Posts tonen met het label Elsevier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Elsevier. Alle posts tonen

dinsdag 29 januari 2013

Kroonprins Willem-Alexander: ‘mijn band met de krijgsmacht is een warme'

"Ik denk dat op wat Rambo’s na, de meeste militairen die de verschrikkingen van een oorlog kennen in principe pacifist zijn. Daarom vind ik de rede van generaal Van Uhm afgelopen jaar op het ideeëncongres TEDx zo goed. Hij toonde een wapen als zijn instrument om de vrede te handhaven. Je wilt het niet gebruiken, maar als je het doet, doe je het kort en heftig voor behoud van de rechtsstaat en vrede. Daar is de krijgsmacht voor en daar draagt Nederland een belangrijke steen aan bij, waar ook ter wereld. Ik blijf het zelf ongelooflijk vinden dat zoveel soldaten zich in de Tweede Wereldoorlog hebben ingezet om ons te bevrijden en de rechtstaat te herstellen."

"Het is dan ook aan leden van het Koninklijk Huis en zeker de Koning om een brug te vormen tussen burgermaatschappij en Defensie. Ik hoop dat mijn dochter dat voor haar generatie ook zal doen."

'Als de prins iets na aan het hart ligt, dan is het wel zijn relatie met de krijgsmacht, die nu zo door bezuinigingen wordt geplaagd. ‘Ik zou het omschrijven als een heel warme band,’ zegt hij.'

(Uit een uitgebreid interview door Elsevier met Kroonprins Willem-Alexander, december 2012. Voor de volledige tekst, klik hier)

zaterdag 27 oktober 2012

Commentaar: de JSF is onvermijdelijk én lucratief

Minister Hans Hillen (CDA, Defensie) zal in de toekomst gelden als de bewindsman die het noodzakelijke JSF-project van de ondergang redde

Door Eric Vrijsen

De F-16 is ruim dertig jaar in bedrijf bij de Koninklijke Luchtmacht. De toestellen zijn ouder dan de gevechtspiloten.

Elsevier was onlangs in Afghanistan, waar tot diep in de nacht wordt gesleuteld om de toestellen operationeel te houden. Scheuren in de beplating worden bekleed met aluminium patches, eigenlijk zoals je thuis een fietsband plakt. In de bevestigingspunten van de vleugels aan de romp treffen de monteurs barsten aan, soms wel van een vinger dik en tien centimeter lang.

Wapenorder van de eeuw
Nederland stuurt zijn piloten naar de oorlogszone met materieel, dat door de KLM allang zou zijn afgedankt. Maar zonder F-16 gaat het niet, want militairen moeten altijd kunnen rekenen op luchtsteun.

F-35: Nederlands testtoestel (foto Lockheed Martin)

Het Binnenhof worstelt sinds 2000 met de vervanging van de F-16. In 2002 viel het besluit om de industrie te laten profiteren van de Amerikaanse ‘wapenorder van de eeuw’, de Joint Strike Fighter (JSF). In 2008 verscheen een ‘kandidatenvergelijking’: de JSF bleek de beste keuze.

Zeker, het toestel valt telkens duurder uit dan begroot. Wat dat betreft, lijkt het wel een gemeentehuis; een tramtunnel of een mobilofoonsysteem voor de politie.

Nutteloze geldsmijterij?
De JSF is het favoriete onderwerp van de propaganda van oppositiepartijen: nutteloze geldsmijterij. Dit voorjaar dreigden de linkse Kamerfracties en de PVV de JSF definitief schrappen. CDA-minister Hans Hillen van Defensie wist de zaak te sussen met een onderzoek door de Algemene Rekenkamer. Overtuigd dat ze gelijk zouden krijgen, stemden de linkse partijen in.

Deze week concludeerde de Rekenkamer echter dat doorvliegen met de F-16 onverantwoord duur is. Bovendien kan de industrie 24 tot 38 miljard euro overhouden aan productie en onderhoud van de JSF-toestellen van bondgenoten. Maar dan moet Nederland zelf natuurlijk ook aanschaffen.

Lucratief
Critici moeten nu erkennen dat de JSF onvermijdelijk en lucratief is, maar mopperen dat hij alle andere militaire investeringen verdringt. Dat is niet waar. Tussen 2018 en 2026 slokt de JSF hooguit een derde van het investeringsbudget op. De nieuwe Kamermeerderheid van VVD en PvdA wil daarom tot aanschaf overgaan.

In mei 1975 kocht PvdA-minister Henk Vredeling van Defensie de F-16. Hevige kritiek was zijn deel. Later werd Vredeling geprezen. Zonder de F-16 was Nederland niet één keer, maar vele malen terecht gekomen in een soort Srebrenica en zouden veel militairen onnodig zijn gesneuveld.

Thans beschimpen journalisten Hillen als ‘verwelkte kamerplant’. Maar straks zal hij gelden als de bewindsman wiens politieke vernuft anno 2012 het noodzakelijke JSF-project van de ondergang redde.

(Elsevier, 27 oktober 2012)

donderdag 26 april 2012

Jagen op zeebendes

Somalische piraten worden harder bestreden, ook door de Nederlandse marine. Die neemt het niet op tegen zielige ex-vissers, maar tegen een ware losgeldindustrie

Eric Vrijsen

Minister Hans Hillen (CDA) van Defensie onderhandelde maandenlang met zijn Europese collega’s over een hardere aanpak van de Somalische piraten en kreeg zijn zin. Nu zoekt hij parlementaire steun om de geweldsinstructie voor de Koninklijke Marine te verruimen.

In de Golf van Aden en de Arabische Zee verschijnen steeds meer marineschepen die inmiddels ook ‘pre-emptieve’ aanvallen (laatste-momentpreventie) uitvoeren op de boten van de piraten. Zo mislukken veel kapers al voordat ze goed en wel kunnen beginnen. De Europese anti-piraterijmissie Atalanta gaat straks nog verder: ook de criminele infrastructuur op het strand van Somalië wordt aangepakt. Mariniers mogen niet aan land, maar mogen wel vanuit de branding vuren.

Het idee is om met onbemande vliegtuigen de Somalische kust in de gaten te houden. Zodra een bende brandstofvoorraden aanlegt en wapentuig in gereedheid brengt, voert Atalanta een beschieting uit. Liefst vanuit een helikopter, maar eventueel vanuit een speedboot met mariniers. In theorie kan het ook met het boordkanon, maar dan moet je er een peperdure geleide raket aan wagen. Anders is het niet precies genoeg.

Hr.Ms. Zeeleeuw 'beloert'  piraten (foto: Marine)
Nederland stuurt een onderzeeboot die de activiteit van de piraten in kaart moet brengen. Op dit moment is het fregat Hr.Ms. Van Amstel actief in het gebied. Deze zomer wordt het afgelost door het grotere luchtverdedigings- en commandofregat Hr.Ms. Evertsen, met één helikopter aan boord, en daarna door de nog grotere Hr.Ms. Rotterdam, met twee heli’s en het onbemande vliegtuig ScanEagle.

ScanEagle met
opvangmechanisme
Dit laatste toestel kan géén beschietingen uitvoeren, wel de kustlijn observeren. Het blijft 22 uur lang ononderbroken in de lucht, maar de actieradius is beperkt tot 100 kilometer. Probleem: de kust van Somalië is 3.000 kilometer lang. De Rotterdam neemt ook landingsvaartuigen mee waarmee je D-Day-achtige landingsoperaties kunt uitvoeren.

De uitbreiding van de anti-piraterijmissie klinkt stoer en zelfs de oppositie staat er positief tegenover. Piraten zijn criminelen, en die moet je mores leren. Toch nemen de risico’s van de missie toe. De piraten zijn géén onnozele halzen die zich uit pure armoe in een gewelddadig avontuur storten.

Ze zijn onderdeel van een goed georganiseerde bedrijfstak, die nieuwe tactieken zal bedenken. In een land als Somalië is het een koud kunstje om een aanval door een westers marineschip uit te lokken waarbij uiteindelijk een groot aantal burgerslachtoffers valt. Ook represailles tegen westerse hulpverleners zijn te vrezen.

Politici en burgers hebben een te romantisch beeld van piraterij. Militaire bronnen wijzen op de harde werkelijkheid. In de Somalische stad Harardheere is een beurs waar je aandelen kunt kopen in ophanden zijnde piratenacties. Je kunt die aandelen ook weer verkopen als je twijfelt aan het succes.

Er is een levendige handel. De financiers en hun politieke bondgenoten ontvangen uiteindelijk de helft van het losgeld, dat 3 tot 5 miljoen euro per schip bedraagt. De andere helft wordt verdeeld onder de zeeploeg (30 procent), de grondtroepen (10 procent) en de lokale krijgsheer en autoriteiten van het havenstadje vanwaar de piraten uitvoeren. Dat laatste bedrag (10 procent) wordt deels verdeeld onder de plaatselijke bevolking. Daarnaast is er nog de aanmoedigingspremie van één personenauto. Dit is de gebruikelijke bonus voor de piraat die als eerste aan boord klimt van het te kapen schip.

De bandieten meten zich thuis de Robin Hood-status aan. Het verhaal dat piraten noodgedwongen handelen doordat ze als vissers hun bestaanszekerheid verloren, is een fabeltje. Somaliërs zijn van oudsher nomaden en herders. Pas door westerse ontwikkelingshulp kwam eind vorige eeuw de visserij enigszins op gang. Bij de tsunami van 2004 werden op de Somalische kust veel vissersbootjes vernield. Europa verleende noodhulp: nieuwe boten en buitenboordmotoren van 80 pk. Dergelijke skiffs doken later op als vaartuig van de zeerovers.

Telmachines
De piraterij is geen strijd om levensbehoud; het is de voortzetting op het water van de roofzuchtige economie die het Somalische vasteland beheerst. Er is een kartel van zeven tot negen bendes, geleid door krijgsheren, die onderling het immense zeegebied verdelen en een gezamenlijke code hanteren voor de behandeling van gijzelaars.

Zo is er de Kismayu Groep, die zich, nogal misleidend, de Nationale Vrijwillige Kustwacht noemt. Andere groeperingen hebben namen als Merkah Groep, Centraal-Regionale Kustwacht, het Oceaan Reddings Korps en de Somalische Mariniers. Het zijn ondernemingen met een perswoordvoerder.

De oude truc is om met een zielig bootje het zeegat te kiezen en een noodsignaal te zenden. Een naburig schip moet dan, krachtens het zeerecht, komen helpen. Op dat moment verschijnt ook een snelle skiff met zwaarbewapende mannen.

Hoe zijn de kapers zo goed op de hoogte van de scheepvaartbewegingen? Het gebied is drie keer zo groot als Europa. Piraten hebben handlangers in Oost-Afrikaanse havens en de Golfstaten. Ook gaan verhalen over de dubbelrol van scheepvaartkantoren, die naderhand bemiddelen bij de overdracht van losgeld. Zij ontvangen daarover commissie en het is nogal verleidelijk om kapers te tippen over een makkelijke prooi.

Opgepakte 'moederskiff'. Op de achtergrond: Hr.Ms. Tromp (foto: Marine)
In de piratenbranche is de overdracht van losgeld altijd een lastig moment. Soms gaat het in contanten: miljoenen dollars verpakt in jutezakken of koffers van hard plastic. Er is ook weleens geld per parachute op het dek van een gekaapt schip afgeworpen.

Tot verbijstering van marineofficieren en beveiligers waren de kapers uitgerust met de apparatuur van moderne banken, zoals razendsnelle telmachines en scanners om valse biljetten op te sporen. Als rechtgeaarde kaper wil je eerst vaststellen of ze je beduvelen; anders ga je niet van boord. Het team heeft altijd één Engels sprekende medewerker, die ook de satelliettelefoon bedient en via Twitter communiceert.

Niet alle losgeld wordt cash afgerekend. Er zijn girale overdrachten via tussenpersonen in Beirut en Londen. Volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken haalden de Somalische piraten vorig jaar ruim 100 miljoen euro op. De Amerikanen huiveren bij de gedachte dat ook Al-Shabab, de Somalische bondgenoot van Al-Qa’ida, zich met de piraterij gaat bemoeien. De moslimfundamentalisten wijzen roverij af, maar incasseren van de piraten wel protectiegeld of wapens. De westerse scheepvaartwereld spreekt hier niet over: losgeld dat indirect bij Al-Shabab terechtkomt, geldt volgens de Amerikaanse wet als financiële steun aan het terrorisme. Dan verdwijnt de reder achter de tralies en wordt zijn bedrijf ontmanteld.

Ingrijpen op het vasteland is voor Washington – zelfs twintig jaar na een volkomen mislukte humanitaire operatie in Somalië, verfilmd als Black Hawk Down – uitgesloten. Vandaar ook dat de NAVO-missie Ocean Shield veel terughoudender is dan de EU-missie Atalanta. De meeste Nederlandse schepen varen in NAVO-verband. Een juridische truc is nodig om ze in te zetten voor een operatie gericht op het land.

Bovendien is het erg kostbaar om criminele bendes te bestrijden met marinefregatten die bedoeld zijn voor intercontinentale raketverdediging en waaraan een prijskaartje van een kwart miljard hangt. Lastig is ook dat arrestanten in Europa glimlachend om politiek asiel kunnen vragen.

Een blijvende oplossing voor het piratenprobleem zit er voorlopig niet in. Pas als Somalië ophoudt een failed state te zijn, een legitieme regering het gezag herstelt en de krijgsheren worden ontwapend, is de Golf van Aden misschien weer veilig. De westerse marines zoeken de samenwerking met de autoriteiten in het redelijk autonome Somaliland (in het noorden) en met de voorlopige regering in Puntland (het centrale deel van Somalië). De EU voorziet ook in een trainingsprogramma voor Somalische soldaten, al staat dat nog in de kinderschoenen.

(Elsevier nr.16, 21 april 2012)