De Kamerbrief van minister Timmermans van Buitenlandse Zaken over het gebruik van chemische wapens bij Damascus op 21 augustus j.l. roept een aantal vragen op:
1) De nieuwe, 'diepgaande' informatie komt van 'verschillende partnerlanden', stelt de brief.
Welke partnerlanden?
2) De brief stelt 'dat er op 21 augustus gifgas is ingezet tegen de burgerbevolking'.
Welk gifgas? Met welk(e) overbrengingsmiddel(en)?
Waar is dat gifgas ingezet?
3) In de brief stelt minister Timmermans dat het Syrische regime 'met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' verantwoordelijk is voor de inzet van gifgas op 21 augustus.
Waarom geen 100% zekerheid? Waarover bestaat nog onzekerheid?
Zie ook: Kabinet: regime Syrië schuldig aan gebruik gifgas
Posts tonen met het label ministerie van Buitenlandse Zaken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ministerie van Buitenlandse Zaken. Alle posts tonen
donderdag 12 september 2013
Kabinet: regime Syrië schuldig aan gebruik gifgas
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 12 september 2013
Betreft Stand van zaken Syrië
Hierbij informeer ik u, conform uw verzoek d.d. 10 september jl (kenmerk 2013Z17066/2013D35079), over de stand van zaken met betrekking tot het diplomatiek overleg rondom Syrië en het Franse voorstel voor een VNVR-resolutie over de chemische wapens in Syrië.
Recente ontwikkelingen
De ontwikkelingen ten aanzien van Syrië volgen elkaar razendsnel op. Waar de internationale gemeenschap vorige week nog tot op het bot verdeeld bleek (Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (SGVN) Ban-Ki Moon sprak van een beschamende impasse) stemmen recente ontwikkelingen voorzichtig optimistisch over een meer gezamenlijke aanpak van deze diep tragische, voortdurende crisis.
Het afgelopen weekend heeft de Europese Unie zich bij monde van Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton unaniem uitgesproken tegen het gebruik van chemische wapens en de VN Veiligheidsraad opgeroepen haar verantwoordelijkheid in dezen te nemen. In haar verklaring na afloop van de informele Raad Buitenlandse Zaken (“Gymnich”) van 6 en 7 september jl. wees de HV daarnaast op het belang van een politieke oplossing voor het conflict.
Op 9 september heeft Secretary of State Kerry het Syrische regime een mogelijkheid geboden om militaire actie te vermijden, door het inleveren en onder internationaal toezicht stellen van alle chemische wapens. Dit voorstel is vervolgens door de Russische en Syrische ministers van Buitenlandse Zaken Lavrov en Mouallem verwelkomd, waarna de permanente leden van de Veiligheidsraad (P5) het initiatief hebben opgepakt.
De regering heeft steeds het belang benadrukt van het delen van inlichtingen en partnerlanden daartoe nadrukkelijk opgeroepen. Nederland heeft sindsdien van verschillende partnerlanden diepgaande informatie en inlichtingen ontvangen, die door de diensten geanalyseerd is. Op grond hiervan is de regering er inmiddels van overtuigd dat er op 21 augustus gifgas is ingezet tegen de burgerbevolking en dat het Syrische regime hier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verantwoordelijk voor is.
Zoals eerder met uw Kamer gedeeld heb ik voortdurend het belang onderstreept van het volgen van het VN-spoor. Ik vind het dan ook bemoedigend dat de P5 de opties voor een gezamenlijke actie door de Veiligheidsraad verkennen.
Tegelijkertijd zijn de verschillen van inzicht tussen de permanente leden niet verdampt. Het is dan ook nog te vroeg om conclusies te trekken over de vraag of de Veiligheidsraad daadwerkelijk voldoende overeenstemming vindt om een resolutie aan te nemen.
Momenteel worden verschillende elementen voor een conceptresolutie besproken, waaronder een Frans concept. Het kabinet acht het van het allergrootste belang te voorkomen dat chemische wapens (opnieuw) worden ingezet. Daarbij is het kabinet sterk voorstander van het opnemen van een element van bestrijding van straffeloosheid, bijvoorbeeld door verwijzing van de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof.
Chemische wapens
Momenteel werken de P5 nader uit hoe het Syrische chemische wapenarsenaal onder internationale controle te brengen met als doel het te vernietigen. De volgende kaders zijn van belang voor een succesvol initiatief.
Als eerste moet Syrië zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen een gestelde termijn, aangeven wat de precieze locatie, de hoeveelheden en type wapens zijn. Vervolgens moeten die locaties beveiligd worden. Daarnaast moet een plan worden ontwikkeld om die voorraden uiteindelijk te vernietigen. Onder de huidige veiligheidsomstandigheden zal het beveiligen en vernietigen moeilijk uitvoerbaar zijn.
Syrië zou hebben aangegeven partij te willen worden bij het Chemische Wapen Verdrag (CWC). Daarmee wordt Syrië automatisch lid van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. Voor toetreding moet Syrië het instrument van ratificatie deponeren bij de SGVN. Dertig dagen later treedt het Verdrag dan in werking. Weer dertig dagen daarna moet Syrië declaraties indienen over zijn chemische wapenarsenaal.
Omdat het proces via het CWC enige tijd zal vergen, benadrukt Nederland dat vooruitlopend daarop al maatregelen moeten worden genomen. Ten einde de bestaande, en in de ogen van het kabinet gerechtvaardigde, scepsis te overwinnen, zal het Syrische regime concrete informatie over zijn chemische wapenarsenaal moeten geven. Boter bij de vis dus.
Daarnaast ontslaan de recente ontwikkelingen de internationale gemeenschap niet van de verplichting de feiten over de aanval van 21 augustus jl. vast te stellen. Het rapport van de VN-onderzoeksmissie naar de gebeurtenissen van 21 augustus zal volgende week verschijnen. Het rapport zal antwoord geven op de vraag of er chemische wapens zijn ingezet. Het zal geen conclusies trekken over de schuldvraag. Het gaat immers om een fact-finding missie. De bevindingen zouden echter wel verder inzicht kunnen geven in wie mogelijk achter de aanvallen zit.
Tot slot moet niet uit het oog worden verloren dat een duurzame politieke oplossing van het conflict hiermee nog niet binnen handbereik is. Wel constateert het kabinet dat een verenigde Veiligheidsraad op dit deelonderwerp een stap in de goede richting is naar een dergelijke duurzame politieke oplossing.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 12 september 2013)
Zie ook: Vragen over Kamerbrief chemische wapens Syrië
Datum 12 september 2013
Betreft Stand van zaken Syrië
Hierbij informeer ik u, conform uw verzoek d.d. 10 september jl (kenmerk 2013Z17066/2013D35079), over de stand van zaken met betrekking tot het diplomatiek overleg rondom Syrië en het Franse voorstel voor een VNVR-resolutie over de chemische wapens in Syrië.
Recente ontwikkelingen
De ontwikkelingen ten aanzien van Syrië volgen elkaar razendsnel op. Waar de internationale gemeenschap vorige week nog tot op het bot verdeeld bleek (Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (SGVN) Ban-Ki Moon sprak van een beschamende impasse) stemmen recente ontwikkelingen voorzichtig optimistisch over een meer gezamenlijke aanpak van deze diep tragische, voortdurende crisis.
Het afgelopen weekend heeft de Europese Unie zich bij monde van Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton unaniem uitgesproken tegen het gebruik van chemische wapens en de VN Veiligheidsraad opgeroepen haar verantwoordelijkheid in dezen te nemen. In haar verklaring na afloop van de informele Raad Buitenlandse Zaken (“Gymnich”) van 6 en 7 september jl. wees de HV daarnaast op het belang van een politieke oplossing voor het conflict.
Op 9 september heeft Secretary of State Kerry het Syrische regime een mogelijkheid geboden om militaire actie te vermijden, door het inleveren en onder internationaal toezicht stellen van alle chemische wapens. Dit voorstel is vervolgens door de Russische en Syrische ministers van Buitenlandse Zaken Lavrov en Mouallem verwelkomd, waarna de permanente leden van de Veiligheidsraad (P5) het initiatief hebben opgepakt.
De regering heeft steeds het belang benadrukt van het delen van inlichtingen en partnerlanden daartoe nadrukkelijk opgeroepen. Nederland heeft sindsdien van verschillende partnerlanden diepgaande informatie en inlichtingen ontvangen, die door de diensten geanalyseerd is. Op grond hiervan is de regering er inmiddels van overtuigd dat er op 21 augustus gifgas is ingezet tegen de burgerbevolking en dat het Syrische regime hier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verantwoordelijk voor is.
Zoals eerder met uw Kamer gedeeld heb ik voortdurend het belang onderstreept van het volgen van het VN-spoor. Ik vind het dan ook bemoedigend dat de P5 de opties voor een gezamenlijke actie door de Veiligheidsraad verkennen.
Tegelijkertijd zijn de verschillen van inzicht tussen de permanente leden niet verdampt. Het is dan ook nog te vroeg om conclusies te trekken over de vraag of de Veiligheidsraad daadwerkelijk voldoende overeenstemming vindt om een resolutie aan te nemen.
Momenteel worden verschillende elementen voor een conceptresolutie besproken, waaronder een Frans concept. Het kabinet acht het van het allergrootste belang te voorkomen dat chemische wapens (opnieuw) worden ingezet. Daarbij is het kabinet sterk voorstander van het opnemen van een element van bestrijding van straffeloosheid, bijvoorbeeld door verwijzing van de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof.
Chemische wapens
Momenteel werken de P5 nader uit hoe het Syrische chemische wapenarsenaal onder internationale controle te brengen met als doel het te vernietigen. De volgende kaders zijn van belang voor een succesvol initiatief.
Als eerste moet Syrië zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen een gestelde termijn, aangeven wat de precieze locatie, de hoeveelheden en type wapens zijn. Vervolgens moeten die locaties beveiligd worden. Daarnaast moet een plan worden ontwikkeld om die voorraden uiteindelijk te vernietigen. Onder de huidige veiligheidsomstandigheden zal het beveiligen en vernietigen moeilijk uitvoerbaar zijn.
Syrië zou hebben aangegeven partij te willen worden bij het Chemische Wapen Verdrag (CWC). Daarmee wordt Syrië automatisch lid van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. Voor toetreding moet Syrië het instrument van ratificatie deponeren bij de SGVN. Dertig dagen later treedt het Verdrag dan in werking. Weer dertig dagen daarna moet Syrië declaraties indienen over zijn chemische wapenarsenaal.
Omdat het proces via het CWC enige tijd zal vergen, benadrukt Nederland dat vooruitlopend daarop al maatregelen moeten worden genomen. Ten einde de bestaande, en in de ogen van het kabinet gerechtvaardigde, scepsis te overwinnen, zal het Syrische regime concrete informatie over zijn chemische wapenarsenaal moeten geven. Boter bij de vis dus.
Daarnaast ontslaan de recente ontwikkelingen de internationale gemeenschap niet van de verplichting de feiten over de aanval van 21 augustus jl. vast te stellen. Het rapport van de VN-onderzoeksmissie naar de gebeurtenissen van 21 augustus zal volgende week verschijnen. Het rapport zal antwoord geven op de vraag of er chemische wapens zijn ingezet. Het zal geen conclusies trekken over de schuldvraag. Het gaat immers om een fact-finding missie. De bevindingen zouden echter wel verder inzicht kunnen geven in wie mogelijk achter de aanvallen zit.
Tot slot moet niet uit het oog worden verloren dat een duurzame politieke oplossing van het conflict hiermee nog niet binnen handbereik is. Wel constateert het kabinet dat een verenigde Veiligheidsraad op dit deelonderwerp een stap in de goede richting is naar een dergelijke duurzame politieke oplossing.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 12 september 2013)
Zie ook: Vragen over Kamerbrief chemische wapens Syrië
maandag 28 januari 2013
Van spionage verdachte ambtenaar voor de rechter
Raymond P. uit Den Haag zou zeven jaar lang vertrouwelijke informatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben verkocht aan een spionnenechtpaar. In ruil voor die informatie zou hij geld hebben gekregen. Morgen staat hij voor de rechter.
Bingo
Hij dacht dat hij voor het ministerie van Buitenlandse Zaken op dienstreis ging naar Bangkok, maar de 61-jarige Raymond P., medewerker van het ministerie, werd op 24 maart 2012 aangehouden op Schiphol. En het was direct bingo: in zijn bagage werd een brillenkoker gevonden met vijf usb-sticks.
Daarop geheime informatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Waarschijnlijk spionagemateriaal, dat hij wilde overhandigen aan een Russisch spionnenechtpaar.
Levenslang
Morgen staat hij voor de rechtbank in Den Haag. Op verdenking van het verstrekken van staatsgeheimen aan een buitenlandse mogendheid, ambtelijke omkoping, witwassen en het bezit van een vuurwapen. De maximale gevangenisstraf daarvoor is levenslang.
KGB
Justitie kwam hem op het spoor na de aanhouding van een Russisch echtpaar in het Duitse Marburg, dat daar al tientallen jaren was ingeburgerd onder de namen Andreas Anschlag en Heidrun Freud. Ze werkten al jarenlang voor de Russische geheime dienst KGB. In hun administratie kwam agent BR voor, en na enig onderzoek leidde het spoor naar Raymond P, visumspecialist op het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Libië
Op de computer van het Russische spionnenechtpaar zijn 80 vertrouwelijke documenten gevonden, die afkomstig zijn van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Raymond P. verstrekte informatie over onder meer de werking van de geheime dienst van de NAVO, informatie over de NAVO-operatie in Libië en het veiligheidsplan van een Nederlandse ambassade in het buitenland.
Coderen
Daarnaast gaf hij details over de seksuele geaardheid van ambtenaren op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens justitie kreeg hij les van het Russische echtpaar in het coderen van geheime boodschappen.
Vanavond geven het hoofd van de AIVD Rob Bertholee, persofficier van justitie van het OM in Den Haag Wouter Bos en expert geheime diensten Erich Schmidt Eenboom commentaar op de strafzaak.
(Nieuwsuur, 28 januari 2013)
Uitzending: Ned. 2, 22.00 uur
Bingo
Hij dacht dat hij voor het ministerie van Buitenlandse Zaken op dienstreis ging naar Bangkok, maar de 61-jarige Raymond P., medewerker van het ministerie, werd op 24 maart 2012 aangehouden op Schiphol. En het was direct bingo: in zijn bagage werd een brillenkoker gevonden met vijf usb-sticks.
Daarop geheime informatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Waarschijnlijk spionagemateriaal, dat hij wilde overhandigen aan een Russisch spionnenechtpaar.
Levenslang
Morgen staat hij voor de rechtbank in Den Haag. Op verdenking van het verstrekken van staatsgeheimen aan een buitenlandse mogendheid, ambtelijke omkoping, witwassen en het bezit van een vuurwapen. De maximale gevangenisstraf daarvoor is levenslang.
KGB
Justitie kwam hem op het spoor na de aanhouding van een Russisch echtpaar in het Duitse Marburg, dat daar al tientallen jaren was ingeburgerd onder de namen Andreas Anschlag en Heidrun Freud. Ze werkten al jarenlang voor de Russische geheime dienst KGB. In hun administratie kwam agent BR voor, en na enig onderzoek leidde het spoor naar Raymond P, visumspecialist op het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Libië
Op de computer van het Russische spionnenechtpaar zijn 80 vertrouwelijke documenten gevonden, die afkomstig zijn van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Raymond P. verstrekte informatie over onder meer de werking van de geheime dienst van de NAVO, informatie over de NAVO-operatie in Libië en het veiligheidsplan van een Nederlandse ambassade in het buitenland.
Coderen
Daarnaast gaf hij details over de seksuele geaardheid van ambtenaren op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens justitie kreeg hij les van het Russische echtpaar in het coderen van geheime boodschappen.
Vanavond geven het hoofd van de AIVD Rob Bertholee, persofficier van justitie van het OM in Den Haag Wouter Bos en expert geheime diensten Erich Schmidt Eenboom commentaar op de strafzaak.
(Nieuwsuur, 28 januari 2013)
Uitzending: Ned. 2, 22.00 uur
maandag 21 januari 2013
Kamerbrief: Adviesaanvraag over gebruik drones
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 21 januari 2013
Betreft Uw verzoek inzake tijdspad en strekking onderzoek m.b.t. drones door de CAVV
Graag bied ik u, mede namens de minister van Defensie, hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie van 20 december 2012 met kenmerk 2012Z22494/2012D48947 inzake tijdspad en strekking van het onderzoek m.b.t. drones door de CAVV.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans
Met verwijzing naar uw verzoek van 20 december 2012 met het kenmerk 2012Z22494/2012D48947, informeer ik u hierbij over de adviesaanvraag aan de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) zoals die op 5 januari jl. aan de voorzitter van de Commissie is gestuurd.
Aan de CAVV zijn de volgende vragen voorgelegd:
- Hoe beoordeelt u op basis van het volkenrecht (jus ad bellum, jus in bello*, mensenrechten) de rechtmatigheid van het gebruik van geweld met bewapende drones, mede in verband met het onderscheid tussen situaties binnen en buiten gewapend conflict?
- Hoe beziet u in dit verband de geografische en temporele afbakening van de toepasselijkheid van jus ad bellum en jus in bello?
- Welke rol speelt toestemming van de staat op wiens grondgebied deze drones worden ingezet bij de rechtmatigheidsbeoordeling, en aan welke vereisten moet deze toestemming voldoen?
- Welke voorwaarden kunnen op basis van het volkenrecht aan het gebruik van bewapende drones worden gesteld?
- Voldoet het huidige volkenrecht om het gebruik van bewapende drones te reguleren of is er behoefte aan aanvulling hierop?
Aan de CAVV is verzocht om vóór 1 augustus 2013 te rapporteren.
Naar aanleiding van de vraag van het lid Hachchi naar onze onderscheiden verantwoordelijkheden het volgende:
De minister van Buitenlandse Zaken heeft de primaire verantwoordelijkheid voor de naleving, uitleg en ontwikkeling van het internationale recht.
Vanzelfsprekend is de minister van Defensie mede verantwoordelijk als het juridische vraagstukken op het terrein van het oorlogsrecht betreft, zoals in het geval van bewapende drones.
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 21 januari 2013)
* jus ad bellum: het recht om oorlog te voeren
jus in bello: het recht tijdens een oorlog (Geneefse Conventies e.d.)
Voor verdere toelichting zie o.a. http://nl.wikipedia.org/wiki/Humanitaire_interventie
Datum 21 januari 2013
Betreft Uw verzoek inzake tijdspad en strekking onderzoek m.b.t. drones door de CAVV
Graag bied ik u, mede namens de minister van Defensie, hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie van 20 december 2012 met kenmerk 2012Z22494/2012D48947 inzake tijdspad en strekking van het onderzoek m.b.t. drones door de CAVV.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans
Met verwijzing naar uw verzoek van 20 december 2012 met het kenmerk 2012Z22494/2012D48947, informeer ik u hierbij over de adviesaanvraag aan de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) zoals die op 5 januari jl. aan de voorzitter van de Commissie is gestuurd.
Aan de CAVV zijn de volgende vragen voorgelegd:
- Hoe beoordeelt u op basis van het volkenrecht (jus ad bellum, jus in bello*, mensenrechten) de rechtmatigheid van het gebruik van geweld met bewapende drones, mede in verband met het onderscheid tussen situaties binnen en buiten gewapend conflict?
- Hoe beziet u in dit verband de geografische en temporele afbakening van de toepasselijkheid van jus ad bellum en jus in bello?
- Welke rol speelt toestemming van de staat op wiens grondgebied deze drones worden ingezet bij de rechtmatigheidsbeoordeling, en aan welke vereisten moet deze toestemming voldoen?
- Welke voorwaarden kunnen op basis van het volkenrecht aan het gebruik van bewapende drones worden gesteld?
- Voldoet het huidige volkenrecht om het gebruik van bewapende drones te reguleren of is er behoefte aan aanvulling hierop?
Aan de CAVV is verzocht om vóór 1 augustus 2013 te rapporteren.
Naar aanleiding van de vraag van het lid Hachchi naar onze onderscheiden verantwoordelijkheden het volgende:
De minister van Buitenlandse Zaken heeft de primaire verantwoordelijkheid voor de naleving, uitleg en ontwikkeling van het internationale recht.
Vanzelfsprekend is de minister van Defensie mede verantwoordelijk als het juridische vraagstukken op het terrein van het oorlogsrecht betreft, zoals in het geval van bewapende drones.
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 21 januari 2013)
* jus ad bellum: het recht om oorlog te voeren
jus in bello: het recht tijdens een oorlog (Geneefse Conventies e.d.)
Voor verdere toelichting zie o.a. http://nl.wikipedia.org/wiki/Humanitaire_interventie
woensdag 16 januari 2013
Kamerbrief: toelichting op EU-vergadering over situatie Mali
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 15 januari 2013
Betreft Geannoteerde agenda buitengewone Raad Buitenlandse Zaken d.d. 17 januari 2013
Geachte Voorzitter,
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda aan van de buitengewone Raad Buitenlandse Zaken van 17 januari 2013 die geheel is gewijd aan de situatie in Mali.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans
Op 14 januari jl. kondigde Hoge Vertegenwoordiger Ashton aan op 17 januari a.s. een Buitengewone Raad Buitenlandse Zaken bijeen te roepen om over de recente ontwikkelingen in Mali te spreken. Er zijn geen andere agendapunten.
De inname van Konna (700 kilometer ten noorden van Bamako) op 10 januari jl. door rebellengroeperingen uit het noorden van Mali was de aanleiding voor een verzoek van de Malinese autoriteiten aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Frankrijk om bijstand. De VN-Veiligheidsraad sprak in een spoedzitting zijn zorgen uit over de situatie in Mali en verzocht de VN-lidstaten Mali bij te staan. Hierop volgend zond Frankrijk militaire steun naar Mali. Mede met behulp van Franse steun kon Konna heroverd worden. In het kader van de operatie (‘Serval’) werden ook luchtaanvallen uitgevoerd op Gao, Kidal en andere doelen in het noorden van Mali.
De Franse inzet vindt plaats in het kader van de VN-Veiligheidsraadsresoluties 2085 (2012) en 2071 (2012), die een internationale interventie met het oog op het ondersteunen van de Malinese autoriteiten bij het herstel van de territoriale integriteit autoriseerden, en dient mede om de periode tot de ontplooiing van de African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te overbruggen. De leden van de VNVR hebben hun steun voor het Franse optreden uitgesproken. De resoluties drongen er tevens bij de transitionele autoriteiten op aan een routekaart aan te nemen voor herstel van de constitutionele orde en territoriale eenheid. Ook riepen zij ertoe op snel een raamwerk op te stellen voor onderhandelingen met alle partijen die van banden met terroristische groeperingen afzien. In de komende dagen willen vertegenwoordigers van de VN naar Mali reizen om te trachten voortgang op het politieke spoor te boeken.
In het kader van de recente ontwikkelingen in Mali en de Franse inzet van militaire steun zal op 17 januari tevens gesproken worden over de planning van de trainingsmissie in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB), gericht op versterking van de capaciteit en herstructurering van het Malinese leger, waarvoor de Raad op 10 december jl. het Crisis Management Concept aannam. De Raad zal op 17 januari mogelijk besluiten de trainingsmissie met spoed verder uit te werken. De ontplooiing van AFISMA zal worden versneld.
Het kabinet meent dat de recente ontwikkelingen de noodzaak onderstrepen van een versterkte en versnelde inzet van de internationale gemeenschap, in overeenstemming met de relevante VNVR-resoluties, ter ondersteuning van de constitutionele orde en ter handhaving van de territoriale integriteit van Mali. Het spreekt zijn steun uit voor de militaire acties van Frankrijk in Mali met het oog op bescherming van Malinese steden en het tot staan brengen van de opmars van rebellengroeperingen, waartoe het Malinese leger zelf onvoldoende in staat is.
Mede om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen, steunt het kabinet de voortzetting met spoed van het planningsproces van de GVDB-trainingsmissie. Een versnelling van de planning mag uiteraard niet ten koste gaan van een zorgvuldige beoordeling van de voorwaarden voor een effectieve trainingsmissie en de risico’s die daarmee gepaard gaan. Op grond van de aanvullende planningsdocumenten, en met inachtneming van de financiële kaders, zal het kabinet bezien of en, zo ja, op welke wijze Nederland een bijdrage kan leveren aan de GVDB-missie. Uw kamer zal hierover uiteraard (tijdig) worden geïnformeerd.
Nederland heeft in de afgelopen decennia ruime ervaring opgedaan met ontwikkelingssamenwerking met partnerland Mali. De bilaterale ontwikkelingssamenwerkingsrelatie met de Malinese overheid is bevroren na de militaire coup in maart 2012 en de daarop volgende gewelddadigheden. Samenwerking met maatschappelijke organisaties om basisvoorzieningen voor de bevolking in stand te houden is wel doorgegaan. In het licht van de actuele ontwikkelingen en ter ondersteuning van de internationale inspanningen zal het kabinet bezien hoe Nederland verder kan bijdragen tot een vreedzame en stabiele toekomst van Mali. Gelet op de grensoverschrijdende aspecten (o.m. de vluchtelingenproblematiek) zullen deze inspanningen mede in regionale context worden geplaatst.
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 16 januari 2013)
donderdag 29 november 2012
Video: het werk van de POLAD en de ROLAD in Kunduz
Een korte video over het werk van de politiek adviseur (POLAD) en de Rechtsstaatadviseur (ROLAD) van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Kunduz. Zij werken nauw samen met de militairen van de Police Training Group.
(ministerie van Defensie, 29 november 2012)
dinsdag 11 september 2012
Minister Rosenthal bijgepraat over antipiraterij-operaties Marine
Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal heeft maandag een bezoek gebracht aan de marine in Den Helder. Hij werd er bijgepraat over de lopende operaties, met name die tegen de piraterij rond Somalië. De bewindsman bezocht ook een van de nieuwe Ocean-going Patrol Vessels en het amfibisch transportschip Hr. Ms. Johan de Witt. Op dat laatste schip had hij via een videoverbinding contact met commandeur Ben Bekkering die momenteel in de buurt van Somalië vanaf Hr. Ms. Rotterdam de leiding heeft over de antipiraterij-operatie van de NAVO, 'Ocean Shield'. Verder bezocht de minister de onderzeeboot Hr. Ms. Dolfijn waar hij uitleg kreeg over de rol die de Nederlandse onderzeeboten bij de strijd tegen de piraterij spelen. Op de Dolfijn vond ook onderstaand vraaggesprek plaats.
U heeft een briefing gekregen van en een gesprek gevoerd met de Nederlandse commandant van de NAVO-operatie Ocean Shield over hoe het daar gaat met de anti-piraterij. Wat was daarin nieuw voor u?
Wat nieuw voor mij is geweest waren zijn mededelingen over hoe die piraten een bepaalde strategie hebben waar wij dan steeds heel snel op moeten reageren en ook op moeten anticiperen. De commandant, de heer Bekkering, had het ook over -in zekere zin- een kat-en-muis-spel. Nou drukt hij dat nogal negatief uit in zekere zin, want als ik hoor hoe de NAVO-operatie Ocean Shield nu onder zijn commando opereert dan is dat is dat indrukwekkend. En je ziet dat de dreiging kleiner wordt. We moeten er heel alert op zijn, dat zei hij ook, maar de doeltreffendheid waarmee wordt opgetreden is bepaald indrukwekkend.
Heeft zo'n direct contact meerwaarde, want u kunt natuurlijk ook even met het ministerie van Defensie bellen en vragen "leg eens uit hoe het zit?"
Ik heb natuurlijk van mijn collega Hans Hillen en ook als ik praat met de hoogmogenden op het departement op het Plein (het ministerie van Defensie, hdv) hoor ik natuurlijk ook veel dingen. Maar toch maakt het verschil of je met een commandant ter plekke praat. Ik heb hier in Den Helder ook gesproken met een aantal mensen die daar de afgelopen maanden daadwerkelijk dienst hebben gedaan. Dan krijg je er een gevoel bij van waar het echt om gaat. Dan is het in zekere zin er dichterbij zitten om te kunnen zeggen: je proeft de sfeer. Dat is bepalend om een goed oordeel te kunnen hebben.
Over sfeer proeven gesproken, heeft u iets gemerkt van onrust onder militairen in verband met de verkiezingen en het feit dat nogal wat partijprogramma's een forse ingreep in de defensiebegroting voorstaan?
Ik heb begrepen dat er een zekere onrust is. Die begrijp ik ook. Tegelijkertijd is het zo dat - en dan moet ik een andere pet opzetten, die van VVD-politicus - dan moet en mag ik zeggen dat als je kijkt naar het verkiezingsprogramma van de VVD dan staat daar expliciet in dat wij geen verdere bezuinigingen op Defensie mogelijk achten. Dat geldt voor Defensie in zijn totaliteit. Als wij het over Defensie hebben we het - in de goede volgorde - over de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee. Hoe de onderlinge verhoudingen liggen, dat is dan een tweede.
Maar er is bijvoorbeeld een partij die er expliciet voor pleit de hele Onderzeedienst af te schaffen.
Ik ga niet in dat soort zaken treden. Waar ik nu even naar kijk is wat er wat centen betreft aan de orde is. Dan zie ik dat er een partij is die 1,4 miljard wil bezuinigen, een andere 1 miljard, weer een andere een half miljard, weer eentje honderd miljoen. Mijn partij zegt: het is noodzakelijk om geen verdere bezuinigingen op Defensie te hebben.
Merkt u als minister van Buitenlandse Zaken dat bondgenoten met enige zorg naar Nederland kijken?
In algemene zin gesproken ben ik de afgelopen twee jaar in NAVO-verband bezig geweest, steeds in samenwerking met collega Hillen. Daar is volstrekt duidelijk dat er zorgen zijn, meer in het algemeen, over het aandeel van de Europese landen in de NAVO-inspanningen. Dat kan ik mij bij voorbeeld uit Amerikaans perspectief goed voorstellen. Dan kijk je naar de percentages van het eigen nationaal product die voor defensie worden ingezet.
Dan krijg je de discussie: 'de Europeanen rijden gratis mee', de free riders.
Ja dat krijg je dan, en dan ga je vervolgens kijken naar wat te doen en dan ben ik zelf zeer gesteld op het punt dat door de Secretaris-Generaal van de NAVO Rasmussen aan de orde is gesteld, namelijk het idee van Smart Defence. Daarbij gaat het niet alleen om bezuinigen maar zeker ook om grotere doeltreffendheid. De samenwerking die in toenemende mate op gang is gekomen tussen de krijgsmachten van verschillende landen is inderdaad een wenkend perspectief. Het doet mij ook zeer veel deugd dat ik hier in Den Helder nog eens even van doen heb gekregen - voor mij pure winst om even tot mij te laten doordringen - met de vergaande samenwerking die er nu is tussen de Nederlandse en Belgische marine. Dat zie ik tot en met het vlagvertoon, waar ik een Belgische vlag op een schip zie hangen omdat het een Belgisch marineschip is dat hier is aangemeerd. Als ik dan ook hoor dat wij vanuit Nederland, juist vanuit de marine, een streepje voor hebben met de kwaliteit die wij internationaal inzetten - dat geldt eigenlijk voor de de hele Nederlandse krijgsmacht. En als ik dan ook hoor over de voorsprong die wij op een aantal punten als het gaat om het opleiden van marinepersoneel, dan is er in die samenwerking ook veel winst te boeken.
(Defensie weblog, 11 september 2012)
U heeft een briefing gekregen van en een gesprek gevoerd met de Nederlandse commandant van de NAVO-operatie Ocean Shield over hoe het daar gaat met de anti-piraterij. Wat was daarin nieuw voor u?
![]() |
| Videoconferentie met commandeur Ben Bekkering |
Heeft zo'n direct contact meerwaarde, want u kunt natuurlijk ook even met het ministerie van Defensie bellen en vragen "leg eens uit hoe het zit?"
![]() |
| Gesprek op de Johan de Witt |
Over sfeer proeven gesproken, heeft u iets gemerkt van onrust onder militairen in verband met de verkiezingen en het feit dat nogal wat partijprogramma's een forse ingreep in de defensiebegroting voorstaan?
Ik heb begrepen dat er een zekere onrust is. Die begrijp ik ook. Tegelijkertijd is het zo dat - en dan moet ik een andere pet opzetten, die van VVD-politicus - dan moet en mag ik zeggen dat als je kijkt naar het verkiezingsprogramma van de VVD dan staat daar expliciet in dat wij geen verdere bezuinigingen op Defensie mogelijk achten. Dat geldt voor Defensie in zijn totaliteit. Als wij het over Defensie hebben we het - in de goede volgorde - over de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee. Hoe de onderlinge verhoudingen liggen, dat is dan een tweede.
Maar er is bijvoorbeeld een partij die er expliciet voor pleit de hele Onderzeedienst af te schaffen.
Ik ga niet in dat soort zaken treden. Waar ik nu even naar kijk is wat er wat centen betreft aan de orde is. Dan zie ik dat er een partij is die 1,4 miljard wil bezuinigen, een andere 1 miljard, weer een andere een half miljard, weer eentje honderd miljoen. Mijn partij zegt: het is noodzakelijk om geen verdere bezuinigingen op Defensie te hebben.
Merkt u als minister van Buitenlandse Zaken dat bondgenoten met enige zorg naar Nederland kijken?
In algemene zin gesproken ben ik de afgelopen twee jaar in NAVO-verband bezig geweest, steeds in samenwerking met collega Hillen. Daar is volstrekt duidelijk dat er zorgen zijn, meer in het algemeen, over het aandeel van de Europese landen in de NAVO-inspanningen. Dat kan ik mij bij voorbeeld uit Amerikaans perspectief goed voorstellen. Dan kijk je naar de percentages van het eigen nationaal product die voor defensie worden ingezet.
![]() |
| Minister Rosenthal en de Commandant Zeestrijdkrachten, Vice-Admiraal Borsboom in de onderzeeboot Hr. Ms. Dolfijn |
Dan krijg je de discussie: 'de Europeanen rijden gratis mee', de free riders.
Ja dat krijg je dan, en dan ga je vervolgens kijken naar wat te doen en dan ben ik zelf zeer gesteld op het punt dat door de Secretaris-Generaal van de NAVO Rasmussen aan de orde is gesteld, namelijk het idee van Smart Defence. Daarbij gaat het niet alleen om bezuinigen maar zeker ook om grotere doeltreffendheid. De samenwerking die in toenemende mate op gang is gekomen tussen de krijgsmachten van verschillende landen is inderdaad een wenkend perspectief. Het doet mij ook zeer veel deugd dat ik hier in Den Helder nog eens even van doen heb gekregen - voor mij pure winst om even tot mij te laten doordringen - met de vergaande samenwerking die er nu is tussen de Nederlandse en Belgische marine. Dat zie ik tot en met het vlagvertoon, waar ik een Belgische vlag op een schip zie hangen omdat het een Belgisch marineschip is dat hier is aangemeerd. Als ik dan ook hoor dat wij vanuit Nederland, juist vanuit de marine, een streepje voor hebben met de kwaliteit die wij internationaal inzetten - dat geldt eigenlijk voor de de hele Nederlandse krijgsmacht. En als ik dan ook hoor over de voorsprong die wij op een aantal punten als het gaat om het opleiden van marinepersoneel, dan is er in die samenwerking ook veel winst te boeken.
(Defensie weblog, 11 september 2012)
woensdag 20 juni 2012
Meer informatie over de MV Alaed (mogelijke wapenleverantie aan Syrië)
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 20 juni 2012
Betreft Verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) inzake een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord
Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Bleker, de reactie aan op het verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) met kenmerk 2012Z12355 over een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord, zoals gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden op 19 juni 2012.
Op woensdag 13 juni werd informatie verkregen dat een schip met mogelijk Russische helikopters en wapens aan boord vanuit Kaliningrad, in het westen van de Russische Federatie, vermoedelijk op weg was naar Syrië. De opgegeven bestemming van het schip was Vladivostok. Het betrof de Alaed, een schip dat is geregistreerd te Curaçao en eigendom is van een Curaçaose reder. De operator van het schip is een Deens bedrijf en de opdrachtgever van het transport een Russische onderneming. De verzekering was afgesloten bij een maatschappij in Bermuda, dat valt onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf het begin is nauw samengewerkt met internationale partners (o.a. de eerder op de route liggende landen als Denemarken en Duitsland) om schending en ondermijning van het EU-wapenembargo tegen Syrië te voorkomen. De Nederlandse autoriteiten hebben herhaaldelijk een klemmend beroep gedaan op de Russische opdrachtgever om mee te werken met inspectie van het schip door de Nederlandse kustwacht en douane. In samenwerking met de Curaçaose autoriteiten is het schip ook via de Curaçaose reder meermaals opgeroepen om zich voor inspectie in een haven te melden. Samen met de Deense autoriteiten is via de Deense operator hetzelfde gedaan. Op het moment dat het vaartuig zich niet langer in de buurt van Nederland bevond, had het op herhaalde oproepen niet gereageerd. Het schip is voortdurend buiten de Nederlandse territoriale wateren gebleven.
Enige tijd later schakelde het schip de transponder uit en zag af van doorvaart door het Kanaal, voer richting het noorden en koerste aan op een passage ten westen van het Verenigd Koninkrijk. Op dat moment vond al intensief overleg plaats tussen de Nederlandse autoriteiten en die van het Verenigd Koninkrijk, alsmede andere landen die verder op de toen nog te verwachten route van het schip lagen (België, Frankrijk, Portugal, Spanje). Op 18 juni jl., toen de Alaed nog altijd nabij het Verenigd Koninkrijk voer, heeft de Bermudaanse verzekeringsmaatschappij de verzekering van het schip geannuleerd.
Kort daarna is het schip gedraaid in noordelijke richting en heeft als nieuwe eindbestemming de haven van Moermansk in de Russische Federatie opgegeven. Op het moment van schrijven vaart het verder op deze koers.
Door deze gezamenlijke internationale inspanning is dit mogelijk transport van wapens naar Syrië nu verhinderd. Het kabinet spant zich zoveel mogelijk in om te voorkomen dat het Syrische regime wordt voorzien van wapens of onderdelen daarvan. Het is samen met EU- en andere internationale partners voortdurend alert om dergelijke transporten ook in de toekomst te voorkomen. Het wapenembargo dat is vastgelegd in het EU-sanctieregime tegen Syrië biedt hiertoe de benodigde instrumenten. Het kabinet houdt Rusland aan de doelstellingen van de VN- Veiligheidsraadsresolutie over Syrië in casu de dringende noodzaak van de-escalatie van de situatie in Syrië.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 20 juni 2012)
Datum 20 juni 2012
Betreft Verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) inzake een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord
Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Bleker, de reactie aan op het verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) met kenmerk 2012Z12355 over een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord, zoals gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden op 19 juni 2012.
![]() |
| MV Alaed (foto FEMCO) |
Vanaf het begin is nauw samengewerkt met internationale partners (o.a. de eerder op de route liggende landen als Denemarken en Duitsland) om schending en ondermijning van het EU-wapenembargo tegen Syrië te voorkomen. De Nederlandse autoriteiten hebben herhaaldelijk een klemmend beroep gedaan op de Russische opdrachtgever om mee te werken met inspectie van het schip door de Nederlandse kustwacht en douane. In samenwerking met de Curaçaose autoriteiten is het schip ook via de Curaçaose reder meermaals opgeroepen om zich voor inspectie in een haven te melden. Samen met de Deense autoriteiten is via de Deense operator hetzelfde gedaan. Op het moment dat het vaartuig zich niet langer in de buurt van Nederland bevond, had het op herhaalde oproepen niet gereageerd. Het schip is voortdurend buiten de Nederlandse territoriale wateren gebleven.
Enige tijd later schakelde het schip de transponder uit en zag af van doorvaart door het Kanaal, voer richting het noorden en koerste aan op een passage ten westen van het Verenigd Koninkrijk. Op dat moment vond al intensief overleg plaats tussen de Nederlandse autoriteiten en die van het Verenigd Koninkrijk, alsmede andere landen die verder op de toen nog te verwachten route van het schip lagen (België, Frankrijk, Portugal, Spanje). Op 18 juni jl., toen de Alaed nog altijd nabij het Verenigd Koninkrijk voer, heeft de Bermudaanse verzekeringsmaatschappij de verzekering van het schip geannuleerd.
Kort daarna is het schip gedraaid in noordelijke richting en heeft als nieuwe eindbestemming de haven van Moermansk in de Russische Federatie opgegeven. Op het moment van schrijven vaart het verder op deze koers.
Door deze gezamenlijke internationale inspanning is dit mogelijk transport van wapens naar Syrië nu verhinderd. Het kabinet spant zich zoveel mogelijk in om te voorkomen dat het Syrische regime wordt voorzien van wapens of onderdelen daarvan. Het is samen met EU- en andere internationale partners voortdurend alert om dergelijke transporten ook in de toekomst te voorkomen. Het wapenembargo dat is vastgelegd in het EU-sanctieregime tegen Syrië biedt hiertoe de benodigde instrumenten. Het kabinet houdt Rusland aan de doelstellingen van de VN- Veiligheidsraadsresolutie over Syrië in casu de dringende noodzaak van de-escalatie van de situatie in Syrië.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 20 juni 2012)
dinsdag 19 juni 2012
Nederland wilde Russisch wapenschip inspecteren
NU.nl/Joost Nederpelt
De Nederlandse overheid heeft het Russische vrachtschip MV Alaed, dat met wapentuig en helikopters onderweg is naar Syrië, geprobeerd te bewegen om zich te laten inspecteren. Dat laat minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken weten.
"De Nederlandse overheid kreeg vorige week woensdag informatie over een schip dat mogelijk met helikopters en wapens aan boord op weg is naar Syrië", zegt Rosenthal in een verklaring.
"Het schip is geregistreerd in Curaçao. Er is een goede samenwerken en intensief contact tussen de Nederlandse en Curaçaose autoriteiten omtrent het schip."
De MV Alaed vervoert vermoedelijk onder meer drie Russische Mi-25 'Hind' gevechtshelikopters die voor groot onderhoud in Rusland zijn geweest. Op het moment dat het vrachtschip de Nederlandse wateren naderde ging de overheid direct tot actie over.
Geen gehoor
"We hebben als EU-lidstaat de verantwoordelijk genomen om het wapenembargo dat op Syrië van kracht is te handhaven", licht Rosenthal toe. "Vanaf dat moment hebben we intensief samengewerkt met internationale partners om te voorkomen dat het embargo zou worden geschonden."
"Nederland heeft via de Curaçaose autoriteiten geprobeerd het schip te overtuigen om zich te laten inspecteren. De MV Alaed gaf hieraan geen gehoor en schakelde op een bepaald moment haar signaalsysteem uit."
Verzekering
De Britse verzekeraar Standard Club besloot dinsdag op aandringen van de Britse overheid om de verzekering van het schip in te trekken. Daardoor kan de MV Alaed in principe in geen enkele haven meer aanmeren.
"Het schip heeft daarop rechtsomkeert gemaakt, waarmee het wapentransport is verhinderd", zegt Rosenthal, die het ondenkbaar acht dat het Syrische regime van president Assad wordt voorzien van nieuwe wapens die worden ingezet tegen onschuldige burgers."
"We blijven samen met internationale partners alert om ook in de toekomst dergelijke transporten te voorkomen", besluit de minister.
(NU.nl, 19 juni 2012)
De Nederlandse overheid heeft het Russische vrachtschip MV Alaed, dat met wapentuig en helikopters onderweg is naar Syrië, geprobeerd te bewegen om zich te laten inspecteren. Dat laat minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken weten.
![]() |
| MV Alaed |
"Het schip is geregistreerd in Curaçao. Er is een goede samenwerken en intensief contact tussen de Nederlandse en Curaçaose autoriteiten omtrent het schip."
De MV Alaed vervoert vermoedelijk onder meer drie Russische Mi-25 'Hind' gevechtshelikopters die voor groot onderhoud in Rusland zijn geweest. Op het moment dat het vrachtschip de Nederlandse wateren naderde ging de overheid direct tot actie over.
Geen gehoor
"We hebben als EU-lidstaat de verantwoordelijk genomen om het wapenembargo dat op Syrië van kracht is te handhaven", licht Rosenthal toe. "Vanaf dat moment hebben we intensief samengewerkt met internationale partners om te voorkomen dat het embargo zou worden geschonden."
"Nederland heeft via de Curaçaose autoriteiten geprobeerd het schip te overtuigen om zich te laten inspecteren. De MV Alaed gaf hieraan geen gehoor en schakelde op een bepaald moment haar signaalsysteem uit."
Verzekering
De Britse verzekeraar Standard Club besloot dinsdag op aandringen van de Britse overheid om de verzekering van het schip in te trekken. Daardoor kan de MV Alaed in principe in geen enkele haven meer aanmeren.
"Het schip heeft daarop rechtsomkeert gemaakt, waarmee het wapentransport is verhinderd", zegt Rosenthal, die het ondenkbaar acht dat het Syrische regime van president Assad wordt voorzien van nieuwe wapens die worden ingezet tegen onschuldige burgers."
"We blijven samen met internationale partners alert om ook in de toekomst dergelijke transporten te voorkomen", besluit de minister.
(NU.nl, 19 juni 2012)
dinsdag 5 juni 2012
'Van spionage verdachte ambtenaar ontving 90.000 euro'
De 60-jarige ambtenaar van Buitenlandse Zaken die jarenlang vertrouwelijke informatie zou hebben doorgespeeld aan de Russische inlichtingendienst, ontving daarvoor iedere maand een 'spionageloon'.
Het ging in totaal om circa 90.000 euro, zei dinsdag de officier van justitie tijdens een zitting bij de rechtbank in Den Haag. P. zou dat geld hebben witgewassen.
In het onderzoek stuitte justitie op 450 vertrouwelijke documenten. Die werden gevonden in het huis van Raymond P. (Poeteray), op usb-sticks en op de laptop van een agent van de Russiche geheime dienst. Het zou daarbij onder meer om staatsgeheimen gaan.
''P. ontving een loon in hoogte en frequentie, dat de informatie van zodanig gewicht moet zijn geweest, dat het om staatsgeheimen gaat", zei de aanklager. Hij zocht de informatie op, leverde deze aan de Russen en kreeg het geld enkele dagen later gestort, aldus justitie.
Veiligheidsplan
Het werd dinsdag niet duidelijk wat de inhoud van de documenten precies is. De officier van justitie sprak wel onder meer over een veiligheidsplan van de Nederlandse ambassade in Chili.
P. werd eerder dit jaar aangehouden op Schiphol. Hij ging op dienstreis naar Bangkok. In zijn brillenkoker zou hij een usb-stick hebben gehad, met vertrouwelijke informatie. Volgens het OM kampte hij al jarenlang met schulden en werd hij daarom door de Russen gerekruteerd. P. kwam in beeld tijdens een Duits onderzoek naar spionage.
De rechtbank wil dat in ieder geval nog de zoon van P. wordt gehoord als getuige, eveneens als een Duits echtpaar dat een rol in de vermeende spionage speelde. Op verzoek van de verdediging worden mogelijk nog wel medewerkers van de AIVD gehoord.
Zwijgt
P. zwijgt tot nog toe in alle toonaarden over de verdenking. Hij heeft alleen wapenbezit bekend. Zijn advocaat probeerde tevergeefs hem op vrije voeten te krijgen. De zaak gaat op 21 augustus verder.
Raymond P. zorgde in 2008 als ambassademedewerker van het consulaat in Hongkong voor een internationale rel. Hij zou zijn Koreaanse adoptiedochter hebben afgestaan aan de autoriteiten van Hongkong wegens ernstige opvoedingsproblemen. Hij werd daarna overgeplaatst.
(ANP/Nu.nl, 5 juni 2012)
dinsdag 17 april 2012
Derde lichting missie Kunduz vertrekt
Donderdag 19 april 2012 vertrekt de 3de Police Training Group onder leiding van kolonel der mariniers Jarst de Jong en civiel vertegenwoordiger Simon van der Burg naar Kunduz vanaf vliegbasis Eindhoven. Naast de politietrainers van de Marechaussee bestaat de derde lichting vooral uit militairen van het Korps Mariniers. De komende weken wordt de 2de lichting gefaseerd afgelost. Brigadegeneraal der Mariniers Richard Oppelaar spreekt de eenheid voor vertrek kort toe namens de Commandant der Strijdkrachten.
De geïntegreerde politietrainingsmissie in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz richt zich op het opleiden en trainen van Afghaanse civiele politieagenten en op het versterken van de justitiële keten met personeel van de ministeries Buitenlandse Zaken, Defensie en Veiligheid en Justitie. Donderdag reizen naast de civiel vertegenwoordiger ook de nieuwe politiek adviseur en rechtsstaat-adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken af naar Kunduz.
(ministerie van Defensie, 17 april 2012)
De geïntegreerde politietrainingsmissie in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz richt zich op het opleiden en trainen van Afghaanse civiele politieagenten en op het versterken van de justitiële keten met personeel van de ministeries Buitenlandse Zaken, Defensie en Veiligheid en Justitie. Donderdag reizen naast de civiel vertegenwoordiger ook de nieuwe politiek adviseur en rechtsstaat-adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken af naar Kunduz.
(ministerie van Defensie, 17 april 2012)
woensdag 4 april 2012
Minister Rosenthal gaat dialoog aan over NAVO
Minister Rosenthal heeft een rondetafelgesprek gevoerd met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en kennisinstellingen over de toekomst van de NAVO. Het gesprek vond plaats in aanloop naar de NAVO-top van 20 en 21 mei in Chicago, waar onder andere de zogeheten 'posture review' van het bondgenootschap op de agenda staat.
![]() |
| Overleg met middenveld (foto MinBuza) |
Aanwezig bij het rondetafelgesprek waren ngo’s en kennisinstellingen zoals IKV/Pax Christi, HCSS, Atlantische Commissie, Clingendael, Nederlandse Rode Kruis, Universiteit Leiden en JASON. Tijdens de ontmoeting wisselde de minister van gedachten met zijn gesprekspartners over uiteenlopende onderwerpen als nucleaire ontwapening, de trans-Atlantische band, EU-NAVO relaties en cyberbeleid.
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 4 april 2012)
vrijdag 30 maart 2012
Ambtenaar vast op verdenking van omkoping en voorbereiden verspreiden staatsgeheimen
De rechter-commissaris in Den Haag heeft vandaag een 60-jarige Hagenaar, werkzaam als consulair medewerker bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, voor 14 dagen in bewaring gesteld. De man werd op 24 maart aangehouden.
De Hagenaar wordt verdacht van ambtelijke omkoping, omdat hij gedurende een periode van ongeveer 7 jaar vertrouwelijke informatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zou hebben verstrekt aan een echtpaar*, woonachtig in Duitsland. In ruil voor het verstrekken van informatie zou de man maandelijks een geldbedrag hebben gekregen. Onderzocht wordt of de verstrekte informatie als staatsgeheim kan worden aangeduid.
Daarnaast wordt hij verdacht van voorbereidingshandelingen om het verspreiden van staatsgeheimen mogelijk te maken. Verder wordt hij verdacht van witwassen en het bezit van een vuurwapen.
Genoemd echtpaar zit sinds 18 oktober 2011 vast in Duitsland op verdenking van het verrichten van spionageactiviteiten voor een Russische inlichtingendienst.
De zaak tegen de medewerker van het Ministerie van Buitenlandse zaken kwam aan het licht tijdens het onderzoek van de Duitse autoriteiten naar dit echtpaar. Na een rechtshulpverzoek van de Duitse autoriteiten heeft de Rijksrecherche, onder leiding van het Openbaar Ministerie in Den Haag, het onderzoek naar de Hagenaar overgenomen. De Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst heeft in het kader van het onderzoek meerdere ambtsberichten verstrekt.
De verdachte zit in beperkingen. Dat wil zeggen dat hij alleen contact met zijn advocaat mag hebben. Het Openbaar Ministerie is daarom terughoudend met het verstrekken van informatie.
(Openbaar Ministerie, 30 maart 2012)
*Het betreft hier hoogstwaarschijnlijk het echtpaar Andreas en Heidrun Anschlag dat gedurende een 20-tal jaren voor de Russische buitenlandse inlichtingendienst SVR zou hebben gespionneerd. Over hun arrestatie is uitvoerig bericht in de Duitse media, zie bijvoorbeeld dit Engelstalig bericht van Der Spiegel. Ze waren volgens berichten in de Duitse media geïnteresseerd in politieke en militaire informatie, zoals discussies over de toekomst van de NAVO. De Nederlandse verdachte zou van of via hen gedurende zeven jaar iedere maand het equivalent van zijn maandsalaris voor bewezen diensten hebben ontvangen. hdv.
![]() |
Embleem SVR (Sluzjba Vnesjnej Razvedki) |
Abonneren op:
Posts (Atom)




.jpg)
.jpg)

