Veiligheidsdiscussie
20-05-2014 | Generaal Tom Middendorp
In Nederland is discussie ontstaan over onze veiligheid en het geslonken Defensiebudget. Een belangrijke ontwikkeling. Hoe breder de discussie, hoe beter. Veiligheid is immers voor iedereen van belang en zeker geen luxeartikel.
De oproep van de Amerikaanse president Barack Obama aan Europese landen om meer te spenderen aan hun krijgsmacht en niet langer disproportioneel op de Amerikanen te leunen als het gaat om de veiligheid heeft de discussie aangewakkerd. Maar ook de spanningen in de Oekraïne maken veel los.
Dit land - op slechts 2 uur vliegafstand en gelegen aan de grenzen van de EU - laat namelijk zien dat een schijnbaar stabiele situatie zo kan omslaan en dat veiligheid helemaal niet vanzelfsprekend is. Sommigen noemen het niet voor niets een wake-up-call. Wie had immers 4 maanden geleden gedacht dat de verhoudingen zo snel konden verslechteren?
Dat geeft ook te denken. Zo liet de schrijver Geert Mak in het programma ‘Eén op één’ weten: “We waren zo bezig met die soft power - en dat is ook goed - alleen Poetin reageert op een 19e-eeuwse manier.” Mak, ooit pacifist, meende daarom dat we “Defensie niet moeten afbreken” en dat we “meer moeten samenwerken met anderen.”
En de Britse militair historicus en oud-journalist Max Hastings zei in een interview met NRC Handelsblad over de situatie in de Oekraïne: “Ik stel geen moment voor dat we een militair antwoord moeten geven, maar ik suggereer wel dat we moeten laten zien dat we dat kunnen. Het is angstaanjagend dat Europa niet eens kan pretenderen dat het een militair antwoord heeft.”
Zo is het maar net. Dat is ook de reden waarom ik zelf vorige week bij een debatbijeenkomst opmerkte dat een brullende leeuw veel geloofwaardiger is als die ook zijn tanden kan laten zien. Het is nu eenmaal geloofwaardiger als je praat vanuit een sterke positie. Vriend en vijand weten dat.
Mijn uitspraken trokken de aandacht van de media, maar het moest gezegd worden. Europa levert slechts 25% van de NAVO en moet een meer geloofwaardige partner worden. Dit vooral door meer rendement te halen uit onze samenwerking en de krachten nog meer te bundelen. Maar daarmee verandert dit percentage niet. Daar is meer voor nodig.
Bij militaire samenwerking geldt dat de liefde van 2 kanten moet komen. Je kunt als land niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, en voor een lagere premie een hogere dekking verwachten. Je moet ook bereid zijn te leveren.
En dat is nu net het probleem. Nederland investeert nu 1,16% van het Bruto Nationaal Product in Defensie. Als we de pensioenen en wachtgelden niet meetellen slechts 0,87%. Ter vergelijking: de gemiddelde bijdrage van de Europese NAVO-landen is 1,56% en de NAVO-norm is 2%.
Wij zitten met onze 1,16% dus ruim onder de gemiddelde EU-bijdrage en de NAVO-norm. En dat terwijl onze economische positie zich juist meer in de kopgroep bevindt. En dat in een tijd waarin we in toenemende mate afhankelijk zijn van stabiliteit, zowel binnen als buiten Europa…
Dat baart mij zorgen. Of we het nu leuk vinden of niet, in veiligheid en vrijheid moeten we blijven investeren. Of zoals Geert Mak in de uitzending ‘Eén op één’ concludeerde:
“Vrijheid komt niet vanzelf. Voor vrijheid moet je knokken. Moet je concessies doen. Moet je ruzie over maken. Rode koppen krijgen en uiteindelijk weer naar de stembussen sjokken. Dat is allemaal vrijheid. Vrijheid moet je verrekt alert op zijn, want anders glipt het zo door je vingers”.
Generaal Tom Middendorp,
Commandant der Strijdkrachten
Posts tonen met het label Commandant der Strijdkrachten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Commandant der Strijdkrachten. Alle posts tonen
woensdag 28 mei 2014
woensdag 12 februari 2014
Blog CDS: 'Dienen'
De afgelopen week stemde de Tweede Kamer in met een wet over de normalisatie van de ambtenarenstatus. Hierin werd een terechte uitzondering gemaakt voor onder meer Defensiepersoneel.
Terecht omdat het werk van Defensie bijzonder en met niets vergelijkbaar is. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij als het gaat om veiligheid. Een verzekering die je niet kunt uitbesteden en waar je als overheid in moet blijven investeren. Natuurlijk kunnen militairen hun taak niet uitvoeren zonder steun van burgercollega’s, maar die collectieve basisverzekering stelt vooral speciale eisen aan de militairen binnen onze organisatie.
Militair zijn is meer dan kameraadschap en avontuur. Militair zijn betekent dat je bereid bent door te gaan waar anderen stoppen, dat je bereid bent je leven te riskeren voor de veiligheid van ons land. Militair zijn betekent DIENEN in het belang van Nederland. En dat is bijzonder.
Wat dienen betekent, bleek afgelopen week nog eens overduidelijk uit een tv-reportage over collega’s die in Uruzgan een maat verloren. De dood van een collega, je buddy, dat vergeet je nooit. De impact van geweld, het lawaai, de paniek, de geur, de beelden van de slachtoffers, blijven je altijd bij. Dienen betekent dat je als militair op ieder gewenst moment kunt worden ingezet voor gevechtshandelingen, voor het verwonden of zelfs doden van mensen. Dat je split-second decisions moet kunnen nemen over (de mate van) toepassing van geweld. Weigeren of weglopen is dan geen optie. Iedere militair weet dat dit geen walk in the park is. Je kunt daarbij voor duivelse dilemma’s komen te staan. Want het is niet altijd een keuze tussen goed of fout. En het effect van de keuze die je als militair maakt, is niet altijd voorspelbaar. Ga er maar eens aan staan.
Maar het is niet alleen de inzet die ons werk, als de zwaardmacht van de overheid, bijzonder maakt. Dienen betekent dat we altijd klaar moeten staan om te worden ingezet en dat Nederland daar ook op moet kunnen vertrouwen. Daarom mogen militairen bijvoorbeeld niet staken. Daarom zijn we vele maanden per jaar van huis voor oefeningen en trainingen.
Daarnaast vereist ons werk dat we veelvuldig van functie wisselen om de juiste ervaring op te bouwen en breed inzetbaar te blijven. Dat heeft grote impact op onze gezinnen die regelmatig moeten verhuizen binnen en buiten Nederland. Niet gemakkelijk, zeker niet voor werkende partners.
Militairen moeten er dus nogal wat voor doen, maar zeker ook voor laten. Daarmee zijn we zeker niet zielig. Het hoort erbij als je dient. Maar ook dat maakt ons werk uniek. Het is dan ook terecht dat militairen als ambtenaar een uitzonderingspositie behouden. Militairen dienen hun land, waar en wanneer dat nodig is.
Dat moeten we koesteren en daar mag wat tegenover staan. In het belang van Nederland.
Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
11 februari 2014
facebook.com/Commandantderstrijdkrachten
Terecht omdat het werk van Defensie bijzonder en met niets vergelijkbaar is. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij als het gaat om veiligheid. Een verzekering die je niet kunt uitbesteden en waar je als overheid in moet blijven investeren. Natuurlijk kunnen militairen hun taak niet uitvoeren zonder steun van burgercollega’s, maar die collectieve basisverzekering stelt vooral speciale eisen aan de militairen binnen onze organisatie.
Militair zijn is meer dan kameraadschap en avontuur. Militair zijn betekent dat je bereid bent door te gaan waar anderen stoppen, dat je bereid bent je leven te riskeren voor de veiligheid van ons land. Militair zijn betekent DIENEN in het belang van Nederland. En dat is bijzonder.
Wat dienen betekent, bleek afgelopen week nog eens overduidelijk uit een tv-reportage over collega’s die in Uruzgan een maat verloren. De dood van een collega, je buddy, dat vergeet je nooit. De impact van geweld, het lawaai, de paniek, de geur, de beelden van de slachtoffers, blijven je altijd bij. Dienen betekent dat je als militair op ieder gewenst moment kunt worden ingezet voor gevechtshandelingen, voor het verwonden of zelfs doden van mensen. Dat je split-second decisions moet kunnen nemen over (de mate van) toepassing van geweld. Weigeren of weglopen is dan geen optie. Iedere militair weet dat dit geen walk in the park is. Je kunt daarbij voor duivelse dilemma’s komen te staan. Want het is niet altijd een keuze tussen goed of fout. En het effect van de keuze die je als militair maakt, is niet altijd voorspelbaar. Ga er maar eens aan staan.
Maar het is niet alleen de inzet die ons werk, als de zwaardmacht van de overheid, bijzonder maakt. Dienen betekent dat we altijd klaar moeten staan om te worden ingezet en dat Nederland daar ook op moet kunnen vertrouwen. Daarom mogen militairen bijvoorbeeld niet staken. Daarom zijn we vele maanden per jaar van huis voor oefeningen en trainingen.
Daarnaast vereist ons werk dat we veelvuldig van functie wisselen om de juiste ervaring op te bouwen en breed inzetbaar te blijven. Dat heeft grote impact op onze gezinnen die regelmatig moeten verhuizen binnen en buiten Nederland. Niet gemakkelijk, zeker niet voor werkende partners.
Militairen moeten er dus nogal wat voor doen, maar zeker ook voor laten. Daarmee zijn we zeker niet zielig. Het hoort erbij als je dient. Maar ook dat maakt ons werk uniek. Het is dan ook terecht dat militairen als ambtenaar een uitzonderingspositie behouden. Militairen dienen hun land, waar en wanneer dat nodig is.
Dat moeten we koesteren en daar mag wat tegenover staan. In het belang van Nederland.
Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
11 februari 2014
facebook.com/Commandantderstrijdkrachten
dinsdag 7 januari 2014
Nieuwjaarsboodschap Commandant der Strijdkrachten
Historisch maar ook stormachtig. Dat was het jaar 2013 voor Defensie. Historisch, omdat belangrijke besluiten zijn genomen over de toekomst van de krijgsmacht. Stormachtig, omdat het ook het jaar was van de man met de hamer.
Een jaar waarin honderden loyale, hardwerkende collega’s hun baan verloren. Een jaar ook dat eindigde met meer duidelijkheid en perspectief. Zo kwam er een einde aan een lange periode van baanonzekerheid, zo toonde het herfstakkoord een toenemend besef in de Tweede Kamer dat er genoeg is bezuinigd op Defensie en zo bood de nota over de toekomst van de krijgsmacht voor alle Operationele Commando's een duidelijke stip aan de horizon.
Daarmee kunnen we de blik weer vooruit richten. Cruciaal voor een moderne krijgsmacht want “Het zijn niet de sterksten die overleven, maar diegenen die zich het beste aanpassen aan de omstandigheden”. Een toepasselijk citaat van Charles Darwin dat ik eind vorig jaar gebruikte tijdens de Future Force Conference. Stilstand is achteruitgang en dat kunnen we ons niet veroorloven. Daarvoor is ons werk te belangrijk. Wij maken de wereld om ons heen veiliger. Om de hoek, in de straten van Amsterdam waar we helpen criminelen op te sporen. En verder weg, zoals in landen als Mali, waar broeinesten van terreur ook onze veiligheid in Nederland raken.
We moeten er dus voor zorgen dat we het verschil kunnen blijven maken waar anderen dat niet kunnen. 2014 is het jaar waarin we herstellen van de klappen en de draad weer oppakken. Waarin we gaan toewerken naar die nieuwe stippen op de horizon en praktisch invulling geven aan onze plannen.
Hoe we dat gaan doen? Allereerst door ons te blijven onderscheiden in onze missies. Zo werd net voor de kerst besloten om de inzet van onze Patriots aan de grens met Syrië te verlengen, evenals onze inzet in het kader van antipiraterij. In Afghanistan beschermen onze F-16’s nog steeds de internationale troepen en zijn onze mensen zowel in het noorden als in het hoofdkwartier in Kabul hard aan het werk. We hebben er zelfs een nieuwe missie bij: MINUSMA, de VN-missie in Mali. 2 jaar lang gaan 400 Nederlandse militairen in Mali helpen om de rust in het land te herstellen. Relevant werk dat alleen wij kunnen doen en dat direct bijdraagt aan onze veiligheid in Nederland.
Daarnaast door samenwerking en modernisering. Ik geloof in veiligheid door samenwerking. Samenwerking met landen die dicht bij ons staan zodat we middelen kunnen delen. Samenwerking met bedrijven en onderzoeksinstituten zodat we kunnen blijven innoveren en moderniseren. Samenwerking met civiele autoriteiten zoals politie en brandweer, om de veiligheid in eigen land te vergroten. En last but not least samenwerking met andere landen bij de uitvoering van missies, want dat is en blijft onze core business.
Kortom, er is in 2014 volop werk aan de winkel. En dan heb ik het nog niet eens over onze 15 andere lopende missies, over de vele nationale taken zoals de grensbewaking door de Koninklijke Marechaussee en over de nationale operaties die we in toenemend aantal uitvoeren (circa 2.200 in 2013). Zo heeft de Explosieven Opruimingsdienst Defensie in de aanloop naar het nieuwe jaar op veel plekken zwaar en gevaarlijk vuurwerk geruimd. Goed werk, zo houden we Nederland ook veilig!
Ik ben dan ook trots op alle medewerkers van de krijgsmacht, burgers en militairen. Iedereen heeft zich keihard ingezet om de reorganisatie mogelijk te maken en zo de krijgsmacht op 2014 en verder voor te bereiden. Samen zorgen we ervoor dat we ons aanpassen aan veranderende omstandigheden. Daar draait het uiteindelijk om!
Ik hoop dan ook dat we er samen voor Defensie een positief jaar van maken. Ik zal mij sterk blijven maken voor een goede krijgsmacht en ik zal blijven uitleggen wat we doen, en vooral ook waarom. Het moet duidelijk zijn dat veiligheid/vrijheid nooit vanzelfsprekend is. Dat we daar hard aan moeten werken. Dag in, dag uit.
Laten we samen aan de slag gaan!
(Facebook, 7 januari 2014)
Een jaar waarin honderden loyale, hardwerkende collega’s hun baan verloren. Een jaar ook dat eindigde met meer duidelijkheid en perspectief. Zo kwam er een einde aan een lange periode van baanonzekerheid, zo toonde het herfstakkoord een toenemend besef in de Tweede Kamer dat er genoeg is bezuinigd op Defensie en zo bood de nota over de toekomst van de krijgsmacht voor alle Operationele Commando's een duidelijke stip aan de horizon.
Daarmee kunnen we de blik weer vooruit richten. Cruciaal voor een moderne krijgsmacht want “Het zijn niet de sterksten die overleven, maar diegenen die zich het beste aanpassen aan de omstandigheden”. Een toepasselijk citaat van Charles Darwin dat ik eind vorig jaar gebruikte tijdens de Future Force Conference. Stilstand is achteruitgang en dat kunnen we ons niet veroorloven. Daarvoor is ons werk te belangrijk. Wij maken de wereld om ons heen veiliger. Om de hoek, in de straten van Amsterdam waar we helpen criminelen op te sporen. En verder weg, zoals in landen als Mali, waar broeinesten van terreur ook onze veiligheid in Nederland raken.
We moeten er dus voor zorgen dat we het verschil kunnen blijven maken waar anderen dat niet kunnen. 2014 is het jaar waarin we herstellen van de klappen en de draad weer oppakken. Waarin we gaan toewerken naar die nieuwe stippen op de horizon en praktisch invulling geven aan onze plannen.
Hoe we dat gaan doen? Allereerst door ons te blijven onderscheiden in onze missies. Zo werd net voor de kerst besloten om de inzet van onze Patriots aan de grens met Syrië te verlengen, evenals onze inzet in het kader van antipiraterij. In Afghanistan beschermen onze F-16’s nog steeds de internationale troepen en zijn onze mensen zowel in het noorden als in het hoofdkwartier in Kabul hard aan het werk. We hebben er zelfs een nieuwe missie bij: MINUSMA, de VN-missie in Mali. 2 jaar lang gaan 400 Nederlandse militairen in Mali helpen om de rust in het land te herstellen. Relevant werk dat alleen wij kunnen doen en dat direct bijdraagt aan onze veiligheid in Nederland.
Daarnaast door samenwerking en modernisering. Ik geloof in veiligheid door samenwerking. Samenwerking met landen die dicht bij ons staan zodat we middelen kunnen delen. Samenwerking met bedrijven en onderzoeksinstituten zodat we kunnen blijven innoveren en moderniseren. Samenwerking met civiele autoriteiten zoals politie en brandweer, om de veiligheid in eigen land te vergroten. En last but not least samenwerking met andere landen bij de uitvoering van missies, want dat is en blijft onze core business.
Kortom, er is in 2014 volop werk aan de winkel. En dan heb ik het nog niet eens over onze 15 andere lopende missies, over de vele nationale taken zoals de grensbewaking door de Koninklijke Marechaussee en over de nationale operaties die we in toenemend aantal uitvoeren (circa 2.200 in 2013). Zo heeft de Explosieven Opruimingsdienst Defensie in de aanloop naar het nieuwe jaar op veel plekken zwaar en gevaarlijk vuurwerk geruimd. Goed werk, zo houden we Nederland ook veilig!
Ik ben dan ook trots op alle medewerkers van de krijgsmacht, burgers en militairen. Iedereen heeft zich keihard ingezet om de reorganisatie mogelijk te maken en zo de krijgsmacht op 2014 en verder voor te bereiden. Samen zorgen we ervoor dat we ons aanpassen aan veranderende omstandigheden. Daar draait het uiteindelijk om!
Ik hoop dan ook dat we er samen voor Defensie een positief jaar van maken. Ik zal mij sterk blijven maken voor een goede krijgsmacht en ik zal blijven uitleggen wat we doen, en vooral ook waarom. Het moet duidelijk zijn dat veiligheid/vrijheid nooit vanzelfsprekend is. Dat we daar hard aan moeten werken. Dag in, dag uit.
Laten we samen aan de slag gaan!
(Facebook, 7 januari 2014)
woensdag 18 december 2013
De CDS blikt terug op 2013: "het was stormachtig"
tekst André Twigt
Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp typeert 2013 als ‘het jaar van de man met de hamer’. Natuurlijk waren er de kroning, de verjaardagen van marine en luchtmacht én de start van de viering van 200 jaar Koninkrijk. Feestelijke happenings waarbij de krijgsmacht prima uit de verf kwam. Ook was het besluit de F-35 aan te schaffen als opvolger van de F-16 een historische mijlpaal. Maar er vielen ook harde klappen. “Honderden loyale, hardwerkende collega’ s verloren dit jaar hun baan. Op de begroting leverde Defensie weer miljoenen in. “Maar er gloort voorzichtig perspectief. Met de nota In het belang van Nederland is de lat op haalbare hoogte gelegd. En we doen geen consessies aan kwaliteit.”
Op zijn kamer aan het Haagse Plein trapt Middendorp zijn terugblik af met de nare WUL-discussie. Doordat die stroef verliep, kwam voor alle werknemers enkele maanden later dan gepland duidelijkheid of er voor hen nog plek in de organisatie was. De generaal betreurt dat. Gevolgd door: “Lichtpuntje is dat het aantal gedwongen ontslagen lager uitpakte.” De huidige uitvoering van de reorganisatie is volgens Middendorp ingrijpend. Maar: “We slaan ons er doorheen, we kunnen niet anders. We zijn dit jaar door een diep dal gegaan waar we uit moeten klimmen.” Met zijn wekelijkse werkbezoeken aan de eenheden ‘te velde’ houdt de hoogste baas telkens de vinger aan de pols van de organisatie: “Hoe staan jullie in de wedstrijd?” 2013 gaat volgens de Commandant der Strijdkrachten (CDS) de geschiedenis in als een jaar van dieptepunten, maar ook van duidelijkheid.
Zo laat de nota ‘In het belang van Nederland‘ geen misverstanden bestaan over de ambities voor de komende jaren. In plaats van twee grote missies per krijgsmachtdeel, is dat nu één. Een forse stap terug. Lichtpuntje is dat ambities zo haalbaar en betaalbaar worden. Dat vormde tot voor kort een terugkerend probleem. Bijstelling van de ambities zorgt voor een betere balans tussen de beschikbare capaciteiten (mens/materieel, red.) en de instandhouding daarvan. Zo gaat er voortaan stuctureel vijftig miljoen euro naar onderhoud van de spullen. Voor wie met materieel werkt, biedt dat perspectief, verwacht Middendorp. “Het zal even duren, maar we creëren zo betere randvoorwaarden voor onze missies. Denk aan de structurele tekorten aan reservedelen. Die vormen al langer een bedreiging voor de gereedstelling en inzet.”
Omslag
Gelukkig is de generaal met de aanschaf van 37 F-35’s. Het vraagstuk over de vervanging van de F-16 lag al tien jaar op tafel en werd omgeven door grote politieke beladenheid. Het kabinet pakte door. Tot groot genoegen werd ook een deel van de maatregelen met het Herfstakkoord teruggedraaid. Die zachte bries in de rug vindt Middendorp bemoedigend. Sterker, hij herkent er de voortekenen van een politieke omslag in. “Binnen het parlement groeit het besef dat het defensie-budget meer in balans moet zijn met dat van onze internationale partners. De motie om het budget in lijn te brengen met de internationale veiligheidsstrategie en de afgesproken internationale verplichtingen (vorige week in de Eerste Kamer aan de orde gesteld, red.) geeft hoop.
Al met al is het sommetje van deze ontwikkeling dat we voor alle krijgsmachtdelen de stip op de horizon hebben gezet. Dat geeft focus, biedt duidelijkheid en schept een zekere energie. Ik hoop die lijn te bestendigen. Voor de goede orde: Defensie soupeert slechts één procent op van het Bruto Nationaal Product. Daarvoor haal je de hele verzekeringspolis van de NAVO binnen.”
Patriots
Temidden van alle turbulentie draait de tent tijdens de grote verbouwing gewoon door. Zo neemt Defensie momenteel deel aan zeventien missies en ook de nationale inzet groeide dit jaar. Middendorp: “Dat is verrekte goed werk.” Er is dit jaar sowieso goed werk geleverd. Zo rondden we onlangs de missie in Kunduz af, drie schepen namen deel aan de antipiraterijmissie voor de kust van Somalie, de Patriots beschermden miljoenenstad Adana en blijven dat ook in 2014 doen. En al wordt Defensie volgens Middendorp gestaag kleiner, militair werk blijft nodig.
In Mali verzorgt de krijgsmacht het leeuwendeel van alle intel- en analysecapaciteit. Daarmee deden de operationele commando’s in Afghanistan veel ervaring op. Middendorp: “We verzorgen situational awareness zodat de commandant de juiste beslissingen kan nemen. Ik ben zelf ook missiecommandant geweest en weet dat alles met deze belangrijke voorwaarde valt en staat.”
Blij is de generaal met de brede steun van de politiek voor missie Mali. Dat mag ook wel, want voor ons land speelt een direct belang. Na de recente Franse interventie is de macht van de terrorististische groeperingen in het gebied weliswaar ingeperkt, maar ze zijn nog steeds actief. “Wat je niet wilt, is dat die lui voet aan de grond krijgen. Dat gevaar is zeer reëel; in Mali spelen sterke krachten. Zo zie je de relatief onschuldige smokkel - van oudsher in handen van met name de Touareg-stam - verworden tot georganiseerde criminaliteit; drugs en wapens. Roepen we die gang van zaken geen halt toe, dan ligt dat spul straks ook bij ons op straat. Dat mag niet gebeuren.”
Hersenen
Zoals de kaarten nu zijn geschud, gaat Defensie voor ten minste twee jaar naar Mali. Doelstelling: door een inlichtingenstructuur aan te brengen, stellen we de VN in staat de missie uit te voeren. Zoals gezegd, doen onze mannen en vrouwen dat middels inlichtingengestuurd werken. Binnen de VN is dat een ondergeschoven kindje, vertelt Middendorp. Hoe dan ook treedt Nederland niet alleen op als ogen en oren van de force commander, maar ook een beetje als zijn hersenen. “Zo wordt alle informatie verwerkt tot een beeld van wat er aan de hand is.” Special Forces en Apache-gevechtsheli’s vormen de kern van de bijdrage. En wat willen we daarmee bereiken? “Onder meer de force commander in staat stellen een beeld op te bouwen in het zwaartepunt van de missie. Maar ook helder krijgen hoe de machtsverhoudingen en de lokale dynamiek in elkaar steken. Sowieso focussen we ons op de onderliggende oorzaken van het conflict. Daarnaast zijn Apaches nuttig voor bescherming.”
Nuttig
Nut en noodzaak van de missie is op het Binnenhof geen discussie. Maar daarmee is het laatste woord nog niet gevallen. Volgens een enquête deze week ziet de helft van alle Nederlanders ‘operatie Mali’ niet zitten. Middendorp: “We moeten blijven uitleggen wat we daar precies doen en vooral ook waarom. Alleen dan bouwen we draagvlak op.” Gelukkig heeft de CDS het politieke tij mee. In de technische briefing verzekerde hij onlangs lering te hebben getrokken uit eerdere uitzendingen. Zodoende ligt er nu een robuust mandaat. Dat zie je af aan de uitrusting van de eenheden. “Daarmee wil je geen ruzie. We zoeken het niet op, maar eventueel delen we een flinke klap uit.” Met de inbedding in de VN-organisatie kan de generaal goed leven. Zo vallen de missieleden rechtstreeks onder de force commander en de hoogste inlichtingenman is een Nederlander. “Daarmee stellen we zeker dat men goed met onze eenheden omgaat. Maar het wordt zeker geen makkelijke missie. Terrein en het klimaat zijn extreem zwaar. En het blijft een crisigebied. Het gevaar ligt op de loer.”
In zijn terugblik presenteert Middendorp voor 2014 alvast enkele speerpunten. Zo staan naast het borgen van de 3D-benadering tijdens missies ook vernieuwing en samenwerken op de agenda. “Als de krijgsmacht niet meegroeit, gaat’ie achteruit. Dat geldt voor materieel en de techniek. Maar eveneens voor de adaptiviteit van het personeel.” Nederland loopt op het gebied van samenwerking binnen de NAVO voorop. ”Samenwerken is een absolute must, geen keuze”, stelt Middendorp. “We gaan meer integreren als een volgende stap op dat gebied.”
Als laatste benadrukt de generaal veel waarde te hechten aan personeelszorg. “Met Defensie maken we moeilijke tijden door en veel collega’s verlaten noodgedwongen de organisatie. Dat is pijnlijk en verdrietig. Het is goed bij hen stil te staan, maar we moeten vooruit. Ons werk is belangrijk voor Nederland.”
(Defensiekrant 28, 18 december 2013)
Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp typeert 2013 als ‘het jaar van de man met de hamer’. Natuurlijk waren er de kroning, de verjaardagen van marine en luchtmacht én de start van de viering van 200 jaar Koninkrijk. Feestelijke happenings waarbij de krijgsmacht prima uit de verf kwam. Ook was het besluit de F-35 aan te schaffen als opvolger van de F-16 een historische mijlpaal. Maar er vielen ook harde klappen. “Honderden loyale, hardwerkende collega’ s verloren dit jaar hun baan. Op de begroting leverde Defensie weer miljoenen in. “Maar er gloort voorzichtig perspectief. Met de nota In het belang van Nederland is de lat op haalbare hoogte gelegd. En we doen geen consessies aan kwaliteit.”
Op zijn kamer aan het Haagse Plein trapt Middendorp zijn terugblik af met de nare WUL-discussie. Doordat die stroef verliep, kwam voor alle werknemers enkele maanden later dan gepland duidelijkheid of er voor hen nog plek in de organisatie was. De generaal betreurt dat. Gevolgd door: “Lichtpuntje is dat het aantal gedwongen ontslagen lager uitpakte.” De huidige uitvoering van de reorganisatie is volgens Middendorp ingrijpend. Maar: “We slaan ons er doorheen, we kunnen niet anders. We zijn dit jaar door een diep dal gegaan waar we uit moeten klimmen.” Met zijn wekelijkse werkbezoeken aan de eenheden ‘te velde’ houdt de hoogste baas telkens de vinger aan de pols van de organisatie: “Hoe staan jullie in de wedstrijd?” 2013 gaat volgens de Commandant der Strijdkrachten (CDS) de geschiedenis in als een jaar van dieptepunten, maar ook van duidelijkheid.
Zo laat de nota ‘In het belang van Nederland‘ geen misverstanden bestaan over de ambities voor de komende jaren. In plaats van twee grote missies per krijgsmachtdeel, is dat nu één. Een forse stap terug. Lichtpuntje is dat ambities zo haalbaar en betaalbaar worden. Dat vormde tot voor kort een terugkerend probleem. Bijstelling van de ambities zorgt voor een betere balans tussen de beschikbare capaciteiten (mens/materieel, red.) en de instandhouding daarvan. Zo gaat er voortaan stuctureel vijftig miljoen euro naar onderhoud van de spullen. Voor wie met materieel werkt, biedt dat perspectief, verwacht Middendorp. “Het zal even duren, maar we creëren zo betere randvoorwaarden voor onze missies. Denk aan de structurele tekorten aan reservedelen. Die vormen al langer een bedreiging voor de gereedstelling en inzet.”
Omslag
Gelukkig is de generaal met de aanschaf van 37 F-35’s. Het vraagstuk over de vervanging van de F-16 lag al tien jaar op tafel en werd omgeven door grote politieke beladenheid. Het kabinet pakte door. Tot groot genoegen werd ook een deel van de maatregelen met het Herfstakkoord teruggedraaid. Die zachte bries in de rug vindt Middendorp bemoedigend. Sterker, hij herkent er de voortekenen van een politieke omslag in. “Binnen het parlement groeit het besef dat het defensie-budget meer in balans moet zijn met dat van onze internationale partners. De motie om het budget in lijn te brengen met de internationale veiligheidsstrategie en de afgesproken internationale verplichtingen (vorige week in de Eerste Kamer aan de orde gesteld, red.) geeft hoop.
Al met al is het sommetje van deze ontwikkeling dat we voor alle krijgsmachtdelen de stip op de horizon hebben gezet. Dat geeft focus, biedt duidelijkheid en schept een zekere energie. Ik hoop die lijn te bestendigen. Voor de goede orde: Defensie soupeert slechts één procent op van het Bruto Nationaal Product. Daarvoor haal je de hele verzekeringspolis van de NAVO binnen.”
Patriots
Temidden van alle turbulentie draait de tent tijdens de grote verbouwing gewoon door. Zo neemt Defensie momenteel deel aan zeventien missies en ook de nationale inzet groeide dit jaar. Middendorp: “Dat is verrekte goed werk.” Er is dit jaar sowieso goed werk geleverd. Zo rondden we onlangs de missie in Kunduz af, drie schepen namen deel aan de antipiraterijmissie voor de kust van Somalie, de Patriots beschermden miljoenenstad Adana en blijven dat ook in 2014 doen. En al wordt Defensie volgens Middendorp gestaag kleiner, militair werk blijft nodig.
In Mali verzorgt de krijgsmacht het leeuwendeel van alle intel- en analysecapaciteit. Daarmee deden de operationele commando’s in Afghanistan veel ervaring op. Middendorp: “We verzorgen situational awareness zodat de commandant de juiste beslissingen kan nemen. Ik ben zelf ook missiecommandant geweest en weet dat alles met deze belangrijke voorwaarde valt en staat.”
Blij is de generaal met de brede steun van de politiek voor missie Mali. Dat mag ook wel, want voor ons land speelt een direct belang. Na de recente Franse interventie is de macht van de terrorististische groeperingen in het gebied weliswaar ingeperkt, maar ze zijn nog steeds actief. “Wat je niet wilt, is dat die lui voet aan de grond krijgen. Dat gevaar is zeer reëel; in Mali spelen sterke krachten. Zo zie je de relatief onschuldige smokkel - van oudsher in handen van met name de Touareg-stam - verworden tot georganiseerde criminaliteit; drugs en wapens. Roepen we die gang van zaken geen halt toe, dan ligt dat spul straks ook bij ons op straat. Dat mag niet gebeuren.”
Hersenen
Zoals de kaarten nu zijn geschud, gaat Defensie voor ten minste twee jaar naar Mali. Doelstelling: door een inlichtingenstructuur aan te brengen, stellen we de VN in staat de missie uit te voeren. Zoals gezegd, doen onze mannen en vrouwen dat middels inlichtingengestuurd werken. Binnen de VN is dat een ondergeschoven kindje, vertelt Middendorp. Hoe dan ook treedt Nederland niet alleen op als ogen en oren van de force commander, maar ook een beetje als zijn hersenen. “Zo wordt alle informatie verwerkt tot een beeld van wat er aan de hand is.” Special Forces en Apache-gevechtsheli’s vormen de kern van de bijdrage. En wat willen we daarmee bereiken? “Onder meer de force commander in staat stellen een beeld op te bouwen in het zwaartepunt van de missie. Maar ook helder krijgen hoe de machtsverhoudingen en de lokale dynamiek in elkaar steken. Sowieso focussen we ons op de onderliggende oorzaken van het conflict. Daarnaast zijn Apaches nuttig voor bescherming.”
Nuttig
Nut en noodzaak van de missie is op het Binnenhof geen discussie. Maar daarmee is het laatste woord nog niet gevallen. Volgens een enquête deze week ziet de helft van alle Nederlanders ‘operatie Mali’ niet zitten. Middendorp: “We moeten blijven uitleggen wat we daar precies doen en vooral ook waarom. Alleen dan bouwen we draagvlak op.” Gelukkig heeft de CDS het politieke tij mee. In de technische briefing verzekerde hij onlangs lering te hebben getrokken uit eerdere uitzendingen. Zodoende ligt er nu een robuust mandaat. Dat zie je af aan de uitrusting van de eenheden. “Daarmee wil je geen ruzie. We zoeken het niet op, maar eventueel delen we een flinke klap uit.” Met de inbedding in de VN-organisatie kan de generaal goed leven. Zo vallen de missieleden rechtstreeks onder de force commander en de hoogste inlichtingenman is een Nederlander. “Daarmee stellen we zeker dat men goed met onze eenheden omgaat. Maar het wordt zeker geen makkelijke missie. Terrein en het klimaat zijn extreem zwaar. En het blijft een crisigebied. Het gevaar ligt op de loer.”
In zijn terugblik presenteert Middendorp voor 2014 alvast enkele speerpunten. Zo staan naast het borgen van de 3D-benadering tijdens missies ook vernieuwing en samenwerken op de agenda. “Als de krijgsmacht niet meegroeit, gaat’ie achteruit. Dat geldt voor materieel en de techniek. Maar eveneens voor de adaptiviteit van het personeel.” Nederland loopt op het gebied van samenwerking binnen de NAVO voorop. ”Samenwerken is een absolute must, geen keuze”, stelt Middendorp. “We gaan meer integreren als een volgende stap op dat gebied.”
Als laatste benadrukt de generaal veel waarde te hechten aan personeelszorg. “Met Defensie maken we moeilijke tijden door en veel collega’s verlaten noodgedwongen de organisatie. Dat is pijnlijk en verdrietig. Het is goed bij hen stil te staan, maar we moeten vooruit. Ons werk is belangrijk voor Nederland.”
(Defensiekrant 28, 18 december 2013)
donderdag 31 oktober 2013
Ook CDS bezorgd om gebrek vertrouwen militairen
Ik zit weliswaar in het Haagse maar ben wekelijks in het veld en in de missies om veel uit het onderzoek van de AMFP te herkennen. Dat geldt ook voor de minister. Sterker nog, ook periodiek eigen onderzoek laat zien dat vele collega’s weinig vertrouwen in de toekomst hebben. Ook leeft er een breed onbegrip voor de bezuinigingen. Ik begrijp dat als geen ander en het raakt mij diep. Ook ik heb al 22 jaar te maken met ingrijpende reorganisaties. Maar Nederland heeft nu eenmaal wel te maken met een zeer ernstige financiële crisis. De overheid moet tientallen miljarden bezuinigen. En ondanks het feit dat Defensie daarbij deze ronde wordt ontzien, raken die ons wel degelijk. Dat een deel van de pijnlijke maatregelen als gevolg van de recente begrotingsafspraken zijn teruggedraaid is daarbij positief te noemen.
Het is ook mijn taak, samen met de commandanten van de defensieonderdelen, om duidelijkheid te bieden en richting te geven aan onze organisatie zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van ons werk. Binnen de economische en politieke realiteit heb ik de minister geadviseerd in de gemaakte pijnlijke keuzes. Keuzes die helaas noodzakelijk waren en waarbij we de lat helaas lager hebben moeten leggen. Maar ook keuzes die balans bieden, die richting geven en die zeker stellen dat wij dat wat wij doen ook goed kunnen blijven doen. Daarmee ligt er een nieuw fundament dat nodig is om aan het vertrouwen te kunnen bouwen. Ik ben er van overtuigd dat dat met uw hulp gaat lukken. Van het aanbod van de AFMP om met ons in gesprek te gaan om het draagvlak en het vertrouwen te versterken maken we natuurlijk graag gebruik. Dat is een gedeeld belang.
(Commandant der Strijdkrachten, Facebook, 31 oktober 2013)
Het is ook mijn taak, samen met de commandanten van de defensieonderdelen, om duidelijkheid te bieden en richting te geven aan onze organisatie zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van ons werk. Binnen de economische en politieke realiteit heb ik de minister geadviseerd in de gemaakte pijnlijke keuzes. Keuzes die helaas noodzakelijk waren en waarbij we de lat helaas lager hebben moeten leggen. Maar ook keuzes die balans bieden, die richting geven en die zeker stellen dat wij dat wat wij doen ook goed kunnen blijven doen. Daarmee ligt er een nieuw fundament dat nodig is om aan het vertrouwen te kunnen bouwen. Ik ben er van overtuigd dat dat met uw hulp gaat lukken. Van het aanbod van de AFMP om met ons in gesprek te gaan om het draagvlak en het vertrouwen te versterken maken we natuurlijk graag gebruik. Dat is een gedeeld belang.
(Commandant der Strijdkrachten, Facebook, 31 oktober 2013)
woensdag 30 oktober 2013
CDS: 'Be good and tell it'
Er is voor het eerst sinds lange tijd extra geld, aandacht en steun voor Defensie. Onomstotelijk goed nieuws te noemen!
Vorige week maakte onze minister bekend dat er vanaf 2015 structureel meer geld beschikbaar komt voor onze organisatie. Hierdoor kunnen we een aantal ingrijpende en pijnlijke maatregelen uit de nota ‘In het belang van Nederland’ geheel of gedeeltelijk terugdraaien.
Dat stemt mij hoopvol. En niet alleen mij! Op mijn Facebookpagina reageerden veel volgers enthousiast. Mindert Dusselaar meldde bijvoorbeeld kort maar krachtig: “Mooi, dat mag ook wel eens na 22 jaar bezuinigen op Defensie”. Jan Rabelink schreef: “Geweldig nieuws! Nederland wordt wakker.” Sommige volgers willen eerst zien én dan pas geloven. Zo schreef Leo Hollanders: “Laten we eerst maar eens een klein jaar afwachten.”
De weg die nu nog voor ons ligt, is het debat in en met de Tweede Kamer op 6 november en de begrotingsbehandeling in de week erna. Daarna weten pas we echt of we definitief met de nieuwe plannen aan de slag kunnen gaan.
Ik wil hoe dan ook met volle kracht vooruit. Mensen buiten Defensie beseffen in toenemende mate hoe ingrijpend de bezuinigingen op Defensie zijn geweest. Ook zien steeds meer mensen de waarde van Defensie voor de samenleving. Dat is positief. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij, één van de weinige diensten van de overheid die je niet kunt uitbesteden.
Defensie is echter ook een verzekering waarvoor we steeds minder premie zijn gaan betalen, nu nog maar iets meer dan 1% van ons bruto nationaal product. Daarmee zakken we onder het NAVO-gemiddelde. Nog steeds volop werk aan de winkel dus, voor iedereen. Waarom heeft Nederland een krijgsmacht nodig? Dát moeten we tonen. Maar dat is geen eenvoudige opgave. Wij rijden niet met loeiende sirenes door de straten en blussen geen branden in de buurten. Ons werk ligt vaak ver weg en gebeurt veelal achter de schermen.
Daarom moeten we erover vertellen, onze inzet op andere manieren laten zien. Als Defensie, als politiek en als samenleving. Er zijn voorbeelden te over. Met onze deelname aan zeventien missies helpen we dagelijks voorkomen dat landen afglijden naar een situatie van chaos en wetteloosheid. We voorkomen daarmee veel menselijk leed. We voorkomen tevens dat dit broeiplaatsen worden voor terrorisme en georganiseerde criminaliteit. En daarmee dienen we dus onze economie. Als handelsland zijn we nu eenmaal volledig afhankelijk van het buitenland, van stabiele afzetmarkten en open handelsroutes.
Ook nationaal zijn er veel voorbeelden te noemen van onze militaire inzet. Zo helpt een speciaal team van militairen de politie deze week bij het zoeken naar een lichaam van een vermiste Rotterdammer. Heel belangrijk voor de familie die al maanden in verschrikkelijke onzekerheid verkeert. Onze militair specialisten zijn hierin op hoog niveau getraind, vanwege onze buitenlandse missies.
Natuurlijk zeg ik dan ja tegen zo’n verzoek van de politie en zet ik daarvoor militaire eenheden in. Ik hoop van harte dat we de familie snel duidelijkheid kunnen bieden.
Tot slot probeer ik via Facebook ook de waarde van Defensie te laten zien. Ik sprak er begin deze maand nog over met dertig van mijn Facebookvolgers van binnen en buiten Defensie. Wat bleek: mijn posts zijn ‘likeable’ and ‘shareable’. Wie had dat gedacht toen ik begin dit jaar voor het eerst een Facebookprofiel aanmaakte.
Kortom: er is voor het eerst sinds lange tijd extra geld, aandacht en steun voor Defensie. Wat mij betreft daarom volle kracht vooruit: Laat onze daden voor zich blijven spreken en laat zien wat Nederland daaraan heeft.
Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
(ministerie van Defensie, 30 oktober 2013)
facebook.com/Commandantderstrijdkrachten
Vorige week maakte onze minister bekend dat er vanaf 2015 structureel meer geld beschikbaar komt voor onze organisatie. Hierdoor kunnen we een aantal ingrijpende en pijnlijke maatregelen uit de nota ‘In het belang van Nederland’ geheel of gedeeltelijk terugdraaien.
Dat stemt mij hoopvol. En niet alleen mij! Op mijn Facebookpagina reageerden veel volgers enthousiast. Mindert Dusselaar meldde bijvoorbeeld kort maar krachtig: “Mooi, dat mag ook wel eens na 22 jaar bezuinigen op Defensie”. Jan Rabelink schreef: “Geweldig nieuws! Nederland wordt wakker.” Sommige volgers willen eerst zien én dan pas geloven. Zo schreef Leo Hollanders: “Laten we eerst maar eens een klein jaar afwachten.”
De weg die nu nog voor ons ligt, is het debat in en met de Tweede Kamer op 6 november en de begrotingsbehandeling in de week erna. Daarna weten pas we echt of we definitief met de nieuwe plannen aan de slag kunnen gaan.
Ik wil hoe dan ook met volle kracht vooruit. Mensen buiten Defensie beseffen in toenemende mate hoe ingrijpend de bezuinigingen op Defensie zijn geweest. Ook zien steeds meer mensen de waarde van Defensie voor de samenleving. Dat is positief. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij, één van de weinige diensten van de overheid die je niet kunt uitbesteden.
Defensie is echter ook een verzekering waarvoor we steeds minder premie zijn gaan betalen, nu nog maar iets meer dan 1% van ons bruto nationaal product. Daarmee zakken we onder het NAVO-gemiddelde. Nog steeds volop werk aan de winkel dus, voor iedereen. Waarom heeft Nederland een krijgsmacht nodig? Dát moeten we tonen. Maar dat is geen eenvoudige opgave. Wij rijden niet met loeiende sirenes door de straten en blussen geen branden in de buurten. Ons werk ligt vaak ver weg en gebeurt veelal achter de schermen.
Daarom moeten we erover vertellen, onze inzet op andere manieren laten zien. Als Defensie, als politiek en als samenleving. Er zijn voorbeelden te over. Met onze deelname aan zeventien missies helpen we dagelijks voorkomen dat landen afglijden naar een situatie van chaos en wetteloosheid. We voorkomen daarmee veel menselijk leed. We voorkomen tevens dat dit broeiplaatsen worden voor terrorisme en georganiseerde criminaliteit. En daarmee dienen we dus onze economie. Als handelsland zijn we nu eenmaal volledig afhankelijk van het buitenland, van stabiele afzetmarkten en open handelsroutes.
Ook nationaal zijn er veel voorbeelden te noemen van onze militaire inzet. Zo helpt een speciaal team van militairen de politie deze week bij het zoeken naar een lichaam van een vermiste Rotterdammer. Heel belangrijk voor de familie die al maanden in verschrikkelijke onzekerheid verkeert. Onze militair specialisten zijn hierin op hoog niveau getraind, vanwege onze buitenlandse missies.
Natuurlijk zeg ik dan ja tegen zo’n verzoek van de politie en zet ik daarvoor militaire eenheden in. Ik hoop van harte dat we de familie snel duidelijkheid kunnen bieden.
Tot slot probeer ik via Facebook ook de waarde van Defensie te laten zien. Ik sprak er begin deze maand nog over met dertig van mijn Facebookvolgers van binnen en buiten Defensie. Wat bleek: mijn posts zijn ‘likeable’ and ‘shareable’. Wie had dat gedacht toen ik begin dit jaar voor het eerst een Facebookprofiel aanmaakte.
Kortom: er is voor het eerst sinds lange tijd extra geld, aandacht en steun voor Defensie. Wat mij betreft daarom volle kracht vooruit: Laat onze daden voor zich blijven spreken en laat zien wat Nederland daaraan heeft.
Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
(ministerie van Defensie, 30 oktober 2013)
facebook.com/Commandantderstrijdkrachten
vrijdag 25 oktober 2013
CDS: extra geld is goed nieuws voor de krijgsmacht
Er wordt extra geld vrijgemaakt voor Defensie! Ik vind dit goed nieuws. De gekozen toekomstrichting van onze krijgsmacht blijft hetzelfde maar we kunnen hiermee wel een aantal ingrijpende en pijnlijke maatregelen uit de nota “In het belang van Nederland” aanpassen.
Zo blijft het 45 Pantserinfanteriebataljon behouden, blijft de Johan Willem Frisokazerne in Assen open, wordt er extra geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helicopter, blijft Vliegbasis Leeuwarden een ‘Main Operating Base’ en wordt de Karel Doorman, het Joint Support Ship (JSS), toch in de vaart genomen als bevoorradingsschip.
Met al deze ontwikkelingen kunnen ook een fors aantal meer arbeidsplaatsen worden behouden. De Minister voert op 6 november het debat over de nota met de Tweede kamer en de begrotingsbehandeling in de week erna. Dan maken we definitief de balans op. Ik blijf ondertussen doorgaan met vechten voor onze krijgsmacht en ons verhaal vertellen.
(Commandant der Strijdkrachten, Facebook, 25 oktober 2013)
Zo blijft het 45 Pantserinfanteriebataljon behouden, blijft de Johan Willem Frisokazerne in Assen open, wordt er extra geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helicopter, blijft Vliegbasis Leeuwarden een ‘Main Operating Base’ en wordt de Karel Doorman, het Joint Support Ship (JSS), toch in de vaart genomen als bevoorradingsschip.
Met al deze ontwikkelingen kunnen ook een fors aantal meer arbeidsplaatsen worden behouden. De Minister voert op 6 november het debat over de nota met de Tweede kamer en de begrotingsbehandeling in de week erna. Dan maken we definitief de balans op. Ik blijf ondertussen doorgaan met vechten voor onze krijgsmacht en ons verhaal vertellen.
![]() |
| Generaal Tom Middendorp |
(Commandant der Strijdkrachten, Facebook, 25 oktober 2013)
woensdag 16 oktober 2013
CDS: defensie-uitgaven dalen naar 1% bbp
Lezing van de Commandant der Strijdkrachten, Generaal T.A. Middendorp, ter gelegenheid van de bijeenkomst van de Studenten Organisatie Groningen op 15 oktober 2013, te Groningen.
Tekst
Niet zo heel lang geleden was ik bij de moeder van Azdin Chadli op bezoek. Misschien zegt de naam jullie iets.
Azdin Chadli is een soldaat die in 2009 in Uruzgan sneuvelde omdat een raket op ons kamp insloeg. Ik was toen commandant in Uruzgan. En ik zag het voor mijn ogen gebeuren. Ik kwam net de hoek omlopen en zag het inkomende vuur. Ik hoorde een enorme knal en de aarde schudde. Zelf had ik niets, maar ik zag wel direct de gewonden. De raket was ingeslagen op wat wij de ‘natte groep’ noemen, de douchecontainers.
Op dat moment stond iemand daar te douchen maar de raket ging door de container heen en kwam terecht op het gangpad ernaast. Daar stond een groep jongens. Ze werden vol getroffen. Een aantal van hen raakte gewond. Azdin Chadli sneuvelde. Hij was toen twintig jaar oud. Waarom vertel ik jullie dit?
Azdin Chadli was een jongen die opkwam voor anderen. Hij was een jongen die zich in wilde zetten voor vrede en veiligheid. Hij ging omdat de politiek de krijgsmacht de opdracht gaf, om te gaan. Azdin Chadli, was militair. En militair zijn, is iets bijzonders. Militairen zijn de zwaardmacht van de overheid. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij.
Wij zijn één van de weinige diensten die je niet kan uitbesteden. Want gelukkig is het in ons land zo geregeld dat niet iedereen met een geweer mag rondlopen, of in een bewapende F‐16 mag vliegen. De krijgsmacht, en alleen de krijgsmacht, mag in ons land zware wapens ter hand nemen en geweld toepassen.
Onze opdracht is ook heel helder vastgelegd in de Nederlandse Grondwet: Verdedig het Nederlands grondgebied, onze Nederlandse belangen en het grondgebied van onze bondgenoten. Draag bij aan de internationale rechtsorde en aan stabiliteit. En help politie, brandweer en steden, in Nederland en daarbuiten, als de nood aan de man is.
Deze opdracht vereist dat de militair een teamspeler is die het algemeen belang van een missie boven het eigenbelang stelt. Deze opdracht vereist ook dat militairen blindelings op elkaar moeten kunnen vertrouwen, want als de ‘going gets tough’ kan dat tot het verlies van mensenlevens leiden.
Voor sommigen van jullie klinkt dit misschien wat dramatisch en vergezocht. Maar dit is wel de militaire werkelijkheid. Dat mag niet onderschat worden. Zeker nu we zien dat de krijgsmacht meer dan ooit wordt ingezet voor een veelheid aan missies. Missies die allemaal onvoorspelbaar zijn, omdat de wereld om ons heen, onvoorspelbaar is.
Ik wil jullie een filmpje laten zien om dat te illustreren. [Animatiefilmpje ‐ “Don’t stop thinking about tomorrow” ‐ Strategische Verkenningen] Dit filmpje hoort bij de Strategische Verkenningen, een onderzoek uitgevoerd door de Nederlandse regering in 2010. Sommige ontwikkelingen zijn daarom achterhaald. Zo zijn we nu niet meer de 16e economie ter wereld, maar de 17e, en Osama Bin Laden is uitgeschakeld. Toch is het filmpje nog wel actueel.
We leven in een wereld waarin dreigingen niet gebonden zijn aan grenzen. In deze wereld kunnen hackers in het buitenland, door middel van een cyberaanval, ons elektriciteitsnetwerk platleggen. Dat betekent: Geen treinen, geen verlichting, geen telefoons, geen verkeerslichten, geen alarmsystemen.
Op straat geldt dan, in het ergste geval, het recht van de sterkste. In deze wereld kan ook een groot schip, met vloeibaar gas aan boord, gekaapt worden door terroristen. Het vaart dan misschien in hoog tempo richting de Rotterdamse haven. Als het tot een ontploffing komt, staan vele mensenlevens op het spel.
En in deze gemondialiseerde wereld, kunnen piraten voor de kust van Somalië, onze economie direct raken. Zij kapen onze handelsschepen die goederen vervoeren waar wij van afhankelijk zijn. Zoals voedsel, kleding en brandstof. Ze kapen ook schepen die spullen vervoeren die wij graag betaalbaar houden: zoals televisies, mobiele telefoons en computers. Dat betekent dat het leven voor ons hier stukken duurder wordt als we piraterij ver weg op zee, niet indammen.
Los nog van het menselijk leed dat wordt aangericht als opvarenden gegijzeld worden. In Nederland houden we de internationale ontwikkelingen daarom goed in de gaten. Dat moet wel. We zijn misschien een klein landje op die hele grote wereldkaart, maar we zijn wel een welvarend handelsland. Een land van exporteurs, investeerders en ondernemers.
Onze belangen liggen daarom een groot deel in het buitenland. Joseph Luns, diplomaat en minister van Buitenlandse Zaken, zei niet voor niets: “Het voordeel van een klein land is dat het relatief veel buitenland heeft”. In het buitenland verdienen we ons geld! Daarom staan we negende op de welvaartslijst. Daarom zijn we de 17e economie van de wereld, en de 8e exporteur ter wereld. Dat zijn hoge posities.
Maar als je zo hoog op de lijsten staat, en je profiteert van wat er in de wereld gebeurt, moet je ook je verantwoordelijkheid nemen. 3 Zo kijken andere landen ook naar ons. Zij vinden dat je dan moet bijdragen om problemen in de wereld op te lossen.
Maar hoe doe je dat? Hoe beschermen we onze belangen? Hoe handhaven we de internationale rechtsorde? Nederland kan natuurlijk diplomatieke en economische middelen inzetten. Maar soms is dat niet voldoende. Dan moet je als land je woorden kracht bij zetten, een stok achter de deur hebben.
Zoals president Roosevelt al zei: “Speak softly and carry a big stick…, you will go far”. Een land kon volgens Roosevelt alleen diplomatiek succesvol zijn als het ook over militaire macht beschikt, de ‘big stick’. Want dan heb je altijd nog een troef achter de hand voor het geval het mis gaat. En vriend en vijand weten dat…
Wij, de krijgsmacht, zijn die troef voor ons land, wij zijn die stok achter de deur. De krijgsmacht kan onze handelsroutes en onze koopvaardij beschermen. De krijgsmacht kan bijdragen aan stabiliteit in instabiele regio’s. En de krijgsmacht kan andere landen helpen om hun politie‐ en veiligheidsdiensten op te bouwen. Zodat de bewoners van dat land bescherming krijgen, en zelf een toekomst op kunnen bouwen.
‘Wanneer’ we op missie gaan en ‘waar’, daar beslist de krijgsmacht niet over. Dat is aan de politiek. Maar ik adviseer onze minister wel, en waar nodig het hele kabinet. Iedere ochtend om tien uur ’s ochtends praat ik onze minister bij.
Ook op internationaal niveau wordt veel overleg gevoerd. Zo ga ik minimaal drie keer per jaar naar het NAVO‐hoofdkwartier in Brussel. Daar komen alle 28 NAVO‐defensiebazen, of hun afgevaardigden, bijeen. We discussiëren, overleggen en handelen naar aanleiding van militair belangrijke zaken. Alle huidige missies lopen we af.
Ook internationale samenwerking staat op onze agenda. Dat is absoluut een gebied waar we verdere stappen in kunnen én moeten maken. Zeker nu in veel landen wordt bezuinigd op de krijgsmacht. Wij kunnen geen missies uitvoeren zonder partners.
Voor specifieke capaciteiten zijn we van elkaar afhankelijk. Nederland heeft geen satellieten, Nederland heeft geen tanks, Nederland heeft geen patrouillevliegtuigen. Maar Nederland heeft wel raketverdedigingssystemen, dat zijn de Patriots die nu in Turkije aan de grens van Syrië staan.
Per missie wordt er dan ook gekeken naar wie wat kan leveren. Een belangrijk aspect hierbij is de evenredigheid van de militaire bijdrage. Het moet voor alle betrokken partijen aantrekkelijk zijn om samen te werken. We kunnen niet zeggen: Nederland doet dit of dat niet meer, en rekent daarvoor dan op Europa via internationale samenwerking.
Het is niet alleen maar nemen, maar ook geven. In het NAVO‐hoofdkwartier kijken we daarom naar: “Hoe kunnen we nog beter samenwerken?”… …“Hoe kunnen we taken en capaciteiten verdelen?” “Hoe kunnen we onze eigen landen en het NAVO‐grondgebied blijven beschermen?” Wat in Brussel besproken wordt, wordt ook weer in eigen land teruggekoppeld.
Dat doen we bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse bijeenkomst van de Stuurgroep Militaire Operaties. Hoge ambtenaren van Defensie, Buitenlandse Zaken, Algemene Zaken, Veiligheid en Justitie en Ontwikkelingssamenwerking komen dan bijeen, en bespreken de actuele crisis in de wereld. De ene week bespreken we dat bij Defensie, de andere week bij Buitenlandse Zaken. Zo is niemand de baas.
Samen kijken we naar actuele dreigingen en gaan na: ‘Wat staat er op het spel voor Nederland?’ ‘Hoe moeten we reageren?’ ‘Wat voor rol kunnen we spelen?’ Omdat we dit wekelijks doen, waarborgen we dat we geïntegreerd naar problemen blijven kijken. Als de regering meent dat het een nationaal belang is om internationaal op te treden komen militairen in actie.
Ik wil jullie graag een kort filmpje laten zien waarin onze grondwettelijke taken aan bod komen, om meteen enkele missies te tonen.
Ook krijgen jullie zo een korte impressie van wat wij doen aan de veiligheid in eigen land. Want eenderde van mijn mensen houdt zich bezig met nationale taken! Dat weten niet veel mensen. Jullie zagen onze politie‐trainingsmissie in Kunduz net voorbijkomen. Deze is inmiddels ten einde. En ik kan jullie vertellen, het was geen eenvoudige missie.
Missies zijn lastige politieke besluiten, maar eenmaal genomen is het wel van belang achter de mensen te staan die de missie uitvoeren. Bovendien is het belangrijk het waarom van de missie voor ogen te houden: Afghanistan mag nooit meer een broeinest van terrorisme worden zoals het was voor 2001.
We hebben zeker niet alles opgelost, maar we hebben de Afghanen een kickstart gegeven een goede kans om niet terug te vallen in chaos en onderdrukking. De Afghaanse mensen hebben geproefd van democratie, van scholing en van ontwikkeling. Deze mensen willen niet terug naar het verleden, ze willen vooruit!
Neem Afghanistan 1400, één van de meest actieve politieke jongerengroeperingen van het land. Honderden Afghaanse jongeren met verschillende etniciteit hebben zich in deze groep verenigd. Zij willen dat meer jongeren deel gaan nemen aan de politieke, sociale en economische ontwikkeling van Afghanistan. Hun motto? `Ons land, onze verantwoordelijkheid!´. Dat stemt mij hoopvol.
Natuurlijk is er nog een lange weg te gaan. Veiligheid en ontwikkeling realiseer je niet in een paar jaar. Daarom laten we Afghanistan ook niet in de steek. Zowel in Afghanistan als elders in de wereld waar het niet veilig en stabiel is, blijven wij ons inzetten voor vrede en veiligheid.
Zo zijn onze militairen op dit moment actief op zeventien plaatsen in de wereld. Van de Golf van Aden tot Kosovo, en van Bahrein tot Burundi. Dit zijn niet alleen vechtmissies. Integendeel. Het zijn ook stabilisatiemissies en preventiemissies. Waarbij we andere landen lokaal helpen op eigen benen te staan. Want met alleen militaire kracht neem je niet zomaar de voedingsbodem weg voor conflicten.
Daarom hanteren we bij ons buitenlands beleid een geïntegreerde benadering van veiligheidsproblemen, de Comprehensive Approach. Daarin komt ook de zogenoemde 3D‐benadering aan bod. Hierin staan Diplomatie, Defensie en wederopbouw (Development) centraal. Jullie hebben er vast over gehoord of gelezen.
De 3D‐benadering vereist dat je dieper doordenkt over vragen als: “Waarom krijgt de Taliban voet aan de grond in een Afghaanse regio?” “Wat zijn de oorzaken van de spanningen”. “Hoe lopen de lijntjes in dit dorp, wat zijn de familierelaties, wie heeft de informele macht?” Het is goed om zulke vragen te stellen en de antwoorden te hebben voordat je ingrijpt.
Ik zal jullie een voorbeeld geven. Onze militairen hebben zich in 2007 ingezet in Chora, een district in Afghanistan. Daar hebben we heel intensief gevochten. Het was voor Nederland de grootste gevechtsoperatie sinds decennia. De gevechten hebben we gewonnen.
Maar het winnen van de slag bood geen garantie voor het veiliger maken van het gebied. Het probleem werd pas opgelost toen we achter de dieperliggende oorzaak van de spanningen kwamen: water. De verdeling van schaars water was de bron van vele lokale spanningen. En het bood de Taliban de gelegenheid voet aan de grond te krijgen. Een speciaal team van militairen en deskundigen van Buitenlandse Zaken bemiddelen daarom in een oplossing. Waterputten werden geslagen en het water werd verdeeld zodat iedereen tevreden was.
Anderhalf jaar later kon ik, met minimale bescherming, samen met onze huidige koning door de hoofdstraat van Chora wandelen. Zo stabiel was de situatie daar geworden! Militairen moeten dus vechten en winnen waar nodig. Maar het gaat vooral om het creëren van situaties die toekomst hebben. Winnen zonder strijd als het kan. Dáár draait het om.
De Chinese filosoof Sun Tzu schreef het 2500 jaar geleden al. Zijn boek The Art of War, de kunst van het oorlogvoeren, heeft mij altijd geïntrigeerd en ik kan het jullie allemaal aanraden. Dit boek laat zien dat ons werk om meer gaat dan het uitvoeren van handboeken en doctrines. Maar ik wil het niet mooier maken dan het is.
Het militaire vak is geen walk in the park. Mijn militairen kunnen allemaal voor duivelse dilemma´s komen te staan. Want het is niet altijd een keuze tussen goed of fout. En het effect van de keuze die je als militair maakt, is niet altijd voorspelbaar. Militairen hebben ook niet altijd de tijd om daar langdurig over na te denken. En soms moeten zij kiezen tussen kwaad of erger.
In zo’n geval moet je op jezelf willen én kunnen vertrouwen. Dicht bij jezelf blijven om een goede beslissing te nemen. En durven te vertrouwen op het ethische kompas dat je tijdens de militaire opleiding hebt ontwikkeld. Neem onze militairen van de marechaussee, die in Zuid‐Soedan voor een VN‐missie assisteren bij het ontwikkelen van een eigen goed werkende politie. Deze militairen hebben de opdracht zich niet te bemoeien met lokale aangelegenheden.
Maar op een dag kwam een vrouwelijke opperwachtmeester bij de politiepost. Zij trof in een cel mannen en vrouwen aan, waaronder een moeder met een pasgeboren kind. In dezelfde cel zat ook de vermoedelijke verkrachter van de moeder. In Soedan was het namelijk gebruikelijk om het bewijs van één zaak bij elkaar te houden, dus mensen die bij één zaak betrokken zijn worden in dezelfde cel gezet.
Maar de moeder was opgesloten zonder procedure, en zonder juridische bijstand. Ook was er geen deken, geen muskietennet en geen eten voor de baby. Daar werd niet in voorzien, want in Soedan is het gebruikelijk dat de familie daar voor zorgt. Maar wat doe je als de familie op twee dagen loopafstand woont? In dit geval kwam de familie daarom niet opdagen. Het raakte de opperwachtmeester van de marechaussee.
Dit is wat zij zei, en ik citeer nu uit het interview dat zij had met Michelle Schut die momenteel op dit onderwerp promoveert: “Van binnen kook je, maar van buiten reageer ik heel neutraal”. “Daar heb ik wel slapeloze nachten van.” “Je denkt verdorie, dat kan toch niet.”
De militair wist dat als zij actie ondernam dit op gespannen voet zou staan met de militaire opdracht en met haar mandaat. Zij mocht zich niet bemoeien met de lokale aangelegenheden. Maar moet je dan als mens lijdzaam toekijken? Het zijn keuzes waar iedere militair voor kan komen te staan.
En als dat gebeurt moet je zelf een afweging kunnen maken. Je moet op jezelf willen, en kunnen vertrouwen. Dicht bij jezelf blijven om een goede beslissing te maken. De opperwachtmeester besloot om de dialoog met de Soedanese politie aan te gaan. Ze vroeg hoe het kan dat mannen en vrouwen in één cel zitten.
Ook probeerde ze het terug te koppelen naar hun eigen cultuur. “Jullie zijn moslim, jullie bidden toch ook apart?”, vroeg ze hen. “Waarom dan wel mannen en vrouwen in één cel zetten?”. Tot slot klopte de militair nog aan bij de Verenigde Naties. Een juridisch adviseur van de VN heeft er toen werk van gemaakt. Uiteindelijk werd de Soedanese vrouw vrijgelaten.
Twee jaar later kwam de opperwachtmeester nog eens terug bij de politiepost tijdens haar tweede uitzending. Enthousiast werd ze door de Soedanezen meegenomen. Ze lieten haar zien dat ze cellen erbij hadden gebouwd. Er was nu een aparte cel voor mannen, vrouwen, kinderen én beesten. Zo kan het dus ook.
En hieruit blijkt dat een situatie soms niet vastligt in voorschriften, in handboeken of eerdere ervaringen. In dat geval moet een militair vertrouwen op het morele besef. Wat voelt goed? Wat vind ik op dat moment het belangrijkste? En wat kan ik verantwoorden?
De opperwachtmeester vertrouwde op haar morele besef. Zij bleef dicht bij zichzelf en handelde naar eer en geweten. Maar zij bleef ook het lokale perspectief en haar mandaat voor ogen houden. Jullie horen het al, er komt veel kijken bij ‘militair zijn’.
We stellen daarom ook hoge eisen aan onze militaire leiders. Ik heb officieren, nodig die zowel leider, krijger als diplomaat kunnen zijn. Ik heb officieren nodig met creatief vermogen, academische denkniveau, ‘cultural awareness’, sociale vaardigheden en het bestuurlijk en operationeel lef om de huidige complexiteit aan te kunnen.
Een jonge luitenant van 23 jaar oud moet leiding kunnen geven aan een peloton van 40 korporaals en soldaten. En hij of zij moet tegelijkertijd de lokale complexiteit begrijpen en daarmee om kunnen gaan, snel kunnen schakelen, ook in de meest gevaarlijke omstandigheden en zich realiseren dat alles wat je doet, onder een vergrootglas kan komen te liggen.
Ik zal een voorbeeld geven. In Afghanistan hebben we een keer een huis doorzocht met een hond die drugs of explosieven op kan sporen. Eén van de Afghanen in het huis dacht dat de hond aan de Koran had gesnuffeld. Het leidde tot heftige emoties. Binnen een paar uur belde president Karzai naar de gouverneur van de provincie en vroeg: “Wat is er in Uruzgan aan de hand?”.
Het had weinig gescheeld of het had de internationale pers gehaald. Zo zie je maar, hoe een ogenschijnlijk klein incident een hele missie op zijn kop kan zetten. Daar moet je als militair leider op voorbereid zijn. En daar moet je mee om kunnen gaan. En nu werken onze jongens en meiden ook nog eens voor een organisatie waar ingrijpende maatregelen worden genomen.
Er is in 2011 een miljard bezuinigd op Defensie. En ook nu gaan we voor een kleine 350 miljoen ombuigen. In 2009 werd nog 8.6 miljard euro aan Defensie uitgegeven. Dit jaar kwam dat bedrag uit op 7.2 miljard. Dat zien jullie ook op de afbeelding achter mij. Dat kleine koffertje rechts is Defensie.. Maar je kunt niet blijven kaasschaven, wat we nu al 22 jaar hebben gedaan.
Ik heb de minister de strategische keuzes voorgelegd. Dat betekent dat we minder missies kunnen doen, en die ook minder lang kunnen volhouden. Maar ik heb geen keuzes gemaakt in het soort conflict waarvoor je de krijgsmacht kunt inzetten. En dat eenvoudigweg omdat we niet weten welke conflicten de belangen van Nederland zullen schaden, of waar de belangen van Nederland gediend worden.
De dreiging is breed, zoals ik al eerder zei, en als krijgsmacht moeten we overal op voorbereid zijn. Daarnaast doe ik geen concessies aan kwaliteit. Ik stuur mensen naar crisisgebieden. En ik accepteer niet dat hun leven gevaar loopt, omdat wij hebben beknibbeld op training, materieel en middelen.
Wat we doen, moeten we goed kunnen doen. Dat betekent uiteindelijk dat de krijgsmacht nog maar één grote missie kan uitvoeren op zee, op land en in de lucht – naast onze wettelijke taken.
Als Nederlandse samenleving betalen we straks slechts één procent, van wat we allemaal verdienen, aan Defensie. Eén procent wordt uitgegeven aan de veiligheidspolis van ons land. Tegen de beeldvorming dat wij zo duur zijn heb ik me altijd verzet. Veiligheid en vrijheid zijn niet gratis. Dat mogen we niet vergeten.
(ministerie van Defensie, 16 oktober 2013)
Tekst
Niet zo heel lang geleden was ik bij de moeder van Azdin Chadli op bezoek. Misschien zegt de naam jullie iets.
![]() |
| Sld 1 Azdin Chadli |
Op dat moment stond iemand daar te douchen maar de raket ging door de container heen en kwam terecht op het gangpad ernaast. Daar stond een groep jongens. Ze werden vol getroffen. Een aantal van hen raakte gewond. Azdin Chadli sneuvelde. Hij was toen twintig jaar oud. Waarom vertel ik jullie dit?
Azdin Chadli was een jongen die opkwam voor anderen. Hij was een jongen die zich in wilde zetten voor vrede en veiligheid. Hij ging omdat de politiek de krijgsmacht de opdracht gaf, om te gaan. Azdin Chadli, was militair. En militair zijn, is iets bijzonders. Militairen zijn de zwaardmacht van de overheid. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij.
Wij zijn één van de weinige diensten die je niet kan uitbesteden. Want gelukkig is het in ons land zo geregeld dat niet iedereen met een geweer mag rondlopen, of in een bewapende F‐16 mag vliegen. De krijgsmacht, en alleen de krijgsmacht, mag in ons land zware wapens ter hand nemen en geweld toepassen.
Onze opdracht is ook heel helder vastgelegd in de Nederlandse Grondwet: Verdedig het Nederlands grondgebied, onze Nederlandse belangen en het grondgebied van onze bondgenoten. Draag bij aan de internationale rechtsorde en aan stabiliteit. En help politie, brandweer en steden, in Nederland en daarbuiten, als de nood aan de man is.
Deze opdracht vereist dat de militair een teamspeler is die het algemeen belang van een missie boven het eigenbelang stelt. Deze opdracht vereist ook dat militairen blindelings op elkaar moeten kunnen vertrouwen, want als de ‘going gets tough’ kan dat tot het verlies van mensenlevens leiden.
Voor sommigen van jullie klinkt dit misschien wat dramatisch en vergezocht. Maar dit is wel de militaire werkelijkheid. Dat mag niet onderschat worden. Zeker nu we zien dat de krijgsmacht meer dan ooit wordt ingezet voor een veelheid aan missies. Missies die allemaal onvoorspelbaar zijn, omdat de wereld om ons heen, onvoorspelbaar is.
Ik wil jullie een filmpje laten zien om dat te illustreren. [Animatiefilmpje ‐ “Don’t stop thinking about tomorrow” ‐ Strategische Verkenningen] Dit filmpje hoort bij de Strategische Verkenningen, een onderzoek uitgevoerd door de Nederlandse regering in 2010. Sommige ontwikkelingen zijn daarom achterhaald. Zo zijn we nu niet meer de 16e economie ter wereld, maar de 17e, en Osama Bin Laden is uitgeschakeld. Toch is het filmpje nog wel actueel.
We leven in een wereld waarin dreigingen niet gebonden zijn aan grenzen. In deze wereld kunnen hackers in het buitenland, door middel van een cyberaanval, ons elektriciteitsnetwerk platleggen. Dat betekent: Geen treinen, geen verlichting, geen telefoons, geen verkeerslichten, geen alarmsystemen.
Op straat geldt dan, in het ergste geval, het recht van de sterkste. In deze wereld kan ook een groot schip, met vloeibaar gas aan boord, gekaapt worden door terroristen. Het vaart dan misschien in hoog tempo richting de Rotterdamse haven. Als het tot een ontploffing komt, staan vele mensenlevens op het spel.
En in deze gemondialiseerde wereld, kunnen piraten voor de kust van Somalië, onze economie direct raken. Zij kapen onze handelsschepen die goederen vervoeren waar wij van afhankelijk zijn. Zoals voedsel, kleding en brandstof. Ze kapen ook schepen die spullen vervoeren die wij graag betaalbaar houden: zoals televisies, mobiele telefoons en computers. Dat betekent dat het leven voor ons hier stukken duurder wordt als we piraterij ver weg op zee, niet indammen.
Los nog van het menselijk leed dat wordt aangericht als opvarenden gegijzeld worden. In Nederland houden we de internationale ontwikkelingen daarom goed in de gaten. Dat moet wel. We zijn misschien een klein landje op die hele grote wereldkaart, maar we zijn wel een welvarend handelsland. Een land van exporteurs, investeerders en ondernemers.
Onze belangen liggen daarom een groot deel in het buitenland. Joseph Luns, diplomaat en minister van Buitenlandse Zaken, zei niet voor niets: “Het voordeel van een klein land is dat het relatief veel buitenland heeft”. In het buitenland verdienen we ons geld! Daarom staan we negende op de welvaartslijst. Daarom zijn we de 17e economie van de wereld, en de 8e exporteur ter wereld. Dat zijn hoge posities.
Maar als je zo hoog op de lijsten staat, en je profiteert van wat er in de wereld gebeurt, moet je ook je verantwoordelijkheid nemen. 3 Zo kijken andere landen ook naar ons. Zij vinden dat je dan moet bijdragen om problemen in de wereld op te lossen.
Maar hoe doe je dat? Hoe beschermen we onze belangen? Hoe handhaven we de internationale rechtsorde? Nederland kan natuurlijk diplomatieke en economische middelen inzetten. Maar soms is dat niet voldoende. Dan moet je als land je woorden kracht bij zetten, een stok achter de deur hebben.
Zoals president Roosevelt al zei: “Speak softly and carry a big stick…, you will go far”. Een land kon volgens Roosevelt alleen diplomatiek succesvol zijn als het ook over militaire macht beschikt, de ‘big stick’. Want dan heb je altijd nog een troef achter de hand voor het geval het mis gaat. En vriend en vijand weten dat…
Wij, de krijgsmacht, zijn die troef voor ons land, wij zijn die stok achter de deur. De krijgsmacht kan onze handelsroutes en onze koopvaardij beschermen. De krijgsmacht kan bijdragen aan stabiliteit in instabiele regio’s. En de krijgsmacht kan andere landen helpen om hun politie‐ en veiligheidsdiensten op te bouwen. Zodat de bewoners van dat land bescherming krijgen, en zelf een toekomst op kunnen bouwen.
‘Wanneer’ we op missie gaan en ‘waar’, daar beslist de krijgsmacht niet over. Dat is aan de politiek. Maar ik adviseer onze minister wel, en waar nodig het hele kabinet. Iedere ochtend om tien uur ’s ochtends praat ik onze minister bij.
Ook op internationaal niveau wordt veel overleg gevoerd. Zo ga ik minimaal drie keer per jaar naar het NAVO‐hoofdkwartier in Brussel. Daar komen alle 28 NAVO‐defensiebazen, of hun afgevaardigden, bijeen. We discussiëren, overleggen en handelen naar aanleiding van militair belangrijke zaken. Alle huidige missies lopen we af.
Ook internationale samenwerking staat op onze agenda. Dat is absoluut een gebied waar we verdere stappen in kunnen én moeten maken. Zeker nu in veel landen wordt bezuinigd op de krijgsmacht. Wij kunnen geen missies uitvoeren zonder partners.
Voor specifieke capaciteiten zijn we van elkaar afhankelijk. Nederland heeft geen satellieten, Nederland heeft geen tanks, Nederland heeft geen patrouillevliegtuigen. Maar Nederland heeft wel raketverdedigingssystemen, dat zijn de Patriots die nu in Turkije aan de grens van Syrië staan.
Per missie wordt er dan ook gekeken naar wie wat kan leveren. Een belangrijk aspect hierbij is de evenredigheid van de militaire bijdrage. Het moet voor alle betrokken partijen aantrekkelijk zijn om samen te werken. We kunnen niet zeggen: Nederland doet dit of dat niet meer, en rekent daarvoor dan op Europa via internationale samenwerking.
Het is niet alleen maar nemen, maar ook geven. In het NAVO‐hoofdkwartier kijken we daarom naar: “Hoe kunnen we nog beter samenwerken?”… …“Hoe kunnen we taken en capaciteiten verdelen?” “Hoe kunnen we onze eigen landen en het NAVO‐grondgebied blijven beschermen?” Wat in Brussel besproken wordt, wordt ook weer in eigen land teruggekoppeld.
Dat doen we bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse bijeenkomst van de Stuurgroep Militaire Operaties. Hoge ambtenaren van Defensie, Buitenlandse Zaken, Algemene Zaken, Veiligheid en Justitie en Ontwikkelingssamenwerking komen dan bijeen, en bespreken de actuele crisis in de wereld. De ene week bespreken we dat bij Defensie, de andere week bij Buitenlandse Zaken. Zo is niemand de baas.
Samen kijken we naar actuele dreigingen en gaan na: ‘Wat staat er op het spel voor Nederland?’ ‘Hoe moeten we reageren?’ ‘Wat voor rol kunnen we spelen?’ Omdat we dit wekelijks doen, waarborgen we dat we geïntegreerd naar problemen blijven kijken. Als de regering meent dat het een nationaal belang is om internationaal op te treden komen militairen in actie.
Ik wil jullie graag een kort filmpje laten zien waarin onze grondwettelijke taken aan bod komen, om meteen enkele missies te tonen.
Ook krijgen jullie zo een korte impressie van wat wij doen aan de veiligheid in eigen land. Want eenderde van mijn mensen houdt zich bezig met nationale taken! Dat weten niet veel mensen. Jullie zagen onze politie‐trainingsmissie in Kunduz net voorbijkomen. Deze is inmiddels ten einde. En ik kan jullie vertellen, het was geen eenvoudige missie.
Missies zijn lastige politieke besluiten, maar eenmaal genomen is het wel van belang achter de mensen te staan die de missie uitvoeren. Bovendien is het belangrijk het waarom van de missie voor ogen te houden: Afghanistan mag nooit meer een broeinest van terrorisme worden zoals het was voor 2001.
We hebben zeker niet alles opgelost, maar we hebben de Afghanen een kickstart gegeven een goede kans om niet terug te vallen in chaos en onderdrukking. De Afghaanse mensen hebben geproefd van democratie, van scholing en van ontwikkeling. Deze mensen willen niet terug naar het verleden, ze willen vooruit!
Neem Afghanistan 1400, één van de meest actieve politieke jongerengroeperingen van het land. Honderden Afghaanse jongeren met verschillende etniciteit hebben zich in deze groep verenigd. Zij willen dat meer jongeren deel gaan nemen aan de politieke, sociale en economische ontwikkeling van Afghanistan. Hun motto? `Ons land, onze verantwoordelijkheid!´. Dat stemt mij hoopvol.
Natuurlijk is er nog een lange weg te gaan. Veiligheid en ontwikkeling realiseer je niet in een paar jaar. Daarom laten we Afghanistan ook niet in de steek. Zowel in Afghanistan als elders in de wereld waar het niet veilig en stabiel is, blijven wij ons inzetten voor vrede en veiligheid.
Zo zijn onze militairen op dit moment actief op zeventien plaatsen in de wereld. Van de Golf van Aden tot Kosovo, en van Bahrein tot Burundi. Dit zijn niet alleen vechtmissies. Integendeel. Het zijn ook stabilisatiemissies en preventiemissies. Waarbij we andere landen lokaal helpen op eigen benen te staan. Want met alleen militaire kracht neem je niet zomaar de voedingsbodem weg voor conflicten.
Daarom hanteren we bij ons buitenlands beleid een geïntegreerde benadering van veiligheidsproblemen, de Comprehensive Approach. Daarin komt ook de zogenoemde 3D‐benadering aan bod. Hierin staan Diplomatie, Defensie en wederopbouw (Development) centraal. Jullie hebben er vast over gehoord of gelezen.
De 3D‐benadering vereist dat je dieper doordenkt over vragen als: “Waarom krijgt de Taliban voet aan de grond in een Afghaanse regio?” “Wat zijn de oorzaken van de spanningen”. “Hoe lopen de lijntjes in dit dorp, wat zijn de familierelaties, wie heeft de informele macht?” Het is goed om zulke vragen te stellen en de antwoorden te hebben voordat je ingrijpt.
Ik zal jullie een voorbeeld geven. Onze militairen hebben zich in 2007 ingezet in Chora, een district in Afghanistan. Daar hebben we heel intensief gevochten. Het was voor Nederland de grootste gevechtsoperatie sinds decennia. De gevechten hebben we gewonnen.
Maar het winnen van de slag bood geen garantie voor het veiliger maken van het gebied. Het probleem werd pas opgelost toen we achter de dieperliggende oorzaak van de spanningen kwamen: water. De verdeling van schaars water was de bron van vele lokale spanningen. En het bood de Taliban de gelegenheid voet aan de grond te krijgen. Een speciaal team van militairen en deskundigen van Buitenlandse Zaken bemiddelen daarom in een oplossing. Waterputten werden geslagen en het water werd verdeeld zodat iedereen tevreden was.
Anderhalf jaar later kon ik, met minimale bescherming, samen met onze huidige koning door de hoofdstraat van Chora wandelen. Zo stabiel was de situatie daar geworden! Militairen moeten dus vechten en winnen waar nodig. Maar het gaat vooral om het creëren van situaties die toekomst hebben. Winnen zonder strijd als het kan. Dáár draait het om.
De Chinese filosoof Sun Tzu schreef het 2500 jaar geleden al. Zijn boek The Art of War, de kunst van het oorlogvoeren, heeft mij altijd geïntrigeerd en ik kan het jullie allemaal aanraden. Dit boek laat zien dat ons werk om meer gaat dan het uitvoeren van handboeken en doctrines. Maar ik wil het niet mooier maken dan het is.
Het militaire vak is geen walk in the park. Mijn militairen kunnen allemaal voor duivelse dilemma´s komen te staan. Want het is niet altijd een keuze tussen goed of fout. En het effect van de keuze die je als militair maakt, is niet altijd voorspelbaar. Militairen hebben ook niet altijd de tijd om daar langdurig over na te denken. En soms moeten zij kiezen tussen kwaad of erger.
In zo’n geval moet je op jezelf willen én kunnen vertrouwen. Dicht bij jezelf blijven om een goede beslissing te nemen. En durven te vertrouwen op het ethische kompas dat je tijdens de militaire opleiding hebt ontwikkeld. Neem onze militairen van de marechaussee, die in Zuid‐Soedan voor een VN‐missie assisteren bij het ontwikkelen van een eigen goed werkende politie. Deze militairen hebben de opdracht zich niet te bemoeien met lokale aangelegenheden.
Maar op een dag kwam een vrouwelijke opperwachtmeester bij de politiepost. Zij trof in een cel mannen en vrouwen aan, waaronder een moeder met een pasgeboren kind. In dezelfde cel zat ook de vermoedelijke verkrachter van de moeder. In Soedan was het namelijk gebruikelijk om het bewijs van één zaak bij elkaar te houden, dus mensen die bij één zaak betrokken zijn worden in dezelfde cel gezet.
Maar de moeder was opgesloten zonder procedure, en zonder juridische bijstand. Ook was er geen deken, geen muskietennet en geen eten voor de baby. Daar werd niet in voorzien, want in Soedan is het gebruikelijk dat de familie daar voor zorgt. Maar wat doe je als de familie op twee dagen loopafstand woont? In dit geval kwam de familie daarom niet opdagen. Het raakte de opperwachtmeester van de marechaussee.
Dit is wat zij zei, en ik citeer nu uit het interview dat zij had met Michelle Schut die momenteel op dit onderwerp promoveert: “Van binnen kook je, maar van buiten reageer ik heel neutraal”. “Daar heb ik wel slapeloze nachten van.” “Je denkt verdorie, dat kan toch niet.”
De militair wist dat als zij actie ondernam dit op gespannen voet zou staan met de militaire opdracht en met haar mandaat. Zij mocht zich niet bemoeien met de lokale aangelegenheden. Maar moet je dan als mens lijdzaam toekijken? Het zijn keuzes waar iedere militair voor kan komen te staan.
En als dat gebeurt moet je zelf een afweging kunnen maken. Je moet op jezelf willen, en kunnen vertrouwen. Dicht bij jezelf blijven om een goede beslissing te maken. De opperwachtmeester besloot om de dialoog met de Soedanese politie aan te gaan. Ze vroeg hoe het kan dat mannen en vrouwen in één cel zitten.
Ook probeerde ze het terug te koppelen naar hun eigen cultuur. “Jullie zijn moslim, jullie bidden toch ook apart?”, vroeg ze hen. “Waarom dan wel mannen en vrouwen in één cel zetten?”. Tot slot klopte de militair nog aan bij de Verenigde Naties. Een juridisch adviseur van de VN heeft er toen werk van gemaakt. Uiteindelijk werd de Soedanese vrouw vrijgelaten.
Twee jaar later kwam de opperwachtmeester nog eens terug bij de politiepost tijdens haar tweede uitzending. Enthousiast werd ze door de Soedanezen meegenomen. Ze lieten haar zien dat ze cellen erbij hadden gebouwd. Er was nu een aparte cel voor mannen, vrouwen, kinderen én beesten. Zo kan het dus ook.
En hieruit blijkt dat een situatie soms niet vastligt in voorschriften, in handboeken of eerdere ervaringen. In dat geval moet een militair vertrouwen op het morele besef. Wat voelt goed? Wat vind ik op dat moment het belangrijkste? En wat kan ik verantwoorden?
De opperwachtmeester vertrouwde op haar morele besef. Zij bleef dicht bij zichzelf en handelde naar eer en geweten. Maar zij bleef ook het lokale perspectief en haar mandaat voor ogen houden. Jullie horen het al, er komt veel kijken bij ‘militair zijn’.
We stellen daarom ook hoge eisen aan onze militaire leiders. Ik heb officieren, nodig die zowel leider, krijger als diplomaat kunnen zijn. Ik heb officieren nodig met creatief vermogen, academische denkniveau, ‘cultural awareness’, sociale vaardigheden en het bestuurlijk en operationeel lef om de huidige complexiteit aan te kunnen.
Een jonge luitenant van 23 jaar oud moet leiding kunnen geven aan een peloton van 40 korporaals en soldaten. En hij of zij moet tegelijkertijd de lokale complexiteit begrijpen en daarmee om kunnen gaan, snel kunnen schakelen, ook in de meest gevaarlijke omstandigheden en zich realiseren dat alles wat je doet, onder een vergrootglas kan komen te liggen.
Ik zal een voorbeeld geven. In Afghanistan hebben we een keer een huis doorzocht met een hond die drugs of explosieven op kan sporen. Eén van de Afghanen in het huis dacht dat de hond aan de Koran had gesnuffeld. Het leidde tot heftige emoties. Binnen een paar uur belde president Karzai naar de gouverneur van de provincie en vroeg: “Wat is er in Uruzgan aan de hand?”.
Het had weinig gescheeld of het had de internationale pers gehaald. Zo zie je maar, hoe een ogenschijnlijk klein incident een hele missie op zijn kop kan zetten. Daar moet je als militair leider op voorbereid zijn. En daar moet je mee om kunnen gaan. En nu werken onze jongens en meiden ook nog eens voor een organisatie waar ingrijpende maatregelen worden genomen.
Er is in 2011 een miljard bezuinigd op Defensie. En ook nu gaan we voor een kleine 350 miljoen ombuigen. In 2009 werd nog 8.6 miljard euro aan Defensie uitgegeven. Dit jaar kwam dat bedrag uit op 7.2 miljard. Dat zien jullie ook op de afbeelding achter mij. Dat kleine koffertje rechts is Defensie.. Maar je kunt niet blijven kaasschaven, wat we nu al 22 jaar hebben gedaan.
Ik heb de minister de strategische keuzes voorgelegd. Dat betekent dat we minder missies kunnen doen, en die ook minder lang kunnen volhouden. Maar ik heb geen keuzes gemaakt in het soort conflict waarvoor je de krijgsmacht kunt inzetten. En dat eenvoudigweg omdat we niet weten welke conflicten de belangen van Nederland zullen schaden, of waar de belangen van Nederland gediend worden.
De dreiging is breed, zoals ik al eerder zei, en als krijgsmacht moeten we overal op voorbereid zijn. Daarnaast doe ik geen concessies aan kwaliteit. Ik stuur mensen naar crisisgebieden. En ik accepteer niet dat hun leven gevaar loopt, omdat wij hebben beknibbeld op training, materieel en middelen.
Wat we doen, moeten we goed kunnen doen. Dat betekent uiteindelijk dat de krijgsmacht nog maar één grote missie kan uitvoeren op zee, op land en in de lucht – naast onze wettelijke taken.
Als Nederlandse samenleving betalen we straks slechts één procent, van wat we allemaal verdienen, aan Defensie. Eén procent wordt uitgegeven aan de veiligheidspolis van ons land. Tegen de beeldvorming dat wij zo duur zijn heb ik me altijd verzet. Veiligheid en vrijheid zijn niet gratis. Dat mogen we niet vergeten.
(ministerie van Defensie, 16 oktober 2013)
dinsdag 1 oktober 2013
Weblog Commandant der Strijdkrachten: 'Rode lijn'
De nota over de toekomst van de krijgsmacht heeft tot veel heftige reacties geleid. In de media maar ook binnen onze eigen organisatie. Veel Defensiemedewerkers zijn bezorgd. Begrijpelijk, want hoe uitlegbaar de keuzes ook zijn, het blijven ingrijpende maatregelen en het blijft een bittere pil die erin hakt.
Deze week ben ik samen met de minister, buiten het oog van de camera’s, op bezoek bij de zwaarst getroffen eenheden en locaties, zoals de generaal-majoor Spoorkazerne in Ermelo, de vliegbasis Leeuwarden en de Van Ghentkazerne in Rotterdam. Andere locaties volgen.
Gevoelens van trots en pijn overheersen. Trots op het werk, op de eenheid en op de wapenfeiten. Pijn omdat mensen helemaal niet weg willen bij Defensie, zij willen dit niet afbreken en zien dat die krijgsmacht keihard nodig blijft. “Generaal, wij zijn en blijven militair. Wij incasseren ook deze tegenslag en brengen de eenheid met rechte rug naar de eindstreep. Dat heeft de eenheid verdiend.” Ga er maar aan staan.
Het raakt ook mij diep. Je stopt niet je ziel en zaligheid in dit werk om het vervolgens af te breken. Ik had dan ook liever ander nieuws gebracht. Maar, het is aan de politiek om namens de maatschappij te beslissen wat ze met onze krijgsmacht wil, en hoeveel budget ze er voor over heeft. Als Commandant der Strijdkrachten sta ik voor de krijgsmacht en heb ik een rode lijn getrokken. Ik doe geen concessies aan kwaliteit. Ik stuur mensen naar crisisgebieden en ik accepteer niet dat hun leven gevaar loopt omdat wij hebben beknibbeld op training, materieel en middelen. Wat we doen, moeten we goed kunnen doen.
Dit uitgangspunt, gecombineerd met de financiële realiteit in Nederland, heeft geleid tot de gerichte ingrepen die ik samen met de operationele commandanten zorgvuldig heb voorbereid. Samen hebben we de tering naar de nering gezet. We hebben het ambitieniveau bijgesteld. Geen twee missies meer tegelijkertijd, maar slechts één missie – naast de wettelijke taken- op land, op zee en in de lucht. Geen kaasschaaf dus, maar gerichte ingrepen om ambities, taken en middelen in een nieuwe balans te brengen.
Het klinkt misschien raar, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat er voor het eerst sinds meer dan twintig jaar niet gericht wordt bezuinigd op Defensie. Helaas betekent dat niet dat Defensie niet geraakt wordt. De algemene kortingen, zoals de verhoging van de BTW, raken ons ook. En we moesten structureel geld vrijmaken voor onze geoefendheid en inzetbaarheid. Ik heb geen behoefte aan lege hulzen.
Toch heb ik het gevoel dat we met Defensie dicht tegen een keerpunt aanzitten. Wij moeten ons verhaal blijven vertellen, maar ik zie gelukkig dat anderen dat ook steeds meer doen. Toch mag er van mij nog wel een flinke schep bovenop. Steeds meer mensen zien dat de bodem bij Defensie bereikt is. Dit merk ik bij de vele mensen die ik spreek maar zie ik ook in de media. Dit blog is daar een goed voorbeeld van. Ik doe dat zelf ook.
Ik blijf vechten voor de krijgsmacht en ik daag iedereen uit om met mij mee te doen.
(Facebookpagina Generaal Tom Middendorp, 1 oktober 2013)
Deze week ben ik samen met de minister, buiten het oog van de camera’s, op bezoek bij de zwaarst getroffen eenheden en locaties, zoals de generaal-majoor Spoorkazerne in Ermelo, de vliegbasis Leeuwarden en de Van Ghentkazerne in Rotterdam. Andere locaties volgen.
Gevoelens van trots en pijn overheersen. Trots op het werk, op de eenheid en op de wapenfeiten. Pijn omdat mensen helemaal niet weg willen bij Defensie, zij willen dit niet afbreken en zien dat die krijgsmacht keihard nodig blijft. “Generaal, wij zijn en blijven militair. Wij incasseren ook deze tegenslag en brengen de eenheid met rechte rug naar de eindstreep. Dat heeft de eenheid verdiend.” Ga er maar aan staan.
Het raakt ook mij diep. Je stopt niet je ziel en zaligheid in dit werk om het vervolgens af te breken. Ik had dan ook liever ander nieuws gebracht. Maar, het is aan de politiek om namens de maatschappij te beslissen wat ze met onze krijgsmacht wil, en hoeveel budget ze er voor over heeft. Als Commandant der Strijdkrachten sta ik voor de krijgsmacht en heb ik een rode lijn getrokken. Ik doe geen concessies aan kwaliteit. Ik stuur mensen naar crisisgebieden en ik accepteer niet dat hun leven gevaar loopt omdat wij hebben beknibbeld op training, materieel en middelen. Wat we doen, moeten we goed kunnen doen.
Dit uitgangspunt, gecombineerd met de financiële realiteit in Nederland, heeft geleid tot de gerichte ingrepen die ik samen met de operationele commandanten zorgvuldig heb voorbereid. Samen hebben we de tering naar de nering gezet. We hebben het ambitieniveau bijgesteld. Geen twee missies meer tegelijkertijd, maar slechts één missie – naast de wettelijke taken- op land, op zee en in de lucht. Geen kaasschaaf dus, maar gerichte ingrepen om ambities, taken en middelen in een nieuwe balans te brengen.
Het klinkt misschien raar, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat er voor het eerst sinds meer dan twintig jaar niet gericht wordt bezuinigd op Defensie. Helaas betekent dat niet dat Defensie niet geraakt wordt. De algemene kortingen, zoals de verhoging van de BTW, raken ons ook. En we moesten structureel geld vrijmaken voor onze geoefendheid en inzetbaarheid. Ik heb geen behoefte aan lege hulzen.
Toch heb ik het gevoel dat we met Defensie dicht tegen een keerpunt aanzitten. Wij moeten ons verhaal blijven vertellen, maar ik zie gelukkig dat anderen dat ook steeds meer doen. Toch mag er van mij nog wel een flinke schep bovenop. Steeds meer mensen zien dat de bodem bij Defensie bereikt is. Dit merk ik bij de vele mensen die ik spreek maar zie ik ook in de media. Dit blog is daar een goed voorbeeld van. Ik doe dat zelf ook.
Ik blijf vechten voor de krijgsmacht en ik daag iedereen uit om met mij mee te doen.
(Facebookpagina Generaal Tom Middendorp, 1 oktober 2013)
vrijdag 19 juli 2013
CDS: Nederland geeft nog maar 1% bbp uit aan Defensie
Nederland geeft nog maar 1% van het bruto binnenlands product uit aan defensie. Dat heeft de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, gezegd in een vraaggesprek met BNR. Eerdere percentages bedroegen 1,4 en 1,2. Volgens generaal Middendorp dreigt de samenwerking met andere partners binnen de NAVO in het gedrang te komen. De leden van het bondgenootschap hebben zich formeel verplicht om 2% bbp aan defensie te besteden.
Voor wat betreft de toekomst van defensie zei de CDS niet te willen tornen aan de kwaliteit van de krijgsmacht. Dat betekent automatisch dat hij voor een kwantitatieve vermindering moet pleiten. Na de zomer presenteert minister Jeanine Hennis-Plasschaert de Toekomstvisie van het kabinet op Defensie. De meeste aandacht in de publiciteit gaat tot nu toe uit naar een opvolger voor de F-16 jachtbommenwerper. Volgens de CDS is de keuze voor de F-35 (JSF) "geen gelopen race". Maar ook in dit verband benadrukte hij de noodzaak om te kiezen voor kwaliteit.
Klik hier voor het interview van BNR met generaal Middendorp en een begeleidend artikel.
(HdV, 19 juli 2013)
Voor wat betreft de toekomst van defensie zei de CDS niet te willen tornen aan de kwaliteit van de krijgsmacht. Dat betekent automatisch dat hij voor een kwantitatieve vermindering moet pleiten. Na de zomer presenteert minister Jeanine Hennis-Plasschaert de Toekomstvisie van het kabinet op Defensie. De meeste aandacht in de publiciteit gaat tot nu toe uit naar een opvolger voor de F-16 jachtbommenwerper. Volgens de CDS is de keuze voor de F-35 (JSF) "geen gelopen race". Maar ook in dit verband benadrukte hij de noodzaak om te kiezen voor kwaliteit.
Klik hier voor het interview van BNR met generaal Middendorp en een begeleidend artikel.
(HdV, 19 juli 2013)
woensdag 13 maart 2013
CDS: “Instabiliteit en conflicten dichterbij is belangrijk gegeven”
Aan de randen van Europa nemen instabiliteit en conflicten toe. Dat is één van de bevindingen van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) in de Strategische Monitor 2013: “De Toekomst in alle Staten”. Dit advies, in opdracht van de regering, is vandaag gepresenteerd. Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp nam het namens verschillende departementen in ontvangst.
Middendorp: “Het rapport is bedoeld te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen in de internationale veiligheidsomgeving en daarmee een belangrijke bouwsteen voor de te ontwikkelen visie op de krijgsmacht.”
Wat dat betreft komt de uitgave bij de CDS in goede handen. De krijgsmacht waar hij voor staat is immers de organisatie bij uitstek om adequaat te reageren op een veranderende veiligheidsomgeving. De generaal: “Het feit dat instabiliteit en conflicten toenemen aan de randen van Europa is een belangrijk gegeven. Het is in het belang van Nederland dat we hier serieus naar kijken.”
Zelf in veiligheid voorzien
Geweld in Libië, Syrië en Mali doorbreken volgens het HCSS de trend van het aantal dalende conflicten in de afgelopen 2 jaar. Ze reiken tot aan de Europese buitengrenzen waarmee instabiliteit dichterbij komt. Europa moet meer dan voorheen in haar eigen veiligheid voorzien. Dit vooral omdat de Verenigde Staten zijn buitenlandsbeleid meer op de Grote en Indische Oceaan richt.
Bijdrage Defensie
Defensie kan bijdragen aan die Europese veiligheid, zoals nu met luchtverdediging in Turkije. Zo leveren Nederlandse militairen niet alleen indirect een bijdrage aan de veiligheid, maar ook aan de economische groei van Nederland. Denk aan de deelname van de marine aan de antipiraterijmissie bij Somalië waardoor scheepvaart met goederen voor Europa vrije doorgang heeft. Wereldwijde inzet van de Nederlandse krijgsmacht versterkt de internationale samenwerking en draagt bij aan de ambitie dat mensen zich wereldwijd in vrijheid en veiligheid kunnen ontplooien
Grondstoffen
Overigens krijgen niet alleen instabiliteit en dichterbij komende conflicten aandacht in de Strategische Monitor van het HCSS. Ook grondstoffen komen aan bod. Want wat gaan de machtsblokken in de huidige multipolaire wereld doen om zich te verzekeren van voldoende grondstoffen? En weet Europa zich tijdig te herpakken om een meer serieuze rol te spelen in dit globale machtsspel?
HCSS Strategische Monitor 2013
Rapport | 13 maart 2013 | pdf, 88 pagina's, 5 mB
(ministerie van Defensie, 13 maart 2013)
Middendorp: “Het rapport is bedoeld te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen in de internationale veiligheidsomgeving en daarmee een belangrijke bouwsteen voor de te ontwikkelen visie op de krijgsmacht.”
Wat dat betreft komt de uitgave bij de CDS in goede handen. De krijgsmacht waar hij voor staat is immers de organisatie bij uitstek om adequaat te reageren op een veranderende veiligheidsomgeving. De generaal: “Het feit dat instabiliteit en conflicten toenemen aan de randen van Europa is een belangrijk gegeven. Het is in het belang van Nederland dat we hier serieus naar kijken.”
Zelf in veiligheid voorzien
Geweld in Libië, Syrië en Mali doorbreken volgens het HCSS de trend van het aantal dalende conflicten in de afgelopen 2 jaar. Ze reiken tot aan de Europese buitengrenzen waarmee instabiliteit dichterbij komt. Europa moet meer dan voorheen in haar eigen veiligheid voorzien. Dit vooral omdat de Verenigde Staten zijn buitenlandsbeleid meer op de Grote en Indische Oceaan richt.
Bijdrage Defensie
Defensie kan bijdragen aan die Europese veiligheid, zoals nu met luchtverdediging in Turkije. Zo leveren Nederlandse militairen niet alleen indirect een bijdrage aan de veiligheid, maar ook aan de economische groei van Nederland. Denk aan de deelname van de marine aan de antipiraterijmissie bij Somalië waardoor scheepvaart met goederen voor Europa vrije doorgang heeft. Wereldwijde inzet van de Nederlandse krijgsmacht versterkt de internationale samenwerking en draagt bij aan de ambitie dat mensen zich wereldwijd in vrijheid en veiligheid kunnen ontplooien
Grondstoffen
Overigens krijgen niet alleen instabiliteit en dichterbij komende conflicten aandacht in de Strategische Monitor van het HCSS. Ook grondstoffen komen aan bod. Want wat gaan de machtsblokken in de huidige multipolaire wereld doen om zich te verzekeren van voldoende grondstoffen? En weet Europa zich tijdig te herpakken om een meer serieuze rol te spelen in dit globale machtsspel?
HCSS Strategische Monitor 2013
Rapport | 13 maart 2013 | pdf, 88 pagina's, 5 mB
(ministerie van Defensie, 13 maart 2013)
maandag 18 februari 2013
Blog CDS: 'Bezint eer ge begint'
![]() |
| Generaal Middendorp Foto: Defensie |
De strategische analyse “Verkenningen” was daarvoor de eerste aanzet. In deze stevige studie zijn de grote uitdagingen van de komende jaren geschetst. Schaarste aan grondstoffen, energie en water bijvoorbeeld. De opkomst van nieuwe wereldmachten en de verschuiving van de Amerikaanse militaire en economische focus.
De onvoorspelbaarheid van conflicten speelt eveneens een cruciale rol. De bloedige revoluties in de Arabische wereld bijvoorbeeld heeft niemand zo voorspeld, Het zijn ontwikkelingen die impact hebben op onze veiligheid en welvaart en waar we op in moeten kunnen spelen.
Dat vereist een krachtige, goed doordachte en internationaal inpasbare krijgsmacht. Want alleen met de optimale mix aan militaire capaciteiten, kun je ook de mix aan dreigingen en uitdagingen het hoofd bieden.
Wij als Nederlandse militairen zijn ambitieus. We willen alles kunnen en als het aan ons ligt, kunnen we ook alles. Dat is de ‘can-do’ mentaliteit die ons sterk maakt. Omdat wij als geen ander zien wat de positieve effecten zijn van ons werk voor Nederland. Ook wij houden de naam van Nederland in het buitenland hoog. Wij zorgen voor veiligheid en stabiliteit, invloed en goodwill die anderen – zoals het bedrijfsleven – vervolgens te gelde kunnen maken.
Dankzij die diepe loyaliteit aan het rood-wit-blauw staat de Nederlandse krijgsmacht nog altijd op hoog niveau. Je wilt je land gewoon zo goed mogelijk dienen, ook al zijn de omstandigheden soms zwaar, ook al wordt er ingrijpend gereorganiseerd en bezuinigd.
Maar we kunnen nog zo ambitieus en professioneel zijn bij de krijgsmacht, het is aan de politiek om keuzes te maken over taken, ambities en ook budget van de krijgsmacht. Wat moet Nederland militair gezien zelf kunnen, wat gaan we samen doen met andere landen.
Het is van groot belang hier niet over een nacht ijs te gaan. Want een krijgsmacht afbreken doe je zo, dat is in een achternamiddag geregeld. Maar een krijgsmacht opbouwen duurt vele jaren.
Bezint eer ge begint, is wat mij betreft een belangrijk uitgangspunt, net als vasthouden aan kwaliteit en het behalen van maximaal rendement op elke belastingeuro die wij bij Defensie mogen besteden.
Steeds meer bouwstenen voor die keuze komen naar voren waarover hoogambtelijke en ministeriële commissies zich buigen. Rapporten van denktanks als HCSS en Clingendael bijvoorbeeld. Maar ook het rapport van de Algemene Rekenkamer.
Het is mijn verantwoordelijkheid om als hoogste militaire autoriteit in Nederland de militaire stem te laten horen. Want uiteindelijk kunnen er nog zoveel analyses worden gemaakt, het moet militair-strategisch en in de militaire uitvoering voor mijn commandanten van de Marine, Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee wél werken.
De wetenschappelijke, politieke én militaire analyses moeten dus tezamen gewogen worden.
Zo’n weging moet leiden tot een goed onderbouwd beeld over een toekomstige krijgsmacht die ook daadwerkelijk in staat is de gestelde ambities waar te maken. Daarbij doe ik geen concessies in de kwaliteit van ons werk. Wat wij doen moeten we goed kunnen doen. Daarvoor is ons werk te belangrijk.
Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
18 februari 2013
https://www.facebook.com/Commandantderstrijdkrachten
(ministerie van Defensie, 18 februari 2013)
maandag 7 januari 2013
Toespraak Commandant der Strijdkrachten bij persbriefing Patriots
Dames en heren,
Welkom bij de Nederlandse krijgsmacht. En in bijzonder bij het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando.
Op verzoek van Turkije vertrekken morgen de eerste Nederlandse militairen naar de stad Adana in Turkije. Turkije is al jaren een betrouwbare bondgenoot in de NAVO. En als betrouwbare bondgenoten om hulp vragen, dan luister je met aandacht. Dat heeft de Nederlandse regering gedaan, en dat hebben wij, de Nederlandse krijgsmacht, ook gedaan. Daarom sturen wij, samen met onze Amerikaanse en Duitse NAVO-partners, ieder twee Patriot-eenheden.
Turkije heeft om militaire hulp gevraagd vanwege de dreiging van raketten vanuit Syrië voor zijn inwoners. Die dreiging is reëel. Syrië vuurt niet alleen granaten op de eigen bevolking af, maar ook middellange-afstandsraketten, zogenoemde Scud-raketten. Deze Scud-raketten hebben een potentieel bereik van honderden kilometers en kunnen dus met gemak op Turkse steden terechtkomen. De raketten kunnen behalve springstof ook andere ladingen bevatten zoals chemische stoffen.
We hebben het hier dus over hele serieuze wapens aan de grens van een bevriend land. We weten niet of de raketten ook daadwerkelijk de grens overkomen. Wat we wel weten is dat Syrië over dodelijke aanvalswapens beschikt en die ook al op grote schaal heeft inzet.
Voorkomen is altijd honderd procent beter dan genezen. Daarom gaan onze Nederlandse militairen morgen naar Turkije. Om te voorkomen dat een Syrische raket, al dan niet per ongeluk, terecht komt in een grote Turkse stad. We willen voorkomen dat vele onschuldige burgers omkomen.
Maar we gaan ook naar Turkije om te voorkomen dat het conflict escaleert. Escalatie - nog meer geweld en verwoesting - daarbij is niemand gebaat. Dat moeten we dus echt voorkomen. Want, hoe tegenstrijdig dat voor sommigen van u wellicht klinkt, soms voorkom je met wapens juist doden en gewonden.
Dat is precies hoe Nederland de krijgsmacht inzet. Door militair je tanden te laten zien, voorkomen we juist nog meer geweld. Dat is echt de kracht van onze krijgsmacht (zie ook het succes van de jacht op piraten). De Nederlandse krijgsmacht is de afgelopen jaren stevig uitgekleed. Maar Nederland beschikt als een van de weinige NAVO-landen nog wel over `state of the art' lucht- en raketverdediging. Wij kunnen burgers, gebieden en objecten tegen iedere luchtdreiging beschermen.
Zowel in het buitenland, als in eigen land. We kunnen beschermen tegen vliegtuigen, helikopters en onbemande vliegtuigen. Maar ook tegen kruisraketten of ballistische raketten (zoals bijvoorbeeld de Syrische scudraketten). Met name deze laatste groep raketten zorgt voor een toenemende dreiging.
Want de groei en verspreiding van raketten en lasertechnologie neemt toe in de wereld. Het is dan geen overbodige luxe om als land te beschikken over moderne raketverdedigingssystemen. Hiermee kunnen we veel ellende voorkomen.
Dat is de reden waarom twee Nederlandse Patriot-eenheden nu naar Adana gaan, met 1,5 miljoen inwoners de grootste stad in Zuid-Turkije. Zo groot als Amsterdam en Rotterdam bij elkaar op 120 kilometer van de Turkse grens met Syrië.
Onze Amerikaanse en Duitse partners beschermen ieder een andere Turkse stad. Al meer dan een halve eeuw is de NAVO succesvol in het voorkomen van een oorlog op NAVO-grondgebied. De NAVO is de verzekering van onze gezamenlijk veiligheid.
Onze eerste hoofdstaak is niet voor niets het 'beschermen van ons eigen grondgebied, en dat van onze NAVO-bondgenoten'. Het succes van de NAVO valt en staat met vertrouwen en geloofwaardigheid. Dat is dat je toont dat je elkaar niet in de steek laat als de tijden moeilijk zijn en op elkaar kan rekenen.
En we laten zien dat de NAVO iedere dreiging aan kan en bereid is om het grondgebied van haar bondgenoten te beschermen. Gebaseerd op het 'een voor allen, en allen voor een'-principe. Nederland kan in nood op NAVO-partners rekenen, andersom dus ook. Dat is waar de missie voor staat!
Onze inzet betekent niet dat we ons gaan mengen in het conflict in Syrië De Patriots ondersteunen geen no-fly zone. Deze missie gaat puur om het beschermen van een aantal Turkse steden tegen eventuele raketten vanuit Syrië We willen voorkomen dat er onnodige slachtoffers vallen en voorkomen dat het conflict verder escaleert.
Dat is het belang van ons werk. En dat is het belang van het NAVO bondgenootschap. De militairen die nu op pad gaan zijn goed getraind en goed opgeleid. Daar steek ik mijn handen voor in het vuur. Zo scoren deze militairen op NAVO examens iedere keer bovengemiddeld hoog. Onze militairen nemen ook ervaring en lessen uit het verleden mee.
Ze zijn immers al eerder ingezet in Turkije en Israel en in 2003 opnieuw in Turkije, om de bevolking te beschermen tegen mogelijk raketaanvallen vanuit het Irak van Saddam Hussein. Een aantal van hen gaat weer mee op missie, ze hebben het allemaal al eerder gezien en delen dat met de anderen.
Hier staat een eenheid die klaar is voor haar taak! Onder leiding van kolonel Marcel Buis, gaan zij nu de bevolking van de grote stad Adana beschermen. Ik wens onze militairen dan ook alle goeds en een behouden thuiskomst.
Dan geef ik nu graag het woord aan de detachement commandant, die u meer zal vertellen over het hoe en wat van deze missie.
Dank u wel.
(ministerie van Defensie, 7 januari 2013)
Welkom bij de Nederlandse krijgsmacht. En in bijzonder bij het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando.
![]() |
| CDS Middendorp |
Turkije heeft om militaire hulp gevraagd vanwege de dreiging van raketten vanuit Syrië voor zijn inwoners. Die dreiging is reëel. Syrië vuurt niet alleen granaten op de eigen bevolking af, maar ook middellange-afstandsraketten, zogenoemde Scud-raketten. Deze Scud-raketten hebben een potentieel bereik van honderden kilometers en kunnen dus met gemak op Turkse steden terechtkomen. De raketten kunnen behalve springstof ook andere ladingen bevatten zoals chemische stoffen.
We hebben het hier dus over hele serieuze wapens aan de grens van een bevriend land. We weten niet of de raketten ook daadwerkelijk de grens overkomen. Wat we wel weten is dat Syrië over dodelijke aanvalswapens beschikt en die ook al op grote schaal heeft inzet.
Voorkomen is altijd honderd procent beter dan genezen. Daarom gaan onze Nederlandse militairen morgen naar Turkije. Om te voorkomen dat een Syrische raket, al dan niet per ongeluk, terecht komt in een grote Turkse stad. We willen voorkomen dat vele onschuldige burgers omkomen.
Maar we gaan ook naar Turkije om te voorkomen dat het conflict escaleert. Escalatie - nog meer geweld en verwoesting - daarbij is niemand gebaat. Dat moeten we dus echt voorkomen. Want, hoe tegenstrijdig dat voor sommigen van u wellicht klinkt, soms voorkom je met wapens juist doden en gewonden.
Dat is precies hoe Nederland de krijgsmacht inzet. Door militair je tanden te laten zien, voorkomen we juist nog meer geweld. Dat is echt de kracht van onze krijgsmacht (zie ook het succes van de jacht op piraten). De Nederlandse krijgsmacht is de afgelopen jaren stevig uitgekleed. Maar Nederland beschikt als een van de weinige NAVO-landen nog wel over `state of the art' lucht- en raketverdediging. Wij kunnen burgers, gebieden en objecten tegen iedere luchtdreiging beschermen.
Zowel in het buitenland, als in eigen land. We kunnen beschermen tegen vliegtuigen, helikopters en onbemande vliegtuigen. Maar ook tegen kruisraketten of ballistische raketten (zoals bijvoorbeeld de Syrische scudraketten). Met name deze laatste groep raketten zorgt voor een toenemende dreiging.
Want de groei en verspreiding van raketten en lasertechnologie neemt toe in de wereld. Het is dan geen overbodige luxe om als land te beschikken over moderne raketverdedigingssystemen. Hiermee kunnen we veel ellende voorkomen.
Dat is de reden waarom twee Nederlandse Patriot-eenheden nu naar Adana gaan, met 1,5 miljoen inwoners de grootste stad in Zuid-Turkije. Zo groot als Amsterdam en Rotterdam bij elkaar op 120 kilometer van de Turkse grens met Syrië.
Onze Amerikaanse en Duitse partners beschermen ieder een andere Turkse stad. Al meer dan een halve eeuw is de NAVO succesvol in het voorkomen van een oorlog op NAVO-grondgebied. De NAVO is de verzekering van onze gezamenlijk veiligheid.
Onze eerste hoofdstaak is niet voor niets het 'beschermen van ons eigen grondgebied, en dat van onze NAVO-bondgenoten'. Het succes van de NAVO valt en staat met vertrouwen en geloofwaardigheid. Dat is dat je toont dat je elkaar niet in de steek laat als de tijden moeilijk zijn en op elkaar kan rekenen.
En we laten zien dat de NAVO iedere dreiging aan kan en bereid is om het grondgebied van haar bondgenoten te beschermen. Gebaseerd op het 'een voor allen, en allen voor een'-principe. Nederland kan in nood op NAVO-partners rekenen, andersom dus ook. Dat is waar de missie voor staat!
Onze inzet betekent niet dat we ons gaan mengen in het conflict in Syrië De Patriots ondersteunen geen no-fly zone. Deze missie gaat puur om het beschermen van een aantal Turkse steden tegen eventuele raketten vanuit Syrië We willen voorkomen dat er onnodige slachtoffers vallen en voorkomen dat het conflict verder escaleert.
Dat is het belang van ons werk. En dat is het belang van het NAVO bondgenootschap. De militairen die nu op pad gaan zijn goed getraind en goed opgeleid. Daar steek ik mijn handen voor in het vuur. Zo scoren deze militairen op NAVO examens iedere keer bovengemiddeld hoog. Onze militairen nemen ook ervaring en lessen uit het verleden mee.
Ze zijn immers al eerder ingezet in Turkije en Israel en in 2003 opnieuw in Turkije, om de bevolking te beschermen tegen mogelijk raketaanvallen vanuit het Irak van Saddam Hussein. Een aantal van hen gaat weer mee op missie, ze hebben het allemaal al eerder gezien en delen dat met de anderen.
Hier staat een eenheid die klaar is voor haar taak! Onder leiding van kolonel Marcel Buis, gaan zij nu de bevolking van de grote stad Adana beschermen. Ik wens onze militairen dan ook alle goeds en een behouden thuiskomst.
Dan geef ik nu graag het woord aan de detachement commandant, die u meer zal vertellen over het hoe en wat van deze missie.
Dank u wel.
(ministerie van Defensie, 7 januari 2013)
zaterdag 22 december 2012
Generaal b.d. Van Uhm blikt terug op loopbaan
door Gerard ten Voorde
Als hoogste militair krijgt Peter van Uhm pijnlijke verliezen te incasseren. Een kaalslag op de krijgsmacht én het sneuvelen van zoon Dennis in Uruzgan. Een openhartige terugblik op een loodzware periode.
Peter van Uhm groeit op in een hardwerkend bakkersgezin in Nijmegen. De jonge bakkerszoon overweegt z’n vader op te volgen, maar kiest uiteindelijk toch voor de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.
Bijna veertig jaar dient Van Uhm (57) de krijgsmacht, waarvan ruim vier jaar als commandant der strijdkrachten (cds). Bij zijn afscheid, eind juni, is hij benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit.
Moeilijke keus, wapenrok in plaats van bakkersschort?
„Nee, helemaal niet. Ik had gewoon geen aanleg voor bakker. Als mijn broer en ik dezelfde koekjes bakten, dan waren die van hem altijd lekkerder dan die van mij.”
Frustrerend?
„Ja, frustrerend. Ik deed echt mijn best.”
Waarom de keus voor de krijgsmacht?
„Door mijn vader. M’n vader heeft gevochten tegen de Duitsers, maar kon met z’n geweer niet de overkant van de Waal bereiken. Dat is altijd z’n frustratie gebleven.
Verder kreeg ik op de middelbare school interesse in de Bevrijding. Wie hebben dat gedaan? En waaróm? Je ontdekt dat Amerikanen en Britten grote offers hebben gebracht voor onze vrijheid. Dat sprak mij erg aan. Ik wilde ook zo’n bijdrage leveren.”
Ooit ervan gedroomd generaal te worden?
„Nee, nee. Als jonge luitenant is het ongezond daarmee bezig te zijn. Je moet druk zijn met je vak, met je mensen.”
Van Uhm klimt van luitenant uiteindelijk op tot viersterrengeneraal. De krijgsmacht krijgt in zijn periode als cds zware klappen te verwerken: 1 miljard euro snoeien, 12.000 functies schrappen. „Een enorme klap. De reorganisatie kost 2000 mensen hun baan. Dat is fors.”
Hoe is de krijgsmacht eraan toe, na de bezuinigingen?
„De krijgsmacht levert nog altijd hoge kwaliteit die internationaal wordt gewaardeerd. Dat is misschien wel de beste graadmeter.”
Maar heeft Nederland nog steeds een veelzijdige krijgsmacht, zoals dat politiek heet?
„’k Denk het wel. We hebben de veelzijdigheid zo veel mogelijk overeind gehouden. Als je patrouillevliegtuigen en tanks moet afschaffen, boet je wel aan veelzijdigheid in. De expertise houden we op peil door samenwerking met Duitse tankeenheden. De krijgsmacht moet niet alleen mét tanks, maar ook tégen tanks kunnen vechten. Je weet nooit in welk conflict je terechtkomt.”
Wanneer is de grens bereikt?
„Dat kun je niet zeggen. De politiek bepaalt het ambitieniveau. Als Den Haag zegt: We schaffen de krijgsmacht af, dan is dat een democratisch besluit. We moeten daar echter wel de consequenties van aanvaarden. De wereld is onvoorspelbaarder geworden. Neem de Arabische lente, de wapenwedloop in Azië. Op tal van terreinen weigeren we de rekening door te schuiven naar de volgende generatie. Doen we dat met onze veiligheidsrekening wel? Hoelang steunen bondgenoten ons nog als ze het idee krijgen dat wij onze rekening bij hen neerleggen?”
Wanneer is voor u de grens bereikt?
„Typisch politieke vraag. Daar gaat Den Haag over. Militairen zijn apolitiek.”
Kon u als militair verantwoordelijkheid dragen voor zo’n kaalslag op uw krijgsmacht?
„Ik heb me wel achter m’n oor gekrabd. Ga ik hier verantwoordelijkheid voor nemen, ga ik de politiek hierbij helpen, of niet? Het antwoord is duidelijk: Ik ben gebleven.”
Lastig?
„Heel lastig. Je gelooft in de doelen van de organisatie die op de toppen van haar kunnen draait. Het doet pijn als er zó fors in je mensen en je materieel wordt gesneden.”
Hebt u altijd zo veel zelfbeheersing gehad?
„Oh nee. Als luitenantje was ik verbaal behoorlijk duidelijk. Een sergeant-majoor trok me wel eens achter de kast. Arrogant vond ik ’m. Later ontdekte ik dat juist ik arrogant was en mensen beschadigde. Geweldig, als iemand je dan de goede kant op duwt.”
Uiteindelijk hoogste baas en toch niets te vertellen. Voelt u zich dan niet machteloos?
„Nee. Natuurlijk, militairen zijn dóéners. Iemand die zich voortdurend machteloos voelt, moet zich afvragen of z’n denkraam nog goed staat. Het leger moet apolitiek zijn. Anders had ik politicus moeten worden. Maar politiek is niet mijn bier.”
Van Uhm is uitgegroeid tot een icoon van leiderschap, zeker ook door een TEDx-lezing in een volle Schouwburg in Amsterdam. De lezing van de generaal –gewapend met geweer– is sinds 2011 in 25 talen vertaald en op YouTube ruim 1 miljoen keer bekeken.
Wat was uw boodschap?
„Militairen zijn normale mensen die bereid zijn abnormale dingen te doen –je leven in de waagschaal te stellen– om de wereld te verbeteren. Geef hun daar waardering voor.”
Wat is het geheim van goed leiderschap?
„Eerlijk en duidelijk zijn. Dáár draait het om. Als je dat niet bent, kun je beter stoppen. Eis van jezelf wat je van je mensen eist. Wees open. Een ondergeschikte moet drie keer nee tegen z’n baas kunnen zeggen. Na een besluit is het einde discussie.”
De lezing is een hype. Wat doet dat met u?
„Nou... eh... Natuurlijk ben ik er trots op. Ik heb reacties uit de hele wereld gehad. Op de eerste NAVO-vergadering na de lezing bleek dat alle collega’s ’m hadden gezien. Allemaal.”
U blijft er nuchter onder?
„Natuurlijk.” Hij gebaart naar z’n vrouw. „Daar zit m’n relativerende factor. Als hoogste baas loop je het risico je afkomst te vergeten. Ik kom gewoon uit een bakkerijtje. Ik heb veel onderscheidingen gekregen, maar blijf daar nuchter onder. De benoeming tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit, dat doet mij iets.”
Wát doet dat?
„Veel. Ik heb de koningin erg hoog.” Grijnzend: „Ik moet wel zorgen dat ik in mijn uniform blijf passen.”
Uw leiderschap werd danig op de proef gesteld bij een mislukte reddingsactie in Libië.
„Er zat een Nederlander in de penarie, dus gaat de krijgsmacht helpen. Simpel. Je weet dat er risico’s zijn. Meestal gaat het goed, deze keer liep het fout. Ik zou me schamen als wij niet waren gegaan. De crew ook.”
De Britten pikten 150 burgers op. Wilde Nederland ook zo’n heldendaad verrichten?
„Nee, kom nou toch. Dan ben je niet goed met je vak bezig. ’t Gaat om mensenlevens.”
Van Uhm treedt op 18 april 2008 aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis (23), door een bermbom in Uruzgan. Van Uhm wijst naar een foto. „Daar staat hij.”
Hier thuis staat een foto. In Den Haag niet.
„Nee, op m’n werk moest ik niet continu worden afgeleid. Je wordt betaald om de juiste besluiten te nemen. Geen emotionele.”
Hoe werd het nieuws u verteld?
„Mijn plaatsvervanger zat me op te wachten. Ik zag aan zijn gezicht dat er iets goed mis was. Hij vertelde van soldaat Mark Schouwink en mijn zoon. Dennis zou in een pantservoertuig zijn gesneuveld door een bermbom. Het kon er bij mij niet in... het kon niet! Een infanteriecommandant in Uruzgan kruipt niet onder pantser als hij overzicht moet houden en leidinggeven. Onbestaanbaar. Ik heb hem teruggestuurd: Met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Of het is mijn zoon niet óf het is geen pantservoertuig.”
Wat ging er op dat moment door u heen?
Z’n stem daalt. „Niet te beschrijven... nee. Je wereld stort in. Uit ervaring weet je dat de eerste berichten niet altijd kloppen. Ik heb twintig, dertig minuten alleen achter mijn bureau gezeten. Er stormt van alles door je hoofd. Je hóópt dat ze met een verhaal komen dat net even anders is. Ze kwamen terug: Generaal, u hebt gelijk. Het was een open terreinwagen. Maar het is wel uw zoon.”
Welke gevoelens komen dan boven?
Zacht: „Triestheid. Ja... Een en al triestheid. Mijn vrouw was nog in Den Haag, de dag na mijn aantreden als cds. Ik moest haar de boodschap brengen. Dat was het slechtste moment van mijn leven.”
Had u er écht rekening mee gehouden dat Dennis zou kunnen sneuvelen?
„Tuurlijk denk je daar over na. Je weet wat er in de missies gebeurt. Het is je kind. Ik ben ook gewoon vader. Uiteindelijk wil je er niet bij stilstaan. Hij zou geen domme dingen doen, hij was een echte vakman.”
Hebt u gedacht uw functie neer te leggen?
„Ik heb even gedacht: Bekijk het allemaal maar. Dat is de eerste emotie. Opstappen kán dus niet. Heel simpel. Als je van zijn peloton eist dat het gewoon doorgaat, dan kun je als baas toch niet stoppen? Absurd.”
U hebt diep respect voor uw keus gekregen.
„Hou toch op. Ik hád maar één keus. Doorgaan! Anders zou ik alles waar ik in geloofde, waar mijn zoon in geloofde, los moeten laten. Onbestaanbaar. Ik zou mezelf en m’n zoon niet onder ogen durven komen als ik was gestopt. Je hébt geen keus.”
Kan iemand na zo’n ingrijpend voorval zo’n verantwoordelijke post blijven vervullen?
„Ja, dat durf ik met droge ogen te zeggen. Ik heb het bewezen. Niet dat ik dat wilde! Het overkomt je. Je moet je besluiten in zo’n situatie wel ijken. Een keus tussen maatregelen tegen bermbommen of investeren in schoenen of auto’s, kun je emotioneel gaan nemen. Ik heb daarom soms tegen mijn mensen gezegd: „Dit ben ik van plan, hier zijn de dossiers. Je krijgt twee dagen. Kijk of ik een goed, rationeel besluit neem.””
Maakt zo’n pijnlijk verlies niet kwetsbaar?
„Natuurlijk. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Ik ben ook maar een mens. Ik heb tegen de minister gezegd: Als jij vindt dat ik het niet goed doe, moet je het zeggen. Dan ben ik weg. Heel simpel.”
Op tv stelde een journalist direct dat u niet meer zou kunnen functioneren. Krenkend?
„Onzinnig. Bepaalt híj dat...?! Daar ga ik –én mijn vrouw– over. We waren er snel uit.”
Militairen krijgen vóór een missie het advies een brief te schrijven aan ouders, aan vrienden. Heeft Dennis dat gedaan?
„Voor Irak niet, voor Uruzgan wel. Een envelop, aan alle kanten dichtgeplakt. Hij gaf ’m stiekem aan mij: „Niet tegen mama zeggen.” Ik zei: „Dennis, kom nou toch. We praten er gewoon over.” De bedoeling is natuurlijk dat zo’n brief niet geopend hoeft te worden. Wij moesten de brief wel openen.”
Wat schreef Dennis?
„Een heel persoonlijke brief. Goed over nagedacht. Mijn vrouw, m’n dochter, Dennis’ vriendin en ik hebben de brief samen geopend. Moeilijk moment, maar ook mooi. Ik kan ’m nog steeds niet lezen zonder te huilen. Wát hij schrijft, blijft voor ons vieren.”
U bent rooms-katholiek opgevoed. Speelt geloof een rol bij de rouwverwerking?
Wijzend, naar buiten: „Dáár... gingen wij vroeger naar de kerk. Ik ben écht katholiek opgevoed, maar er op een gegeven moment, misschien wel door nuchterheid, verder van af komen te staan. Voor mij speelt religie geen rol bij de verwerking. Meer het geloof in mijn gezin, het geloof waar we voor staan. Daar hebben we steun aan gehad.”
Niet jaloers op mensen die in zo’n situatie soms veel kracht putten uit hun geloof?
„Ik gun het hen van harte, maar ben niet jaloers. Mijn vrouw en ik zijn altijd op bezoek gegaan bij familie van gesneuvelde militairen. Iedereen verwerkt het op z’n eigen manier. Wij op de onze. Onze zoon is dood, maar we zwijgen hem niet dood. Ik ben trots op mijn zoon.”
Voor meer informatie over Peter van Uhm zie Digibron.
Levensloop Peter van Uhm
Peter van Uhm start zijn militaire loopbaan in 1972 op de KMA. Na plaatsing bij het 48 Pantserinfanteriebataljon volgt in 1983 uitzending naar Libanon. Als luitenant-kolonel werkt hij korte tijd in Den Haag. In 1994 krijgt hij het commando over de Luchtmobiele Brigade. Van Uhm treedt opnieuw aan in Den Haag. Vanaf 2000 werkt hij onder andere als brigadegeneraal in Sarajevo. Vijf jaar later volgt de benoeming tot commandant landstrijdkrachten. Op 17 april 2008 treedt hij aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis in Uruzgan. Van Uhm, getrouwd, kreeg behalve zoon Dennis een dochter.
(Reformatorisch Dagblad, 22 december 2012)
![]() |
| GEN Van Uhm als CDS Foto: Defensie |
Peter van Uhm groeit op in een hardwerkend bakkersgezin in Nijmegen. De jonge bakkerszoon overweegt z’n vader op te volgen, maar kiest uiteindelijk toch voor de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.
Bijna veertig jaar dient Van Uhm (57) de krijgsmacht, waarvan ruim vier jaar als commandant der strijdkrachten (cds). Bij zijn afscheid, eind juni, is hij benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit.
Moeilijke keus, wapenrok in plaats van bakkersschort?
„Nee, helemaal niet. Ik had gewoon geen aanleg voor bakker. Als mijn broer en ik dezelfde koekjes bakten, dan waren die van hem altijd lekkerder dan die van mij.”
Frustrerend?
„Ja, frustrerend. Ik deed echt mijn best.”
Waarom de keus voor de krijgsmacht?
„Door mijn vader. M’n vader heeft gevochten tegen de Duitsers, maar kon met z’n geweer niet de overkant van de Waal bereiken. Dat is altijd z’n frustratie gebleven.
Verder kreeg ik op de middelbare school interesse in de Bevrijding. Wie hebben dat gedaan? En waaróm? Je ontdekt dat Amerikanen en Britten grote offers hebben gebracht voor onze vrijheid. Dat sprak mij erg aan. Ik wilde ook zo’n bijdrage leveren.”
Ooit ervan gedroomd generaal te worden?
„Nee, nee. Als jonge luitenant is het ongezond daarmee bezig te zijn. Je moet druk zijn met je vak, met je mensen.”
Van Uhm klimt van luitenant uiteindelijk op tot viersterrengeneraal. De krijgsmacht krijgt in zijn periode als cds zware klappen te verwerken: 1 miljard euro snoeien, 12.000 functies schrappen. „Een enorme klap. De reorganisatie kost 2000 mensen hun baan. Dat is fors.”
Hoe is de krijgsmacht eraan toe, na de bezuinigingen?
„De krijgsmacht levert nog altijd hoge kwaliteit die internationaal wordt gewaardeerd. Dat is misschien wel de beste graadmeter.”
Maar heeft Nederland nog steeds een veelzijdige krijgsmacht, zoals dat politiek heet?
„’k Denk het wel. We hebben de veelzijdigheid zo veel mogelijk overeind gehouden. Als je patrouillevliegtuigen en tanks moet afschaffen, boet je wel aan veelzijdigheid in. De expertise houden we op peil door samenwerking met Duitse tankeenheden. De krijgsmacht moet niet alleen mét tanks, maar ook tégen tanks kunnen vechten. Je weet nooit in welk conflict je terechtkomt.”
Wanneer is de grens bereikt?
„Dat kun je niet zeggen. De politiek bepaalt het ambitieniveau. Als Den Haag zegt: We schaffen de krijgsmacht af, dan is dat een democratisch besluit. We moeten daar echter wel de consequenties van aanvaarden. De wereld is onvoorspelbaarder geworden. Neem de Arabische lente, de wapenwedloop in Azië. Op tal van terreinen weigeren we de rekening door te schuiven naar de volgende generatie. Doen we dat met onze veiligheidsrekening wel? Hoelang steunen bondgenoten ons nog als ze het idee krijgen dat wij onze rekening bij hen neerleggen?”
Wanneer is voor u de grens bereikt?
„Typisch politieke vraag. Daar gaat Den Haag over. Militairen zijn apolitiek.”
Kon u als militair verantwoordelijkheid dragen voor zo’n kaalslag op uw krijgsmacht?
„Ik heb me wel achter m’n oor gekrabd. Ga ik hier verantwoordelijkheid voor nemen, ga ik de politiek hierbij helpen, of niet? Het antwoord is duidelijk: Ik ben gebleven.”
Lastig?
„Heel lastig. Je gelooft in de doelen van de organisatie die op de toppen van haar kunnen draait. Het doet pijn als er zó fors in je mensen en je materieel wordt gesneden.”
Hebt u altijd zo veel zelfbeheersing gehad?
„Oh nee. Als luitenantje was ik verbaal behoorlijk duidelijk. Een sergeant-majoor trok me wel eens achter de kast. Arrogant vond ik ’m. Later ontdekte ik dat juist ik arrogant was en mensen beschadigde. Geweldig, als iemand je dan de goede kant op duwt.”
Uiteindelijk hoogste baas en toch niets te vertellen. Voelt u zich dan niet machteloos?
„Nee. Natuurlijk, militairen zijn dóéners. Iemand die zich voortdurend machteloos voelt, moet zich afvragen of z’n denkraam nog goed staat. Het leger moet apolitiek zijn. Anders had ik politicus moeten worden. Maar politiek is niet mijn bier.”
Van Uhm is uitgegroeid tot een icoon van leiderschap, zeker ook door een TEDx-lezing in een volle Schouwburg in Amsterdam. De lezing van de generaal –gewapend met geweer– is sinds 2011 in 25 talen vertaald en op YouTube ruim 1 miljoen keer bekeken.
Wat was uw boodschap?
„Militairen zijn normale mensen die bereid zijn abnormale dingen te doen –je leven in de waagschaal te stellen– om de wereld te verbeteren. Geef hun daar waardering voor.”
Wat is het geheim van goed leiderschap?
„Eerlijk en duidelijk zijn. Dáár draait het om. Als je dat niet bent, kun je beter stoppen. Eis van jezelf wat je van je mensen eist. Wees open. Een ondergeschikte moet drie keer nee tegen z’n baas kunnen zeggen. Na een besluit is het einde discussie.”
De lezing is een hype. Wat doet dat met u?
„Nou... eh... Natuurlijk ben ik er trots op. Ik heb reacties uit de hele wereld gehad. Op de eerste NAVO-vergadering na de lezing bleek dat alle collega’s ’m hadden gezien. Allemaal.”
U blijft er nuchter onder?
„Natuurlijk.” Hij gebaart naar z’n vrouw. „Daar zit m’n relativerende factor. Als hoogste baas loop je het risico je afkomst te vergeten. Ik kom gewoon uit een bakkerijtje. Ik heb veel onderscheidingen gekregen, maar blijf daar nuchter onder. De benoeming tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit, dat doet mij iets.”
Wát doet dat?
„Veel. Ik heb de koningin erg hoog.” Grijnzend: „Ik moet wel zorgen dat ik in mijn uniform blijf passen.”
Uw leiderschap werd danig op de proef gesteld bij een mislukte reddingsactie in Libië.
„Er zat een Nederlander in de penarie, dus gaat de krijgsmacht helpen. Simpel. Je weet dat er risico’s zijn. Meestal gaat het goed, deze keer liep het fout. Ik zou me schamen als wij niet waren gegaan. De crew ook.”
De Britten pikten 150 burgers op. Wilde Nederland ook zo’n heldendaad verrichten?
„Nee, kom nou toch. Dan ben je niet goed met je vak bezig. ’t Gaat om mensenlevens.”
Van Uhm treedt op 18 april 2008 aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis (23), door een bermbom in Uruzgan. Van Uhm wijst naar een foto. „Daar staat hij.”
Hier thuis staat een foto. In Den Haag niet.
„Nee, op m’n werk moest ik niet continu worden afgeleid. Je wordt betaald om de juiste besluiten te nemen. Geen emotionele.”
Hoe werd het nieuws u verteld?
„Mijn plaatsvervanger zat me op te wachten. Ik zag aan zijn gezicht dat er iets goed mis was. Hij vertelde van soldaat Mark Schouwink en mijn zoon. Dennis zou in een pantservoertuig zijn gesneuveld door een bermbom. Het kon er bij mij niet in... het kon niet! Een infanteriecommandant in Uruzgan kruipt niet onder pantser als hij overzicht moet houden en leidinggeven. Onbestaanbaar. Ik heb hem teruggestuurd: Met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Of het is mijn zoon niet óf het is geen pantservoertuig.”
Wat ging er op dat moment door u heen?
Z’n stem daalt. „Niet te beschrijven... nee. Je wereld stort in. Uit ervaring weet je dat de eerste berichten niet altijd kloppen. Ik heb twintig, dertig minuten alleen achter mijn bureau gezeten. Er stormt van alles door je hoofd. Je hóópt dat ze met een verhaal komen dat net even anders is. Ze kwamen terug: Generaal, u hebt gelijk. Het was een open terreinwagen. Maar het is wel uw zoon.”
Welke gevoelens komen dan boven?
Zacht: „Triestheid. Ja... Een en al triestheid. Mijn vrouw was nog in Den Haag, de dag na mijn aantreden als cds. Ik moest haar de boodschap brengen. Dat was het slechtste moment van mijn leven.”
Had u er écht rekening mee gehouden dat Dennis zou kunnen sneuvelen?
„Tuurlijk denk je daar over na. Je weet wat er in de missies gebeurt. Het is je kind. Ik ben ook gewoon vader. Uiteindelijk wil je er niet bij stilstaan. Hij zou geen domme dingen doen, hij was een echte vakman.”
Hebt u gedacht uw functie neer te leggen?
„Ik heb even gedacht: Bekijk het allemaal maar. Dat is de eerste emotie. Opstappen kán dus niet. Heel simpel. Als je van zijn peloton eist dat het gewoon doorgaat, dan kun je als baas toch niet stoppen? Absurd.”
U hebt diep respect voor uw keus gekregen.
„Hou toch op. Ik hád maar één keus. Doorgaan! Anders zou ik alles waar ik in geloofde, waar mijn zoon in geloofde, los moeten laten. Onbestaanbaar. Ik zou mezelf en m’n zoon niet onder ogen durven komen als ik was gestopt. Je hébt geen keus.”
Kan iemand na zo’n ingrijpend voorval zo’n verantwoordelijke post blijven vervullen?
„Ja, dat durf ik met droge ogen te zeggen. Ik heb het bewezen. Niet dat ik dat wilde! Het overkomt je. Je moet je besluiten in zo’n situatie wel ijken. Een keus tussen maatregelen tegen bermbommen of investeren in schoenen of auto’s, kun je emotioneel gaan nemen. Ik heb daarom soms tegen mijn mensen gezegd: „Dit ben ik van plan, hier zijn de dossiers. Je krijgt twee dagen. Kijk of ik een goed, rationeel besluit neem.””
Maakt zo’n pijnlijk verlies niet kwetsbaar?
„Natuurlijk. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Ik ben ook maar een mens. Ik heb tegen de minister gezegd: Als jij vindt dat ik het niet goed doe, moet je het zeggen. Dan ben ik weg. Heel simpel.”
Op tv stelde een journalist direct dat u niet meer zou kunnen functioneren. Krenkend?
„Onzinnig. Bepaalt híj dat...?! Daar ga ik –én mijn vrouw– over. We waren er snel uit.”
Militairen krijgen vóór een missie het advies een brief te schrijven aan ouders, aan vrienden. Heeft Dennis dat gedaan?
„Voor Irak niet, voor Uruzgan wel. Een envelop, aan alle kanten dichtgeplakt. Hij gaf ’m stiekem aan mij: „Niet tegen mama zeggen.” Ik zei: „Dennis, kom nou toch. We praten er gewoon over.” De bedoeling is natuurlijk dat zo’n brief niet geopend hoeft te worden. Wij moesten de brief wel openen.”
Wat schreef Dennis?
„Een heel persoonlijke brief. Goed over nagedacht. Mijn vrouw, m’n dochter, Dennis’ vriendin en ik hebben de brief samen geopend. Moeilijk moment, maar ook mooi. Ik kan ’m nog steeds niet lezen zonder te huilen. Wát hij schrijft, blijft voor ons vieren.”
U bent rooms-katholiek opgevoed. Speelt geloof een rol bij de rouwverwerking?
Wijzend, naar buiten: „Dáár... gingen wij vroeger naar de kerk. Ik ben écht katholiek opgevoed, maar er op een gegeven moment, misschien wel door nuchterheid, verder van af komen te staan. Voor mij speelt religie geen rol bij de verwerking. Meer het geloof in mijn gezin, het geloof waar we voor staan. Daar hebben we steun aan gehad.”
Niet jaloers op mensen die in zo’n situatie soms veel kracht putten uit hun geloof?
„Ik gun het hen van harte, maar ben niet jaloers. Mijn vrouw en ik zijn altijd op bezoek gegaan bij familie van gesneuvelde militairen. Iedereen verwerkt het op z’n eigen manier. Wij op de onze. Onze zoon is dood, maar we zwijgen hem niet dood. Ik ben trots op mijn zoon.”
Voor meer informatie over Peter van Uhm zie Digibron.
Levensloop Peter van Uhm
Peter van Uhm start zijn militaire loopbaan in 1972 op de KMA. Na plaatsing bij het 48 Pantserinfanteriebataljon volgt in 1983 uitzending naar Libanon. Als luitenant-kolonel werkt hij korte tijd in Den Haag. In 1994 krijgt hij het commando over de Luchtmobiele Brigade. Van Uhm treedt opnieuw aan in Den Haag. Vanaf 2000 werkt hij onder andere als brigadegeneraal in Sarajevo. Vijf jaar later volgt de benoeming tot commandant landstrijdkrachten. Op 17 april 2008 treedt hij aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis in Uruzgan. Van Uhm, getrouwd, kreeg behalve zoon Dennis een dochter.
(Reformatorisch Dagblad, 22 december 2012)
vrijdag 3 augustus 2012
Commandant der Strijdkrachten in Afghanistan en Afrika
![]() |
| Generaal Tom Middendorp |
Middendorp uitte overal zijn waardering voor het goede en bijzondere werk van de Nederlanders ver van huis. “We zitten in een hele moeilijke periode met veel onzekerheid. Ik begrijp en deel uw zorgen. Daar moeten wij samen doorheen”, refereerde hij aan de bezuinigingen en reorganisatie bij Defensie.
Jachtvliegtuigen
De CDS ging als eerst naar het luchtmachtdetachement met 4 F-16’s in Mazar-e-Sharif. De jachtvliegtuigen staan daar paraat voor de politietrainingsmissie en verzamelen inlichtingen met het fotoverkenningsysteem RecceLite en verlenen luchtsteun aan ISAF-troepen. Mazar-e-Sharif huisvest ook het National Support Element dat zorgt voor de logistiek.
Voetpatrouille
Tijdens een voetpatrouille in het district Khanabad in de provincie Kunduz, kreeg Middendorp een duidelijk beeld van de Police Operational Mentor and Liasion Teams. “Het is goed om met eigen ogen te zien hoe gedreven mijn mensen en de Afghaanse agenten het werk doen. Dat geeft ook vertrouwen in de transitie naar 2014 wanneer de Afghaanse overheid zelf de verantwoordelijkheid neemt.”Na nog een stop in Kabul waar hij te gast was op het ministerie van binnenlandse zaken en de Nederlandse ambassade vloog hij door naar Afrika.
Djibouti
Het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam lost morgen Hr. Ms. Evertsen af als NAVO-vlaggenschip voor de antipiraterij-missie Ocean Shield. Middendorp: “Mede dankzij uw inspanning worden er minder schepen gekaapt en minder onschuldige mensen gegijzeld. Piraterij bedreigt onze welvaart. Die is afhankelijk van vrije handel en onbedreigd transport over zee. Met de inspanningen tegen piraterij boeken we echter concrete resultaten. Daar mag u trots op zijn.”
Omdat de marechaussee is ingezet voor de politietrainingsmissie in de provincie Kunduz, vergezelde commandant van de Koninklijke Marechaussee luitenant-generaal Hans Leijtens, Middendorp tijdens de reis.
(ministerie van Defensie, 3 augustus 2012)
Labels:
Afghanistan,
Air Task Force,
CDS,
Commandant der Strijdkrachten,
Hr. Ms. Evertsen,
Hr. Ms. Rotterdam,
Kunduz,
NAVO,
Ocean Shield,
piraterij,
politietrainingsmissie,
Somalië,
Tom Middendorp
zaterdag 14 juli 2012
Peter van Uhm: nu tijd voor de verwerking
Nijmegenaar Peter van Uhm (57) nam afscheid als commandant der strijdkrachten. Nu is het tijd aan om het verlies van zijn zoon Dennis te verwerken.
door Maaike Boersma
Hij staat er al vijf minuten zwijgend naar te kijken. Naar die ene foto aan de muur in zijn woonkamer. De foto van Dennis, zijn Dennis. Op zijn werkkamer op het ministerie had hij de afgelopen drie jaar heel bewust géén foto staan „Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk”, zei hij onlangs nog in een interview. Maar hier in huis in Grave kan hij er niet omheen. Hier kijkt Dennis hem telkens aan vanaf de muur.
Het huis, waar hij de afgelopen jaren eigenlijk alleen in het weekend was en zelfs dan opgeslokt werd door werkzaamheden voor de volgende werkweek. De laatste jaren werd hij geleefd, vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week. Omdat hij, Peter van Uhm, de afgelopen drie jaar commandant der strijdkrachten was, de hoogste militaire man van het land. Maar dat verandert, nu hij zijn functie heeft overgedragen aan zijn opvolger Tom Middendorp. De komende tijd zal hij niet werken, maar verwerken. Drie letters meer, maar een wereld van verschil.
Het is de reden dat heel Nederland hem kent, omdat hij, op zijn allereerste werkdag als commandant der strijdkrachten op 18 april 2008, het nieuws te horen kreeg dat zijn eigen zoon was omgekomen door een bermbom in Afghanistan. Het maakte hem van hoogste militair ineens ook vader. "Mijn zoon zou niet willen dat ik bij de pakken neer ging zitten", sprak hij een week later. En hij ging aan het werk. Omdat zijn zoon het zou willen, omdat hij het zelf wilde.
Hij bouwde voor de zekerheid extra tegenspraak in om te voorkomen dat zijn verlies gevolgen zou hebben voor zijn werk. Professioneel, dat is wat collega’s van hem zeggen. "Een hele gedreven man, een mensenmens", zo omschrijft zijn woordvoerder hem, die de afgelopen anderhalf jaar bijna elke dag bij hem was. "Hij had altijd een luisterend oor voor iedereen."
Het zijn die sociale kwaliteiten die hem zo ver brachten binnen Defensie. Nadat hij zich als bakkerszoon uit Nijmegen op zijn zeventiende ingeschreef bij de militaire academie in Breda, werd hij op zijn 26ste compagniescommandant in Libanon en later werd hij als brigadegeneraal uitgezonden naar Sarajevo. Uit zijn tijd in Libanon stamt het verfomfaaide oude stukje papier dat hij altijd in zijn bureaula heeft liggen en waar zijn drie gouden regels op staan: 'Ik ben altijd duidelijk, mijn deur staat altijd open, en ik ben altijd aanspreekbaar'. Richtlijnen die hij tot het laatste gebruikte, zegt zijn woordvoerder. Het verhaal gaat dat Van Uhm van zijn eigen geld een partij bergschoenen kocht toen soldaten klaagden over de slechte gevechtslaarzen waarmee ze naar Uruzgan moesten.
Voor hij commandant der strijdkrachten werd stond hij aan het hoofd van de landmacht. Zijn fascinatie voor het leger werd gewekt door verhalen van zijn vader, die na het harde werk in de bakkerij vaak vertelde over de oorlog. Hoe het hem als beste schutter niet lukte de Duitsers aan de overkant van deWaal te raken omdat zijn wapen te oud was. En hoe hij dus niet kon voorkomen dat de Duitsers zijn stad in namen.
"Dat verhaal bleef me bij", zei Van Uhm vorig jaar op een bijeenkomst waar hij met een mitrailleur in zijn hand vertelde waarom hij voor een wapen koos als werktuig, en niet voor een pen of penseel. "Uit respect en dankbaarheid voor de geallieerden koos ik voor het geweer. Niet om te doden of te schieten. Maar om het kwaad een halt toe te roepen. Het geweer is een instrument van vrede en stabiliteit."
Het was geen kogel maar een bermbom die zijn zoon het leven kostte. Van Uhm heeft thuis een kist met duizenden kaarten en brieven van medeleven. Die kon hij niet lezen toen hij nog werkte, zegt hij in een interview. Daar is nu tijd voor. Hij wil weer balans in zijn leven, meer tijd voor zijn gezin, ’zijn kop leegmaken’. Onderwijl kijkt hij ook uit naar een verhuizing, van Grave, terug naar de roots in Nijmegen- Oost.
(De Gelderlander, 7 juli 2012)
door Maaike Boersma
Hij staat er al vijf minuten zwijgend naar te kijken. Naar die ene foto aan de muur in zijn woonkamer. De foto van Dennis, zijn Dennis. Op zijn werkkamer op het ministerie had hij de afgelopen drie jaar heel bewust géén foto staan „Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk”, zei hij onlangs nog in een interview. Maar hier in huis in Grave kan hij er niet omheen. Hier kijkt Dennis hem telkens aan vanaf de muur.
![]() |
| Foto: Sjoerd Hilckmann, AVDD |
Het is de reden dat heel Nederland hem kent, omdat hij, op zijn allereerste werkdag als commandant der strijdkrachten op 18 april 2008, het nieuws te horen kreeg dat zijn eigen zoon was omgekomen door een bermbom in Afghanistan. Het maakte hem van hoogste militair ineens ook vader. "Mijn zoon zou niet willen dat ik bij de pakken neer ging zitten", sprak hij een week later. En hij ging aan het werk. Omdat zijn zoon het zou willen, omdat hij het zelf wilde.
Hij bouwde voor de zekerheid extra tegenspraak in om te voorkomen dat zijn verlies gevolgen zou hebben voor zijn werk. Professioneel, dat is wat collega’s van hem zeggen. "Een hele gedreven man, een mensenmens", zo omschrijft zijn woordvoerder hem, die de afgelopen anderhalf jaar bijna elke dag bij hem was. "Hij had altijd een luisterend oor voor iedereen."
Het zijn die sociale kwaliteiten die hem zo ver brachten binnen Defensie. Nadat hij zich als bakkerszoon uit Nijmegen op zijn zeventiende ingeschreef bij de militaire academie in Breda, werd hij op zijn 26ste compagniescommandant in Libanon en later werd hij als brigadegeneraal uitgezonden naar Sarajevo. Uit zijn tijd in Libanon stamt het verfomfaaide oude stukje papier dat hij altijd in zijn bureaula heeft liggen en waar zijn drie gouden regels op staan: 'Ik ben altijd duidelijk, mijn deur staat altijd open, en ik ben altijd aanspreekbaar'. Richtlijnen die hij tot het laatste gebruikte, zegt zijn woordvoerder. Het verhaal gaat dat Van Uhm van zijn eigen geld een partij bergschoenen kocht toen soldaten klaagden over de slechte gevechtslaarzen waarmee ze naar Uruzgan moesten.
Voor hij commandant der strijdkrachten werd stond hij aan het hoofd van de landmacht. Zijn fascinatie voor het leger werd gewekt door verhalen van zijn vader, die na het harde werk in de bakkerij vaak vertelde over de oorlog. Hoe het hem als beste schutter niet lukte de Duitsers aan de overkant van deWaal te raken omdat zijn wapen te oud was. En hoe hij dus niet kon voorkomen dat de Duitsers zijn stad in namen.
"Dat verhaal bleef me bij", zei Van Uhm vorig jaar op een bijeenkomst waar hij met een mitrailleur in zijn hand vertelde waarom hij voor een wapen koos als werktuig, en niet voor een pen of penseel. "Uit respect en dankbaarheid voor de geallieerden koos ik voor het geweer. Niet om te doden of te schieten. Maar om het kwaad een halt toe te roepen. Het geweer is een instrument van vrede en stabiliteit."
Het was geen kogel maar een bermbom die zijn zoon het leven kostte. Van Uhm heeft thuis een kist met duizenden kaarten en brieven van medeleven. Die kon hij niet lezen toen hij nog werkte, zegt hij in een interview. Daar is nu tijd voor. Hij wil weer balans in zijn leven, meer tijd voor zijn gezin, ’zijn kop leegmaken’. Onderwijl kijkt hij ook uit naar een verhuizing, van Grave, terug naar de roots in Nijmegen- Oost.
(De Gelderlander, 7 juli 2012)
vrijdag 29 juni 2012
Afscheid van de Generaal
Vanavond 19:00 uur, Nederland 2, Omroep MAX
Documentaire. We volgen de Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm tot en met zijn laatste werkdag, voordat hij het commando overdraagt aan zijn opvolger luitenant-generaal Tom Middendorp.
Aandacht voor de vier jaar waarin Commandant der Strijdkrachten Van Uhm aan het hoofd stond van de Nederlandse krijgsmacht. In de reportage komen de verschillende facetten van het werk van de krijgsmacht aan de orde. Er wordt uitgebreid gesproken met generaal Van Uhm en mensen om hem heen, zoals demissionair Minister van Defensie Hans Hillen, militair deskundigen, Tweede Kamerleden en zijn broer generaal-majoor Marc van Uhm.
Voor de documentaire sprak Jan Slagter uitgebreid met Van Uhm en volgde hem tijdens zijn diverse werkzaamheden in binnen- en buitenland. Zij spraken verder over Van Uhms grote betrokkenheid, het sneuvelen van zijn zoon Dennis op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, de toekomst en de taken van Defensie, de bezuinigingen, Afghanistan en andere missies en over wat hij gaat doen na zijn afscheid.
Verder geeft de documentaire een beeld van zijn carrière, de uitdagingen van de Nederlandse troepen in missiegebieden en het aanpakken van 'nieuwe' problemen zoals piraterij in de Hoorn van Afrika. Wat ging er goed? En wat kan er beter? En hoe motiveer je mensen voor zulk moeilijk en belangrijk werk? Hoe ziet generaal Van Uhm de toekomst van Defensie en wat gaat hij nu zelf doen, na een turbulente periode als hoogste Nederlandse militair?
(Omroep MAX)
Documentaire. We volgen de Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm tot en met zijn laatste werkdag, voordat hij het commando overdraagt aan zijn opvolger luitenant-generaal Tom Middendorp.
Aandacht voor de vier jaar waarin Commandant der Strijdkrachten Van Uhm aan het hoofd stond van de Nederlandse krijgsmacht. In de reportage komen de verschillende facetten van het werk van de krijgsmacht aan de orde. Er wordt uitgebreid gesproken met generaal Van Uhm en mensen om hem heen, zoals demissionair Minister van Defensie Hans Hillen, militair deskundigen, Tweede Kamerleden en zijn broer generaal-majoor Marc van Uhm.
Voor de documentaire sprak Jan Slagter uitgebreid met Van Uhm en volgde hem tijdens zijn diverse werkzaamheden in binnen- en buitenland. Zij spraken verder over Van Uhms grote betrokkenheid, het sneuvelen van zijn zoon Dennis op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, de toekomst en de taken van Defensie, de bezuinigingen, Afghanistan en andere missies en over wat hij gaat doen na zijn afscheid.
Verder geeft de documentaire een beeld van zijn carrière, de uitdagingen van de Nederlandse troepen in missiegebieden en het aanpakken van 'nieuwe' problemen zoals piraterij in de Hoorn van Afrika. Wat ging er goed? En wat kan er beter? En hoe motiveer je mensen voor zulk moeilijk en belangrijk werk? Hoe ziet generaal Van Uhm de toekomst van Defensie en wat gaat hij nu zelf doen, na een turbulente periode als hoogste Nederlandse militair?
(Omroep MAX)
Nieuwe CDS: 'Echte klap bij Defensie zal nog moeten komen'
George Marlet
De nieuwe commandant der strijdkrachten (CDS), generaal Tom Middendorp, maakt zich zorgen over het effect van de bezuinigingen op Defensie.
Op het defensiebudget wordt zeker een miljard euro gekort en afhankelijk van de verkiezingsuitslag mogelijk nog meer. "De 1 miljard euro zijn dan misschien al ingeboekt, maar de echte klap, waarbij we 12.000 functies moeten schrappen, oftewel één op de vijf, moet nog komen, als de gedwongen ontslagen namen en gezichten gaan krijgen", zei Middendorp gisteren.
{lees meer in Trouw:]
(Trouw, 29 juni 2012)
De nieuwe commandant der strijdkrachten (CDS), generaal Tom Middendorp, maakt zich zorgen over het effect van de bezuinigingen op Defensie.
Op het defensiebudget wordt zeker een miljard euro gekort en afhankelijk van de verkiezingsuitslag mogelijk nog meer. "De 1 miljard euro zijn dan misschien al ingeboekt, maar de echte klap, waarbij we 12.000 functies moeten schrappen, oftewel één op de vijf, moet nog komen, als de gedwongen ontslagen namen en gezichten gaan krijgen", zei Middendorp gisteren.
{lees meer in Trouw:]
(Trouw, 29 juni 2012)
donderdag 28 juni 2012
Middendorp neemt commando krijgsmacht over
Generaal Tom Middendorp (52) is vanmiddag op het Binnenhof in Den Haag benoemd tot de nieuwe Commandant der Strijdkrachten (CDS). Na ruim 4 intensieve jaren droeg generaal Peter van Uhm het commando over de Nederlandse krijgsmacht aan hem over.
De commandowisseling en de bijbehorende overdracht van bevoegdheden was omgeven met groot militair ceremonieel. Bewapende detachementen uit alle krijgsmachtdelen gaven acte de présence bij de plechtigheid. Ook aanwezig waren dragers van de Militaire Willemsorde, veteranen, nabestaanden van gesneuvelde Nederlandse militairen, (oud-)bewindslieden, Eerste en Tweede Kamerleden en diplomatieke vertegenwoordigers van NAVO-landen.
Troepenman
Van Uhm kenmerkte zich volgens minister Hans Hillen als troepenman: “Een generaal die het liefst in zijn vlekkenpak stond, één met zijn mannen en vrouwen. Loyaal aan zijn mensen. Loyaal aan de politiek. De grote bezuinigingen die zo moeilijk zijn voor zijn militairen, heeft hij uitgevoerd. Hij heeft daarvoor de verantwoordelijkheid durven nemen. Dat is leiderschap. Ik dank hem voor zijn inzet en de persoonlijke offers die hij voor ons land heeft gebracht.” Om Van Uhm vervolgens namens de koningin te benoemen tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau.
Hindernisbaan
Generaal Peter van Uhm benadrukte in zijn afscheidsspeech het belang van de krijgsmacht en bracht ook zijn zoon Dennis in herinnering, die een dag na zijn aantreden als CDS sneuvelde in Afghanistan. “Dennis vertelde een collega in de nacht van mijn benoeming dat zijn vader een paar uur eerder Commandant der Strijdkrachten was geworden. Hij zei dat zijn vader was begonnen aan een mooie eindsprint in zijn lange militaire loopbaan. Het bleek geen eindsprint te zijn maar een hindernisbaan. Als Commandant der Strijdkrachten was het mijn taak de Nederlandse regering te adviseren, zodat de regering een afgewogen besluit kan nemen. Op een goede manier bijdragen aan de besluitvorming, steeds onze militairen proberen uit te leggen wat in politiek Den Haag is besloten en deze besluiten loyaal uit te voeren, dat is de hindernisbaan die ik de afgelopen 4 jaren heb genomen.” Een hindernisbaan ook die het einde markeert van een militaire carrière van 40 jaar.
Personeel, missies en vernieuwing
Middendorp heeft nu de militaire leiding over de marine, land- en luchtmacht. Middendorp: De afgelopen weken bezocht ik vele eenheden. Wat ik zie is een enorme gedrevenheid. De Nederlandse militair is trots op zijn werk, maar heeft ook zorgen. Zorgen over de eigen toekomst bij Defensie. En zorgen over ‘waarom bezuinigen terwijl de wereld er niet veiliger op wordt en Defensie meer dan ooit wordt ingezet’. Ik deel die zorgen. Daarom richt ik mij de komende tijd op 3 hoofdzaken: personeel, missies en vernieuwing. Allereerst het personeel en de impact van de enorme bezuinigingsoperatie. Daarnaast de missies. Uiteraard moet de krijgsmacht geopend blijven tijdens de verbouwing. Onze 15 missies in het buitenland lopen gewoon door. Dat geldt ook voor de steun- en bijstandverlening in Nederland. Alleen al het afgelopen jaar zijn we meer dan 2.000 keer gevraagd en de vraag blijft stijgen. Last but not least noem ik vernieuwing. Onze slagkracht hangt af van of wij kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen zoals cyberdreiging.”
Verwijzingen
Toespraak minister Hillen van Defensie op 28 juni 2012
Toespraak generaal Van Uhm op 28 juni 2012
Toespraak generaal Middendorp bij commandowisseling
(ministerie van Defensie, 28 juni 2012)
![]() |
| GEN Tom Middendorp |
Troepenman
Van Uhm kenmerkte zich volgens minister Hans Hillen als troepenman: “Een generaal die het liefst in zijn vlekkenpak stond, één met zijn mannen en vrouwen. Loyaal aan zijn mensen. Loyaal aan de politiek. De grote bezuinigingen die zo moeilijk zijn voor zijn militairen, heeft hij uitgevoerd. Hij heeft daarvoor de verantwoordelijkheid durven nemen. Dat is leiderschap. Ik dank hem voor zijn inzet en de persoonlijke offers die hij voor ons land heeft gebracht.” Om Van Uhm vervolgens namens de koningin te benoemen tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau.
Hindernisbaan
Generaal Peter van Uhm benadrukte in zijn afscheidsspeech het belang van de krijgsmacht en bracht ook zijn zoon Dennis in herinnering, die een dag na zijn aantreden als CDS sneuvelde in Afghanistan. “Dennis vertelde een collega in de nacht van mijn benoeming dat zijn vader een paar uur eerder Commandant der Strijdkrachten was geworden. Hij zei dat zijn vader was begonnen aan een mooie eindsprint in zijn lange militaire loopbaan. Het bleek geen eindsprint te zijn maar een hindernisbaan. Als Commandant der Strijdkrachten was het mijn taak de Nederlandse regering te adviseren, zodat de regering een afgewogen besluit kan nemen. Op een goede manier bijdragen aan de besluitvorming, steeds onze militairen proberen uit te leggen wat in politiek Den Haag is besloten en deze besluiten loyaal uit te voeren, dat is de hindernisbaan die ik de afgelopen 4 jaren heb genomen.” Een hindernisbaan ook die het einde markeert van een militaire carrière van 40 jaar.
Personeel, missies en vernieuwing
Middendorp heeft nu de militaire leiding over de marine, land- en luchtmacht. Middendorp: De afgelopen weken bezocht ik vele eenheden. Wat ik zie is een enorme gedrevenheid. De Nederlandse militair is trots op zijn werk, maar heeft ook zorgen. Zorgen over de eigen toekomst bij Defensie. En zorgen over ‘waarom bezuinigen terwijl de wereld er niet veiliger op wordt en Defensie meer dan ooit wordt ingezet’. Ik deel die zorgen. Daarom richt ik mij de komende tijd op 3 hoofdzaken: personeel, missies en vernieuwing. Allereerst het personeel en de impact van de enorme bezuinigingsoperatie. Daarnaast de missies. Uiteraard moet de krijgsmacht geopend blijven tijdens de verbouwing. Onze 15 missies in het buitenland lopen gewoon door. Dat geldt ook voor de steun- en bijstandverlening in Nederland. Alleen al het afgelopen jaar zijn we meer dan 2.000 keer gevraagd en de vraag blijft stijgen. Last but not least noem ik vernieuwing. Onze slagkracht hangt af van of wij kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen zoals cyberdreiging.”
Verwijzingen
Toespraak minister Hillen van Defensie op 28 juni 2012
Toespraak generaal Van Uhm op 28 juni 2012
Toespraak generaal Middendorp bij commandowisseling
(ministerie van Defensie, 28 juni 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)





.jpeg)




.jpg)

.jpg)
.jpg)