel van de basis kreeg de naam Kamp Holland. Uit eerbetoon aan de Nederlandse inspanningen heeft het Combined Team Uruzgan - bestaande uit Australië, Frankrijk, Nieuw Zeeland, Singapore, Slowakije en de Verenigde Staten - na het vertrek van de Nederlanders de naam Kamp Holland aangehouden.

(ministerie van Defensie, 30 oktober 2013)

vrijdag 4 oktober 2013

Aantal Afghaanse tolken blijvend invalide; ten onrechte uitgezonden?

(...)

Tijdens het algemeen overleg personeel van 16 april jl. heb ik kort de ontwikkelingen gemeld aangaande de tolken van Afghaanse origine (Kamerstuk 33 400, nr. 82). Naar aanleiding van de vragen bij het nota-overleg van 24 jl. geef ik hierbij een uitgebreider overzicht van de laatste stand van zaken.

Bij de ISAF-missie in Afghanistan (2001-2010) is gebruik gemaakt van de diensten van tolken van Afghaanse origine. Na de beëindiging van de missie bleken meerdere van deze tolken gezondheidsklachten te hebben. De tolken waren veelvuldig uitgezonden, terwijl zij daar mogelijk psychisch of lichamelijk niet altijd toe in staat waren. De culturele en persoonlijke achtergrond van de tolken vergde nazorg en behandeling afgestemd op hun specifieke individuele omstandigheden. In de praktijk is gebleken dat de standaard zorgpakketten die zijn aangeboden onvoldoende aansloten bij de behoefte.

Afghaanse tolk op pad met 45 Painfbat. Foto © Hans de Vreij

Zoals mijn ambtsvoorganger heeft gemeld bij het notaoverleg veteranen van 17 juli 2012 (Kamerstuk 30 139, nr. 104), heeft Defensie deze tolken met terugwerkende kracht weer in dienst genomen zodat zij de noodzakelijke zorg konden ontvangen. Op dit moment worden de tolken intensief begeleid met zorg op maat waarbij ook veelvuldig contact is met hun vertegenwoordigers. In dit maatwerk wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de culturele achtergrond en de persoonlijke omstandigheden.

De zorg bestaat enerzijds uit intensieve en op maatwerk gerichte begeleiding bij de omgang met psychische problemen, indien gewenst – of noodzakelijk - bij een externe instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Anderzijds bestaat de zorg uit begeleiding bij lichamelijke klachten. Voorts kunnen de tolken een beroep doen op de beschikbare zorg voor partners en familie van veteranen. Zodra hij daartoe in staat is, helpt Defensie de tolk bij sociale activering en bij het zoeken naar werk.

Inmiddels is bij een aantal tolken blijvende invaliditeit vastgesteld. Voor hen staan alle voorzieningen, zoals de huidige rechtspositie die regelt, ter beschikking. Zodra de tolken de defensie-organisatie verlaten, terwijl het zorgtraject nog loopt, worden zij overgedragen aan het zorgloket van het ABP. Hiermee wordt de continuïteit van de nazorg verzekerd.

(...)

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(Passage uit Kamerbrief 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013', 30 september 2013)

Nazorg ISAF-veteranen

[Passage uit: 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013'] 

4. ISAF-nazorg
De ISAF-missie in Uruzgan van februari 2006 tot augustus 2010 was een van de grootste naoorlogse militaire operaties van de Nederlandse krijgsmacht. In totaal zijn bijna 20.000 militairen uitgezonden naar Afghanistan, waarvan ruim 6.000 inmiddels niet meer bij Defensie werkzaam zijn (per 1 september 2013). Van deze militairen is ongeveer 25 procent meer dan één keer uitgezonden. Zoals ik in het notaoverleg van 24 juni jl. heb gemeld, ontwikkelt de behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. Ik zal de stand van zaken nader toelichten.

4.1. Nazorg gewonden
Zoals mijn ambtsvoorganger vorig jaar heeft gemeld in een brief over de nazorg van ISAF (Kamerbrief 30 139, nr. 101), zijn bij de Uruzgan-missie 144 militairen tijdens gevechtsacties gewond geraakt. Van de 58 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum (MRC) zijn er nu nog twee in behandeling. Bij deze fysiek gewonde militairen is veelal sprake van een blijvende beperking bijvoorbeeld als gevolg van een amputatie. Uit onderzoek blijkt dat zij vooral moeite hebben met de veranderingen in mobiliteit en, als gevolg daarvan, hun loopbaanperspectief. Dit is mede aanleiding geweest om op het MRC een nieuw sportcomplex te bouwen en dat te voorzien van moderne apparatuur op het gebied van mobiliteitsverbeteringen. Daarnaast kan het MRC de revaliderende militair voorzien van de beste aanpassingen op het gebied van prothese- en orthesevoorzieningen. Het MRC is met deze ontwikkelingen in staat de brugfunctie van zorg naar maximaal participatief vermogen optimaal vorm te geven. Het MRC is tevens samenwerkingsverbanden aangegaan met gerenommeerde civiele zorginstellingen waaronder de Sint Maartenskliniek.

Doelstelling hierbij is kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling van zorgprogramma’s waarbij het zorgniveau voor veteranen gewaarborgd blijft.

De gewonde veteranen worden bij hun re-integratie intensief begeleid door hun operationele commando. Zij keren na de revalidatie in eerste instantie terug naar hun eigen eenheid. Vervolgens wordt na enige tijd bezien in hoeverre zij terug kunnen naar hun oorspronkelijke functie of een andere functie binnen de eenheid. In goed overleg met betrokkene en afhankelijk van de beperking wordt een re-integratietraject afgesproken en wordt gelegenheid geboden een studie te volgen. De meesten zijn thans, in afwachting van de voltooiing van het re-integratietraject, nog in dienst als militair. Als blijkt dat zij niet meer als militair kunnen functioneren, wordt gezocht naar een militaire functie met dispensatie of een passende burgerfunctie binnen Defensie. Begeleiding naar een functie buiten Defensie is ook mogelijk, maar pas wanneer daarover met de gewonde veteraan overeenstemming is bereikt.

4.2. Ontwikkeling zorgvraag
In de eerder genoemde brief over de nazorg van ISAF is tevens een analyse van de ingevulde vragenlijsten opgenomen. Uit deze analyse blijkt dat voor drie procent van de ingevulde vragenlijsten zorgtrajecten op medische gronden worden gestart, negen procent op psychosociale gronden en twee procent vanwege een combinatie van beide. Een actueel en compleet overzicht van de voortgang van de zorgtrajecten is niet te geven. Het probleem is dat deze informatie ligt besloten in individuele medische dossiers bij de eerstelijns en tweedelijns gezondheidszorg (waaronder MGGZ) binnen en buiten Defensie. Inzage kan alleen verkregen worden na toestemming van de betrokken militair. Het is wel mogelijk een overzicht te genereren van bijvoorbeeld alle PTTS-gevallen onder Nederlandse militairen, maar niet het aantal PTSS-gevallen dat
gerelateerd is aan de missie in Uruzgan.

Wel is er op een andere manier inzicht te krijgen in hoe het met de ISAF-veteraan gaat. Zo registreert het Vi het aantal aanmeldingen van Uruzgan-veteranen voor hulpverlening bij het CAP. Dit is in onderstaande tabel voor de periode 2007 tot en met 2012 in absolute aantallen en als percentage van het totaal aantal aanmeldingen weergegeven.


Uit het overzicht blijkt dat het percentage hulpvragen van ISAF-veteranen in de laatste drie jaar is toegenomen, maar in verhouding tot de grootte van de groep beperkt blijft. Ik realiseer mij hierbij dat een onbekend aantal veteranen langs een andere weg zorg aanvraagt en in dit overzicht niet is opgenomen. Verder meldt de stichting De Basis dat in 2012 en 2013 steeds meer jonge veteranen (missies vanaf 1980) zich aanmelden ten opzichte van oudere veteranen. Ook wordt de tijd tussen aanmelding en uitzending korter, waarschijnlijk doordat de bekendheid van het zorgsysteem voor veteranen toeneemt. Voorts melden steeds meer (jonge) veteranen en gezinnen zich met complexe problemen. Vooralsnog is er geen sprake van een opvallend groot aantal Uruzgan-veteranen. Pagina 5 van 18

4.3. Wetenschappelijk onderzoek
Er is dit jaar een wetenschappelijk onderzoek voltooid naar de psychische gezondheid van militairen na uitzending. Hiertoe zijn alle militairen die in de periode van 2008 tot 2010 zijn uitgezonden vergeleken met de totale groep van niet-uitgezonden militairen. Uit de resultaten bleek dat naar verhouding de uitgezonden militairen gedurende het eerste jaar na uitzending vaker gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg dan niet-uitgezonden militairen. Er is bij deze groep sprake van meer aanpassingsproblemen en angststoornissen (waaronder PTSS). Van de ruim 750 consultaties bij de MGGZ in de onderzoeksperiode werd in ruim 50 gevallen de diagnose PTSS gesteld. Ongeveer 200 militairen hadden last van aanpassingsproblemen. Een kwart van de veteranen kreeg pas meer dan een half jaar na de traumatische gebeurtenis klachten. In absolute zin daarentegen was in de eerste twee jaar na uitzending sprake van gemiddeld slechts één extra consultatie per 1.000 militairen per maand. Bovendien bleef het aantal consultaties bij de uitgezonden militairen beneden het gemiddelde aantal onder de Nederlandse bevolking.

Bij deze getallen plaatsen de onderzoekers enige kanttekeningen. Ten eerste is bekend dat PTSS-klachten zich vaak na enige jaren openbaren. Gelukkig is de beeldvorming rondom psychische klachten in de krijgsmacht de laatste jaren veranderd en is de drempel om (medische) hulp te zoeken lager geworden. Ten tweede is alleen de periode van 2008 tot 2010 onderzocht, terwijl militairen al vanaf 2002 in het kader van ISAF zijn uitgezonden. Ten derde beperkt dit onderzoek zich tot militairen die door de MGGZ behandeld zijn en blijven veteranen die niet bij Defensie in behandeling zijn buiten beschouwing. Het werkelijke aantal veteranen met PTSS uit deze groep is naar verwachting groter en zal de komende jaren waarschijnlijk verder toenemen.

4.4. Conclusie
De behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen ontwikkelt zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. De revalidatiemogelijkheden van gewonde militairen uit Uruzgan worden met nieuwe technieken verder verbeterd. De re-integratie van deze groep is met intensieve begeleiding gaande. Een actueel overzicht van overige medische en psychische klachten gerelateerd aan ISAF is moeilijk te geven in verband met de vertrouwelijkheid van medische gegevens. Wel wijst onderzoek erop dat de hoeveelheid psychische klachten (waaronder PTSS) kan oplopen. Het is belangrijk zicht te houden op de verdere ontwikkeling van deze klachten zodat het zorgaanbod hierop kan worden afgestemd. Hiervoor zal het registratiesysteem van het LZV in de toekomst waardevolle informatie opleveren. Het systeem zou in 2015 volledig operationeel moeten zijn. Voorts zal ik onderzoeken of informatie uit de verschillende medische systemen van Defensie (anoniem) kan worden ontsloten en gekoppeld. In de Veteranennota van 2014 zal ik aan beide aspecten opnieuw aandacht besteden.

