OPINIE Vladimir Poetin heeft de wereld verrast in Oekraïne. De tijden van agressief revanchisme zijn terug in Europa, schrijft Arnout Brouwers in het commentaar van de Volkskrant.
De Russische president Vladimir Poetin, onlangs nog gesignaleerd aan de toog met koning Willem Alexander, heeft voor het eerst sinds de door Slobodan Milosevic aangejaagde Balkanoorlogen, het fundament van de huidige Europese veiligheidsordening geschonden: de territoriale integriteit van staten.
Het is op dit moment te vroeg om te zeggen of het Russische optreden in Oekraïne een invasie is van de Krim of heel oostelijk Oekraïne, of het begin van de creatie van nieuwe separatistische gebieden die - ook als er nooit een schot valt - zich feitelijk aan de Oekraïense soevereiniteit zuilen onttrekken. Maar nu al is duidelijk dat president Poetin een bom heeft gelegd onder de veiligheidsordening die na de instorting van de Sovjet-Unie in Europa is ontstaan.
Poetin heeft nooit verborgen dat Oekraïne voor hem van lijfsbelang is. De Oekraïense Oranjerevolutie van tien jaar geleden was de aanleiding om de democratie in Rusland verder af te knijpen. in 2008 bij de Navo-top in Boekarest trok Poetin in twijfel of Oekraïne wel een staat is. En recent zette hij president Janoekovitsj onder grote druk om af te zien van een associatieverdrag met de EU. Want Poetins Euraziatische Unie stelt te weinig voor zonder Oekraïense deelname.
Dit was allemaal bekend in het Westen, net zoals bekend was dat Poetin jarenlang de druk in Georgie’s afvallige provincies opvoerde tot hij in 2008 president Saakasjvili tot een aanval wist te provoceren - waarna Rusland binnenviel.
Wat westerse politici - jarenlang ingepakt door bilaterale deals met Gazprom en in slaap gesust door hun eigen retoriek over Poetins Nieuwe Rusland’ - niet zagen aankomen, waren de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, die herinneringen oproepen aan zowel het Sovjetingrijpen in Boedapest in 1956 ais aan Adolf Hitlers campagne om de ‘rechten van Duitsers’ te waarborgen in Sudetenland. Ook Poetins staatsrevanchisme over het verlies van het door Moskou bestuurde Sovjetrijk, lijkt op een echo uit het verleden.
Maar willen de Russen op de Krim zelf niet bij Rusland? En kunnen we ais we een oogje dichtknijpen onze warme band met het Kremlin - en de gascontracten - niet bewaren? Zeker, de nieuwe overgangsregering in Kiev bevat enkele radicale types en heeft fouten gemaakt, vooral door de taalwet direct terug te draaien. Maar dit was geen westers complot en het is geen ‘fascistoïde bewind, hoezeer de Russische propaganda en Poetins al dan niet betaalde westerse apologeten dat ook betogen. Tot Rusland olie op het vuur gooide, stond niets een gezamenlijke Westers-Russische aanpak van de politieke en economische stabilisering van Oekraïne in de weg.
Het is 2014, niet 1938 of 1956- en dat is waarom Poetins flagrante schending van de Oekraïense soevereiniteit als zo’n verrassing komt. De postmoderne Europeanen hebben hun eigen strijdkrachten al half afgeschaft, rekenen niet meer op militair tromgeroffel in Europa en kunnen alleen denken in termen van ‘win-win’-diplomatie. Bovendien heeft Poetin veel Europese leiders, de Nederlandse voorop, in zijn broekzak zitten ais gevolg van de jarenlange bilaterale opbouw van energieposities in bijna alle EU-markten. Hij wist dat hij er geen direct tegenspel te verwachten had. in zekere zin geldt dat ook voor het 'terugtrekkende’ Amerika, dat Rusland tot nu onmisbaar achtte in onder meer zijn Iran-diplomatie.
Poetin kan dus een de facto inlijving van de Krim, en zelfs delen van Oost-Oekraïne, afdwingen. Het valt zeer te hopen dat de wereldgemeenschap hem nog kan intomen en een hete oorlog in Oekraïne voorkomen kan worden. Maar ongeacht wat volgt: Poetin is de Rubicon overgetrokken. Dat betekent dat alle betrokkenen de balans moeten opmaken van hun relatie met dit Russische bewind. Dat geldt ook voor Nederland als de facto bruggenhoofd voor Gazprom en veilige kluis voor criminele miljarden uit Rusland.
Arnout Brouwers is chef opinie van de Volkskrant.
© de Volkskrant
3 maart 2014
Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen
maandag 3 maart 2014
maandag 31 december 2012
Er zal oorlog komen in Europa
Rosanne Hertzberger
Mijn voorspelling is dat Nederland tijdens mijn leven nog verzeild raakt in minstens één oorlog.
Hoogstwaarschijnlijk vindt u dit een ridicule voorspelling. In deze themabijlage, waarin we vrijelijk mogen profeteren, is het makkelijker om iets alarmerends te zeggen over verschuivende wereldmachten of een ernstige epidemie in de wereld dan over oorlog. Je kunt de mensen gemakkelijker wijsmaken dat een nieuw, onwerkelijk apparaat onze levens zal domineren of dat we allemaal op een dag insecten zullen eten dan dat er een ernstig gewapend conflict zal uitbreken op ons eigen grondgebied.
De kans dat je wordt uitgelachen, is vrij groot. Ook al hebben we oorlog meegemaakt en horen we dagelijks over oorlogen in andere landen, een oorlog in Nederland is een komische suggestie – alsof je iemand in de bloei van zijn leven de mogelijkheid voorspiegelt van een levensbedreigende hersentumor. Ook na vijf jaar crisis gaat het te goed met ons om na te denken over dit soort doemscenario’s. Exemplarisch hiervoor waren de bezuinigingen op defensie. We voelen ons dusdanig veilig en verzekerd van vrede dat het weghakken van grote delen van ons leger geen serieuze bezwaren opleverde vanuit de maatschappij – alsof we bewust besluiten om door te roken, omdat we ons niet kunnen voorstellen dat we ooit kanker zullen krijgen.
De komende jaren hebben de naïevelingen waarschijnlijk nog gelijk ook. Gewapende conflicten lijken ook in de nabije toekomst voorbehouden aan de Afrikaanse, Arabische en Aziatische delen van deze wereld. Hoe ongezellig het ook is op de eurotoppen, niemand spreekt oorlogstaal, niemand mobiliseert de troepen. Chagrijnig doch vredig kabbelen we in de richting van de Verenigde Staten van Europa. Hierin lijkt ook in het komende decennium geen verandering te komen.
Toch is het ook weer niet zó onwaarschijnlijk. Naar verwachting ben ik nog meer dan vijftig jaar in leven. Vijftig jaar zonder oorlog is lang op dit continent. Alle parameters zijn aanwezig: de economie krimpt, de werkloosheid is torenhoog en de vooruitzichten zijn ongunstig. Duitsland wil zijn geld terug. Spanje en Griekenland willen hun leven terug. Dan mogen we allerlei mensenrechtenverklaringen en verdragen en internationale rechtbanken in het leven hebben geroepen, het ondenkbare is nog steeds verre van ondenkbaar. Dit blijft Europa, een notoir kruitvat, waar de vraag niet is óf er ooit nog oorlog uitbreekt, maar wanneer. Ik zou niet weten waarom de 21ste eeuw een uitzondering zou zijn op deze regel.
Dus ziehier een scenario. De economische malaise in Zuid- Europa houdt aan of keert terug. Een aantal verkozen Griekse, Italiaanse en Spaanse premiers moet opnieuw het veld ruimen, omdat ze weigeren te bezuinigen. Met druk uit het Noorden worden er telkens weer pro-Europese politici geïnstalleerd. De werkloze Zuid-Europese jongere komt zijn geluk zoeken in Nederland en Duitsland. Na een aantal immigratiegolven hebben steeds meer volkswijken een uitgesproken Zuid-Europees gezicht. De nieuwe minderheid spreekt, net als de al aanwezige Oost-Europese migranten, nauwelijks Nederlands. Ze integreren niet, ze zijn arm, ontevreden en oververtegenwoordigd in de bijstand en de criminaliteit. Een aantal incidenten volgt. Er gaan verhalen over een lynchpartij. In Zuid-Duitse steden schijnen racistische knokploegen rond te lopen. Een politieagent schiet een jonge Spanjaard dood. Hierop volgen rellen tussen autochtonen en allochtonen. De politie grijpt hardhandig in. Hierbij vallen vele Spaanse en Italiaanse doden.
In Zuid-Europa is er ondertussen steeds meer onvrede over de benarde situatie van Zuid-Europese migranten in de noordelijke lidstaten. De populistische oppositie organiseert op eigen houtje verkiezingen en neemt met geweld de macht over van de pro-Europese bezuinigers. Een aantal Zuid-Europese toppen wordt georganiseerd. Daar klinkt steeds vijandiger taal: als de Noord-Europese landen hun Spaanse, Italiaanse en Griekse minderheden niet beschermen, dan moeten Spanje, Italië en Griekenland zelf maar troepen sturen om hun onderdanen te beschermen, schreeuwen de populisten, aangemoedigd door hun volk.
Op een dag, ergens in de komende vijf decennia, voegen ze de daad bij het woord. Zo ondenkbaar is het niet.
Rosanne Hertzberger is moleculair microbioloog.
(Deze column verscheen in NRC Handelsblad van zaterdag 29 december 2012)
Overname door derden is niet toegestaan
Mijn voorspelling is dat Nederland tijdens mijn leven nog verzeild raakt in minstens één oorlog.
