de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 7 augustus 2013
Betreft Antwoorden op Kamervragen over de toename van piraterij aan de westkust van Afrika.
Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Günal-Gezer (PvdA) over de toename van piraterij aan de Westkust van Afrika (ingezonden 21 juni 2013 met kenmerk 2013Z12940).
DE MINISTER VAN DEFENSIE DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert Frans Timmermans
Vragen van het lid Günal-Gezer (PvdA) aan de minister van Defensie over de toename van piraterij aan de Westkust van Afrika (ingezonden 21 juni 2013 met kenmerk 2013Z12940).
1
Heeft u kennisgenomen van het bericht ‘West Africa piracy overtakes Somali ship attacks’? 1)
Ja.
2
Bent u al benaderd door Nederlandse koopvaardijschepen en/of rederijen over de problemen met de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?
Tussen maart 2011 en 31 december 2012 zijn vijf Vessel Protection Detachements (VPD) aanvragen ingediend voor schepen die havens aan de westkust van Afrika zouden aandoen. Deze aanvragen zijn afgewezen omdat de inzet geen betrekking had op het risicogebied nabij Somalië. In 2013 zijn tot dusver geen aanvragen ontvangen voor een VPD voor de westkust van Afrika. Wel heeft een reder geïnformeerd naar de mogelijkheden terzake.
3
Welke mogelijkheden ziet u voor de Vessel Protection Detachments (VPD’s) om de Nederlandse koopvaardijschepen te beschermen tegen piraterij aan de Westkust van Afrika?
Maritieme criminaliteit voor de westkust van Afrika gebeurt meestal binnen de territoriale wateren (TTW) van de kuststaten in de Golf van Guinee. Het gaat daarbij om gewapende overvallen op zee. De aanvallen zijn vaak gericht op de lading van het schip, vaak olie, en niet op losgeld voor het schip en zijn bemanning. In een aantal gevallen zijn schepen aangevallen buiten de TTW.
Binnen de TTW zijn de kuststaten exclusief bevoegd tot en verantwoordelijk voor een adequate bescherming van koopvaardijschepen. Binnen deze wateren is het op grond van internationale verdragen niet toegestaan VPD’s of gewapende particuliere beveiligers in te zetten. Buiten de TTW is de koopvaardijsector, net zoals in het risicogebied nabij Somalië, eerstverantwoordelijk voor het treffen van beschermingsmaatregelen tegen piraterij. Voor Somalië zijn hier de Best Management Practices (BMP 4) voor opgesteld. Het huidige VPD concept is hier een aanvulling op en is gericht op de inzet aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen die in dat risicogebied varen. Het kabinet wil, in overleg met de koopvaardijsector, onderzoeken of er aanvullende maatregelen moeten worden genomen buiten de TTW van West-Afrikaanse staten, zoals de inzet van VPD’s.
4
Bent u in overleg met uw Europese ambtsgenoten, dan wel met andere EU-regeringsvertegenwoordigers, over mogelijke maatregelen tegen de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?
5
Is er in internationaal verband overleg gaande om de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika tegen te gaan? Zo ja, wat is de stand van zaken?
6.
Heeft u in internationaal verband een verzoek ontvangen om in overleg te treden over de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?
De problematiek van gewapende overvallen op zee in de Golf van Guinee krijgt in toenemende mate internationale aandacht. In 2011 en 2012 heeft de VN Veiligheidsraad met de resoluties 2018 en 2039 het belang van een geïntegreerde oplossing, de ontwikkeling van een regionale strategie en een versterkte regionale samenwerking beklemtoond. In het najaar van 2011 heeft de VN een onderzoeksteam naar de regio gestuurd om de aard van de problematiek en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. De aanbevelingen voor de staten in de regio betroffen onder andere gezamenlijke maritieme patrouilles en informatievergaring, bevordering van juridische capaciteit om piraterij/zeeroof te criminaliseren en het opstellen van een regionale strategie voor de bestrijding van de problematiek.
Omdat de aanvallen vooral worden uitgevoerd in de territoriale wateren en de West-Afrikaanse landen in tegenstelling tot Somalië geen falende staten zijn, is bestrijding van deze aanvallen de verantwoordelijkheid van de kuststaat. Ook de VN Veiligheidsraad onderstreept dit. Een internationale antipiraterijmissie is op dit moment dan ook niet aan de orde. De Afrikaanse partners worden gewezen op hun primaire verantwoordelijkheid voor adequate bescherming van koopvaardijschepen en het nemen van de daarvoor benodigde maritieme veiligheidsmaatregelen. De Afrikaanse partners tonen op dat gebied initiatief. Het ECOWAS Integrated Maritime Strategy and Implementation Plan bevindt zich in de afsluitende fase.
Daarnaast vond op 24 en 25 juni jl. een regionale top plaats over maritieme veiligheid in de Golf van Guinee. De VN heeft ondersteuning aan deze top geleverd. De betrokken Afrikaanse regeringsleiders hebben afspraken gemaakt over informatie-uitwisseling, harmonisatie van procedures en het oppakken en vervolgen van verdachten van gewapende overvallen op zee (Code of Conduct concerning the Prevention and Repression of Piracy, Armed Robbery against Ships, and Illegal Maritime Activities in West and Central Africa). Dit laat zien dat de regio verantwoordelijkheid wil nemen.
Op het gebied van informatie-uitwisseling wordt op initiatief van het bedrijfsleven en in samenwerking met de International Maritime Organization (IMO) en regionale partners ECOWAS en de Economic Community of Central African States (ECCAS) en de Gulf of Guinea Commission (GGC) gewerkt aan het opzetten van een regionaal information sharing centre in Accra, Ghana. Koopvaardijschepen kunnen hier straks (verdachte) activiteiten van maritieme criminaliteit doorgeven. Het informatiecentrum geeft deze gegevens dan door aan de autoriteiten van het land in wiens territoriale wateren de (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden. De oprichting van dit centrum wordt ondersteund door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Noorwegen. Nederland overweegt eveneens steun te leveren.
Daarnaast werkt de EU aan een maritieme strategie voor de Golf van Guinee. Deze strategie wordt in het najaar van 2013 gepresenteerd. De nadruk ligt hierbij op capaciteitsversterking van de kustwachten en marines van de aangrenzende landen, de economische ontwikkeling van de regio en rechtshandhaving.
7
Bent u van plan de toename van piraterij in internationaal verband te agenderen? Zo ja, in welk verband en op welke termijn?
De toename van het aantal incidenten in de Golf van Guinee is zorgwekkend. De context vraagt een andere aanpak dan in Somalië. Nederland spreekt in EU-verband de betrokken kuststaten aan op hun verantwoordelijkheden, zoals implementatie van de Code of Conduct. Daarnaast is regionale maritieme en juridische capaciteitsopbouw noodzakelijk. De EU-strategie voor de Golf van Guinee biedt een aanknopingspunt om dit in EU-verband te agenderen. Ter voorbereiding op deze strategie neemt Nederland deel aan discussies in EU-verband om de problematiek in kaart te brengen en een effectieve aanpak te identificeren.
1) http://www.bbc.co.uk/news/world-22944460
(ministerie van Defensie, 7 augustus 2013)
Posts tonen met het label Vessel Protection Detachments. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vessel Protection Detachments. Alle posts tonen
woensdag 7 augustus 2013
dinsdag 9 april 2013
Defensie wil drijvende wapendepots inzetten
Het ministerie van Defensie onderzoekt of militairen die koopvaardijschepen beveiligen tegen piraten gebruik kunnen maken van drijvende wapendepots in internationale wateren. Hierdoor zouden de militairen sneller kunnen worden ingezet. Dat zei commandant der strijdkrachten Tom Middendorp maandag tijdens een persbijeenkomst in Den Haag.
Nu beschikt Defensie over een aantal opslagplaatsen op het vasteland, onder meer in Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten. De inzet van de militairen vergt elke keer afstemming met de lokale autoriteiten, omdat de wapens moeten worden verplaatst. Dat kost de nodige tijd: tussen de aanvraag en inzet van de teams zit enkele weken.
Daarom wordt onderzocht of gebruik kan worden gemaakt van 'drijvende wapenkamers' buiten de territoriale wateren. Dan gaat het om schepen met een afgesloten en beveiligde ruimte voor de opslag van wapens. Gekeken wordt of dat mogelijk is binnen de Nederlandse regelgeving. Tot die tijd wordt gebruikgemaakt van de lokale opslagpunten. De wapens invliegen vanuit Nederland is namelijk nog veel duurder.
De Tweede Kamer debatteert deze week met minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) over de inzet van de vessel protection detachments (vpd), zoals de militaire beveiligingsteams officieel heten. Instituut Clingendael adviseerde onlangs aan de regering om alsnog private beveiligers in te zetten bij de bescherming van Nederlandse schepen tegen piraterij.
Volgens Clingendael is het huidige beleid 'niet langer houdbaar': de procedures zijn lang, kosten veel geld en de inzet van mariniers is weinig flexibel. Naast Nederland zijn er bijna geen Europese landen die de inzet van gewapende beveiligers verbieden.
Middendorp was kritisch over de inzet van private beveiligers, hoewel hij benadrukte dat het aan het kabinet is om daar een besluit over te nemen. Hij schaarde zich achter het argument van het kabinet om de inzet tot op heden te verbieden. "Ik vind het verstandig dat het geweldsmonopolie in handen van de overheid is."
Ook plaatste hij kanttekeningen bij de kwaliteit van de private beveiligers. Die zouden niet altijd genoeg personeel inzetten. Ook haalde hij een incident aan waarbij de private beveiligers op elkaar hebben geschoten. Koopvaardijschepen zijn beter af met Nederlandse militairen aan boord, was de boodschap. "Bij ons is professionaliteit heel belangrijk."
De afgelopen twaalf maanden is 72 keer een aanvraag gedaan voor een vpd. Daarvan zijn er zes afgewezen en 32 verzoeken werden ingetrokken. De rest is ingewilligd. Defensie heeft capaciteit voor 175 vpd's per jaar. Volgens Middendorp begint de inzet van de teams 'een beetje ingesleten' te raken. Ook de kosten zijn lager geworden. De dagprijs van de militaire steun ligt nu op het niveau van die van private beveiligers.
(Novum/Nieuws.nl, 9 april 2013)
Nu beschikt Defensie over een aantal opslagplaatsen op het vasteland, onder meer in Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten. De inzet van de militairen vergt elke keer afstemming met de lokale autoriteiten, omdat de wapens moeten worden verplaatst. Dat kost de nodige tijd: tussen de aanvraag en inzet van de teams zit enkele weken.
Daarom wordt onderzocht of gebruik kan worden gemaakt van 'drijvende wapenkamers' buiten de territoriale wateren. Dan gaat het om schepen met een afgesloten en beveiligde ruimte voor de opslag van wapens. Gekeken wordt of dat mogelijk is binnen de Nederlandse regelgeving. Tot die tijd wordt gebruikgemaakt van de lokale opslagpunten. De wapens invliegen vanuit Nederland is namelijk nog veel duurder.
De Tweede Kamer debatteert deze week met minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) over de inzet van de vessel protection detachments (vpd), zoals de militaire beveiligingsteams officieel heten. Instituut Clingendael adviseerde onlangs aan de regering om alsnog private beveiligers in te zetten bij de bescherming van Nederlandse schepen tegen piraterij.
Volgens Clingendael is het huidige beleid 'niet langer houdbaar': de procedures zijn lang, kosten veel geld en de inzet van mariniers is weinig flexibel. Naast Nederland zijn er bijna geen Europese landen die de inzet van gewapende beveiligers verbieden.
Middendorp was kritisch over de inzet van private beveiligers, hoewel hij benadrukte dat het aan het kabinet is om daar een besluit over te nemen. Hij schaarde zich achter het argument van het kabinet om de inzet tot op heden te verbieden. "Ik vind het verstandig dat het geweldsmonopolie in handen van de overheid is."
Ook plaatste hij kanttekeningen bij de kwaliteit van de private beveiligers. Die zouden niet altijd genoeg personeel inzetten. Ook haalde hij een incident aan waarbij de private beveiligers op elkaar hebben geschoten. Koopvaardijschepen zijn beter af met Nederlandse militairen aan boord, was de boodschap. "Bij ons is professionaliteit heel belangrijk."
De afgelopen twaalf maanden is 72 keer een aanvraag gedaan voor een vpd. Daarvan zijn er zes afgewezen en 32 verzoeken werden ingetrokken. De rest is ingewilligd. Defensie heeft capaciteit voor 175 vpd's per jaar. Volgens Middendorp begint de inzet van de teams 'een beetje ingesleten' te raken. Ook de kosten zijn lager geworden. De dagprijs van de militaire steun ligt nu op het niveau van die van private beveiligers.
(Novum/Nieuws.nl, 9 april 2013)
dinsdag 2 april 2013
Kabinetsreactie rapport Clingendael over piraterij
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 29 maart 2013
Betreft Kabinetsreactie rapport Clingendael
Onze referentie BS2013009067
Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Met deze reactie geef ik, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie, gehoor aan het verzoek van de vaste commissie voor Defensie om een appreciatie van het rapport ‘State or Private Protection against Maritime Piracy?’ van Instituut Clingendael. Verder ga ik in op de vraag ‘welke mogelijkheden het kabinet ziet voor aanvullende private security companies, en welke maatregelen het kabinet van zins is te nemen om een geïsoleerde Nederlandse positie te voorkomen’ (2013Z03586/2013D08353).
Het kabinet is van oordeel dat het rapport van Instituut Clingendael een nuttige bijdrage levert aan de discussie over de bescherming van kwetsbare schepen die varen onder de vlag van het Koninkrijk. Wel kunnen bij het rapport enkele kanttekeningen worden geplaatst. Zo wordt voorbijgegaan aan het feit dat er naast de inzet van gewapende beveiligers, al dan niet militair, ook andere vormen van bescherming bestaan.
Daarbij gaat het onder meer om de volledige implementatie van de Best Management Practices die door de scheepvaartindustrie zijn opgesteld. Verder kunnen koopvaardijschepen zich aansluiten bij een konvooi door het risicogebied voor de kust van Somalië. Marineschepen patrouilleren tevens bij de Hoorn van Afrika in het kader van internationale maritieme operaties. Ook Nederland levert regelmatig bijdragen aan de EU-missie Atalanta en de Navo-missie Ocean Shield. Tenslotte onderstrepen wij dat voor alle Koninkrijksgevlagde schepen een VPD kan worden aangevraagd. Alleen als reders metterdaad aanvragen indienen, kan een goede indruk worden gekregen van de behoefte.
Het kabinet volgt intussen de internationale ontwikkelingen om een level playing field te behouden voor de onder Koninkrijksvlag varende koopvaardij, conform de uitspraken rondom het rapport van de Commissie de Wijkerslooth. Daarbij worden regelmatig relevante factoren zoals vraag, aanbod, prijs en flexibiliteit gemonitord en gewogen. Dit heeft reeds geleid tot aanpassingen in de wijze van inzet van VPD’s.
Wanneer met militaire VPD-capaciteit geen toereikend niveau van bescherming kan worden geboden, en de internationale positie van Nederland negatief wordt beïnvloed, zal het kabinet een besluit nemen over het al dan niet mogelijk maken van gewapende particuliere beveiliging in overleg met Curaçao.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 29 maart 2013)
Datum 29 maart 2013
Betreft Kabinetsreactie rapport Clingendael
Onze referentie BS2013009067
Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Met deze reactie geef ik, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie, gehoor aan het verzoek van de vaste commissie voor Defensie om een appreciatie van het rapport ‘State or Private Protection against Maritime Piracy?’ van Instituut Clingendael. Verder ga ik in op de vraag ‘welke mogelijkheden het kabinet ziet voor aanvullende private security companies, en welke maatregelen het kabinet van zins is te nemen om een geïsoleerde Nederlandse positie te voorkomen’ (2013Z03586/2013D08353).
Het kabinet is van oordeel dat het rapport van Instituut Clingendael een nuttige bijdrage levert aan de discussie over de bescherming van kwetsbare schepen die varen onder de vlag van het Koninkrijk. Wel kunnen bij het rapport enkele kanttekeningen worden geplaatst. Zo wordt voorbijgegaan aan het feit dat er naast de inzet van gewapende beveiligers, al dan niet militair, ook andere vormen van bescherming bestaan.
Daarbij gaat het onder meer om de volledige implementatie van de Best Management Practices die door de scheepvaartindustrie zijn opgesteld. Verder kunnen koopvaardijschepen zich aansluiten bij een konvooi door het risicogebied voor de kust van Somalië. Marineschepen patrouilleren tevens bij de Hoorn van Afrika in het kader van internationale maritieme operaties. Ook Nederland levert regelmatig bijdragen aan de EU-missie Atalanta en de Navo-missie Ocean Shield. Tenslotte onderstrepen wij dat voor alle Koninkrijksgevlagde schepen een VPD kan worden aangevraagd. Alleen als reders metterdaad aanvragen indienen, kan een goede indruk worden gekregen van de behoefte.
Het kabinet volgt intussen de internationale ontwikkelingen om een level playing field te behouden voor de onder Koninkrijksvlag varende koopvaardij, conform de uitspraken rondom het rapport van de Commissie de Wijkerslooth. Daarbij worden regelmatig relevante factoren zoals vraag, aanbod, prijs en flexibiliteit gemonitord en gewogen. Dit heeft reeds geleid tot aanpassingen in de wijze van inzet van VPD’s.
Wanneer met militaire VPD-capaciteit geen toereikend niveau van bescherming kan worden geboden, en de internationale positie van Nederland negatief wordt beïnvloed, zal het kabinet een besluit nemen over het al dan niet mogelijk maken van gewapende particuliere beveiliging in overleg met Curaçao.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 29 maart 2013)
zaterdag 23 februari 2013
Zwaardmacht op zee: commentaar NRC en reactie KVNR
Met het gisteren verschenen rapport van Instituut Clingendael over piraterijbestrijding is opnieuw de discussie aangezwengeld over de toelaatbaarheid van bewapende particuliere beveiligers op Nederlandse koopvaardijschepen. Opeenvolgende Nederlandse kabinetten zijn daarover tot nu toe helder geweest: niet doen.
Voor dit afwijzende standpunt zijn goede redenen aan te dragen. Het belangrijkste en tevens meest principiële argument is dat het geweldsmonopolie, de zwaardmacht, exclusief aan de overheid toebehoort. Op zee is dit tegenwoordig steeds minder vaak een vanzelfsprekendheid. Private piraterijbestrijding, vaak geleverd door ex-militairen die zichzelf hebben verzelfstandigd, is een ware groeimarkt.
Clingendael vindt dat Nederland zich bij deze praktijk dient neer te leggen en het verbod op bewapende particuliere beveiligers aan boord van schepen onder strikte voorwaarden moet opheffen. Volgens de onderzoekers is Nederland momenteel een van de laatste Europese landen met een dergelijk verbod. Het gevolg is dat maar een zeer beperkt deel van de Nederlandse koopvaardijschepen (8 á 10 procent) officieel beschermd door de zware risicogebieden vaart.
