In het archiefonderzoek naar de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977 zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen waaruit blijkt dat het besluit tot ingrijpen destijds onzorgvuldig, onvolledig of onjuist is geweest. Het optreden berustte op een toereikende wettelijke grondslag. Het bevoegd gezag en de politieke ambtsdragers waren zich ten volle bewust van de details van het bevrijdingsplan en de risico’s voor de gegijzelden, de mariniers en de gijzelnemers. Het doel van het plan was de bevrijding en bescherming van de gegijzelde passagiers in de trein. De consequentie dat waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden omkomen, werd aanvaard. Het uitgeoefende geweld door de precisieschutters en de mariniers viel binnen de grenzen van de geweldstoepassing die door het bevoegd gezag was voorzien en aanvaard.
Dat staat in het verslag van het archiefonderzoek naar de beëindiging van de gijzeling bij De Punt en de daarmee samenhangende gijzeling van een lagere school in Bovensmilde. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister Hennis van Defensie hebben het verslag vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. De actie om de gegijzelden in de trein te bevrijden, kostte het leven aan zes gijzelnemers en twee gegijzelden. 49 gegijzelden werden bevrijd. Drie gijzelnemers werden aangehouden. Zes gegijzelden, twee mariniers en een gijzelnemer raakten gewond. In het verslag gaat het kabinet voor het eerst uitgebreid in op de operationele aspecten van de beëindiging van de gijzelingen. Het schetst een samenhangend beeld van de gebeurtenissen bij de beëindiging van de gijzeling en de context waarin deze gebeurtenissen moeten worden geplaatst. Voor het onderzoek zijn de archieven van alle betrokken diensten geraadpleegd.
Het onderzoek beschrijft de complexe afwegingen die de ministers 37 jaar geleden moesten maken. Om geweld te vermijden, was het beleid van het kabinet aanvankelijk gericht op het ‘murw’ maken van de gijzelnemers. Gedurende de gijzeling – die in totaal 20 dagen duurde - maakte het kabinet zich in toenemende mate zorgen over de gezondheid van de gegijzelden. Ook was er in de laatste dagen van de gijzeling volgens het kabinet sprake van een verharding in de opstelling van de gijzelnemers. Uit het onderzoek blijkt dat alle aspecten van het uiteindelijke bevrijdingsplan zorgvuldig zijn afgewogen. Alternatieven om de gijzeling op een minder gewelddadige wijze te beëindigen, zijn door het kabinet onbruikbaar bevonden. Het onderzoek heeft geen nieuwe informatie aan het licht gebracht die niet toen al bij de besluitvormers bekend was en door hen is meegewogen.
In het onderzoeksverslag staat een gedetailleerde reconstructie van de bevrijdingsactie. Uit observaties en verklaringen van vrijgelaten passagiers was duidelijk geworden dat de gegijzelden en gijzelnemers zich in verschillende delen van de trein ophielden. In de vroege ochtend van 11 juni 1977 openen de precisieschutters het vuur op de compartimenten van de trein waarin de gijzelnemers zich bevinden. De intensieve beschieting in combinatie met laag overvliegende straaljagers moet voorkomen dat zij zich onder de gegijzelden mengen. Ook biedt de beschieting dekking aan de mariniers die door het open terrein de trein naderen. Nadat het vuren door de precisieschutters is gestopt, dringen de mariniers via vijf portalen de trein binnen. De mariniers hebben de instructie dat ze niet mogen vuren op gijzelnemers die zich duidelijk waarneembaar overgeven. Binnen drie minuten bevrijden de mariniers de passagiers en wordt de trein veilig gesteld.
Bij de bevrijdingsactie komen twee gegijzelde passagiers om het leven. Eén passagier slaapt die nacht op een plek waar eerder een gijzelnemer de wacht hield. Zij wordt dodelijk getroffen door het vuur van de precisieschutters. De andere passagier komt om door vuur van de mariniers tijdens de schotenwisseling tussen de mariniers en een gijzelnemer. Uit nieuw onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut blijkt dat drie gijzelnemers het meest waarschijnlijk zijn gedood door het vuur van de precisieschutters. Van één gijzelnemer staat vast dat zij dodelijk werd getroffen door het vuur van de mariniers in de trein. Een andere gijzelnemer werd dodelijk getroffen door een projectiel dat kan zijn afgevuurd door de precisieschutters of door de mariniers van binnen of van buiten de trein. Van één gijzelnemer kan niet worden vastgesteld of hij dodelijk getroffen werd door het vuur van de precisieschutters of door het vuur van de mariniers in de trein. Voor de gijzelnemers die zijn gedood geldt dat het toegepaste geweld rechtsreeks voortvloeide uit de opdracht aan de precisieschutters om op aangewezen delen van de trein te schieten en de opdracht aan de mariniers om de gegijzelden te bevrijden. Voor de omgekomen gijzelnemers zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij zich duidelijk waarneembaar hebben overgegeven. Twee gijzelnemers gaven zich over en één gijzelnemer werd na een schotenwisseling overmeesterd.
Het verslag beschrijft de politieke verantwoording die is afgelegd in 1977. Het archiefonderzoek bevestigt op vrijwel alle punten hetgeen het kabinet in 1977 in de Tweede Kamer heeft verklaard en in het kabinetsverslag heeft geschreven. Eén mededeling komt niet overeen met de bevindingen van het onderzoek. Dit is de mededeling dat er in de trein niet is geschoten op gijzelnemers die zich niet met een vuurwapen verzetten. Bij de gijzelnemers in de kop van de trein zijn wel wapens aangetroffen, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij zich daarmee hebben verzet. Bij de vrouwelijke gijzelnemer op wie is geschoten is naderhand geen wapen aangetroffen.
In het archiefonderzoek wordt ook nader ingegaan op een interne nota van het ministerie van Justitie van 1 maart 1978 over de sectierapporten van de overleden gijzelnemers. In 2013 werd in de media bericht dat die nota zou vermelden dat de gijzelnemers door 144 kogels zijn getroffen. De nota heeft echter geen betrekking op het aantal kogels maar op het aantal uitwendige verwondingen. Volgens het NFI is het niet mogelijk om uit de autopsierapporten af te leiden door hoeveel kogels de gijzelnemers zijn getroffen.
Onderzoeksrapport: Beëindiging van de gijzeling bij De Punt in 1977
(Rijksoverheid, 19 november 2014)
Posts tonen met het label mariniers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mariniers. Alle posts tonen
woensdag 19 november 2014
donderdag 26 december 2013
Nederlandse missie in Mali
Officiële naam
Republiek Mali / République du Mali
Oppervlakte
1.240.192 km² (ruim 30 keer Nederland)
Hoofdstad
Bamako
Inwoner
Malinees (m), Malinese (v)
Aantal inwoners
Circa 15 miljoen
Inkomen per inwoner per jaar
$ 700 (NL: $ 50.300)
Talen
Frans, Bamakan en andere Mandétalen
Gemiddelde levensverwachting
51,8 jaar (NL: 80,1 jaar)
Munteenheid
CFA-franc (XOF)
Bevolking
Bambara (32%), Fulani of Peul (14%), Senufo (12%), Soninke (9%), Touareg (7%), Songhai (7%) en de Malinke of Mandingo, Mandinke (7%). Ongeveer 10% van de bevolking leeft als nomaden.
Religie
Islamitisch 80 % , traditionele godsdiensten 9%, christendom 1,2%. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie.
Geografie
Mali bestaat voor 70% uit woestijn of semiwoestijn. In het zuidwesten liggen enkele grote rivieren, namelijk de Niger, Sénégal en de Bani.
Klimaat
Het noorden van het land heeft een woestijnklimaat en er is praktisch het hele jaar geen regenval. Het regenseizoen in het zuiden is van mei tot oktober.
Economie
Terwijl het noorden alleen door het woestijnvolk van de Touareg bewoond wordt, leeft 90% van de overwegend islamitische bevolking in het zuiden. Het aantal emigranten naar de buurlanden is door de in Mali heersende armoede zeer groot. Voor meer dan 80% van de bevolking is de landbouw de basis van het bestaan. Ook nomadische veeteelt in de Sahelzone en visserij in de Nigerdelta zijn belangrijk de voedselvoorziening. De industriesector levert met de verwerking van agrarische producten 15% van het BNP. Mali heeft verschillende grondstoffen. Alleen zout en goud worden op grote schaal ontgonnen.
Achtergrond
Onrust
Na ruim 60 jaar Franse overheersing kreeg Mali in 1958 autonoom bestuur. Het nieuwe marxistisch georiënteerde bewind faalde economische groei te brengen en riep in 1967 de permanente revolutie uit die het land in chaos en geweld stortte. Een staatsgreep en opeenvolgende watertekorten en droogtes verergerde de situatie. In 1990 brak in het noorden van het land een opstand van de Toearegs uit die in eerste instantie naar onafhankelijkheid streefden. De Toearegrebellenbeweging Mouvement Populaire pour la Libération de l'Azawad bracht het Malinese leger enkele nederlagen toe.
Vredesverdrag
Na maanden vol strijd voorzag een vredesverdrag, het Pacte National, in een decentrale overheid, meer autonomie voor het noorden, economische ontwikkeling voor de regio's en het houden van vrije verkiezingen. Een definitieve vrede met de Toearegs bleef echter uit. In 1994 ontaardde het conflict in interne gevechten tussen verschillende Toearegstammen onderling, en tussen de Toearegs en de Songhaibevolking, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. In 1996 keerde de vrede terug in het noorden na een langdurig proces van verzoening tussen de verschillende stammen en bevolkingsgroepen.
21e eeuw
Na tien jaar vrede laaide de strijd in mei 2006 weer kort op. De Touaregs eisten de volledige uitvoering van het oorspronkelijke Pacte National uit 1992. Na de Libische burgeroorlog in 2011 keerden veel Touaregs die voor Qadhafi hadden gevochten zwaar bewapend terug naar Mali. Ze begonnen een veroveringstocht om het noorden van het land in te nemen. De regering en het leger konden hen niet de baas en, na maanden van ontevredenheid over leiding en uitrusting, pleegden soldaten een staatsgreep waarbij de president werd verjaagd. Na onderhandelingen met de Economic Community Of West African States (ECOWAS) werd een overgangsregime geïnstalleerd. In januari 2013 zetten de rebellen opnieuw een offensief naar het zuiden in.
Franse interventie
De situatie in het noorden van het land verslechterde zo snel, dat Frankrijk (op aanvraag van Mali) besloot tot militair ingrijpen. Vanaf Franse bases in Mali voerde het Franse leger op vrijdag 11 januari 2013 luchtaanvallen uit op de rebellen. Het tegenoffensief dat met ‘Operatie Serval’ werd ingezet, was succesvol. De rebellen werden teruggedreven naar het noorden. Door snelle interventie door Frankrijk, unaniem gesteund door de VN Veiligheidsraad, kon de territoriale integriteit van Mali hersteld worden. Nu moesten de democratie en de grondwettelijke orde in het land hervonden worden.
Verkiezingen
Verkiezingen in juli 2013 verliepen naar omstandigheden goed. Het verzoeningsproces is gestart. De vraag is in hoeverre de situatie echt stabiel is. Nog streven groepen Touaregs naar onafhankelijkheid. Ook waren er verschillende aanslagen in noordelijke steden.
MINUSMA
Internationaal was de bezorgdheid over de crisis in Mali groot.
December 2012: De VN Veiligheidsraad besluit een African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te autoriseren.
Februari 2013: de EU richt een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). 25 april 2013: de VN Veiligheidsraad richt de opvolger van AFISMA op. Met resolutie 2100 zag de ‘VN multidimensionele geïntegreerde stabilisatiemissie in Mali’ (MINUSMA) vredesmacht het licht.
1 juli 2013: MINUSMA neemt taken van het huidige VN-kantoor in Mali, UNOM, AFISMA en de ECOWAS-vredesmacht over. Verder werkt de missie, met name op logistiek en administratief vlak, ook samen met de United Nations Mission in Liberia (UNMIL) en de , United Nations Operation in Côte d'Ivoire (UNOCI), die in respectievelijk Liberia en Ivoorkust opereren. De sterkte van de missie wordt opgebouwd naar uiteindelijk 12.600 man.
Hoofddoelstellingen
MINUSMA kreeg een mandaat van twaalf maanden met volgende hoofddoelstellingen mee:
1. De belangrijkste bevolkingscentra stabiliseren en meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag over heel het land
2. De uitvoering van het overgangsplan van de regering, inclusief de dialoog en verkiezingen, ondersteunen
3. De bevolking en VN-personeel beschermen
4. De mensenrechten bevorderen
5. De levering van noodhulp ondersteunen
6. Het cultureel erfgoed van Mali helpen beschermen
7. Inspanningen om oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen ondersteunen
8. Er is een Europese trainingsmissie, EUTM, om de Malinese veiligheidsdiensten op te leiden en te adviseren.
Operatie Serval
De Franse operatie ‘Serval’ zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA zullen worden afgeslankt, maar als parallel force (militaire escalatiemacht) beschikbaar blijven. Over de precieze vorm en uitvoering van deze steun zijn afspraken gemaakt met de VN.
Nederlandse bijdrage aan MINUSMA
Nederland levert een bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.
Doel
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.
Overwegingen
Het is (mede) in Nederlands belang te voorkomen dat deze kwetsbare regio (vlakbij de zuidgrens van Europa) nog verder destabiliseert. Op verzoek van de VN heeft Nederland besloten een bijdrage te leveren aan MINUSMA. Deelname aan deze missie dient verschillende Nederlandse belangen waaronder de volgende:
• Een instabiel en ongecontroleerd noorden van Mali is een potentiële broedplaats voor gewelddadig extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan de rand van Europa. De dreiging die daar van uitgaat beperkt zich niet tot de eigen regio, maar kan ook Europa en Nederland raken (terrorisme, drugs/wapens, illegale migratie).
• De humanitaire situatie in het noorden van Mali is schrijnend. Burgers, vooral in het noorden, moeten worden beschermd tegen geweld, onrechtvaardigheid en armoede.
• Noord-Afrika is voor Nederland en andere Europese landen een belangrijke handelspartner voor grondstoffen en energiebronnen. Instabiliteit Mali en Sahel brengt bereikbaarheid en beschikbaarheid daarvan in gevaar.
• Mali heeft de internationale gemeenschap expliciet om hulp gevraagd. Er is daarnaast een duidelijke en breed gedragen mandaat voor het VN-optreden in Mali. De VN heeft Nederland verzocht om een bijdrage aan MINUSMA. Met deze bijdrage komt Nederland tegemoet aan een kritieke behoefte van MINUSMA.
• Mali wil en kan in zekere mate zelfredzaam zijn. De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en steun bij verkiezingen zijn haalbaar. Dit biedt kansen, want hiermee ligt er een basis voor duurzame wederopbouw en een politiek-sociaal contract met het noorden.
• Nederland levert een integrale, herkenbare bijdrage aan een geïntegreerde VN-missie, waarbij aansluiting kan en zal worden gezocht met de bilaterale inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft een sterke uitgangspositie in Mali: we beschikken als betrouwbare en neutrale ontwikkelingspartner over de nodige kennis, ervaring en contacten.
• Nederland is sterk gebaat bij internationale samenwerking. Met deze bijdrage dragen we medeverantwoordelijkheid voor internationale veiligheid, stabiliteit en een functionerende rechtsorde. Een waardevolle en zichtbare bijdrage aan MINUSMA dient de internationale belangen van Nederland op de middellange termijn.
Inlichtingen MINUSMA
Het commando van de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) bevindt zich op het hoofdkwartier (HQ) van MINUSMA te Bamako. Hier stuurt ASIFU de inlichtingenoperatie aan, coördineert de informatiestromen en analyseert en integreert de verzamelde informatie en inlichtingen tot inlichtingenproducten.
Belang inlichtingen
De operatie is sterk afhankelijk van inlichtingen. Deze inlichtingen dienen als basis voor de planning van en besluitvorming rond operaties door de militaire commandant van de missie. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in het garanderen van de veiligheid voor de ingezette eenheden.
In het veld
In de sectorhoofdkwartieren (SHQ) van MINUSMA, respectievelijk te Timboektoe en Gao, bevinden zich de operationele onderdelen van de ASIFU. Deze onderdelen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen en verwerken van de gegevens uit hun sector tot inlichtingenproducten voor enerzijds het HQ in BAMAKO en anderzijds de MINUSMA-brigades van de sector waarin zij zich bevinden.
Verschillende domeinen
De inlichtingen benodigd voor MINUSMA beperken zich niet tot inlichtingen over de opstandige en gewapende groeperingen. Om een geïntegreerd beeld te scheppen focust ASIFU op inlichtingen in de domeinen Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Infrastructuur en Informatie.
Nederlandse inlichtingenbijdrage MINUSMA
Delen van het Nederlandse Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) worden voor MINUSMA ontplooid voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen. In Gao komt een Nederlandse ASIFU-compagnie van circa 50 personen. Voor het verkrijgen van inlichtingen wordt een human terrain team uitgezonden. Daarnaast levert het JISTARC een eenheid met de ScanEagle en Raven unmanned aerial vehicles voor het verzamelen van beeldinformatie. De ASIFU-compagnie ontvangt ook informatie vanuit de Nederlandse special operations forces die in het veld verkenningen uitvoeren en van de Apache helikopters met speciale sensoren die Nederland in Gao stationeert.
| Vliegveld en militaire basis in Gao (foto RFI) |
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 man voor de politiecomponent en ongeveer 220 man voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft analisten, verkenners en een detachement met vier Apache gevechtshelikopters. Voor de ondersteuning zijn voorts 128 militairen nodig. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed. Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning. De bijdrage aan MINUSMA past goed binnen de bilaterale ontwikkelingsinspanningen van Nederland, in het bijzonder het programma Veiligheid en Rechtsorde. Dit programma richt zich vooral op de ondersteuning van het Malinese justitieapparaat. Daarnaast zal worden gekeken hoe het programma kan worden toegesneden op de politiecomponent van MINUSMA. Het streven is om de Nederlandse bijdrage aan de politiecomponent in te zetten in de regio Gao, waar ook het Veiligheid en Rechtsorde programma actief is.
![]() |
| Infographic: ministerie van Defensie |
Inzet tot 2015
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf midden 2016.
Tijdens MINUSMA voeren special operations forces (SOF) eenheden verkenningen uit. Door het vergaren van inlichtingen draagt SOF bij aan de verbetering van de informatiepositie van de missie. Daarnaast kan de SOF-eenheid ook onbeperkte Direct Action-taken uitvoeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontmantelen van verdekte wapenopslagplaatsen, het creëren van Freedom of Movement voor VN-eenheden en het oppakken van opponenten die zich bezighouden met het fabriceren van Improvised Explosive Devices (IED’s).
Nederlandse SOF
De Nederlandse SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen en de maritieme SOF (NLMARSOF) van het Korps Mariniers. SOF bestaan uit speciaal opgeleid personeel dat onder alle (klimatologische) omstandigheden en zeer snel kan worden ingezet. Inzet van SOF kan heimelijk of openlijk plaatsvinden, met een kleine eenheid of een robuuste capaciteit en vindt vooral plaats in gebieden die niet (volledig) onder controle zijn. De kerntaken van SOF zijn Special Reconnaissance (speciale verkenningen), Military Assistance (bijdrage aan opbouw lokaal veiligheidsapparaat) en Direct Action (offensieve operaties)
Gao
De Nederlandse SOF-eenheid bevindt zich in Gao, onder directe aansturing van de militaire commandant in het MINUSMA hoofdkwartier in Bamako. Om de aansturing goed te laten verlopen plaatst Nederland hier ook een SOF plannings- en liaisonelement.
Taken
De Nederlandse SOF-eenheden voeren primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij de SOF-eenheden informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden. Direct Action-taken worden niet uitgesloten. Daarnaast is de eenheid in staat om Military Assistance uit te voeren door samen te werken met Malinese speciale eenheden.
Opzet SOF-operatie
De operationele kern wordt gevormd door drie SOF-ploegen, in totaal zo’n 90 personen. Een staf zorgt voor de planning en aansturing van de operaties. Verder gaan o.a. een team verkenners, een groep mortieren (3 stuks 81mm), twee personen van Elektronische Oorlogsvoering, een medisch team, een team van de Explosieven OpruimingsDienst Defensie, verbindings-, onderhouds- en logistiek personeel mee. Ook moet in noodgevallen kunnen worden teruggegrepen op ondersteuning in de vorm van een Quick Reaction Force of Close Air Support en, in voorkomend geval, een medische evacuatie.
Materieel
De SOF-eenheid beschikt over verschillende voertuigen, waaronder de Bushmaster, de Fennek, de Mercedes Benz (MB) G280 CDI en de quad. De Bushmaster is een licht gepantserd voertuig en biedt bescherming tegen klein kaliber wapens, mijnen en IED’s. De MB is het standaard tactische wielvoertuig waarmee SOF opereert. De Quad maakt, vanwege de terreinvaardigheid deel uit van het operationele concept van SOF. Het verkenningsteam werkt met de Fennek, een tactisch wielverkenningsvoertuig.
![]() |
| Fennek.. Links .50 mitrailleur, rechts sensormast (foto Defensie) |
![]() |
| Mercedes-Benz G280 CDI met .50 en 7,62mm mitrailleurs |
Apaches
Nederland draagt onder andere bij aan MINUSMA bij door het leveren van 4 Apache AH-64 gevechtshelikopters.
MINUSMA
De Apache helikopters vallen gedurende de inzet voor MINUSMA rechtstreeks onder de militaire commandant van MINUSMA. Deze commandant wijst dus taken toe aan de eenheid. Hierbij kan gedacht worden aan: uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, Show of force en het leveren van vuursteun voor grondeenheden.
![]() |
| Apache (foto Defensie) |
Opereren vanuit Gao
Door de Nederlandse eenheden centraal te laten opereren vanuit Gao zullen de Apache’s een groot aandeel hebben bij het verzamelen van gegevens voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dit gebeurt binnen het Sectorhoofdkwartier te Gao, gezamenlijk met de aanwezige special operations forces. Indien noodzakelijk kunnen de gevechtshelikopters, conform afspraken met MINUSMA, ingezet worden voor de bescherming en ondersteuning van Nederlandse eenheden in het gebied.
Kenmerken
Naast verkenningstaken met zijn sensoren is de geavanceerde gevechtshelikopter geschikt voor gevechtstaken. Deze taken kunnen zowel bij dag als nacht worden uitgevoerd. Ook zijn Apaches zeer geschikt voor escort/beveiligingstaken (zowel voor helikopters als grondeenheden). Bovendien biedt de constructie en uitrusting een zekere bescherming tegen klein kaliber wapens en hittezoekende luchtdoelraketten. De verscheidenheid aan bewapening die de Apache rijk is, heeft in een dreigende situatie een de-escalerend effect. Als wapens toch moeten worden ingezet kan dit met grote precisie en met een geringe kans op nevenschade. Apaches treden altijd op in tweetallen om wederzijdse steun te garanderen.
![]() |
| Gao (foto MINUSMA) |
(Bron tekst: ministerie van Defensie, december 2013)
Niet genoemd in het artikel: het personeel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) dat een centrale rol speelt bij het vergaren en analyseren van inlichtingen.
Websites MINUSMA:
Lokale VN-site (alleen in het Frans): http://minusma.unmissions.org/
Site VN-New York http://www.un.org/en/peacekeeping/missions/minusma/
Mali Newstrackers:
Google Nieuws (Nederlands)
NewsNow (Engels)
Yahoo! Actualités (Frans)
Het weer in Gao
Labels:
commando's,
Gao,
inlichtingen,
JISTARC,
KCT,
Mali,
mariniers,
MARSOF,
MINUSMA,
MIVD,
Verenigde Naties
donderdag 28 november 2013
Antwoorden op Kamervragen over militaire missie in Mali
(Onderstaand een selectie uit de antwoorden op bijna 400 vragen van de Tweede Kamer over de missie in Mali. Indeling en accentuering middels 'vette' woorden zijn van mijn hand, HdV)
MINUSMA
- De verantwoordelijkheid voor het bepalen van de strategie, het vaststellen van operationele doelstellingen en het meten van de voortgang ligt bij de missie en de VN in New York. De VN rapporteert elke drie maanden over de voortgang die de missie boekt in een rapport van de Secretaris-Generaal van de VN aan de VN Veiligheidsraad.
MINUSMA heeft het mandaat in zijn begroting (2013-2014) verder uitgewerkt in vier prioritaire doelstellingen: 1) politieke verzoening, 2) stabilisatie in het noorden, 3) bescherming van burgers, mensenrechten en justitie (inclusief internationale berechting) en 4) herstel van Noord-Mali (early recovery). De verwachting is dat de begroting voor het einde van het jaar wordt bekrachtigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Daarnaast werkt MINUSMA op dit moment aan een intern planningsdocument, het Integrated Strategic Framework (ISF). Het opstellen en uitvoeren van een dergelijk document is een vereiste in de procedure voor resultaat-georiënteerd management van de VN (het Integrated Mission Planning Process). In dit proces werkt de VN-missie de hierboven genoemde prioriteiten uit in actieplannen. Hiervoor is per doelstelling een multidisciplinaire taakgroep ingesteld, waaraan ook andere in Mali actieve VN-organisaties deelnemen.
Het meten van resultaten van de Nederlandse bijdrage is zeer complex. De missie wordt uitgevoerd in een complexe omgeving met vele actoren en externe factoren. Resultaten of ontwikkelingen vallen in dergelijke omstandigheden vaak niet toe te schrijven aan de Nederlandse inzet. Daarnaast hanteert MINUSMA, net als andere internationale missies, veelal kwalitatieve doelstellingen die per definitie moeilijk meetbaar zijn. Ondanks deze beperkingen hechten ook de VN en MINUSMA sterk aan resultaatmeting en worden indicatoren, benchmarks en (tussen)doelen ontwikkeld en toegepast.
De resultaten van de Nederlandse inzet worden in het systeem voor resultaatmeting van de VN en de rapportage van de SGVN aan de Veiligheidsraad meegenomen. De Nederlandse bijdrage is immers een onderdeel van MINUSMA. Nederland ondersteunt MINUSMA, waardoor deze in staat wordt gesteld zijn activiteiten uit te voeren. Ook draagt Nederland, anders dan in Afghanistan, geen gebiedsverantwoordelijkheid. Niettemin wordt uiteraard de (impact van) de Nederlandse inzet zo goed mogelijk inzichtelijk gemaakt. Specifieke doelen voor de militaire bijdrage zullen in een later stadium, als duidelijk is hoe en wanneer de inlichtingeneenheid zal worden ontplooid, worden geformuleerd. Mogelijke succesfactoren zijn de mate waarin de inlichtingeneenheid in staat is om relevante, tijdige, ‘actionable’ en geïntegreerde inlichtingenanalyse te verstrekken en de mate waarin inlichtingenanalyses bijdragen aan het vermogen om de VN-troepenmacht te beschermen. Een andere mogelijke succesfactor is de mate waarin inlichtingenanalyses bijdragen aan de mogelijkheid om inlichtingen-gedreven operaties uit te voeren, maar ook aan niet-militaire analyse (zoals illegale handel, etnische dynamieken en tribale spanningen, sleutelspelers in het noorden). Overkoepelend doel van de Nederlandse bijdrage aan de inlichtingenketen is MINUSMA beter in te staat stellen zijn doelstellingen te behalen.
- - De officiële taal binnen MINUSMA is Engels. De Engelse taalvaardigheid van de Nederlandse militairen is voldoende. De Franse taalvaardigheid van de Nederlandse militairen is over het algemeen beperkt.
Hiaten in communicatie worden ondervangen door inzet van eigen personeel met vreemde talen kennis. Ook wordt onderzocht of en hoe er lokaal tolken, al dan niet door tussenkomst van de VN, kunnen worden ingehuurd
Er worden initieel vier tolken ingeschakeld. Lokaal worden mogelijk aanvullend tolken ingehuurd. Het aantal is afhankelijk van operationele omstandigheden. De bij defensie aangestelde tolken doorlopen bijbehorende opleidingstrajecten, waaronder een missie-gerichte opleiding. Waar nodig wordt maatwerk geleverd om de tolken goed voor te bereiden.
- Met robuuste inzet wordt bedoeld dat MINUSMA conform VNVR-Resolutie 2100 alle noodzakelijke middelen mag gebruiken, binnen zijn capaciteiten en gebied van ontplooiing, om zijn mandaat te implementeren, waaronder de bescherming van de burgerbevolking, en het stabiliseren van de belangrijkste bevolkingscentra en het nemen van actieve stappen om de terugkeer van gewapende elementen naar deze centra te voorkomen.
- Het kabinet doet om veiligheidsredenen geen uitspraken over de Rules of Engagement. Het mandaat van MINUSMA zoals opgenomen in Resolutie 2100 omvat onder andere als taak de bescherming van burgers, waarbij de primaire verantwoordelijkheid ligt bij de autoriteiten van Mali. Het mandaat, inclusief deze taak, is vertaald in Rules of Engagement.
- De door de VN vastgestelde ROE gelden voor alle eenheden van MINUSMA, inclusief de special forces. Deze staan detentie toe. Detentie en overdracht van personen geschiedt in overeenstemming met de richtlijnen van de VN. Deze bevatten uitgebreide voorschriften over de behandeling van gedetineerde personen. Deze moeten onder alle omstandigheden op een humane manier worden behandeld. De richtlijnen schrijven ook voor dat gedetineerden zo snel mogelijk worden overgedragen aan de Malinese autoriteiten. Een uitzondering hierop vormt de situatie waarin er zwaarwegende redenen zijn om aan te nemen dat mensenrechten van personen die worden overgedragen zullen worden geschonden. In een dergelijke situatie moeten gedetineerden worden vrijgelaten.
- China, Nigeria en Togo leveren de Role2 faciliteiten (Level 2 in de VN organisatie). De faciliteiten worden gestationeerd op de vliegvelden van Timboektoe (Nigeria), Gao (China) en Kidal (Togo). Daarnaast kan worden gebruikgemaakt van de Franse Role2 (operatie Serval) op vliegveld Gao. In Bamako heeft de VN een Malinese medische kliniek ingehuurd, die voorziet in de Role2 faciliteiten.
- MINUSMA beschikt niet over Combat Search & Rescue (CSAR) capaciteit, maar de medische evacuatie (medevac) gebeurt in principe door de lucht. Daarbij zijn drie trajecten te onderscheiden:
- Voor Forward evacuation (van plaats verwonding naar een medische faciliteit) wordt gebruik gemaakt van de capaciteit van Serval.
- Voor Tactical evacuation (tussen medische faciliteiten in het gebied) zal ook gebruik worden gemaakt van Franse capaciteit of van VN vliegtuigen.
- Voor Strategic evacuation (van medische faciliteiten in het gebied naar Nederland) zal het CLSK (het Patient Evacuation & Coordination Center, PECC) worden ingeschakeld.
- De Nederlandse troepen werken vanuit Gao en richten zich primair op de provincies Gao en Kidal. Inzet in andere regio’s is niet voorzien maar wordt niet uitgesloten.
- In Mali worden regelmatig zelfmoordaanslagen gepleegd. Zelfmoordaanslagen worden meegenomen in de vaststelling van het terroristische dreigingsniveau. Tegen zelfmoordaanslagen worden voorzorgsmaatregelen genomen. Over de inhoud hiervan doet het kabinet om veiligheidsredenen geen uitspraken.
- Gewapende jihadistische groeperingen beschikken over de capaciteit om Improvised Explosive Devices (IED’s) te plaatsen. De MIVD oordeelt dat de dreiging van het gebruik van IED’s door jihadistische groeperingen vooralsnog matig is. Bij bezoeken aan het missiegebied is gebleken dat de bevolking helpt bij het zoeken naar IEDs. Er wordt afdoende personele en materiële capaciteit meegenomen om de IED-dreiging het hoofd te kunnen bieden. Indien de dreiging toeneemt, zal die capaciteit vanuit Nederland worden versterkt.
- De extreme geografische en klimatologische omstandigheden, de slechte infrastructuur en lange aanvoerlijnen stellen MINUSMA voor grote logistieke uitdagingen. Defensie heeft veel ervaring opgedaan tijdens missies in Irak, Eritrea en Afghanistan die onder vergelijkbare, moelijke omstandigheden moesten worden uitgevoerd. Deze ervaring wordt gebruikt bij de inrichting van het logistieke concept zoals het voorzien in extra voorraden aan bijvoorbeeld water, voeding, reservedelen en voldoende logistieke ondersteuning.
- De CDS behoudt Full Command over de Nederlandse eenheden. In de staf van de Force Commander wordt een aantal Nederlandse officieren op sleutelposities geplaatst. De hoogste officier is een kolonel, die aan het hoofd staat van de planning en uitvoering van alle militaire operaties. Hij treedt namens de CDS op als Red Card Holder. Deze officier spreekt vloeiend Frans en is het aanspreekpunt van de CDS.`
- De VN commandostructuur van de militaire component is vergelijkbaar met die van andere militaire missies. De militaire component wordt geleid door een generaal uit Rwanda, Kazura, die veel ervaring heeft met operaties binnen de VN. De sectorcommandant van de oostelijke sector is de Senegalese brigade-generaal Mamadou Sembe. De commandant van Gao en directe omgeving is de commandant van het Nigeriaanse bataljon verantwoordelijk voor de deelsector Gao, de luitenant-kolonel Barmou Moussa Salaou.
Special Forces
- De Nederlandse speciale eenheid gaat onder een blauwe baret opereren. Nadere afspraken voor optreden op tactisch niveau worden gemaakt met de VN.
- Counter terrorism is belegd bij operatie Serval en nadrukkelijk uitgesloten voor MINUSMA. De primaire taak van de verkenningseenheid is het verzamelen van inlichtingen door middel van langeafstandspatrouilles.
- Nederlandse commando’s gaan langeafstandsverkenningen uitvoeren die een hoge tactische mobiliteit vereisen. Transporthelikopters vergroten de reikwijdte, de snelheid en de duur van de inzet van de verkenningsteams, maar zijn niet randvoorwaardelijk voor het uitvoeren van deze langeafstandsverkenningen. Mobiliteit wordt in eerste instantie bereikt door het gebruik van eigen organieke voertuigen. Daarnaast zal MINUSMA beschikken over een beperkte hoeveelheid transporthelikopters die eventueel ook ingezet kunnen worden voor Nederlandse speciale eenheden. Afspraken over de inzet van deze transporthelikopters maken deel uit van de standaard missieplanning.
- Bij de samenstelling van de Nederlandse speciale eenheid (SOF) is rekening gehouden met de kans dat zij worden blootgesteld aan geweld of bij gevechtshandelingen betrokken zullen zijn. De Nederlandse speciale eenheden zijn onder meer voorzien van persoonlijke wapens, voertuigbewapening en mortieren. Als Nederlandse eenheden door gewapende groepen worden aangevallen, zijn ze dus in eerste instantie in staat om zichzelf te kunnen beschermen. Indien deze zelfbescherming niet voldoende is om de dreiging af te wenden, kan de eenheid een beroep doen op de zogenaamde Quick Reaction Force (QRF) die MINUSMA heeft ingericht voor dit soort situaties. Daarnaast kunnen de aanwezige Nederlandse gevechtshelikopters worden ingezet ter ondersteuning van de Nederlandse eenheden. Mochten al deze middelen niet voldoende zijn, dan kan MINUSMA een beroep doen op de Franse operatie Serval die in Gao eveneens over een QRF en gevechtshelikopters beschikt. Het aanvragen van steun verloopt volgens procedures die voorafgaande aan elke operatie van speciale eenheden worden vastgelegd in het operatieplan. De Apaches zijn gestationeerd in Gao maar zijn niet gebonden aan dat gebied. De Apaches zijn uitstekend in staat de Nederlandse speciale eenheden te voorzien van vuursteun.
De Nederlandse speciale eenheden zullen zich er in de planfase van een operatie van vergewissen dat steun van gewapende helikopters (bijvoorbeeld de Nederlandse Apaches) en/of QRF waar nodig is verzekerd. Mochten deze niet beschikbaar zijn dan wordt het optreden aangepast of gaat de operatie niet door.
Afhankelijk van de locatie, dreigingsniveau en omstandigheden kunnen de ASIFU sub eenheden zelf in force protection voorzien, treden ze op met force protection van MINUSMA-eenheden uit de sector (met eventueel bij hen ingedeelde Franse vuurgeleiders ten behoeve van helikopter of vliegtuiginzet), of zijn ze geïntegreerd in de SOF.
- Bij de planning van operaties wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van geavanceerde traumahulp binnen een uur.
Apaches
De Apaches staan onder commando van de commandant van MINUSMA. Net zoals Nederlandse MINUSMA eenheden een beroep mogen doen op de andere eenheden van MINUSMA, mogen MINUSMA eenheden geleverd door andere landen bij de Force Commander een beroep doen op Nederlandse Apaches.
- Met hun kwalitatief hoogwaardige sensoren zijn de Apaches zeer geschikt om inlichtingen te verzamelen voor de ASIFU. De vier helikopters versterken de inlichtingenketen aanzienlijk. Ook kunnen ze worden ingezet om gewapende groeperingen af te schrikken en om vuursteun te leveren. De Apaches leveren een bijdrage aan de bescherming van Nederlands personeel en vertegenwoordigen de escalatiedominantie van de Nederlandse bijdrage.
- De VN verzoekt om drie helikopters. Om uitval van een helikopter te kunnen ondervangen worden in totaal vier helikopters meegenomen.
- Waar nodig kan uiteraard ook een beroep worden gedaan op andere MINUSMA-eenheden (waaronder de QRF) en de Franse operatie Serval. De Apaches zijn daarmee niet de enige middelen die de Nederlandse eenheden kunnen ondersteunen.
- rebellengroeperingen in Mali beschikken waarschijnlijk over MANPADs. Er zijn tot dusver geen incidenten geweest waarbij MANPADs zijn ingezet. MANPADs kunnen een gevaar vormen voor laagvliegende vliegtuigen en helikopters mits het systeem operationeel is en in handen is van een opgeleide persoon. Over de kwetsbaarheid van de Nederlandse Apaches ten opzichte van MANPADs worden om veiligheidsredenen geen mededelingen gedaan.
UAV's/drones
- MINUSMA maakt op dit moment nog geen gebruik van drones. Het is niet voorzien dat MINUSMA gebruik gaat maken van bewapende drones. De VN heeft wel gevraagd om onbemande verkenningsvliegtuigen. Nederland heeft onbemande verkenningsvliegtuigen aan MINUSMA aangeboden.
- De aan de VN aangeboden Nederlandse inlichtingencompagnie in Gao beschikt over eigen inlichtingensensoren: een human terrain analysis team en onbemande vliegtuigen
Gao
- MINUSMA heeft op dit moment ongeveer 2700 militairen gestationeerd in en om Gao afkomstig uit meer dan 25 landen. De landen die in en rond Gao de meeste militairen leveren zijn Niger, Senegal en Ivoorkust. Frankrijk concentreert zijn eenheden in Gao. Mali heeft militairen gelegerd in en rondom bevolkingscentra, inclusief Bamako en Gao.
Inlichtingen
- De VN wil dat MINUSMA de operaties informatiegestuurd plant en uitvoert. MINUSMA dient daarom volgens de VN te beschikken over een hoogwaardige inlichtingencapaciteit. Vanuit het perspectief van de VN is die hoogwaardige inlichtingencapaciteit, die Nederland samen met andere landen levert, een niche capaciteit waarin andere deelnemende landen op dit moment niet voorzien. Er zijn verschillende landen met een hoogwaardige inlichtingen capaciteit die in staat zijn de Nederlandse bijdrage over te nemen.
- Inlichtingenpersoneel wordt intensief voorbereid op een uitzending. Hierbij komen onder meer regionale dynamiek, cultuur, groeperingen, weer en terrein aan bod. De militairen hebben geen eerdere ervaring opgedaan in Mali.
- De voorgenomen Nederlandse bijdrage zal worden ingepast in de organisatiestructuur van de VN-missie. Nederland heeft bij de VN gesteld dat er een aantal deskundigen van Buitenlandse Zaken met goede kennis van de lokale omstandigheden zal worden toegevoegd aan de militaire bijdrage, onder andere ter ondersteuning van de inlichtingenanalyse.
Inlichtingen (2)
All Sources Information & Fusion Unit (ASIFU)
- De ASIFU zal bestaan uit een hoofdkwartier te Bamako en twee inlichtingencompagnieën, een in Gao en een, nog niet gevuld, in Timboektoe. De ASIFU bestaat voor het grootste deel uit inlichtingenpersoneel, aangevuld met enkele personeelsleden in algemene, ondersteunende of staffuncties.
Het ASIFU-hoofdkwartier in Bamako is multinationaal. Nederland levert de commandant van dit hoofdkwartier en diverse functionarissen. Noorwegen en Finland hebben gesteld ook functionarissen voor dit hoofdkwartier te willen leveren. Het hoofdkwartier richt zich op de aansturing van de inlichtingeneenheden in Mali en op de verwerking van de inlichtingen vanuit deze eenheden. De kern van dit hoofdkwartier bestaat onder andere uit een robuuste analysesectie. Nederlandse analisten maken hier deel van uit.
De aan de VN aangeboden Nederlandse inlichtingencompagnie in Gao beschikt over eigen inlichtingensensoren: een human terrain analysis team en onbemande vliegtuigen. Ook de inlichtingencompagnie beschikt over een eigen analysecapaciteit.
- Van de 70 militairen zullen vooralsnog 53 in Gao en zeventien in Bamako werkzaam zijn. Er is op dit moment niet voorzien dat Amerikaans personeel deel uit gaat maken van het ASIFU.
- De Nederlandse bijdrage aan de ASIFU verwerft, analyseert en produceert inlichtingen namens, voor en ten behoeve van MINUSMA. Hieraan zijn geen restricties verbonden, met uitzondering van bronbescherming. Nederland deelt deze inlichtingen binnen MINUSMA. Deze inlichtingen staan ter beschikking van de Force Commander, de Head of Mission, de MINUSMA-brigades, de regionale VN-hoofdkwartieren en de civiele componenten van MINUSMA. De ASIFU gebruikt voor het produceren van geïntegreerde inlichtingen ook informatie afkomstig van de civiele componenten van MINUSMA.
De VN hebben een overeenkomst met de Franse operatie Serval. In de context van die overeenkomst wisselt MINUSMA inlichtingen uit met de Franse operatie Serval. Deze inlichtingen kunnen bijdragen aan het inlichtingenbeeld dat de operatie Serval voor hun contraterrorisme operaties hanteert.
- 1 Civiel en Militair Interactie Commando (CMI) levert een Stafofficier, CMI analisten en CMI operators ten behoeve van het ASIFU. Zij gaan contacten onderhouden met de civiele omgeving en internationale- en non-gouvernementele organisaties. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de situational awareness and understanding en aan de coördinatie- en informatiebehoefte van MINUSMA.
Milities
- In Mali bestaat een veelheid aan milities/rebellengroepen, zowel jihadistisch als seculier. De belangrijkste islamitische/jidadistische groepen zijn: Al-Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM) waarvan een aantal facties in het noorden van Mali actief zijn, de Mouvement pour l’ unité et le jihad en Afrique de l’Ouest (MUJAO), Ansar edDin,waarvan een groot deel naar HCUA – Haut Conseil pour l’ Unité de l’Azawad - is overgestapt en Al-Muwaqi’un Bil-Dima (‘zij die met bloed getekend hebben) van Mokhtar Belmokhtar. Laatstgenoemde is (mede)verantwoordelijk voor de acties eerder dit jaar in Algerije en Niger.
De Mouvement national de libération de l’Azawad (MNLA) is een Toearegbeweging die in april 2012 de onafhankelijke Azawad uitriep; in februari dit jaar werd deze eis teruggebracht tot een verregaande vorm van zelfbeschikking voor de Azawad. Arabische groeperingen hebben zich verenigd onder de noemer Mouvement Arabe de l’Azawad (MAA). Zowel MNLA als MAA afficheert zich als seculier.
HCUA, MNLA en MAA zoeken momenteel vergaande samenwerking, ook op militair gebied, om zo sterker te staan in de onderhandelingen met de regering.
Niet onvermeld kan blijven dat ook de Sonrhai en Peul-gemeenschappen in het noorden hun eigen milities hebben, respectievelijk de Ganda Koy en de Ganda Izo.
- Islamistische rebellen in Mali hebben contact met al-Qa’ida, Boko Haram, al-Shabaab en al-Qa’ida op het Arabisch Schiereiland.
- AQIM, MUJAO en al-Muwaqi’un Bil-Dima (de laatste twee zijn gezamenlijk bekend als al-Murabitun) bestaan gedeeltelijk of zelfs voornamelijk uit buitenlandse strijders. Het betreft hier merendeels strijders uit landen in de regio.
China
China wil actief blijven deelnemen aan VN-vredesmissies en wil de VN-vredesinspanningen bevorderen om vrede en veiligheid wereldwijd te handhaven. China’s deelname aan MINUSMA past in dit beeld. China is al geruime tijd actief in Afrika. Het is de belangrijkste handelspartner voor Mali, importeert Malinees katoen en is er actief in infrastructuur, landbouw en mijnbouw.
China draagt substantieel bij aan MINUSMA met voor de eerste keer een gevechtseenheid, een veldhospitaal en de bescherming van het regionale VN-hoofdkwartier. Dit is de grootste Chinese bijdrage aan een VN-vredesmissie ooit. De ontplooiing van Chinese troepen staat gepland op 3 december 2013.
(Bron: Beantwoording feitelijke vragen inzake Artikel 100 brief over een
Nederlandse bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation
Mission in Mali (MINUSMA), Rijksoverheid, 27 november 2013)
MINUSMA
- De verantwoordelijkheid voor het bepalen van de strategie, het vaststellen van operationele doelstellingen en het meten van de voortgang ligt bij de missie en de VN in New York. De VN rapporteert elke drie maanden over de voortgang die de missie boekt in een rapport van de Secretaris-Generaal van de VN aan de VN Veiligheidsraad.
MINUSMA heeft het mandaat in zijn begroting (2013-2014) verder uitgewerkt in vier prioritaire doelstellingen: 1) politieke verzoening, 2) stabilisatie in het noorden, 3) bescherming van burgers, mensenrechten en justitie (inclusief internationale berechting) en 4) herstel van Noord-Mali (early recovery). De verwachting is dat de begroting voor het einde van het jaar wordt bekrachtigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Daarnaast werkt MINUSMA op dit moment aan een intern planningsdocument, het Integrated Strategic Framework (ISF). Het opstellen en uitvoeren van een dergelijk document is een vereiste in de procedure voor resultaat-georiënteerd management van de VN (het Integrated Mission Planning Process). In dit proces werkt de VN-missie de hierboven genoemde prioriteiten uit in actieplannen. Hiervoor is per doelstelling een multidisciplinaire taakgroep ingesteld, waaraan ook andere in Mali actieve VN-organisaties deelnemen.
Het meten van resultaten van de Nederlandse bijdrage is zeer complex. De missie wordt uitgevoerd in een complexe omgeving met vele actoren en externe factoren. Resultaten of ontwikkelingen vallen in dergelijke omstandigheden vaak niet toe te schrijven aan de Nederlandse inzet. Daarnaast hanteert MINUSMA, net als andere internationale missies, veelal kwalitatieve doelstellingen die per definitie moeilijk meetbaar zijn. Ondanks deze beperkingen hechten ook de VN en MINUSMA sterk aan resultaatmeting en worden indicatoren, benchmarks en (tussen)doelen ontwikkeld en toegepast.
De resultaten van de Nederlandse inzet worden in het systeem voor resultaatmeting van de VN en de rapportage van de SGVN aan de Veiligheidsraad meegenomen. De Nederlandse bijdrage is immers een onderdeel van MINUSMA. Nederland ondersteunt MINUSMA, waardoor deze in staat wordt gesteld zijn activiteiten uit te voeren. Ook draagt Nederland, anders dan in Afghanistan, geen gebiedsverantwoordelijkheid. Niettemin wordt uiteraard de (impact van) de Nederlandse inzet zo goed mogelijk inzichtelijk gemaakt. Specifieke doelen voor de militaire bijdrage zullen in een later stadium, als duidelijk is hoe en wanneer de inlichtingeneenheid zal worden ontplooid, worden geformuleerd. Mogelijke succesfactoren zijn de mate waarin de inlichtingeneenheid in staat is om relevante, tijdige, ‘actionable’ en geïntegreerde inlichtingenanalyse te verstrekken en de mate waarin inlichtingenanalyses bijdragen aan het vermogen om de VN-troepenmacht te beschermen. Een andere mogelijke succesfactor is de mate waarin inlichtingenanalyses bijdragen aan de mogelijkheid om inlichtingen-gedreven operaties uit te voeren, maar ook aan niet-militaire analyse (zoals illegale handel, etnische dynamieken en tribale spanningen, sleutelspelers in het noorden). Overkoepelend doel van de Nederlandse bijdrage aan de inlichtingenketen is MINUSMA beter in te staat stellen zijn doelstellingen te behalen.
- - De officiële taal binnen MINUSMA is Engels. De Engelse taalvaardigheid van de Nederlandse militairen is voldoende. De Franse taalvaardigheid van de Nederlandse militairen is over het algemeen beperkt.
Hiaten in communicatie worden ondervangen door inzet van eigen personeel met vreemde talen kennis. Ook wordt onderzocht of en hoe er lokaal tolken, al dan niet door tussenkomst van de VN, kunnen worden ingehuurd
Er worden initieel vier tolken ingeschakeld. Lokaal worden mogelijk aanvullend tolken ingehuurd. Het aantal is afhankelijk van operationele omstandigheden. De bij defensie aangestelde tolken doorlopen bijbehorende opleidingstrajecten, waaronder een missie-gerichte opleiding. Waar nodig wordt maatwerk geleverd om de tolken goed voor te bereiden.
- Met robuuste inzet wordt bedoeld dat MINUSMA conform VNVR-Resolutie 2100 alle noodzakelijke middelen mag gebruiken, binnen zijn capaciteiten en gebied van ontplooiing, om zijn mandaat te implementeren, waaronder de bescherming van de burgerbevolking, en het stabiliseren van de belangrijkste bevolkingscentra en het nemen van actieve stappen om de terugkeer van gewapende elementen naar deze centra te voorkomen.
- Het kabinet doet om veiligheidsredenen geen uitspraken over de Rules of Engagement. Het mandaat van MINUSMA zoals opgenomen in Resolutie 2100 omvat onder andere als taak de bescherming van burgers, waarbij de primaire verantwoordelijkheid ligt bij de autoriteiten van Mali. Het mandaat, inclusief deze taak, is vertaald in Rules of Engagement.
- De door de VN vastgestelde ROE gelden voor alle eenheden van MINUSMA, inclusief de special forces. Deze staan detentie toe. Detentie en overdracht van personen geschiedt in overeenstemming met de richtlijnen van de VN. Deze bevatten uitgebreide voorschriften over de behandeling van gedetineerde personen. Deze moeten onder alle omstandigheden op een humane manier worden behandeld. De richtlijnen schrijven ook voor dat gedetineerden zo snel mogelijk worden overgedragen aan de Malinese autoriteiten. Een uitzondering hierop vormt de situatie waarin er zwaarwegende redenen zijn om aan te nemen dat mensenrechten van personen die worden overgedragen zullen worden geschonden. In een dergelijke situatie moeten gedetineerden worden vrijgelaten.
- China, Nigeria en Togo leveren de Role2 faciliteiten (Level 2 in de VN organisatie). De faciliteiten worden gestationeerd op de vliegvelden van Timboektoe (Nigeria), Gao (China) en Kidal (Togo). Daarnaast kan worden gebruikgemaakt van de Franse Role2 (operatie Serval) op vliegveld Gao. In Bamako heeft de VN een Malinese medische kliniek ingehuurd, die voorziet in de Role2 faciliteiten.
- MINUSMA beschikt niet over Combat Search & Rescue (CSAR) capaciteit, maar de medische evacuatie (medevac) gebeurt in principe door de lucht. Daarbij zijn drie trajecten te onderscheiden:
- Voor Forward evacuation (van plaats verwonding naar een medische faciliteit) wordt gebruik gemaakt van de capaciteit van Serval.
- Voor Tactical evacuation (tussen medische faciliteiten in het gebied) zal ook gebruik worden gemaakt van Franse capaciteit of van VN vliegtuigen.
- Voor Strategic evacuation (van medische faciliteiten in het gebied naar Nederland) zal het CLSK (het Patient Evacuation & Coordination Center, PECC) worden ingeschakeld.
- De Nederlandse troepen werken vanuit Gao en richten zich primair op de provincies Gao en Kidal. Inzet in andere regio’s is niet voorzien maar wordt niet uitgesloten.
- In Mali worden regelmatig zelfmoordaanslagen gepleegd. Zelfmoordaanslagen worden meegenomen in de vaststelling van het terroristische dreigingsniveau. Tegen zelfmoordaanslagen worden voorzorgsmaatregelen genomen. Over de inhoud hiervan doet het kabinet om veiligheidsredenen geen uitspraken.
- Gewapende jihadistische groeperingen beschikken over de capaciteit om Improvised Explosive Devices (IED’s) te plaatsen. De MIVD oordeelt dat de dreiging van het gebruik van IED’s door jihadistische groeperingen vooralsnog matig is. Bij bezoeken aan het missiegebied is gebleken dat de bevolking helpt bij het zoeken naar IEDs. Er wordt afdoende personele en materiële capaciteit meegenomen om de IED-dreiging het hoofd te kunnen bieden. Indien de dreiging toeneemt, zal die capaciteit vanuit Nederland worden versterkt.
- De extreme geografische en klimatologische omstandigheden, de slechte infrastructuur en lange aanvoerlijnen stellen MINUSMA voor grote logistieke uitdagingen. Defensie heeft veel ervaring opgedaan tijdens missies in Irak, Eritrea en Afghanistan die onder vergelijkbare, moelijke omstandigheden moesten worden uitgevoerd. Deze ervaring wordt gebruikt bij de inrichting van het logistieke concept zoals het voorzien in extra voorraden aan bijvoorbeeld water, voeding, reservedelen en voldoende logistieke ondersteuning.
- De CDS behoudt Full Command over de Nederlandse eenheden. In de staf van de Force Commander wordt een aantal Nederlandse officieren op sleutelposities geplaatst. De hoogste officier is een kolonel, die aan het hoofd staat van de planning en uitvoering van alle militaire operaties. Hij treedt namens de CDS op als Red Card Holder. Deze officier spreekt vloeiend Frans en is het aanspreekpunt van de CDS.`
![]() |
| Bevelsstructuur MINUSMA (blauw) en Nederlandse componenten (oranje) |
- De VN commandostructuur van de militaire component is vergelijkbaar met die van andere militaire missies. De militaire component wordt geleid door een generaal uit Rwanda, Kazura, die veel ervaring heeft met operaties binnen de VN. De sectorcommandant van de oostelijke sector is de Senegalese brigade-generaal Mamadou Sembe. De commandant van Gao en directe omgeving is de commandant van het Nigeriaanse bataljon verantwoordelijk voor de deelsector Gao, de luitenant-kolonel Barmou Moussa Salaou.
Special Forces
- De Nederlandse speciale eenheid gaat onder een blauwe baret opereren. Nadere afspraken voor optreden op tactisch niveau worden gemaakt met de VN.
- Counter terrorism is belegd bij operatie Serval en nadrukkelijk uitgesloten voor MINUSMA. De primaire taak van de verkenningseenheid is het verzamelen van inlichtingen door middel van langeafstandspatrouilles.
- Nederlandse commando’s gaan langeafstandsverkenningen uitvoeren die een hoge tactische mobiliteit vereisen. Transporthelikopters vergroten de reikwijdte, de snelheid en de duur van de inzet van de verkenningsteams, maar zijn niet randvoorwaardelijk voor het uitvoeren van deze langeafstandsverkenningen. Mobiliteit wordt in eerste instantie bereikt door het gebruik van eigen organieke voertuigen. Daarnaast zal MINUSMA beschikken over een beperkte hoeveelheid transporthelikopters die eventueel ook ingezet kunnen worden voor Nederlandse speciale eenheden. Afspraken over de inzet van deze transporthelikopters maken deel uit van de standaard missieplanning.
- Bij de samenstelling van de Nederlandse speciale eenheid (SOF) is rekening gehouden met de kans dat zij worden blootgesteld aan geweld of bij gevechtshandelingen betrokken zullen zijn. De Nederlandse speciale eenheden zijn onder meer voorzien van persoonlijke wapens, voertuigbewapening en mortieren. Als Nederlandse eenheden door gewapende groepen worden aangevallen, zijn ze dus in eerste instantie in staat om zichzelf te kunnen beschermen. Indien deze zelfbescherming niet voldoende is om de dreiging af te wenden, kan de eenheid een beroep doen op de zogenaamde Quick Reaction Force (QRF) die MINUSMA heeft ingericht voor dit soort situaties. Daarnaast kunnen de aanwezige Nederlandse gevechtshelikopters worden ingezet ter ondersteuning van de Nederlandse eenheden. Mochten al deze middelen niet voldoende zijn, dan kan MINUSMA een beroep doen op de Franse operatie Serval die in Gao eveneens over een QRF en gevechtshelikopters beschikt. Het aanvragen van steun verloopt volgens procedures die voorafgaande aan elke operatie van speciale eenheden worden vastgelegd in het operatieplan. De Apaches zijn gestationeerd in Gao maar zijn niet gebonden aan dat gebied. De Apaches zijn uitstekend in staat de Nederlandse speciale eenheden te voorzien van vuursteun.
De Nederlandse speciale eenheden zullen zich er in de planfase van een operatie van vergewissen dat steun van gewapende helikopters (bijvoorbeeld de Nederlandse Apaches) en/of QRF waar nodig is verzekerd. Mochten deze niet beschikbaar zijn dan wordt het optreden aangepast of gaat de operatie niet door.
Afhankelijk van de locatie, dreigingsniveau en omstandigheden kunnen de ASIFU sub eenheden zelf in force protection voorzien, treden ze op met force protection van MINUSMA-eenheden uit de sector (met eventueel bij hen ingedeelde Franse vuurgeleiders ten behoeve van helikopter of vliegtuiginzet), of zijn ze geïntegreerd in de SOF.
- Bij de planning van operaties wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van geavanceerde traumahulp binnen een uur.
Apaches
De Apaches staan onder commando van de commandant van MINUSMA. Net zoals Nederlandse MINUSMA eenheden een beroep mogen doen op de andere eenheden van MINUSMA, mogen MINUSMA eenheden geleverd door andere landen bij de Force Commander een beroep doen op Nederlandse Apaches.
- Met hun kwalitatief hoogwaardige sensoren zijn de Apaches zeer geschikt om inlichtingen te verzamelen voor de ASIFU. De vier helikopters versterken de inlichtingenketen aanzienlijk. Ook kunnen ze worden ingezet om gewapende groeperingen af te schrikken en om vuursteun te leveren. De Apaches leveren een bijdrage aan de bescherming van Nederlands personeel en vertegenwoordigen de escalatiedominantie van de Nederlandse bijdrage.
- De VN verzoekt om drie helikopters. Om uitval van een helikopter te kunnen ondervangen worden in totaal vier helikopters meegenomen.
- Waar nodig kan uiteraard ook een beroep worden gedaan op andere MINUSMA-eenheden (waaronder de QRF) en de Franse operatie Serval. De Apaches zijn daarmee niet de enige middelen die de Nederlandse eenheden kunnen ondersteunen.
- rebellengroeperingen in Mali beschikken waarschijnlijk over MANPADs. Er zijn tot dusver geen incidenten geweest waarbij MANPADs zijn ingezet. MANPADs kunnen een gevaar vormen voor laagvliegende vliegtuigen en helikopters mits het systeem operationeel is en in handen is van een opgeleide persoon. Over de kwetsbaarheid van de Nederlandse Apaches ten opzichte van MANPADs worden om veiligheidsredenen geen mededelingen gedaan.
UAV's/drones
- MINUSMA maakt op dit moment nog geen gebruik van drones. Het is niet voorzien dat MINUSMA gebruik gaat maken van bewapende drones. De VN heeft wel gevraagd om onbemande verkenningsvliegtuigen. Nederland heeft onbemande verkenningsvliegtuigen aan MINUSMA aangeboden.
- De aan de VN aangeboden Nederlandse inlichtingencompagnie in Gao beschikt over eigen inlichtingensensoren: een human terrain analysis team en onbemande vliegtuigen
Gao
- MINUSMA heeft op dit moment ongeveer 2700 militairen gestationeerd in en om Gao afkomstig uit meer dan 25 landen. De landen die in en rond Gao de meeste militairen leveren zijn Niger, Senegal en Ivoorkust. Frankrijk concentreert zijn eenheden in Gao. Mali heeft militairen gelegerd in en rondom bevolkingscentra, inclusief Bamako en Gao.
![]() |
| Gao uit de lucht gezien. Foto: MINUSMA |
Inlichtingen
- De VN wil dat MINUSMA de operaties informatiegestuurd plant en uitvoert. MINUSMA dient daarom volgens de VN te beschikken over een hoogwaardige inlichtingencapaciteit. Vanuit het perspectief van de VN is die hoogwaardige inlichtingencapaciteit, die Nederland samen met andere landen levert, een niche capaciteit waarin andere deelnemende landen op dit moment niet voorzien. Er zijn verschillende landen met een hoogwaardige inlichtingen capaciteit die in staat zijn de Nederlandse bijdrage over te nemen.
- Inlichtingenpersoneel wordt intensief voorbereid op een uitzending. Hierbij komen onder meer regionale dynamiek, cultuur, groeperingen, weer en terrein aan bod. De militairen hebben geen eerdere ervaring opgedaan in Mali.
- De voorgenomen Nederlandse bijdrage zal worden ingepast in de organisatiestructuur van de VN-missie. Nederland heeft bij de VN gesteld dat er een aantal deskundigen van Buitenlandse Zaken met goede kennis van de lokale omstandigheden zal worden toegevoegd aan de militaire bijdrage, onder andere ter ondersteuning van de inlichtingenanalyse.
Inlichtingen (2)
All Sources Information & Fusion Unit (ASIFU)
- De ASIFU zal bestaan uit een hoofdkwartier te Bamako en twee inlichtingencompagnieën, een in Gao en een, nog niet gevuld, in Timboektoe. De ASIFU bestaat voor het grootste deel uit inlichtingenpersoneel, aangevuld met enkele personeelsleden in algemene, ondersteunende of staffuncties.
Het ASIFU-hoofdkwartier in Bamako is multinationaal. Nederland levert de commandant van dit hoofdkwartier en diverse functionarissen. Noorwegen en Finland hebben gesteld ook functionarissen voor dit hoofdkwartier te willen leveren. Het hoofdkwartier richt zich op de aansturing van de inlichtingeneenheden in Mali en op de verwerking van de inlichtingen vanuit deze eenheden. De kern van dit hoofdkwartier bestaat onder andere uit een robuuste analysesectie. Nederlandse analisten maken hier deel van uit.
De aan de VN aangeboden Nederlandse inlichtingencompagnie in Gao beschikt over eigen inlichtingensensoren: een human terrain analysis team en onbemande vliegtuigen. Ook de inlichtingencompagnie beschikt over een eigen analysecapaciteit.
- Van de 70 militairen zullen vooralsnog 53 in Gao en zeventien in Bamako werkzaam zijn. Er is op dit moment niet voorzien dat Amerikaans personeel deel uit gaat maken van het ASIFU.
- De Nederlandse bijdrage aan de ASIFU verwerft, analyseert en produceert inlichtingen namens, voor en ten behoeve van MINUSMA. Hieraan zijn geen restricties verbonden, met uitzondering van bronbescherming. Nederland deelt deze inlichtingen binnen MINUSMA. Deze inlichtingen staan ter beschikking van de Force Commander, de Head of Mission, de MINUSMA-brigades, de regionale VN-hoofdkwartieren en de civiele componenten van MINUSMA. De ASIFU gebruikt voor het produceren van geïntegreerde inlichtingen ook informatie afkomstig van de civiele componenten van MINUSMA.
De VN hebben een overeenkomst met de Franse operatie Serval. In de context van die overeenkomst wisselt MINUSMA inlichtingen uit met de Franse operatie Serval. Deze inlichtingen kunnen bijdragen aan het inlichtingenbeeld dat de operatie Serval voor hun contraterrorisme operaties hanteert.
- 1 Civiel en Militair Interactie Commando (CMI) levert een Stafofficier, CMI analisten en CMI operators ten behoeve van het ASIFU. Zij gaan contacten onderhouden met de civiele omgeving en internationale- en non-gouvernementele organisaties. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de situational awareness and understanding en aan de coördinatie- en informatiebehoefte van MINUSMA.
Milities
- In Mali bestaat een veelheid aan milities/rebellengroepen, zowel jihadistisch als seculier. De belangrijkste islamitische/jidadistische groepen zijn: Al-Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM) waarvan een aantal facties in het noorden van Mali actief zijn, de Mouvement pour l’ unité et le jihad en Afrique de l’Ouest (MUJAO), Ansar edDin,waarvan een groot deel naar HCUA – Haut Conseil pour l’ Unité de l’Azawad - is overgestapt en Al-Muwaqi’un Bil-Dima (‘zij die met bloed getekend hebben) van Mokhtar Belmokhtar. Laatstgenoemde is (mede)verantwoordelijk voor de acties eerder dit jaar in Algerije en Niger.
De Mouvement national de libération de l’Azawad (MNLA) is een Toearegbeweging die in april 2012 de onafhankelijke Azawad uitriep; in februari dit jaar werd deze eis teruggebracht tot een verregaande vorm van zelfbeschikking voor de Azawad. Arabische groeperingen hebben zich verenigd onder de noemer Mouvement Arabe de l’Azawad (MAA). Zowel MNLA als MAA afficheert zich als seculier.
HCUA, MNLA en MAA zoeken momenteel vergaande samenwerking, ook op militair gebied, om zo sterker te staan in de onderhandelingen met de regering.
Niet onvermeld kan blijven dat ook de Sonrhai en Peul-gemeenschappen in het noorden hun eigen milities hebben, respectievelijk de Ganda Koy en de Ganda Izo.
- Islamistische rebellen in Mali hebben contact met al-Qa’ida, Boko Haram, al-Shabaab en al-Qa’ida op het Arabisch Schiereiland.
- AQIM, MUJAO en al-Muwaqi’un Bil-Dima (de laatste twee zijn gezamenlijk bekend als al-Murabitun) bestaan gedeeltelijk of zelfs voornamelijk uit buitenlandse strijders. Het betreft hier merendeels strijders uit landen in de regio.
China
China wil actief blijven deelnemen aan VN-vredesmissies en wil de VN-vredesinspanningen bevorderen om vrede en veiligheid wereldwijd te handhaven. China’s deelname aan MINUSMA past in dit beeld. China is al geruime tijd actief in Afrika. Het is de belangrijkste handelspartner voor Mali, importeert Malinees katoen en is er actief in infrastructuur, landbouw en mijnbouw.
China draagt substantieel bij aan MINUSMA met voor de eerste keer een gevechtseenheid, een veldhospitaal en de bescherming van het regionale VN-hoofdkwartier. Dit is de grootste Chinese bijdrage aan een VN-vredesmissie ooit. De ontplooiing van Chinese troepen staat gepland op 3 december 2013.
(Bron: Beantwoording feitelijke vragen inzake Artikel 100 brief over een
Nederlandse bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation
Mission in Mali (MINUSMA), Rijksoverheid, 27 november 2013)
Labels:
artikel 100,
Bamako,
CIMIC,
CMI,
Gao,
ISR,
ISTAR,
JISTARC,
Korps Commandotroepen,
Mali,
mariniers,
MINUSMA,
MIVD,
Serval,
Tweede Kamer
zondag 22 september 2013
Mariniers in actie bij Sarajevo (archief)
Verslag van Petra de Koning
Ze werden binnengehaald als bevrijders. Eindelijk zagen de inwoners van Sarajevo groene helmen. Echte mariniers dus, die ook elk moment in actie kunnen komen. Nederlandse helden. Want hier ging niets mis, zoals bij de landmacht in Srebrenica, vinden ze. Een reportage over de euforie op de berg Igman.
De compagniescommandant van de mariniers in Bosnië, majoor Ingo Piepers, legt zijn verrekijker neer en strekt in een breed gebaar zijn arm uit over de vallei van Sarajevo. `In deze stad, zegt hij, `is het eindelijk rustig.' Hij staat bij de Nederlandse observatiepost aan de oostkant van de berg Igman. `En dat komt door onze acties. We hebben goed werk gedaan. Niet dat ik daar verder flink over wil doen.' Maar flink vinden ze het wel, de mariniers van de mortiercompagnie uit Doorn.
Dagenlang schoten ze vanaf de berg op Servische doelen. Close air support heette dat,' voor de F-16's die stellingen van de Serviërs bombardeerden na de granaatinslag op de markt van Sarajevo eind augustus. Drie weken later zijn de meeste zware wapens van de Serviërs teruggetrokken, konvooien rijden de stad in, het vliegveld is open.
De mariniers, ondergebracht bij de multinationale brigade van de Rapid Reaction Force (Fransen, Britten en Nederlanders), zeggen dat zij de stad hebben `ontzet', zij hebben met hun mortieren `de vrede dichterbij gebracht'.
Dat de Serviërs het net óók moeilijk hadden in het westen van Bosnië, dat de Amerikaan Holbrooke al weken eerder was begonnen met nieuwe onderhandelingen, dat de NAVO-vliegtuigen het meeste werk deden in de Operation Deliberate Force- op de berg Igman is niemand zo flauw om daardoor het eigen feestje te laten verpesten.
Begin september, een week na de eerste bombardementen, reden majoor Piepers en een paar korporaals naar Sarajevo. In groene rupsvoertuigen, de kleur van de snelle reactiemacht Ze waren op weg naar zes mariniers in observatiepost White, aan de rand van de stad, die door de Serviërs onder vuur waren genomen. Op de berg Igman praten ze er nog steeds over: het werd een triomftocht. De inwoners van Sarajevo stonden te juichen en te klappen langs de weg. Voor het eerst zagen ze groene wagens in hun stad, met daarin de VN-soldaten die de Serviërs hadden aangevallen.
Majoor Piepers, uitgelaten over de onverwachte hulde, riep naar zijn korporaals: `We gaan een rondje maken door de stad.' De verslaggever van het RTL-nieuws rende zijn hotel uit, de majoor trok zijn pet recht. Op de televisie zou iedereen kunnen zien dat hij de commandant was. `Het was net mei 1945,' zegt Piepers, breed grijnzend bij de herinnering. `We werden binnengehaald als bevrijders.' En de mariniers kennen hun rol.
Elke week brengen ze eten - `alles wat we anders toch weggooien'- naar het dorp Lukavac, in de buurt van hun kamp. In het dorp, platgebombardeerd door de Serviërs, wonen een paar vrouwen, bejaarde mannen, en ongeveer tien kinderen. Onder zeildoek en planken.
De eerste keer stond kapitein Peter Hengeveld daar nog in zijn eentje zakjes chips uit te delen. Hij is gelovig en hij komt uit Kampen. De andere mariniers vonden dat hij maar `Jezusje moest spelen' - zij bleven op een afstand staan kijken. Nu willen anderen ook want, zeggen ze, `die mensen zijn zo blij als we komen'.
Bijna hadden de mariniers het allemaal gemist. Vijf weken zaten ze vast in de Kroatische havenstad Split. De Bosnische federatie, bang dat de snelle reactiemacht was gekomen om het terugtrekken van de VN-soldaten te begeleiden, weigerde toestemming voor het vervoer van de 120 mm mortieren De federatie wilde ook niet dat groene legervoertuigen naar Midden- Bosnië reden.
Wekenlang onderhandelde het hoofdkwartier van Unprofor in Sarajevo met vertegenwoordigers van de federatie. De 120 mariniers en ongeveer dertig soldaten van de landmacht - aan de mortiercompagnie toegevoegd voor het opzetten en bedienen van de opsporingsradar verveelden zich op het strand. Die onderhandelingen duurden lang. Véél te lang, vonden de officieren van het Korps mariniers. Zij zouden dit zelf wel regelen - dat doen mariniers gráág. De groene trucks schilderden ze wit, de pantservoertuigen zetten ze op witte VN-diepladers, en de mortieren verstopten ze onder een stapel rugzakken.
Luitenant-kolonel Patrick Cammaert, assistent chief of staff van de multinationale brigade en óók marinier, zorgde ervoor dat de voertuigen en verborgen mortieren in een Frans konvooi naar de Igman reden. 'List en bedrog was het,' zegt overste Cammaert nu, glimlachend. `Daar was niet iedereen even blij mee.' Op 28 augustus gaf de Bosnische federatie toestemming voor de doortocht van de mariniers, één dag voordat het vuren vanaf de berg Igman begon.
Het Unprofor-hoofdkwartier, tevreden over het resultaat van hun inspanningen, meldde het per fax aan de commandant. Die berichtte terug: bedankt, maar we zitten er al.
Majoor Piepers: `Ze gingen totaal over de zeik. Ze noemden het een "diplomatiek incident".' De mariniers treurden daar maar even over. Zij waren in elk geval net op tijd. Ze reden met hun mortieren de berg op, leenden munitie van de Fransen en begonnen onmiddellijk te vuren toen ze daartoe opdracht kregen.
Eten was er nauwelijks op de stellingen, de uitrustingen waren nog niet compleet, het was koud en het regende. Twee nachten achter elkaar sliepen ze niet. Maar ze vonden het prachtig. Eindelijk konden ze doen waarvoor ze waren opgeleid: oorlog voeren. Heel soms was er paniek. Want hoe hoor je precies het verschil tussen in- en uitkomend vuur als je nog niet eerder aan het front hebt gezeten? Bij een oefening schieten ze nooit terug.
Kapitein Amon van den Borg vuurde die dagen op een Servisch munitiedepot, vanuit de Nederlandse waarnemingspost in Sarajevo. De Serviërs vuurden ook: één granaat sloeg in naast de voordeur. Van den Borg zat al weken in Sarajevo, als forward observation officer, met blauwe VN-helm. Pas toen de Navo-acties begonnen mocht hij zijn eigen groene helm op. Ineens werd hij op straat als een held begroet. Het was afgelopen met de stenen naar zijn hoofd. De kapitein: `Voor de mensen in Sarajevo staan de witte Verenigde Naties voor machteloosheid en afwachten.'
En voor hemzelf?
Van den Borg, minachtend: `Een blauwe helm glimt in de zon. Met zo'n ding loop je als een lantaarnpaal door de voortuin, als schietschijf.' En het ergste is, vindt de kapitein, dat je met zo'n helm niks mag. `Dat gaat in tegen de natuur van de militair. Die moet niet twijfelen, die moet maximaal geweld toepassen. Als je soldaten te snel opleidt voor vredestaken, zal de militaire mentaliteit worden aangetast.'
Hij denkt na, zegt dan: `Het werd godverdomme tijd dat er hier rond Sarajevo eens wat klappen werden uitgedeeld.' Zijn stem slaat bijna over. `Dat is niet alleen voor Bosnië belangrijk, maar voor de hele wereld. Misschien dat wij nu de krijgsheertjes in den vreemde een lesje hebben geleerd.' Even werd de euforie op de Igman verstoord. De Serviërs meldden dat een ziekenhuis was geraakt door een granaat van de
snelle-reactiemacht (later zeiden ze dat het een bushalte was geweest). Opgelucht waren de Nederlanders toen bleek dat die granaat van de Fransen kwam.
De eerste zondag na de beschietingen organiseerde de humanistisch raadsman van de mariniers, Mart Vogels, een `bezinningsbijeenkomst'. In zijn tent, op het kamp, vertelt hij erover. Vogels had muziek uitgezocht, een liedje over de nazi's, van Herman van Veen. Hij legde de mariniers uit hoe ze konden nadenken over het gebruik van geweld, en vooral: dat. ze erover konden nadenken. Hij gebruikte de theorieën van Thomas Hobbes en Sigmund Freud - `dat trek ik naar een niveau waarop ze het begrijpen' - en hij hield de mariniers voor dat ze hun geweten niet konden ontlopen. Een enkeling, zegt de raadsman, reageerde verbaasd: had dan iedereen een geweten? Zij ook? Er werd ook geroepen dat de aanval op de Serviërs wel `wat steviger' had gekund.
Daar is de raadsman toen `dieper op ingegaan'. `Ik heb gezegd: aan beide kanten lopen mensen die deze oorlog nooit hebben gewild.' Echte problemen door de oorlog hebben de mariniers niet, zegt Vogels en hij kijkt naar de dokter van de mariniers, op het veldbed naast hem: `Toch, Henk?' `Nee,' zegt Henk Pijning, `er zijn wel een páár jongens die niet rustig slapen.'
Majoor Piepers stapt de tent in. Hij heeft een boodschap voor de raadsman. Een psychologe van de landmacht, van het kamp in Busovaca, zestig kilometer verderop, wil met de mariniers komen praten. De commandant: `Laat één ding duidelijk zijn: ik wil het niet hebben. Als er geestelijke nood is, maar die is er niet, dan lossen we het zelf op. De raadsman en de dokter proberen nog iets te zeggen. Piepers onderbreekt: `Het gebeurt gewoon niet.' Wat denkt die psychologe wel. Het kamp van de mariniers is toch geen dierentuin? Het is, zegt hij, alleen maar nieuwsgierigheid, `militair toerisme'. Ze zou, denkt de commandant, de mannen wel eens problemen kunnen aanpraten.
Donderdag 21 september, de dag na het laatste ultimatum aan de Serviërs. De VN en de Navo hebben het einde van de luchtacties aangekondigd. Majoor Ingo Piepers en twee korporaals, Jan van Rijn en Peter Bercx, rijden voor de tweede keer door Sarajevo, nu in een witte VN-jeep. Ze vallen niet op, ze kijken. Tussen de flats, gebarricadeerd met balken en stenen, liggen kleine moestuintjes naast vuilnishopen. Van de huizen die nog overeind staan, is er niet één zonder kogelgaten. Mensen sjouwen met hout en jerrycans water.
Alleen op sniper alley wordt nog geschoten. Op de VN-basis in het TV2-gebouw heeft een
Nederlandse verbindingsofficier tegen Piepers gezegd: `Denk eraan, we hebben nog geen
toestemming om er met niet-gepantserde voertuigen over te gaan.'
Maar als we hard rijden is er niks aan de hand, vonden de majoor en de korporaals. Met
honderd kilometer per uur gaan ze in de richting van het oude gedeelte van de stad, voor de
lunch. In restaurant Gurman, tegenover het pand waar Benetton een dezer dagen een zaak
opent, gaat het wéér over de glorieuze intocht van de Nederlandse mariniers.
`De lui die Nederland hebben bevrijd,' zegt Piepers, `lulden er nog vijftig jaar over. Geef mij
ook een weekje.' Want, nogmaals, het was niet zomaar een actie. Hij haalt een fax te
voorschijn die hij vandaag heeft ontvangen uit Den Haag. Een brief van minister Voorhoeve.
De eenheid van Piepers, schrijft de minister, vervulde samen met de Fransen en de Britten
`een uiterst belangrijke rol bij het doorbreken van de omsingeling van Sarajevo'. En verder:
`Wij zijn vol bewondering en uiterst dankbaar voor het belangrijke werk dat uw eenheid in dit
verband verricht. De Rapid Reaction Force is een belangrijk onderdeel van de pogingen van
de VN en de Navo om aan de strijdende partijen duidelijk te maken dat zo spoedig mogelijk
een einde moet komen aan de burgeroorlog in Bosnië-Herzegowina.'
Drie keer belangrijk. De minister heeft het begrepen.
Majoor Piepers: `Hij heeft hier natuurlijk ook politiek de vruchten van kunnen plukken.'
Misschien ook wel `belangrijk' voor zijn eigen positie, na Srebrenica.
De majoor schrikt. Dat is een taboe-onderwerp. En dat weten al zijn mannen. Een paar dagen
eerder heeft hij ze bij elkaar geroepen: Vrij Nederland, was de boodschap, hoeft niet te weten
hoe wij denken over Srebrenica. Daar mag niemand iets over zeggen, want wij willen geen
ruzie met de landmacht. Alleen korporaal Bercx, tegenover hem aan tafel, was daar niet bij.
Hij was in Nederland voor een begrafenis. Gaat het over Srebrenica? Bercx pakt een
notitieblok uit zijn zak. Hij zegt: `Ik vind het moeilijk onder woorden te brengen hoe ik
daarover denk. Daarom heb ik wat overgeschreven, uit HP / De Tijd.' Hij leest voor, een
column van Hans Binneveld, hoogleraar maatschappijgeschiedenis in Rotterdam: `Ik vind het
gênant hoe de Nederlandse regering op kunstmatige wijze iets heldhaftigs probeert te peuren
uit deze blamage. Alles wat kon misgaan, ging mis.' En: `Hoezo hebben ze het goed gedaan?
We hebben er toch niet de eerste de beste padvindersclub uit Edam heen gestuurd? Als dit
voor onze elitetroepen exceptionele omstandigheden waren, wat gebeurt er dan in
hemelsnaam als we in een echte oorlog verzeild raken? (...) Hoe men het wendt of keert, we
hebben uitsluitend onszelf uit de brand geholpen en er verder niets van gebakken.'
Korporaal Van Rijn, naast hem, zit met een rood hoofd te luisteren. Piepers kijkt strak voor zich uit. Als Bercx het boekje dichtklapt zegt de majoor: `Ik heb er ook een mening over. We hebben er allemáál een mening over.' Ineens begint hij te lachen. `Weten jullie nog,' vraagt hij Van Rijn en Bercx, `dat er toen bij ons werd geroepen dood boven schande?'
Dan is hij weer ernstig. `Maar ik wil niet dat de verhoudingen met de landmacht verstoord raken. Ik moet met die lui samenwerken.' En op de berg Igman is dat al moeilijk genoeg.
Een radareenheid van de landmacht, ongeveer dertig man, is voor deze VN-actie gekoppeld aan de mortiercompagnie van de mariniers. Zij staan onder bevel van majoor Piepers. Maar daar is iets bijzonders mee. De eenheid, zo berichtten ze op het ministerie in Den Haag aan de commandant van de mariniers, staat onder administratief bevel van Piepers. (`Administratief stond in de papieren steeds vet gedrukt.) Dat betekent: de mariniers zorgen voor de `logistieke ondersteuning' van de landmachteenheid, het onderkomen en de bevoorrading. Operationeel, over het werk en de inzet van de radareenheid zelf, heeft Piepers niks te zeggen.
De verhoudingen tussen de drie krijgsmachtonderdelen (landmacht, luchtmacht en marine) zijn nu eenmaal erg gevoelig. Ze koesteren alle drie hun eigen cultuur.
Vorige week ontdekte majoor Piepers in de tenten van de radareenheid whisky en bier. De mariniers drinken alleen hun `bavjes' (Bavaria malt), en daar zijn ze trots op. Vierentwintig uur per dag nuchter en klaar om te werken.
Wat nu? Adjudant Hein Thomassen van de radareenheid zag geen enkel probleem: `Wij zijn een zelfstandige eenheid. Piepers gaat daar niet over.' Maar Piepers - `stel je voor dat de commandant met een stuk in z'n giechel ineens de radar moet verplaatsen' - stuurde zijn kapitein Hengeveld erop af. Die zei: hier wordt niet gedronken. En voor alle duidelijkheid: dit is een administratieve regel. Luitenant-kolonel Patrick Cammaert, lid van de staf van de multinationale brigade op het hoofdkwartier in Tomislavgrad, vroeg al vijf weken geleden in Den Haag hoe het nu zat met de bevelstructuur. Een probleem over drank zou wel worden opgelost. Maar wat als het om echt ernstige zaken ging, in crisissituaties? Een antwoord heeft hij nog niet.
