Posts tonen met het label VJTF. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VJTF. Alle posts tonen

woensdag 26 augustus 2015

1e Duits-Nederlandse Legerkorps viert 20-jarig bestaan



Het in 1995 opgerichte gecombineerde legerkorps van de NAVO viert op 27 augustus het 20-jarig bestaan. Zijne Majesteit de Koning is samen met minister-president Hannelore Kraft van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen aanwezig bij de viering van het jubileum. Het Nederlandse Ministerie van Defensie wordt vertegenwoordigd door Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.

Tijdens de parade reikt minister-president Hannelore Kraft een ‘Fahnenband’ uit, het officiële ereteken van de deelstaat voor militaire eenheden. Deze ‘Fahnenband’ benadrukt de belangrijke band die er bestaat tussen de militairen werkzaam op het hoofdkwartier en het maatschappelijk leven in de deelstaat.

De internationale militaire staf uit de Duitse plaats Münster heeft de afgelopen twintig jaar een belangrijke rol vervuld voor de NAVO. De oprichting van dit hoofdkwartier behoort tot een van de eerste initiatieven op het gebied van militaire internationale samenwerking. Op het internationale hoofdkwartier werken sinds 2002 dertien nationaliteiten samen in een multinationale staf. Op dit moment vervult het de belangrijke rol van Interim Very High Readiness Joint Headquarters binnen de NAVO,  de nieuwe snelle inzetbare ‘flitsmacht’.

Commandant 1 German Netherlands Corps, de burgemeester van Münster, de CDS en de Duitse Generalinspekteur houden een toespraak. Aan de parade ter ere van het jubileum nemen ook de twee bataljons deel die het hoofdkwartier ondersteunen. Het betreft hier militairen van het verbindingsbataljon uit Eibergen en het Staf- en Ondersteuningsbataljon uit Münster.

(bron: ministerie van Defensie)

Link 

vrijdag 10 juli 2015

Inzetscenario’s Very High Readiness Joint Task Force (VJTF)

(passage uit Kamerbrief d.d. 9 juli 2015)

In de geannoteerde agendabrief voor de Defensieministeriële (Kamerstuk 28676
nr. 225, 12 juni 2015) heb ik toegezegd in het verslag een nadere toelichting te
geven op de parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de VJTF. De VJTF is in
de eerste plaats opgericht voor de collectieve verdediging in het licht van de
verslechterde veiligheidssituatie op de oostflank van het bondgenootschap. Inzet
van de VJTF voor andere doeleinden is echter niet uitgesloten. De mate van
parlementaire betrokkenheid is afhankelijk van de inzetomstandigheden.
Hieronder worden vier scenario’s geschetst ter verduidelijking.

Crisisbeheersing buiten het Navo-verdragsgebied
De Noord-Atlantische Raad (NAR) kan besluiten Navo-eenheden in te zetten voor
crisisbeheersing buiten het Navo-verdragsgebied. In situaties die vragen om een
urgente reactie, zou de VJTF kunnen worden ingezet. Op grond van artikel 100
van de Grondwet zullen de Nederlandse eenheden die deel uitmaken van de VJTF
doorgaans niet voor crisisbeheersing worden ingezet voordat de regering aan de
hand van het Toetsingskader inlichtingen heeft verstrekt aan uw Kamer. Voorts
heeft Nederland via de NAR invloed op de inzet van de VJTF, omdat hiervoor een
unaniem besluit van de 28 bondgenoten nodig is.

Artikel 5-situatie
Artikel 5 van het Noord-Atlantisch (Navo) Verdrag bepaalt dat een gewapende
aanval tegen een of meer van de bondgenoten als een aanval tegen alle
bondgenoten wordt beschouwd. De Navo-bondgenoten bespreken in de NAR of
sprake is van een gewapende aanval. Alleen als zij unaniem vaststellen dat dit
het geval is, bezien zij hoe de aangevallen bondgenoot kan worden bijgestaan.
Het is mogelijk dat de VJTF in een artikel 5-situatie wordt ingezet als initiële
reactiemacht. In dat geval is sprake van de verdediging van het Koninkrijk en zijn
bondgenoten. Deze taak valt niet onder artikel 100 van de Grondwet. Er bestaat
daarom geen verplichting uw Kamer voorafgaand aan de inzet van de VJTF te
informeren. Het kabinet zal evenwel altijd trachten dit te doen. Gezien de
urgentie van een artikel 5-situatie is het echter denkbaar dat uw Kamer pas
wordt geïnformeerd als de VJTF-eenheden al onderweg zijn naar het inzetgebied.

Oplopende spanningen
Een Navo-bondgenoot die zich bedreigd voelt, kan op grond van artikel 4 van het
Navo-verdrag vragen om consultaties. De NAR zou na deze consultaties een
unaniem besluit kunnen nemen de VJTF preventief in te zetten. In het geval van
oplopende spanningen is het voorts mogelijk dat de SACEUR voorstelt de VJTF
preventief te ontplooien. Ook in dit geval is een unaniem besluit van de NAR
nodig. In beide scenario’s is sprake van een afschrikwekkende maatregel in het
kader van de collectieve verdediging en bestaat geen verplichting uw Kamer
voorafgaand aan de inzet van de VJTF te informeren. Het kabinet zal niettemin
altijd trachten dit te doen. Het is echter denkbaar dat de VJTF op zeer korte
termijn moet reageren op een dreiging, waardoor uw Kamer niet voorafgaand aan
de inzet van de VJTF kan worden geïnformeerd.

Reguliere oefeningen
De VJTF oefent regelmatig op het grondgebied van Navo-bondgenoten. Deze
oefeningen zijn gericht op het verbeteren van de gevechtscapaciteit en
interoperabiliteit en maken deel uit van het reguliere takenpakket van de VJTF.
Evenals bij andere oefeningen wordt uw Kamer in beginsel niet over deze
gereedstellingsactiviteiten geïnformeerd.

Aan het einde van elk jaar informeer ik uw Kamer over de Nederlandse deelname
aan de NRF, de EUBG en Frontex voor het komende jaar. Daarbij zal ik vanaf dit
jaar expliciet aandacht besteden aan de eventuele Nederlandse deelname aan de
VJTF, de wijze waarop deze inzet gestalte krijgt en de voorziene inzet, voorzover
bekend en openbaar.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(bron: Kamerbrief, 9 juli 2015)

vrijdag 19 juni 2015

Interim-flitsmacht toont breed scala aan inzetmogelijkheden

De NAVO heeft in Polen tijdens oefening Noble Jump aangetoond dat de multinationale partners binnen de Interim Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) goed op elkaar zijn ingespeeld. Na een week vol integratie-oefeningen toonde de VJTF-brigade donderdag haar diversiteit aan robuuste capaciteiten.

Noren, Nederlanders en Duitsers vormen samen de ruggengraat van deze zeer snel inzetbare flitsmacht. Zij traden dus op de voorgrond tijdens een complexe demonstratie waar onder anderen de secretaris-generaal van de NAVO en de Defensieministers van Duitsland, Nederland, Noorwegen en gastland Polen aanwezig waren. Naast bovengenoemde landen integreerden ook eenheden uit België, Hongarije, Litouwen, Tsjechië en de VS.

Grote inzet
Opvallend was de grote diversiteit aan middelen die in oefengebied Zagan op de mat werd gelegd. Zo startte de aanval met een gecombineerde actie van Poolse en Nederlandse 'special forces'. Maar ook speelden bijvoorbeeld artillerie, gevechtshelikopters, jachtvliegtuigen en tanks een belangrijke rol in de 'joint effort', de gezamenlijke inzet.

Hennis: “oefening is noodzakelijk
Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert benutte haar aanwezigheid in Zagan om zelf te kunnen spreken met de deelnemende militairen: "Het is goed om met eigen ogen te zien wat hier gebeurt, en te horen wat de ervaringen van de mannen zijn. Deze oefening is noodzakelijk om te voldoen aan de NAVO-eisen voor wat betreft snelle inzetbaarheid en paraatheid. Dat is hard nodig, gelet op de situatie aan de zuid- en oostgrens van ons NAVO-grondgebied."

Samenwerking mortiergroepen
11 Luchtmobiele Brigade zette onder meer mortieren en luchtmobiele infanteristen in. De Nederlandse mortieristen trainden in Polen intensief met hun Tsjechische collega's, tot wederzijds genoegen.

Pelotonscommandant tweede luitenant Roman (CZE): "De samenwerking tussen de mortiergroepen gaat uitstekend. Voor mijn mannen is het een goede mogelijkheid om met de Nederlanders te sparren op het gebied van wapens en procedures. En de verschillen tussen onze mortierstukken blijken gering."

Trainen met Noren
Het Noorse Telemark Battalion dat tijdens Noble Jump in actie kwam, oefent al veel langer met Duitse en Nederlandse eenheden. "Ik moet zeggen dat de integratie binnen de VJTF prima tot stand is gekomen", aldus bataljonscommandant luitenant-kolonel Trond Haande. "Dit is niet de eerste keer dat we samenwerken. We trainen vaker gezamenlijk in Nederland of Noorwegen. En vlak voor we naar Zagan verplaatsten, hebben we nog enkele weken intensief geoefend met Nederlanders en Duitsers. De ruggegraat van de VJTF is dus al aardig op elkaar ingespeeld."

Noble Jump toont kunnen
Kapitein Rob, compagniescommandant bij 11 Luchtmobiele Brigade, geeft aan dat Noble Jump moest bijdragen aan de integratie tussen soldaten met verschillende culturen: "Je wilt elkaar immers beter leren kennen. Dat hebben we op schietbanen gedaan, maar ook daarbuiten. Uiteindelijk is deze oefening geëindigd in een grote demonstratie, waarin we hebben laten zien dat we in staat zijn samen operaties uit te voeren, samen te kunnen manoeuvreren, en samen een potentiële vijand aan te kunnen."

(ministerie van Defensie, 18 juni 2015)

dinsdag 2 juni 2015

Nederlandse militairen nemen deel aan oefening NAVO flitsmacht in Polen

Nederlandse landmachtmilitairen nemen van 9 juni tot 19 juni in Polen deel aan een oefening van de Very High Readiness Taskforce (VJTF) van de NAVO. Het is de eerste keer dat de snel inzetbare eenheden ontplooien binnen het VJTF concept. Het doel van de oefening met de naam Noble Jump is om dit concept verder te testen en te verfijnen.

Het gros van de militairen dat deelneemt aan de oefening is afkomstig van 11 Luchtmobiele Brigade uit Schaarsbergen. Zij zullen zich vanaf 9 juni binnen 48 uur gereed maken voor vertrek naar Polen. Daar vindt de integratie met de eenheden van de andere deelnemende landen plaats op het militaire oefenterrein Zagan. De verschillende eenheden zullen de oefening afsluiten met een tactische- en schietdemonstratie die alle verschillende capaciteiten van de VJTF in beeld brengt. De oefening wordt geleid door het Duits-Nederlandse Legerkorps.

De Koninklijke Luchtmacht zorgt tijdens de oefening voor  luchttransportcapaciteit door het inzetten van de C-130 Hercules en KDC-10 transportvliegtuigen. Het materieel van de eenheden wordt op vliegbasis Eindhoven luchtvracht gereed gemaakt.

De VJTF is opgericht als onderdeel van een pakket van maatregelen om snel, flexibel en slagvaardig te kunnen reageren op dreigingen aan de randen van het NAVO-verdragsgebied. Dit zogenaamde, Readiness Action Plan is opgesteld tijdens de NAVO top in Wales eind 2014. Eenheden die stand-by staan voor de VJTF moeten binnen enkele dagen gereed zijn voor verplaatsing naar het inzetgebied, de voorhoede binnen 48 uur.  Nederland levert, samen met Duitsland, Noorwegen en Tsjechië, in 2015 interim capaciteit voor de VJTF. In nauwe samenwerking met SACEUR, de hoogste autoriteit van de NAVO in Europa, zijn deze landen betrokken bij de verdere ontwikkeling van het VJTF-concept.

De oefening Noble Jump is onderdeel van een reeks oefeningen onder de naam Allied Shield. Deze reeks bestaat naast  Noble Jump  uit de oefeningen BALTOPS in Polen, SABER STRIKE in de Baltische staten en  Trident Joust in Roemenië. In totaal nemen ongeveer 14.000 militairen uit 19 verschillende NAVO en 3 partnerlanden deel aan deze serie van oefeningen die plaatsvindt in juni 2015. De oefeningen richten zich op het verbeteren van de interoperabiliteit, paraatheid en het reactievermogen van de NAVO en haar partnerlanden.

(ministerie van Defensie, 2 juni 2015)


zondag 12 april 2015

Nederland levert belangrijke bijdrage aan ‘speerpunt’ van de NAVO

De NAVO wil supersnel kunnen ingrijpen wanneer er gevaar dreigt. Daarom besloot het bondgenootschap vorig jaar tot de oprichting van een zogeheten flitsmacht. Militairen van 11 Luchtmobiele Brigade oefenden afgelopen week of zij binnen de vereiste 48 uur inzetbaar zijn. Maar wat houdt die flitsmacht precies in?

De flitsmacht is bedoeld om snel in te grijpen in conflictgebieden. Ook is de zogeheten Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) bedoeld als geruststelling voor bondgenoten en afschrikking voor kwaadwillenden. De voorhoede van zo’n 800 militairen moet binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. De gehele flitsmacht is multinationaal en moet uiteindelijk uit zo’n 5000 militairen bestaan: 5 bataljons met ondersteuning van eenheden van de luchtmacht, marine en special forces. Deze moet binnen 5 tot 7 dagen ter plekke zijn.

De toegenomen agressie van Rusland, de onrust in Noord-Afrika en de opkomst van terreurorganisatie ISIS zijn de belangrijkste redenen voor de NAVO om de flitsmacht in het leven te roepen. Dit ‘speerpunt’ is onderdeel van de grotere NATO Response Force (NRF) die binnen 5 tot 30 dagen inzetbaar moet zijn. Maar gezien de toegenomen onveiligheid en instabiliteit is een snellere interventiemacht nodig die desnoods een eerste klap kan uitdelen, zegt generaal-majoor Dennis Luyt, directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling (DAOG) van Defensie. “Maar het hoeft niet meteen ‘staal op staal’ te zijn. De flitsmacht kan ook naar een gebied worden gestuurd om een signaal af te geven. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan oefeningen.”

Brigadegeneraal Kees Matthijsen
Duitsland, Noorwegen en Nederland leveren dit jaar in totaal 600 militairen aan de flitsmacht. De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 200 Rode Baretten van 11 Luchtmobiele Brigade. Een logische keuze, zegt brigadegeneraal Kees Matthijssen. “We zijn van nature een snel inzetbare eenheid.” De huidige bezetting is overigens een pilot, benadrukt de generaal. “Dit jaar is bedoeld om procedures te testen en te zien waar we tegenaan lopen.”

De VJTF kan overal in het NAVO-verdragsgebied worden ingezet. De focus ligt op dreigingen aan de ‘flanken van het bondgenootschappelijk grondgebied’, zei minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert eerder.  Maar wellicht kan de flitsmacht ook elders in de wereld worden ingezet, vult generaal Matthijssen aan. “De NAVO kan ook worden ingezet in het kader van de internationale rechtsorde. De missie in Afghanistan is daar een goed voorbeeld van.”

Als de NAVO-bondgenoten besluiten tot ingrijpen, moet de voorhoede binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. Precies wat 11 Luchtmobiele Brigade deze week heeft geoefend. Dat is geen kleine opgave. Militairen worden thuis gebeld, moeten naar de kazerne, krijgen een briefing en moeten hun uitrustingen gereed maken. Tegelijkertijd moeten op andere locaties voertuigen, brandstof en munitie worden klaargezet.  “Dat vraagt om een strakke planning”, concludeert de brigadegeneraal. Zorgvuldigheid en goede samenwerking zijn noodzakelijk, vult generaal-majoor Luyt aan. “Daarom moeten we nu alle draaiboeken testen. Als die kloppen, is zo’n snelle inzet goed te doen.”

Noorwegen, Duitsland en Nederland werken in deze beginfase stap voor stap. “We willen eerst kunnen kruipen, dan lopen en dan pas rennen”, zegt Luyt. “Een aantal randvoorwaarden voor de snelle inzetbaarheid wordt dit jaar nader uitgewerkt. Dat geldt zowel voor de NAVO als op nationaal niveau. Niet alles zal dus meteen volgens plan verlopen, maar daar houden we rekening mee.”
De focus ligt nu vooral op landstrijdkrachten, maar dat is niet het hele verhaal, benadrukt de generaal-majoor. Want de flitsmacht moet alle scenario’s het hoofd kunnen bieden. Luyt: “Een dreiging kan immers ook vooral maritiem zijn, of vanuit de lucht komen. Die aspecten zijn nog in ontwikkeling.”

De flitsmacht moet in 2016 operationeel zijn. “Dat is een korte periode, maar haalbaar”, zegt generaal Matthijssen. “De oefening van de afgelopen dagen is goed gegaan. Alleen het papierwerk voor de munitie werkte vertragend, maar dat hebben we opgelost. We stonden binnen 48 uur klaar voor vertrek.”

(Defensiekrant, 10 april 2015)

donderdag 9 april 2015

NATO tests 'Spearhead Force' alert procedures

EINDHOVEN, The Netherlands -  NATO assessed its alert procedures for the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) for the first time during Exercise NOBLE JUMP from 7-9 April 2015, involving over 1,500 personnel from 11 Allied nations.  Germany, Poland, Norway, Denmark, Hungary, Lithuania, Croatia, Portugal, and Slovenia tested their Headquarters’ response to alert procedures and high-readiness units from The Netherlands and Czech Republic physically deployed equipment and troops to airports and railheads.

This activity represents an important milestone as NATO continues to respond to emerging security challenges.  The exercise has its origins in last year’s Wales Summit, where NATO leaders collectively agreed to establish the VJTF, or what some call the ‘NATO Spearhead’ force.  These developments are part of wider enhancements to the NATO Response Force in order to address instability on NATO’s southern and eastern flanks.


Soldiers of 11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade involved in the exercise

"NATO military planners have been working tirelessly to enhance NATO’s Response Force and implement the Very High Readiness Joint Task Force, and today our progress is manifested in the rapid deployments we see happening in locations across the Alliance,” said General Philip Breedlove, Supreme Allied Commander Europe (SACEUR).  "These measures are defensive, but are a clear indication that our Alliance has the capability and will to respond to emerging security challenges on our southern and eastern flanks,” he said.

For the last several months, NATO has been developing the concepts behind the VJTF and established an interim force early in 2015.  Exercise NOBLE JUMP marks the first time that high-readiness units have physically tested their response to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  The training event marks a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls as the Alliance continues to refine its high readiness capabilities.

Czech and Dutch High-Readiness Troops Put to the Test
 In the afternoon of 7 April, the 11th Air Mobile Brigade in The Netherlands and the 4th Rapid Reaction Brigade in the Czech Republic were given orders to rapidly prepare to deploy their troops and equipment.

"In the hours that ensued, Dutch and Czech formations recalled their military personnel to base, conducted hasty movement planning, briefed personnel, prepared and verified equipment, weapons, supplies, and vehicles,” said Colonel Mariusz Lewicki, the head military planner for the VJTF at SHAPE.  "The lead troops were able to move in under eight hours, with all elements moving in under 48 hours, so our initial impression is we are very pleased with the results,” he added.

The Commander of the Dutch 11th Air Mobile Brigade, Brigadier-General Kees Matthijssen, also felt that Exercise NOBLE JUMP achieved its aims.

Czech paratroopers participating in EX NOBLE JUMP

 "So far we are satisfied, our men and women responded well to the alerting and we managed to send off the first troops as scheduled. We are sure that we will be able to meet our goals, which were to move all troops and equipment within 48 hours,” said Brigadier-General Matthijssen.  "Of course, we have noted some things to improve during the exercise, but this will definitely lead to further refinement and improvements of our high readiness plans,” he said.

A total of 900 German soldiers were also recalled to their units in Marienberg, Gotha, Idaroberstein and Bad Salzungen during Exercise NOBLE JUMP.  These troops conducted similar planning and alert verifications in their respective garrisons.

The overall aim of Exercise NOBLE JUMP was to improve and refine alert and deployment procedures for the VJTF.  In the coming weeks NATO military staff will conduct an analysis of the results from this exercise and Allied units will refine their tactical procedures.  Lessons will be shared and NATO will continue to refine the overall alert and deployment process, and ensure it is integrated in overall plans for the NATO Response Force.

11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade troops on the move

"Moving military units at short notice is a highly complex process that requires careful planning and constant refinement and practice to maintain capability,” said Colonel Lewicki.  "We’ve had a very good start this week, but much work remains and we will continue exercising these concepts throughout 2015 and 2016,” he said.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the Readiness Action Plan and the NATO Response Force.  Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP, 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

SHAPE Public Affairs Office

woensdag 1 april 2015

Oefening VJTF: NOBLE JUMP

(Eerste oefening van de VJTF, de nieuwe 'flitsmacht' van de NATO Response Force. Onderdelen vinden plaats op luchtmachtbasis Eindhoven en in Chrudim in de Tsjechische Republiek)

NATO VJTF (Spearhead) Deployment Exercise

NATO will commence the process of testing and refinement of the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) during part one of Exercise NOBLE JUMP, being held from 1-10 April 2015.

The VJTF is being established as a part of an overall enhancement to the NATO Response Force in order to address new security challenges on NATO’s southern and eastern peripheries.

The NOBLE JUMP ‘Alert Exercise’ being conducted in early April is the first time that high-readiness units will practice responding to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  As such, this event represents a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls during the early stages of the development process.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted throughout 2015 and 2016 in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the NATO Response Force.

Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP from 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

(Source: ACO/NATO)

woensdag 28 januari 2015

Kamerbrief over rol parlement bij nieuwe 'flitsmacht' NAVO

de Voorzitter van de Tweede Kamer
Datum 27 januari 2015
Betreft: Reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie inzake parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force

Met deze brief reageer ik, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie van 20 januari 2015 met kenmerk 29521-276/2015D01660 en ga ik in op de vraag over parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF).

Readiness Action Plan
In het licht van de ontwikkelingen aan de zuid- en oostflank van het Navoverdragsgebied hebben de bondgenoten op de Top in Wales het Readiness Action Plan ( RAP) aangenomen. Het RAP voorziet in geruststellende maatregelen en aanpassingsmaatregelen die de gereedheid en het reactievermogen van de Navostrijdkrachten moeten verhogen. Binnen de NATO Response Force (NRF) wordt daarom de VJTF opgericht, die het mogelijk moet maken om binnen zeer korte tijd eenheden in te zetten, in beginsel voor geruststelling en afschrikking, maar zo nodig ook in oorlogssituaties.

De VJTF
De VJTF is een zeer snel inzetbaar onderdeel van de NRF. De eenheden die de rol van VJTF vervullen, hebben een zeer hoge gereedheid en kunnen met een korte reactietijd worden ontplooid. Een deel van deze eenheden moet binnen 48 uur gereed kunnen staan voor verplaatsing naar het inzetgebied. Deze hoge gereedheid stelt de Navo in staat om snel, flexibel en daadkrachtig te reageren op dreigingen aan de randen van het Navo-verdragsgebied.

De VJTF wordt in de eerste plaats opgericht omwille van de geloofwaardigheid van de collectieve verdediging van de bondgenoten. In het kader van de geruststellende maatregelen zal de VJTF regelmatig op het bondgenootschappelijk grondgebied werken aan het verbeteren van de gevechtscapaciteit en de interoperabiliteit met de gastlanden. Het is niet de bedoeling om omvangrijke eenheden permanent te stationeren op het grondgebied van deze bondgenoten. Voorts is de capaciteit om flexibel en op zeer korte termijn eenheden naar de randen van het Navo-verdragsgebied te kunnen verplaatsen een waardevol afschrikkingsinstrument. Een dergelijke verplaatsing is in beginsel een preventieve maatregel.

Informeren van het parlement
Wanneer de VJTF naar de randen van het Navo-verdragsgebied wordt verplaatst in reactie op een dreiging, is er sprake van een afschrikkende maatregel in het kader van de collectieve verdediging. Dit kan gebeuren om een artikel 4- of 5- situatie te voorkomen. In het geval van dergelijke inzet is er sprake van de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk en haar bondgenoten, zoals bedoeld in artikel 97 van de Grondwet. Een dergelijke inzet valt niet onder artikel 100 van de Grondwet. Er bestaat daarom geen verplichting om het parlement vooraf te informeren, maar indien mogelijk zal uw Kamer vooraf worden geïnformeerd over de inzet van de VJTF in het kader van de collectieve verdediging. Het is echter altijd denkbaar dat de VJTF op zeer korte termijn zal moeten reageren op een opkomende of manifeste dreiging, waardoor uw Kamer niet vóór de inzet van de VJTF kan worden geïnformeerd. In een dergelijk geval zal uw Kamer zo spoedig mogelijk na de inzet van de VJTF worden geïnformeerd.

Het is voorts mogelijk dat de VJTF wordt ingezet in het kader van de collectieve verdediging in een artikel 5-situatie. In het geval dat een Navo-bondgenoot wordt aangevallen, hebben de overige bondgenoten de verdragsrechtelijke verplichting direct te hulp te komen. Vanwege de hoge gereedheid zou de VJTF kunnen worden ingezet als initiële reactiemacht. In een dergelijk geval wordt uw Kamer zo spoedig mogelijk geïnformeerd. Gezien de urgentie van een artikel 5-situatie en de korte termijn waarop de VJTF mogelijk zal moeten worden ontplooid, is het ook in dit geval denkbaar dat uw Kamer niet vóór de inzet kan worden geïnformeerd.

Activiteiten op het bondgenootschappelijk grondgebied die zijn gericht op het verbeteren van de gevechtscapaciteit en interoperabiliteit maken deel uit van het reguliere takenpakket van de VJTF. Deze ontplooiingen worden niet beschouwd als inzet, maar als activiteiten die noodzakelijk zijn voor het behoud van de hoge gereedheid en inzetbaarheid. Evenals bij andere (Navo-)oefeningen wordt uw Kamer in beginsel niet telkens over deze gereedstellingsactiviteiten geïnformeerd. Uw Kamer zal wel vooraf worden geïnformeerd over Nederlandse bijdragen aan de VTJF, zoals recent is gedaan in de brief over de Nederlandse bijdragen aan de EU Battlegroups, NATO Response Force en Frontex van 19 december 2014 (Kamerstuk 29 521, nr. 276).

Frontex
Over de huidige stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van Frontex zal ik u informeren voorafgaand aan het algemeen overleg over Europese en internationale samenwerking op 11 februari 2015.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 27 januari 2015)

woensdag 3 december 2014

NATO foreign ministers on the Readiness Action Plan

Statement of Foreign Ministers on the Readiness Action Plan

02 Dec. 2014

Allied Foreign Ministers met to review implementation of the Readiness Action Plan. This has been the first high-level political meeting after the Wales Summit. We welcome progress achieved in delivering on the decisions taken by our Heads of State and Government.

The Readiness Action Plan agreed by Heads of State and Government at the Wales Summit is a response to the changed and broader security environment in and near Europe. It responds to the challenges posed by Russia and their strategic implications. It also responds to the risks and threats emanating from our southern neighbourhood, the Middle East and North Africa. Its implementation will significantly enhance NATO’s readiness and responsiveness and will contribute to ensuring that NATO forces remain ready and able to respond swiftly and firmly to current and future challenges to the Alliance. It will strengthen both NATO’s collective defence and crisis management capability.

Implementation of the Plan is well underway. Today, we reiterate the commitment of our nations to ensuring that NATO remains a strong, ready, robust and responsive Alliance. There is already an increased presence of NATO maritime, land and air forces and meaningful military activity in the eastern part of Alliance territory. All Allies are contributing to this defensive effort and they will continuously rotate air, maritime and land forces in the region and conduct additional exercises, 28 for 28, through 2015. This provides the fundamental baseline requirement for assurance and deterrence. These forces are effectively responding to increased Russian military activity, including through monitoring Russian military flights and maintaining the integrity and safety of our airspace.

At the same time, we are enhancing the NATO Response Force’s capabilities, including through the development of a new Very High Readiness Joint Task Force, the VJTF. We welcome the establishment of an interim VJTF coordinated by SACEUR with forces predominantly from Germany, Norway and the Netherlands, available to the Alliance early in 2015.

Work on the other measures envisaged in the Readiness Action Plan is advancing rapidly, including on the establishment of an appropriate multinational command and control presence on the territories of the Eastern Allies. NATO Defence Ministers will further assess progress and take decisions, when they meet in February 2015, on enhancing the Alliance’s readiness and responsiveness as part of the adaptation of NATO to the changed security environment, in line with the decisions taken at the Wales Summit.

(NATO)

maandag 8 september 2014

Nederland met compagnie in nieuwe NAVO-macht

Nederland stelt een compagnie beschikbaar voor de nieuwe supersnelle interventiemacht van de NAVO, de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Dat maakte minister Hennis-Plasschaert bekend op de top van het Atlantisch bondgenootschap in Newport in Wales.

De Nederlandse eenheid, die inclusief ondersteunende eenheden uit ongeveer 200 militairen bestaat, gaat waarschijnlijk begin volgend jaar met andere deelnemende eenheden uit de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk in Oost-Europese lidstaten oefenen. De eenheden vallen voor een beperkte periode onder de VJTF en worden dan vervangen door andere eenheden. "De eenheden zullen dus op rotatiebasis worden ingezet", aldus de minister.

Volgens Hennis is het de bedoeling dat er zoveel mogelijk bondgenoten meedoen aan de snel inzetbare interventiemacht die de voorhoede vormt van de NATO Response Force* (NRF). "Door nu al mee te doen, zijn we ook betrokken bij de vormgeving van de flitsmacht", zei ze. De VJTF kan binnen enkele dagen worden ingezet. De NRF is binnen 5 tot 30 dagen klaar voor inzet.

De interventiemacht is bedoeld om vijanden af te schrikken. Het is volgens haar de bedoeling dat zo veel mogelijk bondgenoten bijdragen. "De interventiemacht moet niet op de schouders van enkele NAVO-landen rusten'', aldus minister Hennis.

(ministerie van Defensie, 4 september 2014)

*in het originele bericht van Defensie staat hier 'NATO Rapid Reaction Force'. Dat is echter niet de correcte naam van de NRF