Posts tonen met het label KCT. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KCT. Alle posts tonen

vrijdag 5 december 2014

Weblogbericht CDS: leiderschap en kameraadschap

Generaal Tom Middendorp

04-12-2014

Met een ferme klap op de schouder heeft de koning donderdag majoor Gijs Tuinman onderscheiden met de hoogste dapperheidsonderscheiding die ons land kent; de Militaire Willems-Orde. Met de benoeming van majoor Marco Kroon in 2009 hebben we er een nieuwe Ridder bij! Een geweldige erkenning voor uitzonderlijke daden.

Kapitein Gijs Tuinman in Uruzgan

In 2006 werd majoor Tuinman al onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Nu wordt hij geroemd voor 5 uitzonderlijke acties bij een latere inzet waarbij hij voorop ging in de strijd. Zo nodig met gevaar voor eigen leven. Zijn optreden op 6 september in 2009 is exemplarisch. Op die dag leidde majoor Tuinman commando's en mariniers in de Afghaanse provincie Uruzgan en coördineerde hij de actie om een zwaar gewonde militair - korporaal Kevin van de Rijdt - te redden.

Onder vuur
Majoor Tuinman wilde Kevin niet achterlaten, maar wilde ook zijn team geen onnodig risico laten lopen. Hij en zijn mannen werden van 3 kanten onder vuur genomen door een overmacht van de Taliban. Tuinman behoudt het overzicht en organiseert in korte tijd een reddingsactie, waarbij zijn mannen met gevaar voor eigen leven hun gewonde kameraad halen.

Korporaal Kevin van de Rijdt

Alles aan gedaan
Het was een zwarte dag, want ondanks de dappere reddingspogingen overleefde Kevin de gevechtsactie niet. Zijn maten hebben hem echter niet in de steek gelaten. Onder levensbedreigende omstandigheden hebben zij er alles aan gedaan om Kevin te redden. Dat toont niet alleen leiderschap van majoor Tuinman, maar ook kameraadschap. Het toont een onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaar!

Majoor Tuinman zei daar later zelf over: "Niemand stelt achteraf de vraag: was dit de moeite waard? Iedereen doet het, omdat je het rotsvaste vertrouwen hebt dat de ander het ook voor jou zou doen”.

Never leave a man behind
Zijn uitspraak is kenmerkend voor militairen. Opkomen voor anderen die hulp nodig hebben; dat geldt voor de missies waar militairen voor worden ingezet, maar zeker ook voor onze collega’s met wie we die missies uitvoeren. ‘Never leave a man behind’, is daarbij een leidend motto. Je laat je maten niet in de steek. Je blijft doorgaan.

Daarom zie ik de toekenning van de Militaire Willems-Orde ook als een erkenning voor al die andere Nederlandse militairen die onder extreme en gevaarlijke omstandigheden opereren. Ook zij zetten zich met gevaar voor eigen leven, en met hart en ziel in voor vrede en vrijheid.

Veiligheid en welvaart
En dat doen militairen in Nederland, maar vooral ook wereldwijd. Want in veel landen worden burgers nog niet beschermd door hun regering. Piraterij, gijzelingen, terrorisme, geweldsuitbarstingen - zelfs onthoofdingen - zijn aan de orde van de dag. Daar moet je iets aan doen. Onze veiligheid en welvaart zijn nou eenmaal afhankelijk van stabiliteit in andere landen.

Dáárom stuurt de regering militairen op missie. Dáárom wagen wij ons leven. Dáárom gaan wij door het vuur voor elkaar. Een dag als vandaag doet ons dat weer ten volle beseffen.

Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
December 2014

Zie ook: Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde

donderdag 4 december 2014

Majoor Gijs Tuinman benoemd tot Ridder Militaire Willems-Orde



Majoor Gijs Tuinman is vandaag onderscheiden voor zijn daden in 2009 als commandant Meervoudig Ploegoptreden van Task Force 55 in Uruzgan. Hij werd voor dat optreden door koning Willem-Alexander tot Ridder Militaire Willems-Orde geslagen, de hoogste dapperheidsonderscheiding. Bij de ceremonie op het Binnenhof in Den Haag waren ook koningin Máxima, Prinses Beatrix, premier Mark Rutte en minister Jeanine Hennis-Plasschaert aanwezig.

Rol Tuinman
Tuinman in Uruzgan
Wie Tuinman's rol in Afghanistan in ogenschouw neemt, kan niet anders concluderen dan dat het niet één aspect is wat hem een bijzonder leider en mens maakt. Het is de specifieke combinatie van 3 bijzondere kwaliteiten die hem de Willems-Orde oplevert: moed, beleid en trouw.

Twee voorbeelden van Tuinman's optreden: begin september 2009 weet hij vechtend vanuit een hinderlaag met beleid een reddingsactie aan te sturen. In december bewijst hij tactisch vernieuwend te zijn door 3 Nederlandse Cougar-transporthelikopters in te zetten bij de zoektocht naar Taliban-strijders.

Het is niet de eerste keer dat Tuinman opvalt. Vanwege zijn excellente leiderschap, grondige voorbereiding, doortastende en dappere optreden tijdens Task Force Viper in 2006 ontving hij de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste dapperheidsonderscheiding. Tuinman diende in totaal 4 keer in Afghanistan.

Task Force 55
Task Force 55 kenmerkte zich door de vele gevechtscontacten tijdens de vaak risicovolle operaties die meerdere dagen duurden, met intensieve inzet van helikopters. De militairen moesten zich tussen augustus en december 2009 in onherbergzaam gebied vaak letterlijk een weg voorwaarts vechten. De ene keer kwam de tegenstand uit grotten en loopgraven. De andere keer van snipers op bergtoppen. TF55 verplaatste zich bovendien onder voortdurende dreiging van geïmproviseerde explosieven.

Tuinman met sniper rifle in Uruzgan

Uitzonderlijke daden
Hennis roemde voorafgaand aan de ceremonie het 'excellente leiderschap' van toen nog kapitein Tuinman. Ze noemde hem de drijvende kracht achter het meervoudig ploegoptreden van Task Force 55, rotatie 2. "Niet zelden werden de militairen geconfronteerd met een overmacht aan strijders, waardoor ze voortdurend grote risico’s liepen. En dan draait het om blindelings vertrouwen. In elkaar en in de commandant. Dat vertrouwen was er! Het esprit-de-corps vormde een ijzersterk fundament voor de uitzonderlijke prestaties van majoor Tuinman en de special forces van Task Force 55 rotatie 2. Zij gingen voor elkaar door het vuur. Letterlijk en figuurlijk. Vertrouwen is dan ook dé basis. Alleen dan kan een militair excelleren en boven zichzelf uitstijgen."

Een unieke foto: Nederlandse special forces bijeen... Niet eerder gepubliceerd

Ceremonie
Bij de ceremonie vanochtend trad Tuinman uit de rijen van het Korps Commandotroepen, marcheerde naar koning Willem-Alexander en meldde zich. "Ik zweer mij als een getrouw en wakker ridder te zullen gedragen, mijn leven altoos te zullen veil hebben voor Koning en Vaderland en door al mijn vermogen mij steeds trachten waardig te maken de onderscheiding, mij door de koning toegestaan." Met het onderschrijven van deze woorden legde hij de eed af ten overstaan van de Koning, waarna die hem de ridderslag (accolade) toebracht.

Na het Wilhelmus maakte majoor Tuinman zijn opwachting bij de overige twee Ridders Militaire Willems-Orde en ontving ook van hen de traditionele accolade. Daarna namen alle Ridders Militaire Willems-Orde voor het aansluitende defilé hun positie in naast koning Willem-Alexander.

Ook een unieke foto: drie Ridders MWO: de majoors Kenneth Mayhew (97),
Marco Kroon, en Gijs Tuinman. Foto:ANP

Speciaal voor de bijzondere ceremonie was op het Binnenhof een grote tribune geplaatst. Deze bood plaats aan de twee Ridders Militaire Willems-Orde, hoogwaardigheidsbekleders en Tuinman's collega’s van Task Force 55. Zowel afvaardigingen van de Nederlandse als de buitenlandse eenheden die de Militaire Willems-Orde ontvingen, stonden opgesteld.


Persoonlijke informatie over majoor Gijs Tuinman

Majoor Gijs Tuinman wordt op 15 november 1979 geboren in Heerlen. De geboren en getogen Limburger haalt in 1998 zijn vwo-diploma. In datzelfde jaar start zijn militaire loopbaan aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Tuinman volgt de lange officiersopleiding en wordt in augustus 2001 toegelaten tot de Elementaire Commando-opleiding. Na het behalen van de felbegeerde groene baret volgt de Voortgezette Commando-opleiding.


Vanaf augustus 2002 vervult hij diverse leidinggevende startfuncties bij het Korps Commandotroepen. Eerst als ploegcommandant en later als pelotonscommandant bij 104 Commandotroepencompagnie. Van 2003 tot 2004 is hij even terug op de KMA voor een bachelor Militaire Bedrijfskunde. In die periode wordt hij in het kader van de International Security Assistance Force (ISAF) uitgezonden naar Kabul.

Bronzen Leeuw 
In 2005 volgt zijn tweede uitzending naar Afghanistan. Deze keer als Joint Terminal Attack Controller (JTAC) onder de vlag van Operation Enduring Freedom. Als JTAC stuurt hij vanaf een vooruitgeschoven positie gevechtsvliegtuigen, helikopters en bewapende UAV’s aan. Ook leidt hij een Special Operations-team. Nog geen jaar later dient hij voor de derde keer in Afghanistan, ditmaal als pelotonscommandant en JTAC. Voor bijzonder moedig en beleidvolle daden tijdens deze uitzending wordt hij onderscheiden met de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste dapperheidsonderscheiding.

Na terugkomst blijft hij enkele jaren bij 104 Commandotroepencompagnie en wordt achtereenvolgens commandant Meervoudig Ploegoptreden en plaatsvervangend compagniescommandant. In die laatste functie is hij verantwoordelijk voor de opleiding en training van 80 tot 100 operators en heeft hij een centrale rol in de advisering en uitvoering van full spectrum Speciale Operaties.

Missies naar Mauritanië en Afghanistan
Tussendoor volgt een missie naar Mauritanië. In het West-Afrikaanse land leidt hij een Military Assistance-missie. Deze tweede hoofdtaak van het Korps Commandotroepen omvat onder meer het opleiden en trainen van buitenlandse veiligheidstroepen. De missie is gericht op de capaciteitsopbouw van het veiligheidsapparaat van Mauritanië. In 2009 vertrekt Tuinman met zijn organieke eenheid wederom naar Afghanistan. Nu als commandant Meervoudig Ploegoptreden met Task Force 55. In deze rol geeft hij leiding aan een gecombineerde taakgroep van 40 tot 300 militairen. Daarnaast houdt hij zich bezig met het opleiden en trainen van Afghaanse veiligheidsdiensten.

Master bestuurskunde
Tijdens de vele internationale missies werkt Tuinman vaak samen met andere departementen waardoor de interesse in bestuurlijke problematiek groeit. Bij terugkomst uit Afghanistan leidt dit dan ook tot een inschrijving voor een master Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Daarnaast start Tuinman in 2010 met een adviesfunctie bij het Interservice Kenniscentrum Speciale Operaties. Hier draagt hij zijn kennis en ervaring over op collega-commando’s en ontwikkelt beleid op het gebied van Speciale Operaties.

In februari 2012 gaat hij met eervol ontslag vanwege een baan als senior consultant Beleid & Bestuur bij Deloitte Consulting B.V. Eind 2013 keert Tuinman als majoor terug bij Defensie. In zijn huidige functie is hij werkzaam als stafofficier bij de afdeling Bestuursondersteuning van het Commando Landstrijdkrachten in Utrecht.

Tuinman is getrouwd en heeft 3 kinderen.

(ministerie van Defensie, 4 december 2014)

De lijst van acties waarvoor Tuinman is onderscheiden

Toespraak Koning Willem-Alexander

Toespraak minister Hennis-Plasschaert

Video: de volledige uitzending van de ceremonie op 4 december 2014

donderdag 2 oktober 2014

De missie tegen ISIS: relevante Kamervragen en antwoorden

[Selectie van vragen en antwoorden over de missie tegen ISIS. Ik heb uit de volledige lijst van 225 vragen alleen die geselecteerd die rechtstreeks met deze missie te maken hebben. Veel vragen gingen over Syrië, dat buiten het mandaat van deze missie valt, HdV]

Kamerstuknummer : 2014Z16524
Vragen aan :  Regering
Commissie : Buitenlandse Zaken


7 In hoeverre deelt het kabinet de gedachte dat Defensie er rekening mee moet houden dat deze missie veel langer dan een jaar gaat duren?

Antwoord op vragen 7, 36, 135, 142, 179, 183, 184, 185:
Het doel van de missie is om de militaire slagkracht van ISIS te breken. Volgens schattingen van het internationale planningsteam in Tampa (Florida, Verenigde Staten) zal deze eerste fase zes tot twaalf maanden duren. Het is met name aan de Iraakse overheid om ISIS definitief te verslaan. Daar wordt Irak onder meer bij geholpen door de inzet van trainers onder wie Nederlanders.
De Nederlandse bijdrage komt ten einde als de opmars van ISIS duurzaam is gestopt en de strijd met andere middelen kan worden voortgezet of na een vooraf afgesproken tijdsduur, waarna aflossing door een partner moet plaatsvinden. Daarbij wordt uitgegaan van een periode van twaalf maanden.

14 Welke landen hebben, naast de VS, tot nu toe militair opgetreden in Irak en welke landen in Syrië? 

Antwoord op vraag 14:
In Irak hebben tot nu toe Canada en Duitsland special operations forces (SOF) training en wapentraining uitgevoerd. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben luchtaanvallen in Irak uitgevoerd. Bahrein, Jordanië, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten hebben bombardementen in Syrië uitgevoerd.

36 Wat is het einddoel van de missie?

Antwoord op vraag 36:
Zie het antwoord op vraag 7.

38 Op welke termijn informeert u – al dan niet vertrouwelijk- de Kamer nadat het definitieve campagne plan bekend is? 

Antwoord op vraag 38:
De Kamer wordt geïnformeerd op het moment dat het definitieve campagneplan beschikbaar is.

39 Hoe ziet het campagneplan er op het moment uit?

Antwoord op vraag 39:
Het concept van het campagneplan is op 26 september 2014 door het planningsteam van de coalitie opgeleverd. De coalitieleden zijn nu in de gelegenheid om commentaar op het plan in te dienen. Het plan beschrijft de huidige situatie, het lange termijn (strategische) einddoel van de coalitie, de tussenstappen om tot dat einddoel te komen en militaire aspecten zoals de structuur van de commandovoering.

40 Welke landen doen momenteel mee aan het campagneplan?

Antwoord op vraag 40:
In totaal 32 landen doen mee aan de ontwikkeling van het campagneplan. Dit betekent niet automatisch dat al die landen een militaire bijdrage leveren.

79 Het kabinet stelt dat de juridische status van de Nederlandse militairen – voortvloeiend uit de statusafspraken - nog moet worden geregeld. Is de juridische status van de Nederlandse militairen die worden uitgezonden reeds geregeld? Wanneer komt er een Status of Forces Agreement (SOFA)? Wanneer denkt het kabinet hier meer over te weten?

Antwoord op vraag 79:
Nederland heeft met vertegenwoordigers van het gastland van de F16’s een akkoord bereikt over een Status of Forces Agreement (SOFA). Het verdrag, dat voor één jaar zal gelden, zal direct na ondertekening door beide partijen in werking treden. Het akkoord regelt de status van Nederlands militair en burgerpersoneel aanwezig op het grondgebied van het gastland. Met Irak wordt nog gesproken over een statusovereenkomst.

84 Hoe wordt omgegaan met humanitaire noodsituaties net buiten de grens met Irak? Mag er dan onder geen omstandigheden worden ingegrepen door Nederlandse F-16’s, zelfs niet bij genocide?

Antwoord op vraag 84:
Het bestaan van een humanitaire noodsituatie vormt niet zonder meer een rechtsgrondslag voor het gebruik van geweld.  In het regeerakkoord wordt beoogd om de mogelijkheid te bieden voor de deelneming aan een internationale crisisbeheersingsoperatie zonder volkenrechtelijk mandaat in geval van een humanitaire noodsituatie, als ultimum remedium en onder strikte voorwaarden. Zie ook het antwoord op vraag 91.

85 “Nederland zoekt voor de inzet van de F16’s bij voorkeur samenwerking met een partner die over hetzelfde vliegtuigtype beschikt. Ook voor de inzet van trainers wordt gekeken naar internationale samenwerking om daarmee de ondersteuning en logistieke footprint zo klein mogelijk te houden.” Welke samenwerkingspartners voldoen aan deze kwalificatie en welke locaties zijn in beeld? Met andere woorden: “Wat is het keuzepalet?” Is er reeds een geschikte partner ten behoeve van de inzet van F-16’s?