(...)

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 30 september 2013)

zaterdag 15 juni 2013

'De Nederlandse bomen worden alweer gekapt'

Hoe is het nu in Uruzgan? De ervaren oorlogsverslaggever Joeri Boom die de provincie vele malen bezocht in de 'Nederlandse tijd' werkt tegenwoordig als correspondent van NRC Handelsblad in India. Hij keerde terug naar Uruzgan om de balans op te maken. Hij bezocht de provinciehoofdstad Tarin Kowt en Chora (waar in 2007 fel om gevochten is).

Het resulterende artikel in de NRC van zaterdag 15 juni is boeiend en weinig optimistisch. De Taliban lijken in de startblokken te staan om de macht weer over te nemen; van een aantal Nederlandse opbouwprojecten is weinig meer over en de NGO's van het 'Dutch Consortium for Uruzgan' zijn grotendeels voortijdig vertrokken omdat de subsidiekraan dicht ging (doen ze zelf niet aan fondswerving, vraag ik me dan af...).

Grootste probleem lijkt de concurrentie tussen de verschillende stammen waaraan Nederland destijds veel aandacht heeft besteed. Maar de Amerikanen en Australiërs die het werk overnamen hebben dat kennelijk op een laag pitje gezet.

„Je kunt in Uruzgan nog zulke mooie projecten opzetten, maar als niemand voorkomt dat de stammen elkaar in de haren vliegen, is het gedaan met de veiligheid en komt de machine knarsend tot stilstand”, zegt dokter Gul. „Zouden de Nederlanders dat vergeten zijn aan de Amerikanen te vertellen?”

Het artikel van Joeri Boom is voor abonnees online te lezen. Niet-abonnees kunnen voor 1,50 een dagtoegang kopen: www.nrc.nl.

HdV

donderdag 11 april 2013

Kamerbrief over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 11 april 2013
Betreft Reactie op berichtgeving over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade
Onze referentie
BS2013010509

De vaste commissie voor Defensie heeft mij in een brief van 28 maart jl. verzocht te reageren op berichtgeving in de media over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade. Voorts heeft de commissie mij gevraagd in te gaan op het verband tussen drugscriminaliteit en posttraumatische stress-stoornis en hoe deze samenhangen met de nazorg voor veteranen (kenmerk 2013Z05540/2013D13050). Bij deze voldoe ik aan dat verzoek.

Drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade
Er is sprake van twee strafrechtelijke onderzoeken van de Koninklijke Marechaussee onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie naar vermeende handel in harddrugs op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Het eerste onderzoek stamt uit 2012 en is bijna voltooid. Daarnaast voert de commandant een rechtspositioneel onderzoek uit naar het gedrag van de betrokken militairen.

Defensie heeft een strikt beleid op het gebied van drugs. Het bezit of gebruik van harddrugs leidt in beginsel tot ontslag. Echter, bij een aantoonbare relatie met psychisch of lichamelijk letsel als gevolg van een uitzending, ligt dit genuanceerder en worden alle omstandigheden meegewogen. Bij de verdere afhandeling van de incidenten in Schaarsbergen zal dit niet anders zijn. Voorts blijft Defensie verantwoordelijk voor de nazorg van veteranen, ook bij oneervol ontslag.

Relatie drugsgebruik en posttraumatische stress-stoornis (PTSS)
U heeft mij gevraagd naar een verband tussen opgelopen psychisch letsel als gevolg van een uitzending en het gebruik van drugs. Uit de medische literatuur is bekend dat er een verband bestaat tussen middelengebruik en PTSS. Middelengebruik dan wel drugsproblematiek krijgt expliciet de aandacht in de nazorgperiode van militairen door zowel de eerste als de tweede lijn, omdat dit indicatief kan zijn voor onderliggende klachten en problemen. De Militaire Geestelijke Gezondheidszorg heeft een specifiek behandelprogramma ontwikkeld om de militair met deze problematiek te begeleiden.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 10 april 2013)

maandag 11 maart 2013

Uruzgan: ontmanteling Kamp Holland begonnen

Door verslaggever Peter ter Velde

In de hoofdstad van Uruzgan, Tarin Kowt, is de ontmanteling van Kamp Holland begonnen. Aan het eind van dit jaar moet het hele kamp zijn verdwenen. De Australische en Amerikaanse militairen die de basis nu nog bemannen, zijn rond die tijd helemaal weg uit Uruzgan. Het Afghaanse leger en de politie moeten de veiligheidstaken dan volledig hebben overgenomen.

Kamp Holland

Van 2006 tot medio 2010 gaf Nederland leiding aan de internationale troepen in Uruzgan. Kamp Holland was de belangrijkste basis. De kleinere basis in Deh Rawod, Camp Hadrian, is rond de zomer volledig opgeheven. Australische troepen zijn bezig al hun materiaal daar weg te halen.

Trainingen 
De Australiërs, die sinds eind vorig jaar het commando voeren over de internationale troepen in Uruzgan, patrouilleren al enige tijd niet meer in de provincie. Kleinere buitenposten, zoals die in de plaats Chora, zijn overgedragen aan de Afghanen.

Het werk van de Australiërs concentreert zich nu op de laatste trainingen van Afghaanse militairen en politieagenten en het terughalen van al het materieel. Honderden militairen zijn inmiddels teruggekeerd naar Australië en ook de Amerikaanse troepenmacht in de provincie is fors gereduceerd.

Ontspanningsruimte 
Na het vertrek van de Nederlanders werd Kamp Holland omgedoopt tot Multinational Base Tarin Kot. Volgens bronnen in de provincie wordt de basis "in rap tempo leeggehaald". Veel van de chalets waar jarenlang Nederlandse militairen sliepen, zijn afgebroken. Het hele gebied waar het kamp nu nog staat wordt geëgaliseerd.

