Posts tonen met het label kernwapens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kernwapens. Alle posts tonen

dinsdag 14 januari 2014

Kabinet sluit nucleaire taak F-35 niet uit

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Het kabinet heeft kennis genomen van de motie-Van Dijk (Kamerstuk 33 763, nr. 14) die op 6 november jl. is ingediend naar aanleiding van het overleg over de Nota “In het belang van Nederland”. Met deze brief wil het kabinet graag reageren op het duidelijke signaal dat de Kamer met deze motie afgeeft en tevens, mede naar aanleiding van de behandeling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, enige aanvullende informatie geven op de beleidsbrief nucleaire ontwapening en non-proliferatie van 24 oktober jl. (Kamerstuk 33 783, nr.1).

In de motie-Van Dijk spreekt een Kamermeerderheid uit dat “de vervanger van de F-16 geen nucleaire taak mag hebben”. Het kabinet ziet in deze motie een aansporing om het Nederlandse beleid gericht op het terugdringen en uiteindelijk elimineren van alle nucleaire wapens- waaronder de niet-strategische nucleaire wapens in heel Europa – met kracht voort te zetten. In lijn hiermee is het kabinet het met uw Kamer eens dat de inzet van Nederland erop gericht moet zijn dat Nederland op het moment dat de opvolger van de F-16 aantreedt geen nucleaire taak meer zou hoeven te vervullen – omdat op dat moment de internationale omstandigheden en de afspraken binnen de NAVO dat hopelijk mogelijk maken. De volgorde binnen dit proces luistert evenwel nauw. Het kabinet is van mening dat het belangrijk is om éérst binnen het bondgenootschap overeenstemming te bereiken over de toekomstige nucleaire positionering van de NAVO – en zet daar ook op in – en dan op basis daarvan conclusies te trekken over de rol van individuele lidstaten daarin. Het kabinet constateert dat op dit terrein momenteel binnen de NAVO nog forse verschillen van mening bestaan. Het kabinet wil zich er voor inzetten deze verschillen de komende jaren te overbruggen en ziet de motie-Van Dijk als een aansporing daartoe.

Richtsnoer voor het kabinet op dit gebied is de beleidsbrief over nucleaire ontwapening en non-proliferatie (Kamerstuk 33 783, nr.1) van 24 oktober 2013. Hierin wordt benadrukt dat het beleid van Nederland gericht is op het bereiken van een wereld zonder kernwapens. De brief zet daarbij niet alleen uitvoerig uiteen op welke wijze  en in welke gremia Nederland dit doel probeert te bevorderen, maar schetst ook de dilemma’s waar het kabinet in dat streven tegenaan loopt. Eén van deze dilemma’s betreft de vraag hoe Nederland op constructieve wijze een aanjagende rol kan blijven spelen in de discussies binnen het bondgenootschap over bijvoorbeeld ontwapening en niet-strategische nucleaire wapens en tegelijkertijd een betrouwbare partner kan zijn in een militair bondgenootschap dat sinds decennia onze veiligheid garandeert. Binnenkort zal het kabinet over de beleidsbrief en de hierin vervatte doelstellingen en dilemma’s nader met u van gedachten wisselen.

Nederlandse inzet in NAVO-kader
Zoals ook beklemtoond in de beleidsbrief, zal Nederland in de NAVO nadrukkelijk aandacht blijven vragen voor ontwapening, wapenbeheersing en non-proliferatie. Zo heeft de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de laatste NAVO-ministeriële van 3 en 4 december jl. gepleit voor de bespreking van het onderwerp wapenbeheersing tijdens en in aanloop naar de NAVO-top van september 2014. Dit geldt zowel voor conventionele als nucleaire wapens, met bijzondere aandacht voor de niet-strategische nucleaire wapens in Europa

De NAVO steunt het streven naar een kernwapenvrije wereld. Zoals in de beleidsbrief  beschreven, heeft de NAVO tijdens de Chicago-top in 2012 in haar Deterrence and Defence Posture Review (DDPR) ook duidelijk gemaakt dat nucleaire wapens een elementair onderdeel zijn van de capaciteiten van de NAVO en dat zolang kernwapens bestaan de NAVO een nucleaire alliantie zal blijven.

De bondgenoten bevestigden in de DDPR dat de NAVO de afschrikkings- en verdedigingscapaciteiten in stand zal houden die nodig zijn ter verzekering van de veiligheid van de leden van het bondgenootschap in een onvoorspelbare wereld. Tegelijkertijd zal de NAVO haar strategie, inclusief de capaciteiten en andere maatregelen die nodig zijn voor afschrikking en defensie, blijven aanpassen aan de ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving. Besluiten hierover worden, zoals altijd in de NAVO, bij consensus genomen.

Het kabinet is van mening dat met de DDPR een goede balans is gevonden tussen capaciteiten en dreigingen. Het steunt het voornemen de nucleaire strategie regelmatig aan te passen aan de omstandigheden. Bij toekomstige besprekingen hierover in de NAVO zal het kabinet, naast overwegingen van nationale en internationale veiligheid en stabiliteit, het streven naar ontwapening zwaar laten meewegen. Het streven naar een kernwapenvrije wereld betekent immers ook verwijdering van alle niet-strategische kernwapens uit Europa. Daarbij is het van belang te constateren dat sinds het einde van de Koude Oorlog de rol van niet-strategische kernwapens in de NAVO drastisch is veranderd en dat deze wapens daarmee in een ander daglicht zijn komen te staan. Daar staat tegenover dat de Russische militaire doctrine nog steeds het gebruik van deze wapens – zelfs vroeg in een conventioneel conflict – niet uitsluit. Mede hierom ontbreekt aan Russische zijde op dit moment de belangstelling voor onderhandelingen over de vermindering van niet-strategische kernwapens. Voorts geeft Rusland bij herhaling te kennen alleen over nucleaire ontwapening te willen spreken in samenhang met conventionele ontwapening en de stopzetting van de ontwikkeling van het afweersysteem van de NAVO tegen ballistische raketten.

Het kabinet is van mening dat gesproken dient te worden over het verder terugdringen van de rol van kernwapens in militaire doctrines. Zoals beschreven in de beleidsbrief was Nederland mede daarom eind juni 2013 gastheer van een NATO – Russia Council Seminar on Nuclear Doctrine and Strategy. Hiermee onderstreept het kabinet het belang dat het aan dit onderwerp hecht. Het illustreert ook het belang dat Nederland, als bruggenbouwer, hecht aan het vergroten van transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen in het kader van de samenwerking tussen de NAVO en de Russische Federatie.

De NAVO-kernwapentaak en de aanwezigheid van Amerikaanse niet-strategische kernwapens in Europa belichamen voor NAVO-bondgenoten de essentiële politieke en symbolische verbondenheid tussen Europa en de Verenigde Staten. Een aantal bondgenoten hecht bovendien onverminderd aan de aanwezigheid van deze wapens als tegenwicht tegen een door hen gepercipieerde Russische dreiging.

Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen. Het zal echter nog geruime tijd duren, zeker tot 2024, voordat de F-16 niet meer in gebruik is. Hoe het geheel van afschrikkings- en defensiecapaciteiten van de NAVO er dan uitziet, is nu niet te voorspellen. Wel staat vast dat het thema tot die tijd regelmatig onderwerp van discussie zal zijn in het bondgenootschap. Nederland wil in deze discussie een actieve rol blijven spelen. Mede tegen deze achtergrond is het kabinet geen voorstander van eenzijdige besluiten. Dat zou niet passen bij onze bondgenootschappelijke verplichtingen en afbreuk doen aan de geloofwaardigheid en de positie van Nederland in de discussies over de NAVO-strategie, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de Russische opstelling op nucleair gebied.

Zoals tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken ter sprake kwam, zijn er NAVO-afspraken over wat publiekelijk kan worden meegedeeld over de kernwapentaken, inclusief die van Nederland. De basisafspraken dateren van 1964 en de laatste herziening van 2007. In overeenstemming met de afspraken kan worden bevestigd dat Amerikaanse nucleaire wapens aanwezig zijn op het Europese grondgebied van de NAVO. Er kunnen evenwel geen mededelingen worden gedaan over aantallen en specifieke locaties.

Tegen deze achtergrond kan het kabinet zich niet op voorhand vastleggen op een standpunt zoals uitgesproken in de motie. Het kabinet zal wel, aangemoedigd door de motie, het Nederlandse beleid, gericht op algehele kernontwapening, inclusief de verwijdering van de niet-strategische kernwapens uit Europa, vastberaden voortzetten. Het kabinet zal zich hiervoor inzetten in de discussies over toekomstige NAVO-capaciteiten en in de voorbereiding op de komende NAVO-top in september 2014. Over de voortgang van de besprekingen binnen de NAVO zal het kabinet uw Kamer informeren.


DE MINISTER VAN DEFENSIE               DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert                                Frans Timmermans

(Tweede Kamer, 14 januari 2014)

vrijdag 14 juni 2013

Kamerbrief over 'Gezamenlijke Verklaring' over humanitaire impact kernwapens

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 14 juni 2013
Betreft Gezamenlijke verklaring over humanitaire impact van kernwapens

Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van uw Kamer, informeer ik u hierbij over de redenen waarom Nederland de zogenaamde ‘Gezamenlijke verklaring over de humanitaire impact van kernwapens’ (in de vraagstelling van de Kamer aangeduid als ‘de verklaring over nucleaire ontwapening’) niet mede heeft ondertekend. Deze verklaring werd tijdens de tweede sessie van het Voorbereidingscomité van de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) in Genève door Zuid- Afrika namens een groep landen gepresenteerd.

Het Nederlandse kernwapenbeleid is gericht op bevordering van ontwapening en non-proliferatie met als uiteindelijk doel een wereld zonder kernwapens. Dit beleid is behalve op overwegingen van veiligheid en stabiliteit mede gebaseerd op het besef dat de gevolgen van een nucleaire explosie voor mens, natuur en milieu desastreus zouden zijn. Het kabinet is van mening dat er meer aandacht nodig is voor dit humanitaire aspect. Mede daarom was Nederland vertegenwoordigd bij de in maart 2013 in Oslo gehouden ‘Conference on the Humanitarian Impact of Nuclear Weapons’ en zal Nederland ook deelnemen aan de vervolgconferentie in Mexico in februari 2014.

Het kabinet kan grote delen van de ‘Gezamenlijke verklaring’ onderschrijven inclusief de constatering dat de enige wijze om te garanderen dat nucleaire wapens niet nogmaals zullen worden gebruikt ligt in hun volledige uitbanning. De inzet van Nederland in de verschillende internationale fora en organisaties is daarop gericht. Deze inzet vindt niet alleen plaats in het kader van de VN en het Non-Proliferatie Verdrag, maar ook binnen de NAVO.

Mede door de inzet van Nederland, zijn verschillende openingen op ontwapening en non-proliferatiegebied opgenomen in de ‘Deterrence and Defence Posture Review’ (DDPR) van de NAVO. Zo is expliciet opgenomen dat de NAVO ernaar streeft de voorwaarden te creëren voor een wereld zonder kernwapens in overeenstemming met de doelstellingen van het Non-Proliferatie Verdrag. Daarnaast roepen de NAVO-bondgenoten de VS en Rusland op om stappen te zetten op het gebied van transparantie en de verdere reductie van hun nucleaire arsenalen.

Het aantal kernwapens binnen de NAVO is sinds het einde van de Koude Oorlog aanzienlijk afgenomen en de inzet van de regering blijft gericht op verdere reducties. Dat laat onverlet dat de NAVO-doctrine nog mede gebaseerd is op nucleaire afschrikking.

De NAVO stelt in de DDPR dat de omstandigheden waaronder gebruik van nucleaire wapens zou kunnen worden overwogen ‘extremely remote’ zijn. Deze formulering sluit echter het gebruik van kernwapens niet onder alle  omstandigheden uit. Een geloofwaardige nucleaire afschrikking is uiteindelijk ook gebaseerd op de erkenning dat inzet a priori niet geheel kan worden uitgesloten, ook al is alles er op gericht dit te vermijden. Deze erkenning is volgens het kabinet in tegenspraak met de tekst van de ‘Gezamenlijke verklaring’ die dit categorisch uitsluit (“It is in the interest of the very survival of humanity that nuclear weapons are never used again, under any circumstances’).

Zoals hierboven gesteld is het kabinet het eens met veel elementen uit de tekst van de ‘Joint Declaration’ en vormen de desastreuze humanitaire gevolgen van een kernexplosie een essentieel onderdeel van het Nederlands streven naar een wereld zonder kernwapens. Anderzijds is het kabinet van mening dat de tekst niet geheel verenigbaar is met de NAVO-doctrine. Alles afwegende heeft het kabinet dan ook uiteindelijk besloten de ‘Gezamenlijke verklaring’ niet mede te ondertekenen. Bij deze moeilijke beslissing heeft een belangrijke rol gespeeld dat onder de overgrote meerderheid van de NAVO-bondgenoten, én onder de Europese leden van het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI), geen steun bestond voor het mede-ondertekenen van de ‘Gezamenlijke verklaring’. Van de 28 NAVO-lidstaten hebben 24 landen de verklaring niet ondertekend, van de tien NPDI-landen hebben er acht dat niet gedaan.

Herhaald zij, dat het Nederlandse kernwapenbeleid gericht is op bevordering van ontwapening en non-proliferatie met als uiteindelijk doel een wereld zonder kernwapens. Een beleidsbrief hierover gaat uw Kamer binnenkort toe.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Frans Timmermans

(ministerie van Buitenlandse Zaken, 14 juni 2013)

dinsdag 5 juni 2012

Defensie in het verkiezingsprogramma van de SP

Vrede en veiligheid

1. Nederland geeft prioriteit aan zijn grondwettelijke verplichting tot bevordering van de internationale rechtsorde. Met tal van internationale organen en tribunalen moet Nederland het land van de vrede zijn en dat in alles uitstralen.

2. Deelnemen aan militaire missies in het buitenland wordt beperkt tot die missies welke op uitdrukkelijk verzoek van de Verenigde Naties plaatsvinden, waarbij Nederland ook nog altijd zijn eigen afweging maakt. Daarbij wordt onder meer gekeken naar garanties voor het respecteren van het internationaal recht, waaronder de Conventies van Genève en de mensenrechten. De minimumleeftijd voor deelname door militairen wordt, overeenkomstige de wens van de Verenigde Naties, verhoogd naar 21 jaar. Elke missie wordt gevolgd door een grondige parlementaire evaluatie.

3. Effectieve missies ter bestrijding van piraterij steunen we, uitbreiding ervan met operaties aan land moet met grote terughoudendheid worden bezien. De Nederlandse militairen en politie-instructeurs in Afghanistan trekken we terug. In plaats daarvan kiezen we voor civiele steun aan de opbouw van dat land.

4. Israël heeft recht op erkende en veilige grenzen, de Palestijnse bevolking heeft ook recht op een eigen staat, eveneens met erkende en veilige grenzen. Nederland zal de onafhankelijke Palestijnse staat dan ook erkennen en zich hard maken voor hun VN-lidmaatschap. Nederland houdt vast aan uitvoering van eerdere resoluties van de Veiligheidsraad en van het internationaal recht. Daarnaast maakt Nederland zich sterk voor een internationale dialoog met alle vertegenwoordigers van de Palestijnen. Zolang Israël doorgaat met het illegaal bouwen van woningen in bezet gebied zal Nederland dit veroordelen en in de EU aandringen op het opschorten van de associatieovereenkomst die Israël belastingvoordeel geeft bij export naar de landen van de EU. Ook wordt de samenwerking in de Nederlands-Israëlische Samenwerkingsraad opgeschort.

5. We verzetten ons krachtig tegen een sluipende ontwikkeling van de regionaal gerichte oude NAVO naar een wereldwijd opererende nieuwe NAVO als offensieve en agressieve interventiemacht. We werken niet mee aan het huidige NAVO-plan voor een raketschild, dat onze veiligheid eerder verkleint dan vergroot door toename van tegenstellingen met landen buiten de NAVO.

6. We bepleiten dat de NAVO haar nucleaire doctrine laat varen, omdat die niet bijdraagt aan het behoud en het bevorderen van vrede en veiligheid. Nucleaire ontwapening van Europa krijgt prioriteit. Nederland stuurt Amerikaanse kernwapens op ons grondgebied retour. We nemen het initiatief tot een internationale stop op productie en gebruik van wapens met verarmd uranium.

7. We zien scherp toe op naleving van het Internationaal Verdrag tegen Clustermunitie en streven naar verdere beperking van de wapenwedloop en wapenexport. Aan landen die mensenrechten schenden of in een spanningsgebied liggen, levert Nederland in ieder geval geen wapens. Nederlandse pensioenfondsen mogen niet beleggen in de wapenindustrie. Wapenbeurzen houden we buiten de deur. Privatisering van defensieonderdelen vinden we onwenselijk.

8. Het Nederlandse leger vliegt voorlopig door met de F-16 en ziet af van aanschaf van JSF-gevechtsvliegtuigen. Nederland koopt geen bewapende onbemande vliegtuigen (drones) en pleit voor een internationale conferentie ter regulering van het gebruik van dit omstreden wapentuig.

9. Van militairen vragen we de bereidheid om zich met lijf en leden voor onze veiligheid en de internationale rechtsorde in te zetten. Dat vereist ook dat militairen die door noodzakelijke bezuinigingen op defensie moet afvloeien, altijd moeten kunnen rekenen op zorgvuldige begeleiding en optimale ondersteuning. Daarbij is ‘van werk naar werk’ het uitgangspunt. We zien toe op goede uitvoering van de parlementsbreed geïnitieerde Veteranenwet.

(SP, Verkiezingsprogramma 'Nieuw vertrouwen', 5 juni 2012)

(NB: In het verkiezingsprogramma van de SP is geen afstand genomen van het eerder ingenomen standpunt van de partij ten aanzien van de NAVO. Dat luidt als volgt: "De SP is tegen de NAVO-politiek en wenst een indringend openbaar debat over de taken en toekomst van de NAVO. De NAVO zal zich in de komende jaren waarschijnlijk omvormen van Noord-Atlantische organisatie tot wereldwijde organisatie van voornamelijk westers georiënteerde, industriële landen. De interne debatten in de NAVO moeten voor een groot publiek toegankelijk worden gemaakt. Formeel gaat het bij de verandering van de NAVO om terrorismebestrijding. Van groot belang is echter de concurrentie met grote opkomende machten, zoals China, om grondstoffen en invloedssfeer. Ook de oude vijand Rusland wordt op deze wijze benaderd." (http://www.sp.nl/standpunten/cd_40/standpunt_over_navo.html)

vrijdag 3 februari 2012

New push to remove tactical nuclear weapons from Europe


(...)
At present, Russia is thought to have well over 1,000 tactical weapons over various sorts along its western border, including the enclave of Kaliningrad according to some reports. The US has about 180 B61 nuclear gravity bombs stored at bases in Germany, Belgium, Netherlands, Italy and Turkey. These Cold War relics are generally agreed to serve no military purpose, and there were hopes that the Obama administration would remove them as a unilateral gesture, with the aim of inviting reciprocal action from Russia. So far this has not happened, and the dangerous Cold War nuclear stand off has been allowed to continue.
In an attempt to restore some momentum to arms control, an international pro-disarmament movement called Global Zero is launching a new proposal today at the Munich Security Conference, for both the US and Russia to remove their tactical nuclear weapons from combat bases in Europe and put them in storage. In the case of the American B61's this would mean shipping them back to the US. Russia would withdraw its tactical weapons to its own storage facilities, known as 'S' sites.
(...)
(Bron: Guardian, 3 februari 2012)