vrijdag 11 oktober 2013

Kamerbrief: Gebruik Nederlandse F-35 testtoestellen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 09 oktober 2013
Betreft Gebruik Nederlandse testtoestellen

In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik u onder andere geïnformeerd over de opties voor het gebruik van de twee Nederlandse F-35 testtoestellen in de komende jaren. Met mijn brief van 4 april jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 319) heb ik u laten weten dat de twee testtoestellen voorlopig worden gestald totdat er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de nota over de toekomst van de krijgsmacht.

Met het verschijnen van de nota over de toekomst van de krijgsmacht op 17 september jl. is gemeld dat het kabinet heeft besloten dat de F-35 de F-16 gaat vervangen. In het verlengde daarvan licht ik met deze brief toe hoe de twee testtoestellen in de komende jaren worden aangewend.

In overeenstemming met eerder genomen besluiten zal Nederland deelnemen aan de operationele testfase van het F-35 programma. Dit is in het regeerakkoord onderstreept. Deelneming aan de operationele testfase is van belang om het toestel operationeel te kunnen beproeven in samenhang met andere wapensystemen, waaronder Nederlandse. Deelneming is ook van belang voor een beheerste en veilige invoering van het wapensysteem en voor de opbouw van kennis en ervaring.

De operationele testfase waaraan Nederland zal deelnemen bestaat uit twee delen. In 2015 wordt begonnen met de operationele beproeving van de capaciteiten die met de Block 2 software zijn opgeleverd. Vanaf 2017 wordt daarop voortgebouwd met de operationele beproeving van de aanvullende capaciteiten die in Block 3 software beschikbaar komen. Het operationele testprogramma wordt eind 2018 voltooid, waarna in 2019 een eindrapportage volgt. Het Pentagon heeft deze planning inmiddels vastgesteld. De operationele testfase vangt daarmee later aan en beslaat een langere periode dan in 2008 nog werd voorzien. Dit maakt het voor Nederland mogelijk vanaf 2015 deel te nemen. Nederland kiest daarmee voor de optie om vanaf 2015 deel te nemen aan de operationele testfase. Dit was een van de opties zoals beschreven in de brief van

De operationele testfase is een doorlopend programma dat wordt afgewikkeld op grond van de kennis en ervaring die stapsgewijs worden opgebouwd. Het is om die reden van belang om vanaf het begin mee te doen en personeel tijdig op te leiden. Het betreft voor ons land ongeveer twintig onderhoudsmensen en vier vliegers. Het theoretische deel van de vliegeropleiding zal eind oktober aanvangen en de vliegers zullen in december opleidingsvluchten gaan maken. Het is van belang de opleiding niet langer uit te stellen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn ongeveer een jaar geleden al begonnen en voor het Nederlandse personeel resteert tot november 2014 niet meer dan een jaar. Daarna zullen het personeel en de vliegtuigen van de opleidingslocatie Eglin worden verplaatst naar vliegbasis Edwards. Daar worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de aanvang in januari 2015. De aanvang van de opleidingen eind deze maand vormt geen onomkeerbare stap. De opleidingen kunnen worden gestaakt mocht daartoe aanleiding zijn. Daarentegen leidt verder uitstel van de opleiding ertoe dat Nederlandse vliegers en onderhoudspersoneel niet het vereiste ervaringsniveau kunnen bereiken voordat de operationele testfase begint.

De kosten van de deelneming aan het Memorandum of Understanding inzake de operationele testfase zijn de Kamer eerder medegedeeld (in de vertrouwelijke bijlage bij Kamerstuk 26 488, nr. 65) en bedragen in het huidige prijspeil € 21,6 miljoen. De materiële exploitatiekosten - exclusief de kosten van munitieverbruik - van beide toestellen vanaf 2013 tot en met 2018 worden geraamd op € 52,6 miljoen. In dit bedrag zijn ook de kosten van de voorafgaande opleidingen opgenomen. Beide kostenposten zijn onderdeel van het projectbudget Vervanging F-16 en zijn ook opgenomen in de Ontwerpbegroting 2014 (Kamerstuk 33 750-X, nr. 1).

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 11 oktober 2013)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen