Posts tonen met het label Rusland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rusland. Alle posts tonen

donderdag 30 april 2015

'Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid'

INSTABILITEIT ROND EUROPA: CONFRONTATIE MET EEN NIEUWE WERKELIJKHEID
Den Haag, 30 april 2015

Het buitenlands- en veiligheidsbeleid van Nederland wordt geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Met het ingrijpen van Rusland in Oekraïne, de opmars van ISIS in Syrië en Irak en de desintegratie van Libië is aan de flanken van Europa een ‘gordel van instabiliteit’ ontstaan die een directe bedreiging vormt voor de veiligheid van Europa en dus ook van Nederland. Daarom adviseert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) de regering het Nederlandse veiligheidsbeleid te herijken.

Het is noodzakelijk de relatie met Rusland op een andere leest te schoeien, binnen de NAVO te pleiten voor versterking van de afschrikkingscapaciteit van het bondgenootschap, de politieke koers te richten op Duitsland, tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap prioriteit te geven aan Europese defensiesamenwerking, het defensiebudget drastisch te verhogen en de Nederlandse krijgsmacht selectief in te zetten. Dit stelt de AIV in een vandaag gepubliceerd advies ‘Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid’.

De AIV is van mening dat voor langere tijd rekening gehouden moet worden met instabiliteit aan de oostgrens van Europa als gevolg van de Russische intimidatiepolitiek. De schaduw van de Russische militaire macht reikt over de oostgrenzen van Europa heen en een destabilisatie van de Baltische staten door Rusland is niet uitgesloten. De relatie met Rusland moet worden gebaseerd op een realistisch beeld van het land: Rusland maakt aanspraak op een positie van grote mogendheid in de wereld, streeft naar herstel van de vroegere Sovjetinvloedssfeer en ziet zichzelf niet als deelgenoot van de Europese samenwerking.

De EU-lidstaten moeten voorkomen dat ze door Rusland uit elkaar worden gespeeld. Volgens de AIV zal ook de instabiliteit in de Arabische regio en Noord-Afrika geruime tijd aanhouden. De westerse regeringen kunnen betrekkelijk weinig directe invloed uitoefenen en moeten zich naar de mening van de AIV beperken tot ondersteuning van gematigde Arabische regeringen en groeperingen. Alleen wanneer een humanitaire catastrofe dreigt of westerse veiligheidsbelangen rechtstreeks worden geraakt, komt militair ingrijpen in aanmerking.

De NAVO-lidstaten moeten werken aan de vergroting van het reactie- en voortzettingsvermogen van het bondgenootschap, zodat op een geloofwaardige wijze invulling wordt gegeven aan artikel 5 van het Noord-Atlantisch verdrag. Verder zijn forse investeringen in cybercapaciteit een absolute noodzaak. De Europese landen investeren te weinig in defensie en gedragen zich als free rider. Mede omdat de VS niet langer Europa maar Oost- en Zuidoost- Azië als de belangrijkste regio beschouwt, moet Europa eindelijk serieus werk gaan maken van de Europese defensiesamenwerking.

Nederland, dat vandaag slechts 1,16% van het nationaal inkomen aan defensie besteedt, moet een inhaalslag plegen. Jarenlang was het defensiebudget sluitpost bij formatie-en begrotingsbesprekingen. Een kwart eeuw bezuinigingen hebben een forse aanslag gepleegd op de inzetbaarheid, het voortzettings- en het escalatievermogen van de krijgsmacht. Een ‘Deltaplan-krijgsmacht’ moet zorgen voor én herstel van al het ‘achterstallig onderhoud’ én voor de broodnodige nieuwe investeringen. Daarom pleit de AIV voor een stapsgewijze verhoging van het defensiebudget naar het Europese gemiddelde van 1,6% van het bruto binnenlands product (BBP), zonder overigens de NAVO-norm van 2% BBP los te laten.

De AIV constateert een versnippering in de deelname van Nederland aan vredesoperaties over de laatste jaren. De regering zou er goed aan doen de krijgsmacht in beginsel alleen in te zetten ter vermindering van de instabiliteit aan de flanken van Europa en niet in gebieden verder weg. De instabiliteit rond Europa dwingt Nederland tot een strategische herpositionering. De AIV adviseert de regering in het voortraject van Europese besluitvorming per geval aansluiting te zoeken bij één of meerdere grote lidstaten om tijdig invloed te kunnen uitoefenen. Een sterke politieke gerichtheid van Nederland op Duitsland ligt voor de hand. Nederland zou Duitsland moeten aanmoedigen ook op veiligheidsgebied een meer geprononceerde positie in te nemen.

(Adviesraad Internationale Vraagstukken, 30 april 2015)

maandag 29 september 2014

Marineschepen vertrokken naar de Oostzee

Vijf marineschepen zijn maandag vertrokken vanuit de marinehaven in Den Helder richting de Oostzee. De schepen nemen daar deel aan de 4 weken durende marineoefening Northern Archer.

De fregatten Zr.Ms. Evertsen en Zr.Ms Tromp, onderzeeboot Zr.Ms. Bruinvis, patrouillevaartuig Zr.Ms. Zeeland en bevoorrader Zr.Ms. Amsterdam houden zich in de wateren rond de Baltische staten bezig met een breed scala aan oefeningen op het gebied van maritieme oorlogsvoering. Van onderzeebootbestrijding, oppervlaktebestrijding, luchtverdedigingscapaciteiten, tot het opereren met de maritieme NH-90 gevechtshelikopter.  De Koninklijke Marine voert tijdens de eskaderreis Northern Archer verschillende oefeningen uit met Polen, Zweden, Estland, Letland en Denemarken.

De oefening past in de geruststellende maatregelen die de NAVO afkondigde, na de annexatie van de Krim. Daarin stond onder meer dat een verhoogde militaire en maritieme presentie van NAVO-partners in de regio gewenst was, wanneer dit in het nationale programma paste.

(ministerie van Defensie, 29 september 2014)


Archieffoto: de bevoorrader Zr. Ms. Amsterdam, een patrouillevaartuig (OPV)
en het fregat van Speijk. Foto: ministerie van Defensie

vrijdag 22 augustus 2014

Rutte blundert over Russische bommenwerpers

Minister-president Mark Rutte is bij zijn wekelijkse persconferentie fors de mist ingegaan over een vermeende schending van het Nederlandse luchtruim door twee Russische bommenwerpers. Hij noemde die actie 'onacceptabel'. Maar de bommenwerpers zijn helemaal niet het Nederlandse luchtruim ingevlogen...

Zie de video van de personferentie, vanaf 19'30"

Vraag: Is het nu handig dat Russische vliegtuigen gisteren het Nederlandse luchtruim in zijn gevlogen zeker gezien de gespannen relatie die wij nu hebben met Rusland?
Rutte: Wat denkt u zelf?
V. Ik vraag het aan u
Rutte: Nee, dat is niet verstandig. Dat is zelfs onacceptabel. En vandaar ook dat onze F-16's onmiddellijk in actie zijn gekomen.

Navraag bij het ministerie van Defensie leert dat de twee Tu-95 'Bear' bommenwerpers niet het Nederlandse luchtruim zijn binnengedrongen. Net als in eerdere gevallen (de laatste keer was afgelopen april) bleven zij in het internationale luchtruim boven de Noordzee. Wel vlogen zij in een gebied dat door Nederland voor de NAVO wordt bewaakt, de 'Amsterdam FIR' (Flight Information Region). Dat is in het geheel niet verboden, en dus ook niet "onacceptabel".

Nou maar hopen dat iemand Rutte er van weerhoudt om maandag de Russische ambassadeur op het matje te laten roepen...


Amsterdam FIR. Feller geel = het Nederlandse luchtruim

Voor meer informatie over de gebeurtenissen van donderdag zie dit bericht van het ministerie van Defensie.


Een onderschepte 'Bear'. Archieffoto Luchtmacht

zaterdag 26 april 2014

Tijdbom onder vrede Europa

Russische agressie dreigt over te slaan

door Charles Sanders en Pieter Waterdrinker

Het gevaar dat kruitvat Oekraïne ontploft en de vlam overslaat richting Baltische NAVO-lidstaten waardoor oorlog in heel Europa dreigt, groeit met het uur.

Nederlandse officieren en hoogleraren internationale betrekkingen vrezen een scenario waarbij Estland, Letland en Litouwen een beroep doen op artikel 5 van het bondgenootschap en militaire hulp vragen.

„Mocht Poetin de grenzen van Oost-Oekraïne overtrekken, dan zullen Russische minderheden in de Baltische staten het voorbeeld van hun broeders in Donetsk, Slovjansk en Maripol volgen”, aldus een generaal-majoor van de Koninklijke Landmacht. „Zo’n domino-effect kan een Derde Wereldoorlog inleiden.”

Escalatie
Directeur Rob de Wijk van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies deelt die zorg. „Ik ben net terug uit Estland en daar kijkt men doodsbang naar de ontwikkelingen in Oekraïne. Narva, derde stad van het land en pal aan de grens met de Russische Federatie, bestaat voor 90 procent uit etnische Russen. Als die zich gaan roeren is de beer pas echt los.”

Want de Esten zullen annexatie van hun belangrijke industriestad niet toestaan, waardoor een gewapend conflict tussen Moskou en de NAVO op de loer ligt. De interimpremier van Oekraïne, Arseni Jatsenjoek, waarschuwde gisteren voor een nieuwe wereldoorlog terwijl zijn troepen in de stad Slovjansk separatisten probeerden uit te roken.

Gisteravond laat meldde het Amerikaanse ministerie van Defensie dat Russische vliegtuigen de afgelopen 24 uur diverse malen het luchtruim van Oekraïne zijn binnengevlogen. Waar en wanneer dat is gebeurd, is niet duidelijk.

(Telegraaf, 26 april 2014)

Dreiging

Een week na het verrassend tot stand gekomen akkoord van Genève, is de situatie in Oekraïne zo explosief dat Kiev zelfs vreest voor een Derde Wereldoorlog. De schuld van de escalatie ligt geheel en al bij één partij: de agressor Rusland. Met voorbedachten rade is al wekenlang gewerkt aan het destabiliseren van Oekraïne.

Het akkoord van Genève voorzag in ontwapening van illegale groepen en ontruiming van overheidsgebouwen. De afspraken tussen Rusland, de VS, Oekraïne en de EU waren glashelder. Toch heeft Rusland er bewust voor gekozen om vanaf dag één na Genève helemaal niets te ondernemen ter uitvoering van het akkoord. Dat voedt de verdenking dat het Kremlin inderdaad uit is op een oorlog.

De woorden van de Russische minister van Defensie dat het militaire machtsvertoon aan de grens met Oekraïne tevens nodig is omdat de NAVO versterkingen naar oostelijke lidstaten heeft gestuurd, zijn onheilspellend. Tegelijkertijd heeft president Poetin zichzelf klemgezet door zijn niet-aflatende propagandaoorlog. Het gevaar bestaat dat er voor Poetin geen weg terug is.

De opties van de NAVO lijken beperkt, nu Oekraïne geen deel uitmaakt van het bondgenootschap en bij een Russische inval geen beroep kan doen op artikel 5 van het handvest – de stelregel dat een aanval op de één, een aanval op allen is. Toch moet de NAVO serieus rekening houden met een noodzaak tot ingrijpen. Om te voorkomen dat een domino-effect ontstaat, zou, vooral ook ter bescherming van de oostelijke lidstaten van de alliantie, een tegenreactie overwogen moeten worden.

De NAVO heeft geen andere keus dan de tanden te laten zien.

(Telegraaf, 26 april 2014)

woensdag 26 maart 2014

Veiligheidsgaranties NAVO-leden? OK, maar niet té luid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Geannoteerde agenda t.b.v. NAVO-bijeenkomst op het niveau van ministers van Buitenlandse Zaken, 1-2 april 2014

Op 1 en 2 april a.s. komen de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-landen bijeen in Brussel. De conceptagenda voorziet in een werksessie, een bijeenkomst met Oekraïne (NAVO-Oekraïne Commissie) en een werkdiner op 1 april. Op 2 april komt de NAVO bijeen met Georgië (NAVO-Georgië Commissie), de ISAF-partners en de landen van het Istanbul Cooperation Initiative (ICI). Ook is een reeds eerder geplande, korte, ceremoniële bijeenkomst voorzien ter gelegenheid van de uitbreiding van de NAVO in 1999, 2004 en 2009. De situatie in Oekraïne zal de besprekingen domineren. Voor zover mogelijk zal ook worden vooruitgeblikt naar de NAVO-top op 4 en 5 september in Wales. In deze brief wordt vooral ingegaan op de Nederlandse positie in de NAVO t.a.v. het Russisch-Oekraïense conflict.

Oekraïne
De afgelopen weken bent u meerdere malen geïnformeerd over de ontwikkelingen in Oekraïne. In de brieven aan uw Kamer d.d. 3, 7, 12 en 18 maart is ook ingegaan op de besprekingen die binnen de NAVO zijn gevoerd. Zoals uit deze berichtgeving blijkt, volgt de NAVO de situatie nauwgezet en heeft zij de bestaande samenwerkingsverbanden met Oekraïne en Rusland, respectievelijk de NAVO-Oekraïne Commissie (NUC) en de NAVO-Rusland Raad (NRR), benut om de kwestie te bespreken. Op 14 maart jl. kwam de Euro-Atlantische Partnerschapsraad (EAPR), waarin Oekraïne en Rusland zitting hebben, bijeen. De NAVO heeft, o.a. in verklaringen op 2, 4 en 17 maart de Russische handelwijze in krachtige termen veroordeeld en het land opgeroepen zijn internationale verplichtingen na te komen. Helaas hebben ook de besprekingen in de NRR er niet toe geleid dat Rusland is overgegaan tot de-escalatie van de situatie.

Op 4 maart jl. kwam de Noord Atlantische Raad (NAR) bijeen op verzoek van Polen. Polen had artikel 4 ingeroepen, dat stelt dat bondgenoten onderling overleg zullen plegen wanneer naar de mening van een van hen de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een der partijen wordt bedreigd. Bij die gelegenheid heeft de NAR besloten tot het treffen van maatregelen om de situational awareness van het Bondgenootschap rond de situatie in Oekraïne te verbeteren. Dat houdt onder andere in dat de AWACS-toestellen actiever boven het grondgebied van de Alliantie worden ingezet. In dit kader zal, in overleg met de minister van Defensie, ook Nederlandse tankercapaciteit (air-to-air refueling) worden ingezet ten behoeve van het bijtanken van deze AWACS-toestellen.De hiermee gemoeide kosten zullen worden gedekt binnen het Defensie-budget.

Zoals bericht, besloot de NAR ook tot versterking van de samenwerking met Oekraïne binnen het raamwerk van de NUC en tot een herziening van de relaties met Rusland. Tijdens de ministeriële bijeenkomst op 1 en 2 april zal bezien worden hoe deze besluiten geconcretiseerd kunnen worden en of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

Conform de Nederlandse inzet heeft ook de NAVO zich er vanaf het begin op gericht om verdere escalatie van de situatie te voorkomen. Helaas hebben oproepen aan Rusland hiertoe geen positief effect gesorteerd. Integendeel, de Russische handelwijze heeft ervoor gezorgd dat verschillende bondgenoten zich in toenemende mate zorgen maken over de veiligheidsconsequenties van het Russische handelen en gevraagd hebben om zichtbare reassurance.

Voor Nederland vormt dit element van reassurance een onlosmakelijk onderdeel van de onderlinge solidariteit die het fundament is van het Bondgenootschap. De tot op heden door de NAVO getroffen maatregelen in deze crisis passen volgens Nederland goed in het vinden van een balans tussen de behoefte aan reassurance en de wens tot de-escalatie. Ministers zullen spreken over de meest recente ontwikkelingen als ook over de strategische implicaties daarvan voor het Bondgenootschap.

Tijdens de NAVO-bijeenkomst zal voorts worden gesproken over verdere steun die aan Oekraïne kan worden gegeven in het kader van de bestaande partnerschapsovereenkomst met het land. Het land vormt een belangrijke partner van de NAVO en bezien zal moeten worden hoe aan het hierboven gemelde besluit om de samenwerking met Oekraïne te versterken, invulling kan worden gegeven. Nederland denkt hierbij met name aan NAVO-bijdragen bij de hervorming en professionalisering van het Oekraïense leger en assistentie m.b.t. de  democratische controle over de krijgsmacht. Daar Oekraïne geen lid is van de NAVO, is van veiligheidsgaranties vanuit het Bondgenootschap voor Oekraïne geen sprake.

Relatie NAVO-Rusland
De NAVO zal stilstaan bij de gevolgen van het conflict voor de relatie met Rusland. Zoals gemeld, besloot de NAVO op 5 maart tot een herziening van de relatie met Rusland. Tevens werd besloten om tot de ministeriële bijeenkomst op 1 en 2 april geen ontmoetingen op werkniveau meer te houden. Nederland is van mening dat Rusland een belangrijke partner van de NAVO is waarmee het Bondgenootschap essentiële belangen deelt, waaronder de bestrijding van terrorisme en de aanpak van piraterij. In deze crisis heeft Rusland echter het internationale recht op ernstige wijze geschonden. Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor de relatie van de NAVO met Rusland. Op welke terreinen dit vorm gegeven zal worden, is onderwerp van discussie. Nederland zal zich er wel voor inzetten dat de diplomatieke kanalen voor politieke dialoog ook in NAVO-kader zoveel mogelijk open blijven.

Georgië
Op 2 april zal de NAVO-Georgië Commissie (NGC) bijeenkomen. Met minister Panjikidze zal worden gesproken over de ontwikkelingen in Georgië en mogelijkheden om de samenwerking met het land te intensiveren. Zoals bekend, wil Georgië graag lid worden van de NAVO. Georgië zou graag zien dat tijdens de NAVO-Top in september het lidmaatschapsperspectief, dat de NAVO Georgië in 2008 bood, wordt ingevuld door een concrete stap voorwaarts.

Nederland verwelkomt de Euro-Atlantische aspiraties van Georgië en de voortgang die het land maakt. Nederland heeft waardering voor de omvangrijke bijdrage van Georgië aan de ISAF-operatie. De vraag doet zich voor in hoeverre de ontwikkelingen in Oekraïne gevolgen moeten hebben voor de NAVO-toetredingskandidatuur van Georgië. Nederland is van mening dat Georgië op zijn eigen merites dient te worden beoordeeld. De mate waarin Georgië politieke en militaire hervormingen ter hand neemt en bijdraagt aan de Euro-Atlantische veiligheid moet leidend zijn. Voorkomen moet worden dat voeding wordt gegeven aan het zero sum-spel dat ogenschijnlijk door Rusland wordt gespeeld.  Nederland wacht met interesse de voortgangsrapportages van de SG NAVO af over de vier landen met lidmaatschapsaspiraties. Deze rapportages zullen in juni tijdens de volgende NAVO-bijeenkomst op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken worden besproken.

