Aruna Jhagru
CURAÇAO – Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert en de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, brengen deze week een werkbezoek aan Aruba, Bonaire en Curaçao. De bewindsvrouw laat zich dan uitgebreid voorlichten over de Koninklijke Marine en Kustwacht in het Caribisch Gebied.
Het werkbezoek begint dinsdag op Curaçao, waar de minister onder meer spreekt met premier Daniel Hodge. Op Marinebasis Parera gaat de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied, brigadegeneraal der mariniers Dick Swijgman, Hennis-Plasschaert informeren over de werkwijze van de marine en kustwacht in de regio en de lopende counterdrugsoperaties. Ook volgt een uitgebreide rondleiding over de basis, waar de minister onder andere spreekt met de landmachtcompagnie, het personeel dat het varend en rijdend materieel onderhoudt en de bemanning van Hr.Ms. Pelikaan. Op Marinierskazerne Suffisant maakt de minister van defensie kennis met de miliciens in opleiding.
Aruba
Met de kustwachtcutter Panter wordt het gezelschap overgebracht naar Aruba. Op Aruba heeft de minister een ontmoeting met gouverneur Fredis Refunjol en premier Mike Eman. Daarna brengt zij een bezoek aan de Marinierskazerne Savaneta. Daar spreekt Hennis-Plasschaert met de mariniers van de 32ste Infanteriecompagnie. Deze eenheid staat permanent gereed voor orkaannoodhulp in het Caribisch Gebied. Ook brengt ze een bezoek aan het kustwachtsteunpunt Aruba en het Arubaanse Sociaal Vormende Traject.
Bonaire
De bewindsvrouw sluit haar werkbezoek af op Bonaire. Daar heeft ze onder meer bilateraal overleg met waarnemend gezaghebber Peter Silberie en rijksvertegenwoordiger voor de BES eilanden, Wilbert Stolte. Tot slot brengen Hennis-Plasschaert en Middendorp een bezoek aan de marechausseebrigade die verantwoordelijk is voor douanetaken.
(Versgeperst, 4 maart 2013)
Posts tonen met het label Curaçao. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Curaçao. Alle posts tonen
dinsdag 5 maart 2013
vrijdag 1 maart 2013
Minister Hennis en CDS naar Caribisch Gebied
Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert en de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, brengen volgende week een werkbezoek aan de Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Daar laat de bewindsvrouw zich uitgebreid voorlichten over de Koninklijke Marine en Kustwacht in het Caribisch Gebied.
Het werkbezoek begint op Curaçao, waar de minister onder meer spreekt met Daniel Hodge, Minister President van het eiland. Op Marinebasis Parera zal de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied, brigadegeneraal der mariniers Dick Swijgman, de minister informeren over de werkwijze van de marine en kustwacht in de regio en de lopende counterdrugs-operaties. Ook volgt een uitgebreide rondleiding over de basis, waar de minister onder andere spreekt met de landmachtcompagnie, het personeel dat het varend en rijdend materieel onderhoudt en de bemanning van Hr.Ms. Pelikaan. Op Marinierskazerne Suffisant maakt Hennis kennis met de miliciens in opleiding.
Met de kustwachtcutter Panter wordt het gezelschap overgebracht naar Aruba. Op Aruba heeft de minister een ontmoeting met gouverneur Fredis Refunjol en premier Mike Eman. Daarna bezoekt zij de Marinierskazerne Savaneta. Daar spreekt Hennis met de mariniers van de 32ste Infanteriecompagnie. Deze eenheid staat permanent gereed voor orkaannoodhulp in het Caribisch Gebied. Ook brengt ze een bezoek aan het kustwachtsteunpunt Aruba en het Arubaanse Sociaal Vormende Traject. De bewindsvrouw sluit haar werkbezoek af op Bonaire. Daar heeft ze onder meer bilateraal overleg waarnemend gezaghebber Peter Silberie en rijksvertegenwoordiger voor de BES eilanden, Wilbert Stolte. Tot slot brengen Hennis en Middendorp een bezoek aan de marechausseebrigade op het eiland, verantwoordelijk voor douanetaken.
(ministerie van Defensie, 1 maart 2013)
Het werkbezoek begint op Curaçao, waar de minister onder meer spreekt met Daniel Hodge, Minister President van het eiland. Op Marinebasis Parera zal de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied, brigadegeneraal der mariniers Dick Swijgman, de minister informeren over de werkwijze van de marine en kustwacht in de regio en de lopende counterdrugs-operaties. Ook volgt een uitgebreide rondleiding over de basis, waar de minister onder andere spreekt met de landmachtcompagnie, het personeel dat het varend en rijdend materieel onderhoudt en de bemanning van Hr.Ms. Pelikaan. Op Marinierskazerne Suffisant maakt Hennis kennis met de miliciens in opleiding.
Met de kustwachtcutter Panter wordt het gezelschap overgebracht naar Aruba. Op Aruba heeft de minister een ontmoeting met gouverneur Fredis Refunjol en premier Mike Eman. Daarna bezoekt zij de Marinierskazerne Savaneta. Daar spreekt Hennis met de mariniers van de 32ste Infanteriecompagnie. Deze eenheid staat permanent gereed voor orkaannoodhulp in het Caribisch Gebied. Ook brengt ze een bezoek aan het kustwachtsteunpunt Aruba en het Arubaanse Sociaal Vormende Traject. De bewindsvrouw sluit haar werkbezoek af op Bonaire. Daar heeft ze onder meer bilateraal overleg waarnemend gezaghebber Peter Silberie en rijksvertegenwoordiger voor de BES eilanden, Wilbert Stolte. Tot slot brengen Hennis en Middendorp een bezoek aan de marechausseebrigade op het eiland, verantwoordelijk voor douanetaken.
(ministerie van Defensie, 1 maart 2013)
zondag 29 juli 2012
ACOM wil compensatie militairen voor kinderbijslag
Nederlandse militairen die in het buitenland gestationeerd zijn ondervinden veel nadeel van de nieuwe wet woonlandbeginsel, die op 1 juli in werking trad. Als gevolg van deze wet krijgen Nederlandse gezinnen in het buitenland minder kinderbijslag. Vakbond ACOM vindt dat de militairen daarvoor moeten worden gecompenseerd.
De nieuwe toeslag is gebaseerd op de kosten van levensonderhoud in het land waar de kinderen wonen. Militairen die op Curaçao en Aruba zijn gestationeerd krijgen 30 procent minder kinderbijslag. Volgens ACOM-voorzitter Jan Kleian kan dat voor militairen met een paar kinderen oplopen tot duizend euro per jaar. Hij vindt dat onterecht: "De militairen zijn door de werkgever op Curaçao geplaatst."
De overheid gaat uit van lagere kosten voor levensonderhoud, maar volgens Kleian is dat achteraf bedacht: "De oorsprong van de wet is het tegengaan van export van uitkeringen voor mensen die remigreren naar Turkije of Marokko." En dat zijn mensen die vrijwillig naar die landen vertrekken, terwijl militairen voor enkele jaren ergens anders wordt gestationeerd. Hetzelfde geldt volgens de vakbondsvoorzitter voor werknemers die voor Buitenlandse Zaken tijdelijk in een ander land gaan werken.
Volgens Kleian heeft het ministerie van Defensie 'zitten slapen'. In een overleg met Defensie heeft de ACOM het onderwerp al aangekaart, maar is daar niets mee gedaan. De animo voor plaatsing op Curaçao of Aruba neemt volgens Kleian af. De vakbond gaat nu proberen de korting op de kinderbijslag te compenseren in de buitenlandtoelage. "Maar Defensie had een uitzonderingspositie moeten claimen." Mocht compensatie niet lukken, dan voorspelt Kleian problemen bij het vinden van militairen die in het buitenland willen werken.
(Wereldomroep, 27 juli 2012)
De nieuwe toeslag is gebaseerd op de kosten van levensonderhoud in het land waar de kinderen wonen. Militairen die op Curaçao en Aruba zijn gestationeerd krijgen 30 procent minder kinderbijslag. Volgens ACOM-voorzitter Jan Kleian kan dat voor militairen met een paar kinderen oplopen tot duizend euro per jaar. Hij vindt dat onterecht: "De militairen zijn door de werkgever op Curaçao geplaatst."
De overheid gaat uit van lagere kosten voor levensonderhoud, maar volgens Kleian is dat achteraf bedacht: "De oorsprong van de wet is het tegengaan van export van uitkeringen voor mensen die remigreren naar Turkije of Marokko." En dat zijn mensen die vrijwillig naar die landen vertrekken, terwijl militairen voor enkele jaren ergens anders wordt gestationeerd. Hetzelfde geldt volgens de vakbondsvoorzitter voor werknemers die voor Buitenlandse Zaken tijdelijk in een ander land gaan werken.
