dinsdag 2 april 2013

Kabinetsreactie rapport Clingendael over piraterij

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 29 maart 2013
Betreft Kabinetsreactie rapport Clingendael
Onze referentie BS2013009067
Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Met deze reactie geef ik, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie, gehoor aan het verzoek van de vaste commissie voor Defensie om een appreciatie van het rapport ‘State or Private Protection against Maritime Piracy?’ van Instituut Clingendael. Verder ga ik in op de vraag ‘welke mogelijkheden het kabinet ziet voor aanvullende private security companies, en welke maatregelen het kabinet van zins is te nemen om een geïsoleerde Nederlandse positie te voorkomen’ (2013Z03586/2013D08353).

Het kabinet is van oordeel dat het rapport van Instituut Clingendael een nuttige bijdrage levert aan de discussie over de bescherming van kwetsbare schepen die varen onder de vlag van het Koninkrijk. Wel kunnen bij het rapport enkele kanttekeningen worden geplaatst. Zo wordt voorbijgegaan aan het feit dat er naast de inzet van gewapende beveiligers, al dan niet militair, ook andere vormen van bescherming bestaan.

Daarbij gaat het onder meer om de volledige implementatie van de Best Management Practices die door de scheepvaartindustrie zijn opgesteld. Verder kunnen koopvaardijschepen zich aansluiten bij een konvooi door het risicogebied voor de kust van Somalië. Marineschepen patrouilleren tevens bij de Hoorn van Afrika in het kader van internationale maritieme operaties. Ook Nederland levert regelmatig bijdragen aan de EU-missie Atalanta en de Navo-missie Ocean Shield. Tenslotte onderstrepen wij dat voor alle Koninkrijksgevlagde schepen een VPD kan worden aangevraagd. Alleen als reders metterdaad aanvragen indienen, kan een goede indruk worden gekregen van de behoefte.

Het kabinet volgt intussen de internationale ontwikkelingen om een level playing field te behouden voor de onder Koninkrijksvlag varende koopvaardij, conform de uitspraken rondom het rapport van de Commissie de Wijkerslooth. Daarbij worden regelmatig relevante factoren zoals vraag, aanbod, prijs en flexibiliteit gemonitord en gewogen. Dit heeft reeds geleid tot aanpassingen in de wijze van inzet van VPD’s.

Wanneer met militaire VPD-capaciteit geen toereikend niveau van bescherming kan worden geboden, en de internationale positie van Nederland negatief wordt beïnvloed, zal het kabinet een besluit nemen over het al dan niet mogelijk maken van gewapende particuliere beveiliging in overleg met Curaçao.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 29 maart 2013)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen