Posts tonen met het label NATO Response Force. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NATO Response Force. Alle posts tonen

zondag 12 april 2015

Nederland levert belangrijke bijdrage aan ‘speerpunt’ van de NAVO

De NAVO wil supersnel kunnen ingrijpen wanneer er gevaar dreigt. Daarom besloot het bondgenootschap vorig jaar tot de oprichting van een zogeheten flitsmacht. Militairen van 11 Luchtmobiele Brigade oefenden afgelopen week of zij binnen de vereiste 48 uur inzetbaar zijn. Maar wat houdt die flitsmacht precies in?

De flitsmacht is bedoeld om snel in te grijpen in conflictgebieden. Ook is de zogeheten Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) bedoeld als geruststelling voor bondgenoten en afschrikking voor kwaadwillenden. De voorhoede van zo’n 800 militairen moet binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. De gehele flitsmacht is multinationaal en moet uiteindelijk uit zo’n 5000 militairen bestaan: 5 bataljons met ondersteuning van eenheden van de luchtmacht, marine en special forces. Deze moet binnen 5 tot 7 dagen ter plekke zijn.

De toegenomen agressie van Rusland, de onrust in Noord-Afrika en de opkomst van terreurorganisatie ISIS zijn de belangrijkste redenen voor de NAVO om de flitsmacht in het leven te roepen. Dit ‘speerpunt’ is onderdeel van de grotere NATO Response Force (NRF) die binnen 5 tot 30 dagen inzetbaar moet zijn. Maar gezien de toegenomen onveiligheid en instabiliteit is een snellere interventiemacht nodig die desnoods een eerste klap kan uitdelen, zegt generaal-majoor Dennis Luyt, directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling (DAOG) van Defensie. “Maar het hoeft niet meteen ‘staal op staal’ te zijn. De flitsmacht kan ook naar een gebied worden gestuurd om een signaal af te geven. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan oefeningen.”

Brigadegeneraal Kees Matthijsen
Duitsland, Noorwegen en Nederland leveren dit jaar in totaal 600 militairen aan de flitsmacht. De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 200 Rode Baretten van 11 Luchtmobiele Brigade. Een logische keuze, zegt brigadegeneraal Kees Matthijssen. “We zijn van nature een snel inzetbare eenheid.” De huidige bezetting is overigens een pilot, benadrukt de generaal. “Dit jaar is bedoeld om procedures te testen en te zien waar we tegenaan lopen.”

De VJTF kan overal in het NAVO-verdragsgebied worden ingezet. De focus ligt op dreigingen aan de ‘flanken van het bondgenootschappelijk grondgebied’, zei minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert eerder.  Maar wellicht kan de flitsmacht ook elders in de wereld worden ingezet, vult generaal Matthijssen aan. “De NAVO kan ook worden ingezet in het kader van de internationale rechtsorde. De missie in Afghanistan is daar een goed voorbeeld van.”

Als de NAVO-bondgenoten besluiten tot ingrijpen, moet de voorhoede binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. Precies wat 11 Luchtmobiele Brigade deze week heeft geoefend. Dat is geen kleine opgave. Militairen worden thuis gebeld, moeten naar de kazerne, krijgen een briefing en moeten hun uitrustingen gereed maken. Tegelijkertijd moeten op andere locaties voertuigen, brandstof en munitie worden klaargezet.  “Dat vraagt om een strakke planning”, concludeert de brigadegeneraal. Zorgvuldigheid en goede samenwerking zijn noodzakelijk, vult generaal-majoor Luyt aan. “Daarom moeten we nu alle draaiboeken testen. Als die kloppen, is zo’n snelle inzet goed te doen.”

Noorwegen, Duitsland en Nederland werken in deze beginfase stap voor stap. “We willen eerst kunnen kruipen, dan lopen en dan pas rennen”, zegt Luyt. “Een aantal randvoorwaarden voor de snelle inzetbaarheid wordt dit jaar nader uitgewerkt. Dat geldt zowel voor de NAVO als op nationaal niveau. Niet alles zal dus meteen volgens plan verlopen, maar daar houden we rekening mee.”
De focus ligt nu vooral op landstrijdkrachten, maar dat is niet het hele verhaal, benadrukt de generaal-majoor. Want de flitsmacht moet alle scenario’s het hoofd kunnen bieden. Luyt: “Een dreiging kan immers ook vooral maritiem zijn, of vanuit de lucht komen. Die aspecten zijn nog in ontwikkeling.”

