dinsdag 26 augustus 2014

Nederland zet vier F-16's in voor 'Baltic Air Policing'

(Passage uit Kamerbrief van minister Hennis van Defensie)

Aanvullende bijdrage aan geruststellingspakket SACEUR (pagina 2)

In mijn brief van 16 april jl. (Kamerstuk 28 676, nr. 201) heb ik aangegeven dat het Kabinet de Kamer nader zal informeren als zich, als onderdeel van het geruststellingspakket, eerder inzetmogelijkheden aandienen in het kader van Baltic Air Policing (BAP).

Tijdens het algemeen overleg op 23 april 2014 heb ik u gemeld dat SACEUR op dat moment de planning tegen het licht hield. Onlangs is vernomen dat Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten jachtvliegtuigen reeds hebben aangeboden dan wel ingezet voor (de versterking van) BAP. Onder normale omstandigheden opereren deze toestellen vanaf de luchtmachtbasis Siauliai in Litouwen. Gelet op het grotere aantal toestellen, zijn nu ook toestellen gestationeerd op Amari (Estland) en Malbork (noordoost Polen).

Inmiddels is bekend dat de slots voor (de versterking van) BAP in 2014 zijn gevuld met uitzondering van één slot op Malbork in de periode september – december 2014. Nederland heeft reeds 8 F-16’s aangeboden voor de Immediate Reaction Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF). Hiervan zouden er 4 – in samenspraak met de Navo – voor BAP kunnen worden ingezet. Dit zal eind mei op de Force Generation Conference in Mons conform worden aangeboden, in aanvulling op de bijdragen zoals uiteengezet in de brief van 16 april jl.

Hiermee levert Nederland niet alleen een bijdrage aan het pakket geruststellingsmaatregelen van SACEUR, het levert ook goede oefenmogelijkheden met AWACS en de Poolse luchtmacht op. Een eerste indicatie van de kosten voor de inzet van 4 F-16’s ten behoeve van BAP, bedraagt 6 miljoen euro. Dit is mede afhankelijk van nadere afspraken met het gastland op het gebied van legering en voeding. Deze kosten zullen binnen de bestaande budgetten voor oefeningen en gereedstelling binnen de Defensiebegroting worden opgevangen. Dit kan mogelijk effect hebben op de operationele gereedheid.

(passage uit Kamerbrief d.d. 26 augustus 2014)


F-16. Foto: Defensie

Kamerbrief over beëindigen Patriotmissie in Turkije

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Datum 25 augustus 2014
Betreft Inzet Patriot-systemen in Turkije

Op 7 december 2012 heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over het besluit tot het plaatsen van Patriot-systemen in Turkije (Kamerstuk 32 623, nr. 76). Deze inzet richt zich op de bescherming van de bevolking en het grondgebied van NAVO-bondgenoot Turkije tegen aanvallen met ballistische raketten vanuit Syrië. Met Nederland hebben ook Duitsland en de Verenigde Staten in NAVO-kader Patriot-systemen op Turks grondgebied geplaatst.

Op 15 november 2013 heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over het besluit om de plaatsing van de Nederlandse Patriot-systemen in Turkije te verlengen tot eind januari 2015 (Kamerstuk 32 623, nr. 117). De NAVO heeft in juni 2014 opnieuw gevraagd de mogelijkheden tot verlenging te bezien.

Zoals bekend vindt de inzet van ballistische raketten hoofdzakelijk plaats binnen de Syrische grenzen. Het gebruik van ballistische raketten door het Syrische regime is afgenomen ten opzichte van het eerste jaar van ontplooiing (2013). De dreiging voor Turkije van ballistische raketten vanaf Syrisch grondgebied is echter niet verdwenen. Reeds bij aanvang van de Nederlandse inzet van deze niche-capaciteit was bekend dat de bijdrage niet jaren zou kunnen worden voortgezet. Na afloop van het huidige mandaat is Nederland dan ook niet in staat de inzet van de Patriot-systemen opnieuw te verlengen.

Nederland beschikt over drie bemande fire units en een reservesysteem. In Turkije zijn twee fire units en het reservesysteem ingezet. Het systeem dat in Nederland is achtergebleven, is niet operationeel inzetbaar omdat het wordt gebruikt om schaarse reservedelen te leveren. Doordat de Nederlandse Patriot-systemen lange tijd zwaar zijn belast en het volledige preventieve onderhoud niet in Turkije kan worden uitgevoerd, is het risico van langdurige systeemuitval toegenomen. Daarnaast is het Nederlandse Patriot-systeem toe aan een reeds voorziene, grote modificatie.

