Posts tonen met het label Oekraïne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oekraïne. Alle posts tonen

vrijdag 12 september 2014

Medewerkers MIVD vertellen over hun werk

'Altijd in de schaduw'

Tekst: Kapitein Klaas Daane Bolier

Low-profile, altijd op de achtergrond, nooit in de spotlights. De medewerkers van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) doen hun werk vaak gehuld in een waas van geheimzinnigheid, hoewel de dienst zelf liever van ‘zinnig geheim’ spreekt. Omdat de MIVD dit jaar 100 jaar bestaat, treden 4 MIVD’ers voor even uit de schaduw en vertellen hoe het is om voor de inlichtingendienst te werken.


’Voor deze baan had ik een voorspelbaar leven’

David, militair, analist, werkt anderhalf jaar bij de MIVD.

‘Tijdens de crisis met de MH 17 moest ik de Commandant der Strijdkrachten een briefing geven. Na afloop nam hij ter plekke een besluit. Puur gebaseerd op onze informatie. Toen besefte ik me even heel duidelijk hoe groot mijn verantwoordelijkheid is. Zo werkt het hier dus; als jij de expert bent, dan ben jij er ook van. De informatie die jij geeft wordt niet nog eens drie keer gecheckt. Kan ook niet. Daarom zitten wij als analist op die dossiers, maar het was even wennen aan de lijnen die hier een stuk korter zijn. Soms moet je binnen twintig minuten een Kamervraag beantwoorden. De minister is dan in debat en die moet het antwoord hebben.

Je moet je een onderwerp dus snel eigen kunnen maken en je daar ook helemaal in vastbijten. Aan de andere kant moet je ook heel flexibel kunnen zijn, want als de situatie daarom vraagt, kun je zomaar een ander dossier krijgen. Dat merkten we bijvoorbeeld bij de actuele ontwikkelingen in Oekraïne.

Dat maakt het werk erg intensief en onvoorspelbaar. Een crisis laat zich niet sturen. Voor deze baan had ik een voorspelbaar leven. Oefeningen en uitzendingen lagen ruim van tevoren vast en daar konden ze thuis dan rekening mee houden. Mijn vrouw kon mee naar sociale evenementen bij de eenheid en zo kende ze mijn collega’s en wist ze waarmee ik bezig was. Dat is hier allemaal niet. Door de gebeurtenissen in de Oekraïne heb ik tweemaal mijn vakantie moeten annuleren en ik kan thuis maar heel summier vertellen waarom. Dat heeft dus ook impact op het thuisfront.

Toch wilde ik deze baan al heel lang. Ik ben een geïnteresseerd persoon, wil van alles het naadje van de kous weten en dan zit je hier zeker goed. Daarnaast zit je dicht tegen de politieke besluitvorming aan en dat vind ik heel interessant.


‘Bij ons geen lange gesprekken aan de keukentafel over ons werk’
Anna, burger, stafmedewerker, werkt 9 jaar bij de MIVD:

’Ga jij bij die rare mensen werken? Die lui die zich altijd zo belangrijk voelen?’ Dat was zo’n beetje het commentaar dat ik kreeg toen ik vanuit een ander Defensieonderdeel solliciteerde bij de MIVD. Ik wist van niks. Ik solliciteerde gewoon op een andere baan als budgetbeheerder. Toen ik begon, dacht ik wel dat het allemaal ‘geheimer’ en ‘stiekemer’ zou zijn, maar dat is het hier binnen het gebouw totaal niet. Je moet alleen een extra deurtje door. Na een paar jaar ben ik assistent–analist geworden en kreeg ik meer zicht op wat de dienst echt doet en betekent voor de uitgezonden eenheden. En dat maakt het werk interessant. Er is meer dan op het journaal te zien is.

Daar kan je alleen buiten de dienst niet met iemand over praten natuurlijk. Ik praat sowieso nooit over mijn werk. Mijn vriend begrijpt dat heel goed want hij heeft ook een baan waarbij hij niet alles mag vertellen. Dus bij ons geen lange gesprekken aan de keukentafel over ons werk.

Werk en privé zijn daardoor heel strikt gescheiden. En dat komt daarnaast ook voor een groot deel omdat je niet thuis kan en mag werken. Alles gebeurt hier. Ik vind dat ook wel fijn. Als ik hier de poort uitrij kan ik heel makkelijk de knop omzetten. Als ik thuis kom, ben ik weer gewoon mamma.”


‘Ik zeg gewoon dat ik bij defensie een managementfunctie in de ondersteuning heb. Nou dan haken de meesten wel af hoor!’  
Dirk, burger, manager ondersteunende afdeling, werkt 18 jaar bij de MIVD.

‘Niet iedereen die hier werkt is een topspion. Als manager ondersteuning ben ik een groot deel van de dag helemaal niet met geheime zaken bezig. En zo zijn er veel meer. Maar het bijzondere aan de MIVD vind ik dat al die mannen en vrouwen samen de waarde bepalen van het eindproduct. Zowel de mensen in het veld zijn cruciaal, maar ook de analist en de persoon die bijvoorbeeld de logistieke zaken doet.

Wij zijn maar een kleine speler in de internationale inlichtingenwereld. Toch bereiken wij hele mooie resultaten met beperkte middelen. Onze kracht is dat je, juist door die beperkingen, vanaf dag 1 serieus genomen wordt op je expertise. Als je laat zien dat je betrokken bent en je inzet, dan zijn er genoeg mogelijkheden door te groeien. Dat houd je gemotiveerd.

Uiteraard geldt voor iedereen die hier werkt dat je terughoudend moet zijn met naar buiten brengen wat de dienst doet. Jij en je collega’s lopen nu eenmaal een potentieel risico gelieerd te worden aan de dienst. Ik heb daarom een gelaagdheid in mijn persoonlijke verhaal. Afhankelijk van mijn toehoorders vertel ik meer of minder. Het blijft hetzelfde verhaal maar de hoeveelheid informatie varieert. Staatsgeheimen blijven natuurlijk binnen de dienst. Die verklappen is zelfs strafbaar. Tegen mijn vrouw vertel ik wel meer dan bijvoorbeeld op een feestje. Daar zeg ik gewoon dat ik bij defensie een managementfunctie in de ondersteuning heb. Nou dan haken de meesten wel af hoor!”  


‘Je merkt wel dat je een wat andere mindset krijgt als je hier werkt’

Anton, militair, leidinggevende, nu voor de tweede maal werkzaam bij de MIVD

“Je zit hier bovenop de actualiteit. Als er een crisis plaatsvindt, zoals bijvoorbeeld met vlucht MH17, dan gaan wij daar razendsnel mee aan de slag om een goed beeld te krijgen van de situatie. Daarnaast kijken we ook verder en schetsen we wat de ontwikkelingen op de langere termijn zijn. Die combinatie tussen actualiteit en lange termijn trekt mij aan in het werken voor de MIVD.

Ik heb niet altijd bij de MIVD gewerkt. Dit is nu de tweede keer dat ik hier een functie heb en tussendoor heb ik weer andere dingen gedaan. Dat geeft een uitstekend beeld van de gang van zaken binnen de MIVD én bij de Defensieonderdelen waar je het als MIVD voor doet. Je merkt wel dat je een wat andere mindset krijgt als je hier werkt. Je bent wel alerter op veiligheidsrisico’s. Zo heb ik Defensiecollega’s wel eens kunnen helpen bij het bewust maken van de do’s en don’ts bij het verzenden van gerubriceerde informatie. Dat zijn zaken die bij ons zijn ingebakken in het dagelijks werk .

Bij de MIVD heerst een iets andere cultuur dan bij een gemiddelde landmachteenheid. 60 procent hier is burger. Daarnaast hebben al die mensen ook nog eens heel veel verschillende specialisaties: van arabist tot ICT’er. Er wordt hier dan ook op een behoorlijk hoog niveau nagedacht en geproduceerd. Dat moet je wel liggen als je hier wilt werken. De ene militair voelt zich nu eenmaal meer senang in de bosrand en de ander is liever wat meer academisch bezig. De combinatie van expeditionair optreden en strategische advisering is uniek voor de MIVD; daarom heb ik het hier zeer naar mijn zin.

