Posts tonen met het label NRF. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NRF. Alle posts tonen

woensdag 26 augustus 2015

1e Duits-Nederlandse Legerkorps viert 20-jarig bestaan



Het in 1995 opgerichte gecombineerde legerkorps van de NAVO viert op 27 augustus het 20-jarig bestaan. Zijne Majesteit de Koning is samen met minister-president Hannelore Kraft van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen aanwezig bij de viering van het jubileum. Het Nederlandse Ministerie van Defensie wordt vertegenwoordigd door Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.

Tijdens de parade reikt minister-president Hannelore Kraft een ‘Fahnenband’ uit, het officiële ereteken van de deelstaat voor militaire eenheden. Deze ‘Fahnenband’ benadrukt de belangrijke band die er bestaat tussen de militairen werkzaam op het hoofdkwartier en het maatschappelijk leven in de deelstaat.

De internationale militaire staf uit de Duitse plaats Münster heeft de afgelopen twintig jaar een belangrijke rol vervuld voor de NAVO. De oprichting van dit hoofdkwartier behoort tot een van de eerste initiatieven op het gebied van militaire internationale samenwerking. Op het internationale hoofdkwartier werken sinds 2002 dertien nationaliteiten samen in een multinationale staf. Op dit moment vervult het de belangrijke rol van Interim Very High Readiness Joint Headquarters binnen de NAVO,  de nieuwe snelle inzetbare ‘flitsmacht’.

Commandant 1 German Netherlands Corps, de burgemeester van Münster, de CDS en de Duitse Generalinspekteur houden een toespraak. Aan de parade ter ere van het jubileum nemen ook de twee bataljons deel die het hoofdkwartier ondersteunen. Het betreft hier militairen van het verbindingsbataljon uit Eibergen en het Staf- en Ondersteuningsbataljon uit Münster.

(bron: ministerie van Defensie)

Link 

vrijdag 10 juli 2015

Inzetscenario’s Very High Readiness Joint Task Force (VJTF)

(passage uit Kamerbrief d.d. 9 juli 2015)

In de geannoteerde agendabrief voor de Defensieministeriële (Kamerstuk 28676
nr. 225, 12 juni 2015) heb ik toegezegd in het verslag een nadere toelichting te
geven op de parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de VJTF. De VJTF is in
de eerste plaats opgericht voor de collectieve verdediging in het licht van de
verslechterde veiligheidssituatie op de oostflank van het bondgenootschap. Inzet
van de VJTF voor andere doeleinden is echter niet uitgesloten. De mate van
parlementaire betrokkenheid is afhankelijk van de inzetomstandigheden.
Hieronder worden vier scenario’s geschetst ter verduidelijking.

Crisisbeheersing buiten het Navo-verdragsgebied
De Noord-Atlantische Raad (NAR) kan besluiten Navo-eenheden in te zetten voor
crisisbeheersing buiten het Navo-verdragsgebied. In situaties die vragen om een
urgente reactie, zou de VJTF kunnen worden ingezet. Op grond van artikel 100
van de Grondwet zullen de Nederlandse eenheden die deel uitmaken van de VJTF
doorgaans niet voor crisisbeheersing worden ingezet voordat de regering aan de
hand van het Toetsingskader inlichtingen heeft verstrekt aan uw Kamer. Voorts
heeft Nederland via de NAR invloed op de inzet van de VJTF, omdat hiervoor een
unaniem besluit van de 28 bondgenoten nodig is.

Artikel 5-situatie
Artikel 5 van het Noord-Atlantisch (Navo) Verdrag bepaalt dat een gewapende
aanval tegen een of meer van de bondgenoten als een aanval tegen alle
bondgenoten wordt beschouwd. De Navo-bondgenoten bespreken in de NAR of
sprake is van een gewapende aanval. Alleen als zij unaniem vaststellen dat dit
het geval is, bezien zij hoe de aangevallen bondgenoot kan worden bijgestaan.
Het is mogelijk dat de VJTF in een artikel 5-situatie wordt ingezet als initiële
reactiemacht. In dat geval is sprake van de verdediging van het Koninkrijk en zijn
bondgenoten. Deze taak valt niet onder artikel 100 van de Grondwet. Er bestaat
daarom geen verplichting uw Kamer voorafgaand aan de inzet van de VJTF te
informeren. Het kabinet zal evenwel altijd trachten dit te doen. Gezien de
urgentie van een artikel 5-situatie is het echter denkbaar dat uw Kamer pas
wordt geïnformeerd als de VJTF-eenheden al onderweg zijn naar het inzetgebied.

Oplopende spanningen
Een Navo-bondgenoot die zich bedreigd voelt, kan op grond van artikel 4 van het
Navo-verdrag vragen om consultaties. De NAR zou na deze consultaties een
unaniem besluit kunnen nemen de VJTF preventief in te zetten. In het geval van
oplopende spanningen is het voorts mogelijk dat de SACEUR voorstelt de VJTF
preventief te ontplooien. Ook in dit geval is een unaniem besluit van de NAR
nodig. In beide scenario’s is sprake van een afschrikwekkende maatregel in het
kader van de collectieve verdediging en bestaat geen verplichting uw Kamer
voorafgaand aan de inzet van de VJTF te informeren. Het kabinet zal niettemin
altijd trachten dit te doen. Het is echter denkbaar dat de VJTF op zeer korte
termijn moet reageren op een dreiging, waardoor uw Kamer niet voorafgaand aan
de inzet van de VJTF kan worden geïnformeerd.

Reguliere oefeningen
De VJTF oefent regelmatig op het grondgebied van Navo-bondgenoten. Deze
oefeningen zijn gericht op het verbeteren van de gevechtscapaciteit en
interoperabiliteit en maken deel uit van het reguliere takenpakket van de VJTF.
Evenals bij andere oefeningen wordt uw Kamer in beginsel niet over deze
gereedstellingsactiviteiten geïnformeerd.

Aan het einde van elk jaar informeer ik uw Kamer over de Nederlandse deelname
aan de NRF, de EUBG en Frontex voor het komende jaar. Daarbij zal ik vanaf dit
jaar expliciet aandacht besteden aan de eventuele Nederlandse deelname aan de
VJTF, de wijze waarop deze inzet gestalte krijgt en de voorziene inzet, voorzover
bekend en openbaar.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(bron: Kamerbrief, 9 juli 2015)

vrijdag 19 juni 2015

Interim-flitsmacht toont breed scala aan inzetmogelijkheden

De NAVO heeft in Polen tijdens oefening Noble Jump aangetoond dat de multinationale partners binnen de Interim Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) goed op elkaar zijn ingespeeld. Na een week vol integratie-oefeningen toonde de VJTF-brigade donderdag haar diversiteit aan robuuste capaciteiten.

Noren, Nederlanders en Duitsers vormen samen de ruggengraat van deze zeer snel inzetbare flitsmacht. Zij traden dus op de voorgrond tijdens een complexe demonstratie waar onder anderen de secretaris-generaal van de NAVO en de Defensieministers van Duitsland, Nederland, Noorwegen en gastland Polen aanwezig waren. Naast bovengenoemde landen integreerden ook eenheden uit België, Hongarije, Litouwen, Tsjechië en de VS.

Grote inzet
Opvallend was de grote diversiteit aan middelen die in oefengebied Zagan op de mat werd gelegd. Zo startte de aanval met een gecombineerde actie van Poolse en Nederlandse 'special forces'. Maar ook speelden bijvoorbeeld artillerie, gevechtshelikopters, jachtvliegtuigen en tanks een belangrijke rol in de 'joint effort', de gezamenlijke inzet.

Hennis: “oefening is noodzakelijk
Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert benutte haar aanwezigheid in Zagan om zelf te kunnen spreken met de deelnemende militairen: "Het is goed om met eigen ogen te zien wat hier gebeurt, en te horen wat de ervaringen van de mannen zijn. Deze oefening is noodzakelijk om te voldoen aan de NAVO-eisen voor wat betreft snelle inzetbaarheid en paraatheid. Dat is hard nodig, gelet op de situatie aan de zuid- en oostgrens van ons NAVO-grondgebied."

