Posts tonen met het label Hans Hillen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans Hillen. Alle posts tonen

vrijdag 5 oktober 2012

Hillen bij militairen voor Somalische kust en in Afghanistan‪‪



"De beste dagen van de piraten liggen in het verleden. De jacht op zeerovers door Nederland werkt." Dit zei minister Hans Hillen afgelopen week aan boord van het zenuwcentrum van de strijd tegen piraterij, het commandoschip Hr. Ms. Rotterdam*.

Minister Hillen a/b van de Rotterdam.
In het midden Commandeur Ben Bekkering
Vanaf dit Nederlandse schip voert de NAVO met operatie Ocean Shield de druk op de zeerovers steeds verder op. De NAVO-missie staat onder bevel van de Nederlandse commandeur Ben Bekkering.‪‪
De minister kreeg tijdens zijn bezoek aan de Nederlandse troepen de laatste cijfers uit de antipiraterijmissie te horen. In 2010 kregen Somalische piraten 47 schepen in handen, in 2012 zijn dit er 7. Ook het aantal geslaagde aanvallen is drastisch gedaald. De komende weken zijn spannend. “Nu de moesson voorbij is, zal blijken of ons succes doorzet. We moeten daarom juist nu onze tanden laten zien", aldus de minister.‪‪

Handelsnatie
“Piraterij vormt een serieuze bedreiging voor de Nederlandse belangen als handelsnatie”, onderstreepte Hillen nog eens. Jaarlijks passeren tussen de 20.000 en 30.000 schepen de Golf van Aden. De helft van de goederenstroom van en naar Nederland gaat per zeeschip.

Unieke aanpak
Nederland bestrijdt de piraten met een unieke aanpak. Zowel marine, als landmacht en luchtmacht jagen vanuit zee op de piraten. De luchtmacht met Cougar-transporthelikopters, de landmacht met luchtverkenningen door de onbemande ScanEagle, en mariniers op snelle boten. Allemaal vanaf het transportschip Hr. Ms. Rotterdam. “Nog niet eerder is een Nederlands schip zo tot de tanden gewapend ingezet tegen de piraten. En iedereen is super gemotiveerd", zegt Hillen enthousiast.

“Het was wel even wennen voor de militairen van de landmacht en de luchtmacht”, lacht de commandant van het schip, kapitein-ter-zee Huub Hulsker. “Maar inmiddels heeft iedereen zeebenen en werken alle militairen soepel samen.” De minister noemde dit gezamenlijk opereren, waarbij meerdere eenheden van diverse krijgsmachtdelen als legoblokjes aan elkaar worden geplaatst, een "voorbeeld voor toekomstige missies".‪

Hillen ontmoette aan boord het hele palet aan militairen van de ongeveer 350-koppige bemanning. Overigens staat niet alleen de bestrijding van de piraten op het menu. Er wordt ook medische hulp gegeven aan kustbewoners bij de piratengebieden.


 


In Afghanistan was de minister bij de Air Task Force in Mazar-e-Sharif, en beleefde hij een bijzonder moment. F-16´s opereren deze week voor het 10e jaar boven Afghanistan. Hillen greep het moment aan om terug te blikken: “Nergens is zo duidelijk gebleken hoe waardevol de F-16’s zijn voor onze krijgsmacht. Van levensbelang zou ik zelfs zeggen. Voor onze eigen militaire collega’s op de grond en die van menig coalitiepartner. Met de waardevolle RecceLite capaciteit sporen ze bermbommen op, sparen zo mensenlevens en maken het werken op de grond mogelijk. Daarnaast, als de bondgenoten in nood zijn, komen zij de redding brengen.”

‪Volgens de bewindsman zijn terroristen niet te onderscheiden van de bevolking totdat ze zich organiseren in een hinderlaag. “Alleen de luchtmacht heeft de middelen om die hinderlaag te herkennen en dat door te geven aan de grondpatrouilles. De luchtverkenning, de afschrikwekkende werking van een laagvliegende F-16 en de daadwerkelijke inzet ervan zijn de afgelopen 10 jaar van grote betekenis geweest voor ons werk en dat van onze bondgenoten.”‪‪

Succesvol‪‪
In Kunduz vertelde de commandant van de geïntegreerde politietrainingsmissie, kolonel der mariniers Jarst de Jong, over de manier waarop Nederland training geeft. Gezamenlijk met de vertegenwoordigers van de ministeries van Veiligheid en Justitie en Buitenlandse Zaken zorgen militairen ervoor dat de gehele justitiële keten in Kunduz wordt geprofessionaliseerd. Nederlandse marechaussees, politieagenten en militairen leren de lokale politie niet alleen schieten, maar vooral ook lezen en schrijven en hoe respectvol om te gaan met burgers. Het doel van deze trainingen is dat de Afghanen uiteindelijk zelf zorgen voor hun veiligheid.

Model
Hillen werd door zowel de internationale partners als de Afghaanse autoriteiten gecomplimenteerd voor de Nederlandse aanpak. De Nederlandse Police Training Group is "Beispielhaft", aldus de Duitse commandant van de noordelijke regio, generaal-majoor Erich Pfeffer. Ook in Kabul valt de Nederlandse aanpak op. De International Police Coordination Board erkende eerder deze week dat de geïntegreerde wijze van werken van de Nederlanders als model zou kunnen dienen voor andere provincies. "Er is hier wezenlijk veel veranderd. U leidt hier agenten op - mannen en vrouwen - , adviseert advocaten en rechters en probeert deze mensen allemaal met elkaar samen te laten werken."

