woensdag 16 januari 2013

Oorlog in Mali: De Europeanen kunnen het niet zelf

Frankrijk voert in Mali een eenzame strijd voor heel Europa, meent de Brusselse correspondent van Süddeutsche Zeitung. Dat de bondgenoten van Parijs zich er met een paar vliegtuigen vanaf willen maken, is niet alleen duikgedrag, maar ook een dolkstoot voor de Europese defensie.

Martin Winter

Als het in Mali alleen maar over Mali zou gaan, dan waren er waarschijnlijk niet zo snel Franse soldaten naar de oorlog tegen de islamistische milities gestuurd. Ook de belangen van de oude koloniale macht op het Afrikaanse continent rechtvaardigen zo'n riskante inzet van troepen en militair materieel niet. Frankrijk heeft ingegrepen, omdat de probleemstaat in de Sahel dreigt uit te groeien tot een gevaar voor heel Europa. En het land heeft ervoor gekozen dit alleen te doen, omdat de andere Europeanen het hebben laten afweten. Dat zegt veel over de toestand van het gemeenschappelijke Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. Daar deugt namelijk helemaal niets van.

Een Afghanistan voor de poorten van Europa
Als Parijs voor zijn inzet van zijn Europese bondgenoten niet meer dan een broederlijk schouderklopje en een paar transportvliegtuigen krijgt, is er iets mis met de Europese Unie. Het is in het belang van heel Europa om islamisten en terroristen te dwarsbomen in hun streven naar de verovering van Mali. De EU is ruim een jaar op de hoogte van het gevaar. Als Mali in handen valt van Al-Qaida en hun sympathisanten, wordt het land een soort Afghanistan, vlak voor de poorten van Europa. Een uitvalsoord, trainingskamp en rustplaats voor het internationale terrorisme.

Dit gevaar heeft de EU absoluut onderkend. Zij is het echter nooit over een alomvattend antwoord eens kunnen worden. Een kleine trainingsmissie voor het Malinese leger was alles wat er in zat. De gemeenschappelijke Europese wil was niet tot meer in staat. Een preventieve planning voor militaire noodsituaties, zoals die waarop Frankrijk nu reageert, was er gewoonweg niet.

Het grenst aan het belachelijke dat de trainingsmissie nu moet worden versneld. Daarmee wordt enerzijds het probleem niet verholpen dat de overige Europeanen met de armen over elkaar toekijken hoe de Fransen voor hen de kastanjes uit het vuur halen. En anderzijds zullen er weinig Malinese soldaten te vinden zijn die tijd hebben voor hun Europese trainers, zolang zij in het midden en noorden van het land verstrikt zijn in een oorlog met de milities. De Europese plannen zijn door de ontwikkelingen ingehaald.

Onenigheid, onvermogen en onwil
De EU doet er goed nu de vraag te beantwoorden of zij het gemeenschappelijke veiligheidsbeleid werkelijk serieus neemt. Dat betekent dat Frankrijk hier en nu militair niet in de steek mag worden gelaten. De voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine heeft onlangs een vernietigend oordeel geveld over het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid, waaraan de EU al twee decennia werkt. Als de politici van de EU-lidstaten het niet snel eens kunnen worden over betrouwbare fundamenten voor hun samenwerking, dan kon het wel eens gedaan zijn met de Europese ambities om een wereldmacht te worden. Védrine had waarschijnlijk niet verwacht dat Europa nu al op de proef zou worden gesteld in de Sahel.

Het heeft er veel van weg dat Europa voor deze test niet zal slagen. Want de belangen op gebied van buitenlandse politiek en veiligheid van de EU-staten liggen nog altijd ver uit elkaar. Mali is daar een voorbeeld van: over het gevaar zijn de Europeanen het wel eens, maar niet over de vraag, hoe dat gevaar tegemoet getreden moet worden. En ook niet over het feit, dat je je in zulke omstandigheden op alles, dus ook op oorlog moet voorbereiden. Het Europese veiligheidsbeleid lijdt aan onenigheid, onvermogen en onwil. Daarin zal ook niet zo snel verandering komen.

Niettemin moeten de andere Europeanen Parijs nu militair terzijde staan. Dat is een kwestie van solidariteit, maar ook van verstandig beleid op de langere termijn: wie de deur voor een echt Europees veiligheidsbeleid wil open houden, mag niet riskeren dat Parijs de hulp van de NAVO moet inroepen als het militair tegen zou zitten. Dat zou namelijk het ultieme bewijs zijn dat de Europeanen het eenvoudigweg niet zelf kunnen.

Vertaald uit het Duits door Menno Grootveld

(Süddeutsche Zeitung / www.presseurop.eu, 16 januari 2013)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen