De Algemene Rekenkamer heeft op verzoek van de minister van Financiën onderzoek gedaan naar de visie op de krijgsmacht van de toekomst, zoals de minister van Defensie die heeft vervat in de nota ‘In het belang van Nederland’. We hebben gekeken naar de financiële onderbouwing van de in de nota beschreven maatregelen. Deze biedt volgens ons de best mogelijke financiële benadering met de op dit moment beschikbare gegevens voor besluitvorming over de gepresenteerde keuzes. De financiële onderbouwing biedt als raamwerk houvast, maar heeft per keuze beperkte houdbaarheid, die bovendien per keuze verschilt.
Conclusies
Financiële onzekerheid opvolger F-16 beter vertaald in budget
De financiële onzekerheid rond de keuze voor de opvolger van de F-16 is in de nota beter vertaald naar beschikbare budgetten dan tevoren. De financiële inpasbaarheid van de keuze om deze budgetten te gebruiken voor de aanschaf en exploitatie van 37 JSF-toestellen (inclusief de al gekochte twee testtoestellen) beschouwen we op basis van de op dit moment beschikbare gegevens als maximaal onderbouwd. Deze positieve ontwikkeling biedt echter geen zekerheid dat Defensie in staat zal zijn van jaar tot jaar alle uitgaven binnen die gegeven financiële ruimte te houden. Dit geldt zowel voor de aanschaf en exploitatie van de JSF als voor de nota als geheel.
De nota heeft de door de Algemene Rekenkamer al in 2009 gesignaleerde beperkingen in het keuzeproces van het toestel dat de F-16 opvolgt niet weggenomen.
Meevallers niet automatisch voor aanschaf meer JSF-toestellen
We vinden het een goede zaak dat in het budget voor vervanging van de F-16 een ruime risicoreservering wordt aangehouden. In de nota gaat de minister van Defensie ervan uit dat als meevallende kostenontwikkelingen tot vrijval hiervan leidt, deze middelen benut kunnen worden voor de aanschaf van meer JSF-toestellen. De constatering dat minder dan 37 toestellen kunnen worden gekocht, zou volgens de minister leiden tot een heroverweging van het hele project. Wij zijn van mening dat ook meevallers zouden moeten leiden tot een heroverweging, en niet automatisch tot meer toestellen.
Inzetbaarheid van de krijgsmacht
Om de krijgsmacht financieel en operationeel duurzaam te maken heeft de minister van Defensie de minister de inzetbaarheidsdoelstellingen verlaagd, en per krijgsmachtonderdeel maatregelen genomen om beter aan de nieuwe inzetbaarheidsdoelstellingen te kunnen voldoen. Ook wij vinden dat de ambities van de krijgsmacht en de mogelijkheden om die te realiseren dichter bij elkaar zijn gebracht. Maar volgens ons zijn ze nog niet in balans waardoor ook in de toekomst concessies gedaan zullen moeten worden aan de uitvoering van taken of aan de getraindheid van het personeel.
Bij het begin van het JSF-project ging het ministerie nog uit van de inzet van squadrons die samen meer dan 50 jachtvliegtuigen omvatten. De minister gaat er in haar nota van uit dat zij met 37 JSF’s – er zijn nu nog 68 F-16’s in gebruik – altijd vier jachtvliegtuigen beschikbaar heeft voor internationale missies. Haar inzetbaarheidsberekeningen zijn echter niet compleet. Niet alle trainingsuren zijn meegerekend en op andere aspecten zijn de berekeningen optimistisch. De inzet van vier jachtvliegtuigen zonder aantasting van training of andere taken is daarom twijfelachtig.
De inzetbaarheid van de krijgsmacht wordt vanwege de in de nota gemaakte keuzes op meer onderdelen beperkt.
Zo leidt minder training van Chinook-helikopter-bemanningen ook tot beperkingen voor de inzet van de luchtmobiele brigade van de landmacht.
Bij de keuze van de minister om het Joint Support Ship niet in gebruik te nemen, verlaagt de minister de ambities van de marine en bespaart zo exploitatielasten.
Het vastgoedvoorstel in de nota (onder meer nieuwbouw Vlissingen) ontbeert nog steeds een volwaardige business case gebaseerd op een stabiele en deugdelijke raming van de vastgoedbehoefte.
(Algemene Rekenkamer, 19 september 2013)
Volledig rapport Rekenkamer (.pdf, 6 mB)
Posts tonen met het label Algemene Rekenkamer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Algemene Rekenkamer. Alle posts tonen
donderdag 19 september 2013
donderdag 28 maart 2013
Webdossier Vervanging F-16 online
Het webdossier Vervanging F-16, onderdeel van het Verslag 2012 van de Algemene Rekenkamer, is vandaag online gegaan.