De flitsmacht moet in 2016 operationeel zijn. “Dat is een korte periode, maar haalbaar”, zegt generaal Matthijssen. “De oefening van de afgelopen dagen is goed gegaan. Alleen het papierwerk voor de munitie werkte vertragend, maar dat hebben we opgelost. We stonden binnen 48 uur klaar voor vertrek.”

(Defensiekrant, 10 april 2015)

donderdag 9 april 2015

NATO tests 'Spearhead Force' alert procedures

EINDHOVEN, The Netherlands -  NATO assessed its alert procedures for the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) for the first time during Exercise NOBLE JUMP from 7-9 April 2015, involving over 1,500 personnel from 11 Allied nations.  Germany, Poland, Norway, Denmark, Hungary, Lithuania, Croatia, Portugal, and Slovenia tested their Headquarters’ response to alert procedures and high-readiness units from The Netherlands and Czech Republic physically deployed equipment and troops to airports and railheads.

This activity represents an important milestone as NATO continues to respond to emerging security challenges.  The exercise has its origins in last year’s Wales Summit, where NATO leaders collectively agreed to establish the VJTF, or what some call the ‘NATO Spearhead’ force.  These developments are part of wider enhancements to the NATO Response Force in order to address instability on NATO’s southern and eastern flanks.


Soldiers of 11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade involved in the exercise

"NATO military planners have been working tirelessly to enhance NATO’s Response Force and implement the Very High Readiness Joint Task Force, and today our progress is manifested in the rapid deployments we see happening in locations across the Alliance,” said General Philip Breedlove, Supreme Allied Commander Europe (SACEUR).  "These measures are defensive, but are a clear indication that our Alliance has the capability and will to respond to emerging security challenges on our southern and eastern flanks,” he said.

For the last several months, NATO has been developing the concepts behind the VJTF and established an interim force early in 2015.  Exercise NOBLE JUMP marks the first time that high-readiness units have physically tested their response to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  The training event marks a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls as the Alliance continues to refine its high readiness capabilities.

Czech and Dutch High-Readiness Troops Put to the Test
 In the afternoon of 7 April, the 11th Air Mobile Brigade in The Netherlands and the 4th Rapid Reaction Brigade in the Czech Republic were given orders to rapidly prepare to deploy their troops and equipment.

"In the hours that ensued, Dutch and Czech formations recalled their military personnel to base, conducted hasty movement planning, briefed personnel, prepared and verified equipment, weapons, supplies, and vehicles,” said Colonel Mariusz Lewicki, the head military planner for the VJTF at SHAPE.  "The lead troops were able to move in under eight hours, with all elements moving in under 48 hours, so our initial impression is we are very pleased with the results,” he added.

The Commander of the Dutch 11th Air Mobile Brigade, Brigadier-General Kees Matthijssen, also felt that Exercise NOBLE JUMP achieved its aims.

Czech paratroopers participating in EX NOBLE JUMP

 "So far we are satisfied, our men and women responded well to the alerting and we managed to send off the first troops as scheduled. We are sure that we will be able to meet our goals, which were to move all troops and equipment within 48 hours,” said Brigadier-General Matthijssen.  "Of course, we have noted some things to improve during the exercise, but this will definitely lead to further refinement and improvements of our high readiness plans,” he said.

A total of 900 German soldiers were also recalled to their units in Marienberg, Gotha, Idaroberstein and Bad Salzungen during Exercise NOBLE JUMP.  These troops conducted similar planning and alert verifications in their respective garrisons.

The overall aim of Exercise NOBLE JUMP was to improve and refine alert and deployment procedures for the VJTF.  In the coming weeks NATO military staff will conduct an analysis of the results from this exercise and Allied units will refine their tactical procedures.  Lessons will be shared and NATO will continue to refine the overall alert and deployment process, and ensure it is integrated in overall plans for the NATO Response Force.

11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade troops on the move

"Moving military units at short notice is a highly complex process that requires careful planning and constant refinement and practice to maintain capability,” said Colonel Lewicki.  "We’ve had a very good start this week, but much work remains and we will continue exercising these concepts throughout 2015 and 2016,” he said.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the Readiness Action Plan and the NATO Response Force.  Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP, 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

SHAPE Public Affairs Office

woensdag 28 januari 2015

Kamerbrief over rol parlement bij nieuwe 'flitsmacht' NAVO

de Voorzitter van de Tweede Kamer
Datum 27 januari 2015
Betreft: Reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie inzake parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force

Met deze brief reageer ik, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie van 20 januari 2015 met kenmerk 29521-276/2015D01660 en ga ik in op de vraag over parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF).

Readiness Action Plan
In het licht van de ontwikkelingen aan de zuid- en oostflank van het Navoverdragsgebied hebben de bondgenoten op de Top in Wales het Readiness Action Plan ( RAP) aangenomen. Het RAP voorziet in geruststellende maatregelen en aanpassingsmaatregelen die de gereedheid en het reactievermogen van de Navostrijdkrachten moeten verhogen. Binnen de NATO Response Force (NRF) wordt daarom de VJTF opgericht, die het mogelijk moet maken om binnen zeer korte tijd eenheden in te zetten, in beginsel voor geruststelling en afschrikking, maar zo nodig ook in oorlogssituaties.

De VJTF
De VJTF is een zeer snel inzetbaar onderdeel van de NRF. De eenheden die de rol van VJTF vervullen, hebben een zeer hoge gereedheid en kunnen met een korte reactietijd worden ontplooid. Een deel van deze eenheden moet binnen 48 uur gereed kunnen staan voor verplaatsing naar het inzetgebied. Deze hoge gereedheid stelt de Navo in staat om snel, flexibel en daadkrachtig te reageren op dreigingen aan de randen van het Navo-verdragsgebied.

De VJTF wordt in de eerste plaats opgericht omwille van de geloofwaardigheid van de collectieve verdediging van de bondgenoten. In het kader van de geruststellende maatregelen zal de VJTF regelmatig op het bondgenootschappelijk grondgebied werken aan het verbeteren van de gevechtscapaciteit en de interoperabiliteit met de gastlanden. Het is niet de bedoeling om omvangrijke eenheden permanent te stationeren op het grondgebied van deze bondgenoten. Voorts is de capaciteit om flexibel en op zeer korte termijn eenheden naar de randen van het Navo-verdragsgebied te kunnen verplaatsen een waardevol afschrikkingsinstrument. Een dergelijke verplaatsing is in beginsel een preventieve maatregel.

Informeren van het parlement
Wanneer de VJTF naar de randen van het Navo-verdragsgebied wordt verplaatst in reactie op een dreiging, is er sprake van een afschrikkende maatregel in het kader van de collectieve verdediging. Dit kan gebeuren om een artikel 4- of 5- situatie te voorkomen. In het geval van dergelijke inzet is er sprake van de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk en haar bondgenoten, zoals bedoeld in artikel 97 van de Grondwet. Een dergelijke inzet valt niet onder artikel 100 van de Grondwet. Er bestaat daarom geen verplichting om het parlement vooraf te informeren, maar indien mogelijk zal uw Kamer vooraf worden geïnformeerd over de inzet van de VJTF in het kader van de collectieve verdediging. Het is echter altijd denkbaar dat de VJTF op zeer korte termijn zal moeten reageren op een opkomende of manifeste dreiging, waardoor uw Kamer niet vóór de inzet van de VJTF kan worden geïnformeerd. In een dergelijk geval zal uw Kamer zo spoedig mogelijk na de inzet van de VJTF worden geïnformeerd.

Het is voorts mogelijk dat de VJTF wordt ingezet in het kader van de collectieve verdediging in een artikel 5-situatie. In het geval dat een Navo-bondgenoot wordt aangevallen, hebben de overige bondgenoten de verdragsrechtelijke verplichting direct te hulp te komen. Vanwege de hoge gereedheid zou de VJTF kunnen worden ingezet als initiële reactiemacht. In een dergelijk geval wordt uw Kamer zo spoedig mogelijk geïnformeerd. Gezien de urgentie van een artikel 5-situatie en de korte termijn waarop de VJTF mogelijk zal moeten worden ontplooid, is het ook in dit geval denkbaar dat uw Kamer niet vóór de inzet kan worden geïnformeerd.

Activiteiten op het bondgenootschappelijk grondgebied die zijn gericht op het verbeteren van de gevechtscapaciteit en interoperabiliteit maken deel uit van het reguliere takenpakket van de VJTF. Deze ontplooiingen worden niet beschouwd als inzet, maar als activiteiten die noodzakelijk zijn voor het behoud van de hoge gereedheid en inzetbaarheid. Evenals bij andere (Navo-)oefeningen wordt uw Kamer in beginsel niet telkens over deze gereedstellingsactiviteiten geïnformeerd. Uw Kamer zal wel vooraf worden geïnformeerd over Nederlandse bijdragen aan de VTJF, zoals recent is gedaan in de brief over de Nederlandse bijdragen aan de EU Battlegroups, NATO Response Force en Frontex van 19 december 2014 (Kamerstuk 29 521, nr. 276).

Frontex
Over de huidige stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van Frontex zal ik u informeren voorafgaand aan het algemeen overleg over Europese en internationale samenwerking op 11 februari 2015.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 27 januari 2015)

maandag 8 september 2014

Nederland met compagnie in nieuwe NAVO-macht

Nederland stelt een compagnie beschikbaar voor de nieuwe supersnelle interventiemacht van de NAVO, de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Dat maakte minister Hennis-Plasschaert bekend op de top van het Atlantisch bondgenootschap in Newport in Wales.

De Nederlandse eenheid, die inclusief ondersteunende eenheden uit ongeveer 200 militairen bestaat, gaat waarschijnlijk begin volgend jaar met andere deelnemende eenheden uit de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk in Oost-Europese lidstaten oefenen. De eenheden vallen voor een beperkte periode onder de VJTF en worden dan vervangen door andere eenheden. "De eenheden zullen dus op rotatiebasis worden ingezet", aldus de minister.

Volgens Hennis is het de bedoeling dat er zoveel mogelijk bondgenoten meedoen aan de snel inzetbare interventiemacht die de voorhoede vormt van de NATO Response Force* (NRF). "Door nu al mee te doen, zijn we ook betrokken bij de vormgeving van de flitsmacht", zei ze. De VJTF kan binnen enkele dagen worden ingezet. De NRF is binnen 5 tot 30 dagen klaar voor inzet.

De interventiemacht is bedoeld om vijanden af te schrikken. Het is volgens haar de bedoeling dat zo veel mogelijk bondgenoten bijdragen. "De interventiemacht moet niet op de schouders van enkele NAVO-landen rusten'', aldus minister Hennis.

(ministerie van Defensie, 4 september 2014)

*in het originele bericht van Defensie staat hier 'NATO Rapid Reaction Force'. Dat is echter niet de correcte naam van de NRF

maandag 11 maart 2013

Nederlandse eenheden voor EU Battlegroups en NRF

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 08 maart 2013
Betreft Nederlandse eenheden voor EU Battlegroup en NRF

Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Inleiding
Hierbij informeren wij u over de militaire eenheden die Nederland in 2013 en 2014 gereed stelt als bijdragen aan de snelle reactiecapaciteiten van de EU en de Navo. Deze brief vormt een aanvulling op de mededelingen over dit onderwerp in geannoteerde agenda’s voor ministeriële bijeenkomsten en in antwoorden op schriftelijke vragen. Met deze brief geven wij gevolg aan de afspraak de Kamer vroegtijdig te informeren over de toewijzing van eenheden aan internationale snelle reactiecapaciteiten, zodat bij een besluit tot inzet een snelle nationale besluitvormingsprocedure kan worden doorlopen.

Achtergrond
De EU Battlegroups* en de NATO Response Force (NRF) geven uitdrukking aan de ambitie van de EU- en Navo-landen permanent militaire eenheden gereed te hebben voor snelle, gezamenlijke inzet. Nederland hecht eraan, als betrouwbare partner en bondgenoot, met een zekere regelmaat hoogwaardige bijdragen te leveren aan de snelle reactiecapaciteiten van de EU en de Navo**. De regelmaat, aard en omvang van de Nederlandse bijdragen worden bepaald op basis van de beschikbaarheid van operationele eenheden en de internationale behoeften. De (voorbereiding op de) inzet als snelle reactiecapaciteit is een van de taken van de krijgsmacht. Nederland kan een deel van zijn gereedgestelde eenheden toewijzen aan zowel de EU Battlegroups als de NRF (single set of forces). Bij de toewijzing van eenheden wordt dan ook het voorbehoud geplaatst dat Nederland de bijdragen niet kan garanderen wanneer er gelijktijdig op beide reactiecapaciteiten een beroep wordt gedaan.

EU Battlegroups
In 2013 neemt Nederland samen met Zweden, Litouwen en Letland deel aan de door het Verenigd Koninkrijk geleide EU Battlegroup in de tweede helft van het jaar. De Nederlandse bijdrage bestaat uit elf Viking-voertuigen met chauffeurs en onderhoudspersoneel. Het betreft ongeveer 30 militairen. Ter voorbereiding op mogelijke inzet organiseert het Verenigd Koninkrijk een serie oefeningen. Het  Nederlandse detachement zal meedoen aan een oefening begin mei in Zuid-Engeland.

In de tweede helft van 2014 neemt Nederland deel aan een door België geleide EU Battlegroup. De kern van deze Battlegroup wordt gevormd door de Benelux-landen, aangevuld met een bijdrage van Duitsland en Spanje. De Nederlandse bijdrage bestaat uit twee infanteriecompagnieën met CV-90 en Bushmaster-voertuigen. De compagnieën beschikken over geïntegreerde steunelementen (genie en vuursteun) en logistieke steun waaronder een Role 1 medische faciliteit. De Nederlandse bijdrage bestaat verder uit twee Chinook-transporthelikopters en een chirurgisch team via het Instituut Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR). Tot slot levert Nederland een aantal stafofficieren voor het Belgische Force Headquarters. België organiseert in de eerste helft van 2014 oefeningen in België en Duitsland waaraan de Nederlandse eenheden deelnemen.

NATO Response Force
In 2013 levert Nederland vanaf 25 maart voor een periode van drie maanden en vanaf 12 augustus voor een periode van vier maanden een mijnenjager voor de Immediate Response Force (IRF) van de NRF. De mijnenjager wordt in Navo-verband voorbereid op inzet. Nederland heeft tevens gedurende het gehele jaar diverse capaciteiten aangemeld voor de Reaction Forces Pool (RFP). Het betreft acht F-16’s, een brigadehoofdkwartier, een gemechaniseerd infanteriebataljon, een geniecompagnie, een artilleriebatterij, een medische Role 2 eenheid en een ISTAR- en een logistiek element. Omdat voor de RFP langere reactietijden gelden, is het niet nodig de eenheden te laten deelnemen aan specifieke internationale oefeningen.

In 2014 levert Nederland een amfibisch transportschip en acht F-16’s voor de IRF. Daarnaast wordt vanaf maart en vanaf augustus twee keer voor een periode van drie maanden een mijnenjager beschikbaar gesteld. Ook zal Nederland de eerste helft van het jaar een fregat bijdragen. Het fregat zal deelnemen aan een grote Navo-oefening in de Baltische regio. Voor de RFP heeft Nederland voor de tweede helft van het jaar een onderzeeboot aangemeld.

Toetsingskader
De toewijzing van Nederlandse eenheden aan de EU Battlegroups en de NRF is op zichzelf niet onderworpen aan het Toetsingskader. Een besluit tot inzet van deze militairen is immers nog niet aan de orde. Als de inzet van EU Battlegroups of NRF wel aan de orde is en Nederlandse eenheden zijn of kunnen daarbij worden betrokken, ligt dit anders. In deze gevallen zal de regering, ongeacht de exacte juridische grondslag voor de uitzending, de Kamer in beginsel voorafgaand aan de inzet informeren over het desbetreffende regeringbesluit op basis van de daarover bestaande afspraken met uw Kamer.

Zoals gemeld in de brief van 26 april 2005 (Kamerstuk 21501-28, nr. 27) en onderstreept tijdens het notaoverleg op 16 december 2009 over de rol van de Tweede Kamer bij de uitzending van militairen (Kamerstuk 30162, nr. 17), is de regering bereid bij de toewijzing van eenheden de elementen van het Toetsingskader toe te lichten waarover al duidelijkheid bestaat. Hierover kan het volgende worden gezegd.

De operaties waarvoor een EU Battlegroup kan worden ingezet, richten zich op het gehele spectrum van
crisisbeheersingstaken, zoals omschreven in de EU Veiligheidsstrategie en artikel 43 van het EU-Verdrag zoals gewijzigd door het Verdrag van Lissabon. De inzet kan variëren van humanitaire hulpverlening tot interventies waarbij het gebruik van geweld nodig is. Via het Policy and Security Committee (PSC) en de Raad van Ministers heeft Nederland invloed op de besluitvorming over de inzet van de EU Battlegroups. Bij de uitzending van een EU Battlegroup voorziet de EU versnelde besluitvorming. De EU Militaire Staf bereidt inzetopties voor en het EU Militair Comité levert militair advies. Het PSC vormt een politiek oordeel, geeft richtlijnen voor verdere stappen in de planning en bereidt besluiten van de Raad voor. In de uitvoeringsfase heeft het PSC politieke controle over de missie en geeft het strategische sturing. Het EU Militair Comité ziet toe op de juiste uitvoering van de militaire operatie, die geschiedt onder verantwoordelijkheid van de operationele commandant.

De NRF is opgericht om in de initiële fase van een crisissituatie te worden ingezet. De NRF kan daarbij zowel worden ingezet voor de handhaving of de bevordering van de internationale rechtsorde als voor de verdediging van het bondgenootschappelijke grondgebied. Via de Noordatlantische Raad (NAR) heeft Nederland invloed op de besluitvorming over de inzet van de NRF. De NAR velt een politiek oordeel over een escalerende crisis en geeft, via het Militair Comité, de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) de opdracht inzetopties uit te werken. Op basis van een advies van het Militair Comité neemt de NAR vervolgens een besluit. Vervolgens schrijft SACEUR een operatieplan, waarin de door de NAR gekozen optie verder wordt uitgewerkt. Na het advies van het Militair Comité keurt de NAR het operatieplan goed en geeft hij SACEUR opdracht om met de ontplooiing te beginnen.

Omdat de EU Battlegroups en de NRF bestemd zijn voor crisissituaties en niet op voorhand vaststaat in welke omstandigheden zij zullen worden ingezet, kunnen geen uitspraken worden gedaan over het mandaat waarop een eventuele inzet berust of over de militair-operationele haalbaarheid daarvan.

De vulling en samenstelling van een rotatie worden steeds voorafgaand aan een stand-by periode vastgelegd. Daarmee is de beschikbaarheid van eenheden gegarandeerd. In de tweede helft van 2013 neemt Nederland samen met Letland, Litouwen en Zweden deel aan de door het Verenigd Koninkrijk geleide EU Battlegroup. 

In de tweede helft van 2014 neemt Nederland samen met Duitsland, Luxemburg en Spanje deel aan de door België geleide EU Battlegroup. Aan de snelle reactiecapaciteiten van de Navo dragen bijna alle lidstaten kleinere of grotere bijdragen. Over de geschiktheid van de toegewezen eenheden kan worden gesteld dat zij zich zowel in nationaal als in internationaal verband voorbereiden op inzet. De nationale voorbereiding begint ongeveer een jaar voorafgaande aan de stand-by periode met de nationale gereedstelling en de training op eenheidsniveau. In de zes maanden voorafgaand aan de stand-by periode wordt de multinationale integratietraining gehouden en volgt de certificering. De deelneming aan deze oefeningen wordt gefinancierd uit het gereedstellingsbudget.

Bij inzet van de snelle reactiecapaciteiten dragen de deelnemende landen de kosten van de inzet. In Nederland is dit onderdeel van de nationale besluitvormingsprocedure. Momenteel wordt in EU-verband onderzocht hoe de kosten van gereedstelling en inzet van de EU Battlegroups zo laag mogelijk kunnen worden gehouden.

De minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert

De minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans

(ministerie van Defensie, 8 maart 2013)

* In het originele document staat 'EU Battlegroup' hier en daar in het enkelvoud geschreven. Er zijn echter steeds twee EUBG's paraat, HdV
** De snelle reactiemachten van de EU en de NAVO zijn niet geheel vergelijkbaar. De EU heeft twee Battle Groups van ca. 1.500 man elk paraat. De NRF van de NAVO is aanzienlijk groter, met een kern van 13.000 man aangevuld met hoofdkwartieren en overige capaciteiten. HdV

vrijdag 23 maart 2012

NAVO-oefening Cold Response ten einde


De grote NAVO-oefening Cold Response is gisteren beëindigd. 16.000 militairen uit 15 landen trainden de afgelopen 2 weken in Noorwegen anti-terreursituaties* onder koudweeromstandigheden. Een van de leerpunten voor de volgende oefening in 2014: stem de verschillende communicatiesystemen beter op elkaar af.

(foto: Defensie)

Defensie nam deel met 800 militairen, waaronder een grote maritieme afvaardiging en eenheden van land- en luchtmacht. De Nederlandse eenheden vertrokken afgelopen woensdag uit het Noorse oefenterrein, na een 48 uur durende aanval. De focus lag daarbij onder meer op het afweren van luchtaanvallen, het bestrijden van onderzeeboten en het onopgemerkt aan land brengen van amfibische eenheden. Ook het inrekenen van terroristen behoorde tot het scenario.

Amfibisch
Voor Nederland stond de afgelopen weken vooral het amfibisch optreden met Groot-Brittannië centraal. Aan boord van het Britse marineschip HMS Bulwark stuurden Engelse en Nederlandse commandanten in een gezamenlijke staf de diverse eenheden aan. Hr. Ms. Rotterdam fungeerde als uitvalsbasis voor Amerikaanse, Britse en Nederlandse troepen en leverde logistieke ondersteuning. Commandant kapitein-ter-zee Huub Hulsker is tevreden: "wij hebben onder zeer diverse en extreme omstandigheden onze taken kunnen oefenen."

Reactiemacht
Cold Response geldt ook als belangrijke voorbereiding voor de Amfibische Taakgroep van de marine, die in de tweede helft van 2013 paraat staat voor de snelle reactiemacht van de NAVO, de NATO Response Force.

De schepen en eenheden keren 30 maart terug in Den Helder. Gedurende de thuisreis staan nog verschillende maritieme oefeningen op het programma.

(bron: ministerie van Defensie, 23 maart 2012)

*Deze omschrijving strookt niet helemaal met de werkelijkheid. Het oefenprogramma behelste activiteiten in het gehele geweldsspectrum, inclusief diplomatie. Onderstaand een korte omschrijving van oefening Cold Response door de organisatoren, het Noorse ministerie van Defensie.

Cold Response is a Norwegian led winter exercise. The main purpose of this year’s winter exercise is to rehearse high intensity operations in winter conditions within NATO with a UN mandate.

Participants will rehearse deploying and using military reaction forces in an area of crisis where they have to handle everything from high intensity warfare to terror threats and mass demonstrations. The soldiers have to balance the use of diplomatic and military force. Also, forces get to train in an international environment where they have to master a common language and procedures.

zondag 18 maart 2012

Nederlandse militairen herdenken Noorse vliegtuigbemanning


Nederlandse en internationale troepen hebben vandaag een moment stilte in acht genomen ter nagedachtenis aan de Noorse bemanning van een C-130J Hercules. Vannacht werd duidelijk dat de 5 bemanningsleden een ongeval met dit transportvliegtuig niet hebben overleefd. De militairen namen deel aan de NAVO-oefening Cold Response in Noorwegen.

Het Noorse vliegtuig verdween donderdag van de radar, waarna een grootscheepse reddingsactie volgde. Daaruit bleek dat het vliegtuig in de bergen van Zweden was neergestort. Vanuit de lucht werden sporen van wrakstukken waargenomen.

Na de korte herdenking en 2 uur operationele pauze gaat Cold Response verder. In totaal 16.000 militairen uit onder meer Nederland, Groot-Brittannië, Noorwegen en de Verenigde Staten nemen deel aan de oefening. Nederland is naast grondeenheden van marine en landmacht ook aanwezig met de marineschepen Hr. Ms. Rotterdam, Tromp, Schiedam en 2 Cougar-transporthelikopters van de luchtmacht.

(bron: ministerie van Defensie, 18 maart 2012)

Meer over de NAVO-oefening 'Cold Response':
http://www.defensie.nl/marine/uitgelicht/20120223_uitgelicht_navo-oefening_cold_response
http://mil.no/excercises/coldresponse2012/Pages/default.aspx