maandag 22 september 2014

Oprichting 'Defensie Cyber Commando'

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert geeft op 25 september het virtuele startschot voor de oprichting van het Defensie Cyber Commando. Defensie had al cybercapaciteiten voor defensieve taken en inlichtingen. Met het Defensie Cyber Commando wordt cyber volwaardig onderdeel van militaire operaties, inclusief de ontwikkeling van offensieve cybercapaciteiten.

De krijgsmacht moet in alle domeinen kunnen optreden. Ter land, ter zee, in de lucht, en in de ruimte moet de krijgsmacht kunnen aanvallen, verdedigen en weten wat er speelt. Daar is cyberspace nu bijgekomen, als “vijfde domein.” Net als in de civiele maatschappij maken digitale middelen tegenwoordig integraal deel uit van de krijgsmacht. Daarom concludeerde Defensie twee jaar geleden, in de eerste Defensie Cyber Strategie, dat de krijgsmacht het vermogen moest ontwikkelen om zelf cyberoperaties uit te voeren. Daarom is het Defensie Cyber Commando opgericht.

Het Defensie Cyber Commando is ondergebracht bij de Koninklijke Landmacht maar levert capaciteiten aan de hele krijgsmacht. Het beschikt over militairen van alle krijgsmachtdelen en burgers. Het Defensie Cyber Commando zal op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, opleiding en personeel streven naar maximale samenwerking met andere departementen, publieke partners, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Waar mogelijk zal bovendien worden samengewerkt in internationaal verband met landen die een vergelijkbare ambitie en aanpak voorstaan als Nederland, en die op een vergelijkbaar niveau opereren.

(ministerie van Defensie, 22 september 2014)

woensdag 17 september 2014

Hennis: 'Slagkracht verbeteren met het extra geld'

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert wil met het extra geld dat Defensie krijgt de slagkracht van de krijgsmacht versterken. "Defensie is er nog niet, maar er is de reden tot optimisme", stelt de minister. "Duidelijk is dat de tijd van defensiebezuinigingen voorbij is. Komend jaar zal veel aandacht worden besteed aan het debat over de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht, in het licht van de nationale en internationale veiligheidssituatie."

De voornaamste maatregelen om de slagkracht te versterken zijn:

Cougars opnieuw in gebruik
Helikoptercapaciteit is schaars, zowel in Nederland als daarbuiten. De inzetmogelijkheid van NH90-helikopters blijft achter en daarom neemt Defensie voor de transporttaken extra Cougar-helikopters opnieuw in gebruik. Dit in aanvulling op de huidige 8 Cougar-toestellen. Ook breidt Defensie de Chinook-zware transportcapaciteit uit. Verder investeert Defensie in een helikoptersimulator waarmee militairen  complexe missies met Nederlandse helikoptertypen kunnen oefenen.

Extra 20 Bushmasters
Defensie schaft 20 extra Bushmaster-pantservoertuigen aan om de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine (Korps Mariniers) te versterken. Hiermee worden eenheden beter getraind voor missies en zijn meer eenheden inzetbaar met hetzelfde voertuigtype.

Onbemande vliegtuigen
Defensie investeert in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen, omdat de informatie van onbemande systemen van grote waarde is voor de commandant te velde. Hiermee beschikken operationele eenheden in het veld over betere en real time-informatie.

Cyber
Defensie investeert verder in de kennis en deskundigheid van haar personeel op het gebied van cyberaanvallen en -spionage. Het geld gaat naar opleidingen, cyberwapens, detectiesystemen, een cyberlaboratorium en in capaciteit voor datavergaring en -analyse.

CBRN
Defensie investeert in een nieuwe generatie CBRN-uitrusting (chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair) voor de militairen. Deze uitrusting beschermt tegen de modernste gevaarlijke stoffen in een missiegebied of in Nederland.

Munitie en reserve-onderdelen
De munitievoorraad voor inzet is en blijft een belangrijk punt van aandacht. De munitievoorraden voor belangrijke zee-, land- en luchtwapensystemen, zoals onderzeeboten, luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF) en de Apache-gevechtshelikopters worden verder aangevuld.