In dit webdossier, terug te vinden op http://vervanging-f16.rekenkamer.nl/ zijn de gegevens over de vervanging van het F-16-jachtvliegtuig gebundeld. Dat is dus inclusief de informatie over de samenwerkingsovereenkomsten van Nederland met de Verenigde Staten over de mogelijke vervanger, de F-35 Lightning II.
Mijlpalen
Via het webdossier is (onder ‘besluitvorming’) door te klikken naar relevante rapporten en brieven van de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie. Ook de mijlpalen die voor deze investering van belang zijn, voor de periode van 1996 tot nu, staan daar onder.
De Algemene Rekenkamer actualiseert het dossier regelmatig en het is daarom langjarig als een databank inzetbaar.
(ministerie van Defensie, 28 maart 2013)
In dit webdossier, terug te vinden op http://vervanging-f16.rekenkamer.nl/ zijn de gegevens over de vervanging van het F-16-jachtvliegtuig gebundeld. Dat is dus inclusief de informatie over de samenwerkingsovereenkomsten van Nederland met de Verenigde Staten over de mogelijke vervanger, de F-35 Lightning II.
Mijlpalen
Via het webdossier is (onder ‘besluitvorming’) door te klikken naar relevante rapporten en brieven van de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie. Ook de mijlpalen die voor deze investering van belang zijn, voor de periode van 1996 tot nu, staan daar onder.
De Algemene Rekenkamer actualiseert het dossier regelmatig en het is daarom langjarig als een databank inzetbaar.
(ministerie van Defensie, 28 maart 2013)
vrijdag 15 februari 2013
Kamerbrief: beheer en bedrijfsvoering bij Defensie
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 14 februari 2013
Betreft Beheer bij Defensie
Zoals bekend kampt Defensie met een aantal stevige uitdagingen op het gebied van beheer en bedrijfsvoering. Doelstellingen blijken – met alle goede bedoelingen – veelal te ambitieus te zijn gekozen. De Algemene Rekenkamer heeft ons in haar brief van 21 november 2012 nog eens met de neus op de feiten gedrukt. De ervaringen in de afgelopen jaren nopen dan ook tot meer realiteitszin. Verder moet het duidelijk zijn dat het verbeteren van het beheer niet op zichzelf staat maar samenhangt met andere ontwikkelingen, zoals lopende reorganisaties en de bijbehorende personele verschuivingen, het op orde krijgen van de krijgsmacht en het programma SPEER. Wat dat betreft blijft ook 2013 een onrustig jaar.
Graag wil ik de bakens verzetten en volgens een realistische planning werken aan de vereiste verbeteringen op het gebied van beheer en bedrijfsvoering. Deze brief schetst de aanpak die ik wil volgen. Hiermee voldoe ik tevens aan toezeggingen die ik eind 2012 heb gedaan tijdens de wetgevingsoverleggen Materieel en Personeel en tijdens de begrotingsbehandeling 2013.
Beheer
Algemeen
Gegeven alle veranderingen in de bedrijfsvoering heb ik besloten het tijdschema voor het wegwerken van de onvolkomenheden in het beheer aan te passen aan de reorganisatietrajecten die tot in 2014 lopen. Voor 2013 houdt dit in dat de doelstellingen voor het beheer grotendeels dezelfde zijn als in 2012. Een hogere ambitie is dit jaar simpelweg niet realistisch. Met het oog op alle veranderingen, moet er zelfs rekening worden gehouden met een tijdelijke terugval. Trajecten die niet volgens plan in 2012 zijn voltooid, zoals de oprichting van het Financieel Administratie en Beheer Kantoor en de verbetering van de kwaliteit van de personeelsdossiers, zullen dit jaar wel gereed komen. Eind 2013 stellen we de definitieve doelstellingen voor 2014 vast. Defensie zal dan in 2015 voor het eerst het gehele jaar werken volgens de verbeterde werkwijze.
Financieel beheer
Zoals gezegd, was de oprichting van het Financieel Administratie en Beheer Kantoor voorzien voor 2012 maar wordt het, door vertragingen in de reorganisatie, 2013. Dat geldt ook voor de herinrichting van de controlorganisatie bij de defensie-onderdelen. Beide vernieuwingen zijn essentieel om de kwaliteit van het financieel beheer structureel te verbeteren. In 2012 zijn verschillende doelstellingen, zoals tijdige betalingen, overigens wel behaald en ook de rechtmatigheid van betalingen is geen punt van zorg.
