Posts tonen met het label Jeanine Hennis-Plasschaert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeanine Hennis-Plasschaert. Alle posts tonen

maandag 23 september 2013

The Dutch Cut NATO!

Alphen, Netherlands. 23 September - Last week in a “Defence Note” carefully buried in an announcement on the wider national budget The Netherlands cut some €370m (c$400m) from an already straitened defence budget. At the same time I gave a speech to senior NATO commanders in Riga, Latvia during Exercise Steadfast Pyramid and Pinnacle designed to test the credibility of the Alliance’s twenty-first century collective defence. My core message was blunt; the true test of NATO was that the good people of Riga could sleep soundly in their beds. However, to pass such a test NATO would need a twenty-first century defence built on twenty-first century forces. Even as I spoke I could feel the rug being pulled from under my feet by the Dutch decision.

The cut was sweetened by an announcement that the Netherlands will purchase 37 Joint Strike Fighters (JSF) worth some €4.5bn ($6bn) to replace ageing F-16s.  Back in 2010 I wrote a report entitled “Between the Polder and a Hard Place” together with Col Anne Tjepkema, formerly of the Royal Netherlands Air Force, for the Royal United Services Institute (RUSI) in London. The report charted 14 Dutch defence cuts since 1991.  One of the report’s findings was that each Dutch defence cut has been sweetened by a commitment to purchase a new piece of military equipment. However, that commitment was either broken or watered down in a subsequent defence cut. Expect the same.

Since the end of the Cold War Dutch defence spending has fallen from 2.8% of gross domestic product (GDP) to 1.4% GDP and is planned to fall to 1.14% GDP by 2015. Indeed, if one removes Dutch Gendarmerie forces from the defence budget the figure is nearer 1% GDP or half of NATO’s agreed defence investment level of 2% GDP.  Moreover, according to the CIA the Netherlands ranks 92nd in comparative world military expenditure out of 173 states and 15th out of NATO’s 28 members. To be fair ‘superpower’ Germany comes in at 102nd and Canada 120th, but the rest comprise mainly minnows such as Albania, Belgium, Iceland, and Luxembourg.

The Dutch Government likes to hide behind the ‘little country’ alibi.  However, contrast the defence ranking of the Netherlands with its economic ranking and the extent to which the Dutch are defence free-riding becomes all too apparent. According to the CIA the Netherlands is Europe’s 6th largest economy, the world’s 24th largest by power purchase and the 7th largest trading power on the planet utterly reliant on open global sea and air lines of communication which have to be defended.

With the Americans stretched thin the world over NATO Europe must either be capable of going with the Americans or must credibly be able to act autonomously in and around Europe’s rough neighbourhood. Indeed, to keep NATO strong and America engaged Europeans must help the US to remain strong wherever and whenever. This is why the British will next year launch the first of two large aircraft carriers to project strategic power. If Europeans fail that test NATO will fade and eventually fail.

Defence Minister Jeanine Hennis-Plasschaert uttered forth the usual political platitudes whilst Foreign Minister Frans Timmermans suggested that in a meeting with US Secretary of State John Kerry the Americans had expressed satisfaction with the Dutch decision to buy JSF. My well-placed Washington sources tell me the Americans also expressed concerns about the defence cuts and their impact on NATO.

The only way for the Netherlands to squeeze military credibility out of their future force will be to enact radically deep synergies between the Royal Netherlands Army, Navy and Air Force. In effect they will need to become a single service.  The Hague will also have to seek defence integration with other states in a similar position, most notably Belgium. This will effectively mark the end of Dutch defence sovereignty.

Furthermore, given the rise in the cost of defence equipment the continual cuts to the Dutch defence equipment budget makes the size of the force the enemy of the cost of the equipment the force needs – a capability-capacity crunch.  Indeed, the Dutch are now struggling to afford any military capabilities hence only 37 JSF which is not a viable force.  ‘Not a viable force’ is an accusation that can now be levelled against the entirety of the Dutch armed forces as The Hague drives them below an irreducible level.

With proliferation of strategic weapons across a world full of friction the Dutch Government seems all too happy for the American, British and French taxpayers to bear the true cost of defending the Netherlands and its interests.  This is a tragedy because having worked with the Royal Netherlands Armed Forces I have witnessed first-hand the outstanding quality of Dutch personnel.

Will the people of Riga sleep sound in their bed?  Yes for now but not for much longer if countries like the Netherlands think their defence is someone else’s problem. The Dutch are cutting NATO.

Julian Lindley-French, 23 September 2013

donderdag 12 september 2013

Reactie minister Hennis-Plasschaert op kritiek GOV|MHB

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 12 september 2013
Betreft Reactie op ingezonden brief Trouw

Tijdens de regeling van werkzaamheden op 10 september jl. heeft het lid Segers (CU) om een reactie gevraagd op de ingezonden brief ‘Minister van Defensie, het is vijf voor 12’ van generaal-majoor b.d. H. de Jonge in Trouw van 9 september jl. Tevens heeft het lid Hachchi (D66) gevraagd in te gaan op de wijze waarop het defensiepersoneel werd en wordt betrokken bij het schrijven van de nota over de toekomst van de krijgsmacht. Hierbij voldoe ik aan deze verzoeken.

Ik heb alle begrip voor de zorgen van het personeel over mogelijke maatregelen en wat die voor ieder van hen kunnen betekenen. Ik zal daarover duidelijkheid verschaffen in de nota over de toekomst van de krijgsmacht die, zoals bekend, zal verschijnen vóór de behandeling van de defensiebegroting. Ook verwijs ik naar mijn brief van 25 juni jl. (Kamerstuk 32 7333, nr. 133).

Gisteren heb ik een onderhoud gehad met generaal-majoor b.d. De Jonge. Wij hebben vastgesteld dat van een tegenstelling tussen officieren en de minister geen sprake is. De Commandant der Strijdkrachten evenals de commandanten van de operationele commando’s zijn nauw betrokken bij het opstellen van de nota en de uitwerking daarvan. Gezamenlijk staan wij voor de koers die Defensie inslaat en gezamenlijk zullen wij werken aan het draagvlak daarvoor.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

donderdag 1 augustus 2013

VVD en Defensie: Gun Pride

(Onderstaand artikel is een 'column'. Dat wil zeggen: losser van toon; hier en daar wat vrijpostigheden. Alle feitelijke informatie is afkomstig uit (semi-)openbare bronnen, zoals het web, Facebook en LinkedIn, HdV) 

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert vaart zaterdag mee op de jaarlijkse Canal Parade in Amsterdam, het hoogtepunt van de Gay Pride. De VVD-bewindsvrouw wil daarmee duidelijk maken dat iedereen bij Defensie 'zichzelf' moet kunnen zijn. Het is voor het eerst dat een minister van Defensie dit hedonistische volksfestijn voor mensen van alle horizontale gezindten en massaal toestromende 'gewone' burgers bezoekt.

Maar heeft deze actie voor Defensie ook maar enige prioriteit? Ik ken zelf geen Kamerstuk waarin melding wordt gedaan van problemen voor LBGTCQ's in de krijgsmacht. LBGT is inmiddels een min of meer ingeburgerde afkorting: Lesbians, Bisexuals, Gay en Transgenders. De C van Crossdressers en de Q van Queers heb ik zelf toegevoegd om de aanhangers van deze twee niches in de seksuele markt niet tekort te doen.

Het wordt ongetwijfeld een leuk stukje media exposure voor de minister, maar als ik haar was zou ik deze dagen erg hard en vooral ook erg zichtbaar werken aan de beloofde Toekomstvisie voor de krijgsmacht. Iedereen (en niet in de laatste plaats haar eigen personeel) zit te smachten om duidelijkheid over waar de krijgsmacht heen gaat. Onzekerheid is wijdverspreid; militairen en burgerpersoneel beginnen te mokken en te morren (voor zover al niet ontslagen) en dat moet je niet willen hebben in 'jouw' achterban.

Maar ik wilde het eigenlijk helemaal niet over de minister hebben. Onlangs viel mij onderstaande foto op van een lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, Ronald Vuijk, die onder andere Defensie in zijn portefeuille heeft.


Ronald Vuijk. Foto: 112 Pagncie

Wij zien een gewapend Kamerlid in camouflagepak. Persoonlijk vind ik dat niet kunnen. De wetgever maakt een strikt onderscheid tussen militairen en burgers en dat moet vooral zo blijven. Ook het oorlogsrecht (de Geneefse Conventies) maakt een dergelijk onderscheid. Ik raakte er op Twitter over in discussie met Vuijk. Hij vond mijn argumenten geen steek houden aangezien hij op een militair terrein meedeed aan een oefening. De discussie liep al snel dood, en een uitnodiging mijnerzijds om een schriftelijke toelichting te geven bleef onbeantwoord. Voor de duidelijkheid: ook op een militair oefenterrein gelden de Nederlandse wetgeving én de Geneefse Conventies.

foto: 112 Pagncie

Kamerlid Vuijk was uitgenodigd voor de oefening door Brigadegeneraal Hans van der Louw, de baas van de 43ste Gemechaniseerde Brigade. Een onderdeel daarvan, 112 Pantsergeniecompagnie, oefende in Marnehuizen het 'optreden in verstedelijkt gebied'. Doel was om Vuijk en zijn stagiaire Masoumah Hosseini een blik te gunnen in de militaire keuken. Maar moest dat gewapend en in gevechtspak? Ik vraag het maar. Overigens: als ík me in camouflagepak en met een nepwapen op een oefenterrein zou begeven zou ik binnen tien minuten worden gearresteerd, vml. dpl. wmr. en journalist of niet.

Vuijk weet verder prima hoe het er in de militaire keuken aan toe gaat. Hij was namelijk in zijn jonge jaren dienstplichtig sergeant, en tekende nog eens een paar jaar bij. Wel bij het destijds meest saaie onderdeel van de landmacht: in de jaren '80 stond het Regiment van Heutz bekend als een soort afvalputje voor kansloze dienstplichtigen, belast met oersaaie bewakingstaken. Verder dan sergeant heeft hij het ook niet geschopt, terwijl je, als ik me het goed herinner, destijds als KVV'er best sgt1 kon worden.

Volgens zijn LinkedIn-profiel was Vuijk ook schietinstructeur. Maar onderstaande foto bewijst dat hij de opgedane kennis geheel is vergeten, of helemaal nooit schietinstructeur was.


Foto: 112 Pagncie
Ziet u wat hier gebeurt? Ronald Vuijk houdt zijn wapen gericht op de persoon rechts op de foto, een stagiaire van de VVD-fractie. Dat is een totale no-no, of het wapen nu geladen is met losse flodders of niet. Schietinstructeur-Vuijk zou Kamerlid-Vuijk iets hebben toegeschreeuwd in de trant van "IDIOTE DROPLUL!! OMHOOG DIE LOOP!! LAPSWANS!! MAFKEES!!" De Wet van Murphy bepaalt namelijk dat je net zult zien dat er toch een scherpe patroon in het magazijn zit, de mondingsstop eruit gevallen is, Vuijk struikelt, en de fractie een stagiaire armer is.

Over de stagiaire zo meteen meer, maar laat ik het hoofdstuk-Vuijk afsluiten met het volgende. Een camouflagepak en een wapen staan niet alleen voor 'Kijk Mij Als Kamerlid Eens Stoer Meedoen'. Ze staan ook voor sneuvelbereidheid. Ben je daartoe bereid, sergeant-zeer-buiten-dienst Vuijk? Wanneer de Vaste Commissie Defensie weer een exotisch oord bezoekt, ga je dan met de troepen mee de poort uit, met vlekkenpak, scherfvest en wapen? En zónder de BSB-beveiligers die bezoekende Kamerleden zelfs op een beschermde compound om zich heen hebben? Zo ja, dan ben je voor mij een echte kerel. Zo nee,dan ben je een slappe wannabe. Loze Gun Pride...

De stagiaire dus. Masoumah Hosseini. Ouders Afghaans, spreekt vloeiend Dari en is freelance tolk voor het ministerie van Defensie. Staat op de wachtlijst om naar Afghanistan uitgezonden te worden. Jurist, werkte o.a. als rechtbankgriffier en is net als Ronald Vuijk afkomstig uit de boezem van de afdeling-Delft van de VVD. Het is een kleine wereld. En als ik een 'stukje profilering' op haar loslaat zou ik denken dat zij, eh, ach laat maar, dat is speculatie.

Ook van Masoumah zijn enkele foto's online gezet. Uit een daarvan blijkt dat zij i.t.t. haar baas de verkleedpartij in Marnehuizen niet al te serieus nam. Wel cool trouwens, die witte schoentjes.

Masoumah Hosseini Foto: Facebook

Ook de volgende foto hoort in de categorie 'iets minder serieus'. Let op de vinger aan de trekker (ook een no-no) en de roodgelakte nagels, in combinatie met het camouflagepak zeer geschikt indien men zich toevallig verdekt moet ophouden in struiken met felrode bessen... En ook hier een gevalletje Gun Pride.


Masoumah Hosseini. Foto: 112 Pagncie

Tot besluit ontkom ik er, ondanks mijn goede voornemens, toch niet aan om enige woorden te wijden aan minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert. Nog voor zij minister werd deed dit VVD-lid aan crossdressing (no pun intended) en overtrad een gulden regel: een burger (en al helemaal een politicus) heeft niets te zoeken in een uniform. Gun Pride, zonder gun.


Detail uit foto Elsevier

Ik zal maar niets zeggen over wat ik in mijn jeugd heb geleerd: "Een net meisje staat niet met de benen wijd", want dat zou wellicht als ouderwets en/of seksistisch kunnen worden bestempeld. Waar ik het over wilde hebben is 'de minister na haar optreden bij Linda de Mol'. Sindsdien heb ik meer dan voorheen de neiging om de bewindsvrouw als Jeanine aan te spreken. Mag dat? Ach Jeanine, dit is maar een column.

In dat programma gaf Jeanine aan een kinderwens te hebben. Ze deed dat op een wat omslachtige manier, door dat onderwerp expliciet uit te sluiten van verdere discussie. Met een kinderwens is niets mis. Maar, Jeanine, weet je welke mensen een vervulde en vervolgens ongedaan gemaakte (en niet meer in te halen) kinderwens hebben? De ouders van de 23 Nederlandse militairen die in Afghanistan zijn gesneuveld of verongelukt, en de ouders van sergeant D. die met een Diemaco (waarmee collega Vuijk op de foto's zo vrolijk rondloopt) op Kamp Holland zijn hoofd aan gort heeft geschoten.

Jeanine, wat ik in jouw publieke optredens mis is een regelmatige uiting van diep respect voor die gesneuvelden en hun nabestaanden. Of dacht je dat met het aantreden van een nieuw kabinet die ereschuld minder belangrijk wordt? Het zijn ook 'jouw' gesneuvelden en die van jouw voorgangers en opvolgers. En het is mede daarom dat ik jouw optreden bij de exhibitionistische en losbandige Canal Parade ongepast vind. Ik zou zeggen: blijf gewoon weg (niemand die het opvalt) en gebruik de tijdswinst om verder te werken aan de Toekomstvisie.

Update: video Nieuwsuur over de Defensieboot op de Canal Parade.

zondag 28 juli 2013

Hoofdredactioneel commentaar De Telegraaf

Defensie

Het vertrouwen van krijgsmachtpersoneel in werkgever Defensie is bedroevend laag. Burgerpersoneel en militairen hebben weinig geloof in de toekomst en zijn minder gemotiveerd dan een paar jaar geleden, zo blijkt uit onderzoek van het ministerie.

Geen wonder! Onze krijgsmacht wordt door de politiek als een melkkoe gebruikt om gaten in de schatkist te dichten en onvoldoende beschouwd als een onmisbare organisatie voor de verdediging van onze landsbelangen, zowel aan de eigen grens als in het buitenland, zoals in Afghanistan. Defensie maakt zich inmiddels op voor een zoveelste reorganisatie, waarbij twaalfduizend arbeidsplaatsen komen te vervallen en zesduizend mensen moeten vrezen voor gedwongen ontslag. Het mag niet verbazen dat veel jongeren kiezen voor een carrière elders.

Het dramatische moraal van krijgsmachtpersoneel is ook een motie van wantrouwen aan de eigen defensietop. Dat geldt in het bijzonder voor VVD-minister Hennis-Plasschaert, de derde minister van Defensie in evenzovele jaren. Hennis kan bij fotomomenten leuk lachen in de camera, keuvelt er vrolijk op los in tv-programma’s als Linda’s Zomerweek en weet zich met flink wat voorleeswerk prima staande te houden in de Kamer. Maar ze heeft weinig laten zien wat écht het vertrouwen van haar mensen waard is. Die zien vooral een politica die weer de ene na de andere bezuinigingsopdracht op het bordje krijgt. En de opdracht braaf uitvoert.

(De Telegraaf, 28 juli 2013)

woensdag 17 juli 2013

Blog minister van Defensie: Zomer

Met een bezoek aan onze mannen en vrouwen in Afghanistan, interviews, debatten in de Tweede Kamer en een laatste ministerraad voor het zomerreces, sluit ik een bewogen parlementair jaar af.

Voor velen is de zomer hét moment om heel even uit te blazen en afstand te nemen. Zo'n moment heeft iedereen op z'n tijd nodig. Goed voor reflectie, nieuwe energie en waardevolle inzichten. Ik hoop dan ook van harte dat velen van zo’n moment kunnen genieten deze zomer.

Uiteraard zorgt de aard van onze werkzaamheden er ook voor dat veel Defensiemedewerkers, militair en burger, doorwerken. Zomer of niet. Zij zijn bezig met de afbouw van de missie in Kunduz, treden op tegen piraten nabij Somalië, zijn actief in de Sinaï of in Afrika, bewaken onze kustwateren en onze grenzen op Schiphol, beschermen het Caribisch gebied of komen bijvoorbeeld in actie bij het ontmantelen van grote explosieven, schendingen van ons luchtruim, vermissingen, de jacht op grote criminelen en andere calamiteiten. Dit werk gaat altijd door. En dus gaan onze mensen door. Waarvoor dank!

Als ik terugblik op het afgelopen jaar, stel ik vast dat het op z'n minst een turbulent jaar was. Verkiezingen, het aantreden van het kabinet Rutte II, de complexe financieel-economische omstandigheden en de gevolgen daarvan, moeilijke boodschappen en, begrijpelijkerwijs, de nodige weerstand. Ook bij Defensie hebben we het afgelopen jaar wederom stevige tegenwind ervaren. Zoals ik in mijn vorige blog al stelde: "2 decennia van reorganisaties, taakstellingen, hervormingen en de daarmee groeiende baanonzekerheid hebben een enorme impact op onze medewerkers en de organisatie als geheel".

Tegelijkertijd zijn er het afgelopen jaar belangrijke stappen voorwaarts gezet, bijvoorbeeld op het terrein van de internationale samenwerking. Ook hebben we de prachtige inhuldiging van de koning mede mogelijk gemaakt en een mooie Veteranendag mogen ervaren. Met onze inzet - nationaal en internationaal - weten wij voorts keer op keer het verschil te maken. Mooie hoogtepunten voor mij waren dan ook de werkbezoeken aan alle onderdelen van Defensie. Uit eerste hand horen hoe het in de dagelijkse praktijk er aan toe gaat en hoe die praktijk wordt beleefd. Deze werkbezoeken zijn onmisbaar voor een volledig beeld. In eigen land. Zoals het bezoek aan de MIVD en het KCT afgelopen week. En ver weg. Zoals mijn reizen naar Afghanistan, het bezoek aan onze Patriot-missie met mijn Duitse collega Thomas de Maizière evenals het bezoek aan de antipiraterijmissie in de Golf van Aden met de premier.

Het komende parlementaire jaar zal ons allen weer voor een aanzienlijke hoeveelheid uitdagingen stellen. Ik blijf strijdbaar. En ik hoop van harte mét u.

Ik wens u een goede zomer!

Minister van Defensie
Jeanine Hennis-Plasschaert
15 juli 2013

(ministerie van Defensie)

woensdag 12 juni 2013

Eerste Tweetup met minister Hennis-Plasschaert

Minister JeanineHennis heeft dinsdag een aantal van haar Defensievolgers tijdens een eerste Tweetup irl (in real life) ontmoet. Ongeveer 50 Defensietwitteraars konden nu eens in meer dan 140 tekens met de minister communiceren. De Twitteraars twitterden er actief op los onder #tudef.

Het animo onder de Twitteraars was groot. Ze waren afkomstig uit de hele organisatie en konden eindelijk nu ook eens irl kennis maken met de minister.

Hennis met 34.261 volgers wordt regelmatig overspoeld met vragen op Twitter, maar zegt geen moment spijt te hebben van haar activiteiten op dit sociale medium. Ze gaat dan ook door met Twitteren. “Toch kan ik niet altijd reageren, omdat ik als minister politieke verantwoordelijkheid heb. Hoe graag ik ook mijn volgers direct wil antwoorden, kan ik dit niet altijd omdat ik met veel vertrouwelijke zaken te maken heb,” aldus Hennis.

Storifyverslag http://sfy.co/gM0W.

(ministerie van Defensie, 12 juni 2013

donderdag 6 juni 2013

Blog minister Hennis: 'Het waarom'

Regelmatig krijg ik via twitter of e-mail vragen van Defensiemedewerkers. Uiteraard probeer ik daar zoveel mogelijk op te reageren. Dit lukt echter niet altijd. Bijvoorbeeld omdat het verkeer met de Tweede Kamer dit niet (meteen) toelaat. De 'nota op de toekomst van de krijgsmacht' is zo'n onderwerp. Dat neemt niet weg dat ik de vragen wel op prijs stel. Het houdt me scherp. Zo heb ik onlangs een lange e-mail van iemand ontvangen die ik hier kapitein X zal noemen. Dit met het oog op de privacy van betrokkene.

In zijn mail, die hij ook naar Generaal Middendorp stuurde, zette kapitein X uiteen hoezeer hij onze blogs op de 'defensie intranet homepage' met interesse volgde. Vervolgens stelde hij onze standpunten weliswaar te waarderen maar niet te begrijpen waarom wij, in deze moeilijke tijden, de militair lijken te willen overtuigen van de noodzaak van zijn bestaan. De inhoud van onze betogen en blogs zou veel beter op de samenleving en de Kamerleden kunnen worden gericht. Het is immers niet de militair die twijfelt aan nut en noodzaak van zijn werk. Vertel ons daarom a.u.b. niet wat wij - militairen - allang weten, zo zei kapitein X. Ik ben het van harte met hem eens. En zeker als het instrument 'blog' wordt beschouwd als een puur interne aangelegenheid. Uiteraard hoeft de militair niet te worden overtuigd van de waarde van Defensie.

Zo'n blog heeft echter ook, en wellicht vooral, een externe functie. Niet voor niets worden de blogs ook gedeeld op bijvoorbeeld twitter en defensie.nl. De blog is 'een' instrument om te communiceren over de waarde van Defensie. Bereiken we daarmee alles en iedereen? Nee, zeker niet. Toespraken, debatten in de Tweede Kamer, interviews, gesprekken, (wervings)campagnes. Geen mogelijkheid wordt onbenut gelaten. Dat geldt voor de CDS. Dat geldt voor mij. En dat geldt voor vele anderen.

Het verhaal van Defensie doet er toe en dat moeten we uitdragen. Niet alleen vertellen over hoe hard er gewerkt wordt en hoe onzalig de financiële situatie is maar ook vertellen, en misschien wel juist vertellen, over het 'waarom'. Feit is dat er door vele Nederlanders hard gewerkt wordt. In de zorg. Op scholen. In de bouw. In de horeca. Door winkeliers. En ga zo maar door. Feit is ook dat de huidige situatie er bij velen pijnlijk hard inhakt. De economische omstandigheden trekken momenteel diepe sporen. Bij Defensie. En elders. En ja, Defensie heeft het zwaar. Twee decennia van reorganisaties, taakstellingen, hervormingen en groeiende baanonzekerheid hebben een enorme impact op onze medewerkers en de organisatie als geheel. Dat realiseer ook ik me terdege. Feit is voorts dat vele Nederlanders onze vrijheid en veiligheid als welhaast vanzelfsprekend zijn gaan ervaren. En daar zit vaak nou net de crux. Vrijheid en veiligheid. Het is geenszins vanzelfsprekend. Dreigingen en risico's, dichtbij en ver weg, zijn reëel. Dit vraagt om een alerte houding. Van Nederland én onze bondgenoten.

Waarom doen we wat we doen? Wat heeft de leraar of de bakker aan Defensie? Waarom is Nederland, met een zeer open economie, gebaat bij een goed functionerende krijgsmacht? Dat hoef ik onze militairen en burgermedewerkers van Defensie niet uit te leggen. Sterker nog, u bent als geen ander in staat het verhaal van Defensie met passie en overtuiging uit te dragen. Die verhalen moeten worden verteld. Door ons allemaal. En die blog? Die blog is slechts 'een' instrument.

Elke dag sta ik voor de keuze: sippen of knokken om defensie toekomstvast uit de crisis te laten komen. Het 'waarom' van Defensie goed voor het voetlicht brengen, is dan van groot belang. Zoals kapitein X terecht opmerkte "velen van ons hebben meerdere uitzendingen gedraaid, zich staande gehouden op het gevechtsveld en in nationaal - en internationaal verband zichzelf en zijn eenheid nuttig kunnen maken". En zo is het. Defensie is geen luxe maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart.

De waarde van Defensie. Zeg het voort!

Minister van Defensie
Jeanine Hennis-Plasschaert
6 juni 2013

woensdag 1 mei 2013

Minister Hennis-Plasschaert: Koning en krijgsmacht

Sinds 1890 heeft ons land weer een Koning. Op 30 april, om 10.07 uur tekende Koningin Beatrix de Akte van Abdicatie. Daarmee werd zij prinses en staat Koning Willem-Alexander, bijgestaan door Koningin Máxima, aan het hoofd van het Koninklijk Huis.

Na Prinses Beatrix mochten 31 getuigen hun handtekening onder de akte zetten. Als rijksminister van Defensie was ik een van die getuigen. Een bijzondere eer. De banden tussen de Oranjes en de krijgsmacht gaan terug tot de Tachtigjarige Oorlog. Onze onafhankelijkheidsstrijd werd militair aangevoerd door de Oranjefamilie, met Willem van Oranje, onze Vader des Vaderlands, voorop. De ceremoniële rol van Defensie bij de troonswisseling symboliseert de hechte verbondenheid van de Nederlandse krijgsmacht met het Koninklijk Huis en de militaire trouw en loyaliteit aan het Nederlandse volk.

Rond 9 uur begon de dag van de Troonswisseling met 101 saluutschoten vanaf het luchtverdedigings- en commandofregat Harer Majesteits Evertsen, die de aanwezigheid van Koningin Beatrix in de hoofdstad onderstreepten. Als Zijner Majesteit meerde het schip af. Mooie traditie, net als alle eenheden die een ceremoniële groet brachten, de salvo's van de Gele Rijders, de militaire kapellen die op de Dam het Wilhelmus speelden, de Koninklijke Marechaussee die zorgde voor erewachten, de operationele commandanten met hun vaandels, de Commandant der Strijdkrachten met het Rijkszwaard, de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht met de Rijksstandaard en de bijzonder indrukwekkende afsluiting van de dag door de F-16's van de Koninklijke Luchtmacht. Iets om trots op te zijn.

Achter de schermen van deze historische dag was Defensie ook actief. We leverden een belangrijke bijdrage aan de veiligheid in de stad, op en in het water en in de lucht. Een indrukwekkend visitekaartje.

Onze samenleving heeft baat bij gedeelde symbolen en samenbindende krachten. Het zijn wat de Britse zakenman en journalist Walter Bagehot in 1867 de “dignified parts of the constitution” noemde. Voor een vrij en welvarend Nederland is de constitutionele monarchie zonder meer een goede staatsvorm. Defensie vervult daarin een noodzakelijk rol.

Naast ceremoniële taken hebben koning en krijgsmacht een samenbindende rol. De koning staat boven de partijen en vertegenwoordigt de gehele natie. Defensie dient de belangen van onze natie. "Onze kracht ligt niet in afzondering, maar in samenwerking, stelde Koning Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk. "Tal van opgaven zijn alleen in internationaal verband op te lossen". Die opdracht heeft de krijgsmacht ook. Net als ons Koninklijk Huis komt de krijgsmacht op voor de belangen van alle inwoners van ons Koninkrijk.

Ik ben ervan overtuigd dat de wens die Koningin Beatrix in haar Dagorder van 30 april uitsprak, met verve wordt vervuld. De krijgsmacht zal namens en voor ons allen haar taken vervullen door blijvend op te komen voor vrede en recht.

Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
1 mei 2013

dinsdag 9 april 2013

Minister Hennis in De Wereld Draait Door




Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert was dit weekend in Somalië*, waar ze samen met premier Rutte de antipiraterijmissie bezocht. Ze wilden samen aanschouwen hoe de bestrijding van piraterij er precies aan toe gaat.

Jeanine Hennis-Plasschaert is met haar 40 jaar een van de jongste ministers uit Rutte II en heeft hiermee een van de moeilijkste departementen onder zich. Er wordt 1 miljard bezuinigd dit jaar, waardoor er zo’n 6000 banen verdwijnen bij Defensie. Er moet een beslissing worden genomen over de JSF en heeft ze manschappen gestationeerd in Afghanistan, Turkije, Zuid-Soedan en Somalië. Een enorme uitdaging voor Jeanine.

(VARA/DWDD, 8 april 2013)

*Kleine correctie: de minister en haar gezelschap waren in Djibouti waar ze op fregat Hr. Ms. De Ruyter stapten, HdV.

donderdag 7 maart 2013

Zo ver ons Koninkrijk reikt (blog minister Hennis)

De krijgsmacht moet alles kunnen. Militairen overleven in bittere kou boven de poolcirkel of vechten in een allesverzengende hitte. Ze observeren urenlang in opperste concentratie maar volbrengen ook loodzware terreintochten met tientallen kilo’s op de rug. Ze brengen wekenlang met twintig man door op een paar vierkante meter in onze onderzeeboten of dragen hoog in de lucht in hun eentje de verantwoordelijkheid voor een heel wapensysteem (F-16).

De veelzijdigheid van onze Nederlandse militairen is daarmee een afspiegeling van de veelzijdigheid van het Koninkrijk der Nederlanden.

Want wie staat er dagelijks bij stil dat ons Koninkrijk (Caribisch Nederland) grenst aan Venezuela? Dat onze buitengrenzen feitelijk zijn opgeschoven naar landen als Estland, Letland, Litouwen, Bulgarije maar ook Marokko, Tunesië en Turkije? We gaan allang niet meer bij Venlo de grens over. Dat betekent andersom dat mensensmokkelaars, terroristen en criminelen ook allang niet meer bij Venlo Nederland binnenkomen maar al veel eerder. Langs al deze grenzen moeten en kunnen onze militairen paraat staan.

Het is daarom goed om deze week een bezoek te brengen aan de eenheden van de Krijgsmacht in Caribisch Nederland. Onze militairen vervullen hier een indrukwekkende taak. Zo bracht onze marine met Hr. Ms. Pelikaan 70.000 liter water naar het door watergebrek getroffen Saba. Regelmatig worden grote drugsvangsten gedaan waarmee we de internationale criminaliteit en corruptie de voet dwars zetten. Juist in deze regio blijft een sterke kustwacht noodzakelijk. En met het sociale vormingsprogramma helpen onze militairen lokale jongeren weer op het juiste pad.

Onze militairen bewaken niet alleen de grenzen maar ook de belángen van ons Koninkrijk. Die belangen houden evenmin op bij Venlo. Nederland presteert heel wat op het wereldtoneel. Ons bedrijfsleven exporteert over de gehele wereld en we zijn de toegang tot Europa. Zie het succes van Schiphol en Rotterdam, samen alleen al goed voor honderdduizenden banen en tientallen miljarden euro’s aan toegevoegde waarde voor onze economie.

Wie die kurk van onze vrijheid en welvaart wil behouden, en zelfs wil laten groeien, moet bereid zijn in actie te komen. Voor onze koopvaardij en tegen piraterij bij Somalië, tegen drugshandel aan de grens met Caribisch Nederland, ter bescherming van NAVO-bondgenoten met onze Patriots in Turkije, tegen terreur in Afghanistan, tegen identiteitsfraude en mensensmokkel op Schiphol en ga zo maar door.

Zo wijd de wereld strekt. Zo ver ons Koninkrijk reikt!

Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
4 maart 2013

(ministerie van Defensie, 7 maart 2013)

woensdag 6 maart 2013

Nieuwsuur: De visie van de minister van Defensie

Jeanine Hennis-Plasschaert is sinds vier maanden minister van Defensie. Niet alleen de eerste vrouw op het departement, ook is ze de jongste minister van Defensie ooit. Hoe gaat ze te werk? Maakt het uit dat zij een vrouw is? Wat moest ze afleren? En vooral: wat is haar visie op de toekomst van de krijgsmacht?

Uitdaging
Juist dit jaar staat de krijgsmacht voor een enorme opgave. Defensie zit midden in een grote reorganisatie, waarbij vele duizenden ontslagen zullen vallen. Ook is in het regeerakkoord vastgelegd dat Hennis-Plasschaert met een visie op de toekomst van de krijgsmacht moet komen, want op dit moment stroken ambities en budget niet met elkaar. En dan is er nog het besluit over de zeer omstreden JSF: heeft Nederland zo'n jachtvliegtuig eigenlijk nog nodig?

Patriot-missie
Nieuwsuur volgt minister Hennis-Plasschaert een week lang. Bij de NAVO vergadert ze over het vervolg van de missie in Afghanistan. Samen met haar Duitse collega op Defensie Thomas de Maizière bezoekt ze de Nederlandse patriot-missie in Turkije. Op het ministerie in Den Haag voert ze een overleg met de Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp en de ambtelijke top van het departement. En Nieuwsuur volgt Hennis-Plasschaert als zij samen met koningin Beatrix het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek bezoekt in het kader van het 150-jarig bestaan.

(Nieuwsuur, 5 maart 2013)

Uitzending terugzien? Klik hier.

dinsdag 5 maart 2013

Minister van defensie bezoekt Caribisch Gebied

Aruna Jhagru

CURAÇAO – Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert en de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, brengen deze week een werkbezoek aan Aruba, Bonaire en Curaçao. De bewindsvrouw laat zich dan uitgebreid voorlichten over de Koninklijke Marine en Kustwacht in het Caribisch Gebied.

Het werkbezoek begint dinsdag op Curaçao, waar de minister onder meer spreekt met premier Daniel Hodge. Op Marinebasis Parera gaat de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied, brigadegeneraal der mariniers Dick Swijgman, Hennis-Plasschaert informeren over de werkwijze van de marine en kustwacht in de regio en de lopende counterdrugsoperaties. Ook volgt een uitgebreide rondleiding over de basis, waar de minister onder andere spreekt met de landmachtcompagnie, het personeel dat het varend en rijdend materieel onderhoudt en de bemanning van Hr.Ms. Pelikaan. Op Marinierskazerne Suffisant maakt de minister van defensie kennis met de miliciens in opleiding.

Aruba
Met de kustwachtcutter Panter wordt het gezelschap overgebracht naar Aruba. Op Aruba heeft de minister een ontmoeting met gouverneur Fredis Refunjol en premier Mike Eman. Daarna brengt zij een bezoek aan de Marinierskazerne Savaneta. Daar spreekt Hennis-Plasschaert met de mariniers van de 32ste Infanteriecompagnie. Deze eenheid staat permanent gereed voor orkaannoodhulp in het Caribisch Gebied. Ook brengt ze een bezoek aan het kustwachtsteunpunt Aruba en het Arubaanse Sociaal Vormende Traject.

Bonaire
De bewindsvrouw sluit haar werkbezoek af op Bonaire. Daar heeft ze onder meer bilateraal overleg met waarnemend gezaghebber Peter Silberie en rijksvertegenwoordiger voor de BES eilanden, Wilbert Stolte. Tot slot brengen Hennis-Plasschaert en Middendorp een bezoek aan de marechausseebrigade die verantwoordelijk is voor douanetaken.

(Versgeperst, 4 maart 2013)

vrijdag 1 maart 2013

Minister Hennis en CDS naar Caribisch Gebied

Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert en de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, brengen volgende week een werkbezoek aan de Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Daar laat de bewindsvrouw zich uitgebreid voorlichten over de Koninklijke Marine en Kustwacht in het Caribisch Gebied.

Het werkbezoek begint op Curaçao, waar de minister onder meer spreekt met Daniel Hodge, Minister President van het eiland. Op Marinebasis Parera zal de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied, brigadegeneraal der mariniers Dick Swijgman, de minister informeren over de werkwijze van de marine en kustwacht in de regio en de lopende counterdrugs-operaties. Ook volgt een uitgebreide rondleiding over de basis, waar de minister onder andere spreekt met de landmachtcompagnie, het personeel dat het varend en rijdend materieel onderhoudt en de bemanning van Hr.Ms. Pelikaan. Op Marinierskazerne Suffisant maakt Hennis kennis met de miliciens in opleiding.

Met de kustwachtcutter Panter wordt het gezelschap overgebracht naar Aruba. Op Aruba heeft de minister een ontmoeting met gouverneur Fredis Refunjol en premier Mike Eman. Daarna bezoekt zij de Marinierskazerne Savaneta. Daar spreekt Hennis met de mariniers van de 32ste Infanteriecompagnie. Deze eenheid staat permanent gereed voor orkaannoodhulp in het Caribisch Gebied. Ook brengt ze een bezoek aan het kustwachtsteunpunt Aruba en het Arubaanse Sociaal Vormende Traject. De bewindsvrouw sluit haar werkbezoek af op Bonaire. Daar heeft ze onder meer bilateraal overleg waarnemend gezaghebber Peter Silberie en rijksvertegenwoordiger voor de BES eilanden, Wilbert Stolte. Tot slot brengen Hennis en Middendorp een bezoek aan de marechausseebrigade op het eiland, verantwoordelijk voor douanetaken.

(ministerie van Defensie, 1 maart 2013)

zaterdag 23 februari 2013

Turkish, Dutch and German defense ministers survey Patriots in Adana

Turkish National Defense Minister Ismet Yilmaz, German Defense Minister Thomas de Maizière and Dutch Defense Minister Jeanine Hennis-Plasschaert surveyed on Saturday Patriot air defense systems which were installed in Turkey's southern Adana province.

The ministers visited the 10th Tank Base Command in Incirlik base where Patriot system was deployed upon Turkey's demand from NATO against a possible missile threat from Syria.

Dutch Patriot launcher, Adana, Turkey.
Photo: MoD, the Netherlands

Dutch minister said that the Netherlands, as a NATO state, undertook its responsibility, and helped Turkey, which was another NATO member state.

Yilmaz said that it was necessary to work together to restore peace in the world.

Noting that restoring peace was one of the goals of NATO, Yilmaz thanked Germany, the Netherlands and US which responded Turkey's demand rapidly.

The ministers then proceeded to Kahramanmaras city.

(Anadolu Agency, 23 February 2013)

Hollanda Savunma Bakanı Hennis-Plasschaert Türkiye'yi ziyaret ediyor

Jeanine Hennis-Plasschaert
Hollanda Savunma Bakanı Jeanine Hennis-Plasschaert ve Genelkurmay Başkanı Tom Middendorp iki günlük bir ziyaret için bugün Türkiye'ye geliyor.

Bakan Hennis-Plasschaert ve Genelkurmay Başkanı Middendorp, Adana İncirlik'te Patriot sistemlerini konuşlandıran Hollanda askerlerini ziyaret edecek. Daha sonra Maraş ve Gaziantep'e geçecek olan Hennis-Plasschaert Middendorp diğer Patriot sistemleriyle ilgili görev alan NATO askerleriyle de bir araya gelecek.

(Timeturk, 22 februari 2013)


İncirlik çıkarması

Almanya Savunma Bakanı Dr. Thomas de Maiziere,Hollanda Savunma Bakanı Jeanine Hennis Plasschaert ile Hollanda Genelkurmay Başkanı Tom Middendarp dün Adana İncirlik Üssü’ne geldi. İki ülkenin Savunma Bakanları ile Hollanda Genelkurmay Başkanı Adana’dan askerlerinin görev yaptığıGaziantep ve Kahramanmaraş’a geçecek.

(BügunGüdem, 23 februari 2013)

donderdag 7 februari 2013

Minister Hennis: 'Slagkracht en menselijk kapitaal'

Afgelopen zaterdag sprak ik in München (pdf), op de welbekende internationale Veiligheidsconferentie die daar sinds 1962 elk jaar wordt gehouden. Belangrijk om als Nederland ons geluid te laten horen. Belangrijk ook omdat er baanbrekende beslissingen nodig zijn op het terrein van de internationale militaire samenwerking.

Uiteraard werken onze militairen al vele jaren, in heel verschillende operaties, intensief samen met militairen uit andere landen. Daar zit het probleem niet. Met name de politiek is huiverig om groen licht te geven voor verdergaande stappen. Begrijpelijk, want beslissingen over Nederlandse militairen geef je niet zomaar uit handen aan een ander. En dat zal zo blijven.

Tegelijkertijd zien we echter ook dat allerhande nationale regels en uitzonderingen, de effectiviteit van ons militaire optreden ondermijnen. Het is dan ook van belang het debat flink aan te zwengelen. Doel van dit alles: het vergroten van de militaire slagkracht, en dus ons handelingsvermogen.

Zo'n debat gaat uiteraard hand in hand met een goede waardering voor de mannen en vrouwen die het werk daadwerkelijk doen. Na twintig jaar bezuinigen voelen veel militairen zich in de steek gelaten. Ik begrijp die teleurstelling. De inzet van onze militairen verdient groot respect, in woord en daad.

De pijnlijke WUL-effecten maken de situatie er natuurlijk niet beter op. Wel heb ik alvast € 49,5 miljoen uitgetrokken om de negatieve inkomenseffecten voor het jaar 2013 zoveel mogelijk te beperken. De zoektocht naar dit bedrag was geen sinecure. Dat zal helder zijn. En momenteel wordt er hard gewerkt aan een structurele maatregel (voor de jaren 2014 e.v.). Die maatregel gaat er, links-om of rechts-om, komen.

Nederland is gebaat bij een krachtige krijgsmacht. Conflicten komen steeds dichter bij onze grenzen en we verdienen ons inkomen in een roerig buitenland. De Nederlandse krijgsmachtdelen heb ik eerder beschreven als de Deltawerken van onze economie. En zo is het maar net. Voor iedereen moet het duidelijk zijn dat een vrij, veilig en welvarend Nederland niet zonder onze militairen kan. Waardering voor ons menselijk kapitaal is dan cruciaal.

Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
7 februari 2013

zaterdag 2 februari 2013

Address by the Dutch Minister of Defence, Jeanine Hennis-Plasschaert, at the Munich Security Conference

From splendid national isolation towards an enhanced ability to act for all

Jeanine Hennis-Plasschaert
Ladies and gentlemen, friends, colleagues, A debate about the very foundations of trusted institutions is ongoing. Some say these foundations are shaking. The world economy has been facing its worst period in decades. Some say we tend to take our prosperity for granted. Military budget cuts are being made in many countries. Some say Europe is at risk of becoming irrelevant...

But ladies and gentlemen, I say this is an opportunity. It is up to us to turn the corner!

Like NATO Secretary General Anders Fogh Rasmussen stated last year: the financial crisis is one more reason why we should strive for greater military cooperation. And indeed! It is urgent for us to further optimize the efficiency and effectiveness of our armed forces to further enhance our ability to act.

Ladies and gentlemen, let me be frank. We do not need more headquarters. We do not need more civil servants. We do not need more bureaucracy.

In order to enhance our strength, to maximize the use of our capabilities and to optimize our combined operations, what we do need is leadership, long-term commitment and courage. A pragmatic bottom-up approach.

Of course, international cooperation is already a fact of life. All of us, gathered here today, share a history of combined military operations. And I believe that it is high time we took the next step. International cooperation is not free of obligations and we should start to act accordingly.

Ladies and gentlemen, for most countries, including the Netherlands, international cooperation is no longer a choice but a necessity. Our armed forces are - remarkably - well aware of this notion.

It is at the political level, rather, that we find obstacles to closer cooperation.

International cooperation is - still all too often - perceived as a limitation to sovereignty and national control and admittedly a factor that causes emotions to run high.

Most national parliaments tend to get increasingly involved, pushing more and more for a wide variety of strict conditions, under which our armed forces should operate.

Perfectly understandable as the lives of our men and women are on the line.

As a consequence, however, we are all too often dealing with too many national caveats within one single operation, undermining the efficiency and effectiveness of our missions.

Ladies and gentlemen, the question we have to ask ourselves is should we really fear the loss of sovereignty? Or should we define the concept of sovereignty in a less traditional way? And thus change our perspective?

When we consider our armed forces working effectively within the EU, within NATO, enhancing our ability to act in times of crisis, we can only conclude that international cooperation is beneficial to our sovereignty and security instead.

Ladies and Gentlemen, a different priority in the field of international military cooperation is for us to seriously align our collective requirements and national priorities. That goes for acquisition, training ánd logistical support.

If we are serious about preventing gaps in essential military capabilities, we should end the current practice of making military investments in 'splendid national isolation'.

Rather than counteracting each other, our respective national investments should complement each other. This is of crucial importance in order to, yet again, enhance our ability to act.

Ladies and gentlemen, we should not be afraid to critically address political decisionmaking processes, including the role of our national parliaments. We need to engage the members of parliaments in this debate.

They too should feel ownership when it comes to enhancing our strength, maximizing the use of our capabilities and optimizing our combined operations.

Their inclination to team up with fellow MP’s in partner countries has not yet been up to par with the standard set by our military professionals.

Ladies and gentlemen, in these times of shaking foundations, financial crises and military budget cuts, I would like to conclude by quoting a famous Belgian writer, Willem Elsschot: ”Between dreams and deeds, laws and practical objections remain.’’

Let us prove Elsschot wrong!

(Ministry of Defence, 3 February 2013)

zaterdag 26 januari 2013

Minister Hennis over het belang van de krijgsmacht

(...)

Onze militaire historie toont aan hoe nauw het succes van Nederland met onze krijgsmacht verweven is. Tot op de dag van vandaag het geval en dat geldt ook voor de toekomst! Als de geschiedenis ons één ding leert, is het dat je altijd alert moet zijn - én blijven! Dat je altijd in staat moet zijn - én willen zijn - om je belangen te beschermen en te bevorderen. Ook militair! De krijgsmacht doet dat, elke dag, en gelukkig maar!

(...)

[passage uit toespraak van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert bij de start van de bouw van het Nationaal Militair Museum, 25 januari 2013)

donderdag 10 januari 2013

Doel Hennis: krijgsmacht sterker uit crisis

“Laten we er samen voor Defensie een positief jaar van maken! Defensie is té mooi en té belangrijk om voor minder te gaan.” Dat was de boodschap van minister Hennis-Plasschaert voor 2013. Ze zei dit woensdag tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst voor Defensiepersoneel in haar departement in Den Haag.

Ze ging niet voorbij aan het feit dat 2013 een lastig jaar wordt, met af en toe luide protesten. “Ik begrijp dat”, zei ze meelevend. “Niemand wil bezuinigen, niemand wil minder. We richten ons liever op een positieve horizon.”

Hennis is het sinds haar aantreden als minister opgevallen dat er bij Defensie geen gebrek aan werklust heerst. “Als er ergens keihard wordt gewerkt aan de toekomst van Nederland, dan is het hier, bij Defensie, de Nederlandse krijgsmacht. Want zonder onze militairen, geen vrijheid en veiligheid.  En zonder vrijheid en veiligheid, geen welvaart! Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken.”

Onrust en conflicten
De bewindsvrouw vervolgde te zeggen dat het belang van Defensie voor Nederland eerder toe, dan afneemt. “Er zijn grote veranderingen in de wereld om ons heen. Landen die miljarden investeren in de opbouw van legers. Landen die zeldzame grondstoffen, schaars voedsel of drinkwater opeisen. Onrust en conflicten. Voor niemand goed. En zeker niet voor handelsland Nederland.”

De minister beloofde geen gouden bergen, wel vastberadenheid om probleemdossiers zo voortvarend en zorgvuldig mogelijk aan te pakken en om rust te brengen. “Daarom wordt 2013, hoe lastig het soms ook zal zijn, ook hét jaar van een positieve horizon. Met als doel: de krijgsmacht sterker uit de crisis.”

(ministerie van Defensie, 9 januari 2013)