Hij zegt: `Het zou geen probleem moeten zijn. Als een klein clubje, zoals hier de landmacht, bij een grotere club komt, past de kleine zich snel aan.'
En als een klein clubje van mariniers zou worden ondergebracht bij een grote eenheid van de landmacht? Cammaert: `Dáár zou ik wel problemen mee hebben. Want de mens is van nature lui. Als hij in een organisatie komt waar hij niet genoeg achter z'n vodden wordt gezeten, neemt hij dat over.' Snel zegt hij: `Daar geef ik verder geen commentaar op.' Maar wat bedoelt hij? `Het gaat gewoon om verzorgdheid, stiptheid, gedisciplineerd optreden.'
De mariniers op de berg Igman praten graag en veel over hun landmachtcollega's van het logistiek transportbataljon in het kamp Busovaca, een paar uur rijden naar beneden. `Watjes',`jankerds'. Als ze gaan eten, gooien ze hun wapens ergens op een tafel en - ongehoord voor mariniers - onder het ochtendappel eten ze boterhammen. Hun kamp, zeggen ze boven, is net Center Parcs. Een zwembad, fitnesszaal, tennisbanen. En er is een bar, die nog door de vorige minister Relus ter Beek is geopend. (`Bij óns,' zegt majoor Piepers, `mag de minister de eerste schuttersput komen openen. Begrijp je wat ik bedoel?') Maar een goede beveiliging van hun kamp, dat al drie jaar bestaat, was er niet. Er werd veel gestolen van het terrein. Een paar maanden geleden bouwden mariniers die in het kamp overnachtten een nieuwe omheining, ze verbeterden de bunker en verstevigden de toegangspoort.
Dan komen de mariniers vanzelf op Srebrenica. Want hoe zagen die soldaten er daar uit, ook toen ze aan het werk waren? Korte broek, baseballpetjes en zonnebrillen. Op die manier, zeggen officieren van de mariniers, dwing je toch geen respect af?
Maar het kan nog erger. Een Nederlandse landmachtofficier loopt op het hoofdkwartier van Unprofor in Sarajevo rond op klompen en in korte broek.
`Ook daar wil ik geen commentaar op geven,' zegt overste Cammaert. `Ik zeg alleen: de vis stinkt het eerst bij de kop. Als de baas er niet voor zorgt dat hij z'n zaken voor elkaar heeft, hebben zijn ondergeschikten dat ook niet.' Ook Srebrenica is een `geen commentaar' onderwerp voor de overste van de mariniers. En toch, opnieuw, niet helemaal. Hij zegt: `Het heeft Nederland geen goed gedaan. Hier op het hoofdkwartier werd ik er af en toe scheef op aangekeken. Ze gaven me krantenknipsels die erover gingen, met foto's. Verder zeiden ze niks.'
`Wat we nu moeten doen,' zegt Cammaert, `is hard werken aan een professionele uitstraling om dit voorval te doen vergeten.'
Een week voordat de mariniers naar Bosnië vertrokken, hield majoor Piepers een briefing voor zijn mannen, in de kazerne van Doorn. Hij zei: `Ik wil twee dingen. Eén: respect voor de bevolking, wat ze ook tegen ons doen. Wij zijn daar te gast. Twee: we moeten onze militaire professionaliteit laten zien. Zo van: nu is het afgelopen. Buitenstaanders moeten denken: daar staat een cluppie waar we met onze vingers afblijven.'
De mariniers willen graag indruk maken met hun optreden. Het liefst door weer te schieten. Kapitein jan ten Hoven, die een week geleden zijn intrek nam op de observatiepost in Sarajevo, is een beetje teleurgesteld over het stopzetten van de NAVO-acties. `Ik had nog wel een paar fire missions willen uitvoeren.'
Hij gelooft er `geen ruk' van dat de Serviërs zoveel wapens hebben teruggetrokken. Vóór het
aflopen van het laatste ultimatum tuurde zijn team dagenlang door een verrekijker naar de
Servische stellingen, maar ze zagen niets bewegen. `Ik denk dat ze er één grote show van
hebben gemaakt.' `Misschien,' zegt een van zijn korporaals, `mogen we ze dan toch nog een
keertje bang maken.'
Oorlog is hollen en veel stil staan, luidt het cliché op de Igman. Nu staat het stil. De mariniers houden zich zelf voor dat het elk moment kan veranderen. Kapitein Hengeveld: "Wij zijn de knuppel achter de deur. Als het nodig is, knuppelen wij de partijen wel weer de goede richting op."
(Vrij Nederland, 30 september 1995)
Ze werden binnengehaald als bevrijders. Eindelijk zagen de inwoners van Sarajevo groene helmen. Echte mariniers dus, die ook elk moment in actie kunnen komen. Nederlandse helden. Want hier ging niets mis, zoals bij de landmacht in Srebrenica, vinden ze. Een reportage over de euforie op de berg Igman.
De compagniescommandant van de mariniers in Bosnië, majoor Ingo Piepers, legt zijn verrekijker neer en strekt in een breed gebaar zijn arm uit over de vallei van Sarajevo. `In deze stad, zegt hij, `is het eindelijk rustig.' Hij staat bij de Nederlandse observatiepost aan de oostkant van de berg Igman. `En dat komt door onze acties. We hebben goed werk gedaan. Niet dat ik daar verder flink over wil doen.' Maar flink vinden ze het wel, de mariniers van de mortiercompagnie uit Doorn.
Dagenlang schoten ze vanaf de berg op Servische doelen. Close air support heette dat,' voor de F-16's die stellingen van de Serviërs bombardeerden na de granaatinslag op de markt van Sarajevo eind augustus. Drie weken later zijn de meeste zware wapens van de Serviërs teruggetrokken, konvooien rijden de stad in, het vliegveld is open.
De mariniers, ondergebracht bij de multinationale brigade van de Rapid Reaction Force (Fransen, Britten en Nederlanders), zeggen dat zij de stad hebben `ontzet', zij hebben met hun mortieren `de vrede dichterbij gebracht'.
Dat de Serviërs het net óók moeilijk hadden in het westen van Bosnië, dat de Amerikaan Holbrooke al weken eerder was begonnen met nieuwe onderhandelingen, dat de NAVO-vliegtuigen het meeste werk deden in de Operation Deliberate Force- op de berg Igman is niemand zo flauw om daardoor het eigen feestje te laten verpesten.
Begin september, een week na de eerste bombardementen, reden majoor Piepers en een paar korporaals naar Sarajevo. In groene rupsvoertuigen, de kleur van de snelle reactiemacht Ze waren op weg naar zes mariniers in observatiepost White, aan de rand van de stad, die door de Serviërs onder vuur waren genomen. Op de berg Igman praten ze er nog steeds over: het werd een triomftocht. De inwoners van Sarajevo stonden te juichen en te klappen langs de weg. Voor het eerst zagen ze groene wagens in hun stad, met daarin de VN-soldaten die de Serviërs hadden aangevallen.
Majoor Piepers, uitgelaten over de onverwachte hulde, riep naar zijn korporaals: `We gaan een rondje maken door de stad.' De verslaggever van het RTL-nieuws rende zijn hotel uit, de majoor trok zijn pet recht. Op de televisie zou iedereen kunnen zien dat hij de commandant was. `Het was net mei 1945,' zegt Piepers, breed grijnzend bij de herinnering. `We werden binnengehaald als bevrijders.' En de mariniers kennen hun rol.
Elke week brengen ze eten - `alles wat we anders toch weggooien'- naar het dorp Lukavac, in de buurt van hun kamp. In het dorp, platgebombardeerd door de Serviërs, wonen een paar vrouwen, bejaarde mannen, en ongeveer tien kinderen. Onder zeildoek en planken.
De eerste keer stond kapitein Peter Hengeveld daar nog in zijn eentje zakjes chips uit te delen. Hij is gelovig en hij komt uit Kampen. De andere mariniers vonden dat hij maar `Jezusje moest spelen' - zij bleven op een afstand staan kijken. Nu willen anderen ook want, zeggen ze, `die mensen zijn zo blij als we komen'.
Bijna hadden de mariniers het allemaal gemist. Vijf weken zaten ze vast in de Kroatische havenstad Split. De Bosnische federatie, bang dat de snelle reactiemacht was gekomen om het terugtrekken van de VN-soldaten te begeleiden, weigerde toestemming voor het vervoer van de 120 mm mortieren De federatie wilde ook niet dat groene legervoertuigen naar Midden- Bosnië reden.
Wekenlang onderhandelde het hoofdkwartier van Unprofor in Sarajevo met vertegenwoordigers van de federatie. De 120 mariniers en ongeveer dertig soldaten van de landmacht - aan de mortiercompagnie toegevoegd voor het opzetten en bedienen van de opsporingsradar verveelden zich op het strand. Die onderhandelingen duurden lang. Véél te lang, vonden de officieren van het Korps mariniers. Zij zouden dit zelf wel regelen - dat doen mariniers gráág. De groene trucks schilderden ze wit, de pantservoertuigen zetten ze op witte VN-diepladers, en de mortieren verstopten ze onder een stapel rugzakken.
Luitenant-kolonel Patrick Cammaert, assistent chief of staff van de multinationale brigade en óók marinier, zorgde ervoor dat de voertuigen en verborgen mortieren in een Frans konvooi naar de Igman reden. 'List en bedrog was het,' zegt overste Cammaert nu, glimlachend. `Daar was niet iedereen even blij mee.' Op 28 augustus gaf de Bosnische federatie toestemming voor de doortocht van de mariniers, één dag voordat het vuren vanaf de berg Igman begon.
Het Unprofor-hoofdkwartier, tevreden over het resultaat van hun inspanningen, meldde het per fax aan de commandant. Die berichtte terug: bedankt, maar we zitten er al.
Majoor Piepers: `Ze gingen totaal over de zeik. Ze noemden het een "diplomatiek incident".' De mariniers treurden daar maar even over. Zij waren in elk geval net op tijd. Ze reden met hun mortieren de berg op, leenden munitie van de Fransen en begonnen onmiddellijk te vuren toen ze daartoe opdracht kregen.
Eten was er nauwelijks op de stellingen, de uitrustingen waren nog niet compleet, het was koud en het regende. Twee nachten achter elkaar sliepen ze niet. Maar ze vonden het prachtig. Eindelijk konden ze doen waarvoor ze waren opgeleid: oorlog voeren. Heel soms was er paniek. Want hoe hoor je precies het verschil tussen in- en uitkomend vuur als je nog niet eerder aan het front hebt gezeten? Bij een oefening schieten ze nooit terug.
Kapitein Amon van den Borg vuurde die dagen op een Servisch munitiedepot, vanuit de Nederlandse waarnemingspost in Sarajevo. De Serviërs vuurden ook: één granaat sloeg in naast de voordeur. Van den Borg zat al weken in Sarajevo, als forward observation officer, met blauwe VN-helm. Pas toen de Navo-acties begonnen mocht hij zijn eigen groene helm op. Ineens werd hij op straat als een held begroet. Het was afgelopen met de stenen naar zijn hoofd. De kapitein: `Voor de mensen in Sarajevo staan de witte Verenigde Naties voor machteloosheid en afwachten.'
En voor hemzelf?
Van den Borg, minachtend: `Een blauwe helm glimt in de zon. Met zo'n ding loop je als een lantaarnpaal door de voortuin, als schietschijf.' En het ergste is, vindt de kapitein, dat je met zo'n helm niks mag. `Dat gaat in tegen de natuur van de militair. Die moet niet twijfelen, die moet maximaal geweld toepassen. Als je soldaten te snel opleidt voor vredestaken, zal de militaire mentaliteit worden aangetast.'
Hij denkt na, zegt dan: `Het werd godverdomme tijd dat er hier rond Sarajevo eens wat klappen werden uitgedeeld.' Zijn stem slaat bijna over. `Dat is niet alleen voor Bosnië belangrijk, maar voor de hele wereld. Misschien dat wij nu de krijgsheertjes in den vreemde een lesje hebben geleerd.' Even werd de euforie op de Igman verstoord. De Serviërs meldden dat een ziekenhuis was geraakt door een granaat van de
snelle-reactiemacht (later zeiden ze dat het een bushalte was geweest). Opgelucht waren de Nederlanders toen bleek dat die granaat van de Fransen kwam.
De eerste zondag na de beschietingen organiseerde de humanistisch raadsman van de mariniers, Mart Vogels, een `bezinningsbijeenkomst'. In zijn tent, op het kamp, vertelt hij erover. Vogels had muziek uitgezocht, een liedje over de nazi's, van Herman van Veen. Hij legde de mariniers uit hoe ze konden nadenken over het gebruik van geweld, en vooral: dat. ze erover konden nadenken. Hij gebruikte de theorieën van Thomas Hobbes en Sigmund Freud - `dat trek ik naar een niveau waarop ze het begrijpen' - en hij hield de mariniers voor dat ze hun geweten niet konden ontlopen. Een enkeling, zegt de raadsman, reageerde verbaasd: had dan iedereen een geweten? Zij ook? Er werd ook geroepen dat de aanval op de Serviërs wel `wat steviger' had gekund.
Daar is de raadsman toen `dieper op ingegaan'. `Ik heb gezegd: aan beide kanten lopen mensen die deze oorlog nooit hebben gewild.' Echte problemen door de oorlog hebben de mariniers niet, zegt Vogels en hij kijkt naar de dokter van de mariniers, op het veldbed naast hem: `Toch, Henk?' `Nee,' zegt Henk Pijning, `er zijn wel een páár jongens die niet rustig slapen.'
Majoor Piepers stapt de tent in. Hij heeft een boodschap voor de raadsman. Een psychologe van de landmacht, van het kamp in Busovaca, zestig kilometer verderop, wil met de mariniers komen praten. De commandant: `Laat één ding duidelijk zijn: ik wil het niet hebben. Als er geestelijke nood is, maar die is er niet, dan lossen we het zelf op. De raadsman en de dokter proberen nog iets te zeggen. Piepers onderbreekt: `Het gebeurt gewoon niet.' Wat denkt die psychologe wel. Het kamp van de mariniers is toch geen dierentuin? Het is, zegt hij, alleen maar nieuwsgierigheid, `militair toerisme'. Ze zou, denkt de commandant, de mannen wel eens problemen kunnen aanpraten.
Donderdag 21 september, de dag na het laatste ultimatum aan de Serviërs. De VN en de Navo hebben het einde van de luchtacties aangekondigd. Majoor Ingo Piepers en twee korporaals, Jan van Rijn en Peter Bercx, rijden voor de tweede keer door Sarajevo, nu in een witte VN-jeep. Ze vallen niet op, ze kijken. Tussen de flats, gebarricadeerd met balken en stenen, liggen kleine moestuintjes naast vuilnishopen. Van de huizen die nog overeind staan, is er niet één zonder kogelgaten. Mensen sjouwen met hout en jerrycans water.
Alleen op sniper alley wordt nog geschoten. Op de VN-basis in het TV2-gebouw heeft een
Nederlandse verbindingsofficier tegen Piepers gezegd: `Denk eraan, we hebben nog geen
toestemming om er met niet-gepantserde voertuigen over te gaan.'
Maar als we hard rijden is er niks aan de hand, vonden de majoor en de korporaals. Met
honderd kilometer per uur gaan ze in de richting van het oude gedeelte van de stad, voor de
lunch. In restaurant Gurman, tegenover het pand waar Benetton een dezer dagen een zaak
opent, gaat het wéér over de glorieuze intocht van de Nederlandse mariniers.
`De lui die Nederland hebben bevrijd,' zegt Piepers, `lulden er nog vijftig jaar over. Geef mij
ook een weekje.' Want, nogmaals, het was niet zomaar een actie. Hij haalt een fax te
voorschijn die hij vandaag heeft ontvangen uit Den Haag. Een brief van minister Voorhoeve.
De eenheid van Piepers, schrijft de minister, vervulde samen met de Fransen en de Britten
`een uiterst belangrijke rol bij het doorbreken van de omsingeling van Sarajevo'. En verder:
`Wij zijn vol bewondering en uiterst dankbaar voor het belangrijke werk dat uw eenheid in dit
verband verricht. De Rapid Reaction Force is een belangrijk onderdeel van de pogingen van
de VN en de Navo om aan de strijdende partijen duidelijk te maken dat zo spoedig mogelijk
een einde moet komen aan de burgeroorlog in Bosnië-Herzegowina.'
Drie keer belangrijk. De minister heeft het begrepen.
Majoor Piepers: `Hij heeft hier natuurlijk ook politiek de vruchten van kunnen plukken.'
Misschien ook wel `belangrijk' voor zijn eigen positie, na Srebrenica.