De normen voor het financieel beheer berusten op wettelijke en rijksbrede regelingen en blijven om die reden ongewijzigd van kracht. Dat wil zeggen dat minimaal 90 procent van de facturen binnen 30 dagen moet worden betaald en dat fouten en onzekerheden binnen de voorgeschreven grenzen blijven. Door alle veranderingen in 2013 kan er tijdelijk een terugval optreden maar het doel blijft de normen structureel te behalen.
Materieelbeheer
De doelstellingen voor het materieelbeheer in de periode 2013 tot en met 2015 heb ik moeten herzien. In het licht van de reorganisaties en de invoering van SAP, wordt een jaar extra genomen voor het wegwerken van de resterende onvolkomenheden in het materieelbeheer. In 2013 ligt de nadruk tevens op het verder verbeteren van het gebruik van de Monitor Kwaliteit Materieelbeheer en van het functioneren van de logistieke ketens. De monitor bevat informatie over het beheer op het niveau van eenheden. De doelstelling in 2013 is dat minimaal 70 procent van de eenheden voldoet aan de eisen voor het materieelbeheer en in 2014 minimaal 80 procent. Vanaf 2015 moet 90 procent van de eenheden aan de norm voldoen.
Personeelsdossiers
Ook de onvolkomenheid bij de personeelsdossiers wordt verder aangepakt. Een personeelsdossier bevat de gegevens en documenten – vaak van financiële aard – die Defensie bewaart om de aanstelling of arbeidsovereenkomst met de medewerker goed te kunnen uitvoeren. Afhankelijk van het arbeidsverleden van het personeelslid, kan het om uiteenlopende documenten gaan.
De veronderstelling dat de achterstanden negatieve gevolgen hebben voor het personeel in de lopende reorganisaties, lijkt op een misverstand te berusten. Bij selectie zijn de sollicitatiebrief met CV, de sollicitatiegesprekken en een eventueel assessment van belang. Bij bemiddeling naar ander werk op grond van het sociaal beleidskader, zijn andere instrumenten leidend, zoals het intakegesprek, een ontwikkelplan, een quickscan en een uitplaatsingsplan.
Van de 64.000 digitale personeelsdossiers zijn er inmiddels ongeveer 42.000 gecontroleerd, opgeschoond en opengesteld voor het personeel. Ontbrekende documenten worden opgevraagd, zo nodig herhaaldelijk. Er zijn goede vorderingen gemaakt maar het project is nog niet voltooid. Eind 2013 moeten de resterende dossiers zijn gecontroleerd, opgeschoond en opengesteld. Completering blijft het streven waarbij de inspanning zich concentreert op de vier documenten die wettelijk in alle personeelsdossiers aanwezig moeten zijn, te weten het aanstellingsdocument, het identiteitsbewijs, de loonbelastingverklaring en de eed of belofte. Ik teken hierbij aan dat de completering mede afhankelijk is van de reacties van het personeel.
Vanaf 2014 wil ik de aandacht verleggen van een datagerichte controle op de ontbrekende documenten naar een systeemgerichte aanpak die nieuwe achterstanden moet voorkomen. Zo moet het bijvoorbeeld in de geautomatiseerde personeelsadministratie technisch onmogelijk zijn om nieuw personeel op te nemen zonder dat de vereiste documenten aanwezig zijn. Hiermee worden nieuwe achterstanden voorkomen en zullen de resterende achterstanden, mede door het personele verloop, in de loop van de tijd verdwijnen.
Verklaringen van geen bezwaar
Afgelopen jaar zijn de achterstanden in de afgifte van Verklaringen van geen bezwaar (VGB's) ingelopen. Dit jaar zal ook hier de aandacht naar een systeemgerichte aanpak verschuiven, waarbij de beschikbare capaciteit wordt afgestemd op de actuele vraag. Daarbij geldt de wettelijke norm dat 90 procent van de VGB’s binnen acht weken wordt afgegeven. In verband met de reorganisaties zullen de veiligheidsmachtigingsniveaus van veel personeelsleden opnieuw moeten worden vastgesteld. Dit jaar kan er dan ook sprake zijn van een tijdelijke terugval.
Bedrijfsvoering
Algemeen
Sinds het jaarverslag over 2011 wordt de Kamer bij de begroting en in het jaarverslag met key performance indicators geïnformeerd over de stand van zaken van de reorganisaties, de maatregelen uit de beleidsbrief 2011 en het 'op orde brengen van de krijgsmacht'. De Kamer heeft de laatste rapportage ontvangen bij de begroting 2013 (Kamerstuk 32 733, nr. 81 van 18 september 2012). Bij de behandeling bleek dat deze wijze van rapporteren niet tegemoet komt aan de behoefte van uw Kamer. De Kamer heeft derhalve om aanvullende informatie verzocht. Om hieraan tegemoet te komen, kies ik ervoor om de rapportages over deze onderwerpen, vanaf het najaar 2013, op een andere manier vorm te geven. Het uitgangspunt daarbij blijft dat de Kamer tweemaal per jaar wordt geïnformeerd, te weten bij het jaarverslag en de begroting.
Heringericht en verkleind
De huidige rapportage over de herinrichting en verkleining van de defensieorganisatie spitst zich toe op vier onderwerpen: de opheffing van eenheden en de afstoting van wapensystemen, de oprichting van de nieuwe organisatie in 2013, de invoering van de numerus fixus en de herbelegging van het vastgoed. De opheffing van eenheden is achter de rug maar de verkoop van het afgestoten materieel is nog gaande. De Kamer wordt daarover geïnformeerd in het Materieelprojectenoverzicht bij de begroting en in het jaarverslag. In de halfjaarlijkse personeelsrapportages zal ik de Kamer voortaan ook informeren over de reorganisaties en de numerus fixus. Ook over de herbelegging van het vastgoed zal ik u, zoals toegezegd in het algemeen overleg over vastgoed van 6 februari jl., periodiek gaan informeren bij het jaarverslag en de begroting.
Wat resteert, is de rapportage over de stand van zaken van de bezuinigings-maatregelen die in de beleidsbrief van april 2011 zijn aangekondigd. Ook deze rapportage wordt ingediend in het jaarverslag en bij de begroting. De Kamer heeft daarover op 2 november 2012, op verzoek, een rapportage ontvangen (Kamerstuk 32 733, nr. 86). Mijn ambtsvoorganger heeft reeds uiteengezet dat het niet mogelijk is de opbrengsten per afzonderlijke maatregel aan te duiden. Die rapportage zal dan ook vooral kwalitatief van aard zijn. In een financiële paragraaf zal ik ingaan op het behalen van de opbrengsten in algemene zin.
Krijgsmacht op orde
In de huidige systematiek rapporteert Defensie uw Kamer over personele vulling, voorraden munitie, voorraden uitrusting, voorraden reservedelen, de vaststelling van normeringen en de oefenprogramma’s. Deze systematiek levert echter geen betrouwbaar beeld op van de inzetbaarheid van de krijgsmacht terwijl de Kamer juist daarom vraagt. Ik kom aan deze gerechtvaardigde vraag tegemoet door vanaf heden halfjaarlijks, bij het jaarverslag en de begroting, te rapporteren over de mate waarin Defensie in staat is de inzetbaarheidsdoelstellingen te halen.
Alleen een krijgsmacht die op orde is, kan volledig voldoen aan deze doelstellingen. De inzetbaarheid is immers de resultante van de personele vulling, de gereedheid van het materieel en de oefenprogramma’s. Wanneer zich in deze keten een knelpunt voordoet, blijkt dit uit het niet (geheel) behalen van één of meer doelstellingen. Aan de hand van de onderliggende managementinformatie kan ik de aard van het knelpunt en de getroffen maatregelen toelichten. Hiermee krijgt de Kamer, veel meer dan nu het geval is, inzicht in wat de krijgsmacht werkelijk kan en waarvoor zij inzetbaar is. De inzetbaarheidsdoelstellingen blijven tevens deel uitmaken van de begroting. De verantwoording over het behalen hiervan zal deel blijven uitmaken van het jaarverslag.
Bestuur
In zijn brief van 18 september 2012 (Kamerstuk 32 733, nr. 81) heeft mijn ambtsvoorganger u geïnformeerd over een onderzoek naar de bestuurlijke processen bij Defensie. Het onderzoek is de afgelopen maanden uitgevoerd door ABD Topconsult. Op grond van een herkenbare schets concluderen zij dat verbeteringen in de bestuurlijke processen wenselijk en mogelijk zijn. Het rapport, dat u als bijlage aantreft, biedt aanknopingspunten om de nodige verbeteringen te bewerkstelligen.
In het wetgevingsoverleg Personeel eind 2012 zijn vragen over het besturingsmodel gesteld die ook in het onderzoek naar de bestuurlijke processen aan de orde zijn gekomen. Ik wil in de eerste plaats onderstrepen dat de voltooiing van lopende reorganisaties van groot belang is om de beoogde verbetering van het bestuur te bereiken. In plaats van de huidige dertien beleidsverantwoordelijken is er straks nog één hoofddirectie Beleid. De CDS speelt de centrale rol bij de uitvoering en is beter in staat het evenwicht tussen doelstellingen, activiteiten en middelen te bewaken. Belangrijk is voorts de oprichting van de hoofddirectie Bedrijfsvoering, die de kaders voor de bedrijfsvoering zal vormgegeven. De keuze tussen decentraal en centraal is er vaak één tussen enerzijds ruimte en flexibiliteit in de uitvoering en anderzijds doelmatigheid. Maatwerk is vanuit de uitvoering vaak wenselijk maar heeft een prijs. De uitkomst van die afweging verschilt van geval tot geval.