Samenwerking mortiergroepen
11 Luchtmobiele Brigade zette onder meer mortieren en luchtmobiele infanteristen in. De Nederlandse mortieristen trainden in Polen intensief met hun Tsjechische collega's, tot wederzijds genoegen.

Pelotonscommandant tweede luitenant Roman (CZE): "De samenwerking tussen de mortiergroepen gaat uitstekend. Voor mijn mannen is het een goede mogelijkheid om met de Nederlanders te sparren op het gebied van wapens en procedures. En de verschillen tussen onze mortierstukken blijken gering."

Trainen met Noren
Het Noorse Telemark Battalion dat tijdens Noble Jump in actie kwam, oefent al veel langer met Duitse en Nederlandse eenheden. "Ik moet zeggen dat de integratie binnen de VJTF prima tot stand is gekomen", aldus bataljonscommandant luitenant-kolonel Trond Haande. "Dit is niet de eerste keer dat we samenwerken. We trainen vaker gezamenlijk in Nederland of Noorwegen. En vlak voor we naar Zagan verplaatsten, hebben we nog enkele weken intensief geoefend met Nederlanders en Duitsers. De ruggegraat van de VJTF is dus al aardig op elkaar ingespeeld."

Noble Jump toont kunnen
Kapitein Rob, compagniescommandant bij 11 Luchtmobiele Brigade, geeft aan dat Noble Jump moest bijdragen aan de integratie tussen soldaten met verschillende culturen: "Je wilt elkaar immers beter leren kennen. Dat hebben we op schietbanen gedaan, maar ook daarbuiten. Uiteindelijk is deze oefening geëindigd in een grote demonstratie, waarin we hebben laten zien dat we in staat zijn samen operaties uit te voeren, samen te kunnen manoeuvreren, en samen een potentiële vijand aan te kunnen."

(ministerie van Defensie, 18 juni 2015)

dinsdag 2 juni 2015

Nederlandse militairen nemen deel aan oefening NAVO flitsmacht in Polen

Nederlandse landmachtmilitairen nemen van 9 juni tot 19 juni in Polen deel aan een oefening van de Very High Readiness Taskforce (VJTF) van de NAVO. Het is de eerste keer dat de snel inzetbare eenheden ontplooien binnen het VJTF concept. Het doel van de oefening met de naam Noble Jump is om dit concept verder te testen en te verfijnen.

Het gros van de militairen dat deelneemt aan de oefening is afkomstig van 11 Luchtmobiele Brigade uit Schaarsbergen. Zij zullen zich vanaf 9 juni binnen 48 uur gereed maken voor vertrek naar Polen. Daar vindt de integratie met de eenheden van de andere deelnemende landen plaats op het militaire oefenterrein Zagan. De verschillende eenheden zullen de oefening afsluiten met een tactische- en schietdemonstratie die alle verschillende capaciteiten van de VJTF in beeld brengt. De oefening wordt geleid door het Duits-Nederlandse Legerkorps.

De Koninklijke Luchtmacht zorgt tijdens de oefening voor  luchttransportcapaciteit door het inzetten van de C-130 Hercules en KDC-10 transportvliegtuigen. Het materieel van de eenheden wordt op vliegbasis Eindhoven luchtvracht gereed gemaakt.

De VJTF is opgericht als onderdeel van een pakket van maatregelen om snel, flexibel en slagvaardig te kunnen reageren op dreigingen aan de randen van het NAVO-verdragsgebied. Dit zogenaamde, Readiness Action Plan is opgesteld tijdens de NAVO top in Wales eind 2014. Eenheden die stand-by staan voor de VJTF moeten binnen enkele dagen gereed zijn voor verplaatsing naar het inzetgebied, de voorhoede binnen 48 uur.  Nederland levert, samen met Duitsland, Noorwegen en Tsjechië, in 2015 interim capaciteit voor de VJTF. In nauwe samenwerking met SACEUR, de hoogste autoriteit van de NAVO in Europa, zijn deze landen betrokken bij de verdere ontwikkeling van het VJTF-concept.

De oefening Noble Jump is onderdeel van een reeks oefeningen onder de naam Allied Shield. Deze reeks bestaat naast  Noble Jump  uit de oefeningen BALTOPS in Polen, SABER STRIKE in de Baltische staten en  Trident Joust in Roemenië. In totaal nemen ongeveer 14.000 militairen uit 19 verschillende NAVO en 3 partnerlanden deel aan deze serie van oefeningen die plaatsvindt in juni 2015. De oefeningen richten zich op het verbeteren van de interoperabiliteit, paraatheid en het reactievermogen van de NAVO en haar partnerlanden.

(ministerie van Defensie, 2 juni 2015)


zondag 12 april 2015

Nederland levert belangrijke bijdrage aan ‘speerpunt’ van de NAVO

De NAVO wil supersnel kunnen ingrijpen wanneer er gevaar dreigt. Daarom besloot het bondgenootschap vorig jaar tot de oprichting van een zogeheten flitsmacht. Militairen van 11 Luchtmobiele Brigade oefenden afgelopen week of zij binnen de vereiste 48 uur inzetbaar zijn. Maar wat houdt die flitsmacht precies in?

De flitsmacht is bedoeld om snel in te grijpen in conflictgebieden. Ook is de zogeheten Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) bedoeld als geruststelling voor bondgenoten en afschrikking voor kwaadwillenden. De voorhoede van zo’n 800 militairen moet binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. De gehele flitsmacht is multinationaal en moet uiteindelijk uit zo’n 5000 militairen bestaan: 5 bataljons met ondersteuning van eenheden van de luchtmacht, marine en special forces. Deze moet binnen 5 tot 7 dagen ter plekke zijn.

De toegenomen agressie van Rusland, de onrust in Noord-Afrika en de opkomst van terreurorganisatie ISIS zijn de belangrijkste redenen voor de NAVO om de flitsmacht in het leven te roepen. Dit ‘speerpunt’ is onderdeel van de grotere NATO Response Force (NRF) die binnen 5 tot 30 dagen inzetbaar moet zijn. Maar gezien de toegenomen onveiligheid en instabiliteit is een snellere interventiemacht nodig die desnoods een eerste klap kan uitdelen, zegt generaal-majoor Dennis Luyt, directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling (DAOG) van Defensie. “Maar het hoeft niet meteen ‘staal op staal’ te zijn. De flitsmacht kan ook naar een gebied worden gestuurd om een signaal af te geven. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan oefeningen.”

Brigadegeneraal Kees Matthijsen
Duitsland, Noorwegen en Nederland leveren dit jaar in totaal 600 militairen aan de flitsmacht. De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 200 Rode Baretten van 11 Luchtmobiele Brigade. Een logische keuze, zegt brigadegeneraal Kees Matthijssen. “We zijn van nature een snel inzetbare eenheid.” De huidige bezetting is overigens een pilot, benadrukt de generaal. “Dit jaar is bedoeld om procedures te testen en te zien waar we tegenaan lopen.”

De VJTF kan overal in het NAVO-verdragsgebied worden ingezet. De focus ligt op dreigingen aan de ‘flanken van het bondgenootschappelijk grondgebied’, zei minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert eerder.  Maar wellicht kan de flitsmacht ook elders in de wereld worden ingezet, vult generaal Matthijssen aan. “De NAVO kan ook worden ingezet in het kader van de internationale rechtsorde. De missie in Afghanistan is daar een goed voorbeeld van.”

Als de NAVO-bondgenoten besluiten tot ingrijpen, moet de voorhoede binnen 48 uur klaar staan voor vertrek. Precies wat 11 Luchtmobiele Brigade deze week heeft geoefend. Dat is geen kleine opgave. Militairen worden thuis gebeld, moeten naar de kazerne, krijgen een briefing en moeten hun uitrustingen gereed maken. Tegelijkertijd moeten op andere locaties voertuigen, brandstof en munitie worden klaargezet.  “Dat vraagt om een strakke planning”, concludeert de brigadegeneraal. Zorgvuldigheid en goede samenwerking zijn noodzakelijk, vult generaal-majoor Luyt aan. “Daarom moeten we nu alle draaiboeken testen. Als die kloppen, is zo’n snelle inzet goed te doen.”