Dat je over het resultaat van je werkzaamheden niet kunt praten, heb ik nooit als frustrerend ervaren. Wij leveren producten voor beleidsmakers en als die daarmee uit de voeten kunnen, is het goed. Ik hoef niet zo nodig op te scheppen over mijn werk op feestjes.  Ik heb genoeg andere dingen om over op te scheppen, haha.’

(Bron; Defensiekrant, 12 september 2014)

zaterdag 26 april 2014

Tijdbom onder vrede Europa

Russische agressie dreigt over te slaan

door Charles Sanders en Pieter Waterdrinker

Het gevaar dat kruitvat Oekraïne ontploft en de vlam overslaat richting Baltische NAVO-lidstaten waardoor oorlog in heel Europa dreigt, groeit met het uur.

Nederlandse officieren en hoogleraren internationale betrekkingen vrezen een scenario waarbij Estland, Letland en Litouwen een beroep doen op artikel 5 van het bondgenootschap en militaire hulp vragen.

„Mocht Poetin de grenzen van Oost-Oekraïne overtrekken, dan zullen Russische minderheden in de Baltische staten het voorbeeld van hun broeders in Donetsk, Slovjansk en Maripol volgen”, aldus een generaal-majoor van de Koninklijke Landmacht. „Zo’n domino-effect kan een Derde Wereldoorlog inleiden.”

Escalatie
Directeur Rob de Wijk van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies deelt die zorg. „Ik ben net terug uit Estland en daar kijkt men doodsbang naar de ontwikkelingen in Oekraïne. Narva, derde stad van het land en pal aan de grens met de Russische Federatie, bestaat voor 90 procent uit etnische Russen. Als die zich gaan roeren is de beer pas echt los.”

Want de Esten zullen annexatie van hun belangrijke industriestad niet toestaan, waardoor een gewapend conflict tussen Moskou en de NAVO op de loer ligt. De interimpremier van Oekraïne, Arseni Jatsenjoek, waarschuwde gisteren voor een nieuwe wereldoorlog terwijl zijn troepen in de stad Slovjansk separatisten probeerden uit te roken.

Gisteravond laat meldde het Amerikaanse ministerie van Defensie dat Russische vliegtuigen de afgelopen 24 uur diverse malen het luchtruim van Oekraïne zijn binnengevlogen. Waar en wanneer dat is gebeurd, is niet duidelijk.

(Telegraaf, 26 april 2014)

Dreiging

Een week na het verrassend tot stand gekomen akkoord van Genève, is de situatie in Oekraïne zo explosief dat Kiev zelfs vreest voor een Derde Wereldoorlog. De schuld van de escalatie ligt geheel en al bij één partij: de agressor Rusland. Met voorbedachten rade is al wekenlang gewerkt aan het destabiliseren van Oekraïne.

Het akkoord van Genève voorzag in ontwapening van illegale groepen en ontruiming van overheidsgebouwen. De afspraken tussen Rusland, de VS, Oekraïne en de EU waren glashelder. Toch heeft Rusland er bewust voor gekozen om vanaf dag één na Genève helemaal niets te ondernemen ter uitvoering van het akkoord. Dat voedt de verdenking dat het Kremlin inderdaad uit is op een oorlog.

De woorden van de Russische minister van Defensie dat het militaire machtsvertoon aan de grens met Oekraïne tevens nodig is omdat de NAVO versterkingen naar oostelijke lidstaten heeft gestuurd, zijn onheilspellend. Tegelijkertijd heeft president Poetin zichzelf klemgezet door zijn niet-aflatende propagandaoorlog. Het gevaar bestaat dat er voor Poetin geen weg terug is.

De opties van de NAVO lijken beperkt, nu Oekraïne geen deel uitmaakt van het bondgenootschap en bij een Russische inval geen beroep kan doen op artikel 5 van het handvest – de stelregel dat een aanval op de één, een aanval op allen is. Toch moet de NAVO serieus rekening houden met een noodzaak tot ingrijpen. Om te voorkomen dat een domino-effect ontstaat, zou, vooral ook ter bescherming van de oostelijke lidstaten van de alliantie, een tegenreactie overwogen moeten worden.

De NAVO heeft geen andere keus dan de tanden te laten zien.

(Telegraaf, 26 april 2014)

zaterdag 19 april 2014

Koude Oorlog, lege handen...

Generaal De Kruif viert 200 jarig jubileum landmacht tijdens oplaaiend conflict met Russen

Charles Sanders

Foto Defensie
Op minder dan twee uur vliegen van Amsterdam is de Koude Oorlog opnieuw uitgebroken. Ondanks het akkoord van Genève blijft de Russische dreiging in Oekraïne. Luitenant-generaal Mart de Kruif in het jubileumjaar van zijn Koninklijke Landmacht over een snel veranderende wereld. Intelligent, sociaal en eigenwijs wordt hij genoemd, Mart de Kruif. De man die sinds oktober 2011 de Koninklijke Landmacht leidt, stapt morgen op de fiets om het 200-jarig jubileum van het Nederlandse leger in te luiden. Van Waterloo naar Roermond, via De Peel en Grebbeberg weer terug.

Marianne Vos, Erben Wennemars en Jan Jansen fietsen mee”, zegt De Kruif. ,,We zetten niet alleen de Koninklijke Landmacht in de schijnwerpers, maar hebben met het Jeugdsportfonds ook een belangrijk goed doel voor ogen. De etappe naar de Grebbeberg is essentieel. Voor ons heilige grand, daar is in de meidagen van 1940 zwaar gevochten. Mooi om verleden, heden en toekomst te combineren.”

Dat heden wordt beheerst door de nieuwe Koude Oorlog. Rusland rammelt aan de oostelijke poorten van de NAVO, deze week besloot het bondgenootschap versterkingen te sturen. Pas nadat vanuit Brussel de vuisten werden gebald, bereikten onderhandelaars in Genève een voorlopig akkoord. Bewijs dat het Kremlin alleen naar kracht en eensgezindheid luistert.

Neutronenbom
Luitenant-generaal Mart de Kruif (55) koos voor een officiersloopbaan toen die Koude Oorlog ook volop woedde. In 1977 studeerde hij af aan de KMA. Het was de tijd van felle demonstraties tegen neutronenbom en kruisraket.

,,Militair zijn is een gevaarlijke baan, de mondiale veiligheidssituatie blijft een onzekere factor”, zegt hij. ,,Wat zich nu in en rond Oekraïne afspeelt, verbaast mij niet. Onze geschiedenis bewijst dat er eerder plotseling dreiging kwam uit onverwachte hoek. Wie had dit een jaar geleden voorspeld? Van louter stabiliseren tot wat wij full spectrum operations noemen; het kan dus zomaar gebeuren. En dan staan wij klaar om uit te rukken. Want als het daar buiten allemaal veilig is, hoeven we niet op pad.”

Ondanks jaren van bezuinigen heeft ons leger voor het onverhoopte scenario van verdere escalatie in Cost-Europa nog enkele troeven in huis. Bijvoorbeeld 11 Luchtmobiel, infanteriebrigade van de Koninklijke Landmacht en binnenkort deel van de NATO Response Force. Ruim 4000 manschappen die met transport- en gevechtshelikopters in recordtijd wereldwijd kunnen warden ingezet. In operationele plannen van de NAVO-staf hebben deze rode baretten een belangrijke rol, mocht het misgaan aan de oostgrenzen van het bondgenootschap.

"Ook met de CV9O, ons ‘netwerkvoertuig’, bedienen wij een nichemarkt”, zegt De Kruif. Groepscommandanten kunnen via een speciaal display beelden van de vizieren van hun infanteristen oproepen en zo een indruk krijgen van de gevechtssituatie. Binnen het Duits-Nederlandse Legerkorps kijken onze oosterburen er bewonderend naar.”

De driesterrengeneraal zegt over een gereedschapskist te beschikken met alles wat in bepaalde situaties snel nodig is. Maar door het ongekend snijden in het defensiebudget moesten wel de laatste honderd Leopard II tanks worden uitgezwaaid. En ook van de 200 CV9O’s staan er 44 in de etalage. De hamer in de gereedschapskist ontbreekt.

De machtige Leopards die ooit over de Veluwe rolden, gingen voor een schijntje naar Finland en staan daar straks aan de grens met de Russische Federatie. Uitgerekend in dagen dat Moskou stookt, intimideert en op expansiekoers is.

Vuurkracht
,,Ik hou van het effect van tanks, van hun operationele waarde”, geeft De Kruif toe. ,,Mobiliteit, vuurkracht, bepantsering. Aan het einde van een dag op het slagveld gaat het om de resultaten. Natuurlijk had ik ze liever gehouden.”

Leopard tank: verdwenen uit het Nederlandse arsenaal
Foto: tijdens een amfibische oefening op Curaçao, 2006

Maar nog verder landmachtbreed schrapen, was geen optie meer. Dus werd noodgedwongen afscheid genomen van complete onderdelen. Als we nu tanks nodig hebben, stappen we naar Duitsland. Daar trainen onze militairen ook. Om feeling te behouden met het wapensysteem.”

Mart de Kruif zag het aantal manschappen inkrimpen van 24.000 tot 18.000. Om maatschappelijke waardering voor het leger te vergroten, verlaat een aantal van hen dinsdag de kazernes. Op 200 scholen en in 200 dorpen en steden zetten ze het 200-jarig jubileum luister bij. ,,We gaan naar de burgers toe”, zegt de generaal. ,,Door persoonlijk contact met soldaten laten weten wat we doen en waarom.”

Aan jonge militairen in de lagere rangen is nog steeds behoefte en daarom is er het Project Veiligheid en Vakmanschap. Op 31 scholen krijgen leerlingen een mbo-2 opleiding. Deels ‘normaal’, deels militair: drie weken dienen ze bij een legereenheid. Slechts 15 procent van deze scholieren valt uit, veel minder dan gemiddeld op het mbo”, zegt De Kruif. ,,Als ze geslaagd zijn, kunnen jonge mensen kiezen tussen een burgerbaan of een job bij ons.”

Het menselijke aspect staat hoog in zijn vaandel. Dat was vroeger al zo. De Nederlandse strijdkrachten voeren een zero tolerance-beleid als het gaat om geweld en drugs. Overtreders worden ontslagen. De Kruif kwam na een incident ooit op voor een van zijn manschappen.

,,Een soldaat had gezegd in het weekeinde wel eens te blowen”, aldus de generaal. ,,Toen ik hem sprak, over jeugd en sociale achtergrond, hoorde ik schokkende dingen. Hij had in zijn jongste jaren veel ellende meegemaakt. ‘Wat gebeurt er met die vent als ik hem loslaat?’, vroeg ik mezelf. Ik kende het antwoord: ‘Dan gaat hij de mist in’. We hebben dus niet losgelaten. Een paar jaar geleden ontmoette ik hem weer. Nog steeds militair, nog steeds oké.”

Ook met voormalige Dutchbat III-gangers, de militairen die in Srebrenica gelegerd waren toen die VN-safe haven werd overlopen door Bosnische Serviërs, houdt De Kruif contact. Vaak mannen en vrouwen die na de gruwelen op de Balkan gebroken terugkeerden, aan PTSS lijden en negentien jaar na het humanitaire drama nog steeds onder vuur liggen van linkse advocaten.

Ondanks het schrappen van mens en materieel wordt de Koninklijke Landmacht wereldwijd geroemd. Daarom ook tijdens het 200-jarige feest: komst van bij de beroemde 82e (All-American) en 101e (Screaming Eagles) luchtlandingsdivisies dienende Amerikanen. Nederlandse militairen worden geportretteerd tijdens door het land reizende concerten. Een van hen is kapitein Marco Kroon, ridder Militaire Willems-Orde, nu voor het Korps Commandotroepen op uitzending in Mali.

,,De mens is de kracht van de Koninklijke Landmacht”, zegt De Kruif. ,,Hij of zij moet het doen als het er echt op aankomt, levens kunnen verloren gaan. Gelukkig is daar respect voor. Dat was vroeger anders. Gedurende mijn KMA-jaren mochten we niet in uniform naar huis. Ik herinner me nog een kerkdienst, de dominee zei dat je niet militair en christen kon zijn. Ik ben opgestaan en
weggelopen.”

Uruzgan
Generaal De Kruif en Hans de Vreij
Mart de Kruif werd internationaal bekend in 2008 en 2009. Als ISAF-commandant voor Zuid-Afghanistan stond hij aan het hoofd van 45.000 militairen en task forces in Kandahar, Uruzgan en Helmand. ,,Als je in Afghanistan zit, is zowel succes als falen tastbaar. In mijn tijd verloren we 282 manschappen.”

Op de crematie van soldaat Mark Schouwink, hij sneuvelde vrijdag 18 april 2008 in Uruzgan samen met luitenant Dennis van Uhm, zoon van toenmalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm, sprak Mart de Kruif als zijn brigadecommandant ontroerende woorden.

Wij militairen zijn control freaks, willen altijd alles geregeld hebben, controle houden over wat gebeurt. Daarom plannen we alles. Niet dus, de werkelijkheid is soms gruwelijk anders. Soms gaat de dood zijn gang. Dat was zo bij Mark. Maar naast het besef van onmetelijke pijn hebben wij als collega’s, en ik als commandant, ook een ander gevoel. Trots. Trots om te mogen dienen met zulke goede mensen als Mark. Trots op de moed die hij had om te gaan. Ondanks de gevaren waarvan hij zich heel goed bewust was.”

Van alle afscheidsceremonies in Kandahar, waarbij de kisten van gesneuvelden het vliegtuig naar huis worden ingedragen, herinnert De Kruif zich de schok van één.

Hoogzwanger
,,Als ISAF-commandant maakte ik twee maanden eerder met piloot Kyle van de Giesen een vlucht boven Helmand in zijn gevechtshelikopter”, zegt de generaal. De AH-1 Cobra-vlieger vertelde dat zijn vrouw hoogzwanger was, dat hij snel naar huis, naar Amerika, zou gaan. Tijdens die ceremonie in oktober 2009 wist ik niet wie de dode was. Tot ik zijn naam op de kist las. Van de Giesen. Vlak voor terugkeer omgekomen.”

ISAF 2009. Foto Hans de Vreij
In Uruzgan dwong de Koninklijke Landmacht groot respect af bij de bondgenoten. Amerikanen, Canadezen en Britten roemen nog steeds de inzet van de Nederlandse task forces. Nu dienen soldaten bij de Patriot-batterijen aan de Turks-Syrische grens, in de woestijn van Mali.

,,Gevoel van veiligheid is een groot goed”, zegt luitenant-generaal De Kruif. Ik ken de intenties van Rusland niet, kan niet in het hoofd van Vladimir Poetin kijken. Maar in algemene zin weet ik dat er altijd wel ergens dreiging is. Ik wil tegen de Commandant der Strijdkrachten kunnen zeggen dat zijn opdrachten uitvoerbaar zijn. En tegen ouders dat hun kinderen zo zijn getraind en uitgerust, dat risico’s zoveel mogelijk worden beperkt.”

Over de mannen en vrouwen die op operationele missie waren: ,,Zeven van de tien mensen maken we beter, twee blijven zoals ze waren. Meestal komen veteranen dus rijker terug. Maar keerzijde is dat een enkeling tijdens uitzending wordt beschadigd, bijvoorbeeld door PTSS. In dit vak gaat het er niet alleen om dingen goed te doen. Het gaat er vooral om de goede dingen te doen.”

