Posts tonen met het label JSF. Alle posts tonen
Posts tonen met het label JSF. Alle posts tonen

dinsdag 14 januari 2014

Kabinet sluit nucleaire taak F-35 niet uit

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Het kabinet heeft kennis genomen van de motie-Van Dijk (Kamerstuk 33 763, nr. 14) die op 6 november jl. is ingediend naar aanleiding van het overleg over de Nota “In het belang van Nederland”. Met deze brief wil het kabinet graag reageren op het duidelijke signaal dat de Kamer met deze motie afgeeft en tevens, mede naar aanleiding van de behandeling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, enige aanvullende informatie geven op de beleidsbrief nucleaire ontwapening en non-proliferatie van 24 oktober jl. (Kamerstuk 33 783, nr.1).

In de motie-Van Dijk spreekt een Kamermeerderheid uit dat “de vervanger van de F-16 geen nucleaire taak mag hebben”. Het kabinet ziet in deze motie een aansporing om het Nederlandse beleid gericht op het terugdringen en uiteindelijk elimineren van alle nucleaire wapens- waaronder de niet-strategische nucleaire wapens in heel Europa – met kracht voort te zetten. In lijn hiermee is het kabinet het met uw Kamer eens dat de inzet van Nederland erop gericht moet zijn dat Nederland op het moment dat de opvolger van de F-16 aantreedt geen nucleaire taak meer zou hoeven te vervullen – omdat op dat moment de internationale omstandigheden en de afspraken binnen de NAVO dat hopelijk mogelijk maken. De volgorde binnen dit proces luistert evenwel nauw. Het kabinet is van mening dat het belangrijk is om éérst binnen het bondgenootschap overeenstemming te bereiken over de toekomstige nucleaire positionering van de NAVO – en zet daar ook op in – en dan op basis daarvan conclusies te trekken over de rol van individuele lidstaten daarin. Het kabinet constateert dat op dit terrein momenteel binnen de NAVO nog forse verschillen van mening bestaan. Het kabinet wil zich er voor inzetten deze verschillen de komende jaren te overbruggen en ziet de motie-Van Dijk als een aansporing daartoe.

Richtsnoer voor het kabinet op dit gebied is de beleidsbrief over nucleaire ontwapening en non-proliferatie (Kamerstuk 33 783, nr.1) van 24 oktober 2013. Hierin wordt benadrukt dat het beleid van Nederland gericht is op het bereiken van een wereld zonder kernwapens. De brief zet daarbij niet alleen uitvoerig uiteen op welke wijze  en in welke gremia Nederland dit doel probeert te bevorderen, maar schetst ook de dilemma’s waar het kabinet in dat streven tegenaan loopt. Eén van deze dilemma’s betreft de vraag hoe Nederland op constructieve wijze een aanjagende rol kan blijven spelen in de discussies binnen het bondgenootschap over bijvoorbeeld ontwapening en niet-strategische nucleaire wapens en tegelijkertijd een betrouwbare partner kan zijn in een militair bondgenootschap dat sinds decennia onze veiligheid garandeert. Binnenkort zal het kabinet over de beleidsbrief en de hierin vervatte doelstellingen en dilemma’s nader met u van gedachten wisselen.

Nederlandse inzet in NAVO-kader
Zoals ook beklemtoond in de beleidsbrief, zal Nederland in de NAVO nadrukkelijk aandacht blijven vragen voor ontwapening, wapenbeheersing en non-proliferatie. Zo heeft de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de laatste NAVO-ministeriële van 3 en 4 december jl. gepleit voor de bespreking van het onderwerp wapenbeheersing tijdens en in aanloop naar de NAVO-top van september 2014. Dit geldt zowel voor conventionele als nucleaire wapens, met bijzondere aandacht voor de niet-strategische nucleaire wapens in Europa

De NAVO steunt het streven naar een kernwapenvrije wereld. Zoals in de beleidsbrief  beschreven, heeft de NAVO tijdens de Chicago-top in 2012 in haar Deterrence and Defence Posture Review (DDPR) ook duidelijk gemaakt dat nucleaire wapens een elementair onderdeel zijn van de capaciteiten van de NAVO en dat zolang kernwapens bestaan de NAVO een nucleaire alliantie zal blijven.

De bondgenoten bevestigden in de DDPR dat de NAVO de afschrikkings- en verdedigingscapaciteiten in stand zal houden die nodig zijn ter verzekering van de veiligheid van de leden van het bondgenootschap in een onvoorspelbare wereld. Tegelijkertijd zal de NAVO haar strategie, inclusief de capaciteiten en andere maatregelen die nodig zijn voor afschrikking en defensie, blijven aanpassen aan de ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving. Besluiten hierover worden, zoals altijd in de NAVO, bij consensus genomen.

Het kabinet is van mening dat met de DDPR een goede balans is gevonden tussen capaciteiten en dreigingen. Het steunt het voornemen de nucleaire strategie regelmatig aan te passen aan de omstandigheden. Bij toekomstige besprekingen hierover in de NAVO zal het kabinet, naast overwegingen van nationale en internationale veiligheid en stabiliteit, het streven naar ontwapening zwaar laten meewegen. Het streven naar een kernwapenvrije wereld betekent immers ook verwijdering van alle niet-strategische kernwapens uit Europa. Daarbij is het van belang te constateren dat sinds het einde van de Koude Oorlog de rol van niet-strategische kernwapens in de NAVO drastisch is veranderd en dat deze wapens daarmee in een ander daglicht zijn komen te staan. Daar staat tegenover dat de Russische militaire doctrine nog steeds het gebruik van deze wapens – zelfs vroeg in een conventioneel conflict – niet uitsluit. Mede hierom ontbreekt aan Russische zijde op dit moment de belangstelling voor onderhandelingen over de vermindering van niet-strategische kernwapens. Voorts geeft Rusland bij herhaling te kennen alleen over nucleaire ontwapening te willen spreken in samenhang met conventionele ontwapening en de stopzetting van de ontwikkeling van het afweersysteem van de NAVO tegen ballistische raketten.

Het kabinet is van mening dat gesproken dient te worden over het verder terugdringen van de rol van kernwapens in militaire doctrines. Zoals beschreven in de beleidsbrief was Nederland mede daarom eind juni 2013 gastheer van een NATO – Russia Council Seminar on Nuclear Doctrine and Strategy. Hiermee onderstreept het kabinet het belang dat het aan dit onderwerp hecht. Het illustreert ook het belang dat Nederland, als bruggenbouwer, hecht aan het vergroten van transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen in het kader van de samenwerking tussen de NAVO en de Russische Federatie.

De NAVO-kernwapentaak en de aanwezigheid van Amerikaanse niet-strategische kernwapens in Europa belichamen voor NAVO-bondgenoten de essentiële politieke en symbolische verbondenheid tussen Europa en de Verenigde Staten. Een aantal bondgenoten hecht bovendien onverminderd aan de aanwezigheid van deze wapens als tegenwicht tegen een door hen gepercipieerde Russische dreiging.

Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen. Het zal echter nog geruime tijd duren, zeker tot 2024, voordat de F-16 niet meer in gebruik is. Hoe het geheel van afschrikkings- en defensiecapaciteiten van de NAVO er dan uitziet, is nu niet te voorspellen. Wel staat vast dat het thema tot die tijd regelmatig onderwerp van discussie zal zijn in het bondgenootschap. Nederland wil in deze discussie een actieve rol blijven spelen. Mede tegen deze achtergrond is het kabinet geen voorstander van eenzijdige besluiten. Dat zou niet passen bij onze bondgenootschappelijke verplichtingen en afbreuk doen aan de geloofwaardigheid en de positie van Nederland in de discussies over de NAVO-strategie, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de Russische opstelling op nucleair gebied.

Zoals tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken ter sprake kwam, zijn er NAVO-afspraken over wat publiekelijk kan worden meegedeeld over de kernwapentaken, inclusief die van Nederland. De basisafspraken dateren van 1964 en de laatste herziening van 2007. In overeenstemming met de afspraken kan worden bevestigd dat Amerikaanse nucleaire wapens aanwezig zijn op het Europese grondgebied van de NAVO. Er kunnen evenwel geen mededelingen worden gedaan over aantallen en specifieke locaties.

Tegen deze achtergrond kan het kabinet zich niet op voorhand vastleggen op een standpunt zoals uitgesproken in de motie. Het kabinet zal wel, aangemoedigd door de motie, het Nederlandse beleid, gericht op algehele kernontwapening, inclusief de verwijdering van de niet-strategische kernwapens uit Europa, vastberaden voortzetten. Het kabinet zal zich hiervoor inzetten in de discussies over toekomstige NAVO-capaciteiten en in de voorbereiding op de komende NAVO-top in september 2014. Over de voortgang van de besprekingen binnen de NAVO zal het kabinet uw Kamer informeren.


DE MINISTER VAN DEFENSIE               DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert                                Frans Timmermans

(Tweede Kamer, 14 januari 2014)

woensdag 18 december 2013

Eerste vlucht Nederlandse piloot met Nederlandse F-35

(

Piloot: majoor Laurens Jan Vijge

De CDS blikt terug op 2013: "het was stormachtig"

tekst André Twigt

Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp typeert 2013 als ‘het jaar van de man met de hamer’. Natuurlijk waren er de kroning, de verjaardagen van marine en luchtmacht én de start van de viering van 200 jaar Koninkrijk. Feestelijke happenings waarbij de krijgsmacht prima uit de verf kwam. Ook was het besluit de F-35 aan te schaffen als opvolger van de F-16 een historische mijlpaal. Maar er vielen ook harde klappen. “Honderden loyale, hardwerkende collega’ s verloren dit jaar hun baan. Op de begroting leverde Defensie weer miljoenen in. “Maar er gloort voorzichtig perspectief. Met de nota In het belang van Nederland is de lat op haalbare hoogte gelegd. En we doen geen consessies aan kwaliteit.”

Op zijn kamer aan het Haagse Plein trapt Middendorp zijn terugblik af met de nare WUL-discussie. Doordat die stroef verliep, kwam voor alle werknemers enkele maanden later dan gepland duidelijkheid of er voor hen nog plek in de organisatie was. De generaal betreurt dat. Gevolgd door: “Lichtpuntje is dat het aantal gedwongen ontslagen lager uitpakte.” De huidige uitvoering van de reorganisatie is volgens Middendorp ingrijpend. Maar: “We slaan ons er doorheen, we kunnen niet anders. We zijn dit jaar door een diep dal gegaan waar we uit moeten klimmen.” Met zijn wekelijkse werkbezoeken aan de eenheden ‘te velde’ houdt de hoogste baas telkens de vinger aan de pols van de organisatie: “Hoe staan jullie in de wedstrijd?” 2013 gaat volgens de Commandant der Strijdkrachten (CDS) de geschiedenis in als een jaar van dieptepunten, maar ook van duidelijkheid.

Zo laat de nota ‘In het belang van Nederland‘ geen misverstanden bestaan over de ambities voor de komende jaren. In plaats van twee grote missies per krijgsmachtdeel, is dat nu één. Een forse stap terug. Lichtpuntje is dat ambities zo haalbaar en betaalbaar worden. Dat vormde tot voor kort een terugkerend probleem. Bijstelling van de ambities zorgt voor een betere balans tussen de beschikbare capaciteiten (mens/materieel, red.) en de instandhouding daarvan. Zo gaat er voortaan stuctureel vijftig miljoen euro naar onderhoud van de spullen. Voor wie met materieel werkt, biedt dat perspectief, verwacht Middendorp. “Het zal even duren, maar we creëren zo betere randvoorwaarden voor onze missies. Denk aan de structurele tekorten aan reservedelen. Die vormen al langer een bedreiging voor de gereedstelling en inzet.”

Omslag
Gelukkig is de generaal met de aanschaf van 37 F-35’s. Het vraagstuk over de vervanging van de F-16 lag al tien jaar op tafel en werd omgeven door grote politieke beladenheid. Het kabinet pakte door. Tot groot genoegen werd ook een deel van de maatregelen met het Herfstakkoord teruggedraaid. Die zachte bries in de rug vindt Middendorp bemoedigend. Sterker, hij herkent er de voortekenen van een politieke omslag in. “Binnen het parlement groeit het besef dat het defensie-budget meer in balans moet zijn met dat van onze internationale partners. De motie om het budget in lijn te brengen met de internationale veiligheidsstrategie en de afgesproken internationale verplichtingen (vorige week in de Eerste Kamer aan de orde gesteld, red.) geeft hoop.

Al met al is het sommetje van deze ontwikkeling dat we voor alle krijgsmachtdelen de stip op de horizon hebben gezet. Dat geeft focus, biedt duidelijkheid en schept een zekere energie. Ik hoop die lijn te bestendigen. Voor de goede orde: Defensie soupeert slechts één procent op van het Bruto Nationaal Product. Daarvoor haal je de hele verzekeringspolis van de NAVO binnen.”

Patriots
Temidden van alle turbulentie draait de tent tijdens de grote verbouwing gewoon door. Zo neemt Defensie momenteel deel aan zeventien missies en ook de nationale inzet groeide dit jaar. Middendorp: “Dat is verrekte goed werk.” Er is dit jaar sowieso goed werk geleverd. Zo rondden we onlangs de missie in Kunduz af, drie schepen namen deel aan de antipiraterijmissie voor de kust van Somalie, de Patriots beschermden miljoenenstad Adana en blijven dat ook in 2014 doen. En al wordt Defensie volgens Middendorp gestaag kleiner, militair werk blijft nodig.

In Mali verzorgt de krijgsmacht het leeuwendeel van alle intel- en analysecapaciteit. Daarmee deden de operationele commando’s in Afghanistan veel ervaring op. Middendorp: “We verzorgen situational awareness zodat de commandant de juiste beslissingen kan nemen. Ik ben zelf ook missiecommandant geweest en weet dat alles met deze belangrijke voorwaarde valt en staat.”

Blij is de generaal met de brede steun van de politiek voor missie Mali. Dat mag ook wel, want voor ons land speelt een direct belang. Na de recente Franse interventie is de macht van de terrorististische groeperingen in het gebied weliswaar ingeperkt, maar ze zijn nog steeds actief. “Wat je niet wilt, is dat die lui voet aan de grond krijgen. Dat gevaar is zeer reëel; in Mali spelen sterke krachten. Zo zie je de relatief onschuldige smokkel - van oudsher in handen van met name de Touareg-stam - verworden tot georganiseerde criminaliteit; drugs en wapens. Roepen we die gang van zaken geen halt toe, dan ligt dat spul straks ook bij ons op straat. Dat mag niet gebeuren.”

Hersenen
Zoals de kaarten nu zijn geschud, gaat Defensie voor ten minste twee jaar naar Mali. Doelstelling: door een inlichtingenstructuur aan te brengen, stellen we de VN in staat de missie uit te voeren. Zoals gezegd, doen onze mannen en vrouwen dat middels inlichtingengestuurd werken. Binnen de VN is dat een ondergeschoven kindje, vertelt Middendorp. Hoe dan ook treedt Nederland niet alleen op als ogen en oren van de force commander, maar ook een beetje als zijn hersenen. “Zo wordt alle informatie verwerkt tot een beeld van wat er aan de hand is.” Special Forces en Apache-gevechtsheli’s vormen de kern van de bijdrage. En wat willen we daarmee bereiken? “Onder meer de force commander in staat stellen een beeld op te bouwen in het zwaartepunt van de missie. Maar ook helder krijgen hoe de machtsverhoudingen en de lokale dynamiek in elkaar steken. Sowieso focussen we ons op de onderliggende oorzaken van het conflict. Daarnaast zijn Apaches nuttig voor bescherming.”

Nuttig
Nut en noodzaak van de missie is op het Binnenhof geen discussie. Maar daarmee is het laatste woord nog niet gevallen. Volgens een enquête deze week ziet de helft van alle Nederlanders ‘operatie Mali’ niet zitten. Middendorp: “We moeten blijven uitleggen wat we daar precies doen en vooral ook waarom. Alleen dan bouwen we draagvlak op.” Gelukkig heeft de CDS het politieke tij mee. In de technische briefing verzekerde hij onlangs lering te hebben getrokken uit eerdere uitzendingen. Zodoende ligt er nu een robuust mandaat. Dat zie je af aan de uitrusting van de eenheden. “Daarmee wil je geen ruzie. We zoeken het niet op, maar eventueel delen we een flinke klap uit.” Met de inbedding in de VN-organisatie kan de generaal goed leven. Zo vallen de missieleden rechtstreeks onder de force commander en de hoogste inlichtingenman is een Nederlander. “Daarmee stellen we zeker dat men goed met onze eenheden omgaat. Maar het wordt zeker geen makkelijke missie. Terrein en het klimaat zijn extreem zwaar. En het blijft een crisigebied. Het gevaar ligt op de loer.”

