Posts tonen met het label Noorwegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Noorwegen. Alle posts tonen

maandag 10 november 2014

Kamerbrief over internationale militaire samenwerking

Datum 7 november 2014

Hierbij informeer ik u over de jaarlijkse stand van zaken met betrekking tot internationale militaire samenwerking. De eerste rapportage heeft de Kamer ontvangen op 13 februari jl. (Kamerstuk 33 279, nr. 10).

Defensie richt zich bij de bilaterale samenwerking op een beperkt aantal strategische partners. Dat zijn in de eerste plaats België, Duitsland en Luxemburg. Daarnaast blijft Defensie nauw samenwerken met Denemarken, Frankrijk, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De samenwerking met al deze landen verloopt goed. In deze brief ga ik in op enkele recente ontwikkelingen in de bilaterale samenwerking met België en Luxemburg en met Duitsland. Ook ga ik in op het Britse initiatief voor een Joint Expeditionary Force en op de samenwerking met Noorwegen. In de bijlage is een actualisatie opgenomen van het overzicht van de samenwerking met deze en andere landen en de samenwerking in multilateraal verband.

Duidelijk is dat Nederland met concrete initiatieven een voortrekkersrol blijft vervullen bij de verdere verdieping van de Europese defensiesamenwerking. De uitkomsten van het Interdepartementale Beleidsonderzoek 'Wapensystemen', dat kortgeleden is begonnen en in maart 2015 wordt voltooid, zullen eveneens bij de verdere verdieping van de internationale samenwerking worden betrokken. Let wel, de voortgang die in het kader van de Europese defensiesamenwerking kan worden geboekt, is afhankelijk van de bereidheid van alle partners, inclusief Nederland, om werkelijk stappen te zetten. De kost gaat bij deze initiatieven meestal voor de baat uit. Realisme blijft derhalve geboden.

Op 15 en 16 oktober jl. heeft het ministerie van Defensie in samenwerking met het Instituut Clingendael in Den Haag een internationaal seminar georganiseerd over defensiesamenwerking onder de titel Defence cooperation in Clusters – Identifying the Next Steps. Er is onder andere gesproken over de rol van parlementen bij het versterken van de samenwerking, het belang van een verdere harmonisering van de defensieplanning van samenwerkingspartners en de rol van het Europese Defensie Agentschap (EDA) en de Navo bij defensiesamenwerking. Het Instituut Clingendael zal binnenkort het verslag van het seminar publiceren.

Benelux
Met België en Luxemburg werkt Nederland al langere tijd intensief samen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de Belgisch-Nederlandse samenwerking op marinegebied (Benesam), waarbij de marines verregaand zijn geïntegreerd ten aanzien van onder meer onderhoud, opleidingen en training. De Benelux-partners hebben op 18 april 2012 een ministeriële verklaring getekend over de intensivering van hun samenwerking. In de bijlage wordt ingegaan op de tot dusver behaalde resultaten. Een noemenswaardig resultaat is de oprichting van het gezamenlijke wapenbeheersingsbureau (Benelux Arms Control Agency, BACA) in het Belgische Peutie (Kamerstuk 28 676, nr. 197).

België en Nederland maken daarnaast goede vorderingen met een verdrag dat de integratie van de luchtruimbewaking mogelijk moet maken. Beide ministers van Defensie hebben hierover op 23 oktober 2013 een Letter of Intent getekend (Kamerstuk 33 763, nr. 11). Naar verwachting is het conceptverdrag eind dit jaar gereed en kan het in het eerste kwartaal van 2015 aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Het streven is de samenwerking in 2016 te laten ingaan, na ratificatie van het verdrag door de parlementen van beide landen.

Bij de Belgisch-Nederlandse samenwerking speelt een rol dat België en Frankrijk reeds een verdrag hebben gesloten om elkaar steun te verlenen bij de Renegadetaak (de bestrijding van luchtvaartterrorisme). België, Frankrijk en Nederland bezien in hoeverre dit van invloed is op het te sluiten Belgisch-Nederlandse verdrag. Naar verwachting is een voor alle drie de landen bevredigende oplossing mogelijk. De Kamer zal hierover tijdig worden geïnformeerd.

Bilaterale samenwerking met Duitsland 
Duitsland en Nederland werken sinds lange tijd intensief samen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is het in 1995 opgerichte gezamenlijke Duits-Nederlandse hoofdkwartier in Münster, dat momenteel wordt ontwikkeld tot een snel inzetbaar Joint Task Force hoofdkwartier van de Navo.

Met de ondertekening op 28 mei 2013 van de Declaration of Intent hebben Duitsland en Nederland de reeds bestaande samenwerking sterk geïntensiveerd (Kamerstuk 33 279, nr. 6). In deze DoI is afgesproken een reeks van verdere mogelijkheden voor samenwerking te onderzoeken waarbij, indien van toepassing, de integratie van eenheden het eindresultaat kan zijn. Eerder dit jaar bereikten beide landen een belangrijke mijlpaal in hun samenwerking met de integratie van de Luchtmobiele Brigade in de Duitse Division Schnelle Kräfte. Deze integratie is op 12 juni jl. officieel van start gegaan met een ceremonie in Schaarsbergen en het Duitse Stadtallendorf in aanwezigheid van de ministers van
Defensie en parlementariërs uit beide landen.

Voor de uitvoering van de DoI bestaan intensieve contacten zowel op het niveau van de ministeries als van de defensieonderdelen zoals de operationele commando’s. Een hoogambtelijke overlegstructuur (High Level Steering Group, HLSG) geeft sturing aan de samenwerking en bewaakt de voortgang. Gedurende de uitwerking van DoI zijn inmiddels enkele veelbelovende gebieden onderkend die zicht bieden op concreet resultaat. Voorbeelden daarvan zijn het onderhoudvan grondgebonden systemen; een mogelijke studie over de integratie van sensoren voor ballistische raketverdediging, ook in het kader van het Smart Defence initiatief van de Navo; cyber; grondgebonden luchtverdediging; harmonisering van de plannen voor marinebouw; grondgebonden vuursteuneenheden (artillerie en mortieren) en kennisuitwisseling bij militaire gezondheidszorg.

Daarnaast is nog een reeks van voorbereidende studies gaande. Zowel Duitsland als Nederland heeft in het volgende decennium behoefte aan fregatten en andere marineschepen, waarbij het voor Nederland onder meer gaat om de vervanging van de twee M-fregatten. Momenteel wordt bezien in hoeverre de technische eisen van beide landen ten aanzien van fregatten onder één noemer kunnen worden gebracht. Op landmachtgebied streeft Defensie naar het behoud van expertise met betrekking tot het opereren met tanks op compagnies- en bataljonsniveau. In dit verband bezien beide landmachten of de integratie mogelijk is van de 43e gemechaniseerde brigade in Havelte en de Duitse Eerste Pantserdivisie en, als onderdeel hiervan, van een Duitse eenheid in de Nederlandse brigade.

Bij enkele aspecten die in de DoI van 2013 zijn genoemd hebben beide landen inmiddels geconcludeerd dat samenwerking weinig perspectieven biedt. Het gaat onder andere om kleinkaliberwapens. De harmonisering van de plannen voor de aanschaf van onderzeeboten is geen optie gebleken want in de investeringsschema’s van beide landen voor de lange termijn is bij onderzeeboten geen sprake is van samenloop. Dit laat onverlet dat samenwerking bij onderzeeboten op andere gebieden wel degelijk kansen biedt. Een ontwikkeling van een van afstand bestuurbaar luchtsysteem (UAS) is niet aan de orde. Samenwerking op het gebied van MALE UAV biedt de meeste kansen indien Duitsland en Nederland zouden kiezen voor hetzelfde systeem.

Noorwegen 
Noorwegen is aangemerkt als strategische samenwerkingspartner. In maart 2012 is een Declaration of Intent getekend over materiële en operationele samenwerking. Onlangs hebben beide landen besloten tot de oprichting van een coördinatiegroep om het overleg over de bestaande samenwerkingsinitiatieven beter te structureren en om mogelijke nieuwe initiatieven te onderzoeken. De coördinatiegroep moet in het voorjaar van 2015 van start gaan. Beide landen zien onder meer perspectief in de samenwerking bij de bouw van onderzeeboten.

Joint Expeditionary Force (JEF) van het Verenigd Koninkrijk
Het Verenigd Koninkrijk heeft het initiatief genomen tot de JEF in het kader van de herinrichting van de Britse krijgsmacht nu de ISAF-operatie in Afghanistan ten einde loopt. De JEF is een snel inzetbare expeditionaire strijdmacht die drie operaties tegelijkertijd moet kunnen uitvoeren, aangestuurd vanuit het Permanent Joint Headquarters (PJHQ) in Londen. De missies kunnen, wereldwijd, het gehele spectrum bestrijken van humanitaire hulp tot gewapende inzet. Zes landen (Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Nederland en Noorwegen) hebben op 4 september jl. in Wales samen met het Verenigd Koninkrijk een Letter of Intent getekend inzake deelneming aan de JEF. Zij zullen in overleg bijdragen en deelnemen aan oefeningen, training en inzet ervan. Het streven is midden volgend jaar een Memorandum of Understanding over de JEF te tekenen.

Het is de bedoeling dat de JEF in de internationale samenstelling in 2018 volledig operationeel inzetbaar zal zijn. Het Britse deel van de JEF beschikt sinds april jl. over een initiële operationele capaciteit. Nederland zal vanaf begin volgend jaar een officier plaatsen in het PJHQ ten behoeve van de oprichting van de JEF in de internationale samenstelling.

Voor Nederland geldt dat bijdragen aan de JEF steeds zullen moeten worden bezien in samenhang met bijdragen aan de snelle reactiemachten van de Navo en de EU Battlegroups. De JEF lijkt goede mogelijkheden te bieden tot uitbreiding van de samenwerking op maritiem gebied, in het bijzonder ten aanzien van de UK/NL Amphibious Force en het Joint Support Ship (JSS), maar ook andere capaciteiten komen hiervoor in aanmerking.

De JEF is complementair aan de nieuwe Very High Readiness Joint Taskforce van de Navo, maar staat daar verder los van. De VJTF maakt deel uit van het Readiness Action Plan, een initiatief van de Secretaris-Generaal van de Navo dat beoogt de gereedheid en inzetbaarheid van de NATO Response Force (NRF) te vergroten. De VJTF wordt gezien als het voorhoede-element van de NRF dat binnen enkele dagen inzetbaar moet zijn. De staatshoofden en regeringsleiders van de Navo hebben het Readiness Action Plan bekrachtigd tijdens de Navo-top in Wales van 4 en 5 september jl..

Ten slotte
Zoals eerder gesteld, vervult Nederland een voortrekkersrol op het gebied van internationale defensiesamenwerking. Ik ben voornemens de inspanningen op dit gebied onverminderd voort te zetten.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert


woensdag 18 april 2012

Minister Hillen: Samenwerking in Benelux niet vrijblijvend

Nederland, België en Luxemburg gaan nog meer samenwerken op defensiegebied. Daartoe ondertekenden ministers Hans Hillen, zijn Belgische collega Pieter de Crem en namens Luxemburg Jean-Marie Halsdorf vanavond een overeenkomst.

De afspraken houden in dat de landen vaker samen oefenen en trainen, dat de luchtmachten van elkaars vliegvelden gebruik maken, de marine van België en Nederland nog intensiever met elkaar optrekken en de Belgische paratroepers en de Luchtmobiele Brigade van Nederland meer samenwerken.  Hillen beseft dat de landen daarmee een deel van hun zeggenschap over de krijgsmacht opgeven. “Samenwerken is niet vrijblijvend”, aldus de minister.

Voorbeeld
De ondertekening mag wat minister Hillen betreft een voorbeeld zijn voor andere landen. Door samen te werken zonder de eigen nationaliteit op te geven, kan Europa in zijn ogen veel meer doen.  “Er is geen land meer dat zichzelf kan verdedigen, daarom moeten we dit doen. Het is een goede manier om in deze tijd van bezuinigingen de slagkracht te behouden”, zei hij. “We zijn op weg naar een totaal nieuwe structuur, met een trinationale bevelvoering”,  beaamde zijn Belgische collega De Crem.  ” Dit is een eerste stap naar volledige integratie van het materieel en een gezamenlijke inzetbaarheid”.

F-35
Met deze overeenkomst is het wat minister Hillen betreft nog niet afgelopen. Hij wil ook met Noorwegen en Denemarken nog nauwer samenwerken. Hij denkt daarbij aan het gezamenlijk beveiligen van het luchtruim met F-16’s. De minister bekijkt met deze landen naar de  gezamenlijke aanschaf, onderhoud en training van de beoogde opvolger van de F-16, de F-35 Lightning II.

NAVO
Hillen woonde eerder vandaag in Brussel een vergadering bij van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie van de NAVO. Deze zogenoemde Jumbo-bijeenkomst gold als voorbereiding op de NAVO-top op 20 en 21 mei in Chicago. Daarbij staan onderwerpen als het (post-)transitieproces in Afghanistan en de ontwikkeling van de defensiecapaciteiten van de NAVO op de agenda. Het bondgenootschap kijkt naar de huidige capaciteiten, waarbij naast de conventionele en nucleaire ook nieuwe gevaren als cyberdreiging in ogenschouw zijn genomen. Op initiatief van Nederland is deze zogenoemde Deterrence and Defence Posture Review openbaar gemaakt.

Tankers
Met  Duitsland en Frankrijk heeft Nederland de handen ineen geslagen om het tekort aan tankvliegtuigen aan te pakken. De  Defensieministers van de 3 landen tekenden een communiqué om in Chicago een plan te presenteren om deze tekortkoming van zowel de EU als de NAVO op te lossen. “Op termijn zullen we kijken of we onze capaciteit niet alleen beter kunnen poolen , maar ook gemeenschappelijk aan vervanging van de bestaande middelen kunnen werken”, aldus Hillen.

(ministerie van Defensie, 18 april 2012)

vrijdag 23 maart 2012

NAVO-oefening Cold Response ten einde


De grote NAVO-oefening Cold Response is gisteren beëindigd. 16.000 militairen uit 15 landen trainden de afgelopen 2 weken in Noorwegen anti-terreursituaties* onder koudweeromstandigheden. Een van de leerpunten voor de volgende oefening in 2014: stem de verschillende communicatiesystemen beter op elkaar af.

(foto: Defensie)

Defensie nam deel met 800 militairen, waaronder een grote maritieme afvaardiging en eenheden van land- en luchtmacht. De Nederlandse eenheden vertrokken afgelopen woensdag uit het Noorse oefenterrein, na een 48 uur durende aanval. De focus lag daarbij onder meer op het afweren van luchtaanvallen, het bestrijden van onderzeeboten en het onopgemerkt aan land brengen van amfibische eenheden. Ook het inrekenen van terroristen behoorde tot het scenario.

Amfibisch
Voor Nederland stond de afgelopen weken vooral het amfibisch optreden met Groot-Brittannië centraal. Aan boord van het Britse marineschip HMS Bulwark stuurden Engelse en Nederlandse commandanten in een gezamenlijke staf de diverse eenheden aan. Hr. Ms. Rotterdam fungeerde als uitvalsbasis voor Amerikaanse, Britse en Nederlandse troepen en leverde logistieke ondersteuning. Commandant kapitein-ter-zee Huub Hulsker is tevreden: "wij hebben onder zeer diverse en extreme omstandigheden onze taken kunnen oefenen."

Reactiemacht
Cold Response geldt ook als belangrijke voorbereiding voor de Amfibische Taakgroep van de marine, die in de tweede helft van 2013 paraat staat voor de snelle reactiemacht van de NAVO, de NATO Response Force.

De schepen en eenheden keren 30 maart terug in Den Helder. Gedurende de thuisreis staan nog verschillende maritieme oefeningen op het programma.

(bron: ministerie van Defensie, 23 maart 2012)

*Deze omschrijving strookt niet helemaal met de werkelijkheid. Het oefenprogramma behelste activiteiten in het gehele geweldsspectrum, inclusief diplomatie. Onderstaand een korte omschrijving van oefening Cold Response door de organisatoren, het Noorse ministerie van Defensie.

Cold Response is a Norwegian led winter exercise. The main purpose of this year’s winter exercise is to rehearse high intensity operations in winter conditions within NATO with a UN mandate.

Participants will rehearse deploying and using military reaction forces in an area of crisis where they have to handle everything from high intensity warfare to terror threats and mass demonstrations. The soldiers have to balance the use of diplomatic and military force. Also, forces get to train in an international environment where they have to master a common language and procedures.

zondag 18 maart 2012

Nederlandse militairen herdenken Noorse vliegtuigbemanning


Nederlandse en internationale troepen hebben vandaag een moment stilte in acht genomen ter nagedachtenis aan de Noorse bemanning van een C-130J Hercules. Vannacht werd duidelijk dat de 5 bemanningsleden een ongeval met dit transportvliegtuig niet hebben overleefd. De militairen namen deel aan de NAVO-oefening Cold Response in Noorwegen.

Het Noorse vliegtuig verdween donderdag van de radar, waarna een grootscheepse reddingsactie volgde. Daaruit bleek dat het vliegtuig in de bergen van Zweden was neergestort. Vanuit de lucht werden sporen van wrakstukken waargenomen.

Na de korte herdenking en 2 uur operationele pauze gaat Cold Response verder. In totaal 16.000 militairen uit onder meer Nederland, Groot-Brittannië, Noorwegen en de Verenigde Staten nemen deel aan de oefening. Nederland is naast grondeenheden van marine en landmacht ook aanwezig met de marineschepen Hr. Ms. Rotterdam, Tromp, Schiedam en 2 Cougar-transporthelikopters van de luchtmacht.

(bron: ministerie van Defensie, 18 maart 2012)

Meer over de NAVO-oefening 'Cold Response':
http://www.defensie.nl/marine/uitgelicht/20120223_uitgelicht_navo-oefening_cold_response
http://mil.no/excercises/coldresponse2012/Pages/default.aspx

maandag 13 februari 2012

Intussen in Bergen (Noorwegen) / I mellomtiden i Bergen


Nederlandske marinegaster slo ned nordmann


Slåsskamp utenfor Rick's i natt: – Det var to mot én.


Håvard Prestegården



Klokken 0217 natt til mandag ble politiet varslet om en slåsskamp utenfor utestedet Rick's i Bergen sentrum.
– Det var nederlendere som sloss mot nordmenn. Trolig marinegaster fra sjøforsvaret i Nederland, sier operasjonsleder Frode Kolltveit i Hordaland politidistrikt.
Det ligger to nederlandske marinefartøy ved Tollbodkaien.
Hva som utløste basketaket er ikke kjent. Men ifølge politiets logg gikk to av de nederlandske marinegastene løs på en nordmann.
– En mann ble slått ned. Han blødde fra munnpartiet, og han var omtåket, sier Kolltveit.
Nordmannen ble tatt med i ambulanse til legevakten. Etter det BA.no forstår, skal mannen ha vært bevisstløs en liten periode. Voldsofferet varslet anmeldelse så snart han var blitt lappet sammen.
– Slik det er beskervet i loggen, var dette to mot én, sier Kolltveit.
– Hva gjør politiet når utenlandske militære er voldelige i Bergen?
– Så vidt vi vet, var nederlenderne på et skip som ligger ved Tollbodkaien. Skipet skal visst videre i dag. Men saken blir fulgt opp gjennom Haakonsvern, sier Kolltveit.
(Bergensavisen, 13 februari 2012)