Posts tonen met het label Europese Unie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Europese Unie. Alle posts tonen

woensdag 5 augustus 2015

Patrouilleschip voor het eerst op antipiraterijmissie

Het patrouilleschip Zr.Ms. Groningen van de Koninklijke Marine vertrekt zondag 9 augustus voor een periode van vier maanden naar de wateren rond Somalië. Voor het eerst wordt een ocean-going patrol vessel (OPV) ingezet voor anti-piraterij. Het schip neemt deel aan de EU-antipiraterijoperatie Atalanta.

Het marineschip gaat zich in de regio bezig houden met het beschermen en controleren van schepen die gebruik maken van scheepvaartroutes door de Golf van Aden en de Hoorn van Afrika bij Somalië. Nederland levert al sinds 2008 een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in de regio. Operatie Atalanta is een door de Europese Unie geleide missie en richt zich op het terugdringen van piraterij voor de kust van Somalië. Door te patrouilleren vergroten de marineschepen de veiligheid en ontmoedigen en verstoren zij piraterij op zee. Daarnaast levert het schip een bijdrage aan capacity bulding in de regio door het trainen van lokaal Kustwachtpersoneel.

Piraterij
Piraterij vormt een serieuze bedreiging voor onze belangen als handelsnatie. De vrije doortocht van goederen over zee en de ontwikkeling van de regio lopen gevaar door piraterij. Jaarlijks passeren tussen de 20.000 en 30.000 schepen de Golf van Aden. De laatste jaren is piraterij sterk teruggedrongen door de internationale samenwerking van marines, maar de dreiging is nog niet verdwenen. Zo lang de stabiliteit op het land niet is gewaarborgd, blijft de bescherming van schepen nodig. Sinds februari van dit jaar is het mandaat van Atalanta aangepast en mag de maritieme missie ondersteuning bieden aan de EU zustermissies op land.

Zr.Ms. Groningen
Zr.Ms. Groningen is een van de vier OPV’s van de Koninklijke Marine. De patrouilleschepen zijn flexibel inzetbare vaartuigen, toegerust op de bewaking van kustwateren. Naast terrorisme en piraterij, controleren deze ocean-going patrol vessels ook schepen en worden ingezet voor anti-drugsoperaties. Het standaard aantal bemanningsleden van het schip (50) wordt voor deze inzet aangevuld met een detachement van het Korps Mariniers (‘enhanced boarding element’), een geavanceerde NH90 helikopter met bemanning, een medisch/chirurgisch team en enkele aanvullende specialisten zoals een tolk. Hiermee wordt de bemanning uitgebreid tot het recordaantal van 98 personen.

(Bron: ministerie van Defensie)


Zr.Ms. Groningen (foto: Marine)

zaterdag 24 januari 2015

Nederland en Zweden treden samen op in antipiraterijmissie

Het marineschip Zr.Ms. Johan de Witt vertrekt vandaag naar het zeegebied rond Somalië voor de antipiraterijmissie Atalanta van de Europese Unie. Onder de 400-koppige bemanning bevindt zich ook een internationale staf van ongeveer 40 leden, onder leiding van de Zweedse admiraal Jonas Haggren. Zweden stuurt voor het eerst een internationale missie aan vanaf een Nederlands marineschip.

Zr.Ms. Johan de Witt

De Zweden gaven al eerder te kennen in 2015 het commando te willen voeren over Atalanta. Door dit vanaf  Zr.Ms. Johan de Witt te doen worden materieel en personeel van beide landen doelmatiger ingezet. Het embarkeren van een internationale staf op een buitenlands schip wordt, zowel politiek als militair, gezien als een vorm van verregaande samenwerking. Dit door innovatief elkaars schaarse capaciteiten te gebruiken volgens het pooling & sharing concept.

Naast de Zweden, bestaat de staf uit militairen uit België, Duitsland, Djibouti, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Letland, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje en Nederland. Zweden levert behalve personeel ook twee Augusta-helikopters en twee gevechtsboten (CB90’s) die op Zr.Ms. Johan de Witt zijn gestationeerd. Deze eenheden, inclusief de ongeveer 40-koppige Zweedse bemanning hiervan, vallen niet onder de staf maar worden aangestuurd door de commandant van het schip.

Stridsbåt 90

Voor de antipiraterijmissie neemt het marineschip verder een Nederlands medisch team mee voor eventuele operaties aan boord, een NH90-helikopter, een landingsvaartuig (LCU), vier snelle FRISC-rubberboten en mariniers om boarding teams te vormen. Naar verwachting keert Zr.Ms. Johan de Witt eind mei terug in Den Helder.

(ministerie van Defensie)

donderdag 1 mei 2014

Zr.Ms. De Zeven Provinciën op antipiraterijmissie

Het Luchtverdedigings- en Commandofregat Zr.Ms. De Zeven Provinciën vertrekt zondag 4 mei uit thuishaven Den Helder. Het schip wordt tot eind augustus in de wateren rond Somalië ingezet voor de antipiraterijmissie ATALANTA.

De Zeven Provinciën telt een 220-koppige bemanning en staat onder leiding van de commandant, kapitein-luitenant ter-zee Ruud Schoonen. In Malta komen 22 Maltezers aan boord die samen met een gedeelte van de eigen bemanning het boardingteam vormen. De antipiraterijmissie wordt aangestuurd vanaf het Duitse vlaggenschip FGS Brandenburg.

Zr.Ms. Tromp op piratenjacht in 2010. 'Moederskiff' in beslag genomen

Operatie Atalanta is een door de Europese Unie geleide missie en richt zich op het terugdringen van piraterij voor de kust van Somalië. Belangrijkste taken van de EU-taakgroep zijn het verstoren van piraterij in de Golf van Aden en Indische Oceaan, het beschermen van kwetsbare scheepvaart en het escorteren van schepen varend voor het World Food Program. Sinds 2008 levert de Koninklijke Marine een belangrijke bijdrage aan de bestrijding van piraterij. Op dit moment neemt Zr.Ms. Evertsen deel aan de antipiraterij-operatie Ocean Shield van de NAVO en zijn er diverse beveiligingsteams van mariniers (Vessel Protection Detachments) aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen geëmbarkeerd.

Zr.Ms. De Zeven Provinciën is een Luchtverdedigings- en Commandofregat (LCF) van de De Zeven Provinciënklasse. Het is één van de vlaggenschepen van de Koninklijke Marine. Hiertoe beschikt het schip over uitgebreide commando-, communicatie- en datafaciliteiten.

(ministerie van Defensie, 1 mei 2014)

vrijdag 18 januari 2013

Kamerbrief: kabinet overweegt deelname EU-trainingsmissie Mali

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 18 januari 2013
Betreft Notificatie EUTM Mali

Op 17 januari 2013 besloot de Raad Buitenlandse Zaken om een EU trainingsmissie in Mali (EUTM Mali) in het leven te roepen en de ontplooiing van de missie te versnellen. Aanleiding hiertoe vormen de recente ontwikkelingen in Mali. De GVDB-missie EUTM Mali is gericht op training en hervorming van het Malinese leger, inclusief de commandostructuur. De missie wordt uitgevoerd in zuid-Mali.

In het algemeen overleg met de Tweede Kamer op 16 januari jl. kondigden wij aan dat indien de EU inderdaad tot versnelde ontplooiing zou besluiten, het kabinet de wenselijkheid en mogelijkheid van een Nederlandse bijdrage aan deze missie zal bezien.

In overeenstemming met het Toetsingskader 2009 stellen wij u in kennis dat de regering de wenselijkheid en mogelijkheid onderzoekt van een bijdrage aan EUTM Mali. Dit onderzoek kan uitmonden in een positief besluit, waarover het parlement conform artikel 100 van de Grondwet wordt geïnformeerd, of in een negatief besluit, waarover het parlement eveneens wordt geïnformeerd.

De Minister van Buitenlandse Zaken, De Minister van Defensie,
Frans Timmermans                            J.A. Hennis-Plasschaert

(Rijksoverheid, 18 januari 2013)

Zie ook: EU Council conclusions on Mali

donderdag 17 januari 2013

Nederlands transport voor Franse missie Mali

Nederlandse transporttoestellen zijn beschikbaar voor de ondersteuning van de Franse troepen in het West-Afrikaanse Mali. Het kabinet stemt hiermee in.

Het betreft vooralsnog geen vluchten naar Mali zelf maar naar buurlanden. De eerste vlucht kan al op korte termijn plaats hebben.

Frankrijk heeft via het European Air Transport Command (EATC) in Eindhoven Nederland verzocht luchttransportcapaciteit beschikbaar te maken voor logistieke vluchten. Het betreft vooralsnog geen transporten naar Mali zelf, maar naar buurlanden.

De inzet van Nederlandse toestellen vloeit voort uit de afspraken die de deelnemende landen hebben gemaakt bij de oprichting van het EATC in september 2010. Het gaat om logistieke steun binnen het kader van een bestaand samenwerkingsverband en niet om deelneming aan de militaire operatie.

De Koninklijke Luchtmacht beschikt over 2 KDC-10´s, 1 DC-10 en 4 C-130 Hercules-toestellen voor transportvluchten, die allen bij 334 Squadron op Eindhoven zijn geplaatst. Daarnaast zijn ook Nederlandse bemanningen actief op de C-17 Globemasters van EATC, die zijn gestationeerd op Airbase Pápa in Hongarije.

(ministerie van Defensie, 17 januari 2013)

woensdag 16 januari 2013

Oorlog in Mali: De Europeanen kunnen het niet zelf

Frankrijk voert in Mali een eenzame strijd voor heel Europa, meent de Brusselse correspondent van Süddeutsche Zeitung. Dat de bondgenoten van Parijs zich er met een paar vliegtuigen vanaf willen maken, is niet alleen duikgedrag, maar ook een dolkstoot voor de Europese defensie.

Martin Winter

Als het in Mali alleen maar over Mali zou gaan, dan waren er waarschijnlijk niet zo snel Franse soldaten naar de oorlog tegen de islamistische milities gestuurd. Ook de belangen van de oude koloniale macht op het Afrikaanse continent rechtvaardigen zo'n riskante inzet van troepen en militair materieel niet. Frankrijk heeft ingegrepen, omdat de probleemstaat in de Sahel dreigt uit te groeien tot een gevaar voor heel Europa. En het land heeft ervoor gekozen dit alleen te doen, omdat de andere Europeanen het hebben laten afweten. Dat zegt veel over de toestand van het gemeenschappelijke Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. Daar deugt namelijk helemaal niets van.

Een Afghanistan voor de poorten van Europa
Als Parijs voor zijn inzet van zijn Europese bondgenoten niet meer dan een broederlijk schouderklopje en een paar transportvliegtuigen krijgt, is er iets mis met de Europese Unie. Het is in het belang van heel Europa om islamisten en terroristen te dwarsbomen in hun streven naar de verovering van Mali. De EU is ruim een jaar op de hoogte van het gevaar. Als Mali in handen valt van Al-Qaida en hun sympathisanten, wordt het land een soort Afghanistan, vlak voor de poorten van Europa. Een uitvalsoord, trainingskamp en rustplaats voor het internationale terrorisme.

Dit gevaar heeft de EU absoluut onderkend. Zij is het echter nooit over een alomvattend antwoord eens kunnen worden. Een kleine trainingsmissie voor het Malinese leger was alles wat er in zat. De gemeenschappelijke Europese wil was niet tot meer in staat. Een preventieve planning voor militaire noodsituaties, zoals die waarop Frankrijk nu reageert, was er gewoonweg niet.

Het grenst aan het belachelijke dat de trainingsmissie nu moet worden versneld. Daarmee wordt enerzijds het probleem niet verholpen dat de overige Europeanen met de armen over elkaar toekijken hoe de Fransen voor hen de kastanjes uit het vuur halen. En anderzijds zullen er weinig Malinese soldaten te vinden zijn die tijd hebben voor hun Europese trainers, zolang zij in het midden en noorden van het land verstrikt zijn in een oorlog met de milities. De Europese plannen zijn door de ontwikkelingen ingehaald.

Onenigheid, onvermogen en onwil
De EU doet er goed nu de vraag te beantwoorden of zij het gemeenschappelijke veiligheidsbeleid werkelijk serieus neemt. Dat betekent dat Frankrijk hier en nu militair niet in de steek mag worden gelaten. De voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine heeft onlangs een vernietigend oordeel geveld over het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid, waaraan de EU al twee decennia werkt. Als de politici van de EU-lidstaten het niet snel eens kunnen worden over betrouwbare fundamenten voor hun samenwerking, dan kon het wel eens gedaan zijn met de Europese ambities om een wereldmacht te worden. Védrine had waarschijnlijk niet verwacht dat Europa nu al op de proef zou worden gesteld in de Sahel.

Het heeft er veel van weg dat Europa voor deze test niet zal slagen. Want de belangen op gebied van buitenlandse politiek en veiligheid van de EU-staten liggen nog altijd ver uit elkaar. Mali is daar een voorbeeld van: over het gevaar zijn de Europeanen het wel eens, maar niet over de vraag, hoe dat gevaar tegemoet getreden moet worden. En ook niet over het feit, dat je je in zulke omstandigheden op alles, dus ook op oorlog moet voorbereiden. Het Europese veiligheidsbeleid lijdt aan onenigheid, onvermogen en onwil. Daarin zal ook niet zo snel verandering komen.

Niettemin moeten de andere Europeanen Parijs nu militair terzijde staan. Dat is een kwestie van solidariteit, maar ook van verstandig beleid op de langere termijn: wie de deur voor een echt Europees veiligheidsbeleid wil open houden, mag niet riskeren dat Parijs de hulp van de NAVO moet inroepen als het militair tegen zou zitten. Dat zou namelijk het ultieme bewijs zijn dat de Europeanen het eenvoudigweg niet zelf kunnen.

Vertaald uit het Duits door Menno Grootveld

(Süddeutsche Zeitung / www.presseurop.eu, 16 januari 2013)

Kamerbrief: toelichting op EU-vergadering over situatie Mali


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 15 januari 2013
Betreft Geannoteerde agenda buitengewone Raad Buitenlandse Zaken d.d. 17 januari 2013

Geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda aan van de buitengewone Raad Buitenlandse Zaken van 17 januari 2013 die geheel is gewijd aan de situatie in Mali.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans



Op 14 januari jl. kondigde Hoge Vertegenwoordiger Ashton aan op 17 januari a.s. een Buitengewone Raad Buitenlandse Zaken bijeen te roepen om over de recente ontwikkelingen in Mali te spreken. Er zijn geen andere agendapunten.

De inname van Konna (700 kilometer ten noorden van Bamako) op 10 januari jl. door rebellengroeperingen uit het noorden van Mali was de aanleiding voor een verzoek van de Malinese autoriteiten aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Frankrijk om bijstand. De VN-Veiligheidsraad sprak in een spoedzitting zijn zorgen uit over de situatie in Mali en verzocht de VN-lidstaten Mali bij te staan. Hierop volgend zond Frankrijk militaire steun naar Mali. Mede met behulp van Franse steun kon Konna heroverd worden. In het kader van de operatie (‘Serval’) werden ook luchtaanvallen uitgevoerd op Gao, Kidal en andere doelen in het noorden van Mali.

De Franse inzet vindt plaats in het kader van de VN-Veiligheidsraadsresoluties 2085 (2012) en 2071 (2012), die een internationale interventie met het oog op het ondersteunen van de Malinese autoriteiten bij het herstel van de territoriale integriteit autoriseerden, en dient mede om de periode tot de ontplooiing van de African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te overbruggen. De leden van de VNVR hebben hun steun voor het Franse optreden uitgesproken. De resoluties drongen er tevens bij de transitionele autoriteiten op aan een routekaart aan te nemen voor herstel van de constitutionele orde en territoriale eenheid. Ook riepen zij ertoe op snel een raamwerk op te stellen voor onderhandelingen met alle partijen die van banden met terroristische groeperingen afzien. In de komende dagen willen vertegenwoordigers van de VN naar Mali reizen om te trachten voortgang op het politieke spoor te boeken.

In het kader van de recente ontwikkelingen in Mali en de Franse inzet van militaire steun zal op 17 januari tevens gesproken worden over de planning van de trainingsmissie in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB), gericht op versterking van de capaciteit en herstructurering van het Malinese leger, waarvoor de Raad op 10 december jl. het Crisis Management Concept aannam. De Raad zal op 17 januari mogelijk besluiten de trainingsmissie met spoed verder uit te werken. De ontplooiing van AFISMA zal worden versneld.

Het kabinet meent dat de recente ontwikkelingen de noodzaak onderstrepen van een versterkte en versnelde inzet van de internationale gemeenschap, in overeenstemming met de relevante VNVR-resoluties, ter ondersteuning van de constitutionele orde en ter handhaving van de territoriale integriteit van Mali. Het spreekt zijn steun uit voor de militaire acties van Frankrijk in Mali met het oog op bescherming van Malinese steden en het tot staan brengen van de opmars van rebellengroeperingen, waartoe het Malinese leger zelf onvoldoende in staat is.

Mede om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen, steunt het kabinet de voortzetting met spoed van het planningsproces van de GVDB-trainingsmissie. Een versnelling van de planning mag uiteraard niet ten koste gaan van een zorgvuldige beoordeling van de voorwaarden voor een effectieve trainingsmissie en de risico’s die daarmee gepaard gaan. Op grond van de aanvullende planningsdocumenten, en met inachtneming van de financiële kaders, zal het kabinet bezien of en, zo ja, op welke wijze Nederland een bijdrage kan leveren aan de GVDB-missie. Uw kamer zal hierover uiteraard (tijdig) worden geïnformeerd.

Nederland heeft in de afgelopen decennia ruime ervaring opgedaan met ontwikkelingssamenwerking met partnerland Mali. De bilaterale ontwikkelingssamenwerkingsrelatie met de Malinese overheid is bevroren na de militaire coup in maart 2012 en de daarop volgende gewelddadigheden. Samenwerking met maatschappelijke organisaties om basisvoorzieningen voor de bevolking in stand te houden is wel doorgegaan. In het licht van de actuele ontwikkelingen en ter ondersteuning van de internationale inspanningen zal het kabinet bezien hoe Nederland verder kan bijdragen tot een vreedzame en stabiele toekomst van Mali. Gelet op de grensoverschrijdende aspecten (o.m. de vluchtelingenproblematiek) zullen deze inspanningen mede in regionale context worden geplaatst.

(ministerie van Buitenlandse Zaken, 16 januari 2013)

donderdag 27 september 2012

Hillen: parlementen moeten meer samenwerken

“Nationale parlementen van de Europese Unie moeten elkaar meer opzoeken op het gebied van militaire samenwerking.” Deze oproep deed minister Hans Hillen vandaag tijdens de bijeenkomst van EU ministers van Defensie in Nicosia, Cyprus.

Als het gaat om het harmoniseren van defensiebeleid ziet Hillen een gedeelde verantwoordelijkheid voor de regeringen en parlementen. "Ministers kunnen de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten en investeringen op elkaar afstemmen. Maar als parlementen van betrokken landen niet in dit proces meegroeien, dreigt een impasse te ontstaan als het op inzet van militaire troepen aankomt."

Gisteren deed Hillen eenzelfde oproep aan de defensiewoordvoerders van de Tweede Kamer tijdens het debat over de EU vergadering. Als voorbeeld noemde hij België, waar beide marines al jarenlang intensief samenwerken. De politieke aansturing van vergaande militaire samenwerking stopt niet bij de Belgische en Nederlandse regering. Beide parlementen zouden regelmatig met elkaar moeten overleggen.

Visie
De EU ministers van Defensie besloten 2 jaar geleden in Gent tot nauwere samenwerking op het gebied van capaciteitontwikkelingen en nieuwe investeringen, mede door de krimpende defensiebudgetten. Dit initiatief werd versterkt na acties boven Libië, die een aantal tekortkomingen toonde als het gaat om militaire (Europese) capaciteiten. Het Europese Defensie Agentschap (EDA) definieerde 12 kansrijke projecten onder de noemer pooling and sharing.

De EU lidstaten verzochten het EDA ook een lange termijn visie te ontwikkelen met als belangrijk uitgangspunt dat landen samenwerking voorop stellen bij de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten, zoals het aanschaffen van nieuw materieel. In het kader van ‘het Gent-initiatief’ hebben Duitsland, Frankrijk en Nederland de leiding over een project om de Europese tankvliegtuigcapaciteit te versterken (Air-to-air-refueling).

Veiligheidssituatie
In Nicosia spraken de ministers verder over Mali waar in het noorden de veiligheidssituatie de afgelopen periode sterk verslechterde. Er is een toename van georganiseerde criminaliteit en terrorisme, onder meer van Al Qaida en de Islamitische Maghreb. Ook kwamen lopende EU missies aan de orde, zoals de antipiraterij missie bij de Hoorn van Afrika. Het aantal succesvolle aanvallen op koopvaardijschepen is in 2012 sterk verminderd, mede dankzij het robuuste en proactieve optreden binnen Atalanta. In april is het mandaat van deze EU missie verruimd en maakt ook acties te land mogelijk, zoals het verstoren van logistieke kampen. Nederland neemt nu niet deel aan Atalanta, maar wel aan NAVO-missie Ocean Shield met Hr. Ms. Rotterdam. Een bijdrage aan Atalanta voor 2013 wordt wel overwogen.

Lof
Nederland leverde afgelopen maanden bovendien een permanent beveiligingsteam van mariniers. Dit Autonomous Vessel Protection Detachment beschermt schepen van het World Food Programme (WFP) ten behoeve van Somalië. Nederland kreeg hiervoor veel lof tijdens de bijeenkomst op Cyprus. De bijdrage, die in oktober afloopt, wordt overgenomen door Duitsland. Het voordeel van een permanent team is dat de marineschepen niet continu de WFP-schepen hoeven te escorteren en effectiever zijn in te zetten voor Atalanta.

(ministerie van Defensie, 27 september 2012)

woensdag 1 augustus 2012

Russisch schip speelt spelletje met EU

UPDATE 6: De Alaed is dinsdagavond de Straat van Gibraltar gepasseerd, en daarna de AIS weer uitgezet.  Ook vóór de Straat van Gibraltar stond de AIS twee maal langdurig uit (van 0353 tot 0820 GMT, en van  0911 tot 1515 GMT). Dat is vreemd in een dergelijk drukke vaarroute. Nog vreemder is dat het schip opeens van koers wijzigde: van oost naar noord-west. Zou het schip op zee zijn bijgetankt? Een rendez-vous met een ander schip? Hoe het ook zij, de Alaed heeft Gibraltar ditmaal links laten liggen en vaart nu de Middellandse Zee in. Bij een eerdere trip vanuit de Syrische haven Tartous/Tartus maakte de Alaed wel een stop bij Gibraltar.

UPDATE 5: De AIS is weer langdurig uitgezet. De Alaed dook dit weekeinde op ten noord-westen van Cap Finisterre (Spanje). Momenteel vaart het schip richting de Straat van Gibraltar, ter hoogte van de Portugese hoofdstad Lissabon. (maandag 10:40 CET)

UPDATE 4: De Alaed is nu voorbij het nauwste stuk van het Kanaal tussen Calais en Dover. Voor de verandering is de AIS van het schip weer uitgezet. Op dat moment bevond het schip zich nog in de Britse territoriale wateren. IJs en weder dienende is het voorlopig even wachten op het volgende interessante moment in de reis van de Alaed. Dat is in het oosten van de Middellandse Zee. Volgens plan moet het schip door het Suez-kanaal, maar aan bakboord (links) ligt dan de Syrische haven Tartous/Tartus.

UPDATE 3: Ter hoogte van Rotterdam heeft de Alaed zijn AIS weer aangezet. Het schip is nu bijna bij het smalste stuk van het Kanaal tussen Calais en Dover en heeft er voor gekozen door de Britse territoriale wateren te varen.

situatie ca. 12:45
UPDATE 2: Het 'verstoppertje spelen' gaat door. Na vannacht de AIS enige tijd te hebben aangezet is het schip nu weer 'onzichtbaar'. De AIS werd uitgezet om ca. 04:20', het schip voer toen op de Noordzee ter hoogte van Alkmaar. De Alaed moet overigens wel zichtbaar zijn op de radar van de talrijke schepen die zich in de drukke vaarroute langs Nederland bevinden (en de radar van de kustwacht).

UPDATE: de MV Alaed heeft vannacht om ca. 03:30 Nederlandse tijd zijn Automatische Identificatie Systeem (AIS) weer aangezet. Het schip voer op dat moment op de Noordzee, iets ten zuiden van Den Helder. Opvallend genoeg heeft het schip daarna een volledige cirkel gedraaid (zie onderstaande afbeelding van het AIS-volgprogramma FleetMonitor). De reden hiervoor is onduidelijk.


MV Alaed draait cirkel, ca. 03:45

Het heeft er alle schijn van dat het Russische vrachtschip MV Alaed een spelletje speelt met de Europese Unie. Het schip is woensdag van de 'radar' verdwenen - dat wil zeggen dat op de Noordzee ten noorden van Nederland zijn Automatische Identificatie Systeem (AIS) heeft uitgezet. Dankzij dat systeem kunnen schepen elkaar al op grote afstand 'zien' en kunnen reders de voortgang van hun schepen controleren.

MV Alaed

Afgelopen juni, toen het schip nog onder de vlag van Curaçao voer, werd het door Groot-Brittannië tegengehouden toen het met gereviseerde gevechtshelikopters onderweg was naar Syrië. Dat tegenhouden gebeurde door het ongeldig verklaren van de verzekering, waardoor het schip onderweg naar Syrië geen haven zou kunnen aandoen. Het keerde daarop terug naar Rusland. De officiële bestemming was St. Petersburg, maar op weg daarheen werd ook al de AIS uitgezet. Alom wordt aangenomen dat het schip 'stiekem' de haven van Baltiysk in de Russische enclave Kaliningrad aandeed. Daar zouden de Syrische helikopters al dan niet zijn gelost.

Intussen voert de Alaed de Russische vlag en zijn de EU-sancties tegen Syrië verder aangescherpt. In theorie zou het schip staande gehouden en onderzocht kunnen worden zodra het zich in de territoriale wateren van een lidstaat van de EU bevindt. Moskou heeft intussen duidelijk gemaakt dat het zich niets van de EU-sancties aantrekt; volgens Rusland zijn deze maatregelen illegaal.

Dinsdag passeerde de Alaed zonder problemen de zee-engte tussen Denemarken en Zweden. Vannacht bevindt de Alaed zich volgens een deskundige ter hoogte van Texel (uitgaande van de laatst bekende koers en vaart). In de loop van donderdag zal het schip dan het Kanaal passeren. Als eindbestemming is De-Kastri opgegeven, in het uiterste oosten van Rusland.

(Defensie weblog, 1 augustus 2012)

maandag 16 juli 2012

Beveiligingsteam voedseltransporten Somalië afgelost

Het tweede Autonomous Vessel Protection Detachment (AVPD) is vandaag afgelost in de Keniaanse havenstad Mombassa. Het zwaarbewapende beveiligingsteam van het Korps Mariniers beschermde de afgelopen 3 maanden een voedseltransportschip van het World Food Program tegen piraten.

Om waardevolle Nederlandse zeetransporten te beschermen tegen Somalische piraten, stuurt Defensie beveiligingsteams mee op een deel van hun route, de zogenoemde Vessel Protection Detachments (VPD’s) van het Korps Mariniers. Het gaat hierbij om transporten die vanwege hun grootte en lage snelheid extra kwetsbaar zijn en niet kunnen meevaren in de konvooien die vanuit de missies Ocean Shield en Atalanta door marineschepen worden beveiligd.

Wereldvoedselprogramma
Daarnaast is er het AVPD. Dit zelfstandige team beschermt specifiek humanitaire voedseltransporten van het Wereldvoedselprogramma. Door de hongersnood in Somalië verdriedubbelde het aantal hulptransporten naar het noodlijdende land. Door de inzet van de militairen aan boord van een schip is escortering door een marineschip niet nodig. Het AVPD valt onder de missie Atalanta van de Europese Unie. Deze missie is net als Ocean Shield van de NAVO gericht op bescherming van de koopvaardij en piraterijbestrijding.

AVPD van mariniers aan boord van het WFP-schip Caroline Scan.
(foto: Kon. Marine)

Het Internationaal Maritiem Bureau publiceerde vandaag cijfers waaruit blijkt dat deze vorm van antipiraterij vruchten afwerpt. In de eerste 6 maanden van 2012 vonden er 69 incidenten met Somaliërs plaats, terwijl dit vorig jaar nog 169 keer gebeurde. Wereldwijd daalde het aantal meldingen van piraterij met 33 procent van 266 naar 177.

Content
De commandant van Atalanta, de Britse Rear Admiral Duncan Potts, sprak zijn waardering uit voor de inzet van het AVPD. Hij laat ook weten zeer content te zijn dat Nederland de inzet van het AVPD met maximaal 3 maanden heeft verlengd. De EU had dit gevraagd, omdat de opvolging door een andere EU-lidstaat nog niet rond is*. De gesprekken daarover zijn in een ver gevorderd stadium. Nederland bood als eerste land in Europa een AVPD aan. Het eerste team, bestaande uit mariniers, een arts en een verpleegkundige, ging op 21 januari aan boord en werd in april afgelost.

(ministerie van Defensie, 16 juli 2012)

*Tijdens de Marinedagen in Den Helder werd bekend gemaakt dat Duitsland als volgende EU-lidstaat een AVPD voor Operatie Atalanta zal leveren, HdV)

vrijdag 6 juli 2012

Kamerbrief: verlenging Nederlandse bijdrage aan missie EULEX Kosovo

datum: 6 juli 2012

Op 5 juni 2012 heeft de EU besloten het mandaat van de rule of law missie EULEX met twee jaar te verlengen tot 14 juni 2014. Nederland steunt deze verlenging. Hoofdtaak van de missie is de ondersteuning van de opbouw van de rule of law sector in Kosovo.

Foto: Raad van de Europese Unie
Een goed functionerende rechtsstaat in Kosovo is van belang omdat onder meer georganiseerde misdaad en corruptie “spill over effecten” naar overige delen van Europa hebben. Capaciteitsopbouw van de rule of law sector in Kosovo levert een bijdrage aan de stabiliteit in de regio. Daarnaast is een functionerende rechtsstaat een voorwaarde voor Kosovo om tot de EU te kunnen toetreden.

Hoewel de missie in de afgelopen drie jaar veel heeft weten te bereiken op het gebied van capaciteitsopbouw van de rule of law sector, moet er nog steeds veel gebeuren, in het bijzonder in het noorden van Kosovo. De missie wordt daarom vanaf 14 juni 2012 niet alleen voortgezet, maar ook omgevormd. De missie wordt met ongeveer 25 procent verkleind en de aandacht komt te liggen bij capaciteitsopbouw van de justitiesector, steun voor de executieve taken van de missie, uitbreiding van de inzet in het noorden van Kosovo en ondersteuning van de dialoog tussen Pristina en Belgrado.

Vanaf 14 juni 2012 zal de missie bestaan uit 1.250 internationale functionarissen tegenover 1.950 nu. Nederland zal ongeveer 45 functionarissen aan de missie leveren. De justitiesector in Kosovo is nog steeds de zwakste schakel in de rule of law keten. De Nederlandse bijdrage zal zich daarom meer op die sector worden gericht. Nederland verlengt zijn bijdrage aan de missie tot 14 juni 2014, de datum waarop het zojuist hernieuwde EU-mandaat afloopt.

(...)

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal

De Minister van Defensie,  
Drs. J.S.J. Hillen

De Minister van Veiligheid en Justitie,
Drs. I.W. Opstelten

(ministerie van Defensie, 6 juli 2012)

(Het volledige document omvat ook een bijlage met veel achtergrondinformatie, hdv)

dinsdag 19 juni 2012

D66: "Wapens voor Assad niet door Europese wateren"

D66-Europarlementarier Marietje Schaake wil dat de EU per direct een actie op touw zet waarbij schepen die mogelijk wapens voor Bashar Al-Assad vervoeren proactief worden opgespoord en uit Europese wateren geweerd: "de EU heeft een wapenembargo tegen Syrië afgekondigd maar toch komen er wekelijks schepen met wapens en munitie uit Rusland aan in de Syrische haven Tartus aan de Middellandse Zee. Ik wil dat EU-lidstaten schepen met mogelijk verdachte lading opsporen en controleren en zo nodig tegenhouden. Sancties afkondigen is één ding, maar ze handhaven is blijkbaar iets anders." Schaake heeft EU-buitenlandchef Catherine Ashton vanochtend met spoed opgeroepen actie te ondernemen.

Helikopters
Gisteren werd duidelijk dat de VS en Engeland gezamenlijk een Russisch schip, met mogelijk helikopters en raketten voor Assad aan boord, dat nu op de Noordzee vaart proberen te stoppen*. "Naast het leveren of doorvoeren verbieden de EU-sancties ook het verzekeren van verboden vracht, zoals wapens en munitie. Als je de dekking van een verzekering opheft kan een schip niet langer legaal in een andere haven aanmeren, en moet het eigenlijk noodgedwongen huiswaarts keren. We moeten de sancties handhaven, dat is simpelweg een kwestie van leven en dood voor de Syrische bevolking," aldus Schaake.

EU-optreden
Eigendom en aansprakelijkheid van schepen zijn vaak via complexe constructies geregeld. Schaake pleit daarom voor gezamenlijk EU-optreden onder duidelijke leiding zodat "dure fouten en onoplettendheid" niet meer voorkomen. "We hebben eerst een Russisch schip met wapens via Cyprus in Syrië zien aankomen, daarna was het een Duits schip dat door Iran was bevoorraad. Hoeveel laten we nog passeren? De EU is zo niet geloofwaardig, de sancties zijn niet meer dan een papieren werkelijkheid. Dat is levensgevaarlijk", aldus de sociaalliberale politicus.

(D66, 19 juni 2012)

*Het bewuste schip, de MV Alaed, bevindt zich momenteel ter hoogte van Schotland. De (Britse) verzekeraar The Standard Club heeft de dekking voor het schip opgeschort, hangende een onderzoek naar de lading en de bestemming daarvan. In de praktijk betekent dit dat het schip vooralsnog geen havens kan aandoen. Zie voor details o.a. dit bericht van de BBC.


MV ALAED (foto: FEMCO)

dinsdag 12 juni 2012

Somalië: beantwoording van Kamervragen over een EU-aanval op land

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de minister van Defensie over een EU-aanval op land in verband met de piraterijbestrijding (Atalanta). Deze vragen werden ingezonden op 16 mei 2012 met kenmerk 2012Z10042.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen

Antwoorden van drs. J.S.J. Hillen, minister van Defensie, mede namens dr. U. Rosenthal, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over een EU-aanval op land in verband met piraterijbestrijding (Atalanta).

Vraag 1
Wat is uw oordeel over het bericht “EU-aanval piraterij op vasteland”? 1) 

Om proactiever te kunnen optreden tegen piraterij besloot de EU op 23 maart jl. het operatiegebied van EU-operatie Atalanta uit te breiden tot en met de kuststrook van Somalië. Op 3 april jl. is het operatieplan aangepast waardoor ook logistieke kampen van de piraten op de Somalische kust kunnen worden aangepakt. De aanpassing van het operatieplan is een logisch vervolg op eerdere stappen van de EU. Het doel is de activiteiten van de piraten zo vroeg mogelijk te verstoren voordat zij een bedreiging kunnen zijn voor de koopvaardij. De operatie waaraan u refereert, past binnen het aangepaste operatieplan. De uitvoering had plaats met inachtneming van de daarvoor opgestelde, strikte uitvoeringscriteria.