Noorwegen, Duitsland en Nederland werken in deze beginfase stap voor stap. “We willen eerst kunnen kruipen, dan lopen en dan pas rennen”, zegt Luyt. “Een aantal randvoorwaarden voor de snelle inzetbaarheid wordt dit jaar nader uitgewerkt. Dat geldt zowel voor de NAVO als op nationaal niveau. Niet alles zal dus meteen volgens plan verlopen, maar daar houden we rekening mee.”
De focus ligt nu vooral op landstrijdkrachten, maar dat is niet het hele verhaal, benadrukt de generaal-majoor. Want de flitsmacht moet alle scenario’s het hoofd kunnen bieden. Luyt: “Een dreiging kan immers ook vooral maritiem zijn, of vanuit de lucht komen. Die aspecten zijn nog in ontwikkeling.”

De flitsmacht moet in 2016 operationeel zijn. “Dat is een korte periode, maar haalbaar”, zegt generaal Matthijssen. “De oefening van de afgelopen dagen is goed gegaan. Alleen het papierwerk voor de munitie werkte vertragend, maar dat hebben we opgelost. We stonden binnen 48 uur klaar voor vertrek.”

(Defensiekrant, 10 april 2015)

donderdag 9 april 2015

NATO tests 'Spearhead Force' alert procedures

EINDHOVEN, The Netherlands -  NATO assessed its alert procedures for the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) for the first time during Exercise NOBLE JUMP from 7-9 April 2015, involving over 1,500 personnel from 11 Allied nations.  Germany, Poland, Norway, Denmark, Hungary, Lithuania, Croatia, Portugal, and Slovenia tested their Headquarters’ response to alert procedures and high-readiness units from The Netherlands and Czech Republic physically deployed equipment and troops to airports and railheads.

This activity represents an important milestone as NATO continues to respond to emerging security challenges.  The exercise has its origins in last year’s Wales Summit, where NATO leaders collectively agreed to establish the VJTF, or what some call the ‘NATO Spearhead’ force.  These developments are part of wider enhancements to the NATO Response Force in order to address instability on NATO’s southern and eastern flanks.


Soldiers of 11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade involved in the exercise

"NATO military planners have been working tirelessly to enhance NATO’s Response Force and implement the Very High Readiness Joint Task Force, and today our progress is manifested in the rapid deployments we see happening in locations across the Alliance,” said General Philip Breedlove, Supreme Allied Commander Europe (SACEUR).  "These measures are defensive, but are a clear indication that our Alliance has the capability and will to respond to emerging security challenges on our southern and eastern flanks,” he said.

For the last several months, NATO has been developing the concepts behind the VJTF and established an interim force early in 2015.  Exercise NOBLE JUMP marks the first time that high-readiness units have physically tested their response to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  The training event marks a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls as the Alliance continues to refine its high readiness capabilities.

Czech and Dutch High-Readiness Troops Put to the Test
 In the afternoon of 7 April, the 11th Air Mobile Brigade in The Netherlands and the 4th Rapid Reaction Brigade in the Czech Republic were given orders to rapidly prepare to deploy their troops and equipment.

"In the hours that ensued, Dutch and Czech formations recalled their military personnel to base, conducted hasty movement planning, briefed personnel, prepared and verified equipment, weapons, supplies, and vehicles,” said Colonel Mariusz Lewicki, the head military planner for the VJTF at SHAPE.  "The lead troops were able to move in under eight hours, with all elements moving in under 48 hours, so our initial impression is we are very pleased with the results,” he added.

The Commander of the Dutch 11th Air Mobile Brigade, Brigadier-General Kees Matthijssen, also felt that Exercise NOBLE JUMP achieved its aims.

Czech paratroopers participating in EX NOBLE JUMP

 "So far we are satisfied, our men and women responded well to the alerting and we managed to send off the first troops as scheduled. We are sure that we will be able to meet our goals, which were to move all troops and equipment within 48 hours,” said Brigadier-General Matthijssen.  "Of course, we have noted some things to improve during the exercise, but this will definitely lead to further refinement and improvements of our high readiness plans,” he said.

A total of 900 German soldiers were also recalled to their units in Marienberg, Gotha, Idaroberstein and Bad Salzungen during Exercise NOBLE JUMP.  These troops conducted similar planning and alert verifications in their respective garrisons.

The overall aim of Exercise NOBLE JUMP was to improve and refine alert and deployment procedures for the VJTF.  In the coming weeks NATO military staff will conduct an analysis of the results from this exercise and Allied units will refine their tactical procedures.  Lessons will be shared and NATO will continue to refine the overall alert and deployment process, and ensure it is integrated in overall plans for the NATO Response Force.

11 (NLD) Air Manoeuvre Brigade troops on the move

"Moving military units at short notice is a highly complex process that requires careful planning and constant refinement and practice to maintain capability,” said Colonel Lewicki.  "We’ve had a very good start this week, but much work remains and we will continue exercising these concepts throughout 2015 and 2016,” he said.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the Readiness Action Plan and the NATO Response Force.  Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP, 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

SHAPE Public Affairs Office

woensdag 1 april 2015

Oefening VJTF: NOBLE JUMP

(Eerste oefening van de VJTF, de nieuwe 'flitsmacht' van de NATO Response Force. Onderdelen vinden plaats op luchtmachtbasis Eindhoven en in Chrudim in de Tsjechische Republiek)

NATO VJTF (Spearhead) Deployment Exercise

NATO will commence the process of testing and refinement of the Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) during part one of Exercise NOBLE JUMP, being held from 1-10 April 2015.

The VJTF is being established as a part of an overall enhancement to the NATO Response Force in order to address new security challenges on NATO’s southern and eastern peripheries.

The NOBLE JUMP ‘Alert Exercise’ being conducted in early April is the first time that high-readiness units will practice responding to rapid ‘orders to move’ under the new VJTF framework.  As such, this event represents a learning process that will allow NATO military staff to identify both successes and shortfalls during the early stages of the development process.

Increasingly complex exercises, trials, and evaluations will be conducted throughout 2015 and 2016 in order to develop, refine and implement the VJTF concept into the framework of the NATO Response Force.

Examples of future training activity include part two of Exercise NOBLE JUMP from 9-20 June 2015, where units assigned to the VJTF will deploy to the Zagan Military Training Area in Western Poland, as well as Exercise TRIDENT JUNCTURE 2015 in Italy, Spain and Portugal from 21 Oct – 6 Nov 2015.

(Source: ACO/NATO)

woensdag 28 januari 2015

Kamerbrief over rol parlement bij nieuwe 'flitsmacht' NAVO

de Voorzitter van de Tweede Kamer
Datum 27 januari 2015
Betreft: Reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie inzake parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force

Met deze brief reageer ik, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie van 20 januari 2015 met kenmerk 29521-276/2015D01660 en ga ik in op de vraag over parlementaire betrokkenheid bij de inzet van de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF).

Readiness Action Plan
In het licht van de ontwikkelingen aan de zuid- en oostflank van het Navoverdragsgebied hebben de bondgenoten op de Top in Wales het Readiness Action Plan ( RAP) aangenomen. Het RAP voorziet in geruststellende maatregelen en aanpassingsmaatregelen die de gereedheid en het reactievermogen van de Navostrijdkrachten moeten verhogen. Binnen de NATO Response Force (NRF) wordt daarom de VJTF opgericht, die het mogelijk moet maken om binnen zeer korte tijd eenheden in te zetten, in beginsel voor geruststelling en afschrikking, maar zo nodig ook in oorlogssituaties.

De VJTF
De VJTF is een zeer snel inzetbaar onderdeel van de NRF. De eenheden die de rol van VJTF vervullen, hebben een zeer hoge gereedheid en kunnen met een korte reactietijd worden ontplooid. Een deel van deze eenheden moet binnen 48 uur gereed kunnen staan voor verplaatsing naar het inzetgebied. Deze hoge gereedheid stelt de Navo in staat om snel, flexibel en daadkrachtig te reageren op dreigingen aan de randen van het Navo-verdragsgebied.

De VJTF wordt in de eerste plaats opgericht omwille van de geloofwaardigheid van de collectieve verdediging van de bondgenoten. In het kader van de geruststellende maatregelen zal de VJTF regelmatig op het bondgenootschappelijk grondgebied werken aan het verbeteren van de gevechtscapaciteit en de interoperabiliteit met de gastlanden. Het is niet de bedoeling om omvangrijke eenheden permanent te stationeren op het grondgebied van deze bondgenoten. Voorts is de capaciteit om flexibel en op zeer korte termijn eenheden naar de randen van het Navo-verdragsgebied te kunnen verplaatsen een waardevol afschrikkingsinstrument. Een dergelijke verplaatsing is in beginsel een preventieve maatregel.

Informeren van het parlement
Wanneer de VJTF naar de randen van het Navo-verdragsgebied wordt verplaatst in reactie op een dreiging, is er sprake van een afschrikkende maatregel in het kader van de collectieve verdediging. Dit kan gebeuren om een artikel 4- of 5- situatie te voorkomen. In het geval van dergelijke inzet is er sprake van de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk en haar bondgenoten, zoals bedoeld in artikel 97 van de Grondwet. Een dergelijke inzet valt niet onder artikel 100 van de Grondwet. Er bestaat daarom geen verplichting om het parlement vooraf te informeren, maar indien mogelijk zal uw Kamer vooraf worden geïnformeerd over de inzet van de VJTF in het kader van de collectieve verdediging. Het is echter altijd denkbaar dat de VJTF op zeer korte termijn zal moeten reageren op een opkomende of manifeste dreiging, waardoor uw Kamer niet vóór de inzet van de VJTF kan worden geïnformeerd. In een dergelijk geval zal uw Kamer zo spoedig mogelijk na de inzet van de VJTF worden geïnformeerd.

Het is voorts mogelijk dat de VJTF wordt ingezet in het kader van de collectieve verdediging in een artikel 5-situatie. In het geval dat een Navo-bondgenoot wordt aangevallen, hebben de overige bondgenoten de verdragsrechtelijke verplichting direct te hulp te komen. Vanwege de hoge gereedheid zou de VJTF kunnen worden ingezet als initiële reactiemacht. In een dergelijk geval wordt uw Kamer zo spoedig mogelijk geïnformeerd. Gezien de urgentie van een artikel 5-situatie en de korte termijn waarop de VJTF mogelijk zal moeten worden ontplooid, is het ook in dit geval denkbaar dat uw Kamer niet vóór de inzet kan worden geïnformeerd.

Activiteiten op het bondgenootschappelijk grondgebied die zijn gericht op het verbeteren van de gevechtscapaciteit en interoperabiliteit maken deel uit van het reguliere takenpakket van de VJTF. Deze ontplooiingen worden niet beschouwd als inzet, maar als activiteiten die noodzakelijk zijn voor het behoud van de hoge gereedheid en inzetbaarheid. Evenals bij andere (Navo-)oefeningen wordt uw Kamer in beginsel niet telkens over deze gereedstellingsactiviteiten geïnformeerd. Uw Kamer zal wel vooraf worden geïnformeerd over Nederlandse bijdragen aan de VTJF, zoals recent is gedaan in de brief over de Nederlandse bijdragen aan de EU Battlegroups, NATO Response Force en Frontex van 19 december 2014 (Kamerstuk 29 521, nr. 276).

Frontex
Over de huidige stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van Frontex zal ik u informeren voorafgaand aan het algemeen overleg over Europese en internationale samenwerking op 11 februari 2015.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 27 januari 2015)

woensdag 3 december 2014

NATO foreign ministers on the Readiness Action Plan

Statement of Foreign Ministers on the Readiness Action Plan

02 Dec. 2014

Allied Foreign Ministers met to review implementation of the Readiness Action Plan. This has been the first high-level political meeting after the Wales Summit. We welcome progress achieved in delivering on the decisions taken by our Heads of State and Government.

The Readiness Action Plan agreed by Heads of State and Government at the Wales Summit is a response to the changed and broader security environment in and near Europe. It responds to the challenges posed by Russia and their strategic implications. It also responds to the risks and threats emanating from our southern neighbourhood, the Middle East and North Africa. Its implementation will significantly enhance NATO’s readiness and responsiveness and will contribute to ensuring that NATO forces remain ready and able to respond swiftly and firmly to current and future challenges to the Alliance. It will strengthen both NATO’s collective defence and crisis management capability.

Implementation of the Plan is well underway. Today, we reiterate the commitment of our nations to ensuring that NATO remains a strong, ready, robust and responsive Alliance. There is already an increased presence of NATO maritime, land and air forces and meaningful military activity in the eastern part of Alliance territory. All Allies are contributing to this defensive effort and they will continuously rotate air, maritime and land forces in the region and conduct additional exercises, 28 for 28, through 2015. This provides the fundamental baseline requirement for assurance and deterrence. These forces are effectively responding to increased Russian military activity, including through monitoring Russian military flights and maintaining the integrity and safety of our airspace.

At the same time, we are enhancing the NATO Response Force’s capabilities, including through the development of a new Very High Readiness Joint Task Force, the VJTF. We welcome the establishment of an interim VJTF coordinated by SACEUR with forces predominantly from Germany, Norway and the Netherlands, available to the Alliance early in 2015.

Work on the other measures envisaged in the Readiness Action Plan is advancing rapidly, including on the establishment of an appropriate multinational command and control presence on the territories of the Eastern Allies. NATO Defence Ministers will further assess progress and take decisions, when they meet in February 2015, on enhancing the Alliance’s readiness and responsiveness as part of the adaptation of NATO to the changed security environment, in line with the decisions taken at the Wales Summit.

(NATO)

maandag 8 september 2014

NAVO-top: sneller op crises reageren

De NAVO moet veranderen om op nieuwe dreigingen snel een antwoord te hebben. Dat was de slotconclusie van de topconferentie die vreijdag in Newport (Wales) eindigde. De regeringsleiders stelden dat het bondgenootschap sneller in actie moet kunnen komen.

Meer samenwerking was daarbij de boodschap. Tijdens de vergadering bogen de deelnemers zich ook over de ontwikkelingen in Oekraïne, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Samenwerking Duitsland - Nederland
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert en haar Duitse collega Ursula von der Leyen verklaarden de intensieve samenwerking tussen de 2 krijgsmachten nog verder uit te breiden. Deze samenwerking is een voorbeeld van het Framework Nations Concept, dat tijdens de NAVO-top brede steun kreeg. Hierbij werkt een groot land met veel defensiecapaciteiten samen met kleinere landen die over specialistische kennis beschikken.

De verdere integratie van Duitse en Nederlandse eenheden wordt het komende jaar onderzocht. Daarnaast onderzoeken de landen hoe ze nog beter kunnen samenwerken bij het ontwikkelen en bouwen van defensiecapaciteiten. Zoals de verdediging tegen ballistische raketten, onderzeebootbestrijding, samenwerking op inlichtingengebied en commandovoering.

Beide minister gaven aan dat ook andere NAVO-landen zich bij de samenwerking kunnen aansluiten. Internationale samenwerking leidt niet alleen tot meer militaire capaciteiten, maar draagt ook bij aan een eerlijkere lastenverdeling binnen de NAVO.

Samen met Britten
Nederland treedt toe tot de Britse Joint Expeditionary Force (JEF). Hennis ondertekende daarvoor samen met 5 andere Europese landen (Denemarken, Estland, Letland, Litouwen en Noorwegen) in Newport de documenten.

De toetreding tot de JEF past binnen het streven van Defensie naar meer structurele samenwerking met belangrijke partners. De JEF is een Brits initiatief en biedt niet alleen mogelijkheden voor Nederlandse maritieme eenheden zoals de UK/NL Amphibious Force, waaraan de marine met het Korps Mariniers meedoet. Ook wordt bezien of het Joint Support Ship (JSS) en eenheden van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht kunnen bijdragen. In de Joint Expeditionary Force trainen de 7 landen gezamenlijk voor een eventuele inzet.

Gisteren werd al bekend dat Nederland een compagnie levert aan de Very High Readiness Joint Task Force van de NAVO, die bij een dreiging binnen enkele dagen inzetbaar is.

(ministerie van Defensie, 5 september 2014)


Wales Summit Declaration
Issued by the Heads of State and Government participating in the meeting of the North Atlantic Council in Wales

Nederland met compagnie in nieuwe NAVO-macht

Nederland stelt een compagnie beschikbaar voor de nieuwe supersnelle interventiemacht van de NAVO, de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Dat maakte minister Hennis-Plasschaert bekend op de top van het Atlantisch bondgenootschap in Newport in Wales.

De Nederlandse eenheid, die inclusief ondersteunende eenheden uit ongeveer 200 militairen bestaat, gaat waarschijnlijk begin volgend jaar met andere deelnemende eenheden uit de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk in Oost-Europese lidstaten oefenen. De eenheden vallen voor een beperkte periode onder de VJTF en worden dan vervangen door andere eenheden. "De eenheden zullen dus op rotatiebasis worden ingezet", aldus de minister.

Volgens Hennis is het de bedoeling dat er zoveel mogelijk bondgenoten meedoen aan de snel inzetbare interventiemacht die de voorhoede vormt van de NATO Response Force* (NRF). "Door nu al mee te doen, zijn we ook betrokken bij de vormgeving van de flitsmacht", zei ze. De VJTF kan binnen enkele dagen worden ingezet. De NRF is binnen 5 tot 30 dagen klaar voor inzet.

De interventiemacht is bedoeld om vijanden af te schrikken. Het is volgens haar de bedoeling dat zo veel mogelijk bondgenoten bijdragen. "De interventiemacht moet niet op de schouders van enkele NAVO-landen rusten'', aldus minister Hennis.

(ministerie van Defensie, 4 september 2014)

*in het originele bericht van Defensie staat hier 'NATO Rapid Reaction Force'. Dat is echter niet de correcte naam van de NRF

dinsdag 26 augustus 2014

Nederland zet vier F-16's in voor 'Baltic Air Policing'

(Passage uit Kamerbrief van minister Hennis van Defensie)

Aanvullende bijdrage aan geruststellingspakket SACEUR (pagina 2)

In mijn brief van 16 april jl. (Kamerstuk 28 676, nr. 201) heb ik aangegeven dat het Kabinet de Kamer nader zal informeren als zich, als onderdeel van het geruststellingspakket, eerder inzetmogelijkheden aandienen in het kader van Baltic Air Policing (BAP).

Tijdens het algemeen overleg op 23 april 2014 heb ik u gemeld dat SACEUR op dat moment de planning tegen het licht hield. Onlangs is vernomen dat Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten jachtvliegtuigen reeds hebben aangeboden dan wel ingezet voor (de versterking van) BAP. Onder normale omstandigheden opereren deze toestellen vanaf de luchtmachtbasis Siauliai in Litouwen. Gelet op het grotere aantal toestellen, zijn nu ook toestellen gestationeerd op Amari (Estland) en Malbork (noordoost Polen).

Inmiddels is bekend dat de slots voor (de versterking van) BAP in 2014 zijn gevuld met uitzondering van één slot op Malbork in de periode september – december 2014. Nederland heeft reeds 8 F-16’s aangeboden voor de Immediate Reaction Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF). Hiervan zouden er 4 – in samenspraak met de Navo – voor BAP kunnen worden ingezet. Dit zal eind mei op de Force Generation Conference in Mons conform worden aangeboden, in aanvulling op de bijdragen zoals uiteengezet in de brief van 16 april jl.

Hiermee levert Nederland niet alleen een bijdrage aan het pakket geruststellingsmaatregelen van SACEUR, het levert ook goede oefenmogelijkheden met AWACS en de Poolse luchtmacht op. Een eerste indicatie van de kosten voor de inzet van 4 F-16’s ten behoeve van BAP, bedraagt 6 miljoen euro. Dit is mede afhankelijk van nadere afspraken met het gastland op het gebied van legering en voeding. Deze kosten zullen binnen de bestaande budgetten voor oefeningen en gereedstelling binnen de Defensiebegroting worden opgevangen. Dit kan mogelijk effect hebben op de operationele gereedheid.

(passage uit Kamerbrief d.d. 26 augustus 2014)


F-16. Foto: Defensie

zondag 29 december 2013

Commandant landmacht: 'We zijn niet alleen het vet kwijtgeraakt maar ook een aantal botten'

Interview met de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif. Gepubliceerd in een speciale uitgave van het  blad Landmacht ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Landmacht

Kapitein Marlous de Ridder

We vieren ons tweehonderd jarig bestaan, maar de bezuinigingen binnen de landmacht zijn nog in volle gang. Is een feestjaar wel gepast?
2014 wordt geen jaar vol feestjes. Het organiseren van een over the top jubileum is niet te verantwoorden in deze tijd. Niet richting de burger en niet naar onze eigen mensen. Daarom zijn we kostenbewust en haken we zoveel mogelijk aan bij bestaande activiteiten. Verder vind ik het belangrijk dat we onze verjaardag vieren met diegene waarvoor we het doen. De burger.

Diezelfde burger die vindt dat er bij Defensie nog wel wat afkan?
generaal De Kruif
Draagvlak voor de KL in de maatschappij is enorm belangrijk. Daarom staat persoonlijk contact met de samenleving voorop. Je ziet dit steeds vaker tijdens oefeningen in Nederland, waar we vaak letterlijk tussen de bevolking trainen. Het geloof in de krijgsmacht is weliswaar laag, maar tegelijkertijd is er wel degelijk respect en erkenning voor het werk van militairen. Dat is nog niet genoeg. De landmacht beter op de maatschappelijke agenda krijgen, is één van de uitgangspunten van 200 jaar Koninklijke Landmacht (KL200).

Wordt u niet eens moe van het telkens weer moeten uitleggen waar de landmacht voor staat?
Nee, integendeel. De burger heeft het recht te weten waar het belastinggeld aan wordt besteed. We moeten dus blijven vertellen wat onze taken zijn en waarom we dingen doen. In feite zijn we slachtoffer van ons eigen succes. De Nederlandse burger heeft geen onveilig gevoel. Mede dankzij een goed functionerende krijgsmacht. Missies in het buitenland worden gezien als een ver-van-mijn-bed-show. Het enige wat wij kunnen, is beter uitleggen waarom we militairen naar conflictgebieden sturen. Neem Mali. Ik zie hier een kentering. We leggen goed uit waarom Nederland gebaat is bij internationale veiligheid en stabiliteit. Maar ook welke humanitaire en economische belangen meewegen. Die taak ligt niet alleen op mijn niveau. Juist de persoonlijke verhalen van de militairen op missie zijn belangrijk voor de beeldvorming.

Waarom heeft Nederland een landmacht nodig?
Feit is nog steeds dat de strijd wordt gestreden op land. Of het nou gaat over het terugdringen van de vijand, het bewaren van de vrede en vrijheid of het bestrijden van rampen. Zonder landmacht stopt een conflict niet. Wij staan tussen de mensen. Landoptreden betekent interactie tussen mensen en beslissingen door mensen. Dat is onze unieke waarde binnen de krijgsmacht en daarmee zijn we als hoeksteen in de veiligheidsketen onmisbaar voor het land.

Hoe omschrijft u het landoptreden anno 2013?
Wat ik weiger te zeggen, is dat het verleden simpel was. Of je nu terugkijkt op de Slag bij Waterloo of het conflict in Nederlands-Indië. Het militaire vak was én is ontzettend moeilijk. De grondslagen van het landoptreden zijn niet veranderd. Je wordt altijd aangegrepen daar waar je zwak bent. Dat was toen zo en geldt nog steeds. Net als dat de mens bepalend is voor het succes of falen. Het is wel zo dat de wijze van oorlogsvoering verandert en dat de accenten verschuiven. Cyberterrorisme is totaal iets nieuws. Tegenwoordig kan de militair rekenen op het nieuwste en beste materieel. Technologische ontwikkelingen hebben logischerwijs veel veranderd voor de landmacht. Net als de vergaande internationale samenwerking met NAVO-bondgenoten.

Wat betekent ‘200 jaar Koninklijke Landmacht’ voor u?
Ik zie KL200 als een moment van bezinning. We mogen best eens stilstaan bij wat we hebben bereikt. We doen dingen die niemand anders doet. Zonder ons is er geen blijvende veiligheid. Daar mogen we trots op zijn! Dit doen we met aandacht voor het verleden, heden en de toekomst. De jubileumactiviteiten zijn dusdanig op elkaar afgestemd dat er een goede balans is tussen herdenken, vieren en vooruitkijken. We vieren de belangrijke bijdragen die onze militairen, onder moeilijke omstandigheden en vaak ver van huis, hebben geleverd. Maar we eren ook de collega’s die tijdens inzet het hoogste offer brachten. Als je terugkijkt op tweehonderd jaar historie, dan is er één ding nooit veranderd: kameraadschap. Kameraadschap is van alle tijden. Voor die ander door het vuur willen gaan, daar ligt de basis van onze organisatie.

De landmacht staat aan de vooravond van grote veranderingen. Ik noem het overgaan van 13 Gemechaniseerde Brigade op wiel en de integratie van 11 Air Manoeuvre Brigade met de Duitse Division Schnelle Kräfte. Plus een nieuwe missie naar Mali. Wat wordt 2014 voor een jaar?
Een heel belangrijk en uitdagend jaar. We leggen ons toe op meer differentiatie van de eenheden. Door alle brigades een unieke specialiteit te geven, zijn we flexibeler en kunnen we sneller reageren bij inzet. Veelzijdigheid is nodig, omdat de wereld om ons heen verandert. De nieuwe werkwijze bij de eenheden inbedden kost tijd. Het wordt een druk jaar met een aantal grote oefeningen in het kader van de NATO Response Force (NRF). Verder levert de KL een aanzienlijke bijdrage aan de Nuclear Security Summit 2014. Het organiseren van deze wereldtop is de grootste beveiligingsoperatie in Nederland ooit. Dan heb ik het nog niet eens over het stijgend aantal inzetten in het kader van militaire bijstand. Kortom naast het vieren van onze verjaardag, gaat het werk - meer dan ooit - door.

Komt de VN-operatie MINUSMA naar Mali op het juiste moment?
Mij wordt regelmatig gevraagd of ik blij ben. Ik vind ‘blij’ ongepast bij zoiets serieus als een missie. Het gaat altijd om een moeilijke afweging tussen belangen en risico’s en dat geldt ook voor Mali. We doen geen missies om maar op missie te gaan. Maar eerlijk is eerlijk, voor mijn gevoel waren we hier aan toe. Onze mensen willen graag op uitzending, die natuurlijke drive zit in ons. De periode na Uruzgan voelden voor sommige eenheden als een operationele pauze. Zoals de reservebank voor een voetballer. Dan ga ik niet ontkennen dat een nieuwe missie goed is voor het moraal. De landmacht levert een complete inlichtingenketen, van sensor in het veld tot en met de analist in de staf. Daarmee gaan we een cruciale bijdrage leveren aan de missie in Mali.

Tweehonderd jaar Koninklijke Landmacht. Vele missies, maar ook ingrijpende reorganisaties verder. Waar staan we nu?
22 jaar kleiner worden, heeft gigantisch veel impact. We zijn niet alleen het vet kwijtgeraakt, ook een aantal botten. Terwijl we waarschijnlijk nog nooit zo goed zijn geweest als nu. Op mijn werkbezoeken aan de eenheden kom ik van alles tegen. Iedereen heeft een persoonlijk verhaal. Ik hoor de trieste resultaten van jarenlang reorganiseren. Maar ik zie nog steeds de trots. Het vuur in die ogen, om er te staan als het moet. Daar heb ik geen jubileum voor nodig. Dat onvoorwaardelijke zit er gewoon.

(Landmacht, 29 december 2013)

Activiteiten in het kader van het 200-jarig jubileum:

9 januari 2014 Startdag 200-jarig jubileum Koninklijke Landmacht
29 maart Dag van de Grondwet
20-21 april 200 voor de toekomst
22 april Praten met Soldaten
23 april Landmachtdag 2014: De KL komt naar u toe!
12-23 mei Reliable Sword, belangrijke onderdelen oefeningen buiten militair oefenterrein
23 mei Laatste vriend van Napoleon (muziek en theater)
28 juni Nederlandse Veteranendag
15-19 juli Nijmeegse Vierdaagse
30 augustus Maastrichtse activiteiten
5 september Herdenking Market Garden
25 september Nationale Taptoe

29 oktober Slotsymposium 

In maart en oktober publieksconcerten 'De Mens Centraal'

(Bron: Landmacht)

maandag 11 maart 2013

Nederlandse eenheden voor EU Battlegroups en NRF

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 08 maart 2013
Betreft Nederlandse eenheden voor EU Battlegroup en NRF

Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Inleiding
Hierbij informeren wij u over de militaire eenheden die Nederland in 2013 en 2014 gereed stelt als bijdragen aan de snelle reactiecapaciteiten van de EU en de Navo. Deze brief vormt een aanvulling op de mededelingen over dit onderwerp in geannoteerde agenda’s voor ministeriële bijeenkomsten en in antwoorden op schriftelijke vragen. Met deze brief geven wij gevolg aan de afspraak de Kamer vroegtijdig te informeren over de toewijzing van eenheden aan internationale snelle reactiecapaciteiten, zodat bij een besluit tot inzet een snelle nationale besluitvormingsprocedure kan worden doorlopen.

Achtergrond
De EU Battlegroups* en de NATO Response Force (NRF) geven uitdrukking aan de ambitie van de EU- en Navo-landen permanent militaire eenheden gereed te hebben voor snelle, gezamenlijke inzet. Nederland hecht eraan, als betrouwbare partner en bondgenoot, met een zekere regelmaat hoogwaardige bijdragen te leveren aan de snelle reactiecapaciteiten van de EU en de Navo**. De regelmaat, aard en omvang van de Nederlandse bijdragen worden bepaald op basis van de beschikbaarheid van operationele eenheden en de internationale behoeften. De (voorbereiding op de) inzet als snelle reactiecapaciteit is een van de taken van de krijgsmacht. Nederland kan een deel van zijn gereedgestelde eenheden toewijzen aan zowel de EU Battlegroups als de NRF (single set of forces). Bij de toewijzing van eenheden wordt dan ook het voorbehoud geplaatst dat Nederland de bijdragen niet kan garanderen wanneer er gelijktijdig op beide reactiecapaciteiten een beroep wordt gedaan.

EU Battlegroups
In 2013 neemt Nederland samen met Zweden, Litouwen en Letland deel aan de door het Verenigd Koninkrijk geleide EU Battlegroup in de tweede helft van het jaar. De Nederlandse bijdrage bestaat uit elf Viking-voertuigen met chauffeurs en onderhoudspersoneel. Het betreft ongeveer 30 militairen. Ter voorbereiding op mogelijke inzet organiseert het Verenigd Koninkrijk een serie oefeningen. Het  Nederlandse detachement zal meedoen aan een oefening begin mei in Zuid-Engeland.

In de tweede helft van 2014 neemt Nederland deel aan een door België geleide EU Battlegroup. De kern van deze Battlegroup wordt gevormd door de Benelux-landen, aangevuld met een bijdrage van Duitsland en Spanje. De Nederlandse bijdrage bestaat uit twee infanteriecompagnieën met CV-90 en Bushmaster-voertuigen. De compagnieën beschikken over geïntegreerde steunelementen (genie en vuursteun) en logistieke steun waaronder een Role 1 medische faciliteit. De Nederlandse bijdrage bestaat verder uit twee Chinook-transporthelikopters en een chirurgisch team via het Instituut Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR). Tot slot levert Nederland een aantal stafofficieren voor het Belgische Force Headquarters. België organiseert in de eerste helft van 2014 oefeningen in België en Duitsland waaraan de Nederlandse eenheden deelnemen.

NATO Response Force
In 2013 levert Nederland vanaf 25 maart voor een periode van drie maanden en vanaf 12 augustus voor een periode van vier maanden een mijnenjager voor de Immediate Response Force (IRF) van de NRF. De mijnenjager wordt in Navo-verband voorbereid op inzet. Nederland heeft tevens gedurende het gehele jaar diverse capaciteiten aangemeld voor de Reaction Forces Pool (RFP). Het betreft acht F-16’s, een brigadehoofdkwartier, een gemechaniseerd infanteriebataljon, een geniecompagnie, een artilleriebatterij, een medische Role 2 eenheid en een ISTAR- en een logistiek element. Omdat voor de RFP langere reactietijden gelden, is het niet nodig de eenheden te laten deelnemen aan specifieke internationale oefeningen.

In 2014 levert Nederland een amfibisch transportschip en acht F-16’s voor de IRF. Daarnaast wordt vanaf maart en vanaf augustus twee keer voor een periode van drie maanden een mijnenjager beschikbaar gesteld. Ook zal Nederland de eerste helft van het jaar een fregat bijdragen. Het fregat zal deelnemen aan een grote Navo-oefening in de Baltische regio. Voor de RFP heeft Nederland voor de tweede helft van het jaar een onderzeeboot aangemeld.

Toetsingskader
De toewijzing van Nederlandse eenheden aan de EU Battlegroups en de NRF is op zichzelf niet onderworpen aan het Toetsingskader. Een besluit tot inzet van deze militairen is immers nog niet aan de orde. Als de inzet van EU Battlegroups of NRF wel aan de orde is en Nederlandse eenheden zijn of kunnen daarbij worden betrokken, ligt dit anders. In deze gevallen zal de regering, ongeacht de exacte juridische grondslag voor de uitzending, de Kamer in beginsel voorafgaand aan de inzet informeren over het desbetreffende regeringbesluit op basis van de daarover bestaande afspraken met uw Kamer.

Zoals gemeld in de brief van 26 april 2005 (Kamerstuk 21501-28, nr. 27) en onderstreept tijdens het notaoverleg op 16 december 2009 over de rol van de Tweede Kamer bij de uitzending van militairen (Kamerstuk 30162, nr. 17), is de regering bereid bij de toewijzing van eenheden de elementen van het Toetsingskader toe te lichten waarover al duidelijkheid bestaat. Hierover kan het volgende worden gezegd.

De operaties waarvoor een EU Battlegroup kan worden ingezet, richten zich op het gehele spectrum van
crisisbeheersingstaken, zoals omschreven in de EU Veiligheidsstrategie en artikel 43 van het EU-Verdrag zoals gewijzigd door het Verdrag van Lissabon. De inzet kan variëren van humanitaire hulpverlening tot interventies waarbij het gebruik van geweld nodig is. Via het Policy and Security Committee (PSC) en de Raad van Ministers heeft Nederland invloed op de besluitvorming over de inzet van de EU Battlegroups. Bij de uitzending van een EU Battlegroup voorziet de EU versnelde besluitvorming. De EU Militaire Staf bereidt inzetopties voor en het EU Militair Comité levert militair advies. Het PSC vormt een politiek oordeel, geeft richtlijnen voor verdere stappen in de planning en bereidt besluiten van de Raad voor. In de uitvoeringsfase heeft het PSC politieke controle over de missie en geeft het strategische sturing. Het EU Militair Comité ziet toe op de juiste uitvoering van de militaire operatie, die geschiedt onder verantwoordelijkheid van de operationele commandant.

De NRF is opgericht om in de initiële fase van een crisissituatie te worden ingezet. De NRF kan daarbij zowel worden ingezet voor de handhaving of de bevordering van de internationale rechtsorde als voor de verdediging van het bondgenootschappelijke grondgebied. Via de Noordatlantische Raad (NAR) heeft Nederland invloed op de besluitvorming over de inzet van de NRF. De NAR velt een politiek oordeel over een escalerende crisis en geeft, via het Militair Comité, de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) de opdracht inzetopties uit te werken. Op basis van een advies van het Militair Comité neemt de NAR vervolgens een besluit. Vervolgens schrijft SACEUR een operatieplan, waarin de door de NAR gekozen optie verder wordt uitgewerkt. Na het advies van het Militair Comité keurt de NAR het operatieplan goed en geeft hij SACEUR opdracht om met de ontplooiing te beginnen.

Omdat de EU Battlegroups en de NRF bestemd zijn voor crisissituaties en niet op voorhand vaststaat in welke omstandigheden zij zullen worden ingezet, kunnen geen uitspraken worden gedaan over het mandaat waarop een eventuele inzet berust of over de militair-operationele haalbaarheid daarvan.

De vulling en samenstelling van een rotatie worden steeds voorafgaand aan een stand-by periode vastgelegd. Daarmee is de beschikbaarheid van eenheden gegarandeerd. In de tweede helft van 2013 neemt Nederland samen met Letland, Litouwen en Zweden deel aan de door het Verenigd Koninkrijk geleide EU Battlegroup. 

In de tweede helft van 2014 neemt Nederland samen met Duitsland, Luxemburg en Spanje deel aan de door België geleide EU Battlegroup. Aan de snelle reactiecapaciteiten van de Navo dragen bijna alle lidstaten kleinere of grotere bijdragen. Over de geschiktheid van de toegewezen eenheden kan worden gesteld dat zij zich zowel in nationaal als in internationaal verband voorbereiden op inzet. De nationale voorbereiding begint ongeveer een jaar voorafgaande aan de stand-by periode met de nationale gereedstelling en de training op eenheidsniveau. In de zes maanden voorafgaand aan de stand-by periode wordt de multinationale integratietraining gehouden en volgt de certificering. De deelneming aan deze oefeningen wordt gefinancierd uit het gereedstellingsbudget.

Bij inzet van de snelle reactiecapaciteiten dragen de deelnemende landen de kosten van de inzet. In Nederland is dit onderdeel van de nationale besluitvormingsprocedure. Momenteel wordt in EU-verband onderzocht hoe de kosten van gereedstelling en inzet van de EU Battlegroups zo laag mogelijk kunnen worden gehouden.

De minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert

De minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans

(ministerie van Defensie, 8 maart 2013)

* In het originele document staat 'EU Battlegroup' hier en daar in het enkelvoud geschreven. Er zijn echter steeds twee EUBG's paraat, HdV
** De snelle reactiemachten van de EU en de NAVO zijn niet geheel vergelijkbaar. De EU heeft twee Battle Groups van ca. 1.500 man elk paraat. De NRF van de NAVO is aanzienlijk groter, met een kern van 13.000 man aangevuld met hoofdkwartieren en overige capaciteiten. HdV

vrijdag 22 februari 2013

Minister Hennis wil 'slagvaardige NAVO'

Het belang van samenwerken voor de slagvaardigheid van de NAVO was gisteren en vandaag het voornaamste onderwerp van gesprek tijdens een bijeenkomst van de ministers van Defensie in Brussel. Namens Nederland woonde minister Jeanine Hennis-Plasschaert de vergadering van het bondgenootschap bij.

De ministers spraken over het niveau van de NAVO, het budget, kleinschalige samenwerkingsverbanden, investeringen en de ontwikkeling in Afghanistan.

De samenwerking wordt in 2015 al grootschalig op de proef gesteld met een uitgebreide NAVO-oefening, zo besloten de ministers.

Niveau handhaven
De NAVO wist in eerdere operaties al een hoog niveau te halen. Het kan bijvoorbeeld bogen op de ISAF-missie in Afghanistan, waar zo’n 50 landen intensief samenwerken en op elkaar zijn ingespeeld.

Om dit niveau te handhaven, ontwikkelden de NAVO-bondgenoten het zogeheten Connected Forces Initiative. Dit initiatief berust op 3 pijlers:

•    meer gezamenlijke oefeningen;
•    gezamenlijke opleidingen; en
•    een beter gebruik van elkaars technologie.

Nederlands belang
Omdat Nederland vrijwel uitsluitend in internationaal verband optreedt, onderstreepte Hennis hoe belangrijk het behoud van deze interoperabiliteit is, net als samenwerking met partnerlanden.

Financiën
Ook het NAVO-budget kwam aan de orde. Zo gaf Hennis aan dat zowel de NAVO als de individuele bondgenoten beschikbare fondsen slimmer en meer gezamenlijk moeten inzetten. Hennis: “Wanneer nagenoeg alle bondgenoten bezuinigen op de krijgsmacht, is multinationale samenwerking een bittere noodzaak. Het is bovendien niet vrijblijvend en daar moeten we naar gaan handelen."

Bottom-up
Bij samenwerking is Nederland voorstander van de bottom-up benadering. Daarbij nemen landen zelf het initiatief om met gelijkgestemde landen te werken aan capaciteitontwikkeling. Nederland deed daarmee al veel ervaring op in Benelux-verband en in projecten zoals Benesam, het European Air Transport Command, het Duits-Nederlands legerkorps en de European Gendarmerie Force.

De NAVO kan volgens Hennis een belangrijke coördinerende en faciliterende rol spelen bij dit soort multinationale samenwerking. Daarvoor is goede coördinatie met de EU een vereiste.

Militair advies
Militaire NAVO-commandanten informeerden de ministers in Brussel over de benodigde investeringen in capaciteiten. Investeren op een aantal gebieden vinden zij essentieel om het bondgenootschap klaar te maken voor de 3 kerntaken: gemeenschappelijke verdediging, crisisbeheersing en coöperatieve veiligheid in 2020. Het gaat dan bijvoorbeeld om bescherming tegen raketaanvallen, de geïntegreerde benadering bij crisisbeheersingsoperaties en de partnerschappen.

Overleg Afghanistan
Ministers van landen die troepen leveren aan ISAF spraken vandaag afzonderlijk over de NAVO-inzet in Afghanistan en de financiering na afloop van de huidige missie.

De nieuwe ISAF-commandant generaal Joseph Dunford sprak hen bij over de ontwikkelingen. Het grootste deel van Afghanistan bevindt zich in de transitiefase, de overgangsfase waarin Afghanen geleidelijk zelf verantwoordelijk worden voor de veiligheid. De missie krijgt steeds meer nadruk op begeleiding en training van Afghaanse politie en leger.

De geïntegreerde aanpak van Nederland op dat gebied noemde Dunford nog als best practice, toen hij vorige week Kunduz bezocht.

Overwegingen
De NAVO overweegt na vertrek uit Afghanistan in 2014 een groter Afghaans leger te onderhouden dan aanvankelijk gepland. Dat zou kunnen betekenen dat het bondgenootschap wil doorgaan met de financiering van 352.000 Afghaanse militairen tot 2018. Het besluit hierover vindt later plaats.

Jaarlijks 30 miljoen
Nu al betalen de NAVO en andere landen de salarissen en het materieel van zo'n 352.000 Afghaanse militairen. Dat kost per jaar bijna 6.5 miljard dollar. Nederland draagt in de periode 2015 - 2017 jaarlijks een bedrag van 30 miljoen bij, waarvan 5 miljoen voor het Afghaanse leger en 25 miljoen voor de Afghaanse politie.

Missie Turkije
Minister Hennis en haar Duitse collega Thomas de Mazière reisden aansluitend aan de NAVO-bijeenkomst door naar Turkije voor een tweedaags bezoek aan de Duitse en Nederlandse Patriot-eenheden.

(Rijksoverheid, 22 februari 2013)

vrijdag 25 januari 2013

Omroep Max: interview met Commandeur Ben Bekkering

Commandeur Ben Bekkering over piraterij en het leven op zee.

Commandeur Ben Bekkering
Commandeur Ben Bekkering heeft een jaar lang het commando gevoerd over de Standing NATO Maritime Group 1. Op 24 januari droeg hij het NAVO-commando over aan de Duitse commandeur Georg von Maltzan. Bekkering heeft in het afgelopen jaar onder andere deelgenomen aan operaties om terroristische activiteiten te verstoren op de Middellandse Zee met de NAVO-vloot. Ook gaf hij een half jaar lang leiding aan de anti-piraterij missie voor de kust van Somalië  Margreet Reijntjes praat met Commandeur Bekkering over piraterij, het leven op zee en over de gevolgen daarvan voor het thuisfront.

(Omroep Max, 24 januari 2013)

vrijdag 23 maart 2012

NAVO-oefening Cold Response ten einde


De grote NAVO-oefening Cold Response is gisteren beëindigd. 16.000 militairen uit 15 landen trainden de afgelopen 2 weken in Noorwegen anti-terreursituaties* onder koudweeromstandigheden. Een van de leerpunten voor de volgende oefening in 2014: stem de verschillende communicatiesystemen beter op elkaar af.

(foto: Defensie)

Defensie nam deel met 800 militairen, waaronder een grote maritieme afvaardiging en eenheden van land- en luchtmacht. De Nederlandse eenheden vertrokken afgelopen woensdag uit het Noorse oefenterrein, na een 48 uur durende aanval. De focus lag daarbij onder meer op het afweren van luchtaanvallen, het bestrijden van onderzeeboten en het onopgemerkt aan land brengen van amfibische eenheden. Ook het inrekenen van terroristen behoorde tot het scenario.

Amfibisch
Voor Nederland stond de afgelopen weken vooral het amfibisch optreden met Groot-Brittannië centraal. Aan boord van het Britse marineschip HMS Bulwark stuurden Engelse en Nederlandse commandanten in een gezamenlijke staf de diverse eenheden aan. Hr. Ms. Rotterdam fungeerde als uitvalsbasis voor Amerikaanse, Britse en Nederlandse troepen en leverde logistieke ondersteuning. Commandant kapitein-ter-zee Huub Hulsker is tevreden: "wij hebben onder zeer diverse en extreme omstandigheden onze taken kunnen oefenen."

Reactiemacht
Cold Response geldt ook als belangrijke voorbereiding voor de Amfibische Taakgroep van de marine, die in de tweede helft van 2013 paraat staat voor de snelle reactiemacht van de NAVO, de NATO Response Force.

De schepen en eenheden keren 30 maart terug in Den Helder. Gedurende de thuisreis staan nog verschillende maritieme oefeningen op het programma.

(bron: ministerie van Defensie, 23 maart 2012)

*Deze omschrijving strookt niet helemaal met de werkelijkheid. Het oefenprogramma behelste activiteiten in het gehele geweldsspectrum, inclusief diplomatie. Onderstaand een korte omschrijving van oefening Cold Response door de organisatoren, het Noorse ministerie van Defensie.

Cold Response is a Norwegian led winter exercise. The main purpose of this year’s winter exercise is to rehearse high intensity operations in winter conditions within NATO with a UN mandate.

Participants will rehearse deploying and using military reaction forces in an area of crisis where they have to handle everything from high intensity warfare to terror threats and mass demonstrations. The soldiers have to balance the use of diplomatic and military force. Also, forces get to train in an international environment where they have to master a common language and procedures.

zondag 18 maart 2012

Nederlandse militairen herdenken Noorse vliegtuigbemanning


Nederlandse en internationale troepen hebben vandaag een moment stilte in acht genomen ter nagedachtenis aan de Noorse bemanning van een C-130J Hercules. Vannacht werd duidelijk dat de 5 bemanningsleden een ongeval met dit transportvliegtuig niet hebben overleefd. De militairen namen deel aan de NAVO-oefening Cold Response in Noorwegen.

Het Noorse vliegtuig verdween donderdag van de radar, waarna een grootscheepse reddingsactie volgde. Daaruit bleek dat het vliegtuig in de bergen van Zweden was neergestort. Vanuit de lucht werden sporen van wrakstukken waargenomen.

Na de korte herdenking en 2 uur operationele pauze gaat Cold Response verder. In totaal 16.000 militairen uit onder meer Nederland, Groot-Brittannië, Noorwegen en de Verenigde Staten nemen deel aan de oefening. Nederland is naast grondeenheden van marine en landmacht ook aanwezig met de marineschepen Hr. Ms. Rotterdam, Tromp, Schiedam en 2 Cougar-transporthelikopters van de luchtmacht.

(bron: ministerie van Defensie, 18 maart 2012)

Meer over de NAVO-oefening 'Cold Response':
http://www.defensie.nl/marine/uitgelicht/20120223_uitgelicht_navo-oefening_cold_response
http://mil.no/excercises/coldresponse2012/Pages/default.aspx