Posts tonen met het label Denemarken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Denemarken. Alle posts tonen

woensdag 21 augustus 2013

Wetenschappelijke studie over ervaringen zes ISAF-landen

De militaire ervaring van zes landen in Afghanistan is voor het eerst gebundeld in een wetenschappelijk werk. Drie wetenschappers van de Nederlandse Defensie Academie leverden een bijdrage aan ‘Military Adaptation in Afghanistan’. De Nederlandse eindredacteur, commodore prof. dr. Frans Osinga, overhandigde het boek dinsdag aan minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert.

Ook vergeleken
Het boek brengt niet alleen de krijgservaringen van Canada, Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland en de Verenigde Staten bijeen, maar vergelijkt ze ook met elkaar. Bovendien zijn analyses toegevoegd van de NAVO en het Afghaanse leger. Uniek is ook het hoofdstuk over de wijze waarop de Taliban zich hebben aangepast aan het optreden van de NAVO. Zo ontstaat een goed beeld van de complexe dynamiek van de wederopbouw- en antiterrorismemissie ISAF.

Documenteren en leren
“Het is van groot belang dat we de ISAF-ervaringen documenteren en er van leren. In de toekomst wordt ongetwijfeld weer een beroep gedaan op de in Afghanistan opgedane expertise. Een wetenschappelijke analyse zoals deze helpt daarbij. De Nederlandse Defensie Academie vervult met dit soort internationale studies uitstekend haar rol als belangrijk militair kennisinstituut”, zei de minister bij de overhandiging.

Rol politiek
13 analisten leverden een bijdrage aan het boek dat in juli verscheen bij Stanford University Press. Hun beschrijving geeft inzicht in de doelstellingen, het mandaat en de manier van optreden van de verschillende landen. Maar ook in de specifieke uitdagingen en de wijze waarop zij al dan niet in staat waren zich aan veranderende omstandigheden aan te passen. Zelfs de rol van de politiek is in de analyse meegenomen.

Hennis: “De complexiteit van de missie leverde regelmatig militaire en politieke verrassingen op, maar ook tegenslagen. We hebben veel geleerd en de missie heeft tot veel innovaties geleid.” Als voorbeeld noemde de bewindsvrouw de Nederlandse toepassing van de 3D-benadering (Defence, Diplomacy, Development).

Eveneens komen de discussies en veranderingen binnen de NAVO door ISAF aan de orde. Evenals het opzetten van een Afghaanse krijgsmacht, een moeizaam proces door de etnische en politieke verdeeldheid. Het boek beschrijft al die recente ervaringen tegen de achtergrond van een ontnuchterende historische analyse van eerdere interventies in Afghanistan.

Kenmerkende dynamiek
De uitgave biedt door de samenhangende aanpak en de verscheidenheid aan perspectieven inzicht in de dynamiek die deze complexe missie kenmerkt. Een missie waarvan de sporen nog lang in westerse krijgsmachten zichtbaar zullen zijn.

(ministerie van Defensie, 20 augustus 2013)

• Titel: Military Adaptation in Afghanistan
• Uitgever: Stanford University Press, USA
• Redactie: Theo Farrell, Frans Osinga en James A. Russell
• Pagina’s: 368
• ISBN: 9780804785884 (gebonden, € 98,99)
• ISBN: 9780804785891 (paperback, € 26,99)
• ISBN: 9780804786768 (E-book,  € 26,99)

(o.a. verkrijgbaar bij Amazon en Bol)

Bijdragen uit Nederland: Dr. Martijn Kitzen, Dr. Frans Osinga, Dr. Sebastiaan Rietjens (allen verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie NLDA)

Preview met inhoudsopgave, lijst auteurs e.d. is te vinden op Google Books

donderdag 27 september 2012

'Luchtpost' voor Defensiehelikopter bij Somalië

Hr. Ms. Rotterdam is gisteren voor de Somalische kust voorzien van een onderdeel voor één van beide Cougar transporthelikopters die aan boord zijn. Een Deens maritiem patrouillevliegtuig dropte de oliekoeler en bijbehorende elementen, verpakt in een aan een parachute bevestigde container, in zee. Die werd vervolgens met een rubberboot van het marineschip opgepikt.

Deense Bombardier Challenger dropt onderdeel voor helikopter (foto: Marine)

De zogenoemde airdrop was het resultaat van een mooi staaltje samenwerking tussen Hr. Ms. Rotterdam, de NAVO-staf aan boord, de Deense luchtmacht, de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie en het Defensie Helikopter Commando. Voor veel van de opvarenden van de Rotterdam was het de eerste keer dat ze deze unieke manier van bevoorraden konden aanschouwen.

Creatieve oplossing
 “Normaal krijgen we onze voorraden in een haven of van een bevoorradingsschip”, vertelt hoofd logistieke dienst luitenant-ter-zee 1 Rob van den Heuvel. “Maar die waren nu allemaal erg ver weg en onze patrouilles op zee duren lang in dit enorm grote operatiegebied. Zodoende bedachten we deze creatieve oplossing waardoor de Cougar weer snel valt in te zetten bij het bestrijden van piraterij.”

Ocean Shield
Hr. Ms. Rotterdam is momenteel vlaggenschip van NATO Task Force 508 van de operatie Ocean Shield. De missie rond de Hoorn van Afrika is bedoeld piraterij te bestrijden. Het schip telt 350 militairen van alle krijgsmachtdelen en uit 8 NAVO-landen. Ook het Deense maritieme patrouillevliegtuig dat Hr. Ms. Rotterdam bevoorraadde neemt deel aan Ocean Shield.

(ministerie van Defensie, 27 september 2012)

woensdag 20 juni 2012

Meer informatie over de MV Alaed (mogelijke wapenleverantie aan Syrië)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 20 juni 2012

Betreft Verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) inzake een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord

Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Bleker, de reactie aan op het verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) met kenmerk 2012Z12355 over een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord, zoals gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden op 19 juni 2012.

MV Alaed (foto FEMCO)
Op woensdag 13 juni werd informatie verkregen dat een schip met mogelijk Russische helikopters en wapens aan boord vanuit Kaliningrad, in het westen van de Russische Federatie, vermoedelijk op weg was naar Syrië. De opgegeven bestemming van het schip was Vladivostok. Het betrof de Alaed, een schip dat is geregistreerd te Curaçao en eigendom is van een Curaçaose reder. De operator van het schip is een Deens bedrijf en de opdrachtgever van het transport een Russische onderneming. De verzekering was afgesloten bij een maatschappij in Bermuda, dat valt onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk.

Vanaf het begin is nauw samengewerkt met internationale partners (o.a. de eerder op de route liggende landen als Denemarken en Duitsland) om schending en ondermijning van het EU-wapenembargo tegen Syrië te voorkomen. De Nederlandse autoriteiten hebben herhaaldelijk een klemmend beroep gedaan op de Russische opdrachtgever om mee te werken met inspectie van het schip door de Nederlandse kustwacht en douane. In samenwerking met de Curaçaose autoriteiten is het schip ook via de Curaçaose reder meermaals opgeroepen om zich voor inspectie in een haven te melden. Samen met de Deense autoriteiten is via de Deense operator hetzelfde gedaan. Op het moment dat het vaartuig zich niet langer in de buurt van Nederland bevond, had het op herhaalde oproepen niet gereageerd. Het schip is voortdurend buiten de Nederlandse territoriale wateren gebleven.

Enige tijd later schakelde het schip de transponder uit en zag af van doorvaart door het Kanaal, voer richting het noorden en koerste aan op een passage ten westen van het Verenigd Koninkrijk. Op dat moment vond al intensief overleg plaats tussen de Nederlandse autoriteiten en die van het Verenigd Koninkrijk, alsmede andere landen die verder op de toen nog te verwachten route van het schip lagen (België, Frankrijk, Portugal, Spanje). Op 18 juni jl., toen de Alaed nog altijd nabij het Verenigd Koninkrijk voer, heeft de Bermudaanse verzekeringsmaatschappij de verzekering van het schip geannuleerd.

Kort daarna is het schip gedraaid in noordelijke richting en heeft als nieuwe eindbestemming de haven van Moermansk in de Russische Federatie opgegeven. Op het moment van schrijven vaart het verder op deze koers.

Door deze gezamenlijke internationale inspanning is dit mogelijk transport van wapens naar Syrië nu verhinderd. Het kabinet spant zich zoveel mogelijk in om te voorkomen dat het Syrische regime wordt voorzien van wapens of onderdelen daarvan. Het is samen met EU- en andere internationale partners voortdurend alert om dergelijke transporten ook in de toekomst te voorkomen. Het wapenembargo dat is vastgelegd in het EU-sanctieregime tegen Syrië biedt hiertoe de benodigde instrumenten. Het kabinet houdt Rusland aan de doelstellingen van de VN- Veiligheidsraadsresolutie over Syrië in casu de dringende noodzaak van de-escalatie van de situatie in Syrië.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal

(ministerie van Buitenlandse Zaken, 20 juni 2012)

woensdag 18 april 2012

Minister Hillen: Samenwerking in Benelux niet vrijblijvend

Nederland, België en Luxemburg gaan nog meer samenwerken op defensiegebied. Daartoe ondertekenden ministers Hans Hillen, zijn Belgische collega Pieter de Crem en namens Luxemburg Jean-Marie Halsdorf vanavond een overeenkomst.

De afspraken houden in dat de landen vaker samen oefenen en trainen, dat de luchtmachten van elkaars vliegvelden gebruik maken, de marine van België en Nederland nog intensiever met elkaar optrekken en de Belgische paratroepers en de Luchtmobiele Brigade van Nederland meer samenwerken.  Hillen beseft dat de landen daarmee een deel van hun zeggenschap over de krijgsmacht opgeven. “Samenwerken is niet vrijblijvend”, aldus de minister.

Voorbeeld
De ondertekening mag wat minister Hillen betreft een voorbeeld zijn voor andere landen. Door samen te werken zonder de eigen nationaliteit op te geven, kan Europa in zijn ogen veel meer doen.  “Er is geen land meer dat zichzelf kan verdedigen, daarom moeten we dit doen. Het is een goede manier om in deze tijd van bezuinigingen de slagkracht te behouden”, zei hij. “We zijn op weg naar een totaal nieuwe structuur, met een trinationale bevelvoering”,  beaamde zijn Belgische collega De Crem.  ” Dit is een eerste stap naar volledige integratie van het materieel en een gezamenlijke inzetbaarheid”.

F-35
Met deze overeenkomst is het wat minister Hillen betreft nog niet afgelopen. Hij wil ook met Noorwegen en Denemarken nog nauwer samenwerken. Hij denkt daarbij aan het gezamenlijk beveiligen van het luchtruim met F-16’s. De minister bekijkt met deze landen naar de  gezamenlijke aanschaf, onderhoud en training van de beoogde opvolger van de F-16, de F-35 Lightning II.

NAVO
Hillen woonde eerder vandaag in Brussel een vergadering bij van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie van de NAVO. Deze zogenoemde Jumbo-bijeenkomst gold als voorbereiding op de NAVO-top op 20 en 21 mei in Chicago. Daarbij staan onderwerpen als het (post-)transitieproces in Afghanistan en de ontwikkeling van de defensiecapaciteiten van de NAVO op de agenda. Het bondgenootschap kijkt naar de huidige capaciteiten, waarbij naast de conventionele en nucleaire ook nieuwe gevaren als cyberdreiging in ogenschouw zijn genomen. Op initiatief van Nederland is deze zogenoemde Deterrence and Defence Posture Review openbaar gemaakt.

Tankers
Met  Duitsland en Frankrijk heeft Nederland de handen ineen geslagen om het tekort aan tankvliegtuigen aan te pakken. De  Defensieministers van de 3 landen tekenden een communiqué om in Chicago een plan te presenteren om deze tekortkoming van zowel de EU als de NAVO op te lossen. “Op termijn zullen we kijken of we onze capaciteit niet alleen beter kunnen poolen , maar ook gemeenschappelijk aan vervanging van de bestaande middelen kunnen werken”, aldus Hillen.

(ministerie van Defensie, 18 april 2012)

donderdag 12 april 2012

Denemarken leent onbemande vliegtuigjes

De Deense krijgsmacht gebruikt vanaf vandaag tijdelijk 2 Nederlandse Raven-systemen voor onbemande verkenningsvluchten. De Denen lenen de systemen, die elk bestaan uit 3 vliegtuigjes en een grondstation, voor een half jaar.

Nederland kreeg het verzoek vanwege leveringproblemen van reserveonderdelen bij de Denen. Op dit moment zetten zij al hun beschikbare systemen in Afghanistan in terwijl er ook in Denemarken behoefte is aan Ravens voor het trainen van troepen die op uitzending gaan. Met het lenen van de Nederlandse UAV’s (unmanned aerial vehicles) zijn beide doeleinden gewaarborgd.

'lancering' Raven. Foto: Defensie
Internationale samenwerking
Het uitlenen van de Ravens past in het streven van Defensie tot meer internationale samenwerking tussen bondgenoten. Niet alleen vanwege de grote financiële voordelen bij het gezamenlijk aankopen en onderling uitlenen van materieel, maar ook vanwege operationele schaalvoordelen en specialisatiemogelijkheden. Het uitlenen van de Ravens heeft geen gevolgen voor de inzet van de systemen in Nederland. De Denen hebben een leencontract getekend, waarin onder meer staat dat eventuele schade wordt vergoed.

Raven
Het Ravensysteem past in 2 rugzakken. Een vliegtuigje heeft een spanwijdte van 1,4 meter en wordt binnen enkele minuten in elkaar gezet en vanuit de hand gelanceerd. Zowel het vliegtuigje als het grondstation werken op oplaadbare batterijen. Het vliegtuigje kan daarmee een uur in de lucht blijven en tot een afstand van 10 kilometer waarnemingen doen. De Ravens zijn te voorzien van verschillende camera’s, zodat het systeem zowel overdag als 's nachts inzetbaar is. De beelden worden live op het grondstation getoond. Met een 'remote video terminal' kan een commandant op een andere locatie ook meekijken.

(ministerie van Defensie, 12 april 2012)