Volgens Kleian heeft het ministerie van Defensie 'zitten slapen'. In een overleg met Defensie heeft de ACOM het onderwerp al aangekaart, maar is daar niets mee gedaan. De animo voor plaatsing op Curaçao of Aruba neemt volgens Kleian af. De vakbond gaat nu proberen de korting op de kinderbijslag te compenseren in de buitenlandtoelage. "Maar Defensie had een uitzonderingspositie moeten claimen." Mocht compensatie niet lukken, dan voorspelt Kleian problemen bij het vinden van militairen die in het buitenland willen werken.
(Wereldomroep, 27 juli 2012)
dinsdag 17 juli 2012
VS onderschepten in één jaar $3 miljard aan drugs in Caribisch gebied
Kamerbrief: Evaluatie van de uitvoering van het Verdrag inzake de Forward Operating Locations op Curacao en Aruba in de periode 1 oktober 2009-30 september 2010
Forward Operating Locations
Op grond van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten inzake samenwerking op het gebied van drugsbestrijding vanuit de lucht (FOL-verdrag, 2000) maken Amerikaanse vliegtuigen gebruik van zogenaamde “forward operating locations” op de luchthavens van Curaçao (Hato) en van Aruba (Reina Beatrix). Het verdrag geeft toestemming voor het uitvoeren van vluchten ten behoeve van surveillance, monitoring en het opsporen van drugstransporten. De vluchten worden onbewapend uitgevoerd.
Na het aflopen van de eerste 10-jarige termijn is het FOL-verdrag voor een periode van vijf jaar verlengd met ingang van 2 november 2011 conform de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Het Koninkrijk is gebaat bij de Amerikaanse luchtverkenningen op grond waarvan drugstransporten kunnen worden opgespoord en onderschept. Dat laatste gebeurt in een groot aantal gevallen in samenwerking met de Koninklijke Marine.
Bestrijding van de drugsproblematiek in de Caribische regio is van mondiaal belang. Dit is eveneens het geval binnen Europees verband, waarbij het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt onderschreven en daaraan ook daadwerkelijk door het Koninkrijk uitvoering wordt gegeven.
Infrastructuur
Alle infrastructurele activiteiten vonden plaats op luchthaven Hato (Curaçao). Het ging hierbij om diverse onderhoudswerkzaamheden en het verbeteren van de (brand-)veiligheid van de faciliteiten.
Juridische kwesties
In de rapportageperiode zijn geen problemen of incidenten aan de autoriteiten in Willemstad en/of Oranjestad gemeld die te maken hebben met de interpretatie en/of implementatie van het FOL-verdrag. De contacten van het FOL-personeel met de lokale en militaire instanties zijn evenals in de voorgaande evaluatieperiodes uitstekend.
Het FOL-veiligheidspersoneel onderhoudt uitstekende contacten met de lokale en militaire instanties waar het gaat om zaken van gezamenlijk belang.
Transparantie
De VS houdt de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) conform de verdragsafspraken op de hoogte van vluchten die vanaf de FOL’s worden uitgevoerd. Dit betreft aantallen en type vluchten en operationele vluchtgegevens zoals de duur van de vlucht, het patrouillegebied en type vliegtuig.
Host Nation Riders
CZMCARIB wordt door de VS stelselmatig en vooraf over het meevliegen van zogenaamde “host nation riders” (HNR’s) geïnformeerd. Deze waarnemers moeten meevliegen op vluchten die de grenzen met derde landen overschrijden. Zij vertegenwoordigen hun regering gedurende het overvliegen van het soevereine gebied van een derde land en verschaffen expertise over het gebied waarboven wordt gevlogen. In de periode 2009-2010 werden in totaal 293 missies uitgevoerd waarbij HNR’s nodig waren. Deze missies werden allemaal uitgevoerd vanaf het vliegveld Hato. De HNR’s hadden allen de Colombiaanse nationaliteit. Het aantal missies boven Colombiaans grondgebied bedroeg 159; het aantal missies boven Colombiaanse territoriale wateren 23; daarnaast vonden er 111 vluchten plaats boven internationale wateren.
Synergie
De FOL-commandant staat in direct contact met CZMCARIB en de consul-generaal van de Verenigde Staten. Het bestaande nauwe samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Marine, de lokale autoriteiten, de FOL-leiding en het consulaat van de VS is ook gedurende deze rapportageperiode voortgezet. Deze samenwerking wordt door allen als zeer constructief ervaren.