Vlaggen op Kamp Holland, 2009. Foto: Hans de Vreij

Het laatste kleine Nederlandse bolwerk op het kamp was de ontspanningsruimte Echo's. Die werd door Nederlandse burgers geleid en is vorige week afgebroken. De Nederlandse medewerkers zijn onderweg naar huis.

Nieuwe barakken voor Afghaanse militairen worden gebouwd op hun eigen basis, die altijd al naast Kamp Holland lag. Zo'n 2500 Afghaanse militairen zijn nu in de provincie gelegerd.

(NOS, 11 maart 2013)

vrijdag 7 december 2012

Kranslegging Mariniersmonument Rotterdam

Het Korps Mariniers herdenkt maandag 10 december zijn gevallen kameraden. Dit gebeurt met een militaire ceremonie en kranslegging op het Oostplein in Rotterdam.

Het Korps Mariniers bestaat op 10 december 347 jaar. Traditioneel herdenkt het korps op deze dag alle gevallen mariniers met een militaire ceremonie en een kranslegging.  De herdenking op het Oostplein wordt bijgewoond door deputaties van actief dienende en oud-mariniers, veteranen en de burgerij van Rotterdam.

Eerdere kranslegging. Foto: Defensie

Diverse hoogwaardigheidsbekleders, onder wie de burgemeester van de Maasstad, Ahmed Aboutaleb én de commandant Korps Mariniers, brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar, leggen een krans bij het monument ‘De Marinier’. De ceremonie wordt ondersteund door de Marinierskapel der Koninklijke Marine.

Tussen 1869 en 1940 was de kazerne van de Rotterdamse mariniers gevestigd aan het Oostplein, in het voormalig arsenaal van de Admiraliteit van Rotterdam. In de meidagen van 1940 verdedigden de mariniers de Maasbruggen. Deze vormden een belangrijke verbinding tussen zuid, waar het Duitse offensief begon en het centrum.

Ter nagedachtenis aan dit verzet werd in 1963 het herinneringsmonument voor de gevallen mariniers op het Oostplein onthuld. Dit monument is gemaakt door beeldhouwer Titus Leeser. Op het monument staan historische missies van het korps afgebeeld. De missies waarbij mariniers zijn omgekomen hebben een plaquette. Zo prijkt een gedenkplaat Nederlands-Indië, Korea, Cambodja en Uruzgan op het monument.

(ministerie van Defensie, 7 december 2012)

donderdag 29 november 2012

Boek: 'Afghanistan tussen oorlog en wederopbouw'

Deze week verschijnt het tweede boek van sergeant 1 Randy Noorman. In zijn boek  'Afghanistan tussen oorlog en wederopbouw' beschrijft Randy de harde realiteit van de militair buiten de poort. Een militair die in een split second moet beslissen over leven en dood.  Het boek gaat over het soldatenleven, kameraadschap, emotie, shock, moed, loyaliteit, gevechtsbereidheid en vakmanschap.

Toen Randy terug kwam in Nederland merkte hij dat het beeld van zijn omgeving over de missie niet overeenkwam met zijn ervaringen. “In Nederland werd gedacht dat we daar vooral aan het opbouwen waren. Maar we hebben daar ook echt moeten knokken tijdens de uitvoering van onze taken. De gevechtsbereidheid en de drang om te presteren was groot en toen het erop aankwam stonden we voor onze taken”.

Het eerste exemplaar van het boek werd vandaag door Randy overhandigd aan commandant 11 Luchtmobiele Brigade generaal Nico Geerts. Generaal Geerts was commandant Taskforce Uruzgan toen Randy als groepscommandant van het verkennerspeloton van Battlegroup 4 zijn taken uitvoerde. “Het boek geeft heel goed weer hoe een besluit van mij als commandant van de TFU uiteindelijk wordt ervaren en uitgevoerd door de militair die daadwerkelijk de poort uitgaat en als het moet het gevecht aangaat om de plaatselijke bevolking een betere toekomst te bieden”; aldus generaal Nico Geerts.

Voor generaal Geerts is het een speciaal moment. Randy was korporaal Geweerschutter Lange Afstand bij het 13e infanteriebataljon in Assen toen de toen nog Luitenant-kolonel Geerts daar commandant was. Later kruisten hun wegen zich in het Afghaanse land tijdens een periode van heftige gevechten met de Taliban. Nu is de sergeant groepscommandant van een groep Geweerschutter Lange Afstand bij de door de generaal geleide brigade.

Eerder heeft Randy al het boek 'Dagboek van augustus' geschreven (historische roman over de eerste wereldoorlog).

[AHH]

(11 Luchtmobiele Brigade (aaslt) '7 december', 29 november 2012)

woensdag 14 november 2012

Boek Marco Kroon: 'Leiderschap onder vuur'


Op 22 november 2012 verschijnt Leiderschap onder vuur van Kapitein Marco Kroon, drager van de Militaire Willems-Orde. Voor het eerst deelt hij zijn inzichten en gedachten over leiderschap, en spreekt hij zich uit over zijn ervaringen in het veld.

Het boek bevat in de praktijk beproefde lessen die voor iedereen, als leider en als mens, toepasbaar kunnen zijn. In Leiderschap onder vuur deelt Neêrlands enige Ridder in actieve dienst zijn persoonlijke ervaringen, verhalen en ideeën.

De eerste nacht van Operatie Chitag, waarin zijn peloton zich in de Chora-vallei omsingeld zag door een vijandelijke overmacht, loopt als een rode draad door het boek. Leiderschap onder vuur is geschreven vanuit de militaire praktijk. Het staat dan ook vol beeldende beschrijvingen uit het veld.