In zijn terugblik presenteert Middendorp voor 2014 alvast enkele speerpunten. Zo staan naast het borgen van de 3D-benadering tijdens missies ook vernieuwing en samenwerken op de agenda. “Als de krijgsmacht niet meegroeit, gaat’ie achteruit. Dat geldt voor materieel en de techniek. Maar eveneens voor de adaptiviteit van het personeel.” Nederland loopt op het gebied van samenwerking binnen de NAVO voorop. ”Samenwerken is een absolute must, geen keuze”, stelt Middendorp. “We gaan meer integreren als een volgende stap op dat gebied.”

Als laatste benadrukt de generaal veel waarde te hechten aan personeelszorg. “Met Defensie maken we moeilijke tijden door en veel collega’s verlaten noodgedwongen de organisatie. Dat is pijnlijk en verdrietig. Het is goed bij hen stil te staan, maar we moeten vooruit. Ons werk is belangrijk voor Nederland.”

(Defensiekrant 28, 18 december 2013)

donderdag 7 november 2013

Notaoverleg Defensie in het teken van de F-35

In de Vaste Commissie voor Defensie tekende zich gisteravond laat een meerderheid voor de aanschaf van tenminste 37 toestellen af. Het ruim 13 uur durende debat met de bewindslieden Dijsselbloem, Kamp en Hennis-Plasschaert over de toekomstplannen voor de krijgsmacht ging vooral over de F-35. Het debat bood coalitiepartij PvdA voldoende garanties om zich, naast de VVD, CDA, ChristenUnie en SGP, te laten overtuigen.

Minister Hennis maakte het kabinetsbesluit voor de F-35 onlangs bekend in de nota ‘In het belang van Nederland’. “Met de keuze voor de F-35 kiest Defensie weloverwogen voor een technisch hoogwaardige en toekomstgerichte luchtmacht. Het toestel beidt in militair- operationeel perspectief de meeste opties.” Maar voor een definitief besluit is een Kamermeerderheid nodig. Die tekende zich gisteravond laat af. “Dit is een mooie dag voor de luchtmacht, voor de krijgsmacht en voor Nederland”, zo zei Hennis aan het einde van het debat. “Eindelijk duidelijkheid voor het personeel van Defensie, duidelijkheid voor onze internationale partners.”

Speciale vertegenwoordiger
Minister Henk Kamp van Economische Zaken maakte bekend dat het kabinet een speciale vertegenwoordiger voor het bedrijfsleven aanstelt. Deze gaat de Nederlandse industrie helpen bij het verwerven van opdrachten in het project. Volgens Kamp kan Nederland tijdens de productie van het toestel tot 2045 voor € 8 miljard tot € 10 miljard aan opdrachten binnenhalen.

Ontwikkelingsprijs
De risico’s zijn volgens minister Hennis te overzien. Ze is er van overtuigd dat binnen het budget van € 4,5 miljard alle 37 toestellen kunnen worden gekocht. “We hanteren een risicoreservering van 10% en de aanschafprijs van de toestellen gaat de komende jaren naar onze verwachting  nog omlaag.” Vliegtuigbouwer Lockheed-Martin levert in 2019 het eerste Nederlandse toestel, het laatste 5 jaar later.

Van Ghentkazerne
Behalve de F-35 kwamen ook het Joint Support Ship Karel Doorman, het voortbestaan van 45 Pantserinfanteriebataljon en het openblijven van de kazerne in Assen ter sprake. Een aantal fracties heeft de minister ook gevraagd naar mogelijkheden te kijken om de Van Ghentkazerne in Rotterdam open te houden. “Ik ben daarover in gesprek met de gemeente”, liet Hennis weten.

De Kamer gaf aan tijdens de begrotingsbehandeling van komende week nog verder te willen spreken over een aantal andere onderwerpen uit de Nota. Na de begrotingsbehandeling stemt de Kamer over de ingediende moties.

(ministerie van Defensie, 7 november 2013)

vrijdag 11 oktober 2013

Kamerbrief: Gebruik Nederlandse F-35 testtoestellen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 09 oktober 2013
Betreft Gebruik Nederlandse testtoestellen

In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik u onder andere geïnformeerd over de opties voor het gebruik van de twee Nederlandse F-35 testtoestellen in de komende jaren. Met mijn brief van 4 april jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 319) heb ik u laten weten dat de twee testtoestellen voorlopig worden gestald totdat er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de nota over de toekomst van de krijgsmacht.

Met het verschijnen van de nota over de toekomst van de krijgsmacht op 17 september jl. is gemeld dat het kabinet heeft besloten dat de F-35 de F-16 gaat vervangen. In het verlengde daarvan licht ik met deze brief toe hoe de twee testtoestellen in de komende jaren worden aangewend.

In overeenstemming met eerder genomen besluiten zal Nederland deelnemen aan de operationele testfase van het F-35 programma. Dit is in het regeerakkoord onderstreept. Deelneming aan de operationele testfase is van belang om het toestel operationeel te kunnen beproeven in samenhang met andere wapensystemen, waaronder Nederlandse. Deelneming is ook van belang voor een beheerste en veilige invoering van het wapensysteem en voor de opbouw van kennis en ervaring.

De operationele testfase waaraan Nederland zal deelnemen bestaat uit twee delen. In 2015 wordt begonnen met de operationele beproeving van de capaciteiten die met de Block 2 software zijn opgeleverd. Vanaf 2017 wordt daarop voortgebouwd met de operationele beproeving van de aanvullende capaciteiten die in Block 3 software beschikbaar komen. Het operationele testprogramma wordt eind 2018 voltooid, waarna in 2019 een eindrapportage volgt. Het Pentagon heeft deze planning inmiddels vastgesteld. De operationele testfase vangt daarmee later aan en beslaat een langere periode dan in 2008 nog werd voorzien. Dit maakt het voor Nederland mogelijk vanaf 2015 deel te nemen. Nederland kiest daarmee voor de optie om vanaf 2015 deel te nemen aan de operationele testfase. Dit was een van de opties zoals beschreven in de brief van

De operationele testfase is een doorlopend programma dat wordt afgewikkeld op grond van de kennis en ervaring die stapsgewijs worden opgebouwd. Het is om die reden van belang om vanaf het begin mee te doen en personeel tijdig op te leiden. Het betreft voor ons land ongeveer twintig onderhoudsmensen en vier vliegers. Het theoretische deel van de vliegeropleiding zal eind oktober aanvangen en de vliegers zullen in december opleidingsvluchten gaan maken. Het is van belang de opleiding niet langer uit te stellen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn ongeveer een jaar geleden al begonnen en voor het Nederlandse personeel resteert tot november 2014 niet meer dan een jaar. Daarna zullen het personeel en de vliegtuigen van de opleidingslocatie Eglin worden verplaatst naar vliegbasis Edwards. Daar worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de aanvang in januari 2015. De aanvang van de opleidingen eind deze maand vormt geen onomkeerbare stap. De opleidingen kunnen worden gestaakt mocht daartoe aanleiding zijn. Daarentegen leidt verder uitstel van de opleiding ertoe dat Nederlandse vliegers en onderhoudspersoneel niet het vereiste ervaringsniveau kunnen bereiken voordat de operationele testfase begint.

De kosten van de deelneming aan het Memorandum of Understanding inzake de operationele testfase zijn de Kamer eerder medegedeeld (in de vertrouwelijke bijlage bij Kamerstuk 26 488, nr. 65) en bedragen in het huidige prijspeil € 21,6 miljoen. De materiële exploitatiekosten - exclusief de kosten van munitieverbruik - van beide toestellen vanaf 2013 tot en met 2018 worden geraamd op € 52,6 miljoen. In dit bedrag zijn ook de kosten van de voorafgaande opleidingen opgenomen. Beide kostenposten zijn onderdeel van het projectbudget Vervanging F-16 en zijn ook opgenomen in de Ontwerpbegroting 2014 (Kamerstuk 33 750-X, nr. 1).

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 11 oktober 2013)

donderdag 19 september 2013

Algemene Rekenkamer: Validering nota 'In het belang van Nederland'

De Algemene Rekenkamer heeft op verzoek van de minister van Financiën onderzoek gedaan naar de visie op de krijgsmacht van de toekomst, zoals de minister van Defensie die heeft vervat in de nota ‘In het belang van Nederland’. We hebben gekeken naar de financiële onderbouwing van de in de nota beschreven maatregelen. Deze biedt volgens ons de best mogelijke financiële benadering met de op dit moment beschikbare gegevens voor besluitvorming over de gepresenteerde keuzes. De financiële onderbouwing biedt als raamwerk houvast, maar heeft per keuze beperkte houdbaarheid, die bovendien per keuze verschilt.

Conclusies

Financiële onzekerheid opvolger F-16 beter vertaald in budget

De financiële onzekerheid rond de keuze voor de opvolger van de F-16 is in de nota beter vertaald naar beschikbare budgetten dan tevoren. De financiële inpasbaarheid van de keuze om deze budgetten te gebruiken voor de aanschaf en exploitatie van 37 JSF-toestellen (inclusief de al gekochte twee testtoestellen) beschouwen we op basis van de op dit moment beschikbare gegevens als maximaal onderbouwd. Deze positieve ontwikkeling biedt echter geen zekerheid dat Defensie in staat zal zijn van jaar tot jaar alle uitgaven binnen die gegeven financiële ruimte te houden. Dit geldt zowel voor de aanschaf en exploitatie van de JSF als voor de nota als geheel.

De nota heeft de door de Algemene Rekenkamer al in 2009 gesignaleerde beperkingen in het keuzeproces van het toestel dat de F-16 opvolgt niet weggenomen.

Meevallers niet automatisch voor aanschaf meer JSF-toestellen
We vinden het een goede zaak dat in het budget voor vervanging van de F-16 een ruime risicoreservering wordt aangehouden. In de nota gaat de minister van Defensie ervan uit dat als meevallende kostenontwikkelingen tot vrijval hiervan leidt, deze middelen benut kunnen worden voor de aanschaf van meer JSF-toestellen. De constatering dat minder dan 37 toestellen kunnen worden gekocht, zou volgens de minister leiden tot een heroverweging van het hele project. Wij zijn van mening dat ook meevallers zouden moeten leiden tot een heroverweging, en niet automatisch tot meer toestellen.

Inzetbaarheid van de krijgsmacht
Om de krijgsmacht financieel en operationeel duurzaam te maken heeft de minister van Defensie de minister de inzetbaarheidsdoelstellingen verlaagd, en per krijgsmachtonderdeel maatregelen genomen om beter aan de nieuwe inzetbaarheidsdoelstellingen te kunnen voldoen. Ook wij vinden dat de ambities van de krijgsmacht en de mogelijkheden om die te realiseren dichter bij elkaar zijn gebracht. Maar volgens ons zijn ze nog niet in balans waardoor ook in de toekomst concessies gedaan zullen moeten worden aan de uitvoering van taken of aan de getraindheid van het personeel.

Bij het begin van het JSF-project ging het ministerie nog uit van de inzet van squadrons die samen meer dan 50 jachtvliegtuigen omvatten. De minister gaat er in haar nota van uit dat zij met 37 JSF’s – er zijn nu nog 68 F-16’s in gebruik – altijd vier jachtvliegtuigen beschikbaar heeft voor internationale missies. Haar inzetbaarheidsberekeningen zijn echter niet compleet. Niet alle trainingsuren zijn meegerekend en op andere aspecten zijn de berekeningen optimistisch. De inzet van vier jachtvliegtuigen zonder aantasting van training of andere taken is daarom twijfelachtig.

De inzetbaarheid van de krijgsmacht wordt vanwege de in de nota gemaakte keuzes op meer onderdelen beperkt.

Zo leidt minder training van Chinook-helikopter-bemanningen ook tot beperkingen voor de inzet van de luchtmobiele brigade van de landmacht.

Bij de keuze van de minister om het Joint Support Ship niet in gebruik te nemen, verlaagt de minister de ambities van de marine en bespaart zo exploitatielasten.

Het vastgoedvoorstel in de nota (onder meer nieuwbouw Vlissingen) ontbeert nog steeds een volwaardige business case gebaseerd op een stabiele en deugdelijke raming van de vastgoedbehoefte.

(Algemene Rekenkamer, 19 september 2013)

Volledig rapport Rekenkamer (.pdf, 6 mB)

woensdag 18 september 2013

Toespraak minister Hennis-Plasschaert over toekomst Defensie

 


Tekst toespraak:

Mannen en vrouwen van Defensie,

Vandaag heb ik, namens het kabinet, de nota over de toekomst van de krijgsmacht naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze nota geven we de strategische richting aan voor een toekomstbestendige krijgsmacht.

We maken ook keuzes. Keuzes die de opmaat zijn naar vernieuwing en innovatie. Keuzes om de financiële huishouding van Defensie op orde brengen. Keuzes die een einde maken aan jarenlange discussies.

U kent als geen ander de waarde van de krijgsmacht. Velen van u hebben meerdere uitzendingen gedraaid. Zich staande gehouden op het gevechtsveld. U hebt het gediend. In het belang van Nederland, in het belang van de internationale rechtsorde. En met u zeg ik: Defensie is geen luxe, maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart.

We weten allemaal, dat de financieel-economische problemen van ons land nog niet zijn opgelost. En hoewel er geen nieuwe gerichte bezuinigingen op Defensie zijn, worden we toch geraakt. Voor een deel is dat het gevolg van maatregelen waar iedereen, de hele overheid en dus ook Defensie, last van heeft. Maar het komt ook omdat ons eigen huishoudboekje niet op orde was. Kortom: ook de interne financiële tegenvallers, waarover ik al voor de zomer sprak, hebben we in deze nota moeten opvangen. Dit alles betekent dat we maatregelen hebben getroffen voor een bedrag van 348 miljoen euro.

In het belang van Nederland kiezen we voor een krijgsmacht die op alle geweldsniveaus kan opereren. Er is immers niet zoiets als een standaardrecept voor militaire inzet. Wel zal die inzet minder langdurig zijn. We kiezen nadrukkelijk voor samenwerken op alle niveaus. We kiezen voor investeren in vernieuwing. En ja, ook nemen we het noodzakelijke besluit voor de opvolging van de F-16. De F-35 is het toestel dat de meeste militaire mogelijkheden biedt. En ook voor onze vliegers het meest veilige toestel is. Deze aanschaf gaat niet ten koste van de andere krijgsmachtdelen.

Ik realiseer me heel goed dat de nota opnieuw ingrijpende maatregelen bevat. Opnieuw leveren we arbeidsplaatsen in. Opnieuw zetten we eenheden stil, stoten we materieel af en sluiten we kazernes. En dat gaat ook mij aan het hart. Aanvullende keuzes waren echter onontkoombaar. Maar let wel: alleen door nu richting te kiezen kunnen we inzetten op een krijgsmacht die ook in de toekomst militair relevant is. Een krijgsmacht die financieel op orde is.

Collega’s, na twee decennia van reorganisaties en hervormingen wordt het echt hoog tijd om weer vooruit te kunnen kijken. De herwaardering van Defensie door politiek en samenleving zal er de komende jaren toe doen. En dat is dan ook broodnodig. Want vrijheid en veiligheid, het is niet vanzelfsprekend. Het vereist permanente inspanning en een besef van een waarde van Defensie in de samenleving en in de politiek. In zal hier de komende jaren voor knokken. In het belang van u, in het belang van Defensie, in het belang van Nederland.

vrijdag 19 juli 2013

CDS: Nederland geeft nog maar 1% bbp uit aan Defensie

Nederland geeft nog maar 1% van het bruto binnenlands product uit aan defensie. Dat heeft de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, gezegd in een vraaggesprek met BNR. Eerdere percentages bedroegen 1,4 en 1,2. Volgens generaal Middendorp dreigt de samenwerking met andere partners binnen de NAVO in het gedrang te komen. De leden van het bondgenootschap hebben zich formeel verplicht om 2% bbp aan defensie te besteden.

Voor wat betreft de toekomst van defensie zei de CDS niet te willen tornen aan de kwaliteit van de krijgsmacht. Dat betekent automatisch dat hij voor een kwantitatieve vermindering moet pleiten. Na de zomer presenteert minister Jeanine Hennis-Plasschaert de Toekomstvisie van het kabinet op Defensie. De meeste aandacht in de publiciteit gaat tot nu toe uit naar een opvolger voor de F-16 jachtbommenwerper. Volgens de CDS is de keuze voor de F-35 (JSF) "geen gelopen race". Maar ook in dit verband benadrukte hij de noodzaak om te kiezen voor kwaliteit.

Klik hier voor het interview van BNR met generaal Middendorp en een begeleidend artikel.