De majoor schrikt. Dat is een taboe-onderwerp. En dat weten al zijn mannen. Een paar dagen
eerder heeft hij ze bij elkaar geroepen: Vrij Nederland, was de boodschap, hoeft niet te weten
hoe wij denken over Srebrenica. Daar mag niemand iets over zeggen, want wij willen geen
ruzie met de landmacht. Alleen korporaal Bercx, tegenover hem aan tafel, was daar niet bij.
Hij was in Nederland voor een begrafenis. Gaat het over Srebrenica? Bercx pakt een
notitieblok uit zijn zak. Hij zegt: `Ik vind het moeilijk onder woorden te brengen hoe ik
daarover denk. Daarom heb ik wat overgeschreven, uit HP / De Tijd.' Hij leest voor, een
column van Hans Binneveld, hoogleraar maatschappijgeschiedenis in Rotterdam: `Ik vind het
gênant hoe de Nederlandse regering op kunstmatige wijze iets heldhaftigs probeert te peuren
uit deze blamage. Alles wat kon misgaan, ging mis.' En: `Hoezo hebben ze het goed gedaan?
We hebben er toch niet de eerste de beste padvindersclub uit Edam heen gestuurd? Als dit
voor onze elitetroepen exceptionele omstandigheden waren, wat gebeurt er dan in
hemelsnaam als we in een echte oorlog verzeild raken? (...) Hoe men het wendt of keert, we
hebben uitsluitend onszelf uit de brand geholpen en er verder niets van gebakken.'
Korporaal Van Rijn, naast hem, zit met een rood hoofd te luisteren. Piepers kijkt strak voor zich uit. Als Bercx het boekje dichtklapt zegt de majoor: `Ik heb er ook een mening over. We hebben er allemáál een mening over.' Ineens begint hij te lachen. `Weten jullie nog,' vraagt hij Van Rijn en Bercx, `dat er toen bij ons werd geroepen dood boven schande?'
Dan is hij weer ernstig. `Maar ik wil niet dat de verhoudingen met de landmacht verstoord raken. Ik moet met die lui samenwerken.' En op de berg Igman is dat al moeilijk genoeg.
Een radareenheid van de landmacht, ongeveer dertig man, is voor deze VN-actie gekoppeld aan de mortiercompagnie van de mariniers. Zij staan onder bevel van majoor Piepers. Maar daar is iets bijzonders mee. De eenheid, zo berichtten ze op het ministerie in Den Haag aan de commandant van de mariniers, staat onder administratief bevel van Piepers. (`Administratief stond in de papieren steeds vet gedrukt.) Dat betekent: de mariniers zorgen voor de `logistieke ondersteuning' van de landmachteenheid, het onderkomen en de bevoorrading. Operationeel, over het werk en de inzet van de radareenheid zelf, heeft Piepers niks te zeggen.
De verhoudingen tussen de drie krijgsmachtonderdelen (landmacht, luchtmacht en marine) zijn nu eenmaal erg gevoelig. Ze koesteren alle drie hun eigen cultuur.
Vorige week ontdekte majoor Piepers in de tenten van de radareenheid whisky en bier. De mariniers drinken alleen hun `bavjes' (Bavaria malt), en daar zijn ze trots op. Vierentwintig uur per dag nuchter en klaar om te werken.
Wat nu? Adjudant Hein Thomassen van de radareenheid zag geen enkel probleem: `Wij zijn een zelfstandige eenheid. Piepers gaat daar niet over.' Maar Piepers - `stel je voor dat de commandant met een stuk in z'n giechel ineens de radar moet verplaatsen' - stuurde zijn kapitein Hengeveld erop af. Die zei: hier wordt niet gedronken. En voor alle duidelijkheid: dit is een administratieve regel. Luitenant-kolonel Patrick Cammaert, lid van de staf van de multinationale brigade op het hoofdkwartier in Tomislavgrad, vroeg al vijf weken geleden in Den Haag hoe het nu zat met de bevelstructuur. Een probleem over drank zou wel worden opgelost. Maar wat als het om echt ernstige zaken ging, in crisissituaties? Een antwoord heeft hij nog niet.
Hij zegt: `Het zou geen probleem moeten zijn. Als een klein clubje, zoals hier de landmacht, bij een grotere club komt, past de kleine zich snel aan.'
En als een klein clubje van mariniers zou worden ondergebracht bij een grote eenheid van de landmacht? Cammaert: `Dáár zou ik wel problemen mee hebben. Want de mens is van nature lui. Als hij in een organisatie komt waar hij niet genoeg achter z'n vodden wordt gezeten, neemt hij dat over.' Snel zegt hij: `Daar geef ik verder geen commentaar op.' Maar wat bedoelt hij? `Het gaat gewoon om verzorgdheid, stiptheid, gedisciplineerd optreden.'
De mariniers op de berg Igman praten graag en veel over hun landmachtcollega's van het logistiek transportbataljon in het kamp Busovaca, een paar uur rijden naar beneden. `Watjes',`jankerds'. Als ze gaan eten, gooien ze hun wapens ergens op een tafel en - ongehoord voor mariniers - onder het ochtendappel eten ze boterhammen. Hun kamp, zeggen ze boven, is net Center Parcs. Een zwembad, fitnesszaal, tennisbanen. En er is een bar, die nog door de vorige minister Relus ter Beek is geopend. (`Bij óns,' zegt majoor Piepers, `mag de minister de eerste schuttersput komen openen. Begrijp je wat ik bedoel?') Maar een goede beveiliging van hun kamp, dat al drie jaar bestaat, was er niet. Er werd veel gestolen van het terrein. Een paar maanden geleden bouwden mariniers die in het kamp overnachtten een nieuwe omheining, ze verbeterden de bunker en verstevigden de toegangspoort.
Dan komen de mariniers vanzelf op Srebrenica. Want hoe zagen die soldaten er daar uit, ook toen ze aan het werk waren? Korte broek, baseballpetjes en zonnebrillen. Op die manier, zeggen officieren van de mariniers, dwing je toch geen respect af?
Maar het kan nog erger. Een Nederlandse landmachtofficier loopt op het hoofdkwartier van Unprofor in Sarajevo rond op klompen en in korte broek.
`Ook daar wil ik geen commentaar op geven,' zegt overste Cammaert. `Ik zeg alleen: de vis stinkt het eerst bij de kop. Als de baas er niet voor zorgt dat hij z'n zaken voor elkaar heeft, hebben zijn ondergeschikten dat ook niet.' Ook Srebrenica is een `geen commentaar' onderwerp voor de overste van de mariniers. En toch, opnieuw, niet helemaal. Hij zegt: `Het heeft Nederland geen goed gedaan. Hier op het hoofdkwartier werd ik er af en toe scheef op aangekeken. Ze gaven me krantenknipsels die erover gingen, met foto's. Verder zeiden ze niks.'
`Wat we nu moeten doen,' zegt Cammaert, `is hard werken aan een professionele uitstraling om dit voorval te doen vergeten.'
Een week voordat de mariniers naar Bosnië vertrokken, hield majoor Piepers een briefing voor zijn mannen, in de kazerne van Doorn. Hij zei: `Ik wil twee dingen. Eén: respect voor de bevolking, wat ze ook tegen ons doen. Wij zijn daar te gast. Twee: we moeten onze militaire professionaliteit laten zien. Zo van: nu is het afgelopen. Buitenstaanders moeten denken: daar staat een cluppie waar we met onze vingers afblijven.'
De mariniers willen graag indruk maken met hun optreden. Het liefst door weer te schieten. Kapitein jan ten Hoven, die een week geleden zijn intrek nam op de observatiepost in Sarajevo, is een beetje teleurgesteld over het stopzetten van de NAVO-acties. `Ik had nog wel een paar fire missions willen uitvoeren.'
Hij gelooft er `geen ruk' van dat de Serviërs zoveel wapens hebben teruggetrokken. Vóór het
aflopen van het laatste ultimatum tuurde zijn team dagenlang door een verrekijker naar de
Servische stellingen, maar ze zagen niets bewegen. `Ik denk dat ze er één grote show van
hebben gemaakt.' `Misschien,' zegt een van zijn korporaals, `mogen we ze dan toch nog een
keertje bang maken.'
Oorlog is hollen en veel stil staan, luidt het cliché op de Igman. Nu staat het stil. De mariniers houden zich zelf voor dat het elk moment kan veranderen. Kapitein Hengeveld: "Wij zijn de knuppel achter de deur. Als het nodig is, knuppelen wij de partijen wel weer de goede richting op."
(Vrij Nederland, 30 september 1995)
maandag 19 augustus 2013
Marine pakt uit bij Sail De Ruyter Vlissingen
Van 22 tot en met 25 augustus vindt het maritieme spektakel 'Sail De Ruyter Vlissingen' plaats. Een indrukwekkende vloot aan historische Tall Ships, platbodems en meer doet hiervoor de Zeeuwse havenstad aan. De Koninklijke Marine pakt in Vlissingen uit met varende en vliegende demonstraties. Daarnaast zijn Ocean Going Patrol Vessel Zeeland, Duikvaartuig Cerberus en zeilende opleidingsschepen Urania en Zenobe Gramme van de Nederlandse en Belgische marine opengesteld. Het Korps Mariniers heeft een display van materieel en de Marinierskapel verzorgt muziekoptredens.
Medailles voor bemannig Zr.Ms. Van Speijk
Op donderdag 22 augustus meert ook het Multipurpose-fregat Zr.Ms. Van Speijk in Vlissingen aan. Op dit schip vindt om 13.30 uur een medailleparade plaats, waarbij de bemanning de herinneringsmedaille ontvangt voor de inzet tijdens antipiraterijoperaties bij Somalië. Later deze dag, om 20.00 uur geeft de Marinierskapel van de Koninklijke Marine (KM) een concert in de Sint Jacobskerk.
Zeeland straks Zijner Majesteits
Spectaculaire demonstraties op en boven het water houdt de marine allereerst op vrijdag 23 augustus om 11.00 uur in de Binnenhaven. De Marinierskapel begint hier even later, om 12.00 uur, met een openluchtconcert. Iets verderop, aan de AMELS-steiger, neemt de marine vanaf 15.30 uur officieel het Oceangoing Patrol Vessel Zeeland in dienst. Vanaf dat moment heet het schip Zijner Majesteits (Zr.Ms.) Zeeland en kan het daadwerkelijk operationeel worden ingezet.
Landing en vlootschouw
Het eerste hoogtepunt voor zaterdag 24 augustus vormt de antipiraterij-demo op de rede van Vlissingen. Deze begint om 12.30 uur en wordt om 13.00 uur gevolgd door een amfibische landing door militairen van het Korps Mariniers op het Badstrand. Als de kruitdampen zijn opgetrokken, wordt het om 14.00 uur tijd voor de vlootschouw, oftewel Parade of Sail, afgenomen door professor mr. Pieter van Vollenhoven en commissaris van de Koning Han Polman, vanaf Zr.Ms. Zeeland.
Vloot/Roadshow voor de jeugd
Net als op de donderdag, vrijdag en zaterdag, is de Vloot/Roadshow van de Koninklijke Marine ook op zondag 25 augustus vooral voor de jeugd aanwezig bij de Prins Hendrikweg. Met onder meer een klimtoren en een brugsimulator toont het Korps mariniers een deel van haar materieel.
(Koninklijke Marine, 19 augustus 2013)
Medailles voor bemannig Zr.Ms. Van Speijk
Op donderdag 22 augustus meert ook het Multipurpose-fregat Zr.Ms. Van Speijk in Vlissingen aan. Op dit schip vindt om 13.30 uur een medailleparade plaats, waarbij de bemanning de herinneringsmedaille ontvangt voor de inzet tijdens antipiraterijoperaties bij Somalië. Later deze dag, om 20.00 uur geeft de Marinierskapel van de Koninklijke Marine (KM) een concert in de Sint Jacobskerk.
Zeeland straks Zijner Majesteits
Spectaculaire demonstraties op en boven het water houdt de marine allereerst op vrijdag 23 augustus om 11.00 uur in de Binnenhaven. De Marinierskapel begint hier even later, om 12.00 uur, met een openluchtconcert. Iets verderop, aan de AMELS-steiger, neemt de marine vanaf 15.30 uur officieel het Oceangoing Patrol Vessel Zeeland in dienst. Vanaf dat moment heet het schip Zijner Majesteits (Zr.Ms.) Zeeland en kan het daadwerkelijk operationeel worden ingezet.
Landing en vlootschouw
Het eerste hoogtepunt voor zaterdag 24 augustus vormt de antipiraterij-demo op de rede van Vlissingen. Deze begint om 12.30 uur en wordt om 13.00 uur gevolgd door een amfibische landing door militairen van het Korps Mariniers op het Badstrand. Als de kruitdampen zijn opgetrokken, wordt het om 14.00 uur tijd voor de vlootschouw, oftewel Parade of Sail, afgenomen door professor mr. Pieter van Vollenhoven en commissaris van de Koning Han Polman, vanaf Zr.Ms. Zeeland.
Vloot/Roadshow voor de jeugd
Net als op de donderdag, vrijdag en zaterdag, is de Vloot/Roadshow van de Koninklijke Marine ook op zondag 25 augustus vooral voor de jeugd aanwezig bij de Prins Hendrikweg. Met onder meer een klimtoren en een brugsimulator toont het Korps mariniers een deel van haar materieel.
(Koninklijke Marine, 19 augustus 2013)
zaterdag 23 maart 2013
Nieuwe promo 'De Uitverkorenen'
TV-promo De Uitverkorenen from Lassche, Geertjan on Vimeo.
De uitzenddatum voor de EU-documentaire 'De Uitverkorenen' is bekendgemaakt: 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.) Bijbehorende tekst EO:
'Ik wil het steentje in je schoen zijn'
Met oogstrelende documentaires als Mannenbroeders van Kootjebroek en De Boer die zou gaan emigreren maakt EO-journalist Geertjan Lassche keer op keer de tongen los. Zijn nieuwste project, De Uitverkorenen, is vóór de première al kanshebber voor een grote filmprijs. "Ik leg de lat ontzettend hoog voor mezelf."
Iets laten zien wat je normaal niet ziet: zo vat de meervoudig onderscheiden onderzoeksjournalist en documentairemaker Geertjan Lassche (1976) zijn missie samen. "Ik zoek altijd unieke invalshoeken. Met mijn verhalen wil ik verwonderen, verbazen, iets duidelijk maken. Ik wil het steentje in je schoen zijn; een weerhaakje, waardoor mensen ergens nog wekenlang over praten. Een goed verhaal is als een veenbrand: het blijft maar terugkomen."
Extreme werelden
Geertjan, derde telg uit een middenstandsgezin met zes jongens, woont met zijn vrouw en zoontje David in het landelijke kerkdorp Rouveen, een buurgemeente van zijn geboorteplaats Staphorst. Na de meao volgde hij – na een tip van zijn leraar Nederlands – de school voor journalistiek. Een schot in de roos, bleek. "Ik keek al jong verder dan ons dorp," herinnert hij zich. "En ik was ook altijd geïnteresseerd in extreme werelden: topsporters (zijn veelbesproken documentaire Niemand kent mij volgt de gevallen wielerheld Thomas Dekker, red.), muzikanten, soldaten, de medische wereld, avonturiers. Misschien zijn het ook wel werelden waar ik vroeger bij werd weggehouden, maar die ik nu – met mijn camera – wil verkennen. Eigenlijk hebben al mijn films een psychologische invalshoek. Wat drijft mensen? Wat speelt zich af tussen hun oren? Met zulke vragen ben ik bezig."
Verbale terreur
Zijn documentaire De Uitverkorenen, die op 17 november in première gaat en op 4 april door de EO wordt uitgezonden, past naadloos in dit plaatje. Negen maanden lang volgde hij jonge rekruten tijdens hun loodzware training voor het Korps Mariniers. Van de oorspronkelijke 78 vallen er 53 af, omdat zij gaandeweg mentaal of fysiek breken. De film toont haarscherp hoe instructeurs zich telkens als roofdieren op zwakke schakels in de groep storten. Daarbij is verbale terreur schering en inslag. "Ik snap dat die extreme training nodig is," zegt hij erover. "Met een softere aanpak krijg je uiteindelijk geen elitesoldaten."
![]() |
| foto uit 'De Uitverkorenen' |
Maakt het voor jouw documentaires uit dat je christen bent?
"Ik geloof niet in 'christelijke journalistiek'. Maar ik geloof in God en dwing mezelf tot een christelijke moraal. Mijn opvoeding en mijn christen-zijn probeer ik te vertalen in hoe ik met mensen omga, bijvoorbeeld als het gaat om het nakomen van afspraken. Waarachtigheid is voor mij het voornaamste. Tegelijkertijd is het in dit vak dansen op een dun koordje, maar dat wil ik ook."
Sinds 2008 werk je aan langdurige, dus kostbare projecten. Voel je de druk dat je móet presteren?
"Dat moet ik allereerst van mezelf. Ook van de EO, maar m'n werkgever weet wie ik ben en hoe ik in elkaar steek. Ik denk actief mee om de kosten zo laag mogelijk te houden, bijvoorbeeld door zelf te filmen, mits dat inhoudelijk of beeldend meerwaarde heeft."
Om zeep
Het journalistieke principe kill your darlings (vrij vertaald: breng je lievelingen om zeep) bezorgt hem vaak pijnlijke momenten, bekent hij. "Voor elk verhaal moet je bereid zijn om de allermooiste scènes weg te gooien, omwille van het uiteindelijke verhaal. Dat is soms echt verschrikkelijk. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik drie vakmensen – regiecoaches – om me heen heb die daarbij helpen en die ik enorm respecteer. Zij hebben me bijvoorbeeld geleerd buiten mijn Staphorster kader te durven stappen. Dat is knap."
Wat is dat 'Staphorster kader'?
"'Wat zal men er wel van vinden?' Die vraag zit toch altijd in mijn achterhoofd, omdat ik super loyaal ben aan mijn geboortegrond en aan de mensen daar. Tegelijk moet ik wel datgene maken waarvan ik vind dat het gemaakt moet worden. Maar vaak ben ik te bang: 'Wat zullen ze er wel niet van vinden?'"
Wie zijn jouw grootste critici?
"Die regiecoaches en mijn familie. Ik kan prima met kritiek omgaan, mits er een goede relatie is. Elke vleierij wantrouw ik. Mijn eigen broers bijvoorbeeld sparen mij absoluut nooit, haha.
" Waarom ben je zo loyaal aan je geboortegrond?
"Het helpt me nuchter te blijven en rust te vinden in mijn chaotische bestaan. Ik ben vaak met vier of vijf projecten tegelijk bezig. Dat is een zeer intensieve manier van leven. Dit werk ontregelt je sociale leven gigantisch. Ik vind het daarom heerlijk om even te harken in de tuin, of met een trekkertje het gazon te maaien. Contact met normale mensen, daar geniet ik van. Ik kom uit een heel nuchter dorp. Luchtfietserij, daar houden ze niet van. Ik probeer mezelf te trainen om geen enkele eigendunk te hebben."
Ligt eigendunk op de loer?
"Kijk, als je complimenten en erkenning krijgt, is dat eventjes mooi. Maar het volgende product ligt al op stapel en moet minstens even goed zijn. Ik ben groot geworden in een omgeving waarin dat helemaal niet belangrijk is. 'Doe maar gewoon. Jij hebt die gave ontvangen; hierin kun jij uitblinken, maar op alle andere vlakken ben jij net als ieder ander.' Natuurlijk ben ik als documentairemaker ijdel; niet op mijn persoon, wel op mijn product – daar vecht ik voor."
Ernstige ziekte
Die vechtlust loont. De afgelopen jaren kreeg Lassche legio nominaties en een batterij grote tv- en filmprijzen, inclusief een Poolse staatsonderscheiding voor zijn WO II-documentaire God bless Montgomery (2006). Net als de rekruten in De Uitverkorenen gaat Geertjan steevast tot het gaatje. "Met een 8 zal ik nooit genoegen nemen. Ik leg de lat ontzettend hoog voor mezelf, hoop telkens een stapje verder te komen."
Je kunt alleen het allerbeste maken als je er alles voor geeft, weet hij. "Compromissen zie je terug in het eindproduct en zijn verschrikkelijk voor wie mooie dingen wil maken. Ik weet nog precies waar ik ze gesloten heb. Die instelling zorgt voor een duivels dilemma: altijd bereid zijn om die ultieme opname te doen, klaar te staan voor dat interview, de puntjes op de i te zetten, ook al is het middernacht of half zes 's ochtends. En anderzijds ook een duurzaam sociaal leven willen opbouwen, echt tijd investeren in je gezin en klaarstaan – belangeloos – voor mensen om je heen. Daar schiet ik ernstig in tekort. Maar het gaat wel steeds beter. Want ik weet drommels goed hoe relatief het werk en hoe breekbaar het leven is. Mijn vrouw is in 2008 behandeld aan een ernstige ziekte. Dat ze er nog is, als vrouw en als moeder, mag je een Godsgeschenk noemen. Dat wonder koester ik. Tijd is kostbaar en kan maar eenmaal besteed worden. Jammer dat we er vaak te laat achter komen."
Tekst: Gert-Jan Schaap
Zie ook: EO-Documentaire over opleiding mariniers: 'Droplullen en lapzwansen'
donderdag 7 maart 2013
Documentaire: De Uitverkorenen
De uitzenddatum voor de EU-documentaire 'De Uitverkorenen': 4 april 2013, 21.00 uur, Nederland 3 (85 min.) Bijbehorende tekst EO:
Op 4 april zendt de EO de IDFA-documentaire 'De Uitverkorenen' uit. Een opzienbarende film omdat voor het eerst zonder scrupules de binnenkant van een van Nederlands zwaarste trainingsprogramma’s getoond wordt. Een unieke inkijk in een harde wereld, die opvallend genoeg moeite heeft zichzelf overeind te houden…
Documentairemaker en journalist Geertjan Lassche kreeg carte blanche van Defensie en liep gedurende een hele opleidingscyclus mee bij het Korps Mariniers, de grootste elite-eenheid van het Nederlandse leger. Onder hun uitdagende motto: ‘velen zijn geroepen, slechts weinigen uitverkoren’ proberen zij van jongens kerels te maken en gaan daarbij over spreekwoordelijke lijken.
Want ieder die de eindstreep van de opleiding haalt moet in staat zijn zichzelf op te offeren voor een collega. Dus wil je marinier worden, dan moet je bewijzen dat je hard genoeg bent. Zodra instructeurs zwakte ruiken, storten ze zich als roofdieren op hun prooi. Want de groep is zo sterk als de zwakste schakel.
Vooral tijdens loodzware oefeningen is de survival of the fittest genadeloos. Tijdens 9 maanden opleiding registreert de camera het proces van breekbaarheid tot breken of… jezelf overwinnen. Tegelijkertijd bekruipt de kijker steeds meer de vraag: Zijn er nog wel nieuwe ijzervreters? En hoe sterk is het systeem eigenlijk?
Op 4 april zendt de EO de IDFA-documentaire 'De Uitverkorenen' uit. Een opzienbarende film omdat voor het eerst zonder scrupules de binnenkant van een van Nederlands zwaarste trainingsprogramma’s getoond wordt. Een unieke inkijk in een harde wereld, die opvallend genoeg moeite heeft zichzelf overeind te houden…
![]() |
| Still uit de Uitverkorenen |
Want ieder die de eindstreep van de opleiding haalt moet in staat zijn zichzelf op te offeren voor een collega. Dus wil je marinier worden, dan moet je bewijzen dat je hard genoeg bent. Zodra instructeurs zwakte ruiken, storten ze zich als roofdieren op hun prooi. Want de groep is zo sterk als de zwakste schakel.
Vooral tijdens loodzware oefeningen is de survival of the fittest genadeloos. Tijdens 9 maanden opleiding registreert de camera het proces van breekbaarheid tot breken of… jezelf overwinnen. Tegelijkertijd bekruipt de kijker steeds meer de vraag: Zijn er nog wel nieuwe ijzervreters? En hoe sterk is het systeem eigenlijk?
(EO, 5 maart 2013)
Zie ook:
- Film over opleiding mariniers: 'droplullen en lapzwansen'
- Pauw & Witteman, november 2012, voorbespreking over 'De Uitverkorenen' met regisseur Geertjan Lassche, Brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar en korporaal der mariniers Mike Hellendoorn.
Pauw en Witteman
- Film over opleiding mariniers: 'droplullen en lapzwansen'
- Pauw & Witteman, november 2012, voorbespreking over 'De Uitverkorenen' met regisseur Geertjan Lassche, Brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar en korporaal der mariniers Mike Hellendoorn.
Pauw en Witteman
woensdag 20 februari 2013
donderdag 7 februari 2013
Verhuizing Doorn en Weert kan doorgaan
Een meerderheid van de Tweede Kamer schaarde zich woensdag achter de vastgoedplannen van minister Jeanine Hennis-Plasschaert. Hiermee stemt de Tweede Kamer in met de voorgenomen verhuizing van de mariniers naar Vlissingen en de Koninklijke Militaire School van Weert naar Ermelo.
Het is een complex dossier dat op alle fronten in elkaar grijpt. De Kamer is daarom gisteren nog eens met een extra briefing geïnformeerd over de diverse fases in het proces. Onderbouwd met argumenten gaf Hennis vandaag in het debat aan dat Defensie verder moet.
Hoewel er door diverse partijen een aantal kritische kanttekeningen is geplaatst, kan Defensie het plan voor de verhuizingen verder uitwerken. Dinsdag stemt de Kamer hierover.
(ministerie van Defensie, 6 februari 2013)
Het is een complex dossier dat op alle fronten in elkaar grijpt. De Kamer is daarom gisteren nog eens met een extra briefing geïnformeerd over de diverse fases in het proces. Onderbouwd met argumenten gaf Hennis vandaag in het debat aan dat Defensie verder moet.
Hoewel er door diverse partijen een aantal kritische kanttekeningen is geplaatst, kan Defensie het plan voor de verhuizingen verder uitwerken. Dinsdag stemt de Kamer hierover.
(ministerie van Defensie, 6 februari 2013)
maandag 14 januari 2013
Commando’s en mariniers naar oefening 'Flintlock' in Afrika
55 militairen van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers vliegen deze maand naar Afrika voor de Amerikaanse oefening Flintlock 2013. De militairen trainen samen met Afrikaanse eenheden uit Senegal en Burkina Faso. Ook wordt geoefend met Amerikaanse en Europese collega’s.
Het opdoen van kennis van en ervaring met het optreden in het Afrikaanse klimaat en terrein staan centraal. In het eerste gedeelte van de oefening werken mariniers en commando’s zichzelf en de Afrikaanse eenheden op in Senegal en Burkina Faso. Vanaf 14 februari verplaatsen de mariniers en een deel van de commando’s naar Mauritanië waar de afsluitende oefening plaatsvindt. Het andere deel van de commando’s oefent door in Burkina Faso. 8 maart wordt de oefening Flintlock afgerond.
Met de Afrikaanse partners wordt geoefend in militaire vaardigheden op pelotons-niveau, zoals patrouilleren, verkennen, navigeren, schieten, eerste hulp en het inrichten van controleposten.
Aan de oefening doen zo'n 1000 militairen uit zo’n 15 verschillende landen mee. Nederland doet voor de 6e keer mee aan Flintlock.
(ministerie van Defensie, 14 januari 2013)
(Vorig jaar werd wegens de onrust in Mali de eindoefening van Flintlock 2012 afgeblazen. Zie daarover dit bericht van Defensie)
Het opdoen van kennis van en ervaring met het optreden in het Afrikaanse klimaat en terrein staan centraal. In het eerste gedeelte van de oefening werken mariniers en commando’s zichzelf en de Afrikaanse eenheden op in Senegal en Burkina Faso. Vanaf 14 februari verplaatsen de mariniers en een deel van de commando’s naar Mauritanië waar de afsluitende oefening plaatsvindt. Het andere deel van de commando’s oefent door in Burkina Faso. 8 maart wordt de oefening Flintlock afgerond.
Met de Afrikaanse partners wordt geoefend in militaire vaardigheden op pelotons-niveau, zoals patrouilleren, verkennen, navigeren, schieten, eerste hulp en het inrichten van controleposten.
Aan de oefening doen zo'n 1000 militairen uit zo’n 15 verschillende landen mee. Nederland doet voor de 6e keer mee aan Flintlock.
(ministerie van Defensie, 14 januari 2013)
(Vorig jaar werd wegens de onrust in Mali de eindoefening van Flintlock 2012 afgeblazen. Zie daarover dit bericht van Defensie)
donderdag 3 januari 2013
Ceremoniële start jubileumjaar Koninklijke Marine
Op dinsdag 8 januari wordt op diverse plaatsen in Nederland ceremonieel stilgestaan bij het 525- jarige jubileum van de georganiseerde Zeemacht. Het startsein hiervoor wordt gegeven door marinedeputaties die in tien oude admiraliteitssteden met militair ceremonieel de Nederlandse Koninkrijksvlag hijsen.
Het ceremonieel hijsen van de nationale driekleur, de ‘Vlaggenparade’, vindt dagelijks om negen uur plaats op alle schepen en inrichtingen van de Koninklijke Marine. Om te benadrukken dat de marine destijds haar zetel in de verschillende admiraliteitssteden had, wordt ter ere van de marineverjaardag op dat tijdstip ook eenmalig de Koninkrijksvlag in het stadscentrum gehesen. Vervolgens wordt aan de burgemeester, of zijn/haar vertegenwoordiger, de speciale 525-jubileumvlag van de Koninklijke Marine uitgereikt.
Er zijn tien plaatsen in Nederland die het predicaat ‘Admiraliteitsstad’ hebben, omdat daar destijds één van de Admiraliteiten zetelde (Veere, Vlissingen, Middelburg, Rotterdam, Delft, Amsterdam, Dokkum, Harlingen, Hoorn en Enkhuizen). Hoewel in alle steden een vlaggenparade plaatsvindt, wordt in de hoofdstad Amsterdam op grootsere wijze stil gestaan bij de 525-jarige verjaardag van de marine. Daar zal na het vlag hijsen op de Dam, in aanwezigheid van de Burgemeester en de huidige Admiraliteitsraad, een krans worden gelegd bij het graf van de grootste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis; Michiel Adriaanszoon de Ruyter.
De marineverjaardag wordt ieder jaar op 8 januari gevierd, maar het laatste jubileumjaar dateert van 25 jaar geleden (500 jaar marine). Tijdens het jubileum wordt stil gestaan bij het feit dat op 8 januari 1488 de Ordonnantie op de Admiraliteit werd uitgevaardigd. Hiermee was voor het eerst sprake van een centraal georganiseerde zeemacht. Koning Willem I kende in 1813 het predicaat ‘Koninklijke’ aan de Marine toe, dat is in 2013 dus ook precies 200 jaar geleden.
In het jaar 2013 besteedt de marine in de admiraliteitssteden en andere locaties in Nederland, aandacht aan haar jubileum onder het thema ‘525 jaar innovatief’. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangehaakt bij bestaande evenementen. Grootste evenement dat in het teken van de marineverjaardag staat is Sail/Marinedagen Den Helder, die van 20 tot en met 23 juni 2013 plaatsvinden.
(Koninklijke Marine, 3 januari 2013)
Het ceremonieel hijsen van de nationale driekleur, de ‘Vlaggenparade’, vindt dagelijks om negen uur plaats op alle schepen en inrichtingen van de Koninklijke Marine. Om te benadrukken dat de marine destijds haar zetel in de verschillende admiraliteitssteden had, wordt ter ere van de marineverjaardag op dat tijdstip ook eenmalig de Koninkrijksvlag in het stadscentrum gehesen. Vervolgens wordt aan de burgemeester, of zijn/haar vertegenwoordiger, de speciale 525-jubileumvlag van de Koninklijke Marine uitgereikt.
Er zijn tien plaatsen in Nederland die het predicaat ‘Admiraliteitsstad’ hebben, omdat daar destijds één van de Admiraliteiten zetelde (Veere, Vlissingen, Middelburg, Rotterdam, Delft, Amsterdam, Dokkum, Harlingen, Hoorn en Enkhuizen). Hoewel in alle steden een vlaggenparade plaatsvindt, wordt in de hoofdstad Amsterdam op grootsere wijze stil gestaan bij de 525-jarige verjaardag van de marine. Daar zal na het vlag hijsen op de Dam, in aanwezigheid van de Burgemeester en de huidige Admiraliteitsraad, een krans worden gelegd bij het graf van de grootste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis; Michiel Adriaanszoon de Ruyter.
De marineverjaardag wordt ieder jaar op 8 januari gevierd, maar het laatste jubileumjaar dateert van 25 jaar geleden (500 jaar marine). Tijdens het jubileum wordt stil gestaan bij het feit dat op 8 januari 1488 de Ordonnantie op de Admiraliteit werd uitgevaardigd. Hiermee was voor het eerst sprake van een centraal georganiseerde zeemacht. Koning Willem I kende in 1813 het predicaat ‘Koninklijke’ aan de Marine toe, dat is in 2013 dus ook precies 200 jaar geleden.
In het jaar 2013 besteedt de marine in de admiraliteitssteden en andere locaties in Nederland, aandacht aan haar jubileum onder het thema ‘525 jaar innovatief’. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangehaakt bij bestaande evenementen. Grootste evenement dat in het teken van de marineverjaardag staat is Sail/Marinedagen Den Helder, die van 20 tot en met 23 juni 2013 plaatsvinden.
(Koninklijke Marine, 3 januari 2013)
Abonneren op:
Posts (Atom)


.jpg)

-1.jpg)
.jpg)

.jpg)