Afghanistan
De ministers van Buitenlandse Zaken zullen in ISAF-samenstelling met de Afghaanse autoriteiten van gedachten wisselen. Dit is de laatste ISAF- bijeenkomst voor de presidentsverkiezingen in Afghanistan op 5 april. Naar alle waarschijnlijkheid zal gesproken worden over de politieke en veiligheidssituatie aan de vooravond van de verkiezingen. Ook zal mogelijk kort gesproken worden over de nog lopende onderhandelingen over de Status of Forces Agreement (SOFA) met de NAVO en het uitblijven van overeenstemming over de Bilateral Security Agreement (BSA) met de Verenigde Staten.

Istanbul Cooperation Initiative (ICI)
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan zal de NAR met de landen van het Istanbul Cooperation Initiative (ICI) bijeenkomen. Op de NAVO-top in Istanbul (2004) werd besloten tot oprichting van het ICI. Het ICI is primair gericht op de landen op het Arabische Schiereiland. Inmiddels zijn Koeweit, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar toegetreden. Oman en Saoedi-Arabië zijn uitgenodigd, maar hebben nog geen toetredingswens kenbaar gemaakt. Het ICI richt zich vooral op praktische samenwerking. Nederland acht het ICI een nuttig forum voor samenwerking met deze landen en ziet mogelijkheden om op bepaalde terreinen, bijvoorbeeld piraterijbestrijding en de politieke dialoog, de samenwerking te intensiveren.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Frans Timmermans

(Tweede Kamer, 21 maart 2014)

maandag 3 maart 2014

NRC: Inval van Rusland in Oekraïne volstrekt onverantwoordelijk

Sinds het einde van de Koude Oorlog bestond er in Europa een sluimerend meningsverschil over de vraag in hoeverre Rusland, als erfgenaam van de Sovjet-Unie, nog een werkelijke bedreiging vormde. In West-Europese landen als Nederland maakte men zich daar geen grote zorgen over. Maar in de landen die na de Tweede Wereldoorlog onder de verstikkende dominantie van Moskou hebben geleden, of zelfs deel hebben uitgemaakt van de Sovjet-Unie, bleef de vrees voor het grote Rusland altijd levend. Toetreding tot de NAVO was daarom voor die landen van enorm belang.

Met de inval in Oekraïne, die voorlopig heeft geleid tot de militaire bezetting van de Krim, heeft president Poetin de Polen, de Balten en hun geestverwanten in hun angstige overtuiging bevestigd. Blijkbaar eigent Moskou zich ook bijna een kwart eeuw na het einde van de Sovjet-Unie nog het recht toe om een land binnen te vallen dat het tot zijn invloedssfeer rekent.

Niet alleen schendt Rusland daarmee het volkenrecht en de garanties die het twintig jaar geleden zélf aan het soevereine Oekraïne heeft verstrekt. Het riskeert met deze operatie in het intens verdeelde en instabiele land ook een bittere oorlog te ontketenen. Er is weinig fantasie voor nodig, en een klein beetje historische kennis, om te beseffen hoe bloedig dat kan eindigen en hoe ontwrichtend dat kan werken in de hele regio. De bezetting van de Krim en de dreigementen van president Poetin en het Russische parlement om het daarbij niet te laten, brengen de vrede en veiligheid in Europa in gevaar, zoals secretaris-generaal Rasmussen van de NAVO gisteren terecht zei.

Oekraïne is geen lid van de NAVO, het bondgenootschap heeft dus ook niet te verplichting om het aangevallen land te hulp te schieten in zijn confrontatie met (kernmacht) Rusland. Iedere militaire escalatie van het conflict moet nu ook dringend vermeden worden. Wel is het belangrijk dat zo veel mogelijk landen, en dus niet alleen het Westen, Rusland krachtig duidelijk maken dat deze interventie volstrekt onverantwoordelijk en onacceptabel is. Het dreigement om Rusland als sanctie diplomatiek, politiek en mogelijk ook economisch te isoleren is daarbij een van de weinige beschikbare instrumenten, en mag niet onbenut blijven.

Tegelijk is een grote diplomatieke inspanning nodig, om te voorkomen dat de toestand verder uit de hand loopt. Een balans te vinden tussen harde afkeuring van de Russische operatie enerzijds en het opzoeken van de dialoog anderzijds is de moeilijke opdracht waar de internationale diplomatie nu voor staat. De Europese Unie, die grenst aan Oekraïne, moet daarbij een hoofdrol spelen.

(Hoofdredactioneel commentaar NRC, 3 maart 2014)

Agressor

Wat drie maanden geleden begon als een intern oproer in Oekraïne is dit weekeinde in rap tempo uitgegroeid tot de grootste crisis in Europa sinds de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog.

Door annexatie van de Krim en een dreigende inval in andere delen van Oekraïne, lapt Rusland het Handvest van de Verenigde Naties aan de laars. Secretaris-generaal Rasmussen van de NAVO brandmerkt de Russische president Poetin terecht als agressor.

De vraag is echter in hoeverre het Westen in staat is het Russische gevaar het hoofd te bieden. Poetin trok zich volstrekt niets aan van de waarschuwing van de Amerikaanse president Obama dat een inval in Oekraïne een prijs zou hebben. Een pijnlijke nederlaag voor Obama die al danig verzwakt is op het wereldtoneel, omdat hij in de Syrië-crisis niet de daad bij het woord voegde.

Eerder afgesloten akkoorden omtrent de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne blijken niets waard. Dit terwijl Poetin niet nalaat interventies van het Westen telkens te veroordelen als schendingen van het internationale recht.

Te midden van angstaanjagende Koude Oorlogstaal hamert Moskou op het recht om etnische burgers te beschermen. Onheilspellende parallellen dringen zich op met de situatie in Europa aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog toen Hitler het Duitssprekende Sudetenland in Tsjecho-Slowakije annexeerde.

Als de geschiedenis iets heeft aangetoond is het wel dat niet gebogen moet worden voor een agressor. De NAVO zal met een daadkrachtiger antwoord moeten komen op de oorlogsmachine van Poetin. Alle alarmbellen moeten nu afgaan in het NAVO-hoofdkwartier.

(Telegraaf, 3 maart 2014)

Zie ook het commentaar van de Volkskrant: Een bom onder Europa

Een bom onder Europa

OPINIE Vladimir Poetin heeft de wereld verrast in Oekraïne. De tijden van agressief revanchisme zijn terug in Europa, schrijft Arnout Brouwers in het commentaar van de Volkskrant.

De Russische president Vladimir Poetin, onlangs nog gesignaleerd aan de toog met koning Willem Alexander, heeft voor het eerst sinds de door Slobodan Milosevic aangejaagde Balkanoorlogen, het fundament van de huidige Europese veiligheidsordening geschonden: de territoriale integriteit van staten.

Het is op dit moment te vroeg om te zeggen of het Russische optreden in Oekraïne een invasie is van de Krim of heel oostelijk Oekraïne, of het begin van de creatie van nieuwe separatistische gebieden die - ook als er nooit een schot valt - zich feitelijk aan de Oekraïense soevereiniteit zuilen onttrekken. Maar nu al is duidelijk dat president Poetin een bom heeft gelegd onder de veiligheidsordening die na de instorting van de Sovjet-Unie in Europa is ontstaan.

Poetin heeft nooit verborgen dat Oekraïne voor hem van lijfsbelang is. De Oekraïense Oranjerevolutie van tien jaar geleden was de aanleiding om de democratie in Rusland verder af te knijpen. in 2008 bij de Navo-top in Boekarest trok Poetin in twijfel of Oekraïne wel een staat is. En recent zette hij president Janoekovitsj onder grote druk om af te zien van een associatieverdrag met de EU. Want Poetins Euraziatische Unie stelt te weinig voor zonder Oekraïense deelname.

Dit was allemaal bekend in het Westen, net zoals bekend was dat Poetin jarenlang de druk in Georgie’s afvallige provincies opvoerde tot hij in 2008 president Saakasjvili tot een aanval wist te provoceren - waarna Rusland binnenviel.

Wat westerse politici - jarenlang ingepakt door bilaterale deals met Gazprom en in slaap gesust door hun eigen retoriek over Poetins Nieuwe Rusland’ - niet zagen aankomen, waren de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, die herinneringen oproepen aan zowel het Sovjetingrijpen in Boedapest in 1956 ais aan Adolf Hitlers campagne om de ‘rechten van Duitsers’ te waarborgen in Sudetenland. Ook Poetins staatsrevanchisme over het verlies van het door Moskou bestuurde Sovjetrijk, lijkt op een echo uit het verleden.

Maar willen de Russen op de Krim zelf niet bij Rusland? En kunnen we ais we een oogje dichtknijpen onze warme band met het Kremlin - en de gascontracten - niet bewaren? Zeker, de nieuwe overgangsregering in Kiev bevat enkele radicale types en heeft fouten gemaakt, vooral door de taalwet direct terug te draaien. Maar dit was geen westers complot en het is geen ‘fascistoïde bewind, hoezeer de Russische propaganda en Poetins al dan niet betaalde westerse apologeten dat ook betogen. Tot Rusland olie op het vuur gooide, stond niets een gezamenlijke Westers-Russische aanpak van de politieke en economische stabilisering van Oekraïne in de weg.

