zondag 12 april 2015

Nederland levert belangrijke bijdrage aan ‘speerpunt’ van de NAVO

De NAVO wil supersnel kunnen ingrijpen wanneer er gevaar dreigt. Daarom besloot het bondgenootschap vorig jaar tot de oprichting van een zogeheten flitsmacht. Militairen van 11 Luchtmobiele Brigade oefenden afgelopen week of zij binnen de vereiste 48 uur inzetbaar zijn. Maar wat houdt die flitsmacht precies in?

De flitsmacht is bedoeld om snel in te grijpen in conflictgebieden. Ook is de zogeheten Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) bedoeld als geruststelling voor bondgenoten en afschrikking voor kwaadwillenden. De voorhoede van zo’n 800 militairen moet binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. De gehele flitsmacht is multinationaal en moet uiteindelijk uit zo’n 5000 militairen bestaan: 5 bataljons met ondersteuning van eenheden van de luchtmacht, marine en special forces. Deze moet binnen 5 tot 7 dagen ter plekke zijn.

De toegenomen agressie van Rusland, de onrust in Noord-Afrika en de opkomst van terreurorganisatie ISIS zijn de belangrijkste redenen voor de NAVO om de flitsmacht in het leven te roepen. Dit ‘speerpunt’ is onderdeel van de grotere NATO Response Force (NRF) die binnen 5 tot 30 dagen inzetbaar moet zijn. Maar gezien de toegenomen onveiligheid en instabiliteit is een snellere interventiemacht nodig die desnoods een eerste klap kan uitdelen, zegt generaal-majoor Dennis Luyt, directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling (DAOG) van Defensie. “Maar het hoeft niet meteen ‘staal op staal’ te zijn. De flitsmacht kan ook naar een gebied worden gestuurd om een signaal af te geven. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan oefeningen.”

Brigadegeneraal Kees Matthijsen
Duitsland, Noorwegen en Nederland leveren dit jaar in totaal 600 militairen aan de flitsmacht. De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 200 Rode Baretten van 11 Luchtmobiele Brigade. Een logische keuze, zegt brigadegeneraal Kees Matthijssen. “We zijn van nature een snel inzetbare eenheid.” De huidige bezetting is overigens een pilot, benadrukt de generaal. “Dit jaar is bedoeld om procedures te testen en te zien waar we tegenaan lopen.”

De VJTF kan overal in het NAVO-verdragsgebied worden ingezet. De focus ligt op dreigingen aan de ‘flanken van het bondgenootschappelijk grondgebied’, zei minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert eerder.  Maar wellicht kan de flitsmacht ook elders in de wereld worden ingezet, vult generaal Matthijssen aan. “De NAVO kan ook worden ingezet in het kader van de internationale rechtsorde. De missie in Afghanistan is daar een goed voorbeeld van.”

Als de NAVO-bondgenoten besluiten tot ingrijpen, moet de voorhoede binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. Precies wat 11 Luchtmobiele Brigade deze week heeft geoefend. Dat is geen kleine opgave. Militairen worden thuis gebeld, moeten naar de kazerne, krijgen een briefing en moeten hun uitrustingen gereed maken. Tegelijkertijd moeten op andere locaties voertuigen, brandstof en munitie worden klaargezet.  “Dat vraagt om een strakke planning”, concludeert de brigadegeneraal. Zorgvuldigheid en goede samenwerking zijn noodzakelijk, vult generaal-majoor Luyt aan. “Daarom moeten we nu alle draaiboeken testen. Als die kloppen, is zo’n snelle inzet goed te doen.”

Noorwegen, Duitsland en Nederland werken in deze beginfase stap voor stap. “We willen eerst kunnen kruipen, dan lopen en dan pas rennen”, zegt Luyt. “Een aantal randvoorwaarden voor de snelle inzetbaarheid wordt dit jaar nader uitgewerkt. Dat geldt zowel voor de NAVO als op nationaal niveau. Niet alles zal dus meteen volgens plan verlopen, maar daar houden we rekening mee.”
De focus ligt nu vooral op landstrijdkrachten, maar dat is niet het hele verhaal, benadrukt de generaal-majoor. Want de flitsmacht moet alle scenario’s het hoofd kunnen bieden. Luyt: “Een dreiging kan immers ook vooral maritiem zijn, of vanuit de lucht komen. Die aspecten zijn nog in ontwikkeling.”

De flitsmacht moet in 2016 operationeel zijn. “Dat is een korte periode, maar haalbaar”, zegt generaal Matthijssen. “De oefening van de afgelopen dagen is goed gegaan. Alleen het papierwerk voor de munitie werkte vertragend, maar dat hebben we opgelost. We stonden binnen 48 uur klaar voor vertrek.”

(Defensiekrant, 10 april 2015)

donderdag 9 april 2015

NATO tests 'Spearhead Force' alert procedures

EINDHOVEN, The Netherlands -  NATO assessed its alert procedures for the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) for the first time during Exercise NOBLE JUMP from 7-9 April 2015, involving over 1,500 personnel from 11 Allied nations.  Germany, Poland, Norway, Denmark, Hungary, Lithuania, Croatia, Portugal, and Slovenia tested their Headquarters’ response to alert procedures and high-readiness units from The Netherlands and Czech Republic physically deployed equipment and troops to airports and railheads.

This activity represents an important milestone as NATO continues to respond to emerging security challenges.  The exercise has its origins in last year’s Wales Summit, where NATO leaders collectively agreed to establish the VJTF, or what some call the ‘NATO Spearhead’ force.  These developments are part of wider enhancements to the NATO Response Force in order to address instability on NATO’s southern and eastern flanks.


Soldiers of 11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade involved in the exercise

"NATO military planners have been working tirelessly to enhance NATO’s Response Force and implement the Very High Readiness Joint Task Force, and today our progress is manifested in the rapid deployments we see happening in locations across the Alliance,” said General Philip Breedlove, Supreme Allied Commander Europe (SACEUR).  "These measures are defensive, but are a clear indication that our Alliance has the capability and will to respond to emerging security challenges on our southern and eastern flanks,” he said.

For the last several months, NATO has been developing the concepts behind the VJTF and established an interim force early in 2015.  Exercise NOBLE JUMP marks the first time that high-readiness units have physically tested their response to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  The training event marks a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls as the Alliance continues to refine its high readiness capabilities.

Czech and Dutch High-Readiness Troops Put to the Test
 In the afternoon of 7 April, the 11th Air Mobile Brigade in The Netherlands and the 4th Rapid Reaction Brigade in the Czech Republic were given orders to rapidly prepare to deploy their troops and equipment.

"In the hours that ensued, Dutch and Czech formations recalled their military personnel to base, conducted hasty movement planning, briefed personnel, prepared and verified equipment, weapons, supplies, and vehicles,” said Colonel Mariusz Lewicki, the head military planner for the VJTF at SHAPE.  "The lead troops were able to move in under eight hours, with all elements moving in under 48 hours, so our initial impression is we are very pleased with the results,” he added.

The Commander of the Dutch 11th Air Mobile Brigade, Brigadier-General Kees Matthijssen, also felt that Exercise NOBLE JUMP achieved its aims.

Czech paratroopers participating in EX NOBLE JUMP

 "So far we are satisfied, our men and women responded well to the alerting and we managed to send off the first troops as scheduled. We are sure that we will be able to meet our goals, which were to move all troops and equipment within 48 hours,” said Brigadier-General Matthijssen.  "Of course, we have noted some things to improve during the exercise, but this will definitely lead to further refinement and improvements of our high readiness plans,” he said.

A total of 900 German soldiers were also recalled to their units in Marienberg, Gotha, Idaroberstein and Bad Salzungen during Exercise NOBLE JUMP.  These troops conducted similar planning and alert verifications in their respective garrisons.

The overall aim of Exercise NOBLE JUMP was to improve and refine alert and deployment procedures for the VJTF.  In the coming weeks NATO military staff will conduct an analysis of the results from this exercise and Allied units will refine their tactical procedures.  Lessons will be shared and NATO will continue to refine the overall alert and deployment process, and ensure it is integrated in overall plans for the NATO Response Force.

11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade troops on the move

"Moving military units at short notice is a highly complex process that requires careful planning and constant refinement and practice to maintain capability,” said Colonel Lewicki.  "We’ve had a very good start this week, but much work remains and we will continue exercising these concepts throughout 2015 and 2016,” he said.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the Readiness Action Plan and the NATO Response Force.  Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP, 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

SHAPE Public Affairs Office

woensdag 1 april 2015

Oefening VJTF: NOBLE JUMP

(Eerste oefening van de VJTF, de nieuwe 'flitsmacht' van de NATO Response Force. Onderdelen vinden plaats op luchtmachtbasis Eindhoven en in Chrudim in de Tsjechische Republiek)

NATO VJTF (Spearhead) Deployment Exercise

NATO will commence the process of testing and refinement of the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) during part one of Exercise NOBLE JUMP, being held from 1-10 April 2015.

The VJTF is being established as a part of an overall enhancement to the NATO Response Force in order to address new security challenges on NATO’s southern and eastern peripheries.

The NOBLE JUMP ‘Alert Exercise’ being conducted in early April is the first time that high-readiness units will practice responding to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  As such, this event represents a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls during the early stages of the development process.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted throughout 2015 and 2016 in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the NATO Response Force.

Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP from 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

(Source: ACO/NATO)

dinsdag 17 maart 2015

2 Apache-vliegers omgekomen in Mali

Tijdens een schietoefening in Mali is vanmiddag een Nederlandse Apache-gevechtshelikopter neergestort. Hierbij zijn de 30-jarige kapitein René Zeetsen en de 26-jarige eerste luitenant Ernst Mollinger omgekomen. Hun families zijn ingelicht.

Kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger

De gecrashte helikopter was samen met een andere Nederlandse Apache boven onbewoond terrein bezig met een schietoefening met gronddoelen. De collega-vliegers landden direct en verleenden eerste hulp. Zeetsen bleek overleden. Mollinger was zwaargewond en werd overgebracht naar een Frans militair hospitaal in Gao. Daar overleed hij aan zijn verwondingen.

Omstandigheden
Het ongeluk gebeurde op 47 kilometer ten noorden van het Nederlandse kamp. Direct na de crash beveiligde een Franse gevechtshelikopter de crashsite. Nederlandse special forces stelden de plek op de grond veilig en bewaakten deze. Naar de toedracht wordt een onderzoek ingesteld.

Missie in Mali
Beide slachtoffers zijn afkomstig van 301 Squadron van het Defensie Helikopter Commando op Vliegbasis Gilze-Rijen. De Apache vormde met 3 andere helikopters van dit type en 3 Chinooks het Nederlandse helikopterdetachement in Mali. Deze eenheid verzamelt, samen met Nederlandse special forces en ander personeel, inlichtingen voor VN-missie Minusma. In totaal leveren zo’n 450 Nederlandse militairen een bijdrage aan de missie. De hoofdmacht is in Gao gelegerd, een klein deel opereert vanuit hoofdstad Bamako.

U kunt uw deelneming betuigen in het condoleanceregister. De blijken van deelneming worden na sluiting overhandigd aan de nabestaanden.

(ministerie van Defensie, 17 maart 2015)

Tekst persconferentie generaal Middendorp:

Vanmiddag rond 14:00 uur Nederlandse tijd is een Nederlandse Apache gevechtshelikopter in Mali gecrasht. Hierbij zijn de 30-jarige kapitein René Zeetsen en 26-jarige eerste luitenant Ernst Mollinger omgekomen. Luitenant Mollinger is naar het Franse veldhospitaal overgebracht in Gao en daar overleden aan zijn verwondingen. Beide vliegers zijn afkomstig van het 301 Squadron van het Defensie Helikoptercommando op vliegbasis Gilze-Rijen. We konden dit niet eerder bekend maken omdat we eerst de betrokken families wilden informeren. Zoals dat hoort.

Ik betuig mede namens de minister van Defensie en de gehele krijgsmacht mijn medeleven aan de nabestaanden van kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger die zojuist dit verschrikkelijke bericht hebben moeten ontvangen. Onze gedachten gaan naar hen uit. Ik wens hen, de collega’s in de MINUSMA-missie en van de Koninklijke Luchtmacht alle sterkte in deze moeilijke tijd. De getroffen families worden waar mogelijk bijgestaan door onze bedrijfsmaatschappelijk werkers.

De crash gebeurde vanmiddag op 47 kilometer ten noorden van de Nederlandse thuisbasis, Kamp Castor. De vliegers waren op dat moment bezig met een schietoefening op ronddoelen op een vlak, onbewoond terrein. De andere aanwezige Apache is direct geland en heeft eerste hulp verleend. Gelijk na de crash beveiligde een Franse gevechtshelikopter de locatie. Nederlandse special forces en brandweerpersoneel zijn met een Chinook naar de crashsite gebracht. Gelijktijdig is luitenant Mollinger met een Franse helikopter afgevoerd naar Gao. De special forces hebben de crashsite veilig gesteld en bewaken deze. Alles lijkt erop dat het om een ongeval gaat, maar we kunnen dit nog niet bevestigen. Naar de toedracht is een onderzoek ingesteld.

De betrokken Apache vormt met 3 andere helikopters van dit type en 3 Chinooks het Nederlandse Helidetachement in Mali. Deze eenheid verzamelt, samen met Nederlandse special forces en ander personeel, inlichtingen voor MINUSMA. Een goede inlichtingenpositie is cruciaal voor de missie. Die daardoor effectiever kan bijdragen aan een stabiel Mali. Dat is van belang voor de bevolking van Mali, voor de regionale stabiliteit in de Sahel, en daarmee ook van belang voor Nederland omdat we gebaat zijn bij stabiliteit aan de zuidgrens van Europa.

(ministerie van Defensie, 17 maart 2015)


Persbericht MINUSMA

A MINUSMA ATTACK HELICOPTER CRASHES NORTH OF GAO – TWO KILLED

At around 1 p.m. today, an Apache attack helicopter of MINUSMA had to make a hard landing about 42 kilometres north of Gao (in northern Mali). The two crew members lost their lives in this accident, which took place during an exercise conducted by MINUSMA’s Dutch contingent in this area.

A medical team was immediately deployed to the site of the accident, but was not able to save the helicopter’s crew.

The Special Representative of the Secretary General (SRSG) and Head of MINUSMA, Mr Mongi Hamdi, extends its deepest condolences to the Government of the Netherlands and to the families of the two soldiers, who lost their lives in this tragic accident.

MINUSMA immediately deployed teams to secure the site. Specialized investigators from MINUSMA and the Netherlands will go to the scene to establish the exact circumstances of the accident

Internationale conferentie in Nederland over de krijgsmacht van de toekomst

Op 24 en 25 maart vindt in Nederland een internationale topconferentie plaats over de krijgsmacht van de toekomst: de Future Force Conference. Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, heeft 450 leiders uit binnen-en buitenland uitgenodigd om samen met partners uit het bedrijfsleven en de wetenschap de veiligheidsuitdagingen van de toekomst in kaart te brengen en te kijken naar mogelijke oplossingen voor deze uitdagingen.

Volgens Middendorp maakt iedereen deel uit van een ‘defensief ecosysteem’. Een systeem dat constant verandert, en waarin alle spelers onderling afhankelijk zijn van elkaar en elkaar beïnvloeden. “Niets doen is geen optie”, aldus de generaal, omdat “interne en externe dreigingen ons allemaal raken”.

