Posts tonen met het label Mart de Kruif. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mart de Kruif. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2014

Koude Oorlog, lege handen...

Generaal De Kruif viert 200 jarig jubileum landmacht tijdens oplaaiend conflict met Russen

Charles Sanders

Foto Defensie
Op minder dan twee uur vliegen van Amsterdam is de Koude Oorlog opnieuw uitgebroken. Ondanks het akkoord van Genève blijft de Russische dreiging in Oekraïne. Luitenant-generaal Mart de Kruif in het jubileumjaar van zijn Koninklijke Landmacht over een snel veranderende wereld. Intelligent, sociaal en eigenwijs wordt hij genoemd, Mart de Kruif. De man die sinds oktober 2011 de Koninklijke Landmacht leidt, stapt morgen op de fiets om het 200-jarig jubileum van het Nederlandse leger in te luiden. Van Waterloo naar Roermond, via De Peel en Grebbeberg weer terug.

Marianne Vos, Erben Wennemars en Jan Jansen fietsen mee”, zegt De Kruif. ,,We zetten niet alleen de Koninklijke Landmacht in de schijnwerpers, maar hebben met het Jeugdsportfonds ook een belangrijk goed doel voor ogen. De etappe naar de Grebbeberg is essentieel. Voor ons heilige grand, daar is in de meidagen van 1940 zwaar gevochten. Mooi om verleden, heden en toekomst te combineren.”

Dat heden wordt beheerst door de nieuwe Koude Oorlog. Rusland rammelt aan de oostelijke poorten van de NAVO, deze week besloot het bondgenootschap versterkingen te sturen. Pas nadat vanuit Brussel de vuisten werden gebald, bereikten onderhandelaars in Genève een voorlopig akkoord. Bewijs dat het Kremlin alleen naar kracht en eensgezindheid luistert.

Neutronenbom
Luitenant-generaal Mart de Kruif (55) koos voor een officiersloopbaan toen die Koude Oorlog ook volop woedde. In 1977 studeerde hij af aan de KMA. Het was de tijd van felle demonstraties tegen neutronenbom en kruisraket.

,,Militair zijn is een gevaarlijke baan, de mondiale veiligheidssituatie blijft een onzekere factor”, zegt hij. ,,Wat zich nu in en rond Oekraïne afspeelt, verbaast mij niet. Onze geschiedenis bewijst dat er eerder plotseling dreiging kwam uit onverwachte hoek. Wie had dit een jaar geleden voorspeld? Van louter stabiliseren tot wat wij full spectrum operations noemen; het kan dus zomaar gebeuren. En dan staan wij klaar om uit te rukken. Want als het daar buiten allemaal veilig is, hoeven we niet op pad.”

Ondanks jaren van bezuinigen heeft ons leger voor het onverhoopte scenario van verdere escalatie in Cost-Europa nog enkele troeven in huis. Bijvoorbeeld 11 Luchtmobiel, infanteriebrigade van de Koninklijke Landmacht en binnenkort deel van de NATO Response Force. Ruim 4000 manschappen die met transport- en gevechtshelikopters in recordtijd wereldwijd kunnen warden ingezet. In operationele plannen van de NAVO-staf hebben deze rode baretten een belangrijke rol, mocht het misgaan aan de oostgrenzen van het bondgenootschap.

"Ook met de CV9O, ons ‘netwerkvoertuig’, bedienen wij een nichemarkt”, zegt De Kruif. Groepscommandanten kunnen via een speciaal display beelden van de vizieren van hun infanteristen oproepen en zo een indruk krijgen van de gevechtssituatie. Binnen het Duits-Nederlandse Legerkorps kijken onze oosterburen er bewonderend naar.”

De driesterrengeneraal zegt over een gereedschapskist te beschikken met alles wat in bepaalde situaties snel nodig is. Maar door het ongekend snijden in het defensiebudget moesten wel de laatste honderd Leopard II tanks worden uitgezwaaid. En ook van de 200 CV9O’s staan er 44 in de etalage. De hamer in de gereedschapskist ontbreekt.

De machtige Leopards die ooit over de Veluwe rolden, gingen voor een schijntje naar Finland en staan daar straks aan de grens met de Russische Federatie. Uitgerekend in dagen dat Moskou stookt, intimideert en op expansiekoers is.

Vuurkracht
,,Ik hou van het effect van tanks, van hun operationele waarde”, geeft De Kruif toe. ,,Mobiliteit, vuurkracht, bepantsering. Aan het einde van een dag op het slagveld gaat het om de resultaten. Natuurlijk had ik ze liever gehouden.”

Leopard tank: verdwenen uit het Nederlandse arsenaal
Foto: tijdens een amfibische oefening op Curaçao, 2006

Maar nog verder landmachtbreed schrapen, was geen optie meer. Dus werd noodgedwongen afscheid genomen van complete onderdelen. Als we nu tanks nodig hebben, stappen we naar Duitsland. Daar trainen onze militairen ook. Om feeling te behouden met het wapensysteem.”

Mart de Kruif zag het aantal manschappen inkrimpen van 24.000 tot 18.000. Om maatschappelijke waardering voor het leger te vergroten, verlaat een aantal van hen dinsdag de kazernes. Op 200 scholen en in 200 dorpen en steden zetten ze het 200-jarig jubileum luister bij. ,,We gaan naar de burgers toe”, zegt de generaal. ,,Door persoonlijk contact met soldaten laten weten wat we doen en waarom.”

Aan jonge militairen in de lagere rangen is nog steeds behoefte en daarom is er het Project Veiligheid en Vakmanschap. Op 31 scholen krijgen leerlingen een mbo-2 opleiding. Deels ‘normaal’, deels militair: drie weken dienen ze bij een legereenheid. Slechts 15 procent van deze scholieren valt uit, veel minder dan gemiddeld op het mbo”, zegt De Kruif. ,,Als ze geslaagd zijn, kunnen jonge mensen kiezen tussen een burgerbaan of een job bij ons.”

Het menselijke aspect staat hoog in zijn vaandel. Dat was vroeger al zo. De Nederlandse strijdkrachten voeren een zero tolerance-beleid als het gaat om geweld en drugs. Overtreders worden ontslagen. De Kruif kwam na een incident ooit op voor een van zijn manschappen.

,,Een soldaat had gezegd in het weekeinde wel eens te blowen”, aldus de generaal. ,,Toen ik hem sprak, over jeugd en sociale achtergrond, hoorde ik schokkende dingen. Hij had in zijn jongste jaren veel ellende meegemaakt. ‘Wat gebeurt er met die vent als ik hem loslaat?’, vroeg ik mezelf. Ik kende het antwoord: ‘Dan gaat hij de mist in’. We hebben dus niet losgelaten. Een paar jaar geleden ontmoette ik hem weer. Nog steeds militair, nog steeds oké.”