In de bovengenoemde brief van 15 november 2013 over de verlenging bent u ook geïnformeerd over de daarvoor benodigde personele maatregelen, zoals kortere rotaties. Ook was het nodig de uitzendbescherming van personeel in knelpuntcategorieën op te schorten. De betrokken mensen en hun thuisfront verdienen dan ook grote waardering voor hun inzet die de Nederlandse bijdrage aan de missie gedurende twee jaar mogelijk heeft gemaakt. Een verdere verlenging zou een te zware wissel trekken op het al veelvuldig ingezette personeel.

Het kabinet heeft om bovengenoemde redenen besloten de Nederlandse deelneming aan de missie niet nogmaals te verlengen. Door dit besluit reeds nu te nemen, kan de NAVO er rekening mee houden bij de verdere planning van en besluitvorming over inzet in Turkije. Het besluit schept voorts duidelijkheid voor het betrokken personeel en de achterban. De NAVO, Turkije en de meest betrokken bondgenoten Duitsland en de Verenigde Staten zijn inmiddels van het besluit op de hoogte gebracht en toonden hiervoor begrip. De Nederlandse Patriot-systemen blijven nog tot eind januari 2015 gestationeerd in Turkije.

De Minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans

De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert



Patriot lanceerinstallatie bij Adana. Foto: Defensie 

vrijdag 22 augustus 2014

Rutte blundert over Russische bommenwerpers

Minister-president Mark Rutte is bij zijn wekelijkse persconferentie fors de mist ingegaan over een vermeende schending van het Nederlandse luchtruim door twee Russische bommenwerpers. Hij noemde die actie 'onacceptabel'. Maar de bommenwerpers zijn helemaal niet het Nederlandse luchtruim ingevlogen...

Zie de video van de personferentie, vanaf 19'30"

Vraag: Is het nu handig dat Russische vliegtuigen gisteren het Nederlandse luchtruim in zijn gevlogen zeker gezien de gespannen relatie die wij nu hebben met Rusland?
Rutte: Wat denkt u zelf?
V. Ik vraag het aan u
Rutte: Nee, dat is niet verstandig. Dat is zelfs onacceptabel. En vandaar ook dat onze F-16's onmiddellijk in actie zijn gekomen.

Navraag bij het ministerie van Defensie leert dat de twee Tu-95 'Bear' bommenwerpers niet het Nederlandse luchtruim zijn binnengedrongen. Net als in eerdere gevallen (de laatste keer was afgelopen april) bleven zij in het internationale luchtruim boven de Noordzee. Wel vlogen zij in een gebied dat door Nederland voor de NAVO wordt bewaakt, de 'Amsterdam FIR' (Flight Information Region). Dat is in het geheel niet verboden, en dus ook niet "onacceptabel".

Nou maar hopen dat iemand Rutte er van weerhoudt om maandag de Russische ambassadeur op het matje te laten roepen...


Amsterdam FIR. Feller geel = het Nederlandse luchtruim

Voor meer informatie over de gebeurtenissen van donderdag zie dit bericht van het ministerie van Defensie.


Een onderschepte 'Bear'. Archieffoto Luchtmacht

donderdag 3 juli 2014

Opvolger NSO gelanceerd: Joint Sigint Cyber Unit

Met de start van de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU) zetten de AIVD en MIVD een belangrijke stap om de nationale veiligheid en onze digitale netwerken beter te beschermen tegen bedreigingen en tegelijkertijd onze militairen op missie beter te ondersteunen. Voor een succesvolle samenwerking zijn goede afspraken nodig. Deze afspraken zijn vastgelegd in een, door de ministers van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties en Defensie ondertekend, convenant.

De gezamenlijke eenheid is gespecialiseerd in Signals Intelligence (Sigint) en Cyber. Sigint omvat inlichtingen die worden verzameld uit (tele)communicatie. Cyber is een verzamelnaam voor verschillende activiteiten die te maken hebben met computernetwerken en datastromen. Denk hierbij aan het in kaart brengen van het internetlandschap in een (nieuw) missiegebied, het informeren van partners over een gevaarlijk computervirus of het hacken van een website van terroristen die de nationale veiligheid in gevaar brengen.

Het kabinet hecht groot belang aan verdergaande samenwerking tussen de AIVD en MIVD. Een belangrijke reden hiervoor is het bundelen van schaarse kennis en middelen. Doordat de technische ontwikkelingen op het gebied van Sigint en Cyber snel gaan, is bundeling van kennis en middelen binnen de JSCU niet alleen wenselijk, maar zelfs noodzakelijk.

De JSCU is een logisch vervolg en intensivering van de lopende samenwerking op het gebied van Signals Intelligence in de Nationale Sigint Organisatie (NSO). De NSO gaat samen met andere specialistische onderdelen van de AIVD en de MIVD op in het nieuwe samenwerkingsverband. De JSCU is geen zelfstandige dienst, maar onderdeel van de AIVD en de MIVD.

Net zoals de overige taken van de AIVD en de MIVD valt ook de taakuitvoering van de JSCU binnen de kaders van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) 2002. Het werk van de diensten wordt gecontroleerd door de Commissie betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

(AIVD, 3 juli 2014)



dinsdag 1 juli 2014

Antwoord op Kamervragen over intrekken VGB

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag

Datum
Betreft Antwoorden op vragen over intrekken Verklaring van Geen Bezwaar

Onze referentie
BS2014019198

Hierbij bied ik u de antwoorden op de feitelijke vragen van de vaste commissie
voor Defensie over intrekken Verklaring van Geen Bezwaar aan (ingezonden 12
juni jl. met kenmerk 2014Z09333/2014D21700).


DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert


Antwoorden op de feitelijke vragen van de vaste commissie voor Defensie over intrekken Verklaring van Geen Bezwaar (ingezonden 12 juni jl. met kenmerk 2014Z09333/2014D21700).


Hoe strookt de keuze in de beleidsregel voor het categorisch benoemen van een aantal misdrijven als gevolg waarvan de Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) moet worden ingetrokken, met de keuze die de wetgever heeft gemaakt door in de wet te bepalen dat een VGB kan worden ingetrokken, en zodoende ruimte laat voor een beoordeling op maat in het kader van de daadwerkelijke risico’s voor de nationale veiligheid? 

Het gaat bij een veiligheidsonderzoek om het risico dat iemand kan vormen voor de nationale veiligheid. Gezien de specifieke taken voor Defensie alsmede de omstandigheden waaronder de Defensie-taken dienen te worden uitgevoerd, worden bijzondere normen gesteld. Zo zal het plegen van ieder strafbaar feit als omschreven in artikel 13, tweede lid, van de Opiumwet als regel tot weigering respectievelijk intrekking van een verklaring leiden.


Hoe strookt de keuze in de beleidsregel voor het moeten intrekken van een VGB wegens de omstandigheid dat de militair een partner heeft uit een land, waarmee geen samenwerkingsrelatie bestaat op het gebied van veiligheidsonderzoek, met de keuze die de wetgever heeft gemaakt, door in de wet te bepalen dat een VGB kan worden ingetrokken, en zodoende ruimte laat voor een beoordeling op maat in het kader van de daadwerkelijke risico’s voor de nationale veiligheid? 

Bij een verblijf in een ander land van langer dan drie maanden doet de MIVD, via de AIVD, navraag bij een buitenlandse dienst waarmee de AIVD op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens samenwerkt. Indien dat, door het ontbreken van een dergelijke relatie, niet mogelijk is, geeft de MIVD in principe geen VGB af op grond van het onvoldoende verkrijgen van betrouwbare gegevens. Defensie heeft een aantal mogelijke uitzonderingen op die regel geformuleerd. Daarbij wordt, in een aantal gevallen en onder strikte voorwaarden, toch een VGB afgegeven. Om het risico dat ontstaat door het ontbreken van de gegevens van de partnerdienst te beperken, is dat niet een VGB voor het hoogste veiligheidsmachtigingsniveau. Defensie maakt hierbij een individuele beoordeling conform de kaders van de Wet veiligheidsonderzoeken Wvo).
Welke termijnen hanteert u bij het afhandelen van het bezwaar dat militairen mogelijk indienden tegen het intrekken van de VGB, gezien de forse gevolgen die het intrekken van het VGB voor de militair kan hebben? 
Bij een intrekking van een VGB wordt altijd eerst een voornemen naar betrokkene verzonden en wordt het betreffende defensieonderdeel hierover geïnformeerd. Betrokkene heeft dan twintig dagen de tijd om zijn of haar zienswijze naar de MIVD te zenden. Indien betrokkene (of diens advocaat) daarom verzoekt, wordt extra reactietijd voor de zienswijze verleend. Na ontvangst van de zienswijze wordt deze beoordeeld. Het besluit luidt dan ofwel handhaving intrekking ofwel handhaving VGB. Betrokkene en diens veiligheidsfunctionaris worden van dat besluit op de hoogte gebracht. Vervolgens krijgt betrokkene zes weken om bezwaar tegen dat besluit te maken bij de Minister. De Minister legt de bezwaren voor bij een onafhankelijke bezwarencommissie. Dat bezwaar heeft echter geen opschortende werking; de VGB is op dat moment ingetrokken en betrokkene dient binnen acht weken te worden ontheven uit de vertrouwensfunctie. De (wettelijke) afhandelingstermijn voor Defensie bedraagt zes weken, eventueel te verlengen met zes weken. 

maandag 2 juni 2014

Mali: Nederlandse eenheden overgedragen aan MINUSMA

De Nederlandse eenheden in Mali vallen sinds vandaag officieel onder de VN-missie MINUSMA. Met de zogenoemde Transfer of Authority is de missie voor de ongeveer 400 Nederlandse militairen echt begonnen.

MINUSMA
De Verenigde Naties (VN) proberen de veiligheid en stabiliteit in Mali te herstellen. Dit gebeurt met de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Nederland levert sinds april 2014 een belangrijke bijdrage aan deze VN-missie. Het gaat om zo’n 370 man en 4 Apache-gevechtshelikopters. Vanaf oktober komen daar nog 3 Chinook-transporthelikopters bij en circa 70 man. Halverwege 2015 besluit de regering of ze de missie verlengt.

Nederlandse bijdrage in Mali
Speciale eenheden vormen de operationele kern op de grond. Zij gaan vooral verkenningen uitvoeren en inlichtingen verzamelen. Die informatie gebruikt de commandant van de VN-missie om operaties voor te bereiden. De Nederlanders vormen daarmee de ‘oren en ogen’ binnen de VN-missie. Daarnaast helpt een dertigtal politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen de Malinese politie en rechtsstaat te verbeteren. De eenheden werken vanuit het sectorhoofdkwartier in Gao. Enkele stafofficieren hebben hun werkplek op het Minusma-hoofdkwartier in de hoofdstad Bamako.

Helikopters
Defensie levert 4 Apache-gevechtshelikopters, waarover commandant Minusma generaal-majoor Jean Bosco Kazura zeggenschap heeft. De toestellen voeren verkenningen uit en escorteren eenheden. Ook kunnen ze dreigend optreden (show of force) of vuursteun leveren. Verder verzamelen de Apaches inlichtingen met hun sensoren. Later dit jaar arriveren ook 3 Chinook-transporthelikopters, vooral bestemd voor medische evacuaties. Tot die tijd opereren de eenheden alleen op grotere afstand van Gao als de Franse operatie Serval de medische evacuatie garandeert.

(ministerie van Defensie, 2 juni 2014)

woensdag 28 mei 2014

Weblog van de Commandant der Strijdkrachten

Veiligheidsdiscussie

20-05-2014 | Generaal Tom Middendorp

In Nederland is discussie ontstaan over onze veiligheid en het geslonken Defensiebudget. Een belangrijke ontwikkeling. Hoe breder de discussie, hoe beter. Veiligheid is immers voor iedereen van belang en zeker geen luxeartikel.

De oproep van de Amerikaanse president Barack Obama aan Europese landen om meer te spenderen aan hun krijgsmacht en niet langer disproportioneel op de Amerikanen te leunen als het gaat om de veiligheid heeft de discussie aangewakkerd. Maar ook de spanningen in de Oekraïne maken veel los.

Dit land - op slechts 2 uur vliegafstand en gelegen aan de grenzen van de EU - laat namelijk zien dat een schijnbaar stabiele situatie zo kan omslaan en dat veiligheid helemaal niet vanzelfsprekend is. Sommigen noemen het niet voor niets een wake-up-call. Wie had immers 4 maanden geleden gedacht dat de verhoudingen zo snel konden verslechteren?

Dat geeft ook te denken. Zo liet de schrijver Geert Mak in het programma ‘Eén op één’ weten: “We waren zo bezig met die soft power - en dat is ook goed - alleen Poetin reageert op een 19e-eeuwse manier.” Mak, ooit pacifist, meende daarom dat we “Defensie niet moeten afbreken” en dat we “meer moeten samenwerken met anderen.”

En de Britse militair historicus en oud-journalist Max Hastings zei in een interview met NRC Handelsblad over de situatie in de Oekraïne: “Ik stel geen moment voor dat we een militair antwoord moeten geven, maar ik suggereer wel dat we moeten laten zien dat we dat kunnen. Het is angstaanjagend dat Europa niet eens kan pretenderen dat het een militair antwoord heeft.”

Zo is het maar net. Dat is ook de reden waarom ik zelf vorige week bij een debatbijeenkomst opmerkte dat een brullende leeuw veel geloofwaardiger is als die ook zijn tanden kan laten zien. Het is nu eenmaal geloofwaardiger als je praat vanuit een sterke positie. Vriend en vijand weten dat.

Mijn uitspraken trokken de aandacht van de media, maar het moest gezegd worden. Europa levert slechts 25% van de NAVO en moet een meer geloofwaardige partner worden. Dit vooral door meer rendement te halen uit onze samenwerking en de krachten nog meer te bundelen. Maar daarmee verandert dit percentage niet. Daar is meer voor nodig.

Bij militaire samenwerking geldt dat de liefde van 2 kanten moet komen. Je kunt als land niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, en voor een lagere premie een hogere dekking verwachten. Je moet ook bereid zijn te leveren.

En dat is nu net het probleem. Nederland investeert nu 1,16% van het Bruto Nationaal Product in Defensie. Als we de pensioenen en wachtgelden niet meetellen slechts 0,87%. Ter vergelijking: de gemiddelde bijdrage van de Europese NAVO-landen is 1,56% en de NAVO-norm is 2%.

Wij zitten met onze 1,16% dus ruim onder de gemiddelde EU-bijdrage en de NAVO-norm. En dat terwijl onze economische positie zich juist meer in de kopgroep bevindt. En dat in een tijd waarin we in toenemende mate afhankelijk zijn van stabiliteit, zowel binnen als buiten Europa…

Dat baart mij zorgen. Of we het nu leuk vinden of niet, in veiligheid en vrijheid moeten we blijven investeren. Of zoals Geert Mak in de uitzending ‘Eén op één’ concludeerde:

“Vrijheid komt niet vanzelf. Voor vrijheid moet je knokken. Moet je concessies doen. Moet je ruzie over maken. Rode koppen krijgen en uiteindelijk weer naar de stembussen sjokken. Dat is allemaal vrijheid. Vrijheid moet je verrekt alert op zijn, want anders glipt het zo door je vingers”.

Generaal Tom Middendorp,
Commandant der Strijdkrachten

zaterdag 24 mei 2014

PC JdHS Ukr Georg.mp3





woensdag 21 mei 2014

Jaarverslag Inspecteur-generaal der Krijgsmacht over 2013

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 21 mei 2014
Betreft Jaarverslag Inspecteur-generaal der Krijgsmacht over 2013

Hierbij ontvangt u het verslag van de Inspecteur-generaal der Krijgsmacht (IGK) over het jaar 2013. De IGK geeft mij gevraagd en ongevraagd advies over alle onderwerpen die Defensie betreffen. Deze adviezen worden bij de ontwikkeling van het defensiebeleid betrokken en waar mogelijk omgezet in concrete maatregelen en initiatieven. Naar aanleiding van zijn werkbezoeken of individuele bemiddeling is, zoals vermeld in het IGK jaarverslag, reeds een aantal maatregelen getroffen. In deze brief ga ik in op de vier hoofdpunten die de IGK in zijn voorwoord naar voren brengt en vervolgens op de themaonderzoeken.

Koers Defensie 
Het jaar 2013 was voor Defensie een moeilijk jaar. Een groot deel van de organisatie was in beweging en veel mensen werden geconfronteerd met onzekerheid over hun baan. De IGK constateert dat veel medewerkers het gevoel hadden dat de nieuwe reorganisatie van start was gegaan, terwijl de doelen van de vorige reorganisatie nog niet waren behaald. Ik herken dat de reorganisaties en hervormingen al lang een zware wissel trekken op het personeel. Ik ben de IGK erkentelijk dat hij daaraan aandacht blijft besteden.

Voor het defensiepersoneel wordt het, na twee decennia van reorganisaties, bezuinigen én intensieve inzet, hoog tijd om weer vooruit te kunnen kijken. In de nota In het belang van Nederland wordt de koers voor Defensie uitgezet. Die koers zal de komende jaren verder vorm krijgen en zal ervoor zorgen dat de Nederlandse krijgsmacht kan omgaan met diffuse dreigingen en risico’s. Dat vergt een krijgsmacht die militair relevant en financieel op orde is. Voor het defensiepersoneel biedt dit perspectief.