Hij verwijst daarbij onder meer naar hybride dreigingen zoals de terreurorganisatie ISIS. “Hoe stoppen we terroristen die zowel opereren als een conventioneel leger met getrainde militanten en tegelijkertijd vechten als stedelijke guerrilla’s”, is één van zijn vragen aan de deelnemers. Maar ook moet gedacht worden aan de hybride oorlogvoering op de Krim en in Oost-Oekraïne met inzet van propaganda, ondermijning, directe agressie en ondersteuning van separatisten, zonder officiële oorlogsverklaring. Middendorp: “Propaganda, provocatie en ondermijnende acties spelen tegenwoordig een even grote rol als wapens. Als de bewakers van onze samenleving moeten we daarom – nu meer dan ooit - de handen ineen slaan”.

Bij deze internationale topconferentie is Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander aanwezig, evenals generaal Philip Breedlove, de opperbevelhebber van de NAVO-strijdkrachten. Generaal Middendorp heeft naast politici, industrie en de militaire top van NAVO-partners ook vertegenwoordigers van internationale kennisinstituten, non-gouvernementele organisaties en multinationals uitgenodigd voor de conferentie. De conferentie heeft als doelstelling om onderlinge partnerschappen op te bouwen en te versterken.

Bekende aanwezige namen zijn onder meer Robert Kaplan (Amerikaans bedrijfseconoom), Jean-Claude Trichet (voormalig voorzitter Europese Centrale Bank), Jamie Shea (NAVO), Sir Rupert Smith (voormalig hoog officier van het Britse leger), Lora Saalman (universitair hoofddocent van het Asia-Pacific Center for Security Studies), Souad Mekhennet (journaliste) Ahmed Aboutaleb (burgemeester van Rotterdam) en Jeanine Hennis-Plasschaert (minister van Defensie).

(ministerie van Defensie, 17 maart 2015)

woensdag 28 januari 2015

Kamerbrief over rol parlement bij nieuwe 'flitsmacht' NAVO

de Voorzitter van de Tweede Kamer
Datum 27 januari 2015
Betreft: Reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie inzake parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force

Met deze brief reageer ik, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie van 20 januari 2015 met kenmerk 29521-276/2015D01660 en ga ik in op de vraag over parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF).

Readiness Action Plan
In het licht van de ontwikkelingen aan de zuid- en oostflank van het Navoverdragsgebied hebben de bondgenoten op de Top in Wales het Readiness Action Plan ( RAP) aangenomen. Het RAP voorziet in geruststellende maatregelen en aanpassingsmaatregelen die de gereedheid en het reactievermogen van de Navostrijdkrachten moeten verhogen. Binnen de NATO Response Force (NRF) wordt daarom de VJTF opgericht, die het mogelijk moet maken om binnen zeer korte tijd eenheden in te zetten, in beginsel voor geruststelling en afschrikking, maar zo nodig ook in oorlogssituaties.

De VJTF
De VJTF is een zeer snel inzetbaar onderdeel van de NRF. De eenheden die de rol van VJTF vervullen, hebben een zeer hoge gereedheid en kunnen met een korte reactietijd worden ontplooid. Een deel van deze eenheden moet binnen 48 uur gereed kunnen staan voor verplaatsing naar het inzetgebied. Deze hoge gereedheid stelt de Navo in staat om snel, flexibel en daadkrachtig te reageren op dreigingen aan de randen van het Navo-verdragsgebied.

De VJTF wordt in de eerste plaats opgericht omwille van de geloofwaardigheid van de collectieve verdediging van de bondgenoten. In het kader van de geruststellende maatregelen zal de VJTF regelmatig op het bondgenootschappelijk grondgebied werken aan het verbeteren van de gevechtscapaciteit en de interoperabiliteit met de gastlanden. Het is niet de bedoeling om omvangrijke eenheden permanent te stationeren op het grondgebied van deze bondgenoten. Voorts is de capaciteit om flexibel en op zeer korte termijn eenheden naar de randen van het Navo-verdragsgebied te kunnen verplaatsen een waardevol afschrikkingsinstrument. Een dergelijke verplaatsing is in beginsel een preventieve maatregel.

Informeren van het parlement
Wanneer de VJTF naar de randen van het Navo-verdragsgebied wordt verplaatst in reactie op een dreiging, is er sprake van een afschrikkende maatregel in het kader van de collectieve verdediging. Dit kan gebeuren om een artikel 4- of 5- situatie te voorkomen. In het geval van dergelijke inzet is er sprake van de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk en haar bondgenoten, zoals bedoeld in artikel 97 van de Grondwet. Een dergelijke inzet valt niet onder artikel 100 van de Grondwet. Er bestaat daarom geen verplichting om het parlement vooraf te informeren, maar indien mogelijk zal uw Kamer vooraf worden geïnformeerd over de inzet van de VJTF in het kader van de collectieve verdediging. Het is echter altijd denkbaar dat de VJTF op zeer korte termijn zal moeten reageren op een opkomende of manifeste dreiging, waardoor uw Kamer niet vóór de inzet van de VJTF kan worden geïnformeerd. In een dergelijk geval zal uw Kamer zo spoedig mogelijk na de inzet van de VJTF worden geïnformeerd.

Het is voorts mogelijk dat de VJTF wordt ingezet in het kader van de collectieve verdediging in een artikel 5-situatie. In het geval dat een Navo-bondgenoot wordt aangevallen, hebben de overige bondgenoten de verdragsrechtelijke verplichting direct te hulp te komen. Vanwege de hoge gereedheid zou de VJTF kunnen worden ingezet als initiële reactiemacht. In een dergelijk geval wordt uw Kamer zo spoedig mogelijk geïnformeerd. Gezien de urgentie van een artikel 5-situatie en de korte termijn waarop de VJTF mogelijk zal moeten worden ontplooid, is het ook in dit geval denkbaar dat uw Kamer niet vóór de inzet kan worden geïnformeerd.

Activiteiten op het bondgenootschappelijk grondgebied die zijn gericht op het verbeteren van de gevechtscapaciteit en interoperabiliteit maken deel uit van het reguliere takenpakket van de VJTF. Deze ontplooiingen worden niet beschouwd als inzet, maar als activiteiten die noodzakelijk zijn voor het behoud van de hoge gereedheid en inzetbaarheid. Evenals bij andere (Navo-)oefeningen wordt uw Kamer in beginsel niet telkens over deze gereedstellingsactiviteiten geïnformeerd. Uw Kamer zal wel vooraf worden geïnformeerd over Nederlandse bijdragen aan de VTJF, zoals recent is gedaan in de brief over de Nederlandse bijdragen aan de EU Battlegroups, NATO Response Force en Frontex van 19 december 2014 (Kamerstuk 29 521, nr. 276).

Frontex
Over de huidige stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van Frontex zal ik u informeren voorafgaand aan het algemeen overleg over Europese en internationale samenwerking op 11 februari 2015.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 27 januari 2015)

zaterdag 24 januari 2015

Nederland en Zweden treden samen op in antipiraterijmissie

Het marineschip Zr.Ms. Johan de Witt vertrekt vandaag naar het zeegebied rond Somalië voor de antipiraterijmissie Atalanta van de Europese Unie. Onder de 400-koppige bemanning bevindt zich ook een internationale staf van ongeveer 40 leden, onder leiding van de Zweedse admiraal Jonas Haggren. Zweden stuurt voor het eerst een internationale missie aan vanaf een Nederlands marineschip.

Zr.Ms. Johan de Witt

De Zweden gaven al eerder te kennen in 2015 het commando te willen voeren over Atalanta. Door dit vanaf  Zr.Ms. Johan de Witt te doen worden materieel en personeel van beide landen doelmatiger ingezet. Het embarkeren van een internationale staf op een buitenlands schip wordt, zowel politiek als militair, gezien als een vorm van verregaande samenwerking. Dit door innovatief elkaars schaarse capaciteiten te gebruiken volgens het pooling & sharing concept.

Naast de Zweden, bestaat de staf uit militairen uit België, Duitsland, Djibouti, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Letland, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje en Nederland. Zweden levert behalve personeel ook twee Augusta-helikopters en twee gevechtsboten (CB90’s) die op Zr.Ms. Johan de Witt zijn gestationeerd. Deze eenheden, inclusief de ongeveer 40-koppige Zweedse bemanning hiervan, vallen niet onder de staf maar worden aangestuurd door de commandant van het schip.

Stridsbåt 90

Voor de antipiraterijmissie neemt het marineschip verder een Nederlands medisch team mee voor eventuele operaties aan boord, een NH90-helikopter, een landingsvaartuig (LCU), vier snelle FRISC-rubberboten en mariniers om boarding teams te vormen. Naar verwachting keert Zr.Ms. Johan de Witt eind mei terug in Den Helder.

(ministerie van Defensie)

maandag 15 december 2014

Kamerbrief: de bijzondere positie van de militair

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 11 december 2014

Betreft: De bijzondere positie van de militair

Bijlage: Relevante wetsartikelen

de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 11 december 2014
Betreft De bijzondere positie van de militair

Bijlage: Relevante wetsartikelen

Bij verschillende gelegenheden is in overleggen met de Kamer de bijzondere positie van de militair aan de orde geweest. In mijn brief van 28 oktober jl. over de agenda voor het personeelsbeleid van de toekomst heb ik toegezegd dat de Kamer voor het eind van dit jaar een brief over de bijzondere positie van de militair ontvangt. In het wetgevingsoverleg over personeel van 3 november jl. heb ik in reactie op een motie van de heer Knops deze toezegging herhaald en toegezegd daarbij ook in te gaan op de mogelijkheid en de wenselijkheid van een pakketvergelijking. Over de beschrijving van de bijzondere positie van de militair is eerder overeenstemming bereikt met de centrales van overheidspersoneel. In de bijlage bij deze brief zijn de relevante delen van wetten en voorschriften opgenomen, waarnaar door middel van eindnoten wordt verwezen.

Taak van de krijgsmacht
De bijzondere positie van de militair wordt ontleend aan de taakstelling en positionering van de krijgsmacht in de Nederlandse samenleving. De krijgsmacht beschermt op basis van artikel 97 van de Grondwet Nederland en de Nederlandse belangen wereldwijd en handhaaft de internationale rechtsorde. Om deze grondwettelijke taken te kunnen uitvoeren, moet Nederland onder alle omstandigheden een onmiddellijk en onvoorwaardelijk beroep op de krijgsmacht kunnen doen. De Nederlandse krijgsmacht moet nu en in de toekomst voorbereid zijn op onvoorspelbare dreigingen en risico’s. Deze bijzondere taak van de krijgsmacht betekent dat de militair voortdurend voorbereid en beschikbaar moet zijn op operationele inzet waar dan ook ter wereld en zo lang als nodig. Hij is verplicht de aan hem opgedragen taken, met alle daaraan verbonden gevaren, onvoorwaardelijk uit te voeren. Juist het onvoorwaardelijke karakter van deze inzet stelt eisen aan de militair die nergens in onze maatschappij in dezelfde mate en in die combinatie voorkomen.

