Koningin Beatrix heeft op woensdag 27 maart een cravate aan het luchtmachtvaandel bevestigd. Met dit koninklijk lint onderscheidde zij de Koninklijke Luchtmacht voor haar (gevechts)inzet tijdens ‘Allied Force’, de NAVO-luchtcampagne tijdens de Kosovocrisis.
De operatie, de gevechtsinzet en het vaandel; deze pagina vertelt erover in:
- Allied Force en de Kosovocrisis
- Nederlandse vliegers onder vuur
- Het luchtmachtvaandel
Alllied Force was een reactie op de weigering van de Servisch leider Slobodan Milosevic om Kosovo haar autonome status terug te geven en zijn onwil om een vredesmacht toe te laten in het gebied. De Nederlandse luchtmacht was een van de belangrijkste deelnemers aan de operatie die duurde van 24 maart tot 10 juni 1999.
De Kosovocrisis en Allied Force
Kosovo had binnen Joegoslavië een autonome status, maar eind jaren ‘90 maakt de Servische leider Slobodan Milosevic een einde aan die betrekkelijke zelfstandigheid. De regio komt in Servische handen en de Albanese meerderheid wordt onderdrukt.
Als reactie pleegt het Kosovo Bevrijdingsleger aanslagen op Serviërs. De strijd escaleert als Belgrado antwoordt met een grootscheeps militair offensief.
Servië weigert het zelfbestuur voor Kosovo te herstellen en de stationering van een vredesmacht. De NAVO dreigt hierop met luchtaanvallen. Het bewind in Belgrado houdt echter voet bij stuk en het bondgenootschap besluit militair in te grijpen.
Nederlandse vliegers onder vuur
Een grootschalige luchtcampagne begint en veel NAVO-lidstaten leveren vliegend materieel. Een gecombineerd Nederlands-Belgisch detachement wordt gestationeerd in het Italiaanse Amendola. Onder grote dreiging voeren Nederlandse vliegers gevechtsmissies uit boven Kosovo en Servië.
Hierbij bombarderen ze strategische doelen als radarfaciliteiten, brandstof- en wapenopslagplaatsen, kazernes, commandoposten en bruggen. De operatie leidt er uiteindelijk toe dat Servische troepen zich terugtrekken uit Kosovo.
De Servische strijdkrachten vormen een geduchte tegenstander. Ze kennen het gebied, beschikken over moderne MiG-29 ‘Fulcrum’ gevechtsvliegtuigen en hebben een hoogwaardig radarnetwerk. Dit laatste in combinatie met geavanceerde Surface to Air Missiles (SAM’s) en luchtafweergeschut maakte vooral de dreiging vanaf de grond het grootst.
Verblind
Sommige Nederlandse vliegers kruipen door het oog van de naald, zoals toenmalig majoor Marcel Duivesteijn. Hij weet ternauwernood een SAM te ontwijken die op slechts 300 meter ontploft. Op dat moment is een 2e exemplaar al gevaarlijk dicht genaderd. Duivesteijn heeft te weinig tijd om ook dit geleide projectiel van koers te laten veranderen. Hij kan alleen overleven met een kurkentrekkerbeweging richting aardoppervlak. De raket scheert zo rakelings langs zijn F-16 dat de enorme vlam van de raketmotor Duivesteijn verblindt. Ironisch genoeg zorgt de lichtspoormunitie die de Servische luchtafweer op hem afvuurt ervoor dat hij zich weer kan oriënteren en zijn kist kan rechttrekken.
Duivesteijns Amerikaanse collega majoor Willy Thomas, vlieger van een andere F-16, weet de aandacht af te leiden door zogenoemde flares, lichtkogels, af te schieten. In plaats van koers te zetten naar een veiliger omgeving, draait Duivesteijn om en vernietigt een Servisch toestel op de grond.
Luchtdreiging
Majoor Peter Tankink, tegenwoordig kolonel en commandant Vliegbasis Volkel, die vele missies boven Servië en Kosovo vloog, haalde met zijn F-16 op de eerste dag van de campagne een Servische MiG-29 neer die het had gemunt op NAVO-bommenwerpers.
Door deze actie werd hij de enige niet-Amerikaanse vlieger tijdens Allied Force die een vijandig toestel uitschakelde. Voor de Koninklijke Luchtmacht was het de eerste keer dat een Nederlands toestel tijdens een operatie een lucht-luchtraket afvuurde.
Ongeschonden
Ondanks de gevaarlijke situaties en het feit dat de Nederlanders verhoudingsgewijs veel missies hebben gevlogen tijdens Allied Force, kwam het luchtmachtpersoneel en -materieel ongeschonden uit de strijd.
Grote bijdrage
Nederland staat samen met Groot-Brittannië 3e op de ranglijst van het aantal gevlogen missies. Alleen de Verenigde Staten en Frankrijk nemen meer vluchten voor hun rekening. Nederland wordt internationaal geprezen vanwege de professionaliteit en zelfstandigheid, gecreëerd door de inzet van eigen tankvliegtuigen. Ook weet de luchtmacht substantiële collateral damage te voorkomen, nevenschade bij bombardementen.
In totaal worden 20 Nederlandse F-16’s ingezet van vliegbases Leeuwarden, Twenthe en Volkel. 2 KDC-10-tankvliegtuigen, 2 C-130 Hercules- en 4 Fokker-60-transportvliegtuigen ondersteunen de operatie. De intensieve inzet van vliegtuigen vergt daarnaast een stevige logistieke ondersteuning van grondpersoneel. Veel luchtmachters zijn direct betrokken bij de luchtcampagne. De militairen op Amendola, maar ook in Nederland, zoals op het munitiepark Alphen, de luchtmachtstaf en het Depot Elektronisch Luchtmacht Materieel op Woensdrecht.
Allied Force was een luchtcampagne die op zichzelf stond, zonder ondersteuning van andere krijgsmachtdelen.
Het luchtmachtvaandel
Koningin Juliana reikte op 19 mei 1965 het luchtmachtvaandel uit aan toenmalig Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten luitenant-generaal Bertie Wolff. Deze onderdeelsstandaard staat symbool voor de binding met het Koninklijk Huis en versterkt de eenheid en het eergevoel binnen de luchtmacht. Iedere luchtmachtmilitair legt na zijn aanstelling de eed of belofte af op het vaandel.
Volgens traditie kan de regerende vorst de banieren opsieren met bijzondere wapenfeiten. Deze opschriften kunnen op het doek staan of op een cravate, een lint dat aan het vaandel is bevestigd. In de praktijk komt dit weinig voor.
Het luchtmachtvaandel had bij de uitreiking de volgende opschriften: Nederland 1940, Nederlands-Indië / Malakka 1941 – 1942, Engeland / West-Europa 1941 - 1945 en Australië / Indische Archipel 1942 - 1945. Eind 1968 werd daar met het opschrift Indische Archipel 1947-1949 nog een vijfde wapenfeit aan toegevoegd.
Van oorsprong zijn vaandels veldtekens die werden meegevoerd door strijdende eenheden. Legeraanvoerders gebruikten de vlaggen voor oriëntatie op het slagveld. Andersom gebruikten de troepen ze ook hiervoor. Vanaf 1820 kende koning Willem I persoonlijk vaandels toe aan de Nederlandse eenheden. Deze traditie wordt vandaag nog steeds in ere gehouden.
Verwijzingen
Onderzoek naar Allied Force staaft toekenning vaandelopschrift Koninklijke Luchtmacht
Beleidsnota | 22 maart 2013
Posts tonen met het label Servië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Servië. Alle posts tonen
woensdag 27 maart 2013
vrijdag 6 juli 2012
Kamerbrief: verlenging Nederlandse bijdrage aan missie EULEX Kosovo
datum: 6 juli 2012
Op 5 juni 2012 heeft de EU besloten het mandaat van de rule of law missie EULEX met twee jaar te verlengen tot 14 juni 2014. Nederland steunt deze verlenging. Hoofdtaak van de missie is de ondersteuning van de opbouw van de rule of law sector in Kosovo.
Een goed functionerende rechtsstaat in Kosovo is van belang omdat onder meer georganiseerde misdaad en corruptie “spill over effecten” naar overige delen van Europa hebben. Capaciteitsopbouw van de rule of law sector in Kosovo levert een bijdrage aan de stabiliteit in de regio. Daarnaast is een functionerende rechtsstaat een voorwaarde voor Kosovo om tot de EU te kunnen toetreden.
Hoewel de missie in de afgelopen drie jaar veel heeft weten te bereiken op het gebied van capaciteitsopbouw van de rule of law sector, moet er nog steeds veel gebeuren, in het bijzonder in het noorden van Kosovo. De missie wordt daarom vanaf 14 juni 2012 niet alleen voortgezet, maar ook omgevormd. De missie wordt met ongeveer 25 procent verkleind en de aandacht komt te liggen bij capaciteitsopbouw van de justitiesector, steun voor de executieve taken van de missie, uitbreiding van de inzet in het noorden van Kosovo en ondersteuning van de dialoog tussen Pristina en Belgrado.
Vanaf 14 juni 2012 zal de missie bestaan uit 1.250 internationale functionarissen tegenover 1.950 nu. Nederland zal ongeveer 45 functionarissen aan de missie leveren. De justitiesector in Kosovo is nog steeds de zwakste schakel in de rule of law keten. De Nederlandse bijdrage zal zich daarom meer op die sector worden gericht. Nederland verlengt zijn bijdrage aan de missie tot 14 juni 2014, de datum waarop het zojuist hernieuwde EU-mandaat afloopt.
(...)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal
De Minister van Defensie,
Drs. J.S.J. Hillen
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Drs. I.W. Opstelten
(ministerie van Defensie, 6 juli 2012)
(Het volledige document omvat ook een bijlage met veel achtergrondinformatie, hdv)
Op 5 juni 2012 heeft de EU besloten het mandaat van de rule of law missie EULEX met twee jaar te verlengen tot 14 juni 2014. Nederland steunt deze verlenging. Hoofdtaak van de missie is de ondersteuning van de opbouw van de rule of law sector in Kosovo.
![]() |
| Foto: Raad van de Europese Unie |
Hoewel de missie in de afgelopen drie jaar veel heeft weten te bereiken op het gebied van capaciteitsopbouw van de rule of law sector, moet er nog steeds veel gebeuren, in het bijzonder in het noorden van Kosovo. De missie wordt daarom vanaf 14 juni 2012 niet alleen voortgezet, maar ook omgevormd. De missie wordt met ongeveer 25 procent verkleind en de aandacht komt te liggen bij capaciteitsopbouw van de justitiesector, steun voor de executieve taken van de missie, uitbreiding van de inzet in het noorden van Kosovo en ondersteuning van de dialoog tussen Pristina en Belgrado.
Vanaf 14 juni 2012 zal de missie bestaan uit 1.250 internationale functionarissen tegenover 1.950 nu. Nederland zal ongeveer 45 functionarissen aan de missie leveren. De justitiesector in Kosovo is nog steeds de zwakste schakel in de rule of law keten. De Nederlandse bijdrage zal zich daarom meer op die sector worden gericht. Nederland verlengt zijn bijdrage aan de missie tot 14 juni 2014, de datum waarop het zojuist hernieuwde EU-mandaat afloopt.
(...)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal
De Minister van Defensie,
Drs. J.S.J. Hillen
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Drs. I.W. Opstelten
(ministerie van Defensie, 6 juli 2012)
(Het volledige document omvat ook een bijlage met veel achtergrondinformatie, hdv)
vrijdag 25 mei 2012
30 en 35 jaar cel wegens massamoorden Srebrenica
Twee Bosnisch-Servische oud-commandanten zijn door een rechtbank in Belgrado veroordeeld tot 35 en 30 jaar cel wegens medeplichtigheid aan de genocide in Srebrenica.
Bij die massamoord in juli 1995 doodden Bosnisch-Servische militairen naar schatting 7000 tot 8000 moslimmannen en -jongens. Dusko Jevic (44) en Mendeljev Djuric (52) zijn schuldig bevonden aan het wegvoeren van de moslims uit Srebrenica.
Volgens de rechter wisten de twee wat er met de moslimmannen zou gebeuren. Bovendien gaven ze hun eenheden de opdracht om aan de moorden mee te doen. De manschappen doodden daarop zo'n duizend bijeengedreven moslims in Kravica, vlak bij Srebrenica.
Srebrenica werd destijds beschermd door het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat. De Nederlanders konden de val van de enclave, waar duizenden moslims hun toevlucht hadden gezocht, niet voorkomen. De massamoord die volgde wordt beschouwd als de ergste daad van genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
(ANP/NOS, 25 mei 2012)
Bij die massamoord in juli 1995 doodden Bosnisch-Servische militairen naar schatting 7000 tot 8000 moslimmannen en -jongens. Dusko Jevic (44) en Mendeljev Djuric (52) zijn schuldig bevonden aan het wegvoeren van de moslims uit Srebrenica.
Volgens de rechter wisten de twee wat er met de moslimmannen zou gebeuren. Bovendien gaven ze hun eenheden de opdracht om aan de moorden mee te doen. De manschappen doodden daarop zo'n duizend bijeengedreven moslims in Kravica, vlak bij Srebrenica.
Srebrenica werd destijds beschermd door het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat. De Nederlanders konden de val van de enclave, waar duizenden moslims hun toevlucht hadden gezocht, niet voorkomen. De massamoord die volgde wordt beschouwd als de ergste daad van genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
(ANP/NOS, 25 mei 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)

.jpg)