Dit zijn de schepen die gebruikmaken van militaire bewakers aan boord. Voor dit jaar worden 175 van dit soort expedities voorzien. De militaire assistentie is aan diverse procedures gebonden en kost de reders flink wat geld – hoewel minder dan voorheen. Onder druk van de markt heeft Defensie de kosten voor reders teruggebracht van 8.500 euro naar 5.000 euro per dag. Met dit bedrag is 40 procent van de kosten gedekt. De rest is voor de Nederlandse belastingbetaler.
De kritiek van de reders die door Clingendael wordt overgenomen, is dat de procedures om militaire bewakers aan boord te krijgen lang en onvoldoende flexibel zijn. Dat is zeker een punt. Uit een eigen onderzoek van Defensie bleek vorig najaar dat sinds maart 2011 de overheid in 41 gevallen niet in staat bleek op tijd een beveiligingsteam voor een schip af te leveren. Dit had onder andere te maken met langdurige diplomatieke inklaringsproblemen.
Maar die strenge procedures bestaan juist omdat het de mogelijkheid van gewapend geweld betreft. Optreden van militairen tegen piraten wordt gerapporteerd, acties van particuliere beveiligers waarbij onschuldige slachtoffers vallen (vissers die voor piraten worden aangezien) vaak niet.
Particuliere beveiliging heeft de charme van de eenvoud. Dat is haast per definitie het geval als zaken aan de markt worden overgelaten. Maar zeker nu het piraterijprobleem zich lijkt te verminderen is er geen reden het geweldsmonopolie van de staat op te geven.
(Hoofdredactioneel commentaar, NRC Handelsblad, 21 februari 2013)
Laat privébeveiligers wél onze schepen bewaken
Het hoofdredactioneel commentaar wijst particuliere beveiligers op koopvaardijschepen ferm af (NRC Handelsblad, 21 februari). De aangevoerde onderbouwing is juridisch onjuist en gaat voorbij aan internationale ontwikkelingen. De overheid heeft de plicht haar burgers, in dit geval Nederlandse zeevarenden, te beschermen. Kan ze dat niet zelf met militaire teams aan boord, dan is ze verplicht om op andere wijze in deze bescherming te laten voorzien. Professor Knoops en de commissie-De Wijkerslooth hebben hier behartigenswaardige zaken over geschreven.
Met het mandateren van particuliere beveiligingsfirma’s vult de overheid deze plicht in. En daarmee trekt ze haar handen niet af van dit vraagstuk. Integendeel, de overheid dient toe te zien op de kwaliteit van deze bedrijven en ze te certificeren. Nederlandse reders mogen alleen gecertificeerde bedrijven inschakelen.
Ook dient de overheid regels te stellen waaraan voldaan moet worden indien er een schietincident heeft plaatsgevonden. Acties moeten gefilmd worden, de kapitein moet een verslag opstellen. Dit alles dient aan het Openbaar Ministerie overhandigd te worden zodat er getoetst kan worden of aan de voorschriften is voldaan. De rechtstaat wordt zo gerespecteerd.
Is deze wijze van mandatering door de overheid een utopie? Landen als Noorwegen, Denemarken, België en het Verenigd Koninkrijk doen het al. Duitsland is er mee bezig.
Als we niet oppassen, vlaggen Nederlandse reders hun schepen steeds vaker uit naar die landen. Reders moeten wel, om zodoende op legale wijze hun zeevarenden te beschermen tegen piraten. Het risico is en blijft groot, de impact van een kaping en maandenlange gijzeling, met tegenwoordig ook martelingen, is immens. De NRC is de stuurman aan de wal die het beter weet.
T. Netelenbos
Kon. Ver. Nederlandse Reders
M. van den Broek
Voorzitter Nautilus Int.
(ingezonden brief, NRC Handelsblad 23 februari 2013)
Overname door derden is niet toegestaan
Voor dit afwijzende standpunt zijn goede redenen aan te dragen. Het belangrijkste en tevens meest principiële argument is dat het geweldsmonopolie, de zwaardmacht, exclusief aan de overheid toebehoort. Op zee is dit tegenwoordig steeds minder vaak een vanzelfsprekendheid. Private piraterijbestrijding, vaak geleverd door ex-militairen die zichzelf hebben verzelfstandigd, is een ware groeimarkt.
Clingendael vindt dat Nederland zich bij deze praktijk dient neer te leggen en het verbod op bewapende particuliere beveiligers aan boord van schepen onder strikte voorwaarden moet opheffen. Volgens de onderzoekers is Nederland momenteel een van de laatste Europese landen met een dergelijk verbod. Het gevolg is dat maar een zeer beperkt deel van de Nederlandse koopvaardijschepen (8 á 10 procent) officieel beschermd door de zware risicogebieden vaart.
Dit zijn de schepen die gebruikmaken van militaire bewakers aan boord. Voor dit jaar worden 175 van dit soort expedities voorzien. De militaire assistentie is aan diverse procedures gebonden en kost de reders flink wat geld – hoewel minder dan voorheen. Onder druk van de markt heeft Defensie de kosten voor reders teruggebracht van 8.500 euro naar 5.000 euro per dag. Met dit bedrag is 40 procent van de kosten gedekt. De rest is voor de Nederlandse belastingbetaler.
De kritiek van de reders die door Clingendael wordt overgenomen, is dat de procedures om militaire bewakers aan boord te krijgen lang en onvoldoende flexibel zijn. Dat is zeker een punt. Uit een eigen onderzoek van Defensie bleek vorig najaar dat sinds maart 2011 de overheid in 41 gevallen niet in staat bleek op tijd een beveiligingsteam voor een schip af te leveren. Dit had onder andere te maken met langdurige diplomatieke inklaringsproblemen.
Maar die strenge procedures bestaan juist omdat het de mogelijkheid van gewapend geweld betreft. Optreden van militairen tegen piraten wordt gerapporteerd, acties van particuliere beveiligers waarbij onschuldige slachtoffers vallen (vissers die voor piraten worden aangezien) vaak niet.
Particuliere beveiliging heeft de charme van de eenvoud. Dat is haast per definitie het geval als zaken aan de markt worden overgelaten. Maar zeker nu het piraterijprobleem zich lijkt te verminderen is er geen reden het geweldsmonopolie van de staat op te geven.
(Hoofdredactioneel commentaar, NRC Handelsblad, 21 februari 2013)
Laat privébeveiligers wél onze schepen bewaken
Het hoofdredactioneel commentaar wijst particuliere beveiligers op koopvaardijschepen ferm af (NRC Handelsblad, 21 februari). De aangevoerde onderbouwing is juridisch onjuist en gaat voorbij aan internationale ontwikkelingen. De overheid heeft de plicht haar burgers, in dit geval Nederlandse zeevarenden, te beschermen. Kan ze dat niet zelf met militaire teams aan boord, dan is ze verplicht om op andere wijze in deze bescherming te laten voorzien. Professor Knoops en de commissie-De Wijkerslooth hebben hier behartigenswaardige zaken over geschreven.
Met het mandateren van particuliere beveiligingsfirma’s vult de overheid deze plicht in. En daarmee trekt ze haar handen niet af van dit vraagstuk. Integendeel, de overheid dient toe te zien op de kwaliteit van deze bedrijven en ze te certificeren. Nederlandse reders mogen alleen gecertificeerde bedrijven inschakelen.
Ook dient de overheid regels te stellen waaraan voldaan moet worden indien er een schietincident heeft plaatsgevonden. Acties moeten gefilmd worden, de kapitein moet een verslag opstellen. Dit alles dient aan het Openbaar Ministerie overhandigd te worden zodat er getoetst kan worden of aan de voorschriften is voldaan. De rechtstaat wordt zo gerespecteerd.
Is deze wijze van mandatering door de overheid een utopie? Landen als Noorwegen, Denemarken, België en het Verenigd Koninkrijk doen het al. Duitsland is er mee bezig.
Als we niet oppassen, vlaggen Nederlandse reders hun schepen steeds vaker uit naar die landen. Reders moeten wel, om zodoende op legale wijze hun zeevarenden te beschermen tegen piraten. Het risico is en blijft groot, de impact van een kaping en maandenlange gijzeling, met tegenwoordig ook martelingen, is immens. De NRC is de stuurman aan de wal die het beter weet.
T. Netelenbos
Kon. Ver. Nederlandse Reders
M. van den Broek
Voorzitter Nautilus Int.
(ingezonden brief, NRC Handelsblad 23 februari 2013)
Overname door derden is niet toegestaan
dinsdag 28 augustus 2012
Beveiligingsteams mariniers beschermen Nederlandse koopvaardij (+video)
Defensie zet sinds vorig jaar met succes beveiligingsteams in voor de bescherming van de koopvaardij. Deze week nog keren twee zogenoemde Vessel Protection Detachments (VPD) terug vanuit Singapore na een succesvolle inzet.
Koopvaardijschepen die onder Nederlandse vlag varen en die vanwege hun snelheid of vorm kwetsbaar zijn voor piraterij, kunnen op risicovolle delen van hun traject militaire beveiligingsteams meekrijgen. Deze teams bestaan uit zwaarbewapende mariniers. Een van die VPD’s zorgde de afgelopen weken bijvoorbeeld voor de beveiliging van het Nederlandse schip MS Swan van de firma Dockwise dat traag varend en met lage reling van Durban in Zuid-Afrika naar Dubai voer.
Noodprocedures
Om inzet van de beveiligingsteams nog toegankelijker te maken, halveerde Defensie dit jaar de kosten bijna tot € 5.000 per dag. Inmiddels werden dit jaar ruim 20 teams ingezet om kwetsbare schepen te beschermen. De mariniers beveiligen niet alleen het schip, ook beoefenen ze met de bemanning de noodprocedures in geval van een aanval. Daarnaast passen zij verbeteringen toe, zoals de aanleg van prikkeldraad rondom, om de kans op een kaping zo klein mogelijk te maken.
Defensie kan dit jaar nog ruim 80 keer een beveiligingsteam inzetten ter bescherming van de Nederlandse handelsbelangen. Voor volgend jaar houdt Defensie rekening met de inzet van 175 teams, maar mocht dit aantal niet voldoende blijken dan kunnen er meer ploeg worden ingezet.
Proportioneel geweld
De reder en Defensie maken duidelijke afspraken over wie waar voor verantwoordelijk is. De kapitein richt zich op het sturen en navigeren van het schip. Voor eventueel gebruik van geweld is Defensie verantwoordelijk. Geweld moet bijvoorbeeld proportioneel zijn en wordt aan het Openbaar Ministerie gemeld en door hen beoordeeld. Bekijk de video voor meer informatie over de inzet van de beveiligingsteams.
(ministerie van Defensie, 28 augustus 2012)
Koopvaardijschepen die onder Nederlandse vlag varen en die vanwege hun snelheid of vorm kwetsbaar zijn voor piraterij, kunnen op risicovolle delen van hun traject militaire beveiligingsteams meekrijgen. Deze teams bestaan uit zwaarbewapende mariniers. Een van die VPD’s zorgde de afgelopen weken bijvoorbeeld voor de beveiliging van het Nederlandse schip MS Swan van de firma Dockwise dat traag varend en met lage reling van Durban in Zuid-Afrika naar Dubai voer.
Noodprocedures
Om inzet van de beveiligingsteams nog toegankelijker te maken, halveerde Defensie dit jaar de kosten bijna tot € 5.000 per dag. Inmiddels werden dit jaar ruim 20 teams ingezet om kwetsbare schepen te beschermen. De mariniers beveiligen niet alleen het schip, ook beoefenen ze met de bemanning de noodprocedures in geval van een aanval. Daarnaast passen zij verbeteringen toe, zoals de aanleg van prikkeldraad rondom, om de kans op een kaping zo klein mogelijk te maken.
Defensie kan dit jaar nog ruim 80 keer een beveiligingsteam inzetten ter bescherming van de Nederlandse handelsbelangen. Voor volgend jaar houdt Defensie rekening met de inzet van 175 teams, maar mocht dit aantal niet voldoende blijken dan kunnen er meer ploeg worden ingezet.
Proportioneel geweld
De reder en Defensie maken duidelijke afspraken over wie waar voor verantwoordelijk is. De kapitein richt zich op het sturen en navigeren van het schip. Voor eventueel gebruik van geweld is Defensie verantwoordelijk. Geweld moet bijvoorbeeld proportioneel zijn en wordt aan het Openbaar Ministerie gemeld en door hen beoordeeld. Bekijk de video voor meer informatie over de inzet van de beveiligingsteams.
(ministerie van Defensie, 28 augustus 2012)
dinsdag 14 augustus 2012
Twee Vessel Protection Detachments ingezet
Beveiligingsteams van mariniers, zogenoemde Vessel Protection Detachments (VPD’s), varen op dit moment mee met 2 Nederlandse schepen. Een team is aan boord van de MS Swan van de firma Dockwise, een ruim 180 meter lang, semi-afzinkbaar transportschip voor zeer zware ladingen, op de route van Durban in Zuid-Afrika naar Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten. Het andere team vaart mee van Singapore naar Malta met de MS Iver Exact, een olie- en chemische tanker van de firma Vroon.
Piraterij is een groot probleem voor scheepvaart voor de kust van Somalië. Om schepen varend onder Nederlandse vlag te beschermen tegen piraterij zet Nederland sinds 2011 militaire beveiligingsteams in. Daarnaast neemt Nederland met marineschepen deel aan antipiraterij-operaties van zowel de NAVO als de EU. De plaatsing van gebeurt als preventieve beveiligingsmaatregel bij schepen die kwetsbaar zijn vanwege bijvoorbeeld hun snelheid of bouw. Volg een beveiligingsteam als deze aan boord gaat van het Nederlandse schip MS Swan van de firma Dockwise in Durban (Zuid-Afrika), voor de reis naar Dubai. Later deze maand volgt een uitgebreid verslag van de reis.
(weekoverzicht Defensie-operaties, 14 augustus 2012)
Piraterij is een groot probleem voor scheepvaart voor de kust van Somalië. Om schepen varend onder Nederlandse vlag te beschermen tegen piraterij zet Nederland sinds 2011 militaire beveiligingsteams in. Daarnaast neemt Nederland met marineschepen deel aan antipiraterij-operaties van zowel de NAVO als de EU. De plaatsing van gebeurt als preventieve beveiligingsmaatregel bij schepen die kwetsbaar zijn vanwege bijvoorbeeld hun snelheid of bouw. Volg een beveiligingsteam als deze aan boord gaat van het Nederlandse schip MS Swan van de firma Dockwise in Durban (Zuid-Afrika), voor de reis naar Dubai. Later deze maand volgt een uitgebreid verslag van de reis.
(weekoverzicht Defensie-operaties, 14 augustus 2012)
donderdag 2 augustus 2012
NRC: reders negeren verbod op privébeveiligers
Een aantal reders negeert het wettelijk verbod om op schepen die de Nederlandse vlag voeren gewapende privébeveiligers mee te nemen ter bescherming tegen (Somalische) piraten. Dat meldt NRC Handelsblad in een vandaag gepubliceerd artikel. Door hun handelswijze riskeren deze reders gerechtelijke vervolging.
In de NRC komen overigens maar twee reders er min of meer openlijk voor uit dat ze zogeheten Private Security Contractors inhuren: Jumbo Shipping en Wagenborg. Toch stelt de krant dat het verschijnsel zich 'veelvuldig' voordoet, zonder deze veronderstelling te staven. Het blijft bij de zin: "de consensus in de koopvaardij is dat er geen schip in de buurt van Somalië komt zonder gewapende bewakers aan boord."
De redersorganisatie KVNR (Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders) signaleert wel een ander probleem: omdat het meenemen van gewapende beveiligers niet is toegestaan willen erkende (gecertificeerde) beveiligingsbedrijven geen zaken doen met Nederlandse reders. "Daardoor worden wij gedwongen met minder serieuze bedrijven in zee te gaan", zegt KVNR-directeur Dorsman in de NRC.
De krant noemt ook het voorbeeld van rederij Maersk, dat drie van zijn schepen heeft 'omgevlagd' van Nederland naar Groot-Brittannië om zo toch privébeveiligers te kunnen meenemen. In in eerder interview met een krant zei Maersk dat de procedure om een beveiligingsteam van mariniers van Defensie ' in te huren' "te traag en te gecompliceerd" is.
Navraag in defensiekringen leerde echter dat Maersk nooit een aanvraag voor het inhuren van een officieel Vessel Protection Detachment van mariniers heeft ingediend. Het Defensie weblog heeft intussen informatie boven tafel gekregen die meer licht werpt op de handelswijze van Maersk. Daarover volgende week meer.
(Defensie weblog, 2 augustus 2012)
In de NRC komen overigens maar twee reders er min of meer openlijk voor uit dat ze zogeheten Private Security Contractors inhuren: Jumbo Shipping en Wagenborg. Toch stelt de krant dat het verschijnsel zich 'veelvuldig' voordoet, zonder deze veronderstelling te staven. Het blijft bij de zin: "de consensus in de koopvaardij is dat er geen schip in de buurt van Somalië komt zonder gewapende bewakers aan boord."
De redersorganisatie KVNR (Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders) signaleert wel een ander probleem: omdat het meenemen van gewapende beveiligers niet is toegestaan willen erkende (gecertificeerde) beveiligingsbedrijven geen zaken doen met Nederlandse reders. "Daardoor worden wij gedwongen met minder serieuze bedrijven in zee te gaan", zegt KVNR-directeur Dorsman in de NRC.
De krant noemt ook het voorbeeld van rederij Maersk, dat drie van zijn schepen heeft 'omgevlagd' van Nederland naar Groot-Brittannië om zo toch privébeveiligers te kunnen meenemen. In in eerder interview met een krant zei Maersk dat de procedure om een beveiligingsteam van mariniers van Defensie ' in te huren' "te traag en te gecompliceerd" is.
Navraag in defensiekringen leerde echter dat Maersk nooit een aanvraag voor het inhuren van een officieel Vessel Protection Detachment van mariniers heeft ingediend. Het Defensie weblog heeft intussen informatie boven tafel gekregen die meer licht werpt op de handelswijze van Maersk. Daarover volgende week meer.
(Defensie weblog, 2 augustus 2012)
zaterdag 14 juli 2012
KVNR: prijsverlaging inzet mariniers tegen piraten "stap in goede richting"
De KVNR* waardeert de stap van het kabinet om de bescherming van de koopvaardij tegen een meer marktconforme prijs te realiseren. De Koninklijke Marine kan zogenaamde Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten tegen piraten rond Somalië. Het kabinet staat de inzet van goedkopere en vaak meer flexibel inzetbare gecertificeerde particuliere beveiligers niet toe.
De KVNR wijst er echter op, dat er vele typen schepen zijn. Bepaalde typen Nederlandse koopvaardijschepen die gebruik maken van VPD's zijn altijd nog behoorlijk duurder uit dan schepen varend onder een andere EU-vlag waar de inzet van particuliere beveiligers wel is toegestaan. De Nederlandse vlag staat hierdoor op achterstand.
Zij pleit er daarom voor om rekening te houden met het scheepstype en de trade van het schip, waardoor de Nederlandse vloot kan concurreren op de wereldmarkt. De KVNR bepleit tevens een benadering waarbij reders gebruik maken van VPD's tenzij dat niet mogelijk is (flexibiliteit en prijs). Daarmee zou Nederland in de internationale en Europese pas lopen.
De KVNR heeft ook kennis genomen van de steun die Verladersorganisatie EVO geeft aan het kabinetsbeleid. Dit zou pas echte steun betekenen, wanneer de Nederlandse verladers uitsluitend gebruik zouden maken van schepen onder Nederlandse vlag. Dat is echter niet het geval.
(KVNR, 13 juli 2012)
*Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. Bij de KVNR zijn ruim 400 reders aangesloten. Het ledenbestand vormt zo’n 95 procent van de Nederlandse rederijen. In totaal hebben Nederlandse reders ongeveer 1600 schepen in beheer, waarvan 750 onder Nederlandse vlag (cijfers KVNR).
Zie ook: Defensie maakt beveiliging koopvaardij tegen piraterij goedkoper
De KVNR wijst er echter op, dat er vele typen schepen zijn. Bepaalde typen Nederlandse koopvaardijschepen die gebruik maken van VPD's zijn altijd nog behoorlijk duurder uit dan schepen varend onder een andere EU-vlag waar de inzet van particuliere beveiligers wel is toegestaan. De Nederlandse vlag staat hierdoor op achterstand.
Zij pleit er daarom voor om rekening te houden met het scheepstype en de trade van het schip, waardoor de Nederlandse vloot kan concurreren op de wereldmarkt. De KVNR bepleit tevens een benadering waarbij reders gebruik maken van VPD's tenzij dat niet mogelijk is (flexibiliteit en prijs). Daarmee zou Nederland in de internationale en Europese pas lopen.
De KVNR heeft ook kennis genomen van de steun die Verladersorganisatie EVO geeft aan het kabinetsbeleid. Dit zou pas echte steun betekenen, wanneer de Nederlandse verladers uitsluitend gebruik zouden maken van schepen onder Nederlandse vlag. Dat is echter niet het geval.
(KVNR, 13 juli 2012)
*Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. Bij de KVNR zijn ruim 400 reders aangesloten. Het ledenbestand vormt zo’n 95 procent van de Nederlandse rederijen. In totaal hebben Nederlandse reders ongeveer 1600 schepen in beheer, waarvan 750 onder Nederlandse vlag (cijfers KVNR).
Zie ook: Defensie maakt beveiliging koopvaardij tegen piraterij goedkoper
maandag 2 juli 2012
Rederij Maersk Line dumpt Nederlandse vlag
Alexander Weissink
De grootste containerrederij ter wereld verruilt de Nederlandse vlag voor de Britse vlag om zich beter te kunnen wapenen tegen Somalische piraten. Maersk Line, onderdeel van het Deense A.P. Møller-Maersk, heeft besloten om drie van zijn schepen om te vlaggen, zodat het particuliere beveiliging aan boord kan nemen.
Lees meer:
(Financieel Dagblad, 2 juli 2012)
Opmerking Hans de Vreij: Maersk Line vindt dit 'omvlaggen' kennelijk niet belangrijk genoeg om het op de eigen nieuwspagina te vermelden. In hun lijst met grotere schepen staan er momenteel elf die onder Nederlandse vlag varen. Dan is er ook nog de het Amerikaanse concern Maersk Line Limited waarvan de schepen alleen onder de vlag van de V.S. varen. Daaronder ook de Maersk Alabama dat de twijfelachtige eer heeft om twéémaal door Somalische piraten te zijn aangevallen. Over de eerste aanval wordt een speelfilm gemaakt.
* Het ministerie van Defensie laat desgevraagd weten dat sinds het invoeren van de Vessel Protection Detachments er nooit een verzoek van Maersk voor het inhuren van zo'n VPD is ontvangen. Dat maakt het raadselachtig hoe de rederij tegenover het FD kan verklaren dat "de inzet van mariniers in de praktijk te gecompliceerd en te duur" is.
De grootste containerrederij ter wereld verruilt de Nederlandse vlag voor de Britse vlag om zich beter te kunnen wapenen tegen Somalische piraten. Maersk Line, onderdeel van het Deense A.P. Møller-Maersk, heeft besloten om drie van zijn schepen om te vlaggen, zodat het particuliere beveiliging aan boord kan nemen.
Lees meer:
(Financieel Dagblad, 2 juli 2012)
Opmerking Hans de Vreij: Maersk Line vindt dit 'omvlaggen' kennelijk niet belangrijk genoeg om het op de eigen nieuwspagina te vermelden. In hun lijst met grotere schepen staan er momenteel elf die onder Nederlandse vlag varen. Dan is er ook nog de het Amerikaanse concern Maersk Line Limited waarvan de schepen alleen onder de vlag van de V.S. varen. Daaronder ook de Maersk Alabama dat de twijfelachtige eer heeft om twéémaal door Somalische piraten te zijn aangevallen. Over de eerste aanval wordt een speelfilm gemaakt.
* Het ministerie van Defensie laat desgevraagd weten dat sinds het invoeren van de Vessel Protection Detachments er nooit een verzoek van Maersk voor het inhuren van zo'n VPD is ontvangen. Dat maakt het raadselachtig hoe de rederij tegenover het FD kan verklaren dat "de inzet van mariniers in de praktijk te gecompliceerd en te duur" is.
vrijdag 22 juni 2012
Bescherming voedseltransporten Somalië met 'maximaal 3 maanden' verlengd
De inzet van een Nederlands militair beveiligingsteam voor de bescherming van transporten van het Wereldvoedselprogramma naar Somalië wordt met maximaal drie maanden verlengd. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken en minister Hillen van Defensie. De Europese Unie heeft daartoe een verzoek ingediend omdat de opvolging door een andere EU-lidstaat nog niet is afgerond. De gesprekken daarover zijn wel in een ver gevorderd stadium.
Het beveiligingsteam wordt ingezet vanuit operatie Atalanta, de antipiraterij missie van de Europese Unie. Het beschermen van humanitaire hulptransporten naar Somalië is een taak van Atalanta. Door de inzet van militairen aan boord van een transportschip dat VN-hulpgoederen vervoert is escortering door een marineschip niet meer nodig.
(RVD, 22 juni 2012)
Het beveiligingsteam wordt ingezet vanuit operatie Atalanta, de antipiraterij missie van de Europese Unie. Het beschermen van humanitaire hulptransporten naar Somalië is een taak van Atalanta. Door de inzet van militairen aan boord van een transportschip dat VN-hulpgoederen vervoert is escortering door een marineschip niet meer nodig.
(RVD, 22 juni 2012)
donderdag 14 juni 2012
Zeeuwse rederij Vroon hekelt veiligheidsbeleid tegen piraterij
Het ministerie van Defensie jaagt Nederlandse reders onnodig op kosten, zegt Filip Olde Bijvank van Vroon Shipping in Breskens. Volgens hem kan de beveiliging van koopvaardijschepen tegen piraten vele malen goedkoper, dan het prijskaartje wat het ministerie van Defensie daar nu aan hangt.
Voor schepen onder Nederlandse vlag is het verboden particuliere beveiligers aan boord te nemen. Ze zijn aangewezen op de inzet van een team van mariniers. Die constructie is volgens Olde Bijvank niet alleen omslachtig, maar kost het vijfvoudige (2,5 tot 3 ton) van wat reders betalen om een erkend particulier bedrijf in te huren. Die situatie zet Nederlandse bedrijven op achterstand ten opzichte van de concurrentie die vanuit het buitenland opereert, aldus Olde Bijvank.
Veel andere landen staan particuliere beveiliging aan boord van koopvaardijschepen wel toe. Steeds meer Nederlandse reders overwegen hun schepen daarom om te vlaggen of hebben dat besluit al genomen. Ook Vroon heeft al langer een 'plan-B' klaarliggen, zegt Olde Bijvank.
(Provinciale Zeeuwse Courant, 14 juni 2012)
Voor schepen onder Nederlandse vlag is het verboden particuliere beveiligers aan boord te nemen. Ze zijn aangewezen op de inzet van een team van mariniers. Die constructie is volgens Olde Bijvank niet alleen omslachtig, maar kost het vijfvoudige (2,5 tot 3 ton) van wat reders betalen om een erkend particulier bedrijf in te huren. Die situatie zet Nederlandse bedrijven op achterstand ten opzichte van de concurrentie die vanuit het buitenland opereert, aldus Olde Bijvank.
Veel andere landen staan particuliere beveiliging aan boord van koopvaardijschepen wel toe. Steeds meer Nederlandse reders overwegen hun schepen daarom om te vlaggen of hebben dat besluit al genomen. Ook Vroon heeft al langer een 'plan-B' klaarliggen, zegt Olde Bijvank.
(Provinciale Zeeuwse Courant, 14 juni 2012)
Minister Hillen bijgepraat door militairen van Vessel Protection Detachments
Een afvaardiging van negen mariniers heeft afgelopen maandag deelgenomen aan een personeelslunch met minister Hans Hillen. De minister nodigde de leden van Vessel Protection Detachments (VPD’s) uit, omdat hij benieuwd was naar hun ervaringen en observaties tijdens hun missies. Defensie stuurt sinds vorig jaar op verzoek van reders zwaarbewapende mariniers mee aan boord van kwetsbare en grote Nederlandse zeetransporten. Het doel is deze te beschermen tegen piratenaanvallen.