Hoogstwaarschijnlijk vindt u dit een ridicule voorspelling. In deze themabijlage, waarin we vrijelijk mogen profeteren, is het makkelijker om iets alarmerends te zeggen over verschuivende wereldmachten of een ernstige epidemie in de wereld dan over oorlog. Je kunt de mensen gemakkelijker wijsmaken dat een nieuw, onwerkelijk apparaat onze levens zal domineren of dat we allemaal op een dag insecten zullen eten dan dat er een ernstig gewapend conflict zal uitbreken op ons eigen grondgebied.
De kans dat je wordt uitgelachen, is vrij groot. Ook al hebben we oorlog meegemaakt en horen we dagelijks over oorlogen in andere landen, een oorlog in Nederland is een komische suggestie – alsof je iemand in de bloei van zijn leven de mogelijkheid voorspiegelt van een levensbedreigende hersentumor. Ook na vijf jaar crisis gaat het te goed met ons om na te denken over dit soort doemscenario’s. Exemplarisch hiervoor waren de bezuinigingen op defensie. We voelen ons dusdanig veilig en verzekerd van vrede dat het weghakken van grote delen van ons leger geen serieuze bezwaren opleverde vanuit de maatschappij – alsof we bewust besluiten om door te roken, omdat we ons niet kunnen voorstellen dat we ooit kanker zullen krijgen.
De komende jaren hebben de naïevelingen waarschijnlijk nog gelijk ook. Gewapende conflicten lijken ook in de nabije toekomst voorbehouden aan de Afrikaanse, Arabische en Aziatische delen van deze wereld. Hoe ongezellig het ook is op de eurotoppen, niemand spreekt oorlogstaal, niemand mobiliseert de troepen. Chagrijnig doch vredig kabbelen we in de richting van de Verenigde Staten van Europa. Hierin lijkt ook in het komende decennium geen verandering te komen.
Toch is het ook weer niet zó onwaarschijnlijk. Naar verwachting ben ik nog meer dan vijftig jaar in leven. Vijftig jaar zonder oorlog is lang op dit continent. Alle parameters zijn aanwezig: de economie krimpt, de werkloosheid is torenhoog en de vooruitzichten zijn ongunstig. Duitsland wil zijn geld terug. Spanje en Griekenland willen hun leven terug. Dan mogen we allerlei mensenrechtenverklaringen en verdragen en internationale rechtbanken in het leven hebben geroepen, het ondenkbare is nog steeds verre van ondenkbaar. Dit blijft Europa, een notoir kruitvat, waar de vraag niet is óf er ooit nog oorlog uitbreekt, maar wanneer. Ik zou niet weten waarom de 21ste eeuw een uitzondering zou zijn op deze regel.
Dus ziehier een scenario. De economische malaise in Zuid- Europa houdt aan of keert terug. Een aantal verkozen Griekse, Italiaanse en Spaanse premiers moet opnieuw het veld ruimen, omdat ze weigeren te bezuinigen. Met druk uit het Noorden worden er telkens weer pro-Europese politici geïnstalleerd. De werkloze Zuid-Europese jongere komt zijn geluk zoeken in Nederland en Duitsland. Na een aantal immigratiegolven hebben steeds meer volkswijken een uitgesproken Zuid-Europees gezicht. De nieuwe minderheid spreekt, net als de al aanwezige Oost-Europese migranten, nauwelijks Nederlands. Ze integreren niet, ze zijn arm, ontevreden en oververtegenwoordigd in de bijstand en de criminaliteit. Een aantal incidenten volgt. Er gaan verhalen over een lynchpartij. In Zuid-Duitse steden schijnen racistische knokploegen rond te lopen. Een politieagent schiet een jonge Spanjaard dood. Hierop volgen rellen tussen autochtonen en allochtonen. De politie grijpt hardhandig in. Hierbij vallen vele Spaanse en Italiaanse doden.
In Zuid-Europa is er ondertussen steeds meer onvrede over de benarde situatie van Zuid-Europese migranten in de noordelijke lidstaten. De populistische oppositie organiseert op eigen houtje verkiezingen en neemt met geweld de macht over van de pro-Europese bezuinigers. Een aantal Zuid-Europese toppen wordt georganiseerd. Daar klinkt steeds vijandiger taal: als de Noord-Europese landen hun Spaanse, Italiaanse en Griekse minderheden niet beschermen, dan moeten Spanje, Italië en Griekenland zelf maar troepen sturen om hun onderdanen te beschermen, schreeuwen de populisten, aangemoedigd door hun volk.
Op een dag, ergens in de komende vijf decennia, voegen ze de daad bij het woord. Zo ondenkbaar is het niet.
Rosanne Hertzberger is moleculair microbioloog.
(Deze column verscheen in NRC Handelsblad van zaterdag 29 december 2012)
Overname door derden is niet toegestaan
Abonneren op:
Posts (Atom)