Het boek beschrijft de morele dilemma’s waarvoor Marco Kroon zich als leider zag gesteld, toont hem van een kwetsbare kant die slechts weinigen van hem kennen, en geeft onder meer een verklaring voor zijn standvastigheid tijdens het proces dat het Openbaar Ministerie kort na zijn ridderslag tegen hem aanspande.

Lt. Kroon tijdens patrouille in Uruzgan

Het boek is geïllustreerd met 16 pagina’s uniek en persoonlijk fotomateriaal. Leiderschap onder vuur bevat een voorwoord van luitenant-generaal Mart de Kruif, Commandant Landstrijdkrachten, en een bijdrage van generaal buiten dienst Peter van Uhm.

Titel: Leiderschap onder vuur
Auteur: Marco Kroon
Uitgever: UHB uitgevers
Prijs: Euro 18,95
ISBN 9789082003604
176 Pagina’s inclusief full colour foto’s
Uitvoering: Hardcover met omslag
Website

(bron: 13 Mechbrig, Oirschot) Leiderschap onder vuur

Marco Kroon, Leiderschap Onder vuur, UHB, ISBN 978 90 820036 0 4 (€ 18,95)


Kapitein Marco Kroon is drager van de Militaire Willems-Orde. Hij kreeg deze onderscheiding voor moed, beleid en trouw als commandant van een peloton van het Korps Commandotroepen in Afghanistan. In Leiderschap onder vuur deelt Marco Kroon voor het eerst zijn persoonlijke ideeën en overtuigingen. Beschrijvingen van zijn gevechtservaring geven het kader voor zijn leiderslessen.


De langste nacht

‘These mist covered mountains
Are a home now for me
But my home is the lowlands
And always will be’

Uit: Brothers In Arms, Dire Straits (1985)

Het was 12 juli 2006, de laatste opdracht voor ons Viper-peloton in de Chora-vallei, Afghanistan. Ons doel: het creëren van freedom of movement. Maandenlang hadden we samen met het AUSSAS-peloton, onze Australische collega’s, verkenningen uitgevoerd en High Value Targets gelokaliseerd. Waar zat de vijand, met hoeveel en hoe sterk was ze? Het terrein was bergachtig, met begroeiing langs de beken. Muurtjes, trappetjes, huisjes en hutjes waren opgetrokken uit dezelfde klei waarop we stonden; het was een Efteling-gebied zonder sprookjes. We kenden dit terrein minder goed dan onze tegenstanders. Bij al onze operaties gingen we steeds voorzichtig voorwaarts, van dorp naar dorp, tot we op de vijand stuitten. Of beter gezegd, zij op ons, want we waren niet uit op contact. Zodra we werden aangevallen was het zaak om zo snel en zo goed mogelijk het gevecht af te breken, veilig terug te keren naar kamp en onze bevindingen aan het hoger echelon te rapporteren.

Deze operatie, Operatie Chitag, zou anders zijn. Als een speerpunt zouden we door de vijandelijke linies trekken, kinetisch erin gaan. De volgende ochtend haalde een grotere groep ons dan in een soort rupsbeweging in. We gingen op de vijand af. Gevechtcontact was zeker.

De operatie was zorgvuldig voorbereid, de juiste nacht was uitgekozen. Hoe goed alles ook leek te zijn doorgenomen, een ding wisten we niet: of we met z’n allen zouden terugkomen. De mannen beseften dat. Kort voor vertrek keken we naar een compilatie van beelden uit eerder missies en luisterden we naar Brothers in Arms, van Dire Straits. Het was een afscheid. Freedom of movement creëren was weliswaar ons doel, maar zonder woorden stelden we ons er nog een: thuiskomen. We keken elkaar in de ogen, drukten elkaars hand. Toen, zwijgend, liepen we naar de auto’s.

Kapitein Marco Kroon met zijn Uruzgan-ploeg, Roosendaal 2009
(foto Hans de Vreij)

Het dorp Chora, the white compound, was ons verzamelpunt. We kenden deze plek goed, want het was al vaker bevochten. Vanuit hier zouden we vertrekken. Ons einddoel lag vervolgens nog twintig kilometer dieper in vijandelijk gebied. We zaten tegen de avondschemer en wachtten tot het nacht werd. Iedereen rustte uit voor de actie en ging slapen op de klei. Mij lukte het niet. De adrenaline pompte te hard en steeds weer ging ik in mijn hoofd na of ik aan alles had gedacht en alle risico’s had afgedekt. Een groot deel van mijn denken bestond uit piekeren. Was de beslissing juist om te voet te gaan? Waren de voorraden goed verdeeld, was het terrein afdoende ingeprent? Het was per slot van rekening onbekend guerrillaterrein. Om mijn gedachten stop te zetten, stond ik op en maakte nog één keer een foto van de slapende mannen.

(Boekenkrant 10, november 2012, p. 14)

zaterdag 10 november 2012

Afghaanse tolken

Jaren geleden kwamen zij, op de vlucht voor het oorlogsgeweld in hun eigen land, naar Nederland. In 2006 ging Nederland naar Uruzgan en dus had Defensie behoefte aan Nederlanders die de diverse talen die in die streek gebezigd worden, machtig waren. En aldus kwam Defensie uit bij mensen van Afghaanse origine en de Nederlandse nationaliteit.

Afghaanse tolk aan het werk (foto Hans de Vreij)
Kennelijk was er sprake van haast, dus een fatsoenlijke opleiding voor die tolken zat er niet in. In het gunstigste geval wat exercitie, rangen en standen en soms schieten. Dat was het wel zo ongeveer, maar zeker niet langer dan 5 weken. Oh ja, en ze werden ook nog bijna allemaal gekeurd, zowel fysiek als psychisch. Gezonde mensen zou je dus zeggen. Ja, maar wel met een geschiedenis!

Afijn, men haalde de mensen binnen op basis van jaarcontracten en vervolgens begon de ellende. Uitzendbescherming, welnee. Deze mensen kon je gewoon in een frequentie van 1 op 1 uitzenden. Gewoon 6 maanden naar Uruzgan, een paar maanden in Nederland en dan opnieuw naar Uruzgan. Of zelfs gewoon buiten die provincie. Ja, dan kan het voorkomen dat je in een periode van amper 5 jaar 7 keer voor 6 maanden of langer op uitzending gaat.

Dat een dergelijke uitzenddruk niet gezond is, tsja dat is het probleem van de man in kwestie. En wil hij niet, dan zeg je gewoon dat zijn contract afloopt en hij dus geen werk meer heeft. Natuurlijk heb je misschien ook nog de pech dat je gewond raakt bij een IED- of een raketaanslag. Tsja, dat is ook het probleem van de man in kwestie.

Als je vorenstaande leest dan denk je, dat is een uitzondering. Helaas, was dat maar waar. En dan trekt Nederland zich terug. Het zou Defensie niet zijn geweest als zij niet zou trachten zo vlug en goedkoop mogelijk van die mensen af te komen.

Gewoon, het hek over na ommekomst van het contract en de WW in. ‘Uitgekeurd', hoezo? Begeleiding van werk naar werk, - soms. Psychische problemen? Ja bijna allemaal! Fysieke problemen? Ja! De ene als gevolg van een IED, de ander als gevolg van een raketaanval, etc.. Ontslagbescherming? Hoezo?

Sommigen van die tolken hebben inmiddels een heel medisch traject achter de rug. Resultaat: dienstongeschikt en 80-100% arbeidsongeschikt voor de rest van hun leven. Toekomst: een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een Militair Invaliditeits Pensioen van amper 30%, dat overigens niet tot uitbetaling komt.

En het PTSS waar de meesten aan lijden? Tsja dat komt door de tijd dat zij in Afghanistan woonden, de oorlog in die tijd, de periode van de Taliban, noem maar op. Met ander woorden, het trauma waar zij nu last van hebben komt niet door de uitzendingen of maar voor klein deel.

Wellicht vraagt u zich af of de Defensieleiding dit weet. Ja, de minister vindt dat de mensen geholpen moeten worden. Diegene die daar beleidsmatig verantwoordelijk voor is, tsja die denkt nog steeds na.

Heb ik een kwalificatie voor deze houding? Ja, abject en Defensie onwaardig!

(column Jan Kleian, voorzitter ACOM)

donderdag 11 oktober 2012

Niemand weet zich goed raad met de dood

Recensie van de film Gesneuveld

Regie: Robert Oey.
In: 6 bioscopen.


Kadetten, Koninklijke Militaire Academie. 

Tussen 2006 en 2010 sneuvelden 25 Nederlandse militairen in Afghanistan. „Niemand kan begrijpen wat de ander voelt”, zegt een van de geïnterviewden in Gesneuveld, Robert Oey’s documentaire over de nabestaanden van deze omgekomen militairen. Zijn film doet een poging wél te begrijpen wat de ander voelt en komt daarin heel ver. Er zijn de bekende gemeenplaatsen als het gaat over de dood, zoals „het leven gaat door”. Ook passeren netjes alle stadia van rouwverwerking de revue, van ontkenning tot acceptatie.

Maar door Oey’s gedetailleerde aanpak ontstijgt zijn film al snel zulke algemeenheden. Een aantal nabestaanden mag uitgebreid zijn of haar verhaal doen over hoe zij omgaan met hun grote verlies. Zo ontstaat een staalkaart van emoties. Op subtiele wijze brengt Oey al hun reacties onder in een slimme structuur, van de militaire ‘berichtgevers’ in burgerkleding die doodsberichten moeten overbrengen aan families naar een herdenkingsbijeenkomst; en van Nederland naar Kunduz en weer terug. De film eindigt met beelden van een feestende massa op het eindejaarsgala van de Koninklijke Militaire Academie. Een passende illustratie dat het leven inderdaad doorgaat.

In de proloog en epiloog van Gesneuveld zien we hetzelfde meisje op het strand spelen. Eerst in Nederland, later in Engeland. Het lijkt een onschuldig en zelfs hoopgevend beeld, maar halverwege de film blijkt dat zij uit schuldgevoel over de dood van haar vader haar vingers in een staafmixer stopte. Als haar moeder hulp zoekt bij Defensie wordt zij doorverwezen naar bureau Jeugdzorg, met als argument dat Defensie ook niet zo goed weet hoe om te gaan met zulke heftige zaken. Dat niemand raad weet met de dood en het onvermogen om over verdriet te praten loopt als een rode draad door Gesneuveld.

Meer nog dan de interviews, die vaak emotioneel verlopen, zijn het details die aangrijpen. Zoals een scène waarin een jongetje op de trompet van zijn overleden vader probeert te spelen. Of het moment waarop een vrouw en haar dochters de foto’s gaan bekijken van hun verminkte man en vader. Op advies van Defensie was de bij een bomaanslag omgekomen man begraven in een gesloten kist, maar dat gaf een van de dochters het gevoel dat hij er nog was. Zien is geloven, hoe gruwelijk de foto’s waarschijnlijk ook zijn – heel kies laat Oey ze niet zien.

Iedereen rouwt op zijn of haar manier. De een klapt dicht, de ander praat er open over. De een vindt troost in het geloof, de ander is kwaad over de protocollaire blunders die werden gemaakt waardoor zijn zoon omkwam door ‘eigen vuur’. Een moeder die haar oogappel verloor wil eigenlijk ook dood, hoewel ze nog een kind en man heeft.

