Posts tonen met het label Verenigde Staten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verenigde Staten. Alle posts tonen

woensdag 21 augustus 2013

Wetenschappelijke studie over ervaringen zes ISAF-landen

De militaire ervaring van zes landen in Afghanistan is voor het eerst gebundeld in een wetenschappelijk werk. Drie wetenschappers van de Nederlandse Defensie Academie leverden een bijdrage aan ‘Military Adaptation in Afghanistan’. De Nederlandse eindredacteur, commodore prof. dr. Frans Osinga, overhandigde het boek dinsdag aan minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert.

Ook vergeleken
Het boek brengt niet alleen de krijgservaringen van Canada, Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland en de Verenigde Staten bijeen, maar vergelijkt ze ook met elkaar. Bovendien zijn analyses toegevoegd van de NAVO en het Afghaanse leger. Uniek is ook het hoofdstuk over de wijze waarop de Taliban zich hebben aangepast aan het optreden van de NAVO. Zo ontstaat een goed beeld van de complexe dynamiek van de wederopbouw- en antiterrorismemissie ISAF.

Documenteren en leren
“Het is van groot belang dat we de ISAF-ervaringen documenteren en er van leren. In de toekomst wordt ongetwijfeld weer een beroep gedaan op de in Afghanistan opgedane expertise. Een wetenschappelijke analyse zoals deze helpt daarbij. De Nederlandse Defensie Academie vervult met dit soort internationale studies uitstekend haar rol als belangrijk militair kennisinstituut”, zei de minister bij de overhandiging.

Rol politiek
13 analisten leverden een bijdrage aan het boek dat in juli verscheen bij Stanford University Press. Hun beschrijving geeft inzicht in de doelstellingen, het mandaat en de manier van optreden van de verschillende landen. Maar ook in de specifieke uitdagingen en de wijze waarop zij al dan niet in staat waren zich aan veranderende omstandigheden aan te passen. Zelfs de rol van de politiek is in de analyse meegenomen.

Hennis: “De complexiteit van de missie leverde regelmatig militaire en politieke verrassingen op, maar ook tegenslagen. We hebben veel geleerd en de missie heeft tot veel innovaties geleid.” Als voorbeeld noemde de bewindsvrouw de Nederlandse toepassing van de 3D-benadering (Defence, Diplomacy, Development).

Eveneens komen de discussies en veranderingen binnen de NAVO door ISAF aan de orde. Evenals het opzetten van een Afghaanse krijgsmacht, een moeizaam proces door de etnische en politieke verdeeldheid. Het boek beschrijft al die recente ervaringen tegen de achtergrond van een ontnuchterende historische analyse van eerdere interventies in Afghanistan.

Kenmerkende dynamiek
De uitgave biedt door de samenhangende aanpak en de verscheidenheid aan perspectieven inzicht in de dynamiek die deze complexe missie kenmerkt. Een missie waarvan de sporen nog lang in westerse krijgsmachten zichtbaar zullen zijn.

(ministerie van Defensie, 20 augustus 2013)

• Titel: Military Adaptation in Afghanistan
• Uitgever: Stanford University Press, USA
• Redactie: Theo Farrell, Frans Osinga en James A. Russell
• Pagina’s: 368
• ISBN: 9780804785884 (gebonden, € 98,99)
• ISBN: 9780804785891 (paperback, € 26,99)
• ISBN: 9780804786768 (E-book,  € 26,99)

(o.a. verkrijgbaar bij Amazon en Bol)

Bijdragen uit Nederland: Dr. Martijn Kitzen, Dr. Frans Osinga, Dr. Sebastiaan Rietjens (allen verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie NLDA)

Preview met inhoudsopgave, lijst auteurs e.d. is te vinden op Google Books

woensdag 13 maart 2013

CDS: “Instabiliteit en conflicten dichterbij is belangrijk gegeven”

Aan de randen van Europa nemen instabiliteit en conflicten toe. Dat is één van de bevindingen van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) in de Strategische Monitor 2013: “De Toekomst in alle Staten”. Dit advies, in opdracht van de regering, is vandaag gepresenteerd. Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp nam het namens verschillende departementen in ontvangst.

Middendorp: “Het rapport is bedoeld te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen in de internationale veiligheidsomgeving en daarmee een belangrijke bouwsteen voor de te ontwikkelen visie op de krijgsmacht.”

Wat dat betreft komt de uitgave bij de CDS in goede handen. De krijgsmacht waar hij voor staat is immers de organisatie bij uitstek om adequaat te reageren op een veranderende veiligheidsomgeving. De generaal: “Het feit dat instabiliteit en conflicten toenemen aan de randen van Europa is een belangrijk gegeven. Het is in het belang van Nederland dat we hier serieus naar kijken.”

Zelf in veiligheid voorzien
Geweld in Libië, Syrië en Mali doorbreken volgens het HCSS de trend van het aantal dalende conflicten in de afgelopen 2 jaar. Ze reiken tot aan de Europese buitengrenzen waarmee instabiliteit dichterbij komt. Europa moet meer dan voorheen in haar eigen veiligheid voorzien. Dit vooral omdat de Verenigde Staten zijn buitenlandsbeleid meer op de Grote en Indische Oceaan richt.

Bijdrage Defensie
Defensie kan bijdragen aan die Europese veiligheid, zoals nu met luchtverdediging in Turkije. Zo leveren Nederlandse militairen niet alleen indirect een bijdrage aan de veiligheid, maar ook aan de economische groei van Nederland. Denk aan de deelname van de marine aan de antipiraterijmissie bij Somalië waardoor scheepvaart met goederen voor Europa vrije doorgang heeft. Wereldwijde inzet van de Nederlandse krijgsmacht versterkt de internationale samenwerking en draagt bij aan de ambitie dat mensen zich wereldwijd in vrijheid en veiligheid kunnen ontplooien

Grondstoffen
Overigens krijgen niet alleen instabiliteit en dichterbij komende conflicten aandacht in de Strategische Monitor van het HCSS. Ook grondstoffen komen aan bod. Want wat gaan de machtsblokken in de huidige multipolaire wereld doen om zich te verzekeren van voldoende grondstoffen? En weet Europa zich tijdig te herpakken om een meer serieuze rol te spelen in dit globale machtsspel?

HCSS Strategische Monitor 2013
Rapport | 13 maart 2013 |  pdf, 88 pagina's, 5 mB

(ministerie van Defensie, 13 maart 2013)

donderdag 7 maart 2013

VS: Stop bezuinigingen op Defensie

sitestat

Nederland en de andere NAVO bondgenoten kunnen niet eindeloos doorgaan met het bezuinigen op Defensie. Dat zegt Ivo Daalder, ambassadeur van de Verenigde Staten bij de NAVO in een interview met EenVandaag: "Er zit een ondergrens aan wat er nog van af kan. Ga je daar overheen dan heeft dit direct gevolgen voor de slagkracht van de NAVO en voor de veiligheid in het Westen"

Financiële bijdragen aan NAVO totaal uit balans
Daalder zegt zich zorgen te maken over de solidariteit binnen de NAVO. Het verschil in de financiële bijdragen aan het bondgenootschap is volgens Daalder politiek niet meer uit te leggen in Amerika. Europa betaalt 28 procent van de NAVO-begroting. De Amerikanen dragen 72 procent bij. “Dat was ooit fifty-fifty, dat werd later zestig-veertig en in de laatste tien jaar is dat verschoven naar driekwart voor Amerika tegen een kwart voor Europa”, aldus Daalder. De consequenties voor de militaire alliantie kunnen groot zijn als het budget niet wordt rechtgetrokken. “Dan is bijvoorbeeld een operatie als in Libië over een jaar of 10 niet meer mogelijk.”

Visie op de Nederlandse Krijgsmacht
Daalder vindt het goed dat in Nederland wordt nagedacht over een nieuwe visie op de toekomstige krijgsmacht. Hij adviseert het Nederlandse leger zich te specialiseren en de samenwerking te zoeken met andere bondgenoten. Daalder: “Nederland moet zich afvragen waar zij de beste bijdrage kan leveren voor zichzelf en voor het bondgenootschap. Hoe krijg ik het meest efficiënte leger voor de euro’s de ik heb.”

Politici moeten belang veiligheid beter uitleggen
Het belang van het investeren in veiligheid moet volgens Daalder beter worden uitgelegd door politici. “Het is makkelijk om te zeggen ‘we geven alles uit aan onderwijs en niets aan defensie’, maar waar het uiteindelijk om gaat is dat de kinderen in rust en veiligheid onderwijs kunnen genieten.”

Verslag Kimo Demoed, redactie Johann de Graaf

(EenVandaag, 7 maart 2013)

donderdag 6 december 2012

'Nederland stuurt Patriots naar Turkije'

Nederland stuurt Patriot-raketten naar Turkije. De ministerraad gaat daar vrijdag mee akkoord. Dat hebben ingewijden donderdag tegenover het ANP bevestigd. Het luchtverdedigingssysteem moet de Turken beschermen tegen aanvallen uit Syrië.

Na het besluit van de ministerraad moet de Tweede Kamer er nog over spreken. De meeste partijen in de Kamer steunen de missie.

Daarna zal het nog enkele weken duren voordat de Patriots aan de Turks-Syrische grens zijn gestationeerd. Met de missie gaan enkele honderden Nederlandse militairen mee.

Het wordt de derde keer dat het Patriot-luchtverdedigingssysteem naar Turkije gaat. Dat gebeurde eerder in 1991 en 2003. Toen moesten de raketten het land beschermen tegen mogelijke aanvallen van het Irak van dictator Saddam Hussein.

Ankara
De regering in Ankara vroeg vorige maand aan de NAVO om de inzet van de Patriots. De NAVO ging hier dinsdag mee akkoord en de Duitse regering stemde eerder donderdag al in met de uitzending.
Er gaan maximaal 400 Duitse militairen met de missie mee. Binnen het bondgenootschap beschikken alleen Nederland, de Verenigde Staten en Duitsland over Patriots.

Verkenners
Eerder deze week kwamen Nederlandse militaire verkenners terug uit Turkije. Zij hebben met Amerikaanse en Duitse collega's onder meer gekeken naar zaken als locaties, logistiek en commandovoering. Minister Jeanine Hennis-Plasschaert zei eerder dat Turkije als gastland ''met name de kosten gaat dragen''.

Op Turkse grensdorpen zijn de afgelopen maanden verschillende keren mortier- en artilleriegranaten uit Syrië terechtgekomen. Patriots zijn niet geschikt om dit soort beschietingen te stoppen. De Turken vrezen naar verluidt vooral mogelijke aanvallen met raketten met chemische wapens.

Directe steun
Het kabinet onderzoekt hoe directe steun aan vreedzame oppositiegroepen in Syrië kan worden gegeven zodat die kunnen zorgen dat basisvoorzieningen voor de lokale bevolking weer op gang komen. Dat schrijven minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken en Lilianne Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking donderdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Op dit moment wordt voornamelijk hulp gegeven via internationale organisaties zoals de Unhcr en het Rode Kruis.

Frankrijk geeft al dergelijke steun in gebieden die niet meer onder controle staan van troepen van president Bashar al-Assad. Er wordt dan voor gezorgd dat bijvoorbeeld bakkerijen weer gaan functioneren.

(ANP/Nu.nl, 6 december 2012)

woensdag 5 december 2012

Patriots: nauwe samenwerking met Duitsland en VS

De Verenigde Staten, Duitsland en Nederland gaan nauw samenwerken bij de plaatsing van Patriot raketten in Turkije aan de grens met Syrië, nadat nationale besluitvorming is afgerond.

Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) sprak dit af met zijn Amerikaanse collega Clinton in een bilaterale ontmoeting tijdens de ministeriële bijeenkomst van de NAVO in Brussel. Timmermans maakte dezelfde afspraak met zijn Duitse collega Westerwelle.

Clinton en Timmermans bespraken ook de situatie in het Midden-Oosten. Timmermans benadrukte het belang van een sterke rol van de VS bij het bereiken van directe onderhandelingen die tot een twee-staten oplossing moet leiden.

Beide ministers deelden hun zorgen over de rol van Iran in het Midden-Oosten. Naast de dreiging van het nucleaire programma van Iran, stelde Timmermans ook de mensenrechtensituatie in Iran aan de orde.

Onderwerp van gesprek was ook de Nederlandse en Amerikaanse betrokkenheid bij Afghanistan. Clinton bedankte Nederland voor de inzet tot nu toe en de voorgenomen financiële steun aan Afghanistan na 2014.

(ministerie van Buitenlandse Zaken, 5 december 2012)

dinsdag 4 december 2012

NAVO stuurt Patriots naar Turkije

De NAVO stuurt Patriot-rakketten naar bondgenoot Turkije als verdediging en bescherming tegen Syrische aanvallen.

Het bondgenootschap gaf dinsdag gehoor aan het Turkse verzoek om stationering van het luchtverdedigingssysteem in het grensgebied met Syrië.

Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten zijn de enige NAVO-landen die over Patriots beschikken.* Zij bekijken op welke manier zij aan het Turkse verzoek gaan voldoen.

Het zal naar verwachting nog enkele weken duren voordat de eerste Patriots kunnen worden ingezet in het kader van de zogenoemde operatie Actief Hek (Active Fence). De NAVO benadrukt dat de raketten niet zijn bedoeld om een vliegverbod boven Syrië af te dwingen.

De Patriots zijn niet specifiek bedoeld tegen chemische wapens, maar kunnen ook die onderscheppen, benadrukte NAVO-topman Anders Fogh Rasmussen. Hij hoopt dat de stationering vooral werkt als afschrikking.

(ANP/Nu.nl, 4 december 2012)

*dit is niet correct. Ook NAVO-lidstaten als Spanje en Griekenland beschikken over Patriot-systemen. De hier genoemde drie landen zijn wel de enige die over de nieuwste variant beschikken waarmee ballistische raketten als de SCUD uit de lucht kunnen worden gehaald, HdV)

dinsdag 13 november 2012

Snijden in defensie maakt Nederland onbelangrijk

Evert van Vlastuin

Wil Nederland nog meetellen in de wereld, laat het dan geld spenderen aan defensie. Het snijden in de defensie-uitgaven, zoals het nieuwe kabinet wil, zorgt er alleen maar voor dat het land internationaal onbelangrijk wordt.

Dat was de eenvoudige boodschap die de Amerikaanse oud-minister van Defensie, William Cohen, maandagavond gaf. Tijdens een bijeenkomst van de Atlantische Commissie ging hij in op de vraag of Nederland als (heel) kleine speler op wereldniveau op militair gebied geen „vrije rijder” zou mogen zijn, door een wedervraag te stellen. „Nederland bokste altijd boven zijn gewicht. Waarom zou het land, met zo’n grote geschiedenis, nu kiezen om af te dalen naar de irrelevantie?”

Als alles doorgaat, besteedt Nederland straks nog 1 procent van het nationaal inkomen aan defensie, terwijl volgens NAVO-afspraken 2 procent officieel het minimum is. Daarmee is Nederland in de Europese Unie trouwens geen uitzondering. De Verenigde Staten doen dit jaar overigens zo’n 4,7 procent. Per hoofd van de bevolking geven de VS drie keer zo veel uit aan het leger als Nederland.

Cohen toonde zich maandagavond bezorgd over dit verschijnsel. „Toen ik als minister van Defensie (tijdens de tweede termijn van president Clinton, EvV) ’s ochtends de rapporten over de inzet in Kosovo kreeg, zag ik altijd dat de Nederlandse luchtmacht de meest effectieve was, ook al was die luchtmacht niet de grootste.”

De oud-minister toonde zich ronduit „teleurgesteld” over de Europese inzet rond Libië. „De militaire operatie kwam daar op Europees initiatief, maar na drie dagen was de munitie op. Dat was bijzonder beschamend.”

Volgens Cohen zorgen de Verenigde Staten al sinds een paar jaar voor driekwart van de defensie-uitgaven binnen alle 28 NAVO-lidstaten. „Die verhouding is scheef, maar zal nog schever worden getrokken tot 80-20. En die 20 procent betreft dan alle 27 andere lidstaten, tegenover 80 procent voor één lidstaat. Ik zal je vertellen: Dat duurt niet lang. Dit brengt erosie in het bondgenootschap van de NAVO.”

Cohen verweet Europa ook „oneerlijkheid” tegenover de Amerikaanse vrijwilligers die zich inzetten voor de vrijheid van Europa.

Voormalig NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer hoorde het verhaal van Cohen aan en knikte instemmend. In zijn eigen bijdrage daagde hij de Nederlandse en andere regeringen uit „relevant” te blijven voor de Verenigde Staten.

Volgens hem was er in de besluitvorming rond de operatie in Libië veel fout gegaan. „Landen konden al van tevoren kiezen of ze wilden meedoen met nadenken over een operatie en het bouwen van consensus. „Dat is niet hoe een bondgenootschap met solidariteit omgaat”, aldus De Hoop Scheffer.

Cohen gaf toe dat president Obama in zijn eerste periode als president zich nauwelijks in Europa heeft laten zien, hoewel hij hier tijdens zijn eerste verkiezing mateloos populair was. Hij ontkende echter dat dit iets te maken had met de tegenvallende defensie-uitgaven in NAVO-lidstaten. „Er is geen verband tussen militaire uitgaven en het reisprogramma van de president.”

De Hoop Scheffer stelde echter dat het „internationale gewicht van een natie” direct samenhangt met haar inzet op internationaal niveau. „Toen Nederland zich in mijn tijd als secretaris-generaal inzette in Uruzgan, vond niemand het gek als ik de Nederlandse premier direct na de grote jongens het woord gaf. Meestal als vijfde in de rij. Zo’n zware inzet zorgt ervoor dat er ook op andere punten naar je wordt geluisterd. Het zijn zulke dingen die bepalen of je landgenoten op hoge posten worden benoemd en dat je premier mag aanschuiven bij de G20. Als je bereid bent militaire inzet te leveren, nemen je omstanders je ook serieuzer. Diplomaten zijn te beleefd je dat recht in je gezicht te zeggen, maar dat is allemaal met elkaar verbonden.”

Tegelijk constateerde de Nederlandse oud-NAVO-topman dat president Obama „inderdaad de eerste Pacifische president” is geworden die zijn blik vooral op China en India heeft gericht. „Iedereen in Europa die denkt dat dit tijdelijk is, heeft het fout. De enige boodschap voor Europa die hierin schuilt, is deze: Zorg dat je van belang blijft.”

Cohen ziet voor de Verenigde Staten in Azië dezelfde unieke rol als in de rest van de wereld. „Wij zijn de enige macht die stabiliteit kunnen garanderen. Ik stel mijzelf wel eens de vraag: Als wij dit niet doen, wie vult dan het gat?”

De Hoop Scheffer daagde de Amerikanen daarop uit te erkennen dat de relatie met Europa voor Amerika uiteindelijk toch de intiemste van alle is. „Nergens op de wereld worden uw waarden van democratie en mensenrechten zo volledig gedeeld als in Europa. Het is het beste samenwerkingsverband dat jullie hebben.”

De Hoop Scheffer zei daarom te hopen dat Obama in zijn tweede termijn „het laatste duwtje” zou geven aan een nieuw handelsakkoord met Europa. „Bovendien hoop ik president Obama binnenkort in Europa te verwelkomen.”

Cohen ontkende overigens dat Amerika zich onomkeerbaar van Europa afwendt en de blik op China en diens buurlanden richt. „Het was geen bewuste keuze om meer aandacht aan Azië te geven. Maar het geld komt momenteel voor een 
groot deel uit China. De Europeanen focussen nu evenzeer op Azië.”

(Reformatorisch Dagblad, 13 november 2012)

dinsdag 9 oktober 2012

Hillen bezorgd over beveiliging missie Kunduz

Minister Hans Hillen van Defensie maakt zich zorgen over de veiligheid van de Nederlandse politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. De opleiders worden op dit moment beveiligd door Duitse en Amerikaanse militairen, maar die kunnen eerder vertrekken dan afgesproken. Hillen zei dat dinsdag in Brussel, waar hij vergadert met zijn collega's uit de andere NAVO-landen.

''We zijn ongerust dat de Duitsers en Amerikanen zich vlugger kunnen terugtrekken. Het is nog niet concreet genoeg, maar we zijn ons wel aan het bezinnen hoe we daar mee om moeten gaan'', aldus de bewindsman.
Een machtswisseling na de verkiezingen in Duitsland volgend jaar zou bijvoorbeeld tot een eerdere terugtrekking van de Duitsers kunnen leiden. De Nederlandse missie, gepland tot eind 2014, heeft dan andere beveiligers nodig.

''Duitsland is onze beschermengel'', aldus Hillen. Maar ook de Duitsers beginnen zich geleidelijk terug te trekken. Als zij zich elders in Afghanistan concentreren, '' is dat te ver voor ons om vandaar uit te opereren in Kunduz'', aldus Hillen. Om het veiligheidsprobleem op te lossen, kunnen de Amerikanen het dan mogelijk overnemen of een ander land, stelt de bewindsman. ''Mogelijk komen we zelf in beeld, ik weet het niet.''

(ANP/Nu.nl, 9 oktober 2012)

Zie ook: Duitsland begint in september met aftocht uit Kunduz, d.d. 25-8-2012)

zondag 23 september 2012

Lessen uit een Amerikaans-Iraanse wargame

“Misschien was het de 'mist van de simulatie’. Maar het meest enge aspect van een Amerikaans-Iraanse wargame die deze week is uitgevoerd, was de manier waarop beide zijden zich verkeken op de reacties van de ander en verplaatsten in de richting van de oorlog, zelfs als de spelers dachten dat ze behoudende opties kozen.”

David Ignatius
Aldus David Ignatius in zijn artikel in The Washington Post over een wargame tussen voormalige beleidsmakers van de Verenigde Staten en prominente Iraanse Amerikanen die ‘Iran’ naspeelden. Het ‘oorlogsspel’ was georganiseerd door Kenneth Pollack – Midden-Oostenexpert bij het Saban Center for Middle East Policy van de denktank Brookings Institution. Ignatius was als waarnemer bij de wargame aanwezig, op voorwaarde dat hij de namen van de deelnemers niet openbaar zou maken.

Recente uitspraken van prominenten plaatsen de wargame, zoals die afgelopen week is uitgevoerd, in een ander licht. Zo gaf Martin Indyk, voormalig Amerikaans ambassadeur in Israël, op 16 september jl. in het CBS-programma Face the Nation aan: "I'm afraid that 2013 is going to be a year in which we're going to have a military confrontation with Iran."

En gisteren nog zei generaal Mohammad Ali Jafari - bevelhebber van de Revolutionaire Gardes, de elitetroepen van de islamitische republiek – dat de dreigementen van Israël bewijzen “dat hun vijandige houding tegenover de islam en de revolutie menens is, en dat die vijandschap uiteindelijk zal leiden tot een fysiek conflict.”

Volgens Ignatius liet de wargame zien hoe gemakkelijk signalen van beide kanten verkeerd werden geïnterpreteerd. In de wargame was het juli 2013. Uitgangspunten waren dat Barack Obama was herkozen tot president, de P5+1-landen in een diplomatieke impasse met Iran zaten, en Israël Iran niet eenzijdig had aangevallen.

Verdere uitgangspunten voor het spelscenario: regelmatig werden Iraanse wetenschappers vermoord; de VS, Israël en Groot-Brittannië ontwikkelden een nieuw cyberwapen om de invloed van Iraanse nucleaire en militaire installaties aan banden te leggen; de Iraanse leider meende dat de Amerikanen “[…]are led by a weak man with no stomach for the struggle”; en Iran had over 3 à 4 maanden genoeg verrijkt uranium voor twee kernwapens.

Startpunt van de wargame was een Iraanse terreuroperatie in de Amerikaanse achtertuin. Op 6 juli 2013 verwoestte een bom een hotel op Aruba. 137 mensen kwamen om het leven, vooral Amerikaanse vakantiegangers. En een Amerikaanse nucleaire wetenschapper.

Het Amerikaanse wargame-team vond dat Iran hiermee een “unacceptable threshold” had overschreden en adviseerde een zware vergelding. De VS bombardeerde een kamp van de Revolutionaire Garde in Iran, startte een cyberaanval in dat land en gaf Iraanse agenten in tientallen andere landen de hint dat ze onderkend en dus kwetsbaar waren.

Iran onderschepte vervolgens een Amerikaans bericht dat het waarschuwde voor "ernstige gevolgen" als het nucleaire programma niet zou worden gestopt. Het Iraanse wargame-team wilde weliswaar krachtig reageren, maar géén aanval op haar nucleaire installaties uitlokken. De Iraanse wargamers verwierpen de meest agressieve optie – zoals een aanval op U.S. Fifth Fleet HQ in Bahrein – en kozen voor het bemijnen van de Straat van Hormuz en intimideren van Amerikaanse schepen in de Perzische Golf. De Amerikanen kregen niet mee dat Iran haar voorraad uranium had gehalveerd om haar bereidheid tot onderhandelen aan te geven.

Aldus vond de denkbeeldige Amerikaanse veiligheidsadviseur in het spel dat de “red line” was overschreden. De conclusie van het Amerikaanse wargamers was dat de Iraniërs de Straat van Hormuz afsloten en Amerikaanse schepen aanvielen.

Met vijf stemmen vóór en drie tegen kozen de Amerikanen tot slot voor het uitschakelen van Iran’s nucleaire installaties en, met het vernietigen van de Iraanse kustverdediging, voor het heropenen van de zeestraat.

Organisator Kenneth Pollack concludeerde na afloop dat “small miscalculations are magnified very quickly.”

(Met dank aan de schrijver van dit artikel die het verkiest anoniem te blijven, HdV)

BRONARTIKEL
Washington Post: Lessons from an Iranian war game

REFERENTIES
http://davidignatius.com/
http://en.wikipedia.org/wiki/Fereydoon_Abbasi
http://en.wikipedia.org/wiki/Martin_Indyk
http://en.wikipedia.org/wiki/P5%2B1
http://en.wikipedia.org/wiki/United_States_Fifth_Fleet
http://en.wikipedia.org/wiki/Wargaming
http://nl.wikipedia.org/wiki/Straat_van_Hormuz
http://www.brookings.edu/about/centers/saban
http://www.brookings.edu/experts/pollackk
http://www.cbsnews.com/face-the-nation/
http://www.gelderlander.nl/nieuws/algemeen/buitenland/11747400/Iran-verwacht-aanval-Israel.ece

dinsdag 11 september 2012

Opinie: Alleen politieke heldenmoed kan Nederland en Defensie redden

Door Jeroen Meijer*

Defensie staat op geen enkele verkiesbare plek meer. Waarom zouden we ons nog druk maken over zo iets zinloos als een dure defensieorganisatie? Hebben we die nog wel nodig? Het lijkt erop dat het merendeel van stemmend Nederland deze vragen negatief beantwoordt. Terecht. Want wordt de kiezer in het dagelijks leven niet met veel directere zorgen geconfronteerd? Oplopende ziektekosten, toenemende werkeloosheid, een eurocrisis die elke dag de voorpagina's siert.

De logica dat ondanks de beleving van de kiezer toch in defensie moet worden geïnvesteerd, vraagt om politiek leiderschap en lef. Want op dat bestuurlijke niveau moeten de echte keuzes worden gemaakt. Met straks een nieuw mandaat om Nederland vier jaar lang richting te geven zullen Regering en volksvertegenwoordiging het politieke lef moeten hebben om aan Nederland duidelijk te maken dat Nederland de praktische en morele plicht heeft om actief bij te dragen aan een stabiele wereld. Een professionele, met voldoende en kwalitatief hoogwaardige mensen en middelen uitgeruste defensieorganisatie is daarvoor bitter noodzakelijk. En dat is iets heel anders dan de huidige extreme onderinvestering in Defensie, die nog maar één kant uit wijst: sluit de poorten maar Defensie.

In mijn werk als internationaal risicomanagementadviseur, werkend vanuit Washington DC, help ik bedrijven om actief de bedreigingen en de daaruit voortvloeiende risico's in hun internationale activiteiten te onderkennen en te managen. Of dat nu gaat om de dreiging van politieke onrust in de Arabische wereld voor hun mensen en operaties, het risico van kidnapping en afpersing door Mexicaanse kartels, aanvallen van Somalische of Nigeriaanse piraten, of de grootschalige door overheden gesponsorde industriële spionage en diefstal van intellectuele eigendommen in het Verre Oosten. Welke vier factoren herken in mijn werk als ik het koppel aan de noodzaak voor Nederland om een hoogwaardige defensieorganisatie te hebben?

Ten eerste zie ik elke dag dat de wereld een steeds onrustiger plek wordt. Nederlandse bedrijven worden in hun opdracht om geld te genereren voor de BV Nederland gedwongen steeds vaker te opereren in gebieden waar ik de politieke en veiligheidsrisico's zienderogen zie groeien. En er is helaas geen enkele internationaal politieke trend die het tegendeel belooft. Ten tweede zie ik dat Nederlandse bedrijven daarin niet alleen staan. Dit geldt namelijk voor Westerse bedrijven in het algemeen, die immers voor hun groei steeds afhankelijker worden van de niet-Westerse markten. Vaak kunnen zij geen groei meer halen uit die oh zo veilige en bekende interne markten. Ten derde zie ik dat het succesvol kunnen handhaven van de benodigde vrije stromen van goederen en mensen vraagt om gegarandeerde vrije en veilige doorvaart en toegang tot markten. Hugo de Groot's "mare liberum" is vandaag de dag nog net zo actueel als toen hij het iets meer dan 400 jaar geleden schreef. En ten vierde zie ik dat de Verenigde Staten al langere tijd een onevenredig groot aandeel hebben gehad in de investeringen in internationale veiligheid, met een Defensiebudget dat op dit moment goed is voor ongeveer 60% van de wereldwijde defensie-uitgaven!

Wat voor conclusies trek ik hieruit deze vier factoren? Om de economische groei te kunnen waarborgen die nodig is om op lange termijn aan de wensen van de Nederlandse kiezer tegemoet te kunnen komen, zal Nederland met haar Westerse geestverwanten en bondgenoten bereid en in staat moeten zijn om internationale stabiliteit en daarmee de economische en politieke bondgenootschappelijke belangen politiek en militair waar ook ter wereld te beschermen. Die lasten zullen evenredig gedragen moeten worden, niet alleen binnen de Europese ruimte, maar ook in balans met de Amerikaanse inspanningen.

Als de nieuwe regering en volksvertegenwoordiging niet het politieke lef hebben om de investeringen in Defensie drastisch op te schroeven en in balans te brengen met de internationale werkelijkheid, moeten we niet verwachten dat anderen bereid zijn de kolen voor ons uit het vuur te halen. Het is daarmee niet 'slechts' een keuze voor het voortbestaan van de Nederlandse defensieorganisatie, maar nog veel fundamenteler. Het is een keuze voor het voortbestaan van het Nederland waar we van houden, namelijk een land dat zichzelf na de Tweede Wereldoorlog diep geworteld heeft in de internationale gemeenschap en daar haar grote successen door vorm heeft weten te geven. Ik ga 12 september zeker stemmen, er staat ongelofelijk veel op het spel!

* Oud-marineofficier

(Defensie weblog, 11 september 2012)

vrijdag 20 juli 2012

Uruzgan: 18 months after the Dutch/Australian Leadership Handover

Executive Summary

This report provides a comprehensive assessment of the political, social, economic, and security situation in Uruzgan at the end of 2011. It identifies key changes and achievements that occurred over the 18-month period since Australia assumed leadership for the Provincial Reconstruction Team (PRT) in Uruzgan in August 2010 while the multi-national military effort in the province—the Combined Team Uruzgan (CTU)—is under US command. The report, The Dutch Engagement in Uruzgan: 2006 to 2010, a TLO Socio-Political Assessment, was used as the baseline to measure change that occurred between 1 August 2010 and the end of December 2011.

TLO conducted about 180 interviews with local residents for this report, with a similar number of interviews from four quarterly provincial updates also incorporated. TLO’s survey team included several women to ensure that the perspectives of Uruzgani women were incorporated into the report. The resulting primary data was analysed by the TLO Research Team, comprised of both national and international staff, who conducted further desk research and triangulation interviews with 50 key Uruzgan actors and 29 development organizations. The report also includes local perspectives derived from a December 2011 survey conducted at a provincial stability meeting (jirga) with 523 Uruzgani respondents from all districts.

The report is broken down into sections that discuss progress in socio-economic development, gender equality, governance, access to justice, and security. Key recommendations follow the executive summary. It is hoped that the report will be used to encourage informed debate, test assumptions, help identify development gaps, and provide insight into local perceptions of the evolving socio-political situation in Uruzgan.

The Dutch ceded international responsibility for Uruzgan to the Australians in the summer of 2010 at the height of the international military surge. For many within the international community, this was an optimistic moment as the necessary resources to finally turn the tide of the decade-long conflict poured into Afghanistan’s south, the Taliban’s heartland.

The effects of that strategy are now being realized. The presence of the Afghan government has increased and its citizens are slowly able to access key services such as healthcare and education. Yet Uruzgan stands at a crossroads. Improved security and service delivery is set against the announced drawdown of international troops and reductions to development assistance. On-going talks with the Taliban could result in a political settlement involving some type of power sharing agreement. Uruzgan’s largely voiceless citizens have little or no say in any of these decisions and have no option but to keep their collective head down and hope for an outcome that will at least provide them with stability and the rights they have begun to enjoy.

Click here
for the full report (184 pp.)

(The Liaison Office, April 2012)

dinsdag 17 juli 2012

VS onderschepten in één jaar $3 miljard aan drugs in Caribisch gebied

Kamerbrief: Evaluatie van de uitvoering van het Verdrag inzake de Forward Operating Locations op Curacao en Aruba in de periode 1 oktober 2009-30 september 2010

Forward Operating Locations
Op grond van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten inzake samenwerking op het gebied van drugsbestrijding vanuit de lucht (FOL-verdrag, 2000) maken Amerikaanse vliegtuigen gebruik van zogenaamde “forward operating locations” op de luchthavens van Curaçao (Hato) en van Aruba (Reina Beatrix). Het verdrag geeft toestemming voor het uitvoeren van vluchten ten behoeve van surveillance, monitoring en het opsporen van drugstransporten. De vluchten worden onbewapend uitgevoerd.

Na het aflopen van de eerste 10-jarige termijn is het FOL-verdrag voor een periode van vijf jaar verlengd met ingang van 2 november 2011 conform de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.

Het Koninkrijk is gebaat bij de Amerikaanse luchtverkenningen op grond waarvan drugstransporten kunnen worden opgespoord en onderschept. Dat laatste gebeurt in een groot aantal gevallen in samenwerking met de Koninklijke Marine.

Bestrijding van de drugsproblematiek in de Caribische regio is van mondiaal belang. Dit is eveneens het geval binnen Europees verband, waarbij het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt onderschreven en daaraan ook daadwerkelijk door het Koninkrijk uitvoering wordt gegeven.

Infrastructuur
Alle infrastructurele activiteiten vonden plaats op luchthaven Hato (Curaçao). Het ging hierbij om diverse onderhoudswerkzaamheden en het verbeteren van de (brand-)veiligheid van de faciliteiten.

Juridische kwesties
In de rapportageperiode zijn geen problemen of incidenten aan de autoriteiten in Willemstad en/of Oranjestad gemeld die te maken hebben met de interpretatie en/of implementatie van het FOL-verdrag. De contacten van het FOL-personeel met de lokale en militaire instanties zijn evenals in de voorgaande evaluatieperiodes uitstekend.

Het FOL-veiligheidspersoneel onderhoudt uitstekende contacten met de lokale en militaire instanties waar het gaat om zaken van gezamenlijk belang.

Transparantie
De VS houdt de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) conform de verdragsafspraken op de hoogte van vluchten die vanaf de FOL’s worden uitgevoerd. Dit betreft aantallen en type vluchten en operationele vluchtgegevens zoals de duur van de vlucht, het patrouillegebied en type vliegtuig.

Host Nation Riders
CZMCARIB wordt door de VS stelselmatig en vooraf over het meevliegen van zogenaamde “host nation riders” (HNR’s) geïnformeerd. Deze waarnemers moeten meevliegen op vluchten die de grenzen met derde landen overschrijden. Zij vertegenwoordigen hun regering gedurende het overvliegen van het soevereine gebied van een derde land en verschaffen expertise over het gebied waarboven wordt gevlogen. In de periode 2009-2010 werden in totaal 293 missies uitgevoerd waarbij HNR’s nodig waren. Deze missies werden allemaal uitgevoerd vanaf het vliegveld Hato. De HNR’s hadden allen de Colombiaanse nationaliteit. Het aantal missies boven Colombiaans grondgebied bedroeg 159; het aantal missies boven Colombiaanse territoriale wateren 23; daarnaast vonden er 111 vluchten plaats boven internationale wateren.

Synergie
De FOL-commandant staat in direct contact met CZMCARIB en de consul-generaal van de Verenigde Staten. Het bestaande nauwe samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Marine, de lokale autoriteiten, de FOL-leiding en het consulaat van de VS is ook gedurende deze rapportageperiode voortgezet. Deze samenwerking wordt door allen als zeer constructief ervaren.

Operationele gevolgen
De operaties van de FOL’s hadden geen noemenswaardige gevolgen voor de civiele luchtvaartactiviteiten op de vliegvelden Hato en Reina Beatrix of de vliegoperaties van CZMCARIB.

Resultaten
In de periode oktober 2009 tot en met september 2010 werden 765 vluchten uitgevoerd. Vanaf het vliegveld Hato werden 732 vluchten uitgevoerd; vanaf vliegveld Reina Beatrix werden 33 vluchten uitgevoerd. Het totale aantal vlieguren vanaf de FOL’s bedraagt 3379. De vluchten hebben bijgedragen aan de onderschepping van 154.000 kilogram cocaïne, 3.000 kilogram marihuana, en 60,8 kilogram heroïne. Deze resultaten hebben geleid tot 343 arrestaties. De totale waarde van de onderscheppingen wordt geschat op $3,1 miljard (= ca. 2,4 mrd. euro, HdV).


(ministerie van Buitenlandse Zaken, 17 juli 2012)