Het is 2014, niet 1938 of 1956- en dat is waarom Poetins flagrante schending van de Oekraïense soevereiniteit als zo’n verrassing komt. De postmoderne Europeanen hebben hun eigen strijdkrachten al half afgeschaft, rekenen niet meer op militair tromgeroffel in Europa en kunnen alleen denken in termen van ‘win-win’-diplomatie. Bovendien heeft Poetin veel Europese leiders, de Nederlandse voorop, in zijn broekzak zitten ais gevolg van de jarenlange bilaterale opbouw van energieposities in bijna alle EU-markten. Hij wist dat hij er geen direct tegenspel te verwachten had. in zekere zin geldt dat ook voor het 'terugtrekkende’ Amerika, dat Rusland tot nu onmisbaar achtte in onder meer zijn Iran-diplomatie.

Poetin kan dus een de facto inlijving van de Krim, en zelfs delen van Oost-Oekraïne, afdwingen. Het valt zeer te hopen dat de wereldgemeenschap hem nog kan intomen en een hete oorlog in Oekraïne voorkomen kan worden. Maar ongeacht wat volgt: Poetin is de Rubicon overgetrokken. Dat betekent dat alle betrokkenen de balans moeten opmaken van hun relatie met dit Russische bewind. Dat geldt ook voor Nederland als de facto bruggenhoofd voor Gazprom en veilige kluis voor criminele miljarden uit Rusland.

Arnout Brouwers is chef opinie van de Volkskrant.

© de Volkskrant
3 maart 2014

dinsdag 14 januari 2014

Kabinet sluit nucleaire taak F-35 niet uit

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Het kabinet heeft kennis genomen van de motie-Van Dijk (Kamerstuk 33 763, nr. 14) die op 6 november jl. is ingediend naar aanleiding van het overleg over de Nota “In het belang van Nederland”. Met deze brief wil het kabinet graag reageren op het duidelijke signaal dat de Kamer met deze motie afgeeft en tevens, mede naar aanleiding van de behandeling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, enige aanvullende informatie geven op de beleidsbrief nucleaire ontwapening en non-proliferatie van 24 oktober jl. (Kamerstuk 33 783, nr.1).

In de motie-Van Dijk spreekt een Kamermeerderheid uit dat “de vervanger van de F-16 geen nucleaire taak mag hebben”. Het kabinet ziet in deze motie een aansporing om het Nederlandse beleid gericht op het terugdringen en uiteindelijk elimineren van alle nucleaire wapens- waaronder de niet-strategische nucleaire wapens in heel Europa – met kracht voort te zetten. In lijn hiermee is het kabinet het met uw Kamer eens dat de inzet van Nederland erop gericht moet zijn dat Nederland op het moment dat de opvolger van de F-16 aantreedt geen nucleaire taak meer zou hoeven te vervullen – omdat op dat moment de internationale omstandigheden en de afspraken binnen de NAVO dat hopelijk mogelijk maken. De volgorde binnen dit proces luistert evenwel nauw. Het kabinet is van mening dat het belangrijk is om éérst binnen het bondgenootschap overeenstemming te bereiken over de toekomstige nucleaire positionering van de NAVO – en zet daar ook op in – en dan op basis daarvan conclusies te trekken over de rol van individuele lidstaten daarin. Het kabinet constateert dat op dit terrein momenteel binnen de NAVO nog forse verschillen van mening bestaan. Het kabinet wil zich er voor inzetten deze verschillen de komende jaren te overbruggen en ziet de motie-Van Dijk als een aansporing daartoe.

Richtsnoer voor het kabinet op dit gebied is de beleidsbrief over nucleaire ontwapening en non-proliferatie (Kamerstuk 33 783, nr.1) van 24 oktober 2013. Hierin wordt benadrukt dat het beleid van Nederland gericht is op het bereiken van een wereld zonder kernwapens. De brief zet daarbij niet alleen uitvoerig uiteen op welke wijze  en in welke gremia Nederland dit doel probeert te bevorderen, maar schetst ook de dilemma’s waar het kabinet in dat streven tegenaan loopt. Eén van deze dilemma’s betreft de vraag hoe Nederland op constructieve wijze een aanjagende rol kan blijven spelen in de discussies binnen het bondgenootschap over bijvoorbeeld ontwapening en niet-strategische nucleaire wapens en tegelijkertijd een betrouwbare partner kan zijn in een militair bondgenootschap dat sinds decennia onze veiligheid garandeert. Binnenkort zal het kabinet over de beleidsbrief en de hierin vervatte doelstellingen en dilemma’s nader met u van gedachten wisselen.

Nederlandse inzet in NAVO-kader
Zoals ook beklemtoond in de beleidsbrief, zal Nederland in de NAVO nadrukkelijk aandacht blijven vragen voor ontwapening, wapenbeheersing en non-proliferatie. Zo heeft de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de laatste NAVO-ministeriële van 3 en 4 december jl. gepleit voor de bespreking van het onderwerp wapenbeheersing tijdens en in aanloop naar de NAVO-top van september 2014. Dit geldt zowel voor conventionele als nucleaire wapens, met bijzondere aandacht voor de niet-strategische nucleaire wapens in Europa

De NAVO steunt het streven naar een kernwapenvrije wereld. Zoals in de beleidsbrief  beschreven, heeft de NAVO tijdens de Chicago-top in 2012 in haar Deterrence and Defence Posture Review (DDPR) ook duidelijk gemaakt dat nucleaire wapens een elementair onderdeel zijn van de capaciteiten van de NAVO en dat zolang kernwapens bestaan de NAVO een nucleaire alliantie zal blijven.

De bondgenoten bevestigden in de DDPR dat de NAVO de afschrikkings- en verdedigingscapaciteiten in stand zal houden die nodig zijn ter verzekering van de veiligheid van de leden van het bondgenootschap in een onvoorspelbare wereld. Tegelijkertijd zal de NAVO haar strategie, inclusief de capaciteiten en andere maatregelen die nodig zijn voor afschrikking en defensie, blijven aanpassen aan de ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving. Besluiten hierover worden, zoals altijd in de NAVO, bij consensus genomen.

Het kabinet is van mening dat met de DDPR een goede balans is gevonden tussen capaciteiten en dreigingen. Het steunt het voornemen de nucleaire strategie regelmatig aan te passen aan de omstandigheden. Bij toekomstige besprekingen hierover in de NAVO zal het kabinet, naast overwegingen van nationale en internationale veiligheid en stabiliteit, het streven naar ontwapening zwaar laten meewegen. Het streven naar een kernwapenvrije wereld betekent immers ook verwijdering van alle niet-strategische kernwapens uit Europa. Daarbij is het van belang te constateren dat sinds het einde van de Koude Oorlog de rol van niet-strategische kernwapens in de NAVO drastisch is veranderd en dat deze wapens daarmee in een ander daglicht zijn komen te staan. Daar staat tegenover dat de Russische militaire doctrine nog steeds het gebruik van deze wapens – zelfs vroeg in een conventioneel conflict – niet uitsluit. Mede hierom ontbreekt aan Russische zijde op dit moment de belangstelling voor onderhandelingen over de vermindering van niet-strategische kernwapens. Voorts geeft Rusland bij herhaling te kennen alleen over nucleaire ontwapening te willen spreken in samenhang met conventionele ontwapening en de stopzetting van de ontwikkeling van het afweersysteem van de NAVO tegen ballistische raketten.

Het kabinet is van mening dat gesproken dient te worden over het verder terugdringen van de rol van kernwapens in militaire doctrines. Zoals beschreven in de beleidsbrief was Nederland mede daarom eind juni 2013 gastheer van een NATO – Russia Council Seminar on Nuclear Doctrine and Strategy. Hiermee onderstreept het kabinet het belang dat het aan dit onderwerp hecht. Het illustreert ook het belang dat Nederland, als bruggenbouwer, hecht aan het vergroten van transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen in het kader van de samenwerking tussen de NAVO en de Russische Federatie.

De NAVO-kernwapentaak en de aanwezigheid van Amerikaanse niet-strategische kernwapens in Europa belichamen voor NAVO-bondgenoten de essentiële politieke en symbolische verbondenheid tussen Europa en de Verenigde Staten. Een aantal bondgenoten hecht bovendien onverminderd aan de aanwezigheid van deze wapens als tegenwicht tegen een door hen gepercipieerde Russische dreiging.

Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen. Het zal echter nog geruime tijd duren, zeker tot 2024, voordat de F-16 niet meer in gebruik is. Hoe het geheel van afschrikkings- en defensiecapaciteiten van de NAVO er dan uitziet, is nu niet te voorspellen. Wel staat vast dat het thema tot die tijd regelmatig onderwerp van discussie zal zijn in het bondgenootschap. Nederland wil in deze discussie een actieve rol blijven spelen. Mede tegen deze achtergrond is het kabinet geen voorstander van eenzijdige besluiten. Dat zou niet passen bij onze bondgenootschappelijke verplichtingen en afbreuk doen aan de geloofwaardigheid en de positie van Nederland in de discussies over de NAVO-strategie, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de Russische opstelling op nucleair gebied.

Zoals tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken ter sprake kwam, zijn er NAVO-afspraken over wat publiekelijk kan worden meegedeeld over de kernwapentaken, inclusief die van Nederland. De basisafspraken dateren van 1964 en de laatste herziening van 2007. In overeenstemming met de afspraken kan worden bevestigd dat Amerikaanse nucleaire wapens aanwezig zijn op het Europese grondgebied van de NAVO. Er kunnen evenwel geen mededelingen worden gedaan over aantallen en specifieke locaties.

Tegen deze achtergrond kan het kabinet zich niet op voorhand vastleggen op een standpunt zoals uitgesproken in de motie. Het kabinet zal wel, aangemoedigd door de motie, het Nederlandse beleid, gericht op algehele kernontwapening, inclusief de verwijdering van de niet-strategische kernwapens uit Europa, vastberaden voortzetten. Het kabinet zal zich hiervoor inzetten in de discussies over toekomstige NAVO-capaciteiten en in de voorbereiding op de komende NAVO-top in september 2014. Over de voortgang van de besprekingen binnen de NAVO zal het kabinet uw Kamer informeren.


DE MINISTER VAN DEFENSIE               DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert                                Frans Timmermans

(Tweede Kamer, 14 januari 2014)

maandag 17 juni 2013

Russisch spionageschip bekijkt Nederlandse marineschepen

Boeiende foto tegengekomen. Genomen vanaf het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. Evertsen. Locatie: ten noorden van Noorwegen. Datum: onbekend.

De Evertsen is bezig spullen over te brengen naar de onderzeeboot Zr.Ms. Dolfijn. Op de achtergrond een Russisch spionageschip, zo te zien van de 'Vishnaya'-klasse. Waarschijnlijk gaat het om de SSV-169 Tavriya.

Dit ELINT/SIGINT schip hoeft helemaal niet zo dichtbij de Nederlandse schepen te zijn om zijn werk te kunnen doen; het is een stukje vlagvertoon, net zoals de Nederlandse aanwezigheid in dit gebied dat is. (HdV)


Zr.Ms. Evertsen, Zr.Ms. Dolfijn en Russisch schip. Foto: Marine

dinsdag 9 april 2013

'Russische spionnen jagen op Nederlandse wapenkennis'

Gerard den Elt

Rusland jaagt op Nederlandse wapentechnologie. Russische spionnen zijn hier daarom zeer actief. Dat zegt Ruslandkenner dr. Marcel de Haas, als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael.

''Rusland ligt jaren achterop qua militaire uitrusting. Het land wil tot en met 2020 met een investering van 600 miljard euro een forse inhaalslag maken'', zegt De Haas.

Glavnoye Razvedyvatel'noye Upravleniye (GRU)

''Nederland is als betrokkene bij de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter en de radartechnologie van bijvoorbeeld Thales interessant voor Russische spionnen.''

'Ordinair'
De Haas reageert daarmee op het bezoek dat de Russische president Vladimir Poetin vandaag aan Nederland brengt. ''Dat bezoek gaat ordinair om olie en gas.’’

Poetin wil volgens De Haas het Russische leger in ijltempo drastisch vernieuwen. Op het ogenblik bestaat het wapenarsenaal voor tachtig procent uit sterk verouderd materiaal. Rond 2020 moeten de (lucht)vloot en andere wapensystemen voor 70 procent zijn vernieuwd.

Rusland kampt volgens hem als wereldmacht met een gedateerde krijgsmacht. ''Het is daar armoe troef’’, zegt De Haas, die als wapeninspecteur het Russische wapenarsenaal heeft bekeken.

Nieuwe krijgsmacht
Alle inspanningen van de Russische inlichtingendiensten FSB en GRU zijn er volgens hem op gericht zo veel mogelijk militair-technologische kennis te vergaren en toe te passen in de nieuwe krijgsmacht.

De berechting deze week van twee Nederlanders wegens spionage voor de Russen noemt de wetenschapper ‘toeval'. Een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken zou 90.000 euro hebben gekregen voor vermeende spionageactiviteiten. Een F-16-piloot staat in hoger beroep terecht op verdenking militaire geheimen aan de Russen te hebben willen verkopen.

Vooral de kennis over de F-16 kan volgens De Haas interessant zijn voor de Russen. Zij ontwikkelen op het ogenblik de Sukhoi T-50, die de Russsische tegenhanger moet worden voor de Joint Strike Fighter.
Frankrijk

''Jarenlang heeft Rusland gepoogd in Frankrijk en Italië militaire technologie te kopen’’, verduidelijkt De Haas.

''Sinds de komst van een nieuwe minister van defensie, Sergei Shoygu, wordt het militair-industrieel complex weer op poten gezet. Om die reden wordt gejaagd op de laatste technische ontwikkelingen.’’

Omgekeerd zijn de westerse inlichtingendiensten veel minder actief in Rusland. ''Van Russische zijde is de spionage veel intensiever. Wij zitten hier niet op verouderde Russische technologie te wachten.’’

Muurval
De luitenant-kolonel b.d. zegt dat spionage van alle tijden is en na de val van de Muur zeker niet is opgehouden.

Hoewel de westerse wereld de indruk heeft in vrede te leven met de Russen, bestaat daar juist een ander beeld. ''Het westen wordt nog steeds als een bedreiging gezien. Er bestaat in Rusland een houding van argwaan en achterdocht ten opzichte van het westen.’’

Nederland moet volgens De Haas voorzichtig zijn met de handelsbetrekkingen met de Russen. Ons land is van groot strategisch belang voor de Russische gasexport. ''In plaats van met de Europese Unie als geheel zaken te doen, blijft Rusland zoeken naar onderlinge afspraken met staten. Zo werkt de verdeel-en-heers-politiek van Poetin.’’

(NU.nl, 8 april 2013)

vrijdag 5 april 2013

OM eist in hoger beroep 4 jaar cel wegens spionage

De advocaat-generaal (OM) in Den Haag heeft vandaag een gevangenisstraf van 4 jaar geëist tegen een voormalig F16-piloot*. Volgens het OM heeft de 39-jarige verdachte staatsgeheime documenten onder zich heeft gehouden, geheime informatie aan niet-gerechtigden ter beschikking gesteld en een transactie voorbereid om tegen betaling staatsgeheime documenten te verkopen aan een buitenlandse mogendheid.

Nadat verdachte in 2010 ontslag had genomen bij de Koninklijke Luchtmacht heeft hij volgens het OM in strijd met de regels een aanzienlijke hoeveelheid gevoelige informatie op digitale gegevensdragers, waaronder staatsgeheime informatie, in zijn bezit gehouden. "Uit het dossier blijkt zonder twijfel dat verdachte wist dat hij staatsgeheime informatie onder zich had, terwijl dat niet was toegestaan en ook strafbaar is," aldus de advocaat-generaal op de zitting. De informatie is ook enige tijd in het bezit geweest van kennissen en een verhuisbedrijf.

In de visie van het OM had verdachte daarnaast de intentie om op 17 maart 2011 tegen betaling van 500.000 euro staatsgeheime documenten te verkopen aan een attaché van de Russische ambassade in Nederland. De documenten zouden staatsgeheime informatie over de F16 bevatten.

De advocaat-generaal vindt een gevangenisstraf van 4 jaar passen bij de ernst van de feiten. "Verdachte heeft de zware verantwoordelijkheid die op hem rustte als F16-vlieger en naderhand bij de verplichting tot inlevering van staatsgeheime documenten, ernstig verwaarloosd en daarmee ook bewust de reële kans aanvaard dat de documenten in verkeerde handen konden komen." Bij de strafeis is daarnaast rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Die omstandigheden, en een gedeeltelijke vrijspraak bij de rechtbank die bij het gerechtshof niet meer aan de orde is, maken dat de strafeis in hoger beroep lager uitvalt dan in eerste aanleg.

De rechtbank in Den Haag veroordeelde de verdachte eerder tot 5 jaar cel, conform de eis van de officier van justitie. De verdachte stelde hoger beroep in.

Uitspraak volgt eind april 2013.

(Openbaar Ministerie, 4 april 2013)

[Zie ook uitspraak in eerste aanleg, Rechtbank 's-Gravenhage, december 2011]

*Chris Vaneker

woensdag 6 maart 2013

Nederland en Rusland halen maritieme banden aan


De Nederlandse en Russische marine hebben vandaag officieel de maritieme banden aangehaald. De Commandant Zeestrijdkrachten, vice-admiraal Matthieu Borsboom, ondertekende namens Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert in St. Petersburg een 'Letter of Intent' met zijn Russische ambtgenoot. Deze overeenkomst legt de basis voor een verdieping van de bilaterale maritieme samenwerking.

Tijdens het bezoek aan de Admiraliteit in St. Petersburg sprak Borsboom uitgebreid met ambtgenoot admiraal Victor Chirkov over de verdieping van samenwerking op het gebied van hydrografie, onderzeeboot ontsnapping en de gezamenlijke strijd tegen piraterij.
Ook werd gesproken over Russische deelname aan de onderzeeboot reddingsoefening Bold Monarch en over de diverse activiteiten die plaatsvinden in het kader van het vriendschapsjaar Nederland-Rusland 2013.

Bице-адмирал Мэтью Борсбоом.
Foto: Russische Marine
"De Russische Nederlandse samenwerking kent zijn oorsprong in het verleden. Maar vandaag is echt de weg geopend om onze maritieme samenwerking in de toekomst uit te breiden en te verdiepen", aldus Borsboom.

Dit jaar vieren Nederland en Rusland hun vriendschapsjaar. Hoewel de historische banden dateren uit de 11e eeuw, wordt het bezoek van Tsaar Peter de Grote in 1697 aan Nederland gezien als het begin van intensieve betrekkingen, handelsrelaties en kennisuitwisseling tussen beide landen. Aanvankelijk lag de Russische belangstelling bij de Nederlandse expertise op het gebied van scheepsbouw, waterbeheer en infrastructuur.

Later kwamen daar ook sectoren als gas- en oliewinning, duurzaamheid en medische technologie bij. In het kader van het vriendschapsjaar Nederland-Rusland 2013 vinden tal van activiteiten plaats. Van wederzijdse vlootbezoeken tot culturele en economische activiteiten.

(ministerie van Defensie, 6 maart 2013)

donderdag 27 september 2012

Raymond P. genoemd in officiële aanklacht tegen vermoedelijke Russische spionnen in Duitsland

Raymond Poeteray
(De Nederlandse ambtenaar Raymond P. (Poeteray) wordt, weliswaar niet bij naam, genoemd in de aanklacht die op 14 september is uitgebracht tegen twee vermoedelijke Russische spionnen die onder een dekmantel in Duitsland leefden. De aanklacht is vandaag, 27 september, openbaar gemaakt. De passage over de Nederlander heb ik onderstreept, HdV)



Anklage wegen mutmaßlicher Spionage

Die Bundesanwaltschaft hat am 14. September 2012 beim Oberlandesgericht Stuttgart gegen zwei mutmaßliche hauptamtliche Mitarbeiter des russischen Auslandsnachrichtendienstes SWR Anklage wegen geheimdienstlicher Agententätigkeit (§ 99 Abs. 1 Nr. 1 StGB) und mittelbarer Falschbeurkundung (§ 271 Abs. 1 und 2 StGB) erhoben.

Die Anklage geht im Wesentlichen von folgendem Sachverhalt aus:

Die Angeschuldigten sind seit mehr als 20 Jahren in der Bundesrepublik Deutschland als hauptamtliche Mitarbeiter für den russischen Auslandsnachrichtendienst SWR tätig. Sie reisten 1988 und 1990 als vorgebliche österreichische Staatsangehörige südamerikanischer Herkunft unter den Aliasnamen Andreas und Heidrun A. in die Bundesrepublik Deutschland ein. Unter dieser mit falschen österreichischen Ausweispapieren untermauerten Legende bauten sie sich eine bürgerliche Existenz auf, mit der sie ihre geheimdienstliche Tätigkeit tarnten.

Die Angeschuldigten hatten die Aufgabe, Informationen über die politische und militärpolitische Strategie der EU und der NATO zu gewinnen. Zu diesem Zweck führten sie von Oktober 2008 bis August 2011 als geheimdienstliche Instrukteure einen weiteren Agenten, der ihnen aus dem niederländischen Außenministerium amtliche Dokumente über EU- und NATO-Angelegenheiten lieferte. Diese leitete der Angeschuldigte alias Andreas A. über sogenannte tote Briefkästen an seine Zentrale weiter. Außerdem berichteten die Angeschuldigten von den Treffen mit ihrer niederländischen Quelle. Bis zu ihrer Festnahme am 18. Oktober 2011 (vgl. Pressemitteilung Nr. 32/2011 vom 21. Oktober 2011) beschafften sie darüber hinaus auch selbst Erkenntnisse aus dem politisch-gesellschaftlichen Bereich über allgemein- und sicherheitspolitische Aspekte der Beziehungen der Bundesrepublik Deutschland, der EU und der NATO zu Russland.

Während der gesamten Dauer ihrer geheimdienstlichen Tätigkeit standen die Angeschuldigten in regelmäßigem Kontakt mit ihrer Führungsstelle. Ihre Anweisungen erhielten sie hauptsächlich mittels Agentenfunk. Ihre Meldungen an die Geheimdienstzentrale übermittelten sie hingegen per Satellitenübertragung. Außerdem nutzten sie ein Internetvideoportal für versteckte Botschaften.

Für ihre Agententätigkeit erhielten die Angeschuldigten feste Bezüge, die sich in den letzten Jahren auf knapp 100.000 Euro pro Jahr beliefen.

Der Aufdeckung der Legendierung der Angeschuldigten gingen umfangreiche Erhebungen des Bundesamtes für Verfassungsschutz voraus. Deren Ergebnisse führten zur Festnahme der Angeschuldigten im Oktober 2011 und bildeten den Ausgangspunkt für das Verfahren.

Die Angeschuldigten befinden sich weiterhin in Untersuchungshaft.

(Generalbundesanwalt, 27 september 2012)

woensdag 12 september 2012

Reportage aan boord van een NAVO AWACS

NAVO onderschept Russische bommenwerpers

door Gerard ten Voorde

GEILENKIRCHEN a/b Awacs – Nederlandse, Britse, Duitse en Deense gevechtsvliegtuigen hebben gisteren jacht gemaakt op twee Russische Bear­bommenwerpers. Met succes. Mede dankzij twee Awacs. „Ready for take-off.”

7.00 uur. Het landschap glooit, de ochtend gloort. De crew van een Awacs-radarvliegtuig op de NAVO-luchtmachtbasis Geilenkirchen –bij Heerlen– maakt zich op voor een trainingsmissie boven Denemarken.

Langzaam taxiet het E-3A-toestel met een grote schotel op z’n rug naar startbaan 09/27. In 
de krappe cockpit zitten twee piloten, een navigator, een boordwerktuigkundige én een verslaggever. Met opgetrokken knieën.

De toren geeft toestemming voor vertrek. De motoren van de Boeing 707 –ontwerp jaren vijftig– brullen. Twee links, twee rechts. Het bejaarde beestje (lengte 46,68 meter, 12,70 meter, spanwijdte 44,45 meter) trilt en schokt.

Snel en doelgericht werkt gezagvoerder Daniël Houtsma de vliegprocedures door. Checklist onder handbereik. „Het is een spartaanse kist. Een passagiersvliegtuig telt twee piloten, wij zijn met z’n vieren. We moeten alles nog met de hand doen”, aldus de oud-F-16-piloot. „Echt ambachtelijk.”

Een zuurstofmasker bungelt aan de wand. De hoogte­meter klimt snel: 300, 900, 1200 meter... Vanuit de cockpit is de onnavolgbare gang van de Maas door het Duits-Nederlandse grensgebied goed te zien. Het water glinstert.

Aan de slag
Op pakweg 10 kilometer hoogte kan de cabinebemanning aan de slag. Acht nationaliteiten storten zich op de systemen. Amerikanen, Duitsers, Nederlanders, een Italiaan, een Turk, een Belg, Spanjaard, een Canadees en een Pool. „We zijn de eerste multinationale eenheid”, zegt plaatsvervangend NAVO-commandant Ton van Happen van de Awacs-eenheid niet zonder trots aan boord.



Met zeventien radarvliegtuigen controleert de NAVO het luchtruim van de bondgenoten. Behalve die van de Amerikanen, Britten en Fransen, die doppen hun eigen boontjes.

Een Awacs kan dankzij een reusachtige schotelantenne van dik 9 meter met hypermoderne systemen zo’n 300 kilometer ver kijken. De radar maakt elke tien seconden een volledige omwenteling. „Deze kisten zijn de oren en ogen van de NAVO”, stelt woordvoerder Wilko ter Horst.

De Boeing oogt als een moderne meldkamer, bomvol beeldschermen. Kleurige stippen op het scherm –”radarblips”– geven exact weer wat er boven het missiegebied, het noordelijk deel van Europa, in de lucht hangt. Civiel en militair, vriend en vijand.

De Awacs zet koers richting Denemarken. Tijdens de trainingsmissie ”Magic51” simuleert de NAVO een luchtgevecht tussen blauw en rood, tussen vriend en vijand. Vier Zweedse Gripens, twee Duitse Tornado’s en twee Deense F-16’s meten vandaag hun krachten.

Een hardnekkige systeemstoring gooit echter roet in het eten. De Awacs-techneuten krijgen een computersysteem niet opgestart. Ook een herstart mag niet baten. De missie dreigt als ”mission impossible” in het water te vallen.

Onverwacht neemt de trainingsvlucht een wending. De radar neemt boven de Atlantische Oceaan, in de richting van de Noordzee, twee niet-geïdentificeerde toestellen waar. De Awacs-bemanning staat direct op scherp.

Twee Britse Eurofighters stijgen pijlsnel op. Deze Quick Reaction Alert (QRA) moet de onbekende toestellen onderscheppen en identificeren. ”Scramble”, in vakjargon. Een andere NAVO-Awacs, dicht bij Schotland, coördineert de actie. Een Engels tankvliegtuig, ook met een QRA-taak, kiest kort daarop het luchtruim om de jagers later bij te tanken.

De indringers blijken twee Russische bommenwerpers –type TU-95– te zijn, Bears in NAVO-jargon. Viermotorig, geschutskoepel in de staart. De propellertoestellen zetten onverstoorbaar koers richting Denemarken. Twee Deense F-16’s met een QRA-taak stijgen op om de Britten af te lossen.

Tactisch commandant Kees Pauw volgt de Russen via zijn beeldscherm op de voet. De luitenant-kolonel geeft de gezagvoerder van het onbewapende radarvliegtuig opdracht zich uit de voeten te maken. Veiligheid boven alles.

Twee gele stippen glijden over het scherm, gevolgd door twee groene. „De Denen zitten nu vlak achter de Russen.” Kolonel Van Happen klikt op zijn scherm een ‘Rus’ aan. Strategische info plopt open. „Hoogte 8,5 kilometer, snelheid 500 km/uur.”

De Russen zakken met hun viermotorige propellerkisten steeds verder af naar het zuiden. Langzaam naderen ze het zogenaamd Nederlandse verantwoordelijkheidsgebied, een stuk Noordzee en een strook van pakweg 150 kilometer boven de Waddenzee.

De Koninklijke Luchtmacht komt in actie, net als twee weken geleden bij een verdacht Spaans passagiersvliegtuig. Vanaf de Vliegbasis Volkel stijgen twee F-16’s op om –op topsnelheid– de Russen te onderscheppen. Nieuw-Milligen neemt hierbij de leiding. De Nederlanders lossen even later de Denen af.

De tactisch commandant voert koortsachtig overleg met NAVO-commandocentra. „Een Awacs mag niet ongecoördineerd gebruikmaken van alle frequenties in het Nederlandse luchtruim”, legt Van Happen uit. „Daarvoor is speciale toestemming nodig. Ook al maakt Nederland deel uit van het bondgenootschap.”

De Russen duiken gemiddeld zo’n vijf keer per jaar op. Via de Noordkaap, om IJsland heen, richting Engeland, Noorwegen en Denemarken, of naar Duitsland en Nederland. „Waarschijnlijk een actie om te imponeren”, vermoedt Pauw. „Een soort ”show the flag”.”

De tactisch commandant sluit ook niet uit dat de Russen de reactiesnelheid van de NAVO testen. „Of ze komen poolshoogte nemen in Den Helder. Even kijken wat daar allemaal ligt.” Voor de NAVO geldt hetzelfde. „Ook wij zijn bezig met show the flag.”

Gespannen
Gespannen volgt de Awacs-bemanning de verrichtingen van de Russen. De Bears vliegen op een dikke 100 kilometer afstand van Den Helder. „We zijn nu bezig met de luchtvaartpolitionele taak van de NAVO”, legt Van Happen, de een na hoogste baas van de Awacs-eenheid, uit. „Als ze Nederlands territoriaal gebied schenden, 16 kilometer uit de kust, mag de luchtmacht optreden.”

De F-16’s kunnen de Russen vanaf dat moment dwingen ze te volgen, de koers te verleggen of te landen. „Ze kunnen er bijvoorbeeld vlak voor langs scheren”, aldus Van Happen. „Maar zonder krassen te maken.” In het uiterste geval kan een piloot een waarschuwingssalvo afvuren

Ombuigen
Zover laat de bemanning van de bommenwerper het echter niet komen. Halverwege de Noordzee buigt het Russische duo af naar het noordwesten. De inmiddels bijgetankte Britten nemen de QRA-taak weer van de Nederlanders over en begeleiden de bommenwerpers naar huis.

De NAVO-inzet met acht gevechtsjagers, twee radarvliegtuigen, een tankvliegtuig en her en der een commandopost voor twee binnendringers kost een vermogen. Duur geintje van de Russen.

Awacs bewaakt dertig jaar het luchtruim

Awacs van de NAVO bewaken dertig jaar het luchtruim van het bondgenootschap. Niet onverdienstelijk. De Libiërs en Afghanen kunnen erover meepraten.

De NAVO telt zeventien vliegende radarstations van het type E-3A, Awacs in de volksmond. Deze omgebouwde Boeings 707 doen dienst als Airborne Warning en Control Sys­tem.

De toestellen, met een enorme schotel op hun rug, zijn sinds 1982 gestationeerd op de NAVO-vliegbasis Geilenkrichen, vlakbij Heerlen. Op de basis werken 2900 mensen, 16 nationaliteiten, 47 Nederlanders.

De commandant van Geilen­kirchen is afwisselend een Duitser en een Amerikaan. De plaatsvervangend commandant is altijd een Nederlander, op dit moment kolonel Ton van Happen. Nederland krijgt de plek vanwege de geluidsoverlast van de Boeings voor Limburg.

Geilenkirchen is de Main Operating Base, de thuishaven. De toestellen maken echter ook gebruik van vooruitgeschoven posten op de luchtmachtbases Trapani (Sicilië), Aktion (Griekenland), Konya (Turkije) en Oerland (Noorwegen).

De Awacs-vliegtuigen zijn sterk verouderd, maar vanbinnen hypermodern. Met verschillende updates zijn de radarvliegtuigen verschillende keren gemoderniseerd. „We kunnen tegenwoordig onderling chatten”, verklaart kolonel Ton van Happen.

De communicatie- en observatiesystemen van de Awacs zijn supergevoelig. „We kunnen vanaf 10 kilometer hoogte nog een dode walvis detecteren.”

Met het wegvallen van de Koude Oorlog is de taak van de Awacs veranderd van lucht­verdediging naar ondersteuning van NAVO-missies. Het werk­terrein is verbreed van het NAVO-grondgebied naar wereldwijde inzetbaarheid.

De NAVO zette de radarvliegtuigen vorig jaar in bij het handhaven van de no-flyzone in Libië. De Awacs dirigeerden tijdens 247 vluchten en 2125 vlieguren NAVO-jagers naar Libische doelen en controleerden zee en luchtruim. „Zonder Awacs had deze missie niet zo succesvol kunnen verlopen”, aldus tactisch commandant Kees Pauw.

In Afghanistan staan per­manent twee exemplaren. Dankzij de inzet van de vliegende radarstation is de reactiesnelheid bij gewapende confrontaties op de grond fors toegenomen en redt levens van militairen op de grond.

De twee Awacs zijn uitgerust met een detectiesyteem dat raketten met infraroodstralen moet afleiden van het toestel. „Anders mogen ze Afghanistan niet in.”

De Awacs zijn niet overal graag geziene gasten. Schinveld klaagt steen en been over geluidsoverlast. Het aantal klagers is echter –met een kwart minder vluchten in 2011– meer dan gehalveerd: van 642 in 2010 tot 304 in 2011. De klachten daalden van 32.000 naar 19.000.

(Reformatorisch Dagblad, 12 september 2012)

woensdag 1 augustus 2012

Russisch schip speelt spelletje met EU

UPDATE 6: De Alaed is dinsdagavond de Straat van Gibraltar gepasseerd, en daarna de AIS weer uitgezet.  Ook vóór de Straat van Gibraltar stond de AIS twee maal langdurig uit (van 0353 tot 0820 GMT, en van  0911 tot 1515 GMT). Dat is vreemd in een dergelijk drukke vaarroute. Nog vreemder is dat het schip opeens van koers wijzigde: van oost naar noord-west. Zou het schip op zee zijn bijgetankt? Een rendez-vous met een ander schip? Hoe het ook zij, de Alaed heeft Gibraltar ditmaal links laten liggen en vaart nu de Middellandse Zee in. Bij een eerdere trip vanuit de Syrische haven Tartous/Tartus maakte de Alaed wel een stop bij Gibraltar.

UPDATE 5: De AIS is weer langdurig uitgezet. De Alaed dook dit weekeinde op ten noord-westen van Cap Finisterre (Spanje). Momenteel vaart het schip richting de Straat van Gibraltar, ter hoogte van de Portugese hoofdstad Lissabon. (maandag 10:40 CET)

UPDATE 4: De Alaed is nu voorbij het nauwste stuk van het Kanaal tussen Calais en Dover. Voor de verandering is de AIS van het schip weer uitgezet. Op dat moment bevond het schip zich nog in de Britse territoriale wateren. IJs en weder dienende is het voorlopig even wachten op het volgende interessante moment in de reis van de Alaed. Dat is in het oosten van de Middellandse Zee. Volgens plan moet het schip door het Suez-kanaal, maar aan bakboord (links) ligt dan de Syrische haven Tartous/Tartus.

UPDATE 3: Ter hoogte van Rotterdam heeft de Alaed zijn AIS weer aangezet. Het schip is nu bijna bij het smalste stuk van het Kanaal tussen Calais en Dover en heeft er voor gekozen door de Britse territoriale wateren te varen.

situatie ca. 12:45
UPDATE 2: Het 'verstoppertje spelen' gaat door. Na vannacht de AIS enige tijd te hebben aangezet is het schip nu weer 'onzichtbaar'. De AIS werd uitgezet om ca. 04:20', het schip voer toen op de Noordzee ter hoogte van Alkmaar. De Alaed moet overigens wel zichtbaar zijn op de radar van de talrijke schepen die zich in de drukke vaarroute langs Nederland bevinden (en de radar van de kustwacht).

UPDATE: de MV Alaed heeft vannacht om ca. 03:30 Nederlandse tijd zijn Automatische Identificatie Systeem (AIS) weer aangezet. Het schip voer op dat moment op de Noordzee, iets ten zuiden van Den Helder. Opvallend genoeg heeft het schip daarna een volledige cirkel gedraaid (zie onderstaande afbeelding van het AIS-volgprogramma FleetMonitor). De reden hiervoor is onduidelijk.


MV Alaed draait cirkel, ca. 03:45

Het heeft er alle schijn van dat het Russische vrachtschip MV Alaed een spelletje speelt met de Europese Unie. Het schip is woensdag van de 'radar' verdwenen - dat wil zeggen dat op de Noordzee ten noorden van Nederland zijn Automatische Identificatie Systeem (AIS) heeft uitgezet. Dankzij dat systeem kunnen schepen elkaar al op grote afstand 'zien' en kunnen reders de voortgang van hun schepen controleren.

MV Alaed

Afgelopen juni, toen het schip nog onder de vlag van Curaçao voer, werd het door Groot-Brittannië tegengehouden toen het met gereviseerde gevechtshelikopters onderweg was naar Syrië. Dat tegenhouden gebeurde door het ongeldig verklaren van de verzekering, waardoor het schip onderweg naar Syrië geen haven zou kunnen aandoen. Het keerde daarop terug naar Rusland. De officiële bestemming was St. Petersburg, maar op weg daarheen werd ook al de AIS uitgezet. Alom wordt aangenomen dat het schip 'stiekem' de haven van Baltiysk in de Russische enclave Kaliningrad aandeed. Daar zouden de Syrische helikopters al dan niet zijn gelost.

Intussen voert de Alaed de Russische vlag en zijn de EU-sancties tegen Syrië verder aangescherpt. In theorie zou het schip staande gehouden en onderzocht kunnen worden zodra het zich in de territoriale wateren van een lidstaat van de EU bevindt. Moskou heeft intussen duidelijk gemaakt dat het zich niets van de EU-sancties aantrekt; volgens Rusland zijn deze maatregelen illegaal.