Zo zit Gesneuveld vol indringende verhalen die laten zien hoe de dood levens verwoest, met echtscheidingen en verwijdering tussen kleinkinderen en schoonmoeders tot gevolg. Daarbij klinkt veelvuldig een klaaglijke klarinet en andere stemmige muziek. Muziek die iets te veel zijn stempel drukt op een verder sobere film.

André Waardenburg

(Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 10 oktober 2012)

(NRC Handelsblad, 10 oktober 2012)

dinsdag 2 oktober 2012

Oorlogsveteraan schrijft boek over ervaringen in Afghanistan


De 28-jarige Gaby Deijs uit Hoogkarspel heeft een boek geschreven over zijn ervaringen als militair in Irak en Afghanistan. Een mooie tijd, maar ook een moeilijke. Vooral nadat er in 2007 op zijn peloton in Uruzgan een aanslag werd gepleegd waarbij één dode viel.

Zelf lag Deijs op dat moment ziek in bed. Aan de ene kant is hij blij dat hij er niet bij was, maar aan de andere kant kampte hij met schuldgevoelens. "Wat was er gebeurd als ik er wel bij was? Had ik het kunnen voorkomen of niet?," zo zegt hij in het tv-programma Noord-Hollands Diep.

Het boek 'Van Hoogkarspel naar Uruzgan' is dan ook -naast dat het een inkijkje geeft in de wereld van de Landmacht- bedoeld als therapie voor Gaby zelf. Het boek ligt vanaf komende donderdag in de boekhandel.

(RTV Noord-Holland, 1 oktober 2012)

maandag 1 oktober 2012

Première Gesneuveld indrukwekkend

Ze zijn bijna allemaal geboren in de jaren tachtig, in Friesland, Drenthe, Limburg. Ze sneuvelden jong, in Afghanistan. Nederlandse soldaten op vredesmissie. Hun nabestaanden vertellen erover in de documentaire 'Gesneuveld'. Zondagavond ging deze in première tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht.

Niet alleen de betrokken relaties waren aanwezig. Ook premier Mark Rutte, minister Hans Hillen en Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp bekeken de première.

“Het klopt niet meer”, vertelt een moeder van een omgekomen militair in de film. “Alles is anders.” De vader van Tim Hoogland komt, door verdriet overmand, bijna niet uit zijn woorden. Zijn pijn spat van het scherm af: “Ik kan er nog steeds niet over praten, het lukt gewoon niet.” Een kippenvelmoment. In de zaal wordt her en der een traantje weggepinkt. Niet alleen bij de nabestaanden, die een bijdrage leverden aan de documentaire, ook bij het andere publiek.

Verdriet en kracht
Tussen 2006 en 2012 sneuvelden 25 Nederlandse militairen in  Afghanistan*. Vooral jonge mannen, in de kracht van hun leven. Met hun dood sloegen zij een gat in het leven van de achterblijvers. Het zijn hun zonen en broers, echtgenoten, vaders en vrienden die ver van huis het leven lieten. In de documentaire van filmmaker Robert Oey komen de nabestaanden aan het woord. Hun verdriet, woede, frustratie en kracht tonen hoe zij, soms heel moeizaam, verder gaan na het verlies.

Belang nazorg
“Het was verschrikkelijk indrukwekkend te zien wat het betekent om een geliefde te verliezen”, vertelt Middendorp onder de indruk. “Het verschil waarmee mensen met hun verlies omgaan, benadrukt het belang van goede nazorg en begeleiding.” Ook minister van Defensie Hillen is lovend: “Deze documentaire laat de ‘mens(en)’ achter de militair zien. Geen opgepoetste franje, gewoon de waarheid.”

Filmtheater en televisie
Gesneuveld is vanaf 11 oktober te zien in diverse filmtheaters. De omroep Human zendt de documentaire 10 december uit om 20.25 uur uit op Nederland 2.

(ministerie van Defensie, 1 oktober 2012)

*Het woord 'sneuvelen' impliceert dat de dood van een militair het gevolg is van handelen van de vijand. In die zin is het getal van '25 gesneuvelden' onjuist. Van de 25 kwamen er vijf om bij ongelukken, één militair pleegde zelfmoord en een stierf aan een hartfalen. Het correcte aantal gesneuvelde militairen bedraagt derhalve 18. Zie dit overzicht (HdV).

zondag 30 september 2012

Afghanistan: gesneuvelde, omgekomen en overleden militairen

Onderstaand een overzicht van de Nederlandse militairen die in Afghanistan omkwamen sinds het begin van de missie in Uruzgan in 2006.

• 26 juli 2006: Overste Jan van Twist (47 jaar, Hoofd Sectie Operationeel Recht bij de Stafgroep Juridische Zaken van de Luchtmacht). Sergeant Bart van Boxtel (29 jaar, commandant van het Force Protection Team van het Contingentscommando in Kabul. Samen met andere passagiers en bemanningsleden omgekomen bij een helikoptercrash in de provincie Paktika.


Michael Donkervoort

 • 31 augustus 2006: de F-16 van kapitein-vlieger Michael Donkervoort stort neer in de provincie Ghazni, terwijl hij onderweg is van Kabul naar de provincie Helmand om daar luchtsteun te verlenen aan Britse troepen. Na een noodoproep van Donkervoort stortte het toestel bijna loodrecht naar beneden. Op twee oproepen van zijn wingman kwam geen reactie. De oorzaak van het neerstorten kon niet worden vastgesteld. 

• 11 oktober 2006: sergeant Wim Dijkstra pleegt met zijn dienstwapen zelfmoord op Kamp Holland.