Het unieke karakter van de militair
Het meest wezenlijke kenmerk van de krijgsmacht is dat de militair bij de onvoorwaardelijke uitvoering van de opgedragen taken het belangrijkste bezit wat hij heeft, namelijk zijn leven, op het spel zet. In het uiterste geval kan een militair gedood worden of ernstig gewond raken. Daarnaast kan de militair in de positie komen dat hij zelf, binnen het kader van de wet en zijn opdracht, dodelijk geweld tegen anderen moet gebruiken.

De verantwoordelijkheid van de militair blijft voorts niet beperkt tot zijn eigen veiligheid en handelen, maar geldt ook voor ieder die aan zijn zorg is toevertrouwd. De militair is, als leidinggevende of als onderdeel van de eenheid, medeverantwoordelijk voor de veiligheid van de militairen met wie hij optreedt. Bij het uitvoeren van zijn taken zet de militair niet alleen zijn eigen leven op het spel, maar ook dat van zijn eenheid. Militairen gaan door waar anderen moeten stoppen. Deze unieke plicht van militairen laat zich niet uitdrukken in kwantitatieve of meetbare termen.

Bijzondere kenmerken van de militair
De positie van de militair heeft ook andere bijzondere kenmerken die wederom vooral kwalitatief van aard zijn en daardoor moeilijk meetbaar. Het onvoorwaardelijke karakter van de militaire inzetbaarheid stelt allereerst hoge eisen aan de fysieke en mentale inzetbaarheid van militairen. Militairen zijn verplicht hun fysieke conditie op peil te houden. Militairen zijn verplicht gebruik te maken van de militaire gezondheidszorg en ondergaan verplicht periodieke medische keuringen, vaccinaties en conditietests. Zo heeft Defensie altijd inzicht in de belastbaarheid en daarmee de inzetbaarheid van militairen. Wanneer de militair niet meer aan de medische en psychische eisen voldoet, wordt hij dienstongeschikt verklaard en als militair ontslagen, ook al is van arbeidsongeschiktheid in maatschappelijke zin geen sprake.

Defensie hanteert een specifiek personeelssysteem waarin kennis- en ervaringsopbouw van doorslaggevend belang zijn in de ontwikkeling van de militaire loopbaan. Om kennis en ervaring op te bouwen, rouleert de militair allereerst over een groot aantal functies met verschillende standplaatsen en wordt in verschillende situaties ingezet. Daarnaast wordt de vereiste kennis en ervaring bereikt door een intensieve opleiding en training. Dit vereist deelname aan opleidingen binnen en buiten Defensie en aan oefeningen in Nederland en het buitenland. Het veelvuldig rouleren over functies, het deelnemen aan opleidingen en oefeningen en het daadwerkelijk inzetten betekent dat de militair langere tijd buiten zijn persoonlijke omgeving verkeert en gedurende langere tijd gescheiden van partner en gezin moet leven.

Om de effectiviteit en integriteit van de inzet van de militair te bewaken, is de militair onderworpen aan strenge veiligheids- en integriteitseisen. Alle militaire functies zijn vertrouwensfuncties als bedoeld in de Wet Veiligheidsonderzoeken. Dit betekent dat aan hun gedragingen, zowel onder werktijd als daarbuiten, veiligheids- en integriteitseisen worden gesteld die van doorslaggevend belang kunnen zijn voor het al dan niet kunnen vervullen van een vertrouwensfunctie. De reikwijdte van deze integriteitstoetsing strekt zich ook uit tot de gezinssituatie
en persoonlijke omgeving van de militair.

Beperkingen voor de militair
Om de inzetbaarheid van de krijgsmacht te garanderen is een aantal wettelijke maatregelen getroffen. Die wettelijke maatregelen houden ook beperkingen in voor de uitoefening van de grondrechten van militairen. Militairen leveren op grond van die wettelijke maatregelen tevens in op de autonomie van hun eigen maatschappelijke en arbeidsrechtelijke positie. Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste wettelijke maatregelen.

De verplichting om de opgedragen taken uit te voeren is door de wetgever zo wezenlijk geacht, dat er in de Wet militair tuchtrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht aanvullende regels zijn vastgelegd die het ongestoorde functioneren van de krijgsmacht waarborgen. Het militair tuchtrecht onderscheidt daartoe gedragingen tegen de orde, gedragingen tegen de geheimhoudingsplicht, gedragingen tegen het dienstbevel en gedragingen die het functioneren van de krijgsmacht belemmeren. Het militair strafrecht regelt onder meer de strafbaarstelling van misdrijven tegen de staat, misdrijven waardoor de militair zich aan de dienstverplichtingen onttrekt, en strafbaarstelling van dienstweigering en de schending van krijgsplichten.

Daarnaast wordt bij oefenen en werkelijke inzet de Arbeidstijdenwet buiten werking gesteld en gelden er beperkingen op het gebied van arbeidsomstandigheden. Ook is het militairen verboden deel te nemen aan stakingen. Dit is een belangrijke inperking van de grondrechten van een militair. De verplichting voor de militair om de aan hem opgedragen taken te vervullen krijgt extra gewicht door de strafbaarstelling in het militair strafrecht. Zodra een militair wordt aangewezen om gedurende kortere of langere tijd een operationele missie in het buitenland te vervullen, is hij verplicht om aan deze oproep gehoor te geven. Wanneer een voor uitzending aangewezen militair niet verschijnt op het moment dat hij behoort te vertrekken naar het inzetgebied, maakt hij zich schuldig aan een strafbaar feit. Het is voor een militair niet mogelijk zich aan een oproep te onttrekken door een verzoek tot ontslag in te dienen.

Dit verzoek zal derhalve, en zeker wanneer operationele omstandigheden hiertoe noodzaken, worden afgewezen. De verplichting om aan opgedragen taken invulling te geven wordt op deze wijze door zowel strafrechtelijke als arbeidsrechtelijke instrumenten gewaarborgd. Er is geen enkele andere beroepsgroep in Nederland waarbij strafrechtelijke vervolging volgt bij het niet uitvoeren van de opgedragen taken.

Waardering van de militair
Defensie voert een personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid dat recht doet aan de beschreven unieke en bijzondere positie van de militair. Dit beleid kenmerkt zich naast opleiding en training door zorg en beloning.

Het personeelsbeleid moet militairen niet alleen zo goed mogelijk voorbereiden op werkelijke inzet, maar moet er ook voor zorgen dat indien de risico’s van deze inzet zich manifesteren, de gevolgen daarvan zo goed mogelijk worden ondervangen. Deze opvang is het meest kenbaar in de vorm van een zorgstelsel dat ter beschikking staat van de militair en zijn thuisfront. De uitvoering van operationele taken en de soms blijvende gevolgen daarvan verplichten tot bijzondere zorg voor de militair, de gewezen militair en diens naasten. Daarnaast worden de gevolgen van de inzet van de militair zo goed mogelijk opgevangen door het sociale zekerheidsstelsel en de specifieke aanvullingen hierop. 

Uit de beschrijving blijkt dat er voor de militair een reeks verplichtingen bestaat die sterk afwijken van wat maatschappelijk en arbeidsrechtelijk gebruikelijk is. Deze lopen uiteen van fysieke eisen tot beperkingen in de uitoefening van grondrechten. Het personeelsbeleid en het arbeidsvoorwaardenstelsel van Defensie weerspiegelen de bijzondere positie van de militair. Daarmee kan Defensie goed werkgeverschap vormgeven en worden de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht onder alle omstandigheden gewaarborgd.

De pakketvergelijking
In het algemeen overleg over personeel van 16 april 2013 heb ik de Kamer gemeld dat als eerste zou worden gewerkt aan de beschrijving van de bijzondere positie van de militair en dat daarna eventuele vervolgstappen zouden worden bezien. Hoewel een pakketvergelijking een complexe aangelegenheid is, heb ik toen ook gezegd met een open houding over de vervolgstappen met de centrales te willen spreken. Eind oktober jl. zijn de onderhandelingen voor een nieuwe CAO voor Defensie begonnen. Defensie streeft naar de modernisering van het arbeidsvoorwaardenstelsel. De bijzondere positie van de militair blijft daarbij het uitgangspunt, zonder de ontwikkelingen in andere overheidssectoren te negeren.

Een robuust en duurzaam stelsel is onmiskenbaar in het belang van het defensiepersoneel. Naar mijn mening, en die van de centrales, is een pakketvergelijking op dit moment geen voorwaarde om tot vruchtbaar overleg te kunnen komen. Wij zullen daartoe dan ook geen initiatief nemen.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert 

(Bron)


maandag 8 december 2014

Marineschip Karel Doorman voor tweede keer naar West-Afrika

Na het succesvolle eerste goederentransport naar West-Afrika is het Joint Support Ship Karel Doorman afgelopen week teruggekeerd in Vlissingen. Daar wordt het schip opnieuw beladen met hulpgoederen voor de door ebola getroffen landen in de Golf van Guinee. De behoefte aan hulpgoederen voor de bestrijding van de epidemie is nog steeds groot; opnieuw zal de Karel Doorman nagenoeg volgeladen afvaren. Naast voertuigen, medische goederen en beschermende kleding voor hulpverleners neemt het schip ruim 1500 ton aan voedingsmiddelen mee voor het World Food Programme. Op 12 december a.s. vertrekt de Karel Doorman weer richting West-Afrika.

De Karel Doorman wordt deze week beladen met ruim 50 voertuigen, inclusief ambulances, terreinwagens en meer dan 40 containers met onder andere beschermende kleding voor hulpverleners, bedden voor patiënten en materiaal voor patiëntenzorg. Daarnaast worden ruim 1700 pallets met rijst ingeladen. De goederen zijn ter beschikking gesteld door het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Frankrijk. Ook hulporganisaties zoals UNICEF, het World Food Programme en de Samenwerkende Hulporganisaties hebben goederen aangemeld. De eerste bulk goederen wordt tussen 8 en 12 december in Vlissingen ingeladen; de overige goederen worden onderweg naar het missiegebied in La Rochelle (Frankrijk) en Gibraltar (Groot Brittannië) opgehaald.

De Karel Doorman tijdens het laden voor de eerste ebola-missie


De inzet van de Karel Doorman maakt deel uit van de bredere humanitaire inspanning van Nederland om hulp te bieden aan de door Ebola getroffen landen. Nederland heeft tot nu toe in totaal EUR 37,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de epidemie. Met dit bedrag zijn bijdragen gefinancierd aan onder andere de wereldgezondheidsorganisatie WHO, UNICEF en het Rode Kruis. Daarnaast heeft Nederland hulpgoederen aangekocht voor het eerste transport met de Karel Doorman.

