Posts tonen met het label bezuinigingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bezuinigingen. Alle posts tonen

vrijdag 19 juni 2015

Kabinet: versterking krijgsmacht nodig

Met het oog op de veranderende veiligheidssituatie en de hogere eisen die aan de krijgsmacht worden gesteld, zet het kabinet in op het verder versterken van de basisgereedheid. Dit is wederom een belangrijke stap in het kader van het meerjarig perspectief dat het kabinet voor ogen staat. Dat laten ministers Hennis-Plasschaert van Defensie en Koenders van Buitenlandse Zaken in een brief aan de Tweede Kamer weten. De brief is een reactie op de in september vorig jaar ingediende motie van SGP- fractievoorzitter Van der Staaij en anderen. Het kabinet maakt met deze brief duidelijk de trendbreuk ten aanzien van Defensie voort te willen zetten. De financiële consequenties die het kabinet voor de begroting van 2016 hieraan zal verbinden, worden op Prinsjesdag bekendgemaakt. Dat geldt ook voor de toekomstige financiering van de inzet van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties.

"Er moet rekening worden gehouden met een langdurige periode van spanningen en instabiliteit, dichtbij en ver weg", aldus Hennis en Koenders. Internationale conflictbeslechting en preventie in de regio's om ons heen zijn in het belang van Nederland. Internationale crisissituaties kunnen immers een directe impact hebben op de nationale veiligheid. "Gelet op de aard van de (internationale) veiligheidsproblematiek acht het kabinet versterking van de krijgsmacht noodzakelijk. Er is bovendien een actief buitenlandbeleid nodig, een actieve betrokkenheid bij de wereld om ons heen", schrijven beide ministers.

De internationale ontwikkelingen stellen structureel hogere eisen aan de gereedheid, paraatheid, verplaatsbaarheid en inzetbaarheid van militaire eenheden. Dit heeft ook gevolgen voor bijvoorbeeld reservedelen- en munitie die op voorraad moeten liggen. Tevens is er extra capaciteit nodig voor opleiding en training ter verbetering van de geoefendheid van operationele eenheden (inclusief de hogere geweldsniveaus).

Het kabinet acht een actief buitenland-, veiligheids- en defensiebeleid van wezenlijke betekenis voor onze strategische belangen, onze vrijheden en onze waarden. Een integrale benadering staat hierbij voorop. In dit verband wordt van Nederland, als lidstaat van de NAVO en de EU, verwacht dat het een bijdrage van betekenis levert, ook in militair opzicht. Het kabinet gaat de verantwoordelijkheid hiervoor niet uit de weg.

(Rijksoverheid, 19 juni 2015)

Kamerbrief: Motie van der Staaij c.s. over het ambitieniveau van de krijgsmacht in de komende jaren

19 juni 2015
Inleiding
Op 7 november 2014 is de Kamer geïnformeerd over de wijze waarop het kabinet uitvoering geeft aan de tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ingediende motie van het lid Van der Staaij c.s. over het noodzakelijke ambitieniveau van onze krijgsmacht in de komende jaren (Kamerstuk 33763, nr. 59). Eerder nam de Eerste Kamer de motie Kuiper c.s. aan over het nakomen van budgettaire internationale verplichtingen aangaande het defensiebudget (Kamerstuk 33 750 X, C). In de Miljoenennota 2015 heeft het kabinet zelf al de intentie uitgesproken de trendbreuk ten aanzien van Defensie, waar mogelijk en nodig, voort te zetten.

Het kabinet heeft toegezegd de Tweede Kamer in het voorjaar van 2015 te informeren over de gevolgen die het aan de motie-Van der Staaij c.s. verbindt. Deze toezegging doen wij hierbij gestand.

Bij de totstandkoming van deze brief heeft het kabinet met belangstelling kennisgenomen van het recente briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid, no. 94, april 2015). In augustus zal het kabinet apart reageren op de uitkomsten van het in de brief van 7 november 2014 genoemde Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) 'Wapensystemen'. In deze brief werd voorts aangekondigd dat de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) voornemens was om in het voorjaar van 2015 een advies uit te brengen over de toekomst van het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid. De WRR heeft laten weten dat dit advies na de zomer beschikbaar komt.

Integrale benadering
In de Beleidsbrief Internationale Veiligheid Turbulente tijden in een instabiele omgeving (Kamerstuk 33694, nr. 6, 14 november 2014) is het kabinet reeds uitvoerig ingegaan op de relevante ontwikkelingen in onze internationale veiligheidsomgeving en de gevolgen daarvan voor ons buitenland- en veiligheidsbeleid. De daarin beschreven algemene trends zijn onverminderd relevant. Er moet rekening worden gehouden met een langdurige periode van spanningen en instabiliteit, dichtbij en ver weg.

Gelet op de aard van de (internationale) veiligheidsproblematiek acht het kabinet versterking van de krijgsmacht noodzakelijk. Er is bovendien een actief buitenlandbeleid nodig, een actieve betrokkenheid bij de wereld om ons heen, waarbij een goede balans moet worden gevonden tussen de noodzakelijke acute symptoombestrijding en een meerjarige, structurele aanpak van de onderliggende oorzaken van instabiliteit om te komen tot duurzame oplossingen. Voor de crises van nu bestaan geen quick fixes: de complexiteit en ook intensiteit van de conflicten vragen om samenwerking in internationaal verband en een geïntegreerde aanpak, met de gecoördineerde inzet van verschillende instrumenten: diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, defensie, politie en justitie, het sanctie-instrumentarium, cyber en inlichtingen. Mede naar aanleiding van de terroristische aanslagen in Parijs heeft het kabinet op 27 februari jl., zoals u weet, reeds maatregelen ter versterking van de contraterrorisme (CT)-keten getroffen (kamerstuk 29 754, nr. 302). 

De Nederlandse krijgsmacht in de nieuwe veiligheidscontext
Door de ontwikkelingen aan de randen van het Navo-verdragsgebied, krijgt de collectieve verdedigingstaak van de krijgsmacht begrijpelijkerwijs volop de aandacht. Zo hebben we aan de oostflank te maken met de ingrijpende gevolgen van het destabiliserende optreden van Rusland in Oekraïne, en meer in het algemeen met de toegenomen militaire assertiviteit van Rusland. Dit heeft consequenties voor de veiligheid van het bondgenootschappelijk verdragsgebied en noopt tot extra investeringen in de gereedheid en slagkracht van de bondgenootschappelijke strijdkrachten. De grotere aanwezigheid van de Navo in het oostelijke deel van het bondgenootschap en de structureel hogere eisen die de Navo stelt aan de bondgenootschappelijke strijdkrachten, vergen van alle bondgenoten een verhoogde inspanning. 

Tijdens de Navo-top in Wales is een Readiness Action Plan (RAP) overeengekomen. Op rotatiebasis zal in de oostelijke Navo-landen worden ontplooid en geoefend. Als onderdeel van het RAP wordt onder meer de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) opgericht, die bedoeld is om binnen zeer korte tijd troepen te kunnen inzetten. In deze context zijn ook de tijdens de Navo-top overeengekomen afspraken en intenties ten aanzien van het uitgavenniveau voor Defensie relevant (zie verslag van de Navo-top in Newport, Verenigd Koninkrijk van 4 en 5 september 2014, Kamerstuk 28 676, nr. 210). Ons land neemt deze afspraken serieus. Het kabinet stelt vast dat een groeiend aantal Europese landen de defensie-inspanning inderdaad versterkt. De Europese Raad van 25 en 26 juni zal bovendien een verdere impuls willen geven aan de versterking van het GVDB, tegen de achtergrond van de verslechterde veiligheidsomstandigheden (zie Kamerstuk 21501-28-125, 26 april 2015).

De beoogde investeringen zijn evenzeer van belang met het oog op de situatie aan de zuidflank, in het bijzonder de opkomst van ISIS en andere terroristische en extremistische groeperingen in onder meer Irak, Syrië en Libië. Er is sprake van groeiende instabiliteit elders in het Midden-Oosten en ook in Noord-Afrika. Conflictbeslechting en –preventie in deze regio’s, zijn in ons eigen belang. De veiligheid in eigen land is immers onlosmakelijk verbonden met de ontwikkelingen in de wereld om ons heen. Gebleken is dat een verslechtering in de internationale veiligheidssituatie, direct of indirect, repercussies kan hebben voor onze samenleving. Als gevolg van het samengestelde (‘hybride’) karakter van mogelijke dreigingen, moet dus ook rekening worden gehouden met een verhoogde inzet in het kader van de nationale bijstandstaken van de krijgsmacht. De Beleidsbrief Internationale Veiligheid onderstreept bovendien dat Nederland zich blijvend inzet voor een sterke internationale rechtsorde en dat versterking hiervan harder dan ooit nodig is. De tweede hoofdtaak van de krijgsmacht, namelijk de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde, heeft als gevolg van de internationale ontwikkelingen dan ook geenszins aan belang ingeboet. Een gecoördineerde inzet van diplomatieke, militaire en ontwikkelingssamenwerkingsinstrumenten blijft hierbij het uitgangspunt (3D). 

Meerjarig perspectief: koersvast in turbulente tijden
In de brief van 7 november jl. over de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. heeft het kabinet tot uitdrukking gebracht dat de versterking van de krijgsmacht moet berusten op een meerjarig perspectief. Dit strookt met de in Navo-verband gemaakte afspraken en ook met de intentie van dit kabinet om de trendbreuk ten aanzien van Defensie de komende jaren, waar mogelijk en nodig, voort te zetten. 

Zoals bekend, heeft het kabinet met de intensivering in de begroting van 2015 van structureel 100 miljoen euro reeds de noodzaak van versterking van de krijgsmacht onderstreept. Ook in het najaar van 2013 heeft het kabinet extra geld (€115 miljoen) voor Defensie vrijgemaakt. De richting die met de nota In het belang van Nederland (2013) is ingeslagen, zal bij de verdere versterking van de krijgsmacht onverminderd het uitgangspunt zijn. In deze nota heeft het kabinet gekozen voor een krijgsmacht die kan omgaan met diffuse dreigingen en risico’s en die is voorbereid op een scala aan inzetmogelijkheden. De recente ontwikkelingen in de veiligheidssituatie onderstrepen de juistheid van deze keuze. Het belang van internationale samenwerking, financiële duurzaamheid en toekomstbestendigheid – kernbegrippen in de nota – is eveneens onverminderd groot. 

De Navo stelt, zoals gezegd, structureel hogere eisen aan de gereedheid van militaire eenheden. Deze hogere eisen gelden ook voor de Nederlandse krijgsmacht. In het kader van het meerjarige perspectief wordt daarom als eerste vervolgstap prioriteit gegeven aan de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht. Daarmee kan Nederland al op relatief korte termijn een tastbare bijdrage leveren aan het RAP, en als onderdeel daarvan de snel inzetbare VJTF. Langere reactietijden en lagere munitievoorraden die eerder nog acceptabel waren, verhouden zich niet langer met de ontwikkelingen in de (internationale) veiligheidssituatie. Hierbij gaat het enerzijds om de versterking van de operationele gereedheid van bestaande eenheden en anderzijds om de flexibiliteit en robuustheid van de bedrijfsvoering als voorwaarde om de inzet van de krijgsmacht te ondersteunen. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld om het vergroten van reservedelen- en munitievoorraden. Ook is er behoefte aan extra capaciteit voor opleiding en training om de geoefendheid van operationele eenheden (inclusief voor de hogere geweldsniveaus) te verbeteren. Tevens moeten op enkele onderdelen de kennisbasis en de ondersteuning van de krijgsmacht worden versterkt. De financiële consequenties die het kabinet voor de begroting van 2016 aan de versterking van de basisgereedheid zal verbinden, worden op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie de komende jaren, en ook de beschikbare financiële mogelijkheden, staan het kabinet voorts de volgende stappen voor ogen in het kader van een meerjarig perspectief: de versterking van de ondersteunende operationele eenheden van de krijgsmacht, de zogenaamde Combat Support (CS) en Combat Service Support (CSS), evenals een gerichte kwantitatieve en kwalitatieve versterking van gevechtseenheden en de vervanging van noodzakelijke capaciteiten. Met deze benadering kunnen de operationele gereedheid, inzetbaarheid en slagkracht van de krijgsmacht steeds verder worden verbeterd. De balans tussen gevechtseenheden, (gevechts)ondersteunende eenheden, bedrijfsvoering en staven moet daarbij zijn gewaarborgd. Ondersteunende capaciteiten zijn schaars bij vrijwel alle bondgenoten. In de praktijk blijkt het dan ook buitengewoon lastig om op deze terreinen een appel te doen op partners. Als onderdeel van het meerjarig perspectief dient overigens ook te worden gekeken naar de diplomatieke en OS-instrumenten die in het kader van de geïntegreerde benadering nodig zijn om te komen tot duurzame oplossingen.

Versterking van de capaciteiten van de MIVD overeenkomstig de motie-Segers (Kamerstuk 34 000, nr. 55) is onderdeel van de bovenstaande stappen. Met de intensivering van 17 miljoen euro bij de MIVD ten behoeve van de bestrijding van het terrorisme, waartoe het kabinet op 27 februari jl. heeft besloten, is al een belangrijke stap genomen. Dit laat onverlet dat op andere terreinen nog sprake is van een verschil tussen de vraag naar inlichtingen en de mogelijkheden om aan die vraag te voldoen. Inlichtingen zijn onmiskenbaar van groeiend belang. Dit geldt ook voor het in toenemende mate informatiegestuurde optreden van de krijgsmacht. De wijziging van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) die het kabinet heeft voorgesteld, waarmee het technologisch achterhaalde onderscheid tussen kabel- en niet-kabelgebonden interceptie wordt opgeheven, is eveneens een noodzakelijke stap voorwaarts, die niet alleen voor de krijgsmacht van betekenis is maar in een breder verband moet worden geplaatst. Deze wijziging komt niet alleen de ondersteuning van militaire missies ten goede, maar ook de inlichtingenpositie ten behoeve van de nationale veiligheid en de digitale veiligheid van Nederland. 

Gevolgen voor het ambitieniveau
De motie-Van der Staaij c.s. roept het kabinet op het ambitieniveau van de krijgsmacht aan te passen en te waarborgen dat het niveau van defensiebestedingen gelijke tred zal houden met het noodzakelijke ambitieniveau voor onze krijgsmacht. In de Miljoenennota 2015 heeft het kabinet de noodzaak van aanpassing van het ambitieniveau reeds onderkend. Ook hier geldt echter dat de mate waarin en het moment waarop het ambitieniveau en de bijbehorende inzetbaarheidsdoelstellingen kunnen worden aangepast, afhangt van de financiële mogelijkheden die het kabinet op een zeker moment tot zijn beschikking heeft. 

In de periodieke rapportages aan de Tweede Kamer over de inzetbaarheidsdoelstellingen in het jaarverslag en bij de begroting (Kamerstuk 32 733, nr. 116) is gesteld dat Defensie grotendeels voldoet aan de inzetbaarheidsdoelstellingen maar dat er wezenlijke beperkingen bestaan. Ook de brieven van 9 oktober 2014 (Kamerstuk 33763, nr. 57) en van 22 mei jl. over knelpunten in de materiële gereedheid (Kamerstuk 33 763, nr. 74) gaan uitvoerig op deze beperkingen in. De opheffing van deze beperkingen leidt tot een wezenlijke verbetering van de basisgereedheid en de inzetbaarheid van de krijgsmacht en gaat noodzakelijkerwijs vooraf aan de aanpassing van de inzetbaarheidsdoelstellingen zoals opgenomen in de nota In het belang van Nederland. 

Een financieel duurzame krijgsmacht
Zoals bekend zijn in de nota In het belang van Nederland belangrijke aanzetten gegeven om tot een financieel duurzame defensieorganisatie te komen. Zo wordt de systematiek van levensduurkosten structureel ingebed in de bedrijfsvoering. Defensie zet dit op volle kracht voort. Hiermee wordt gaandeweg steeds meer inzicht verkregen in de kosten van het hebben en gebruiken van wapensystemen. Dit leidt er overigens ook toe dat risico’s en budgettaire problematiek, die eerder niet werden onderkend, duidelijker in beeld komen en om een oplossing vragen. Een specifiek aandachtspunt daarbij betreft de invloed van de rijksbrede afspraken over prijsbijstelling en valutaschommelingen. Het kabinet komt hierop in volgende begrotingen terug.

Financiering inzet krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties
Tijdens het plenaire debat op 2 oktober 2014 over de Nederlandse militaire bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS is aandacht besteed aan de financiering van militaire missies in structurele zin. Overeenkomstig de wens van de Tweede Kamer, heeft het kabinet toegezegd dit onderwerp bij de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. te betrekken. Bij de begrotingsbehandeling voor Buitenlandse Zaken heeft de Kamer vervolgens de motie van de leden Ten Broeke en Servaes (Kamerstuk 34 000 V, nr. 21) over alternatieve en meer flexibele begrotingsmethoden aangenomen. Het kabinet onderschrijft de opvatting van de Tweede Kamer dat de financiering van de inzet van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties aandacht behoeft. Op Prinsjesdag wordt u geïnformeerd over de financiële uitwerking hiervan. 

Tot besluit
In de Internationale Veiligheidsstrategie worden drie strategische belangen onderscheiden, te weten de verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, een goed functionerende internationale rechtsorde en economische veiligheid. Het kabinet is ervan overtuigd dat een actief buitenland-, veiligheids- en defensiebeleid van wezenlijke betekenis is voor onze strategische belangen, onze vrijheden en onze waarden. Een integrale benadering staat hierbij voorop. In dat verband wordt van Nederland, als lidstaat van de Navo en de EU, verwacht dat het een bijdrage van betekenis levert, ook in militair opzicht. Het kabinet gaat de verantwoordelijkheid hiervoor niet uit de weg. 


DE MINISTER VAN DEFENSIE DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

J.A. Hennis-Plasschaert                       Bert Koenders

vrijdag 15 mei 2015

Column Commandant Landstrijdkrachten

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) adviseert de regering over de internationale (veiligheids)situatie. Het is een zeer gerespecteerd en onafhankelijk adviesorgaan. Het meest recente rapport gaat over Defensie. De inhoud is zonneklaar: er moet snel veel meer geld naar Defensie. In de Volkskrant van 30 april vat AIV-vicevoorzitter, professor Alfred van Staden, het treffend samen. Ik gebruik 3 van zijn citaten.

‘De instabiele situatie rond Europa vraagt om een sterkere krijgsmacht.’ In het oosten zien we de macht van Rusland en het gebruik daarvan. Dit gaat gepaard met een omvangrijke herbewapening, met de T-14 tank als boegbeeld. Een wapen waar wij op de grond met de huidige middelen heel weinig tegen kunnen uitrichten. In het zuiden zien we de onrust en instabiliteit om zich heen grijpen. Kortetermijnoplossingen zijn niet effectief gebleken, alleen een langdurige en omvangrijke campagne, waarbij militaire effecten de civiele plannen ondersteunen, kan het probleem bij de bron aanpakken. Tenslotte is Nederland niet uitgesloten als gevechtsveld. We worden al aangevallen in het cyberdomein, fysieke aanslagen op onze veiligheid zijn niet ondenkbaar. Kijk maar om ons heen. Nederland kan niet afzijdig blijven van deze ontwikkelingen. Voor onze eigen veiligheid en geloofwaardigheid zullen we een bruikbare krijgsmacht moeten hebben. Dat vergt reparatie, veel reparatie.

‘Bij een conflict met Rusland kom je tegenover zware pantsereenheden te staan.’ Tot nu toe hebben we bij inzet in relatieve operationele luxe verkeerd. We hadden vaak een groot conventioneel overwicht over de tegenstander, met de luxe van veel ondersteuning vanuit de lucht. Dat is niet altijd het geval, die luxe is helemaal niet vanzelfsprekend. In een grootschalig conflict heeft de luchtmacht haar handen vol aan het beheersen van het luchtruim. Daar moet je de modernste spullen voor hebben, en terecht. Maar ze zullen ons dus wel veel minder kunnen ondersteunen. Wij zijn, veel meer dan de laatste jaren, op onszelf aangewezen. Dat betekent dat onze slagkracht omhoog moet, en snel.

‘De landmacht is bijzonder kwetsbaar geworden.’ Inderdaad. Zowel qua omvang als arsenaal zijn we ‘kwetsbaar’. Onze mannen en vrouwen compenseren ongelofelijk veel, maar de grenzen daarvan zijn zichtbaar en soms zelfs overschreden. Niet alleen is het vet van de botten, we zijn botten kwijt. Dat is gevaarlijk. Niet alleen omdat ik een groen hart heb, maar vooral omdat Nederland ons zeer waarschijnlijk nog hard nodig heeft. Binnen en buiten onze grenzen. Duurzame vrede en vrijheid bereik je alleen door het te brengen naar de plek waar het conflict heerst. Je kunt symptomen op afstand bestrijden, maar uiteindelijk moet je tussen de mensen staan. Want conflicten gaan tussen mensen en worden daar ook opgelost.

De AIV is niet de enige die deze constatering doet. Alle ‘denktanks’ in de wereld volgen min of meer dezelfde lijn. In Duitsland en Frankrijk groeit het Defensiebudget. Wat gaat Nederland doen? Ik weet het niet, maar in de voorstelling ‘Soldaat van Oranje’ wordt een deel van het antwoord gegeven. Luister maar naar de tekst van het lied ‘Als de wereld in brand staat, wie blust dan het vuur?’ Ik kan wel verraden: niet de brandweer…..

Luitenant-generaal Mart de Kruif

Commandant Landstrijdkrachten

(Bron)

woensdag 28 mei 2014

Weblog van de Commandant der Strijdkrachten

Veiligheidsdiscussie

20-05-2014 | Generaal Tom Middendorp

In Nederland is discussie ontstaan over onze veiligheid en het geslonken Defensiebudget. Een belangrijke ontwikkeling. Hoe breder de discussie, hoe beter. Veiligheid is immers voor iedereen van belang en zeker geen luxeartikel.

De oproep van de Amerikaanse president Barack Obama aan Europese landen om meer te spenderen aan hun krijgsmacht en niet langer disproportioneel op de Amerikanen te leunen als het gaat om de veiligheid heeft de discussie aangewakkerd. Maar ook de spanningen in de Oekraïne maken veel los.

Dit land - op slechts 2 uur vliegafstand en gelegen aan de grenzen van de EU - laat namelijk zien dat een schijnbaar stabiele situatie zo kan omslaan en dat veiligheid helemaal niet vanzelfsprekend is. Sommigen noemen het niet voor niets een wake-up-call. Wie had immers 4 maanden geleden gedacht dat de verhoudingen zo snel konden verslechteren?

Dat geeft ook te denken. Zo liet de schrijver Geert Mak in het programma ‘Eén op één’ weten: “We waren zo bezig met die soft power - en dat is ook goed - alleen Poetin reageert op een 19e-eeuwse manier.” Mak, ooit pacifist, meende daarom dat we “Defensie niet moeten afbreken” en dat we “meer moeten samenwerken met anderen.”

En de Britse militair historicus en oud-journalist Max Hastings zei in een interview met NRC Handelsblad over de situatie in de Oekraïne: “Ik stel geen moment voor dat we een militair antwoord moeten geven, maar ik suggereer wel dat we moeten laten zien dat we dat kunnen. Het is angstaanjagend dat Europa niet eens kan pretenderen dat het een militair antwoord heeft.”

Zo is het maar net. Dat is ook de reden waarom ik zelf vorige week bij een debatbijeenkomst opmerkte dat een brullende leeuw veel geloofwaardiger is als die ook zijn tanden kan laten zien. Het is nu eenmaal geloofwaardiger als je praat vanuit een sterke positie. Vriend en vijand weten dat.