Robert Donkers

 • 6 april 2007: Sergeant der eerste klasse Robert Donkers komt om het leven bij een ongeluk met een Patria-pantserwagen. De Patria kantelt als gevolg van een wegverzakking,  het slachtoffer raakt bekneld.


Cor Strik

 • 20 april 2007: de 21-jarige korporaal Cor Strik van de Luchtmobiele Brigade sneuvelt tijdens een patrouille ter ondersteuning van een Amerikaanse eenheid bij de stad Sangin (provincie Helmand). De korporaal stapt op een explosief en is op slag dood. Hij is de eerste gevechtsdode tijdens de Nederlandse inzet in Afghanistan. Bij het bergen van zijn stoffelijk overschot komt een Amerikaanse sergeant met Nederlandse familiewortels, Alex van Aalten, ook om het leven.


Timo Smeehuijzen

• 15 juni 2007: de 20-jarige soldaat eerste klas Timo Smeehuijzen sneuvelt bij een zelfmoordaanslag met een autobom in Tarin Kowt. Ook vijf Afghaanse kinderen en een aantal volwassenen verliezen het leven.


Jos Leunissen

 • 18 juni 2007: de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen komt om het leven bij gevechten rondom Chora.  Er doet zich een ongeluk voor bij het afschieten van een mortiergranaat tijdens de heftige 'Slag om Chora'. Drie van zijn collega's raken gewond.


Tom Krist

 • 12 juli 2007: Eerste luitenant Tom Krist (24) overlijdt in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht. Hij raakt op dinsdag 10 juli zwaargewond bij een zelfmoordaanslag in Deh Rawod.


Martijn Rosier

 • 26 augustus 2007: Sergeant Martijn Rosier (30) sneuvelt wanneer hij ten noorden van Deh Rawod een explosief onschadelijk probeert te maken.


Tim Hoogland


• 20 september 2007: Soldaat eerste klasse Tim Hoogland (20) komt om bij een langdurig vuurgevecht bij Deh Rawod. Hij is de eerste militair die tijdens de missie in Uruzgan sneuvelt door vijandelijk vuur.


Ronald Groen

 • 3 november 2007: Korporaal Ronald Groen (21) sneuvelt. Hij zit in een Fennek pantserwagen die ten noorden van Tarin Kowt op een bermbom rijdt.




Aldert Poortema
Wesley Schol





















 12 januari 2008: Soldaat Wesley Schol (20) en korporaal Aldert Poortema (22) sneuvelen door eigen vuur ten noorden van Deh Rawod.


Mark Schouwink
Dennis van Uhm




















 18 april 2008: Soldaat Mark Schouwink (22) en eerste luitenant Dennis van Uhm (23) sneuvelen tijdens een verplaatsing ten noorden van Tarin Kowt. Van Uhm is de zoon van generaal Peter van Uhm, die een dag eerder Dick Berlijn was opgevolgd als Commandant der Strijdkrachten. De militairen rijden met hun MB-jeep op een bermbom. Twee andere inzittenden raken zwaar gewond.



Jos ten Brinke

 • 7 september 2008: De 21-jarige soldaat eerste klasse Jos ten Brinke komt om het leven in een YPR pantservoertuig dat op 19 kilometer van Kamp Holland op een IED rijdt. Vijf andere militairen raken gewond.


Mark Weijdt

 • 19 december 2008: De 24-jarige sergeant Mark Weijdt komt om tijdens een vuurgevecht. Vermoedelijk stapte hij op een bermbom.


Azdin Chadli

 • 6 april 2009: Bij een beschieting van Kamp Holland sneuvelt soldaat der eerste klasse Azdin Chadli (20).  Het is de eerste keer dat bij een beschieting op Kamp Holland militairen zijn getroffen. Er vallen vijf gewonden. De huidige Commandant der Strijdkrachten, Generaal Middendorp, komt met de schrik vrij.

Kevin van de Rijdt

 • 6 september 2009: Bij een vuurgevecht in Uruzgan sneuvelt korporaal Kevin van de Rijdt. De 26-jarige militair van het Korps Commandotroepen maakte deel uit van Task Force 55.


Mark Leijsen

 • 7 september 2009: Bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief (IED) sneuvelt de 44-jarige sergeant-majoor Mark Leijsen. Bij de explosie raken drie Nederlandse militairen en een Afghaanse tolk gewond.



Jeroen Houweling en Marc Harders


• 17 april 2010: twee mariniers sneuvelen wanneer hun Viking-pantservoertuig ten noorden van Tarin Kowt op een bermbom rijdt. De slachtoffers zijn de 29-jarige korporaal Jeroen Houweling en de 23-jarige marinier der eerste klasse Marc Harders.


Luc Janzen

 • 22 mei 2010: korporaal der eerste klasse Luc Janzen (25) sneuvelt bij de explosie van een bermbom in het district Deh Rawod. Bij de ontploffing komen ook een Franse kapitein van een OMLT-team en een Afghaanse tolk om het leven. Vier militairen raken gewond, waarvan twee zwaar.


Fons Dur

 • 17 november 2010:  Reserve Luitenant-kolonel-Arts Fons Dur  (56) overlijdt op Kamp Holland in zijn slaap door hartfalen.


Totaal aantal doden sinds het begin van de missie op 1 augustus 2006: 25

Waarvan in Uruzgan: 21

Doodsoorzaak: 
bermbommen (IED's):  11
Ongelukken: 5
Vijandelijk kleinkaliber vuur: 2
Eigen vuur: 2
Zelfmoordaanslagen: 2
Raketaanvallen: 1
Zelfdoding: 1
Natuurlijke dood: 1

(Defensie weblog, 30 september 2012)