donderdag 17 april 2014

Defensie ondersteunt inzet NAVO in Oost-Europa

De NAVO heeft gisteren aanvullende maatregelen aangekondigd om bondgenoten gerust te stellen die zich door de crisis in Oekraïne bedreigd voelen. Nederland heeft aangegeven hieraan bij te dragen. Een mijnenjager gaat oefenen in de Oostzee. Nederland levert indien gevraagd ook een fregat en F-16’s.

“Evenwichtig en proportioneel”, zo bestempelen de ministers Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken en Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie het pakket aan maatregelen in hun brief aan de Tweede Kamer. “De maatregelen geven uitdrukking aan de eensgezindheid en solidariteit in het bondgenootschap zonder dat zij escalerend werken.”

Oefeningen Oostzee
Nederland levert al tankercapaciteit voor de in Oost-Europa patrouillerende AWACS-radarvliegtuigen. Behalve de mijnenjager nemen vanaf medio dit jaar enkele schepen en een compagnie mariniers deel aan oefeningen. Deze zijn niet alleen in de Oostzee, maar ook in Polen.

Fregat
Nederland biedt verder aan het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. Evertsen in te zetten in de Middellandse Zee. Het marineschip maakt sinds begin februari van dit jaar deel uit van de anti-piraterijmissie Ocean Shield bij Somalië. Het opperbevel van de NAVO kan besluiten om de Standing NATO Maritime Group 1 en 2 in te zetten in respectievelijk de Oostzee en de Middellandse Zee. In dat geval onttrekt de NAVO de Evertsen aan de anti-piraterijmissie. Hoewel afgeslankt, gaan Ocean Shield en de andere missies in het gebied gewoon door.

Zr.Ms. Evertsen (foto: Hans de Vreij)


De Baltische staten Estland, Letland en Litouwen zijn voor de beveiliging van hun luchtruim afhankelijk van de jachtvliegtuigen van hun NAVO-partners. Nederland doet regelmatig mee met het patrouilleren met F-16's boven de Baltische staten. Dat doen NAVO-landen per toerbeurt. De NAVO gaat die luchtpatrouilles intensiveren. Nederland is bereid daaraan een bijdrage te leveren als de NAVO daar om vraagt.

F-16 (foto: Defensie)


Tijdelijke versterking
De extra militaire inzet maakt deel uit van de tijdelijke versterking van de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied. Het bondgenootschap laat meer vliegtuigen patrouilleren en stuurt meer schepen naar de Oostzee en de Middellandse Zee. Ook houden de NAVO-landen extra oefeningen en actualiseren ze hun verdedigingsplannen.

(ministerie van Defensie, 17 april 2014)

Kamerbrief over eventuele extra inzet in Oost-Europa

woensdag 16 april 2014

'Geruststellingspakket' Defensie in verband met de crisis in Oekraïne

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
16 april 2014
Betreft: NAVO - geruststellende maatregelen in verband met de crisis i Oekraïne

Op 1 april jl. gaf de ministeriële Noord-Atlantische Raad (NAR) van de NAVO de militaire autoriteiten opdracht om op korte termijn militaire opties uit te werken om bondgenoten gerust te stellen die zich door de crisis in Oekraïne bedreigd voelen (zie de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 9 april 2014, kenmerk DVB/VD-030/2014). De NAR heeft vandaag een besluit genomen over een pakket van aanvullende, militaire maatregelen. Hieronder informeert het Kabinet over de inhoud van het pakket. Tevens informeert het Kabinet u over mogelijke Nederlandse bijdragen en over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking met de Russische Federatie te bevriezen.

Maatregelen SACEUR
Het besluit van de NAR biedt de Supreme Allied Commander for Europe (SACEUR) de mogelijkheid maatregelen te treffen waardoor het bondgenootschap de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied tijdelijk versterkt. Het pakket voorziet in een grotere NAVO onder andere door:

- intensivering van maatregelen om de situational awareness te vergroten;
- intensivering van het aantal patrouillevluchten in het kader van de Baltic Air Policing;
- versterkte presentie van NAVO-vlootverbanden in de Oostzee en Middellandse Zee;
- de inzet van militaire stafleden met het oog op het versterken van de gereedstelling en extra training en militaire oefeningen;
- herziening en actualisering van verdedigingsplannen.

Nederland is tevreden over het overeengekomen pakket van maatregelen. Het is evenwichtig en proportioneel en biedt bondgenoten die zich bedreigd voelen voldoende zekerheden. Bovendien is afgesproken dat, afhankelijk van de ontwikkelingen, het pakket kan worden aangepast. De maatregelen geven uitdrukking aan de eensgezindheid en solidariteit in het bondgenootschap zonder dat zij escalerend werken.

Nederlandse bijdrage
Nederland levert op dit moment al een bijdrage aan de eerste serie van maatregelen die SACEUR in maart jl. heeft getroffen. Zo wordt de Nederlandse tankercapaciteit (air-to-air refuelling) ingezet ten behoeve van het bijtanken van de AWACS (zie ook Kamerstuk 28676-198). Op korte termijn zal een Nederlandse mijnenjager, die onderdeel is van de Standing NATO Mine Clearing Maritime Group (SNMCMG 1), oefeningen gaan uitvoeren en havenbezoeken afleggen in de Oostzee. Verder zal Nederland in juni met enkele schepen deelnemen aan de oefening Baltops en in september neemt een compagnie Special Forces in Polen deel aan de oefening Noble Sword. Nederland levert daarnaast twee functionarissen aan de versterking van de staf van het NAVO-hoofdkwartier SHAPE. Nederland beraadt zich op dit moment op mogelijke bijdragen aan het onderhavige pakket aanvullende maatregelen van SACEUR.