Mijn uitspraken trokken de aandacht van de media, maar het moest gezegd worden. Europa levert slechts 25% van de NAVO en moet een meer geloofwaardige partner worden. Dit vooral door meer rendement te halen uit onze samenwerking en de krachten nog meer te bundelen. Maar daarmee verandert dit percentage niet. Daar is meer voor nodig.

Bij militaire samenwerking geldt dat de liefde van 2 kanten moet komen. Je kunt als land niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, en voor een lagere premie een hogere dekking verwachten. Je moet ook bereid zijn te leveren.

En dat is nu net het probleem. Nederland investeert nu 1,16% van het Bruto Nationaal Product in Defensie. Als we de pensioenen en wachtgelden niet meetellen slechts 0,87%. Ter vergelijking: de gemiddelde bijdrage van de Europese NAVO-landen is 1,56% en de NAVO-norm is 2%.

Wij zitten met onze 1,16% dus ruim onder de gemiddelde EU-bijdrage en de NAVO-norm. En dat terwijl onze economische positie zich juist meer in de kopgroep bevindt. En dat in een tijd waarin we in toenemende mate afhankelijk zijn van stabiliteit, zowel binnen als buiten Europa…

Dat baart mij zorgen. Of we het nu leuk vinden of niet, in veiligheid en vrijheid moeten we blijven investeren. Of zoals Geert Mak in de uitzending ‘Eén op één’ concludeerde:

“Vrijheid komt niet vanzelf. Voor vrijheid moet je knokken. Moet je concessies doen. Moet je ruzie over maken. Rode koppen krijgen en uiteindelijk weer naar de stembussen sjokken. Dat is allemaal vrijheid. Vrijheid moet je verrekt alert op zijn, want anders glipt het zo door je vingers”.

Generaal Tom Middendorp,
Commandant der Strijdkrachten

dinsdag 29 april 2014

Onderverzekerd

Raul du Pré

Na de afbraak volgt de bezinning: hebben alle bezuinigingen ons leger niet wat al te grondig uitgekleed? Drie jaar geleden lekte een vertrouwelijk stuk uit waarin Hans Hillen, toen nog minister van Defensie, schreef dat Nederland onderverzekerd dreigde te raken voor zijn eigen veiligheid. Aan bezuinigen op de krijgsmacht zit een grens, aldus Hillens noodkreet. Waarop hijzelf voor een miljard euro aan nieuwe bezuinigingen aankondigde.

Het is symptomatisch voor de manier waarop bestuurders Defensie jarenlang zagen als de populairste afbraakpost. In twee decennia werd het budget bijna gehalveerd, tot ruim 7 miljard euro. Dat was deels logisch - het dienstplichtigenleger van weleer moest omgevormd tot de ‘veelzijdig inzetbare krijgsmacht’ die zich toelegt op internationale missies - maar in de afgelopen jaren kreeg het trekken van een kaalslag. In talloze nota's en beleidsbrieven rekenden opeenvolgende kabinetten af, steeds met andere visies: de landmacht verwerkte klap op klap, alle tanks gingen de deur uit, veel materiaal kampt met achterstallig onderhoud en de luchtmacht wordt fors ingekrompen. Tegelijkertijd meedoen aan twee serieuze operaties is straks niet meer mogelijk. Aan de normen van het NAVO-bondgenootschap voldoen we allang niet meer.

De critici die zich afvroegen of de afbraak niet wat al te voortvarend ter hand werd genomen, kregen na het wegvallen van het Rode Gevaar nauwelijks voet aan de grand. De dreiging was te abstract. Nederland had andere politieke prioriteiten en keek daarbij minder over de grens.

Is nu het kantelpunt bereikt? Zeker is dat VVD, SGP en ChristenUnie - van oudsher met een warm hart voor Defensie - hun kans grijpen nu de Oekraïnecrisis de Koude Oorlog in herinnering brengt. Als er straks echt weer eens wat financiële meevallers zijn, kan er best eens wat méér geld naar Defensie, opperen zij voorzichtig. En voor het eerst in lange tijd mogen zij zowaar hopen op wat meer maatschappelijke bijval: in rap tempo groeit in Europa het besef dat een leger geen overbodige luxe is.

Een gezonde, effectieve en op z’n taak beruste krijgsmacht begint met een fundamentele politieke discussie over wat nodig is om onze vrijheid, veiligheid en welvaart in internationaal verband te kunnen verdedigen. Stoppen met blind bezuinigen is daarvan het begin.

(Commentaar van de Volkskrant, 29 april 2014)

dinsdag 14 januari 2014

Defensiekrant voortaan digitaal

Op 17 januari lanceert de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp de eerste online Defensiekrant. Met dit online magazine stelt Defensie de lezers in staat om de achtergronden bij het Defensienieuws overal en altijd te lezen, of dat nu op  de laptop, tablet of smartphone is. Na de digitale Defensiekrant vervangt Defensie de komende maanden nog zes magazines door een online variant. Daarmee is Defensie het eerste ministerie dat, op deze schaal, personeelsbladen digitaliseert.

Sinds 1978 heeft de papieren versie van de Defensiekrant een belangrijke rol vervuld bij het in-en extern verspreiden van defensienieuws. Daar is nu een einde aan gekomen, vanaf nu geen papier meer, maar de mogelijkheid interactief gebruik te maken van dit communicatiemiddel. Zo is het mogelijk om foto's aan te klikken om meer informatie te krijgen. Wie bijvoorbeeld een foto, genomen in Afghanistan, aanklikt ziet nu ook echt het droge zand voorbij stuiven en van militaire inzet waar ook ter wereld zijn indrukwekkende videobeelden te zien.

De Defensiekrant bijt op 17 januari het spits af. De zes andere  personeelsbladen van de defensieonderdelen (Alle Hens, Landmacht, de Vliegende Hollander, KMarMagazine, Pijler en Materieelgezien) worden de komende maanden geleidelijk ook gedigitaliseerd. In april is het project gereed. Aanmelden voor alle online magazines van defensie, inclusief de Defensiekrant, kan via www.defensie.nl/abonneren.

(ministerie van Defensie, 14 januari 2014)

zondag 29 december 2013

Commandant landmacht: 'We zijn niet alleen het vet kwijtgeraakt maar ook een aantal botten'

Interview met de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif. Gepubliceerd in een speciale uitgave van het  blad Landmacht ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Landmacht

Kapitein Marlous de Ridder

We vieren ons tweehonderd jarig bestaan, maar de bezuinigingen binnen de landmacht zijn nog in volle gang. Is een feestjaar wel gepast?
2014 wordt geen jaar vol feestjes. Het organiseren van een over the top jubileum is niet te verantwoorden in deze tijd. Niet richting de burger en niet naar onze eigen mensen. Daarom zijn we kostenbewust en haken we zoveel mogelijk aan bij bestaande activiteiten. Verder vind ik het belangrijk dat we onze verjaardag vieren met diegene waarvoor we het doen. De burger.

Diezelfde burger die vindt dat er bij Defensie nog wel wat afkan?
generaal De Kruif
Draagvlak voor de KL in de maatschappij is enorm belangrijk. Daarom staat persoonlijk contact met de samenleving voorop. Je ziet dit steeds vaker tijdens oefeningen in Nederland, waar we vaak letterlijk tussen de bevolking trainen. Het geloof in de krijgsmacht is weliswaar laag, maar tegelijkertijd is er wel degelijk respect en erkenning voor het werk van militairen. Dat is nog niet genoeg. De landmacht beter op de maatschappelijke agenda krijgen, is één van de uitgangspunten van 200 jaar Koninklijke Landmacht (KL200).

Wordt u niet eens moe van het telkens weer moeten uitleggen waar de landmacht voor staat?
Nee, integendeel. De burger heeft het recht te weten waar het belastinggeld aan wordt besteed. We moeten dus blijven vertellen wat onze taken zijn en waarom we dingen doen. In feite zijn we slachtoffer van ons eigen succes. De Nederlandse burger heeft geen onveilig gevoel. Mede dankzij een goed functionerende krijgsmacht. Missies in het buitenland worden gezien als een ver-van-mijn-bed-show. Het enige wat wij kunnen, is beter uitleggen waarom we militairen naar conflictgebieden sturen. Neem Mali. Ik zie hier een kentering. We leggen goed uit waarom Nederland gebaat is bij internationale veiligheid en stabiliteit. Maar ook welke humanitaire en economische belangen meewegen. Die taak ligt niet alleen op mijn niveau. Juist de persoonlijke verhalen van de militairen op missie zijn belangrijk voor de beeldvorming.

Waarom heeft Nederland een landmacht nodig?
Feit is nog steeds dat de strijd wordt gestreden op land. Of het nou gaat over het terugdringen van de vijand, het bewaren van de vrede en vrijheid of het bestrijden van rampen. Zonder landmacht stopt een conflict niet. Wij staan tussen de mensen. Landoptreden betekent interactie tussen mensen en beslissingen door mensen. Dat is onze unieke waarde binnen de krijgsmacht en daarmee zijn we als hoeksteen in de veiligheidsketen onmisbaar voor het land.

Hoe omschrijft u het landoptreden anno 2013?
Wat ik weiger te zeggen, is dat het verleden simpel was. Of je nu terugkijkt op de Slag bij Waterloo of het conflict in Nederlands-Indië. Het militaire vak was én is ontzettend moeilijk. De grondslagen van het landoptreden zijn niet veranderd. Je wordt altijd aangegrepen daar waar je zwak bent. Dat was toen zo en geldt nog steeds. Net als dat de mens bepalend is voor het succes of falen. Het is wel zo dat de wijze van oorlogsvoering verandert en dat de accenten verschuiven. Cyberterrorisme is totaal iets nieuws. Tegenwoordig kan de militair rekenen op het nieuwste en beste materieel. Technologische ontwikkelingen hebben logischerwijs veel veranderd voor de landmacht. Net als de vergaande internationale samenwerking met NAVO-bondgenoten.

Wat betekent ‘200 jaar Koninklijke Landmacht’ voor u?
Ik zie KL200 als een moment van bezinning. We mogen best eens stilstaan bij wat we hebben bereikt. We doen dingen die niemand anders doet. Zonder ons is er geen blijvende veiligheid. Daar mogen we trots op zijn! Dit doen we met aandacht voor het verleden, heden en de toekomst. De jubileumactiviteiten zijn dusdanig op elkaar afgestemd dat er een goede balans is tussen herdenken, vieren en vooruitkijken. We vieren de belangrijke bijdragen die onze militairen, onder moeilijke omstandigheden en vaak ver van huis, hebben geleverd. Maar we eren ook de collega’s die tijdens inzet het hoogste offer brachten. Als je terugkijkt op tweehonderd jaar historie, dan is er één ding nooit veranderd: kameraadschap. Kameraadschap is van alle tijden. Voor die ander door het vuur willen gaan, daar ligt de basis van onze organisatie.

De landmacht staat aan de vooravond van grote veranderingen. Ik noem het overgaan van 13 Gemechaniseerde Brigade op wiel en de integratie van 11 Air Manoeuvre Brigade met de Duitse Division Schnelle Kräfte. Plus een nieuwe missie naar Mali. Wat wordt 2014 voor een jaar?
Een heel belangrijk en uitdagend jaar. We leggen ons toe op meer differentiatie van de eenheden. Door alle brigades een unieke specialiteit te geven, zijn we flexibeler en kunnen we sneller reageren bij inzet. Veelzijdigheid is nodig, omdat de wereld om ons heen verandert. De nieuwe werkwijze bij de eenheden inbedden kost tijd. Het wordt een druk jaar met een aantal grote oefeningen in het kader van de NATO Response Force (NRF). Verder levert de KL een aanzienlijke bijdrage aan de Nuclear Security Summit 2014. Het organiseren van deze wereldtop is de grootste beveiligingsoperatie in Nederland ooit. Dan heb ik het nog niet eens over het stijgend aantal inzetten in het kader van militaire bijstand. Kortom naast het vieren van onze verjaardag, gaat het werk - meer dan ooit - door.

Komt de VN-operatie MINUSMA naar Mali op het juiste moment?
Mij wordt regelmatig gevraagd of ik blij ben. Ik vind ‘blij’ ongepast bij zoiets serieus als een missie. Het gaat altijd om een moeilijke afweging tussen belangen en risico’s en dat geldt ook voor Mali. We doen geen missies om maar op missie te gaan. Maar eerlijk is eerlijk, voor mijn gevoel waren we hier aan toe. Onze mensen willen graag op uitzending, die natuurlijke drive zit in ons. De periode na Uruzgan voelden voor sommige eenheden als een operationele pauze. Zoals de reservebank voor een voetballer. Dan ga ik niet ontkennen dat een nieuwe missie goed is voor het moraal. De landmacht levert een complete inlichtingenketen, van sensor in het veld tot en met de analist in de staf. Daarmee gaan we een cruciale bijdrage leveren aan de missie in Mali.

Tweehonderd jaar Koninklijke Landmacht. Vele missies, maar ook ingrijpende reorganisaties verder. Waar staan we nu?
22 jaar kleiner worden, heeft gigantisch veel impact. We zijn niet alleen het vet kwijtgeraakt, ook een aantal botten. Terwijl we waarschijnlijk nog nooit zo goed zijn geweest als nu. Op mijn werkbezoeken aan de eenheden kom ik van alles tegen. Iedereen heeft een persoonlijk verhaal. Ik hoor de trieste resultaten van jarenlang reorganiseren. Maar ik zie nog steeds de trots. Het vuur in die ogen, om er te staan als het moet. Daar heb ik geen jubileum voor nodig. Dat onvoorwaardelijke zit er gewoon.

(Landmacht, 29 december 2013)

Activiteiten in het kader van het 200-jarig jubileum:

9 januari 2014 Startdag 200-jarig jubileum Koninklijke Landmacht
29 maart Dag van de Grondwet
20-21 april 200 voor de toekomst
22 april Praten met Soldaten
23 april Landmachtdag 2014: De KL komt naar u toe!
12-23 mei Reliable Sword, belangrijke onderdelen oefeningen buiten militair oefenterrein
23 mei Laatste vriend van Napoleon (muziek en theater)
28 juni Nederlandse Veteranendag
15-19 juli Nijmeegse Vierdaagse
30 augustus Maastrichtse activiteiten
5 september Herdenking Market Garden
25 september Nationale Taptoe

29 oktober Slotsymposium 

In maart en oktober publieksconcerten 'De Mens Centraal'

(Bron: Landmacht)

donderdag 31 oktober 2013

Ook CDS bezorgd om gebrek vertrouwen militairen

Ik zit weliswaar in het Haagse maar ben wekelijks in het veld en in de missies om veel uit het onderzoek van de AMFP te herkennen. Dat geldt ook voor de minister. Sterker nog, ook periodiek eigen onderzoek laat zien dat vele collega’s weinig vertrouwen in de toekomst hebben. Ook leeft er een breed onbegrip voor de bezuinigingen. Ik begrijp dat als geen ander en het raakt mij diep. Ook ik heb al 22 jaar te maken met ingrijpende reorganisaties. Maar Nederland heeft nu eenmaal wel te maken met een zeer ernstige financiële crisis. De overheid moet tientallen miljarden bezuinigen. En ondanks het feit dat Defensie daarbij deze ronde wordt ontzien, raken die ons wel degelijk. Dat een deel van de pijnlijke maatregelen als gevolg van de recente begrotingsafspraken zijn teruggedraaid is daarbij positief te noemen.

Het is ook mijn taak, samen met de commandanten van de defensieonderdelen, om duidelijkheid te bieden en richting te geven aan onze organisatie zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van ons werk. Binnen de economische en politieke realiteit heb ik de minister geadviseerd in de gemaakte pijnlijke keuzes. Keuzes die helaas noodzakelijk waren en waarbij we de lat helaas lager hebben moeten leggen. Maar ook keuzes die balans bieden, die richting geven en die zeker stellen dat wij dat wat wij doen ook goed kunnen blijven doen. Daarmee ligt er een nieuw fundament dat nodig is om aan het vertrouwen te kunnen bouwen. Ik ben er van overtuigd dat dat met uw hulp gaat lukken. Van het aanbod van de AFMP om met ons in gesprek te gaan om het draagvlak en het vertrouwen te versterken maken we natuurlijk graag gebruik. Dat is een gedeeld belang.

(Commandant der Strijdkrachten, Facebook, 31 oktober 2013)

woensdag 30 oktober 2013

CDS: 'Be good and tell it'

Er is voor het eerst sinds lange tijd extra geld, aandacht en steun voor Defensie. Onomstotelijk goed nieuws te noemen!

Vorige week maakte onze minister bekend dat er vanaf 2015 structureel meer geld beschikbaar komt voor onze organisatie. Hierdoor kunnen we een aantal ingrijpende en pijnlijke maatregelen uit de nota ‘In het belang van Nederland’ geheel of gedeeltelijk terugdraaien.

Dat stemt mij hoopvol. En niet alleen mij! Op mijn Facebookpagina reageerden veel volgers enthousiast. Mindert Dusselaar meldde bijvoorbeeld kort maar krachtig: “Mooi, dat mag ook wel eens na 22 jaar bezuinigen op Defensie”. Jan Rabelink schreef: “Geweldig nieuws! Nederland wordt wakker.” Sommige volgers willen eerst zien én dan pas geloven. Zo schreef Leo Hollanders: “Laten we eerst maar eens een klein jaar afwachten.”

De weg die nu nog voor ons ligt, is het debat in en met de Tweede Kamer op 6 november en de begrotingsbehandeling in de week erna. Daarna weten pas we echt of we definitief met de nieuwe plannen aan de slag kunnen gaan.

Ik wil hoe dan ook met volle kracht vooruit. Mensen buiten Defensie beseffen in toenemende mate hoe ingrijpend de bezuinigingen op Defensie zijn geweest. Ook zien steeds meer mensen de waarde van Defensie voor de samenleving. Dat is positief. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij, één van de weinige diensten van de overheid die je niet kunt uitbesteden.

Defensie is echter ook een verzekering waarvoor we steeds minder premie zijn gaan betalen, nu nog maar iets meer dan 1% van ons bruto nationaal product. Daarmee zakken we onder het NAVO-gemiddelde. Nog steeds volop werk aan de winkel dus, voor iedereen. Waarom heeft Nederland een krijgsmacht nodig? Dát moeten we tonen. Maar dat is geen eenvoudige opgave. Wij rijden niet met loeiende sirenes door de straten en blussen geen branden in de buurten. Ons werk ligt vaak ver weg en gebeurt veelal achter de schermen.

Daarom moeten we erover vertellen, onze inzet op andere manieren laten zien. Als Defensie, als politiek en als samenleving. Er zijn voorbeelden te over. Met onze deelname aan zeventien missies helpen we dagelijks voorkomen dat landen afglijden naar een situatie van chaos en wetteloosheid. We voorkomen daarmee veel menselijk leed. We voorkomen tevens dat dit broeiplaatsen worden voor terrorisme en georganiseerde criminaliteit. En daarmee dienen we dus onze economie. Als handelsland zijn we nu eenmaal volledig afhankelijk van het buitenland, van stabiele afzetmarkten en open handelsroutes.

Ook nationaal zijn er veel voorbeelden te noemen van onze militaire inzet. Zo helpt een speciaal team van militairen de politie deze week bij het zoeken naar een lichaam van een vermiste Rotterdammer. Heel belangrijk voor de familie die al maanden in verschrikkelijke onzekerheid verkeert. Onze militair specialisten zijn hierin op hoog niveau getraind, vanwege onze buitenlandse missies.

Natuurlijk zeg ik dan ja tegen zo’n verzoek van de politie en zet ik daarvoor militaire eenheden in. Ik hoop van harte dat we de familie snel duidelijkheid kunnen bieden.

Tot slot probeer ik via Facebook ook de waarde van Defensie te laten zien. Ik sprak er begin deze maand nog over met dertig van mijn Facebookvolgers van binnen en buiten Defensie. Wat bleek: mijn posts zijn ‘likeable’ and ‘shareable’. Wie had dat gedacht toen ik begin dit jaar voor het eerst een Facebookprofiel aanmaakte.

Kortom: er is voor het eerst sinds lange tijd extra geld, aandacht en steun voor Defensie. Wat mij betreft daarom volle kracht vooruit: Laat onze daden voor zich blijven spreken en laat zien wat Nederland daaraan heeft.

Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten

(ministerie van Defensie, 30 oktober 2013)

facebook.com/Commandantderstrijdkrachten

maandag 28 oktober 2013

'De landmacht van morgen'

Luitenant-generaal Mart de Kruif

"Mannen en vrouwen, dienend in of verbonden aan de Koninklijke Landmacht. De laatste weken zijn jullie blootgesteld aan veel nieuws en geruchten over onze nabije toekomst. Ik weet uit ervaring dat de onzekerheid die hiermee gepaard gaat ongemakkelijk is. Daarom heb ik u beloofd op het net te komen om meer duidelijkheid te geven zodra dat mogelijk is. Dat is nu het geval.

Door steun uit de Tweede Kamer is de opgedragen bezuiniging kleiner geworden, waarvoor ik dankbaar ben. Maar de resterende bezuiniging is nog steeds zo ingrijpend dat ik, als uw Commandant, dit moment aangrijp om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Dit is het moment voor het CLAS om door te ontwikkelen. Ik heb daarom samen met mijn ondercommandanten een plan ontwikkeld dat binnenkort aan de Tweede Kamer ter goedkeuring wordt voorgelegd. Ik vind dat u er recht op heeft op hoofdlijnen over dit plan te worden geïnformeerd. Gewoon zoals we hebben afgesproken, eigenlijk. Mijn plan is gebaseerd op vier pijlers.

De eerste pijler is 'veelzijdigheid'. Als ik naar de omgeving kijk, dan is duidelijk dat de wereld om ons heen er zeker niet veiliger op wordt. Om daar het hoofd aan te bieden moeten we veelzijdig zijn. In sommige opzichten moeten we zelfs een beetje veelzijdiger worden, is mijn conclusie. Daarom gaan we de brigades allemaal uniek maken waardoor we meer flexibel zijn, sneller kunnen reageren en nog beter worden bij inzet.

De tweede pijler is dat we vol gas doorgaan met de samenwerking met onze internationale partners. We gaan niet alleen samen oefenen, maar ook integreren daar waar mogelijk. Dat is niet alleen de realiteit bij inzet, maar geeft ons ook toegang tot capaciteiten die we organiek niet meer hebben.

De derde pijler is dat we ons meer gaan focussen op potentiële inzetgebieden. Samen met de differentiatie van de brigades zal dat helpen het gat tussen OG en IG zo klein mogelijk te maken. Ook dat verhoogt onze inzetbaarheid.

De vierde pijler is dat we meer gaan testen en experimenteren. Hierdoor kunnen we meer en beter gebruik maken van kennis binnen en buiten de KL, de industrie en onze eigen ervaringen. Zo krijgen we niet alleen beter materieel, maar we moeten het ook sneller kunnen benutten.

Deze vier pijlers zijn en blijven in de toekomst gefundeerd op mensen. Onze militairen, burgers en families zijn onze kracht. Onze officieren zijn leiders, ons onderofficierkorps van wereldklasse, onze korporaals en soldaten klaar voor iedere missie, onze burgers onze enablers en de families onze kracht. Een geweldig potentieel, maar we kunnen er nog meer mee dan we nu doen. Meer en gerichte vorming gaat onze mensen beter maken, we kunnen vullen met nog meer kwaliteit en onze personeelszorg moet beter.

Wat gaan we dan precies doen?

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

Daarnaast hebben we de mogelijkheid een aantal knelpunten van vandaag te kunnen oplossen. Hierbij zal in ieder geval meer capaciteit gaan naar opleiding & training en personeelszorg. Niet veel, maar broodnodig.

Ik hoor u denken, 'mooie woorden, dit hebben we vaker gehoord'. Ik begrijp die reactie. Elke verandering, hoe noodzakelijk ook, heeft zijn prijs. We zetten twee bataljons CV90 op wiel. We gaan wéér reorganiseren. Er verandert weer veel. Toch neem ik deze maatregelen in de volle overtuiging dat we deze weg moeten gaan. Het is nodig, en niet alleen voor onszelf. Wij zijn een onmisbare hoeksteen voor de krijgsmacht. Simpel goed zijn is voor ons niet voldoende, beter worden is de kunst. Wij zijn dat altijd geweest en zullen dat altijd blijven, zolang we investeren in onszelf. Zodat Nederland op ons kan blijven rekenen.

Dit zijn de feiten, maar nog niet alle details. Veel moet nog worden uitgewerkt. Tot zo ver het 'hoe'. Binnenkort zal ik u persoonlijk komen uitleggen waarom ik hiertoe ben gekomen. Ook daar heeft u recht op."

(LGen Mart de Kruif, Facebook, 28 oktober 2013)

vrijdag 25 oktober 2013

De Karel Doorman komt toch in de vaart - minister Hennis

De Johan Willem Frisokazerne sluit niet, 45 Pantserinfanteriebataljon blijft behouden en het Joint Support Ship komt daadwerkelijk in dienst. Dat zijn enkele van de voorstellen die minister Hennis-Plasschaert vandaag doet in een brief aan de Tweede Kamer. De aanpassingen zijn mogelijk door een extra impuls van 115 miljoen euro uit het akkoord tussen de regering en een aantal oppositiepartijen.

Extra geld vrij voor Defensie
In de aanvullende brief op de nota ‘In het belang van Nederland’   schetst minister Hennis de gevolgen van de afspraken die het kabinet heeft gemaakt met Christen Unie, SGP en D66. “Deze bevatten voor ons goed nieuws. Daarvoor ben ik dankbaar. Voor het eerst sinds lange tijd komt extra geld vrij voor Defensie”. Bij   het begrotingsakkoord stond naast de politieke wens voor het behoud van regionale werkgelegenheid, het behoud van operationele capaciteiten en personeel voorop. “De begrotingsafspraken doen niet af aan de analyse en richtinggevende keuzes uit de nota ‘In het belang van Nederland. De extra middelen stellen mij wel in staat een aantal pijnlijke maatregelen te verzachten of terug te draaien”, zegt Hennis.

Regionale werkgelegenheid
Met het behoud van Assen en 45 Pantserinfanteriebataljon wordt één van de zwaarste ingrepen in de operationele capaciteit van de krijgsmacht teruggedraaid. Ook komt dit   de regionale werkgelegenheid ten goede. 45 Pantserinfanteriebataljon verhuist wel van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte, waardoor in Ermelo het zwaartepunt komt te liggen op opleidingen en geneeskundige eenheden terwijl in Havelte het grootste gedeelte van 43 Gemechaniseerde Brigade wordt geconcentreerd.

Gemotoriseerd
13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot wordt een gemotoriseerde brigade. Hierdoor bestaat de kern van de Koninklijke landmacht straks uit 3 capaciteiten. Daarmee kan   in alle inzetscenario’s een bijdrage worden geleverd: een luchtmobiele brigade, een gemechaniseerde brigade en een gemotoriseerde brigade.

Simulator
Ook wordt de komende jaren extra geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helikopter. Dit heeft direct en blijvend effect op de operationele beschikbaarheid van de CH-47. De maatregel om Vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een ‘Main Operating Base’ naar een kleinere ‘Deployable Operating Base’ komt te vervallen.

Karel Doorman
De Karel Doorman, het Joint Support Ship (JSS), komt toch in de vaart, in eerste instantie als bevoorradingsschip. Er blijkt internationale belangstelling te bestaan voor medegebruik van het schip. In Europees en NAVO-verband is er een tekort aan ondersteuningsschepen. Minister Hennis onderzoekt de mogelijkheid de Karel Doorman met andere landen te gebruiken. Het huidige bevoorradingsschip, Zr.Ms. Amsterdam, gaat na indienststelling van het JSS uit de vaart.

Minder banen weg
Door alle heroverwegingen neemt het eerder voorziene verlies van 2.400 arbeidsplaatsen af tot 1.000. De exacte personele gevolgen worden momenteel uitgewerkt.

De belangrijkste gevolgen op een rijtje:

- De Johan Willem Frisokazerne in Assen blijft open. 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel en de andere daar gevestigde eenheden verhuizen niet.

- 45 Pantserinfanteriebataljon verhuist van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte.

- 13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot gaat verder als 13 Gemotoriseerde Brigade. Een combinatie van andere wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz, Fennek en Boxer) vervangt de CV90. De helft van deze CV90´s (44) wordt afgestoten. De andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen. Dit levert een aanzienlijke structurele besparing op.

- De opzet van drie verschillende brigades – 1 gemechaniseerde, 1 gemotoriseerde en 1 luchtmobiel - biedt meer mogelijkheden voor samenwerking met België en Duitsland. De motorisering van een luchtmobiele bataljon is door deze aanpassing niet meer noodzakelijk.

- De maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een Main Operating Base naar een kleinere Deployable Operating Base vervalt. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid ter plekke en in de regio.

- Een simulator voor de Chinook-helikopter komt in gebruik om personeel op te leiden en gekwalificeerd te houden. Deze investering heeft een direct en structureel effect op de operationele beschikbaarheid van de Chinook. Dit komt ook de getraindheid en inzetbaarheid van andere eenheden ten goede.

- Het Joint Support Ship komt vooralsnog in dienst als bevoorrader en met een gereduceerde bemanning. Het huidige bevoorradingsschip Zr. Ms. Amsterdam gaat uit dienst en wordt afgestoten.

- De marinierscompagnie op Aruba blijft.

Het eerder voorziene verlies aan arbeidsplaatsen neemt met ongeveer 1.400 af, van 2.400 naar 1.000. Hoeveel medewerkers hierdoor extern bemiddeld moeten worden, is nog niet duidelijk maar de minister verwacht dat dit aanzienlijk minder is dan eerst gedacht.

Kamerbrief: Aanvulling op de nota ‘In het belang van Nederland’

(ministerie van Defensie, 25 oktober 2013)

woensdag 16 oktober 2013

CDS: defensie-uitgaven dalen naar 1% bbp

Lezing van de Commandant der Strijdkrachten, Generaal T.A. Middendorp, ter gelegenheid van de bijeenkomst van de Studenten Organisatie Groningen op 15 oktober 2013, te Groningen.



Tekst
Niet zo heel lang geleden was ik bij de moeder van Azdin Chadli op bezoek. Misschien zegt de naam jullie iets.

Sld 1 Azdin Chadli
Azdin Chadli is een soldaat die in 2009 in Uruzgan sneuvelde omdat een raket op ons kamp insloeg. Ik was toen commandant in Uruzgan. En ik zag het voor mijn ogen gebeuren. Ik kwam net de hoek omlopen en zag het inkomende vuur. Ik hoorde een enorme knal en de aarde schudde. Zelf had ik niets, maar ik zag wel direct de gewonden. De raket was ingeslagen op wat wij de ‘natte groep’ noemen, de douchecontainers.

Op dat moment stond iemand daar te douchen maar de raket ging door de container heen en kwam terecht op het gangpad ernaast. Daar stond een groep jongens. Ze werden vol getroffen. Een aantal van hen raakte gewond. Azdin Chadli sneuvelde. Hij was toen twintig jaar oud. Waarom vertel ik jullie dit?

Azdin Chadli was een jongen die opkwam voor anderen. Hij was een jongen die zich in wilde zetten voor vrede en veiligheid. Hij ging omdat de politiek de krijgsmacht de opdracht gaf, om te gaan. Azdin Chadli, was militair. En militair zijn, is iets bijzonders. Militairen zijn de zwaardmacht van de overheid. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij.

Wij zijn één van de weinige diensten die je niet kan uitbesteden. Want gelukkig is het in ons land zo geregeld dat niet iedereen met een geweer mag rondlopen, of in een bewapende F‐16 mag vliegen. De krijgsmacht, en alleen de krijgsmacht, mag in ons land zware wapens ter hand nemen en geweld toepassen.

Onze opdracht is ook heel helder vastgelegd in de Nederlandse Grondwet: Verdedig het Nederlands grondgebied, onze Nederlandse belangen en het grondgebied van onze bondgenoten. Draag bij aan de internationale rechtsorde en aan stabiliteit. En help politie, brandweer en steden, in Nederland en daarbuiten, als de nood aan de man is.

Deze opdracht vereist dat de militair een teamspeler is die het algemeen belang van een missie boven het eigenbelang stelt. Deze opdracht vereist ook dat militairen blindelings op elkaar moeten kunnen vertrouwen, want als de ‘going gets tough’ kan dat tot het verlies van mensenlevens leiden.

Voor sommigen van jullie klinkt dit misschien wat dramatisch en vergezocht. Maar dit is wel de militaire werkelijkheid. Dat mag niet onderschat worden. Zeker nu we zien dat de krijgsmacht meer dan ooit wordt ingezet voor een veelheid aan missies. Missies die allemaal onvoorspelbaar zijn, omdat de wereld om ons heen, onvoorspelbaar is.

Ik wil jullie een filmpje laten zien om dat te illustreren. [Animatiefilmpje ‐ “Don’t stop thinking about tomorrow” ‐ Strategische Verkenningen] Dit filmpje hoort bij de Strategische Verkenningen, een onderzoek uitgevoerd door de Nederlandse regering in 2010. Sommige ontwikkelingen zijn daarom achterhaald. Zo zijn we nu niet meer de 16e economie ter wereld, maar de 17e, en Osama Bin Laden is uitgeschakeld. Toch is het filmpje nog wel actueel.

We leven in een wereld waarin dreigingen niet gebonden zijn aan grenzen. In deze wereld kunnen hackers in het buitenland, door middel van een cyberaanval, ons elektriciteitsnetwerk platleggen. Dat betekent: Geen treinen, geen verlichting, geen telefoons, geen verkeerslichten, geen alarmsystemen.

Op straat geldt dan, in het ergste geval, het recht van de sterkste. In deze wereld kan ook een groot schip, met vloeibaar gas aan boord, gekaapt worden door terroristen. Het vaart dan misschien in hoog tempo richting de Rotterdamse haven. Als het tot een ontploffing komt, staan vele mensenlevens op het spel.

En in deze gemondialiseerde wereld, kunnen piraten voor de kust van Somalië, onze economie direct raken. Zij kapen onze handelsschepen die goederen vervoeren waar wij van afhankelijk zijn. Zoals voedsel, kleding en brandstof. Ze kapen ook schepen die spullen vervoeren die wij graag betaalbaar houden: zoals televisies, mobiele telefoons en computers. Dat betekent dat het leven voor ons hier stukken duurder wordt als we piraterij ver weg op zee, niet indammen.

Los nog van het menselijk leed dat wordt aangericht als opvarenden gegijzeld worden. In Nederland houden we de internationale ontwikkelingen daarom goed in de gaten. Dat moet wel. We zijn misschien een klein landje op die hele grote wereldkaart, maar we zijn wel een welvarend handelsland. Een land van exporteurs, investeerders en ondernemers.

Onze belangen liggen daarom een groot deel in het buitenland. Joseph Luns, diplomaat en minister van Buitenlandse Zaken, zei niet voor niets: “Het voordeel van een klein land is dat het relatief veel buitenland heeft”. In het buitenland verdienen we ons geld! Daarom staan we negende op de welvaartslijst. Daarom zijn we de 17e economie van de wereld, en de 8e exporteur ter wereld. Dat zijn hoge posities.