De inzet van eenheden bij missies leidt tot een verhoogd verbruik van reservedelen. Dit zorgt voor tekorten bij de niet-ingezette eenheden, waardoor de geoefendheid, de reactietijd en daarmee het voorzettingsvermogen vermindert. De reservedelenvoorraad wordt daarom verder aangevuld. Voor 2016 zijn bovendien incidenteel extra geld gereserveerd voor munitie en reservedelen.

Computersystemen
Defensie investeert in personele deskundigheid en computersystemen. Die zijn noodzakelijk om data-analyses mogelijk maken. Moderne wapensystemen, zoals LCF's, F-35- jachtvliegtuigen en onbemande luchtsystemen, verzamelen en verwerken steeds grotere hoeveelheden informatie. Ook in de toekomst moet Defensie in staat blijven de informatie van uiteenlopende systemen samen te voegen, te verwerken en te analyseren.

Defensie investeert verder in meer en betere middelen die de mogelijkheden van ‘genetwerkt militair optreden’ (Network Enabled Capabilities) vergroten. Operationele samenwerking, nationaal en internationaal, is essentieel. In een operationele omgeving, met uiteenlopende ICT-systemen en softwarepakketten, moet bij voorkeur worden gebruikgemaakt van één besturingssysteem. Dit maakt een volledig geïntegreerde en eenvoudiger commandovoering mogelijk, evenals betere ondersteuning van de logistiek.

MIVD
Om aan de toenemende vraag naar informatie over risicogebieden en (potentiële) inzetgebieden te kunnen voldoen, is het essentieel dat Defensie zelf inlichtingen verzamelt en verwerkt. Hiervoor krijgt de Militaire Inlichtingen-  en Veiligheidsdienst extra personeel en wordt er onder andere geïnvesteerd in specialistische IV/ICT.

(ministerie van Defensie, 16 september 2016. Zie ook een speciale uitgave van de Defensiekrant)


Illustratie: Defensiekrant 16 september 2016)


dinsdag 16 september 2014

Passage over defensie in de Troonrede

"Met het oog op de toenemende spanningen in de wereld en de verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien, verhoogt de regering de defensie-uitgaven. Het budget groeit structureel met 100 miljoen extra per jaar. Dit is een trendbreuk met het verleden."

(Troonrede 2014)

vrijdag 12 september 2014

Medewerkers MIVD vertellen over hun werk

'Altijd in de schaduw'

Tekst: Kapitein Klaas Daane Bolier

Low-profile, altijd op de achtergrond, nooit in de spotlights. De medewerkers van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) doen hun werk vaak gehuld in een waas van geheimzinnigheid, hoewel de dienst zelf liever van ‘zinnig geheim’ spreekt. Omdat de MIVD dit jaar 100 jaar bestaat, treden 4 MIVD’ers voor even uit de schaduw en vertellen hoe het is om voor de inlichtingendienst te werken.


’Voor deze baan had ik een voorspelbaar leven’

David, militair, analist, werkt anderhalf jaar bij de MIVD.

‘Tijdens de crisis met de MH 17 moest ik de Commandant der Strijdkrachten een briefing geven. Na afloop nam hij ter plekke een besluit. Puur gebaseerd op onze informatie. Toen besefte ik me even heel duidelijk hoe groot mijn verantwoordelijkheid is. Zo werkt het hier dus; als jij de expert bent, dan ben jij er ook van. De informatie die jij geeft wordt niet nog eens drie keer gecheckt. Kan ook niet. Daarom zitten wij als analist op die dossiers, maar het was even wennen aan de lijnen die hier een stuk korter zijn. Soms moet je binnen twintig minuten een Kamervraag beantwoorden. De minister is dan in debat en die moet het antwoord hebben.

Je moet je een onderwerp dus snel eigen kunnen maken en je daar ook helemaal in vastbijten. Aan de andere kant moet je ook heel flexibel kunnen zijn, want als de situatie daarom vraagt, kun je zomaar een ander dossier krijgen. Dat merkten we bijvoorbeeld bij de actuele ontwikkelingen in Oekraïne.

Dat maakt het werk erg intensief en onvoorspelbaar. Een crisis laat zich niet sturen. Voor deze baan had ik een voorspelbaar leven. Oefeningen en uitzendingen lagen ruim van tevoren vast en daar konden ze thuis dan rekening mee houden. Mijn vrouw kon mee naar sociale evenementen bij de eenheid en zo kende ze mijn collega’s en wist ze waarmee ik bezig was. Dat is hier allemaal niet. Door de gebeurtenissen in de Oekraïne heb ik tweemaal mijn vakantie moeten annuleren en ik kan thuis maar heel summier vertellen waarom. Dat heeft dus ook impact op het thuisfront.

Toch wilde ik deze baan al heel lang. Ik ben een geïnteresseerd persoon, wil van alles het naadje van de kous weten en dan zit je hier zeker goed. Daarnaast zit je dicht tegen de politieke besluitvorming aan en dat vind ik heel interessant.


‘Bij ons geen lange gesprekken aan de keukentafel over ons werk’
Anna, burger, stafmedewerker, werkt 9 jaar bij de MIVD:

’Ga jij bij die rare mensen werken? Die lui die zich altijd zo belangrijk voelen?’ Dat was zo’n beetje het commentaar dat ik kreeg toen ik vanuit een ander Defensieonderdeel solliciteerde bij de MIVD. Ik wist van niks. Ik solliciteerde gewoon op een andere baan als budgetbeheerder. Toen ik begon, dacht ik wel dat het allemaal ‘geheimer’ en ‘stiekemer’ zou zijn, maar dat is het hier binnen het gebouw totaal niet. Je moet alleen een extra deurtje door. Na een paar jaar ben ik assistent–analist geworden en kreeg ik meer zicht op wat de dienst echt doet en betekent voor de uitgezonden eenheden. En dat maakt het werk interessant. Er is meer dan op het journaal te zien is.

Daar kan je alleen buiten de dienst niet met iemand over praten natuurlijk. Ik praat sowieso nooit over mijn werk. Mijn vriend begrijpt dat heel goed want hij heeft ook een baan waarbij hij niet alles mag vertellen. Dus bij ons geen lange gesprekken aan de keukentafel over ons werk.

Werk en privé zijn daardoor heel strikt gescheiden. En dat komt daarnaast ook voor een groot deel omdat je niet thuis kan en mag werken. Alles gebeurt hier. Ik vind dat ook wel fijn. Als ik hier de poort uitrij kan ik heel makkelijk de knop omzetten. Als ik thuis kom, ben ik weer gewoon mamma.”


‘Ik zeg gewoon dat ik bij defensie een managementfunctie in de ondersteuning heb. Nou dan haken de meesten wel af hoor!’  
Dirk, burger, manager ondersteunende afdeling, werkt 18 jaar bij de MIVD.

‘Niet iedereen die hier werkt is een topspion. Als manager ondersteuning ben ik een groot deel van de dag helemaal niet met geheime zaken bezig. En zo zijn er veel meer. Maar het bijzondere aan de MIVD vind ik dat al die mannen en vrouwen samen de waarde bepalen van het eindproduct. Zowel de mensen in het veld zijn cruciaal, maar ook de analist en de persoon die bijvoorbeeld de logistieke zaken doet.

Wij zijn maar een kleine speler in de internationale inlichtingenwereld. Toch bereiken wij hele mooie resultaten met beperkte middelen. Onze kracht is dat je, juist door die beperkingen, vanaf dag 1 serieus genomen wordt op je expertise. Als je laat zien dat je betrokken bent en je inzet, dan zijn er genoeg mogelijkheden door te groeien. Dat houd je gemotiveerd.

Uiteraard geldt voor iedereen die hier werkt dat je terughoudend moet zijn met naar buiten brengen wat de dienst doet. Jij en je collega’s lopen nu eenmaal een potentieel risico gelieerd te worden aan de dienst. Ik heb daarom een gelaagdheid in mijn persoonlijke verhaal. Afhankelijk van mijn toehoorders vertel ik meer of minder. Het blijft hetzelfde verhaal maar de hoeveelheid informatie varieert. Staatsgeheimen blijven natuurlijk binnen de dienst. Die verklappen is zelfs strafbaar. Tegen mijn vrouw vertel ik wel meer dan bijvoorbeeld op een feestje. Daar zeg ik gewoon dat ik bij defensie een managementfunctie in de ondersteuning heb. Nou dan haken de meesten wel af hoor!”  


‘Je merkt wel dat je een wat andere mindset krijgt als je hier werkt’

Anton, militair, leidinggevende, nu voor de tweede maal werkzaam bij de MIVD

“Je zit hier bovenop de actualiteit. Als er een crisis plaatsvindt, zoals bijvoorbeeld met vlucht MH17, dan gaan wij daar razendsnel mee aan de slag om een goed beeld te krijgen van de situatie. Daarnaast kijken we ook verder en schetsen we wat de ontwikkelingen op de langere termijn zijn. Die combinatie tussen actualiteit en lange termijn trekt mij aan in het werken voor de MIVD.

Ik heb niet altijd bij de MIVD gewerkt. Dit is nu de tweede keer dat ik hier een functie heb en tussendoor heb ik weer andere dingen gedaan. Dat geeft een uitstekend beeld van de gang van zaken binnen de MIVD én bij de Defensieonderdelen waar je het als MIVD voor doet. Je merkt wel dat je een wat andere mindset krijgt als je hier werkt. Je bent wel alerter op veiligheidsrisico’s. Zo heb ik Defensiecollega’s wel eens kunnen helpen bij het bewust maken van de do’s en don’ts bij het verzenden van gerubriceerde informatie. Dat zijn zaken die bij ons zijn ingebakken in het dagelijks werk .

Bij de MIVD heerst een iets andere cultuur dan bij een gemiddelde landmachteenheid. 60 procent hier is burger. Daarnaast hebben al die mensen ook nog eens heel veel verschillende specialisaties: van arabist tot ICT’er. Er wordt hier dan ook op een behoorlijk hoog niveau nagedacht en geproduceerd. Dat moet je wel liggen als je hier wilt werken. De ene militair voelt zich nu eenmaal meer senang in de bosrand en de ander is liever wat meer academisch bezig. De combinatie van expeditionair optreden en strategische advisering is uniek voor de MIVD; daarom heb ik het hier zeer naar mijn zin.

Dat je over het resultaat van je werkzaamheden niet kunt praten, heb ik nooit als frustrerend ervaren. Wij leveren producten voor beleidsmakers en als die daarmee uit de voeten kunnen, is het goed. Ik hoef niet zo nodig op te scheppen over mijn werk op feestjes.  Ik heb genoeg andere dingen om over op te scheppen, haha.’

(Bron; Defensiekrant, 12 september 2014)

woensdag 10 september 2014

Hennis: brief aan Eerste Kamer over de defensie-uitgaven

De Voorzitter van de Eerste Kamer
der Staten-Generaal

9 september 2014

In de motie-Kuiper (Kamerstuk EK 33 750 X, E) wordt de regering verzocht "aan te geven op welke termijn en op welke wijze Nederland zich in zijn budgettaire beleid kan voegen naar een niveau van uitgaven dat past bij zijn eigen Veiligheidsstrategie en afgesproken internationale verplichtingen." In mijn initiële reactie heb ik u laten weten de motie sympathiek te vinden. De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking heeft mij vervolgens om een nadere toelichting gevraagd.

Afgelopen donderdag en vrijdag is de Navo-top in het Verenigd Koninkrijk gehouden. Het verslag van deze bijeenkomst, waarbij de lidstaten ook afspraken hebben gemaakt over de ontwikkeling van hun defensie-uitgaven, krijgt u binnenkort separaat toegestuurd. Feit is dat deze Top een belangrijk moment markeerde in de transatlantische veiligheidsagenda. Sinds de vorige Navo-top, twee jaar geleden in Chicago, is de wereld immers in belangrijke opzichten veranderd. Zo zijn we de afgelopen maanden geconfronteerd met het destabiliserende militaire optreden van Rusland op de Krim en in Oost-Oekraïne. De situatie in het Midden-Oosten is zeer explosief en ook in Noord-Afrika laait het geweld op. We worden, kortom, in toenemende mate omgeven door ernstige brandhaarden en conflicten die, naar verwachting, langdurig van aard zijn. Dit heeft gevolgen, direct of indirect, voor de Nederlandse samenleving en de Nederlandse staatsburgers in het buitenland.

Ook de diversiteit aan dreigingen neemt onmiskenbaar toe. Het gaat al lang niet meer alleen om territoriale dreigingen, al blijven deze - zo toont de Oekraïne-crisis aan - relevant. Terrorisme en cyberdreigingen zijn welhaast per definitie grensoverschrijdend. De toenemende verwevenheid van interne en externe veiligheid is dan ook een groeiende bron van zorg. De veiligheidsvraagstukken zijn prangend en de komende tijd zullen, in nationaal en internationaal verband, overtuigende antwoorden moeten worden geformuleerd. Hieraan wordt, in nauwe samenwerking met onze bondgenoten, hard gewerkt.

Het is in het belang van de Nederlandse staat om antwoord te kunnen blijven geven op de geopolitieke ontwikkelingen. Het kabinet acht het daarbij van belang om niet alleen de input te beschouwen maar ook de output die met de beschikbare defensiemiddelen wordt bereikt. De hoogte van het defensiebudget zegt immers niet alles over de prestaties van een krijgsmacht. Ook een optimale besteding van de middelen, zoals (gezamenlijke) investeringen in geprioriteerde capaciteiten, doet er toe. Voorts moeten capaciteiten ook werkelijk beschikbaar worden gesteld. De politieke bereidheid om aan missies deel te nemen is, met andere woorden, evenzeer een factor van belang.

Dit laat onverlet dat van Nederland wordt verwacht dat het zijn militaire bijdrage aan de bondgenootschappelijke veiligheid ten minste op peil houdt en, waar mogelijk, versterkt. De Europese landen moeten meer verantwoordelijkheid nemen, zowel binnen de Navo als daarbuiten. De recente ontwikkelingen onderstrepen de urgentie van eensgezind optreden en de bundeling van Europese inspanningen op veiligheidsgebied. De huidige crises moeten ons allen aansporen om het reactievermogen te vergroten en de aanpak van militaire tekorten voortvarend ter hand te nemen. De Nederlandse defensie-inspanning is hierop gericht. De begrotingsafspraken van medio oktober 2013 hebben tot extra middelen voor Defensie geleid (Kamerstuk TK 33 763, nr. 7). Op Prinsjesdag wordt u nader geïnformeerd over de afspraken die zijn gemaakt voor de begroting van 2015. Duidelijk is dat de tijd van bezuinigingen op Defensie voorbij is.

De NAVO en de EU hebben de militaire tekortkomingen geïnventariseerd en Nederland streeft ernaar deze tekortkomingen, in samenwerking met onze bondgenoten, weg te werken. De Nederlandse krijgsmacht staat immers niet op zichzelf. Aansluiting bij het NAVO-planningsproces maar ook bij NAVO en EU-initiatieven, zoals Smart Defence en Pooling & Sharing, is dan ook de leidraad. Bestaande samenwerkingsverbanden worden voorts zoveel mogelijk benut en verder versterkt. Wel is het duidelijk dat het de komende jaren veel inspanning en politieke betrokkenheid zal vergen, ook van de nationale parlementen, om de gezamenlijke strategische focus te behouden.

Geopolitieke ontwikkelingen en recente internationale en nationale veiligheidsanalyses nopen tot een aanpassing van het ambitieniveau van de krijgsmacht. Deze trendbreuk heeft gevolgen voor de samenstelling en toerusting van het materieel en personeel van de krijgsmacht, en zo ook voor het bijbehorende niveau van de defensiebestedingen. Goed werkgeverschap blijft daarbij centraal staan. De intentie is om deze trendbreuk de komende jaren, waar dat mogelijk en nodig is, verder door te zetten. De richting die met de nota ‘In het belang van Nederland’ is ingeslagen, geldt daarbij onverminderd als uitgangspunt. Internationale samenwerking is nadrukkelijk een kernbegrip in die nota evenals toekomstbestendigheid.

Het debat over de Nederlandse defensie-inspanning in relatie tot de beoordeling van de nationale en internationale veiligheidssituatie zal het komende jaar veel aandacht krijgen. Ik zal u hierover op de hoogte houden.


DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

bron

Zie ook: NAVO-top: sneller op crises reageren

maandag 8 september 2014

NAVO-top: sneller op crises reageren

De NAVO moet veranderen om op nieuwe dreigingen snel een antwoord te hebben. Dat was de slotconclusie van de topconferentie die vreijdag in Newport (Wales) eindigde. De regeringsleiders stelden dat het bondgenootschap sneller in actie moet kunnen komen.

Meer samenwerking was daarbij de boodschap. Tijdens de vergadering bogen de deelnemers zich ook over de ontwikkelingen in Oekraïne, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Samenwerking Duitsland - Nederland
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert en haar Duitse collega Ursula von der Leyen verklaarden de intensieve samenwerking tussen de 2 krijgsmachten nog verder uit te breiden. Deze samenwerking is een voorbeeld van het Framework Nations Concept, dat tijdens de NAVO-top brede steun kreeg. Hierbij werkt een groot land met veel defensiecapaciteiten samen met kleinere landen die over specialistische kennis beschikken.

De verdere integratie van Duitse en Nederlandse eenheden wordt het komende jaar onderzocht. Daarnaast onderzoeken de landen hoe ze nog beter kunnen samenwerken bij het ontwikkelen en bouwen van defensiecapaciteiten. Zoals de verdediging tegen ballistische raketten, onderzeebootbestrijding, samenwerking op inlichtingengebied en commandovoering.

Beide minister gaven aan dat ook andere NAVO-landen zich bij de samenwerking kunnen aansluiten. Internationale samenwerking leidt niet alleen tot meer militaire capaciteiten, maar draagt ook bij aan een eerlijkere lastenverdeling binnen de NAVO.

Samen met Britten
Nederland treedt toe tot de Britse Joint Expeditionary Force (JEF). Hennis ondertekende daarvoor samen met 5 andere Europese landen (Denemarken, Estland, Letland, Litouwen en Noorwegen) in Newport de documenten.

De toetreding tot de JEF past binnen het streven van Defensie naar meer structurele samenwerking met belangrijke partners. De JEF is een Brits initiatief en biedt niet alleen mogelijkheden voor Nederlandse maritieme eenheden zoals de UK/NL Amphibious Force, waaraan de marine met het Korps Mariniers meedoet. Ook wordt bezien of het Joint Support Ship (JSS) en eenheden van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht kunnen bijdragen. In de Joint Expeditionary Force trainen de 7 landen gezamenlijk voor een eventuele inzet.

Gisteren werd al bekend dat Nederland een compagnie levert aan de Very High Readiness Joint Task Force van de NAVO, die bij een dreiging binnen enkele dagen inzetbaar is.

(ministerie van Defensie, 5 september 2014)


Wales Summit Declaration
Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting of the North Atlantic Council in Wales

Nederland met compagnie in nieuwe NAVO-macht

Nederland stelt een compagnie beschikbaar voor de nieuwe supersnelle interventiemacht van de NAVO, de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Dat maakte minister Hennis-Plasschaert bekend op de top van het Atlantisch bondgenootschap in Newport in Wales.

De Nederlandse eenheid, die inclusief ondersteunende eenheden uit ongeveer 200 militairen bestaat, gaat waarschijnlijk begin volgend jaar met andere deelnemende eenheden uit de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk in Oost-Europese lidstaten oefenen. De eenheden vallen voor een beperkte periode onder de VJTF en worden dan vervangen door andere eenheden. "De eenheden zullen dus op rotatiebasis worden ingezet", aldus de minister.

Volgens Hennis is het de bedoeling dat er zoveel mogelijk bondgenoten meedoen aan de snel inzetbare interventiemacht die de voorhoede vormt van de NATO Response Force* (NRF). "Door nu al mee te doen, zijn we ook betrokken bij de vormgeving van de flitsmacht", zei ze. De VJTF kan binnen enkele dagen worden ingezet. De NRF is binnen 5 tot 30 dagen klaar voor inzet.

De interventiemacht is bedoeld om vijanden af te schrikken. Het is volgens haar de bedoeling dat zo veel mogelijk bondgenoten bijdragen. "De interventiemacht moet niet op de schouders van enkele NAVO-landen rusten'', aldus minister Hennis.

(ministerie van Defensie, 4 september 2014)

*in het originele bericht van Defensie staat hier 'NATO Rapid Reaction Force'. Dat is echter niet de correcte naam van de NRF

dinsdag 26 augustus 2014

Nederland zet vier F-16's in voor 'Baltic Air Policing'

(Passage uit Kamerbrief van minister Hennis van Defensie)

Aanvullende bijdrage aan geruststellingspakket SACEUR (pagina 2)

In mijn brief van 16 april jl. (Kamerstuk 28 676, nr. 201) heb ik aangegeven dat het Kabinet de Kamer nader zal informeren als zich, als onderdeel van het geruststellingspakket, eerder inzetmogelijkheden aandienen in het kader van Baltic Air Policing (BAP).

Tijdens het algemeen overleg op 23 april 2014 heb ik u gemeld dat SACEUR op dat moment de planning tegen het licht hield. Onlangs is vernomen dat Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten jachtvliegtuigen reeds hebben aangeboden dan wel ingezet voor (de versterking van) BAP. Onder normale omstandigheden opereren deze toestellen vanaf de luchtmachtbasis Siauliai in Litouwen. Gelet op het grotere aantal toestellen, zijn nu ook toestellen gestationeerd op Amari (Estland) en Malbork (noordoost Polen).

Inmiddels is bekend dat de slots voor (de versterking van) BAP in 2014 zijn gevuld met uitzondering van één slot op Malbork in de periode september – december 2014. Nederland heeft reeds 8 F-16’s aangeboden voor de Immediate Reaction Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF). Hiervan zouden er 4 – in samenspraak met de Navo – voor BAP kunnen worden ingezet. Dit zal eind mei op de Force Generation Conference in Mons conform worden aangeboden, in aanvulling op de bijdragen zoals uiteengezet in de brief van 16 april jl.

Hiermee levert Nederland niet alleen een bijdrage aan het pakket geruststellingsmaatregelen van SACEUR, het levert ook goede oefenmogelijkheden met AWACS en de Poolse luchtmacht op. Een eerste indicatie van de kosten voor de inzet van 4 F-16’s ten behoeve van BAP, bedraagt 6 miljoen euro. Dit is mede afhankelijk van nadere afspraken met het gastland op het gebied van legering en voeding. Deze kosten zullen binnen de bestaande budgetten voor oefeningen en gereedstelling binnen de Defensiebegroting worden opgevangen. Dit kan mogelijk effect hebben op de operationele gereedheid.

(passage uit Kamerbrief d.d. 26 augustus 2014)


F-16. Foto: Defensie

Kamerbrief over beëindigen Patriotmissie in Turkije

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Datum 25 augustus 2014
Betreft Inzet Patriot-systemen in Turkije

Op 7 december 2012 heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over het besluit tot het plaatsen van Patriot-systemen in Turkije (Kamerstuk 32 623, nr. 76). Deze inzet richt zich op de bescherming van de bevolking en het grondgebied van NAVO-bondgenoot Turkije tegen aanvallen met ballistische raketten vanuit Syrië. Met Nederland hebben ook Duitsland en de Verenigde Staten in NAVO-kader Patriot-systemen op Turks grondgebied geplaatst.

Op 15 november 2013 heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over het besluit om de plaatsing van de Nederlandse Patriot-systemen in Turkije te verlengen tot eind januari 2015 (Kamerstuk 32 623, nr. 117). De NAVO heeft in juni 2014 opnieuw gevraagd de mogelijkheden tot verlenging te bezien.

