Nederland en Duitsland ondertekenen op 24 april een overeenkomst die uitbreiding van militaire samenwerking mogelijk maakt.
Internationale samenwerking vormt een belangrijk uitgangspunt voor de Toekomstvisie Defensie, zei minister Jeanine Hennis-Plasschaert vandaag in de Tweede Kamer.
De Vaste Commissie voor Defensie (VCD) sprak vanmiddag uitgebreid over initiatieven en projecten voor defensiesamenwerking waarbij Nederland en andere Europese landen zijn betrokken. “Samenwerking is al lang meer dan gezamenlijk een missie uitvoeren en is niet alleen gedreven door budgettaire krapte. Bezuinigingen zijn een verkeerde drijfveer”, aldus Hennis.
Grote stappen
Samen met België en Luxemburg staan er volgens de minister “grote stappen” op het programma. “Denk daarbij aan een gezamenlijke officiersopleiding, een gecombineerd Helikoptercommando en één trainingscentrum voor paratroepen.” De VCD vindt dat ons land een voortrekkersrol moet blijven spelen bij de totstandkoming van Defensiesamenwerking in Europa.
De volgende stap in de relatie met Duitsland past daar prima in. Wat de plannen met Duitsland inhouden, is nog niet bekend. Hennis zei wel dat de intentieverklaring die zij ondertekent met haar ambtgenoot Thomas de Maizière “verder gaat dan wat er nu al in de steigers staat.”
Souvereiniteit
De minster gaat ook met de Kamer nadenken over een andere vorm van het soevereiniteitsbegrip, dat ook in Europees verband moet gaan leven. Minister Hennis: “Landen met een gedeeld veiligheidsbelang kunnen hun waarden samen beter verdedigen dan ieder afzonderlijk.”
(ministerie van Defensie, 13 maart 2013)
Zie ook: Bezoek Duitse bevelhebber over verdieping samenwerking, 13 juli 2012)
Posts tonen met het label defensiesamenwerking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label defensiesamenwerking. Alle posts tonen
woensdag 13 maart 2013
vrijdag 22 februari 2013
Meer samenwerking Benelux-legers
De ministers van Defensie van Nederland, België en Luxemburg hebben in Brussel een overeenkomst getekend over de intensievere samenwerking tussen de krijgsmachten van de drie landen. De overeenkomst bouwt voort op afspraken die in april 2012 zijn gemaakt.
De bewindslieden, minister Jeanine Hennis-Plasschaert, de Belgische minister Pieter De Crem en hun Luxemburgse collega Jean-Marie Halsdorf hebben geconstateerd dat samenwerking op een groot aantal terreinen haalbaar is.
Belgisch-Nederlands systeem
De ministers hebben onder meer afgesproken om in België een gezamenlijk opleidings- en trainingscentrum voor parachutisten te vestigen. Ook moet er een Benelux-helikoptercommando komen.
De samenwerking wordt verder uitgebreid op het gebied van training en opleiding. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht van een gezamenlijk Belgisch-Nederlands systeem voor luchtruimbewaking en -beveiliging.
Hoekstenen
De ministers van Defensie van de Benelux zoeken ook samenwerking met Duitsland. Daarover zijn al gesprekken gaande. Het is de bedoeling dat alle landen binnen de Europese Unie op militair terrein intensiever gaan samenwerken.
Minister Hennis-Plasschaert benadrukte in Brussel het belang van de samenwerkingsverbanden: "Internationale militaire samenwerking is geen politieke correctheid maar een operationele noodzaak. De Benelux-samenwerking is daarbij één van de hoekstenen."
(NOS, 21 februari 2013)
De bewindslieden, minister Jeanine Hennis-Plasschaert, de Belgische minister Pieter De Crem en hun Luxemburgse collega Jean-Marie Halsdorf hebben geconstateerd dat samenwerking op een groot aantal terreinen haalbaar is.
Belgisch-Nederlands systeem
De ministers hebben onder meer afgesproken om in België een gezamenlijk opleidings- en trainingscentrum voor parachutisten te vestigen. Ook moet er een Benelux-helikoptercommando komen.
De samenwerking wordt verder uitgebreid op het gebied van training en opleiding. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht van een gezamenlijk Belgisch-Nederlands systeem voor luchtruimbewaking en -beveiliging.
Hoekstenen
De ministers van Defensie van de Benelux zoeken ook samenwerking met Duitsland. Daarover zijn al gesprekken gaande. Het is de bedoeling dat alle landen binnen de Europese Unie op militair terrein intensiever gaan samenwerken.
Minister Hennis-Plasschaert benadrukte in Brussel het belang van de samenwerkingsverbanden: "Internationale militaire samenwerking is geen politieke correctheid maar een operationele noodzaak. De Benelux-samenwerking is daarbij één van de hoekstenen."
(NOS, 21 februari 2013)
maandag 3 december 2012
Opleiding Belgisch-Nederlandse kaderleden Defensiebreed
België en Nederland gaan nauwer samenwerken bij de opleiding van kaderleden. Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp en zijn Belgische ambtgenoot generaal Gerard van Caelenberge tekenden afgelopen vrijdag een overeenkomst die de bestaande regeling verruimt tot alle krijgsmachtdelen.
Het oorspronkelijke akkoord had alleen betrekking op maritieme opleidingen. Nu is ook de uitwisseling en deelname aan opleidingen van de land- en luchtmachten vereenvoudigd. Het streven is om deelname aan elkaars opleidingen te vereenvoudigen met afspraken over planning, financiën en rapportering.
Positief
De ondertekening vond plaats tijdens een bijeenkomst van hoge Defensiefunctionarissen, waarbij veel aandacht was voor internationale militaire samenwerking. Van Caelenberge benadrukte zijn positieve ervaringen met de Belgisch-Nederlandse samenwerking.
Ook ging hij op de financiële ontwikkelingen binnen Europa. “Dit heeft geleid tot meerdere regionale initiatieven waarbij kleinere landen verdergaande samenwerking onderzoeken en in de praktijk brengen. Ook de hernieuwde Benelux-samenwerking biedt schaalvoordelen, zoals het delen van lasten om zo belangrijke operationele capaciteiten in stand te houden”, aldus de Belgische generaal.
(ministerie van Defensie, 3 december 2012)
Het oorspronkelijke akkoord had alleen betrekking op maritieme opleidingen. Nu is ook de uitwisseling en deelname aan opleidingen van de land- en luchtmachten vereenvoudigd. Het streven is om deelname aan elkaars opleidingen te vereenvoudigen met afspraken over planning, financiën en rapportering.
Positief
De ondertekening vond plaats tijdens een bijeenkomst van hoge Defensiefunctionarissen, waarbij veel aandacht was voor internationale militaire samenwerking. Van Caelenberge benadrukte zijn positieve ervaringen met de Belgisch-Nederlandse samenwerking.
Ook ging hij op de financiële ontwikkelingen binnen Europa. “Dit heeft geleid tot meerdere regionale initiatieven waarbij kleinere landen verdergaande samenwerking onderzoeken en in de praktijk brengen. Ook de hernieuwde Benelux-samenwerking biedt schaalvoordelen, zoals het delen van lasten om zo belangrijke operationele capaciteiten in stand te houden”, aldus de Belgische generaal.
(ministerie van Defensie, 3 december 2012)
donderdag 27 september 2012
Hillen: parlementen moeten meer samenwerken
“Nationale parlementen van de Europese Unie moeten elkaar meer opzoeken op het gebied van militaire samenwerking.” Deze oproep deed minister Hans Hillen vandaag tijdens de bijeenkomst van EU ministers van Defensie in Nicosia, Cyprus.
Als het gaat om het harmoniseren van defensiebeleid ziet Hillen een gedeelde verantwoordelijkheid voor de regeringen en parlementen. "Ministers kunnen de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten en investeringen op elkaar afstemmen. Maar als parlementen van betrokken landen niet in dit proces meegroeien, dreigt een impasse te ontstaan als het op inzet van militaire troepen aankomt."
Gisteren deed Hillen eenzelfde oproep aan de defensiewoordvoerders van de Tweede Kamer tijdens het debat over de EU vergadering. Als voorbeeld noemde hij België, waar beide marines al jarenlang intensief samenwerken. De politieke aansturing van vergaande militaire samenwerking stopt niet bij de Belgische en Nederlandse regering. Beide parlementen zouden regelmatig met elkaar moeten overleggen.
Visie
De EU ministers van Defensie besloten 2 jaar geleden in Gent tot nauwere samenwerking op het gebied van capaciteitontwikkelingen en nieuwe investeringen, mede door de krimpende defensiebudgetten. Dit initiatief werd versterkt na acties boven Libië, die een aantal tekortkomingen toonde als het gaat om militaire (Europese) capaciteiten. Het Europese Defensie Agentschap (EDA) definieerde 12 kansrijke projecten onder de noemer pooling and sharing.
De EU lidstaten verzochten het EDA ook een lange termijn visie te ontwikkelen met als belangrijk uitgangspunt dat landen samenwerking voorop stellen bij de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten, zoals het aanschaffen van nieuw materieel. In het kader van ‘het Gent-initiatief’ hebben Duitsland, Frankrijk en Nederland de leiding over een project om de Europese tankvliegtuigcapaciteit te versterken (Air-to-air-refueling).
Veiligheidssituatie
In Nicosia spraken de ministers verder over Mali waar in het noorden de veiligheidssituatie de afgelopen periode sterk verslechterde. Er is een toename van georganiseerde criminaliteit en terrorisme, onder meer van Al Qaida en de Islamitische Maghreb. Ook kwamen lopende EU missies aan de orde, zoals de antipiraterij missie bij de Hoorn van Afrika. Het aantal succesvolle aanvallen op koopvaardijschepen is in 2012 sterk verminderd, mede dankzij het robuuste en proactieve optreden binnen Atalanta. In april is het mandaat van deze EU missie verruimd en maakt ook acties te land mogelijk, zoals het verstoren van logistieke kampen. Nederland neemt nu niet deel aan Atalanta, maar wel aan NAVO-missie Ocean Shield met Hr. Ms. Rotterdam. Een bijdrage aan Atalanta voor 2013 wordt wel overwogen.
Lof
Nederland leverde afgelopen maanden bovendien een permanent beveiligingsteam van mariniers. Dit Autonomous Vessel Protection Detachment beschermt schepen van het World Food Programme (WFP) ten behoeve van Somalië. Nederland kreeg hiervoor veel lof tijdens de bijeenkomst op Cyprus. De bijdrage, die in oktober afloopt, wordt overgenomen door Duitsland. Het voordeel van een permanent team is dat de marineschepen niet continu de WFP-schepen hoeven te escorteren en effectiever zijn in te zetten voor Atalanta.
(ministerie van Defensie, 27 september 2012)
Als het gaat om het harmoniseren van defensiebeleid ziet Hillen een gedeelde verantwoordelijkheid voor de regeringen en parlementen. "Ministers kunnen de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten en investeringen op elkaar afstemmen. Maar als parlementen van betrokken landen niet in dit proces meegroeien, dreigt een impasse te ontstaan als het op inzet van militaire troepen aankomt."
Gisteren deed Hillen eenzelfde oproep aan de defensiewoordvoerders van de Tweede Kamer tijdens het debat over de EU vergadering. Als voorbeeld noemde hij België, waar beide marines al jarenlang intensief samenwerken. De politieke aansturing van vergaande militaire samenwerking stopt niet bij de Belgische en Nederlandse regering. Beide parlementen zouden regelmatig met elkaar moeten overleggen.
Visie
De EU ministers van Defensie besloten 2 jaar geleden in Gent tot nauwere samenwerking op het gebied van capaciteitontwikkelingen en nieuwe investeringen, mede door de krimpende defensiebudgetten. Dit initiatief werd versterkt na acties boven Libië, die een aantal tekortkomingen toonde als het gaat om militaire (Europese) capaciteiten. Het Europese Defensie Agentschap (EDA) definieerde 12 kansrijke projecten onder de noemer pooling and sharing.
De EU lidstaten verzochten het EDA ook een lange termijn visie te ontwikkelen met als belangrijk uitgangspunt dat landen samenwerking voorop stellen bij de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten, zoals het aanschaffen van nieuw materieel. In het kader van ‘het Gent-initiatief’ hebben Duitsland, Frankrijk en Nederland de leiding over een project om de Europese tankvliegtuigcapaciteit te versterken (Air-to-air-refueling).
Veiligheidssituatie
In Nicosia spraken de ministers verder over Mali waar in het noorden de veiligheidssituatie de afgelopen periode sterk verslechterde. Er is een toename van georganiseerde criminaliteit en terrorisme, onder meer van Al Qaida en de Islamitische Maghreb. Ook kwamen lopende EU missies aan de orde, zoals de antipiraterij missie bij de Hoorn van Afrika. Het aantal succesvolle aanvallen op koopvaardijschepen is in 2012 sterk verminderd, mede dankzij het robuuste en proactieve optreden binnen Atalanta. In april is het mandaat van deze EU missie verruimd en maakt ook acties te land mogelijk, zoals het verstoren van logistieke kampen. Nederland neemt nu niet deel aan Atalanta, maar wel aan NAVO-missie Ocean Shield met Hr. Ms. Rotterdam. Een bijdrage aan Atalanta voor 2013 wordt wel overwogen.
Lof
Nederland leverde afgelopen maanden bovendien een permanent beveiligingsteam van mariniers. Dit Autonomous Vessel Protection Detachment beschermt schepen van het World Food Programme (WFP) ten behoeve van Somalië. Nederland kreeg hiervoor veel lof tijdens de bijeenkomst op Cyprus. De bijdrage, die in oktober afloopt, wordt overgenomen door Duitsland. Het voordeel van een permanent team is dat de marineschepen niet continu de WFP-schepen hoeven te escorteren en effectiever zijn in te zetten voor Atalanta.
(ministerie van Defensie, 27 september 2012)
vrijdag 13 juli 2012
Bezoek Duitse bevelhebber in teken van nauwere samenwerking
Een binationale vuursteuneenheid, het integreren van luchtmobiele eenheden en samenwerking met de Duitse cavalerie. Het zijn voorbeelden van de verregaande samenwerkingskansen die de Duitse en Nederlandse legercommandanten gisteren op de Utrechtse Kromhoutkazerne hebben afgesproken na te streven.
Tijdens het bezoek van de bevelhebber van het Duitse landmacht, luitenant-generaal Werner Freers, aan zijn collega luitenant-generaal Mart de Kruif werden concrete mogelijkheden besproken. Behalve de samenwerking tussen gevechtseenheden kwamen ook de mogelijkheden voor het gezamenlijk organiseren van trainingen en opleidingen aan de orde.
Samen beter
“Het vertrouwen, onze vriendschap en diverse overeenkomsten tussen onze legers maken verregaande samenwerking mogelijk en nuttig”, stelt de Duitse generaal Freers. “We kunnen dingen samen doen uit verschillende motieven; van operationeel tot financieel. The sky is the limit, als het om ideeën voor samenwerking gaat. We doen het allemaal om er samen beter van te worden. Dat is wat mij betreft ultieme Smart Defense.”
Waarmaken
De landmachtgeneraals concludeerden na het tweedaagse bezoek, 11 en 12 juli, dat er veel kansen liggen die uitgewerkt kunnen worden. Een handdruk symboliseerde de positieve grondhouding van de partijen om de initiatieven tot een succes te maken. “De tijd van alleen maar praten is nu voorbij”, sprak Commandant Landstrijdkrachten, generaal De Kruif na de ontmoeting. “We zijn er nu klaar voor ‘to make it happen’, om onze mooie plannen ook waar te maken.”
Midden in bezuinigingen
Internationale samenwerking biedt belangrijke kansen als budgetten onder druk staan. Gezamenlijk optreden versterkt de mogelijkheden, omdat het tot schaalvoordeel leidt en keuzes mogelijk maakt. De initiatieven tot samenwerking met Duitsland zijn van belang voor de grote bezuinigingsoperatie waarmee Defensie momenteel bezig is. Alleen al bij de Koninklijke landmacht lopen 117 projecten, die grote onderlinge verwevenheid kennen. Deze complexe operatie, die nog tot en met 2015 duurt, is een uitwerking van de beleidsbrief Defensie uit 2010.
(ministerie van Defensie, 13 juli 2012)
Tijdens het bezoek van de bevelhebber van het Duitse landmacht, luitenant-generaal Werner Freers, aan zijn collega luitenant-generaal Mart de Kruif werden concrete mogelijkheden besproken. Behalve de samenwerking tussen gevechtseenheden kwamen ook de mogelijkheden voor het gezamenlijk organiseren van trainingen en opleidingen aan de orde.
![]() |
| generaals De Kruif en Freers (foto: Defensie) |
Samen beter
“Het vertrouwen, onze vriendschap en diverse overeenkomsten tussen onze legers maken verregaande samenwerking mogelijk en nuttig”, stelt de Duitse generaal Freers. “We kunnen dingen samen doen uit verschillende motieven; van operationeel tot financieel. The sky is the limit, als het om ideeën voor samenwerking gaat. We doen het allemaal om er samen beter van te worden. Dat is wat mij betreft ultieme Smart Defense.”
Waarmaken
De landmachtgeneraals concludeerden na het tweedaagse bezoek, 11 en 12 juli, dat er veel kansen liggen die uitgewerkt kunnen worden. Een handdruk symboliseerde de positieve grondhouding van de partijen om de initiatieven tot een succes te maken. “De tijd van alleen maar praten is nu voorbij”, sprak Commandant Landstrijdkrachten, generaal De Kruif na de ontmoeting. “We zijn er nu klaar voor ‘to make it happen’, om onze mooie plannen ook waar te maken.”
Midden in bezuinigingen
Internationale samenwerking biedt belangrijke kansen als budgetten onder druk staan. Gezamenlijk optreden versterkt de mogelijkheden, omdat het tot schaalvoordeel leidt en keuzes mogelijk maakt. De initiatieven tot samenwerking met Duitsland zijn van belang voor de grote bezuinigingsoperatie waarmee Defensie momenteel bezig is. Alleen al bij de Koninklijke landmacht lopen 117 projecten, die grote onderlinge verwevenheid kennen. Deze complexe operatie, die nog tot en met 2015 duurt, is een uitwerking van de beleidsbrief Defensie uit 2010.
(ministerie van Defensie, 13 juli 2012)
vrijdag 25 mei 2012
Minister Hillen haalt banden met Turkije aan
Minister van Defensie Hans Hillen heeft donderdag in Istanbul een ontmoeting gehad met zijn Turkse ambtgenoot dr. Ismet Yilmaz. De ministers ondertekenen een verklaring die moet leiden tot de versterking van de militaire samenwerking tussen Nederland en NAVO-partner Turkije.
Daarna bracht Hillen een bezoek aan het fregat Hr. Ms. Evertsen dat ter gelegenheid van 400 jaar Nederlands-Turkse betrekkingen aan de Bosporus ligt afgemeerd. Het schip is voor de antipiraterij-missie Ocean Shield onderweg naar Oost-Afrika, waar het zal fungeren als vlaggenschip van een NAVO-vlootverband.
Aan boord van het schip woonde Hillen samen met minister van Economische Zaken Maxime Verhagen een netwerkbijeenkomst bij van het Turkse en Nederlandse bedrijfsleven ter bevordering van de wederzijdse handelsrelaties. Op het gebied van defensie en veiligheid waren hierbij onder meer hightechbedrijven als Thales, Damen en Fokker aanwezig. Ook commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom was hierbij aanwezig.
(ministerie van Defensie, 24 mei 2012)
maandag 14 mei 2012
BENELUX-verklaring over samenwerking op defensievlak
De Minister van Landsverdediging van het Koninkrijk België;
De Minister ven Defensie van het Groothertogdom Luxemburg;
De Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden:
De trilaterale samenwerking tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden is sinds lange tijd een lichtend voorbeerd op het vlak van samenwerking in Europa. Op vele gebieden heeft de BENELUX zijn waarde bewezen en dit geldt ook in toenemende mate op veiligheids- en defensiegebied.
Het spanningsveld tussen operationele behoeften enerzijds en krimpende defensiebudgetten anderzijds heeft gereid tot het zogenaamde Gent-Initiatief, dat in EU-verband een uitbrelding van de defensiesamenwerking nastreeft. Volgens dezelfde gedachtegang en vanuit de gezamenlijke bezorgdheid om de doelmatigheid van onze defensie-inspanningen te verbeteren, hebben we besloten verder te bouwen op de BENELUX overeenkomst van 1987 betreffende samenwerking en coördinatie op defensiegebied. Het is onze gemeenschappelijke doelstelling om de militaire doeltreffendheid te verhogen door onze strijdkrachten dichter bij elkaar te brengen, kosten waar mogelijk te delen en de output te vergroten ten gunste van onze operationele capaciteiten.
We zijn klaar om verder te bouwen op de geintegreerde Belgisch-Nederlandse maritieme samenwerking als voorbeeld om onze samenwerking op defensiegebied verder verbreden en te verdiepen.
Het centrale uitgangspunt voor dit samenwerkingsverband is het behoud van de autonomie voor de verwezenlijking van het nationale ambitieniveau. verder zullen we streven naar een gunstige kosten-batenbalans.
Wij mandateren de politiek-militaire BENELUX Stuurgroep om de werkzaamheden namens ons te leiden. Wij moedigen het opzetten van verdere samenwerkingsmechanismen en werkgroepen op andere niyeaus aan, die aan de stuurgroep zullen rapporter. Regelmatige gezamenlijke rapportages zullen ons in staat stellen de vooruitgang te beoordelen en beslissingen te nemen waar nodig.
We respecteren bestaande samenwerkingsverbanden en we staan ervoor open om ons met andere paftners te associëren of om hen in onze respectievelijke initiatieven op te nemen We zullen ons ook inzetten om gezamenlijke standpunten na te streven binnen andere multinationale samenwerkingsinitiatieven, wanneer dit opportuun geacht wordt.
Met betrekking tot de ontplooiing van middelen en troepen voor multinationale crisisbeheersingsoperaties verbinden wij ons ertoe om elkaar vanaf een vroeg stadium in te lichten over dergelijke beslissingen.
Op dit ogenblik identificeren wij de volgende gebieden voor samenwerking:
- logistiek en onderhoud;
- opleiding en training;
- uitvoering van militaire taken;
- aanschaf van materieel.
De Minister ven Defensie van het Groothertogdom Luxemburg;
De Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden:
De trilaterale samenwerking tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden is sinds lange tijd een lichtend voorbeerd op het vlak van samenwerking in Europa. Op vele gebieden heeft de BENELUX zijn waarde bewezen en dit geldt ook in toenemende mate op veiligheids- en defensiegebied.
Het spanningsveld tussen operationele behoeften enerzijds en krimpende defensiebudgetten anderzijds heeft gereid tot het zogenaamde Gent-Initiatief, dat in EU-verband een uitbrelding van de defensiesamenwerking nastreeft. Volgens dezelfde gedachtegang en vanuit de gezamenlijke bezorgdheid om de doelmatigheid van onze defensie-inspanningen te verbeteren, hebben we besloten verder te bouwen op de BENELUX overeenkomst van 1987 betreffende samenwerking en coördinatie op defensiegebied. Het is onze gemeenschappelijke doelstelling om de militaire doeltreffendheid te verhogen door onze strijdkrachten dichter bij elkaar te brengen, kosten waar mogelijk te delen en de output te vergroten ten gunste van onze operationele capaciteiten.
We zijn klaar om verder te bouwen op de geintegreerde Belgisch-Nederlandse maritieme samenwerking als voorbeeld om onze samenwerking op defensiegebied verder verbreden en te verdiepen.
Het centrale uitgangspunt voor dit samenwerkingsverband is het behoud van de autonomie voor de verwezenlijking van het nationale ambitieniveau. verder zullen we streven naar een gunstige kosten-batenbalans.
Wij mandateren de politiek-militaire BENELUX Stuurgroep om de werkzaamheden namens ons te leiden. Wij moedigen het opzetten van verdere samenwerkingsmechanismen en werkgroepen op andere niyeaus aan, die aan de stuurgroep zullen rapporter. Regelmatige gezamenlijke rapportages zullen ons in staat stellen de vooruitgang te beoordelen en beslissingen te nemen waar nodig.
We respecteren bestaande samenwerkingsverbanden en we staan ervoor open om ons met andere paftners te associëren of om hen in onze respectievelijke initiatieven op te nemen We zullen ons ook inzetten om gezamenlijke standpunten na te streven binnen andere multinationale samenwerkingsinitiatieven, wanneer dit opportuun geacht wordt.
Met betrekking tot de ontplooiing van middelen en troepen voor multinationale crisisbeheersingsoperaties verbinden wij ons ertoe om elkaar vanaf een vroeg stadium in te lichten over dergelijke beslissingen.
Op dit ogenblik identificeren wij de volgende gebieden voor samenwerking:
- logistiek en onderhoud;
- opleiding en training;
- uitvoering van militaire taken;
- aanschaf van materieel.
Labels:
Air Policing,
Benelux,
CBRN,
CIMIC,
defensiesamenwerking,
duikers,
EOD,
INFOOPS,
ISTAR,
NH90,
parachutisten,
UAS
donderdag 19 april 2012
'Benelux-samenwerking mag niet ten koste gaan van Arbo- en veiligheidsregels'
Minister Hillen van Defensie is een groot voorstander van meer samenwerking tussen de krijgsmachten van de EU. Met België en Luxemburg zijn op 18 april nieuwe afspraken gemaakt. Prima, vindt de Vakbond voor Defensiepersoneel VBM|NOV, maar dat mag niet ten koste gaan van Arbo- en veiligheidsregels.
VBM|NOV-voorzitter Jean Debie heeft niets tegen internationale samenwerking en zeker niets tegen meer samenwerking met de krijgsmachten van België en Luxemburg. Met België wordt al intensief samengewerkt op maritiem gebied.
Vaak wordt de nationale soevereiniteit genoemd als mogelijk obstakel bij internationale samenwerking tussen krijgsmachten. Maar de nationale stelsels van regelgeving rond de arbeid, met name op veiligheids- en gezondheidsgebied kunnen bij internationale samenwerking een nog veel groter struikelblok vormen.
De VBM|NOV vraagt uitdrukkelijk aandacht voor de toepassing van Arbo- en veiligheidsregelgeving bij mogelijke verdergaande samenwerking met andere krijgsmachten. Zeker nu wellicht meer plaatsingen van Nederlandse militairen op Belgische (vlieg)bases en kazernes in zicht komen - en andersom, moet er goed gekeken worden naar de voorzieningen en regels op veiligheidsgebied en arbeidsomstandigheden.
VSOA-Defensie, de Belgische zusterorganisatie van de VBM|NOV deelt deze bezorgdheid. Temeer door de ervaring van het Belgische marinepersoneel dat, in het kader van de maritieme samenwerking, tijdelijk tewerkgesteld wordt in Den Helder.
Het principe van samenwerken kan VSOA-Defensie onderschrijven, op voorwaarde dat de rechten van het betrokken personeel worden gevrijwaard en goed opgevolgd.
(VBM|NOV, 18 april 2012)
VBM|NOV-voorzitter Jean Debie heeft niets tegen internationale samenwerking en zeker niets tegen meer samenwerking met de krijgsmachten van België en Luxemburg. Met België wordt al intensief samengewerkt op maritiem gebied.
Vaak wordt de nationale soevereiniteit genoemd als mogelijk obstakel bij internationale samenwerking tussen krijgsmachten. Maar de nationale stelsels van regelgeving rond de arbeid, met name op veiligheids- en gezondheidsgebied kunnen bij internationale samenwerking een nog veel groter struikelblok vormen.
De VBM|NOV vraagt uitdrukkelijk aandacht voor de toepassing van Arbo- en veiligheidsregelgeving bij mogelijke verdergaande samenwerking met andere krijgsmachten. Zeker nu wellicht meer plaatsingen van Nederlandse militairen op Belgische (vlieg)bases en kazernes in zicht komen - en andersom, moet er goed gekeken worden naar de voorzieningen en regels op veiligheidsgebied en arbeidsomstandigheden.
VSOA-Defensie, de Belgische zusterorganisatie van de VBM|NOV deelt deze bezorgdheid. Temeer door de ervaring van het Belgische marinepersoneel dat, in het kader van de maritieme samenwerking, tijdelijk tewerkgesteld wordt in Den Helder.
Het principe van samenwerken kan VSOA-Defensie onderschrijven, op voorwaarde dat de rechten van het betrokken personeel worden gevrijwaard en goed opgevolgd.
(VBM|NOV, 18 april 2012)
woensdag 18 april 2012
Minister Hillen: Samenwerking in Benelux niet vrijblijvend
Nederland, België en Luxemburg gaan nog meer samenwerken op defensiegebied. Daartoe ondertekenden ministers Hans Hillen, zijn Belgische collega Pieter de Crem en namens Luxemburg Jean-Marie Halsdorf vanavond een overeenkomst.
De afspraken houden in dat de landen vaker samen oefenen en trainen, dat de luchtmachten van elkaars vliegvelden gebruik maken, de marine van België en Nederland nog intensiever met elkaar optrekken en de Belgische paratroepers en de Luchtmobiele Brigade van Nederland meer samenwerken. Hillen beseft dat de landen daarmee een deel van hun zeggenschap over de krijgsmacht opgeven. “Samenwerken is niet vrijblijvend”, aldus de minister.
Voorbeeld
De ondertekening mag wat minister Hillen betreft een voorbeeld zijn voor andere landen. Door samen te werken zonder de eigen nationaliteit op te geven, kan Europa in zijn ogen veel meer doen. “Er is geen land meer dat zichzelf kan verdedigen, daarom moeten we dit doen. Het is een goede manier om in deze tijd van bezuinigingen de slagkracht te behouden”, zei hij. “We zijn op weg naar een totaal nieuwe structuur, met een trinationale bevelvoering”, beaamde zijn Belgische collega De Crem. ” Dit is een eerste stap naar volledige integratie van het materieel en een gezamenlijke inzetbaarheid”.
F-35
Met deze overeenkomst is het wat minister Hillen betreft nog niet afgelopen. Hij wil ook met Noorwegen en Denemarken nog nauwer samenwerken. Hij denkt daarbij aan het gezamenlijk beveiligen van het luchtruim met F-16’s. De minister bekijkt met deze landen naar de gezamenlijke aanschaf, onderhoud en training van de beoogde opvolger van de F-16, de F-35 Lightning II.
NAVO
Hillen woonde eerder vandaag in Brussel een vergadering bij van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie van de NAVO. Deze zogenoemde Jumbo-bijeenkomst gold als voorbereiding op de NAVO-top op 20 en 21 mei in Chicago. Daarbij staan onderwerpen als het (post-)transitieproces in Afghanistan en de ontwikkeling van de defensiecapaciteiten van de NAVO op de agenda. Het bondgenootschap kijkt naar de huidige capaciteiten, waarbij naast de conventionele en nucleaire ook nieuwe gevaren als cyberdreiging in ogenschouw zijn genomen. Op initiatief van Nederland is deze zogenoemde Deterrence and Defence Posture Review openbaar gemaakt.
Tankers
Met Duitsland en Frankrijk heeft Nederland de handen ineen geslagen om het tekort aan tankvliegtuigen aan te pakken. De Defensieministers van de 3 landen tekenden een communiqué om in Chicago een plan te presenteren om deze tekortkoming van zowel de EU als de NAVO op te lossen. “Op termijn zullen we kijken of we onze capaciteit niet alleen beter kunnen poolen , maar ook gemeenschappelijk aan vervanging van de bestaande middelen kunnen werken”, aldus Hillen.
(ministerie van Defensie, 18 april 2012)
De afspraken houden in dat de landen vaker samen oefenen en trainen, dat de luchtmachten van elkaars vliegvelden gebruik maken, de marine van België en Nederland nog intensiever met elkaar optrekken en de Belgische paratroepers en de Luchtmobiele Brigade van Nederland meer samenwerken. Hillen beseft dat de landen daarmee een deel van hun zeggenschap over de krijgsmacht opgeven. “Samenwerken is niet vrijblijvend”, aldus de minister.
Voorbeeld
De ondertekening mag wat minister Hillen betreft een voorbeeld zijn voor andere landen. Door samen te werken zonder de eigen nationaliteit op te geven, kan Europa in zijn ogen veel meer doen. “Er is geen land meer dat zichzelf kan verdedigen, daarom moeten we dit doen. Het is een goede manier om in deze tijd van bezuinigingen de slagkracht te behouden”, zei hij. “We zijn op weg naar een totaal nieuwe structuur, met een trinationale bevelvoering”, beaamde zijn Belgische collega De Crem. ” Dit is een eerste stap naar volledige integratie van het materieel en een gezamenlijke inzetbaarheid”.
F-35
Met deze overeenkomst is het wat minister Hillen betreft nog niet afgelopen. Hij wil ook met Noorwegen en Denemarken nog nauwer samenwerken. Hij denkt daarbij aan het gezamenlijk beveiligen van het luchtruim met F-16’s. De minister bekijkt met deze landen naar de gezamenlijke aanschaf, onderhoud en training van de beoogde opvolger van de F-16, de F-35 Lightning II.
NAVO
Hillen woonde eerder vandaag in Brussel een vergadering bij van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie van de NAVO. Deze zogenoemde Jumbo-bijeenkomst gold als voorbereiding op de NAVO-top op 20 en 21 mei in Chicago. Daarbij staan onderwerpen als het (post-)transitieproces in Afghanistan en de ontwikkeling van de defensiecapaciteiten van de NAVO op de agenda. Het bondgenootschap kijkt naar de huidige capaciteiten, waarbij naast de conventionele en nucleaire ook nieuwe gevaren als cyberdreiging in ogenschouw zijn genomen. Op initiatief van Nederland is deze zogenoemde Deterrence and Defence Posture Review openbaar gemaakt.
Tankers
Met Duitsland en Frankrijk heeft Nederland de handen ineen geslagen om het tekort aan tankvliegtuigen aan te pakken. De Defensieministers van de 3 landen tekenden een communiqué om in Chicago een plan te presenteren om deze tekortkoming van zowel de EU als de NAVO op te lossen. “Op termijn zullen we kijken of we onze capaciteit niet alleen beter kunnen poolen , maar ook gemeenschappelijk aan vervanging van de bestaande middelen kunnen werken”, aldus Hillen.
(ministerie van Defensie, 18 april 2012)
dinsdag 14 februari 2012
5 vragen over: samenwerking EU-legers
door Arjen de Boer
De legers binnen de Europese Unie, inclusief dat van Nederland, moeten intensief onderling gaan samenwerken willen ze hun slagkracht op peil kunnen houden. Doen ze dat niet dan wordt Europa gedegradeerd tot een bijrol op het wereldtoneel. Daarvoor waarschuwt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een gisteren gepubliceerd rapport.
Defensieminister Hans Hillen is het daarmee eens. "Europa geeft 200 miljard euro uit aan defensie, dat is meer dan China en Rusland samen. De centen zijn er, maar er is verdeeldheid." Europese landen zouden nog veel meer moeten samenwerken op defensiegebied dan ze nu doen. Vijf vragen over de noodzaak.
1. Waarom samenwerken?
De Europese defensiebudgetten staan onder druk vanwege de financiële crisis. Hierdoor dreigen er onverantwoorde gaten te vallen en wordt de mogelijkheid beperkt om ergens gewapend in te grijpen, aldus de adviesraad AIV.
Daarbij komt dat de Verenigde Staten zich meer op Azië richten en de Europese strijdkrachten vaker hun eigen boontjes zullen moeten doppen. Samen materieel kopen, samen trainen, samen onderhoud plegen kan dan veel geld schelen.
2. Hoe zou zo'n samenwerking eruit kunnen zien?
Het Nederlandse leger werkt al vrij nauw samen met bijvoorbeeld de marine van België en de landmacht van Duitsland. Maar dat kan veel intensiever, stelt de AIV. Zo kunnen Nederlandse en Belgische marine-eenheden samen worden ingezet voor kustwachttaken, mijnen vegen en antipiraterij-acties.
Ook kan er geld worden bespaard door samen met de Belgen de luchtvloot te beheren. Met de Duitsers kan worden samengewerkt bij de aankoop van munitie en het trainen van militairen, terwijl in de lucht meer met Noorwegen en Denemarken kan worden opgetrokken.
3. Zijn we bij verregaande samenwerking straks de zeggenschap over 'ons' leger kwijt?
"Het vasthouden aan nationale beleidsvrijheid in het kader van bescherming van burgers is volstrekt achterhaald", zei de Leidse emeritus-hoogleraar internationale betrekkingen en lid van de AIV-commissie Fred van Staden gisteren. Als iedere Europese regering op zijn eigen eilandje blijft zitten, is het volgens de adviesraad onmogelijk voor Europa om internationaal een factor van betekenis te zijn. Eendracht maakt immers macht.
4. Maar, zo benadrukte defensieminister Hillen, uiteindelijk gaan het kabinet en de Tweede Kamer over de inzet van Nederlandse troepen. Er kan best nog wat op de defensie worden bezuinigd, toch?
Er komt in Nederland een nieuwe bezuinigingsronde aan, maar nieuwe besparingen zijn zeer onverstandig, stelt de AIV. Nederland zou dan voor andere landen een 'onbetrouwbare' partner blijken waardoor we buiten de boot vallen.
5. Worden er nu ineens allerlei nieuwe projecten opgestart?
Nog niet. Hillen wil met dit advies in de hand kijken wat de mogelijkheden zijn en met de Tweede Kamer afspreken waar de grenzen liggen als het gaat om samenwerking. Pas dan wil hij met andere landen om de tafel gaan zitten.
(BN/DeStem, 14 februari 2012)
vrijdag 10 februari 2012
Rapport Adviesraad: meer defensiesamenwerking in Europa is 'bittere noodzaak'
De forse bezuinigingen op de defensie-uitgaven in veel Europese landen sinds het uitbreken van de financiële crisis dwingen tot vergaande vormen van militaire samenwerking. Zo niet, dan kunnen Nederlandse en Europese ambities om een rol van betekenis te spelen in crisissituaties op en nabij het Europese continent niet meer worden verwezenlijkt.
De NAVO-operatie in Libië heeft nog eens aangetoond dat Europa ernstige militaire tekortkomingen kent. Deze konden alleen dankzij de militaire hulp van de VS worden ondervangen, maar Amerikaanse steun in soortgelijke conflicten wordt meer en meer onzeker. Nederland kan alleen via nauwe samenwerking met andere nationale krijgsmachten militair handelingsvermogen en daarmee internationale invloed behouden.
De besparingen die door Europese defensiesamenwerking kunnen worden gevonden, mogen niet de weg vrijmaken voor nieuwe bezuinigingen op het defensiebudget. Nederland zou in dat geval het risico lopen zich te diskwalificeren als betrouwbare samenwerkingspartner, zo concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het rapport ‘Europese defensiesamenwerking: soevereiniteit en handelingsvermogen’. Het rapport wordt op maandag 13 februari aan minister Hillen van Defensie aangeboden.
De inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht is zo afhankelijk geworden van coördinatie en samenwerking met andere landen, dat een strikt juridische benadering van het behoud van exclusieve beslissingsbevoegdheid van de staat niet langer voldoet. Wanneer men soevereiniteit opvat als ‘het vermogen om via extern handelen nationale belangen optimaal te dienen’ dan is nauwere samenwerking in Europees en breder internationaal verband meer dan ooit noodzakelijk om onze belangen veilig te stellen en invloed te verwerven. Zo bezien is het belang van gedeelde Europese soevereiniteit groter dan dat van de nationale soevereiniteit.
Europese veiligheidsstrategie
Vooralsnog ontbreekt het aan een gemeenschappelijke visie op de rol van Europa op het wereldtoneel en op het Europese defensiebelang. Nederland moet zich samen met gelijkgezinde EU-landen sterk maken voor het opstellen van een nieuwe Europese veiligheidsstrategie. Deze strategie moet leidend worden voor de defensie-investeringsplannen van de Europese landen. Aangezien een (substantiële) verhoging van de defensie-uitgaven in de nabije toekomst niet waarschijnlijk is, rest er maar één alternatief: het uitbannen van militaire overschotten in Europees verband, de gezamenlijke aankoop en onderhoud van materieel, het opzetten van gezamenlijke opleidingen en trainingen, het poolen van bestaand militair materieel en afspraken over taakspecialisatie tussen landen.
Bottom-upbenadering
Naast een Europese veiligheidsstrategie en een daarvan afgeleide top-downbenadering is een bottom-upbenadering nodig voor verdieping van bilaterale defensiesamenwerking. Nederland wordt in Europa gezien als voortrekker op dit gebied. Het zwaartepunt van de bilaterale samenwerking voor Nederland ligt bij de Benelux-partners en Duitsland. Een verdieping van de militaire samenwerking met deze landen is gewenst. Zo kunnen de Nederlandse en Belgische marine-eenheden gezamenlijk worden ingezet bij kustwachttaken, mijnenbestrijding en piraterijbestrijding. Ook kan gezamenlijke aankoop, onderhoud en stationering van Nederlandse en Belgische transport- en gevechtsvliegtuigen kostenbesparingen met zich brengen. Voorts kunnen de Nederlandse en Duitse landmacht vergaande stappen zetten op het gebied van gezamenlijke aankoop en onderhoud van materieel en munitie alsmede de gezamenlijke training en opleiding van militairen. Ook nauwere samenwerking met Denemarken en Noorwegen, vooral op luchtmachtgebied, behoort tot de mogelijkheden.
(Adviesraad Internationale Vraagstukken, 10 februari 2012)
Voor het volledige advies, klik hier (pdf-bestand, 65 p.)
Abonneren op:
Posts (Atom)

