Posts tonen met het label West-Afrika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label West-Afrika. Alle posts tonen

maandag 8 december 2014

Marineschip Karel Doorman voor tweede keer naar West-Afrika

Na het succesvolle eerste goederentransport naar West-Afrika is het Joint Support Ship Karel Doorman afgelopen week teruggekeerd in Vlissingen. Daar wordt het schip opnieuw beladen met hulpgoederen voor de door ebola getroffen landen in de Golf van Guinee. De behoefte aan hulpgoederen voor de bestrijding van de epidemie is nog steeds groot; opnieuw zal de Karel Doorman nagenoeg volgeladen afvaren. Naast voertuigen, medische goederen en beschermende kleding voor hulpverleners neemt het schip ruim 1500 ton aan voedingsmiddelen mee voor het World Food Programme. Op 12 december a.s. vertrekt de Karel Doorman weer richting West-Afrika.

De Karel Doorman wordt deze week beladen met ruim 50 voertuigen, inclusief ambulances, terreinwagens en meer dan 40 containers met onder andere beschermende kleding voor hulpverleners, bedden voor patiënten en materiaal voor patiëntenzorg. Daarnaast worden ruim 1700 pallets met rijst ingeladen. De goederen zijn ter beschikking gesteld door het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Frankrijk. Ook hulporganisaties zoals UNICEF, het World Food Programme en de Samenwerkende Hulporganisaties hebben goederen aangemeld. De eerste bulk goederen wordt tussen 8 en 12 december in Vlissingen ingeladen; de overige goederen worden onderweg naar het missiegebied in La Rochelle (Frankrijk) en Gibraltar (Groot Brittannië) opgehaald.

De Karel Doorman tijdens het laden voor de eerste ebola-missie


De inzet van de Karel Doorman maakt deel uit van de bredere humanitaire inspanning van Nederland om hulp te bieden aan de door Ebola getroffen landen. Nederland heeft tot nu toe in totaal EUR 37,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de epidemie. Met dit bedrag zijn bijdragen gefinancierd aan onder andere de wereldgezondheidsorganisatie WHO, UNICEF en het Rode Kruis. Daarnaast heeft Nederland hulpgoederen aangekocht voor het eerste transport met de Karel Doorman.

Voor de missie ‘Humanitaire noodhulp ebola bestrijding’ varen 137 personen als vaste bemanning mee met de Karel Doorman. Daarnaast is een medisch team aan boord, dat bestaat uit de scheepsarts, een tandarts en negen verpleegkundigen met quarantainetraining. Voor het ontladen van materieel en de verkenningen van stranden is een landingsvaartuigendetachement mee aan boord, bestaande uit 23 mariniers, twee landingsvaartuigen en twee Fast Raiding Interception Special Forces Craft (FRISC’s). Voor de bescherming van de bemanning zijn 32 mariniers van het 13e Raiding Squadron uit Doorn mee.

Het Joint Support Schip Karel Doorman is specifiek gebouwd voor bevoorrading op zee, ter ondersteuning van maritieme eenheden, strategisch zeetransport, inclusief het in- en ontschepen van personeel en materieel in gebieden met beperkte havenfaciliteiten, en logistieke ondersteuning vanaf zee (seabasing), waarbij het schip dient als basis op zee voor het uitvoeren en ondersteunen van operaties op het land. De laad- en losmiddelen van de Karel Doorman bestaan uit een ‘roll on, roll off’-laadklep voor zware voertuigen, een laadstation voor landingsvaartuigen en een laadkraan. Met een lift kunnen zware ladingen binnen het schip verplaatst worden tussen het voertuigen- en het helikopterdek. De Karel Doorman is met zijn 204,7 meter en een waterverplaatsing van 27.800 ton het grootste schip van de Koninklijke Marine.

(ministerie van Defensie, 8 december 2014)

donderdag 30 oktober 2014

Marineschip Karel Doorman vertrekt 6 november naar West-Afrika

Het marineschip Karel Doorman vertrekt donderdag 6 november voor een periode van drie maanden naar West-Afrika. Het Joint Support Schip brengt een grote hoeveelheid hulpgoederen voor de bestrijding van ebola naar de regio. Na aankomst kan het schip in de Golf van Guinee worden ingezet voor verdere transporttaken en logistieke ondersteuning van aanwezige partnerlanden.

De Karel Doorman wordt beladen met ruim 100 voertuigen, inclusief ambulances en meer dan 70 containers met onder meer mobiele laboratoria, mobiele ziekenhuizen, beschermende kleding, bedden voor patiënten, generatoren, veldtoiletten en materiaal voor patiëntenzorg. De goederen zijn ter beschikking gesteld door de Nederlandse staat, EU-lidstaten, NGO’s en hulporganisaties. De eerste bulk goederen wordt op woensdag 5 november in Den Helder beladen, de overige goederen worden onderweg naar het missiegebied in andere Europese havens opgehaald.

Voor de missie ‘Humanitaire noodhulp ebola bestrijding’ bestaat de vaste bemanning van de Karel Doorman uit 137 personen. Daarnaast embarkeert een ROLE 1 medisch team, bestaande uit de scheepsarts, een tandarts en 9 verpleegkundigen met quarantaine training. Voor het ontladen van materieel en de verkenningen van stranden gaat een landingsvaartuigendetachement mee, bestaande uit 23 mariniers, twee landingsvaartuigen en twee Fast Raiding Interception Special Forces Craft (FRISC’s). De Force Protection wordt geleverd door 32 mariniers van het 13e Raiding Squadron uit Doorn.

Het Joint Support Schip Karel Doorman is specifiek gebouwd voor bevoorrading op zee ter ondersteuning van maritieme eenheden; strategisch zeetransport, inclusief het in- en ontschepen van personeel en materieel in gebieden met beperkte havenfaciliteiten; en logistieke ondersteuning vanaf zee (seabasing), waarbij het schip dient als basis op zee voor het uitvoeren en ondersteunen van operaties op het land. De laad- en losmiddelen van de Karel Doorman bestaan uit een roll on, roll off laadklep voor zware voertuigen, een laadstation voor landingsvaartuigen en een laadkraan. Met een lift kunnen zware ladingen binnen het schip verplaatst worden tussen het voertuigen- en het helikopterdek. De Karel Doorman is met haar 204.7 meter en een waterverplaatsing van 27.800 ton het grootste schip van de Koninklijke Marine.

(ministerie van Defensie, 30 oktober 2014)





maandag 27 oktober 2014

Inzet JSS Karel Doorman bij de bestrijding van ebola (Kamerbrief)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum  24 oktober 2014
Betreft Nederlandse inzet van het JSS de Karel Doorman voor transport van hulpgoederen en transportmiddelen t.b.v. bestrijding van de ebola- epidemie

In vervolg op de Kamerbrief van 8 oktober (kenmerk 33 625, nr. 127) delen wij u hierbij mede dat het Nederlandse Joint Support Ship (JSS) de Karel Doorman zal worden ingezet voor het vervoer van hulpgoederen en transportmiddelen vanuit Europa naar West-Afrika ten behoeve van de strijd tegen ebola. De geplande vertrekdatum is 6 november.

Op 8 oktober heeft Nederland het JSS aangeboden aan het European Emergency Response Centre (ERCC) van de Europese Unie. Ook niet-EU Lidstaten, de Verenigde Naties (VN), non-gouvernementele organisaties (NGO’s) en particulieren kunnen van de transportmogelijkheden gebruik maken.

Aan de drie eerder gestelde randvoorwaarden is voldaan:

1. De transportcapaciteit van het schip dient in voldoende mate benut te worden.

In de afgelopen weken hebben EU-Lidstaten, niet-EU Lidstaten, VN- organisaties, Nederlandse NGO’s en particulieren goederen en transportmiddelen aangeboden voor vervoer met het JSS naar West- Afrika. Ook koopt Nederland zelf hulpgoederen ter waarde van 5 miljoen Euro voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Op basis van de schatting die is gemaakt is door het ERCC en het ministerie van Defensie zal de transportcapaciteit van het schip voor het grootste deel worden benut worden. Het betreft onder andere voertuigen, beschermende kleding, mobiele noodhospitalen en laboratoria.

2. Transport is alleen beschikbaar voor goederen waarvan de VN hebben vastgesteld dat ze nodig zijn in het getroffen gebied.

De goederen die door EU-Lidstaten en VN-instellingen zijn aangeboden voor transport zijn goedgekeurd door de VN en voldoen daarmee aan de concrete behoeftestelling van de VN. 