Vraag 2
Welke EU-lidstaten waren betrokken bij deze operatie? Welke activiteiten voerden ze precies uit en wat waren de gevolgen? Is het waar dat er geen gewonden zijn gevallen? 

Tijdens de operatie werden logistieke middelen van de piraten vanuit de lucht aangevallen. Uit operationele veiligheidsoverwegingen kan ik de precieze inzet van militaire middelen hier niet nader beschrijven. Bij de operatie vielen geen doden of gewonden.

Vraag 3
Waren Nederlandse eenheden direct of indirect betrokken bij de operatie? Waren er Nederlanders bij de operatie betrokken?

Nee.

Vraag 4
Maakte de Nederlandse Lynx helikopter, die op 10 mei werd beschoten voor de kust van Somalië, onderdeel uit van dezelfde operatie? Heeft de Lynx deelgenomen aan operaties te land? Zo nee, wat was de toedracht van de beschieting op 10 mei? 2)

Nee. De Lynx helikopter maakte geen deel uit van de operatie waaraan u refereert in vraag 1. De helikopter werd op 10 mei jl. tijdens een reguliere verkenningsvlucht door piraten beschoten vanaf een gekaapt koopvaardijschip.

Vraag 5
Deelt u de mening dat directe of indirecte betrokkenheid van Nederlandse eenheden bij dergelijke operaties neerkomt op uitbreiding van de piraterijbestrijdingsmissie? Hoe rijmt u dat met het feit dat de Artikel 100-discussie hierover nog gevoerd moet worden? 

Zoals gesteld waren er geen Nederlandse eenheden betrokken bij de operatie. Nederland zal geen directe bijdrage met militaire eenheden aan dergelijke EUoperaties leveren voordat de regering daarover met de Kamer van gedachten heeft gewisseld.

1) NOS, 15 mei 2012, http://nos.nl/artikel/373229-euaanval-piraterij-opvasteland.
html
2) http://www.telegraaf.nl/binnenland/12107389/__Lynx_beschoten_voor_kust_S
omali__.html?view=print

(ministerie van Defensie, 12 juni 2012)

(Opmerkingen: de woorden "een EU-aanval op land" lijken me wat ongelukkig gekozen. Herhaaldelijk is zowel door de EU als door de Nederlandse regering benadrukt dat er geen troepen aan land zullen gaan
(no boots on the ground), en dat het uitsluitend zou gaan om aanvallen uit de lucht op de infrastructuur van piraten.
Verder wordt pas nu duidelijk dat de al dan niet gerichte beschieting van een Lynx-helikopter op 10 mei plaats vond vanaf een gekaapt koopvaardijschip, hdv)

dinsdag 10 april 2012

Somalië: Kamerbrief aanvulling artikel 100-brief piraterijbestrijding


Datum 5 april 2012
Betreft Aanvulling artikel 100-brief piraterijbestrijding

Met de brief van 1 juni 2011 (Kamerstuk 29521, nr. 168) hebben wij u, conform artikel 100 van de Grondwet, geïnformeerd over de verlenging van de deelneming aan de Navo-operatie Ocean Shield en de EU-operatie Atalanta ter bestrijding van piraterij voor de kust van Somalië. Vanwege een aantal ontwikkelingen ontvangt u hierbij een aanvullende brief over de Nederlandse deelneming aan beide operaties.

Uitbreiding operatiegebied Atalanta en verlenging mandaat

De EU heeft op 23 maart jl. besloten de antipiraterij-operatie Atalanta te verlengen tot eind 2014 en het operatiegebied uit te breiden tot en met de kuststrook van Somalië. Op 3 april jl. is het operatieplan aangepast zodat nu voortaan ook logistieke kampen van de piraten op de Somalische kust kunnen worden aangepakt. Hiermee wordt het piraten moeilijker gemaakt hun criminele activiteiten ten uitvoer te brengen. Om het risico van onbedoelde nevenschade zo klein mogelijk te maken hanteert de EU strikte uitvoeringscriteria. Boots on the ground zijn niet aan de orde en de inzet van middelen moet proportioneel zijn.

Als de commandant van Atalanta besluit operaties met effecten op de Somalische kust uit te voeren kan hij van april tot juni dit jaar een beroep doen op Hr. Ms. Van Amstel. De inzetperiode van Hr. Ms. Van Amstel is eerder gemeld in de brief van 1 juni jl. (Kamerstuk 29521, nr. 168).

Zowel de dreiging als de risico’s veranderen nagenoeg niet bij het gewijzigde optreden. De analyse in de brief van 1 juni jl. is dan ook ongewijzigd. Optreden nabij de Somalische kustlijn kan weliswaar een tegenreactie van de piraten uitlokken, maar de risico’s zijn onderkend en worden aanvaardbaar geacht.

Het VN-Zeerechtverdrag en resoluties van de VN-Veiligheidsraad vormen de rechtsgrondslag voor antipiraterij-operaties. De laatste relevante Veiligheidsraadresolutie, die alle eerdere resoluties herbevestigt, was 2020 (2011). Resolutie 1851 (2008) autoriseert de VN-Veiligheidsraad staten die samenwerken met de Somalische Transitional Federal Government (TFG) en die de TFG bij de secretaris-generaal van de VN heeft aangemeld, alle noodzakelijke maatregelen te nemen op Somalisch grondgebied en in het Somalische luchtruim ter bestrijding van piraterij en gewapende overvallen op zee. Ook stelt resolutie 1851 dat ieder optreden van landen en regionale organisaties in overeenstemming moet zijn met het oorlogsrecht en de mensenrechten waar toepasselijk. De TFG heeft ten behoeve van de uitbreiding van het operatiegebied van de EU inmiddels de hierboven genoemde melding aan de secretaris-generaal verzonden.

Gewijzigde bijdrage aan Navo-operatie Ocean Shield

Op 19 maart jl. besloot de Noord-Atlantische Raad het mandaat van Ocean Shield te verlengen tot eind 2014. De Rules of Engagement zullen worden aangepast om effectiever optreden op zee, zoals in operatie Atalanta al geschiedde, mogelijk te maken.

Tijdens het algemeen overleg van 15 en 16 juni 2011 over de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan Ocean Shield en Atalanta heeft de regering toegezegd de oppervlakteschepen te voorzien van een boordhelikopter. Omdat de Lynxboordhelikopters na het derde kwartaal van 2012 uitfaseren en de NH-90 nog niet operationeel inzetbaar is, wordt van september tot en met december 2012 de  Cougar-helikopter ingezet. De Cougar kan worden ingezet vanaf een Landing Platform Dock (LPD) zoals Hr. Ms. Rotterdam, maar niet vanaf fregatten zoals Hr. Ms. Tromp. Hr. Ms. Evertsen zal daarom met een Lynx worden uitgerust in de periode van juni tot en met augustus 2012 en Hr. Ms. Rotterdam zal met twee Cougars worden uitgerust in de periode van september tot en met december 2012. De tweede Cougar is toegevoegd uit operationele overwegingen die samenhangen met de aanvullende capaciteiten van Hr. Ms. Rotterdam die hierna worden beschreven. Door de wisseling van schepen is de inzet van boordhelikopters aan boord van de Nederlandse oppervlakteschepen in Ocean Shield gegarandeerd. Omdat de inzet van Hr. Ms. Tromp vervalt, wordt de internationale staf van de Standing NATO Maritime Group (SNMG) onder leiding van de Nederlandse commandant Commandeur Bekkering aan boord van Hr. Ms. Rotterdam geplaatst.

Uit de eindevaluatie van de Nederlandse inzet in operatie Atalanta en Ocean Shield van juli 2010 tot juni 2011, die wij op 16 maart jl. aan de Kamer stuurden, blijkt dat onderzeeboten bruikbaar zijn voor de beeldopbouw bij bepaalde locaties op en voor de kust van Somalië. Onderzeeboten kunnen ongezien, gedurende langere tijd, waarnemen en zo een waardevolle bijdrage leveren aan het vergroten van de situational awareness. De regering heeft daarom ingestemd met het verzoek van de Navo om in de tweede helft van 2012 opnieuw een onderzeeboot in te zetten ten behoeve van operatie Ocean Shield.

Luchtverkenningsmiddelen zoals onbemande vliegtuigen (UAV) zijn nodig om piraterijactiviteiten tijdig te kunnen signaleren. Aldus kunnen piraten worden aangepakt of koopvaardijschepen tijdig worden gewaarschuwd voor het dreigend gevaar. Uit de eerder genoemde eindevaluatie blijkt dat de schaarse capaciteit aan luchtverkenningsmiddelen in beide operaties een aandachtspunt is. Omwille van de situational awareness van Hr. Ms. Rotterdam en de internationale vlootverbanden heeft de regering daarom besloten om de capaciteit van Hr. Ms. Rotterdam uit te breiden met een tactische UAV.

In verband met de wisseling van Hr. Ms. Rotterdam met Hr. Ms. Tromp wijzigt het aantal uit te zenden militairen. Hr. Ms. Rotterdam zal worden uitgerust met een versterkte eenheid van mariniers, soortgelijk aan de eenheid die eerder in 2011 werd ingezet op Hr. Ms. Zuiderkruis in operatie Atalanta, en met kleinere varende eenheden. Deze stellen het schip in staat een deel van de kust te blokkeren en piraten de toegang tot zee te ontzeggen. Hr. Ms. Johan de Witt heeft deze aanpak al met succes uitgevoerd tijdens haar inzet in 2010 in Atalanta (Kamerstuk 29521, nr. 160).

Financiën

De wijzigingen in de EU-operatie Atalanta hebben geen gevolgen voor de raming van de additionele uitgaven voor de Nederlandse bijdrage aan deze missie. De additionele uitgaven die gemoeid zijn met de wijzigingen ten opzichte van de Nederlandse bijdrage aan de Navo-operatie Ocean Shield worden geraamd op € 13,1 miljoen. Deze komen in 2012 (€ 11,3 miljoen) en 2013 (€ 1,8 miljoen) ten laste van de structurele voorziening voor de uitvoering van crisisbeheersingsoperaties binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) op de defensiebegroting.

Over een eventuele verlenging van de Nederlandse bijdrage op grond van de verlengde mandaten voor de twee operaties wordt u met inachtneming van de artikel 100-procedure te gelegener tijd geïnformeerd.

De Minister van Buitenlandse Zaken     De Minister van Defensie
Dr. U. Rosenthal                                  Drs. J.S.J. Hillen

donderdag 5 april 2012

Strijd tegen Somalische piraten: geen Nederlandse 'boots on the ground'

(Het kabinet heeft donderdag na afloop van de ministerraad e.e.a. gezegd over de nieuwe aanpak van Somalische piraten aan land en op de binnenwateren. Er is een artikel 100-brief vastgesteld inzake de Nederlandse deelname aan Europese operatie Atalanta en de NAVO-operatie Ocean Shield. Uit het onderstreepte zinnetje in het persbericht blijkt dat er geen defensiepersoneel aan land zal worden ingezet. Blijven dus over: aanvallen vanuit de lucht; vanaf zee, en vanaf de binnenwateren. Premier Rutte benadrukte dat het daarbij zal gaan om het bestrijden van de infrastructuur van de piraten (Bootjes? Brandstofvoorraden? Onderkomens?) De aangekondigde Kamerbrief staat nog niet online, hdv)

Piratenkampen aanpakken

Piratenkampen op de Somalische kust kunnen vanaf nu worden aangepakt. Het kabinet heeft een brief aan de Tweede Kamer gezonden over dit besluit van de Europese Unie. Het betreft een wijziging in het operatieplan Atalanta, de piraterijbestrijdingsmissie van de EU.  Dit past in het streven van het kabinet om piraten zo effectief mogelijk te bestrijden.

Om operationele en veiligheidsrisico's zo klein mogelijk te maken, is het nieuwe optreden gebonden aan strikte uitvoeringscriteria. Ook is uitgesloten dat militairen aan land gaan. De Somalische overheid stemt in met het EU-besluit, dat aansluit bij resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het fregat Hr. Ms. Van Amstel vertrok vorige week uit Den Helder naar het operatiegebied.

Het kabinet heeft ook besloten de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-operatie Ocean Shield in de tweede helft van dit jaar te wijzigen. In plaats van de Hr. Ms. Tromp worden achtereenvolgens de Hr. Ms. Evertsen en de Hr. Ms. Rotterdam ingezet. Deze twee schepen hebben helikopters aan boord die de situatie ter plaatse goed in kaart kunnen brengen. Voor dat doel heeft het kabinet ook besloten opnieuw een onderzeeboot in te zetten en Hr. Ms. Rotterdam uit te rusten met een onbemand vliegtuig. Bovendien neemt Hr. Ms. Rotterdam enkele kleinere schepen mee aan boord waardoor het in een groter gebied piraten het opereren onmogelijk kan maken.

(Persbericht Ministerraad, 5 april 2012)

dinsdag 14 februari 2012

5 vragen over: samenwerking EU-legers


door Arjen de Boer


De legers binnen de Europese Unie, inclusief dat van Nederland, moeten intensief onderling gaan samenwerken willen ze hun slagkracht op peil kunnen houden. Doen ze dat niet dan wordt Europa gedegradeerd tot een bijrol op het wereldtoneel. Daarvoor waarschuwt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)
in een gisteren gepubliceerd rapport.

Defensieminister Hans Hillen is het daarmee eens. "Europa geeft 200 miljard euro uit aan defensie, dat is meer dan China en Rusland samen. De centen zijn er, maar er is verdeeldheid." Europese landen zouden nog veel meer moeten samenwerken op defensiegebied dan ze nu doen. Vijf vragen over de noodzaak. 


1. Waarom samenwerken?
De Europese defensiebudgetten staan onder druk vanwege de financiële crisis. Hierdoor dreigen er onverantwoorde gaten te vallen en wordt de mogelijkheid beperkt om ergens gewapend in te grijpen, aldus de adviesraad AIV. 


Daarbij komt dat de Verenigde Staten zich meer op Azië richten en de Europese strijdkrachten vaker hun eigen boontjes zullen moeten doppen. Samen materieel kopen, samen trainen, samen onderhoud plegen kan dan veel geld schelen.


2. Hoe zou zo'n samenwerking eruit kunnen zien? 
Het Nederlandse leger werkt al vrij nauw samen met bijvoorbeeld de marine van België en de landmacht van Duitsland. Maar dat kan veel intensiever, stelt de AIV. Zo kunnen Nederlandse en Belgische marine-eenheden samen worden ingezet voor kustwachttaken, mijnen vegen en antipiraterij-acties.

Ook kan er geld worden bespaard door samen met de Belgen de luchtvloot te beheren. Met de Duitsers kan worden samengewerkt bij de aankoop van munitie en het trainen van militairen, terwijl in de lucht meer met Noorwegen en Denemarken kan worden opgetrokken.


3. Zijn we bij verregaande samenwerking straks de zeggenschap over 'ons' leger kwijt? 
"Het vasthouden aan nationale beleidsvrijheid in het kader van bescherming van burgers is volstrekt achterhaald", zei de Leidse emeritus-hoogleraar internationale betrekkingen en lid van de AIV-commissie Fred van Staden gisteren. Als iedere Europese regering op zijn eigen eilandje blijft zitten, is het volgens de adviesraad onmogelijk voor Europa om internationaal een factor van betekenis te zijn. Eendracht maakt immers macht.


4. Maar, zo benadrukte defensieminister Hillen, uiteindelijk gaan het kabinet en de Tweede Kamer over de inzet van Nederlandse troepen. Er kan best nog wat op de defensie worden bezuinigd, toch? 
Er komt in Nederland een nieuwe bezuinigingsronde aan, maar nieuwe besparingen zijn zeer onverstandig, stelt de AIV. Nederland zou dan voor andere landen een 'onbetrouwbare' partner blijken waardoor we buiten de boot vallen.


5. Worden er nu ineens allerlei nieuwe projecten opgestart? 
Nog niet. Hillen wil met dit advies in de hand kijken wat de mogelijkheden zijn en met de Tweede Kamer afspreken waar de grenzen liggen als het gaat om samenwerking. Pas dan wil hij met andere landen om de tafel gaan zitten.

(BN/DeStem, 14 februari 2012)

vrijdag 10 februari 2012

Rapport Adviesraad: meer defensiesamenwerking in Europa is 'bittere noodzaak'


De forse bezuinigingen op de defensie-uitgaven in veel Europese landen sinds het uitbreken van de financiële crisis dwingen tot vergaande vormen van militaire samenwerking. Zo niet, dan kunnen Nederlandse en Europese ambities om een rol van betekenis te spelen in crisissituaties op en nabij het Europese continent niet meer worden verwezenlijkt.

De NAVO-operatie in Libië heeft nog eens aangetoond dat Europa ernstige militaire tekortkomingen kent. Deze konden alleen dankzij de militaire hulp van de VS worden ondervangen, maar Amerikaanse steun in soortgelijke conflicten wordt meer en meer onzeker. Nederland kan alleen via nauwe samenwerking met andere nationale krijgsmachten militair handelingsvermogen en daarmee internationale invloed behouden.

De besparingen die door Europese defensiesamenwerking kunnen worden gevonden, mogen niet de weg vrijmaken voor nieuwe bezuinigingen op het defensiebudget. Nederland zou in dat geval het risico lopen zich te diskwalificeren als betrouwbare samenwerkingspartner, zo concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het rapport ‘Europese defensiesamenwerking: soevereiniteit en handelingsvermogen’. Het rapport wordt op maandag 13 februari aan minister Hillen van Defensie aangeboden.

De inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht is zo afhankelijk geworden van coördinatie en samenwerking met andere landen, dat een strikt juridische benadering van het behoud van exclusieve beslissingsbevoegdheid van de staat niet langer voldoet. Wanneer men soevereiniteit opvat als ‘het vermogen om via extern handelen nationale belangen optimaal te dienen’ dan is nauwere samenwerking in Europees en breder internationaal verband meer dan ooit noodzakelijk om onze belangen veilig te stellen en invloed te verwerven. Zo bezien is het belang van gedeelde Europese soevereiniteit groter dan dat van de nationale soevereiniteit.

Europese veiligheidsstrategie
Vooralsnog ontbreekt het aan een gemeenschappelijke visie op de rol van Europa op het wereldtoneel en op het Europese defensiebelang. Nederland moet zich samen met gelijkgezinde EU-landen sterk maken voor het opstellen van een nieuwe Europese veiligheidsstrategie. Deze strategie moet leidend worden voor de defensie-investeringsplannen van de Europese landen. Aangezien een (substantiële) verhoging van de defensie-uitgaven in de nabije toekomst niet waarschijnlijk is, rest er maar één alternatief: het uitbannen van militaire overschotten in Europees verband, de gezamenlijke aankoop en onderhoud van materieel, het opzetten van gezamenlijke opleidingen en trainingen, het poolen van bestaand militair materieel en afspraken over taakspecialisatie tussen landen.

Bottom-upbenadering
Naast een Europese veiligheidsstrategie en een daarvan afgeleide top-downbenadering is een bottom-upbenadering nodig voor verdieping van bilaterale defensiesamenwerking. Nederland wordt in Europa gezien als voortrekker op dit gebied. Het zwaartepunt van de bilaterale samenwerking voor Nederland ligt bij de Benelux-partners en Duitsland. Een verdieping van de militaire samenwerking met deze landen is gewenst. Zo kunnen de Nederlandse en Belgische marine-eenheden gezamenlijk worden ingezet bij kustwachttaken, mijnenbestrijding en piraterijbestrijding. Ook kan gezamenlijke aankoop, onderhoud en stationering van Nederlandse en Belgische transport- en gevechtsvliegtuigen kostenbesparingen met zich brengen. Voorts kunnen de Nederlandse en Duitse landmacht vergaande stappen zetten op het gebied van gezamenlijke aankoop en onderhoud van materieel en munitie alsmede de gezamenlijke training en opleiding van militairen. Ook nauwere samenwerking met Denemarken en Noorwegen, vooral op luchtmachtgebied, behoort tot de mogelijkheden.

(Adviesraad Internationale Vraagstukken, 10 februari 2012)

Voor het volledige advies, klik hier (pdf-bestand, 65 p.)

woensdag 1 februari 2012

Nederlandse bijdrage aan missie Congo ten einde‪


De Nederlandse bijdrage aan de European Security (EUSEC) missie in de Democratische Republiek Congo is vandaag beëindigd. De laatste Nederlandse militair, kolonel Marco Hekkens, vertrok gisteren uit het Afrikaanse land. Het doel van EUSEC is het (her)vormen van een geïntegreerde Congolese krijgsmacht.‪ 


Nederland besloot zich terug te trekken vanwege de schaarse Defensiecapaciteit en het beperkte rendement van EUSEC vanwege de moeilijke omstandigheden waaronder deze missie opereert. 

De missie EUSEC werd in 2006 opgestart. Een jaar later deed ook Nederland mee met de missie in Congo. Concreet betekende dat een Nederlandse afvaardiging in de vorm van een officier in de rang van kolonel in Kinshasa, en 2 militairen geplaatst in het oosten van de Democratische Republiek Congo met een adviserende rol.


(Bron: Defensie, 1 februari 2012)