Ook met voormalige Dutchbat III-gangers, de militairen die in Srebrenica gelegerd waren toen die VN-safe haven werd overlopen door Bosnische Serviërs, houdt De Kruif contact. Vaak mannen en vrouwen die na de gruwelen op de Balkan gebroken terugkeerden, aan PTSS lijden en negentien jaar na het humanitaire drama nog steeds onder vuur liggen van linkse advocaten.

Ondanks het schrappen van mens en materieel wordt de Koninklijke Landmacht wereldwijd geroemd. Daarom ook tijdens het 200-jarige feest: komst van bij de beroemde 82e (All-American) en 101e (Screaming Eagles) luchtlandingsdivisies dienende Amerikanen. Nederlandse militairen worden geportretteerd tijdens door het land reizende concerten. Een van hen is kapitein Marco Kroon, ridder Militaire Willems-Orde, nu voor het Korps Commandotroepen op uitzending in Mali.

,,De mens is de kracht van de Koninklijke Landmacht”, zegt De Kruif. ,,Hij of zij moet het doen als het er echt op aankomt, levens kunnen verloren gaan. Gelukkig is daar respect voor. Dat was vroeger anders. Gedurende mijn KMA-jaren mochten we niet in uniform naar huis. Ik herinner me nog een kerkdienst, de dominee zei dat je niet militair en christen kon zijn. Ik ben opgestaan en
weggelopen.”

Uruzgan
Generaal De Kruif en Hans de Vreij
Mart de Kruif werd internationaal bekend in 2008 en 2009. Als ISAF-commandant voor Zuid-Afghanistan stond hij aan het hoofd van 45.000 militairen en task forces in Kandahar, Uruzgan en Helmand. ,,Als je in Afghanistan zit, is zowel succes als falen tastbaar. In mijn tijd verloren we 282 manschappen.”

Op de crematie van soldaat Mark Schouwink, hij sneuvelde vrijdag 18 april 2008 in Uruzgan samen met luitenant Dennis van Uhm, zoon van toenmalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm, sprak Mart de Kruif als zijn brigadecommandant ontroerende woorden.

Wij militairen zijn control freaks, willen altijd alles geregeld hebben, controle houden over wat gebeurt. Daarom plannen we alles. Niet dus, de werkelijkheid is soms gruwelijk anders. Soms gaat de dood zijn gang. Dat was zo bij Mark. Maar naast het besef van onmetelijke pijn hebben wij als collega’s, en ik als commandant, ook een ander gevoel. Trots. Trots om te mogen dienen met zulke goede mensen als Mark. Trots op de moed die hij had om te gaan. Ondanks de gevaren waarvan hij zich heel goed bewust was.”

Van alle afscheidsceremonies in Kandahar, waarbij de kisten van gesneuvelden het vliegtuig naar huis worden ingedragen, herinnert De Kruif zich de schok van één.

Hoogzwanger
,,Als ISAF-commandant maakte ik twee maanden eerder met piloot Kyle van de Giesen een vlucht boven Helmand in zijn gevechtshelikopter”, zegt de generaal. De AH-1 Cobra-vlieger vertelde dat zijn vrouw hoogzwanger was, dat hij snel naar huis, naar Amerika, zou gaan. Tijdens die ceremonie in oktober 2009 wist ik niet wie de dode was. Tot ik zijn naam op de kist las. Van de Giesen. Vlak voor terugkeer omgekomen.”

ISAF 2009. Foto Hans de Vreij
In Uruzgan dwong de Koninklijke Landmacht groot respect af bij de bondgenoten. Amerikanen, Canadezen en Britten roemen nog steeds de inzet van de Nederlandse task forces. Nu dienen soldaten bij de Patriot-batterijen aan de Turks-Syrische grens, in de woestijn van Mali.

,,Gevoel van veiligheid is een groot goed”, zegt luitenant-generaal De Kruif. Ik ken de intenties van Rusland niet, kan niet in het hoofd van Vladimir Poetin kijken. Maar in algemene zin weet ik dat er altijd wel ergens dreiging is. Ik wil tegen de Commandant der Strijdkrachten kunnen zeggen dat zijn opdrachten uitvoerbaar zijn. En tegen ouders dat hun kinderen zo zijn getraind en uitgerust, dat risico’s zoveel mogelijk worden beperkt.”

Over de mannen en vrouwen die op operationele missie waren: ,,Zeven van de tien mensen maken we beter, twee blijven zoals ze waren. Meestal komen veteranen dus rijker terug. Maar keerzijde is dat een enkeling tijdens uitzending wordt beschadigd, bijvoorbeeld door PTSS. In dit vak gaat het er niet alleen om dingen goed te doen. Het gaat er vooral om de goede dingen te doen.”

Commandant Landstrijdkrachten Luitenant-generaal Mart de Kruif. ,,Gevoel van veiligheid is een
groot goed. Ik ken de intenties van Rusland niet, kan niet in het hoofd van Vladimir Poetin kijken.
Maar in algemene zin weet ik dat er altijd wel ergens dreiging is.”

(Telegraaf via Dropbox, 19 april 2014)

zondag 29 december 2013

Commandant landmacht: 'We zijn niet alleen het vet kwijtgeraakt maar ook een aantal botten'

Interview met de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif. Gepubliceerd in een speciale uitgave van het  blad Landmacht ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Landmacht

Kapitein Marlous de Ridder

We vieren ons tweehonderd jarig bestaan, maar de bezuinigingen binnen de landmacht zijn nog in volle gang. Is een feestjaar wel gepast?
2014 wordt geen jaar vol feestjes. Het organiseren van een over the top jubileum is niet te verantwoorden in deze tijd. Niet richting de burger en niet naar onze eigen mensen. Daarom zijn we kostenbewust en haken we zoveel mogelijk aan bij bestaande activiteiten. Verder vind ik het belangrijk dat we onze verjaardag vieren met diegene waarvoor we het doen. De burger.

Diezelfde burger die vindt dat er bij Defensie nog wel wat afkan?
generaal De Kruif
Draagvlak voor de KL in de maatschappij is enorm belangrijk. Daarom staat persoonlijk contact met de samenleving voorop. Je ziet dit steeds vaker tijdens oefeningen in Nederland, waar we vaak letterlijk tussen de bevolking trainen. Het geloof in de krijgsmacht is weliswaar laag, maar tegelijkertijd is er wel degelijk respect en erkenning voor het werk van militairen. Dat is nog niet genoeg. De landmacht beter op de maatschappelijke agenda krijgen, is één van de uitgangspunten van 200 jaar Koninklijke Landmacht (KL200).

Wordt u niet eens moe van het telkens weer moeten uitleggen waar de landmacht voor staat?
Nee, integendeel. De burger heeft het recht te weten waar het belastinggeld aan wordt besteed. We moeten dus blijven vertellen wat onze taken zijn en waarom we dingen doen. In feite zijn we slachtoffer van ons eigen succes. De Nederlandse burger heeft geen onveilig gevoel. Mede dankzij een goed functionerende krijgsmacht. Missies in het buitenland worden gezien als een ver-van-mijn-bed-show. Het enige wat wij kunnen, is beter uitleggen waarom we militairen naar conflictgebieden sturen. Neem Mali. Ik zie hier een kentering. We leggen goed uit waarom Nederland gebaat is bij internationale veiligheid en stabiliteit. Maar ook welke humanitaire en economische belangen meewegen. Die taak ligt niet alleen op mijn niveau. Juist de persoonlijke verhalen van de militairen op missie zijn belangrijk voor de beeldvorming.

Waarom heeft Nederland een landmacht nodig?
Feit is nog steeds dat de strijd wordt gestreden op land. Of het nou gaat over het terugdringen van de vijand, het bewaren van de vrede en vrijheid of het bestrijden van rampen. Zonder landmacht stopt een conflict niet. Wij staan tussen de mensen. Landoptreden betekent interactie tussen mensen en beslissingen door mensen. Dat is onze unieke waarde binnen de krijgsmacht en daarmee zijn we als hoeksteen in de veiligheidsketen onmisbaar voor het land.

Hoe omschrijft u het landoptreden anno 2013?
Wat ik weiger te zeggen, is dat het verleden simpel was. Of je nu terugkijkt op de Slag bij Waterloo of het conflict in Nederlands-Indië. Het militaire vak was én is ontzettend moeilijk. De grondslagen van het landoptreden zijn niet veranderd. Je wordt altijd aangegrepen daar waar je zwak bent. Dat was toen zo en geldt nog steeds. Net als dat de mens bepalend is voor het succes of falen. Het is wel zo dat de wijze van oorlogsvoering verandert en dat de accenten verschuiven. Cyberterrorisme is totaal iets nieuws. Tegenwoordig kan de militair rekenen op het nieuwste en beste materieel. Technologische ontwikkelingen hebben logischerwijs veel veranderd voor de landmacht. Net als de vergaande internationale samenwerking met NAVO-bondgenoten.

Wat betekent ‘200 jaar Koninklijke Landmacht’ voor u?
Ik zie KL200 als een moment van bezinning. We mogen best eens stilstaan bij wat we hebben bereikt. We doen dingen die niemand anders doet. Zonder ons is er geen blijvende veiligheid. Daar mogen we trots op zijn! Dit doen we met aandacht voor het verleden, heden en de toekomst. De jubileumactiviteiten zijn dusdanig op elkaar afgestemd dat er een goede balans is tussen herdenken, vieren en vooruitkijken. We vieren de belangrijke bijdragen die onze militairen, onder moeilijke omstandigheden en vaak ver van huis, hebben geleverd. Maar we eren ook de collega’s die tijdens inzet het hoogste offer brachten. Als je terugkijkt op tweehonderd jaar historie, dan is er één ding nooit veranderd: kameraadschap. Kameraadschap is van alle tijden. Voor die ander door het vuur willen gaan, daar ligt de basis van onze organisatie.

De landmacht staat aan de vooravond van grote veranderingen. Ik noem het overgaan van 13 Gemechaniseerde Brigade op wiel en de integratie van 11 Air Manoeuvre Brigade met de Duitse Division Schnelle Kräfte. Plus een nieuwe missie naar Mali. Wat wordt 2014 voor een jaar?
Een heel belangrijk en uitdagend jaar. We leggen ons toe op meer differentiatie van de eenheden. Door alle brigades een unieke specialiteit te geven, zijn we flexibeler en kunnen we sneller reageren bij inzet. Veelzijdigheid is nodig, omdat de wereld om ons heen verandert. De nieuwe werkwijze bij de eenheden inbedden kost tijd. Het wordt een druk jaar met een aantal grote oefeningen in het kader van de NATO Response Force (NRF). Verder levert de KL een aanzienlijke bijdrage aan de Nuclear Security Summit 2014. Het organiseren van deze wereldtop is de grootste beveiligingsoperatie in Nederland ooit. Dan heb ik het nog niet eens over het stijgend aantal inzetten in het kader van militaire bijstand. Kortom naast het vieren van onze verjaardag, gaat het werk - meer dan ooit - door.

Komt de VN-operatie MINUSMA naar Mali op het juiste moment?
Mij wordt regelmatig gevraagd of ik blij ben. Ik vind ‘blij’ ongepast bij zoiets serieus als een missie. Het gaat altijd om een moeilijke afweging tussen belangen en risico’s en dat geldt ook voor Mali. We doen geen missies om maar op missie te gaan. Maar eerlijk is eerlijk, voor mijn gevoel waren we hier aan toe. Onze mensen willen graag op uitzending, die natuurlijke drive zit in ons. De periode na Uruzgan voelden voor sommige eenheden als een operationele pauze. Zoals de reservebank voor een voetballer. Dan ga ik niet ontkennen dat een nieuwe missie goed is voor het moraal. De landmacht levert een complete inlichtingenketen, van sensor in het veld tot en met de analist in de staf. Daarmee gaan we een cruciale bijdrage leveren aan de missie in Mali.

Tweehonderd jaar Koninklijke Landmacht. Vele missies, maar ook ingrijpende reorganisaties verder. Waar staan we nu?
22 jaar kleiner worden, heeft gigantisch veel impact. We zijn niet alleen het vet kwijtgeraakt, ook een aantal botten. Terwijl we waarschijnlijk nog nooit zo goed zijn geweest als nu. Op mijn werkbezoeken aan de eenheden kom ik van alles tegen. Iedereen heeft een persoonlijk verhaal. Ik hoor de trieste resultaten van jarenlang reorganiseren. Maar ik zie nog steeds de trots. Het vuur in die ogen, om er te staan als het moet. Daar heb ik geen jubileum voor nodig. Dat onvoorwaardelijke zit er gewoon.

(Landmacht, 29 december 2013)

Activiteiten in het kader van het 200-jarig jubileum:

9 januari 2014 Startdag 200-jarig jubileum Koninklijke Landmacht
29 maart Dag van de Grondwet
20-21 april 200 voor de toekomst
22 april Praten met Soldaten
23 april Landmachtdag 2014: De KL komt naar u toe!
12-23 mei Reliable Sword, belangrijke onderdelen oefeningen buiten militair oefenterrein
23 mei Laatste vriend van Napoleon (muziek en theater)
28 juni Nederlandse Veteranendag
15-19 juli Nijmeegse Vierdaagse
30 augustus Maastrichtse activiteiten
5 september Herdenking Market Garden
25 september Nationale Taptoe

29 oktober Slotsymposium 

In maart en oktober publieksconcerten 'De Mens Centraal'

(Bron: Landmacht)

maandag 28 oktober 2013

'De landmacht van morgen'

Luitenant-generaal Mart de Kruif

"Mannen en vrouwen, dienend in of verbonden aan de Koninklijke Landmacht. De laatste weken zijn jullie blootgesteld aan veel nieuws en geruchten over onze nabije toekomst. Ik weet uit ervaring dat de onzekerheid die hiermee gepaard gaat ongemakkelijk is. Daarom heb ik u beloofd op het net te komen om meer duidelijkheid te geven zodra dat mogelijk is. Dat is nu het geval.

Door steun uit de Tweede Kamer is de opgedragen bezuiniging kleiner geworden, waarvoor ik dankbaar ben. Maar de resterende bezuiniging is nog steeds zo ingrijpend dat ik, als uw Commandant, dit moment aangrijp om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Dit is het moment voor het CLAS om door te ontwikkelen. Ik heb daarom samen met mijn ondercommandanten een plan ontwikkeld dat binnenkort aan de Tweede Kamer ter goedkeuring wordt voorgelegd. Ik vind dat u er recht op heeft op hoofdlijnen over dit plan te worden geïnformeerd. Gewoon zoals we hebben afgesproken, eigenlijk. Mijn plan is gebaseerd op vier pijlers.

De eerste pijler is 'veelzijdigheid'. Als ik naar de omgeving kijk, dan is duidelijk dat de wereld om ons heen er zeker niet veiliger op wordt. Om daar het hoofd aan te bieden moeten we veelzijdig zijn. In sommige opzichten moeten we zelfs een beetje veelzijdiger worden, is mijn conclusie. Daarom gaan we de brigades allemaal uniek maken waardoor we meer flexibel zijn, sneller kunnen reageren en nog beter worden bij inzet.

De tweede pijler is dat we vol gas doorgaan met de samenwerking met onze internationale partners. We gaan niet alleen samen oefenen, maar ook integreren daar waar mogelijk. Dat is niet alleen de realiteit bij inzet, maar geeft ons ook toegang tot capaciteiten die we organiek niet meer hebben.

De derde pijler is dat we ons meer gaan focussen op potentiële inzetgebieden. Samen met de differentiatie van de brigades zal dat helpen het gat tussen OG en IG zo klein mogelijk te maken. Ook dat verhoogt onze inzetbaarheid.

De vierde pijler is dat we meer gaan testen en experimenteren. Hierdoor kunnen we meer en beter gebruik maken van kennis binnen en buiten de KL, de industrie en onze eigen ervaringen. Zo krijgen we niet alleen beter materieel, maar we moeten het ook sneller kunnen benutten.

Deze vier pijlers zijn en blijven in de toekomst gefundeerd op mensen. Onze militairen, burgers en families zijn onze kracht. Onze officieren zijn leiders, ons onderofficierkorps van wereldklasse, onze korporaals en soldaten klaar voor iedere missie, onze burgers onze enablers en de families onze kracht. Een geweldig potentieel, maar we kunnen er nog meer mee dan we nu doen. Meer en gerichte vorming gaat onze mensen beter maken, we kunnen vullen met nog meer kwaliteit en onze personeelszorg moet beter.

Wat gaan we dan precies doen?

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

Daarnaast hebben we de mogelijkheid een aantal knelpunten van vandaag te kunnen oplossen. Hierbij zal in ieder geval meer capaciteit gaan naar opleiding & training en personeelszorg. Niet veel, maar broodnodig.

Ik hoor u denken, 'mooie woorden, dit hebben we vaker gehoord'. Ik begrijp die reactie. Elke verandering, hoe noodzakelijk ook, heeft zijn prijs. We zetten twee bataljons CV90 op wiel. We gaan wéér reorganiseren. Er verandert weer veel. Toch neem ik deze maatregelen in de volle overtuiging dat we deze weg moeten gaan. Het is nodig, en niet alleen voor onszelf. Wij zijn een onmisbare hoeksteen voor de krijgsmacht. Simpel goed zijn is voor ons niet voldoende, beter worden is de kunst. Wij zijn dat altijd geweest en zullen dat altijd blijven, zolang we investeren in onszelf. Zodat Nederland op ons kan blijven rekenen.

Dit zijn de feiten, maar nog niet alle details. Veel moet nog worden uitgewerkt. Tot zo ver het 'hoe'. Binnenkort zal ik u persoonlijk komen uitleggen waarom ik hiertoe ben gekomen. Ook daar heeft u recht op."

(LGen Mart de Kruif, Facebook, 28 oktober 2013)

woensdag 9 januari 2013

Toespraak Generaal de Kruif voor het US Army War College

Op 7 januari werd Luitenant-generaal Mart de Kruif (Commandant Landstrijdkrachten) opgenomen in de International Fellows Hall of Fame van het U.S. Army War College. Generaal De Kruif is de 42ste buitenlandse (en vijfde Nederlandse) militair die deze eer te beurt valt. In zijn presentatie ging De Kruif vooral in op zijn ervaringen in Afghanistan, waar hij in 2008/9 het bevel voerde over het Regional Command (South) van ISAF.  Het USAWC heeft de volledige presentatie op YouTube gezet, hoewel een deel onder de zogeheten Chatham House Rule viel, d.w.z. niet toe te schrijven is aan de spreker.





Lieutenant General Mart de Kruif
Commander of the Royal Netherlands Army
42nd member of the US Army War College International Fellows Hall of Fame

Address to Army War College Class of 2013: “Multinational Operations”

January 7, 2013

Your Excellencies, Generals, Ladies, Gentlemen,

Having just been inducted in the Hall of Fame, the opportunity to speak before you now is yet another great honor for me.  And the year I spent in the Class of 2003 (…) together with my family it was really one of the best years of our lives.

But back then, I could not have imagined that that I’d be back here in 2009 and again today. Life is full surprises and some of them are actually quite pleasant.