Zoals bekend vindt de inzet van ballistische raketten hoofdzakelijk plaats binnen de Syrische grenzen. Het gebruik van ballistische raketten door het Syrische regime is afgenomen ten opzichte van het eerste jaar van ontplooiing (2013). De dreiging voor Turkije van ballistische raketten vanaf Syrisch grondgebied is echter niet verdwenen. Reeds bij aanvang van de Nederlandse inzet van deze niche-capaciteit was bekend dat de bijdrage niet jaren zou kunnen worden voortgezet. Na afloop van het huidige mandaat is Nederland dan ook niet in staat de inzet van de Patriot-systemen opnieuw te verlengen.

Nederland beschikt over drie bemande fire units en een reservesysteem. In Turkije zijn twee fire units en het reservesysteem ingezet. Het systeem dat in Nederland is achtergebleven, is niet operationeel inzetbaar omdat het wordt gebruikt om schaarse reservedelen te leveren. Doordat de Nederlandse Patriot-systemen lange tijd zwaar zijn belast en het volledige preventieve onderhoud niet in Turkije kan worden uitgevoerd, is het risico van langdurige systeemuitval toegenomen. Daarnaast is het Nederlandse Patriot-systeem toe aan een reeds voorziene, grote modificatie.

In de bovengenoemde brief van 15 november 2013 over de verlenging bent u ook geïnformeerd over de daarvoor benodigde personele maatregelen, zoals kortere rotaties. Ook was het nodig de uitzendbescherming van personeel in knelpuntcategorieën op te schorten. De betrokken mensen en hun thuisfront verdienen dan ook grote waardering voor hun inzet die de Nederlandse bijdrage aan de missie gedurende twee jaar mogelijk heeft gemaakt. Een verdere verlenging zou een te zware wissel trekken op het al veelvuldig ingezette personeel.

Het kabinet heeft om bovengenoemde redenen besloten de Nederlandse deelneming aan de missie niet nogmaals te verlengen. Door dit besluit reeds nu te nemen, kan de NAVO er rekening mee houden bij de verdere planning van en besluitvorming over inzet in Turkije. Het besluit schept voorts duidelijkheid voor het betrokken personeel en de achterban. De NAVO, Turkije en de meest betrokken bondgenoten Duitsland en de Verenigde Staten zijn inmiddels van het besluit op de hoogte gebracht en toonden hiervoor begrip. De Nederlandse Patriot-systemen blijven nog tot eind januari 2015 gestationeerd in Turkije.

De Minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans

De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert



Patriot lanceerinstallatie bij Adana. Foto: Defensie 

vrijdag 22 augustus 2014

Rutte blundert over Russische bommenwerpers

Minister-president Mark Rutte is bij zijn wekelijkse persconferentie fors de mist ingegaan over een vermeende schending van het Nederlandse luchtruim door twee Russische bommenwerpers. Hij noemde die actie 'onacceptabel'. Maar de bommenwerpers zijn helemaal niet het Nederlandse luchtruim ingevlogen...

Zie de video van de personferentie, vanaf 19'30"

Vraag: Is het nu handig dat Russische vliegtuigen gisteren het Nederlandse luchtruim in zijn gevlogen zeker gezien de gespannen relatie die wij nu hebben met Rusland?
Rutte: Wat denkt u zelf?
V. Ik vraag het aan u
Rutte: Nee, dat is niet verstandig. Dat is zelfs onacceptabel. En vandaar ook dat onze F-16's onmiddellijk in actie zijn gekomen.

Navraag bij het ministerie van Defensie leert dat de twee Tu-95 'Bear' bommenwerpers niet het Nederlandse luchtruim zijn binnengedrongen. Net als in eerdere gevallen (de laatste keer was afgelopen april) bleven zij in het internationale luchtruim boven de Noordzee. Wel vlogen zij in een gebied dat door Nederland voor de NAVO wordt bewaakt, de 'Amsterdam FIR' (Flight Information Region). Dat is in het geheel niet verboden, en dus ook niet "onacceptabel".

Nou maar hopen dat iemand Rutte er van weerhoudt om maandag de Russische ambassadeur op het matje te laten roepen...


Amsterdam FIR. Feller geel = het Nederlandse luchtruim

Voor meer informatie over de gebeurtenissen van donderdag zie dit bericht van het ministerie van Defensie.


Een onderschepte 'Bear'. Archieffoto Luchtmacht