Daarnaast hebben ook andere partners, niet-EU Lidstaten, NGO’s en particulieren goederen aangeboden voor de inzet in eigen programma’s ten behoeve van de bestrijding van ebola.

3. Logistieke afhandeling van de aangeboden goederen bij aankomst in de havens en vervoer naar eindbestemming in de getroffen landen dient te zijn geregeld voor derden.

De ERCC zal er zorg voor dragen dat de inklaring van de goederen in de betrokken landen zal worden verzorgd door de ontvangende VN- organisaties. De overige partners, niet-EU Lidstaten, NGO’s en particulieren, zullen zelf zorgdragen voor de afhandeling en voor transport en inzet.

Zoals gesteld in de brief van 8 oktober, komen de transportkosten, bij goedkeuring van de aangeboden goederen door de WHO, in aanmerking voor vergoeding van 55 procent door de Europese Commissie. De overige kosten komen uit de begroting van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De totale kosten komen ten laste van het non-ODA budget, niet zijnde het Budget Internationale Veiligheid (BIV), en vallen binnen het geraamde budget van 13,8 miljoen Euro.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Lilianne Ploumen
De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 24 oktober 2014)


Het Joint Support Ship Karel Doorman 

woensdag 21 augustus 2013

Zr.Ms. Rotterdam vertrekt naar West-Afrika

Zr.Ms. Rotterdam
Het amfibisch transport schip Zr.Ms. Rotterdam vertrekt zondag 25 augustus voor een oefening van drie maanden naar de westkust van Afrika. Tijdens de reis ligt de nadruk op het trainen van de bemanning, de ingescheepte mariniers en internationale eenheden onder extreme en uitdagende omstandigheden.

Naast amfibische landingen en jungletrainingen, richt de oefening zich op geïntegreerd internationaal expeditionair optreden. Hierbij wordt samengewerkt met Spanjaarden, Engelsen, en Amerikanen. De internationale bezetting aan boord telt op het piekmoment 700 personen. Met de oefening ‘African Winds’* laat de marine zien dat zij wereldwijd inzetbaar is en zowel in kustgebieden, als verder in de binnenlanden, effectief kan optreden.

Naast het trainen van de eigen militairen, wordt tijdens de oefening ‘African Winds 2013’ ook samen geoefend met Afrikaanse troepen. De Afrikaanse landen hebben specifiek aangegeven aan welke expertise ze behoefte hebben en wat ze willen leren tijdens deze trainingen. Zo komt de nadruk onder meer te liggen op het verbeteren van kustwachtprocedures, materiaalonderhoud en bootoperaties. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de maritieme veiligheid in de regio.

Commandant van de RDAM,
KTZ Jan-Hubert Hulsker
Tenslotte fungeert Zr.Ms. Rotterdam tijdens de havenbezoeken als platform voor het Nederlandse bedrijfsleven. De Netherlands-African Business Council, hét platform voor Nederlandse bedrijven in Afrika, gebruikt de reis om in samenwerking met de Nederlandse ambassades de West Africa Business Tour te organiseren. Handelsmissies en evenementen vinden plaats in de havens waar het marineschip aanmeert, zodat Nederlandse bedrijven zich aan boord kunnen presenteren. Hierbij staan met name de maritieme en logistieke sector in de belangstelling. Zodoende wordt een impuls gegeven aan de Nederlandse economische belangen op het Afrikaanse continent.

De reis start op 25 augustus in Den Helder en leidt langs Marokko, Senegal, Ghana, Bénin en Nigeria. Het schip keert medio november terug in Nederland.

(ministerie van Defensie, 21 augustus 2013)

Zie ook:
Zr.Ms. Rotterdam naar West-Afrika (Noordhollands Dagblad)

*De oefening vindt plaats in het kader van Africa Partnership Station, een door de VS geleid initiatief.

woensdag 7 augustus 2013

Antwoorden op Kamervragen over piraterij West-Afrika

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 7 augustus 2013
Betreft Antwoorden op Kamervragen over de toename van piraterij aan de westkust van Afrika.

Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Günal-Gezer (PvdA) over de toename van piraterij aan de Westkust van Afrika (ingezonden 21 juni 2013 met kenmerk 2013Z12940).

DE MINISTER VAN DEFENSIE      DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert                       Frans Timmermans

Vragen van het lid Günal-Gezer (PvdA) aan de minister van Defensie over de toename van piraterij aan de Westkust van Afrika (ingezonden 21 juni 2013 met kenmerk 2013Z12940).

1
Heeft u kennisgenomen van het bericht ‘West Africa piracy overtakes Somali ship attacks’? 1)
Ja.

2
Bent u al benaderd door Nederlandse koopvaardijschepen en/of rederijen over de problemen met de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?

Tussen maart 2011 en 31 december 2012 zijn vijf Vessel Protection Detachements (VPD) aanvragen ingediend voor schepen die havens aan de westkust van Afrika zouden aandoen. Deze aanvragen zijn afgewezen omdat de inzet geen betrekking had op het risicogebied nabij Somalië. In 2013 zijn tot dusver geen aanvragen ontvangen voor een VPD voor de westkust van Afrika. Wel heeft een reder geïnformeerd naar de mogelijkheden terzake.

3
Welke mogelijkheden ziet u voor de Vessel Protection Detachments (VPD’s) om de Nederlandse koopvaardijschepen te beschermen tegen piraterij aan de Westkust van Afrika?

Maritieme criminaliteit voor de westkust van Afrika gebeurt meestal binnen de territoriale wateren (TTW) van de kuststaten in de Golf van Guinee. Het gaat daarbij om gewapende overvallen op zee. De aanvallen zijn vaak gericht op de lading van het schip, vaak olie, en niet op losgeld voor het schip en zijn bemanning. In een aantal gevallen zijn schepen aangevallen buiten de TTW.

Binnen de TTW zijn de kuststaten exclusief bevoegd tot en verantwoordelijk voor een adequate bescherming van koopvaardijschepen. Binnen deze wateren is het op grond van internationale verdragen niet toegestaan VPD’s of gewapende particuliere beveiligers in te zetten. Buiten de TTW is de koopvaardijsector, net zoals in het risicogebied nabij Somalië, eerstverantwoordelijk voor het treffen van beschermingsmaatregelen tegen piraterij. Voor Somalië zijn hier de Best Management Practices (BMP 4) voor opgesteld. Het huidige VPD concept is hier een aanvulling op en is gericht op de inzet aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen die in dat risicogebied varen. Het kabinet wil, in overleg met de koopvaardijsector, onderzoeken of er aanvullende maatregelen moeten worden genomen buiten de TTW van West-Afrikaanse staten, zoals de inzet van VPD’s.

4
Bent u in overleg met uw Europese ambtsgenoten, dan wel met andere EU-regeringsvertegenwoordigers, over mogelijke maatregelen tegen de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?
5
Is er in internationaal verband overleg gaande om de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika tegen te gaan? Zo ja, wat is de stand van zaken?
6.
Heeft u in internationaal verband een verzoek ontvangen om in overleg te treden over de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?

De problematiek van gewapende overvallen op zee in de Golf van Guinee krijgt in toenemende mate internationale aandacht. In 2011 en 2012 heeft de VN Veiligheidsraad met de resoluties 2018 en 2039 het belang van een geïntegreerde oplossing, de ontwikkeling van een regionale strategie en een versterkte regionale samenwerking beklemtoond. In het najaar van 2011 heeft de VN een onderzoeksteam naar de regio gestuurd om de aard van de problematiek en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. De aanbevelingen voor de staten in de regio betroffen onder andere gezamenlijke maritieme patrouilles en informatievergaring, bevordering van juridische capaciteit om piraterij/zeeroof te criminaliseren en het opstellen van een regionale strategie voor de bestrijding van de problematiek.

Omdat de aanvallen vooral worden uitgevoerd in de territoriale wateren en de West-Afrikaanse landen in tegenstelling tot Somalië geen falende staten zijn, is bestrijding van deze aanvallen de verantwoordelijkheid van de kuststaat. Ook de VN Veiligheidsraad onderstreept dit. Een internationale antipiraterijmissie is op dit moment dan ook niet aan de orde. De Afrikaanse partners worden gewezen op hun primaire verantwoordelijkheid voor adequate bescherming van koopvaardijschepen en het nemen van de daarvoor benodigde maritieme veiligheidsmaatregelen. De Afrikaanse partners tonen op dat gebied initiatief. Het ECOWAS Integrated Maritime Strategy and Implementation Plan bevindt zich in de afsluitende fase.

Daarnaast vond op 24 en 25 juni jl. een regionale top plaats over maritieme veiligheid in de Golf van Guinee. De VN heeft ondersteuning aan deze top geleverd. De betrokken Afrikaanse regeringsleiders hebben afspraken gemaakt over informatie-uitwisseling, harmonisatie van procedures en het oppakken en vervolgen van verdachten van gewapende overvallen op zee (Code of Conduct concerning the Prevention and Repression of Piracy, Armed Robbery against Ships, and Illegal Maritime Activities in West and Central Africa). Dit laat zien dat de regio verantwoordelijkheid wil nemen.

Op het gebied van informatie-uitwisseling wordt op initiatief van het bedrijfsleven en in samenwerking met de International Maritime Organization (IMO) en regionale partners ECOWAS en de Economic Community of Central African States (ECCAS) en de Gulf of Guinea Commission (GGC) gewerkt aan het opzetten van een regionaal information sharing centre in Accra, Ghana. Koopvaardijschepen kunnen hier straks (verdachte) activiteiten van maritieme criminaliteit doorgeven. Het informatiecentrum geeft deze gegevens dan door aan de autoriteiten van het land in wiens territoriale wateren de (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden. De oprichting van dit centrum wordt ondersteund door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Noorwegen. Nederland overweegt eveneens steun te leveren.

Daarnaast werkt de EU aan een maritieme strategie voor de Golf van Guinee. Deze strategie wordt in het najaar van 2013 gepresenteerd. De nadruk ligt hierbij op capaciteitsversterking van de kustwachten en marines van de aangrenzende landen, de economische ontwikkeling van de regio en rechtshandhaving.

7
Bent u van plan de toename van piraterij in internationaal verband te agenderen? Zo ja, in welk verband en op welke termijn?

De toename van het aantal incidenten in de Golf van Guinee is zorgwekkend. De context vraagt een andere aanpak dan in Somalië. Nederland spreekt in EU-verband de betrokken kuststaten aan op hun verantwoordelijkheden, zoals implementatie van de Code of Conduct. Daarnaast is regionale maritieme en juridische capaciteitsopbouw noodzakelijk. De EU-strategie voor de Golf van Guinee biedt een aanknopingspunt om dit in EU-verband te agenderen. Ter voorbereiding op deze strategie neemt Nederland deel aan discussies in EU-verband om de problematiek in kaart te brengen en een effectieve aanpak te identificeren.

1) http://www.bbc.co.uk/news/world-22944460

(ministerie van Defensie, 7 augustus 2013)

woensdag 17 juli 2013

Zr.Ms. Rotterdam naar West-Afrika

Marine wordt nu ook aan andere zijde van het continent actief

Arie Booy
a.booy@hdcmedia.nl

Den Helder – Er wordt al geruime tijd stilletjes achter de schermen aan gewerkt, maar dit najaar gaat het daadwerkelijk gebeuren. De marine stuurt Zr.Ms. Rotterdam op missie naar West-Afrika. Oorlogsschepen van de Koninklijke Marine zijn dan voor het eerst voor langere tijd aan beide zijden van ‘het donkere continent’ actief.

In die periode zwaait aan de oostzijde namelijk commandeur Peter Lenselink de scepter over de antipiraterijmissie van de EU in de Indische Oceaan en aan de westkant ligt de Rotterdam om uitvoering te geven aan het betrekkelijk nieuwe internationale beleid van de drie D’s. Dat staat voor Diplomacy, Defence en Development.

Zr.Ms. Rotterdam tijdens inzet tegen piraterij. Foto: Marine

,,De diplomatie die onze schepen bedrijven is bij het publiek minder bekend”, legde vice-admiraal Matthieu Borsboom onlangs uit aan de leden van de belangenvereniging van marineofficieren. ,,Dat doen we in Oost-Afrika door gesprekken met regionale belanghebbenden. Zo komen we tot verbeteringen in de leefomgeving die de voedingsbodem voor piraterij wegnemen.”

Kustwacht
Ook aan de westkust van Afrika steekt piraterij  echter de kop op. Twee jaar geleden werd al gesignaleerd dat een gebrek aan toezicht door een Afrikaanse vorm van kustwacht daar debet aan is. Een schip als de Rotterdam met zijn eigen haven aan boord kan als platform dienen om de regio te helpen bij de opleiding van een eigen kustwacht. In de Somalische regio zijn goede ervaringen opgedaan voor wat betreft medische hulp aan de arme bevolking. Landingsboten gingen vanaf de Rotterdam naar de kust en haalden daar patiënten op die in het hospitaal aan boord behandeld werden. Zo hoefde de marine niet echt aan land te gaan.

Voor de kust van Nigeria, Senegal, Liberia of Ivoorkust zijn dit soort acties ook mogelijk. Borsboom: ,,Het gaat er om problemen in de kiem te smoren. Daar zal Zr.Ms. Rotterdam dit najaar een bijdrage aan leveren. Ook zal het schip zich toeleggen op hulpverlening aan de gewone burger, door medische spreekuren te houden. Dit maakt tevens deel uit van de genoemde diplomatie. De term ‘veiligheid  vanuit zee’ uit ons missiestatement gaat dus verder dan alleen met een landingsvaartuig tussen schip en strand opereren.”

(Noord Hollands Dagblad, 12 juli 2013)

dinsdag 12 juni 2012

Transportverzekeraars: bewapen schepen in strijd tegen piraterij

Verzekeraars dringen er bij de politiek op aan dat zij de inzet van de marine vergroot of het bewapenen van beveiligers van particuliere bedrijven aan boord van Nederlandse schepen toestaat. Steeds vaker lopen schepen en hun bemanning het risico op piraterij in West- en Oost-Afrika. De gevolgen voor het welzijn van de bemanning en beschadiging van transportgoederen en schepen zijn zeer ernstig.

Dat staat in het position paper 'Piraterij en bewapening' dat tijdens de laatste marktvergadering Transport bij het Verbond van Verzekeraars aan Tineke Netelenbos, de voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, werd aangeboden. Reders en verzekeraars hopen dat de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken dit onderwerp op 12 juni bespreekt.

Netelenbos: "Ondanks de grote inzet van de marine kunnen niet alle Nederlandse schepen beschermd worden. Private beveiliging moet snel toegestaan worden, al was het maar tijdelijk tot de marine de veiligheid van alle Nederlandse schepen wel kan waarborgen. Een onderwerp dat ons land zo raakt, kan niet doorgeschoven worden tot na de verkiezingen. Daarvoor zijn de gevolgen voor de bemanningen, lading en schip te groot en de financiële gevolgen te aanzienlijk."

Volgens de verzekeraars dient de marine zich in te zetten voor de veiligheid van Nederlandse schepen en hun bemanning en het handelsbelang van Nederland. Omdat de Nederlandse staat bewapening en daarmee de bescherming van zijn burgers en belangen niet uit handen geeft aan particulieren bedrijven, dient hij deze verantwoordelijk zelf op zich te nemen. Zeker nu buitenlandse verzekeraars wel voorwaarden stellen aan beveiliging aan boord en steeds meer Nederlandse reders beginnen met het uitvlaggen van hun schepen naar landen waar bewapening wel is toegestaan.

Sinds juni 2011 heeft de marine slechts 20 schepen beveiligd, terwijl er een behoefte bestaat aan ongeveer 250 doorvaarten. In het Verenigd Koninkrijk, België, Denemarken, Frankrijk en tal van andere Europese landen zijn wetswijzigingen op handen om particuliere beveiligingsbedrijven op zee toe te staan. In Scandinavië is dit reeds het geval, net als in Cyprus en Malta.

Transportverzekeraars zijn bezorgd om de groeiende problematiek van piraterij in Somalië en landen langs de Golf van Guinea, zoals Nigeria, Ghana, Benin en Ivoorkust. De gevaren voor de bemanning en financiële consequenties voor het bedrijfsleven, reders, beveiligingsbedrijven, overheid en verzekeraars zijn groot. In de afgelopen vijf jaar is het aantal aanvallen van piraten op schepen bijna ver-dubbeld en veel meer gericht op gijzeling van de bemanning in ruil voor losgeld.

Voor de kust van Somalië is het aantal gevallen sinds 2008 zelfs verviervoudigd. In 2011 werden 802 opvarenden gegijzeld en zijn acht mensen tijdens de gijzeling gedood door piraten. Piraterij heeft grote consequen-ties voor de veiligheid van de bemanning, maar ook voor de kostbare lading en het schip. Tot nu toe zijn geen schepen gekaapt waar gewapende beveiligers actief waren.

(Transport Online, 11 juni 2012)