Voor de missie ‘Humanitaire noodhulp ebola bestrijding’ varen 137 personen als vaste bemanning mee met de Karel Doorman. Daarnaast is een medisch team aan boord, dat bestaat uit de scheepsarts, een tandarts en negen verpleegkundigen met quarantainetraining. Voor het ontladen van materieel en de verkenningen van stranden is een landingsvaartuigendetachement mee aan boord, bestaande uit 23 mariniers, twee landingsvaartuigen en twee Fast Raiding Interception Special Forces Craft (FRISC’s). Voor de bescherming van de bemanning zijn 32 mariniers van het 13e Raiding Squadron uit Doorn mee.

Het Joint Support Schip Karel Doorman is specifiek gebouwd voor bevoorrading op zee, ter ondersteuning van maritieme eenheden, strategisch zeetransport, inclusief het in- en ontschepen van personeel en materieel in gebieden met beperkte havenfaciliteiten, en logistieke ondersteuning vanaf zee (seabasing), waarbij het schip dient als basis op zee voor het uitvoeren en ondersteunen van operaties op het land. De laad- en losmiddelen van de Karel Doorman bestaan uit een ‘roll on, roll off’-laadklep voor zware voertuigen, een laadstation voor landingsvaartuigen en een laadkraan. Met een lift kunnen zware ladingen binnen het schip verplaatst worden tussen het voertuigen- en het helikopterdek. De Karel Doorman is met zijn 204,7 meter en een waterverplaatsing van 27.800 ton het grootste schip van de Koninklijke Marine.

(ministerie van Defensie, 8 december 2014)

vrijdag 5 december 2014

Weblogbericht CDS: leiderschap en kameraadschap

Generaal Tom Middendorp

04-12-2014

Met een ferme klap op de schouder heeft de koning donderdag majoor Gijs Tuinman onderscheiden met de hoogste dapperheidsonderscheiding die ons land kent; de Militaire Willems-Orde. Met de benoeming van majoor Marco Kroon in 2009 hebben we er een nieuwe Ridder bij! Een geweldige erkenning voor uitzonderlijke daden.

Kapitein Gijs Tuinman in Uruzgan

In 2006 werd majoor Tuinman al onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Nu wordt hij geroemd voor 5 uitzonderlijke acties bij een latere inzet waarbij hij voorop ging in de strijd. Zo nodig met gevaar voor eigen leven. Zijn optreden op 6 september in 2009 is exemplarisch. Op die dag leidde majoor Tuinman commando's en mariniers in de Afghaanse provincie Uruzgan en coördineerde hij de actie om een zwaar gewonde militair - korporaal Kevin van de Rijdt - te redden.

Onder vuur
Majoor Tuinman wilde Kevin niet achterlaten, maar wilde ook zijn team geen onnodig risico laten lopen. Hij en zijn mannen werden van 3 kanten onder vuur genomen door een overmacht van de Taliban. Tuinman behoudt het overzicht en organiseert in korte tijd een reddingsactie, waarbij zijn mannen met gevaar voor eigen leven hun gewonde kameraad halen.

Korporaal Kevin van de Rijdt

Alles aan gedaan
Het was een zwarte dag, want ondanks de dappere reddingspogingen overleefde Kevin de gevechtsactie niet. Zijn maten hebben hem echter niet in de steek gelaten. Onder levensbedreigende omstandigheden hebben zij er alles aan gedaan om Kevin te redden. Dat toont niet alleen leiderschap van majoor Tuinman, maar ook kameraadschap. Het toont een onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaar!

Majoor Tuinman zei daar later zelf over: "Niemand stelt achteraf de vraag: was dit de moeite waard? Iedereen doet het, omdat je het rotsvaste vertrouwen hebt dat de ander het ook voor jou zou doen”.

Never leave a man behind
Zijn uitspraak is kenmerkend voor militairen. Opkomen voor anderen die hulp nodig hebben; dat geldt voor de missies waar militairen voor worden ingezet, maar zeker ook voor onze collega’s met wie we die missies uitvoeren. ‘Never leave a man behind’, is daarbij een leidend motto. Je laat je maten niet in de steek. Je blijft doorgaan.

Daarom zie ik de toekenning van de Militaire Willems-Orde ook als een erkenning voor al die andere Nederlandse militairen die onder extreme en gevaarlijke omstandigheden opereren. Ook zij zetten zich met gevaar voor eigen leven, en met hart en ziel in voor vrede en vrijheid.

Veiligheid en welvaart
En dat doen militairen in Nederland, maar vooral ook wereldwijd. Want in veel landen worden burgers nog niet beschermd door hun regering. Piraterij, gijzelingen, terrorisme, geweldsuitbarstingen - zelfs onthoofdingen - zijn aan de orde van de dag. Daar moet je iets aan doen. Onze veiligheid en welvaart zijn nou eenmaal afhankelijk van stabiliteit in andere landen.

Dáárom stuurt de regering militairen op missie. Dáárom wagen wij ons leven. Dáárom gaan wij door het vuur voor elkaar. Een dag als vandaag doet ons dat weer ten volle beseffen.

Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
December 2014

Zie ook: Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde