Posts tonen met het label inzetbaarheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inzetbaarheid. Alle posts tonen

maandag 15 december 2014

Kamerbrief: de bijzondere positie van de militair

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 11 december 2014

Betreft: De bijzondere positie van de militair

Bijlage: Relevante wetsartikelen

de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 11 december 2014
Betreft De bijzondere positie van de militair

Bijlage: Relevante wetsartikelen

Bij verschillende gelegenheden is in overleggen met de Kamer de bijzondere positie van de militair aan de orde geweest. In mijn brief van 28 oktober jl. over de agenda voor het personeelsbeleid van de toekomst heb ik toegezegd dat de Kamer voor het eind van dit jaar een brief over de bijzondere positie van de militair ontvangt. In het wetgevingsoverleg over personeel van 3 november jl. heb ik in reactie op een motie van de heer Knops deze toezegging herhaald en toegezegd daarbij ook in te gaan op de mogelijkheid en de wenselijkheid van een pakketvergelijking. Over de beschrijving van de bijzondere positie van de militair is eerder overeenstemming bereikt met de centrales van overheidspersoneel. In de bijlage bij deze brief zijn de relevante delen van wetten en voorschriften opgenomen, waarnaar door middel van eindnoten wordt verwezen.

Taak van de krijgsmacht
De bijzondere positie van de militair wordt ontleend aan de taakstelling en positionering van de krijgsmacht in de Nederlandse samenleving. De krijgsmacht beschermt op basis van artikel 97 van de Grondwet Nederland en de Nederlandse belangen wereldwijd en handhaaft de internationale rechtsorde. Om deze grondwettelijke taken te kunnen uitvoeren, moet Nederland onder alle omstandigheden een onmiddellijk en onvoorwaardelijk beroep op de krijgsmacht kunnen doen. De Nederlandse krijgsmacht moet nu en in de toekomst voorbereid zijn op onvoorspelbare dreigingen en risico’s. Deze bijzondere taak van de krijgsmacht betekent dat de militair voortdurend voorbereid en beschikbaar moet zijn op operationele inzet waar dan ook ter wereld en zo lang als nodig. Hij is verplicht de aan hem opgedragen taken, met alle daaraan verbonden gevaren, onvoorwaardelijk uit te voeren. Juist het onvoorwaardelijke karakter van deze inzet stelt eisen aan de militair die nergens in onze maatschappij in dezelfde mate en in die combinatie voorkomen.

Het unieke karakter van de militair
Het meest wezenlijke kenmerk van de krijgsmacht is dat de militair bij de onvoorwaardelijke uitvoering van de opgedragen taken het belangrijkste bezit wat hij heeft, namelijk zijn leven, op het spel zet. In het uiterste geval kan een militair gedood worden of ernstig gewond raken. Daarnaast kan de militair in de positie komen dat hij zelf, binnen het kader van de wet en zijn opdracht, dodelijk geweld tegen anderen moet gebruiken.

De verantwoordelijkheid van de militair blijft voorts niet beperkt tot zijn eigen veiligheid en handelen, maar geldt ook voor ieder die aan zijn zorg is toevertrouwd. De militair is, als leidinggevende of als onderdeel van de eenheid, medeverantwoordelijk voor de veiligheid van de militairen met wie hij optreedt. Bij het uitvoeren van zijn taken zet de militair niet alleen zijn eigen leven op het spel, maar ook dat van zijn eenheid. Militairen gaan door waar anderen moeten stoppen. Deze unieke plicht van militairen laat zich niet uitdrukken in kwantitatieve of meetbare termen.

Bijzondere kenmerken van de militair
De positie van de militair heeft ook andere bijzondere kenmerken die wederom vooral kwalitatief van aard zijn en daardoor moeilijk meetbaar. Het onvoorwaardelijke karakter van de militaire inzetbaarheid stelt allereerst hoge eisen aan de fysieke en mentale inzetbaarheid van militairen. Militairen zijn verplicht hun fysieke conditie op peil te houden. Militairen zijn verplicht gebruik te maken van de militaire gezondheidszorg en ondergaan verplicht periodieke medische keuringen, vaccinaties en conditietests. Zo heeft Defensie altijd inzicht in de belastbaarheid en daarmee de inzetbaarheid van militairen. Wanneer de militair niet meer aan de medische en psychische eisen voldoet, wordt hij dienstongeschikt verklaard en als militair ontslagen, ook al is van arbeidsongeschiktheid in maatschappelijke zin geen sprake.

Defensie hanteert een specifiek personeelssysteem waarin kennis- en ervaringsopbouw van doorslaggevend belang zijn in de ontwikkeling van de militaire loopbaan. Om kennis en ervaring op te bouwen, rouleert de militair allereerst over een groot aantal functies met verschillende standplaatsen en wordt in verschillende situaties ingezet. Daarnaast wordt de vereiste kennis en ervaring bereikt door een intensieve opleiding en training. Dit vereist deelname aan opleidingen binnen en buiten Defensie en aan oefeningen in Nederland en het buitenland. Het veelvuldig rouleren over functies, het deelnemen aan opleidingen en oefeningen en het daadwerkelijk inzetten betekent dat de militair langere tijd buiten zijn persoonlijke omgeving verkeert en gedurende langere tijd gescheiden van partner en gezin moet leven.

Om de effectiviteit en integriteit van de inzet van de militair te bewaken, is de militair onderworpen aan strenge veiligheids- en integriteitseisen. Alle militaire functies zijn vertrouwensfuncties als bedoeld in de Wet Veiligheidsonderzoeken. Dit betekent dat aan hun gedragingen, zowel onder werktijd als daarbuiten, veiligheids- en integriteitseisen worden gesteld die van doorslaggevend belang kunnen zijn voor het al dan niet kunnen vervullen van een vertrouwensfunctie. De reikwijdte van deze integriteitstoetsing strekt zich ook uit tot de gezinssituatie
en persoonlijke omgeving van de militair.

Beperkingen voor de militair
Om de inzetbaarheid van de krijgsmacht te garanderen is een aantal wettelijke maatregelen getroffen. Die wettelijke maatregelen houden ook beperkingen in voor de uitoefening van de grondrechten van militairen. Militairen leveren op grond van die wettelijke maatregelen tevens in op de autonomie van hun eigen maatschappelijke en arbeidsrechtelijke positie. Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste wettelijke maatregelen.

De verplichting om de opgedragen taken uit te voeren is door de wetgever zo wezenlijk geacht, dat er in de Wet militair tuchtrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht aanvullende regels zijn vastgelegd die het ongestoorde functioneren van de krijgsmacht waarborgen. Het militair tuchtrecht onderscheidt daartoe gedragingen tegen de orde, gedragingen tegen de geheimhoudingsplicht, gedragingen tegen het dienstbevel en gedragingen die het functioneren van de krijgsmacht belemmeren. Het militair strafrecht regelt onder meer de strafbaarstelling van misdrijven tegen de staat, misdrijven waardoor de militair zich aan de dienstverplichtingen onttrekt, en strafbaarstelling van dienstweigering en de schending van krijgsplichten.

Daarnaast wordt bij oefenen en werkelijke inzet de Arbeidstijdenwet buiten werking gesteld en gelden er beperkingen op het gebied van arbeidsomstandigheden. Ook is het militairen verboden deel te nemen aan stakingen. Dit is een belangrijke inperking van de grondrechten van een militair. De verplichting voor de militair om de aan hem opgedragen taken te vervullen krijgt extra gewicht door de strafbaarstelling in het militair strafrecht. Zodra een militair wordt aangewezen om gedurende kortere of langere tijd een operationele missie in het buitenland te vervullen, is hij verplicht om aan deze oproep gehoor te geven. Wanneer een voor uitzending aangewezen militair niet verschijnt op het moment dat hij behoort te vertrekken naar het inzetgebied, maakt hij zich schuldig aan een strafbaar feit. Het is voor een militair niet mogelijk zich aan een oproep te onttrekken door een verzoek tot ontslag in te dienen.

Dit verzoek zal derhalve, en zeker wanneer operationele omstandigheden hiertoe noodzaken, worden afgewezen. De verplichting om aan opgedragen taken invulling te geven wordt op deze wijze door zowel strafrechtelijke als arbeidsrechtelijke instrumenten gewaarborgd. Er is geen enkele andere beroepsgroep in Nederland waarbij strafrechtelijke vervolging volgt bij het niet uitvoeren van de opgedragen taken.

Waardering van de militair
Defensie voert een personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid dat recht doet aan de beschreven unieke en bijzondere positie van de militair. Dit beleid kenmerkt zich naast opleiding en training door zorg en beloning.

Het personeelsbeleid moet militairen niet alleen zo goed mogelijk voorbereiden op werkelijke inzet, maar moet er ook voor zorgen dat indien de risico’s van deze inzet zich manifesteren, de gevolgen daarvan zo goed mogelijk worden ondervangen. Deze opvang is het meest kenbaar in de vorm van een zorgstelsel dat ter beschikking staat van de militair en zijn thuisfront. De uitvoering van operationele taken en de soms blijvende gevolgen daarvan verplichten tot bijzondere zorg voor de militair, de gewezen militair en diens naasten. Daarnaast worden de gevolgen van de inzet van de militair zo goed mogelijk opgevangen door het sociale zekerheidsstelsel en de specifieke aanvullingen hierop. 

Uit de beschrijving blijkt dat er voor de militair een reeks verplichtingen bestaat die sterk afwijken van wat maatschappelijk en arbeidsrechtelijk gebruikelijk is. Deze lopen uiteen van fysieke eisen tot beperkingen in de uitoefening van grondrechten. Het personeelsbeleid en het arbeidsvoorwaardenstelsel van Defensie weerspiegelen de bijzondere positie van de militair. Daarmee kan Defensie goed werkgeverschap vormgeven en worden de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht onder alle omstandigheden gewaarborgd.

De pakketvergelijking
In het algemeen overleg over personeel van 16 april 2013 heb ik de Kamer gemeld dat als eerste zou worden gewerkt aan de beschrijving van de bijzondere positie van de militair en dat daarna eventuele vervolgstappen zouden worden bezien. Hoewel een pakketvergelijking een complexe aangelegenheid is, heb ik toen ook gezegd met een open houding over de vervolgstappen met de centrales te willen spreken. Eind oktober jl. zijn de onderhandelingen voor een nieuwe CAO voor Defensie begonnen. Defensie streeft naar de modernisering van het arbeidsvoorwaardenstelsel. De bijzondere positie van de militair blijft daarbij het uitgangspunt, zonder de ontwikkelingen in andere overheidssectoren te negeren.

Een robuust en duurzaam stelsel is onmiskenbaar in het belang van het defensiepersoneel. Naar mijn mening, en die van de centrales, is een pakketvergelijking op dit moment geen voorwaarde om tot vruchtbaar overleg te kunnen komen. Wij zullen daartoe dan ook geen initiatief nemen.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert 

(Bron)


donderdag 19 september 2013

Algemene Rekenkamer: Validering nota 'In het belang van Nederland'

De Algemene Rekenkamer heeft op verzoek van de minister van Financiën onderzoek gedaan naar de visie op de krijgsmacht van de toekomst, zoals de minister van Defensie die heeft vervat in de nota ‘In het belang van Nederland’. We hebben gekeken naar de financiële onderbouwing van de in de nota beschreven maatregelen. Deze biedt volgens ons de best mogelijke financiële benadering met de op dit moment beschikbare gegevens voor besluitvorming over de gepresenteerde keuzes. De financiële onderbouwing biedt als raamwerk houvast, maar heeft per keuze beperkte houdbaarheid, die bovendien per keuze verschilt.

Conclusies

Financiële onzekerheid opvolger F-16 beter vertaald in budget

De financiële onzekerheid rond de keuze voor de opvolger van de F-16 is in de nota beter vertaald naar beschikbare budgetten dan tevoren. De financiële inpasbaarheid van de keuze om deze budgetten te gebruiken voor de aanschaf en exploitatie van 37 JSF-toestellen (inclusief de al gekochte twee testtoestellen) beschouwen we op basis van de op dit moment beschikbare gegevens als maximaal onderbouwd. Deze positieve ontwikkeling biedt echter geen zekerheid dat Defensie in staat zal zijn van jaar tot jaar alle uitgaven binnen die gegeven financiële ruimte te houden. Dit geldt zowel voor de aanschaf en exploitatie van de JSF als voor de nota als geheel.

De nota heeft de door de Algemene Rekenkamer al in 2009 gesignaleerde beperkingen in het keuzeproces van het toestel dat de F-16 opvolgt niet weggenomen.

Meevallers niet automatisch voor aanschaf meer JSF-toestellen
We vinden het een goede zaak dat in het budget voor vervanging van de F-16 een ruime risicoreservering wordt aangehouden. In de nota gaat de minister van Defensie ervan uit dat als meevallende kostenontwikkelingen tot vrijval hiervan leidt, deze middelen benut kunnen worden voor de aanschaf van meer JSF-toestellen. De constatering dat minder dan 37 toestellen kunnen worden gekocht, zou volgens de minister leiden tot een heroverweging van het hele project. Wij zijn van mening dat ook meevallers zouden moeten leiden tot een heroverweging, en niet automatisch tot meer toestellen.

Inzetbaarheid van de krijgsmacht
Om de krijgsmacht financieel en operationeel duurzaam te maken heeft de minister van Defensie de minister de inzetbaarheidsdoelstellingen verlaagd, en per krijgsmachtonderdeel maatregelen genomen om beter aan de nieuwe inzetbaarheidsdoelstellingen te kunnen voldoen. Ook wij vinden dat de ambities van de krijgsmacht en de mogelijkheden om die te realiseren dichter bij elkaar zijn gebracht. Maar volgens ons zijn ze nog niet in balans waardoor ook in de toekomst concessies gedaan zullen moeten worden aan de uitvoering van taken of aan de getraindheid van het personeel.

Bij het begin van het JSF-project ging het ministerie nog uit van de inzet van squadrons die samen meer dan 50 jachtvliegtuigen omvatten. De minister gaat er in haar nota van uit dat zij met 37 JSF’s – er zijn nu nog 68 F-16’s in gebruik – altijd vier jachtvliegtuigen beschikbaar heeft voor internationale missies. Haar inzetbaarheidsberekeningen zijn echter niet compleet. Niet alle trainingsuren zijn meegerekend en op andere aspecten zijn de berekeningen optimistisch. De inzet van vier jachtvliegtuigen zonder aantasting van training of andere taken is daarom twijfelachtig.

De inzetbaarheid van de krijgsmacht wordt vanwege de in de nota gemaakte keuzes op meer onderdelen beperkt.

Zo leidt minder training van Chinook-helikopter-bemanningen ook tot beperkingen voor de inzet van de luchtmobiele brigade van de landmacht.

Bij de keuze van de minister om het Joint Support Ship niet in gebruik te nemen, verlaagt de minister de ambities van de marine en bespaart zo exploitatielasten.

Het vastgoedvoorstel in de nota (onder meer nieuwbouw Vlissingen) ontbeert nog steeds een volwaardige business case gebaseerd op een stabiele en deugdelijke raming van de vastgoedbehoefte.

(Algemene Rekenkamer, 19 september 2013)

Volledig rapport Rekenkamer (.pdf, 6 mB)

dinsdag 17 september 2013

Toekomstvisie Defensie: inzetbaarheid

(...)
De krijgsmacht is vanaf 2014 inzetbaar voor:

1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen
van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk
verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.

2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en
rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de
belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd,
waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat
kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

- Op land: eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde
taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de
presentie in het Caribisch gebied).

- Op en vanaf zee: eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

- In de lucht: tot de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 - voorzien in 2023 - eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

- Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

- Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

- Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning
(combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van
internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van
ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in
wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

- De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de
beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de
Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

- Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen
(cybercapaciteit);

- Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in
het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

- Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises - zo nodig met alle op dat moment
beschikbare eenheden.

4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1)als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit twee roulerende compagnieën van het CZSK of het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

(Ministerie van Defensie, 17 september 2013)