de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 8 mei 2013
Betreft Verdeling kosten piraterijbestrijding
In het algemeen overleg over Vessel Protection Detachments (VPD’s) van 10 april jl. heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de verdeling van de kosten van piraterijbestrijding. Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, hierover.
Nederlandse bijdrage piraterijbestrijding
Nederland heeft belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Ten eerste is de internationale rechtsorde in het geding. Ten tweede is de economische veiligheid in het geding. Piraterij raakt het Nederlandse bedrijfsleven omdat schepen het risico lopen gekaapt te worden. Piraterij bedreigt ook het vrije goederenvervoer van en naar Nederlandse havens. Ten derde zien reders zich geconfronteerd met kosten van beschermingsmaatregelen tegen piraterij en van verhoogde verzekeringspremies. Prijsstijgingen van goederen voor de consument zijn daarvan het gevolg.
Om deze reden levert de Nederlandse overheid met een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Sinds 2009 wordt een bijdrage geleverd aan militaire antipiraterijmissies van de Navo, de EU en de Combined Maritime Forces. Voorafgaand aan de Navo en EU-operaties heeft Nederland reeds schepen geleverd voor de bescherming van World Food Program-schepen. Vanaf 2011 worden VPD’s ingezet ter bescherming van Koninkrijksgevlagde koopvaardijschepen. In aanvulling op de bestrijding van piraterij op zee, dient ook de voedingsbodem voor piraterij op land te worden weggenomen. Het aanpakken van de oorzaken op land is op lange termijn uiteraard de meest effectieve vorm van piraterijbestrijding. Nederland draagt daarom bilateraal en in multilateraal verband (EU, Afrikaanse Unie (AU) en VN) bij aan het bevorderen van de stabiliteit en rechtsorde in Somalië.
Voor een indicatie van de directe uitgaven die de overheid maakt in het kader van deze geïntegreerde aanpak, is het jaar 2012 als ijkpunt gekozen *1. De bijlage bij deze brief bevat een gespecificeerd overzicht van deze uitgaven. Hieronder is een nadere toelichting opgenomen.
Uitgaven begroting van Defensie
Vanuit de defensiebegroting is in 2012 voor EUR 34,5 miljoen aan additionele (directe) uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Nederland heeft in 2012 de volgende bijdragen geleverd aan de Navo-operatie Ocean Shield. Van februari tot april en van oktober tot november is hiervoor een onderzeeboot ingezet. Van juni tot augustus is het fregat Hr. Ms. Evertsen ingezet en van augustus tot medio december het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam. In deze periode heeft Nederland ook een groot deel van de staf geleverd voor Ocean Shield, onder leiding van Commandeur Bekkering. Van april tot en met mei heeft Nederland een bijdrage geleverd aan de EU-operatie Atalanta met het fregat Hr. Ms. Amstel en de inzet van een Autonomous Vessel Protection Detachement (AVPD) aan boord van een WFP-schip. Daarnaast heeft Defensie twee stafofficieren geleverd aan het hoofdkwartier van de Combined Maritime Forces in Bahrein. Nationaal heeft Defensie 32 keer een VPD ingezet ter bescherming van een koopvaardijschip varend onder Koninkrijksvlag.
Uitgaven begroting van Buitenlandse Zaken
Vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken is in 2012 voor EUR 2,37 miljoen aan directe uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Via het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) heeft Nederland bijgedragen aan capaciteitsopbouw in de regio ten behoeve van piraterijbestrijding. De Nederlandse bijdrage is besteed aan de opbouw van detentie- en berechtingscapaciteit op de Seychellen en aan de opbouw van detentiecapaciteit in Somaliland. Ook heeft Nederland in 2012 voor een periode van drie maanden een aantal civiele experts via UNODC op de Seychellen gefinancierd. Daarnaast heeft Nederland in de EU-operatie Atalanta een functionaris van Buitenlandse Zaken ingezet als politiek adviseur.
Naast deze directe bijdrage aan piraterijbestrijding zijn in 2012 vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken ook bijdragen aan de stabiliteit in Somalië gefinancierd. Zo heeft Nederland een personele (enkele trainers) en financiële bijdrage geleverd aan het African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) programma. Dit trainingsprogramma van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevordert de capaciteit van Afrikaanse vredestroepen die worden ingezet in de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM) ten behoeve van bevordering van stabiliteit in Somalië. Nederland levert via de EU African Peace Facility en via het United Nations Support Office for AMISOM (UNSOA) bovendien een financiële bijdrage aan AMISOM.*2 Wat de overige uitgaven in Somalië betreft, heeft Nederland met behulp van ontwikkelingssamenwerking bijgedragen aan capaciteitsopbouw in Somalië om zo de grondoorzaken van piraterij te bestrijden. Om de humanitaire situatie in Somalië te verbeteren heeft Nederland in 2012 ook een noodhulpverzoek van de VN financieel gesteund en heeft het een bijdrage geleverd aan de opvang van Somalische vluchtelingen in Kenia.
In totaal heeft Nederland in 2012 EUR 36,87 miljoen aan directe (programma) uitgaven ingezet voor de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Naast deze directe uitgaven zijn er bij verschillende overheidsinstanties kosten gemaakt die onderdeel zijn van de reguliere bedrijfsvoering en niet worden geoormerkt als piraterijbestrijding. Dit zijn bijvoorbeeld de salarissen van het betrokken personeel van de departementen, de kosten voor deelneming aan internationaal overleg over piraterij in bijvoorbeeld de Contact Group on Piracy off the Coast of Somalia (CGPCS) en de International Maritime Organization (IMO) en de proces- en detentiekosten voor verdachten van piraterij. Deze kosten worden niet als zodanig geadministreerd.
Uitgaven reders
De kosten voor reders ter bescherming tegen piraterij bestaan onder meer uit het aanbrengen van beschermingsmaatregelen op schepen, het inwinnen van beveiligingsadvies, verhoogde verzekeringspremies en extra brandstofverbruik door harder varen of het varen van alternatieve routes. De overheid heeft geen inzicht in de extra kosten die hiermee gemoeid zijn voor Nederlandse reders. Een uitvraag naar deze kosten via de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), heeft slechts enkele reacties opgeleverd.
Wel zijn er internationale studies naar de wereldwijde kosten van piraterijbestrijding, waaronder die van de maritieme sector. Het recente rapport van de non-gouvernementele organisatie (NGO) Oceans Beyond Piracy *3 becijfert de uitgaven voor de wereldwijde bestrijding van piraterij op € 6 miljard in 2012. Hierbij hanteert deze organisatie de volgende verdeling; 29 procent zijn kosten van beschermingsmiddelen en het inwinnen van beveiligingsadvies door de sector, 27 procent zijn meerkosten van sneller varen, 19 procent van de kosten komen voort uit de militaire maritieme operaties van Navo, EU, CMF en individuele landen, 10 procent van de kosten zijn verhoogde verzekeringspremies, 8 procent van de kosten zijn risicotoelagen voor maritiem personeel, 5 procent van de kosten zijn voor het omvaren door schepen, 1 procent zijn de kosten van losgeld en minder dan 2 procent zijn zowel de kosten van opsporing, vervolging en detentie van verdachten van piraterij als de kosten van organisaties die piraterij proberen te bestrijden, zoals VN-organisaties en NGO’s. De Wereld Bank *4 becijfert dat piraterij de wereldeconomie jaarlijks € 18 miljard kost. Dit bedrag behelst naast de uitgaven die overheden en bedrijven maken voor de bestrijding van en bescherming tegen piraterij, ook de kosten voor het economisch verlies voor de wereldeconomie.
Ten slotte
Piraterij vormt een bedreiging voor de internationale rechtsorde en de veiligheid van Nederlandse schepen is in het geding. De kosten die piraterij met zich meebrengt zijn bovendien hoog. Nederland heeft daarom een belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Daarom levert de Nederlandse overheid door middel van een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van de symptomen op zee en de oorzaken op het vaste land van Somalië.
MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
Bijlage 1. Gespecificeerd overzicht van de directe (programma) uitgaven aan piraterijbestrijding.
Realisatie 2012 (in miljoen euro)
Begroting van Defensie
Ocean Shield 21,2
Atalanta 6,2
Combined Maritime Forces 0,3
Inzet VPD 2,6
VPD materieelspakketten 4,2
Begroting van Buitenlandse Zaken
Opbouw berechtingscapaciteit Seychellen via UNODC 0,8
Opbouw detentiecapaciteit Somaliland (Berechtingscapaciteit) 1,5
Detachering experts Seychellen 0,07
*1 Voor activiteiten die sinds 2012 zijn opgestart verwijzen wij naar de Kamerbrieven 21.501-28, nr. 89 over verlenging NLse deelname anti-piraterijmissies, KB 32706-40 over Nlse deelname EUCAP Nestor
en KB 29521 -205 over Nlse deelname aan EUTM Somalië.
*2 De NLse bijdrage aan AMISOM is indirect en loopt via de NLse bijdrage aan verdragscontributie (VN) en Nlse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EU).
*3 Oceans Beyond Piracy. “The Economic Cost of Somali Piracy 2012”.
*4 Wereldbank. “The pirates of Somalia: ending the threat rebuilding a nation”.
(ministerie van Defensie, 8 mei 2013)
Posts tonen met het label reders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reders. Alle posts tonen
vrijdag 10 mei 2013
dinsdag 28 augustus 2012
Beveiligingsteams mariniers beschermen Nederlandse koopvaardij (+video)
Defensie zet sinds vorig jaar met succes beveiligingsteams in voor de bescherming van de koopvaardij. Deze week nog keren twee zogenoemde Vessel Protection Detachments (VPD) terug vanuit Singapore na een succesvolle inzet.
Koopvaardijschepen die onder Nederlandse vlag varen en die vanwege hun snelheid of vorm kwetsbaar zijn voor piraterij, kunnen op risicovolle delen van hun traject militaire beveiligingsteams meekrijgen. Deze teams bestaan uit zwaarbewapende mariniers. Een van die VPD’s zorgde de afgelopen weken bijvoorbeeld voor de beveiliging van het Nederlandse schip MS Swan van de firma Dockwise dat traag varend en met lage reling van Durban in Zuid-Afrika naar Dubai voer.
Noodprocedures
Om inzet van de beveiligingsteams nog toegankelijker te maken, halveerde Defensie dit jaar de kosten bijna tot € 5.000 per dag. Inmiddels werden dit jaar ruim 20 teams ingezet om kwetsbare schepen te beschermen. De mariniers beveiligen niet alleen het schip, ook beoefenen ze met de bemanning de noodprocedures in geval van een aanval. Daarnaast passen zij verbeteringen toe, zoals de aanleg van prikkeldraad rondom, om de kans op een kaping zo klein mogelijk te maken.
Defensie kan dit jaar nog ruim 80 keer een beveiligingsteam inzetten ter bescherming van de Nederlandse handelsbelangen. Voor volgend jaar houdt Defensie rekening met de inzet van 175 teams, maar mocht dit aantal niet voldoende blijken dan kunnen er meer ploeg worden ingezet.
Proportioneel geweld
De reder en Defensie maken duidelijke afspraken over wie waar voor verantwoordelijk is. De kapitein richt zich op het sturen en navigeren van het schip. Voor eventueel gebruik van geweld is Defensie verantwoordelijk. Geweld moet bijvoorbeeld proportioneel zijn en wordt aan het Openbaar Ministerie gemeld en door hen beoordeeld. Bekijk de video voor meer informatie over de inzet van de beveiligingsteams.
(ministerie van Defensie, 28 augustus 2012)
Koopvaardijschepen die onder Nederlandse vlag varen en die vanwege hun snelheid of vorm kwetsbaar zijn voor piraterij, kunnen op risicovolle delen van hun traject militaire beveiligingsteams meekrijgen. Deze teams bestaan uit zwaarbewapende mariniers. Een van die VPD’s zorgde de afgelopen weken bijvoorbeeld voor de beveiliging van het Nederlandse schip MS Swan van de firma Dockwise dat traag varend en met lage reling van Durban in Zuid-Afrika naar Dubai voer.
Noodprocedures
Om inzet van de beveiligingsteams nog toegankelijker te maken, halveerde Defensie dit jaar de kosten bijna tot € 5.000 per dag. Inmiddels werden dit jaar ruim 20 teams ingezet om kwetsbare schepen te beschermen. De mariniers beveiligen niet alleen het schip, ook beoefenen ze met de bemanning de noodprocedures in geval van een aanval. Daarnaast passen zij verbeteringen toe, zoals de aanleg van prikkeldraad rondom, om de kans op een kaping zo klein mogelijk te maken.
Defensie kan dit jaar nog ruim 80 keer een beveiligingsteam inzetten ter bescherming van de Nederlandse handelsbelangen. Voor volgend jaar houdt Defensie rekening met de inzet van 175 teams, maar mocht dit aantal niet voldoende blijken dan kunnen er meer ploeg worden ingezet.
Proportioneel geweld
De reder en Defensie maken duidelijke afspraken over wie waar voor verantwoordelijk is. De kapitein richt zich op het sturen en navigeren van het schip. Voor eventueel gebruik van geweld is Defensie verantwoordelijk. Geweld moet bijvoorbeeld proportioneel zijn en wordt aan het Openbaar Ministerie gemeld en door hen beoordeeld. Bekijk de video voor meer informatie over de inzet van de beveiligingsteams.
(ministerie van Defensie, 28 augustus 2012)
zondag 12 augustus 2012
Geen rambo’s
Inhuren van louche beveiligers onverstandig; reders kunnen beter mariniers inzetten
Eric Vrijsen
De Koninklijke Marine is een van de oudste instellingen van de Nederlandse staat en haar taak is nog altijd actueel: de koopvaardij beschermen tegen piraten. Fregatten patrouilleren in de wijde omgeving van de Golf van Aden. Schepen onder Nederlandse vlag krijgen zonodig mariniers aan boord om zich tegen Somalische kapers te verweren.
De bijdrage in de kosten die Defensie voor een team mariniers vraagt, is onlangs verlaagd van 8.300 naar 5.000 euro per dag. Toch prefereren sommige reders particuliere bewakers met een iets scherper tarief. Dit is een bedenkelijke ontwikkeling. Het geweldsmonopolie op het hele grondgebied – dus ook op Nederlandse schepen in den vreemde – behoort toe aan de staat. Het mag niet in handen vallen van huurlingenlegertjes.
Nederland heeft het gebruik van zware wapens op zeeschepen verboden. Reders die toch bewakers inhuren, kunnen daardoor niet terecht bij gerenommeerde bedrijven en wenden zich tot dubieuze beveiligingsfirma’s.
De geweldsinstructie voor de mariniers is democratisch gelegitimeerd. Het wapengekletter van de particuliere rambo’s daarentegen is oncontroleerbaar. Daardoor dreigt een eindeloze geweldsspiraal. Louche bewakingsfirma’s hebben per slot van rekening belang bij een voortdurende piraterijdreiging.
De aanpak van de piraterij door NAVO- en EU-vloten sinds 2008 is behoorlijk succesvol. Het aantal pogingen tot kapingen blijft weliswaar hoog, maar het aantal mislukte pogingen neemt toe. In de Golf van Aden durven kapers al bijna niks meer. Tegelijkertijd is het mandaat voor de EU-operatie Atalanta versterkt. Europese marineschepen mogen nu ook de steunpunten van de kapers op het strand onder vuur nemen. De Nederlandse marine wacht overigens nog op parlementaire goedkeuring voor zulke acties.
Reders die geld besparen door in risicogebied commerciële krachtpatsers in te zetten en géén mariniers, moeten zich bedenken. Wat zij doen is strafbaar. Het is bovendien in hun eigen belang om de klassieke taak van de marine overeind te houden.
(Commentaar Elsevier, 11 augustus 2012)
Eric Vrijsen
De Koninklijke Marine is een van de oudste instellingen van de Nederlandse staat en haar taak is nog altijd actueel: de koopvaardij beschermen tegen piraten. Fregatten patrouilleren in de wijde omgeving van de Golf van Aden. Schepen onder Nederlandse vlag krijgen zonodig mariniers aan boord om zich tegen Somalische kapers te verweren.
De bijdrage in de kosten die Defensie voor een team mariniers vraagt, is onlangs verlaagd van 8.300 naar 5.000 euro per dag. Toch prefereren sommige reders particuliere bewakers met een iets scherper tarief. Dit is een bedenkelijke ontwikkeling. Het geweldsmonopolie op het hele grondgebied – dus ook op Nederlandse schepen in den vreemde – behoort toe aan de staat. Het mag niet in handen vallen van huurlingenlegertjes.
Nederland heeft het gebruik van zware wapens op zeeschepen verboden. Reders die toch bewakers inhuren, kunnen daardoor niet terecht bij gerenommeerde bedrijven en wenden zich tot dubieuze beveiligingsfirma’s.
De geweldsinstructie voor de mariniers is democratisch gelegitimeerd. Het wapengekletter van de particuliere rambo’s daarentegen is oncontroleerbaar. Daardoor dreigt een eindeloze geweldsspiraal. Louche bewakingsfirma’s hebben per slot van rekening belang bij een voortdurende piraterijdreiging.
De aanpak van de piraterij door NAVO- en EU-vloten sinds 2008 is behoorlijk succesvol. Het aantal pogingen tot kapingen blijft weliswaar hoog, maar het aantal mislukte pogingen neemt toe. In de Golf van Aden durven kapers al bijna niks meer. Tegelijkertijd is het mandaat voor de EU-operatie Atalanta versterkt. Europese marineschepen mogen nu ook de steunpunten van de kapers op het strand onder vuur nemen. De Nederlandse marine wacht overigens nog op parlementaire goedkeuring voor zulke acties.
Reders die geld besparen door in risicogebied commerciële krachtpatsers in te zetten en géén mariniers, moeten zich bedenken. Wat zij doen is strafbaar. Het is bovendien in hun eigen belang om de klassieke taak van de marine overeind te houden.
(Commentaar Elsevier, 11 augustus 2012)
vrijdag 10 augustus 2012
Bewapende private koopvaardijbeveiliging: tussen de wal en het schip
door Mark Hooftman
De huidige situatie waarin defensie aan de ene kant niet in staat is de veiligheid van de koopvaardij te garanderen en aan de andere kant de koopvaardij wettelijk niet toestaat die veiligheid afdoende zelf te regelen is ontoelaatbaar. De minister zal de rol van defensie ter discussie moeten stellen om deze verantwoordelijkheidskwestie te slechten.
Nederlandse reders blijken, ondanks een wettelijk verbod, bewapende private beveiligers aan boord te nemen als men internationale routes bevaart die bedreigd worden door piraten. De middelen die defensie momenteel biedt zouden niet alleen te duur zijn, maar het ministerie zou niet snel genoeg reageren op de vraag om bescherming, aldus de reders.
"Als een burger inbreuk maakt op het geweldsmonopolie betekent dit vervolging. Wat echter niet vergeten moet worden is dat de legitimiteit van dit monopolie bestaat bij de gratie dat het wordt gebruikt om diezelfde burger te beschermen. De ‘provocatie’ van Nederlandse reders valt in dit licht te bezien."
Minister Hillen van Defensie noemt de inhuur van private gewapende beveiligers provocatie. Behalve de aanwezigheid van Nederlandse fregatten in gevaarlijke regio’s kunnen reders immers ook mariniers inhuren om hun schepen te beschermen. Het aan boord halen van particuliere gewapende beveiligers door reders, wordt door de ministier zodoende gezien als het willens en wetens trotseren van het geweldsmonopolie van de Nederlandse staat. Aangezien op schepen onder Nederlandse vlag het Nederlandse recht geldt, betekent die trotsering in principe dat reders die op eigen houtje bewapende beveiligers aan boord nemen, strafbaar zijn. Het argument dat de mariniers te duur zijn doet de minister af als een lobby om de goedkopere particuliere beveiligers aan boord te krijgen. Het zou reders niet om veiligheid gaan maar om kosten.
Geweldsmonopolie
Met die laatste opmerking over kosten schuift de minister de verantwoordelijkheid richting de reders. Hiermee gaat hij een fundamentele discussie over defensie uit de weg. Onterecht, want het is wel degelijk de verantwoordelijkheid en één van de kerntaken van de Nederlandse staat om de veiligheid van haar burgers te garanderen. Om de staat de middelen te geven dit te doen, geeft de Nederlandse burger de optie om zelf legaal geweld te gebruiken uit handen aan de staat. De staat verkrijgt zo het geweldsmonopolie en is de enige partij die legaal geweld toe mag passen. Als een burger inbreuk maakt op dit monopolie betekent dit vervolging. Wat echter niet vergeten moet worden is dat de legitimiteit van dit monopolie bestaat bij de gratie dat het wordt gebruikt om diezelfde burger te beschermen. Zodra er van die bescherming geen sprake meer is zal er aan de legitimiteit van het monopolie getoornd worden. De ‘provocatie’ van Nederlandse reders valt in dit licht te bezien. Alle tegenwerpingen van minister Hillen ten spijt, volgens de reders laat de Nederlandse staat steken vallen als het gaat om de veiligheid op Nederlandse schepen.
"Neemt de minister verantwoordelijkheid dan betekent dit een grootschaligere inzet van mensen en middelen, kan of wil de minister deze verantwoordelijkheid niet nemen dan verzaakt de staat één van haar kerntaken."
Behalve dat het dus terecht is dat de reders de minister Hillen op zijn verantwoordelijkheid wijzen, mogen de aantijgingen en openlijke aantasting van het geweldsmonopolie niet als een verassing komen. De minister legde immers zelf al de vinger op de zere plek toen hij zei dat, dankzij de huidige visie op defensie en een slinkende begroting, Nederland voor zijn veiligheid onverzekerd dreigt te raken. De kwestie rondom de veiligheid op Nederlandse koopvaardijschepen maakt pijnlijk duidelijk dat dit niet alleen gevaarlijk en economisch schadelijk is maar ook politiek zeer onwenselijk. Defensie krijgt te maken met burgerpartijen die zich genoodzaakt zien het recht in eigen hand te nemen als het om hun veiligheid gaat. Zie hier het resultaat van het gevoerde beleid gecombineerd met visieloze bezuinigingen op de krijgsmacht. Het valt te hopen dat de politieke partijen die de minister nu om opheldering vragen zich dit ook realiseren.
Politieke discussie
In ieder geval zal Minister Hillen, of waarschijnlijker zijn opvolger, een keuze moeten maken tussen het wel of niet nemen van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de Nederlandse koopvaardij. Neemt de minister die verantwoordelijkheid dan betekent dit een grootschaligere inzet van mensen en middelen. Binnen het huidige operationele kader van de krijgsmacht vereist dat automatisch ook een discussie over de verdeling van middelen tussen de verschillende krijgsmachtonderdelen.
Kan of wil de minister deze verantwoordelijkheid niet nemen dan verzaakt de staat één van haar kerntaken. Het gevolg is dat reders dan in ieder geval de facto verantwoordelijk worden voor hun eigen veiligheid. Als het de wens is van de minister dat reders onder Nederlandse vlag blijven, dan is het aan hem om er voor te zorgen dat er voor reders juridische ruimte komt om hun beveiliging afdoende te regelen.
Welke keuze de minister ook maakt, de kwestie rondom de veiligheid op Nederlandse koopvaardij schepen bevestigt: een politieke discussie over hoe Nederland wil instaan voor de veiligheid van haar burgers, en wat dat betekent voor de inrichting van de krijgsmacht is onvermijdelijk en broodnodig. Tot die discussie geslecht is, zal de minister van Defensie zichzelf nog wel vaker tussen de wal en het schip vinden.