Met een aanzienlijke verkleining van de staven is de noodzaak tot vereenvoudiging van processen en werkwijzen groter dan ooit. Een snel veranderende omgeving vereist flexibiliteit van de organisatie om daarop te kunnen inspelen. De wijzigingen in de bedrijfsvoering hebben slechts kans van slagen als zij gepaard gaan met doelstellingen die gekoppeld zijn aan heldere verantwoordelijkheden. Duidelijk moet zijn wie waarop aanspreekbaar is. Het is evident dat afspraken moeten worden nagekomen om de doelstellingen in deze brief te halen.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
Beheer en bedrijfsvoering bij Defensie - Bijlage (quickscan)
(ministerie van Defensie, 14 februari 2013)
woensdag 24 oktober 2012
Algemene Rekenkamer: Uitstapkosten Joint Strike Fighter
Het kabinet heeft destijds voor toetreden tot het JSF-programma gekozen op basis van de toenmalige uitgangspunten voor inzet van de luchtmacht. Uit ons onderzoek blijkt dat twee van de drie opties (optie 1 en 3) de minister van Defensie dwingen tot ingrijpende beslissingen over de samenstelling en uitrusting van de Koninklijke Luchtmacht en wellicht over ook andere onderdelen van de krijgsmacht.
Zulke beslissingen hebben naar verwachting invloed op de functionaliteit van de Nederlandse defensie. De spanning tussen budget, capaciteit en ambitie plaatst de minister voor de noodzaak om de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht of mogelijk van meer defensieonderdelen te heroverwegen, ook in NAVO-verband, bijvoorbeeld in de vorm van intensievere operationele samenwerking met andere landen, dan wel de budgettaire uitgangspunten te herzien.
Optie 1
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid levert de luchtmacht een toestel waarvan het Ministerie van Defensie de functionaliteit als veelbelovend ziet. Deze optie kent echter ook inherente risico’s op de aspecten tijd en geld.
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid loopt voorts vast op een gebrek aan financiële ruimte voor de vervanging van de F-16. Deze ruimte, momenteel nog € 4,05 miljard, is onvoldoende voor 85 toestellen, en eveneens voor 68 toestellen. Ook een lager aantal jachtvliegtuigen dwingt de Koninklijke Luchtmacht tot andere uitgangspunten voor de operationele inzet.
Optie 2
Terugtrekken uit de testfase (IOT&E) achten we een niet voor de hand liggende optie omdat dit voor de Staat per saldo alleen nadelen oplevert, zowel op functioneel gebied, als in tijd en geld.
Optie 3
Een keuze voor terugtrekken uit het JSF-programma en aankoop van een ander toestel ‘van de plank’ is vanwege de gevolgen op de aspecten functionaliteit, tijd en geld alleen rationeel te maken als daarbij de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht heroverwogen worden.
Aanbevelingen
Wij bevelen aan om onze bevindingen en conclusies op de drie beleidsopties bij de overwegingen rond de JSF mee te nemen. Zolang de minister met de beschikbare middelen veel minder JSF’s kan kopen, zien wij de noodzaak dat de minister de ambitie van de luchtmacht heroverweegt. Dat leidt wellicht tot nieuwe inzichten in de door Nederland verlangde capaciteiten van het toestel dat de F-16 zal vervangen, in het benodigd aantal ervan en in de mogelijkheden voor internationale operationele samenwerking van de luchtmacht.
Volledig rapport Rekenkamer
(Algemene Rekenkamer, 24 oktober 2012)
Zulke beslissingen hebben naar verwachting invloed op de functionaliteit van de Nederlandse defensie. De spanning tussen budget, capaciteit en ambitie plaatst de minister voor de noodzaak om de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht of mogelijk van meer defensieonderdelen te heroverwegen, ook in NAVO-verband, bijvoorbeeld in de vorm van intensievere operationele samenwerking met andere landen, dan wel de budgettaire uitgangspunten te herzien.
Optie 1
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid levert de luchtmacht een toestel waarvan het Ministerie van Defensie de functionaliteit als veelbelovend ziet. Deze optie kent echter ook inherente risico’s op de aspecten tijd en geld.
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid loopt voorts vast op een gebrek aan financiële ruimte voor de vervanging van de F-16. Deze ruimte, momenteel nog € 4,05 miljard, is onvoldoende voor 85 toestellen, en eveneens voor 68 toestellen. Ook een lager aantal jachtvliegtuigen dwingt de Koninklijke Luchtmacht tot andere uitgangspunten voor de operationele inzet.
Optie 2
Terugtrekken uit de testfase (IOT&E) achten we een niet voor de hand liggende optie omdat dit voor de Staat per saldo alleen nadelen oplevert, zowel op functioneel gebied, als in tijd en geld.
Optie 3
Een keuze voor terugtrekken uit het JSF-programma en aankoop van een ander toestel ‘van de plank’ is vanwege de gevolgen op de aspecten functionaliteit, tijd en geld alleen rationeel te maken als daarbij de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht heroverwogen worden.
Aanbevelingen
Wij bevelen aan om onze bevindingen en conclusies op de drie beleidsopties bij de overwegingen rond de JSF mee te nemen. Zolang de minister met de beschikbare middelen veel minder JSF’s kan kopen, zien wij de noodzaak dat de minister de ambitie van de luchtmacht heroverweegt. Dat leidt wellicht tot nieuwe inzichten in de door Nederland verlangde capaciteiten van het toestel dat de F-16 zal vervangen, in het benodigd aantal ervan en in de mogelijkheden voor internationale operationele samenwerking van de luchtmacht.
Volledig rapport Rekenkamer
(Algemene Rekenkamer, 24 oktober 2012)
vrijdag 21 september 2012
Zelfs de NAVO is blut
Door Sophie Verschoor
Met de financiën van de NAVO zit het alles behalve snor. De investeringen in defensie liggen op hun gat en de financiële administratie is een puinhoop. Dat blijkt uit een brief van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer.
Geen flauw benul
"Het jaarverslag over 2011 geeft een zorgelijk beeld van de financiën", zo is te lezen. Ook administratief is het bij de NAVO een gigantische bende vindt IBAN, de interne onderzoeksorganisatie van de club. "Daardoor komen een hoop grote investeringsprojecten voor bijvoorbeeld militaire bases, pijplijnen en waarschuwings- en communicatiesystemen niet van de grond." Want is er wel geld voor? De NAVO heeft eigenlijk geen flauw benul.
Tijdig bijsturen
Volgens de Rekenkamer is het zelfs zo erg dat het kostenplaatje van honderden afgeronde projecten nog niet eens rond is. Die projecten heeft de NAVO minstens 3 miljard gekost, maar naar de exacte cijfers blijft het gissen. Zo wordt het dus bijna onmogelijk om tijdig bij te sturen als het financieel echt mis zou gaan.
Effectiever
"Een hoop landen bezuinigen op de defensie-uitgaven. Juist nu is een goed inzicht in de financiën van groot belang om de NAVO efficiënter en effectiever te maken." In de brief doet de Algemene Rekenkamer alvast een paar suggesties aan de Kamer. Die praat waarschijnlijk begin oktober met de minister van Defensie, vlak voor het ministerieel overleg van de NAVO-bondgenoten op 9 en 10 oktober.
Bijbehorend document: Controle van NAVO-uitgaven.
(BNR, 21 september 2012)
Met de financiën van de NAVO zit het alles behalve snor. De investeringen in defensie liggen op hun gat en de financiële administratie is een puinhoop. Dat blijkt uit een brief van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer.
Geen flauw benul
"Het jaarverslag over 2011 geeft een zorgelijk beeld van de financiën", zo is te lezen. Ook administratief is het bij de NAVO een gigantische bende vindt IBAN, de interne onderzoeksorganisatie van de club. "Daardoor komen een hoop grote investeringsprojecten voor bijvoorbeeld militaire bases, pijplijnen en waarschuwings- en communicatiesystemen niet van de grond." Want is er wel geld voor? De NAVO heeft eigenlijk geen flauw benul.
Tijdig bijsturen
Volgens de Rekenkamer is het zelfs zo erg dat het kostenplaatje van honderden afgeronde projecten nog niet eens rond is. Die projecten heeft de NAVO minstens 3 miljard gekost, maar naar de exacte cijfers blijft het gissen. Zo wordt het dus bijna onmogelijk om tijdig bij te sturen als het financieel echt mis zou gaan.
Effectiever
"Een hoop landen bezuinigen op de defensie-uitgaven. Juist nu is een goed inzicht in de financiën van groot belang om de NAVO efficiënter en effectiever te maken." In de brief doet de Algemene Rekenkamer alvast een paar suggesties aan de Kamer. Die praat waarschijnlijk begin oktober met de minister van Defensie, vlak voor het ministerieel overleg van de NAVO-bondgenoten op 9 en 10 oktober.
Bijbehorend document: Controle van NAVO-uitgaven.
(BNR, 21 september 2012)
dinsdag 21 augustus 2012
Onderzoek naar uitstapkosten JSF-project
De Algemene Rekenkamer heeft op dinsdag 21 augustus 2012 besloten onderzoek uit te voeren naar de kosten voor Nederland van het stoppen van deelname aan het militaire ontwikkelingsproject Joint Strike Fighter (JSF) van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin.
De minister van Defensie heeft de Algemene Rekenkamer om dit onderzoek verzocht. Aanleiding voor dit verzoek is de uitkomst van een debat in de Tweede Kamer op 5 juli j.l. waarbij een Kamermeerderheid voor een motie heeft gestemd waarin de regering verzocht wordt alle noodzakelijke stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen. De minister vraagt de Algemene Rekenkamer nu om de kosten in kaart te brengen, in afwachting van mogelijke vervolgstappen.
Nederland heeft sinds 2002 diverse samenwerkingsafspraken met de Amerikanen gemaakt over de ontwikkeling van dit nieuwe jachtvliegtuig (ook wel F-35 genoemd), ook in financiële zin.
De Algemene Rekenkamer verwacht op 25 oktober a.s. het rapport te kunnen publiceren waarin ingegaan wordt op de al gedane uitgaven en aangegane verplichtingen door Nederland voor dit militaire doel. Ook de kosten die Nederland nog moet maken en de varianten die hierbij een rol spelen om de huidige F-16-jachtvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht te vervangen worden in dit onderzoek betrokken. De financiële gevolgen van het uitstappen uit het test- en ontwikkelingsprogramma voor de JSF en het opzeggen van alle samenwerkingsovereenkomsten zullen worden belicht. Ook de gevolgen voor het langer doorvliegen met de huidige F-16-toestellen zal worden beschreven.
In het laatste monitorrapport over de JSF van 3 april j.l. heeft de Algemene Rekenkamer al gewezen op de relatie tussen ontwikkelingen met de JSF en de huidige luchtvloot.
De Algemene Rekenkamer monitort al geruime tijd de ontwikkelingen rond de grootste investering van de Nederlandse krijgsmacht - het vervangen van de F-16’s - en rapporteert sinds 2005 daar jaarlijks over aan de Tweede Kamer en de minister van Defensie. In februari 2009 heeft de Algemene Rekenkamer bij de minister van Defensie aangedrongen op het informeren van het parlement over eventuele uitstapkosten vanwege het JSF-project. Toen heeft de Algemene Rekenkamer een eerste berekening gepubliceerd over de mogelijke uitstapkosten.
De gevolgen voor de werkgelegenheid in Nederland worden niet betrokken in het nieuwe Rekenkameronderzoek. Hiervoor zal de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een apart onderzoek door een andere organisatie laten maken.
Meer informatie over vervanging F-16 en betrokkenheid van Nederland bij het project JSF is te vinden in het webdossier.
(Algemene Rekenkamer, 21 augustus 2012)
De minister van Defensie heeft de Algemene Rekenkamer om dit onderzoek verzocht. Aanleiding voor dit verzoek is de uitkomst van een debat in de Tweede Kamer op 5 juli j.l. waarbij een Kamermeerderheid voor een motie heeft gestemd waarin de regering verzocht wordt alle noodzakelijke stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen. De minister vraagt de Algemene Rekenkamer nu om de kosten in kaart te brengen, in afwachting van mogelijke vervolgstappen.
![]() |
| 1ste Nederlandse F-35 testtoestel (foto: min. van Defensie) |
Nederland heeft sinds 2002 diverse samenwerkingsafspraken met de Amerikanen gemaakt over de ontwikkeling van dit nieuwe jachtvliegtuig (ook wel F-35 genoemd), ook in financiële zin.
De Algemene Rekenkamer verwacht op 25 oktober a.s. het rapport te kunnen publiceren waarin ingegaan wordt op de al gedane uitgaven en aangegane verplichtingen door Nederland voor dit militaire doel. Ook de kosten die Nederland nog moet maken en de varianten die hierbij een rol spelen om de huidige F-16-jachtvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht te vervangen worden in dit onderzoek betrokken. De financiële gevolgen van het uitstappen uit het test- en ontwikkelingsprogramma voor de JSF en het opzeggen van alle samenwerkingsovereenkomsten zullen worden belicht. Ook de gevolgen voor het langer doorvliegen met de huidige F-16-toestellen zal worden beschreven.
In het laatste monitorrapport over de JSF van 3 april j.l. heeft de Algemene Rekenkamer al gewezen op de relatie tussen ontwikkelingen met de JSF en de huidige luchtvloot.
De Algemene Rekenkamer monitort al geruime tijd de ontwikkelingen rond de grootste investering van de Nederlandse krijgsmacht - het vervangen van de F-16’s - en rapporteert sinds 2005 daar jaarlijks over aan de Tweede Kamer en de minister van Defensie. In februari 2009 heeft de Algemene Rekenkamer bij de minister van Defensie aangedrongen op het informeren van het parlement over eventuele uitstapkosten vanwege het JSF-project. Toen heeft de Algemene Rekenkamer een eerste berekening gepubliceerd over de mogelijke uitstapkosten.
De gevolgen voor de werkgelegenheid in Nederland worden niet betrokken in het nieuwe Rekenkameronderzoek. Hiervoor zal de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een apart onderzoek door een andere organisatie laten maken.
Meer informatie over vervanging F-16 en betrokkenheid van Nederland bij het project JSF is te vinden in het webdossier.
(Algemene Rekenkamer, 21 augustus 2012)
woensdag 4 april 2012
F-16 langer in de lucht leidt tot hogere kosten
De krijgsmacht heeft een te krap budget om de eigen ambities met de F-16 waar te kunnen maken. Dit schrijft de Algemene Rekenkamer in haar gisteren verschenen rapport ´Monitoring vervanging F-16’.
In de Beleidsbrief van vorig jaar april liet minister Hillen de Kamer al weten dat er € 300 miljoen extra aan investeringen nodig is om de bestaande F-16’s naar een acceptabel inzetbaar niveau te brengen om er 3 jaar langer mee door te vliegen. Dit is een gevolg van het regeerakkoord om deze kabinetsperiode geen besluit te nemen over een vervanger.
De extra kosten kunnen volgens de rekenkamer nog verder oplopen zolang niet duidelijk is wanneer vervangende jachtvliegtuigen wél beschikbaar komen. Volgens Hillen betekent langer doorvliegen met de F-16 een stijgende onderhoudswerklast. Door de grotere behoefte aan reparaties nemen de exploitatiekosten toe.
Verweven projecten
Nederland investeert momenteel zowel in de verouderde F-16’s als in de nieuwe F-35. Beide typen zijn zowel in financieel als in operationeel opzicht met elkaar verweven. Om deze samenhang duidelijk te maken, zou de minister van Defensie informatie van de 2 projecten integraal aan de Tweede Kamer moeten aanbieden, meent de Algemene Rekenkamer.
Hillen: “Het is belangrijk dat de Algemene Rekenkamer dit project goed en kritisch volgt en dat zij constateert dat de informatievoorziening aan het Parlement correct is. De aanbevelingen, bijvoorbeeld om meer samenhang in de presentatie van deze informatie te brengen, neem ik zoveel als mogelijk over. Daarnaast heb ik met de Algemene Rekenkamer mijn zorg gedeeld over de vele verschillende cijfers die wereldwijd circuleren rond het F-35 project. Deze cijfers zijn onderling vaak onvergelijkbaar omdat zowel de partnerlanden als hun rekenkamers uitgaan van de voor hun specifieke situatie en eigen rekenmethodes hanteren. Zo rekent het ene land met een ander prijspeil, of neemt een ander type F-35 af. Dit draagt niet bij aan een feitelijk en juist beeld rond dit toch al ingewikkelde onderwerp. De Rekenkamer en Defensie gaan nu samen kijken naar een manier om de Nederlandse informatie rond het F-35 project eenduidig te presenteren.
68 F-16’s
Het Ministerie van Defensie kocht 213 F-16’s in de periode 1979 tot 1992. Door het verlies van 33 stuks en verkoop na bijgestelde ambities, waren er begin vorig jaar nog 87. Vanwege de bezuinigingen stoot Defensie nu nóg eens 19 F-16’s af. Ook is het aantal vliegers al teruggebracht naar 68 en maken de F-16’s per jaar minder vlieguren.
Kandidaat opvolger
Het Ministerie van Defensie neemt echter sinds 2002 wel deel aan de ontwikkeling en productie van de Lockheed Martin F-35. Dit toestel wordt gezien als kandidaat om verschillende verouderende jachttoestellen van de Verenigde Staten en enkele van haar bondgenoten te vervangen.
(ministerie van Defensie, 4 april 2012)
Bestuurlijke reactie conceptrapport Monitoringsonderzoek 2011 project Vervanging F-16, d.d. 14 maart 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)