Commandant Landstrijdkrachten Luitenant-generaal Mart de Kruif. ,,Gevoel van veiligheid is een
groot goed. Ik ken de intenties van Rusland niet, kan niet in het hoofd van Vladimir Poetin kijken.
Maar in algemene zin weet ik dat er altijd wel ergens dreiging is.”

(Telegraaf via Dropbox, 19 april 2014)

donderdag 17 april 2014

Defensie ondersteunt inzet NAVO in Oost-Europa

De NAVO heeft gisteren aanvullende maatregelen aangekondigd om bondgenoten gerust te stellen die zich door de crisis in Oekraïne bedreigd voelen. Nederland heeft aangegeven hieraan bij te dragen. Een mijnenjager gaat oefenen in de Oostzee. Nederland levert indien gevraagd ook een fregat en F-16’s.

“Evenwichtig en proportioneel”, zo bestempelen de ministers Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken en Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie het pakket aan maatregelen in hun brief aan de Tweede Kamer. “De maatregelen geven uitdrukking aan de eensgezindheid en solidariteit in het bondgenootschap zonder dat zij escalerend werken.”

Oefeningen Oostzee
Nederland levert al tankercapaciteit voor de in Oost-Europa patrouillerende AWACS-radarvliegtuigen. Behalve de mijnenjager nemen vanaf medio dit jaar enkele schepen en een compagnie mariniers deel aan oefeningen. Deze zijn niet alleen in de Oostzee, maar ook in Polen.

Fregat
Nederland biedt verder aan het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. Evertsen in te zetten in de Middellandse Zee. Het marineschip maakt sinds begin februari van dit jaar deel uit van de anti-piraterijmissie Ocean Shield bij Somalië. Het opperbevel van de NAVO kan besluiten om de Standing NATO Maritime Group 1 en 2 in te zetten in respectievelijk de Oostzee en de Middellandse Zee. In dat geval onttrekt de NAVO de Evertsen aan de anti-piraterijmissie. Hoewel afgeslankt, gaan Ocean Shield en de andere missies in het gebied gewoon door.

Zr.Ms. Evertsen (foto: Hans de Vreij)


De Baltische staten Estland, Letland en Litouwen zijn voor de beveiliging van hun luchtruim afhankelijk van de jachtvliegtuigen van hun NAVO-partners. Nederland doet regelmatig mee met het patrouilleren met F-16's boven de Baltische staten. Dat doen NAVO-landen per toerbeurt. De NAVO gaat die luchtpatrouilles intensiveren. Nederland is bereid daaraan een bijdrage te leveren als de NAVO daar om vraagt.

F-16 (foto: Defensie)


Tijdelijke versterking
De extra militaire inzet maakt deel uit van de tijdelijke versterking van de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied. Het bondgenootschap laat meer vliegtuigen patrouilleren en stuurt meer schepen naar de Oostzee en de Middellandse Zee. Ook houden de NAVO-landen extra oefeningen en actualiseren ze hun verdedigingsplannen.

(ministerie van Defensie, 17 april 2014)

Kamerbrief over eventuele extra inzet in Oost-Europa

woensdag 16 april 2014

'Geruststellingspakket' Defensie in verband met de crisis in Oekraïne

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
16 april 2014
Betreft: NAVO - geruststellende maatregelen in verband met de crisis i Oekraïne

Op 1 april jl. gaf de ministeriële Noord-Atlantische Raad (NAR) van de NAVO de militaire autoriteiten opdracht om op korte termijn militaire opties uit te werken om bondgenoten gerust te stellen die zich door de crisis in Oekraïne bedreigd voelen (zie de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 9 april 2014, kenmerk DVB/VD-030/2014). De NAR heeft vandaag een besluit genomen over een pakket van aanvullende, militaire maatregelen. Hieronder informeert het Kabinet over de inhoud van het pakket. Tevens informeert het Kabinet u over mogelijke Nederlandse bijdragen en over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking met de Russische Federatie te bevriezen.

Maatregelen SACEUR
Het besluit van de NAR biedt de Supreme Allied Commander for Europe (SACEUR) de mogelijkheid maatregelen te treffen waardoor het bondgenootschap de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied tijdelijk versterkt. Het pakket voorziet in een grotere NAVO onder andere door:

- intensivering van maatregelen om de situational awareness te vergroten;
- intensivering van het aantal patrouillevluchten in het kader van de Baltic Air Policing;
- versterkte presentie van NAVO-vlootverbanden in de Oostzee en Middellandse Zee;
- de inzet van militaire stafleden met het oog op het versterken van de gereedstelling en extra training en militaire oefeningen;
- herziening en actualisering van verdedigingsplannen.

Nederland is tevreden over het overeengekomen pakket van maatregelen. Het is evenwichtig en proportioneel en biedt bondgenoten die zich bedreigd voelen voldoende zekerheden. Bovendien is afgesproken dat, afhankelijk van de ontwikkelingen, het pakket kan worden aangepast. De maatregelen geven uitdrukking aan de eensgezindheid en solidariteit in het bondgenootschap zonder dat zij escalerend werken.

Nederlandse bijdrage
Nederland levert op dit moment al een bijdrage aan de eerste serie van maatregelen die SACEUR in maart jl. heeft getroffen. Zo wordt de Nederlandse tankercapaciteit (air-to-air refuelling) ingezet ten behoeve van het bijtanken van de AWACS (zie ook Kamerstuk 28676-198). Op korte termijn zal een Nederlandse mijnenjager, die onderdeel is van de Standing NATO Mine Clearing Maritime Group (SNMCMG 1), oefeningen gaan uitvoeren en havenbezoeken afleggen in de Oostzee. Verder zal Nederland in juni met enkele schepen deelnemen aan de oefening Baltops en in september neemt een compagnie Special Forces in Polen deel aan de oefening Noble Sword. Nederland levert daarnaast twee functionarissen aan de versterking van de staf van het NAVO-hoofdkwartier SHAPE. Nederland beraadt zich op dit moment op mogelijke bijdragen aan het onderhavige pakket aanvullende maatregelen van SACEUR.

Zoals bekend zijn de Baltische landen afhankelijk van hun NAVO-partners voor de beveiliging van hun luchtruim met jachtvliegtuigen. De NAVO heeft deze Baltic Air Policing taak inmiddels geïntensiveerd. Er worden meer vliegtuigen ingezet en meer patrouillevluchten uitgevoerd. Ook Nederlandse F-16’s zijn beschikbaar om patrouillevluchten uit te voeren. Nederland was al voornemens deel te nemen aan de Baltic Air Policing taak in 2017. SACEUR beziet op dit moment de planning. Het Kabinet zal de Kamer nader informeren als zich als onderdeel van het geruststellingspakket eerder inzetmogelijkheden aandienen.

Onderdeel van de voorstellen van SACEUR is de mogelijkheid om de beide Standing NATO Maritime Groups (SNMG 1 en SNMG 2) in te zetten in de Oostzee en de Middellandse Zee. Momenteel is de SNMG 2 actief in de antipiraterij-operatie Ocean Shield in de wateren voor de kust van Somalië. De SNMG 2 bestaat uit vier schepen, waaronder het Nederlandse Luchtverdediging en Commandofregat Zr. Ms. Evertsen (van 24 januari 2014 tot en met half mei 2014). Indien SACEUR daartoe besluit, zal Zr. Ms. Evertsen eerder dan voorzien stoppen met Ocean Shield en als onderdeel van SNMG 2 actief worden in de Middellandse Zee. Het onttrekken van schepen aan Ocean Shield betekent niet dat de operatie wordt beëindigd. Het netwerk en de commandostructuur blijven intact om situational awareness te behouden en om zo nodig weer te kunnen opschalen. In 2014 levert Nederland verder geen bijdrage meer aan Ocean Shield. Met de anti-piraterijmissie EU-Atalanta en de Combined Maritime Forces is de maritieme aanwezigheid in 2014 in de wateren voor de kust van Somalië behouden. Defensie zal de Vessel Protection Detachements (VPD's) blijven inzetten. Nederland zet bovendien de geïntegreerde aanpak op het gebied van piraterijbestrijding voort door ook deel te nemen aan de maritieme capaciteitsopbouwmissie EUCAP Nestor en de EU Trainingsmissie in Somalië.