Antwoord op vragen 85 en 131:
Bij de inzet van de F-16’s wordt in eerste instantie gezocht naar samenwerking met partners binnen de zogeheten F-16 European Participating Air Forces. Naast Nederland betreft het hier België en Denemarken.  Tevens wordt samengewerkt met de Verenigde Staten die eveneens F-16’s aan de coalitie hebben toegezegd. Het gezamenlijk stationeren van F-16’s uit verschillende landen op dezelfde basis versterkt de samenwerking.
Voor de inzet van trainers wordt momenteel gekeken naar verschillende geschikte trainingslocaties. Deze locaties bevinden zich alle buiten door ISIS gecontroleerd gebied. Waar de Nederlandse trainers zullen worden ingezet is op dit moment nog niet vastgesteld en wordt in overleg met de coalitiepartners nader bepaald. Nederland onderzoekt momenteel met wie eventueel kan worden samengewerkt.

97 Hoe lang is het mandaat voor de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS, gebaseerd op het verzoek door de Iraakse regering, geldig? 

Antwoord op vragen 97 en 98:
De rechtsgrond voor de Nederlandse bijdrage aan de strijd wordt gevormd door de toestemming van Irak met deze bijdrage. Deze rechtsgrond is geldig totdat Irak de toestemming intrekt.

maandag 2 juni 2014

Mali: Nederlandse eenheden overgedragen aan MINUSMA

De Nederlandse eenheden in Mali vallen sinds vandaag officieel onder de VN-missie MINUSMA. Met de zogenoemde Transfer of Authority is de missie voor de ongeveer 400 Nederlandse militairen echt begonnen.

MINUSMA
De Verenigde Naties (VN) proberen de veiligheid en stabiliteit in Mali te herstellen. Dit gebeurt met de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Nederland levert sinds april 2014 een belangrijke bijdrage aan deze VN-missie. Het gaat om zo’n 370 man en 4 Apache-gevechtshelikopters. Vanaf oktober komen daar nog 3 Chinook-transporthelikopters bij en circa 70 man. Halverwege 2015 besluit de regering of ze de missie verlengt.

Nederlandse bijdrage in Mali
Speciale eenheden vormen de operationele kern op de grond. Zij gaan vooral verkenningen uitvoeren en inlichtingen verzamelen. Die informatie gebruikt de commandant van de VN-missie om operaties voor te bereiden. De Nederlanders vormen daarmee de ‘oren en ogen’ binnen de VN-missie. Daarnaast helpt een dertigtal politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen de Malinese politie en rechtsstaat te verbeteren. De eenheden werken vanuit het sectorhoofdkwartier in Gao. Enkele stafofficieren hebben hun werkplek op het Minusma-hoofdkwartier in de hoofdstad Bamako.

Helikopters
Defensie levert 4 Apache-gevechtshelikopters, waarover commandant Minusma generaal-majoor Jean Bosco Kazura zeggenschap heeft. De toestellen voeren verkenningen uit en escorteren eenheden. Ook kunnen ze dreigend optreden (show of force) of vuursteun leveren. Verder verzamelen de Apaches inlichtingen met hun sensoren. Later dit jaar arriveren ook 3 Chinook-transporthelikopters, vooral bestemd voor medische evacuaties. Tot die tijd opereren de eenheden alleen op grotere afstand van Gao als de Franse operatie Serval de medische evacuatie garandeert.

(ministerie van Defensie, 2 juni 2014)

woensdag 14 mei 2014

Dapperheidsonderscheidingen voor vier Afghanistanveteranen

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vanmiddag in Breda vier zogenoemde dapperheidsonderscheidingen uitgereikt (3 x Bronzen Kruis, 1x Kruis van Verdienste). De decorandi zijn vier Afghanistanveteranen die zich onder zware gevechtsomstandigheden hebben onderscheiden.

De Bronzen Kruizen zijn vanmiddag voor majoor der mariniers Christian, infanterie-kapitein Erik en sergeant 1 van de genie Minze. Het Kruis van Verdienste krijgt sergeant-majoor van de mariniers Pascal. De twee mariniers en twee landmachters maakten in 2009 en 2010 deel uit van Taskforce 55, een eenheid van special forces die vaak bij nacht en ontij in kleine groepen gedurfde acties ondernamen om tegenstanders aan te grijpen of te ontregelen.

De onderscheiden militairen. Operators van het KCT en
MARSOF-mariniers worden nooit herkenbaar in beeld gebracht
(foto Defensie)


De militairen hebben veel fysiek zware en levensgevaarlijke missies uitgevoerd. Bij veel krachtmetingen bleken de decorandi en hun collega’s veruit in de minderheid. Ook kregen zij zeer vaak te maken met een hoge dreiging van Improvised Explosive Devices, klein-kaliber-wapens en antitankgranaten. In plaats van terug te deinzen, schroomden de militairen niet om het gevecht aan te gaan. De decorandi gingen daarbij als leidinggevenden voorop in de strijd.

De vier militairen deden wat zij zelf als ‘vanzelfsprekend’ bestempelen. Dat is het echter niet; met gevaar voor eigen leven deden zij wat nodig was voor hun kameraden, hun Afghaanse collega’s, de Afghaanse bevolking en de Nederlandse missie in Afghanistan.

Een militair komt niet zomaar in aanmerking voor een dapperheidsonderscheiding. Hier gaat een uitgebreid onderzoek aan vooraf. Hierbij wordt gelet op kwaliteiten als moed, beleid, trouw, initiatief, inzicht, vakmanschap en een hoge mate van zelfopoffering.

(ministerie van Defensie, 14 mei 2014)

maandag 14 april 2014

Eerste lichting militairen vertrokken naar Mali

Vanaf luchthaven Schiphol zijn op maandag 14 april ruim 70 militairen vertrokken naar Mali om deel te nemen aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Het zijn de eerste militairen van de hoofdmacht die zich in Mali bezig gaan houden met het verzamelen, interpreteren, verwerken en beschikbaar stellen van inlichtingen voor de militaire component van de VN-missie.

De komende weken vertrekken nog ruim 300 militairen naar Mali. Onder hen leden van het Korps Commando Troepen, leden van het Apache-detachement en inlichtingenpersoneel van het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition Reconnaissance Command (JISTARC).

De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de bouw van het kamp. Het materieel stroomt op dit moment binnen. De Nederlandse bijdrage wordt in beginsel geleverd tot eind 2015. Eind maart is besloten nog 3 Chinook transporthelikopters te sturen naar Gao. Naar verwachting zijn de Chinooks in oktober volledig inzetbaar.

(ministerie van Defensie, 14 april 2014)

Toevoeging: volgens Defensie bestaat deze eerste groep uit militairen van ondersteunende eenheden. De hoofdmacht (300 man) vertrekt volgende week. Dan gaat het dus o.a. om commando's, inlichtingenmensen etc.

donderdag 6 maart 2014

Special Forces Mali krijgen toch gevechtskleding van Defender M

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
6 maart 2014
Aanvullende informatie over gevechtskleding voor Mali

Op 13 januari jl. heeft de Kamer mijn antwoorden ontvangen op de schriftelijke vragen van de leden Segers en Voordewind (beiden Christen Unie) en van het lid Vuijk (VVD) over de gevechtskleding voor de missie naar Mali (Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 914). Graag stuur ik u in aanvulling op die antwoorden nieuwe informatie over de uitrusting van de Nederlandse speciale eenheden in die missie.

In de antwoorden op bovengenoemde vragen schrijf ik dat voor de missie naar Mali geen nieuwe gevechtskleding is aangeschaft. Bij de speciale eenheden bestaat echter de behoefte om, net als destijds in Afghanistan, een aangepast kledingpakket te gebruiken. Het betreft een zogenaamd multicam uniform, dat speciaal is gemaakt voor optreden onder extremere omstandigheden. Gezien de verwachte terrein- en weersomstandigheden en de uit te voeren taak waarbij langdurig meerdaags optreden onder extreme omstandigheden te verwachten is, past het aangepaste kledingpakket goed bij het beoogde optreden van de speciale eenheden.

Van deze kleding heeft Defensie voor inzet in Afghanistan een kleine hoeveelheid aangeschaft, waarvan geen bruikbare voorraad meer resteert. Daarom zijn voorbereidingen getroffen voor de verwerving van nieuwe kleding. Ik acht het van belang u hierover te informeren omdat Defensie nu wel kleding ontvangt die is gemaakt van de stof Defender M.

Omdat voor deze kledingbehoefte geen raamcontract bestond, moest het  KPU-bedrijf de nieuwe gevechtskleding aanbesteden. Daarvoor heeft het KPU-bedrijf een korte marktverkenning gedaan. Voorafgaand aan de marktverkenning is binnen Defensie overleg gevoerd over de eisen waaraan deze kleding moest voldoen. Daarbij is gebruik gemaakt van een concept behoeftestelling voor gevechtskleding voor speciale eenheden waarin hogere eisen worden gesteld, onder andere aan vlamwerendheid, insectenwerendheid en draagbaarheid. Hoewel deze behoeftestelling nog niet is vastgesteld door de Commandant der Strijdkrachten, zijn deze eisen dus wel het uitgangspunt geweest bij de aanschaf waarover we nu spreken.

Uit de marktverkenning van het KPU-bedrijf bleek dat twee leveranciers de kleding binnen de gevraagde termijn konden leveren. Beide leveranciers konden verschillende stoffen leveren. Alleen van de stof Defender M van de firma Ten Cate waren certificaten beschikbaar die aantoonden dat aan de eisen wordt voldaan. Met het oog op de start van de missie in Mali ontbrak de tijd voor nader onderzoek naar de overige stoffen.

Momenteel wordt kleding aangeschaft voor enkele rotaties speciale eenheden. Zodra dat nodig is zal de voorraad worden aangevuld. Besloten is de kleding tijdens de missie in Mali in het kader van Concept Development & Experimentation (CD&E) te evalueren. De uitkomsten daarvan worden meegenomen in de behoeftestelling voor het project Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS), waarin Defensie de vervanging van alle gevechtskleding voorbereidt.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

(Tweede Kamer, 6 maart 2014)

donderdag 26 december 2013

Nederlandse missie in Mali



Officiële naam
Republiek Mali / République du Mali

Oppervlakte
1.240.192 km² (ruim 30 keer Nederland)

Hoofdstad
Bamako

Inwoner
Malinees (m), Malinese (v)

Aantal inwoners 
Circa 15 miljoen

Inkomen per inwoner per jaar
$ 700 (NL: $ 50.300)

Talen
Frans, Bamakan en andere Mandétalen

Gemiddelde levensverwachting
51,8 jaar (NL: 80,1 jaar)

Munteenheid
CFA-franc (XOF)

Bevolking 
Bambara (32%), Fulani of Peul (14%), Senufo (12%), Soninke (9%), Touareg (7%), Songhai (7%) en de Malinke of Mandingo, Mandinke (7%). Ongeveer 10% van de bevolking leeft als nomaden.

Religie
Islamitisch 80 % , traditionele godsdiensten 9%, christendom 1,2%. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie.

Geografie
Mali bestaat voor 70% uit woestijn of semiwoestijn. In het zuidwesten liggen enkele grote rivieren, namelijk de Niger, Sénégal en de Bani.

Klimaat
Het noorden van het land heeft een woestijnklimaat en er is praktisch het hele jaar geen regenval. Het regenseizoen in het zuiden is van mei tot oktober.

Economie
Terwijl het noorden alleen door het woestijnvolk van de Touareg bewoond wordt, leeft 90% van de overwegend islamitische bevolking in het zuiden. Het aantal emigranten naar de buurlanden is door de in Mali heersende armoede zeer groot. Voor meer dan 80% van de bevolking is de landbouw de basis van het bestaan. Ook nomadische veeteelt in de Sahelzone en visserij in de Nigerdelta zijn belangrijk de voedselvoorziening. De industriesector levert met de verwerking van agrarische producten 15% van het BNP. Mali heeft verschillende grondstoffen. Alleen zout en goud worden op grote schaal ontgonnen.


Achtergrond

Onrust
Na ruim 60 jaar Franse overheersing kreeg Mali in 1958 autonoom bestuur. Het nieuwe marxistisch georiënteerde bewind faalde economische groei te brengen en riep in 1967 de permanente revolutie uit die het land in chaos en geweld stortte. Een staatsgreep en opeenvolgende watertekorten en droogtes verergerde de situatie. In 1990 brak in het noorden van het land een opstand van de Toearegs uit die in eerste instantie naar onafhankelijkheid streefden. De Toearegrebellenbeweging Mouvement Populaire pour la Libération de l'Azawad bracht het Malinese leger enkele nederlagen toe.

Vredesverdrag
Na maanden vol strijd voorzag een vredesverdrag, het Pacte National, in een decentrale overheid, meer autonomie voor het noorden, economische ontwikkeling voor de regio's en het houden van vrije verkiezingen. Een definitieve vrede met de Toearegs bleef echter uit. In 1994 ontaardde het conflict in interne gevechten tussen verschillende Toearegstammen onderling, en tussen de Toearegs en de Songhaibevolking, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. In 1996 keerde de vrede terug in het noorden na een langdurig proces van verzoening tussen de verschillende stammen en bevolkingsgroepen.

21e eeuw
Na tien jaar vrede laaide de strijd in mei 2006 weer kort op. De Touaregs eisten de volledige uitvoering van het oorspronkelijke Pacte National uit 1992. Na de Libische burgeroorlog in 2011 keerden veel Touaregs die voor Qadhafi hadden gevochten zwaar bewapend terug naar Mali. Ze begonnen een veroveringstocht om het noorden van het land in te nemen. De regering en het leger konden hen niet de baas en, na maanden van ontevredenheid over leiding en uitrusting, pleegden soldaten een staatsgreep waarbij de president werd verjaagd. Na onderhandelingen met de Economic Community Of West African States (ECOWAS) werd een overgangsregime geïnstalleerd. In januari 2013 zetten de rebellen opnieuw een offensief naar het zuiden in.

Franse interventie
De situatie in het noorden van het land verslechterde zo snel, dat Frankrijk (op aanvraag van Mali) besloot tot militair ingrijpen. Vanaf Franse bases in Mali voerde het Franse leger op vrijdag 11 januari 2013 luchtaanvallen uit op de rebellen. Het tegenoffensief dat met ‘Operatie Serval’ werd ingezet, was succesvol. De rebellen werden teruggedreven naar het noorden. Door snelle interventie door Frankrijk, unaniem gesteund door de VN Veiligheidsraad, kon de territoriale integriteit van Mali hersteld worden. Nu moesten de democratie en de grondwettelijke orde in het land hervonden worden.

Verkiezingen
Verkiezingen in juli 2013 verliepen naar omstandigheden goed. Het verzoeningsproces is gestart. De vraag is in hoeverre de situatie echt stabiel is. Nog streven groepen Touaregs naar onafhankelijkheid. Ook waren er verschillende aanslagen in noordelijke steden.


MINUSMA

Internationaal was de bezorgdheid over de crisis in Mali groot.

December 2012: De VN Veiligheidsraad besluit een African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te autoriseren.

Februari 2013: de EU richt een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). 25 april 2013: de VN Veiligheidsraad richt de opvolger van AFISMA op. Met resolutie 2100 zag de ‘VN multidimensionele geïntegreerde stabilisatiemissie in Mali’ (MINUSMA) vredesmacht het licht.

1 juli 2013: MINUSMA neemt taken van het huidige VN-kantoor in Mali, UNOM, AFISMA en de ECOWAS-vredesmacht over. Verder werkt de missie, met name op logistiek en administratief vlak, ook samen met de United Nations Mission in Liberia (UNMIL) en de , United Nations Operation in Côte d'Ivoire (UNOCI), die in respectievelijk Liberia en Ivoorkust opereren. De sterkte van de missie wordt opgebouwd naar uiteindelijk 12.600 man.

Hoofddoelstellingen
MINUSMA kreeg een mandaat van twaalf maanden met volgende hoofddoelstellingen mee:

1. De belangrijkste bevolkingscentra stabiliseren en meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag over heel het land

2. De uitvoering van het overgangsplan van de regering, inclusief de dialoog en verkiezingen, ondersteunen

3. De bevolking en VN-personeel beschermen

4. De mensenrechten bevorderen

5. De levering van noodhulp ondersteunen

6. Het cultureel erfgoed van Mali helpen beschermen

7. Inspanningen om oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen ondersteunen

8. Er is een Europese trainingsmissie, EUTM, om de Malinese veiligheidsdiensten op te leiden en te adviseren.

Operatie Serval
De Franse operatie ‘Serval’ zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA zullen worden afgeslankt, maar als parallel force (militaire escalatiemacht) beschikbaar blijven. Over de precieze vorm en uitvoering van deze steun zijn afspraken gemaakt met de VN.



Nederlandse bijdrage aan MINUSMA

Nederland levert een bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.

Doel
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.

Overwegingen
Het is (mede) in Nederlands belang te voorkomen dat deze kwetsbare regio (vlakbij de zuidgrens van Europa) nog verder destabiliseert. Op verzoek van de VN heeft Nederland besloten een bijdrage te leveren aan MINUSMA. Deelname aan deze missie dient verschillende Nederlandse belangen waaronder de volgende:

• Een instabiel en ongecontroleerd noorden van Mali is een potentiële broedplaats voor gewelddadig extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan de rand van Europa. De dreiging die daar van uitgaat beperkt zich niet tot de eigen regio, maar kan ook Europa en Nederland raken (terrorisme, drugs/wapens, illegale migratie).

• De humanitaire situatie in het noorden van Mali is schrijnend. Burgers, vooral in het noorden, moeten worden beschermd tegen geweld, onrechtvaardigheid en armoede.

• Noord-Afrika is voor Nederland en andere Europese landen een belangrijke handelspartner voor grondstoffen en energiebronnen. Instabiliteit Mali en Sahel brengt bereikbaarheid en beschikbaarheid daarvan in gevaar.

• Mali heeft de internationale gemeenschap expliciet om hulp gevraagd. Er is daarnaast een duidelijke en breed gedragen mandaat voor het VN-optreden in Mali. De VN heeft Nederland verzocht om een bijdrage aan MINUSMA. Met deze bijdrage komt Nederland tegemoet aan een kritieke behoefte van MINUSMA.

• Mali wil en kan in zekere mate zelfredzaam zijn. De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en steun bij verkiezingen zijn haalbaar. Dit biedt kansen, want hiermee ligt er een basis voor duurzame wederopbouw en een politiek-sociaal contract met het noorden.

• Nederland levert een integrale, herkenbare bijdrage aan een geïntegreerde VN-missie, waarbij aansluiting kan en zal worden gezocht met de bilaterale inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft een sterke uitgangspositie in Mali: we beschikken als betrouwbare en neutrale ontwikkelingspartner over de nodige kennis, ervaring en contacten.

• Nederland is sterk gebaat bij internationale samenwerking. Met deze bijdrage dragen we medeverantwoordelijkheid voor internationale veiligheid, stabiliteit en een functionerende rechtsorde. Een waardevolle en zichtbare bijdrage aan MINUSMA dient de internationale belangen van Nederland op de middellange termijn.


Inlichtingen MINUSMA
Het commando van de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) bevindt zich op het hoofdkwartier (HQ) van MINUSMA te Bamako. Hier stuurt ASIFU de inlichtingenoperatie aan, coördineert de informatiestromen en analyseert en integreert de verzamelde informatie en inlichtingen tot inlichtingenproducten.

Belang inlichtingen
De operatie is sterk afhankelijk van inlichtingen. Deze inlichtingen dienen als basis voor de planning van en besluitvorming rond operaties door de militaire commandant van de missie. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in het garanderen van de veiligheid voor de ingezette eenheden.

In het veld
In de sectorhoofdkwartieren (SHQ) van MINUSMA, respectievelijk te Timboektoe en Gao, bevinden zich de operationele onderdelen van de ASIFU. Deze onderdelen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen en verwerken van de gegevens uit hun sector tot inlichtingenproducten voor enerzijds het HQ in BAMAKO en anderzijds de MINUSMA-brigades van de sector waarin zij zich bevinden.

Verschillende domeinen
De inlichtingen benodigd voor MINUSMA beperken zich niet tot inlichtingen over de opstandige en gewapende groeperingen. Om een geïntegreerd beeld te scheppen focust ASIFU op inlichtingen in de domeinen Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Infrastructuur en Informatie.

Nederlandse inlichtingenbijdrage MINUSMA 
Delen van het Nederlandse Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) worden voor MINUSMA ontplooid voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen. In Gao komt een Nederlandse ASIFU-compagnie van circa 50 personen. Voor het verkrijgen van inlichtingen wordt een human terrain team uitgezonden. Daarnaast levert het JISTARC een eenheid met de ScanEagle en Raven unmanned aerial vehicles voor het verzamelen van beeldinformatie. De ASIFU-compagnie ontvangt ook informatie vanuit de Nederlandse special operations forces die in het veld verkenningen uitvoeren en van de Apache helikopters met speciale sensoren die Nederland in Gao stationeert.

Vliegveld en militaire basis in Gao (foto RFI)


Ca. 400 Nederlanders
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 man voor de politiecomponent en ongeveer 220 man voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft analisten, verkenners en een detachement met vier Apache gevechtshelikopters. Voor de ondersteuning zijn voorts 128 militairen nodig. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed. Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning. De bijdrage aan MINUSMA past goed binnen de bilaterale ontwikkelingsinspanningen van Nederland, in het bijzonder het programma Veiligheid en Rechtsorde. Dit programma richt zich vooral op de ondersteuning van het Malinese justitieapparaat. Daarnaast zal worden gekeken hoe het programma kan worden toegesneden op de politiecomponent van MINUSMA. Het streven is om de Nederlandse bijdrage aan de politiecomponent in te zetten in de regio Gao, waar ook het Veiligheid en Rechtsorde programma actief is.

Infographic: ministerie van Defensie


Inzet tot 2015
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf midden 2016.

Tijdens MINUSMA voeren special operations forces (SOF) eenheden verkenningen uit. Door het vergaren van inlichtingen draagt SOF bij aan de verbetering van de informatiepositie van de missie. Daarnaast kan de SOF-eenheid ook onbeperkte Direct Action-taken uitvoeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontmantelen van verdekte wapenopslagplaatsen, het creëren van Freedom of Movement voor VN-eenheden en het oppakken van opponenten die zich bezighouden met het fabriceren van Improvised Explosive Devices (IED’s).

Nederlandse SOF
De Nederlandse SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen en de maritieme SOF (NLMARSOF) van het Korps Mariniers. SOF bestaan uit speciaal opgeleid personeel dat onder alle (klimatologische) omstandigheden en zeer snel kan worden ingezet. Inzet van SOF kan heimelijk of openlijk plaatsvinden, met een kleine eenheid of een robuuste capaciteit en vindt vooral plaats in gebieden die niet (volledig) onder controle zijn. De kerntaken van SOF zijn Special Reconnaissance (speciale verkenningen), Military Assistance (bijdrage aan opbouw lokaal veiligheidsapparaat) en Direct Action (offensieve operaties)

Gao
De Nederlandse SOF-eenheid bevindt zich in Gao, onder directe aansturing van de militaire commandant in het MINUSMA hoofdkwartier in Bamako. Om de aansturing goed te laten verlopen plaatst Nederland hier ook een SOF plannings- en liaisonelement.

Taken 
De Nederlandse SOF-eenheden voeren primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij de SOF-eenheden informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden. Direct Action-taken worden niet uitgesloten. Daarnaast is de eenheid in staat om Military Assistance uit te voeren door samen te werken met Malinese speciale eenheden.

Opzet SOF-operatie
De operationele kern wordt gevormd door drie SOF-ploegen, in totaal zo’n 90 personen. Een staf zorgt voor de planning en aansturing van de operaties. Verder gaan o.a. een team verkenners, een groep mortieren (3 stuks 81mm), twee personen van Elektronische Oorlogsvoering, een medisch team, een team van de Explosieven OpruimingsDienst Defensie, verbindings-, onderhouds- en logistiek personeel mee. Ook moet in noodgevallen kunnen worden teruggegrepen op ondersteuning in de vorm van een Quick Reaction Force of Close Air Support en, in voorkomend geval, een medische evacuatie.

Materieel
De SOF-eenheid beschikt over verschillende voertuigen, waaronder de Bushmaster, de Fennek, de Mercedes Benz (MB) G280 CDI en de quad. De Bushmaster is een licht gepantserd voertuig en biedt bescherming tegen klein kaliber wapens, mijnen en IED’s. De MB is het standaard tactische wielvoertuig waarmee SOF opereert. De Quad maakt, vanwege de terreinvaardigheid deel uit van het operationele concept van SOF. Het verkenningsteam werkt met de Fennek, een tactisch wielverkenningsvoertuig.


Fennek.. Links .50 mitrailleur, rechts sensormast (foto Defensie)

Mercedes-Benz G280 CDI met .50 en 7,62mm mitrailleurs 

Apaches
Nederland draagt onder andere bij aan MINUSMA bij door het leveren van 4 Apache AH-64 gevechtshelikopters.

MINUSMA
De Apache helikopters vallen gedurende de inzet voor MINUSMA rechtstreeks onder de militaire commandant van MINUSMA. Deze commandant wijst dus taken toe aan de eenheid. Hierbij kan gedacht worden aan: uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, Show of force en het leveren van vuursteun voor grondeenheden.

Apache (foto Defensie)


Opereren vanuit Gao
Door de Nederlandse eenheden centraal te laten opereren vanuit Gao zullen de Apache’s een groot aandeel hebben bij het verzamelen van gegevens voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dit gebeurt binnen het Sectorhoofdkwartier te Gao, gezamenlijk met de aanwezige special operations forces. Indien noodzakelijk kunnen de gevechtshelikopters, conform afspraken met MINUSMA, ingezet worden voor de bescherming en ondersteuning van Nederlandse eenheden in het gebied.

Kenmerken
Naast verkenningstaken met zijn sensoren is de geavanceerde gevechtshelikopter geschikt voor gevechtstaken. Deze taken kunnen zowel bij dag als nacht worden uitgevoerd. Ook zijn Apaches zeer geschikt voor escort/beveiligingstaken (zowel voor helikopters als grondeenheden). Bovendien biedt de constructie en uitrusting een zekere bescherming tegen klein kaliber wapens en hittezoekende luchtdoelraketten. De verscheidenheid aan bewapening die de Apache rijk is, heeft in een dreigende situatie een de-escalerend effect. Als wapens toch moeten worden ingezet kan dit met grote precisie en met een geringe kans op nevenschade. Apaches treden altijd op in tweetallen om wederzijdse steun te garanderen.

Gao (foto MINUSMA)


(Bron tekst: ministerie van Defensie, december 2013)

Niet genoemd in het artikel: het personeel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) dat een centrale rol speelt bij het vergaren en analyseren van inlichtingen.

Websites MINUSMA:

Lokale VN-site (alleen in het Frans): http://minusma.unmissions.org/
Site VN-New York http://www.un.org/en/peacekeeping/missions/minusma/

Mali Newstrackers:

Google Nieuws (Nederlands)
NewsNow (Engels)
Yahoo! Actualités (Frans)

Het weer in Gao

zaterdag 14 december 2013

Nederlandse bijdrage aan VN-missie in Mali

Op verzoek van de Verenigde Naties zet Nederland bijna 400 man in voor de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA) in het Afrikaanse Mali. Het merendeel van de bijdrage bestaat uit militairen. De operatie moet de veiligheid en stabiliteit in het land herstellen en de burgerbevolking beschermen. De uitzending is in principe tot medio 2015.

Inlichtingen verzamelen
De operationele kern op de grond wordt gevormd door 3 ploegen militairen afkomstig van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers. In het oostelijk gelegen Gao voeren deze zogenoemde special operations forces primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij zij informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden.

Gao (foto MINUSMA)

Ze hebben een stevig mandaat en mogen optreden wanneer ze terechtkomen in een gevechtssituatie. Daarnaast krijgen ze specifieke opdrachten, zoals het ontmantelen van verborgen wapenopslagplaatsen en het oppakken van strijders die geïmproviseerde explosieven fabriceren. De eenheden beschikken over verschillende voertuigen, waaronder de licht gepantserde Bushmaster, het tactisch wielvoertuig Mercedes Benz en het tactische wielverkenningsvoertuig Fennek.

Militaire specialisten
De commandant van MINUSMA stuurt de Nederlandse special operations forces aan vanuit het hoofdkwartier in Bamako. Om dat soepel te laten verlopen, gaan er ook stafmilitairen mee voor de planning. Verder stuurt Defensie militaire specialisten naar Mali voor onder meer elektronische oorlogsvoering, het ruimen van explosieven, verbindingen, logistiek en medische handelen.

Apache-gevechtshelikopters
Defensie levert ook 4 Apache-gevechtshelikopters, waarover de commandant van MINUSMA zeggenschap heeft. De toestellen worden ingezet voor het uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, show of force en het leveren van vuursteun. Daarnaast hebben de Apaches een groot aandeel bij het verzamelen van inlichtingen.

Coördinatie en analyse
Het hoofdkwartier in Bamako huisvest de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU). Dit commando stuurt de inlichtingenoperatie van MINUSMA aan. De eenheid coördineert en analyseert het totaal van informatiestromen. Dit resultaat wordt verwerkt tot praktisch bruikbare inlichtingenproducten. MINUSMA is hiervan sterk afhankelijk, want deze dienen als basis bij de besluitvorming van militaire operaties. Nederland plaatst een aantal functionarissen op het hoofdkwartier om deze processen te begeleiden.

Nederlandse ASIFU-compagnie
De ASIFU krijgt operationele onderdelen in Timboektoe en Gao, op de sectorhoofdkwartieren. Deze onderdelen verzamelen, analyseren de gegevens uit hun sector. De inlichtingenproducten die dit oplevert gaan naar het hoofdkwartier in Bamako en de MINUSMA-brigades in de betreffende sector. In Gao verzamelt een 50-koppige Nederlandse ASIFU-compagnie informatie door middel van een onbemand verkenningsvliegtuig en de inzet van een human terrain team in de omgeving van Gao. Deze informatie wordt tezamen met de informatie van de Nederlandse commando’s en mariniers en Apache’s geanalyseerd en doorgestuurd naar het hoofdkwartier in Bamako.

Malinese politie
Naast de militairen gaan er 30 politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen mee naar Mali. Zij richten zich onder meer op het trainen van de Malinese politie, het ontwikkelen van de rechtsstaat en het hervormen van de veiligheidssector.

Achtergrond Mali
Het noorden van Mali was een broedplaats geworden van extremisten en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen. De VN-inzet moet een terugkeer naar deze situatie voorkomen. Mali ligt op een kruispunt van smokkelroutes voor drugs, wapens en illegale migratie die naar de Middellandse Zee leiden. De opbrengsten hiervan zijn een belangrijke financieringsbron van terrorisme.

Nederland heeft als handelsnatie belang bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. Maar ook solidariteit met de Malinese burgerbevolking was een belangrijke overweging om aan de missie deel te nemen. Zij is hard getroffen door armoede, onveiligheid en schendingen van mensenrechten.

(ministerie van Defensie)

Voor een overzicht van artikelen in de media over de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali, zie http://www.scoop.it/t/mali-by-hans-de-vreij

woensdag 20 november 2013

Tweede boek Marco Kroon gepubliceerd

Dinsdag is het boek Danger Close van kapitein Marco Kroon gepubliceerd. Als luitenant leidde hij in 2006 een peloton van het Korps Commandotroepen in Uruzgan. Hun acties behoorden tot de succesvolste uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis, maar bleven tot nu toe grotendeels geheim.

De Nederlandse Special Forces in Afghanistan hadden in 2006 één taak: beveiliging van de opbouw van Kamp Holland in Uruzgan. Maar de dreiging van de Taliban was groot. Steeds dieper drong de kleine groep commando’s door in vijandig gebied. Ze werkten hierbij samen met de Australiërs.

Kapitein Marco Kroon met zijn ploeg commando's,
Roosendaal 2007 (foto: Hans de Vreij)

De gebeurtenissen en dialogen in Danger Close zijn gebaseerd op feiten, maar beschreven vanuit de eigen herinnering en interpretatie. De publicatie van het boek komt op een gevoelig moment: kort voor een nieuwe missie van de commando’s, nu in Mali. Wat zegt Danger Close over de methodes en tactieken van de Special Forces?

Terug in Nederland is Marco Kroon wegens zijn acties in Afghanistan gedecoreerd met de Militaire Willems-Orde, de hoogste onderscheiding van ons land. Hierna wachtte hem nog een gevecht: dat tegen zware beschuldigingen van drugs- en wapenhandel. Hoe kwamen deze beschuldigingen tot stand, waarom heeft Marco Kroon zich niet eerder in het openbaar verweerd, en wat bleef er tot nog toe verzwegen?

Mei 2009: Koningin Beatrix slaat Marco Kroon tot Ridder
(foto: Defensie)

Fragment uit Danger Close
We houden halt. Een vreemd gevoel bekruipt me. Onrust, ongemak. Priemende ogen vanuit het donker. Ben ik nog wel alleen? Ik maak me klein en zak op mijn knie. Is hier iemand? Schud mijn hoofd om wakker te worden. Wil opstaan, maar mijn knie zit vast. Ik kijk omlaag. Fuck, het is een mens! Langzaam kijk ik rond. Overal doden, als lage heuveltjes in het veld. Ik trek mijn knie los, sta op en ga verder. ‘Voorwaarts!’

Generaal de Kruif ontvangt eerste exemplaar
De commandant van de Koninklijke Landmacht, luitenant-generaal Mart de Kruif, zal maandag 25 november het eerste exemplaar van Danger Close in ontvangst nemen. Hij zal daarbij ingaan op het belang van boeken van militairen over hun werk en het verhaal van Marco Kroon koppelen aan zijn eigen ervaringen in Afghanistan. De Kruif heeft als Regional Commander South ruim een jaar leiding gegeven aan de zuidelijke sector van de International Security Assistance Force (ISAF).

Titel: Danger Close
Auteur: Marco Kroon
Uitgever: UHB uitgevers
ISBN: 978-90-820036-1-1
Verkoopprijs: 19,95 euro
Verschenen: 19 november 2013
Omvang: 232 pagina’s + 16 pagina’s foto full colour
Formaat: 15,5 cm x 23,5 cm
Uitvoering: paperback

www: www.danger-close.nl
Twitter: www.twitter.com/mkdangerclose

(persbericht, 19 november 2013)

donderdag 14 november 2013

Defensiekrant: 'Krijgsmacht maakt zich klaar voor Mali'

Nederland levert op verzoek van de Verenigde Naties ongeveer 380 man voor de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA). Deze VN-missie helpt de Malinese overheid haar gezag over heel Mali te herstellen en de criminaliteit en terrorisme een halt toe roepen. De inzet is voorlopig gepland tot eind 2015 en naar verwachting arriveren de eerste eenheden eind dit jaar.