Maar als je zo hoog op de lijsten staat, en je profiteert van wat er in de wereld gebeurt, moet je ook je verantwoordelijkheid nemen. 3 Zo kijken andere landen ook naar ons. Zij vinden dat je dan moet bijdragen om problemen in de wereld op te lossen.

Maar hoe doe je dat? Hoe beschermen we onze belangen? Hoe handhaven we de internationale rechtsorde? Nederland kan natuurlijk diplomatieke en economische middelen inzetten. Maar soms is dat niet voldoende. Dan moet je als land je woorden kracht bij zetten, een stok achter de deur hebben.

Zoals president Roosevelt al zei: “Speak softly and carry a big stick…, you will go far”. Een land kon volgens Roosevelt alleen diplomatiek succesvol zijn als het ook over militaire macht beschikt, de ‘big stick’. Want dan heb je altijd nog een troef achter de hand voor het geval het mis gaat. En vriend en vijand weten dat…

Wij, de krijgsmacht, zijn die troef voor ons land, wij zijn die stok achter de deur. De krijgsmacht kan onze handelsroutes en onze koopvaardij beschermen. De krijgsmacht kan bijdragen aan stabiliteit in instabiele regio’s. En de krijgsmacht kan andere landen helpen om hun politie‐ en veiligheidsdiensten op te bouwen. Zodat de bewoners van dat land bescherming krijgen, en zelf een toekomst op kunnen bouwen.

‘Wanneer’ we op missie gaan en ‘waar’, daar beslist de krijgsmacht niet over. Dat is aan de politiek. Maar ik adviseer onze minister wel, en waar nodig het hele kabinet. Iedere ochtend om tien uur ’s ochtends praat ik onze minister bij.

Ook op internationaal niveau wordt veel overleg gevoerd. Zo ga ik minimaal drie keer per jaar naar het NAVO‐hoofdkwartier in Brussel. Daar komen alle 28 NAVO‐defensiebazen, of hun afgevaardigden, bijeen. We discussiëren, overleggen en handelen naar aanleiding van militair belangrijke zaken. Alle huidige missies lopen we af.

Ook internationale samenwerking staat op onze agenda. Dat is absoluut een gebied waar we verdere stappen in kunnen én moeten maken. Zeker nu in veel landen wordt bezuinigd op de krijgsmacht. Wij kunnen geen missies uitvoeren zonder partners.

Voor specifieke capaciteiten zijn we van elkaar afhankelijk. Nederland heeft geen satellieten, Nederland heeft geen tanks, Nederland heeft geen patrouillevliegtuigen. Maar Nederland heeft wel raketverdedigingssystemen, dat zijn de Patriots die nu in Turkije aan de grens van Syrië staan.

Per missie wordt er dan ook gekeken naar wie wat kan leveren. Een belangrijk aspect hierbij is de evenredigheid van de militaire bijdrage. Het moet voor alle betrokken partijen aantrekkelijk zijn om samen te werken. We kunnen niet zeggen: Nederland doet dit of dat niet meer, en rekent daarvoor dan op Europa via internationale samenwerking.

Het is niet alleen maar nemen, maar ook geven. In het NAVO‐hoofdkwartier kijken we daarom naar: “Hoe kunnen we nog beter samenwerken?”… …“Hoe kunnen we taken en capaciteiten verdelen?” “Hoe kunnen we onze eigen landen en het NAVO‐grondgebied blijven beschermen?” Wat in Brussel besproken wordt, wordt ook weer in eigen land teruggekoppeld.

Dat doen we bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse bijeenkomst van de Stuurgroep Militaire Operaties. Hoge ambtenaren van Defensie, Buitenlandse Zaken, Algemene Zaken, Veiligheid en Justitie en Ontwikkelingssamenwerking komen dan bijeen, en bespreken de actuele crisis in de wereld. De ene week bespreken we dat bij Defensie, de andere week bij Buitenlandse Zaken. Zo is niemand de baas.

Samen kijken we naar actuele dreigingen en gaan na: ‘Wat staat er op het spel voor Nederland?’ ‘Hoe moeten we reageren?’ ‘Wat voor rol kunnen we spelen?’ Omdat we dit wekelijks doen, waarborgen we dat we geïntegreerd naar problemen blijven kijken. Als de regering meent dat het een nationaal belang is om internationaal op te treden komen militairen in actie.

Ik wil jullie graag een kort filmpje laten zien waarin onze grondwettelijke taken aan bod komen, om meteen enkele missies te tonen.

Ook krijgen jullie zo een korte impressie van wat wij doen aan de veiligheid in eigen land. Want eenderde van mijn mensen houdt zich bezig met nationale taken! Dat weten niet veel mensen. Jullie zagen onze politie‐trainingsmissie in Kunduz net voorbijkomen. Deze is inmiddels ten einde. En ik kan jullie vertellen, het was geen eenvoudige missie.

Missies zijn lastige politieke besluiten, maar eenmaal genomen is het wel van belang achter de mensen te staan die de missie uitvoeren. Bovendien is het belangrijk het waarom van de missie voor ogen te houden: Afghanistan mag nooit meer een broeinest van terrorisme worden zoals het was voor 2001.

We hebben zeker niet alles opgelost, maar we hebben de Afghanen een kickstart gegeven een goede kans om niet terug te vallen in chaos en onderdrukking. De Afghaanse mensen hebben geproefd van democratie, van scholing en van ontwikkeling. Deze mensen willen niet terug naar het verleden, ze willen vooruit!

Neem Afghanistan 1400, één van de meest actieve politieke jongerengroeperingen van het land. Honderden Afghaanse jongeren met verschillende etniciteit hebben zich in deze groep verenigd. Zij willen dat meer jongeren deel gaan nemen aan de politieke, sociale en economische ontwikkeling van Afghanistan. Hun motto? `Ons land, onze verantwoordelijkheid!´. Dat stemt mij hoopvol.

Natuurlijk is er nog een lange weg te gaan. Veiligheid en ontwikkeling realiseer je niet in een paar jaar. Daarom laten we Afghanistan ook niet in de steek. Zowel in Afghanistan als elders in de wereld waar het niet veilig en stabiel is, blijven wij ons inzetten voor vrede en veiligheid.

Zo zijn onze militairen op dit moment actief op zeventien plaatsen in de wereld. Van de Golf van Aden tot Kosovo, en van Bahrein tot Burundi. Dit zijn niet alleen vechtmissies. Integendeel. Het zijn ook stabilisatiemissies en preventiemissies. Waarbij we andere landen lokaal helpen op eigen benen te staan. Want met alleen militaire kracht neem je niet zomaar de voedingsbodem weg voor conflicten.

Daarom hanteren we bij ons buitenlands beleid een geïntegreerde benadering van veiligheidsproblemen, de Comprehensive Approach. Daarin komt ook de zogenoemde 3D‐benadering aan bod. Hierin staan Diplomatie, Defensie en wederopbouw (Development) centraal. Jullie hebben er vast over gehoord of gelezen.

De 3D‐benadering vereist dat je dieper doordenkt over vragen als: “Waarom krijgt de Taliban voet aan de grond in een Afghaanse regio?” “Wat zijn de oorzaken van de spanningen”. “Hoe lopen de lijntjes in dit dorp, wat zijn de familierelaties, wie heeft de informele macht?” Het is goed om zulke vragen te stellen en de antwoorden te hebben voordat je ingrijpt.

Ik zal jullie een voorbeeld geven. Onze militairen hebben zich in 2007 ingezet in Chora, een district in Afghanistan. Daar hebben we heel intensief gevochten. Het was voor Nederland de grootste gevechtsoperatie sinds decennia. De gevechten hebben we gewonnen.

Maar het winnen van de slag bood geen garantie voor het veiliger maken van het gebied. Het probleem werd pas opgelost toen we achter de dieperliggende oorzaak van de spanningen kwamen: water. De verdeling van schaars water was de bron van vele lokale spanningen. En het bood de Taliban de gelegenheid voet aan de grond te krijgen. Een speciaal team van militairen en deskundigen van Buitenlandse Zaken bemiddelen daarom in een oplossing. Waterputten werden geslagen en het water werd verdeeld zodat iedereen tevreden was.

Anderhalf jaar later kon ik, met minimale bescherming, samen met onze huidige koning door de hoofdstraat van Chora wandelen. Zo stabiel was de situatie daar geworden! Militairen moeten dus vechten en winnen waar nodig. Maar het gaat vooral om het creëren van situaties die toekomst hebben. Winnen zonder strijd als het kan. Dáár draait het om.

De Chinese filosoof Sun Tzu schreef het 2500 jaar geleden al. Zijn boek The Art of War, de kunst van het oorlogvoeren, heeft mij altijd geïntrigeerd en ik kan het jullie allemaal aanraden. Dit boek laat zien dat ons werk om meer gaat dan het uitvoeren van handboeken en doctrines. Maar ik wil het niet mooier maken dan het is.

Het militaire vak is geen walk in the park. Mijn militairen kunnen allemaal voor duivelse dilemma´s komen te staan. Want het is niet altijd een keuze tussen goed of fout. En het effect van de keuze die je als militair maakt, is niet altijd voorspelbaar. Militairen hebben ook niet altijd de tijd om daar langdurig over na te denken. En soms moeten zij kiezen tussen kwaad of erger.

In zo’n geval moet je op jezelf willen én kunnen vertrouwen. Dicht bij jezelf blijven om een goede beslissing te nemen. En durven te vertrouwen op het ethische kompas dat je tijdens de militaire opleiding hebt ontwikkeld. Neem onze militairen van de marechaussee, die in Zuid‐Soedan voor een VN‐missie assisteren bij het ontwikkelen van een eigen goed werkende politie. Deze militairen hebben de opdracht zich niet te bemoeien met lokale aangelegenheden.

Maar op een dag kwam een vrouwelijke opperwachtmeester bij de politiepost. Zij trof in een cel mannen en vrouwen aan, waaronder een moeder met een pasgeboren kind. In dezelfde cel zat ook de vermoedelijke verkrachter van de moeder. In Soedan was het namelijk gebruikelijk om het bewijs van één zaak bij elkaar te houden, dus mensen die bij één zaak betrokken zijn worden in dezelfde cel gezet.

Maar de moeder was opgesloten zonder procedure, en zonder juridische bijstand. Ook was er geen deken, geen muskietennet en geen eten voor de baby. Daar werd niet in voorzien, want in Soedan is het gebruikelijk dat de familie daar voor zorgt. Maar wat doe je als de familie op twee dagen loopafstand woont? In dit geval kwam de familie daarom niet opdagen. Het raakte de opperwachtmeester van de marechaussee.

Dit is wat zij zei, en ik citeer nu uit het interview dat zij had met Michelle Schut die momenteel op dit onderwerp promoveert: “Van binnen kook je, maar van buiten reageer ik heel neutraal”. “Daar heb ik wel slapeloze nachten van.” “Je denkt verdorie, dat kan toch niet.”

De militair wist dat als zij actie ondernam dit op gespannen voet zou staan met de militaire opdracht en met haar mandaat. Zij mocht zich niet bemoeien met de lokale aangelegenheden. Maar moet je dan als mens lijdzaam toekijken? Het zijn keuzes waar iedere militair voor kan komen te staan.

En als dat gebeurt moet je zelf een afweging kunnen maken. Je moet op jezelf willen, en kunnen vertrouwen. Dicht bij jezelf blijven om een goede beslissing te maken. De opperwachtmeester besloot om de dialoog met de Soedanese politie aan te gaan. Ze vroeg hoe het kan dat mannen en vrouwen in één cel zitten.

Ook probeerde ze het terug te koppelen naar hun eigen cultuur. “Jullie zijn moslim, jullie bidden toch ook apart?”, vroeg ze hen. “Waarom dan wel mannen en vrouwen in één cel zetten?”. Tot slot klopte de militair nog aan bij de Verenigde Naties. Een juridisch adviseur van de VN heeft er toen werk van gemaakt. Uiteindelijk werd de Soedanese vrouw vrijgelaten.

Twee jaar later kwam de opperwachtmeester nog eens terug bij de politiepost tijdens haar tweede uitzending. Enthousiast werd ze door de Soedanezen meegenomen. Ze lieten haar zien dat ze cellen erbij hadden gebouwd. Er was nu een aparte cel voor mannen, vrouwen, kinderen én beesten. Zo kan het dus ook.

En hieruit blijkt dat een situatie soms niet vastligt in voorschriften, in handboeken of eerdere ervaringen. In dat geval moet een militair vertrouwen op het morele besef. Wat voelt goed? Wat vind ik op dat moment het belangrijkste? En wat kan ik verantwoorden?

De opperwachtmeester vertrouwde op haar morele besef. Zij bleef dicht bij zichzelf en handelde naar eer en geweten. Maar zij bleef ook het lokale perspectief en haar mandaat voor ogen houden. Jullie horen het al, er komt veel kijken bij ‘militair zijn’.

We stellen daarom ook hoge eisen aan onze militaire leiders. Ik heb officieren, nodig die zowel leider, krijger als diplomaat kunnen zijn. Ik heb officieren nodig met creatief vermogen, academische denkniveau, ‘cultural awareness’, sociale vaardigheden en het bestuurlijk en operationeel lef om de huidige complexiteit aan te kunnen.

Een jonge luitenant van 23 jaar oud moet leiding kunnen geven aan een peloton van 40 korporaals en soldaten. En hij of zij moet tegelijkertijd de lokale complexiteit begrijpen en daarmee om kunnen gaan, snel kunnen schakelen, ook in de meest gevaarlijke omstandigheden en zich realiseren dat alles wat je doet, onder een vergrootglas kan komen te liggen.

Ik zal een voorbeeld geven. In Afghanistan hebben we een keer een huis doorzocht met een hond die drugs of explosieven op kan sporen. Eén van de Afghanen in het huis dacht dat de hond aan de Koran had gesnuffeld. Het leidde tot heftige emoties. Binnen een paar uur belde president Karzai naar de gouverneur van de provincie en vroeg: “Wat is er in Uruzgan aan de hand?”.

Het had weinig gescheeld of het had de internationale pers gehaald. Zo zie je maar, hoe een ogenschijnlijk klein incident een hele missie op zijn kop kan zetten. Daar moet je als militair leider op voorbereid zijn. En daar moet je mee om kunnen gaan. En nu werken onze jongens en meiden ook nog eens voor een organisatie waar ingrijpende maatregelen worden genomen.

Er is in 2011 een miljard bezuinigd op Defensie. En ook nu gaan we voor een kleine 350 miljoen ombuigen. In 2009 werd nog 8.6 miljard euro aan Defensie uitgegeven. Dit jaar kwam dat bedrag uit op 7.2 miljard. Dat zien jullie ook op de afbeelding achter mij. Dat kleine koffertje rechts is Defensie.. Maar je kunt niet blijven kaasschaven, wat we nu al 22 jaar hebben gedaan.

Ik heb de minister de strategische keuzes voorgelegd. Dat betekent dat we minder missies kunnen doen, en die ook minder lang kunnen volhouden. Maar ik heb geen keuzes gemaakt in het soort conflict waarvoor je de krijgsmacht kunt inzetten. En dat eenvoudigweg omdat we niet weten welke conflicten de belangen van Nederland zullen schaden, of waar de belangen van Nederland gediend worden.

De dreiging is breed, zoals ik al eerder zei, en als krijgsmacht moeten we overal op voorbereid zijn. Daarnaast doe ik geen concessies aan kwaliteit. Ik stuur mensen naar crisisgebieden. En ik accepteer niet dat hun leven gevaar loopt, omdat wij hebben beknibbeld op training, materieel en middelen.

Wat we doen, moeten we goed kunnen doen. Dat betekent uiteindelijk dat de krijgsmacht nog maar één grote missie kan uitvoeren op zee, op land en in de lucht – naast onze wettelijke taken.

Als Nederlandse samenleving betalen we straks slechts één procent, van wat we allemaal verdienen, aan Defensie. Eén procent wordt uitgegeven aan de veiligheidspolis van ons land. Tegen de beeldvorming dat wij zo duur zijn heb ik me altijd verzet. Veiligheid en vrijheid zijn niet gratis. Dat mogen we niet vergeten.

(ministerie van Defensie, 16 oktober 2013)

dinsdag 1 oktober 2013

Weblog Commandant der Strijdkrachten: 'Rode lijn'

De nota over de toekomst van de krijgsmacht heeft tot veel heftige reacties geleid. In de media maar ook binnen onze eigen organisatie. Veel Defensiemedewerkers zijn bezorgd. Begrijpelijk, want hoe uitlegbaar de keuzes ook zijn, het blijven ingrijpende maatregelen en het blijft een bittere pil die erin hakt.

Deze week ben ik samen met de minister, buiten het oog van de camera’s, op bezoek bij de zwaarst getroffen eenheden en locaties, zoals de generaal-majoor Spoorkazerne in Ermelo, de vliegbasis Leeuwarden en de Van Ghentkazerne in Rotterdam. Andere locaties volgen.

Gevoelens van trots en pijn overheersen. Trots op het werk, op de eenheid en op de wapenfeiten. Pijn omdat mensen helemaal niet weg willen bij Defensie, zij willen dit niet afbreken en zien dat die krijgsmacht keihard nodig blijft. “Generaal, wij zijn en blijven militair. Wij incasseren ook deze tegenslag en brengen de eenheid met rechte rug naar de eindstreep. Dat heeft de eenheid verdiend.” Ga er maar aan staan.

Het raakt ook mij diep. Je stopt niet je ziel en zaligheid in dit werk om het vervolgens af te breken. Ik had dan ook liever ander nieuws gebracht. Maar, het is aan de politiek om namens de maatschappij te beslissen wat ze met onze krijgsmacht wil, en hoeveel budget ze er voor over heeft. Als Commandant der Strijdkrachten sta ik voor de krijgsmacht en heb ik een rode lijn getrokken. Ik doe geen concessies aan kwaliteit. Ik stuur mensen naar crisisgebieden en ik accepteer niet dat hun leven gevaar loopt omdat wij hebben beknibbeld op training, materieel en middelen. Wat we doen, moeten we goed kunnen doen.

Dit uitgangspunt, gecombineerd met de financiële realiteit in Nederland, heeft geleid tot de gerichte ingrepen die ik samen met de operationele commandanten zorgvuldig heb voorbereid. Samen hebben we de tering naar de nering gezet. We hebben het ambitieniveau bijgesteld. Geen twee missies meer tegelijkertijd, maar slechts één missie – naast de wettelijke taken- op land, op zee en in de lucht. Geen kaasschaaf dus, maar gerichte ingrepen om ambities, taken en middelen in een nieuwe balans te brengen.

Het klinkt misschien raar, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat er voor het eerst sinds meer dan twintig jaar niet gericht wordt bezuinigd op Defensie. Helaas betekent dat niet dat Defensie niet geraakt wordt. De algemene kortingen, zoals de verhoging van de BTW, raken ons ook. En we moesten structureel geld vrijmaken voor onze geoefendheid en inzetbaarheid. Ik heb geen behoefte aan lege hulzen.

Toch heb ik het gevoel dat we met Defensie dicht tegen een keerpunt aanzitten. Wij moeten ons verhaal blijven vertellen, maar ik zie gelukkig dat anderen dat ook steeds meer doen. Toch mag er van mij nog wel een flinke schep bovenop. Steeds meer mensen zien dat de bodem bij Defensie bereikt is. Dit merk ik bij de vele mensen die ik spreek maar zie ik ook in de media. Dit blog is daar een goed voorbeeld van. Ik doe dat zelf ook.

Ik blijf vechten voor de krijgsmacht en ik daag iedereen uit om met mij mee te doen.

(Facebookpagina Generaal Tom Middendorp, 1 oktober 2013)

woensdag 25 september 2013

Personele consequenties 'In het belang van Nederland'

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 17 september 2013
Betreft Personele consequenties als gevolg van de nota over de toekomst van de krijgsmacht

Heden heb ik u de nota In het belang van Nederland over de toekomst van de krijgsmacht toegezonden. Met deze brief informeer ik u over de personele consequenties van deze nota. Ook doe ik de toezeggingen gestand uit het wetgevingsoverleg Personeel van 3 december 2012 en het algemeen overleg Personeel van 16 april jl. om de Kamer inzicht te bieden in de uitstroom van personeel als gevolg van de reorganisaties. Voorts ga ik in deze brief in op de gevolgen van de nota, zoals toegezegd tijdens het wetgevingsoverleg op 19 juni jl. over de Slotwet en het Jaarverslag 2012.

Stand van zaken reorganisaties Beleidsnota 2011
Met de beleidsbrief van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) is een grootscheepse reorganisatie van Defensie in gang gezet. In 2013 wordt 85 procent van de nieuwe organisaties operationeel, waaronder het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Koninklijke Marechaussee, de Defensie Materieel Organisatie, de staven, het Joint IV Commando (JIVC), de Divisie Personeel & Organisatie Defensie (DPOD) fase 1 en het Financieel Administratie en Beheerkantoor. Een klein aantal reorganisaties bij het Commando Landstrijdkrachten, het Commando DienstenCentra en de Bestuursstaf lopen langer door. De doorontwikkeling van de DPOD (fase 2) wordt in 2016 voltooid.

De nota In het belang van Nederland
Ook de nota In het belang van Nederland bevat maatregelen. Deze worden de komende tijd door de defensieonderdelen nader uitgewerkt. Zoals gemeld in de Ontwerpbegroting 2014 zullen nieuwe reorganisatietrajecten zoveel mogelijk aansluiten op lopende trajecten die volgens de huidige planning zullen worden voltooid. Knelpunten zal ik oplossen, waar nodig in samenspraak met de centrales van overheidspersoneel respectievelijk de medezeggenschap. De zorgvuldigheid van het eerder met deze partijen overeengekomen reorganisatieproces staat voorop.

Personele consequenties
Als gevolg van de beleidsbrief 2011 verdwijnen bij Defensie ongeveer 12.000 arbeidsplaatsen. Mijn ambtsvoorganger heeft u gemeld te verwachten dat als gevolg hiervan ongeveer 6.000 medewerkers extern bemiddeld moeten worden. In de afgelopen periode is duidelijk geworden dat door een lagere instroom, een hogere irreguliere uitstroom en een actief loopbaanmanagement, de overtolligheid lager uitvalt. De verwachting is nu dat ongeveer 1.750 mensen naar werk buiten Defensie moeten worden begeleid.

Het pakket aan maatregelen in de nota over de toekomst van de krijgsmacht leidt tot een vermindering van ongeveer 2.400 arbeidsplaatsen. De exacte personele consequenties moeten blijken uit de uitwerking van de maatregelen door de lijnverantwoordelijken. Defensie houdt er nu rekening mee dat tussen de 700 en 900 medewerkers extern bemiddeld moeten worden.

Defensie zal zich tot het uiterste inspannen om de medewerkers voor wie er geen functie meer is naar passend werk buiten Defensie te bemiddelen. Op reorganisaties als gevolg van de nota, die voor 1 januari 2016 starten, zal het Sociaal Beleidskader 2012 van toepassing blijven.

Ik realiseer me dat de nota In het belang van Nederland opnieuw ingrijpend is. Ik zal u op de hoogte houden van de personele situatie en het verloop van de reorganisaties in de halfjaarlijkse personeelsrapportage. Dit is in overeenstemming met de toezeggingen in de brief van 14 februari jl. over het beheer bij Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 116) en de brief van 30 augustus jl. met daarin een overzicht van toegezegde rapportages (eigen kenmerk 2013026148).

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 18 september 2013)

woensdag 18 september 2013

Toespraak minister Hennis-Plasschaert over toekomst Defensie

 


Tekst toespraak:

Mannen en vrouwen van Defensie,

Vandaag heb ik, namens het kabinet, de nota over de toekomst van de krijgsmacht naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze nota geven we de strategische richting aan voor een toekomstbestendige krijgsmacht.

We maken ook keuzes. Keuzes die de opmaat zijn naar vernieuwing en innovatie. Keuzes om de financiële huishouding van Defensie op orde brengen. Keuzes die een einde maken aan jarenlange discussies.

U kent als geen ander de waarde van de krijgsmacht. Velen van u hebben meerdere uitzendingen gedraaid. Zich staande gehouden op het gevechtsveld. U hebt het gediend. In het belang van Nederland, in het belang van de internationale rechtsorde. En met u zeg ik: Defensie is geen luxe, maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart.

We weten allemaal, dat de financieel-economische problemen van ons land nog niet zijn opgelost. En hoewel er geen nieuwe gerichte bezuinigingen op Defensie zijn, worden we toch geraakt. Voor een deel is dat het gevolg van maatregelen waar iedereen, de hele overheid en dus ook Defensie, last van heeft. Maar het komt ook omdat ons eigen huishoudboekje niet op orde was. Kortom: ook de interne financiële tegenvallers, waarover ik al voor de zomer sprak, hebben we in deze nota moeten opvangen. Dit alles betekent dat we maatregelen hebben getroffen voor een bedrag van 348 miljoen euro.

In het belang van Nederland kiezen we voor een krijgsmacht die op alle geweldsniveaus kan opereren. Er is immers niet zoiets als een standaardrecept voor militaire inzet. Wel zal die inzet minder langdurig zijn. We kiezen nadrukkelijk voor samenwerken op alle niveaus. We kiezen voor investeren in vernieuwing. En ja, ook nemen we het noodzakelijke besluit voor de opvolging van de F-16. De F-35 is het toestel dat de meeste militaire mogelijkheden biedt. En ook voor onze vliegers het meest veilige toestel is. Deze aanschaf gaat niet ten koste van de andere krijgsmachtdelen.

Ik realiseer me heel goed dat de nota opnieuw ingrijpende maatregelen bevat. Opnieuw leveren we arbeidsplaatsen in. Opnieuw zetten we eenheden stil, stoten we materieel af en sluiten we kazernes. En dat gaat ook mij aan het hart. Aanvullende keuzes waren echter onontkoombaar. Maar let wel: alleen door nu richting te kiezen kunnen we inzetten op een krijgsmacht die ook in de toekomst militair relevant is. Een krijgsmacht die financieel op orde is.

Collega’s, na twee decennia van reorganisaties en hervormingen wordt het echt hoog tijd om weer vooruit te kunnen kijken. De herwaardering van Defensie door politiek en samenleving zal er de komende jaren toe doen. En dat is dan ook broodnodig. Want vrijheid en veiligheid, het is niet vanzelfsprekend. Het vereist permanente inspanning en een besef van een waarde van Defensie in de samenleving en in de politiek. In zal hier de komende jaren voor knokken. In het belang van u, in het belang van Defensie, in het belang van Nederland.

CDS Generaal Middendorp: bezuinigingen op Defensie zijn te verdedigen maar wel 'zuur'

Audio: Interview Generaal Middendorp met Wilco Boom, Radio 1 Journaal, 18 september 2013


Generaal Tom Middendorp,
Commandant der Strijdkrachten

dinsdag 17 september 2013

Blog minister Hennis: ‘In het belang van Nederland’

Vandaag heb ik, namens het kabinet, de nota over de toekomst van de krijgsmacht naar de Tweede Kamer gestuurd.

In deze nota, ‘In het belang van Nederland’, geven we de strategische richting aan voor een toekomstbestendige krijgsmacht. We maken keuzes. Keuzes die de opmaat zijn naar vernieuwing en innovatie. Keuzes om de financiële huishouding van Defensie op orde te brengen. Keuzes die een einde maken aan soms jarenlange discussies.

Van nieuwe, gerichte bezuinigingen op Defensie is geen sprake. Toch worden we geraakt. Voor een deel is dat het gevolg van maatregelen waar iedereen, de hele overheid en dus ook Defensie, last van heeft. De financieel-economische problemen van ons land zijn immers nog niet opgelost. Maar het komt ook omdat ons eigen huishoudboekje niet op orde was. Kortom: ook de interne financiële tegenvallers, waarover ik al voor de zomer sprak, hebben we in deze nota moeten opvangen. Dit alles betekent dat we maatregelen hebben getroffen voor een bedrag van 348 miljoen euro.

Collega's,
We kiezen voor een krijgsmacht die op alle geweldsniveaus kan opereren. Er is immers niet zoiets als een standaard recept voor militaire inzet. Wel zal de inzet minder langdurig zijn. We kiezen nadrukkelijk voor samenwerken, nationaal en internationaal. We kiezen voor investeren in vernieuwing. En ja, ook nemen we
het noodzakelijke besluit over de opvolging van de F-16. De F-35 is het toestel dat de meeste militaire mogelijkheden biedt en voor onze vliegers ook het meest veilige toestel is. Deze aanschaf gaat niet ten koste van de andere krijgsmachtdelen.

Ik realiseer me heel goed dat de nota opnieuw ingrijpende maatregelen bevat. Opnieuw leveren we arbeidsplaatsen in, zetten we eenheden stil, stoten we materieel af en sluiten we kazernes. Dat gaat ook mij zeer aan het hart.

Aanvullende keuzes waren echter onontkoombaar. Maar let wel, door nu richting te kiezen, kunnen we inzetten op een krijgsmacht die ook in de toekomst militair relevant is, een krijgsmacht die financieel op orde is.

Uw zorgen hierover, begrijp ik maar al te goed. Juist omdat het na 20 jaar van reorganiseren en hervormen, hoog tijd wordt om weer vooruit te kunnen kijken.

De herwaardering van Defensie door politiek en samenleving zal er de komende jaren toe doen. En dat is dan ook broodnodig. Vrijheid en veiligheid. Het is immers niet vanzelfsprekend. Het vereist permanente inspanning en een besef van de waarde van Defensie. In de samenleving. En in de politiek.

Ik heb het al eerder gezegd, en zeg het nu weer: Defensie is geen luxe maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart. U weet dat als geen ander.

Ik zal er de komende jaren voor knokken.
In het belang van u,
In het belang van Defensie,
In het belang van Nederland.

Minister van Defensie
Jeanine Hennis-Plasschaert
17 september 2013

(ministerie van Defensie, 17 september 2013)

dinsdag 10 september 2013

GOV|MHB: 'Jeanine, het is vijf voor twaalf'

OPINIE HARM DE JONGE   Zonder duidelijk perspectief zullen militairen het vertrouwen in de politieke leiding verder verliezen, waarschuwt Harm de Jonge

Wrang is dat we nu opnieuw gaan meemaken dat schepen en wapensystemen verkocht gaan worden en dat eenheden opgeheven zullen worden

De minister van defensie heeft een steeds groter wordend probleem. Toen ze eind 2012 aantrad had Defensie een onafgebroken periode van 22 jaar van bezuinigen achter de rug: élk jaar minder te besteden. Haar voorganger minister Hans Hillen had in het eerste kabinet-Rutte aangegeven dat "Defensie door het ijs is gezakt" en dat het klaar moest zijn met bezuinigingen op Defensie. Het personeel ziet met lede ogen aan dat elke nieuwe kaalslag, in 2011 maar liefst 1 miljard, wordt verkocht als een verbetering. Van hen wordt iedere keer verwacht zichzelf weg te cijferen en met de veel geroemde can do-mentaliteit hetzelfde werk te blijven doen met veel minder mensen. Zo langzamerhand een volkomen onwerkbare situatie.

De minister weet dus dat het defensiepersoneel, waarvoor zij telkenmale zegt zo'n bewondering te hebben, geen vertrouwen meer heeft in de (politieke) leiding van haar departement. Wanneer wij ons verder realiseren dat de opdrachten die militairen krijgen bijna altijd het optreden in buitengewone omstandigheden betreffen, waarbij - anders dan bij overige overheidsdiensten - bij militairen de opdracht boven de eigen veiligheid gaat, dan is vertrouwen in de politieke en militaire leiding van levensbelang.

De minister als politiek leider van het departement moet dan natuurlijk wel investeren in die vertrouwensband met haar personeel. Dat deed zij wel bij haar aantreden toen ze meldde dat het nu uit moest zijn met het snijden in de operationele eenheden. Wrang is dus dat we nu kennelijk opnieuw gaan meemaken dat schepen en wapensystemen verkocht gaan worden en dat eenheden opgeheven zullen worden.

Gebrek aan visie
Natuurlijk konden we dit zien aankomen. Immers, de minister meldde al in mei van dit jaar dat, boven op de 1 miljard uit 2011, nu een verdere 330 miljoen moest worden ingeleverd. En dan hoef je geen strategische tijger te zijn om te beseffen dat die reducties, binnen de reeds uitgemergelde krijgsmacht, eenvoudig kunnen worden ingekopt door operationele eenheden op te heffen en het personeel te laten afvloeien. Voor dit laatste hoeft ze niet eens haar best te doen, het personeel houdt het voor gezien en loopt vanzelf weg.

De wijze waarop invulling gegeven wordt aan de bezuinigingen getuigt niet van een visie. Het is gewoon strepen tot de boekhouder tevreden is gesteld zonder je al te veel af te vragen in hoeverre je nu nog de gewenste samenhang in je krijgsmacht overeind kan houden. Er zijn meer en andere creatieve oplossingen te bedenken, maar die zijn kennelijk niet aan de minister vanuit haar staf aangereikt. Wat blijkt nu verder uit die voorgenomen maatregelen? Niet alleen een gloednieuw peperduur marineschip, de Zr. Ms. Karel Doorman, waar grote en eerder politiek geaccordeerde behoefte aan is, wordt verkocht, maar bij de Koninklijke Landmacht worden kennelijk ook gloednieuwe pantservoertuigen CV90 in de verkoop gedaan. Ook deze zijn bijna afgeleverd, maar kunnen nu onmiddellijk in de verkoop voor een fractie van de koopwaarde.

Stip op de horizon
Het op deze wijze van de hand doen van systemen, en dus het laten verdampen van overheidsgeld, laat zien dat opeenvolgende kabinetten Defensie als een bezuinigingspost hebben beschouwd. Er is geen visie en de politiek heeft klaarblijkelijk geen idee waar het met de krijgsmacht naar toe wil. Het personeel roept al jaren om een richting. Sinds maandagavond mag dit binnen VVD-kringen geen visie meer worden genoemd, wat de minister van defensie er niet van zou moeten weerhouden om haar personeel te vertellen waar zij nu eigenlijk naar toe wil. En dat moet dan méér dan louter boekhouden zijn.

Wat het defensiepersoneel nodig heeft is een stip op de horizon, waarbij van de minister wordt verwacht om politieke moed te tonen en die stip verder weg te leggen dan alleen haar eigen regeerperiode. Daarvoor heeft ze steun nodig van andere bewindslieden en van de regeringspartijen. Zij zal ook met de Tweede Kamer in overleg moeten om draagvlak voor haar ambitie te krijgen, en dan niet alleen maar te spreken over wat wij gisteren en vandaag kunnen betalen. Daarvoor is ze nu juist politica. Ambitie, dat is wat Defensie nodig heeft en stoppen met zwalken.

Onze minister heeft geen keus: zij moet rond Prinsjesdag die ambitie laten zien, zo'n stip op de horizon. Alleen dan kan ze het griezelige lage en steeds verder afnemende vertrouwen van het personeel, dat zij zo looft, ombuigen in een sfeer van ambitie en vooruitzicht. Alleen dan gelooft het defensiepersoneel weer in de politieke leiding en is het misschien bereid om bij Defensie werkzaam te blijven.

Generaal-majoor der Cavalerie b.d. Harm de Jonge is voorzitter van Werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht van de GOV/MHB, Gezamenlijke Officieren Verenigingen/Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie

(Trouw, 9 september 2013)