The official reason for my induction in the Hall of Fame is the fact that I am an ex-student and commanding the Royal Dutch Army. I’m perfectly aware, though, that you are not particularly focused on the Netherlands or its armed forces. I will illustrate that. When I came here (…), I had to get a haircut. So I went into town, sat in the chair of the hairdresser, and she started talking to me. She asked: ‘where are you from?’ I said: ‘from Holland’. She said ‘That’s great. That’s in Indiana, isn’t it?’ It even gets worse. I said: ‘No, the Netherlands’. She said: oh, that’s great. I’ve always wanted to go to Scandinavia and visit Paris’.  [Laughter]

But you shouldn't take this at face value because the Netherlands probably has more links with the United States than you may know, and I will tell you a few facts from a historical perspective. First, to disappoint you but the word Yankees has a Dutch origin, just like the word dollar. Up to 1664, Manhattan was a Dutch colony bearing the name New Amsterdam.  Most of the boys were named Jan or Kees. If you put that together, you get Yankees. That’s why you won’t find many fans of the Boston Red Sox in the Netherlands. [Laughter]

We were a very important financier of your War of Independence. And actually, in July 1780, the United States dispatched John Adams to Amsterdam to guarantee the financial support. We are the 5th biggest trade partner of the United States and over 4 million Americans are directly depending on Dutch trade or industry for their jobs. We are the world’s 6th largest exporter and the 16th economy. Six of your Presidents had Dutch roots. It’s your job to find out who they were.  [Laughter]

General de Kruif during a VTC at RC (South),
2009. Photo: Hans de Vreij 
Why am I telling you this? After all, it’s impossible and unnecessary to know everything that is going on in the world, and I certainly don’t expect you to know everything about the Netherlands. But this touches upon the subjects of these weeks: what does it mean to be a strategic leader in a multinational environment? I will give you my vision on this topic, through an account of my international career and my military experience of the last 20 years. But the main base of my presentation is of course my experiences as commander of ISAF Regional Command (South) in Afghanistan in 2008 and 2009. (…)

I was born near Arnhem, the city that became famous through the movie ‘A Bridge Too Far’. When I was a child, we could receive only three television channels. One Dutch, and two German. In secondary school, English, French and German were compulsory subjects.  Holidays with my parents were spent in France, Italy, Spain, Germany, England and Norway.  This kind of background is not uniquely mine, but common to many people in the Netherlands. We are, after all, a very small country. If you don’t use the brakes of your car in time, you find yourself in Belgium or in Germany. [Laughter]

But global trade is also very deeply rooted in our tradition. During the 17th century and later, Dutch ships were sailing all around the world conducting trade. With the same aim, colonies such as New Amsterdam, South Africa and the Netherlands East Indies, today’s Indonesia, were established. In other words, our geography and our lifestyle forced us and still forces us to have a global outlook. When you’re a small country, the world out there is pretty big, I can tell you.

As an Army officer I had the fortune of course to study for two years at the German defense college, and attended German Army commanding General Staff course as shown, and in addition, I was deployed in numerous missions, as you have seen. But of course, the most important one and the most impressive one was commanding the ISAF forces in Regional Command (South). I can tell you this was not an easy job. During my command, we lost 282 lives of soldiers – 104 US soldiers and 102 British soldiers, 33 Canadians, 12 Australian soldiers and so on and so on. It was, and it still is a very tough fight in Southern Afghanistan. And it’s not the nicest thing to do when you see people dying in your hands and you have to write home to the family what happened. But that is what operations are all about and most of you gathered here know what it means.

It is unusual, however, for a Dutch general to command 45,000 forces on the ground. During one of my presentations, one of the students asked me: ‘when was the last time before you that a Dutch general commanded 45,000 coalition troops on the ground?’ My answer was: ‘probably Waterloo’. That was not the good answer if your presentation is at the École de Guerre in Paris, I can tell you. [Laughter]

I will not give you the official point of view, but I will give you [under] Chatham House Rules my opinion on international cooperation. It’s about how I think about this type of cooperation and my points of view are of course for a very important part influenced by my experience in Afghanistan and the years afterwards. I’ll make a couple of points on this type of cooperation.

First, whether you like it or not, international cooperation is a fact. It is reality. International cooperation follows directly from our shrinking defense budgets. Being a small country with a reduced budget, you are soon faced with the reality of having to get rid of capabilities that you actually need. This created dependence on partners.

A good example is the fact that that the Dutch armed forces have had to bid farewell to their tanks during the latest reorganization. Yet I continue to train my leadership and my units in integrating the effects of tanks in a scheme of maneuver. I do this by making use of German tanks in every exercise at battalion level and higher. (…) This is a real example of Pooling and Sharing being put into practice.

But there is also a more positive reason why we should aim for more cooperation, and this is operational reality. We can spend a long time talking about cooperation here, but to our junior leadership, that is just everyday reality. When I was a young Captain, my war position where I had to dig a hole was close to the Innerdeutsche Grenze [the border between West and East Germany, HdV] looking East. And I was defending in a position where the Dutch Army Corps would defend. We would fight shoulder to shoulder with only Dutch units. If you would see British or US tanks, one thing would be sure: you would be in big trouble, because that would mean that the reserve was lost and we never trained this.

Now, if you are a platoon commander, I will give you the example of a young Dutch platoon commander who operates in Uruzgan. When he leaves the base, he is accompanied by Afghan National Army and Afghan National Police. They are mentored by Australians and by French.  The camp is guarded by Slovaks. His top cover comes from Belgian F-16’s, Mirages from France and U.S. fighters from Bagram.

General De Kruif visiting US Special Forces in
Uruzgan Province, 2009. Photo: Hans de Vreij
If he gets in a fight, in a ‘Troops in Contact’, and one of his soldiers is wounded, we call in the Medevac helicopter from the United States which is accompanied by Apaches from the Dutch Air Force. We bring him back to the field dressing station at Tarin Kowt Camp, where a surgical team from Singapore saves his life, probably with blood from the British blood bank from Helmand, from Camp Bastion. Then we call in a Canadian C-130, we fly him back to Kandahar, where nurses from Romania will take him to the operating room, where a surgeon from the United States will stabilize him. We fly him back with a British plane to the United Kingdom and we’ll pick him up there. That is reality for our junior leadership when we talk about international cooperation on a day-by-day basis.

And therefore, it is important that we realize this, because you and I as strategic leaders have the obligation to ensure that our people are prepared for this type of cooperation, and this must be done during their training and education. Therefore, in the Netherlands, much of the curriculum of the Royal Military Academy is taught in English now. Future leaders are intentionally posted abroad (…) and incorporated in foreign staffs and units, and NATO doctrine is applied. And every exercise at battalion level and above, the only language used is English. The orders are written in English. The communication on the net is in English and the after action review is in English.

But also, when we train our brigades, they are not only trained by 1 (German/Netherlands) Corps, but also by the ARRC from England and the Rapid Reaction Corps of the French in Lille. So we force our people to have an international focus during their regular training program.

Secondly, international cooperation is a source of strength. The problems facing military personnel during missions today are highly complex, and they are different from those facing them in the past. There has been a paradigm change here. In the past, you would see civilian effects supporting a military operation and we would call this CIMIC. Today, it is completely reversed. Military effects are now used in support of civilian-led operations. And I have observed that particularly this civilian component is struggling with the roles it has to take on. And the failure, from my point of view, of UNAMA in Afghanistan on the main lines of operation – government and development - serves as an example.

But military personnel is struggling as well to make good the lack of civilian involvement, contributions and capacities. The problems facing our personnel in this process are often unknown, highly complex and very diverse. How do you get power from the Kajaki Dam down to Kandahar? How do you get a banking system? How do you train your judges? This means that commanders will have to mobilize all the cultural and intellectual skills of their personnel in order to resolve these damned complex issues. If those skills are supplied by military and civilian personnel from different countries, and therefore different cultures, they are bound to be better suited for their job than the skills of a purely national military staff. The challenges for the commander is to tap into this intellectual richness and translate it into success.

Third. International cooperation requires a new type of leader. The basic qualities required by military leaders are largely universal and timeless. Vision, professionalism, courage, daring, integrity, role model, attitude readily comes to mind. (…) However, for a leader of an international coalition, some additional elements come into play. First of all, language skills. A good proficiency in English is, of course, necessary. But it’s not just regular English.  There are two issues here at stake. First, like General Patton said: ‘English is very difficult because we have two nations that are divided by the same language’. So, are you talking English English, or American English? Secondly, you need to talk military English. What is the difference between to disrupt, to destroy, to annihilate or to suppress? If you don’t know the difference, you might find yourself in big trouble in an operation.

Chairing a ISAF staff meeting at RC (South), 2009.
Photo: Hans de Vreij
But it’s also useful to know other languages. Not only the ability to communicate with people in their native language, but also to relate to other people better and to have a better sense of their cultural background and the understanding why they do things the way they do it is vital.

That brings me to my second point, which I would call ‘intra-coalition cultural awareness’. It has always struck me that when we deployed to Afghanistan, we all teach our soldiers all the cultural issues of how to deal with the Afghans. Always give them your right hand, never show them your feet, never look a woman in the eye. But what about the cultural awareness of what it means to work with the U.S., with the French, with the Brits? We fail in training our people in what that means. Just look in the United States. I learned that if you talk to Army officers, you have to end your story with ‘Hooah’. [Laughter] But when you work with Marines (…), you have to end it with ‘Semper Fi’. Just knowing that is very important.

So we need to get better. And I think we as leaders should master these elements. And it should be taught in instruction and training. And therefore, I think it is important that we have these institutions like the U.S. Army War College. It’s a fantastic opportunity you have here during this year to work with cultural awareness. I think that is vital for the success of strategic leaders.

Fourth point. International cooperation requires mission command. Technology enables us to monitor combat activities closely and we've seen it. This creates opportunities but may in some cases run counter to the principles of mission command. Without a doubt, most of you have all been confronted with the long screwdriver… But alongside these general principles, international cooperation has two aspects relevant to the application of mission command. The first is technical. On my desk in Kandahar, there were seven telephones. United States, Canada, United Kingdom, Australia, the Netherlands, Afghanistan and NATO. Only one never rang, by the way. That was the Dutch telephone. [Laughter] The thing was: we could not connect these different communication systems and that’s a bloody shame. And as long as we accept this, that these systems are not interconnected, we will not be able to conduct mission command the way we should do it.

The second aspect concerns the mental component of combat power and is directly related with trust. There is no mission command without trust. Cooperation can only be successful if there is a mutual trust in each other’s capabilities and intentions, and I have experienced that firsthand. Up to this day, I am extremely grateful for the freedom granted to me as commander in RC (South) by my commanding officers David McKiernan and Stan McChrystal.

Let me give you this one example. The practical implementation of the deployment of the additional 30,000 U.S. troops in 2009 was planned entirely by me and my staff, and approved by COMISAF. The decision to go to Helmand, instead of concentrating on Kandahar, was my decision and no one else's. General McChrystal supported me in this decision, which, from my point of view, was an example of great leadership. And for the insiders: Bob Woodward’s book ‘Obama’s Wars’ is incomplete with regard to this issue.

Fifth. International cooperation is not possible without guts. Countries in a coalition enter that coalition each with their own sets of Rules of Engagement and caveats. There are two ways of dealing with this. One extreme is to use the rules as an excuse to do nothing. The other end of the spectrum is having the courage to interpret the rules and act according to their spirit rather than on their letter. This is a precondition to working in a coalition. Trying to find out where the real boundaries are. Let me be absolutely clear: I’m not inciting you to break the rules. I only believe it’s necessary for a commander to sometimes push the limits of your mandate.

Sixth.  International cooperation depends on quality and risk sharing. So far I focused on the practical aspects and consequences of cooperation.  But at the political-military level, however, two conditions must be met for international cooperation to be effective. The first is quality. The success of every coalition is dependent on the quality of the contribution of its members. Quality does not refer merely to technology, but rather, and more in particular, to the quality of the people who are supplied by the partners. People with specialist knowledge, with open minds, language skills, who can work in a team and are respectful towards colleagues. Second condition is the unconditional `willingness to share risks. A coalition has no chance of surviving if its members are unwilling to share the risks during operations. You've got to be able and to be willing to fight shoulder to shoulder and to suffer together.

These two aspects are not just matters of technology and tactics, but rather belong to the strategic domain, to your domain. Quality must be assured in defense efforts of the various countries. Furthermore, the mandate and caveats in place must be formulated in a way that the troops are able to operate shoulder to shoulder with their colleagues.

Ladies and gentlemen,  I have taken you in very broad strokes from my experiences as a commander of a coalition complemented with my personal experience of 36 years of service. I hope I've made clear I don’t see working in a coalition as a necessary evil. There is a tremendous source of strength and military power where we have to tap in.  Of course there are limitations to be reckoned with, ranging from minor obstacles stemming from regulations to political sensitivities. And no matter how you feel about it, as strategic leaders coalitions will be your future, so you have to deal with it. I would like to give you the following advice. Do not waste your energy on denying reality. Instead, commit all your strength and efforts to make the coalition you are part of better and more effective. This will not only make you a better commander, but also a better person.

Thank you very much [Applause].

[Transcript: Defensie weblog, The Netherlands]

(bron: Defensie weblog. Overname van de tekst is toegestaan, mits met bronvermelding. Source: Defensie weblog, The Netherlands. You may use and re-publish this text, provided you refer to its source)

donderdag 13 december 2012

2013 wordt een rotjaar voor de landmacht

Door onze redacteur Emilie van Outeren

De baas van het leger staat nauwelijks nog op het slagveld zijn troepen te dirigeren. Mart de Kruif, sinds ruim een jaar commandant van de landmacht, bestuurt zijn organisatie vooral vanuit een fonkelnieuw, glazen kantorencomplex midden in Utrecht. Zijn mensen zitten op dit moment onder meer in Kunduz en bereiden zich voor om met Patriots de Turks-Syrische grens te bewaken. Maar De Kruif is vooral aan het managen, bezuinigen en reorganiseren. De komende jaren moet hij duizenden van zijn 22.000 mensen ontslaan.
In ieder geval één keer per week bezoekt de generaal een kazerne. Om te praten over het inkrimpen van de krijgsmacht. En om te luisteren naar "onbegrip, woede, boosheid en frustratie” die heerst onder militairen en burgermedewerkers die daar slachtoffer van dreigen te worden.

"De bezuinigingen zijn moeilijk uit te leggen aan mensen die tientallen jaren hun stinkende best hebben gedaan en nu weg moeten. De krijgsmacht krimpt niet omdat ze niet functioneert, maar omdat er een financiële noodzaak is. In de oneerlijke populariteitswedstrijd om publiek geld leggen wij het af."

Vanavond bespreekt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Defensie. VVD en PvdA hebben de krijgsmacht in hun regeerakkoord niet opgezadeld met een grote nieuwe bezuiniging, maar de ingrijpendste gevolgen van de 1 miljard euro die het vorige kabinet kortte, moeten nog komen. De landmacht wordt het hardst getroffen. Daar moet de organisatie worden ingekrompen én tegelijkertijd worden verjongd.

Mart de Kruif (54) twittert over hoe lastig ontslagen en werving met elkaar te rijmen zijn. "Gat in communicatie!" En voor een ambtenaar geeft hij een behoorlijk kritisch inkijkje in de spanningen die reorganisatie met zich meebrengt. "Met leiding krijgsmacht in Den Haag, praten over heden en toekomst. Hoop op enige koersvastheid, aan frictie geen gebrek laatste tijd."

Bent u het zo oneens met de politieke besluiten die in Den Haag genomen worden?
LGEN Mart de Kruif
Foto: Defensie
"Het primaat van de politiek is heilig, daar protesteer ik niet tegen. Je kunt defensie alleen niet in een concurrentiepositie plaatsen met gezondheidszorg of onderwijs. Als er één euro te besteden is, zeggen zelfs mijn vrouw en kinderen: geef die maar aan de zorg. Dat begrijp ik, want zorg heb je nú nodig en defensie is voor de veiligheid van later. Het is een verzekering die iedereen moet hebben, maar niemand eigenlijk wil. De discrepantie van ons vak is: hoe succesvoller wij voor veiligheid zorgen, hoe minder mensen denken dat ze ons nodig hebben.

"We gaan door een heel pijnlijk proces, de grootste bezuiniging ooit. Ik kan mijn mensen nu nog met een gerust hart naar Afghanistan sturen, met de juiste spullen en de juiste training, maar de bodem komt in zicht.

"We zijn de tanks kwijt, we hebben minder eenheden, minder logistieke ondersteuning en minder reservedelen. Dus zijn we kwantitatief, en ook een beetje kwalitatief, minder inzetbaar. We kunnen nog een grote missie doen, maar we houden het niet meer lang vol."

U zult dus wel opgelucht zijn dat er niet meer wordt gesneden?
"Gelukkig wordt er niet nog veel meer bezuinigd, maar van opluchting is geen sprake. 2013 wordt een rotjaar. Binnen de organisatie overheerst de onzekerheid. Defensie wordt niet meer gezien als een betrouwbare werkgever."

Voert u eigenlijk iets uit waar u niet achter staat?
"Ik wist waar ik aan begon met deze baan en ik loop niet weg voor de verantwoordelijkheid. Goed nieuws brengen kan iedereen, slecht nieuws brengen is commandantenwerk. Volgend jaar wordt duidelijk wie er weg moeten. Dat is geen ver-van-mijn-bed-show; het gaat ook om mensen die hier voor mij werken, of met wie ik op uitzending ben geweest. Mensen met een gezin en een hypotheek. Die zijn niet alleen bang om hun inkomen te verliezen, het gevoel zit veel dieper. Ik zie volwassen mannen janken omdat ze het uniform uit moeteen trekken, omdat ze de kameraadschap los moeten laten."

Defensie kan toch ook wel wat kleiner, nu er geen grote vechtmissie meer is?
"Je hoort mij niet zeggen dat er absoluut niet bezuinigd kan worden, maar we moeten wel een krijgsmacht houden die haar taken van de Grondwet kan uitvoeren. De landsverdediging, expeditionair optreden en, steeds meer, ondersteuning van de nationale autoriteiten. Mijn mensen worden pauzeloos ingezet om met onbemande vliegtuigjes en opsporingsteams de politie en brandweer bij te staan.

"En we hebben internationale verplichtingen. We zijn alleen een volwaardige partner als we kwaliteit blijven leveren en risico’s durven delen.

"Bovendien moeten we altijd op alles voorbereid zijn. In Noorwegen werd het leger nooit ingezet voor de binnenlandse veiligheid. Eén man [Anders Breivik] heeft dat op één dag totaal veranderd. Als er iets gebeurt, moeten wij er staan. Dan kan ik niet zeggen: ‘doen we niet, want we zitten in een reorganisatie’."

Is het probleem van Defensie niet dat er telkens wordt geroepen dat bezuinigingen onverantwoord zijn, maar de tent toch altijd blijft draaien?
"Een van onze gevaren is wel de can do-mentaliteit, want we fiksen het tot nu toe toch wel. Ik gebruik de analogie van een voetbalvereniging. We hebben geen stadion meer en we hebben iedereen van het bestuur tot de terreinknecht naar huis gestuurd. Er zijn nog precies elf spelers, dus we kunnen nog een wedstrijd spelen. Maar als het zo doorgaat, moet je de keeper of spits wegbezuinigen."

De ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken moeten een visie ontwikkelen op ‘de krijgsmacht van de toekomst’. Hoe ziet die er volgens u uit?
"Ik ben niet zo van het schrijven van rapporten. Wat wij bij de landmacht doen is eigenlijk heel simpel: vechten. Niet omdat wij dat zo graag willen, maar omdat we de enige zijn die het kunnen en mogen. Dat eist heel veel van de mensen die het uitvoeren, die met gevaarlijk werk hun leven riskeren.

"Ik hoop maar twee dingen voor de toekomst: dat we een landmacht hebben die gewoon draait. Die er nationaal en internationaal staat. En dat we een bedrijf zijn waarvan ouders zeggen: daar stuur ik mijn zoon of dochter graag heen. De meerwaarde van defensie is niet alleen onze veiligheid, maar ook dat de mensen die bij ons weggaan er beter uitkomen dan ze erin gingen."

Ontslagronde vorig kabinet krijgt gestalte

Vandaag en morgen behandelt de Tweede Kamer de defensiebegroting voor 2013, het jaar waarin duidelijk moet worden waar de ontslagen vallen die het vorige kabinet inzette. Wat nu nog 6.000 abstracte ontslagen zijn, worden dan mensen met „een naam en een gezicht”, zei minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) vorige maand in deze krant.

Het kabinet-Rutte I besloot het defensiebudget met 1 miljard in te krimpen. Deze regering haalt nóg zo’n 180 miljoen van het budget af en verhuist 250 miljoen van Defensie naar buitenlandse handel. Dat geld moet wel besteed worden aan internationale operaties waaraan Defensie meedoet.

De begroting voor volgend jaar bedraagt 7,7 miljard euro. Als het kabinet door tegenvallende economische groei opnieuw gaat bezuinigen, is de kans groot dat Defensie weer aan de beurt is.

Voor 2013 staat nog een belangrijke beslissing op de rol die al veel kabinetten heeft beziggehouden: het al dan niet aanschaffen van het gevechtsvliegtuig JSF.

(NRC Handelsblad  12 december 2012)
Overname van dit artikel door derden is niet toegestaan! 

zaterdag 31 maart 2012

Mart de Kruif 'ster in anderen aandacht geven'


door Arnold Mandemaker

EINDHOVEN - Luitenant-generaal Mart de Kruif staat dinsdag 3 april centraal tijdens het tweede Denk Groter Debat van Fontys. Wie is deze ‘stronteigenwijze’ carrière-militair?

gen. De Kruif, 2008
(foto:  ministerie van Defensie)
Geen ‘militair type’, die het niettemin heeft geschopt tot commandant van de Landstrijdkrachten. Een mentor voor jonge collega’s, sociaal sterk en altijd ‘de slimste van de club’. Maar ook ‘stronteigenwijs’, vindt zijn vrouw Esther.

Dat zijn enkele kwalificaties die direct betrokkenen geven over luitenant-generaal Mart de Kruif. Hij staat dinsdag 3 april centraal tijdens de tweede aflevering van het ‘Denk Groter Debat’ op de Fontys Hogescholen in Eindhoven.

Hij lijkt een prima keuze. Fontys wil de studenten in contact brengen met topfiguren die stimuleren en inspireren. Juist het motiveren van anderen is een van de sterkste punten van De Kruif, zeggen zijn collega’s.

„Hij is een ster in anderen aandacht geven”, zegt echtgenote Esther. Toenmalig minister van Defensie Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) sprak van ‘een generaal tussen zijn mannen en vrouwen en niet erboven’.

De Kruif, geboren op 1 september 1958 in Apeldoorn, kwam volop in het nieuws toen hij van oktober 2008 tot november 2009 het commando voerde over de ISAF-missie in zuidelijk Afghanistan.

Met een Amerikaanse brigadegeneraal als ‘waakhond’ aan zijn zijde gaf De Kruif een jaar leiding aan ruim 45.000 militairen uit 18 Navo-landen. Onder zijn commando kwamen 284 Navo-militairen en minstens 3000 Afghanen om het leven.

„Het went nooit”, zei De Kruif over de vele afscheidsceremonies op de basis in Kandahar, waarbij de gesneuvelden naar het vliegtuig werden begeleid.

Een moeder van een omgekomen Nederlandse militair herinnerde zich hoe De Kruif alle schuld op zich nam voor de dood van haar zoon en een tweede militair. „Dat vond ik heel dapper om tegen twee families te zeggen die net hun zoon hebben verloren”, liet de moeder later optekenen. Met de toevoeging dat ze De Kruif niets kwalijk nam.

Commandant ISAF RC-S
(foto Hans de Vreij)
De Kruif wijkt graag af van gebaande paden. In militaire kring wordt nog altijd met ontzag gesproken over hoe hij tijdens een oefening in Duitsland de tegenstander, een Amerikaanse gevechtseenheid, in de luren legde.

Hij liet zijn tanks dwars door een (virtueel) mijnenveld rauzen, waarbij weliswaar verliezen werden geleden, maar de Amerikanen werden wel in de pan gehakt. „Nog nooit vertoond”, oordeelde een collega.

De Kruif is eenvoudig gebleven. Om een van zijn vier kinderen aan een kaartje voor de Backstreet Boys te helpen, bivakkeerde hij een hele nacht in een slaapzak voor de kassa.

In zijn tijd als tweesterren-generaal in Havelte kwam hij niet in een dienstauto met chauffeur naar de kazerne, maar gewoon in zijn eigen overjarige Mitsubishi met achterspoilertje.

Mensen die De Kruif goed kennen hebben één welgemeend advies: begin met hem niet over voetballen. De fan van Vitesse én Feyenoord heeft daar volgens kenners ‘gewoon geen verstand van’. Maar dat weerhoudt hem er niet van om uitvoerig zijn mening over het spel te geven.

‘Niet te corrigeren’, zegt Jeroen Verheul, coach van het vijfde team van voetbalvereniging CH’03 in Hoog-Keppel, waar De Kruif speelt in een shirt met de opdruk ‘Centurion Nix’. Tijdens de jaarlijkse borrel van CH’03 wordt De Kruif niet ingezet voor de wedstrijdjes hardlopen of trekker trekken, maar wél voor de kennisquiz. Verheul: „Hij weet gewoon alles en wint altijd.”

Nog één tip voor het debat: begin niet over zijn reukorgaan. Dat is en blijft een gevoelig onderwerp.

(Eindhovens Dagblad, 31 maart 2012)

donderdag 29 maart 2012

Feijenoord uit bij Koninklijke Landmacht

Het eerste elftal van Feijenoord zal maandag 2 april bij de Koninklijke Landmacht kennis maken met haar visie op Leiderschap en Teamvorming. De spelers zijn uitgenodigd op de Bernardkazerne in Amersfoort om hun theoretische en praktische kennis te verrijken in een door de landmacht opgezet uitdagend programma.

gen. De Kruif, Kandahar Airfield
2009  (foto Hans de Vreij)
Het programma begint met diverse lezingen, waarbij onder andere Commandant Landstrijdkrachten Luitenant-generaal Mart de Kruif zal spreken over leiderschap en teamvorming ter voorbereiding op, en tijdens extreme situaties. De Kruif was van eind oktober 2008 tot begin november 2009 geplaatst in Kandahar, Afghanistan als Commander Regional Command South. In die functie was hij verantwoordelijk voor 45.000 manschappen van de ISAF-missie gestationeerd in zuidelijk Afghanistan.

In de middag volgen de spelers onder leiding van militairen een programma waarin praktische opdrachten worden uitgevoerd op klimtoren en hindernisbaan, waarbij het accent ligt op competitie, leiderschap en teamvorming. Daarna volgt een kennismaking met tactische simulatoren en diverse pantservoertuigen als het infanteriegevechtsvoertuig CV90 en het pantserwielvoertuig Fennek.

(ministerie van Defensie, 29 maart 2012)

(Zie ook het bericht: 'De Kruif twaalfde man Feyenoord', oktober 2011)