(HdV, 19 juli 2013)

dinsdag 25 juni 2013

Hoofdlijnen toekomstnota naar Kamer

Om inzicht te geven in de voortgang van de Nota over de toekomst van de Krijgsmacht, heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de Tweede Kamer vandaag geïnformeerd over de hoofdlijnen van deze nota. Die vormt het kader voor de concrete maatregelen die zij vóór de begrotingsbehandeling in de nota presenteert.

In de brief aan de Kamer staat dat de krijgsmacht, gelet op de aanhoudend onzekere veiligheidssituatie in de wereld, onverminderd van groot belang blijft. Ook wordt gemeld dat Nederland in de toekomst een krijgsmacht nodig heeft, die inzetbaar is op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies.

De minister schrijft dat twee uitgangspunten ten grondslag liggen aan de Nota over de toekomst van de Krijgsmacht. Ten eerste moet de Nederlandse krijgsmacht, ook in de toekomst, zo goed mogelijk omgaan met diffuse dreigingen en risico's. Ten tweede moet de krijgsmacht niet alleen nu, maar ook op langere termijn betaalbaar zijn. Beide uitgangspunten worden met elkaar verenigd door zowel in operationeel als in financieel opzicht te streven naar duurzaamheid.

Vervanging F-16
De vervanging van de F-16 vraagt volgens Hennis om een zorgvuldige afweging. Het nieuwe jachtvliegtuig, dat weer zo’n veertig jaar dienst moet doen, is namelijk tevens van invloed op het politieke handelingsvermogen van toekomstige regeringen. De vervanging van de F-16 gaat in elk geval niet ten koste van andere capaciteiten van de krijgsmacht. Besloten is de vervanging volledig uit te voeren. Dit gebeurt binnen het, reeds door de vorige minister van Defensie, gereserveerde investeringsbudget van 4,5 miljard euro (uit te geven in een tijdsbestek van meer dan tien jaar) en het exploitatiebudget van de F-16 dat 270 miljoen euro per jaar bedraagt. Van verdringing binnen het defensiebudget, of een verhoging van het totale budget, is geen sprake.

Geen eenvoudige boodschap
Hoewel Defensie bij bezuinigingen in dit Regeerakkoord is ontzien, wordt zij wel geraakt. Denk aan het Lenteakkoord, de BTW-verhoging, rijksbrede taakstellingen en interne herschikkingen. Het vergt ingrepen die oplopen tot 333 miljoen euro per jaar in 2018. De Nota over de toekomst van de krijgsmacht gaat in op de benodigde maatregelen om deze problemen aan te pakken.

Minister Hennis zegt verder dat “het geen eenvoudige boodschap is.” Zij beseft dat er opnieuw een beroep wordt gedaan op het geduld en de loyaliteit van de defensiemedewerkers, militair en burger. “De inzet is een krijgsmacht die in zowel operationeel als financieel opzicht duurzaam is. Robuust, relevant en betaalbaar. Dit is ons aller belang."

Kamerbrief: Hoofdlijnen

(ministerie van Defensie, 25 juni 2013)

Kamerbrief: voortgang nota over de toekomst van de krijgsmacht

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
(ongedateerd, geen referentienr.)

Inleiding

Het regeerakkoord 'Bruggen slaan' van oktober 2012 maakt gewag van een nota over de toekomst van de krijgsmacht. Mede namens de betrokken ministers hebben wij reeds, en bij herhaling, gemeld dat de nota in ieder geval voorafgaand aan de behandeling van de defensiebegroting 2014 aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. De Tweede Kamer heeft aangegeven er prijs op te stellen om op de hoogte te worden gehouden van de voortgang van de nota. In aanloop naar de begroting voor 2014, en nu de Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) is verschenen, hechten wij eraan om de kaders van de nota, op hoofdlijnen, alvast nader te duiden.

Vertrekpunt

Het vertrekpunt van de nota over de toekomst van de krijgsmacht is de veiligheidsanalyse die berust op de uitkomsten van de interdepartementale Strategische Monitor. Deze monitor is, zoals bekend, het vervolg op het project Verkenningen uit 2010 en ligt tevens ten grondslag aan de Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Strategie Nationale Veiligheid (SNV) van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het spreekt vanzelf dat de nota goed aansluit bij genoemde documenten.

De strategische omgeving

De wereld is in beweging door verschuivende geopolitieke en economische machtsverhoudingen. Sterker nog, de belangrijkste constante in de internationale verhoudingen laat zich samenvatten onder de noemer ‘onzekerheid’. En die onzekerheid gaat gepaard met afnemende stabiliteit, plots opdoemende crises en nieuwe bronnen van internationale spanning. Tegelijkertijd staat, mede vanwege de economische en financiële crisis, de cohesie van internationale veiligheidsinstituties onder druk.

Tegen de achtergrond van die verschuivende mondiale machtsverhoudingen richten de Verenigde Staten zich meer dan voorheen op Azië. Europa, en daarmee Nederland, zal zijn belangen in toenemende mate zelfstandig moeten behartigen. Dichtbij en ver weg. Een actieve inzet voor wereldwijde stabiliteit en internationale solidariteit kan overigens als een welbegrepen eigenbelang worden beschouwd. Onze vrijheid, veiligheid en welvaart beginnen en eindigen immers niet bij de eigen landsgrenzen of de buitengrenzen van de Europese Unie.

De proliferatie van hoogwaardige civiele en militaire technologie naar niet-westerse staten en niet-statelijke actoren is en blijft een bron van grote zorg. Het betreft onder meer mobiele luchtafweer, maritieme systemen, cybercapaciteiten en ballistische wapens. Verder hebben de ervaringen in het verleden ons geleerd dat het geweldsniveau in conflicten moeilijk te voorspellen is. Of het nu gaat om preventie, afschrikking, interventie, stabilisatie of (weder)opbouw, de praktijk wijst keer op keer uit dat uitgezonden eenheden robuust moeten zijn en over voldoende escalatiedominantie moeten beschikken om de politieke en militaire doelstellingen te kunnen realiseren.

Duidelijk is dat Nederland niet in staat is om op eigen kracht zijn veiligheid te garanderen. Ons veiligheidsbeleid krijgt dan ook in belangrijke mate gestalte in bilateraal verband evenals in internationale organisaties zoals de NAVO, de EU en de VN. De verdeling van lasten en risico's tussen de lidstaten, evenals de betrouwbaarheid van lidstaten, is uiteraard essentieel voor de geloofwaardigheid en slagvaardigheid van deze organisaties. De behoeften van de NAVO en de EU zijn daarom een belangrijke toetssteen voor de inrichting van de krijgsmacht.

Feit is dat Nederland, als open samenleving, sterk afhankelijk is van de wereld om zich heen. Dit vraagt om een alerte houding. Enerzijds om kansen te grijpen als deze zich voordoen. Anderzijds om te kunnen handelen als risico's, nationaal en internationaal, zich ontpoppen tot bedreigingen voor onze vrijheid, veiligheid en welvaart.

Militaire inzet

Voor militaire inzet bestaat geen standaardrecept. Het is de diversiteit aan belangen, strategische functies, typen missies, specifieke operationele omstandigheden en risico’s die vanuit militair perspectief bepalen welke combinatie van capaciteiten nodig is. Dit geldt net zo goed voor interventies en stabilisatieoperaties als voor preventieve en post conflict activiteiten in vredesoperaties. De operationele en politieke risico's zijn immers groot en de maatschappelijke eisen ten aanzien van de bescherming van de bevolking en het voorkomen van slachtoffers en ongewenste nevenschade hoog. De beoogde effecten moeten zo precies mogelijk worden bereikt.

De huidige samenstelling van de krijgsmacht weerspiegelt dit besef. En ook in de toekomst heeft Nederland zo’n krijgsmacht nodig, inzetbaar op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies. Hierbij heeft de, met succes uitgewerkte, 3D-benadering (Defence, Diplomacy and Development) onze volle aandacht.

Voorts is het van belang om op te merken dat de krijgsmacht doorlopend, met bijna een derde van de militaire capaciteit, wordt ingezet ter ondersteuning en aanvulling van de Nederlandse civiele autoriteiten, en dus voor onze nationale veiligheid.

Uitgangspunten nota

Er liggen twee uitgangspunten ten grondslag aan de nota over de toekomst van de krijgsmacht. Ten eerste moet de Nederlandse krijgsmacht, ook in de toekomst, zo goed mogelijk kunnen omgaan met diffuse dreigingen en risico's. De combinatie van basis- en nichecapaciteiten waarover zij thans beschikt, vormt een solide basis om op voort te bouwen. Basiscapaciteiten zijn capaciteiten waar de krijgsmacht niet zonder kan en/of die nodig zijn voor specifieke, wettelijke taken. Gevechtseenheden - zoals fregatten, jachtvliegtuigen en infanterie - vormen de harde kern van die basiscapaciteiten. Nichecapaciteiten zijn schaarse capaciteiten waarover een beperkt aantal landen beschikt. Ten tweede moet de krijgsmacht betaalbaar zijn, nu en op de langere termijn. Beide uitgangspunten worden met elkaar verenigd door zowel in operationeel als in financieel opzicht te streven naar duurzaamheid.

Bovenstaande leidt grofweg tot de volgende agenda voor de inrichting van de krijgsmachtdelen. Voor het Commando Zeestrijdkrachten is de Marinestudie uit 2005 nog steeds actueel en de richting waarin CZSK zich ontwikkelt blijft op hoofdlijnen dan ook ongewijzigd. Belangrijke elementen hiervan zijn de integratie van vloot en Mariniers en het dicht(er)bij land opereren. Voor het Commando Landstrijdkrachten geldt dat de ontwikkeling tot een modulair opgebouwde organisatie de leidraad blijft. Eenheden worden per missie op maat samengesteld en beschikken over command and control capaciteiten om genetwerkt te kunnen optreden in zowel internationale als nationale verbanden. Net als de andere commando's is ook het Commando Luchtstrijdkrachten een onmisbaar onderdeel van de krijgsmacht. De luchttransportcapaciteiten zijn in toenemende mate internationaal ingebed en de helikopters worden terecht bestempeld als de werkpaarden voor de gehele krijgsmacht. Ook de F-16 heeft zijn waarde voor de krijgsmacht in interventie- en stabilisatieoperaties ondubbelzinnig bewezen. Defensie zal nog zo’n tien jaar met de F-16 blijven vliegen. Het toestel is echter wel aan vervanging toe omdat het zowel technisch als operationeel verouderd raakt. Er is dan ook sprake van een toename van technische mankementen en we worden op indringende wijze geconfronteerd met de opmars van moderne en mobiele luchtafweer. Een afnemende inzetbaarheid is hiervan het gevolg. Bij de taakuitvoering van het Commando Koninklijke Marechaussee is het van belang dat technologische ontwikkelingen verder worden benut.

In de nota over de toekomst van de krijgsmacht zal vanzelfsprekend duidelijkheid worden gecreëerd over de inzetbaarheid van de krijgsmachtdelen vanaf 2014, zowel nationaal als internationaal.

Financiële huishouding

Om ook op langere termijn over een betaalbare en militair relevante krijgsmacht te kunnen beschikken, is het van het grootste belang de financiële huishouding van Defensie structureel op orde te brengen. Dit dwingt tot een heroverweging van basis- en nichecapaciteiten. Een werkelijk duurzame inrichting veronderstelt voorts inzicht in alle relevante uitgaven. Defensie werkt daar hard aan en zal deze inspanningen ook de komende jaren onverminderd voortzetten. Naast algemene uitgavenposten - zoals pensioenen, wachtgelden en vastgoed - moeten ook de levensduurkosten van de verschillende wapensystemen duidelijk zijn. Voor de nota over de toekomst van de krijgsmacht is een sjabloon opgesteld, waarbij per wapensysteem zowel de investerings- als de exploitatiekosten worden beschreven. De financiële onderbouwing van de nota, door middel van sjablonen, zal geen eenmalige exercitie zijn. Het inzicht in de totale uitgaven (investeringen en exploitatie) per wapensysteem, gedurende de hele levenscyclus, zal de komende jaren verder worden opgebouwd.

De financiële huishouding structureel op orde brengen, vergt ook een oplossing van problematiek die zich in het heden aandient. Conform het regeerakkoord is het beschikbare defensiebudget hierbij het uitgangspunt. Bij het opstellen van de nota kampt Defensie met een financiële problematiek oplopend naar € 333 miljoen in 2018 (structureel). Dit betreft ook de verwerking van de taakstelling van het huidige regeerakkoord van € 48 miljoen (op apparaatsuitgaven). Daarnaast hebben zich in de afgelopen maanden enkele risico’s gematerialiseerd waarvoor structurele maatregelen noodzakelijk worden geacht. Het betreft overige - en interne defensieproblematiek, bestaande uit (onder meer) achterstallig onderhoud, vastgoed en energiekosten evenals tekorten in de materiële exploitatie van de wapensystemen. De problematiek van € 333 miljoen in 2018 wordt opgelost binnen de defensiebegroting, waarvan de actuele stand van de voorjaarsnota hieronder is weergegeven.

In de nota over de toekomst van de krijgsmacht zullen wij (onder meer) de maatregelen schetsen om de geschetste financiële problematiek aan te pakken. De gevolgen daarvan zullen voor alle defensieonderdelen merkbaar zijn. Ook de vervanging van de F-16 vraagt om een zorgvuldige afweging. Het nieuwe jachtvliegtuig, dat weer zo’n veertig jaar dienst moet doen, is namelijk tevens van invloed op het politieke handelingsvermogen van toekomstige regeringen. De vervanging van de F-16 zal in ieder geval niet ten koste gaan van andere capaciteiten van de krijgsmacht. Besloten is om de vervanging volledig uit te voeren binnen het, reeds door de vorige minister van Defensie, gereserveerde investeringsbudget van 4,5 miljard euro (uit te geven in een tijdsbestek van meer dan tien jaar) en het exploitatiebudget van de F-16 dat 270 miljoen euro per jaar bedraagt. Van verdringing binnen het defensiebudget, of een verhoging van het totale budget, is aldus geen sprake. De aanschaf van nieuwe toestellen evenals de exploitatie daarvan moet, met andere woorden, passen binnen de daartoe beschikbare middelen op de huidige defensiebegroting.

Deze benadering, waarbij de behoefte van Defensie in overeenstemming wordt gebracht met wat zij zich kan veroorloven, onderstreept wederom dat Defensie vastbesloten is de financiële huishouding structureel op orde te brengen.


Tot slot

Zoals bekend werkt Defensie momenteel aan de voltooiing van de maatregelen uit de beleidsbrief van 2011. Die maatregelen behelzen aanzienlijke ombuigingen en de reductie van een groot aantal functies. Dit heeft een forse impact op het defensiepersoneel en de organisatie als geheel. Zij verdienen dan ook duidelijkheid om verder te kunnen bouwen aan een krijgsmacht die in zowel operationeel als financieel opzicht duurzaam is.

Met het oog op de ervaringen van de afgelopen twee decennia, in het licht van de internationale ontwikkelingen en gegeven de financiële werkelijkheid, acht dit kabinet het van belang om in te zetten op een realistische oriëntatie.

De kaders in deze brief zijn de richtsnoeren voor de nota over de toekomst van de krijgsmacht evenals de concrete maatregelen die daarin worden gepresenteerd. De Algemene Rekenkamer zal aan uw Kamer rapporteren over de validatie van de nota en de financiële onderbouwing daarvan. Wij herhalen onze toezegging om de nota in ieder geval voorafgaand aan de behandeling van de defensiebegroting 2014 aan de Tweede Kamer toe te sturen.




DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert                       DE MINISTER VAN FINANCIËN        
                                                                J.R.V.A. Dijsselbloem                                                  

dinsdag 9 april 2013

Minister Hennis in De Wereld Draait Door




Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert was dit weekend in Somalië*, waar ze samen met premier Rutte de antipiraterijmissie bezocht. Ze wilden samen aanschouwen hoe de bestrijding van piraterij er precies aan toe gaat.

Jeanine Hennis-Plasschaert is met haar 40 jaar een van de jongste ministers uit Rutte II en heeft hiermee een van de moeilijkste departementen onder zich. Er wordt 1 miljard bezuinigd dit jaar, waardoor er zo’n 6000 banen verdwijnen bij Defensie. Er moet een beslissing worden genomen over de JSF en heeft ze manschappen gestationeerd in Afghanistan, Turkije, Zuid-Soedan en Somalië. Een enorme uitdaging voor Jeanine.

(VARA/DWDD, 8 april 2013)

*Kleine correctie: de minister en haar gezelschap waren in Djibouti waar ze op fregat Hr. Ms. De Ruyter stapten, HdV.

donderdag 4 april 2013

Kamerbrief over 'stallen' Nederlandse JSF testtoestellen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 4 april 2013
Betreft Nederlandse testtoestellen

Onze referentie
BS2013010588

In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik toegezegd u voorafgaande aan het algemeen overleg over de vervanging van de F-16, gepland voor 25 april a.s., nader te informeren over de Nederlandse testtoestellen ten behoeve van de operationele testfase. De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 15 februari jl. tevens om een update verzocht (kenmerk 26488-309/2013D06535).

Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen verworven. Het eerste toestel is reeds gereed, het tweede wordt in de zomer van 2013 geleverd. In de brief van 8 februari heb ik uiteengezet dat Defensie zal onderzoeken welke opties er zijn voor het gebruik van de testtoestellen in de komende periode, omdat de operationele testfase volgens de huidige planning in 2015 zal aanvangen.

Ik kan u melden dat het kabinet heeft besloten de toestellen te stallen tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Gedurende de stalling van de toestellen zal door Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen worden gevlogen om ze luchtwaardig te houden. Dit besluit zal met het Joint Program Office (JPO) worden uitgewerkt en contractueel worden vastgelegd. Als de kosten bekend zijn, zal ik u daarover nader informeren. De kosten zullen ten laste worden gebracht van de projectreservering Vervanging F-16.

U verzocht mij ook in te gaan op de personele gevolgen en de ontwikkelingen bij de andere partnerlanden. De Verenigde Staten en het Verenigde Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 4 april, 2013)

Nederlandse F-35 testtoestellen voorlopig aan de grond

De twee F-35-testtoestellen die Nederland heeft gekocht voor de operationele testfase, worden voorlopig gestald. Dat gebeurt tot er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de visie op de toekomst van de krijgsmacht. Dat heeft het kabinet besloten.

De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn onlangs begonnen met de vliegopleiding voor de operationele testfase. Daaraan neemt geen Nederlands personeel deel. Tijdens de stallingsperiode vliegen Amerikaanse piloten beperkt met de toestellen om ze luchtwaardig te houden.

Planning
Nederland heeft voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35 twee testtoestellen aangeschaft. Het eerste is gereed, het tweede wordt deze zomer geleverd. De operationele testfase begint volgens de huidige planning in 2015.

(ministerie van Defensie, 4 april 2013)

vrijdag 29 maart 2013

Kamerleden maken tijd voor concurrenten van JSF

Door: Teun Lagas

De vliegtuigbouwers die de concurrentieslag met de Amerikaanse JSF/ F-35 leken te hebben verloren, worden alsnog een keer door de Tweede Kamer uitgenodigd om hun gevechtsvliegtuigen aan te prijzen. D66, SP, PVV en coalitiepartij PvdA hebben dat gisteren afgedwongen. Een voor volgende week gepland Kamerdebat over de opvolging van de verouderde F-16 is uitgesteld. Onder druk van de tegenstanders en twijfelaars in het parlement kijkt de Kamercommissie voor defensie de komende maand eerst nog eens uitgebreid rond in de wereldwijde showroom van beschikbare gevechtsvliegtuigen


Lees meer:

(Trouw, 29 maart 2013)

donderdag 28 maart 2013

Webdossier Vervanging F-16 online

Het webdossier Vervanging F-16, onderdeel van het Verslag 2012 van de Algemene Rekenkamer, is vandaag online gegaan.

In dit webdossier, terug te vinden op http://vervanging-f16.rekenkamer.nl/ zijn de gegevens over de vervanging van het F-16-jachtvliegtuig gebundeld. Dat is dus inclusief de informatie over de samenwerkingsovereenkomsten van Nederland met de Verenigde Staten over de mogelijke vervanger, de F-35 Lightning II.

Mijlpalen
Via het webdossier is (onder ‘besluitvorming’) door te klikken naar relevante rapporten en brieven van de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie. Ook de mijlpalen die voor deze investering van belang zijn, voor de periode van 1996 tot nu, staan daar onder.

De Algemene Rekenkamer actualiseert het dossier regelmatig en het is daarom langjarig als een databank inzetbaar.

(ministerie van Defensie, 28 maart 2013)

woensdag 13 maart 2013

Minister Hennis-Plasschaert opent weg naar aanschaf JSF

door Eric Vrijsen

De toekomstvisie voor de krijgsmacht van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) noemt de Joint Strike Fighter (JSF) ‘financieel inpasbaar’. Dat meldt Elsevier deze week.
 
Het document is getiteld In het belang van Nederland – De krijgsmacht voor vrijheid, veiligheid en welvaart. Voor de opvolging van de F-16, blijkt de Amerikaanse JSF – ook wel F-35 - een betere keus dan andere jachtvliegtuigen zoals de Zweedse Saab Gripen.

55 JSF-toestellen
Bronnen bij het ministerie zeggen dat hiermee de weg wordt geopend voor de aanschaf van 50 tot 55 JSF-toestellen door het kabinet-Rutte II.

Het toestel is nodig om Nederlandse militairen in allerlei soorten operaties van luchtsteun te kunnen voorzien. Waar coalitiepartij VVD aandringt op ‘korte klap’-operaties en partner PvdA de krijgsmacht het liefst langdurige stabiliteitsmissies ziet uitvoeren, maakt Hennis’ document geen keuze. Het leger moet beide soorten missies aankunnen.

Vervanging F-16
Hennis’ toekomstvisie is nu nog een concept. De komende weken zetten een ambtelijke en een ministeriële commissie de puntjes op de i. Daarna controleert de Algemene Rekenkamer het cijferwerk. De Tweede Kamer moet er nog voor de zomervakantie over vergaderen.

Defensie reserveerde 4,5 miljard voor de vervanging van de ruim dertig jaar oude F-16. Om vijftig F-35’s te kopen, volstaat dit bedrag niet. Maar aangezien de uiteindelijke levering van de vloot nog bijna tien jaar vergt, plaatst dat het kabinet niet voor onmiddellijke tekorten.

Tegenslag
Het nieuwe toestel kampt in de Verenigde Staten met voortdurende tegenslagen, waardoor het project duurder uitvalt en de testfase vertraagt.

Nederland bezit twee testvliegtuigen. Het tweede toestel rolde vorige week uit de fabriek van Lockheed-Martin in Dallas/Fort-Worth.

(Elsevier, 13 maart 2013)

zaterdag 9 februari 2013

Kosten van testen F-35 / Joint Strike Fighter lopen op

Het testen van de JSF dreigt duurder te worden dan gepland. Door uitstel van de testfase kunnen de kosten oplopen tot maximaal 55 miljoen euro.

Dat heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert geschreven aan de Tweede Kamer. De twee testtoestellen die Nederland kocht komen dit jaar beschikbaar, maar de operationele testfase begint nu pas in 2015. Daardoor is het de vraag hoe de toestellen tot die tijd gebruikt worden.

Nederlands F-35 testtoestel

Afhankelijk van het antwoord op die vraag lopen de kosten voor de testfase op tot minimaal 47 en maximaal 55 miljoen euro. Dat geld gaat zitten in het stallen van de toestellen of het opleiden van extra personeel. Nederland heeft nog geprobeerd de twee toestellen te leasen aan de Verenigde Staten, maar het Pentagon liet weten daar geen geld voor te hebben.

In het regeerakkoord van de VVD en PvdA staat dat Nederland doorgaat met het JSF-programma en eind 2013 de knoop doorhakt of het toestel de F-16 ook echt gaat vervangen.

JSF-deelnemer Canada heeft inmiddels besloten een vergelijking te gaan maken met andere gevechtsvliegtuigen. D66 pleit ervoor dat ook Nederland dat gaat doen.

(ANP/Nu.nl, 9 februari 2013)

donderdag 13 december 2012

Oppositie vraagt om visie op Defensie

Hoe ziet minister Hennis (Defensie) de toekomst voor Defensie? Houdt Nederland een krijgsmacht die "kan opereren in het hoogste geweldspectrum"? Of wordt het vooral een vredesmacht? In het debat over de begroting stellen de Kamerleden elkaar en de minister vele vragen.

Hachchi (D66) betitelt het regeerakkoord als "een boodschappenlijstje van de VVD" dat met "de karige portemonnee van de PvdA" betaald moet worden. Kan dat wel? Moeten plannen worden bijgesteld? Net als Knops (CDA) vraagt zij zich af of VVD en PvdA wel zo eensgezind zijn. Waar ligt voor minister Hennis de grens voor bezuinigingen op de krijgsmacht? Daar willen de oppositiepartijen graag duidelijkheid over.

Reorganisatie 
Defensie zit midden in een enorme bezuinigingsoperatie waardoor het krijgsmachtpersoneel in grote onzekerheid verkeert. "Dat geeft pijn en verdriet", realiseert Eijsink (PvdA) zich, maar de "organisatie moet op orde". Haar fractiegenoot Günal wijst op de spanning die dat in de regio's met zich meebrengt. In Brabant bijvoorbeeld, waar zij zelf vandaan komt, voelt men een grote verbondenheid met de krijgsmacht. Het bedrijfsleven wil daar graag samenwerken met Defensie, vooral op technologisch gebied. VVD'er Vuijk en Günal stellen daarom voor om, ondanks de financiële tegenwind, speciaal voor dit doel 5 miljoen uit te trekken.

Knops (CDA) is niet blij met de bezuinigingsopgaven die Defensie treffen, al realiseert hij zich dat die deels het gevolg zijn van CDA-beleid. Hij spreekt, net als PVV'er De Roon, zijn zorgen uit over het feit dat de budgetten deels naar Ontwikkelingssamenwerking zijn geschoven, iets waar Van Ojik (GroenLinks) overigens juist blij om is. Segers (ChristenUnie) is bang dat men later ooit "hoofdschuddend zal terugkijken" op de huidige stapeling van bezuinigingen. Hij wil juist investeren in de krijgsmacht. Dijkgraaf (SGP) deelt dit met hem: "Wij staan achter Defensie".

JSF 
"Een molensteen die om de nek van Defensie hangt", zo noemt Van Dijk (SP) de JSF die de F-16 moet vervangen. Hij vraagt de minister om twee toekomstscenario's voor de krijgsmacht uit te werken: eentje met en eentje zonder de JSF. Hij vindt dat Defensie sowieso haar ambitieniveau naar beneden moet bijstellen. De Roon zou liever zien dat Defensie zich beperkte tot alleen "de bescherming van de nationale en economische belangen".

Wil de PvdA nog steeds een parlementaire enquête naar de JSF?, vraagt Van Ojik aan Eijsink. Als het aan hem ligt, komt die enquête er, maar wat is de positie van de PvdA nu zij in de coalitie zit? Eijsink benadrukt dat er hoe dan ook een opvolger voor de F-16 moet komen, maar dat zij het verder wil overlaten aan de minister. Hachchi ziet Europese defensiesamenwerking als een mogelijk antwoord op het JSF-probleem.

Minister Hennis reageert op 13 december op de inbreng van de Kamer.

(Tweede Kamer, 12 december 2012)

zaterdag 27 oktober 2012

Commentaar: de JSF is onvermijdelijk én lucratief

Minister Hans Hillen (CDA, Defensie) zal in de toekomst gelden als de bewindsman die het noodzakelijke JSF-project van de ondergang redde

Door Eric Vrijsen

De F-16 is ruim dertig jaar in bedrijf bij de Koninklijke Luchtmacht. De toestellen zijn ouder dan de gevechtspiloten.

Elsevier was onlangs in Afghanistan, waar tot diep in de nacht wordt gesleuteld om de toestellen operationeel te houden. Scheuren in de beplating worden bekleed met aluminium patches, eigenlijk zoals je thuis een fietsband plakt. In de bevestigingspunten van de vleugels aan de romp treffen de monteurs barsten aan, soms wel van een vinger dik en tien centimeter lang.

Wapenorder van de eeuw
Nederland stuurt zijn piloten naar de oorlogszone met materieel, dat door de KLM allang zou zijn afgedankt. Maar zonder F-16 gaat het niet, want militairen moeten altijd kunnen rekenen op luchtsteun.

F-35: Nederlands testtoestel (foto Lockheed Martin)

Het Binnenhof worstelt sinds 2000 met de vervanging van de F-16. In 2002 viel het besluit om de industrie te laten profiteren van de Amerikaanse ‘wapenorder van de eeuw’, de Joint Strike Fighter (JSF). In 2008 verscheen een ‘kandidatenvergelijking’: de JSF bleek de beste keuze.

Zeker, het toestel valt telkens duurder uit dan begroot. Wat dat betreft, lijkt het wel een gemeentehuis; een tramtunnel of een mobilofoonsysteem voor de politie.

Nutteloze geldsmijterij?
De JSF is het favoriete onderwerp van de propaganda van oppositiepartijen: nutteloze geldsmijterij. Dit voorjaar dreigden de linkse Kamerfracties en de PVV de JSF definitief schrappen. CDA-minister Hans Hillen van Defensie wist de zaak te sussen met een onderzoek door de Algemene Rekenkamer. Overtuigd dat ze gelijk zouden krijgen, stemden de linkse partijen in.

Deze week concludeerde de Rekenkamer echter dat doorvliegen met de F-16 onverantwoord duur is. Bovendien kan de industrie 24 tot 38 miljard euro overhouden aan productie en onderhoud van de JSF-toestellen van bondgenoten. Maar dan moet Nederland zelf natuurlijk ook aanschaffen.

Lucratief
Critici moeten nu erkennen dat de JSF onvermijdelijk en lucratief is, maar mopperen dat hij alle andere militaire investeringen verdringt. Dat is niet waar. Tussen 2018 en 2026 slokt de JSF hooguit een derde van het investeringsbudget op. De nieuwe Kamermeerderheid van VVD en PvdA wil daarom tot aanschaf overgaan.

In mei 1975 kocht PvdA-minister Henk Vredeling van Defensie de F-16. Hevige kritiek was zijn deel. Later werd Vredeling geprezen. Zonder de F-16 was Nederland niet één keer, maar vele malen terecht gekomen in een soort Srebrenica en zouden veel militairen onnodig zijn gesneuveld.

Thans beschimpen journalisten Hillen als ‘verwelkte kamerplant’. Maar straks zal hij gelden als de bewindsman wiens politieke vernuft anno 2012 het noodzakelijke JSF-project van de ondergang redde.

(Elsevier, 27 oktober 2012)

woensdag 24 oktober 2012

Algemene Rekenkamer: Uitstapkosten Joint Strike Fighter

Het kabinet heeft destijds voor toetreden tot het JSF-programma gekozen op basis van de toenmalige uitgangspunten voor inzet van de luchtmacht. Uit ons onderzoek blijkt dat twee van de drie opties (optie 1 en 3) de minister van Defensie dwingen tot ingrijpende beslissingen over de samenstelling en uitrusting van de Koninklijke Luchtmacht en wellicht over ook andere onderdelen van de krijgsmacht.

Zulke beslissingen hebben naar verwachting invloed op de functionaliteit van de Nederlandse defensie. De spanning tussen budget, capaciteit en ambitie plaatst de minister voor de noodzaak om de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht of mogelijk van meer defensieonderdelen te heroverwegen, ook in NAVO-verband, bijvoorbeeld in de vorm van intensievere operationele samenwerking met andere landen, dan wel de budgettaire uitgangspunten te herzien.

Optie 1
Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid levert de luchtmacht een toestel waarvan het Ministerie van Defensie de functionaliteit als veelbelovend ziet. Deze optie kent echter ook inherente risico’s op de aspecten tijd en geld.

Ongewijzigd voortzetten van het huidige beleid loopt voorts vast op een gebrek aan financiële ruimte voor de vervanging van de F-16. Deze ruimte, momenteel nog € 4,05 miljard, is onvoldoende voor 85 toestellen, en eveneens voor 68 toestellen. Ook een lager aantal jachtvliegtuigen dwingt de Koninklijke Luchtmacht tot andere uitgangspunten voor de operationele inzet.

Optie 2
Terugtrekken uit de testfase (IOT&E) achten we een niet voor de hand liggende optie omdat dit voor de Staat per saldo alleen nadelen oplevert, zowel op functioneel gebied, als in tijd en geld.

Optie 3
Een keuze voor terugtrekken uit het JSF-programma en aankoop van een ander toestel ‘van de plank’ is vanwege de gevolgen op de aspecten functionaliteit, tijd en geld alleen rationeel te maken als daarbij de uitgangspunten van de huidige operationele inzet van de Koninklijke Luchtmacht heroverwogen worden.

Aanbevelingen
Wij bevelen aan om onze bevindingen en conclusies op de drie beleidsopties bij de overwegingen rond de JSF mee te nemen. Zolang de minister met de beschikbare middelen veel minder JSF’s kan kopen, zien wij de noodzaak dat de minister de ambitie van de luchtmacht heroverweegt. Dat leidt wellicht tot nieuwe inzichten in de door Nederland verlangde capaciteiten van het toestel dat de F-16 zal vervangen, in het benodigd aantal ervan en in de mogelijkheden voor internationale operationele samenwerking van de luchtmacht.

Volledig rapport Rekenkamer

(Algemene Rekenkamer, 24 oktober 2012)