de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 8 mei 2013
Betreft Verdeling kosten piraterijbestrijding
In het algemeen overleg over Vessel Protection Detachments (VPD’s) van 10 april jl. heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de verdeling van de kosten van piraterijbestrijding. Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, hierover.
Nederlandse bijdrage piraterijbestrijding
Nederland heeft belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Ten eerste is de internationale rechtsorde in het geding. Ten tweede is de economische veiligheid in het geding. Piraterij raakt het Nederlandse bedrijfsleven omdat schepen het risico lopen gekaapt te worden. Piraterij bedreigt ook het vrije goederenvervoer van en naar Nederlandse havens. Ten derde zien reders zich geconfronteerd met kosten van beschermingsmaatregelen tegen piraterij en van verhoogde verzekeringspremies. Prijsstijgingen van goederen voor de consument zijn daarvan het gevolg.
Om deze reden levert de Nederlandse overheid met een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Sinds 2009 wordt een bijdrage geleverd aan militaire antipiraterijmissies van de Navo, de EU en de Combined Maritime Forces. Voorafgaand aan de Navo en EU-operaties heeft Nederland reeds schepen geleverd voor de bescherming van World Food Program-schepen. Vanaf 2011 worden VPD’s ingezet ter bescherming van Koninkrijksgevlagde koopvaardijschepen. In aanvulling op de bestrijding van piraterij op zee, dient ook de voedingsbodem voor piraterij op land te worden weggenomen. Het aanpakken van de oorzaken op land is op lange termijn uiteraard de meest effectieve vorm van piraterijbestrijding. Nederland draagt daarom bilateraal en in multilateraal verband (EU, Afrikaanse Unie (AU) en VN) bij aan het bevorderen van de stabiliteit en rechtsorde in Somalië.
Voor een indicatie van de directe uitgaven die de overheid maakt in het kader van deze geïntegreerde aanpak, is het jaar 2012 als ijkpunt gekozen *1. De bijlage bij deze brief bevat een gespecificeerd overzicht van deze uitgaven. Hieronder is een nadere toelichting opgenomen.
Uitgaven begroting van Defensie
Vanuit de defensiebegroting is in 2012 voor EUR 34,5 miljoen aan additionele (directe) uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Nederland heeft in 2012 de volgende bijdragen geleverd aan de Navo-operatie Ocean Shield. Van februari tot april en van oktober tot november is hiervoor een onderzeeboot ingezet. Van juni tot augustus is het fregat Hr. Ms. Evertsen ingezet en van augustus tot medio december het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam. In deze periode heeft Nederland ook een groot deel van de staf geleverd voor Ocean Shield, onder leiding van Commandeur Bekkering. Van april tot en met mei heeft Nederland een bijdrage geleverd aan de EU-operatie Atalanta met het fregat Hr. Ms. Amstel en de inzet van een Autonomous Vessel Protection Detachement (AVPD) aan boord van een WFP-schip. Daarnaast heeft Defensie twee stafofficieren geleverd aan het hoofdkwartier van de Combined Maritime Forces in Bahrein. Nationaal heeft Defensie 32 keer een VPD ingezet ter bescherming van een koopvaardijschip varend onder Koninkrijksvlag.
Uitgaven begroting van Buitenlandse Zaken
Vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken is in 2012 voor EUR 2,37 miljoen aan directe uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Via het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) heeft Nederland bijgedragen aan capaciteitsopbouw in de regio ten behoeve van piraterijbestrijding. De Nederlandse bijdrage is besteed aan de opbouw van detentie- en berechtingscapaciteit op de Seychellen en aan de opbouw van detentiecapaciteit in Somaliland. Ook heeft Nederland in 2012 voor een periode van drie maanden een aantal civiele experts via UNODC op de Seychellen gefinancierd. Daarnaast heeft Nederland in de EU-operatie Atalanta een functionaris van Buitenlandse Zaken ingezet als politiek adviseur.
Naast deze directe bijdrage aan piraterijbestrijding zijn in 2012 vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken ook bijdragen aan de stabiliteit in Somalië gefinancierd. Zo heeft Nederland een personele (enkele trainers) en financiële bijdrage geleverd aan het African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) programma. Dit trainingsprogramma van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevordert de capaciteit van Afrikaanse vredestroepen die worden ingezet in de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM) ten behoeve van bevordering van stabiliteit in Somalië. Nederland levert via de EU African Peace Facility en via het United Nations Support Office for AMISOM (UNSOA) bovendien een financiële bijdrage aan AMISOM.*2 Wat de overige uitgaven in Somalië betreft, heeft Nederland met behulp van ontwikkelingssamenwerking bijgedragen aan capaciteitsopbouw in Somalië om zo de grondoorzaken van piraterij te bestrijden. Om de humanitaire situatie in Somalië te verbeteren heeft Nederland in 2012 ook een noodhulpverzoek van de VN financieel gesteund en heeft het een bijdrage geleverd aan de opvang van Somalische vluchtelingen in Kenia.
In totaal heeft Nederland in 2012 EUR 36,87 miljoen aan directe (programma) uitgaven ingezet voor de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Naast deze directe uitgaven zijn er bij verschillende overheidsinstanties kosten gemaakt die onderdeel zijn van de reguliere bedrijfsvoering en niet worden geoormerkt als piraterijbestrijding. Dit zijn bijvoorbeeld de salarissen van het betrokken personeel van de departementen, de kosten voor deelneming aan internationaal overleg over piraterij in bijvoorbeeld de Contact Group on Piracy off the Coast of Somalia (CGPCS) en de International Maritime Organization (IMO) en de proces- en detentiekosten voor verdachten van piraterij. Deze kosten worden niet als zodanig geadministreerd.
Uitgaven reders
De kosten voor reders ter bescherming tegen piraterij bestaan onder meer uit het aanbrengen van beschermingsmaatregelen op schepen, het inwinnen van beveiligingsadvies, verhoogde verzekeringspremies en extra brandstofverbruik door harder varen of het varen van alternatieve routes. De overheid heeft geen inzicht in de extra kosten die hiermee gemoeid zijn voor Nederlandse reders. Een uitvraag naar deze kosten via de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), heeft slechts enkele reacties opgeleverd.
Wel zijn er internationale studies naar de wereldwijde kosten van piraterijbestrijding, waaronder die van de maritieme sector. Het recente rapport van de non-gouvernementele organisatie (NGO) Oceans Beyond Piracy *3 becijfert de uitgaven voor de wereldwijde bestrijding van piraterij op € 6 miljard in 2012. Hierbij hanteert deze organisatie de volgende verdeling; 29 procent zijn kosten van beschermingsmiddelen en het inwinnen van beveiligingsadvies door de sector, 27 procent zijn meerkosten van sneller varen, 19 procent van de kosten komen voort uit de militaire maritieme operaties van Navo, EU, CMF en individuele landen, 10 procent van de kosten zijn verhoogde verzekeringspremies, 8 procent van de kosten zijn risicotoelagen voor maritiem personeel, 5 procent van de kosten zijn voor het omvaren door schepen, 1 procent zijn de kosten van losgeld en minder dan 2 procent zijn zowel de kosten van opsporing, vervolging en detentie van verdachten van piraterij als de kosten van organisaties die piraterij proberen te bestrijden, zoals VN-organisaties en NGO’s. De Wereld Bank *4 becijfert dat piraterij de wereldeconomie jaarlijks € 18 miljard kost. Dit bedrag behelst naast de uitgaven die overheden en bedrijven maken voor de bestrijding van en bescherming tegen piraterij, ook de kosten voor het economisch verlies voor de wereldeconomie.
Ten slotte
Piraterij vormt een bedreiging voor de internationale rechtsorde en de veiligheid van Nederlandse schepen is in het geding. De kosten die piraterij met zich meebrengt zijn bovendien hoog. Nederland heeft daarom een belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Daarom levert de Nederlandse overheid door middel van een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van de symptomen op zee en de oorzaken op het vaste land van Somalië.
MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
Bijlage 1. Gespecificeerd overzicht van de directe (programma) uitgaven aan piraterijbestrijding.
Realisatie 2012 (in miljoen euro)
Begroting van Defensie
Ocean Shield 21,2
Atalanta 6,2
Combined Maritime Forces 0,3
Inzet VPD 2,6
VPD materieelspakketten 4,2
Begroting van Buitenlandse Zaken
Opbouw berechtingscapaciteit Seychellen via UNODC 0,8
Opbouw detentiecapaciteit Somaliland (Berechtingscapaciteit) 1,5
Detachering experts Seychellen 0,07
*1 Voor activiteiten die sinds 2012 zijn opgestart verwijzen wij naar de Kamerbrieven 21.501-28, nr. 89 over verlenging NLse deelname anti-piraterijmissies, KB 32706-40 over Nlse deelname EUCAP Nestor
en KB 29521 -205 over Nlse deelname aan EUTM Somalië.
*2 De NLse bijdrage aan AMISOM is indirect en loopt via de NLse bijdrage aan verdragscontributie (VN) en Nlse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EU).
*3 Oceans Beyond Piracy. “The Economic Cost of Somali Piracy 2012”.
*4 Wereldbank. “The pirates of Somalia: ending the threat rebuilding a nation”.
(ministerie van Defensie, 8 mei 2013)
Posts tonen met het label KVNR. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KVNR. Alle posts tonen
vrijdag 10 mei 2013
zaterdag 23 februari 2013
Zwaardmacht op zee: commentaar NRC en reactie KVNR
Met het gisteren verschenen rapport van Instituut Clingendael over piraterijbestrijding is opnieuw de discussie aangezwengeld over de toelaatbaarheid van bewapende particuliere beveiligers op Nederlandse koopvaardijschepen. Opeenvolgende Nederlandse kabinetten zijn daarover tot nu toe helder geweest: niet doen.
Voor dit afwijzende standpunt zijn goede redenen aan te dragen. Het belangrijkste en tevens meest principiële argument is dat het geweldsmonopolie, de zwaardmacht, exclusief aan de overheid toebehoort. Op zee is dit tegenwoordig steeds minder vaak een vanzelfsprekendheid. Private piraterijbestrijding, vaak geleverd door ex-militairen die zichzelf hebben verzelfstandigd, is een ware groeimarkt.
Clingendael vindt dat Nederland zich bij deze praktijk dient neer te leggen en het verbod op bewapende particuliere beveiligers aan boord van schepen onder strikte voorwaarden moet opheffen. Volgens de onderzoekers is Nederland momenteel een van de laatste Europese landen met een dergelijk verbod. Het gevolg is dat maar een zeer beperkt deel van de Nederlandse koopvaardijschepen (8 á 10 procent) officieel beschermd door de zware risicogebieden vaart.
Dit zijn de schepen die gebruikmaken van militaire bewakers aan boord. Voor dit jaar worden 175 van dit soort expedities voorzien. De militaire assistentie is aan diverse procedures gebonden en kost de reders flink wat geld – hoewel minder dan voorheen. Onder druk van de markt heeft Defensie de kosten voor reders teruggebracht van 8.500 euro naar 5.000 euro per dag. Met dit bedrag is 40 procent van de kosten gedekt. De rest is voor de Nederlandse belastingbetaler.
De kritiek van de reders die door Clingendael wordt overgenomen, is dat de procedures om militaire bewakers aan boord te krijgen lang en onvoldoende flexibel zijn. Dat is zeker een punt. Uit een eigen onderzoek van Defensie bleek vorig najaar dat sinds maart 2011 de overheid in 41 gevallen niet in staat bleek op tijd een beveiligingsteam voor een schip af te leveren. Dit had onder andere te maken met langdurige diplomatieke inklaringsproblemen.
Maar die strenge procedures bestaan juist omdat het de mogelijkheid van gewapend geweld betreft. Optreden van militairen tegen piraten wordt gerapporteerd, acties van particuliere beveiligers waarbij onschuldige slachtoffers vallen (vissers die voor piraten worden aangezien) vaak niet.
Particuliere beveiliging heeft de charme van de eenvoud. Dat is haast per definitie het geval als zaken aan de markt worden overgelaten. Maar zeker nu het piraterijprobleem zich lijkt te verminderen is er geen reden het geweldsmonopolie van de staat op te geven.
(Hoofdredactioneel commentaar, NRC Handelsblad, 21 februari 2013)
Laat privébeveiligers wél onze schepen bewaken
Het hoofdredactioneel commentaar wijst particuliere beveiligers op koopvaardijschepen ferm af (NRC Handelsblad, 21 februari). De aangevoerde onderbouwing is juridisch onjuist en gaat voorbij aan internationale ontwikkelingen. De overheid heeft de plicht haar burgers, in dit geval Nederlandse zeevarenden, te beschermen. Kan ze dat niet zelf met militaire teams aan boord, dan is ze verplicht om op andere wijze in deze bescherming te laten voorzien. Professor Knoops en de commissie-De Wijkerslooth hebben hier behartigenswaardige zaken over geschreven.
Met het mandateren van particuliere beveiligingsfirma’s vult de overheid deze plicht in. En daarmee trekt ze haar handen niet af van dit vraagstuk. Integendeel, de overheid dient toe te zien op de kwaliteit van deze bedrijven en ze te certificeren. Nederlandse reders mogen alleen gecertificeerde bedrijven inschakelen.
Ook dient de overheid regels te stellen waaraan voldaan moet worden indien er een schietincident heeft plaatsgevonden. Acties moeten gefilmd worden, de kapitein moet een verslag opstellen. Dit alles dient aan het Openbaar Ministerie overhandigd te worden zodat er getoetst kan worden of aan de voorschriften is voldaan. De rechtstaat wordt zo gerespecteerd.
Is deze wijze van mandatering door de overheid een utopie? Landen als Noorwegen, Denemarken, België en het Verenigd Koninkrijk doen het al. Duitsland is er mee bezig.
Als we niet oppassen, vlaggen Nederlandse reders hun schepen steeds vaker uit naar die landen. Reders moeten wel, om zodoende op legale wijze hun zeevarenden te beschermen tegen piraten. Het risico is en blijft groot, de impact van een kaping en maandenlange gijzeling, met tegenwoordig ook martelingen, is immens. De NRC is de stuurman aan de wal die het beter weet.
T. Netelenbos
Kon. Ver. Nederlandse Reders
M. van den Broek
Voorzitter Nautilus Int.
(ingezonden brief, NRC Handelsblad 23 februari 2013)
Overname door derden is niet toegestaan
Voor dit afwijzende standpunt zijn goede redenen aan te dragen. Het belangrijkste en tevens meest principiële argument is dat het geweldsmonopolie, de zwaardmacht, exclusief aan de overheid toebehoort. Op zee is dit tegenwoordig steeds minder vaak een vanzelfsprekendheid. Private piraterijbestrijding, vaak geleverd door ex-militairen die zichzelf hebben verzelfstandigd, is een ware groeimarkt.
Clingendael vindt dat Nederland zich bij deze praktijk dient neer te leggen en het verbod op bewapende particuliere beveiligers aan boord van schepen onder strikte voorwaarden moet opheffen. Volgens de onderzoekers is Nederland momenteel een van de laatste Europese landen met een dergelijk verbod. Het gevolg is dat maar een zeer beperkt deel van de Nederlandse koopvaardijschepen (8 á 10 procent) officieel beschermd door de zware risicogebieden vaart.
Dit zijn de schepen die gebruikmaken van militaire bewakers aan boord. Voor dit jaar worden 175 van dit soort expedities voorzien. De militaire assistentie is aan diverse procedures gebonden en kost de reders flink wat geld – hoewel minder dan voorheen. Onder druk van de markt heeft Defensie de kosten voor reders teruggebracht van 8.500 euro naar 5.000 euro per dag. Met dit bedrag is 40 procent van de kosten gedekt. De rest is voor de Nederlandse belastingbetaler.
De kritiek van de reders die door Clingendael wordt overgenomen, is dat de procedures om militaire bewakers aan boord te krijgen lang en onvoldoende flexibel zijn. Dat is zeker een punt. Uit een eigen onderzoek van Defensie bleek vorig najaar dat sinds maart 2011 de overheid in 41 gevallen niet in staat bleek op tijd een beveiligingsteam voor een schip af te leveren. Dit had onder andere te maken met langdurige diplomatieke inklaringsproblemen.
Maar die strenge procedures bestaan juist omdat het de mogelijkheid van gewapend geweld betreft. Optreden van militairen tegen piraten wordt gerapporteerd, acties van particuliere beveiligers waarbij onschuldige slachtoffers vallen (vissers die voor piraten worden aangezien) vaak niet.
Particuliere beveiliging heeft de charme van de eenvoud. Dat is haast per definitie het geval als zaken aan de markt worden overgelaten. Maar zeker nu het piraterijprobleem zich lijkt te verminderen is er geen reden het geweldsmonopolie van de staat op te geven.
(Hoofdredactioneel commentaar, NRC Handelsblad, 21 februari 2013)
Laat privébeveiligers wél onze schepen bewaken
Het hoofdredactioneel commentaar wijst particuliere beveiligers op koopvaardijschepen ferm af (NRC Handelsblad, 21 februari). De aangevoerde onderbouwing is juridisch onjuist en gaat voorbij aan internationale ontwikkelingen. De overheid heeft de plicht haar burgers, in dit geval Nederlandse zeevarenden, te beschermen. Kan ze dat niet zelf met militaire teams aan boord, dan is ze verplicht om op andere wijze in deze bescherming te laten voorzien. Professor Knoops en de commissie-De Wijkerslooth hebben hier behartigenswaardige zaken over geschreven.
Met het mandateren van particuliere beveiligingsfirma’s vult de overheid deze plicht in. En daarmee trekt ze haar handen niet af van dit vraagstuk. Integendeel, de overheid dient toe te zien op de kwaliteit van deze bedrijven en ze te certificeren. Nederlandse reders mogen alleen gecertificeerde bedrijven inschakelen.
Ook dient de overheid regels te stellen waaraan voldaan moet worden indien er een schietincident heeft plaatsgevonden. Acties moeten gefilmd worden, de kapitein moet een verslag opstellen. Dit alles dient aan het Openbaar Ministerie overhandigd te worden zodat er getoetst kan worden of aan de voorschriften is voldaan. De rechtstaat wordt zo gerespecteerd.
Is deze wijze van mandatering door de overheid een utopie? Landen als Noorwegen, Denemarken, België en het Verenigd Koninkrijk doen het al. Duitsland is er mee bezig.
Als we niet oppassen, vlaggen Nederlandse reders hun schepen steeds vaker uit naar die landen. Reders moeten wel, om zodoende op legale wijze hun zeevarenden te beschermen tegen piraten. Het risico is en blijft groot, de impact van een kaping en maandenlange gijzeling, met tegenwoordig ook martelingen, is immens. De NRC is de stuurman aan de wal die het beter weet.
T. Netelenbos
Kon. Ver. Nederlandse Reders
M. van den Broek
Voorzitter Nautilus Int.
(ingezonden brief, NRC Handelsblad 23 februari 2013)
Overname door derden is niet toegestaan
vrijdag 3 augustus 2012
Piraterij: "Wapens? Wij beschermen onze schepen"
Gewapende beveiligers tegen piraten aan boord? Dat mag de Nederlandse koopvaardij niet. Maar het gebeurt veelvuldig. Want anders is het „zelfmoord”.
Door onze redacteur Emilie van Outeren
De reders zijn uit de kast gekomen. Sinds piraten uit Somalië een serieuze bedreiging vormen voor de koopvaardij, hebben rederijen de regering opgeroepen om gewapende private beveiligers aan boord van schepen toe te staan. Nu geven ze toe dat ze deze, bij gebrek aan afdoende bescherming van de overheid, allang meenemen.
De wet bepaalt dat alleen militairen en politie wapens mogen dragen op Nederlands grondgebied, en dus ook op schepen die varen onder Nederlandse vlag.Maar de consensus in de koopvaardij is dat er geen schip in de buurt van Somalië komt zonder gewapende bewakers aan boord. Soms zijn die beveiligers mariniers van Defensie.Meestal zijn het ex-militairen die zichzelf verhuren.
Het mag niet, maar het gebeurt toch. „We doen het linksom of rechtsom verkeerd”, zegt Patrick van Eerten, van Jumbo Shipping. „Aan de ene kant zijn we verplicht om onze bemanning een veilige werkplek te bieden, aan de andere kant wordt dit ons verboden. Dan kiezen wij natuurlijk voor de veiligheid van onze bemanning. Ik zeg niks over wapens, maar neemt u maar van mij aan dat onze mensen worden beschermd.”
Jumbo was een van de rederijen die minister Hans Hillen (Defensie, CDA) eerder dit jaar confronteerden met de realiteit op zee.De private beveiligers zijn er, of de regering dat nu wil of niet. Vorig jaar dreigde minister Ivo Opstelten (Justitie, VVD) reders te vervolgen die gewapende guards mee aan boord nemen. Dat is tot op heden niet gebeurd. „De Nederlandse marine die in het gebied patrouilleert weet donders goed dat dit gebeurt”, zegt Van Eerten, zelf voormalig marineofficier.
In april kwam een dertigtal reders met minister Hillen bijeen in het Novotel in Den Haag om over de piraten te praten. De minister denkt binnen een jaar de koopvaardij afdoende én voor een marktconforme prijs te kunnen beschermen, zei hij volgens de reders. „Toen hebben we hem opnieuw gevraagd om ons in ieder geval tot die tijd onze mensen te laten beschermen door private partijen, maar daar wil dit kabinet niet aan”, zegt Martin Dorsman van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR). De meeste concurrerende landen staan gewapende particulieren al toe, of zijn bezig hun wetgeving daartoe aan te passen.
Albert Engelsman, directeur van rederij Wagenborg, komt er openlijk voor uit dat hij illegaal gewapende particulieren aan boord heeft. „Wij varen niet heel veel in het piratengebied, maar als we het doen, gaan we niet zonder beveiligers. Dat zou zelfmoord zijn”, zegt hij.
Op de bijeenkomst met Hillen spraken de reders ook hun lof uit voor Defensie. Dat departement probeert met zogeheten VPD’s (Vessel Protection Detachments) van mariniers aan boord van koopvaardijschepen de bescherming te regelen. Onlangs verlaagde Hillen de prijs daarvan naar 5.000 euro per dag. Nog steeds duurder dan de particuliere beveiligers, die volgens de KVNR te huren zijn voor 1.000 dollar per man per dag en die meestal met z’n drieën of vieren aan boord komen.
De afgelopen twaalf maanden werden twintig van die mariniersteams ingezet. Dertien gingen aan boord van schepen van Dockwise. Woordvoerder Fons van Lith ontkent dat op de overige schepen van zijn bedrijf gewapende private guards aanwezig zijn. „Onze schepen zijn afgeschermd met prikkeldraad, we hebben geluidssystemen om piraten af te schrikken en er hangen draden langs het schip die in de schroef van hun bootjes vast komen te zitten.”
Volgens andere reders is dat onvoldoende. „Wij doen ook liever zaken met de overheid”, zegt Engelsman, van Wagenborg. „We hebben een paar keer een verzoek bij Defensie ingediend, maar dat is niet gehonoreerd. Dan is er maar één alternatief.”
Naast de prijs is het gebrek aan flexibiliteit van Defensie een probleem voor reders die afhankelijk zijn van het actuele aanbod van ladingen. „Als een reder bescherming wil, heeft hij die meestal gisteren nodig”, zegt William van Amstel. Hij treedt op als bemiddelaar tussen reders en beveiligers. Defensie hoopt met wapendepots in verschillende bevriende landen sneller inzetbaar te zijn. Ook neemt het aantal beschikbare VPD’s flink toe. Dit jaar zijn er honderd mogelijk, in 2013 zullen dat er maximaal 175 zijn. De aanvragen van reders blijven tot nu achter bij het aanbod; sinds de recente prijsverlaging kwamen er acht binnen.
Dat merkten de VPD-mariniers aan boord van het schip Flintstone in januari ook. Het schip werd aangevallen en in het persbericht van Defensie staat dat niet kan worden uitgesloten „dat bij de actie slachtoffers zijn gevallen onder de piraten”. Dergelijke acties worden door rederijen en private beveiligers niet gemeld, omdat ze officieel niet bestaan.
Maersk, de grootste containerverscheper ter wereld, heeft recentelijk besloten drie van haar Nederlandse schepen te laten ‘omvlaggen’ en in Verenigd Koninkrijk te registeren. „De reden is dat de Nederlandse vlaggenstaat geen gewapende private beveiligers toestaat”, laat een woordvoerder weten. Meer reders hebben gedreigd hetzelfde te doen.
De reders die toegeven private guards aan boord te nemen, ontkennen met ‘cowboys’ te werken, ongecertificeerde huurlingen die voor weinig geld bescherming leveren. „Maar ook hier worden we in een spagaat gedwongen”, zegt Dorsman van de redersvereniging. „Serieuze bedrijven willen geen Nederlandse schepen meer beschermen als de Staat dit niet toestaat. Zo worden we in de armen van de rambo’s gedreven.”
Wat de situatie niet eenvoudiger maakt, is dat verladers diametraal tegenover de reders staan. Marco Wiesehahn van de verladersorganisatie EVO legt uit dat de inzet van particuliere beveiligers het probleem niet oplost. „De overheid heeft de plicht de veiligheid van Nederlandse schepen te waarborgen.Daar zouden voor bedrijven eigenlijk ook geen kosten aan verbonden moeten zijn.”
Als de inzet van particuliere beveiligers legaal wordt, neemt bovendien de noodzaak af om het probleem bij de bron aan te pakken. Want daar zijn alle partijen het over eens: de echte oplossing ligt in Somalië.
(NRC Handelsblad, 2 augustus 2012)
(Artikel overgenomen met toestemming van NRC Handelsblad. Overname op andere websites is uitdrukkelijk niet toegestaan)
Door onze redacteur Emilie van Outeren
De reders zijn uit de kast gekomen. Sinds piraten uit Somalië een serieuze bedreiging vormen voor de koopvaardij, hebben rederijen de regering opgeroepen om gewapende private beveiligers aan boord van schepen toe te staan. Nu geven ze toe dat ze deze, bij gebrek aan afdoende bescherming van de overheid, allang meenemen.
De wet bepaalt dat alleen militairen en politie wapens mogen dragen op Nederlands grondgebied, en dus ook op schepen die varen onder Nederlandse vlag.Maar de consensus in de koopvaardij is dat er geen schip in de buurt van Somalië komt zonder gewapende bewakers aan boord. Soms zijn die beveiligers mariniers van Defensie.Meestal zijn het ex-militairen die zichzelf verhuren.
Het mag niet, maar het gebeurt toch. „We doen het linksom of rechtsom verkeerd”, zegt Patrick van Eerten, van Jumbo Shipping. „Aan de ene kant zijn we verplicht om onze bemanning een veilige werkplek te bieden, aan de andere kant wordt dit ons verboden. Dan kiezen wij natuurlijk voor de veiligheid van onze bemanning. Ik zeg niks over wapens, maar neemt u maar van mij aan dat onze mensen worden beschermd.”
Jumbo was een van de rederijen die minister Hans Hillen (Defensie, CDA) eerder dit jaar confronteerden met de realiteit op zee.De private beveiligers zijn er, of de regering dat nu wil of niet. Vorig jaar dreigde minister Ivo Opstelten (Justitie, VVD) reders te vervolgen die gewapende guards mee aan boord nemen. Dat is tot op heden niet gebeurd. „De Nederlandse marine die in het gebied patrouilleert weet donders goed dat dit gebeurt”, zegt Van Eerten, zelf voormalig marineofficier.
In april kwam een dertigtal reders met minister Hillen bijeen in het Novotel in Den Haag om over de piraten te praten. De minister denkt binnen een jaar de koopvaardij afdoende én voor een marktconforme prijs te kunnen beschermen, zei hij volgens de reders. „Toen hebben we hem opnieuw gevraagd om ons in ieder geval tot die tijd onze mensen te laten beschermen door private partijen, maar daar wil dit kabinet niet aan”, zegt Martin Dorsman van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR). De meeste concurrerende landen staan gewapende particulieren al toe, of zijn bezig hun wetgeving daartoe aan te passen.
Albert Engelsman, directeur van rederij Wagenborg, komt er openlijk voor uit dat hij illegaal gewapende particulieren aan boord heeft. „Wij varen niet heel veel in het piratengebied, maar als we het doen, gaan we niet zonder beveiligers. Dat zou zelfmoord zijn”, zegt hij.
Op de bijeenkomst met Hillen spraken de reders ook hun lof uit voor Defensie. Dat departement probeert met zogeheten VPD’s (Vessel Protection Detachments) van mariniers aan boord van koopvaardijschepen de bescherming te regelen. Onlangs verlaagde Hillen de prijs daarvan naar 5.000 euro per dag. Nog steeds duurder dan de particuliere beveiligers, die volgens de KVNR te huren zijn voor 1.000 dollar per man per dag en die meestal met z’n drieën of vieren aan boord komen.
De afgelopen twaalf maanden werden twintig van die mariniersteams ingezet. Dertien gingen aan boord van schepen van Dockwise. Woordvoerder Fons van Lith ontkent dat op de overige schepen van zijn bedrijf gewapende private guards aanwezig zijn. „Onze schepen zijn afgeschermd met prikkeldraad, we hebben geluidssystemen om piraten af te schrikken en er hangen draden langs het schip die in de schroef van hun bootjes vast komen te zitten.”
Volgens andere reders is dat onvoldoende. „Wij doen ook liever zaken met de overheid”, zegt Engelsman, van Wagenborg. „We hebben een paar keer een verzoek bij Defensie ingediend, maar dat is niet gehonoreerd. Dan is er maar één alternatief.”
Naast de prijs is het gebrek aan flexibiliteit van Defensie een probleem voor reders die afhankelijk zijn van het actuele aanbod van ladingen. „Als een reder bescherming wil, heeft hij die meestal gisteren nodig”, zegt William van Amstel. Hij treedt op als bemiddelaar tussen reders en beveiligers. Defensie hoopt met wapendepots in verschillende bevriende landen sneller inzetbaar te zijn. Ook neemt het aantal beschikbare VPD’s flink toe. Dit jaar zijn er honderd mogelijk, in 2013 zullen dat er maximaal 175 zijn. De aanvragen van reders blijven tot nu achter bij het aanbod; sinds de recente prijsverlaging kwamen er acht binnen.
Dat merkten de VPD-mariniers aan boord van het schip Flintstone in januari ook. Het schip werd aangevallen en in het persbericht van Defensie staat dat niet kan worden uitgesloten „dat bij de actie slachtoffers zijn gevallen onder de piraten”. Dergelijke acties worden door rederijen en private beveiligers niet gemeld, omdat ze officieel niet bestaan.
Maersk, de grootste containerverscheper ter wereld, heeft recentelijk besloten drie van haar Nederlandse schepen te laten ‘omvlaggen’ en in Verenigd Koninkrijk te registeren. „De reden is dat de Nederlandse vlaggenstaat geen gewapende private beveiligers toestaat”, laat een woordvoerder weten. Meer reders hebben gedreigd hetzelfde te doen.
De reders die toegeven private guards aan boord te nemen, ontkennen met ‘cowboys’ te werken, ongecertificeerde huurlingen die voor weinig geld bescherming leveren. „Maar ook hier worden we in een spagaat gedwongen”, zegt Dorsman van de redersvereniging. „Serieuze bedrijven willen geen Nederlandse schepen meer beschermen als de Staat dit niet toestaat. Zo worden we in de armen van de rambo’s gedreven.”
Wat de situatie niet eenvoudiger maakt, is dat verladers diametraal tegenover de reders staan. Marco Wiesehahn van de verladersorganisatie EVO legt uit dat de inzet van particuliere beveiligers het probleem niet oplost. „De overheid heeft de plicht de veiligheid van Nederlandse schepen te waarborgen.Daar zouden voor bedrijven eigenlijk ook geen kosten aan verbonden moeten zijn.”
Als de inzet van particuliere beveiligers legaal wordt, neemt bovendien de noodzaak af om het probleem bij de bron aan te pakken. Want daar zijn alle partijen het over eens: de echte oplossing ligt in Somalië.
(NRC Handelsblad, 2 augustus 2012)
(Artikel overgenomen met toestemming van NRC Handelsblad. Overname op andere websites is uitdrukkelijk niet toegestaan)
zaterdag 14 juli 2012
KVNR: prijsverlaging inzet mariniers tegen piraten "stap in goede richting"
De KVNR* waardeert de stap van het kabinet om de bescherming van de koopvaardij tegen een meer marktconforme prijs te realiseren. De Koninklijke Marine kan zogenaamde Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten tegen piraten rond Somalië. Het kabinet staat de inzet van goedkopere en vaak meer flexibel inzetbare gecertificeerde particuliere beveiligers niet toe.
De KVNR wijst er echter op, dat er vele typen schepen zijn. Bepaalde typen Nederlandse koopvaardijschepen die gebruik maken van VPD's zijn altijd nog behoorlijk duurder uit dan schepen varend onder een andere EU-vlag waar de inzet van particuliere beveiligers wel is toegestaan. De Nederlandse vlag staat hierdoor op achterstand.
Zij pleit er daarom voor om rekening te houden met het scheepstype en de trade van het schip, waardoor de Nederlandse vloot kan concurreren op de wereldmarkt. De KVNR bepleit tevens een benadering waarbij reders gebruik maken van VPD's tenzij dat niet mogelijk is (flexibiliteit en prijs). Daarmee zou Nederland in de internationale en Europese pas lopen.
De KVNR heeft ook kennis genomen van de steun die Verladersorganisatie EVO geeft aan het kabinetsbeleid. Dit zou pas echte steun betekenen, wanneer de Nederlandse verladers uitsluitend gebruik zouden maken van schepen onder Nederlandse vlag. Dat is echter niet het geval.
(KVNR, 13 juli 2012)
*Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. Bij de KVNR zijn ruim 400 reders aangesloten. Het ledenbestand vormt zo’n 95 procent van de Nederlandse rederijen. In totaal hebben Nederlandse reders ongeveer 1600 schepen in beheer, waarvan 750 onder Nederlandse vlag (cijfers KVNR).
Zie ook: Defensie maakt beveiliging koopvaardij tegen piraterij goedkoper
De KVNR wijst er echter op, dat er vele typen schepen zijn. Bepaalde typen Nederlandse koopvaardijschepen die gebruik maken van VPD's zijn altijd nog behoorlijk duurder uit dan schepen varend onder een andere EU-vlag waar de inzet van particuliere beveiligers wel is toegestaan. De Nederlandse vlag staat hierdoor op achterstand.
Zij pleit er daarom voor om rekening te houden met het scheepstype en de trade van het schip, waardoor de Nederlandse vloot kan concurreren op de wereldmarkt. De KVNR bepleit tevens een benadering waarbij reders gebruik maken van VPD's tenzij dat niet mogelijk is (flexibiliteit en prijs). Daarmee zou Nederland in de internationale en Europese pas lopen.
De KVNR heeft ook kennis genomen van de steun die Verladersorganisatie EVO geeft aan het kabinetsbeleid. Dit zou pas echte steun betekenen, wanneer de Nederlandse verladers uitsluitend gebruik zouden maken van schepen onder Nederlandse vlag. Dat is echter niet het geval.
(KVNR, 13 juli 2012)
*Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. Bij de KVNR zijn ruim 400 reders aangesloten. Het ledenbestand vormt zo’n 95 procent van de Nederlandse rederijen. In totaal hebben Nederlandse reders ongeveer 1600 schepen in beheer, waarvan 750 onder Nederlandse vlag (cijfers KVNR).
Zie ook: Defensie maakt beveiliging koopvaardij tegen piraterij goedkoper
Abonneren op:
Posts (Atom)