Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
Het kabinet heeft kennis genomen van de motie-Van Dijk (Kamerstuk 33 763, nr. 14) die op 6 november jl. is ingediend naar aanleiding van het overleg over de Nota “In het belang van Nederland”. Met deze brief wil het kabinet graag reageren op het duidelijke signaal dat de Kamer met deze motie afgeeft en tevens, mede naar aanleiding van de behandeling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, enige aanvullende informatie geven op de beleidsbrief nucleaire ontwapening en non-proliferatie van 24 oktober jl. (Kamerstuk 33 783, nr.1).
In de motie-Van Dijk spreekt een Kamermeerderheid uit dat “de vervanger van de F-16 geen nucleaire taak mag hebben”. Het kabinet ziet in deze motie een aansporing om het Nederlandse beleid gericht op het terugdringen en uiteindelijk elimineren van alle nucleaire wapens- waaronder de niet-strategische nucleaire wapens in heel Europa – met kracht voort te zetten. In lijn hiermee is het kabinet het met uw Kamer eens dat de inzet van Nederland erop gericht moet zijn dat Nederland op het moment dat de opvolger van de F-16 aantreedt geen nucleaire taak meer zou hoeven te vervullen – omdat op dat moment de internationale omstandigheden en de afspraken binnen de NAVO dat hopelijk mogelijk maken. De volgorde binnen dit proces luistert evenwel nauw. Het kabinet is van mening dat het belangrijk is om éérst binnen het bondgenootschap overeenstemming te bereiken over de toekomstige nucleaire positionering van de NAVO – en zet daar ook op in – en dan op basis daarvan conclusies te trekken over de rol van individuele lidstaten daarin. Het kabinet constateert dat op dit terrein momenteel binnen de NAVO nog forse verschillen van mening bestaan. Het kabinet wil zich er voor inzetten deze verschillen de komende jaren te overbruggen en ziet de motie-Van Dijk als een aansporing daartoe.
Richtsnoer voor het kabinet op dit gebied is de beleidsbrief over nucleaire ontwapening en non-proliferatie (Kamerstuk 33 783, nr.1) van 24 oktober 2013. Hierin wordt benadrukt dat het beleid van Nederland gericht is op het bereiken van een wereld zonder kernwapens. De brief zet daarbij niet alleen uitvoerig uiteen op welke wijze en in welke gremia Nederland dit doel probeert te bevorderen, maar schetst ook de dilemma’s waar het kabinet in dat streven tegenaan loopt. Eén van deze dilemma’s betreft de vraag hoe Nederland op constructieve wijze een aanjagende rol kan blijven spelen in de discussies binnen het bondgenootschap over bijvoorbeeld ontwapening en niet-strategische nucleaire wapens en tegelijkertijd een betrouwbare partner kan zijn in een militair bondgenootschap dat sinds decennia onze veiligheid garandeert. Binnenkort zal het kabinet over de beleidsbrief en de hierin vervatte doelstellingen en dilemma’s nader met u van gedachten wisselen.
Nederlandse inzet in NAVO-kader
Zoals ook beklemtoond in de beleidsbrief, zal Nederland in de NAVO nadrukkelijk aandacht blijven vragen voor ontwapening, wapenbeheersing en non-proliferatie. Zo heeft de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de laatste NAVO-ministeriële van 3 en 4 december jl. gepleit voor de bespreking van het onderwerp wapenbeheersing tijdens en in aanloop naar de NAVO-top van september 2014. Dit geldt zowel voor conventionele als nucleaire wapens, met bijzondere aandacht voor de niet-strategische nucleaire wapens in Europa
De NAVO steunt het streven naar een kernwapenvrije wereld. Zoals in de beleidsbrief beschreven, heeft de NAVO tijdens de Chicago-top in 2012 in haar Deterrence and Defence Posture Review (DDPR) ook duidelijk gemaakt dat nucleaire wapens een elementair onderdeel zijn van de capaciteiten van de NAVO en dat zolang kernwapens bestaan de NAVO een nucleaire alliantie zal blijven.
De bondgenoten bevestigden in de DDPR dat de NAVO de afschrikkings- en verdedigingscapaciteiten in stand zal houden die nodig zijn ter verzekering van de veiligheid van de leden van het bondgenootschap in een onvoorspelbare wereld. Tegelijkertijd zal de NAVO haar strategie, inclusief de capaciteiten en andere maatregelen die nodig zijn voor afschrikking en defensie, blijven aanpassen aan de ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving. Besluiten hierover worden, zoals altijd in de NAVO, bij consensus genomen.
Het kabinet is van mening dat met de DDPR een goede balans is gevonden tussen capaciteiten en dreigingen. Het steunt het voornemen de nucleaire strategie regelmatig aan te passen aan de omstandigheden. Bij toekomstige besprekingen hierover in de NAVO zal het kabinet, naast overwegingen van nationale en internationale veiligheid en stabiliteit, het streven naar ontwapening zwaar laten meewegen. Het streven naar een kernwapenvrije wereld betekent immers ook verwijdering van alle niet-strategische kernwapens uit Europa. Daarbij is het van belang te constateren dat sinds het einde van de Koude Oorlog de rol van niet-strategische kernwapens in de NAVO drastisch is veranderd en dat deze wapens daarmee in een ander daglicht zijn komen te staan. Daar staat tegenover dat de Russische militaire doctrine nog steeds het gebruik van deze wapens – zelfs vroeg in een conventioneel conflict – niet uitsluit. Mede hierom ontbreekt aan Russische zijde op dit moment de belangstelling voor onderhandelingen over de vermindering van niet-strategische kernwapens. Voorts geeft Rusland bij herhaling te kennen alleen over nucleaire ontwapening te willen spreken in samenhang met conventionele ontwapening en de stopzetting van de ontwikkeling van het afweersysteem van de NAVO tegen ballistische raketten.
Het kabinet is van mening dat gesproken dient te worden over het verder terugdringen van de rol van kernwapens in militaire doctrines. Zoals beschreven in de beleidsbrief was Nederland mede daarom eind juni 2013 gastheer van een NATO – Russia Council Seminar on Nuclear Doctrine and Strategy. Hiermee onderstreept het kabinet het belang dat het aan dit onderwerp hecht. Het illustreert ook het belang dat Nederland, als bruggenbouwer, hecht aan het vergroten van transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen in het kader van de samenwerking tussen de NAVO en de Russische Federatie.
De NAVO-kernwapentaak en de aanwezigheid van Amerikaanse niet-strategische kernwapens in Europa belichamen voor NAVO-bondgenoten de essentiële politieke en symbolische verbondenheid tussen Europa en de Verenigde Staten. Een aantal bondgenoten hecht bovendien onverminderd aan de aanwezigheid van deze wapens als tegenwicht tegen een door hen gepercipieerde Russische dreiging.
Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen. Het zal echter nog geruime tijd duren, zeker tot 2024, voordat de F-16 niet meer in gebruik is. Hoe het geheel van afschrikkings- en defensiecapaciteiten van de NAVO er dan uitziet, is nu niet te voorspellen. Wel staat vast dat het thema tot die tijd regelmatig onderwerp van discussie zal zijn in het bondgenootschap. Nederland wil in deze discussie een actieve rol blijven spelen. Mede tegen deze achtergrond is het kabinet geen voorstander van eenzijdige besluiten. Dat zou niet passen bij onze bondgenootschappelijke verplichtingen en afbreuk doen aan de geloofwaardigheid en de positie van Nederland in de discussies over de NAVO-strategie, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de Russische opstelling op nucleair gebied.
Zoals tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken ter sprake kwam, zijn er NAVO-afspraken over wat publiekelijk kan worden meegedeeld over de kernwapentaken, inclusief die van Nederland. De basisafspraken dateren van 1964 en de laatste herziening van 2007. In overeenstemming met de afspraken kan worden bevestigd dat Amerikaanse nucleaire wapens aanwezig zijn op het Europese grondgebied van de NAVO. Er kunnen evenwel geen mededelingen worden gedaan over aantallen en specifieke locaties.
Tegen deze achtergrond kan het kabinet zich niet op voorhand vastleggen op een standpunt zoals uitgesproken in de motie. Het kabinet zal wel, aangemoedigd door de motie, het Nederlandse beleid, gericht op algehele kernontwapening, inclusief de verwijdering van de niet-strategische kernwapens uit Europa, vastberaden voortzetten. Het kabinet zal zich hiervoor inzetten in de discussies over toekomstige NAVO-capaciteiten en in de voorbereiding op de komende NAVO-top in september 2014. Over de voortgang van de besprekingen binnen de NAVO zal het kabinet uw Kamer informeren.
DE MINISTER VAN DEFENSIE DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert Frans Timmermans
(Tweede Kamer, 14 januari 2014)
Posts tonen met het label F-35. Alle posts tonen
Posts tonen met het label F-35. Alle posts tonen
dinsdag 14 januari 2014
woensdag 18 december 2013
Eerste vlucht Nederlandse piloot met Nederlandse F-35
(
Piloot: majoor Laurens Jan Vijge
Piloot: majoor Laurens Jan Vijge
De CDS blikt terug op 2013: "het was stormachtig"
tekst André Twigt
Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp typeert 2013 als ‘het jaar van de man met de hamer’. Natuurlijk waren er de kroning, de verjaardagen van marine en luchtmacht én de start van de viering van 200 jaar Koninkrijk. Feestelijke happenings waarbij de krijgsmacht prima uit de verf kwam. Ook was het besluit de F-35 aan te schaffen als opvolger van de F-16 een historische mijlpaal. Maar er vielen ook harde klappen. “Honderden loyale, hardwerkende collega’ s verloren dit jaar hun baan. Op de begroting leverde Defensie weer miljoenen in. “Maar er gloort voorzichtig perspectief. Met de nota In het belang van Nederland is de lat op haalbare hoogte gelegd. En we doen geen consessies aan kwaliteit.”
Op zijn kamer aan het Haagse Plein trapt Middendorp zijn terugblik af met de nare WUL-discussie. Doordat die stroef verliep, kwam voor alle werknemers enkele maanden later dan gepland duidelijkheid of er voor hen nog plek in de organisatie was. De generaal betreurt dat. Gevolgd door: “Lichtpuntje is dat het aantal gedwongen ontslagen lager uitpakte.” De huidige uitvoering van de reorganisatie is volgens Middendorp ingrijpend. Maar: “We slaan ons er doorheen, we kunnen niet anders. We zijn dit jaar door een diep dal gegaan waar we uit moeten klimmen.” Met zijn wekelijkse werkbezoeken aan de eenheden ‘te velde’ houdt de hoogste baas telkens de vinger aan de pols van de organisatie: “Hoe staan jullie in de wedstrijd?” 2013 gaat volgens de Commandant der Strijdkrachten (CDS) de geschiedenis in als een jaar van dieptepunten, maar ook van duidelijkheid.
Zo laat de nota ‘In het belang van Nederland‘ geen misverstanden bestaan over de ambities voor de komende jaren. In plaats van twee grote missies per krijgsmachtdeel, is dat nu één. Een forse stap terug. Lichtpuntje is dat ambities zo haalbaar en betaalbaar worden. Dat vormde tot voor kort een terugkerend probleem. Bijstelling van de ambities zorgt voor een betere balans tussen de beschikbare capaciteiten (mens/materieel, red.) en de instandhouding daarvan. Zo gaat er voortaan stuctureel vijftig miljoen euro naar onderhoud van de spullen. Voor wie met materieel werkt, biedt dat perspectief, verwacht Middendorp. “Het zal even duren, maar we creëren zo betere randvoorwaarden voor onze missies. Denk aan de structurele tekorten aan reservedelen. Die vormen al langer een bedreiging voor de gereedstelling en inzet.”
Omslag
Gelukkig is de generaal met de aanschaf van 37 F-35’s. Het vraagstuk over de vervanging van de F-16 lag al tien jaar op tafel en werd omgeven door grote politieke beladenheid. Het kabinet pakte door. Tot groot genoegen werd ook een deel van de maatregelen met het Herfstakkoord teruggedraaid. Die zachte bries in de rug vindt Middendorp bemoedigend. Sterker, hij herkent er de voortekenen van een politieke omslag in. “Binnen het parlement groeit het besef dat het defensie-budget meer in balans moet zijn met dat van onze internationale partners. De motie om het budget in lijn te brengen met de internationale veiligheidsstrategie en de afgesproken internationale verplichtingen (vorige week in de Eerste Kamer aan de orde gesteld, red.) geeft hoop.
Al met al is het sommetje van deze ontwikkeling dat we voor alle krijgsmachtdelen de stip op de horizon hebben gezet. Dat geeft focus, biedt duidelijkheid en schept een zekere energie. Ik hoop die lijn te bestendigen. Voor de goede orde: Defensie soupeert slechts één procent op van het Bruto Nationaal Product. Daarvoor haal je de hele verzekeringspolis van de NAVO binnen.”
Patriots
Temidden van alle turbulentie draait de tent tijdens de grote verbouwing gewoon door. Zo neemt Defensie momenteel deel aan zeventien missies en ook de nationale inzet groeide dit jaar. Middendorp: “Dat is verrekte goed werk.” Er is dit jaar sowieso goed werk geleverd. Zo rondden we onlangs de missie in Kunduz af, drie schepen namen deel aan de antipiraterijmissie voor de kust van Somalie, de Patriots beschermden miljoenenstad Adana en blijven dat ook in 2014 doen. En al wordt Defensie volgens Middendorp gestaag kleiner, militair werk blijft nodig.
In Mali verzorgt de krijgsmacht het leeuwendeel van alle intel- en analysecapaciteit. Daarmee deden de operationele commando’s in Afghanistan veel ervaring op. Middendorp: “We verzorgen situational awareness zodat de commandant de juiste beslissingen kan nemen. Ik ben zelf ook missiecommandant geweest en weet dat alles met deze belangrijke voorwaarde valt en staat.”
Blij is de generaal met de brede steun van de politiek voor missie Mali. Dat mag ook wel, want voor ons land speelt een direct belang. Na de recente Franse interventie is de macht van de terrorististische groeperingen in het gebied weliswaar ingeperkt, maar ze zijn nog steeds actief. “Wat je niet wilt, is dat die lui voet aan de grond krijgen. Dat gevaar is zeer reëel; in Mali spelen sterke krachten. Zo zie je de relatief onschuldige smokkel - van oudsher in handen van met name de Touareg-stam - verworden tot georganiseerde criminaliteit; drugs en wapens. Roepen we die gang van zaken geen halt toe, dan ligt dat spul straks ook bij ons op straat. Dat mag niet gebeuren.”
Hersenen
Zoals de kaarten nu zijn geschud, gaat Defensie voor ten minste twee jaar naar Mali. Doelstelling: door een inlichtingenstructuur aan te brengen, stellen we de VN in staat de missie uit te voeren. Zoals gezegd, doen onze mannen en vrouwen dat middels inlichtingengestuurd werken. Binnen de VN is dat een ondergeschoven kindje, vertelt Middendorp. Hoe dan ook treedt Nederland niet alleen op als ogen en oren van de force commander, maar ook een beetje als zijn hersenen. “Zo wordt alle informatie verwerkt tot een beeld van wat er aan de hand is.” Special Forces en Apache-gevechtsheli’s vormen de kern van de bijdrage. En wat willen we daarmee bereiken? “Onder meer de force commander in staat stellen een beeld op te bouwen in het zwaartepunt van de missie. Maar ook helder krijgen hoe de machtsverhoudingen en de lokale dynamiek in elkaar steken. Sowieso focussen we ons op de onderliggende oorzaken van het conflict. Daarnaast zijn Apaches nuttig voor bescherming.”
Nuttig
Nut en noodzaak van de missie is op het Binnenhof geen discussie. Maar daarmee is het laatste woord nog niet gevallen. Volgens een enquête deze week ziet de helft van alle Nederlanders ‘operatie Mali’ niet zitten. Middendorp: “We moeten blijven uitleggen wat we daar precies doen en vooral ook waarom. Alleen dan bouwen we draagvlak op.” Gelukkig heeft de CDS het politieke tij mee. In de technische briefing verzekerde hij onlangs lering te hebben getrokken uit eerdere uitzendingen. Zodoende ligt er nu een robuust mandaat. Dat zie je af aan de uitrusting van de eenheden. “Daarmee wil je geen ruzie. We zoeken het niet op, maar eventueel delen we een flinke klap uit.” Met de inbedding in de VN-organisatie kan de generaal goed leven. Zo vallen de missieleden rechtstreeks onder de force commander en de hoogste inlichtingenman is een Nederlander. “Daarmee stellen we zeker dat men goed met onze eenheden omgaat. Maar het wordt zeker geen makkelijke missie. Terrein en het klimaat zijn extreem zwaar. En het blijft een crisigebied. Het gevaar ligt op de loer.”
In zijn terugblik presenteert Middendorp voor 2014 alvast enkele speerpunten. Zo staan naast het borgen van de 3D-benadering tijdens missies ook vernieuwing en samenwerken op de agenda. “Als de krijgsmacht niet meegroeit, gaat’ie achteruit. Dat geldt voor materieel en de techniek. Maar eveneens voor de adaptiviteit van het personeel.” Nederland loopt op het gebied van samenwerking binnen de NAVO voorop. ”Samenwerken is een absolute must, geen keuze”, stelt Middendorp. “We gaan meer integreren als een volgende stap op dat gebied.”
Als laatste benadrukt de generaal veel waarde te hechten aan personeelszorg. “Met Defensie maken we moeilijke tijden door en veel collega’s verlaten noodgedwongen de organisatie. Dat is pijnlijk en verdrietig. Het is goed bij hen stil te staan, maar we moeten vooruit. Ons werk is belangrijk voor Nederland.”
(Defensiekrant 28, 18 december 2013)
Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp typeert 2013 als ‘het jaar van de man met de hamer’. Natuurlijk waren er de kroning, de verjaardagen van marine en luchtmacht én de start van de viering van 200 jaar Koninkrijk. Feestelijke happenings waarbij de krijgsmacht prima uit de verf kwam. Ook was het besluit de F-35 aan te schaffen als opvolger van de F-16 een historische mijlpaal. Maar er vielen ook harde klappen. “Honderden loyale, hardwerkende collega’ s verloren dit jaar hun baan. Op de begroting leverde Defensie weer miljoenen in. “Maar er gloort voorzichtig perspectief. Met de nota In het belang van Nederland is de lat op haalbare hoogte gelegd. En we doen geen consessies aan kwaliteit.”
Op zijn kamer aan het Haagse Plein trapt Middendorp zijn terugblik af met de nare WUL-discussie. Doordat die stroef verliep, kwam voor alle werknemers enkele maanden later dan gepland duidelijkheid of er voor hen nog plek in de organisatie was. De generaal betreurt dat. Gevolgd door: “Lichtpuntje is dat het aantal gedwongen ontslagen lager uitpakte.” De huidige uitvoering van de reorganisatie is volgens Middendorp ingrijpend. Maar: “We slaan ons er doorheen, we kunnen niet anders. We zijn dit jaar door een diep dal gegaan waar we uit moeten klimmen.” Met zijn wekelijkse werkbezoeken aan de eenheden ‘te velde’ houdt de hoogste baas telkens de vinger aan de pols van de organisatie: “Hoe staan jullie in de wedstrijd?” 2013 gaat volgens de Commandant der Strijdkrachten (CDS) de geschiedenis in als een jaar van dieptepunten, maar ook van duidelijkheid.
Zo laat de nota ‘In het belang van Nederland‘ geen misverstanden bestaan over de ambities voor de komende jaren. In plaats van twee grote missies per krijgsmachtdeel, is dat nu één. Een forse stap terug. Lichtpuntje is dat ambities zo haalbaar en betaalbaar worden. Dat vormde tot voor kort een terugkerend probleem. Bijstelling van de ambities zorgt voor een betere balans tussen de beschikbare capaciteiten (mens/materieel, red.) en de instandhouding daarvan. Zo gaat er voortaan stuctureel vijftig miljoen euro naar onderhoud van de spullen. Voor wie met materieel werkt, biedt dat perspectief, verwacht Middendorp. “Het zal even duren, maar we creëren zo betere randvoorwaarden voor onze missies. Denk aan de structurele tekorten aan reservedelen. Die vormen al langer een bedreiging voor de gereedstelling en inzet.”
Omslag
Gelukkig is de generaal met de aanschaf van 37 F-35’s. Het vraagstuk over de vervanging van de F-16 lag al tien jaar op tafel en werd omgeven door grote politieke beladenheid. Het kabinet pakte door. Tot groot genoegen werd ook een deel van de maatregelen met het Herfstakkoord teruggedraaid. Die zachte bries in de rug vindt Middendorp bemoedigend. Sterker, hij herkent er de voortekenen van een politieke omslag in. “Binnen het parlement groeit het besef dat het defensie-budget meer in balans moet zijn met dat van onze internationale partners. De motie om het budget in lijn te brengen met de internationale veiligheidsstrategie en de afgesproken internationale verplichtingen (vorige week in de Eerste Kamer aan de orde gesteld, red.) geeft hoop.
Al met al is het sommetje van deze ontwikkeling dat we voor alle krijgsmachtdelen de stip op de horizon hebben gezet. Dat geeft focus, biedt duidelijkheid en schept een zekere energie. Ik hoop die lijn te bestendigen. Voor de goede orde: Defensie soupeert slechts één procent op van het Bruto Nationaal Product. Daarvoor haal je de hele verzekeringspolis van de NAVO binnen.”
Patriots
Temidden van alle turbulentie draait de tent tijdens de grote verbouwing gewoon door. Zo neemt Defensie momenteel deel aan zeventien missies en ook de nationale inzet groeide dit jaar. Middendorp: “Dat is verrekte goed werk.” Er is dit jaar sowieso goed werk geleverd. Zo rondden we onlangs de missie in Kunduz af, drie schepen namen deel aan de antipiraterijmissie voor de kust van Somalie, de Patriots beschermden miljoenenstad Adana en blijven dat ook in 2014 doen. En al wordt Defensie volgens Middendorp gestaag kleiner, militair werk blijft nodig.
In Mali verzorgt de krijgsmacht het leeuwendeel van alle intel- en analysecapaciteit. Daarmee deden de operationele commando’s in Afghanistan veel ervaring op. Middendorp: “We verzorgen situational awareness zodat de commandant de juiste beslissingen kan nemen. Ik ben zelf ook missiecommandant geweest en weet dat alles met deze belangrijke voorwaarde valt en staat.”
Blij is de generaal met de brede steun van de politiek voor missie Mali. Dat mag ook wel, want voor ons land speelt een direct belang. Na de recente Franse interventie is de macht van de terrorististische groeperingen in het gebied weliswaar ingeperkt, maar ze zijn nog steeds actief. “Wat je niet wilt, is dat die lui voet aan de grond krijgen. Dat gevaar is zeer reëel; in Mali spelen sterke krachten. Zo zie je de relatief onschuldige smokkel - van oudsher in handen van met name de Touareg-stam - verworden tot georganiseerde criminaliteit; drugs en wapens. Roepen we die gang van zaken geen halt toe, dan ligt dat spul straks ook bij ons op straat. Dat mag niet gebeuren.”
Hersenen
Zoals de kaarten nu zijn geschud, gaat Defensie voor ten minste twee jaar naar Mali. Doelstelling: door een inlichtingenstructuur aan te brengen, stellen we de VN in staat de missie uit te voeren. Zoals gezegd, doen onze mannen en vrouwen dat middels inlichtingengestuurd werken. Binnen de VN is dat een ondergeschoven kindje, vertelt Middendorp. Hoe dan ook treedt Nederland niet alleen op als ogen en oren van de force commander, maar ook een beetje als zijn hersenen. “Zo wordt alle informatie verwerkt tot een beeld van wat er aan de hand is.” Special Forces en Apache-gevechtsheli’s vormen de kern van de bijdrage. En wat willen we daarmee bereiken? “Onder meer de force commander in staat stellen een beeld op te bouwen in het zwaartepunt van de missie. Maar ook helder krijgen hoe de machtsverhoudingen en de lokale dynamiek in elkaar steken. Sowieso focussen we ons op de onderliggende oorzaken van het conflict. Daarnaast zijn Apaches nuttig voor bescherming.”
Nuttig
Nut en noodzaak van de missie is op het Binnenhof geen discussie. Maar daarmee is het laatste woord nog niet gevallen. Volgens een enquête deze week ziet de helft van alle Nederlanders ‘operatie Mali’ niet zitten. Middendorp: “We moeten blijven uitleggen wat we daar precies doen en vooral ook waarom. Alleen dan bouwen we draagvlak op.” Gelukkig heeft de CDS het politieke tij mee. In de technische briefing verzekerde hij onlangs lering te hebben getrokken uit eerdere uitzendingen. Zodoende ligt er nu een robuust mandaat. Dat zie je af aan de uitrusting van de eenheden. “Daarmee wil je geen ruzie. We zoeken het niet op, maar eventueel delen we een flinke klap uit.” Met de inbedding in de VN-organisatie kan de generaal goed leven. Zo vallen de missieleden rechtstreeks onder de force commander en de hoogste inlichtingenman is een Nederlander. “Daarmee stellen we zeker dat men goed met onze eenheden omgaat. Maar het wordt zeker geen makkelijke missie. Terrein en het klimaat zijn extreem zwaar. En het blijft een crisigebied. Het gevaar ligt op de loer.”
In zijn terugblik presenteert Middendorp voor 2014 alvast enkele speerpunten. Zo staan naast het borgen van de 3D-benadering tijdens missies ook vernieuwing en samenwerken op de agenda. “Als de krijgsmacht niet meegroeit, gaat’ie achteruit. Dat geldt voor materieel en de techniek. Maar eveneens voor de adaptiviteit van het personeel.” Nederland loopt op het gebied van samenwerking binnen de NAVO voorop. ”Samenwerken is een absolute must, geen keuze”, stelt Middendorp. “We gaan meer integreren als een volgende stap op dat gebied.”
Als laatste benadrukt de generaal veel waarde te hechten aan personeelszorg. “Met Defensie maken we moeilijke tijden door en veel collega’s verlaten noodgedwongen de organisatie. Dat is pijnlijk en verdrietig. Het is goed bij hen stil te staan, maar we moeten vooruit. Ons werk is belangrijk voor Nederland.”
(Defensiekrant 28, 18 december 2013)
donderdag 7 november 2013
Notaoverleg Defensie in het teken van de F-35
In de Vaste Commissie voor Defensie tekende zich gisteravond laat een meerderheid voor de aanschaf van tenminste 37 toestellen af. Het ruim 13 uur durende debat met de bewindslieden Dijsselbloem, Kamp en Hennis-Plasschaert over de toekomstplannen voor de krijgsmacht ging vooral over de F-35. Het debat bood coalitiepartij PvdA voldoende garanties om zich, naast de VVD, CDA, ChristenUnie en SGP, te laten overtuigen.
Minister Hennis maakte het kabinetsbesluit voor de F-35 onlangs bekend in de nota ‘In het belang van Nederland’. “Met de keuze voor de F-35 kiest Defensie weloverwogen voor een technisch hoogwaardige en toekomstgerichte luchtmacht. Het toestel beidt in militair- operationeel perspectief de meeste opties.” Maar voor een definitief besluit is een Kamermeerderheid nodig. Die tekende zich gisteravond laat af. “Dit is een mooie dag voor de luchtmacht, voor de krijgsmacht en voor Nederland”, zo zei Hennis aan het einde van het debat. “Eindelijk duidelijkheid voor het personeel van Defensie, duidelijkheid voor onze internationale partners.”
Speciale vertegenwoordiger
Minister Henk Kamp van Economische Zaken maakte bekend dat het kabinet een speciale vertegenwoordiger voor het bedrijfsleven aanstelt. Deze gaat de Nederlandse industrie helpen bij het verwerven van opdrachten in het project. Volgens Kamp kan Nederland tijdens de productie van het toestel tot 2045 voor € 8 miljard tot € 10 miljard aan opdrachten binnenhalen.
Ontwikkelingsprijs
De risico’s zijn volgens minister Hennis te overzien. Ze is er van overtuigd dat binnen het budget van € 4,5 miljard alle 37 toestellen kunnen worden gekocht. “We hanteren een risicoreservering van 10% en de aanschafprijs van de toestellen gaat de komende jaren naar onze verwachting nog omlaag.” Vliegtuigbouwer Lockheed-Martin levert in 2019 het eerste Nederlandse toestel, het laatste 5 jaar later.
Van Ghentkazerne
Behalve de F-35 kwamen ook het Joint Support Ship Karel Doorman, het voortbestaan van 45 Pantserinfanteriebataljon en het openblijven van de kazerne in Assen ter sprake. Een aantal fracties heeft de minister ook gevraagd naar mogelijkheden te kijken om de Van Ghentkazerne in Rotterdam open te houden. “Ik ben daarover in gesprek met de gemeente”, liet Hennis weten.
De Kamer gaf aan tijdens de begrotingsbehandeling van komende week nog verder te willen spreken over een aantal andere onderwerpen uit de Nota. Na de begrotingsbehandeling stemt de Kamer over de ingediende moties.
(ministerie van Defensie, 7 november 2013)
Minister Hennis maakte het kabinetsbesluit voor de F-35 onlangs bekend in de nota ‘In het belang van Nederland’. “Met de keuze voor de F-35 kiest Defensie weloverwogen voor een technisch hoogwaardige en toekomstgerichte luchtmacht. Het toestel beidt in militair- operationeel perspectief de meeste opties.” Maar voor een definitief besluit is een Kamermeerderheid nodig. Die tekende zich gisteravond laat af. “Dit is een mooie dag voor de luchtmacht, voor de krijgsmacht en voor Nederland”, zo zei Hennis aan het einde van het debat. “Eindelijk duidelijkheid voor het personeel van Defensie, duidelijkheid voor onze internationale partners.”
Speciale vertegenwoordiger
Minister Henk Kamp van Economische Zaken maakte bekend dat het kabinet een speciale vertegenwoordiger voor het bedrijfsleven aanstelt. Deze gaat de Nederlandse industrie helpen bij het verwerven van opdrachten in het project. Volgens Kamp kan Nederland tijdens de productie van het toestel tot 2045 voor € 8 miljard tot € 10 miljard aan opdrachten binnenhalen.
Ontwikkelingsprijs
De risico’s zijn volgens minister Hennis te overzien. Ze is er van overtuigd dat binnen het budget van € 4,5 miljard alle 37 toestellen kunnen worden gekocht. “We hanteren een risicoreservering van 10% en de aanschafprijs van de toestellen gaat de komende jaren naar onze verwachting nog omlaag.” Vliegtuigbouwer Lockheed-Martin levert in 2019 het eerste Nederlandse toestel, het laatste 5 jaar later.
Van Ghentkazerne
Behalve de F-35 kwamen ook het Joint Support Ship Karel Doorman, het voortbestaan van 45 Pantserinfanteriebataljon en het openblijven van de kazerne in Assen ter sprake. Een aantal fracties heeft de minister ook gevraagd naar mogelijkheden te kijken om de Van Ghentkazerne in Rotterdam open te houden. “Ik ben daarover in gesprek met de gemeente”, liet Hennis weten.
De Kamer gaf aan tijdens de begrotingsbehandeling van komende week nog verder te willen spreken over een aantal andere onderwerpen uit de Nota. Na de begrotingsbehandeling stemt de Kamer over de ingediende moties.
(ministerie van Defensie, 7 november 2013)
woensdag 23 oktober 2013
Kamerbrief: Letter of Intent met België over gezamenlijke bewaking luchtruim
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 23 oktober 2013
Betreft Samenwerking België bij luchtruimbewaking
Letter of Intent met België
Zoals uiteengezet in de nota In het belang van Nederland van 17 september jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 1) hebben België en Nederland de intentie te komen tot de gezamenlijke bewaking met jachtvliegtuigen van het luchtruim van de Benelux, in het bijzonder ten aanzien van de Quick Reaction Alert (QRA) en Renegade-taken.
De QRA is een Navo-taak die reeds in multinationaal verband wordt uitgevoerd op basis van het Navo-verdrag en die betrekking heeft op het onderkennen en eventueel onderscheppen van vijandige of ongeïdentificeerde militaire luchtvaartuigen. De QRA-taak berust op de grondwettelijke taak van de bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. De Renegade-taak is een nationale taak onder verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie en is een vorm van nationale militaire bijstand door Defensie. De Renegade-taak berust op artikel 58 van de Politiewet 2012. Gezamenlijke uitvoering van de Renegade-taak in Benelux-verband vereist een internationale juridische basis in de vorm van een verdrag.
Op 23 oktober jl. hebben mijn Belgische collega en ik een Letter of Intent (LoI) ondertekend die het formele begin van de uitwerking van deze samenwerking markeert. U treft de LoI in bijlage aan. De LoI bouwt voort op de ministeriële verklaring van de Benelux-ministers van Defensie van 18 april 2012. Na deze Benelux-verklaring hebben de luchtmachten van België en Nederland al vastgesteld dat er geen technische of operationele belemmeringen voor samenwerking zijn. Luxemburg beschikt niet over een luchtmacht.
Beide landen zullen nu de opstelling van het verdrag ten behoeve van de samenwerking op het gebied van de Renegade-taak actief ter hand nemen en Luxemburg zal nauwgezet over de vorderingen worden geïnformeerd. De Kamer zal bij het verdrag worden betrokken in overeenstemming met de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen. Ik verwacht dat de samenwerking in 2016 zal zijn geëffectueerd, dat wil zeggen ruim voordat de F-35 in 2019 instroomt. Overigens kunnen Nederland en België bij de luchtruimbewaking samenwerken ongeacht het type jachttoestel van beide landen. De wijze van aansturing is onafhankelijk van het type vliegtuig en Navo-standaarden garanderen een gelijke uitvoering.
Met deze aankondiging reageer ik tevens op uw verzoek van 3 oktober jl. (kenmerk 2013Z18157/2013D39014) om informatie over de stand van zaken van het overleg met België. Tevens verzoekt u in te gaan op de relatie tussen die samenwerking en de aanschaf en het gebruik van de 37 F-35’s.
Inzetbaarheid 37 F-35 toestellen
Defensie kan met 37 F-35 toestellen 24 uur per dag, zeven dagen in de week het nationale luchtruim bewaken en vier toestellen langdurig uitzenden. Het kabinet acht dat ambitieus, maar haalbaar. De samenwerking met België is hierbij een belangrijk gegeven. Zonder die samenwerking zijn weliswaar ook vier toestellen voor uitzending beschikbaar, maar minder vliegers waardoor slechts één missie per dag kan worden uitgevoerd. Het voordeel van samenwerking komt vooral tot uitdrukking in het hogere aantal vliegers dat beschikbaar is om missies uit te voeren. Hieronder leg ik het beoogde voordeel van de samenwerking nader uit.
De inzetmogelijkheden van jachtvliegtuigen worden in hoofdzaak bepaald door het aantal beschikbare vliegers dat combat ready (inzet gereed) is. Dat aantal wordt bepaald door de andere taken die vliegers hebben, waaronder luchtruimbewaking en de noodzakelijke opleiding en training. Ook wordt de beschikbaarheid van vliegers bepaald door de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden. Het aantal beschikbare toestellen en de toegewezen vlieguren bepalen in dit geheel het aantal vliegers dat kan worden getraind.
Nederland verwerft 37 F-35 toestellen waarvan er permanent vijf in de Verenigde Staten blijven. Vier daarvan zijn bestemd voor de basisopleiding van vliegers en één voor testdoeleinden. In Nederland zullen dus 32 F-35 toestellen worden gestationeerd die beschikbaar zijn voor vervolgopleiding en training, luchtruim bewaking en inzet. Met deze 32 toestellen zullen jaarlijks 6.720 vlieguren worden gemaakt (gemiddeld 210 per toestel per jaar) waarmee 29 vliegers voldoende kunnen oefenen om een combat ready status te behouden. Uren worden ook gebruikt voor de opleiding van nieuwe vliegers en vervolgopleidingen. Een beperkt aantal uren gaat verloren omdat niet aan de trainingseisen wordt voldaan, bijvoorbeeld vanwege weersomstandigheden of beperkingen in het luchtruim. Met deze 29 combat ready vliegers moet Defensie 24 uur per dag en zeven dagen in de week het luchtruim bewaking én missies in een inzetgebied uitvoeren. Uiteraard moeten de vliegers voldoende oefenen om hun combat ready status niet te verliezen.
De luchtruimbewaking met jachtvliegtuigen en de benodigde training om de geoefendheid op peil te houden leggen gezamenlijk een fors beslag op het aantal vliegers. Wanneer Nederland dit alleen uitvoert, zijn vanwege de bepalingen in de Arbeidstijdenwet en de gemiddelde beschikbaarheid voor de luchtruimbewaking en de vanwege de benodigde training 24 vliegers in Nederland nodig. Van de 29 vliegers zijn er dan nog vijf beschikbaar om een internationale missie uit te voeren. Als met België wordt samengewerkt is het mogelijk de beslaglegging op vliegers te verlagen. Er zijn dan in Nederland permanent twintig vliegers nodig.
Van de 29 beschikbare vliegers zijn er dan negen beschikbaar om een internationale missie uit te voeren. Om meer missies op een dag te kunnen vliegen zijn per uitgezonden toestel twee vliegers nodig. Met negen vliegers kunnen daarom vier toestellen op deze wijze worden ingezet. De verwachting dat samenwerking tot een halvering van het aantal benodigde vliegers zou leiden, is ongegrond. Dit komt doordat het grootste deel van de vliegers in Nederland nodig is voor nationale training. In beide varianten zijn dat veertien of vijftien vliegers.
Als niet wordt samengewerkt met België kunnen de vijf beschikbare vliegers met vier toestellen één missie per dag vliegen. Ter vergelijking: Bij langdurige crisisbeheersingsoperaties kan de verhouding tussen vliegers en vliegtuigen in de praktijk lager liggen. Zo zijn in de afgelopen jaren gemiddeld rond de zes vliegers actief in Afghanistan voor de vier F-16’s die per dag nu gemiddeld één vlucht maken. Als wel wordt samengewerkt kunnen de negen beschikbare vliegers met vier toestellen meerdere missies op een dag vliegen.
Ten slotte
Ik hecht groot belang aan de samenwerking met België op het gebied van de luchtruimbewaking om zodoende de beschikbaarheid van vliegers voor internationale missies zo groot mogelijk te maken. Ik zal u op de hoogte houden van de relevante ontwikkelingen.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 23 oktober 2013)
LETTER OF INTENT
BETWEEN
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF BELGIUM
AND
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS
CONCERNING BILATERAL COOPERATION IN INTEGRATED AIR POLICING
1. INTRODUCTION
The Minister of Defence of the Kingdom of the Netherlands and the Minister of Defence of the Kingdom of Belgium, hereinafter referred to as the "Participants",
Considering the friendly relations between the two countries, including specifically in the area of cooperation in defence matters,
Considering the desire to further optimise the existing bilateral cooperation in the area of security and defence, also expressed in the 2012 Benelux Declaration on cooperation in the area of defence, and to strengthen the relations between the Ministry of Defence of the Kingdom of the Netherlands and the Ministry of Defence of the Kingdom of Belgium,
Considering that the Grand Duchy of Luxembourg is an important Benelux partner and signatory to the 2012 Benelux Declaration on cooperation in the area of defence,
Hereby express the following intention:
2. OBJECTIVE OF THE LETTER OF INTENT
With regard to their common goal and with regard to the general context as set out in this Letter of Intent (Lol), the Participants express their joint intention to achieve synergy and integration in the area of Air Policing, including Quick Reaction Alert and national Renegade tasks.
3. BACKGROUND
The challenges presented by the interaction between operational demands and available capabilities have led to the so-called Ghent Initiative, aiming at broadening cooperation in the area of defence bypooling and sharing resources. In view of this and in view of the shared desire to improve the efficiency of their defence efforts, the Participants have decided to build on the 2012 Benelux Declaration on cooperation in the area of defence. The Participants' shared goal is to enhance military effectiveness by increasing cooperation between their armed forces, by sharing costs where possible and by increasing output for the benefit of their operational capabilities.
4. SCOPE
, The scope of this Lol is to further optimise existing cooperation and to promote further interoperability and future capability development in order to:
- Achieve synergy and integration in the area of Air Policing, including Quick Reaction Alert and national Renegade tasks,
Initiate and actively continue the necessary preparations to achieve the aforementioned goal, the legal preparations for which are vital to the creation of a solid basis for the execution of the aforementioned combined and integrated Air Policing tasks.
The Participants agree that it is of the utmost importance to keep the Minister for Home Affairs and the Greater Region, the Minister of Defence of the Grand Duchy of Luxembourg actively informed of this matter.
5. FINAL PROVISIONS
This Lol, which does not create any rights or obligations under international law, enters into force on the date of the final signature of this Lol.
This Lol may be amended at any time, in writing, with the mutual consent of the Participants and may be terminated by either Participant at any time.
Any disputes regarding the application, interpretation or implementation of this LO1 will be exclusively resolved by consultation and negotiations.
Drawn up in the English language and signed in duplicate:
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF BELGIUM
Pieter DE CREM
Date: 23 October 201 3
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS
Jeanine HENNIS-PLASSCHAERT
Date: 23 October 2013
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 23 oktober 2013
Betreft Samenwerking België bij luchtruimbewaking
Letter of Intent met België
Zoals uiteengezet in de nota In het belang van Nederland van 17 september jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 1) hebben België en Nederland de intentie te komen tot de gezamenlijke bewaking met jachtvliegtuigen van het luchtruim van de Benelux, in het bijzonder ten aanzien van de Quick Reaction Alert (QRA) en Renegade-taken.
De QRA is een Navo-taak die reeds in multinationaal verband wordt uitgevoerd op basis van het Navo-verdrag en die betrekking heeft op het onderkennen en eventueel onderscheppen van vijandige of ongeïdentificeerde militaire luchtvaartuigen. De QRA-taak berust op de grondwettelijke taak van de bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. De Renegade-taak is een nationale taak onder verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie en is een vorm van nationale militaire bijstand door Defensie. De Renegade-taak berust op artikel 58 van de Politiewet 2012. Gezamenlijke uitvoering van de Renegade-taak in Benelux-verband vereist een internationale juridische basis in de vorm van een verdrag.
Op 23 oktober jl. hebben mijn Belgische collega en ik een Letter of Intent (LoI) ondertekend die het formele begin van de uitwerking van deze samenwerking markeert. U treft de LoI in bijlage aan. De LoI bouwt voort op de ministeriële verklaring van de Benelux-ministers van Defensie van 18 april 2012. Na deze Benelux-verklaring hebben de luchtmachten van België en Nederland al vastgesteld dat er geen technische of operationele belemmeringen voor samenwerking zijn. Luxemburg beschikt niet over een luchtmacht.
Beide landen zullen nu de opstelling van het verdrag ten behoeve van de samenwerking op het gebied van de Renegade-taak actief ter hand nemen en Luxemburg zal nauwgezet over de vorderingen worden geïnformeerd. De Kamer zal bij het verdrag worden betrokken in overeenstemming met de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen. Ik verwacht dat de samenwerking in 2016 zal zijn geëffectueerd, dat wil zeggen ruim voordat de F-35 in 2019 instroomt. Overigens kunnen Nederland en België bij de luchtruimbewaking samenwerken ongeacht het type jachttoestel van beide landen. De wijze van aansturing is onafhankelijk van het type vliegtuig en Navo-standaarden garanderen een gelijke uitvoering.
Met deze aankondiging reageer ik tevens op uw verzoek van 3 oktober jl. (kenmerk 2013Z18157/2013D39014) om informatie over de stand van zaken van het overleg met België. Tevens verzoekt u in te gaan op de relatie tussen die samenwerking en de aanschaf en het gebruik van de 37 F-35’s.
Inzetbaarheid 37 F-35 toestellen
Defensie kan met 37 F-35 toestellen 24 uur per dag, zeven dagen in de week het nationale luchtruim bewaken en vier toestellen langdurig uitzenden. Het kabinet acht dat ambitieus, maar haalbaar. De samenwerking met België is hierbij een belangrijk gegeven. Zonder die samenwerking zijn weliswaar ook vier toestellen voor uitzending beschikbaar, maar minder vliegers waardoor slechts één missie per dag kan worden uitgevoerd. Het voordeel van samenwerking komt vooral tot uitdrukking in het hogere aantal vliegers dat beschikbaar is om missies uit te voeren. Hieronder leg ik het beoogde voordeel van de samenwerking nader uit.
De inzetmogelijkheden van jachtvliegtuigen worden in hoofdzaak bepaald door het aantal beschikbare vliegers dat combat ready (inzet gereed) is. Dat aantal wordt bepaald door de andere taken die vliegers hebben, waaronder luchtruimbewaking en de noodzakelijke opleiding en training. Ook wordt de beschikbaarheid van vliegers bepaald door de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden. Het aantal beschikbare toestellen en de toegewezen vlieguren bepalen in dit geheel het aantal vliegers dat kan worden getraind.
Nederland verwerft 37 F-35 toestellen waarvan er permanent vijf in de Verenigde Staten blijven. Vier daarvan zijn bestemd voor de basisopleiding van vliegers en één voor testdoeleinden. In Nederland zullen dus 32 F-35 toestellen worden gestationeerd die beschikbaar zijn voor vervolgopleiding en training, luchtruim bewaking en inzet. Met deze 32 toestellen zullen jaarlijks 6.720 vlieguren worden gemaakt (gemiddeld 210 per toestel per jaar) waarmee 29 vliegers voldoende kunnen oefenen om een combat ready status te behouden. Uren worden ook gebruikt voor de opleiding van nieuwe vliegers en vervolgopleidingen. Een beperkt aantal uren gaat verloren omdat niet aan de trainingseisen wordt voldaan, bijvoorbeeld vanwege weersomstandigheden of beperkingen in het luchtruim. Met deze 29 combat ready vliegers moet Defensie 24 uur per dag en zeven dagen in de week het luchtruim bewaking én missies in een inzetgebied uitvoeren. Uiteraard moeten de vliegers voldoende oefenen om hun combat ready status niet te verliezen.
De luchtruimbewaking met jachtvliegtuigen en de benodigde training om de geoefendheid op peil te houden leggen gezamenlijk een fors beslag op het aantal vliegers. Wanneer Nederland dit alleen uitvoert, zijn vanwege de bepalingen in de Arbeidstijdenwet en de gemiddelde beschikbaarheid voor de luchtruimbewaking en de vanwege de benodigde training 24 vliegers in Nederland nodig. Van de 29 vliegers zijn er dan nog vijf beschikbaar om een internationale missie uit te voeren. Als met België wordt samengewerkt is het mogelijk de beslaglegging op vliegers te verlagen. Er zijn dan in Nederland permanent twintig vliegers nodig.
Van de 29 beschikbare vliegers zijn er dan negen beschikbaar om een internationale missie uit te voeren. Om meer missies op een dag te kunnen vliegen zijn per uitgezonden toestel twee vliegers nodig. Met negen vliegers kunnen daarom vier toestellen op deze wijze worden ingezet. De verwachting dat samenwerking tot een halvering van het aantal benodigde vliegers zou leiden, is ongegrond. Dit komt doordat het grootste deel van de vliegers in Nederland nodig is voor nationale training. In beide varianten zijn dat veertien of vijftien vliegers.
Als niet wordt samengewerkt met België kunnen de vijf beschikbare vliegers met vier toestellen één missie per dag vliegen. Ter vergelijking: Bij langdurige crisisbeheersingsoperaties kan de verhouding tussen vliegers en vliegtuigen in de praktijk lager liggen. Zo zijn in de afgelopen jaren gemiddeld rond de zes vliegers actief in Afghanistan voor de vier F-16’s die per dag nu gemiddeld één vlucht maken. Als wel wordt samengewerkt kunnen de negen beschikbare vliegers met vier toestellen meerdere missies op een dag vliegen.
Ten slotte
Ik hecht groot belang aan de samenwerking met België op het gebied van de luchtruimbewaking om zodoende de beschikbaarheid van vliegers voor internationale missies zo groot mogelijk te maken. Ik zal u op de hoogte houden van de relevante ontwikkelingen.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 23 oktober 2013)
LETTER OF INTENT
BETWEEN
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF BELGIUM
AND
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS
CONCERNING BILATERAL COOPERATION IN INTEGRATED AIR POLICING
1. INTRODUCTION
The Minister of Defence of the Kingdom of the Netherlands and the Minister of Defence of the Kingdom of Belgium, hereinafter referred to as the "Participants",
Considering the friendly relations between the two countries, including specifically in the area of cooperation in defence matters,
Considering the desire to further optimise the existing bilateral cooperation in the area of security and defence, also expressed in the 2012 Benelux Declaration on cooperation in the area of defence, and to strengthen the relations between the Ministry of Defence of the Kingdom of the Netherlands and the Ministry of Defence of the Kingdom of Belgium,
Considering that the Grand Duchy of Luxembourg is an important Benelux partner and signatory to the 2012 Benelux Declaration on cooperation in the area of defence,
Hereby express the following intention:
2. OBJECTIVE OF THE LETTER OF INTENT
With regard to their common goal and with regard to the general context as set out in this Letter of Intent (Lol), the Participants express their joint intention to achieve synergy and integration in the area of Air Policing, including Quick Reaction Alert and national Renegade tasks.
3. BACKGROUND
The challenges presented by the interaction between operational demands and available capabilities have led to the so-called Ghent Initiative, aiming at broadening cooperation in the area of defence bypooling and sharing resources. In view of this and in view of the shared desire to improve the efficiency of their defence efforts, the Participants have decided to build on the 2012 Benelux Declaration on cooperation in the area of defence. The Participants' shared goal is to enhance military effectiveness by increasing cooperation between their armed forces, by sharing costs where possible and by increasing output for the benefit of their operational capabilities.
4. SCOPE
, The scope of this Lol is to further optimise existing cooperation and to promote further interoperability and future capability development in order to:
- Achieve synergy and integration in the area of Air Policing, including Quick Reaction Alert and national Renegade tasks,
Initiate and actively continue the necessary preparations to achieve the aforementioned goal, the legal preparations for which are vital to the creation of a solid basis for the execution of the aforementioned combined and integrated Air Policing tasks.
The Participants agree that it is of the utmost importance to keep the Minister for Home Affairs and the Greater Region, the Minister of Defence of the Grand Duchy of Luxembourg actively informed of this matter.
5. FINAL PROVISIONS
This Lol, which does not create any rights or obligations under international law, enters into force on the date of the final signature of this Lol.
This Lol may be amended at any time, in writing, with the mutual consent of the Participants and may be terminated by either Participant at any time.
Any disputes regarding the application, interpretation or implementation of this LO1 will be exclusively resolved by consultation and negotiations.
Drawn up in the English language and signed in duplicate:
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF BELGIUM
Pieter DE CREM
Date: 23 October 201 3
THE MINISTER OF DEFENCE OF THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS
Jeanine HENNIS-PLASSCHAERT
Date: 23 October 2013
vrijdag 11 oktober 2013
Kamerbrief: Gebruik Nederlandse F-35 testtoestellen
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 09 oktober 2013
Betreft Gebruik Nederlandse testtoestellen
In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik u onder andere geïnformeerd over de opties voor het gebruik van de twee Nederlandse F-35 testtoestellen in de komende jaren. Met mijn brief van 4 april jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 319) heb ik u laten weten dat de twee testtoestellen voorlopig worden gestald totdat er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de nota over de toekomst van de krijgsmacht.
Met het verschijnen van de nota over de toekomst van de krijgsmacht op 17 september jl. is gemeld dat het kabinet heeft besloten dat de F-35 de F-16 gaat vervangen. In het verlengde daarvan licht ik met deze brief toe hoe de twee testtoestellen in de komende jaren worden aangewend.
In overeenstemming met eerder genomen besluiten zal Nederland deelnemen aan de operationele testfase van het F-35 programma. Dit is in het regeerakkoord onderstreept. Deelneming aan de operationele testfase is van belang om het toestel operationeel te kunnen beproeven in samenhang met andere wapensystemen, waaronder Nederlandse. Deelneming is ook van belang voor een beheerste en veilige invoering van het wapensysteem en voor de opbouw van kennis en ervaring.
De operationele testfase waaraan Nederland zal deelnemen bestaat uit twee delen. In 2015 wordt begonnen met de operationele beproeving van de capaciteiten die met de Block 2 software zijn opgeleverd. Vanaf 2017 wordt daarop voortgebouwd met de operationele beproeving van de aanvullende capaciteiten die in Block 3 software beschikbaar komen. Het operationele testprogramma wordt eind 2018 voltooid, waarna in 2019 een eindrapportage volgt. Het Pentagon heeft deze planning inmiddels vastgesteld. De operationele testfase vangt daarmee later aan en beslaat een langere periode dan in 2008 nog werd voorzien. Dit maakt het voor Nederland mogelijk vanaf 2015 deel te nemen. Nederland kiest daarmee voor de optie om vanaf 2015 deel te nemen aan de operationele testfase. Dit was een van de opties zoals beschreven in de brief van
De operationele testfase is een doorlopend programma dat wordt afgewikkeld op grond van de kennis en ervaring die stapsgewijs worden opgebouwd. Het is om die reden van belang om vanaf het begin mee te doen en personeel tijdig op te leiden. Het betreft voor ons land ongeveer twintig onderhoudsmensen en vier vliegers. Het theoretische deel van de vliegeropleiding zal eind oktober aanvangen en de vliegers zullen in december opleidingsvluchten gaan maken. Het is van belang de opleiding niet langer uit te stellen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn ongeveer een jaar geleden al begonnen en voor het Nederlandse personeel resteert tot november 2014 niet meer dan een jaar. Daarna zullen het personeel en de vliegtuigen van de opleidingslocatie Eglin worden verplaatst naar vliegbasis Edwards. Daar worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de aanvang in januari 2015. De aanvang van de opleidingen eind deze maand vormt geen onomkeerbare stap. De opleidingen kunnen worden gestaakt mocht daartoe aanleiding zijn. Daarentegen leidt verder uitstel van de opleiding ertoe dat Nederlandse vliegers en onderhoudspersoneel niet het vereiste ervaringsniveau kunnen bereiken voordat de operationele testfase begint.
De kosten van de deelneming aan het Memorandum of Understanding inzake de operationele testfase zijn de Kamer eerder medegedeeld (in de vertrouwelijke bijlage bij Kamerstuk 26 488, nr. 65) en bedragen in het huidige prijspeil € 21,6 miljoen. De materiële exploitatiekosten - exclusief de kosten van munitieverbruik - van beide toestellen vanaf 2013 tot en met 2018 worden geraamd op € 52,6 miljoen. In dit bedrag zijn ook de kosten van de voorafgaande opleidingen opgenomen. Beide kostenposten zijn onderdeel van het projectbudget Vervanging F-16 en zijn ook opgenomen in de Ontwerpbegroting 2014 (Kamerstuk 33 750-X, nr. 1).
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 11 oktober 2013)
Datum 09 oktober 2013
Betreft Gebruik Nederlandse testtoestellen
In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik u onder andere geïnformeerd over de opties voor het gebruik van de twee Nederlandse F-35 testtoestellen in de komende jaren. Met mijn brief van 4 april jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 319) heb ik u laten weten dat de twee testtoestellen voorlopig worden gestald totdat er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de nota over de toekomst van de krijgsmacht.
Met het verschijnen van de nota over de toekomst van de krijgsmacht op 17 september jl. is gemeld dat het kabinet heeft besloten dat de F-35 de F-16 gaat vervangen. In het verlengde daarvan licht ik met deze brief toe hoe de twee testtoestellen in de komende jaren worden aangewend.
In overeenstemming met eerder genomen besluiten zal Nederland deelnemen aan de operationele testfase van het F-35 programma. Dit is in het regeerakkoord onderstreept. Deelneming aan de operationele testfase is van belang om het toestel operationeel te kunnen beproeven in samenhang met andere wapensystemen, waaronder Nederlandse. Deelneming is ook van belang voor een beheerste en veilige invoering van het wapensysteem en voor de opbouw van kennis en ervaring.
De operationele testfase waaraan Nederland zal deelnemen bestaat uit twee delen. In 2015 wordt begonnen met de operationele beproeving van de capaciteiten die met de Block 2 software zijn opgeleverd. Vanaf 2017 wordt daarop voortgebouwd met de operationele beproeving van de aanvullende capaciteiten die in Block 3 software beschikbaar komen. Het operationele testprogramma wordt eind 2018 voltooid, waarna in 2019 een eindrapportage volgt. Het Pentagon heeft deze planning inmiddels vastgesteld. De operationele testfase vangt daarmee later aan en beslaat een langere periode dan in 2008 nog werd voorzien. Dit maakt het voor Nederland mogelijk vanaf 2015 deel te nemen. Nederland kiest daarmee voor de optie om vanaf 2015 deel te nemen aan de operationele testfase. Dit was een van de opties zoals beschreven in de brief van
De operationele testfase is een doorlopend programma dat wordt afgewikkeld op grond van de kennis en ervaring die stapsgewijs worden opgebouwd. Het is om die reden van belang om vanaf het begin mee te doen en personeel tijdig op te leiden. Het betreft voor ons land ongeveer twintig onderhoudsmensen en vier vliegers. Het theoretische deel van de vliegeropleiding zal eind oktober aanvangen en de vliegers zullen in december opleidingsvluchten gaan maken. Het is van belang de opleiding niet langer uit te stellen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn ongeveer een jaar geleden al begonnen en voor het Nederlandse personeel resteert tot november 2014 niet meer dan een jaar. Daarna zullen het personeel en de vliegtuigen van de opleidingslocatie Eglin worden verplaatst naar vliegbasis Edwards. Daar worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de aanvang in januari 2015. De aanvang van de opleidingen eind deze maand vormt geen onomkeerbare stap. De opleidingen kunnen worden gestaakt mocht daartoe aanleiding zijn. Daarentegen leidt verder uitstel van de opleiding ertoe dat Nederlandse vliegers en onderhoudspersoneel niet het vereiste ervaringsniveau kunnen bereiken voordat de operationele testfase begint.
De kosten van de deelneming aan het Memorandum of Understanding inzake de operationele testfase zijn de Kamer eerder medegedeeld (in de vertrouwelijke bijlage bij Kamerstuk 26 488, nr. 65) en bedragen in het huidige prijspeil € 21,6 miljoen. De materiële exploitatiekosten - exclusief de kosten van munitieverbruik - van beide toestellen vanaf 2013 tot en met 2018 worden geraamd op € 52,6 miljoen. In dit bedrag zijn ook de kosten van de voorafgaande opleidingen opgenomen. Beide kostenposten zijn onderdeel van het projectbudget Vervanging F-16 en zijn ook opgenomen in de Ontwerpbegroting 2014 (Kamerstuk 33 750-X, nr. 1).
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 11 oktober 2013)
woensdag 18 september 2013
Toespraak minister Hennis-Plasschaert over toekomst Defensie
Tekst toespraak:
Mannen en vrouwen van Defensie,
Vandaag heb ik, namens het kabinet, de nota over de toekomst van de krijgsmacht naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze nota geven we de strategische richting aan voor een toekomstbestendige krijgsmacht.
We maken ook keuzes. Keuzes die de opmaat zijn naar vernieuwing en innovatie. Keuzes om de financiële huishouding van Defensie op orde brengen. Keuzes die een einde maken aan jarenlange discussies.
U kent als geen ander de waarde van de krijgsmacht. Velen van u hebben meerdere uitzendingen gedraaid. Zich staande gehouden op het gevechtsveld. U hebt het gediend. In het belang van Nederland, in het belang van de internationale rechtsorde. En met u zeg ik: Defensie is geen luxe, maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart.
We weten allemaal, dat de financieel-economische problemen van ons land nog niet zijn opgelost. En hoewel er geen nieuwe gerichte bezuinigingen op Defensie zijn, worden we toch geraakt. Voor een deel is dat het gevolg van maatregelen waar iedereen, de hele overheid en dus ook Defensie, last van heeft. Maar het komt ook omdat ons eigen huishoudboekje niet op orde was. Kortom: ook de interne financiële tegenvallers, waarover ik al voor de zomer sprak, hebben we in deze nota moeten opvangen. Dit alles betekent dat we maatregelen hebben getroffen voor een bedrag van 348 miljoen euro.
In het belang van Nederland kiezen we voor een krijgsmacht die op alle geweldsniveaus kan opereren. Er is immers niet zoiets als een standaardrecept voor militaire inzet. Wel zal die inzet minder langdurig zijn. We kiezen nadrukkelijk voor samenwerken op alle niveaus. We kiezen voor investeren in vernieuwing. En ja, ook nemen we het noodzakelijke besluit voor de opvolging van de F-16. De F-35 is het toestel dat de meeste militaire mogelijkheden biedt. En ook voor onze vliegers het meest veilige toestel is. Deze aanschaf gaat niet ten koste van de andere krijgsmachtdelen.
Ik realiseer me heel goed dat de nota opnieuw ingrijpende maatregelen bevat. Opnieuw leveren we arbeidsplaatsen in. Opnieuw zetten we eenheden stil, stoten we materieel af en sluiten we kazernes. En dat gaat ook mij aan het hart. Aanvullende keuzes waren echter onontkoombaar. Maar let wel: alleen door nu richting te kiezen kunnen we inzetten op een krijgsmacht die ook in de toekomst militair relevant is. Een krijgsmacht die financieel op orde is.
Collega’s, na twee decennia van reorganisaties en hervormingen wordt het echt hoog tijd om weer vooruit te kunnen kijken. De herwaardering van Defensie door politiek en samenleving zal er de komende jaren toe doen. En dat is dan ook broodnodig. Want vrijheid en veiligheid, het is niet vanzelfsprekend. Het vereist permanente inspanning en een besef van een waarde van Defensie in de samenleving en in de politiek. In zal hier de komende jaren voor knokken. In het belang van u, in het belang van Defensie, in het belang van Nederland.
vrijdag 19 juli 2013
CDS: Nederland geeft nog maar 1% bbp uit aan Defensie
Nederland geeft nog maar 1% van het bruto binnenlands product uit aan defensie. Dat heeft de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, gezegd in een vraaggesprek met BNR. Eerdere percentages bedroegen 1,4 en 1,2. Volgens generaal Middendorp dreigt de samenwerking met andere partners binnen de NAVO in het gedrang te komen. De leden van het bondgenootschap hebben zich formeel verplicht om 2% bbp aan defensie te besteden.
Voor wat betreft de toekomst van defensie zei de CDS niet te willen tornen aan de kwaliteit van de krijgsmacht. Dat betekent automatisch dat hij voor een kwantitatieve vermindering moet pleiten. Na de zomer presenteert minister Jeanine Hennis-Plasschaert de Toekomstvisie van het kabinet op Defensie. De meeste aandacht in de publiciteit gaat tot nu toe uit naar een opvolger voor de F-16 jachtbommenwerper. Volgens de CDS is de keuze voor de F-35 (JSF) "geen gelopen race". Maar ook in dit verband benadrukte hij de noodzaak om te kiezen voor kwaliteit.
Klik hier voor het interview van BNR met generaal Middendorp en een begeleidend artikel.
(HdV, 19 juli 2013)
Voor wat betreft de toekomst van defensie zei de CDS niet te willen tornen aan de kwaliteit van de krijgsmacht. Dat betekent automatisch dat hij voor een kwantitatieve vermindering moet pleiten. Na de zomer presenteert minister Jeanine Hennis-Plasschaert de Toekomstvisie van het kabinet op Defensie. De meeste aandacht in de publiciteit gaat tot nu toe uit naar een opvolger voor de F-16 jachtbommenwerper. Volgens de CDS is de keuze voor de F-35 (JSF) "geen gelopen race". Maar ook in dit verband benadrukte hij de noodzaak om te kiezen voor kwaliteit.
Klik hier voor het interview van BNR met generaal Middendorp en een begeleidend artikel.
(HdV, 19 juli 2013)
dinsdag 25 juni 2013
Hoofdlijnen toekomstnota naar Kamer
Om inzicht te geven in de voortgang van de Nota over de toekomst van de Krijgsmacht, heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de Tweede Kamer vandaag geïnformeerd over de hoofdlijnen van deze nota. Die vormt het kader voor de concrete maatregelen die zij vóór de begrotingsbehandeling in de nota presenteert.
In de brief aan de Kamer staat dat de krijgsmacht, gelet op de aanhoudend onzekere veiligheidssituatie in de wereld, onverminderd van groot belang blijft. Ook wordt gemeld dat Nederland in de toekomst een krijgsmacht nodig heeft, die inzetbaar is op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies.
De minister schrijft dat twee uitgangspunten ten grondslag liggen aan de Nota over de toekomst van de Krijgsmacht. Ten eerste moet de Nederlandse krijgsmacht, ook in de toekomst, zo goed mogelijk omgaan met diffuse dreigingen en risico's. Ten tweede moet de krijgsmacht niet alleen nu, maar ook op langere termijn betaalbaar zijn. Beide uitgangspunten worden met elkaar verenigd door zowel in operationeel als in financieel opzicht te streven naar duurzaamheid.
Vervanging F-16
De vervanging van de F-16 vraagt volgens Hennis om een zorgvuldige afweging. Het nieuwe jachtvliegtuig, dat weer zo’n veertig jaar dienst moet doen, is namelijk tevens van invloed op het politieke handelingsvermogen van toekomstige regeringen. De vervanging van de F-16 gaat in elk geval niet ten koste van andere capaciteiten van de krijgsmacht. Besloten is de vervanging volledig uit te voeren. Dit gebeurt binnen het, reeds door de vorige minister van Defensie, gereserveerde investeringsbudget van 4,5 miljard euro (uit te geven in een tijdsbestek van meer dan tien jaar) en het exploitatiebudget van de F-16 dat 270 miljoen euro per jaar bedraagt. Van verdringing binnen het defensiebudget, of een verhoging van het totale budget, is geen sprake.
Geen eenvoudige boodschap
Hoewel Defensie bij bezuinigingen in dit Regeerakkoord is ontzien, wordt zij wel geraakt. Denk aan het Lenteakkoord, de BTW-verhoging, rijksbrede taakstellingen en interne herschikkingen. Het vergt ingrepen die oplopen tot 333 miljoen euro per jaar in 2018. De Nota over de toekomst van de krijgsmacht gaat in op de benodigde maatregelen om deze problemen aan te pakken.
Minister Hennis zegt verder dat “het geen eenvoudige boodschap is.” Zij beseft dat er opnieuw een beroep wordt gedaan op het geduld en de loyaliteit van de defensiemedewerkers, militair en burger. “De inzet is een krijgsmacht die in zowel operationeel als financieel opzicht duurzaam is. Robuust, relevant en betaalbaar. Dit is ons aller belang."
Kamerbrief: Hoofdlijnen
(ministerie van Defensie, 25 juni 2013)
In de brief aan de Kamer staat dat de krijgsmacht, gelet op de aanhoudend onzekere veiligheidssituatie in de wereld, onverminderd van groot belang blijft. Ook wordt gemeld dat Nederland in de toekomst een krijgsmacht nodig heeft, die inzetbaar is op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies.
De minister schrijft dat twee uitgangspunten ten grondslag liggen aan de Nota over de toekomst van de Krijgsmacht. Ten eerste moet de Nederlandse krijgsmacht, ook in de toekomst, zo goed mogelijk omgaan met diffuse dreigingen en risico's. Ten tweede moet de krijgsmacht niet alleen nu, maar ook op langere termijn betaalbaar zijn. Beide uitgangspunten worden met elkaar verenigd door zowel in operationeel als in financieel opzicht te streven naar duurzaamheid.
Vervanging F-16
De vervanging van de F-16 vraagt volgens Hennis om een zorgvuldige afweging. Het nieuwe jachtvliegtuig, dat weer zo’n veertig jaar dienst moet doen, is namelijk tevens van invloed op het politieke handelingsvermogen van toekomstige regeringen. De vervanging van de F-16 gaat in elk geval niet ten koste van andere capaciteiten van de krijgsmacht. Besloten is de vervanging volledig uit te voeren. Dit gebeurt binnen het, reeds door de vorige minister van Defensie, gereserveerde investeringsbudget van 4,5 miljard euro (uit te geven in een tijdsbestek van meer dan tien jaar) en het exploitatiebudget van de F-16 dat 270 miljoen euro per jaar bedraagt. Van verdringing binnen het defensiebudget, of een verhoging van het totale budget, is geen sprake.
Geen eenvoudige boodschap
Hoewel Defensie bij bezuinigingen in dit Regeerakkoord is ontzien, wordt zij wel geraakt. Denk aan het Lenteakkoord, de BTW-verhoging, rijksbrede taakstellingen en interne herschikkingen. Het vergt ingrepen die oplopen tot 333 miljoen euro per jaar in 2018. De Nota over de toekomst van de krijgsmacht gaat in op de benodigde maatregelen om deze problemen aan te pakken.
Minister Hennis zegt verder dat “het geen eenvoudige boodschap is.” Zij beseft dat er opnieuw een beroep wordt gedaan op het geduld en de loyaliteit van de defensiemedewerkers, militair en burger. “De inzet is een krijgsmacht die in zowel operationeel als financieel opzicht duurzaam is. Robuust, relevant en betaalbaar. Dit is ons aller belang."
Kamerbrief: Hoofdlijnen
(ministerie van Defensie, 25 juni 2013)
donderdag 4 april 2013
Kamerbrief over 'stallen' Nederlandse JSF testtoestellen
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 4 april 2013
Betreft Nederlandse testtoestellen
Onze referentie
BS2013010588
In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik toegezegd u voorafgaande aan het algemeen overleg over de vervanging van de F-16, gepland voor 25 april a.s., nader te informeren over de Nederlandse testtoestellen ten behoeve van de operationele testfase. De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 15 februari jl. tevens om een update verzocht (kenmerk 26488-309/2013D06535).
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen verworven. Het eerste toestel is reeds gereed, het tweede wordt in de zomer van 2013 geleverd. In de brief van 8 februari heb ik uiteengezet dat Defensie zal onderzoeken welke opties er zijn voor het gebruik van de testtoestellen in de komende periode, omdat de operationele testfase volgens de huidige planning in 2015 zal aanvangen.
Ik kan u melden dat het kabinet heeft besloten de toestellen te stallen tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Gedurende de stalling van de toestellen zal door Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen worden gevlogen om ze luchtwaardig te houden. Dit besluit zal met het Joint Program Office (JPO) worden uitgewerkt en contractueel worden vastgelegd. Als de kosten bekend zijn, zal ik u daarover nader informeren. De kosten zullen ten laste worden gebracht van de projectreservering Vervanging F-16.
U verzocht mij ook in te gaan op de personele gevolgen en de ontwikkelingen bij de andere partnerlanden. De Verenigde Staten en het Verenigde Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 4 april, 2013)
Datum 4 april 2013
Betreft Nederlandse testtoestellen
Onze referentie
BS2013010588
In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik toegezegd u voorafgaande aan het algemeen overleg over de vervanging van de F-16, gepland voor 25 april a.s., nader te informeren over de Nederlandse testtoestellen ten behoeve van de operationele testfase. De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 15 februari jl. tevens om een update verzocht (kenmerk 26488-309/2013D06535).
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen verworven. Het eerste toestel is reeds gereed, het tweede wordt in de zomer van 2013 geleverd. In de brief van 8 februari heb ik uiteengezet dat Defensie zal onderzoeken welke opties er zijn voor het gebruik van de testtoestellen in de komende periode, omdat de operationele testfase volgens de huidige planning in 2015 zal aanvangen.
Ik kan u melden dat het kabinet heeft besloten de toestellen te stallen tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Gedurende de stalling van de toestellen zal door Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen worden gevlogen om ze luchtwaardig te houden. Dit besluit zal met het Joint Program Office (JPO) worden uitgewerkt en contractueel worden vastgelegd. Als de kosten bekend zijn, zal ik u daarover nader informeren. De kosten zullen ten laste worden gebracht van de projectreservering Vervanging F-16.
U verzocht mij ook in te gaan op de personele gevolgen en de ontwikkelingen bij de andere partnerlanden. De Verenigde Staten en het Verenigde Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 4 april, 2013)
Nederlandse F-35 testtoestellen voorlopig aan de grond
De twee F-35-testtoestellen die Nederland heeft gekocht voor de operationele testfase, worden voorlopig gestald. Dat gebeurt tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Dat heeft het kabinet besloten.
De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel. Tijdens de stallingsperiode vliegen Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen om ze luchtwaardig te houden.
Planning
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen aangeschaft. Het eerste is gereed, het tweede wordt deze zomer geleverd. De operationele testfase begint volgens de huidige planning in 2015.
(ministerie van Defensie, 4 april 2013)
De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel. Tijdens de stallingsperiode vliegen Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen om ze luchtwaardig te houden.
Planning
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen aangeschaft. Het eerste is gereed, het tweede wordt deze zomer geleverd. De operationele testfase begint volgens de huidige planning in 2015.
(ministerie van Defensie, 4 april 2013)
vrijdag 29 maart 2013
Kamerleden maken tijd voor concurrenten van JSF
Door: Teun Lagas
De vliegtuigbouwers die de concurrentieslag met de Amerikaanse JSF/ F-35 leken te hebben verloren, worden alsnog een keer door de Tweede Kamer uitgenodigd om hun gevechtsvliegtuigen aan te prijzen. D66, SP, PVV en coalitiepartij PvdA hebben dat gisteren afgedwongen. Een voor volgende week gepland Kamerdebat over de opvolging van de verouderde F-16 is uitgesteld. Onder druk van de tegenstanders en twijfelaars in het parlement kijkt de Kamercommissie voor defensie de komende maand eerst nog eens uitgebreid rond in de wereldwijde showroom van beschikbare gevechtsvliegtuigen
Lees meer:
(Trouw, 29 maart 2013)
De vliegtuigbouwers die de concurrentieslag met de Amerikaanse JSF/ F-35 leken te hebben verloren, worden alsnog een keer door de Tweede Kamer uitgenodigd om hun gevechtsvliegtuigen aan te prijzen. D66, SP, PVV en coalitiepartij PvdA hebben dat gisteren afgedwongen. Een voor volgende week gepland Kamerdebat over de opvolging van de verouderde F-16 is uitgesteld. Onder druk van de tegenstanders en twijfelaars in het parlement kijkt de Kamercommissie voor defensie de komende maand eerst nog eens uitgebreid rond in de wereldwijde showroom van beschikbare gevechtsvliegtuigen
Lees meer:
(Trouw, 29 maart 2013)
donderdag 28 maart 2013
Webdossier Vervanging F-16 online
Het webdossier Vervanging F-16, onderdeel van het Verslag 2012 van de Algemene Rekenkamer, is vandaag online gegaan.
In dit webdossier, terug te vinden op http://vervanging-f16.rekenkamer.nl/ zijn de gegevens over de vervanging van het F-16-jachtvliegtuig gebundeld. Dat is dus inclusief de informatie over de samenwerkingsovereenkomsten van Nederland met de Verenigde Staten over de mogelijke vervanger, de F-35 Lightning II.
Mijlpalen
Via het webdossier is (onder ‘besluitvorming’) door te klikken naar relevante rapporten en brieven van de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie. Ook de mijlpalen die voor deze investering van belang zijn, voor de periode van 1996 tot nu, staan daar onder.
De Algemene Rekenkamer actualiseert het dossier regelmatig en het is daarom langjarig als een databank inzetbaar.
(ministerie van Defensie, 28 maart 2013)
In dit webdossier, terug te vinden op http://vervanging-f16.rekenkamer.nl/ zijn de gegevens over de vervanging van het F-16-jachtvliegtuig gebundeld. Dat is dus inclusief de informatie over de samenwerkingsovereenkomsten van Nederland met de Verenigde Staten over de mogelijke vervanger, de F-35 Lightning II.
Mijlpalen
Via het webdossier is (onder ‘besluitvorming’) door te klikken naar relevante rapporten en brieven van de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie. Ook de mijlpalen die voor deze investering van belang zijn, voor de periode van 1996 tot nu, staan daar onder.
De Algemene Rekenkamer actualiseert het dossier regelmatig en het is daarom langjarig als een databank inzetbaar.
(ministerie van Defensie, 28 maart 2013)
woensdag 13 maart 2013
Minister Hennis-Plasschaert opent weg naar aanschaf JSF
door Eric Vrijsen
De toekomstvisie voor de krijgsmacht van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) noemt de Joint Strike Fighter (JSF) ‘financieel inpasbaar’. Dat meldt Elsevier deze week.
Het document is getiteld In het belang van Nederland – De krijgsmacht voor vrijheid, veiligheid en welvaart. Voor de opvolging van de F-16, blijkt de Amerikaanse JSF – ook wel F-35 - een betere keus dan andere jachtvliegtuigen zoals de Zweedse Saab Gripen.
55 JSF-toestellen
Bronnen bij het ministerie zeggen dat hiermee de weg wordt geopend voor de aanschaf van 50 tot 55 JSF-toestellen door het kabinet-Rutte II.
Het toestel is nodig om Nederlandse militairen in allerlei soorten operaties van luchtsteun te kunnen voorzien. Waar coalitiepartij VVD aandringt op ‘korte klap’-operaties en partner PvdA de krijgsmacht het liefst langdurige stabiliteitsmissies ziet uitvoeren, maakt Hennis’ document geen keuze. Het leger moet beide soorten missies aankunnen.
Vervanging F-16
Hennis’ toekomstvisie is nu nog een concept. De komende weken zetten een ambtelijke en een ministeriële commissie de puntjes op de i. Daarna controleert de Algemene Rekenkamer het cijferwerk. De Tweede Kamer moet er nog voor de zomervakantie over vergaderen.
Defensie reserveerde 4,5 miljard voor de vervanging van de ruim dertig jaar oude F-16. Om vijftig F-35’s te kopen, volstaat dit bedrag niet. Maar aangezien de uiteindelijke levering van de vloot nog bijna tien jaar vergt, plaatst dat het kabinet niet voor onmiddellijke tekorten.
Tegenslag
Het nieuwe toestel kampt in de Verenigde Staten met voortdurende tegenslagen, waardoor het project duurder uitvalt en de testfase vertraagt.
Nederland bezit twee testvliegtuigen. Het tweede toestel rolde vorige week uit de fabriek van Lockheed-Martin in Dallas/Fort-Worth.
(Elsevier, 13 maart 2013)
De toekomstvisie voor de krijgsmacht van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) noemt de Joint Strike Fighter (JSF) ‘financieel inpasbaar’. Dat meldt Elsevier deze week.
Het document is getiteld In het belang van Nederland – De krijgsmacht voor vrijheid, veiligheid en welvaart. Voor de opvolging van de F-16, blijkt de Amerikaanse JSF – ook wel F-35 - een betere keus dan andere jachtvliegtuigen zoals de Zweedse Saab Gripen.
55 JSF-toestellen
Bronnen bij het ministerie zeggen dat hiermee de weg wordt geopend voor de aanschaf van 50 tot 55 JSF-toestellen door het kabinet-Rutte II.
Het toestel is nodig om Nederlandse militairen in allerlei soorten operaties van luchtsteun te kunnen voorzien. Waar coalitiepartij VVD aandringt op ‘korte klap’-operaties en partner PvdA de krijgsmacht het liefst langdurige stabiliteitsmissies ziet uitvoeren, maakt Hennis’ document geen keuze. Het leger moet beide soorten missies aankunnen.
Vervanging F-16
Hennis’ toekomstvisie is nu nog een concept. De komende weken zetten een ambtelijke en een ministeriële commissie de puntjes op de i. Daarna controleert de Algemene Rekenkamer het cijferwerk. De Tweede Kamer moet er nog voor de zomervakantie over vergaderen.
Defensie reserveerde 4,5 miljard voor de vervanging van de ruim dertig jaar oude F-16. Om vijftig F-35’s te kopen, volstaat dit bedrag niet. Maar aangezien de uiteindelijke levering van de vloot nog bijna tien jaar vergt, plaatst dat het kabinet niet voor onmiddellijke tekorten.
Tegenslag
Het nieuwe toestel kampt in de Verenigde Staten met voortdurende tegenslagen, waardoor het project duurder uitvalt en de testfase vertraagt.
Nederland bezit twee testvliegtuigen. Het tweede toestel rolde vorige week uit de fabriek van Lockheed-Martin in Dallas/Fort-Worth.
(Elsevier, 13 maart 2013)
zaterdag 9 februari 2013
Kosten van testen F-35 / Joint Strike Fighter lopen op
Het testen van de JSF dreigt duurder te worden dan gepland. Door uitstel van de testfase kunnen de kosten oplopen tot maximaal 55 miljoen euro.
Dat heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert geschreven aan de Tweede Kamer. De twee testtoestellen die Nederland kocht komen dit jaar beschikbaar, maar de operationele testfase begint nu pas in 2015. Daardoor is het de vraag hoe de toestellen tot die tijd gebruikt worden.
Afhankelijk van het antwoord op die vraag lopen de kosten voor de testfase op tot minimaal 47 en maximaal 55 miljoen euro. Dat geld gaat zitten in het stallen van de toestellen of het opleiden van extra personeel. Nederland heeft nog geprobeerd de twee toestellen te leasen aan de Verenigde Staten, maar het Pentagon liet weten daar geen geld voor te hebben.
In het regeerakkoord van de VVD en PvdA staat dat Nederland doorgaat met het JSF-programma en eind 2013 de knoop doorhakt of het toestel de F-16 ook echt gaat vervangen.
JSF-deelnemer Canada heeft inmiddels besloten een vergelijking te gaan maken met andere gevechtsvliegtuigen. D66 pleit ervoor dat ook Nederland dat gaat doen.
(ANP/Nu.nl, 9 februari 2013)
Dat heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert geschreven aan de Tweede Kamer. De twee testtoestellen die Nederland kocht komen dit jaar beschikbaar, maar de operationele testfase begint nu pas in 2015. Daardoor is het de vraag hoe de toestellen tot die tijd gebruikt worden.
![]() |
| Nederlands F-35 testtoestel |
Afhankelijk van het antwoord op die vraag lopen de kosten voor de testfase op tot minimaal 47 en maximaal 55 miljoen euro. Dat geld gaat zitten in het stallen van de toestellen of het opleiden van extra personeel. Nederland heeft nog geprobeerd de twee toestellen te leasen aan de Verenigde Staten, maar het Pentagon liet weten daar geen geld voor te hebben.
In het regeerakkoord van de VVD en PvdA staat dat Nederland doorgaat met het JSF-programma en eind 2013 de knoop doorhakt of het toestel de F-16 ook echt gaat vervangen.
JSF-deelnemer Canada heeft inmiddels besloten een vergelijking te gaan maken met andere gevechtsvliegtuigen. D66 pleit ervoor dat ook Nederland dat gaat doen.
(ANP/Nu.nl, 9 februari 2013)
zaterdag 27 oktober 2012
Commentaar: de JSF is onvermijdelijk én lucratief
Minister Hans Hillen (CDA, Defensie) zal in de toekomst gelden als de bewindsman die het noodzakelijke JSF-project van de ondergang redde
Door Eric Vrijsen
De F-16 is ruim dertig jaar in bedrijf bij de Koninklijke Luchtmacht. De toestellen zijn ouder dan de gevechtspiloten.
Elsevier was onlangs in Afghanistan, waar tot diep in de nacht wordt gesleuteld om de toestellen operationeel te houden. Scheuren in de beplating worden bekleed met aluminium patches, eigenlijk zoals je thuis een fietsband plakt. In de bevestigingspunten van de vleugels aan de romp treffen de monteurs barsten aan, soms wel van een vinger dik en tien centimeter lang.
Wapenorder van de eeuw
Nederland stuurt zijn piloten naar de oorlogszone met materieel, dat door de KLM allang zou zijn afgedankt. Maar zonder F-16 gaat het niet, want militairen moeten altijd kunnen rekenen op luchtsteun.
Het Binnenhof worstelt sinds 2000 met de vervanging van de F-16. In 2002 viel het besluit om de industrie te laten profiteren van de Amerikaanse ‘wapenorder van de eeuw’, de Joint Strike Fighter (JSF). In 2008 verscheen een ‘kandidatenvergelijking’: de JSF bleek de beste keuze.
Zeker, het toestel valt telkens duurder uit dan begroot. Wat dat betreft, lijkt het wel een gemeentehuis; een tramtunnel of een mobilofoonsysteem voor de politie.
Nutteloze geldsmijterij?
De JSF is het favoriete onderwerp van de propaganda van oppositiepartijen: nutteloze geldsmijterij. Dit voorjaar dreigden de linkse Kamerfracties en de PVV de JSF definitief schrappen. CDA-minister Hans Hillen van Defensie wist de zaak te sussen met een onderzoek door de Algemene Rekenkamer. Overtuigd dat ze gelijk zouden krijgen, stemden de linkse partijen in.
Deze week concludeerde de Rekenkamer echter dat doorvliegen met de F-16 onverantwoord duur is. Bovendien kan de industrie 24 tot 38 miljard euro overhouden aan productie en onderhoud van de JSF-toestellen van bondgenoten. Maar dan moet Nederland zelf natuurlijk ook aanschaffen.
Lucratief
Critici moeten nu erkennen dat de JSF onvermijdelijk en lucratief is, maar mopperen dat hij alle andere militaire investeringen verdringt. Dat is niet waar. Tussen 2018 en 2026 slokt de JSF hooguit een derde van het investeringsbudget op. De nieuwe Kamermeerderheid van VVD en PvdA wil daarom tot aanschaf overgaan.
In mei 1975 kocht PvdA-minister Henk Vredeling van Defensie de F-16. Hevige kritiek was zijn deel. Later werd Vredeling geprezen. Zonder de F-16 was Nederland niet één keer, maar vele malen terecht gekomen in een soort Srebrenica en zouden veel militairen onnodig zijn gesneuveld.
Thans beschimpen journalisten Hillen als ‘verwelkte kamerplant’. Maar straks zal hij gelden als de bewindsman wiens politieke vernuft anno 2012 het noodzakelijke JSF-project van de ondergang redde.
(Elsevier, 27 oktober 2012)
Door Eric Vrijsen
De F-16 is ruim dertig jaar in bedrijf bij de Koninklijke Luchtmacht. De toestellen zijn ouder dan de gevechtspiloten.
Elsevier was onlangs in Afghanistan, waar tot diep in de nacht wordt gesleuteld om de toestellen operationeel te houden. Scheuren in de beplating worden bekleed met aluminium patches, eigenlijk zoals je thuis een fietsband plakt. In de bevestigingspunten van de vleugels aan de romp treffen de monteurs barsten aan, soms wel van een vinger dik en tien centimeter lang.
Wapenorder van de eeuw
Nederland stuurt zijn piloten naar de oorlogszone met materieel, dat door de KLM allang zou zijn afgedankt. Maar zonder F-16 gaat het niet, want militairen moeten altijd kunnen rekenen op luchtsteun.
![]() |
| F-35: Nederlands testtoestel (foto Lockheed Martin) |
Het Binnenhof worstelt sinds 2000 met de vervanging van de F-16. In 2002 viel het besluit om de industrie te laten profiteren van de Amerikaanse ‘wapenorder van de eeuw’, de Joint Strike Fighter (JSF). In 2008 verscheen een ‘kandidatenvergelijking’: de JSF bleek de beste keuze.
Zeker, het toestel valt telkens duurder uit dan begroot. Wat dat betreft, lijkt het wel een gemeentehuis; een tramtunnel of een mobilofoonsysteem voor de politie.
Nutteloze geldsmijterij?
De JSF is het favoriete onderwerp van de propaganda van oppositiepartijen: nutteloze geldsmijterij. Dit voorjaar dreigden de linkse Kamerfracties en de PVV de JSF definitief schrappen. CDA-minister Hans Hillen van Defensie wist de zaak te sussen met een onderzoek door de Algemene Rekenkamer. Overtuigd dat ze gelijk zouden krijgen, stemden de linkse partijen in.
Deze week concludeerde de Rekenkamer echter dat doorvliegen met de F-16 onverantwoord duur is. Bovendien kan de industrie 24 tot 38 miljard euro overhouden aan productie en onderhoud van de JSF-toestellen van bondgenoten. Maar dan moet Nederland zelf natuurlijk ook aanschaffen.
Lucratief
Critici moeten nu erkennen dat de JSF onvermijdelijk en lucratief is, maar mopperen dat hij alle andere militaire investeringen verdringt. Dat is niet waar. Tussen 2018 en 2026 slokt de JSF hooguit een derde van het investeringsbudget op. De nieuwe Kamermeerderheid van VVD en PvdA wil daarom tot aanschaf overgaan.
In mei 1975 kocht PvdA-minister Henk Vredeling van Defensie de F-16. Hevige kritiek was zijn deel. Later werd Vredeling geprezen. Zonder de F-16 was Nederland niet één keer, maar vele malen terecht gekomen in een soort Srebrenica en zouden veel militairen onnodig zijn gesneuveld.
Thans beschimpen journalisten Hillen als ‘verwelkte kamerplant’. Maar straks zal hij gelden als de bewindsman wiens politieke vernuft anno 2012 het noodzakelijke JSF-project van de ondergang redde.
(Elsevier, 27 oktober 2012)
woensdag 24 oktober 2012
Algemene Rekenkamer: Uitstapkosten Joint Strike Fighter
Het kabinet heeft destijds voor toetreden tot het JSF-programma gekozen op basis van de toenmalige uitgangspunten voor inzet van de luchtmacht. Uit ons onderzoek blijkt dat twee van de drie opties (optie 1 en 3) de minister van Defensie dwingen tot ingrijpende beslissingen over de samenstelling en uitrusting van de Koninklijke Luchtmacht en wellicht over ook andere onderdelen van de krijgsmacht.
Zulke beslissingen hebben naar verwachting invloed op de functionaliteit van de Nederlandse defensie. De spanning tussen budget, capaciteit en ambitie plaatst de minister voor de noodzaak om de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht of mogelijk van meer defensieonderdelen te heroverwegen, ook in NAVO-verband, bijvoorbeeld in de vorm van intensievere operationele samenwerking met andere landen, dan wel de budgettaire uitgangspunten te herzien.
Optie 1
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid levert de luchtmacht een toestel waarvan het Ministerie van Defensie de functionaliteit als veelbelovend ziet. Deze optie kent echter ook inherente risico’s op de aspecten tijd en geld.
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid loopt voorts vast op een gebrek aan financiële ruimte voor de vervanging van de F-16. Deze ruimte, momenteel nog € 4,05 miljard, is onvoldoende voor 85 toestellen, en eveneens voor 68 toestellen. Ook een lager aantal jachtvliegtuigen dwingt de Koninklijke Luchtmacht tot andere uitgangspunten voor de operationele inzet.
Optie 2
Terugtrekken uit de testfase (IOT&E) achten we een niet voor de hand liggende optie omdat dit voor de Staat per saldo alleen nadelen oplevert, zowel op functioneel gebied, als in tijd en geld.
Optie 3
Een keuze voor terugtrekken uit het JSF-programma en aankoop van een ander toestel ‘van de plank’ is vanwege de gevolgen op de aspecten functionaliteit, tijd en geld alleen rationeel te maken als daarbij de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht heroverwogen worden.
Aanbevelingen
Wij bevelen aan om onze bevindingen en conclusies op de drie beleidsopties bij de overwegingen rond de JSF mee te nemen. Zolang de minister met de beschikbare middelen veel minder JSF’s kan kopen, zien wij de noodzaak dat de minister de ambitie van de luchtmacht heroverweegt. Dat leidt wellicht tot nieuwe inzichten in de door Nederland verlangde capaciteiten van het toestel dat de F-16 zal vervangen, in het benodigd aantal ervan en in de mogelijkheden voor internationale operationele samenwerking van de luchtmacht.
Volledig rapport Rekenkamer
(Algemene Rekenkamer, 24 oktober 2012)
Zulke beslissingen hebben naar verwachting invloed op de functionaliteit van de Nederlandse defensie. De spanning tussen budget, capaciteit en ambitie plaatst de minister voor de noodzaak om de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht of mogelijk van meer defensieonderdelen te heroverwegen, ook in NAVO-verband, bijvoorbeeld in de vorm van intensievere operationele samenwerking met andere landen, dan wel de budgettaire uitgangspunten te herzien.
Optie 1
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid levert de luchtmacht een toestel waarvan het Ministerie van Defensie de functionaliteit als veelbelovend ziet. Deze optie kent echter ook inherente risico’s op de aspecten tijd en geld.
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid loopt voorts vast op een gebrek aan financiële ruimte voor de vervanging van de F-16. Deze ruimte, momenteel nog € 4,05 miljard, is onvoldoende voor 85 toestellen, en eveneens voor 68 toestellen. Ook een lager aantal jachtvliegtuigen dwingt de Koninklijke Luchtmacht tot andere uitgangspunten voor de operationele inzet.
Optie 2
Terugtrekken uit de testfase (IOT&E) achten we een niet voor de hand liggende optie omdat dit voor de Staat per saldo alleen nadelen oplevert, zowel op functioneel gebied, als in tijd en geld.
Optie 3
Een keuze voor terugtrekken uit het JSF-programma en aankoop van een ander toestel ‘van de plank’ is vanwege de gevolgen op de aspecten functionaliteit, tijd en geld alleen rationeel te maken als daarbij de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht heroverwogen worden.
Aanbevelingen
Wij bevelen aan om onze bevindingen en conclusies op de drie beleidsopties bij de overwegingen rond de JSF mee te nemen. Zolang de minister met de beschikbare middelen veel minder JSF’s kan kopen, zien wij de noodzaak dat de minister de ambitie van de luchtmacht heroverweegt. Dat leidt wellicht tot nieuwe inzichten in de door Nederland verlangde capaciteiten van het toestel dat de F-16 zal vervangen, in het benodigd aantal ervan en in de mogelijkheden voor internationale operationele samenwerking van de luchtmacht.
Volledig rapport Rekenkamer
(Algemene Rekenkamer, 24 oktober 2012)
dinsdag 21 augustus 2012
Onderzoek naar uitstapkosten JSF-project
De Algemene Rekenkamer heeft op dinsdag 21 augustus 2012 besloten onderzoek uit te voeren naar de kosten voor Nederland van het stoppen van deelname aan het militaire ontwikkelingsproject Joint Strike Fighter (JSF) van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin.
De minister van Defensie heeft de Algemene Rekenkamer om dit onderzoek verzocht. Aanleiding voor dit verzoek is de uitkomst van een debat in de Tweede Kamer op 5 juli j.l. waarbij een Kamermeerderheid voor een motie heeft gestemd waarin de regering verzocht wordt alle noodzakelijke stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen. De minister vraagt de Algemene Rekenkamer nu om de kosten in kaart te brengen, in afwachting van mogelijke vervolgstappen.
Nederland heeft sinds 2002 diverse samenwerkingsafspraken met de Amerikanen gemaakt over de ontwikkeling van dit nieuwe jachtvliegtuig (ook wel F-35 genoemd), ook in financiële zin.
De Algemene Rekenkamer verwacht op 25 oktober a.s. het rapport te kunnen publiceren waarin ingegaan wordt op de al gedane uitgaven en aangegane verplichtingen door Nederland voor dit militaire doel. Ook de kosten die Nederland nog moet maken en de varianten die hierbij een rol spelen om de huidige F-16-jachtvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht te vervangen worden in dit onderzoek betrokken. De financiële gevolgen van het uitstappen uit het test- en ontwikkelingsprogramma voor de JSF en het opzeggen van alle samenwerkingsovereenkomsten zullen worden belicht. Ook de gevolgen voor het langer doorvliegen met de huidige F-16-toestellen zal worden beschreven.
In het laatste monitorrapport over de JSF van 3 april j.l. heeft de Algemene Rekenkamer al gewezen op de relatie tussen ontwikkelingen met de JSF en de huidige luchtvloot.
De Algemene Rekenkamer monitort al geruime tijd de ontwikkelingen rond de grootste investering van de Nederlandse krijgsmacht - het vervangen van de F-16’s - en rapporteert sinds 2005 daar jaarlijks over aan de Tweede Kamer en de minister van Defensie. In februari 2009 heeft de Algemene Rekenkamer bij de minister van Defensie aangedrongen op het informeren van het parlement over eventuele uitstapkosten vanwege het JSF-project. Toen heeft de Algemene Rekenkamer een eerste berekening gepubliceerd over de mogelijke uitstapkosten.
De gevolgen voor de werkgelegenheid in Nederland worden niet betrokken in het nieuwe Rekenkameronderzoek. Hiervoor zal de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een apart onderzoek door een andere organisatie laten maken.
Meer informatie over vervanging F-16 en betrokkenheid van Nederland bij het project JSF is te vinden in het webdossier.
(Algemene Rekenkamer, 21 augustus 2012)
De minister van Defensie heeft de Algemene Rekenkamer om dit onderzoek verzocht. Aanleiding voor dit verzoek is de uitkomst van een debat in de Tweede Kamer op 5 juli j.l. waarbij een Kamermeerderheid voor een motie heeft gestemd waarin de regering verzocht wordt alle noodzakelijke stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen. De minister vraagt de Algemene Rekenkamer nu om de kosten in kaart te brengen, in afwachting van mogelijke vervolgstappen.
![]() |
| 1ste Nederlandse F-35 testtoestel (foto: min. van Defensie) |
Nederland heeft sinds 2002 diverse samenwerkingsafspraken met de Amerikanen gemaakt over de ontwikkeling van dit nieuwe jachtvliegtuig (ook wel F-35 genoemd), ook in financiële zin.
De Algemene Rekenkamer verwacht op 25 oktober a.s. het rapport te kunnen publiceren waarin ingegaan wordt op de al gedane uitgaven en aangegane verplichtingen door Nederland voor dit militaire doel. Ook de kosten die Nederland nog moet maken en de varianten die hierbij een rol spelen om de huidige F-16-jachtvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht te vervangen worden in dit onderzoek betrokken. De financiële gevolgen van het uitstappen uit het test- en ontwikkelingsprogramma voor de JSF en het opzeggen van alle samenwerkingsovereenkomsten zullen worden belicht. Ook de gevolgen voor het langer doorvliegen met de huidige F-16-toestellen zal worden beschreven.
In het laatste monitorrapport over de JSF van 3 april j.l. heeft de Algemene Rekenkamer al gewezen op de relatie tussen ontwikkelingen met de JSF en de huidige luchtvloot.
De Algemene Rekenkamer monitort al geruime tijd de ontwikkelingen rond de grootste investering van de Nederlandse krijgsmacht - het vervangen van de F-16’s - en rapporteert sinds 2005 daar jaarlijks over aan de Tweede Kamer en de minister van Defensie. In februari 2009 heeft de Algemene Rekenkamer bij de minister van Defensie aangedrongen op het informeren van het parlement over eventuele uitstapkosten vanwege het JSF-project. Toen heeft de Algemene Rekenkamer een eerste berekening gepubliceerd over de mogelijke uitstapkosten.
De gevolgen voor de werkgelegenheid in Nederland worden niet betrokken in het nieuwe Rekenkameronderzoek. Hiervoor zal de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een apart onderzoek door een andere organisatie laten maken.
Meer informatie over vervanging F-16 en betrokkenheid van Nederland bij het project JSF is te vinden in het webdossier.
(Algemene Rekenkamer, 21 augustus 2012)
vrijdag 13 juli 2012
Dutch Space en NLR leveren trainingsysteem JSF aan Lockheed Martin
Dutch Space en NLR hebben na een ontwikkeltijd van ruim twaalf jaar het embedded trainingsysteem voor de JSF officieel aan Lockheed Martin geleverd. Dit softwareproduct biedt realistische en effectieve in-flight missietraining voor gevechtspiloten. De software is gebaseerd op Embedded Combat Aircraft Training Systems (E-CATS), een gezamenlijke ontwikkeling van het Dutch Space en het NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium).
Het NLR en Dutch Space werken sinds eind jaren negentig samen aan de transformatie van concept naar implementatie van embedded training voor de Joint Strike Fighter. De toepassing voor een enkel vliegtuig werd gedemonstreerd in 2004 in een operationele F-16 van de Koninklijke Luchtmacht.
In 2007 gaf een multi-ship demonstratie bij Lockheed Martin inzicht in de technische volwaardigheid en de additionele voordelen van een embedded training voor meerdere vliegtuigen. Met multi-ship embedded training kunnen meerdere piloten tijdens het vliegen oefenen binnen één gedeelde tactische omgeving. Om de toepassing te kunnen implementeren wordt ieder vliegtuig uitgerust met een computersysteem met E-CATS software. E-CATS gebruikt een bestaande data link om hetzelfde tactische beeld bij ieder vliegtuig te garanderen.
Begin 2009 kregen Dutch Space en NLR groen licht van Lockheed Martin voor de implementatie van het embedded training systeem E-CATS in de F-35 Lightning II Joint Strike Fighter (JSF). Vandaag is het na een ontwikkeltijd van ruim twaalf jaar opgeleverd aan Lockheed Martin.
(vraagenaanbod.nl, 13 juli 2012)
Het NLR en Dutch Space werken sinds eind jaren negentig samen aan de transformatie van concept naar implementatie van embedded training voor de Joint Strike Fighter. De toepassing voor een enkel vliegtuig werd gedemonstreerd in 2004 in een operationele F-16 van de Koninklijke Luchtmacht.
In 2007 gaf een multi-ship demonstratie bij Lockheed Martin inzicht in de technische volwaardigheid en de additionele voordelen van een embedded training voor meerdere vliegtuigen. Met multi-ship embedded training kunnen meerdere piloten tijdens het vliegen oefenen binnen één gedeelde tactische omgeving. Om de toepassing te kunnen implementeren wordt ieder vliegtuig uitgerust met een computersysteem met E-CATS software. E-CATS gebruikt een bestaande data link om hetzelfde tactische beeld bij ieder vliegtuig te garanderen.
Begin 2009 kregen Dutch Space en NLR groen licht van Lockheed Martin voor de implementatie van het embedded training systeem E-CATS in de F-35 Lightning II Joint Strike Fighter (JSF). Vandaag is het na een ontwikkeltijd van ruim twaalf jaar opgeleverd aan Lockheed Martin.
(vraagenaanbod.nl, 13 juli 2012)
vrijdag 6 juli 2012
Kamer wil stoppen met JSF-project
Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft in de nacht van donderdag op vrijdag ingestemd met een motie om te stoppen met het JSF-project. In totaal stemden 77 Kamerleden voor de motie, 71 stemden tegen. De SP, PvdA, PVV, GroenLinks en Partij voor de Dieren willen niet verder deelnemen aan de ontwikkeling en het testen van het gevechtstoestel.
De motie werd ingediend door Angelien Eijsink van de PvdA en Jasper van Dijk van de SP. Eijsink stelde dinsdag al niet langer mee te willen werken aan het JSF-project. Het is te duur en levert te weinig op, zei ze.
Geen parlementaire enquête
Een motie van GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed om een parlementaire enquête te houden over de gang van zaken rond de vervanging van de F-16, haalde het niet. Hij betreurt dat, omdat een parlementaire enquête volgens hem het enige middel is om echt alle feiten op tafel te krijgen.
Nederland investeerde sinds 2002 ruim 800 miljoen euro in het JSF-project en kreeg in ruil daarvoor opdrachten voor het bedrijfsleven. Het ontwikkelingstraject staat feitelijk los van de aanschaf van de JSF. De afgelopen kabinetten hebben de keuze voor een opvolger van de F-16 telkens voor zich uitgeschoven.
Beleidswijziging
Het is maar de vraag of demissionair minister van Defensie Hans Hillen (CDA) de motie uitvoert. In het debat over de opvolger van de F-16 zei hij dat het een demissionair kabinet niet past om zo'n belangrijke beleidswijziging door te voeren. Zowel in het belang van de werkgelegenheid als een goede opvolger van de F-16 is het belangrijk dat de JSF wordt gekocht, vindt hij.
Ook wil Hillen dat eerst onderzocht wordt wat de gevolgen zijn als Nederland uit het project stapt. De Kamer lijkt niet van plan om Hillen naar huis te sturen. Naar verwachting gaat een nieuw kabinet zich opnieuw buigen over het gevechtsvliegtuig.
(ANP/Novum/Nu.nl, 6 juli 2012)
De motie werd ingediend door Angelien Eijsink van de PvdA en Jasper van Dijk van de SP. Eijsink stelde dinsdag al niet langer mee te willen werken aan het JSF-project. Het is te duur en levert te weinig op, zei ze.
Geen parlementaire enquête
Een motie van GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed om een parlementaire enquête te houden over de gang van zaken rond de vervanging van de F-16, haalde het niet. Hij betreurt dat, omdat een parlementaire enquête volgens hem het enige middel is om echt alle feiten op tafel te krijgen.
Nederland investeerde sinds 2002 ruim 800 miljoen euro in het JSF-project en kreeg in ruil daarvoor opdrachten voor het bedrijfsleven. Het ontwikkelingstraject staat feitelijk los van de aanschaf van de JSF. De afgelopen kabinetten hebben de keuze voor een opvolger van de F-16 telkens voor zich uitgeschoven.
Beleidswijziging
Het is maar de vraag of demissionair minister van Defensie Hans Hillen (CDA) de motie uitvoert. In het debat over de opvolger van de F-16 zei hij dat het een demissionair kabinet niet past om zo'n belangrijke beleidswijziging door te voeren. Zowel in het belang van de werkgelegenheid als een goede opvolger van de F-16 is het belangrijk dat de JSF wordt gekocht, vindt hij.
Ook wil Hillen dat eerst onderzocht wordt wat de gevolgen zijn als Nederland uit het project stapt. De Kamer lijkt niet van plan om Hillen naar huis te sturen. Naar verwachting gaat een nieuw kabinet zich opnieuw buigen over het gevechtsvliegtuig.
(ANP/Novum/Nu.nl, 6 juli 2012)
Labels:
F-35,
Hans Hillen,
Joint Strike Fighter,
JSF,
kabinet,
PvdA,
SP,
Tweede Kamer
Abonneren op:
Posts (Atom)