De Nederlandse bijdrage bestaat voor het grootste deel uit militairen. Zij zullen in de omgeving van Gao vooral inlichtingen verzamelen, verwerken en analyseren. Naast special forces beschikt het Nederlandse detachement over sensor-capaciteit, onbemande systemen en vier Apache gevechtshelikopters. “Zo zijn we de ogen en oren van de VN, die hierdoor effectiever kan optreden”, lichtte minister Hennis Plasschaert toe. De Apaches worden overigens ook ingezet ter afschrikking en om het Nederlands personeel te beschermen.

Op het moment dat deze Defensiekrant werd gemaakt, voerden Defensiemedewerkers in Mali en bij de VN in New York gesprekken om concrete afspraken te maken. Doel is de komst van de Nederlandse militairen verder voor te bereiden. Begin december spreekt de Tweede Kamer verder over deze nieuwe missie.

Inlichtingenmissie
De Nederlandse analisten worden gestationeerd op de hoofdkwartieren in Bamako en Gao. De langeafstandverkenners (special forces) opereren in het veld. Volgens minister Hennis vult de inzet van Nederlandse troepen een duidelijke inlichtingenbehoefte in. “Maar dat betekent niet dat onze militairen niet in een gevechtssituatie terecht kunnen komen. Ook dan kunnen ze optreden. Het zijn robuuste eenheden en ze hebben een stevig mandaat.” De special forces kunnen specifieke opdrachten krijgen zoals het ontmantelen van wapendepots en het verrichten van arrestaties.

Malinese agenten
Naast militairen gaan politiefunctionarissen en civiele deskundigen mee. Zij richten zich onder meer op het trainen van de Malinese politie, het ontwikkelen van de rechtsstaat en het hervormen van de veiligheidssector. Deze bijdrage sluit goed aan op de Nederlandse inspanningen voor ontwikkelingssamenwerking die op dit moment al plaatsvinden in Mali.

Broedplaats
Het noorden van Mali was lange tijd broedplaats van extremisten en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen. De VN-inzet moet een terugkeer naar deze situatie definitief voorkomen. Mali ligt op een kruispunt van smokkelroutes voor drugs, wapens, mensenhandel en illegale migratie naar de landen rond de Middellandse Zee. De opbrengsten hiervan zijn een belangrijke financieringsbron van terrorisme.

Met deelname aan MINUSMA wil Nederland voorkomen dat dicht bij huis onbeheersbare situaties ontstaan. De handelsnatie heeft baat bij internationale veiligheid, stabiliteit en een goed functionerende rechtsorde. Maar ook solidariteit met de Malinese burgerbevolking is een overweging voor deelname aan Minusma. Zij is hard getroff en door armoede, onveiligheid en mensenrechtenschendingen. Bijdragen aan versterking van overheidsstructuren die de bevolking gelijke kansen en rechten bieden is daarom belangrijk.




(Defensiekrant, 14 november 2013)

woensdag 17 april 2013

Militairen onderscheiden voor heldhaftig optreden Uruzgan

Acht militairen zijn vandaag onderscheiden voor ‘moedig, kordaat en beleidvol optreden’ in Afghanistan in 2007 en 2009. De gedecoreerden waren betrokken bij acties tijdens vijandelijk vuur of na bomaanslagen. De zes die onder vuur lagen, kregen het Bronzen Kruis, de op twee na hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding. Bij het betreffende vuurgevecht sneuvelde commando Kevin van de Rijdt.

De uitreiking van het eremetaal door minister Jeanine Hennis-Plasschaert vond plaats op de Koninklijke Militaire Academie in Breda.

Bronzen Kruizen, Kruis van Verdienste

De Bronzen Kruizen zijn voor de leden van een gecombineerde eenheid van commando’s en mariniers. Op 6 september 2009 zochten zij tijdens een verkenning te voet naar vijandelijke strijders in de provincie Uruzgan. Even later werden zij plotseling aangevallen met mitrailleurvuur, mortieren, raketwerpers en kleinkaliberwapens.

De Nederlanders trokken zich terug naar een quala, een ommuurde woning, maar voordat Kevin van de Rijdt die bereikte, werd hij getroffen. 6 man besloten hem met gevaar voor eigen leven te halen. Ze vonden Van de Rijdt, gaven hem eerste medische zorg en droegen hem met grote moeite naar het huis. Eenmaal in de helikopter voor gewondenvervoer bleek hij overleden.

Kogelregen
 Kpl. Kevin van de Rijdt
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert over de toekenning van de Bronzen Kruizen. “Het oorlogsgeweld is oorverdovend. Dan blijkt ook dat Kevin van de Rijdt er niet bij is. U twijfelt geen seconde en duikt met zijn zessen de kogelregen weer in. Als eenheid hebt u Kevin teruggebracht. U hebt hem niet in de steek gelaten. U hebt gehandeld in het belang van de missie, in het belang van Nederland en in het belang van Kevin en diens nabestaanden. Ik ben trots op u. Ik hoop dat ook u zich trots kunt voelen, ondanks het verdriet om het verlies.”

Heldhaftigheid en stommiteit
Sergeant Rinie van het Korps Mariniers is een van de zes die terugging. “Heldhaftigheid en stommiteit liggen dicht bij elkaar. Onder deze omstandigheden hadden er naast Kevin ook zes man extra kunnen liggen. Toch ben ik terugkijkend vooral trots. Dit bewijst: je bent brothers in arms, je laat elkaar niet achter.”

Kruizen van Verdienste
De twee Kruizen van Verdienste waren voor het optreden van voor korporaal der 1e klasse buiten dienst Jaap en sergeant der mariniers Ammie, na twee afzonderlijke bomaanslagen. Op 19 januari 2007 bracht een zelfmoordenaar zijn bomauto tot ontploffing bij de patrouille van korporaal Jaap. twee militairen raakten lichtgewond en vijf zwaar. Op eigen initiatief en bewust van de risico’s, bood de korporaal meerdere keren in open terrein hulp. Hij stuurde geneeskundig personeel aan en zorgde dat de gewonden klaar waren voor evacuatie.

Ter plekke is het chaos
Het 2e Kruis van Verdienste was voor sergeant Ammie van het Korps Mariniers. Op 21 december 2009 schoot hij met zijn eenheid Afghaanse politieagenten te hulp die getroffen zijn door een bermbom. Drie doden en een zwaargewonde tot gevolg. Ter plekke aangekomen is het een chaos, herinnert Ammie zich. “Her en der liggen lichaamsdelen. Ik begin orde op zaken te stellen. We hebben laten zien dat Nederlandse mariniers voor niets terugdeinzen, daar ben ik trots op. Het is een erkenning voor het hele peloton.”

Toespraak minister van Defensie bij de uitreiking Dapperheidsonderscheidingen

(ministerie van Defensie, 17 april 2013)

maandag 4 maart 2013

89-jarige oud-commando krijgt alsnog onderscheidingen

De 89-jarige oud-commando Herman Gobetz heeft gisteren met terugwerkende kracht zeven onderscheidingen ontvangen. Hij kreeg ze voor krijgsverrichtingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Commandant van het Korps Commandotroepen kolonel Jan Swillens speldde hem de versierselen op in Zuid-Afrika.

Herman Gobetz bij de uitreiking van de medailles. Links kolonel Swillens.
Foto: Defensie
De onderscheidingen waren kort na de oorlog al toegekend aan het enige nog levende lid van de eerste lichting commando’s, maar vanwege zijn vertrek naar Zuid-Afrika nooit uitgereikt. Dat gold voor het in 1950 toegekende Oorlogsherinneringskruis en de “Gesp voor Bijzondere Krijgsverrichtingen  Arnhem – Nijmegen – Walcheren 1944”. Ook nooit overhandigd waren de volgende Engelse campagnemedailles:

- de 1939-1945 Star
- de Birma Star
- de French-Germany Star
- de Defense Medal
- de Victory Medal  

Herman Gobetz, 1945. Foto:
Commandostichting
De uitreiking vond plaats op Fort Klapperkop in Pretoria bij het nationaal monument van de South African National Defense Forces, een beeld van een krijger die met zijn persoonlijk wapen ten strijde trekt. Swillens: “Zo’n krijger was Herman Gobetz in 1942 ook. Ik heb hem gisteravond gesproken en hij vertelde zijn verhaal met rappe tong en scherpe geest. Een opmerking wil ik u niet onthouden: ‘Ik was getraind als een commando, dat heeft me op de been gehouden."

Rechtvaardigheidsgevoel
Op 13-jarige leeftijd emigreerde Herman Gobetz in 1937 met zijn ouders van Amsterdam naar Zuid Afrika. Hoewel hij vrijgesteld was van militaire dienst, gaf hij in 1942 gevolg aan de oproep te vechten tegen de Duitsers. Zijn Joodse achtergrond en rechtvaardigheidsgevoel waren hiervoor de reden. Hij  hoorde over een nieuw op te richten eenheid, de groene baretten en volgde in 1942 de commando-opleiding.

Hotel Hartenstein
Op 17 september 1944 landde Gobetz tijdens operatie Market Garden in de buurt van Ede. Hij raakte ingesloten in Oosterbeek in Hotel Hartenstein en leverde strijd met de Duitsers. Gobetz was een van de mannen die de gedropte herbevoorrading probeerde te bemachtigen onder zwaar vijandelijk vuur. Ook schakelde hij een Duitse sluipschutter uit met zijn Tommy Gun. Hij raakte lichtgewond door een schampschot.

De tuin van Hotel Hartenstein, 23 september 1944. Britse para's (waaraan
twaalf Nederlandse commando's incl. Gobetz waren toegevoegd) gebruiken
parachutes om het droppen van voorraden te vergemakkelijken. 

Foto: Imperial War Museum

Na 9 dagen werd Gobetz krijgsgevangen gemaakt en afgevoerd naar een krijgsgevangenenkamp in Dresden. Na een mislukte ontsnappingspoging wist hij samen met 2 andere commando’s definitief te ontsnappen op 22 april 1945.

(ministerie van Defensie, 4 maart 2013)

maandag 14 januari 2013

Commando’s en mariniers naar oefening 'Flintlock' in Afrika

55 militairen van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers vliegen deze maand naar Afrika voor de Amerikaanse oefening Flintlock 2013. De militairen trainen samen met Afrikaanse eenheden uit Senegal en Burkina Faso. Ook wordt geoefend met Amerikaanse en Europese collega’s.

Het opdoen van kennis van en ervaring met het optreden in het Afrikaanse klimaat en terrein staan centraal. In het eerste gedeelte van de oefening werken mariniers en commando’s zichzelf en de Afrikaanse eenheden op in Senegal en Burkina Faso. Vanaf 14 februari verplaatsen de mariniers en een deel van de commando’s naar Mauritanië waar de afsluitende oefening plaatsvindt. Het andere deel van de commando’s oefent door in Burkina Faso. 8 maart wordt de oefening Flintlock afgerond.

Met de Afrikaanse partners wordt geoefend in militaire vaardigheden op pelotons-niveau, zoals patrouilleren, verkennen, navigeren, schieten, eerste hulp en het inrichten van controleposten.

Aan de oefening doen zo'n 1000 militairen uit zo’n 15 verschillende landen mee. Nederland doet voor de 6e keer mee aan Flintlock.

(ministerie van Defensie, 14 januari 2013)

(Vorig jaar werd wegens de onrust in Mali de eindoefening van Flintlock 2012 afgeblazen. Zie daarover dit bericht van Defensie)

donderdag 22 november 2012

Kpt. Marco Kroon in Met het oog op Morgen

listen to ‘Kpt. Marco Kroon in Met het Oog op Morgen’ on Audioboo



Boeiend gesprek in Met 't Oog op Morgen van Clairy Polak met kapitein Marco Kroon, Ridder MWO. Over leiderschap, uitstelgedrag, initiatief houden (en kort over 'koeienprikkers'). Naar aanleiding van zijn boek 'Leiderschap onder Vuur'.


zaterdag 17 november 2012

Reactie namens Demons MC

Op vrijdag 2 november 2012 werd in de landelijke media bericht over het lidmaatschap van een aantal commando’s van een motorclub, de Demons MC. Naar aanleiding van deze berichtgeving wordt namens de president van de Demons MC als volgt gereageerd.

De betrokken commando’s, tevens leden van de Demons MC hebben zich begin oktober 2012 tot mr. Ruperti van Dijkstra Krikke Ruperti Advocaten gewend om hun belangen te behartigen. Dit omdat vanuit het Ministerie van Defensie werd aangegeven dat het lidmaatschap van de motorclub mogelijk onverenigbaar zou zijn met het ambt en status als militair.

Bevestigd wordt dat vertegenwoordigers van Defensie met de president van de Demons MC over het onderwerp hebben gesproken. Namens de president wordt benadrukt dat deze gesprekken in goede orde zijn verlopen.

De Demons MC zijn dan ook zeer verrast door de negatieve berichtgeving in de media. De wijze waarop defensiebronnen de media te woord hebben gestaan voelt voor de betrokken commando’s als een aanval in de rug.

In de media wordt door defensiebronnen gesuggereerd dat betrokken commando’s door hun lidmaatschap van de Demons MC een potentieel gevaar zouden zijn voor de nationale veiligheid. Uit de media moest worden vernomen dat de MIVD bezig is met een onderzoek van de Demons MC en dat mogelijk de zogeheten Verklaringen van Geen Bezwaar kunnen worden ingetrokken.

Vooropgesteld dient te worden dat de betrokken commando’s op geen enkele wijze een potentieel gevaar zijn voor de nationale veiligheid. Aan hun integriteit en loyaliteit kan en mag niet worden getwijfeld.

Zij betreuren ten zeerste dat het Ministerie van Defensie zonder enige kennis van zaken deze zeer ervaren en meermalen onderscheiden militairen wegzet als “outlawbikers”. Hiermee wekt het Ministerie van Defensie de indruk dat betrokken commando’s zich buiten de wet zouden stellen.

Benadrukt dient echter te worden dat betrokken commando’s zich jarenlang ten dienste van de overheid hebben ingezet in het kader van het herstellen en het handhaven van de nationale en internationale rechtsorde.
De commando’s die lid zijn van de Demons MC zijn immers stuk voor stuk zeer ervaren militairen die onder de zwaarst mogelijke omstandigheden hebben deelgenomen aan meerdere missies in onder andere Afghanistan, Irak, Cambodja en Bosnië.

De betrokken commando’s zijn ontgoocheld over de wijze waarop het Ministerie van Defensie hun loyaliteit en integriteit zonder enig fundament tot zelfs in de landelijke media ter discussie stelt. De wijze waarop vanuit het Ministerie van Defensie acties worden ondernomen met het kennelijke doel om de betrokken commando’s te diskwalificeren voelt als een dolksteek in de rug.

Zij hebben vernomen dat de aanpak van de Demons MC een speerpunt is in het beleid van de overheid. Het ministerie van Defensie onderneemt kennelijk actie op aangeven van Justitie. Wat dat betreft wordt echter verwezen naar de recente berichtgeving dat in 2011 maar liefst 665 politieambtenaren zijn bestraft wegens allerlei vormen van integriteitschendingen zoals geweld, fraude en gezagsmisbruik. Ruim 1500 onderzoeken zijn in dat kader tegen politieambtenaren ingesteld.

Daartegenover staat dat geen van de commando’s die lid zijn van de Demons MC een strafblad hebben. Het is ronduit opvallend te noemen dat de overheid twijfelt over de integriteit van deze commando’s omdat ze lid zouden zijn van een “1% MC”. Justitie zou beter alle inspanningen kunnen richten op de bestrijding van de integriteit binnen de eigen gelederen, aangezien meer dan 1% van het politiebestand niet integer blijkt te zijn, dan de pijlen te richten op zeer loyale en integere defensiemedewerkers.

Evenwel doen de betrokken commando’s een beroep op hun eigen Minister van Defensie om een einde te maken aan de verregaande stigmatisering van hen als lid van de Demons MC. Zij eisen dat hun bewezen integriteit, loyaliteit en betrouwbaarheid als uitgangspunt in de gehele discussie dient te gelden. Daarbij geldt tevens als uitgangspunt dat het lidmaatschap van een motorclub volledig legaal is en niet kan worden verboden.

De betrokken commando’s zullen dan ook geen afstand doen van hun lidmaatschap van de Demons MC.

Daarnaast eisen zij dat het Ministerie van Defensie alle verregaande inbreuken op hun persoonlijke levenssfeer beëindigt. Daartoe worden op dit moment de juridische acties in gang gezet.

Tevens zal de Minister van Defensie worden verzocht op om basis van de Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten inzage te geven in de wijze waarop de betrokken commando’s zijn onderzocht en welke informatie dit heeft opgeleverd.

Ook wordt overwogen om het Ministerie van Defensie aansprakelijk te stellen wegens de inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en de imagoschade die aan de betrokken commando’s is toegebracht.

Daarbij wordt evenwel benadrukt dat de betrokken commando’s open blijven staan voor een dialoog met het Ministerie van Defensie. Waarbij zeker ook wederzijdse inspanningen worden toegejuicht om waar mogelijk het wederzijdse vertrouwen te herstellen.

Michael Ruperti
Advocaat

(Demons MC, 9 november 2012)