('DeJaap', 10 augustus 2012)
De huidige situatie waarin defensie aan de ene kant niet in staat is de veiligheid van de koopvaardij te garanderen en aan de andere kant de koopvaardij wettelijk niet toestaat die veiligheid afdoende zelf te regelen is ontoelaatbaar. De minister zal de rol van defensie ter discussie moeten stellen om deze verantwoordelijkheidskwestie te slechten.
Nederlandse reders blijken, ondanks een wettelijk verbod, bewapende private beveiligers aan boord te nemen als men internationale routes bevaart die bedreigd worden door piraten. De middelen die defensie momenteel biedt zouden niet alleen te duur zijn, maar het ministerie zou niet snel genoeg reageren op de vraag om bescherming, aldus de reders.
"Als een burger inbreuk maakt op het geweldsmonopolie betekent dit vervolging. Wat echter niet vergeten moet worden is dat de legitimiteit van dit monopolie bestaat bij de gratie dat het wordt gebruikt om diezelfde burger te beschermen. De ‘provocatie’ van Nederlandse reders valt in dit licht te bezien."
Minister Hillen van Defensie noemt de inhuur van private gewapende beveiligers provocatie. Behalve de aanwezigheid van Nederlandse fregatten in gevaarlijke regio’s kunnen reders immers ook mariniers inhuren om hun schepen te beschermen. Het aan boord halen van particuliere gewapende beveiligers door reders, wordt door de ministier zodoende gezien als het willens en wetens trotseren van het geweldsmonopolie van de Nederlandse staat. Aangezien op schepen onder Nederlandse vlag het Nederlandse recht geldt, betekent die trotsering in principe dat reders die op eigen houtje bewapende beveiligers aan boord nemen, strafbaar zijn. Het argument dat de mariniers te duur zijn doet de minister af als een lobby om de goedkopere particuliere beveiligers aan boord te krijgen. Het zou reders niet om veiligheid gaan maar om kosten.
Geweldsmonopolie
Met die laatste opmerking over kosten schuift de minister de verantwoordelijkheid richting de reders. Hiermee gaat hij een fundamentele discussie over defensie uit de weg. Onterecht, want het is wel degelijk de verantwoordelijkheid en één van de kerntaken van de Nederlandse staat om de veiligheid van haar burgers te garanderen. Om de staat de middelen te geven dit te doen, geeft de Nederlandse burger de optie om zelf legaal geweld te gebruiken uit handen aan de staat. De staat verkrijgt zo het geweldsmonopolie en is de enige partij die legaal geweld toe mag passen. Als een burger inbreuk maakt op dit monopolie betekent dit vervolging. Wat echter niet vergeten moet worden is dat de legitimiteit van dit monopolie bestaat bij de gratie dat het wordt gebruikt om diezelfde burger te beschermen. Zodra er van die bescherming geen sprake meer is zal er aan de legitimiteit van het monopolie getoornd worden. De ‘provocatie’ van Nederlandse reders valt in dit licht te bezien. Alle tegenwerpingen van minister Hillen ten spijt, volgens de reders laat de Nederlandse staat steken vallen als het gaat om de veiligheid op Nederlandse schepen.
"Neemt de minister verantwoordelijkheid dan betekent dit een grootschaligere inzet van mensen en middelen, kan of wil de minister deze verantwoordelijkheid niet nemen dan verzaakt de staat één van haar kerntaken."
Behalve dat het dus terecht is dat de reders de minister Hillen op zijn verantwoordelijkheid wijzen, mogen de aantijgingen en openlijke aantasting van het geweldsmonopolie niet als een verassing komen. De minister legde immers zelf al de vinger op de zere plek toen hij zei dat, dankzij de huidige visie op defensie en een slinkende begroting, Nederland voor zijn veiligheid onverzekerd dreigt te raken. De kwestie rondom de veiligheid op Nederlandse koopvaardijschepen maakt pijnlijk duidelijk dat dit niet alleen gevaarlijk en economisch schadelijk is maar ook politiek zeer onwenselijk. Defensie krijgt te maken met burgerpartijen die zich genoodzaakt zien het recht in eigen hand te nemen als het om hun veiligheid gaat. Zie hier het resultaat van het gevoerde beleid gecombineerd met visieloze bezuinigingen op de krijgsmacht. Het valt te hopen dat de politieke partijen die de minister nu om opheldering vragen zich dit ook realiseren.
Politieke discussie
In ieder geval zal Minister Hillen, of waarschijnlijker zijn opvolger, een keuze moeten maken tussen het wel of niet nemen van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de Nederlandse koopvaardij. Neemt de minister die verantwoordelijkheid dan betekent dit een grootschaligere inzet van mensen en middelen. Binnen het huidige operationele kader van de krijgsmacht vereist dat automatisch ook een discussie over de verdeling van middelen tussen de verschillende krijgsmachtonderdelen.
Kan of wil de minister deze verantwoordelijkheid niet nemen dan verzaakt de staat één van haar kerntaken. Het gevolg is dat reders dan in ieder geval de facto verantwoordelijk worden voor hun eigen veiligheid. Als het de wens is van de minister dat reders onder Nederlandse vlag blijven, dan is het aan hem om er voor te zorgen dat er voor reders juridische ruimte komt om hun beveiliging afdoende te regelen.
Welke keuze de minister ook maakt, de kwestie rondom de veiligheid op Nederlandse koopvaardij schepen bevestigt: een politieke discussie over hoe Nederland wil instaan voor de veiligheid van haar burgers, en wat dat betekent voor de inrichting van de krijgsmacht is onvermijdelijk en broodnodig. Tot die discussie geslecht is, zal de minister van Defensie zichzelf nog wel vaker tussen de wal en het schip vinden.
('DeJaap', 10 augustus 2012)
donderdag 2 augustus 2012
NRC: reders negeren verbod op privébeveiligers
Een aantal reders negeert het wettelijk verbod om op schepen die de Nederlandse vlag voeren gewapende privébeveiligers mee te nemen ter bescherming tegen (Somalische) piraten. Dat meldt NRC Handelsblad in een vandaag gepubliceerd artikel. Door hun handelswijze riskeren deze reders gerechtelijke vervolging.
In de NRC komen overigens maar twee reders er min of meer openlijk voor uit dat ze zogeheten Private Security Contractors inhuren: Jumbo Shipping en Wagenborg. Toch stelt de krant dat het verschijnsel zich 'veelvuldig' voordoet, zonder deze veronderstelling te staven. Het blijft bij de zin: "de consensus in de koopvaardij is dat er geen schip in de buurt van Somalië komt zonder gewapende bewakers aan boord."
De redersorganisatie KVNR (Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders) signaleert wel een ander probleem: omdat het meenemen van gewapende beveiligers niet is toegestaan willen erkende (gecertificeerde) beveiligingsbedrijven geen zaken doen met Nederlandse reders. "Daardoor worden wij gedwongen met minder serieuze bedrijven in zee te gaan", zegt KVNR-directeur Dorsman in de NRC.
De krant noemt ook het voorbeeld van rederij Maersk, dat drie van zijn schepen heeft 'omgevlagd' van Nederland naar Groot-Brittannië om zo toch privébeveiligers te kunnen meenemen. In in eerder interview met een krant zei Maersk dat de procedure om een beveiligingsteam van mariniers van Defensie ' in te huren' "te traag en te gecompliceerd" is.
Navraag in defensiekringen leerde echter dat Maersk nooit een aanvraag voor het inhuren van een officieel Vessel Protection Detachment van mariniers heeft ingediend. Het Defensie weblog heeft intussen informatie boven tafel gekregen die meer licht werpt op de handelswijze van Maersk. Daarover volgende week meer.
