Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
Het kabinet heeft kennis genomen van de motie-Van Dijk (Kamerstuk 33 763, nr. 14) die op 6 november jl. is ingediend naar aanleiding van het overleg over de Nota “In het belang van Nederland”. Met deze brief wil het kabinet graag reageren op het duidelijke signaal dat de Kamer met deze motie afgeeft en tevens, mede naar aanleiding van de behandeling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, enige aanvullende informatie geven op de beleidsbrief nucleaire ontwapening en non-proliferatie van 24 oktober jl. (Kamerstuk 33 783, nr.1).
In de motie-Van Dijk spreekt een Kamermeerderheid uit dat “de vervanger van de F-16 geen nucleaire taak mag hebben”. Het kabinet ziet in deze motie een aansporing om het Nederlandse beleid gericht op het terugdringen en uiteindelijk elimineren van alle nucleaire wapens- waaronder de niet-strategische nucleaire wapens in heel Europa – met kracht voort te zetten. In lijn hiermee is het kabinet het met uw Kamer eens dat de inzet van Nederland erop gericht moet zijn dat Nederland op het moment dat de opvolger van de F-16 aantreedt geen nucleaire taak meer zou hoeven te vervullen – omdat op dat moment de internationale omstandigheden en de afspraken binnen de NAVO dat hopelijk mogelijk maken. De volgorde binnen dit proces luistert evenwel nauw. Het kabinet is van mening dat het belangrijk is om éérst binnen het bondgenootschap overeenstemming te bereiken over de toekomstige nucleaire positionering van de NAVO – en zet daar ook op in – en dan op basis daarvan conclusies te trekken over de rol van individuele lidstaten daarin. Het kabinet constateert dat op dit terrein momenteel binnen de NAVO nog forse verschillen van mening bestaan. Het kabinet wil zich er voor inzetten deze verschillen de komende jaren te overbruggen en ziet de motie-Van Dijk als een aansporing daartoe.
Richtsnoer voor het kabinet op dit gebied is de beleidsbrief over nucleaire ontwapening en non-proliferatie (Kamerstuk 33 783, nr.1) van 24 oktober 2013. Hierin wordt benadrukt dat het beleid van Nederland gericht is op het bereiken van een wereld zonder kernwapens. De brief zet daarbij niet alleen uitvoerig uiteen op welke wijze en in welke gremia Nederland dit doel probeert te bevorderen, maar schetst ook de dilemma’s waar het kabinet in dat streven tegenaan loopt. Eén van deze dilemma’s betreft de vraag hoe Nederland op constructieve wijze een aanjagende rol kan blijven spelen in de discussies binnen het bondgenootschap over bijvoorbeeld ontwapening en niet-strategische nucleaire wapens en tegelijkertijd een betrouwbare partner kan zijn in een militair bondgenootschap dat sinds decennia onze veiligheid garandeert. Binnenkort zal het kabinet over de beleidsbrief en de hierin vervatte doelstellingen en dilemma’s nader met u van gedachten wisselen.
Nederlandse inzet in NAVO-kader
Zoals ook beklemtoond in de beleidsbrief, zal Nederland in de NAVO nadrukkelijk aandacht blijven vragen voor ontwapening, wapenbeheersing en non-proliferatie. Zo heeft de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de laatste NAVO-ministeriële van 3 en 4 december jl. gepleit voor de bespreking van het onderwerp wapenbeheersing tijdens en in aanloop naar de NAVO-top van september 2014. Dit geldt zowel voor conventionele als nucleaire wapens, met bijzondere aandacht voor de niet-strategische nucleaire wapens in Europa
De NAVO steunt het streven naar een kernwapenvrije wereld. Zoals in de beleidsbrief beschreven, heeft de NAVO tijdens de Chicago-top in 2012 in haar Deterrence and Defence Posture Review (DDPR) ook duidelijk gemaakt dat nucleaire wapens een elementair onderdeel zijn van de capaciteiten van de NAVO en dat zolang kernwapens bestaan de NAVO een nucleaire alliantie zal blijven.
De bondgenoten bevestigden in de DDPR dat de NAVO de afschrikkings- en verdedigingscapaciteiten in stand zal houden die nodig zijn ter verzekering van de veiligheid van de leden van het bondgenootschap in een onvoorspelbare wereld. Tegelijkertijd zal de NAVO haar strategie, inclusief de capaciteiten en andere maatregelen die nodig zijn voor afschrikking en defensie, blijven aanpassen aan de ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving. Besluiten hierover worden, zoals altijd in de NAVO, bij consensus genomen.
Het kabinet is van mening dat met de DDPR een goede balans is gevonden tussen capaciteiten en dreigingen. Het steunt het voornemen de nucleaire strategie regelmatig aan te passen aan de omstandigheden. Bij toekomstige besprekingen hierover in de NAVO zal het kabinet, naast overwegingen van nationale en internationale veiligheid en stabiliteit, het streven naar ontwapening zwaar laten meewegen. Het streven naar een kernwapenvrije wereld betekent immers ook verwijdering van alle niet-strategische kernwapens uit Europa. Daarbij is het van belang te constateren dat sinds het einde van de Koude Oorlog de rol van niet-strategische kernwapens in de NAVO drastisch is veranderd en dat deze wapens daarmee in een ander daglicht zijn komen te staan. Daar staat tegenover dat de Russische militaire doctrine nog steeds het gebruik van deze wapens – zelfs vroeg in een conventioneel conflict – niet uitsluit. Mede hierom ontbreekt aan Russische zijde op dit moment de belangstelling voor onderhandelingen over de vermindering van niet-strategische kernwapens. Voorts geeft Rusland bij herhaling te kennen alleen over nucleaire ontwapening te willen spreken in samenhang met conventionele ontwapening en de stopzetting van de ontwikkeling van het afweersysteem van de NAVO tegen ballistische raketten.
Het kabinet is van mening dat gesproken dient te worden over het verder terugdringen van de rol van kernwapens in militaire doctrines. Zoals beschreven in de beleidsbrief was Nederland mede daarom eind juni 2013 gastheer van een NATO – Russia Council Seminar on Nuclear Doctrine and Strategy. Hiermee onderstreept het kabinet het belang dat het aan dit onderwerp hecht. Het illustreert ook het belang dat Nederland, als bruggenbouwer, hecht aan het vergroten van transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen in het kader van de samenwerking tussen de NAVO en de Russische Federatie.
De NAVO-kernwapentaak en de aanwezigheid van Amerikaanse niet-strategische kernwapens in Europa belichamen voor NAVO-bondgenoten de essentiële politieke en symbolische verbondenheid tussen Europa en de Verenigde Staten. Een aantal bondgenoten hecht bovendien onverminderd aan de aanwezigheid van deze wapens als tegenwicht tegen een door hen gepercipieerde Russische dreiging.
Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen. Het zal echter nog geruime tijd duren, zeker tot 2024, voordat de F-16 niet meer in gebruik is. Hoe het geheel van afschrikkings- en defensiecapaciteiten van de NAVO er dan uitziet, is nu niet te voorspellen. Wel staat vast dat het thema tot die tijd regelmatig onderwerp van discussie zal zijn in het bondgenootschap. Nederland wil in deze discussie een actieve rol blijven spelen. Mede tegen deze achtergrond is het kabinet geen voorstander van eenzijdige besluiten. Dat zou niet passen bij onze bondgenootschappelijke verplichtingen en afbreuk doen aan de geloofwaardigheid en de positie van Nederland in de discussies over de NAVO-strategie, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de Russische opstelling op nucleair gebied.
Zoals tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken ter sprake kwam, zijn er NAVO-afspraken over wat publiekelijk kan worden meegedeeld over de kernwapentaken, inclusief die van Nederland. De basisafspraken dateren van 1964 en de laatste herziening van 2007. In overeenstemming met de afspraken kan worden bevestigd dat Amerikaanse nucleaire wapens aanwezig zijn op het Europese grondgebied van de NAVO. Er kunnen evenwel geen mededelingen worden gedaan over aantallen en specifieke locaties.
Tegen deze achtergrond kan het kabinet zich niet op voorhand vastleggen op een standpunt zoals uitgesproken in de motie. Het kabinet zal wel, aangemoedigd door de motie, het Nederlandse beleid, gericht op algehele kernontwapening, inclusief de verwijdering van de niet-strategische kernwapens uit Europa, vastberaden voortzetten. Het kabinet zal zich hiervoor inzetten in de discussies over toekomstige NAVO-capaciteiten en in de voorbereiding op de komende NAVO-top in september 2014. Over de voortgang van de besprekingen binnen de NAVO zal het kabinet uw Kamer informeren.
DE MINISTER VAN DEFENSIE DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert Frans Timmermans
(Tweede Kamer, 14 januari 2014)
Posts tonen met het label Joint Strike Fighter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joint Strike Fighter. Alle posts tonen
dinsdag 14 januari 2014
donderdag 7 november 2013
Notaoverleg Defensie in het teken van de F-35
In de Vaste Commissie voor Defensie tekende zich gisteravond laat een meerderheid voor de aanschaf van tenminste 37 toestellen af. Het ruim 13 uur durende debat met de bewindslieden Dijsselbloem, Kamp en Hennis-Plasschaert over de toekomstplannen voor de krijgsmacht ging vooral over de F-35. Het debat bood coalitiepartij PvdA voldoende garanties om zich, naast de VVD, CDA, ChristenUnie en SGP, te laten overtuigen.
Minister Hennis maakte het kabinetsbesluit voor de F-35 onlangs bekend in de nota ‘In het belang van Nederland’. “Met de keuze voor de F-35 kiest Defensie weloverwogen voor een technisch hoogwaardige en toekomstgerichte luchtmacht. Het toestel beidt in militair- operationeel perspectief de meeste opties.” Maar voor een definitief besluit is een Kamermeerderheid nodig. Die tekende zich gisteravond laat af. “Dit is een mooie dag voor de luchtmacht, voor de krijgsmacht en voor Nederland”, zo zei Hennis aan het einde van het debat. “Eindelijk duidelijkheid voor het personeel van Defensie, duidelijkheid voor onze internationale partners.”
Speciale vertegenwoordiger
Minister Henk Kamp van Economische Zaken maakte bekend dat het kabinet een speciale vertegenwoordiger voor het bedrijfsleven aanstelt. Deze gaat de Nederlandse industrie helpen bij het verwerven van opdrachten in het project. Volgens Kamp kan Nederland tijdens de productie van het toestel tot 2045 voor € 8 miljard tot € 10 miljard aan opdrachten binnenhalen.
Ontwikkelingsprijs
De risico’s zijn volgens minister Hennis te overzien. Ze is er van overtuigd dat binnen het budget van € 4,5 miljard alle 37 toestellen kunnen worden gekocht. “We hanteren een risicoreservering van 10% en de aanschafprijs van de toestellen gaat de komende jaren naar onze verwachting nog omlaag.” Vliegtuigbouwer Lockheed-Martin levert in 2019 het eerste Nederlandse toestel, het laatste 5 jaar later.
Van Ghentkazerne
Behalve de F-35 kwamen ook het Joint Support Ship Karel Doorman, het voortbestaan van 45 Pantserinfanteriebataljon en het openblijven van de kazerne in Assen ter sprake. Een aantal fracties heeft de minister ook gevraagd naar mogelijkheden te kijken om de Van Ghentkazerne in Rotterdam open te houden. “Ik ben daarover in gesprek met de gemeente”, liet Hennis weten.
De Kamer gaf aan tijdens de begrotingsbehandeling van komende week nog verder te willen spreken over een aantal andere onderwerpen uit de Nota. Na de begrotingsbehandeling stemt de Kamer over de ingediende moties.
(ministerie van Defensie, 7 november 2013)
Minister Hennis maakte het kabinetsbesluit voor de F-35 onlangs bekend in de nota ‘In het belang van Nederland’. “Met de keuze voor de F-35 kiest Defensie weloverwogen voor een technisch hoogwaardige en toekomstgerichte luchtmacht. Het toestel beidt in militair- operationeel perspectief de meeste opties.” Maar voor een definitief besluit is een Kamermeerderheid nodig. Die tekende zich gisteravond laat af. “Dit is een mooie dag voor de luchtmacht, voor de krijgsmacht en voor Nederland”, zo zei Hennis aan het einde van het debat. “Eindelijk duidelijkheid voor het personeel van Defensie, duidelijkheid voor onze internationale partners.”
Speciale vertegenwoordiger
Minister Henk Kamp van Economische Zaken maakte bekend dat het kabinet een speciale vertegenwoordiger voor het bedrijfsleven aanstelt. Deze gaat de Nederlandse industrie helpen bij het verwerven van opdrachten in het project. Volgens Kamp kan Nederland tijdens de productie van het toestel tot 2045 voor € 8 miljard tot € 10 miljard aan opdrachten binnenhalen.
Ontwikkelingsprijs
De risico’s zijn volgens minister Hennis te overzien. Ze is er van overtuigd dat binnen het budget van € 4,5 miljard alle 37 toestellen kunnen worden gekocht. “We hanteren een risicoreservering van 10% en de aanschafprijs van de toestellen gaat de komende jaren naar onze verwachting nog omlaag.” Vliegtuigbouwer Lockheed-Martin levert in 2019 het eerste Nederlandse toestel, het laatste 5 jaar later.
Van Ghentkazerne
Behalve de F-35 kwamen ook het Joint Support Ship Karel Doorman, het voortbestaan van 45 Pantserinfanteriebataljon en het openblijven van de kazerne in Assen ter sprake. Een aantal fracties heeft de minister ook gevraagd naar mogelijkheden te kijken om de Van Ghentkazerne in Rotterdam open te houden. “Ik ben daarover in gesprek met de gemeente”, liet Hennis weten.
De Kamer gaf aan tijdens de begrotingsbehandeling van komende week nog verder te willen spreken over een aantal andere onderwerpen uit de Nota. Na de begrotingsbehandeling stemt de Kamer over de ingediende moties.
(ministerie van Defensie, 7 november 2013)
donderdag 4 april 2013
Kamerbrief over 'stallen' Nederlandse JSF testtoestellen
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 4 april 2013
Betreft Nederlandse testtoestellen
Onze referentie
BS2013010588
In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik toegezegd u voorafgaande aan het algemeen overleg over de vervanging van de F-16, gepland voor 25 april a.s., nader te informeren over de Nederlandse testtoestellen ten behoeve van de operationele testfase. De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 15 februari jl. tevens om een update verzocht (kenmerk 26488-309/2013D06535).
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen verworven. Het eerste toestel is reeds gereed, het tweede wordt in de zomer van 2013 geleverd. In de brief van 8 februari heb ik uiteengezet dat Defensie zal onderzoeken welke opties er zijn voor het gebruik van de testtoestellen in de komende periode, omdat de operationele testfase volgens de huidige planning in 2015 zal aanvangen.
Ik kan u melden dat het kabinet heeft besloten de toestellen te stallen tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Gedurende de stalling van de toestellen zal door Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen worden gevlogen om ze luchtwaardig te houden. Dit besluit zal met het Joint Program Office (JPO) worden uitgewerkt en contractueel worden vastgelegd. Als de kosten bekend zijn, zal ik u daarover nader informeren. De kosten zullen ten laste worden gebracht van de projectreservering Vervanging F-16.
U verzocht mij ook in te gaan op de personele gevolgen en de ontwikkelingen bij de andere partnerlanden. De Verenigde Staten en het Verenigde Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 4 april, 2013)
Datum 4 april 2013
Betreft Nederlandse testtoestellen
Onze referentie
BS2013010588
In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik toegezegd u voorafgaande aan het algemeen overleg over de vervanging van de F-16, gepland voor 25 april a.s., nader te informeren over de Nederlandse testtoestellen ten behoeve van de operationele testfase. De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 15 februari jl. tevens om een update verzocht (kenmerk 26488-309/2013D06535).
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen verworven. Het eerste toestel is reeds gereed, het tweede wordt in de zomer van 2013 geleverd. In de brief van 8 februari heb ik uiteengezet dat Defensie zal onderzoeken welke opties er zijn voor het gebruik van de testtoestellen in de komende periode, omdat de operationele testfase volgens de huidige planning in 2015 zal aanvangen.
Ik kan u melden dat het kabinet heeft besloten de toestellen te stallen tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Gedurende de stalling van de toestellen zal door Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen worden gevlogen om ze luchtwaardig te houden. Dit besluit zal met het Joint Program Office (JPO) worden uitgewerkt en contractueel worden vastgelegd. Als de kosten bekend zijn, zal ik u daarover nader informeren. De kosten zullen ten laste worden gebracht van de projectreservering Vervanging F-16.
U verzocht mij ook in te gaan op de personele gevolgen en de ontwikkelingen bij de andere partnerlanden. De Verenigde Staten en het Verenigde Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 4 april, 2013)
Nederlandse F-35 testtoestellen voorlopig aan de grond
De twee F-35-testtoestellen die Nederland heeft gekocht voor de operationele testfase, worden voorlopig gestald. Dat gebeurt tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Dat heeft het kabinet besloten.
De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel. Tijdens de stallingsperiode vliegen Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen om ze luchtwaardig te houden.
Planning
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen aangeschaft. Het eerste is gereed, het tweede wordt deze zomer geleverd. De operationele testfase begint volgens de huidige planning in 2015.
(ministerie van Defensie, 4 april 2013)
De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel. Tijdens de stallingsperiode vliegen Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen om ze luchtwaardig te houden.
Planning
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen aangeschaft. Het eerste is gereed, het tweede wordt deze zomer geleverd. De operationele testfase begint volgens de huidige planning in 2015.
(ministerie van Defensie, 4 april 2013)
vrijdag 29 maart 2013
Kamerleden maken tijd voor concurrenten van JSF
Door: Teun Lagas
De vliegtuigbouwers die de concurrentieslag met de Amerikaanse JSF/ F-35 leken te hebben verloren, worden alsnog een keer door de Tweede Kamer uitgenodigd om hun gevechtsvliegtuigen aan te prijzen. D66, SP, PVV en coalitiepartij PvdA hebben dat gisteren afgedwongen. Een voor volgende week gepland Kamerdebat over de opvolging van de verouderde F-16 is uitgesteld. Onder druk van de tegenstanders en twijfelaars in het parlement kijkt de Kamercommissie voor defensie de komende maand eerst nog eens uitgebreid rond in de wereldwijde showroom van beschikbare gevechtsvliegtuigen
Lees meer:
(Trouw, 29 maart 2013)
De vliegtuigbouwers die de concurrentieslag met de Amerikaanse JSF/ F-35 leken te hebben verloren, worden alsnog een keer door de Tweede Kamer uitgenodigd om hun gevechtsvliegtuigen aan te prijzen. D66, SP, PVV en coalitiepartij PvdA hebben dat gisteren afgedwongen. Een voor volgende week gepland Kamerdebat over de opvolging van de verouderde F-16 is uitgesteld. Onder druk van de tegenstanders en twijfelaars in het parlement kijkt de Kamercommissie voor defensie de komende maand eerst nog eens uitgebreid rond in de wereldwijde showroom van beschikbare gevechtsvliegtuigen
Lees meer:
(Trouw, 29 maart 2013)
donderdag 28 maart 2013
Webdossier Vervanging F-16 online
Het webdossier Vervanging F-16, onderdeel van het Verslag 2012 van de Algemene Rekenkamer, is vandaag online gegaan.
In dit webdossier, terug te vinden op http://vervanging-f16.rekenkamer.nl/ zijn de gegevens over de vervanging van het F-16-jachtvliegtuig gebundeld. Dat is dus inclusief de informatie over de samenwerkingsovereenkomsten van Nederland met de Verenigde Staten over de mogelijke vervanger, de F-35 Lightning II.
Mijlpalen
Via het webdossier is (onder ‘besluitvorming’) door te klikken naar relevante rapporten en brieven van de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie. Ook de mijlpalen die voor deze investering van belang zijn, voor de periode van 1996 tot nu, staan daar onder.
De Algemene Rekenkamer actualiseert het dossier regelmatig en het is daarom langjarig als een databank inzetbaar.
(ministerie van Defensie, 28 maart 2013)
In dit webdossier, terug te vinden op http://vervanging-f16.rekenkamer.nl/ zijn de gegevens over de vervanging van het F-16-jachtvliegtuig gebundeld. Dat is dus inclusief de informatie over de samenwerkingsovereenkomsten van Nederland met de Verenigde Staten over de mogelijke vervanger, de F-35 Lightning II.
Mijlpalen
Via het webdossier is (onder ‘besluitvorming’) door te klikken naar relevante rapporten en brieven van de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie. Ook de mijlpalen die voor deze investering van belang zijn, voor de periode van 1996 tot nu, staan daar onder.
De Algemene Rekenkamer actualiseert het dossier regelmatig en het is daarom langjarig als een databank inzetbaar.
(ministerie van Defensie, 28 maart 2013)
woensdag 13 maart 2013
Minister Hennis-Plasschaert opent weg naar aanschaf JSF
door Eric Vrijsen
De toekomstvisie voor de krijgsmacht van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) noemt de Joint Strike Fighter (JSF) ‘financieel inpasbaar’. Dat meldt Elsevier deze week.
Het document is getiteld In het belang van Nederland – De krijgsmacht voor vrijheid, veiligheid en welvaart. Voor de opvolging van de F-16, blijkt de Amerikaanse JSF – ook wel F-35 - een betere keus dan andere jachtvliegtuigen zoals de Zweedse Saab Gripen.
55 JSF-toestellen
Bronnen bij het ministerie zeggen dat hiermee de weg wordt geopend voor de aanschaf van 50 tot 55 JSF-toestellen door het kabinet-Rutte II.
Het toestel is nodig om Nederlandse militairen in allerlei soorten operaties van luchtsteun te kunnen voorzien. Waar coalitiepartij VVD aandringt op ‘korte klap’-operaties en partner PvdA de krijgsmacht het liefst langdurige stabiliteitsmissies ziet uitvoeren, maakt Hennis’ document geen keuze. Het leger moet beide soorten missies aankunnen.
Vervanging F-16
Hennis’ toekomstvisie is nu nog een concept. De komende weken zetten een ambtelijke en een ministeriële commissie de puntjes op de i. Daarna controleert de Algemene Rekenkamer het cijferwerk. De Tweede Kamer moet er nog voor de zomervakantie over vergaderen.
Defensie reserveerde 4,5 miljard voor de vervanging van de ruim dertig jaar oude F-16. Om vijftig F-35’s te kopen, volstaat dit bedrag niet. Maar aangezien de uiteindelijke levering van de vloot nog bijna tien jaar vergt, plaatst dat het kabinet niet voor onmiddellijke tekorten.
Tegenslag
Het nieuwe toestel kampt in de Verenigde Staten met voortdurende tegenslagen, waardoor het project duurder uitvalt en de testfase vertraagt.
Nederland bezit twee testvliegtuigen. Het tweede toestel rolde vorige week uit de fabriek van Lockheed-Martin in Dallas/Fort-Worth.
(Elsevier, 13 maart 2013)
De toekomstvisie voor de krijgsmacht van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) noemt de Joint Strike Fighter (JSF) ‘financieel inpasbaar’. Dat meldt Elsevier deze week.
Het document is getiteld In het belang van Nederland – De krijgsmacht voor vrijheid, veiligheid en welvaart. Voor de opvolging van de F-16, blijkt de Amerikaanse JSF – ook wel F-35 - een betere keus dan andere jachtvliegtuigen zoals de Zweedse Saab Gripen.
55 JSF-toestellen
Bronnen bij het ministerie zeggen dat hiermee de weg wordt geopend voor de aanschaf van 50 tot 55 JSF-toestellen door het kabinet-Rutte II.
Het toestel is nodig om Nederlandse militairen in allerlei soorten operaties van luchtsteun te kunnen voorzien. Waar coalitiepartij VVD aandringt op ‘korte klap’-operaties en partner PvdA de krijgsmacht het liefst langdurige stabiliteitsmissies ziet uitvoeren, maakt Hennis’ document geen keuze. Het leger moet beide soorten missies aankunnen.
Vervanging F-16
Hennis’ toekomstvisie is nu nog een concept. De komende weken zetten een ambtelijke en een ministeriële commissie de puntjes op de i. Daarna controleert de Algemene Rekenkamer het cijferwerk. De Tweede Kamer moet er nog voor de zomervakantie over vergaderen.
Defensie reserveerde 4,5 miljard voor de vervanging van de ruim dertig jaar oude F-16. Om vijftig F-35’s te kopen, volstaat dit bedrag niet. Maar aangezien de uiteindelijke levering van de vloot nog bijna tien jaar vergt, plaatst dat het kabinet niet voor onmiddellijke tekorten.
Tegenslag
Het nieuwe toestel kampt in de Verenigde Staten met voortdurende tegenslagen, waardoor het project duurder uitvalt en de testfase vertraagt.
Nederland bezit twee testvliegtuigen. Het tweede toestel rolde vorige week uit de fabriek van Lockheed-Martin in Dallas/Fort-Worth.
(Elsevier, 13 maart 2013)
zaterdag 9 februari 2013
Kosten van testen F-35 / Joint Strike Fighter lopen op
Het testen van de JSF dreigt duurder te worden dan gepland. Door uitstel van de testfase kunnen de kosten oplopen tot maximaal 55 miljoen euro.
Dat heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert geschreven aan de Tweede Kamer. De twee testtoestellen die Nederland kocht komen dit jaar beschikbaar, maar de operationele testfase begint nu pas in 2015. Daardoor is het de vraag hoe de toestellen tot die tijd gebruikt worden.
Afhankelijk van het antwoord op die vraag lopen de kosten voor de testfase op tot minimaal 47 en maximaal 55 miljoen euro. Dat geld gaat zitten in het stallen van de toestellen of het opleiden van extra personeel. Nederland heeft nog geprobeerd de twee toestellen te leasen aan de Verenigde Staten, maar het Pentagon liet weten daar geen geld voor te hebben.
In het regeerakkoord van de VVD en PvdA staat dat Nederland doorgaat met het JSF-programma en eind 2013 de knoop doorhakt of het toestel de F-16 ook echt gaat vervangen.
JSF-deelnemer Canada heeft inmiddels besloten een vergelijking te gaan maken met andere gevechtsvliegtuigen. D66 pleit ervoor dat ook Nederland dat gaat doen.
(ANP/Nu.nl, 9 februari 2013)
Dat heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert geschreven aan de Tweede Kamer. De twee testtoestellen die Nederland kocht komen dit jaar beschikbaar, maar de operationele testfase begint nu pas in 2015. Daardoor is het de vraag hoe de toestellen tot die tijd gebruikt worden.
![]() |
| Nederlands F-35 testtoestel |
Afhankelijk van het antwoord op die vraag lopen de kosten voor de testfase op tot minimaal 47 en maximaal 55 miljoen euro. Dat geld gaat zitten in het stallen van de toestellen of het opleiden van extra personeel. Nederland heeft nog geprobeerd de twee toestellen te leasen aan de Verenigde Staten, maar het Pentagon liet weten daar geen geld voor te hebben.
In het regeerakkoord van de VVD en PvdA staat dat Nederland doorgaat met het JSF-programma en eind 2013 de knoop doorhakt of het toestel de F-16 ook echt gaat vervangen.
JSF-deelnemer Canada heeft inmiddels besloten een vergelijking te gaan maken met andere gevechtsvliegtuigen. D66 pleit ervoor dat ook Nederland dat gaat doen.
(ANP/Nu.nl, 9 februari 2013)
woensdag 24 oktober 2012
Algemene Rekenkamer: Uitstapkosten Joint Strike Fighter
Het kabinet heeft destijds voor toetreden tot het JSF-programma gekozen op basis van de toenmalige uitgangspunten voor inzet van de luchtmacht. Uit ons onderzoek blijkt dat twee van de drie opties (optie 1 en 3) de minister van Defensie dwingen tot ingrijpende beslissingen over de samenstelling en uitrusting van de Koninklijke Luchtmacht en wellicht over ook andere onderdelen van de krijgsmacht.
Zulke beslissingen hebben naar verwachting invloed op de functionaliteit van de Nederlandse defensie. De spanning tussen budget, capaciteit en ambitie plaatst de minister voor de noodzaak om de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht of mogelijk van meer defensieonderdelen te heroverwegen, ook in NAVO-verband, bijvoorbeeld in de vorm van intensievere operationele samenwerking met andere landen, dan wel de budgettaire uitgangspunten te herzien.
Optie 1
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid levert de luchtmacht een toestel waarvan het Ministerie van Defensie de functionaliteit als veelbelovend ziet. Deze optie kent echter ook inherente risico’s op de aspecten tijd en geld.
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid loopt voorts vast op een gebrek aan financiële ruimte voor de vervanging van de F-16. Deze ruimte, momenteel nog € 4,05 miljard, is onvoldoende voor 85 toestellen, en eveneens voor 68 toestellen. Ook een lager aantal jachtvliegtuigen dwingt de Koninklijke Luchtmacht tot andere uitgangspunten voor de operationele inzet.
Optie 2
Terugtrekken uit de testfase (IOT&E) achten we een niet voor de hand liggende optie omdat dit voor de Staat per saldo alleen nadelen oplevert, zowel op functioneel gebied, als in tijd en geld.
Optie 3
Een keuze voor terugtrekken uit het JSF-programma en aankoop van een ander toestel ‘van de plank’ is vanwege de gevolgen op de aspecten functionaliteit, tijd en geld alleen rationeel te maken als daarbij de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht heroverwogen worden.
Aanbevelingen
Wij bevelen aan om onze bevindingen en conclusies op de drie beleidsopties bij de overwegingen rond de JSF mee te nemen. Zolang de minister met de beschikbare middelen veel minder JSF’s kan kopen, zien wij de noodzaak dat de minister de ambitie van de luchtmacht heroverweegt. Dat leidt wellicht tot nieuwe inzichten in de door Nederland verlangde capaciteiten van het toestel dat de F-16 zal vervangen, in het benodigd aantal ervan en in de mogelijkheden voor internationale operationele samenwerking van de luchtmacht.
Volledig rapport Rekenkamer
(Algemene Rekenkamer, 24 oktober 2012)
Zulke beslissingen hebben naar verwachting invloed op de functionaliteit van de Nederlandse defensie. De spanning tussen budget, capaciteit en ambitie plaatst de minister voor de noodzaak om de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht of mogelijk van meer defensieonderdelen te heroverwegen, ook in NAVO-verband, bijvoorbeeld in de vorm van intensievere operationele samenwerking met andere landen, dan wel de budgettaire uitgangspunten te herzien.
Optie 1
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid levert de luchtmacht een toestel waarvan het Ministerie van Defensie de functionaliteit als veelbelovend ziet. Deze optie kent echter ook inherente risico’s op de aspecten tijd en geld.
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid loopt voorts vast op een gebrek aan financiële ruimte voor de vervanging van de F-16. Deze ruimte, momenteel nog € 4,05 miljard, is onvoldoende voor 85 toestellen, en eveneens voor 68 toestellen. Ook een lager aantal jachtvliegtuigen dwingt de Koninklijke Luchtmacht tot andere uitgangspunten voor de operationele inzet.
Optie 2
Terugtrekken uit de testfase (IOT&E) achten we een niet voor de hand liggende optie omdat dit voor de Staat per saldo alleen nadelen oplevert, zowel op functioneel gebied, als in tijd en geld.
Optie 3
Een keuze voor terugtrekken uit het JSF-programma en aankoop van een ander toestel ‘van de plank’ is vanwege de gevolgen op de aspecten functionaliteit, tijd en geld alleen rationeel te maken als daarbij de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht heroverwogen worden.
Aanbevelingen
Wij bevelen aan om onze bevindingen en conclusies op de drie beleidsopties bij de overwegingen rond de JSF mee te nemen. Zolang de minister met de beschikbare middelen veel minder JSF’s kan kopen, zien wij de noodzaak dat de minister de ambitie van de luchtmacht heroverweegt. Dat leidt wellicht tot nieuwe inzichten in de door Nederland verlangde capaciteiten van het toestel dat de F-16 zal vervangen, in het benodigd aantal ervan en in de mogelijkheden voor internationale operationele samenwerking van de luchtmacht.
Volledig rapport Rekenkamer
(Algemene Rekenkamer, 24 oktober 2012)
vrijdag 13 juli 2012
Dutch Space en NLR leveren trainingsysteem JSF aan Lockheed Martin
Dutch Space en NLR hebben na een ontwikkeltijd van ruim twaalf jaar het embedded trainingsysteem voor de JSF officieel aan Lockheed Martin geleverd. Dit softwareproduct biedt realistische en effectieve in-flight missietraining voor gevechtspiloten. De software is gebaseerd op Embedded Combat Aircraft Training Systems (E-CATS), een gezamenlijke ontwikkeling van het Dutch Space en het NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium).
Het NLR en Dutch Space werken sinds eind jaren negentig samen aan de transformatie van concept naar implementatie van embedded training voor de Joint Strike Fighter. De toepassing voor een enkel vliegtuig werd gedemonstreerd in 2004 in een operationele F-16 van de Koninklijke Luchtmacht.
In 2007 gaf een multi-ship demonstratie bij Lockheed Martin inzicht in de technische volwaardigheid en de additionele voordelen van een embedded training voor meerdere vliegtuigen. Met multi-ship embedded training kunnen meerdere piloten tijdens het vliegen oefenen binnen één gedeelde tactische omgeving. Om de toepassing te kunnen implementeren wordt ieder vliegtuig uitgerust met een computersysteem met E-CATS software. E-CATS gebruikt een bestaande data link om hetzelfde tactische beeld bij ieder vliegtuig te garanderen.
Begin 2009 kregen Dutch Space en NLR groen licht van Lockheed Martin voor de implementatie van het embedded training systeem E-CATS in de F-35 Lightning II Joint Strike Fighter (JSF). Vandaag is het na een ontwikkeltijd van ruim twaalf jaar opgeleverd aan Lockheed Martin.
(vraagenaanbod.nl, 13 juli 2012)
Het NLR en Dutch Space werken sinds eind jaren negentig samen aan de transformatie van concept naar implementatie van embedded training voor de Joint Strike Fighter. De toepassing voor een enkel vliegtuig werd gedemonstreerd in 2004 in een operationele F-16 van de Koninklijke Luchtmacht.
In 2007 gaf een multi-ship demonstratie bij Lockheed Martin inzicht in de technische volwaardigheid en de additionele voordelen van een embedded training voor meerdere vliegtuigen. Met multi-ship embedded training kunnen meerdere piloten tijdens het vliegen oefenen binnen één gedeelde tactische omgeving. Om de toepassing te kunnen implementeren wordt ieder vliegtuig uitgerust met een computersysteem met E-CATS software. E-CATS gebruikt een bestaande data link om hetzelfde tactische beeld bij ieder vliegtuig te garanderen.
Begin 2009 kregen Dutch Space en NLR groen licht van Lockheed Martin voor de implementatie van het embedded training systeem E-CATS in de F-35 Lightning II Joint Strike Fighter (JSF). Vandaag is het na een ontwikkeltijd van ruim twaalf jaar opgeleverd aan Lockheed Martin.
(vraagenaanbod.nl, 13 juli 2012)
vrijdag 6 juli 2012
Kamer wil stoppen met JSF-project
Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft in de nacht van donderdag op vrijdag ingestemd met een motie om te stoppen met het JSF-project. In totaal stemden 77 Kamerleden voor de motie, 71 stemden tegen. De SP, PvdA, PVV, GroenLinks en Partij voor de Dieren willen niet verder deelnemen aan de ontwikkeling en het testen van het gevechtstoestel.
De motie werd ingediend door Angelien Eijsink van de PvdA en Jasper van Dijk van de SP. Eijsink stelde dinsdag al niet langer mee te willen werken aan het JSF-project. Het is te duur en levert te weinig op, zei ze.
Geen parlementaire enquête
Een motie van GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed om een parlementaire enquête te houden over de gang van zaken rond de vervanging van de F-16, haalde het niet. Hij betreurt dat, omdat een parlementaire enquête volgens hem het enige middel is om echt alle feiten op tafel te krijgen.
Nederland investeerde sinds 2002 ruim 800 miljoen euro in het JSF-project en kreeg in ruil daarvoor opdrachten voor het bedrijfsleven. Het ontwikkelingstraject staat feitelijk los van de aanschaf van de JSF. De afgelopen kabinetten hebben de keuze voor een opvolger van de F-16 telkens voor zich uitgeschoven.
Beleidswijziging
Het is maar de vraag of demissionair minister van Defensie Hans Hillen (CDA) de motie uitvoert. In het debat over de opvolger van de F-16 zei hij dat het een demissionair kabinet niet past om zo'n belangrijke beleidswijziging door te voeren. Zowel in het belang van de werkgelegenheid als een goede opvolger van de F-16 is het belangrijk dat de JSF wordt gekocht, vindt hij.
Ook wil Hillen dat eerst onderzocht wordt wat de gevolgen zijn als Nederland uit het project stapt. De Kamer lijkt niet van plan om Hillen naar huis te sturen. Naar verwachting gaat een nieuw kabinet zich opnieuw buigen over het gevechtsvliegtuig.
(ANP/Novum/Nu.nl, 6 juli 2012)
De motie werd ingediend door Angelien Eijsink van de PvdA en Jasper van Dijk van de SP. Eijsink stelde dinsdag al niet langer mee te willen werken aan het JSF-project. Het is te duur en levert te weinig op, zei ze.
Geen parlementaire enquête
Een motie van GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed om een parlementaire enquête te houden over de gang van zaken rond de vervanging van de F-16, haalde het niet. Hij betreurt dat, omdat een parlementaire enquête volgens hem het enige middel is om echt alle feiten op tafel te krijgen.
Nederland investeerde sinds 2002 ruim 800 miljoen euro in het JSF-project en kreeg in ruil daarvoor opdrachten voor het bedrijfsleven. Het ontwikkelingstraject staat feitelijk los van de aanschaf van de JSF. De afgelopen kabinetten hebben de keuze voor een opvolger van de F-16 telkens voor zich uitgeschoven.
Beleidswijziging
Het is maar de vraag of demissionair minister van Defensie Hans Hillen (CDA) de motie uitvoert. In het debat over de opvolger van de F-16 zei hij dat het een demissionair kabinet niet past om zo'n belangrijke beleidswijziging door te voeren. Zowel in het belang van de werkgelegenheid als een goede opvolger van de F-16 is het belangrijk dat de JSF wordt gekocht, vindt hij.
Ook wil Hillen dat eerst onderzocht wordt wat de gevolgen zijn als Nederland uit het project stapt. De Kamer lijkt niet van plan om Hillen naar huis te sturen. Naar verwachting gaat een nieuw kabinet zich opnieuw buigen over het gevechtsvliegtuig.
(ANP/Novum/Nu.nl, 6 juli 2012)
Labels:
F-35,
Hans Hillen,
Joint Strike Fighter,
JSF,
kabinet,
PvdA,
SP,
Tweede Kamer
dinsdag 3 juli 2012
Meerderheid Kamer wil stoppen met JSF
PvdA-Kamerlid Angelien Eijsink zegt dinsdag een motie te gaan indienen om niet door te gaan met het JSF-programma. Daarmee is een Kamermeerdheid voor stoppen met het JSF-project, samen met SP, PVV, D66 en GroenLinks. De SP had ook al een motie aangekondigd.
De ChristenUnie dient een motie in om eerst een goede kosten-batenanalyse van stoppen met het project te
maken. ook wil de partij weten hoeveel banen het kost.
Donderdag debatteert de Tweede Kamer over de voortgang van het JSF-project. Eerder had GroenLinks al opgeroepen tot een parlementaire enquête over de besluitvorming.
Contracten
Stoppen met het gehele JSF-programma kost waarschijnlijk 1 miljard euro. Over eventuele contracten zegt Eijsink dat het "slechts raamcontracten zijn die mogelijk tot werkgelegendheid leiden". Zij koopt liever eventueel later "van de plank".
Momenteel investeert Nederland in de ontwikkeling van het nieuwe gevechtsvliegtuig, maar is er nog niet definitief tot aanschaf van het toestel besloten. Defensie wil graag dat de JSF of F-35 de opvolger wordt van de F-16.
Minister Hans Hillen van Defensie zei maandag nog in een interview met NU.nl te vrezen dat Nederland belangrijke orders misloopt, als nu niet snel een keuze wordt gemaakt voor de JSF als opvolger van de F16.
(Nu.nl, 3 juli 2012)
De ChristenUnie dient een motie in om eerst een goede kosten-batenanalyse van stoppen met het project te
maken. ook wil de partij weten hoeveel banen het kost.
Donderdag debatteert de Tweede Kamer over de voortgang van het JSF-project. Eerder had GroenLinks al opgeroepen tot een parlementaire enquête over de besluitvorming.
Contracten
Stoppen met het gehele JSF-programma kost waarschijnlijk 1 miljard euro. Over eventuele contracten zegt Eijsink dat het "slechts raamcontracten zijn die mogelijk tot werkgelegendheid leiden". Zij koopt liever eventueel later "van de plank".
Momenteel investeert Nederland in de ontwikkeling van het nieuwe gevechtsvliegtuig, maar is er nog niet definitief tot aanschaf van het toestel besloten. Defensie wil graag dat de JSF of F-35 de opvolger wordt van de F-16.
Minister Hans Hillen van Defensie zei maandag nog in een interview met NU.nl te vrezen dat Nederland belangrijke orders misloopt, als nu niet snel een keuze wordt gemaakt voor de JSF als opvolger van de F16.
(Nu.nl, 3 juli 2012)
woensdag 6 juni 2012
Kabinet optimistisch over voortgang JSF (F-35)
(Opmerking: het woord JSF (Joint Strike Fighter) is blijkens dit nieuwsbericht 'uit'. Men heeft het nu gewoon over de F-35, hdv)
+++
Het Kabinet heeft vertrouwen in de nieuwe Amerikaanse opzet van het F-35 programma. Nog niet alle problemen zijn opgelost, maar het programma zit op het goede spoor. Het eerste Nederlandse testtoestel wordt in september 2012 voltooid. Dat schrijven de ministers Hans Hillen van Defensie en Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vandaag in de tiende jaarrapportage Vervanging F-16 over 2011.
Het testprogramma verloopt goed, al vraagt vooral de software-ontwikkeling aanhoudend aandacht. Er is sprake van nieuwe kostenstijgingen, onder meer omdat landen hun geplande bestellingen naar latere jaren hebben verschoven.
In 2010 en 2011 heeft de Amerikaanse regering het programma kritisch tegen het licht gehouden. De resultaten daarvan hebben geleid tot een nieuwe opzet van het programma. De inzet van middelen is herverdeeld waardoor er meer tijd en capaciteit beschikbaar zijn gekomen voor het testprogramma,. Verder heeft het programmamanagement de teugels strakker aangehaald. Eerder dit jaar liet de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta er geen twijfel over bestaan dat de F-35 er komt, omdat het toestel de technologische voorsprong biedt die nodig is om nieuwe dreigingen het hoofd te kunnen bieden.
Testprogramma
Het testprogramma komt goed op stoom nu de vloot aan testvliegtuigen nagenoeg compleet is en extra testen kunnen worden uitgevoerd door de toevoeging van 2 Amerikaanse F-35 productietoestellen. Het testprogramma moet zaken aan het licht brengen die beter moeten. Dat er aanpassingen nodig zullen zijn, is geen verrassing aangezien dit toestel zeer hoogwaardige techniek bevat. De geavanceerde vliegerhelm en de softwareontwikkeling zijn voorbeelden hiervan. Er wordt hard gewerkt aan oplossingen.
Kosten
Over de hele productiereeks gezien is de gemiddelde stuksprijs van de F-35A, de variant die Nederland op het oog heeft, in vergelijking met vorig jaar redelijk stabiel. Per 31 december 2011 is de gemiddelde stuksprijs € 64,4 miljoen. Ook dit jaar maakt de jaarrapportage echter melding van kostenstijgingen, in het bijzonder voor de exploitatie van de F-35 tijdens de gehele levensduur (30 jaar).
De raming van de investeringskosten bedraagt per 31 december 2011 € 7,5 miljard indien Nederland 85 toestellen zou kopen. Dit is vergelijkbaar met het bedrag van een jaar geleden (€ 7,6 miljard). Sinds vorig jaar rekent Defensie met een minder hoge dollarkoers. Daar tegenover staan hogere kosten doordat de Verenigde Staten en andere landen (waaronder ook Nederland) in totaal 242 toestellen in latere jaren zullen bestellen. Voor de vervanging van de Nederlandse F-16 is vooralsnog € 4,5 miljard gereserveerd.
Omdat het een nieuw toestel is, is er nog weinig gebruikservaring met de F-35. Dat maakt het berekenen van de exploitatiekosten moeilijk. Bij de herstructurering van het F-35 programma wordt van een zeer conservatieve raming uitgegaan. Voor Nederland is de raming voor de exploitatiekosten gedurende dertig jaar € 13,6 miljard. Dit bedrag kan nog zo’n € 1 miljard hoger uitvallen als Defensie nieuwe Amerikaanse kosteninformatie heeft doorgerekend.
F-35 beoogde opvolger van F-16
Zoals ook de Algemene Rekenkamer in haar monitoringrapport over 2011 constateerde, zal het in de lucht houden van de F-16 elk jaar meer kosten. Om de toestellen 3 jaar langer inzetbaar te houden is minimaal € 300 miljoen aan investeringen nodig. Daarnaast zullen de onderhoudskosten toenemen omdat oudere toestellen vaker met defecten in de hangar zullen staan. Defensie zal deze en andere kosten met betrekking tot de F-16 voortaan ook in samenhang presenteren met de kostenontwikkeling van het F-35 project.
Ondanks nieuwe investeringen zal door de toenemende verspreiding van geavanceerde grond- en luchtverdedigingsmiddelen de F-16 in een steeds kleiner deel van de wereld inzetbaar zijn. Bij uitfasering vanaf 2021, zoals nu voorzien is, hebben deze toestellen 40 jaar trouw dienst verricht ten behoeve van Defensie. Ook de vervanger van de F-16 zal dat voor een hele lange periode moeten kunnen doen. Daar moet Defensie, net als destijds bij de aanschaf van de F-16, nu al rekening mee houden. Het personeel verdient bovendien goed materieel, dus moet het aan te schaffen toestel over de nieuwste technologie én voldoende uitbreidingsmogelijkheden beschikken. Defensie is daarom van mening dat de F-35 de beste opvolger is voor de F-16. Een volgend kabinet zal besluiten nemen over de vervanger van de F-16, het aantal toestellen en het daarvoor benodigde budget.
Internationale samenwerking
Nederland overlegt vooral met Noorwegen over verdere F-35 samenwerking. Noorwegen heeft de eerste 4 toestellen besteld. België en Denemarken volgen de ontwikkelingen met belangstelling. Ook met Italië en het Verenigd Koninkrijk, die eveneens toestellen hebben besteld, zijn goede contacten. Samenwerking gaat niet alleen over aanschaf en instandhouding, maar ook over operationele aspecten.
Belang Nederlandse industrie
Ook als het gaat om de participatie van het Nederlandse bedrijfsleven is de F-35 nog steeds een goede keus. Door vertragingen, de beëindiging van de ontwikkeling van de F-136 motor en de latere bestellingen van landen is het aantal raamcontracten wel met € 42 miljoen verlaagd. Er is desondanks al bijna een miljard dollar aan orders toegekend. De verwachte productieomzet zal voor de Nederlandse bedrijven op ongeveer 9 miljard dollar uitkomen, mits Nederland besluit de F-35 aan te schaffen. Het gaat om technologisch hoogwaardige opdrachten die van groot belang zijn voor werkgelegenheid binnen de Nederlandse luchtvaartindustrie en kennissector.
(ministerie van Defensie, 6 juni 2012)
+++
Het Kabinet heeft vertrouwen in de nieuwe Amerikaanse opzet van het F-35 programma. Nog niet alle problemen zijn opgelost, maar het programma zit op het goede spoor. Het eerste Nederlandse testtoestel wordt in september 2012 voltooid. Dat schrijven de ministers Hans Hillen van Defensie en Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vandaag in de tiende jaarrapportage Vervanging F-16 over 2011.
Het testprogramma verloopt goed, al vraagt vooral de software-ontwikkeling aanhoudend aandacht. Er is sprake van nieuwe kostenstijgingen, onder meer omdat landen hun geplande bestellingen naar latere jaren hebben verschoven.
In 2010 en 2011 heeft de Amerikaanse regering het programma kritisch tegen het licht gehouden. De resultaten daarvan hebben geleid tot een nieuwe opzet van het programma. De inzet van middelen is herverdeeld waardoor er meer tijd en capaciteit beschikbaar zijn gekomen voor het testprogramma,. Verder heeft het programmamanagement de teugels strakker aangehaald. Eerder dit jaar liet de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta er geen twijfel over bestaan dat de F-35 er komt, omdat het toestel de technologische voorsprong biedt die nodig is om nieuwe dreigingen het hoofd te kunnen bieden.
Testprogramma
Het testprogramma komt goed op stoom nu de vloot aan testvliegtuigen nagenoeg compleet is en extra testen kunnen worden uitgevoerd door de toevoeging van 2 Amerikaanse F-35 productietoestellen. Het testprogramma moet zaken aan het licht brengen die beter moeten. Dat er aanpassingen nodig zullen zijn, is geen verrassing aangezien dit toestel zeer hoogwaardige techniek bevat. De geavanceerde vliegerhelm en de softwareontwikkeling zijn voorbeelden hiervan. Er wordt hard gewerkt aan oplossingen.
Kosten
Over de hele productiereeks gezien is de gemiddelde stuksprijs van de F-35A, de variant die Nederland op het oog heeft, in vergelijking met vorig jaar redelijk stabiel. Per 31 december 2011 is de gemiddelde stuksprijs € 64,4 miljoen. Ook dit jaar maakt de jaarrapportage echter melding van kostenstijgingen, in het bijzonder voor de exploitatie van de F-35 tijdens de gehele levensduur (30 jaar).
De raming van de investeringskosten bedraagt per 31 december 2011 € 7,5 miljard indien Nederland 85 toestellen zou kopen. Dit is vergelijkbaar met het bedrag van een jaar geleden (€ 7,6 miljard). Sinds vorig jaar rekent Defensie met een minder hoge dollarkoers. Daar tegenover staan hogere kosten doordat de Verenigde Staten en andere landen (waaronder ook Nederland) in totaal 242 toestellen in latere jaren zullen bestellen. Voor de vervanging van de Nederlandse F-16 is vooralsnog € 4,5 miljard gereserveerd.
Omdat het een nieuw toestel is, is er nog weinig gebruikservaring met de F-35. Dat maakt het berekenen van de exploitatiekosten moeilijk. Bij de herstructurering van het F-35 programma wordt van een zeer conservatieve raming uitgegaan. Voor Nederland is de raming voor de exploitatiekosten gedurende dertig jaar € 13,6 miljard. Dit bedrag kan nog zo’n € 1 miljard hoger uitvallen als Defensie nieuwe Amerikaanse kosteninformatie heeft doorgerekend.
F-35 beoogde opvolger van F-16
Zoals ook de Algemene Rekenkamer in haar monitoringrapport over 2011 constateerde, zal het in de lucht houden van de F-16 elk jaar meer kosten. Om de toestellen 3 jaar langer inzetbaar te houden is minimaal € 300 miljoen aan investeringen nodig. Daarnaast zullen de onderhoudskosten toenemen omdat oudere toestellen vaker met defecten in de hangar zullen staan. Defensie zal deze en andere kosten met betrekking tot de F-16 voortaan ook in samenhang presenteren met de kostenontwikkeling van het F-35 project.
Ondanks nieuwe investeringen zal door de toenemende verspreiding van geavanceerde grond- en luchtverdedigingsmiddelen de F-16 in een steeds kleiner deel van de wereld inzetbaar zijn. Bij uitfasering vanaf 2021, zoals nu voorzien is, hebben deze toestellen 40 jaar trouw dienst verricht ten behoeve van Defensie. Ook de vervanger van de F-16 zal dat voor een hele lange periode moeten kunnen doen. Daar moet Defensie, net als destijds bij de aanschaf van de F-16, nu al rekening mee houden. Het personeel verdient bovendien goed materieel, dus moet het aan te schaffen toestel over de nieuwste technologie én voldoende uitbreidingsmogelijkheden beschikken. Defensie is daarom van mening dat de F-35 de beste opvolger is voor de F-16. Een volgend kabinet zal besluiten nemen over de vervanger van de F-16, het aantal toestellen en het daarvoor benodigde budget.
Internationale samenwerking
Nederland overlegt vooral met Noorwegen over verdere F-35 samenwerking. Noorwegen heeft de eerste 4 toestellen besteld. België en Denemarken volgen de ontwikkelingen met belangstelling. Ook met Italië en het Verenigd Koninkrijk, die eveneens toestellen hebben besteld, zijn goede contacten. Samenwerking gaat niet alleen over aanschaf en instandhouding, maar ook over operationele aspecten.
Belang Nederlandse industrie
Ook als het gaat om de participatie van het Nederlandse bedrijfsleven is de F-35 nog steeds een goede keus. Door vertragingen, de beëindiging van de ontwikkeling van de F-136 motor en de latere bestellingen van landen is het aantal raamcontracten wel met € 42 miljoen verlaagd. Er is desondanks al bijna een miljard dollar aan orders toegekend. De verwachte productieomzet zal voor de Nederlandse bedrijven op ongeveer 9 miljard dollar uitkomen, mits Nederland besluit de F-35 aan te schaffen. Het gaat om technologisch hoogwaardige opdrachten die van groot belang zijn voor werkgelegenheid binnen de Nederlandse luchtvaartindustrie en kennissector.
(ministerie van Defensie, 6 juni 2012)
woensdag 4 april 2012
F-16 langer in de lucht leidt tot hogere kosten
De krijgsmacht heeft een te krap budget om de eigen ambities met de F-16 waar te kunnen maken. Dit schrijft de Algemene Rekenkamer in haar gisteren verschenen rapport ´Monitoring vervanging F-16’.
In de Beleidsbrief van vorig jaar april liet minister Hillen de Kamer al weten dat er € 300 miljoen extra aan investeringen nodig is om de bestaande F-16’s naar een acceptabel inzetbaar niveau te brengen om er 3 jaar langer mee door te vliegen. Dit is een gevolg van het regeerakkoord om deze kabinetsperiode geen besluit te nemen over een vervanger.
De extra kosten kunnen volgens de rekenkamer nog verder oplopen zolang niet duidelijk is wanneer vervangende jachtvliegtuigen wél beschikbaar komen. Volgens Hillen betekent langer doorvliegen met de F-16 een stijgende onderhoudswerklast. Door de grotere behoefte aan reparaties nemen de exploitatiekosten toe.
Verweven projecten
Nederland investeert momenteel zowel in de verouderde F-16’s als in de nieuwe F-35. Beide typen zijn zowel in financieel als in operationeel opzicht met elkaar verweven. Om deze samenhang duidelijk te maken, zou de minister van Defensie informatie van de 2 projecten integraal aan de Tweede Kamer moeten aanbieden, meent de Algemene Rekenkamer.
Hillen: “Het is belangrijk dat de Algemene Rekenkamer dit project goed en kritisch volgt en dat zij constateert dat de informatievoorziening aan het Parlement correct is. De aanbevelingen, bijvoorbeeld om meer samenhang in de presentatie van deze informatie te brengen, neem ik zoveel als mogelijk over. Daarnaast heb ik met de Algemene Rekenkamer mijn zorg gedeeld over de vele verschillende cijfers die wereldwijd circuleren rond het F-35 project. Deze cijfers zijn onderling vaak onvergelijkbaar omdat zowel de partnerlanden als hun rekenkamers uitgaan van de voor hun specifieke situatie en eigen rekenmethodes hanteren. Zo rekent het ene land met een ander prijspeil, of neemt een ander type F-35 af. Dit draagt niet bij aan een feitelijk en juist beeld rond dit toch al ingewikkelde onderwerp. De Rekenkamer en Defensie gaan nu samen kijken naar een manier om de Nederlandse informatie rond het F-35 project eenduidig te presenteren.
68 F-16’s
Het Ministerie van Defensie kocht 213 F-16’s in de periode 1979 tot 1992. Door het verlies van 33 stuks en verkoop na bijgestelde ambities, waren er begin vorig jaar nog 87. Vanwege de bezuinigingen stoot Defensie nu nóg eens 19 F-16’s af. Ook is het aantal vliegers al teruggebracht naar 68 en maken de F-16’s per jaar minder vlieguren.
Kandidaat opvolger
Het Ministerie van Defensie neemt echter sinds 2002 wel deel aan de ontwikkeling en productie van de Lockheed Martin F-35. Dit toestel wordt gezien als kandidaat om verschillende verouderende jachttoestellen van de Verenigde Staten en enkele van haar bondgenoten te vervangen.
(ministerie van Defensie, 4 april 2012)
Bestuurlijke reactie conceptrapport Monitoringsonderzoek 2011 project Vervanging F-16, d.d. 14 maart 2012)
zaterdag 31 maart 2012
Aanschafprijs JSF: the sky is the limit
‘Een piramidespel met belastinggeld’. Zo reageerde de oppositie nu bekend is geworden dat de ontwikkeling, bouw en onderhoud van het gevechtsvliegtuig Joint Strike Fighter opnieuw duurder uitpakt dan gepland. Dat blijkt uit een intern document van het Amerikaanse ministerie van Defensie dat gisteren uitlekte. Nederland stapte tien jaar geleden in het project om bedrijven aan orders te helpen en omdat de luchtmacht een uitgesproken voorkeur had voor de JSF. Of Nederland de vervanger van de F-16 nog wel kan betalen, gaan we vragen aan militair-deskundige Christ Klep.
(Tros Nieuwsshow, 31 maart 2012)
(Tros Nieuwsshow, 31 maart 2012)
vrijdag 30 maart 2012
Amerikaanse informatie over het F-35 (JSF) programma
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 30 maart 2012
Betreft Amerikaanse informatie over het F-35 programma
Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Gisteravond heeft Defensie van het JSF Program Office (JPO) in de Verenigde Staten gedetailleerde financiële informatie ontvangen over het F-35 programma. Het betreft informatie uit het Selected Acquisition Report over 2011 (SAR) dat het Pentagon jaarlijks omstreeks deze tijd naar het Congres stuurt. Tijdens het algemeen overleg over het project Vervanging F-16 van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 282) heb ik toegezegd de Kamer snel te informeren wanneer zich aandachttrekkend nieuws zou voordoen over de F-35. Hoewel het Amerikaanse rekenkamerrapport geen directe betrekking heeft op de Nederlandse casus, produceert het wel zodanige berichtgeving dat ik u hierover graag onmiddellijk informeer. Een eerste indruk van de Amerikaanse informatie treft u aan in bijlage. Het is een puntsgewijze opsomming van relevante aspecten. Voor een berekening van de gevolgen voor Nederland is meer tijd nodig. De jaarrapportage van het project Vervanging F-16 zal zoals gebruikelijk een analyse van deze gevolgen bevatten. De Kamer zal de jaarrapportage omstreeks 1 juni a.s. ontvangen.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
drs. J.S.J. Hillen
Eerste indrukken van Amerikaanse F-35 cijfers (SAR 2011)
·Het Amerikaanse SAR-rapport is vergelijkbaar met de Nederlandse jaarrapportage over het project vervanging F-16. Het SAR-rapport beschrijft het Amerikaanse deel van het project en is niet een beschrijving van het totale project.
·Het gaat alleen om Amerikaanse cijfers over de Amerikaanse situatie. Deze wijkt op een aantal punten af van de Nederlandse situatie:
o In de VS wordt uitgegaan van een levensduur van (inmiddels) 55 jaar, Nederland rekent met 30 jaar.
o De VS schaffen drie verschillende typen van de F-35 aan, Nederland heeft belangstelling voor slechts één versie: de (goedkoopste) versie voor de luchtmacht.
o Meerkosten in de ontwikkeling komen niet voor Nederlandse rekening, wel voor rekening van de Amerikanen. De Nederlandse bijdrage aan de SDD-fase is en blijft $ 800 miljoen. Dit bedrag is al bijna geheel betaald.
o De VS investeren in infrastructuur. In Nederland zijn relatief weinig investeringen in infrastructuur nodig.
· De VS hebben het F-35 programma herijkt. Het testprogramma is aangepast en er is meer tijd ingeruimd voor softwareontwikkeling. Ook is, zoals bekend, het productieschema aangepast waardoor de komende jaren minder toestellen worden geproduceerd. Het totale aantal productietoestellen voor de VS blijft staan op 2.443.
· De Full Rate Production, die kan beginnen als de ontwikkeling is voltooid, vangt aan in 2019. Dat is twee jaar later dan eerder voorzien. Het exacte tijdschema van de operationele testfase (IOT&E) wordt later vastgesteld. Het Pentagon maakt een schatting in lopende prijzen (dus inflatie meegerekend) van de totale kosten van ontwikkeling, productie en het gebruik (exploitatie) van de F-35 tot en met het jaar 2065. Met de herijking zijn de geschatte totale Amerikaanse kosten tot en met het jaar 2065 gestegen van $ 1.385 miljard (stand een jaar geleden) naar $ 1.509 miljard (stand nu). Dit is een stijging van ongeveer 9 procent. In deze bedragen zijn inbegrepen (laatste stand):
o Ontwikkelingskosten ($ 55 miljard).
o Productiekosten van ruim 2.400 toestellen ($ 335 miljard).
o Investeringen in infrastructuur ($ 5 miljard).
o Exploitatiekosten ($ 1.114 miljard).
· De Amerikaanse productiekosten zijn gestegen voornamelijk door hogere kosten van grondstoffen en arbeid, en meer meegerekende inflatie in verband met de verplaatsing van een deel van de productie naar latere jaren. De stijging bedraagt ongeveer $ 10 miljard.
· De Amerikaanse exploitatiekosten zijn voornamelijk gestegen door hogere arbeidskosten, een langere veronderstelde levensduur (55 jaar in plaats van 52 jaar), andere inflatiecijfers, hogere aannames van brandstofkosten, en meer meegerekende inflatie door de verplaatsing van deel productie naar latere jaren. De stijging van de geschatte exploitatiekosten bedraagt ongeveer $ 109 miljard.
· Daarnaast leidt het oplossen van de concurrency problematiek tot kostenstijging van zowel de productie als de exploitatie.
· De kale stuksprijs van de F-35A is sinds vorig jaar met 0,5 procent gestegen en bedraagt nu $ 64,4 miljoen (prijspeil 2002). Naar aanleiding van de herijking van het programma zal met ingang van SAR11 worden gerekend in prijspeil 2012. De kale stuksprijs in prijspeil 2012 bedraagt $ 78,7 miljoen. Dit is de gemiddelde aanschafprijs van de F-35A over de hele looptijd van het productieprogramma, waarbij alle verwachte bestellingen van alle landen zijn meegenomen.
· Verdere uitdagingen voor het programma zijn:
o Softwareontwikkeling.
o Betaalbare oplossing van de concurrency problematiek.
o Verbetering van de kwaliteit en daarmee van de doelmatigheid van de productie.
(ministerie van Defensie, 30 maart 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)