Zoals bekend zijn de Baltische landen afhankelijk van hun NAVO-partners voor de beveiliging van hun luchtruim met jachtvliegtuigen. De NAVO heeft deze Baltic Air Policing taak inmiddels geïntensiveerd. Er worden meer vliegtuigen ingezet en meer patrouillevluchten uitgevoerd. Ook Nederlandse F-16’s zijn beschikbaar om patrouillevluchten uit te voeren. Nederland was al voornemens deel te nemen aan de Baltic Air Policing taak in 2017. SACEUR beziet op dit moment de planning. Het Kabinet zal de Kamer nader informeren als zich als onderdeel van het geruststellingspakket eerder inzetmogelijkheden aandienen.

Onderdeel van de voorstellen van SACEUR is de mogelijkheid om de beide Standing NATO Maritime Groups (SNMG 1 en SNMG 2) in te zetten in de Oostzee en de Middellandse Zee. Momenteel is de SNMG 2 actief in de antipiraterij-operatie Ocean Shield in de wateren voor de kust van Somalië. De SNMG 2 bestaat uit vier schepen, waaronder het Nederlandse Luchtverdediging en Commandofregat Zr. Ms. Evertsen (van 24 januari 2014 tot en met half mei 2014). Indien SACEUR daartoe besluit, zal Zr. Ms. Evertsen eerder dan voorzien stoppen met Ocean Shield en als onderdeel van SNMG 2 actief worden in de Middellandse Zee. Het onttrekken van schepen aan Ocean Shield betekent niet dat de operatie wordt beëindigd. Het netwerk en de commandostructuur blijven intact om situational awareness te behouden en om zo nodig weer te kunnen opschalen. In 2014 levert Nederland verder geen bijdrage meer aan Ocean Shield. Met de anti-piraterijmissie EU-Atalanta en de Combined Maritime Forces is de maritieme aanwezigheid in 2014 in de wateren voor de kust van Somalië behouden. Defensie zal de Vessel Protection Detachements (VPD's) blijven inzetten. Nederland zet bovendien de geïntegreerde aanpak op het gebied van piraterijbestrijding voort door ook deel te nemen aan de maritieme capaciteitsopbouwmissie EUCAP Nestor en de EU Trainingsmissie in Somalië.

Bilaterale Defensiesamenwerking Rusland-Nederland
In reactie op de Russische annexatie van de Krim besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO op 1 april jl. alle praktische samenwerking – zowel civiel als militair – met de Russische Federatie in het kader van de NAVO-Rusland Raad (NRC), de Euro-Atlantische Partnerschapraad (EAPC) en het Partnership for Peace (PfP) op te schorten. De Russische Federatie mag voorts niet langer deelnemen aan comités en bijeenkomsten in NRC, EAPC of PfP-verband. Om de politieke dialoog te kunnen voortzetten, geldt deze uitsluiting niet voor bijeenkomsten van de EAPC op ambassadeursniveau of de NRC op ambassadeursniveau of hoger.

De Russische defensieattaché in Den Haag is 11 april jl. geïnformeerd over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking tussen Nederland en de Russische Federatie te bevriezen, afgezien van herdenkingen in verband met de Tweede Wereldoorlog. Aangezien Nederland veel belang hecht aan de dialoog met de Russische Federatie, is besloten de communicatiekanalen met de Russische defensieattaché in Den Haag open te houden en de Nederlandse defensieattaché in Moskou op zijn post te laten.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans

De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert

(Rijksoverheid, 16 april 2014) 

Ukraine crisis: statement by NATO's SG Anders Fogh Rasmussen

(following a meeting of the North Atlantic Council on 16 April 2014)

We have just taken further measures to respond to the crisis in Ukraine.

We agree that a political solution is the only way forward.

NATO fully supports the Geneva talks and all the efforts of the international community to find a political solution, which fulfils the democratic aspirations of the entire Ukrainian people and respects the sovereignty and territorial integrity of Ukraine.

We call on Russia to be part of the solution. To stop destabilising Ukraine, pull back its troops from the borders and make clear it doesn't support the violent actions of well armed militias of pro-Russian separatists.

NATO's core task is to protect and defend our Allies. We have already taken a series of steps, including enhancing our Air Policing mission in the Baltic States, and AWACS surveillance flights over Poland and Romania.

Today, we agreed on a package of further military measures to reinforce our collective defence and demonstrate the strength of Allied solidarity.

We will have more planes in the air, more ships on the water, and more readiness on the land.

For example, air policing aircraft will fly more sorties over the Baltic region. Allied ships will deploy to the Baltic Sea, the Eastern Mediterranean and elsewhere, as required. Military staff from Allied nations will deploy to enhance our preparedness, training and exercises. Our defence plans will be reviewed and reinforced.

We will start to implement these measures straight away. More will follow, if needed, in the weeks and months to come.

Our decisions today are about defence, deterrence and de-escalation. They are entirely in line with our international commitments.

They send a clear message: NATO will protect every Ally and defend against any threat against our fundamental security.

That is our firm commitment.

(NATO, 16 April 2014)

maandag 14 april 2014

Eerste lichting militairen vertrokken naar Mali

Vanaf luchthaven Schiphol zijn op maandag 14 april ruim 70 militairen vertrokken naar Mali om deel te nemen aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Het zijn de eerste militairen van de hoofdmacht die zich in Mali bezig gaan houden met het verzamelen, interpreteren, verwerken en beschikbaar stellen van inlichtingen voor de militaire component van de VN-missie.

De komende weken vertrekken nog ruim 300 militairen naar Mali. Onder hen leden van het Korps Commando Troepen, leden van het Apache-detachement en inlichtingenpersoneel van het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition Reconnaissance Command (JISTARC).

De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de bouw van het kamp. Het materieel stroomt op dit moment binnen. De Nederlandse bijdrage wordt in beginsel geleverd tot eind 2015. Eind maart is besloten nog 3 Chinook transporthelikopters te sturen naar Gao. Naar verwachting zijn de Chinooks in oktober volledig inzetbaar.

(ministerie van Defensie, 14 april 2014)

Toevoeging: volgens Defensie bestaat deze eerste groep uit militairen van ondersteunende eenheden. De hoofdmacht (300 man) vertrekt volgende week. Dan gaat het dus o.a. om commando's, inlichtingenmensen etc.

dinsdag 1 april 2014

Materieel voor de missie in Mali aangekomen in Ivoorkust

Het materieel voor de Nederlandse MINUSMA-militairen is vanmorgen gearriveerd in de haven van Abijan in Ivoorkust. Van daaruit gaan de 140 voertuigen en 230 containers via de weg naar de Malinese hoofdstad Bamako en naar Gao.

Aanvoer
Het wordt een drukke tijd voor het Reception, Staging & Onward Movement-detachement (RSOM) in Gao, omdat het alle materiaal en materieel in ontvangst neemt, telt, opslaat en verstrekt. De afgelopen week zijn al 35 containers over de weg aangevoerd, landden 3 vliegtuigen met materiaal en zijn nog eens 40 containers en 28 voertuigen onderweg naar Gao. Het gaat voornamelijk om onderdelen en uitrusting voor de basisbehoeften in het kamp.

Politietrainers
Gisteren vertrokken 11 politietrainers naar Bamako. Het gaat om 8 marechaussee- en 3 politie-instructeurs. Ze volgen in de Malinese hoofdstad eerst een introductieprogramma en gaan daarna naar de hen toegewezen locatie om de Malinese politie te trainen.

Kamp Castor
In de verzengende hitte van Gao bouwen de genisten nog altijd druk aan Kamp Castor. Voordat de zandstormen beginnen en de temperaturen die bij de Malinese zomer horen extreme hoogten bereiken, moet het kamp gereed zijn voor de ontvangst van de hoofdmacht.

Half april arriveren militairen van onder andere het Joint Support Detachement en de Joint Special Operations Task Group. Ook staat dan het volgende geniedetachement klaar om het tijdelijke kamp van 62 tenten te veranderen in een semi-permanent kamp van prefabcontainers.

Infrastructuur
Momenteel wordt op Kamp Castor nog steeds gewerkt aan de infrastructuur." Het zand hier heeft zo'n structuur dat je er in de bouw niets aan hebt", vertelt commandant geniedetachement, majoor Jasper Cremers. "Daarom graven we het af en voorzien we de ondergrond van een laag lateriet. Dat is een oerlaag van rode grond die, na bewerking, hard wordt en als ondergrond kan dienen voor het kamp". Met het lateriet legde de genie de wegen aan en bouwplaten voor de tenten. Ook werkt de genie nog aan de opbouw en aansluiting van de sanitaire voorzieningen.

Een gedeelte van het kamp wordt door plaatselijke bedrijven gebouwd. Een Malinese firma stortte het beton op de locaties waar het lateriet niet sterk genoeg is, zoals de plaat waar de helikopters worden onderhouden en gestationeerd. Een ander bedrijf bouwt de klasse 1-voorziening, richt die in en verzorgt straks voor de 450 Nederlandse militairen de maaltijden.

(ministerie van Defensie, 1 april 2014)

Zie ook: http://www.defensie.nl/onderwerpen/mali

Statement of the NATO-Ukraine Commission - 1 April 2014

We, the Foreign Ministers of the NATO-Ukraine Commission, are united in our condemnation of Russia’s illegal military intervention in Ukraine, and Russia’s violation of Ukraine’s sovereignty and territorial integrity. We do not recognize Russia’s illegal and illegitimate “annexation” of Crimea. We will continue to work together to reach a political and diplomatic solution which respects international law and Ukraine’s internationally recognized borders.

We call on Russia to de-escalate by reducing its troops in Crimea to pre-crisis levels and withdrawing them to their bases; to reduce its military activities along the Ukrainian border; to reverse the illegal and illegitimate “annexation” of Crimea; to refrain from any further interference and aggressive actions in Ukraine; to respect the rights of the Ukrainian population including the Crimean Tatars; and to fulfil its international obligations and to abide by international law.

We support the deployment of an OSCE monitoring mission to Ukraine.

We commend the Armed Forces of Ukraine for their courage, discipline and restraint, in the face of provocation.

As a tangible demonstration of Allied commitment to the Distinctive Partnership between NATO and Ukraine, we have agreed on concrete measures to enhance Ukraine’s ability to provide for its own security.

NATO and Ukraine will intensify cooperation and promote defence reforms through capacity building and capability development programmes. NATO Allies will also reinforce the NATO Liaison Office in Kyiv with additional experts.

Allies will continue working together with the Ukrainian government, the Verkhovna Rada and civil society to strengthen civilian control over the armed forces and related security sectors.

Allies support the measures taken by the Ukrainian government to advance reforms and to promote an inclusive political process, based on democratic values, respect for human rights, minorities and the rule of law.

We welcome Ukraine’s signature of the political chapters of the Association Agreement with the European Union on 21 March.

An independent, sovereign and stable Ukraine, firmly committed to democracy and the rule of law, is key to Euro-Atlantic security. Allies firmly support Ukraine’s sovereignty and territorial integrity. We call on Russia to abide by these principles.

Statement by NATO Foreign Ministers - 1 April 2014

1. We, the Foreign Ministers of NATO, are united in our condemnation of Russia’s illegal military intervention in Ukraine and Russia’s violation of Ukraine’s sovereignty and territorial integrity. We do not recognize Russia’s illegal and illegitimate attempt to annex Crimea.  We urge Russia to take immediate steps, as set out in the statement by the NATO-Ukraine Commission, to return to compliance with international law and its international obligations and responsibilities, and to engage immediately in a genuine dialogue towards a political and diplomatic solution that respects international law and Ukraine’s internationally recognized borders. We support the deployment of an OSCE monitoring mission to Ukraine.

2. Our goal of a Euro-Atlantic region whole, free, and at peace has not changed, but has been fundamentally challenged by Russia.  We support the sovereignty, political independence, and territorial integrity of all states within their internationally recognised borders.  An independent, sovereign, and stable Ukraine, firmly committed to democracy and respect for human rights, minorities, and the rule of law, is key to Euro-Atlantic security.

3. In order to demonstrate our commitment to Ukraine, we will intensify our cooperation in the framework of our Distinctive Partnership. Today NATO and Ukraine have agreed, as set out in the statement by the NATO-Ukraine Commission, to implement immediate and longer-term measures in order to strengthen Ukraine’s ability to provide for its own security.

4. We have also today agreed a package of measures aimed at deepening our cooperation with other NATO partners in Eastern Europe, in consultation with them and within our existing bilateral programmes.

5. Over the past twenty years, NATO has consistently worked for closer cooperation and trust with Russia. However, Russia has violated international law and has acted in contradiction with the principles and commitments in the Euro-Atlantic Partnership Council Basic Document, the NATO-Russia Founding Act, and the Rome Declaration. It has gravely breached the trust upon which our cooperation must be based.

6. We have decided to suspend all practical civilian and military cooperation between NATO and Russia. Our political dialogue in the NATO-Russia Council can continue, as necessary, at the Ambassadorial level and above, to allow us to exchange views, first and foremost on this crisis. We will review NATO’s relations with Russia at our next meeting in June.

7. As stated by our Heads of State and Government at the Chicago Summit in 2012, NATO is based on solidarity, Alliance cohesion, and the indivisibility of our security. In the current situation, the Alliance has already taken steps to demonstrate solidarity and strengthen its ability to anticipate and respond quickly to any challenges to Alliance security. We will continue to provide appropriate reinforcement and visible assurance of NATO’s cohesion and commitment to deterrence and collective defence against any threat of aggression to the Alliance.

donderdag 27 maart 2014

President Obama's speech in Brussels (excerpt)

Remarks by the President in Address to European Youth
Palais des Beaux Arts
Brussels, Belgium

(...)

So I come here today to insist that we must never take for granted the progress that has been won here in Europe and advanced around the world, because the contest of ideas continues for your generation.  And that’s what’s at stake in Ukraine today.  Russia’s leadership is challenging truths that only a few weeks ago seemed self-evident -- that in the 21st century, the borders of Europe cannot be redrawn with force, that international law matters, that people and nations can make their own decisions about their future.

To be honest, if we defined our interests narrowly, if we applied a cold-hearted calculus, we might decide to look the other way.  Our economy is not deeply integrated with Ukraine’s. Our people and our homeland face no direct threat from the invasion of Crimea.  Our own borders are not threatened by Russia’s annexation.  But that kind of casual indifference would ignore the lessons that are written in the cemeteries of this continent.  It would allow the old way of doing things to regain a foothold in this young century.  And that message would be heard not just in Europe, but in Asia and the Americas, in Africa and the Middle East.

And the consequences that would arise from complacency are not abstractions.  The impact that they have on the lives of real people -- men and women just like us -- have to enter into our imaginations.  Just look at the young people of Ukraine who were determined to take back their future from a government rotted by corruption -- the portraits of the fallen shot by snipers, the visitors who pay their respects at the Maidan. There was the university student, wrapped in the Ukrainian flag, expressing her hope that “every country should live by the law.”  A postgraduate student, speaking of her fellow protesters, saying, “I want these people who are here to have dignity.”  Imagine that you are the young woman who said, “there are some things that fear, police sticks and tear gas cannot destroy.”

We've never met these people, but we know them.  Their voices echo calls for human dignity that rang out in European streets and squares for generations.  Their voices echo those around the world who at this very moment fight for their dignity. These Ukrainians rejected a government that was stealing from the people instead of serving them, and are reaching for the same ideals that allow us to be here today.

None of us can know for certain what the coming days will bring in Ukraine, but I am confident that eventually those voices -- those voices for human dignity and opportunity and individual rights and rule of law -- those voices ultimately will triumph.  I believe that over the long haul, as nations that are free, as free people, the future is ours.  I believe this not because I’m naive, and I believe this not because of the strength of our arms or the size of our economies, I believe this because these ideals that we affirm are true; these ideals are universal.

Yes, we believe in democracy -- with elections that are free and fair; and independent judiciaries and opposition parties; civil society and uncensored information so that individuals can make their own choices. Yes, we believe in open economies based on free markets and innovation, and individual initiative and entrepreneurship, and trade and investment that creates a broader prosperity.  And, yes, we believe in human dignity -- that every person is created equal, no matter who you are, or what you look like, or who you love, or where you come from.  That is what we believe.  That’s what makes us strong.

And our enduring strength is also reflected in our respect for an international system that protects the rights of both nations and people -- a United Nations and a Universal Declaration of Human Rights; international law and the means to enforce those laws.  But we also know that those rules are not self-executing; they depend on people and nations of goodwill continually affirming them.  And that’s why Russia’s violation of international law -- its assault on Ukraine’s sovereignty and territorial integrity -- must be met with condemnation.  Not because we’re trying to keep Russia down, but because the principles that have meant so much to Europe and the world must be lifted up.

Over the last several days, the United States, Europe, and our partners around the world have been united in defense of these ideals, and united in support of the Ukrainian people. Together, we've condemned Russia’s invasion of Ukraine, and rejected the legitimacy of the Crimean referendum.  Together, we have isolated Russia politically, suspending it from the G8 nations and downgrading our bilateral ties.  Together, we are imposing costs through sanctions that have left a mark on Russia and those accountable for its actions.  And if the Russian leadership stays on its current course, together we will ensure that this isolation deepens. Sanctions will expand.  And the toll on Russia’s economy, as well as its standing in the world, will only increase.

And meanwhile, the United States and our allies will continue to support the government of Ukraine as they chart a democratic course.  Together, we are going to provide a significant package of assistance that can help stabilize the Ukrainian economy, and meet the basic needs of the people.  Make no mistake:  Neither the United States, nor Europe has any interest in controlling Ukraine.  We have sent no troops there.  What we want is for the Ukrainian people to make their own decisions, just like other free people around the world.

Understand, as well, this is not another Cold War that we’re entering into.  After all, unlike the Soviet Union, Russia leads no bloc of nations, no global ideology.  The United States and NATO do not seek any conflict with Russia.  In fact, for more than 60 years, we have come together in NATO -- not to claim other lands, but to keep nations free.  What we will do -- always -- is uphold our solemn obligation, our Article 5 duty to defend the sovereignty and territorial integrity of our allies.  And in that promise we will never waver; NATO nations never stand alone.

Today, NATO planes patrol the skies over the Baltics, and we've reinforced our presence in Poland.  And we’re prepared to do more.  Going forward, every NATO member state must step up and carry its share of the burden by showing the political will to invest in our collective defense, and by developing the capabilities to serve as a source of international peace and security.

Of course, Ukraine is not a member of NATO -- in part because of its close and complex history with Russia.  Nor will Russia be dislodged from Crimea or deterred from further escalation by military force.  But with time, so long as we remain united, the Russian people will recognize that they cannot achieve security, prosperity and the status that they seek through brute force.  And that’s why, throughout this crisis, we will combine our substantial pressure on Russia with an open door for diplomacy.  I believe that for both Ukraine and Russia, a stable peace will come through de-escalation -- direct dialogue between Russia and the government of Ukraine and the international community; monitors who can ensure that the rights of all Ukrainians are protected; a process of constitutional reform within Ukraine; and free and fair elections this spring.

So far, Russia has resisted diplomatic overtures, annexing Crimea and massing large forces along Ukraine’s border.  Russia has justified these actions as an effort to prevent problems on its own borders and to protect ethnic Russians inside Ukraine.  Of course, there is no evidence, and never has been, of systemic violence against ethnic Russians inside of Ukraine.  Moreover, many countries around the world face similar questions about their borders and ethnic minorities abroad, about sovereignty and self-determination.  These are tensions that have led in other places to debate and democratic referendums, conflicts and uneasy co-existence.  These are difficult issues, and it is precisely because these questions are hard that they must be addressed through constitutional means and international laws so that majorities cannot simply suppress minorities, and big countries cannot simply bully the small.

In defending its actions, Russian leaders have further claimed Kosovo as a precedent -- an example they say of the West interfering in the affairs of a smaller country, just as they’re doing now.  But NATO only intervened after the people of Kosovo were systematically brutalized and killed for years.  And Kosovo only left Serbia after a referendum was organized not outside the boundaries of international law, but in careful cooperation with the United Nations and with Kosovo’s neighbors.  None of that even came close to happening in Crimea.

Moreover, Russia has pointed to America’s decision to go into Iraq as an example of Western hypocrisy. Now, it is true that the Iraq War was a subject of vigorous debate not just around the world, but in the United States as well.  I participated in that debate and I opposed our military intervention there.  But even in Iraq, America sought to work within the international system.  We did not claim or annex Iraq’s territory. We did not grab its resources for our own gain.  Instead, we ended our war and left Iraq to its people and a fully sovereign Iraqi state that could make decisions about its own future.

Of course, neither the United States nor Europe are perfect in adherence to our ideals, nor do we claim to be the sole arbiter of what is right or wrong in the world.  We are human, after all, and we face difficult choices about how to exercise our power.  But part of what makes us different is that we welcome criticism, just as we welcome the responsibilities that come with global leadership.