Het aantal advocaten is in Kunduz bijvoorbeeld met 30% gestegen. De minister was daarvan onder de indruk. "Ik sprak vanmiddag een vrouwelijke advocate. Zij kan haar werk beter doen dankzij u. De Nederlandse aanpak boekt resultaat en wordt als voorbeeld gesteld. Dat mag u op uw conto schrijven”, aldus de minister tegen de Kunduzgangers.

(ministerie van Defensie, 5 oktober 2012)

*Opvallend is dat juist deze week de operationeel commandant van de EU-operatie tegen piraterij, Operatie Atalanta, er voor waarschuwde dat nu de moesson ten einde is de piraten weer de zee op zullen gaan. En een aanvulling: de Rotterdam is alleen het zenuwcentrum van de relatief kleine NAVO-operatie, Ocean Shield.

maandag 13 augustus 2012

Minister Hillen: "Verder snijden maakt krijgsmacht invalide" (2)

Verder bezuinigen op Defensie staat volgens minister Hans Hillen gelijk aan “ledematen van het lichaam snijden.” De minister wil luider uitdragen dat meer bezuinigen op Defensie onverantwoordelijk is.“Verder snijden maakt de krijgsmacht invalide'', liet hij vandaag via verschillende media weten. “We zijn maximaal uitgeknepen.”

De bezorgdheid van Hillen om de krijgsmacht neemt toe nu in sommige partijprogramma’s staat dat het mes na de verkiezingen in de Defensieorganisatie is te zetten. Dit ondanks zijn eerdere oproepen niet verder te bezuinigen. De minister is van mening dat Nederland een duidelijke waarschuwing moet krijgen dat de veiligheid in het geding is. Hij wijst erop dat de laatste bezuinigingsronde van € 1 miljard nog loopt. Een proces dat 4 jaar zou duren. “Een aantal politieke partijen doet alsof we nu al een nieuwe slag kunnen slaan, maar dat is niet zo'', aldus Hillen, die de lopende bezuinigingen al "veel te veel'' vond.

Nonchalant
Verder op Defensie bezuinigen betekent sowieso dat Nederland zijn internationale NAVO-verplichtingen niet meer nakomt. Het zal ook gevolgen hebben voor wat de krijgsmacht nog kan. Voor inzet in eigen land of daarbuiten. Zoals de inzet tegen piraterij. Als zeeroverij niet wordt aangepakt heeft dat gevolgen voor de handel en vervolgens voor de economie. "Het zijn onze schepen, met onze producten, wij verdienen ons geld overal. Dat treft dus ook de inwoners van Nederland." De bewindsman waarschuwt dat Defensie niet iets is wat je vandaag bestelt en morgen hebt. Het vergt jaren oefenen om goed inzetbaar te zijn. Wat hem betreft is Nederland met Defensie veel te nonchalant omgesprongen terwijl er overal dreiging op de loer ligt, zoals cyberaanvallen.

Het Defensiebudget bedraagt € 7,8 miljard. Dat is ongeveer 1,4 procent van het bruto binnenlands product.

(ministerie van Defensie, 13 augustus 2012)

vrijdag 6 juli 2012

Kamer wil stoppen met JSF-project

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft in de nacht van donderdag op vrijdag ingestemd met een motie om te stoppen met het JSF-project. In totaal stemden 77 Kamerleden voor de motie, 71 stemden tegen. De SP, PvdA, PVV, GroenLinks en Partij voor de Dieren willen niet verder deelnemen aan de ontwikkeling en het testen van het gevechtstoestel.

De motie werd ingediend door Angelien Eijsink van de PvdA en Jasper van Dijk van de SP. Eijsink stelde dinsdag al niet langer mee te willen werken aan het JSF-project. Het is te duur en levert te weinig op, zei ze.

Geen parlementaire enquête
Een motie van GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed om een parlementaire enquête te houden over de gang van zaken rond de vervanging van de F-16, haalde het niet. Hij betreurt dat, omdat een parlementaire enquête volgens hem het enige middel is om echt alle feiten op tafel te krijgen.

Nederland investeerde sinds 2002 ruim 800 miljoen euro in het JSF-project en kreeg in ruil daarvoor opdrachten voor het bedrijfsleven. Het ontwikkelingstraject staat feitelijk los van de aanschaf van de JSF. De afgelopen kabinetten hebben de keuze voor een opvolger van de F-16 telkens voor zich uitgeschoven.

Beleidswijziging
Het is maar de vraag of demissionair minister van Defensie Hans Hillen (CDA) de motie uitvoert. In het debat over de opvolger van de F-16 zei hij dat het een demissionair kabinet niet past om zo'n belangrijke beleidswijziging door te voeren. Zowel in het belang van de werkgelegenheid als een goede opvolger van de F-16 is het belangrijk dat de JSF wordt gekocht, vindt hij.

Ook wil Hillen dat eerst onderzocht wordt wat de gevolgen zijn als Nederland uit het project stapt. De Kamer lijkt niet van plan om Hillen naar huis te sturen. Naar verwachting gaat een nieuw kabinet zich opnieuw buigen over het gevechtsvliegtuig.

(ANP/Novum/Nu.nl, 6 juli 2012)

woensdag 27 juni 2012

De zwaardmacht in het digitale domein

(Toespraak minister Hillen bij opening van het Cyber Symposium van Defensie op 27 juni 2012)

Op 1 november 1911 wierp de Italiaanse piloot Giulio Gavotti vier bommen op Turkse stellingen in Libië. Hij voerde daarmee de eerste luchtaanval in de geschiedenis uit. Een nieuw domein voor oorlogvoering was geboren.

Niet dat iedereen dit onmiddellijk door had. In hetzelfde jaar verkondigde Ferdinand Foch, de latere Franse maarschalk in de Eerste Wereldoorlog, nog dat “vliegen leuk is als sport maar als oorlogswapen waardeloos.”

Drie decennia later, in de Tweede Oorlog, bleek echter de dodelijke effectiviteit van het luchtwapen en kreeg Foch ongelijk. Of zoals Erwin Rommel, de Duitse generaal, aan het einde van die oorlog verzuchtte: “Iemand die, zelfs met de modernste wapens, tegen een vijand moet vechten die over volledige controle van het luchtruim beschikt, vecht als een wilde tegen moderne Europese eenheden, met dezelfde beperkingen en dezelfde kans op succes.”

En nu is er dus weer een nieuw domein ontstaan voor militair optreden. Een domein dat door de mens is gecreëerd. Naast het land, de lucht, de zee en de ruimte, is cyber het inmiddels vijfde domein voor militair optreden.

Dit digitale domein en de toepassing van digitale middelen als wapen of als inlichtingeninstrument zijn sterk in ontwikkeling. Waar gaat deze ontwikkeling heen? En wat betekent zij voor de Nederlandse krijgsmacht?

Het is terecht dat de Nederlandse Defensieacademie aan deze vragen een hele dag wijdt. Ik voorspel u: er zullen nog vele dagen als deze volgen. Want honderd jaar na 1911 staan we naar mijn overtuiging aan het begin van opnieuw een belangrijke verandering in het militaire optreden. Een ontwikkeling die the face of battle, zoals de Brit John Keegan het uitdrukte, de komende decennia zal veranderen.

Laat ik met het positieve beginnen.

Het internet is een enorme verrijking voor de samenleving gebleken en een motor voor economische groei. Digitale middelen maken mogelijk wat vroeger nog onbereikbaar leek.


illustratie: www.acus.org

Defensie wil optimaal van deze mogelijkheden gebruik maken. De digitale technologie stelt de krijgsmacht in staat haar taken doeltreffender en doelmatiger uit te voeren. Zo functioneren vrijwel alle wapensystemen dankzij het gebruik van ICT-componenten. Ook de commandovoering en de logistieke ondersteuning leunen zwaar op digitale systemen. De krijgsmacht is bijna net zo afhankelijk van ICT als Bol.com. Zonder digitale middelen kan zowel onze samenleving als onze krijgsmacht nauwelijks meer functioneren. Zij zijn van levensbelang geworden.

Ook de opkomst van het digitale domein is overigens niet door iedereen op waarde geschat. Zo voorspelde Thomas Watson, bestuursvoorzitter van IBM, in 1943 dat er een wereldmarkt voor misschien vijf computers zou zijn.

Wat ook opvalt – en nu kom ik bij de keerzijde van het digitale fenomeen– is een gebrek aan bewustzijn over de risico's die zijn verbonden aan de explosieve groei van computernetwerken. Bij de ontwikkeling van hardware en software en het inrichten van netwerken werd – en wordt – nauwelijks aandacht besteed aan beveiliging. En dit terwijl het eerste computervirus al in 1971 het licht zag.

De aandacht voor bescherming van netwerken hield, kortom, geen gelijke tred met de groei van het digitale domein.

Pas de laatste jaren is sprake van een inhaalslag. Cyber security staat nu volop in de aandacht. En terecht, want de digitale dreiging is reëel. Deze dreiging kan een ICT-afhankelijke samenleving als deonze op tal van manieren ontregelen. Niet alleen in technische zin: denk aan het uitvallen van het bancaire systeem.

Maar ook in psychologische zin: denk aan de angst, de paniek en wellicht de toegeeflijkheid jegens de agressor die kan optreden als onze digitale systemen op grote schaal worden gesaboteerd.


De gevolgen van een aanval zullen zich niet tot het digitale domein beperken maar ook verregaande gevolgen hebben voor de samenleving als geheel.

Tegen deze dreiging moet onze samenleving zich wapenen. Dat geldt ook voor de krijgsmacht. De Stuxnet en Flame aanvallen hebben duidelijk gemaakt dat ook in het digitale domein conflicten kunnen worden uitgevochten en dat de impact hiervan groot kan zijn.

Veel is nog onduidelijk over de aard van digitale conflicten. Hoe zullen staten en niet-statelijke actoren van het digitale domein gebruik maken om hun politiek doelen te verwezenlijken? Hoe zullen de cyber wapens van de toekomst er uit zien? Het is nog speculeren.

We kunnen het ons echter niet veroorloven lijdzaam af te wachten en maar te zien wat anderen bedenken. Vrijwel alles wat iemand zich kan verbeelden, zo leert de geschiedenis, zal vroeg of laat ook worden gemaakt. Denk maar aan de fantasievolle verhalen van Jules Verne.

Zo zullen ook digitale wapens waarschijnlijk sneller dan we verwachten hun opwachting maken als vast bestanddeel van militaire arsenalen. Defensie moet over verbeeldingskracht beschikken, zowel om de mogelijkheden die het digitale domein biedt met beide handen aan te grijpen als om zich te wapenen tegen wat komen gaat.

Maar wat betekent het om de zwaardmacht in cyber space te zijn? Hoe moet de krijgsmacht haar bijzondere taken en verantwoordelijkheden in het digitale domein vervullen?

De digitale uitdaging is, zoveel staat vast, ook in militair opzicht grensverleggend. In de fysieke wereld zijn grenzen over het algemeen duidelijk gedefinieerd, zijn de dreigingen en de tegenstanders over het algemeen goed in kaart te brengen.

In het digitale domein is dit allemaal een stuk minder duidelijk. In dit domein is niet sprake van een afgebakend militair operatiegebied. Evenmin is sprake van fysiek geweld. En toch is het voorstelbaar dat door het verstoren van digitale systemen hele samenlevingen ontregeld raken of militaire doelen worden uitgeschakeld.

Het is van groot belang Defensie klaar te stomen voor deze nieuwe werkelijkheid, waarin de virtuele en de reële wereld in elkaar overvloeien.

Vandaag zal ik de Tweede Kamer daarom de defensiestrategie voor het militaire opereren in het digitale domein doen toekomen. De Defensie Cyber Strategie geeft de komende jaren richting, samenhang en focus aan de ontwikkeling van het militaire vermogen in het digitale domein.

In de strategie worden zes speerpunten genoemd. Aan de hand van deze speerpunten zal Defensie haar doelstellingen in het digitale domein verwezenlijken. Ik loop met u deze speerpunten kort even langs.

Integrale aanpak
Het eerste speerpunt betreft de totstandkoming van een integrale aanpak. Wegens het wijdvertakte en veelvormige karakter van het digitale domein, is centrale coördinatie nodig van alle activiteiten die aan het militaire optreden in het digitale domein zijn verbonden.

Ons uitgangspunt is dat de cybercapaciteiten van Defensie volledig geïntegreerd moeten worden in ons militair optreden. De kracht van digitale capaciteiten ligt in de mogelijkheden die deze bieden dit optreden langs alle lijnen en in alle domeinen te ondersteunen en te versterken.

Defensie zal geen afzonderlijk krijgsmachtdeel oprichten voor het optreden in het digitale domein. De operationele cybercapaciteiten zullen in 2014 wel worden ondergebracht in het Defensie Cyber Commando bij de landstrijdkrachten.

Defensief
Ons tweede speerpunt is de versterking van de digitale weerbaarheid van Defensie, de defensieve kant dus. De digitale zelfverdediging behelst de bescherming van netwerken, het monitoren en analyseren van dataverkeer, het onderkennen van digitale aanvallen en de reactie hierop.


Het Joint Informatievoorzieningscommando-in-oprichting (JIVC) en DefCERT hebben hierin een zeer belangrijke rol.

Maar hier rust ook een verantwoordelijkheid op de schouders van iedere defensiemedewerker. De belangrijkste kwetsbaarheid die kan leiden tot het verlies of het compromitteren van informatie komt namelijk voort uit onopzettelijk handelen door medewerkers, zoals ondeskundig of onzorgvuldig gebruik van ICT-middelen. Elke defensiemedewerker moet zich bewust worden van de risico’s die aan het gebruik van digitale middelen verbonden zijn.

Offensief
Het derde speerpunt springt wellicht het meest in het oog: de ontwikkeling van het militaire vermogen om cyber operations uit te voeren.

Als zwaardmacht moet de krijgsmacht naar mijn overtuiging ook in het digitale domein offensief kunnen optreden. Het uitschakelen van een tegenstander blijft de bijzondere taak van de krijgsmacht. Ook in het digitale domein. Kennis van offensieve methoden en technieken is bovendien noodzakelijk voor het versterken van de digitale weerbaarheid.





Bij een cyber attack denkt men vaak nog aan de eenzame hacker die op zijn zolderkamer het netwerk van het Pentagon plat weet te leggen. Het digitale domein als asymmetrische arena waar David Goliath precies tussen de ogen weet te raken. Dit spreekt tot de verbeelding maar heeft waarschijnlijk weinig met de toekomstige realiteit te maken. Stuxnet en Flame zijn technologisch zeer complex en zijn daardoor zeer kostbaar. Niet iets dat een enthousiaste amateur in een avond in elkaar zet.

De ontwikkeling van offensieve operationele capaciteiten bevindt zich nog in de kinderschoenen. Er is nog veel onduidelijk over de aard van deze capaciteiten, de mogelijkheden die ze een commandant kunnen bieden en de effecten die ermee kunnen worden bereikt.

Bij het ontwikkelen van de offensieve operationele capaciteiten van de krijgsmacht zal gebruik worden gemaakt van kennis en capaciteit van de MIVD. De Commandant der Strijdkrachten kan de offensieve middelen op grond van een mandaat van de regering in een militaire operatie inzetten. De wettelijk vereiste scheiding tussen de taken en de verantwoordelijkheden van de Commandant der Strijdkrachten en de MIVD blijft daarbij onaangetast. Het al genoemde Defensie Cyber Commando draagt zorg voor de gereedstelling van offensieve cybercapaciteiten.

Inlichtingen
Ik noemde de MIVD al. De versterking van de inlichtingenpositie in het digitale domein, is ons vierde speerpunt.

Informatie is van levensbelang voor de krijgsmacht. Door de opkomst van het digitale domein en de toenemende onderlinge verbondenheid van systemen, zijn de mogelijkheden tot het vergaren van informatie enorm toegenomen. Het bezitten van een hoogwaardige inlichtingenpositie in het digitale domein is nodig voor zowel de bescherming van de eigen infrastructuur als het uitvoeren van operaties.

Een complexe uitdaging vormt de attributie van aanvallen. Als niet kan worden vastgesteld waar een aanval vandaan komt, is het nauwelijks mogelijk daarop te reageren. Voor de inlichtingendiensten is hier een belangrijke taak weggelegd.

Zij moeten inzicht hebben in zowel de technische dreiging als in de intenties van aanvallers. Ook zullen zij over het vermogen moeten beschikken om pogingen tot digitale spionage te verstoren en te stoppen.

Adaptief en innovatief 
Om op de genoemde terreinen in het digitale domein – defensief, offensief en inlichtingen – succesvol te zijn, is meer nodig: de versterking van de kennispositie en van het innovatieve vermogen van Defensie in het digitale domein. Dit vormt dan ook het vijfde speerpunt in onze aanpak.

De instelling van een cyberleerstoel bij de NLDA in 2014, die onder meer de volkenrechtelijke aspecten zal onderzoeken, maakt hiervan uiteraard deel uit. Maar ook de werving en het behoud van gekwalificeerd personeel zijn nadrukkelijk met dit speerpunt verbonden.

De snelheid waarmee ontwikkelingen in het digitale domein zich voltrekken, stelt zeer hoge eisen aan het aanpassingsvermogen en de innovatieve kracht van Defensie. Zij moet in het digitale domein in staat zijn snel nieuwe technologie in te voeren en korte innovatiecycli te doorlopen.

Defensie zal dan ook investeren in digitale technologie en onderzoek. Het Defensie Cyber Expertise Centrum wordt de plek waar de kennis wordt samengebracht. Voor onderzoek en ontwikkeling, maar ook voor opleiding, training en oefening zal Defensie beschikken over een ‘cyber laboratorium’ en een testomgeving.

Een bijzondere uitdaging voor Defensie vormt het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel dat ook kan functioneren in een militaire omgeving. Om de noodzakelijke kennis, kunde en vaardigheden in huis te halen en te behouden wordt specifiek aandacht besteed aan personeelsbeleid en opleidingen. Specifieke loopbaanpatronen voor ‘digitale soldaten’ zijn daarbij zeker denkbaar.

Onze krijgsmacht stelt zich nadrukkelijk open voor mensen die digitale kennis in huis hebben, maar waar de overheid nog te weinig gebruik van maakt: de ‘white hat hacker’-community, oftewel de bonafide hackers. Zij wijzen ons vaak op lekken. Daar moeten we niet boos om worden, maar gebruik van maken, want zo maken we elkaar sterker. Waarom zou een ‘white hat hacker’ zich niet willen inzetten om te helpen bij de verdediging van zijn eigen land? Zeker als hij daarvoor niet eens door de modder hoeft te kruipen, maar achter zijn computer kan blijven zitten.

Samenwerking
De intensivering van de samenwerking in nationaal en internationaal verband is, tot slot, ons zesde speerpunt.

In het digitale domein treden publieke en private, civiele en militaire en nationale en internationale actoren tegelijkertijd op. Een gezamenlijke aanpak is noodzakelijk.

Voor Defensie is het van belang om in het kader van de National Cyber Security Strategie nauw samen te werken met publieke en private partijen. Als beheerder van hoogwaardige digitale netwerken en systemen is Defensie zowel nationaal als internationaal een belangrijke partner.

In internationaal verband zal Defensie samenwerking zoeken met landen die een vergelijkbare aanpak voorstaan en die wat ontwikkeling betreft op vergelijkbaar niveau opereren. Doel van de samenwerking is in eerste instantie gericht op het uitwisselen van kennis. Daarna kan worden bezien of er mogelijkheden zijn tot het gezamenlijk ontwikkelen van capaciteiten.

Op de recente top in Chicago heeft ook de NAVO aangekondigd de weerbaarheid van de eigen netwerken en systemen en die van bondgenoten te versterken. Het is niet aannemelijk dat in NAVO-verband gemeenschappelijke cybercapaciteiten worden ontwikkeld. Het bondgenootschap moet echter wel een visie ontwikkelen over de inzet van cybercapaciteiten bij gezamenlijke operaties.

Tot slot
Het belang van het digitale domein en de snelheid waarmee dit zich ontwikkelt, stelt ons voor grote uitdagingen. De Nederlandse krijgsmacht trekt hier de noodzakelijke conclusies uit en wil in het digitale domein de vooraanstaande rol spelen die bij ons land past.

Defensie moet een volwaardige cybercapaciteit ontwikkelen. Hier geldt misschien nog meer dan elders dat stilstand achteruitgang is. Het tempo waarin het digitale domein zich ontwikkelt zal dan tot gevolg hebben dat we zeer snel tegen een achterstand aanlopen.

Dat is de uitdaging waar we nu voor staan. De Defensie Cyber Strategie die ik de Tweede Kamer zojuist heb toegestuurd, fungeert daarbij als leidraad bij het verwezenlijken van onze doelstellingen.

Ik ben vandaag begonnen met de eerste luchtaanval van de Italiaanse piloot Giulio Gavotti in 1911. Nog voordat het vliegtuig was uitgevonden voorspelde de Britse science fiction schrijver H.G. Wells al dat “wanneer luchtoverwicht is verkregen door een van de strijdende legers, de oorlog een conflict wordt tussen een ziende krijgsmacht en één die blind is.” Het zou mij niet verbazen wanneer deze voorspelling wordt vertaald naar het digitale domein, deze binnen afzienbare termijn ook uitkomt.

En dan is het nu het moment om het allemaal officieel te maken door de strategie aan de Kamer aan te bieden. Uiteraard doe ik dat digitaal.

(minister van Defensie, 27 juni 2012)
Brochure Defensie Cyber Strategie

NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence, Tallinn, Estonia

woensdag 20 juni 2012

Hillen bezorgd om zijn krijgsmacht

Minister van Defensie Hans Hillen heeft de politiek opgeroepen zijn ministerie niet nog eens te confronteren met meer bezuinigingen bovenop de 1 miljard. “De krijgsmacht piept en kraakt overal al door de huidige reorganisatie”, zo liet hij de Tweede Kamer vandaag weten.

Hillen zei ”een bijna dramatische oproep te doen'' aan de partijen om de krijgsmacht rust te geven. Naast de 1 miljard aan bezuinigingen waarmee de defensiebegroting daalt tot ongeveer 7 miljard, verdwijnen er ook eens 12.000 banen. De herstructurering trekt volgens de bewindsman een dusdanig zware wissel op zijn ministerie dat het “respijt moet krijgen''.

Volgens Hillen is de krijgsmacht op dit moment “niet op orde voor welke ambitie dan ook''. De Politietrainingsmissie in Kunduz en de antipiraterijmissie zijn uitvoerbaar, maar meer dan dit niet. Deze situatie blijft volgens Hillen tot 2014 bestaan, wanneer de reorganisatie moet zijn afgerond.

De inkrimpingen hebben niet alleen een negatief effect op de werving, ook veel personeel verlaat de organisatie. Hillen meent dat de politiek aan deze beweging een positieve bijdrage kan leveren door Defensie de kans te geven zich te herstellen. Volgens hem wordt het beeld dat jonge mensen hebben van een carrière bij de krijgsmacht 'wel heel erg duister' zolang de bezuinigingen boven de markt blijven hangen.

Na de huidige reorganisatie telt Defensie ongeveer 50.000 militairen en burgers.

(ministerie van Defensie, 20 juni 2012)

Defensie 'piept en kraakt' door reorganisatie

De krijgsmacht ''piept en kraakt'' door de huidige reorganisatie. Dat zei minister Hans Hillen van Defensie woensdag in een debat in de Tweede Kamer. Hij riep de politiek op zijn ministerie de komende twee jaar niet opnieuw te confronteren met nieuwe bezuinigingen.

Hillen zei ''een bijna dramatische oproep te doen'' aan de partijen om de krijgsmacht met rust te laten. Zijn ministerie moet 1 miljard bezuinigen. Er verdwijnen 12.000 banen.

Hij vreest na de verkiezingen een mogelijke nieuwe bezuinigingsronde, terwijl de huidige reorganisatie nog niet is afgerond. En die herstructurering trekt volgens hem zo'n zware wissel op zijn ministerie dat het ,,respijt moet krijgen''.

Ambities
D66 en PVV menen dat Defensie de huidige ambities al moet bijstellen.

Volgens de minister is het leger op dit moment ''niet op orde voor welke ambitie dan ook''. Huidige missies zoals die in Kunduz en van de marine tegen piraterij kunnen nog net worden vervuld, maar niets extra's is mogelijk.

Deze situatie blijft tot 2014 bestaan wanneer de reorganisatie moet zijn afgerond, concludeert Hillen.

(ANP/Nu.nl, 20 juni 2012)

vrijdag 25 mei 2012

Defensie doet aangifte tegen commandant

Defensie heeft bij de marechaussee aangifte gedaan tegen de commandant van het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC) in Heerenveen. Dat heeft minister Hans Hillen vrijdag bekend gemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. De (inmiddels geschorste)  commandant wordt verdacht van “een aantal vermoedelijke strafbare feiten.” Het zou daarbij ondermeer gaan om valsheid in geschrifte met declaraties. Verder maakt de bewindsman melding van “schendingen van zowel de sociale als van de zakelijke integriteit”. Zo zijn onregelmatigheden geconstateerd bij de inhuur van personeel en de aanschaf van materiaal. Het MGLC levert farmaceutische artikelen en militair geneeskundige uitrustingen en goederen.

In de Kamerbrief worden geen details over de aangeklaagde militair gegeven. Maar uit diverse open bronnen blijkt dat luitenant-kolonel Richard van H. sinds 2009 commandant van het MGLC is.

In een andere zaak zijn "ongewenste praktijken" gesignaleerd bij de aanschaf van civiele dienstvoertuigen voor Defensie. Het gaat volgens Hillen echter niet om strafbare feiten, wel om iemand die "te lang en te intensief"  contacten met leveranciers zou hebben onderhouden. De betrokken werknemer krijgt een andere baan binnen defensie aangeboden.

(hdv, 25 mei 2012)

Orders voor Nederlandse bedrijven bij handelsmissie Turkije

Nederlandse bedrijven op het gebied van veiligheid en defensie hebben tijdens een handelsmissie orders binnengehaald bij Turkse partners voor de levering van apparatuur, efficiënter beheer van voorraden en veilig betaalverkeer op internet. Dertig Nederlandse high tech bedrijven spraken met mogelijke Turkse opdrachtgevers tijdens een netwerkbijeenkomst op het luchtverdedigings- en commandofregat Hr. Ms. Evertsen, dat ter gelegenheid van de handelsmissie enkele dagen was afgemeerd in Istanbul.

Uitstekende naam
Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I), minister Hillen van Defensie en de Turkse onderminister van Defensie Yardimci waren daarbij aanwezig. ´Nederland heeft een uitstekende naam op het gebied van innovatieve producten en diensten voor veiligheid,´aldus Verhagen. ´Dan gaat het niet alleen om high tech materieel, maar ook om software voor efficiënt gebruik van middelen en juridische kennis voor veilig betalen op internet.´

Creatieve industrie
Minister Verhagen voerde besprekingen met de Turkse vice-premier Babacan over nieuwe mogelijkheden voor samenwerking tussen Nederlandse en Turkse bedrijven. De vice-premier nam de uitnodiging aan later dit jaar naar Nederland te komen, en een aantal bedrijven uit de topsectoren van de Nederlandse economie te bezoeken. Naast de high tech bedrijven namen er ook dertig bedrijven uit de creatieve industrie deel aan de handelsmissie. Onder de deelnemers bevonden zich architectenbureaus, designers, modebedrijven, merkenbouwers en podiumtechnici.

400 jaar diplomatieke betrekkingen
Nederland en Turkije en Nederland vieren 400 jaar diplomatieke betrekkingen. Ter gelegenheid van deze viering worden er een aantal handelsmissies georganiseerd. Turkije behoort tot de twintig grootste economieën van de wereld. De economie groeide de afgelopen twee jaar met gemiddeld 7 procent. Met een jonge, goed opgeleide bevolking van 74 miljoen mensen is het een markt met veel mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven. Nederland is één van de grootste investeerders in Turkije. De handel tussen beide landen is in tien jaar meer dan verdrievoudigd.

(ministerie van Economische Zaken, 25 mei 2012)

Minister Hillen haalt banden met Turkije aan


Minister van Defensie Hans Hillen heeft donderdag in Istanbul een ontmoeting gehad met zijn Turkse ambtgenoot dr. Ismet Yilmaz. De ministers ondertekenen een verklaring die moet leiden tot de versterking van de militaire samenwerking tussen Nederland en NAVO-partner Turkije.

Daarna bracht Hillen een bezoek aan het fregat Hr. Ms. Evertsen dat ter gelegenheid van 400 jaar Nederlands-Turkse betrekkingen aan de Bosporus ligt afgemeerd. Het schip is voor de antipiraterij-missie Ocean Shield onderweg naar Oost-Afrika, waar het zal fungeren als vlaggenschip van een NAVO-vlootverband.

Aan boord van het schip woonde  Hillen samen met minister van Economische Zaken Maxime Verhagen een netwerkbijeenkomst bij van het Turkse en Nederlandse bedrijfsleven ter bevordering van de wederzijdse handelsrelaties. Op het gebied van defensie en veiligheid waren hierbij onder meer hightechbedrijven als Thales, Damen en Fokker aanwezig. Ook commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom was hierbij aanwezig.

(ministerie van Defensie, 24 mei 2012)

Nederland en Turkije doen zaken op Hr. Ms. Evertsen


Aan boord van het marinefregat Hr. Ms. Evertsen,  Istanbul, 24 mei. Vertegenwoordigers van het Nederlandse en Turkse bedrijfsleven tekenen contracten. Staand v.l.n.r. o.a. Vice-admiraal Matthieu Borsboom (Commandant Zeestrijdkachten), minister Hans Hillen van Defensie en zijn ambtgenoot Maxime Verhagen van Economische Zaken. (foto: Defensie)


woensdag 23 mei 2012

Minister van Defensie Hillen bezoekt Turkije

Minister van Defensie Hans Hillen heeft morgen in Istanbul een ontmoeting met zijn Turkse ambtgenoot dr. Ismet Yilmaz. Zij ondertekenen een verklaring die moet leiden tot de versterking van de bilaterale militaire samenwerking tussen Nederland en NAVO-partner Turkije.

Daarna brengt de minister een bezoek aan het fregat Hr. Ms. Evertsen, dat ter gelegenheid van 400 jaar Nederlands-Turkse betrekkingen, aan de Bosporus ligt afgemeerd. Het schip is voor de antipiraterij-missie Ocean Shield onderweg naar Oost-Afrika, waar het zal fungeren als vlaggenschip van een NAVO-vlootverband.

Aan boord van het schip zal Hillen samen met minister van Economische Zaken Maxime Verhagen een netwerkbijeenkomst bijwonen van het Turkse en Nederlandse bedrijfsleven ter bevordering van de wederzijdse handelsrelaties. Op het gebied van defensie en veiligheid zijn ondermeer hightechbedrijven als Thales, Damen en Fokker aanwezig.

(ministerie van Defensie, 23 mei 2012)

zaterdag 14 april 2012

TV-tip: verdere bezuinigingen op Defensie?

Zondag treedt minister Hans Hillen van Defensie op in het programma Buitenhof (Ned. 2, 12.00).

Tekstje uit de vooraankondiging:

"Komt Defensie ongeschonden uit de Catshuisonderhandelingen? En zelfs als dat zo is, kan Nederland ooit nog een omvangrijke missie zoals Uruzgan op zich nemen? Hans Hillen, CDA-minister van Defensie, komt in Buitenhof zijn visie op de krijgsmacht toelichten."

(Buitenhof, 15 april 2012)

maandag 6 februari 2012

Is het personeelsbeleid bij Defensie een puinhoop?


Antwoorden op de vragen van het lid Hachchi (D66) aan de minister van Defensie over vermeende puinhoop van het personeelsbeleid bij Defensie (ingezonden 10 januari 2012 met kenmerk 2012Z00168).


1
Wat is uw reactie op het bericht van vakbond AFMP/FNV “Defensie maakt puinhoop van personeelsbeleid”?


2
Is het waar dat de vacaturebank in de praktijk veel problemen veroorzaakt, zoals het niet openstellen van vacatures, het tussentijds wijzigen van functie-eisen en toewijzingen die plaatsvinden buiten het officiële functietoewijzingsproces? Zo ja, welke maatregelen zult u nemen om deze problemen te adresseren?


3
Deelt u de mening dat de transparantie in de sollicitatieprocedure ontbreekt? Zo nee, waarom niet? Hoe zult u dan het beeld dat bij AFMP/FNV leeft, dat de transparantie in de sollicitatieprocedure ontbreekt, aanpakken?


In de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) heb ik uiteengezet welke organisatiemaatregelen de komende jaren bij Defensie worden genomen. Als gevolg de reorganisaties zullen veel werknemers de komende jaren een andere functie binnen (of buiten) Defensie moeten zoeken.

Met de hoofden van de defensieonderdelen zijn afspraken gemaakt over de bekendmaking van vacatures en over een transparant selectie- en functietoewijzingsproces. Onder meer is het van belang om te komen tot een eerlijke defensiebrede toedeling van de beschikbare functies. De vacaturebank is hierbij een belangrijk instrument. Medewerkers die belangstelling hebben voor een bepaalde functie kunnen dit via de vacaturebank kenbaar maken. Zij worden op de hoogte gesteld wanneer deze functie vacant wordt, over het verloop van de selectieprocedure en over eventuele wijzigingen van de functie-eisen. Dit proces wordt ondersteund met het personeelsinformatiesysteem PeopleSoft. Defensie streeft ernaar aanpassingen van de functie-eisen tot een minimum te beperken. In de afgelopen maanden is door gewenningsproblemen sprake geweest van een aantal onvolkomenheden bij de uitvoering van de procedure. De hoofden van de defensieonderdelen brengen de juiste wijze van werken opnieuw onder de aandacht in de eigen organisatie. Ook worden enkele aanpassingen uitgevoerd aan PeopleSoft. Mocht blijken dat verdere verbeteringen mogelijk zijn, dan zullen die zo snel mogelijk worden uitgevoerd.



4
Is het waar dat men bij een afwijzing een standaardbrief zonder de vereiste motivering ontvangt? Zo ja, bent u bereid om afwijzingen voortaan per individu te motiveren?


Gezien de omvang van de reorganisatie zullen in de komende periode waarschijnlijk veel defensiewerknemers gaan solliciteren op meerdere functies. Dit levert een groot aantal afzonderlijke sollicitatieprocedures op. Defensie heeft er om doelmatigheidsredenen voor gekozen afwijzingen gestandaardiseerd en geautomatiseerd te versturen. Het bericht dat de medewerker ontvangt, bevat de afwijzingsreden en de gegevens van een contactpersoon die de werknemer desgewenst aanvullend kan informeren.


5
Is het waar medewerkers wordt geadviseerd om zelf vroegtijdig ontslag te nemen omdat bij Externe Bemiddeling Defensie (EBD) wel mogelijkheden tot een opleiding zouden bestaan? Klopt het dat medewerkers dan bepaalde rechten opgeven? Zo ja, deelt u de mening dat dit onwenselijk is en moet stoppen?


Er zijn mij op dit moment geen gevallen bekend dat medewerkers wordt geadviseerd om zelf vroegtijdig ontslag te nemen met het oog op betere opleidingsmogelijkheden via de EBD en ik deel uw mening dat dit ongewenst zou zijn.


(Bron: ministerie van Defensie, 6 februari 2012)