Dinsdag passeerde de Alaed zonder problemen de zee-engte tussen Denemarken en Zweden. Vannacht bevindt de Alaed zich volgens een deskundige ter hoogte van Texel (uitgaande van de laatst bekende koers en vaart). In de loop van donderdag zal het schip dan het Kanaal passeren. Als eindbestemming is De-Kastri opgegeven, in het uiterste oosten van Rusland.

(Defensie weblog, 1 augustus 2012)

woensdag 20 juni 2012

NATO Commander and Russian Counterpart Exchange Counter-Piracy Views

The Commander of the Russian counter-piracy mission, Captain First Rank Vladimir A. Kondratov, visited NATO’s counter-piracy flagship HNLMS Evertsen today. The aim of the visit was to share experiences of counter-piracy efforts and seek opportunities to improve the level of cooperation and coordination.

After being welcomed by the Task Force Commander, Commodore Ben Bekkering, the Russian delegation was briefed about NATO’s counter-piracy mission, Operation Ocean Shield. Captain Kondratov, in turn, provided an overview of the Russian counter-piracy efforts and current convoy procedures. Considerable time was spent sharing views and information about the current situation around the Horn of Africa, including the most recent hijacking attempts and the use of private security teams. Both commanders agreed that there was scope to expand the exchange of information and that they would seek ways to achieve that. In addition, they agreed to investigate possibilities for counter-piracy related exercises.

Commodore Bekkering flanked by visiting Russian officers. Photo: NATO

The visit was concluded with a tour through the flagship of CTF 508, HNLMS Evertsen. During this tour the Russian delegation talked with the Enhanced Boarding Team and the advanced resuscitation medical team.

“Counter-piracy is truly a combined effort of the international community”, stated Cdre Bekkering after the visit. “Like NATO’s navies, the Russian navy has been present in the waters off Somalia ever since piracy became a scourge to the merchant shipping there. And ever since that moment, NATO’s task force commanders have been meeting with their Russian counterparts. This has resulted in increased coordination and cooperation. Having met Captain Kondratov and having been able to share thoughts, I am convinced we now know when and where to find each other when needed, to the benefit of the overall counter-piracy effort”. 
(
NATO news release, 20 June 2012)

dinsdag 19 juni 2012

Nederland wilde Russisch wapenschip inspecteren

NU.nl/Joost Nederpelt

De Nederlandse overheid heeft het Russische vrachtschip MV Alaed, dat met wapentuig en helikopters onderweg is naar Syrië, geprobeerd te bewegen om zich te laten inspecteren. Dat laat minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken weten.

MV Alaed
"De Nederlandse overheid kreeg vorige week woensdag informatie over een schip dat mogelijk met helikopters en wapens aan boord op weg is naar Syrië", zegt Rosenthal in een verklaring.

"Het schip is geregistreerd in Curaçao. Er is een goede samenwerken en intensief contact tussen de Nederlandse en Curaçaose autoriteiten omtrent het schip."

De MV Alaed vervoert vermoedelijk onder meer drie Russische Mi-25 'Hind' gevechtshelikopters die voor groot onderhoud in Rusland zijn geweest. Op het moment dat het vrachtschip de Nederlandse wateren naderde ging de overheid direct tot actie over.

Geen gehoor
"We hebben als EU-lidstaat de verantwoordelijk genomen om het wapenembargo dat op Syrië van kracht is te handhaven", licht Rosenthal toe. "Vanaf dat moment hebben we intensief samengewerkt met internationale partners om te voorkomen dat het embargo zou worden geschonden."

"Nederland heeft via de Curaçaose autoriteiten geprobeerd het schip te overtuigen om zich te laten inspecteren. De MV Alaed gaf hieraan geen gehoor en schakelde op een bepaald moment haar signaalsysteem uit."

Verzekering
De Britse verzekeraar Standard Club besloot dinsdag op aandringen van de Britse overheid om de verzekering van het schip in te trekken. Daardoor kan de MV Alaed in principe in geen enkele haven meer aanmeren.

"Het schip heeft daarop rechtsomkeert gemaakt, waarmee het wapentransport is verhinderd", zegt Rosenthal, die het ondenkbaar acht dat het Syrische regime van president Assad wordt voorzien van nieuwe wapens die worden ingezet tegen onschuldige burgers."

"We blijven samen met internationale partners alert om ook in de toekomst dergelijke transporten te voorkomen", besluit de minister.

(NU.nl, 19 juni 2012)

D66: "Wapens voor Assad niet door Europese wateren"

D66-Europarlementarier Marietje Schaake wil dat de EU per direct een actie op touw zet waarbij schepen die mogelijk wapens voor Bashar Al-Assad vervoeren proactief worden opgespoord en uit Europese wateren geweerd: "de EU heeft een wapenembargo tegen Syrië afgekondigd maar toch komen er wekelijks schepen met wapens en munitie uit Rusland aan in de Syrische haven Tartus aan de Middellandse Zee. Ik wil dat EU-lidstaten schepen met mogelijk verdachte lading opsporen en controleren en zo nodig tegenhouden. Sancties afkondigen is één ding, maar ze handhaven is blijkbaar iets anders." Schaake heeft EU-buitenlandchef Catherine Ashton vanochtend met spoed opgeroepen actie te ondernemen.

Helikopters
Gisteren werd duidelijk dat de VS en Engeland gezamenlijk een Russisch schip, met mogelijk helikopters en raketten voor Assad aan boord, dat nu op de Noordzee vaart proberen te stoppen*. "Naast het leveren of doorvoeren verbieden de EU-sancties ook het verzekeren van verboden vracht, zoals wapens en munitie. Als je de dekking van een verzekering opheft kan een schip niet langer legaal in een andere haven aanmeren, en moet het eigenlijk noodgedwongen huiswaarts keren. We moeten de sancties handhaven, dat is simpelweg een kwestie van leven en dood voor de Syrische bevolking," aldus Schaake.

EU-optreden
Eigendom en aansprakelijkheid van schepen zijn vaak via complexe constructies geregeld. Schaake pleit daarom voor gezamenlijk EU-optreden onder duidelijke leiding zodat "dure fouten en onoplettendheid" niet meer voorkomen. "We hebben eerst een Russisch schip met wapens via Cyprus in Syrië zien aankomen, daarna was het een Duits schip dat door Iran was bevoorraad. Hoeveel laten we nog passeren? De EU is zo niet geloofwaardig, de sancties zijn niet meer dan een papieren werkelijkheid. Dat is levensgevaarlijk", aldus de sociaalliberale politicus.

(D66, 19 juni 2012)

*Het bewuste schip, de MV Alaed, bevindt zich momenteel ter hoogte van Schotland. De (Britse) verzekeraar The Standard Club heeft de dekking voor het schip opgeschort, hangende een onderzoek naar de lading en de bestemming daarvan. In de praktijk betekent dit dat het schip vooralsnog geen havens kan aandoen. Zie voor details o.a. dit bericht van de BBC.


MV ALAED (foto: FEMCO)

dinsdag 5 juni 2012

'Van spionage verdachte ambtenaar ontving 90.000 euro'


De 60-jarige ambtenaar van Buitenlandse Zaken die jarenlang vertrouwelijke informatie zou hebben doorgespeeld aan de Russische inlichtingendienst, ontving daarvoor iedere maand een 'spionageloon'.

Het ging in totaal om circa 90.000 euro, zei dinsdag de officier van justitie tijdens een zitting bij de rechtbank in Den Haag. P. zou dat geld hebben witgewassen.

In het onderzoek stuitte justitie op 450 vertrouwelijke documenten. Die werden gevonden in het huis van Raymond P. (Poeteray), op usb-sticks en op de laptop van een agent van de Russiche geheime dienst. Het zou daarbij onder meer om staatsgeheimen gaan.

''P. ontving een loon in hoogte en frequentie, dat de informatie van zodanig gewicht moet zijn geweest, dat het om staatsgeheimen gaat", zei de aanklager. Hij zocht de informatie op, leverde deze aan de Russen en kreeg het geld enkele dagen later gestort, aldus justitie.

Veiligheidsplan
Het werd dinsdag niet duidelijk wat de inhoud van de documenten precies is. De officier van justitie sprak wel onder meer over een veiligheidsplan van de Nederlandse ambassade in Chili.

P. werd eerder dit jaar aangehouden op Schiphol. Hij ging op dienstreis naar Bangkok. In zijn brillenkoker zou hij een usb-stick hebben gehad, met vertrouwelijke informatie. Volgens het OM kampte hij al jarenlang met schulden en werd hij daarom door de Russen gerekruteerd. P. kwam in beeld tijdens een Duits onderzoek naar spionage.

De rechtbank wil dat in ieder geval nog de zoon van P. wordt gehoord als getuige, eveneens als een Duits echtpaar dat een rol in de vermeende spionage speelde. Op verzoek van de verdediging worden mogelijk nog wel medewerkers van de AIVD gehoord.

Zwijgt
P. zwijgt tot nog toe in alle toonaarden over de verdenking. Hij heeft alleen wapenbezit bekend. Zijn advocaat probeerde tevergeefs hem op vrije voeten te krijgen. De zaak gaat op 21 augustus verder.

Raymond P. zorgde in 2008 als ambassademedewerker van het consulaat in Hongkong voor een internationale rel. Hij zou zijn Koreaanse adoptiedochter hebben afgestaan aan de autoriteiten van Hongkong wegens ernstige opvoedingsproblemen. Hij werd daarna overgeplaatst.

(ANP/Nu.nl, 5 juni 2012)