(Defensie weblog, 2 augustus 2012)
In de NRC komen overigens maar twee reders er min of meer openlijk voor uit dat ze zogeheten Private Security Contractors inhuren: Jumbo Shipping en Wagenborg. Toch stelt de krant dat het verschijnsel zich 'veelvuldig' voordoet, zonder deze veronderstelling te staven. Het blijft bij de zin: "de consensus in de koopvaardij is dat er geen schip in de buurt van Somalië komt zonder gewapende bewakers aan boord."
De redersorganisatie KVNR (Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders) signaleert wel een ander probleem: omdat het meenemen van gewapende beveiligers niet is toegestaan willen erkende (gecertificeerde) beveiligingsbedrijven geen zaken doen met Nederlandse reders. "Daardoor worden wij gedwongen met minder serieuze bedrijven in zee te gaan", zegt KVNR-directeur Dorsman in de NRC.
De krant noemt ook het voorbeeld van rederij Maersk, dat drie van zijn schepen heeft 'omgevlagd' van Nederland naar Groot-Brittannië om zo toch privébeveiligers te kunnen meenemen. In in eerder interview met een krant zei Maersk dat de procedure om een beveiligingsteam van mariniers van Defensie ' in te huren' "te traag en te gecompliceerd" is.
Navraag in defensiekringen leerde echter dat Maersk nooit een aanvraag voor het inhuren van een officieel Vessel Protection Detachment van mariniers heeft ingediend. Het Defensie weblog heeft intussen informatie boven tafel gekregen die meer licht werpt op de handelswijze van Maersk. Daarover volgende week meer.
(Defensie weblog, 2 augustus 2012)
zaterdag 14 juli 2012
KVNR: prijsverlaging inzet mariniers tegen piraten "stap in goede richting"
De KVNR* waardeert de stap van het kabinet om de bescherming van de koopvaardij tegen een meer marktconforme prijs te realiseren. De Koninklijke Marine kan zogenaamde Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten tegen piraten rond Somalië. Het kabinet staat de inzet van goedkopere en vaak meer flexibel inzetbare gecertificeerde particuliere beveiligers niet toe.
De KVNR wijst er echter op, dat er vele typen schepen zijn. Bepaalde typen Nederlandse koopvaardijschepen die gebruik maken van VPD's zijn altijd nog behoorlijk duurder uit dan schepen varend onder een andere EU-vlag waar de inzet van particuliere beveiligers wel is toegestaan. De Nederlandse vlag staat hierdoor op achterstand.
Zij pleit er daarom voor om rekening te houden met het scheepstype en de trade van het schip, waardoor de Nederlandse vloot kan concurreren op de wereldmarkt. De KVNR bepleit tevens een benadering waarbij reders gebruik maken van VPD's tenzij dat niet mogelijk is (flexibiliteit en prijs). Daarmee zou Nederland in de internationale en Europese pas lopen.
De KVNR heeft ook kennis genomen van de steun die Verladersorganisatie EVO geeft aan het kabinetsbeleid. Dit zou pas echte steun betekenen, wanneer de Nederlandse verladers uitsluitend gebruik zouden maken van schepen onder Nederlandse vlag. Dat is echter niet het geval.
(KVNR, 13 juli 2012)
*Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. Bij de KVNR zijn ruim 400 reders aangesloten. Het ledenbestand vormt zo’n 95 procent van de Nederlandse rederijen. In totaal hebben Nederlandse reders ongeveer 1600 schepen in beheer, waarvan 750 onder Nederlandse vlag (cijfers KVNR).
Zie ook: Defensie maakt beveiliging koopvaardij tegen piraterij goedkoper
De KVNR wijst er echter op, dat er vele typen schepen zijn. Bepaalde typen Nederlandse koopvaardijschepen die gebruik maken van VPD's zijn altijd nog behoorlijk duurder uit dan schepen varend onder een andere EU-vlag waar de inzet van particuliere beveiligers wel is toegestaan. De Nederlandse vlag staat hierdoor op achterstand.
Zij pleit er daarom voor om rekening te houden met het scheepstype en de trade van het schip, waardoor de Nederlandse vloot kan concurreren op de wereldmarkt. De KVNR bepleit tevens een benadering waarbij reders gebruik maken van VPD's tenzij dat niet mogelijk is (flexibiliteit en prijs). Daarmee zou Nederland in de internationale en Europese pas lopen.
De KVNR heeft ook kennis genomen van de steun die Verladersorganisatie EVO geeft aan het kabinetsbeleid. Dit zou pas echte steun betekenen, wanneer de Nederlandse verladers uitsluitend gebruik zouden maken van schepen onder Nederlandse vlag. Dat is echter niet het geval.
(KVNR, 13 juli 2012)
*Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. Bij de KVNR zijn ruim 400 reders aangesloten. Het ledenbestand vormt zo’n 95 procent van de Nederlandse rederijen. In totaal hebben Nederlandse reders ongeveer 1600 schepen in beheer, waarvan 750 onder Nederlandse vlag (cijfers KVNR).
Zie ook: Defensie maakt beveiliging koopvaardij tegen piraterij goedkoper
vrijdag 13 juli 2012
Defensie maakt beveiliging koopvaardij tegen piraterij goedkoper
Minister Hillen maakt het voor reders goedkoper om mariniers in te zetten op koopvaardijschepen rond Somalië. De militairen beschermen de kwetsbare vaartuigen tegen piraterij.
De verladersorganisatie EVO reageerde verheugd op de kostenverlaging. Volgens de verladers is handel het meest gebaat bij betaalbare bewaking van overheidswege: "Nederlandse mariniers aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen is de beste garantie voor het veilig vervoeren van lading door gebieden die worden geteisterd door piraten".
Kwetsbaar
Defensie kreeg de afgelopen 3 maanden 17 aanvragen voor inzet van een Vessel Protection Detachment aan boord van een kwetsbaar zeetransport. Daarvan leidde er 5 tot werkelijke inzet. Dat schrijft minister Hans Hillen vandaag in zijn kwartaalrapportage aan het parlement.
Toetsing
De aanvragen voor een team mariniers werden getoetst aan het draaiboek ‘behandeling bijstandsaanvragen bij piraterij en gewapende overvallen op zee’ van Nederland en Curaçao. Een daarvan voldeed niet aan de criteria. De overige 16 ondergingen daarna nog een toetsing aan criteria van het beleidskader VPD. Reders trokken 7 aanvragen in, in 5 gevallen omdat de kosten te hoog waren. Bij de overige 4 bleek de aanvraag te laat om nog een beschermingsdetachement in te zetten. Uiteindelijk zette Defensie er 5 in. Daarbij deden zich geen incidenten voor.
Verlaging
Minister Hillen heeft besloten de financiële bijdrage van reders voor een VPD te verlagen van 8.300 euro naar 5.000 euro per dag. Dit is een verdere verlaging op een al eerder genomen besluit. Hiermee komt hij tegemoet aan de reders die bang waren hun concurrentiepositie van de Nederlandse koopvaardij ten opzichte van het buitenland te verliezen. Als gevolg daarvan lopen de kosten voor Defensie op met maximaal 8,1 miljoen bij de inzet van 175 VPD’s in 2013. Daarmee heeft de organisatie meer dan voldoende steunverlening achter de hand.
Kamerbrief: Aanpassing financiële bijdrage van de reders voor de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD)
Kamerbrief: Rapportage inzet Vessel Protection Detachments april tot en met juni 2012
(ministerie van Defensie, 13 juli 2012)
De verladersorganisatie EVO reageerde verheugd op de kostenverlaging. Volgens de verladers is handel het meest gebaat bij betaalbare bewaking van overheidswege: "Nederlandse mariniers aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen is de beste garantie voor het veilig vervoeren van lading door gebieden die worden geteisterd door piraten".
![]() |
| Foto: Kon. Marine |
Kwetsbaar
Defensie kreeg de afgelopen 3 maanden 17 aanvragen voor inzet van een Vessel Protection Detachment aan boord van een kwetsbaar zeetransport. Daarvan leidde er 5 tot werkelijke inzet. Dat schrijft minister Hans Hillen vandaag in zijn kwartaalrapportage aan het parlement.
Toetsing
De aanvragen voor een team mariniers werden getoetst aan het draaiboek ‘behandeling bijstandsaanvragen bij piraterij en gewapende overvallen op zee’ van Nederland en Curaçao. Een daarvan voldeed niet aan de criteria. De overige 16 ondergingen daarna nog een toetsing aan criteria van het beleidskader VPD. Reders trokken 7 aanvragen in, in 5 gevallen omdat de kosten te hoog waren. Bij de overige 4 bleek de aanvraag te laat om nog een beschermingsdetachement in te zetten. Uiteindelijk zette Defensie er 5 in. Daarbij deden zich geen incidenten voor.
Verlaging
Minister Hillen heeft besloten de financiële bijdrage van reders voor een VPD te verlagen van 8.300 euro naar 5.000 euro per dag. Dit is een verdere verlaging op een al eerder genomen besluit. Hiermee komt hij tegemoet aan de reders die bang waren hun concurrentiepositie van de Nederlandse koopvaardij ten opzichte van het buitenland te verliezen. Als gevolg daarvan lopen de kosten voor Defensie op met maximaal 8,1 miljoen bij de inzet van 175 VPD’s in 2013. Daarmee heeft de organisatie meer dan voldoende steunverlening achter de hand.
Kamerbrief: Aanpassing financiële bijdrage van de reders voor de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD)
Kamerbrief: Rapportage inzet Vessel Protection Detachments april tot en met juni 2012
(ministerie van Defensie, 13 juli 2012)
zaterdag 7 juli 2012
Beveiligingsteam voedseltransport krijgt medaille
Een zelfstandig detachement van zwaarbewapende mariniers heeft vandaag, tijdens de Marinedagen in Den Helder, de Herinneringsmedaille Vredesoperaties gekregen. Generaal Tom Middendorp, de vorige week nieuw aangetreden Commandant der Strijdkrachten, reikte het eremetaal uit.
![]() |
| Generaal Middendorp |
Handen vrij
De inzet van de mariniers was volgens Middendorp niet alleen van belang voor de mensen in het Oost-Afrikaanse land, maar ook voor de piraterijbestrijding op zee. “Dat u het voedselschip beveiligde, betekende dat er een marineschip uit de EU-missie Atalanta vrij kwam voor andere taken. Dat had op zee de handen vrij om kapingen tegen te gaan. De EU is vol lof over uw werk. U hebt de toegevoegde waarde van het AVPD meer dan bewezen.”
Koopvaardij
Dat ook de Nederlandse koopvaardij blij is met Nederlandse mariniers aan boord begrijpt Middendorp goed. Na aanvraag door reders kan een beveiligingsteam al binnen 48 uur ter plaatse zijn. “Hiermee zijn ook de economische belangen van Nederland gediend”, aldus de generaal. “Instabiliteit buiten onze grenzen is rechtstreeks voelbaar binnen onze grenzen. Er staan in het buitenland dus grote nationale belangen op het spel. De krijgsmacht is een van de belangrijkste middelen van onze rechtstaat om die belangen te verdedigen.”
Tekst toespraak Generaal Middendorp (gaat o.a. in op de rol van particuliere beveiligingsteams)
(ministerie van Defensie, 7 juli 2012)
Video
woensdag 4 juli 2012
Piraterijbescherming reders wordt goedkoper
De bescherming die Nederlandse reders krijgen tegen piraterij bij de Hoorn van Afrika, wordt op korte termijn waarschijnlijk goedkoper. Dat zei minister Hans Hillen van Defensie woensdag in de Tweede Kamer.
De reders klagen dat de bescherming van hun schepen door de mariniers te duur is. Defensie heeft de prijs voor de zogeheten Vessel Protection Detachments (VPD 's) eerder ook al verlaagd. Hillen hoopt ''binnenkort'' de reders ''een beduidend lager tarief'' te kunnen aanbieden.
Reders willen graag particuliere beveiligers aan boord. Die zijn aanzienlijk goedkoper. Maar Hillen wil dat het gebruik van geweld het exclusieve terrein blijft van de staat.
Vlag
Volgens de minister zijn dit jaar 15 Nederlandse schepen onder een andere vlag gaan varen. Dat heeft in lang niet alle gevallen iets te maken met veiligheid, aldus Hillen. Bovendien zijn in deze periode zes schepen onder Nederlandse vlag gaan varen, voegde hij eraan toe.
Defensie zegt voldoende mariniers beschikbaar te hebben om Nederlandse koopvaardijschepen te beschermen.
Besluit
Martin Dorsman, directeur van de Nederlandse brancheorganisatie van reders KVNR, is in principe blij met het besluit. Toch blijft het volgens hem afwachten wat de plannen de minister precies zullen betekenen. ''Nu zijn militairen ongeveer twee keer zo duur als particuliere beveiliging. Bovendien moet een militair beveiligingsteam minstens 2 weken van te voren aangevraagd worden. Als die zaken niet veranderen vrees ik dat het uitvlaggen van schepen gewoon zal doorgaan", stelt Dorsman.
Volgens berekeningen van de KVNR lijdt de Nederlandse economie per schip dat onder vreemde vlag gaat varen ongeveer drie kwart miljoen euro verlies doordat met elk schip ook werkgelegenheid aan de wal verdwijnt.
(ANP/Nu.nl, 4 juli 2012)
De reders klagen dat de bescherming van hun schepen door de mariniers te duur is. Defensie heeft de prijs voor de zogeheten Vessel Protection Detachments (VPD 's) eerder ook al verlaagd. Hillen hoopt ''binnenkort'' de reders ''een beduidend lager tarief'' te kunnen aanbieden.
Reders willen graag particuliere beveiligers aan boord. Die zijn aanzienlijk goedkoper. Maar Hillen wil dat het gebruik van geweld het exclusieve terrein blijft van de staat.
Vlag
Volgens de minister zijn dit jaar 15 Nederlandse schepen onder een andere vlag gaan varen. Dat heeft in lang niet alle gevallen iets te maken met veiligheid, aldus Hillen. Bovendien zijn in deze periode zes schepen onder Nederlandse vlag gaan varen, voegde hij eraan toe.
Defensie zegt voldoende mariniers beschikbaar te hebben om Nederlandse koopvaardijschepen te beschermen.
Besluit
Martin Dorsman, directeur van de Nederlandse brancheorganisatie van reders KVNR, is in principe blij met het besluit. Toch blijft het volgens hem afwachten wat de plannen de minister precies zullen betekenen. ''Nu zijn militairen ongeveer twee keer zo duur als particuliere beveiliging. Bovendien moet een militair beveiligingsteam minstens 2 weken van te voren aangevraagd worden. Als die zaken niet veranderen vrees ik dat het uitvlaggen van schepen gewoon zal doorgaan", stelt Dorsman.
Volgens berekeningen van de KVNR lijdt de Nederlandse economie per schip dat onder vreemde vlag gaat varen ongeveer drie kwart miljoen euro verlies doordat met elk schip ook werkgelegenheid aan de wal verdwijnt.
(ANP/Nu.nl, 4 juli 2012)
donderdag 14 juni 2012
Zeeuwse rederij Vroon hekelt veiligheidsbeleid tegen piraterij
Het ministerie van Defensie jaagt Nederlandse reders onnodig op kosten, zegt Filip Olde Bijvank van Vroon Shipping in Breskens. Volgens hem kan de beveiliging van koopvaardijschepen tegen piraten vele malen goedkoper, dan het prijskaartje wat het ministerie van Defensie daar nu aan hangt.
Voor schepen onder Nederlandse vlag is het verboden particuliere beveiligers aan boord te nemen. Ze zijn aangewezen op de inzet van een team van mariniers. Die constructie is volgens Olde Bijvank niet alleen omslachtig, maar kost het vijfvoudige (2,5 tot 3 ton) van wat reders betalen om een erkend particulier bedrijf in te huren. Die situatie zet Nederlandse bedrijven op achterstand ten opzichte van de concurrentie die vanuit het buitenland opereert, aldus Olde Bijvank.
Veel andere landen staan particuliere beveiliging aan boord van koopvaardijschepen wel toe. Steeds meer Nederlandse reders overwegen hun schepen daarom om te vlaggen of hebben dat besluit al genomen. Ook Vroon heeft al langer een 'plan-B' klaarliggen, zegt Olde Bijvank.
(Provinciale Zeeuwse Courant, 14 juni 2012)
Voor schepen onder Nederlandse vlag is het verboden particuliere beveiligers aan boord te nemen. Ze zijn aangewezen op de inzet van een team van mariniers. Die constructie is volgens Olde Bijvank niet alleen omslachtig, maar kost het vijfvoudige (2,5 tot 3 ton) van wat reders betalen om een erkend particulier bedrijf in te huren. Die situatie zet Nederlandse bedrijven op achterstand ten opzichte van de concurrentie die vanuit het buitenland opereert, aldus Olde Bijvank.
Veel andere landen staan particuliere beveiliging aan boord van koopvaardijschepen wel toe. Steeds meer Nederlandse reders overwegen hun schepen daarom om te vlaggen of hebben dat besluit al genomen. Ook Vroon heeft al langer een 'plan-B' klaarliggen, zegt Olde Bijvank.
(Provinciale Zeeuwse Courant, 14 juni 2012)
dinsdag 12 juni 2012
Transportverzekeraars: bewapen schepen in strijd tegen piraterij
Verzekeraars dringen er bij de politiek op aan dat zij de inzet van de marine vergroot of het bewapenen van beveiligers van particuliere bedrijven aan boord van Nederlandse schepen toestaat. Steeds vaker lopen schepen en hun bemanning het risico op piraterij in West- en Oost-Afrika. De gevolgen voor het welzijn van de bemanning en beschadiging van transportgoederen en schepen zijn zeer ernstig.
Dat staat in het position paper 'Piraterij en bewapening' dat tijdens de laatste marktvergadering Transport bij het Verbond van Verzekeraars aan Tineke Netelenbos, de voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, werd aangeboden. Reders en verzekeraars hopen dat de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken dit onderwerp op 12 juni bespreekt.
Netelenbos: "Ondanks de grote inzet van de marine kunnen niet alle Nederlandse schepen beschermd worden. Private beveiliging moet snel toegestaan worden, al was het maar tijdelijk tot de marine de veiligheid van alle Nederlandse schepen wel kan waarborgen. Een onderwerp dat ons land zo raakt, kan niet doorgeschoven worden tot na de verkiezingen. Daarvoor zijn de gevolgen voor de bemanningen, lading en schip te groot en de financiële gevolgen te aanzienlijk."
Volgens de verzekeraars dient de marine zich in te zetten voor de veiligheid van Nederlandse schepen en hun bemanning en het handelsbelang van Nederland. Omdat de Nederlandse staat bewapening en daarmee de bescherming van zijn burgers en belangen niet uit handen geeft aan particulieren bedrijven, dient hij deze verantwoordelijk zelf op zich te nemen. Zeker nu buitenlandse verzekeraars wel voorwaarden stellen aan beveiliging aan boord en steeds meer Nederlandse reders beginnen met het uitvlaggen van hun schepen naar landen waar bewapening wel is toegestaan.
Sinds juni 2011 heeft de marine slechts 20 schepen beveiligd, terwijl er een behoefte bestaat aan ongeveer 250 doorvaarten. In het Verenigd Koninkrijk, België, Denemarken, Frankrijk en tal van andere Europese landen zijn wetswijzigingen op handen om particuliere beveiligingsbedrijven op zee toe te staan. In Scandinavië is dit reeds het geval, net als in Cyprus en Malta.
Transportverzekeraars zijn bezorgd om de groeiende problematiek van piraterij in Somalië en landen langs de Golf van Guinea, zoals Nigeria, Ghana, Benin en Ivoorkust. De gevaren voor de bemanning en financiële consequenties voor het bedrijfsleven, reders, beveiligingsbedrijven, overheid en verzekeraars zijn groot. In de afgelopen vijf jaar is het aantal aanvallen van piraten op schepen bijna ver-dubbeld en veel meer gericht op gijzeling van de bemanning in ruil voor losgeld.
Voor de kust van Somalië is het aantal gevallen sinds 2008 zelfs verviervoudigd. In 2011 werden 802 opvarenden gegijzeld en zijn acht mensen tijdens de gijzeling gedood door piraten. Piraterij heeft grote consequen-ties voor de veiligheid van de bemanning, maar ook voor de kostbare lading en het schip. Tot nu toe zijn geen schepen gekaapt waar gewapende beveiligers actief waren.
(Transport Online, 11 juni 2012)
Dat staat in het position paper 'Piraterij en bewapening' dat tijdens de laatste marktvergadering Transport bij het Verbond van Verzekeraars aan Tineke Netelenbos, de voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, werd aangeboden. Reders en verzekeraars hopen dat de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken dit onderwerp op 12 juni bespreekt.
Netelenbos: "Ondanks de grote inzet van de marine kunnen niet alle Nederlandse schepen beschermd worden. Private beveiliging moet snel toegestaan worden, al was het maar tijdelijk tot de marine de veiligheid van alle Nederlandse schepen wel kan waarborgen. Een onderwerp dat ons land zo raakt, kan niet doorgeschoven worden tot na de verkiezingen. Daarvoor zijn de gevolgen voor de bemanningen, lading en schip te groot en de financiële gevolgen te aanzienlijk."
Volgens de verzekeraars dient de marine zich in te zetten voor de veiligheid van Nederlandse schepen en hun bemanning en het handelsbelang van Nederland. Omdat de Nederlandse staat bewapening en daarmee de bescherming van zijn burgers en belangen niet uit handen geeft aan particulieren bedrijven, dient hij deze verantwoordelijk zelf op zich te nemen. Zeker nu buitenlandse verzekeraars wel voorwaarden stellen aan beveiliging aan boord en steeds meer Nederlandse reders beginnen met het uitvlaggen van hun schepen naar landen waar bewapening wel is toegestaan.
Sinds juni 2011 heeft de marine slechts 20 schepen beveiligd, terwijl er een behoefte bestaat aan ongeveer 250 doorvaarten. In het Verenigd Koninkrijk, België, Denemarken, Frankrijk en tal van andere Europese landen zijn wetswijzigingen op handen om particuliere beveiligingsbedrijven op zee toe te staan. In Scandinavië is dit reeds het geval, net als in Cyprus en Malta.
Transportverzekeraars zijn bezorgd om de groeiende problematiek van piraterij in Somalië en landen langs de Golf van Guinea, zoals Nigeria, Ghana, Benin en Ivoorkust. De gevaren voor de bemanning en financiële consequenties voor het bedrijfsleven, reders, beveiligingsbedrijven, overheid en verzekeraars zijn groot. In de afgelopen vijf jaar is het aantal aanvallen van piraten op schepen bijna ver-dubbeld en veel meer gericht op gijzeling van de bemanning in ruil voor losgeld.
Voor de kust van Somalië is het aantal gevallen sinds 2008 zelfs verviervoudigd. In 2011 werden 802 opvarenden gegijzeld en zijn acht mensen tijdens de gijzeling gedood door piraten. Piraterij heeft grote consequen-ties voor de veiligheid van de bemanning, maar ook voor de kostbare lading en het schip. Tot nu toe zijn geen schepen gekaapt waar gewapende beveiligers actief waren.
(Transport Online, 11 juni 2012)
donderdag 24 mei 2012
Kamerbrief: minister verlaagt 'tarieven' voor beveiligingsteams Marine (VPD's)
Datum 24 mei 2012
Betreft Nadere toelichting aanpassing regeling inzet Vessel Protection Detachments (VPD)
In het algemeen overleg van 19 april jl. over de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s) heb ik toegezegd de Kamer nader te informeren over de aangepaste financiering van VPD’s. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging. Deze brief dient in samenhang met mijn brief van 19 april (Kamerstuk 32 706 nr. 28) te worden gelezen en beperkt zich tot een nadere financiële onderbouwing daarvan.
In de defensiebegroting voor 2012 (Nota van wijziging, Kamerstuk 33 000 X nr. 15) is € 23,4 miljoen begroot voor de inzet van 50 VPD’s, gemiddeld € 465.000 per VPD-inzet. Hiervan wordt in totaal € 11,2 miljoen exogeen gefinancierd uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 225.000 per VPD-inzet. Omdat een groot deel van de kosten van VPD’s bestaat uit kosten van militair luchttransport, is destijds gekozen voor een tariefstructuur waarbij de reders een verhoudingsgewijs hoge vaste component (€ 150.000 per VPD-inzet) en een lage variabele component (€ 25.000 per week) betalen.
De kosten van de inzet van VPD’s zijn in de praktijk lager gebleken dan in de raming van 2012 was voorzien. Dankzij goede planning is militair luchttransport minder vaak nodig waardoor de raming met € 5 miljoen kan worden verlaagd. Ook kan meer materieel dan voorzien worden onttrokken aan de bestaande voorraden, wat ongeveer € 4 miljoen scheelt.
Ter voorbereiding op de ontwerpbegroting voor 2013 is derhalve een herziene raming voor de inzet van VPD’s opgesteld. Daarbij is rekening gehouden met een uitbreiding van het aantal VPD’s van 50 naar 175 per jaar, nieuwe ontwikkelingen, zoals de inrichting van opslaglocaties in de buurt van het risicogebied, en de ervaringen met de VPD-inzetten tot nu toe. Op grond van deze uitgangspunten wordt thans voor de inzet van VPD’s in 2013 in totaal € 36,9 miljoen geraamd, waarvan € 10,3 miljoen investeringen betreft. Daarmee dalen de gemiddelde kosten per VPD-inzet van gemiddeld € 465.000 naar gemiddeld € 211.000 per VPD-inzet.
Van de totale kosten van € 36,9 miljoen zijn € 18,9 miljoen variabele kosten. Het betreft toelagen, reis- en verblijfskosten en overige kosten van een VPD, te financieren uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 116.000 per VPD-inzet. De kosten van de aanschaf, de opslag en het transport van materieel zijn in beginsel vaste kosten. Deze kosten, geraamd op € 18 miljoen, zullen door Defensie worden gefinancierd door prioriteitstelling binnen de desbetreffende begrotingsartikelen. Op deze wijze kunnen variaties in het aantal uitgevoerde VPD-inzetten zonder consequenties voor de defensiebegroting worden opgevangen.
Zoals beschreven is nu al sprake van lagere kosten. Binnen de begrotingskaders is er daarom ruimte om de bijdrage van de reders te verlagen naar het voor 2013 voorziene niveau en vanaf april nog ongeveer honderd VPD’s in 2012 in te zetten. Op 19 april informeerde ik u reeds bij brief (Kamerstuk 32706, nr. 28) over de nieuwe tariefstructuur voor de reders, waarin de vaste component wordt losgelaten en een dagtarief (€ 8.300) per VPD is vastgesteld. Dit besluit heb ik genomen omdat met de inrichting van de opslaglocaties de transportkosten een minder groot deel uitmaken van de totale kosten. Daarnaast leidde de vaste component in de praktijk tot ongewenste effecten. De reder zou bijvoorbeeld bij twee aansluitende transporten de vaste component twee keer moeten betalen terwijl het VPD voor het opvolgende transport gewoon aan boord blijft.
Deze aanpassing in 2012 berust op de geactualiseerde ramingen die worden gebruikt voor de ontwerpbegroting 2013. Deze brief loopt niet vooruit op de begroting 2013. Voor 2013 en verder zal ik de regeling voor de inzet van VPD’s in interdepartementaal verband nader uitwerken en opnemen in de ontwerpbegroting 2013.
Ik blijf de inzet van VPD’s en de daaraan verbonden kosten nauwgezet volgen. Zo nodig zal ik de bijdrage van de reders opnieuw aanpassen. Als dit aan de orde is, zal ik de Kamer hierover informeren.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
(ministerie van Defensie, 24 mei 2012)
Betreft Nadere toelichting aanpassing regeling inzet Vessel Protection Detachments (VPD)
In het algemeen overleg van 19 april jl. over de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s) heb ik toegezegd de Kamer nader te informeren over de aangepaste financiering van VPD’s. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging. Deze brief dient in samenhang met mijn brief van 19 april (Kamerstuk 32 706 nr. 28) te worden gelezen en beperkt zich tot een nadere financiële onderbouwing daarvan.
In de defensiebegroting voor 2012 (Nota van wijziging, Kamerstuk 33 000 X nr. 15) is € 23,4 miljoen begroot voor de inzet van 50 VPD’s, gemiddeld € 465.000 per VPD-inzet. Hiervan wordt in totaal € 11,2 miljoen exogeen gefinancierd uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 225.000 per VPD-inzet. Omdat een groot deel van de kosten van VPD’s bestaat uit kosten van militair luchttransport, is destijds gekozen voor een tariefstructuur waarbij de reders een verhoudingsgewijs hoge vaste component (€ 150.000 per VPD-inzet) en een lage variabele component (€ 25.000 per week) betalen.
De kosten van de inzet van VPD’s zijn in de praktijk lager gebleken dan in de raming van 2012 was voorzien. Dankzij goede planning is militair luchttransport minder vaak nodig waardoor de raming met € 5 miljoen kan worden verlaagd. Ook kan meer materieel dan voorzien worden onttrokken aan de bestaande voorraden, wat ongeveer € 4 miljoen scheelt.
![]() |
| VPD (foto Marine) |
Van de totale kosten van € 36,9 miljoen zijn € 18,9 miljoen variabele kosten. Het betreft toelagen, reis- en verblijfskosten en overige kosten van een VPD, te financieren uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 116.000 per VPD-inzet. De kosten van de aanschaf, de opslag en het transport van materieel zijn in beginsel vaste kosten. Deze kosten, geraamd op € 18 miljoen, zullen door Defensie worden gefinancierd door prioriteitstelling binnen de desbetreffende begrotingsartikelen. Op deze wijze kunnen variaties in het aantal uitgevoerde VPD-inzetten zonder consequenties voor de defensiebegroting worden opgevangen.
Zoals beschreven is nu al sprake van lagere kosten. Binnen de begrotingskaders is er daarom ruimte om de bijdrage van de reders te verlagen naar het voor 2013 voorziene niveau en vanaf april nog ongeveer honderd VPD’s in 2012 in te zetten. Op 19 april informeerde ik u reeds bij brief (Kamerstuk 32706, nr. 28) over de nieuwe tariefstructuur voor de reders, waarin de vaste component wordt losgelaten en een dagtarief (€ 8.300) per VPD is vastgesteld. Dit besluit heb ik genomen omdat met de inrichting van de opslaglocaties de transportkosten een minder groot deel uitmaken van de totale kosten. Daarnaast leidde de vaste component in de praktijk tot ongewenste effecten. De reder zou bijvoorbeeld bij twee aansluitende transporten de vaste component twee keer moeten betalen terwijl het VPD voor het opvolgende transport gewoon aan boord blijft.
Deze aanpassing in 2012 berust op de geactualiseerde ramingen die worden gebruikt voor de ontwerpbegroting 2013. Deze brief loopt niet vooruit op de begroting 2013. Voor 2013 en verder zal ik de regeling voor de inzet van VPD’s in interdepartementaal verband nader uitwerken en opnemen in de ontwerpbegroting 2013.
Ik blijf de inzet van VPD’s en de daaraan verbonden kosten nauwgezet volgen. Zo nodig zal ik de bijdrage van de reders opnieuw aanpassen. Als dit aan de orde is, zal ik de Kamer hierover informeren.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
(ministerie van Defensie, 24 mei 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)



.jpg)