Bilaterale Defensiesamenwerking Rusland-Nederland
In reactie op de Russische annexatie van de Krim besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO op 1 april jl. alle praktische samenwerking – zowel civiel als militair – met de Russische Federatie in het kader van de NAVO-Rusland Raad (NRC), de Euro-Atlantische Partnerschapraad (EAPC) en het Partnership for Peace (PfP) op te schorten. De Russische Federatie mag voorts niet langer deelnemen aan comités en bijeenkomsten in NRC, EAPC of PfP-verband. Om de politieke dialoog te kunnen voortzetten, geldt deze uitsluiting niet voor bijeenkomsten van de EAPC op ambassadeursniveau of de NRC op ambassadeursniveau of hoger.

De Russische defensieattaché in Den Haag is 11 april jl. geïnformeerd over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking tussen Nederland en de Russische Federatie te bevriezen, afgezien van herdenkingen in verband met de Tweede Wereldoorlog. Aangezien Nederland veel belang hecht aan de dialoog met de Russische Federatie, is besloten de communicatiekanalen met de Russische defensieattaché in Den Haag open te houden en de Nederlandse defensieattaché in Moskou op zijn post te laten.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans

De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert

(Rijksoverheid, 16 april 2014) 

donderdag 27 maart 2014

President Obama's speech in Brussels (excerpt)

Remarks by the President in Address to European Youth
Palais des Beaux Arts
Brussels, Belgium

(...)

So I come here today to insist that we must never take for granted the progress that has been won here in Europe and advanced around the world, because the contest of ideas continues for your generation.  And that’s what’s at stake in Ukraine today.  Russia’s leadership is challenging truths that only a few weeks ago seemed self-evident -- that in the 21st century, the borders of Europe cannot be redrawn with force, that international law matters, that people and nations can make their own decisions about their future.

To be honest, if we defined our interests narrowly, if we applied a cold-hearted calculus, we might decide to look the other way.  Our economy is not deeply integrated with Ukraine’s. Our people and our homeland face no direct threat from the invasion of Crimea.  Our own borders are not threatened by Russia’s annexation.  But that kind of casual indifference would ignore the lessons that are written in the cemeteries of this continent.  It would allow the old way of doing things to regain a foothold in this young century.  And that message would be heard not just in Europe, but in Asia and the Americas, in Africa and the Middle East.

And the consequences that would arise from complacency are not abstractions.  The impact that they have on the lives of real people -- men and women just like us -- have to enter into our imaginations.  Just look at the young people of Ukraine who were determined to take back their future from a government rotted by corruption -- the portraits of the fallen shot by snipers, the visitors who pay their respects at the Maidan. There was the university student, wrapped in the Ukrainian flag, expressing her hope that “every country should live by the law.”  A postgraduate student, speaking of her fellow protesters, saying, “I want these people who are here to have dignity.”  Imagine that you are the young woman who said, “there are some things that fear, police sticks and tear gas cannot destroy.”

We've never met these people, but we know them.  Their voices echo calls for human dignity that rang out in European streets and squares for generations.  Their voices echo those around the world who at this very moment fight for their dignity. These Ukrainians rejected a government that was stealing from the people instead of serving them, and are reaching for the same ideals that allow us to be here today.

None of us can know for certain what the coming days will bring in Ukraine, but I am confident that eventually those voices -- those voices for human dignity and opportunity and individual rights and rule of law -- those voices ultimately will triumph.  I believe that over the long haul, as nations that are free, as free people, the future is ours.  I believe this not because I’m naive, and I believe this not because of the strength of our arms or the size of our economies, I believe this because these ideals that we affirm are true; these ideals are universal.

Yes, we believe in democracy -- with elections that are free and fair; and independent judiciaries and opposition parties; civil society and uncensored information so that individuals can make their own choices. Yes, we believe in open economies based on free markets and innovation, and individual initiative and entrepreneurship, and trade and investment that creates a broader prosperity.  And, yes, we believe in human dignity -- that every person is created equal, no matter who you are, or what you look like, or who you love, or where you come from.  That is what we believe.  That’s what makes us strong.

And our enduring strength is also reflected in our respect for an international system that protects the rights of both nations and people -- a United Nations and a Universal Declaration of Human Rights; international law and the means to enforce those laws.  But we also know that those rules are not self-executing; they depend on people and nations of goodwill continually affirming them.  And that’s why Russia’s violation of international law -- its assault on Ukraine’s sovereignty and territorial integrity -- must be met with condemnation.  Not because we’re trying to keep Russia down, but because the principles that have meant so much to Europe and the world must be lifted up.

Over the last several days, the United States, Europe, and our partners around the world have been united in defense of these ideals, and united in support of the Ukrainian people. Together, we've condemned Russia’s invasion of Ukraine, and rejected the legitimacy of the Crimean referendum.  Together, we have isolated Russia politically, suspending it from the G8 nations and downgrading our bilateral ties.  Together, we are imposing costs through sanctions that have left a mark on Russia and those accountable for its actions.  And if the Russian leadership stays on its current course, together we will ensure that this isolation deepens. Sanctions will expand.  And the toll on Russia’s economy, as well as its standing in the world, will only increase.

And meanwhile, the United States and our allies will continue to support the government of Ukraine as they chart a democratic course.  Together, we are going to provide a significant package of assistance that can help stabilize the Ukrainian economy, and meet the basic needs of the people.  Make no mistake:  Neither the United States, nor Europe has any interest in controlling Ukraine.  We have sent no troops there.  What we want is for the Ukrainian people to make their own decisions, just like other free people around the world.

Understand, as well, this is not another Cold War that we’re entering into.  After all, unlike the Soviet Union, Russia leads no bloc of nations, no global ideology.  The United States and NATO do not seek any conflict with Russia.  In fact, for more than 60 years, we have come together in NATO -- not to claim other lands, but to keep nations free.  What we will do -- always -- is uphold our solemn obligation, our Article 5 duty to defend the sovereignty and territorial integrity of our allies.  And in that promise we will never waver; NATO nations never stand alone.

Today, NATO planes patrol the skies over the Baltics, and we've reinforced our presence in Poland.  And we’re prepared to do more.  Going forward, every NATO member state must step up and carry its share of the burden by showing the political will to invest in our collective defense, and by developing the capabilities to serve as a source of international peace and security.

Of course, Ukraine is not a member of NATO -- in part because of its close and complex history with Russia.  Nor will Russia be dislodged from Crimea or deterred from further escalation by military force.  But with time, so long as we remain united, the Russian people will recognize that they cannot achieve security, prosperity and the status that they seek through brute force.  And that’s why, throughout this crisis, we will combine our substantial pressure on Russia with an open door for diplomacy.  I believe that for both Ukraine and Russia, a stable peace will come through de-escalation -- direct dialogue between Russia and the government of Ukraine and the international community; monitors who can ensure that the rights of all Ukrainians are protected; a process of constitutional reform within Ukraine; and free and fair elections this spring.

So far, Russia has resisted diplomatic overtures, annexing Crimea and massing large forces along Ukraine’s border.  Russia has justified these actions as an effort to prevent problems on its own borders and to protect ethnic Russians inside Ukraine.  Of course, there is no evidence, and never has been, of systemic violence against ethnic Russians inside of Ukraine.  Moreover, many countries around the world face similar questions about their borders and ethnic minorities abroad, about sovereignty and self-determination.  These are tensions that have led in other places to debate and democratic referendums, conflicts and uneasy co-existence.  These are difficult issues, and it is precisely because these questions are hard that they must be addressed through constitutional means and international laws so that majorities cannot simply suppress minorities, and big countries cannot simply bully the small.

In defending its actions, Russian leaders have further claimed Kosovo as a precedent -- an example they say of the West interfering in the affairs of a smaller country, just as they’re doing now.  But NATO only intervened after the people of Kosovo were systematically brutalized and killed for years.  And Kosovo only left Serbia after a referendum was organized not outside the boundaries of international law, but in careful cooperation with the United Nations and with Kosovo’s neighbors.  None of that even came close to happening in Crimea.

Moreover, Russia has pointed to America’s decision to go into Iraq as an example of Western hypocrisy. Now, it is true that the Iraq War was a subject of vigorous debate not just around the world, but in the United States as well.  I participated in that debate and I opposed our military intervention there.  But even in Iraq, America sought to work within the international system.  We did not claim or annex Iraq’s territory. We did not grab its resources for our own gain.  Instead, we ended our war and left Iraq to its people and a fully sovereign Iraqi state that could make decisions about its own future.

Of course, neither the United States nor Europe are perfect in adherence to our ideals, nor do we claim to be the sole arbiter of what is right or wrong in the world.  We are human, after all, and we face difficult choices about how to exercise our power.  But part of what makes us different is that we welcome criticism, just as we welcome the responsibilities that come with global leadership.

We look to the East and the South and see nations poised to play a growing role on the world stage, and we consider that a good thing.  It reflects the same diversity that makes us stronger as a nation and the forces of integration and cooperation that Europe has advanced for decades.  And in a world of challenges that are increasingly global, all of us have an interest in nations stepping forward to play their part -- to bear their share of the burden and to uphold international norms.

So our approach stands in stark contrast to the arguments coming out of Russia these days.  It is absurd to suggest -- as a steady drumbeat of Russian voices do -- that America is somehow conspiring with fascists inside of Ukraine or failing to respect the Russian people.  My grandfather served in Patton’s Army, just as many of your fathers and grandfathers fought against fascism. We Americans remember well the unimaginable sacrifices made by the Russian people in World War II, and we have honored those sacrifices.

Since the end of the Cold War, we have worked with Russia under successive administrations to build ties of culture and commerce and international community not as a favor to Russia, but because it was in our national interests.  And together, we've secured nuclear materials from terrorists.  We welcomed Russia into the G8 and the World Trade Organization.  From the reduction of nuclear arms to the elimination of Syria’s chemical weapons, we believe the world has benefited when Russia chooses to cooperate on the basis of mutual interests and mutual respect.

So America, and the world and Europe, has an interest in a strong and responsible Russia, not a weak one. We want the Russian people to live in security, prosperity and dignity like everyone else -- proud of their own history.  But that does not mean that Russia can run roughshod over its neighbors.  Just because Russia has a deep history with Ukraine does not mean it should be able to dictate Ukraine’s future.  No amount of propaganda can make right something that the world knows is wrong.

In the end, every society must chart its own course. America’s path or Europe’s path is not the only ways to reach freedom and justice.  But on the fundamental principle that is at stake here -- the ability of nations and peoples to make their own choices -- there can be no going back.  It’s not America that filled the Maidan with protesters -- it was Ukrainians.  No foreign forces compelled the citizens of Tunis and Tripoli to rise up -- they did so on their own.  From the Burmese parliamentarian pursuing reform to the young leaders fighting corruption and intolerance in Africa, we see something irreducible that all of us share as human beings -- a truth that will persevere in the face of violence and repression and will ultimately overcome.

(...)

(Full text: White House, 26 March 2014)

woensdag 26 maart 2014

Veiligheidsgaranties NAVO-leden? OK, maar niet té luid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Geannoteerde agenda t.b.v. NAVO-bijeenkomst op het niveau van ministers van Buitenlandse Zaken, 1-2 april 2014

Op 1 en 2 april a.s. komen de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-landen bijeen in Brussel. De conceptagenda voorziet in een werksessie, een bijeenkomst met Oekraïne (NAVO-Oekraïne Commissie) en een werkdiner op 1 april. Op 2 april komt de NAVO bijeen met Georgië (NAVO-Georgië Commissie), de ISAF-partners en de landen van het Istanbul Cooperation Initiative (ICI). Ook is een reeds eerder geplande, korte, ceremoniële bijeenkomst voorzien ter gelegenheid van de uitbreiding van de NAVO in 1999, 2004 en 2009. De situatie in Oekraïne zal de besprekingen domineren. Voor zover mogelijk zal ook worden vooruitgeblikt naar de NAVO-top op 4 en 5 september in Wales. In deze brief wordt vooral ingegaan op de Nederlandse positie in de NAVO t.a.v. het Russisch-Oekraïense conflict.

Oekraïne
De afgelopen weken bent u meerdere malen geïnformeerd over de ontwikkelingen in Oekraïne. In de brieven aan uw Kamer d.d. 3, 7, 12 en 18 maart is ook ingegaan op de besprekingen die binnen de NAVO zijn gevoerd. Zoals uit deze berichtgeving blijkt, volgt de NAVO de situatie nauwgezet en heeft zij de bestaande samenwerkingsverbanden met Oekraïne en Rusland, respectievelijk de NAVO-Oekraïne Commissie (NUC) en de NAVO-Rusland Raad (NRR), benut om de kwestie te bespreken. Op 14 maart jl. kwam de Euro-Atlantische Partnerschapsraad (EAPR), waarin Oekraïne en Rusland zitting hebben, bijeen. De NAVO heeft, o.a. in verklaringen op 2, 4 en 17 maart de Russische handelwijze in krachtige termen veroordeeld en het land opgeroepen zijn internationale verplichtingen na te komen. Helaas hebben ook de besprekingen in de NRR er niet toe geleid dat Rusland is overgegaan tot de-escalatie van de situatie.

Op 4 maart jl. kwam de Noord Atlantische Raad (NAR) bijeen op verzoek van Polen. Polen had artikel 4 ingeroepen, dat stelt dat bondgenoten onderling overleg zullen plegen wanneer naar de mening van een van hen de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een der partijen wordt bedreigd. Bij die gelegenheid heeft de NAR besloten tot het treffen van maatregelen om de situational awareness van het Bondgenootschap rond de situatie in Oekraïne te verbeteren. Dat houdt onder andere in dat de AWACS-toestellen actiever boven het grondgebied van de Alliantie worden ingezet. In dit kader zal, in overleg met de minister van Defensie, ook Nederlandse tankercapaciteit (air-to-air refueling) worden ingezet ten behoeve van het bijtanken van deze AWACS-toestellen.De hiermee gemoeide kosten zullen worden gedekt binnen het Defensie-budget.

Zoals bericht, besloot de NAR ook tot versterking van de samenwerking met Oekraïne binnen het raamwerk van de NUC en tot een herziening van de relaties met Rusland. Tijdens de ministeriële bijeenkomst op 1 en 2 april zal bezien worden hoe deze besluiten geconcretiseerd kunnen worden en of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

Conform de Nederlandse inzet heeft ook de NAVO zich er vanaf het begin op gericht om verdere escalatie van de situatie te voorkomen. Helaas hebben oproepen aan Rusland hiertoe geen positief effect gesorteerd. Integendeel, de Russische handelwijze heeft ervoor gezorgd dat verschillende bondgenoten zich in toenemende mate zorgen maken over de veiligheidsconsequenties van het Russische handelen en gevraagd hebben om zichtbare reassurance.

Voor Nederland vormt dit element van reassurance een onlosmakelijk onderdeel van de onderlinge solidariteit die het fundament is van het Bondgenootschap. De tot op heden door de NAVO getroffen maatregelen in deze crisis passen volgens Nederland goed in het vinden van een balans tussen de behoefte aan reassurance en de wens tot de-escalatie. Ministers zullen spreken over de meest recente ontwikkelingen als ook over de strategische implicaties daarvan voor het Bondgenootschap.

Tijdens de NAVO-bijeenkomst zal voorts worden gesproken over verdere steun die aan Oekraïne kan worden gegeven in het kader van de bestaande partnerschapsovereenkomst met het land. Het land vormt een belangrijke partner van de NAVO en bezien zal moeten worden hoe aan het hierboven gemelde besluit om de samenwerking met Oekraïne te versterken, invulling kan worden gegeven. Nederland denkt hierbij met name aan NAVO-bijdragen bij de hervorming en professionalisering van het Oekraïense leger en assistentie m.b.t. de  democratische controle over de krijgsmacht. Daar Oekraïne geen lid is van de NAVO, is van veiligheidsgaranties vanuit het Bondgenootschap voor Oekraïne geen sprake.

Relatie NAVO-Rusland
De NAVO zal stilstaan bij de gevolgen van het conflict voor de relatie met Rusland. Zoals gemeld, besloot de NAVO op 5 maart tot een herziening van de relatie met Rusland. Tevens werd besloten om tot de ministeriële bijeenkomst op 1 en 2 april geen ontmoetingen op werkniveau meer te houden. Nederland is van mening dat Rusland een belangrijke partner van de NAVO is waarmee het Bondgenootschap essentiële belangen deelt, waaronder de bestrijding van terrorisme en de aanpak van piraterij. In deze crisis heeft Rusland echter het internationale recht op ernstige wijze geschonden. Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor de relatie van de NAVO met Rusland. Op welke terreinen dit vorm gegeven zal worden, is onderwerp van discussie. Nederland zal zich er wel voor inzetten dat de diplomatieke kanalen voor politieke dialoog ook in NAVO-kader zoveel mogelijk open blijven.

Georgië
Op 2 april zal de NAVO-Georgië Commissie (NGC) bijeenkomen. Met minister Panjikidze zal worden gesproken over de ontwikkelingen in Georgië en mogelijkheden om de samenwerking met het land te intensiveren. Zoals bekend, wil Georgië graag lid worden van de NAVO. Georgië zou graag zien dat tijdens de NAVO-Top in september het lidmaatschapsperspectief, dat de NAVO Georgië in 2008 bood, wordt ingevuld door een concrete stap voorwaarts.

Nederland verwelkomt de Euro-Atlantische aspiraties van Georgië en de voortgang die het land maakt. Nederland heeft waardering voor de omvangrijke bijdrage van Georgië aan de ISAF-operatie. De vraag doet zich voor in hoeverre de ontwikkelingen in Oekraïne gevolgen moeten hebben voor de NAVO-toetredingskandidatuur van Georgië. Nederland is van mening dat Georgië op zijn eigen merites dient te worden beoordeeld. De mate waarin Georgië politieke en militaire hervormingen ter hand neemt en bijdraagt aan de Euro-Atlantische veiligheid moet leidend zijn. Voorkomen moet worden dat voeding wordt gegeven aan het zero sum-spel dat ogenschijnlijk door Rusland wordt gespeeld.  Nederland wacht met interesse de voortgangsrapportages van de SG NAVO af over de vier landen met lidmaatschapsaspiraties. Deze rapportages zullen in juni tijdens de volgende NAVO-bijeenkomst op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken worden besproken.

Afghanistan
De ministers van Buitenlandse Zaken zullen in ISAF-samenstelling met de Afghaanse autoriteiten van gedachten wisselen. Dit is de laatste ISAF- bijeenkomst voor de presidentsverkiezingen in Afghanistan op 5 april. Naar alle waarschijnlijkheid zal gesproken worden over de politieke en veiligheidssituatie aan de vooravond van de verkiezingen. Ook zal mogelijk kort gesproken worden over de nog lopende onderhandelingen over de Status of Forces Agreement (SOFA) met de NAVO en het uitblijven van overeenstemming over de Bilateral Security Agreement (BSA) met de Verenigde Staten.

Istanbul Cooperation Initiative (ICI)
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan zal de NAR met de landen van het Istanbul Cooperation Initiative (ICI) bijeenkomen. Op de NAVO-top in Istanbul (2004) werd besloten tot oprichting van het ICI. Het ICI is primair gericht op de landen op het Arabische Schiereiland. Inmiddels zijn Koeweit, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar toegetreden. Oman en Saoedi-Arabië zijn uitgenodigd, maar hebben nog geen toetredingswens kenbaar gemaakt. Het ICI richt zich vooral op praktische samenwerking. Nederland acht het ICI een nuttig forum voor samenwerking met deze landen en ziet mogelijkheden om op bepaalde terreinen, bijvoorbeeld piraterijbestrijding en de politieke dialoog, de samenwerking te intensiveren.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Frans Timmermans

(Tweede Kamer, 21 maart 2014)

maandag 3 maart 2014

NRC: Inval van Rusland in Oekraïne volstrekt onverantwoordelijk

Sinds het einde van de Koude Oorlog bestond er in Europa een sluimerend meningsverschil over de vraag in hoeverre Rusland, als erfgenaam van de Sovjet-Unie, nog een werkelijke bedreiging vormde. In West-Europese landen als Nederland maakte men zich daar geen grote zorgen over. Maar in de landen die na de Tweede Wereldoorlog onder de verstikkende dominantie van Moskou hebben geleden, of zelfs deel hebben uitgemaakt van de Sovjet-Unie, bleef de vrees voor het grote Rusland altijd levend. Toetreding tot de NAVO was daarom voor die landen van enorm belang.

Met de inval in Oekraïne, die voorlopig heeft geleid tot de militaire bezetting van de Krim, heeft president Poetin de Polen, de Balten en hun geestverwanten in hun angstige overtuiging bevestigd. Blijkbaar eigent Moskou zich ook bijna een kwart eeuw na het einde van de Sovjet-Unie nog het recht toe om een land binnen te vallen dat het tot zijn invloedssfeer rekent.

Niet alleen schendt Rusland daarmee het volkenrecht en de garanties die het twintig jaar geleden zélf aan het soevereine Oekraïne heeft verstrekt. Het riskeert met deze operatie in het intens verdeelde en instabiele land ook een bittere oorlog te ontketenen. Er is weinig fantasie voor nodig, en een klein beetje historische kennis, om te beseffen hoe bloedig dat kan eindigen en hoe ontwrichtend dat kan werken in de hele regio. De bezetting van de Krim en de dreigementen van president Poetin en het Russische parlement om het daarbij niet te laten, brengen de vrede en veiligheid in Europa in gevaar, zoals secretaris-generaal Rasmussen van de NAVO gisteren terecht zei.

Oekraïne is geen lid van de NAVO, het bondgenootschap heeft dus ook niet te verplichting om het aangevallen land te hulp te schieten in zijn confrontatie met (kernmacht) Rusland. Iedere militaire escalatie van het conflict moet nu ook dringend vermeden worden. Wel is het belangrijk dat zo veel mogelijk landen, en dus niet alleen het Westen, Rusland krachtig duidelijk maken dat deze interventie volstrekt onverantwoordelijk en onacceptabel is. Het dreigement om Rusland als sanctie diplomatiek, politiek en mogelijk ook economisch te isoleren is daarbij een van de weinige beschikbare instrumenten, en mag niet onbenut blijven.

Tegelijk is een grote diplomatieke inspanning nodig, om te voorkomen dat de toestand verder uit de hand loopt. Een balans te vinden tussen harde afkeuring van de Russische operatie enerzijds en het opzoeken van de dialoog anderzijds is de moeilijke opdracht waar de internationale diplomatie nu voor staat. De Europese Unie, die grenst aan Oekraïne, moet daarbij een hoofdrol spelen.

(Hoofdredactioneel commentaar NRC, 3 maart 2014)

Agressor

Wat drie maanden geleden begon als een intern oproer in Oekraïne is dit weekeinde in rap tempo uitgegroeid tot de grootste crisis in Europa sinds de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog.

Door annexatie van de Krim en een dreigende inval in andere delen van Oekraïne, lapt Rusland het Handvest van de Verenigde Naties aan de laars. Secretaris-generaal Rasmussen van de NAVO brandmerkt de Russische president Poetin terecht als agressor.

De vraag is echter in hoeverre het Westen in staat is het Russische gevaar het hoofd te bieden. Poetin trok zich volstrekt niets aan van de waarschuwing van de Amerikaanse president Obama dat een inval in Oekraïne een prijs zou hebben. Een pijnlijke nederlaag voor Obama die al danig verzwakt is op het wereldtoneel, omdat hij in de Syrië-crisis niet de daad bij het woord voegde.

Eerder afgesloten akkoorden omtrent de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne blijken niets waard. Dit terwijl Poetin niet nalaat interventies van het Westen telkens te veroordelen als schendingen van het internationale recht.

Te midden van angstaanjagende Koude Oorlogstaal hamert Moskou op het recht om etnische burgers te beschermen. Onheilspellende parallellen dringen zich op met de situatie in Europa aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog toen Hitler het Duitssprekende Sudetenland in Tsjecho-Slowakije annexeerde.

Als de geschiedenis iets heeft aangetoond is het wel dat niet gebogen moet worden voor een agressor. De NAVO zal met een daadkrachtiger antwoord moeten komen op de oorlogsmachine van Poetin. Alle alarmbellen moeten nu afgaan in het NAVO-hoofdkwartier.

(Telegraaf, 3 maart 2014)

Zie ook het commentaar van de Volkskrant: Een bom onder Europa

Een bom onder Europa

OPINIE Vladimir Poetin heeft de wereld verrast in Oekraïne. De tijden van agressief revanchisme zijn terug in Europa, schrijft Arnout Brouwers in het commentaar van de Volkskrant.

De Russische president Vladimir Poetin, onlangs nog gesignaleerd aan de toog met koning Willem Alexander, heeft voor het eerst sinds de door Slobodan Milosevic aangejaagde Balkanoorlogen, het fundament van de huidige Europese veiligheidsordening geschonden: de territoriale integriteit van staten.

Het is op dit moment te vroeg om te zeggen of het Russische optreden in Oekraïne een invasie is van de Krim of heel oostelijk Oekraïne, of het begin van de creatie van nieuwe separatistische gebieden die - ook als er nooit een schot valt - zich feitelijk aan de Oekraïense soevereiniteit zuilen onttrekken. Maar nu al is duidelijk dat president Poetin een bom heeft gelegd onder de veiligheidsordening die na de instorting van de Sovjet-Unie in Europa is ontstaan.

Poetin heeft nooit verborgen dat Oekraïne voor hem van lijfsbelang is. De Oekraïense Oranjerevolutie van tien jaar geleden was de aanleiding om de democratie in Rusland verder af te knijpen. in 2008 bij de Navo-top in Boekarest trok Poetin in twijfel of Oekraïne wel een staat is. En recent zette hij president Janoekovitsj onder grote druk om af te zien van een associatieverdrag met de EU. Want Poetins Euraziatische Unie stelt te weinig voor zonder Oekraïense deelname.

Dit was allemaal bekend in het Westen, net zoals bekend was dat Poetin jarenlang de druk in Georgie’s afvallige provincies opvoerde tot hij in 2008 president Saakasjvili tot een aanval wist te provoceren - waarna Rusland binnenviel.

Wat westerse politici - jarenlang ingepakt door bilaterale deals met Gazprom en in slaap gesust door hun eigen retoriek over Poetins Nieuwe Rusland’ - niet zagen aankomen, waren de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, die herinneringen oproepen aan zowel het Sovjetingrijpen in Boedapest in 1956 ais aan Adolf Hitlers campagne om de ‘rechten van Duitsers’ te waarborgen in Sudetenland. Ook Poetins staatsrevanchisme over het verlies van het door Moskou bestuurde Sovjetrijk, lijkt op een echo uit het verleden.

Maar willen de Russen op de Krim zelf niet bij Rusland? En kunnen we ais we een oogje dichtknijpen onze warme band met het Kremlin - en de gascontracten - niet bewaren? Zeker, de nieuwe overgangsregering in Kiev bevat enkele radicale types en heeft fouten gemaakt, vooral door de taalwet direct terug te draaien. Maar dit was geen westers complot en het is geen ‘fascistoïde bewind, hoezeer de Russische propaganda en Poetins al dan niet betaalde westerse apologeten dat ook betogen. Tot Rusland olie op het vuur gooide, stond niets een gezamenlijke Westers-Russische aanpak van de politieke en economische stabilisering van Oekraïne in de weg.

Het is 2014, niet 1938 of 1956- en dat is waarom Poetins flagrante schending van de Oekraïense soevereiniteit als zo’n verrassing komt. De postmoderne Europeanen hebben hun eigen strijdkrachten al half afgeschaft, rekenen niet meer op militair tromgeroffel in Europa en kunnen alleen denken in termen van ‘win-win’-diplomatie. Bovendien heeft Poetin veel Europese leiders, de Nederlandse voorop, in zijn broekzak zitten ais gevolg van de jarenlange bilaterale opbouw van energieposities in bijna alle EU-markten. Hij wist dat hij er geen direct tegenspel te verwachten had. in zekere zin geldt dat ook voor het 'terugtrekkende’ Amerika, dat Rusland tot nu onmisbaar achtte in onder meer zijn Iran-diplomatie.

Poetin kan dus een de facto inlijving van de Krim, en zelfs delen van Oost-Oekraïne, afdwingen. Het valt zeer te hopen dat de wereldgemeenschap hem nog kan intomen en een hete oorlog in Oekraïne voorkomen kan worden. Maar ongeacht wat volgt: Poetin is de Rubicon overgetrokken. Dat betekent dat alle betrokkenen de balans moeten opmaken van hun relatie met dit Russische bewind. Dat geldt ook voor Nederland als de facto bruggenhoofd voor Gazprom en veilige kluis voor criminele miljarden uit Rusland.

Arnout Brouwers is chef opinie van de Volkskrant.

© de Volkskrant
3 maart 2014

woensdag 18 juli 2012

Ukraine to take a more active stand in anti-piracy operations

Ukraine will take a more active stand in maintaining peace and global security by participating in the international peacekeeping and, the secretary of the National Security and Defense Council of Ukraine Andriy Kluyiev said, commenting on the intention of the Ukrainian militaries to join the Ocean Shield international operation against piracy, ForUm learned from the NSDCU press service.

According to him, the fight against sea piracy is an issue of high priority for Ukraine. Over the past 3.5 years more than four dozen ships with nearly two hundred of the Ukrainian citizens on board were captured by pirates, Kluyiev said.

He reminded that Ukraine has joined the EU anti-piracy naval operation "Atalanta" in November 2010. In addition, according to him, the Ukrainian Navy is a steady participant in the Mediterranean NATO operation "Active Endeavour" in the fight against illegal migration, illegal trafficking of weapons and drugs.

Already this year, the Ukrainian aircraft participated in the EU operation "Atalanta" carrying out for observation flights over the water area. In 2013, Hetman Sagaidachnyi frigate with a ship-based helicopter and a group of special forces on board is preparing to participate in the international operation "Ocean Shield" off the coast of Somalia, the secretary of NSDCU said.

In his opinion, Ukraine's participation in such operations is not only a contribution to global security, but also a good experience for the Ukrainian militaries.

(forUm, 18 July 2012)

Ukraine planning to join NATO Operation Ocean Shield



Ukraine is planning to join international anti-piracy efforts next year as part of Operation Ocean Shield
This was announced by First Deputy Chief of the General Staff of the Ukrainian Armed Forces, Vice Admiral Ihor Kabanenko at a briefing.

"The Hetman Sagaidachny frigate, with a helicopter and a group of commandos on board, is preparing to participate in this operation. This will be our direct contribution to patrolling the areas of possible actions by pirates as part of an international naval force," Kabanenko said.

He said that this step would significantly influence the level of protection of Ukrainian sailors and crew who work on international maritime trade routes.

(Radio Ukraine International, 17 July 2012)