Tijdens het gesprek was ruime aandacht voor de manier van optreden door de militaire beveiligingsteams, de samenwerking tussen de teams, de kapitein en de bemanning van de schepen, en de logistieke uitdagingen onderweg. De minister was onder de indruk van de professionaliteit en het enthousiasme en beloofde de onderwerpen mee te nemen in gesprekken met de reders.
Een aantal mariniers had deelgenomen aan een zogenoemde A-VPD, een beveiligd team dat meeging aan boord van schepen van het Wereld Voedsel Programma van de Verenigde Naties. Omdat het om een nieuw soort missie ging, gaven ze aan dat ze soms moesten improviseren.
Hillen benoemde een van de successen van de VPD’s begin dit jaar, waarbij mariniers aan boord van het schip Flintstone een piratenaanval afsloegen. Het schip, dat wordt gebruikt voor het beschermen van olie- en pijpleidingen, kon daarna veilig zijn weg vervolgen. “Dit geeft het belang aan van veilige handelsroutes voor de Nederlandse samenleving en de economie in het bijzonder. Ik ben van mening dat de individuele beveiliging van schepen volledig door militaire beveiligers moet geschieden. Onze presentie in de regio en aan boord van schepen is van groot belang. Net als de initiatieven om de echte oorzaken aan te pakken.” Naast het meesturen van VPD’s, neemt Defensie deel aan de anti-piraterijmissies Atalanta en Ocean Shield.
Dat de gecombineerde aanpak met andere landen effect heeft, blijkt uit een significante afname van het aantal kapingen of pogingen daartoe. Ook de VN zegt zeer te tevreden te zijn over de Nederlandse beveiliging van de schepen van het wereldvoedselprogramma.
Door deze Nederlandse bijdrage kunnen andere schepen, die anders het WFP-schip zouden moeten escorteren, worden vrijgespeeld voor andere piraterijbestrijdingstaken. Onlangs liet Hillen weten de capaciteit uit te breiden van vijftig naar honderd begeleide zeetransporten per jaar, ruim meer dan de huidige behoefte.
Aangevraagde en ingeplande VPD's
Voor juni zijn er twee VPD's aangevraagd en ingepland. In mei zijn er twee VPD's ingezet. De derde aanvraag is ingetrokken door de aanvrager.
(Defensiekrant, 14 juni 2012)
Tijdens het gesprek was ruime aandacht voor de manier van optreden door de militaire beveiligingsteams, de samenwerking tussen de teams, de kapitein en de bemanning van de schepen, en de logistieke uitdagingen onderweg. De minister was onder de indruk van de professionaliteit en het enthousiasme en beloofde de onderwerpen mee te nemen in gesprekken met de reders.
Een aantal mariniers had deelgenomen aan een zogenoemde A-VPD, een beveiligd team dat meeging aan boord van schepen van het Wereld Voedsel Programma van de Verenigde Naties. Omdat het om een nieuw soort missie ging, gaven ze aan dat ze soms moesten improviseren.
Hillen benoemde een van de successen van de VPD’s begin dit jaar, waarbij mariniers aan boord van het schip Flintstone een piratenaanval afsloegen. Het schip, dat wordt gebruikt voor het beschermen van olie- en pijpleidingen, kon daarna veilig zijn weg vervolgen. “Dit geeft het belang aan van veilige handelsroutes voor de Nederlandse samenleving en de economie in het bijzonder. Ik ben van mening dat de individuele beveiliging van schepen volledig door militaire beveiligers moet geschieden. Onze presentie in de regio en aan boord van schepen is van groot belang. Net als de initiatieven om de echte oorzaken aan te pakken.” Naast het meesturen van VPD’s, neemt Defensie deel aan de anti-piraterijmissies Atalanta en Ocean Shield.
Dat de gecombineerde aanpak met andere landen effect heeft, blijkt uit een significante afname van het aantal kapingen of pogingen daartoe. Ook de VN zegt zeer te tevreden te zijn over de Nederlandse beveiliging van de schepen van het wereldvoedselprogramma.
Door deze Nederlandse bijdrage kunnen andere schepen, die anders het WFP-schip zouden moeten escorteren, worden vrijgespeeld voor andere piraterijbestrijdingstaken. Onlangs liet Hillen weten de capaciteit uit te breiden van vijftig naar honderd begeleide zeetransporten per jaar, ruim meer dan de huidige behoefte.
Aangevraagde en ingeplande VPD's
Voor juni zijn er twee VPD's aangevraagd en ingepland. In mei zijn er twee VPD's ingezet. De derde aanvraag is ingetrokken door de aanvrager.
(Defensiekrant, 14 juni 2012)
dinsdag 12 juni 2012
Piraterij en bewapening: het standpunt van de Nederlandse verzekeraars
Piraterij is een groot probleem langs de kust van Somalië en is sterk in opkomst langs de west- en oostkust van Afrika. Het aantal aanvallen en kapingen is de afgelopen vijf jaar explosief gestegen. Dit heeft grote gevolgen voor bemanning, reders en goederen. Verzekeraars krijgen regelmatig de vraag hoe zij omgaan met dit probleem. In dit position paper wordt uiteengezet hoe piraterij Nederlandse verzekeraars raakt en welke oplossingen zij zien.
Met dit position paper willen wij de positie van verzekeraars toelichten en wijzen op de gewenste oplossin-gen. Wij willen op deze wijze een bijdrage leveren aan de bestaande discussie over bewapening van de beveiligers van particuliere bedrijven.
Zowel de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) als de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders hebben oproepen gedaan aan Nederlandse verzekeraars om zich actief in te zetten voor de bestrijding van piraterij. Transportverzekeraars aangesloten bij het Verbond van Verzekeraars vinden dat zij inderdaad verantwoordelijkheid hebben in de bestrijding van piraterij en criminaliteit, maar zijn beperkt in de mogelijkheden die zij hiertoe hebben. Zo ligt het certificeren van beveiligingsbedrijven niet binnen de macht van Nederlandse verzekeraars, omdat het om een internationale verzekeringsmarkt gaat.
Ook werd een oproep gedaan aan verzekeraars om unaniem de polisvoorwaarden te wijzigen door er preventiemaatregelen in op te nemen. Dit is vanwege de mededinging niet toegestaan. Nu de wetgever het gebruik van wapens enkel aan de staat voorbehoudt, is deze preventiemaatregel door Nederlandse verzekeraars niet opgenomen in de polisvoorwaarden.
De rol van Nederlandse zeecasco- en ladingverzekeraars bij de bestrijding van piraterij is daarom een beperkte. Het belang van goede piraterijbestrijding is echter groot voor verzekeraars. Met piraterij gaan hoge kosten gemoeid, zoals kosten van losgeld of beschadigde schepen en goederen.
Er zijn twee manieren om piraterij te bestrijden. Ten eerste door de situatie in de thuislanden van piraten te verbeteren. Dit is met name in Somalië door het ontbreken van een centraal gezag een zeer moeilijke opgave die veel tijd kost. Ook in de andere landen is een veiligere situatie waarin armoede is verminderd, niet op korte termijn te verwachten. Dit ligt ook niet in de invloedsfeer van verzekeraars. Om die reden ligt het voor de hand om op korte termijn de tweede manier van bestrijding te volgen, namelijk preventie.
Nederlandse zeecasco- en ladingverzekeraars willen daarom dat er meer nadruk op beheersing van piraterij komt te liggen. Op het moment van schrijven zijn er nog geen schepen gekaapt waar publieke of private beveiliging met wapens aan boord was. Bewapening aan boord lijkt daarom de meest effectieve bestrijding van het probleem.
Verzekeraars achten het meest wenselijk dat de marine zich inzet voor de veiligheid van Nederlandse schepen. Bekend is dat de kosten voor de aanwezigheid van Vessel Protection Detachment (VPD) hoog zijn en dat reders en bevrachters moeite hebben om deze te betalen. Bovendien zijn er niet voldoende VPD’s beschikbaar om de handelsbelangen voldoende te beschermen. Wanneer de Nederlandse staat bewapening en daarmee bescherming van zijn burgers en belangen niet uit handen geeft aan particuliere bedrijven, moet hij hier zelf voor instaan. Dat betekent dat de overheid moet bepalen hoeveel be-lang hij hecht aan de veiligheid van haar burgers en internationale handelspositie en hoe hoog de prijs hiervoor mag zijn.
Wanneer de staat zijn kerntaak veiligheid niet meer kan garanderen voor de zeevarenden, omdat dit te hoge kosten met zich meebrengt, lijkt het enige alternatief te zijn dat de beveiliging wordt gedaan door particuliere bewapende beveiligingsbedrijven. Particuliere beveiligingsbedrijven werken bovendien tegen lagere tarieven dan de VPD’s van de marine.
Voordat dergelijke beveiligingsbedrijven met wapens worden uitgerust, zouden zij aan wettelijke vereisten moeten voldoen om kwaliteit en grenzen te waarborgen. Gebeurt dit niet, dan vrezen verzekeraars voor meer illegale praktijken en het uitvlaggen van schepen naar landen waar bewapening wel is toegestaan. Het laatste is nadelig voor de staatskas, die veel inkomsten misloopt als reders elders belasting afdragen over deze schepen.
Met dit position paper willen wij de positie van verzekeraars toelichten en wijzen op de gewenste oplossin-gen. Wij willen op deze wijze een bijdrage leveren aan de bestaande discussie over bewapening van de beveiligers van particuliere bedrijven.
Zowel de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) als de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders hebben oproepen gedaan aan Nederlandse verzekeraars om zich actief in te zetten voor de bestrijding van piraterij. Transportverzekeraars aangesloten bij het Verbond van Verzekeraars vinden dat zij inderdaad verantwoordelijkheid hebben in de bestrijding van piraterij en criminaliteit, maar zijn beperkt in de mogelijkheden die zij hiertoe hebben. Zo ligt het certificeren van beveiligingsbedrijven niet binnen de macht van Nederlandse verzekeraars, omdat het om een internationale verzekeringsmarkt gaat.
Ook werd een oproep gedaan aan verzekeraars om unaniem de polisvoorwaarden te wijzigen door er preventiemaatregelen in op te nemen. Dit is vanwege de mededinging niet toegestaan. Nu de wetgever het gebruik van wapens enkel aan de staat voorbehoudt, is deze preventiemaatregel door Nederlandse verzekeraars niet opgenomen in de polisvoorwaarden.
De rol van Nederlandse zeecasco- en ladingverzekeraars bij de bestrijding van piraterij is daarom een beperkte. Het belang van goede piraterijbestrijding is echter groot voor verzekeraars. Met piraterij gaan hoge kosten gemoeid, zoals kosten van losgeld of beschadigde schepen en goederen.
Er zijn twee manieren om piraterij te bestrijden. Ten eerste door de situatie in de thuislanden van piraten te verbeteren. Dit is met name in Somalië door het ontbreken van een centraal gezag een zeer moeilijke opgave die veel tijd kost. Ook in de andere landen is een veiligere situatie waarin armoede is verminderd, niet op korte termijn te verwachten. Dit ligt ook niet in de invloedsfeer van verzekeraars. Om die reden ligt het voor de hand om op korte termijn de tweede manier van bestrijding te volgen, namelijk preventie.
Nederlandse zeecasco- en ladingverzekeraars willen daarom dat er meer nadruk op beheersing van piraterij komt te liggen. Op het moment van schrijven zijn er nog geen schepen gekaapt waar publieke of private beveiliging met wapens aan boord was. Bewapening aan boord lijkt daarom de meest effectieve bestrijding van het probleem.
Verzekeraars achten het meest wenselijk dat de marine zich inzet voor de veiligheid van Nederlandse schepen. Bekend is dat de kosten voor de aanwezigheid van Vessel Protection Detachment (VPD) hoog zijn en dat reders en bevrachters moeite hebben om deze te betalen. Bovendien zijn er niet voldoende VPD’s beschikbaar om de handelsbelangen voldoende te beschermen. Wanneer de Nederlandse staat bewapening en daarmee bescherming van zijn burgers en belangen niet uit handen geeft aan particuliere bedrijven, moet hij hier zelf voor instaan. Dat betekent dat de overheid moet bepalen hoeveel be-lang hij hecht aan de veiligheid van haar burgers en internationale handelspositie en hoe hoog de prijs hiervoor mag zijn.
Wanneer de staat zijn kerntaak veiligheid niet meer kan garanderen voor de zeevarenden, omdat dit te hoge kosten met zich meebrengt, lijkt het enige alternatief te zijn dat de beveiliging wordt gedaan door particuliere bewapende beveiligingsbedrijven. Particuliere beveiligingsbedrijven werken bovendien tegen lagere tarieven dan de VPD’s van de marine.
Voordat dergelijke beveiligingsbedrijven met wapens worden uitgerust, zouden zij aan wettelijke vereisten moeten voldoen om kwaliteit en grenzen te waarborgen. Gebeurt dit niet, dan vrezen verzekeraars voor meer illegale praktijken en het uitvlaggen van schepen naar landen waar bewapening wel is toegestaan. Het laatste is nadelig voor de staatskas, die veel inkomsten misloopt als reders elders belasting afdragen over deze schepen.
dinsdag 29 mei 2012
Verladersorganisatie EVO verwelkomt verlaging tarieven VPD's
In een brief aan de Tweede Kamer heeft demissionair minister Hillen van Defensie laten weten dat de kosten voor de inzet van mariniers op Nederlandse koopvaardijschepen drastisch omlaag zijn gebracht. Verladersorganisatie EVO reageert instemmend en meent dat hiermee een belangrijke stap is gezet om de veiligheid van koopvaardijschepen en hun bemanning te waarborgen. EVO roept de Tweede Kamer op de door de minister aangekondigde prijsverlaging voor reders en verladers te steunen.
EVO heeft lang gehamerd op de noodzaak om de kosten van de inzet van mariniers zo laag mogelijk te maken. Hierdoor wordt door de overheid gefinancierde professionele beveiliging voor rederijen een aantrekkelijk alternatief voor de kostbare inzet van private beveiligingsbedrijven. EVO vindt de inzet van private beveiligers op vrachtschepen onwenselijk omdat het veiligheidsrisico voor bemanning en goederen veel groter is als de beveiliging wordt overgelaten aan commerciële bedrijven. EVO ziet het zorgdragen voor de veiligheid van Nederlandse koopvaardijschepen als een overheidstaak. Overheden hebben volgens de organisatie de beste informatie, de beste mensen en het beste materieel om de veiligheid aan boord te garanderen.
De totale kosten voor de inzet van zogenaamde Vessel Protection Detachments (VPD) waren afgelopen jaar geraamd op 465.000 euro per VPD inzet. Van dat bedrag moesten reders, en dus verladers, gemiddeld 225.000 zelf betalen. In de brief geeft de minister aan dat de kosten voor de inzet van een VPD nu zijn teruggebracht tot 211.000 euro per VPD inzet. Deze kostendaling komt voor een deel terug in het tarief dat reders in de toekomst zal worden doorberekend. In het vervolg zal de bijdrage van reders en verladers als het aan de minister ligt gemiddeld zo’n 116.000 euro per VPD-inzet vormen.
(Transport Online, 29 mei 2012)
![]() |
| VPD (foto: Kon. Marine) |
De totale kosten voor de inzet van zogenaamde Vessel Protection Detachments (VPD) waren afgelopen jaar geraamd op 465.000 euro per VPD inzet. Van dat bedrag moesten reders, en dus verladers, gemiddeld 225.000 zelf betalen. In de brief geeft de minister aan dat de kosten voor de inzet van een VPD nu zijn teruggebracht tot 211.000 euro per VPD inzet. Deze kostendaling komt voor een deel terug in het tarief dat reders in de toekomst zal worden doorberekend. In het vervolg zal de bijdrage van reders en verladers als het aan de minister ligt gemiddeld zo’n 116.000 euro per VPD-inzet vormen.
(Transport Online, 29 mei 2012)
donderdag 24 mei 2012
'Vaker mariniers tegen piraten'
Als het aan demissionair minister Hans Hillen (Defensie) ligt worden er per jaar 175 zogeheten Vessel Protection Detachments (VPD's) aan boord gestationeerd. Dit blijkt uit een brief die de bewindsman donderdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.
In de ontwerpbegroting voor 2013 wordt rekening gehouden met een bedrag van 36,9 miljoen euro aan kosten. Dit jaar was er 23,4 miljoen begroot voor de inzet van vijftig VPD-teams. Maar de inzet blijkt goedkoper dan gedacht. Omdat er in het operatiegebied opslaglocaties komen vallen de kosten om de troepen te bevoorraden lager uit.
Verder is er door goed overleg met reders minder vaak militair luchttransport nodig hetgeen vijf miljoen euro scheelt. Daarnaast wordt er vier miljoen bespaard omdat meer materieel dan voorzien uit de bestaande voorraden kan worden gehaald. Hierdoor kan de bijdrage die reders betalen voor bijvoorbeeld reis- en verblijfskosten van de mariniers worden verlaagd naar gemiddeld 116.000 euro per VPD-inzet. De strijd tegen de piraten kent zo een dagtarief van 8300 euro.
De lagere kosten betekenen dat er dit jaar al meer schepen kunnen worden beveiligd. Vanaf april gemeten kunnen de mariniers nog honderd keer op schepen meevaren, schrijft de bewindsman.
(De Stentor, 24 mei 2012)
In de ontwerpbegroting voor 2013 wordt rekening gehouden met een bedrag van 36,9 miljoen euro aan kosten. Dit jaar was er 23,4 miljoen begroot voor de inzet van vijftig VPD-teams. Maar de inzet blijkt goedkoper dan gedacht. Omdat er in het operatiegebied opslaglocaties komen vallen de kosten om de troepen te bevoorraden lager uit.
Verder is er door goed overleg met reders minder vaak militair luchttransport nodig hetgeen vijf miljoen euro scheelt. Daarnaast wordt er vier miljoen bespaard omdat meer materieel dan voorzien uit de bestaande voorraden kan worden gehaald. Hierdoor kan de bijdrage die reders betalen voor bijvoorbeeld reis- en verblijfskosten van de mariniers worden verlaagd naar gemiddeld 116.000 euro per VPD-inzet. De strijd tegen de piraten kent zo een dagtarief van 8300 euro.
De lagere kosten betekenen dat er dit jaar al meer schepen kunnen worden beveiligd. Vanaf april gemeten kunnen de mariniers nog honderd keer op schepen meevaren, schrijft de bewindsman.
(De Stentor, 24 mei 2012)
donderdag 19 april 2012
Kamerbrief: aanpassing 'tarieven' voor bescherming koopvaardijschepen
Datum 19 april 2012
Betreft Aanpassing regeling inzet Vessel Protection Detachments (VPD)
In de driemaandelijkse rapportage over de inzet van VPD’s die ik u vrijdag 13 april jl. stuurde, kondigde ik aan de regeling voor de financiële bijdrage van de reders en de aanvraagtermijn te wijzigen. Met deze brief informeer ik u over de aanpassingen van de regeling die ik vanaf 1 mei tot eind 2012 zal hanteren.
Ontwikkelingen
Een belangrijke, positieve ontwikkeling voor zowel het verkorten van de aanvraagtermijn als het verlagen van de kosten, is de inrichting van opslaglocaties in de buurt van het risicogebied. Hierdoor zijn tijdrovende procedures in verband met diplomatieke toestemming voor het transport van wapens, munitie en ander militair materieel minder vaak nodig. Ook de inzet van duur militair luchttransport wordt daardoor verminderd. Inmiddels is de eerste opslaglocatie in gebruik. De overige locaties zullen spoedig volgen.
In de defensiebegroting van 2012 is voor de inzet van vijftig VPD’s € 23,4 miljoen gereserveerd, waarvan € 11,3 miljoen wordt bijgedragen door de reders. Dankzij goede planning en het combineren van te beschermen zeetransporten wordt er in de praktijk minder gebruik gemaakt van militair luchttransport dan in de raming was voorzien. Ook kon meer materieel dan voorzien worden onttrokken aan de voorraden. Al met al worden hierdoor de kosten van de inzet van vijftig VPD’s in 2012 ongeveer € 9 miljoen lager dan geraamd, wat een verlaging van de bijdrage van de reders mogelijk maakt.
Aanpassingen
Op basis van bovengenoemde ontwikkelingen is het in de eerste plaats mogelijk de aanvraagtermijn voor de reders te verkorten van zes weken naar ongeveer tien werkdagen. In specifieke gevallen is zelfs een kortere termijn haalbaar, bijvoorbeeld als VPD-teams met hun materiaal kunnen overstappen van het ene op het andere transport.
In de tweede plaats is het mogelijk de bijdrage van de reders te verlagen. Binnen de financiële kaders kan de vergoeding worden verlaagd tot ongeveer € 8.300 per VPD per dag. De vaste component in de vergoeding vervalt daarmee. Door de verkorting van de aanvraagtermijn kunnen meer aanvragen worden gehonoreerd. Door de verlaging van de vergoeding zullen waarschijnlijk meer aanvragen worden ingediend. Door de lagere kosten van VPD’s is het mogelijk om binnen de financiële kaders in 2012 nog ongeveer honderd VPD’s in te zetten.
Met deze wijzigingen kom ik tegemoet aan de wensen van de reders. De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor de afwegingen in het VPD-beleidskader (Kamerstuk 32 706 nr. 9). Ook zal de inzet binnen de kaders van de defensiebegroting van 2012 blijven. Voor 2013 en verder zal ik de regeling in interdepartementaal verband nader uitwerken en opnemen in de ontwerpbegroting 2013.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
(ministerie van Defensie, 19 april 2012)
Betreft Aanpassing regeling inzet Vessel Protection Detachments (VPD)
In de driemaandelijkse rapportage over de inzet van VPD’s die ik u vrijdag 13 april jl. stuurde, kondigde ik aan de regeling voor de financiële bijdrage van de reders en de aanvraagtermijn te wijzigen. Met deze brief informeer ik u over de aanpassingen van de regeling die ik vanaf 1 mei tot eind 2012 zal hanteren.
Ontwikkelingen
Een belangrijke, positieve ontwikkeling voor zowel het verkorten van de aanvraagtermijn als het verlagen van de kosten, is de inrichting van opslaglocaties in de buurt van het risicogebied. Hierdoor zijn tijdrovende procedures in verband met diplomatieke toestemming voor het transport van wapens, munitie en ander militair materieel minder vaak nodig. Ook de inzet van duur militair luchttransport wordt daardoor verminderd. Inmiddels is de eerste opslaglocatie in gebruik. De overige locaties zullen spoedig volgen.
In de defensiebegroting van 2012 is voor de inzet van vijftig VPD’s € 23,4 miljoen gereserveerd, waarvan € 11,3 miljoen wordt bijgedragen door de reders. Dankzij goede planning en het combineren van te beschermen zeetransporten wordt er in de praktijk minder gebruik gemaakt van militair luchttransport dan in de raming was voorzien. Ook kon meer materieel dan voorzien worden onttrokken aan de voorraden. Al met al worden hierdoor de kosten van de inzet van vijftig VPD’s in 2012 ongeveer € 9 miljoen lager dan geraamd, wat een verlaging van de bijdrage van de reders mogelijk maakt.
Aanpassingen
Op basis van bovengenoemde ontwikkelingen is het in de eerste plaats mogelijk de aanvraagtermijn voor de reders te verkorten van zes weken naar ongeveer tien werkdagen. In specifieke gevallen is zelfs een kortere termijn haalbaar, bijvoorbeeld als VPD-teams met hun materiaal kunnen overstappen van het ene op het andere transport.
In de tweede plaats is het mogelijk de bijdrage van de reders te verlagen. Binnen de financiële kaders kan de vergoeding worden verlaagd tot ongeveer € 8.300 per VPD per dag. De vaste component in de vergoeding vervalt daarmee. Door de verkorting van de aanvraagtermijn kunnen meer aanvragen worden gehonoreerd. Door de verlaging van de vergoeding zullen waarschijnlijk meer aanvragen worden ingediend. Door de lagere kosten van VPD’s is het mogelijk om binnen de financiële kaders in 2012 nog ongeveer honderd VPD’s in te zetten.
Met deze wijzigingen kom ik tegemoet aan de wensen van de reders. De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor de afwegingen in het VPD-beleidskader (Kamerstuk 32 706 nr. 9). Ook zal de inzet binnen de kaders van de defensiebegroting van 2012 blijven. Voor 2013 en verder zal ik de regeling in interdepartementaal verband nader uitwerken en opnemen in de ontwerpbegroting 2013.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
(ministerie van Defensie, 19 april 2012)
vrijdag 13 april 2012
Ministerraad: kosten inzet beveiligingsteams voor reders omlaag
Het ministerie van Defensie gaat de kosten van de Vessel Protection Detachments (VPD’s), de mariniers die aan boord van koopvaardijschepen worden geplaatst om die te beschermen tegen piraten, verlagen. De ministerraad heeft daar op voorstel van minister Hillen van Defensie mee ingestemd.
Het afgelopen jaar heeft Defensie de nodige ervaring opgedaan met de inzet van VPD’s. Door de doelmatige planning van zowel luchttransport als de inzet van VPD’s, zijn de kosten teruggedrongen. Met de inrichting van opslaglocaties nabij inzetgebieden zullen de kosten verder worden teruggebracht. Defensie werkt in overleg met de reders aan een aanpassing van de regeling voor de financiële bijdrage van de reders. Daartoe behoort ook een verkorting van de aanvraagtermijn.
![]() |
| Vessel Protection Detachment. Foto: Koninklijke Marine |
De 24 aanvragen die voldeden aan de criteria werden aanvullend getoetst aan de criteria van het beleidskader VPD. Vijftien aanvragen kwamen in aanmerking voor de inzet van een VPD, waarna er zes na toekenning door de reders werden ingetrokken. De overige aanvragen waren niet op tijd om een VPD te kunnen inzetten. Eén VPD heeft te maken gehad met een incident: op 17 januari 2012 bedreigden piraten het koopvaardijschip Flintstone in de Arabische zee. Met gericht vuur van de mariniers is de aanval van de piraten afgeslagen. Bij de overige transporten was de aanwezigheid van mariniers genoeg om piraten af te schrikken.
(ministerie van Defensie, 13 april 2012)
vrijdag 30 maart 2012
Dutch Defence Minister: The EU Must Take the Initiative
“Not only must we tackle the pirates at sea, when they are ready to strike, but also on land, where their criminal networks are based. In that way, we – and not the pirates – will gain the initiative”, argued Minister of Defence Hans Hillen in Brussels during a meeting with his European Union counterparts on 22 March 2012.
The EU-ministers were meeting to receive an update on Operation Atalanta, the counter-piracy mission off the coast of Somalia. The operation has been extended to the end of 2014 and the Netherlands is considering making a further contribution. A letter on the matter will be sent to the House of Representatives in the near future.
Private security
The Minister expressed his concerns to his colleagues regarding the discussion about allowing private security teams on board merchant ships. “It is my firm conviction that the armed protection of commercial shipping off the coast of Somalia is a matter for the armed forces.” For that reason, the Minister has assigned the Royal Netherlands Navy the task of protecting between 50 and 100 ships per year. “That is a large enough number to cover the protection of vulnerable ships sailing under the Dutch flag. The armed forces can certainly do it and it is one of the government’s core tasks. The navy was originally established to guarantee freedom of the seas, and it is still capable of doing so. Giving up the monopoly on the use of force and allowing privatisation of this task is a recipe for disaster.”
More tanker aircraft
The talks in Brussels centred on the progress of European Defence cooperation, so that the EU will be able to present a concrete contribution at the NATO summit, to be held in Chicago in May.
The talks also moved onto the shortage of tanker aircraft, which was recently highlighted during the conflict in Libya. The European fleet currently numbers about 40 of such aircraft, whereas the US has approximately 650 tanker aircraft at its disposal. France and the European Defence Agency took the initiative for European cooperation in this matter, which affords the prospect of a future role for European Air Transport Command at Eindhoven Air Base. The Netherlands fully wishes to participate, also in view of the fact that 2 Dutch tanker aircraft could be replaced after 2020.
Combined field hospital
Mr Hillen also signed a declaration of intent for the development of a rapidly deployable field hospital. 12 countries are participating in the project, which is under Italian leadership. The Netherlands is also prepared to play a bigger part in a forensic laboratory, to be set up in Afghanistan under French command. The laboratory will be used to gather intelligence on the use of IEDs, which will in turn be used to uncover and disrupt the networks supporting the bomb makers.
(Ministry of Defence, The Netherlands, 29 March 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)
.jpg)
.jpg)