We look to the East and the South and see nations poised to play a growing role on the world stage, and we consider that a good thing.  It reflects the same diversity that makes us stronger as a nation and the forces of integration and cooperation that Europe has advanced for decades.  And in a world of challenges that are increasingly global, all of us have an interest in nations stepping forward to play their part -- to bear their share of the burden and to uphold international norms.

So our approach stands in stark contrast to the arguments coming out of Russia these days.  It is absurd to suggest -- as a steady drumbeat of Russian voices do -- that America is somehow conspiring with fascists inside of Ukraine or failing to respect the Russian people.  My grandfather served in Patton’s Army, just as many of your fathers and grandfathers fought against fascism. We Americans remember well the unimaginable sacrifices made by the Russian people in World War II, and we have honored those sacrifices.

Since the end of the Cold War, we have worked with Russia under successive administrations to build ties of culture and commerce and international community not as a favor to Russia, but because it was in our national interests.  And together, we've secured nuclear materials from terrorists.  We welcomed Russia into the G8 and the World Trade Organization.  From the reduction of nuclear arms to the elimination of Syria’s chemical weapons, we believe the world has benefited when Russia chooses to cooperate on the basis of mutual interests and mutual respect.

So America, and the world and Europe, has an interest in a strong and responsible Russia, not a weak one. We want the Russian people to live in security, prosperity and dignity like everyone else -- proud of their own history.  But that does not mean that Russia can run roughshod over its neighbors.  Just because Russia has a deep history with Ukraine does not mean it should be able to dictate Ukraine’s future.  No amount of propaganda can make right something that the world knows is wrong.

In the end, every society must chart its own course. America’s path or Europe’s path is not the only ways to reach freedom and justice.  But on the fundamental principle that is at stake here -- the ability of nations and peoples to make their own choices -- there can be no going back.  It’s not America that filled the Maidan with protesters -- it was Ukrainians.  No foreign forces compelled the citizens of Tunis and Tripoli to rise up -- they did so on their own.  From the Burmese parliamentarian pursuing reform to the young leaders fighting corruption and intolerance in Africa, we see something irreducible that all of us share as human beings -- a truth that will persevere in the face of violence and repression and will ultimately overcome.

(...)

(Full text: White House, 26 March 2014)

woensdag 26 maart 2014

Veiligheidsgaranties NAVO-leden? OK, maar niet té luid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Geannoteerde agenda t.b.v. NAVO-bijeenkomst op het niveau van ministers van Buitenlandse Zaken, 1-2 april 2014

Op 1 en 2 april a.s. komen de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-landen bijeen in Brussel. De conceptagenda voorziet in een werksessie, een bijeenkomst met Oekraïne (NAVO-Oekraïne Commissie) en een werkdiner op 1 april. Op 2 april komt de NAVO bijeen met Georgië (NAVO-Georgië Commissie), de ISAF-partners en de landen van het Istanbul Cooperation Initiative (ICI). Ook is een reeds eerder geplande, korte, ceremoniële bijeenkomst voorzien ter gelegenheid van de uitbreiding van de NAVO in 1999, 2004 en 2009. De situatie in Oekraïne zal de besprekingen domineren. Voor zover mogelijk zal ook worden vooruitgeblikt naar de NAVO-top op 4 en 5 september in Wales. In deze brief wordt vooral ingegaan op de Nederlandse positie in de NAVO t.a.v. het Russisch-Oekraïense conflict.

Oekraïne
De afgelopen weken bent u meerdere malen geïnformeerd over de ontwikkelingen in Oekraïne. In de brieven aan uw Kamer d.d. 3, 7, 12 en 18 maart is ook ingegaan op de besprekingen die binnen de NAVO zijn gevoerd. Zoals uit deze berichtgeving blijkt, volgt de NAVO de situatie nauwgezet en heeft zij de bestaande samenwerkingsverbanden met Oekraïne en Rusland, respectievelijk de NAVO-Oekraïne Commissie (NUC) en de NAVO-Rusland Raad (NRR), benut om de kwestie te bespreken. Op 14 maart jl. kwam de Euro-Atlantische Partnerschapsraad (EAPR), waarin Oekraïne en Rusland zitting hebben, bijeen. De NAVO heeft, o.a. in verklaringen op 2, 4 en 17 maart de Russische handelwijze in krachtige termen veroordeeld en het land opgeroepen zijn internationale verplichtingen na te komen. Helaas hebben ook de besprekingen in de NRR er niet toe geleid dat Rusland is overgegaan tot de-escalatie van de situatie.

Op 4 maart jl. kwam de Noord Atlantische Raad (NAR) bijeen op verzoek van Polen. Polen had artikel 4 ingeroepen, dat stelt dat bondgenoten onderling overleg zullen plegen wanneer naar de mening van een van hen de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een der partijen wordt bedreigd. Bij die gelegenheid heeft de NAR besloten tot het treffen van maatregelen om de situational awareness van het Bondgenootschap rond de situatie in Oekraïne te verbeteren. Dat houdt onder andere in dat de AWACS-toestellen actiever boven het grondgebied van de Alliantie worden ingezet. In dit kader zal, in overleg met de minister van Defensie, ook Nederlandse tankercapaciteit (air-to-air refueling) worden ingezet ten behoeve van het bijtanken van deze AWACS-toestellen.De hiermee gemoeide kosten zullen worden gedekt binnen het Defensie-budget.

Zoals bericht, besloot de NAR ook tot versterking van de samenwerking met Oekraïne binnen het raamwerk van de NUC en tot een herziening van de relaties met Rusland. Tijdens de ministeriële bijeenkomst op 1 en 2 april zal bezien worden hoe deze besluiten geconcretiseerd kunnen worden en of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

Conform de Nederlandse inzet heeft ook de NAVO zich er vanaf het begin op gericht om verdere escalatie van de situatie te voorkomen. Helaas hebben oproepen aan Rusland hiertoe geen positief effect gesorteerd. Integendeel, de Russische handelwijze heeft ervoor gezorgd dat verschillende bondgenoten zich in toenemende mate zorgen maken over de veiligheidsconsequenties van het Russische handelen en gevraagd hebben om zichtbare reassurance.

Voor Nederland vormt dit element van reassurance een onlosmakelijk onderdeel van de onderlinge solidariteit die het fundament is van het Bondgenootschap. De tot op heden door de NAVO getroffen maatregelen in deze crisis passen volgens Nederland goed in het vinden van een balans tussen de behoefte aan reassurance en de wens tot de-escalatie. Ministers zullen spreken over de meest recente ontwikkelingen als ook over de strategische implicaties daarvan voor het Bondgenootschap.

Tijdens de NAVO-bijeenkomst zal voorts worden gesproken over verdere steun die aan Oekraïne kan worden gegeven in het kader van de bestaande partnerschapsovereenkomst met het land. Het land vormt een belangrijke partner van de NAVO en bezien zal moeten worden hoe aan het hierboven gemelde besluit om de samenwerking met Oekraïne te versterken, invulling kan worden gegeven. Nederland denkt hierbij met name aan NAVO-bijdragen bij de hervorming en professionalisering van het Oekraïense leger en assistentie m.b.t. de  democratische controle over de krijgsmacht. Daar Oekraïne geen lid is van de NAVO, is van veiligheidsgaranties vanuit het Bondgenootschap voor Oekraïne geen sprake.

Relatie NAVO-Rusland
De NAVO zal stilstaan bij de gevolgen van het conflict voor de relatie met Rusland. Zoals gemeld, besloot de NAVO op 5 maart tot een herziening van de relatie met Rusland. Tevens werd besloten om tot de ministeriële bijeenkomst op 1 en 2 april geen ontmoetingen op werkniveau meer te houden. Nederland is van mening dat Rusland een belangrijke partner van de NAVO is waarmee het Bondgenootschap essentiële belangen deelt, waaronder de bestrijding van terrorisme en de aanpak van piraterij. In deze crisis heeft Rusland echter het internationale recht op ernstige wijze geschonden. Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor de relatie van de NAVO met Rusland. Op welke terreinen dit vorm gegeven zal worden, is onderwerp van discussie. Nederland zal zich er wel voor inzetten dat de diplomatieke kanalen voor politieke dialoog ook in NAVO-kader zoveel mogelijk open blijven.

Georgië
Op 2 april zal de NAVO-Georgië Commissie (NGC) bijeenkomen. Met minister Panjikidze zal worden gesproken over de ontwikkelingen in Georgië en mogelijkheden om de samenwerking met het land te intensiveren. Zoals bekend, wil Georgië graag lid worden van de NAVO. Georgië zou graag zien dat tijdens de NAVO-Top in september het lidmaatschapsperspectief, dat de NAVO Georgië in 2008 bood, wordt ingevuld door een concrete stap voorwaarts.

Nederland verwelkomt de Euro-Atlantische aspiraties van Georgië en de voortgang die het land maakt. Nederland heeft waardering voor de omvangrijke bijdrage van Georgië aan de ISAF-operatie. De vraag doet zich voor in hoeverre de ontwikkelingen in Oekraïne gevolgen moeten hebben voor de NAVO-toetredingskandidatuur van Georgië. Nederland is van mening dat Georgië op zijn eigen merites dient te worden beoordeeld. De mate waarin Georgië politieke en militaire hervormingen ter hand neemt en bijdraagt aan de Euro-Atlantische veiligheid moet leidend zijn. Voorkomen moet worden dat voeding wordt gegeven aan het zero sum-spel dat ogenschijnlijk door Rusland wordt gespeeld.  Nederland wacht met interesse de voortgangsrapportages van de SG NAVO af over de vier landen met lidmaatschapsaspiraties. Deze rapportages zullen in juni tijdens de volgende NAVO-bijeenkomst op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken worden besproken.

Afghanistan
De ministers van Buitenlandse Zaken zullen in ISAF-samenstelling met de Afghaanse autoriteiten van gedachten wisselen. Dit is de laatste ISAF- bijeenkomst voor de presidentsverkiezingen in Afghanistan op 5 april. Naar alle waarschijnlijkheid zal gesproken worden over de politieke en veiligheidssituatie aan de vooravond van de verkiezingen. Ook zal mogelijk kort gesproken worden over de nog lopende onderhandelingen over de Status of Forces Agreement (SOFA) met de NAVO en het uitblijven van overeenstemming over de Bilateral Security Agreement (BSA) met de Verenigde Staten.

Istanbul Cooperation Initiative (ICI)
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan zal de NAR met de landen van het Istanbul Cooperation Initiative (ICI) bijeenkomen. Op de NAVO-top in Istanbul (2004) werd besloten tot oprichting van het ICI. Het ICI is primair gericht op de landen op het Arabische Schiereiland. Inmiddels zijn Koeweit, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar toegetreden. Oman en Saoedi-Arabië zijn uitgenodigd, maar hebben nog geen toetredingswens kenbaar gemaakt. Het ICI richt zich vooral op praktische samenwerking. Nederland acht het ICI een nuttig forum voor samenwerking met deze landen en ziet mogelijkheden om op bepaalde terreinen, bijvoorbeeld piraterijbestrijding en de politieke dialoog, de samenwerking te intensiveren.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Frans Timmermans

(Tweede Kamer, 21 maart 2014)

dinsdag 11 maart 2014

De NH-90 kan niet tegen zeelucht en zout water

(Uit Kamerbrief over de NH-90 helikopter)

NH-90 (foto: Defensie)


II. Corrosie en slijtage

Het probleem
Het afgelopen jaar heeft Defensie voor de eerste keer een NH-90 succesvol operationeel ingezet tijdens de anti-piraterijmissie voor de kust van Somalië. Na terugkeer van de helikopter is een periodieke inspectie uitgevoerd, waarbij bovenmatige corrosie en slijtage zijn aangetroffen. Bij de helikopter die eind vorig jaar is ingezet aan boord van Zr.Ms. Amsterdam in het Caribisch gebied, zijn vergelijkbare constateringen gedaan. De corrosie en slijtage die zijn aangetroffen, zijn groter dan op grond van de ouderdom van de helikopter, het aantal vlieguren en ervaringen met andere maritieme helikoptertypen zou mogen worden verwacht.

Genomen stappen tot nu toe
Vanwege het specialistische karakter van de problematiek heeft Defensie het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) om hulp gevraagd bij het  onderzoeken van de problematiek en het in kaart brengen van de gevolgen. Vooralsnog lijkt zowel het corrosieprobleem als de bovenmatige slijtage vooral te worden veroorzaakt door ontwerpfouten, assemblagefouten en incomplete  onderhoudsinstructies. Het is dan ook waarschijnlijk dat zich soortgelijke problemen zullen voordoen bij andere NH-90 helikopters die aan boord van schepen worden ingezet.

Defensie heeft al intensief contact met de fabrikant (NHI) om oplossingsrichtingen te bekijken. NHI heeft de problemen erkend en te kennen gegeven volop bezig te zijn met het bedenken van oplossingen. NHI verwacht de eerste resultaten daarvan eind maart beschikbaar te hebben. Dat zal gaan om technische verbeteringen en een corrosiepreventieprogramma. Overige voorstellen voor oplossingen zullen naar verwachting later dit jaar volgen. De fabrikant is gemeld dat een verbeterd ontwerp wordt verwacht voor de onderdelen die bovenmatige slijtage vertonen. De problemen moeten immers structureel kunnen worden opgelost. Defensie onderzoekt ook of en op welke wijze de geconstateerde ontwerp- en fabricagefouten op de fabrikant kunnen worden verhaald.

Defensie heeft de geconstateerde problemen ook kenbaar gemaakt aan het NATO Helicopter Management Agency (Nahema) en de NH-90 partnerlanden. Frankrijk heeft tot nu toe bij twee helikopters corrosie aangetroffen en met dat land zijn inmiddels afspraken gemaakt om de problemen gezamenlijk bij de fabrikant aan de orde te stellen. Italië is pas recent met boordoperaties gestart. Ook met andere landen wordt overlegd over de geconstateerde problemen en de positie ten opzichte van de industrie.
De omvang van het probleem noopt tot een nieuwe analyse van de beschikbaarheid van helikopters. De Commandant der Strijdkrachten heeft daarom een werkgroep ingesteld om de gevolgen voor Defensie en het opereren van de krijgsmacht in kaart te brengen. Daarbij wordt gekeken naar:
De gevolgen voor het introductieschema van de NH-90;
De gevolgen voor de beschikbaarheid van de NH-90 voor operationele inzet;
De gevolgen voor gereedstelling en opleiding & training;
Alternatieven om de helikoptercapaciteit zoveel mogelijk te handhaven;
De gevolgen van het toegenomen onderhoud aan de helikopters;
De financiële gevolgen;
De juridische gevolgen, onder meer met betrekking tot de financiële verantwoordelijkheid, worden bekeken in overleg met de Directie Juridische Zaken, de Defensie Materieel Organisatie en de Hoofddirectie Financiën en Control.

De geschetste problematiek heeft geen operationele consequenties voor de voorgenomen inzet in 2014. Eventuele (operationele) consequenties daarna volgen uit het lopende onderzoek van de Commandant der Strijdkrachten.

Vervolg en tijdschema
De komende twee maanden zullen nodig zijn voor het onderzoek van het NLR en het opmaken van het schadebeeld samen met andere landen. Ook het onderzoek van de Commandant der Strijdkrachten zal naar verwachting één tot twee maanden in beslag nemen. Ik verwacht eind april meer zicht te hebben op de aard en omvang van het probleem. Daarna zal ik u nader informeren.

Tot slot
Graag nodig ik de leden van de vaste commissie voor Defensie uit voor een bezoek aan het Defensie Helikopter Commando, om zelf van gedachten te wisselen met bemanningsleden en onderhoudspersoneel.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

(Tweede Kamer, 11 maart 2014)