Operationele gevolgen
De operaties van de FOL’s hadden geen noemenswaardige gevolgen voor de civiele luchtvaartactiviteiten op de vliegvelden Hato en Reina Beatrix of de vliegoperaties van CZMCARIB.
Resultaten
In de periode oktober 2009 tot en met september 2010 werden 765 vluchten uitgevoerd. Vanaf het vliegveld Hato werden 732 vluchten uitgevoerd; vanaf vliegveld Reina Beatrix werden 33 vluchten uitgevoerd. Het totale aantal vlieguren vanaf de FOL’s bedraagt 3379. De vluchten hebben bijgedragen aan de onderschepping van 154.000 kilogram cocaïne, 3.000 kilogram marihuana, en 60,8 kilogram heroïne. Deze resultaten hebben geleid tot 343 arrestaties. De totale waarde van de onderscheppingen wordt geschat op $3,1 miljard (= ca. 2,4 mrd. euro, HdV).
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 17 juli 2012)
Forward Operating Locations
Op grond van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten inzake samenwerking op het gebied van drugsbestrijding vanuit de lucht (FOL-verdrag, 2000) maken Amerikaanse vliegtuigen gebruik van zogenaamde “forward operating locations” op de luchthavens van Curaçao (Hato) en van Aruba (Reina Beatrix). Het verdrag geeft toestemming voor het uitvoeren van vluchten ten behoeve van surveillance, monitoring en het opsporen van drugstransporten. De vluchten worden onbewapend uitgevoerd.
Na het aflopen van de eerste 10-jarige termijn is het FOL-verdrag voor een periode van vijf jaar verlengd met ingang van 2 november 2011 conform de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Het Koninkrijk is gebaat bij de Amerikaanse luchtverkenningen op grond waarvan drugstransporten kunnen worden opgespoord en onderschept. Dat laatste gebeurt in een groot aantal gevallen in samenwerking met de Koninklijke Marine.
Bestrijding van de drugsproblematiek in de Caribische regio is van mondiaal belang. Dit is eveneens het geval binnen Europees verband, waarbij het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt onderschreven en daaraan ook daadwerkelijk door het Koninkrijk uitvoering wordt gegeven.
Infrastructuur
Alle infrastructurele activiteiten vonden plaats op luchthaven Hato (Curaçao). Het ging hierbij om diverse onderhoudswerkzaamheden en het verbeteren van de (brand-)veiligheid van de faciliteiten.
Juridische kwesties
In de rapportageperiode zijn geen problemen of incidenten aan de autoriteiten in Willemstad en/of Oranjestad gemeld die te maken hebben met de interpretatie en/of implementatie van het FOL-verdrag. De contacten van het FOL-personeel met de lokale en militaire instanties zijn evenals in de voorgaande evaluatieperiodes uitstekend.
Het FOL-veiligheidspersoneel onderhoudt uitstekende contacten met de lokale en militaire instanties waar het gaat om zaken van gezamenlijk belang.
Transparantie
De VS houdt de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) conform de verdragsafspraken op de hoogte van vluchten die vanaf de FOL’s worden uitgevoerd. Dit betreft aantallen en type vluchten en operationele vluchtgegevens zoals de duur van de vlucht, het patrouillegebied en type vliegtuig.
Host Nation Riders
CZMCARIB wordt door de VS stelselmatig en vooraf over het meevliegen van zogenaamde “host nation riders” (HNR’s) geïnformeerd. Deze waarnemers moeten meevliegen op vluchten die de grenzen met derde landen overschrijden. Zij vertegenwoordigen hun regering gedurende het overvliegen van het soevereine gebied van een derde land en verschaffen expertise over het gebied waarboven wordt gevlogen. In de periode 2009-2010 werden in totaal 293 missies uitgevoerd waarbij HNR’s nodig waren. Deze missies werden allemaal uitgevoerd vanaf het vliegveld Hato. De HNR’s hadden allen de Colombiaanse nationaliteit. Het aantal missies boven Colombiaans grondgebied bedroeg 159; het aantal missies boven Colombiaanse territoriale wateren 23; daarnaast vonden er 111 vluchten plaats boven internationale wateren.
Synergie
De FOL-commandant staat in direct contact met CZMCARIB en de consul-generaal van de Verenigde Staten. Het bestaande nauwe samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Marine, de lokale autoriteiten, de FOL-leiding en het consulaat van de VS is ook gedurende deze rapportageperiode voortgezet. Deze samenwerking wordt door allen als zeer constructief ervaren.
Operationele gevolgen
De operaties van de FOL’s hadden geen noemenswaardige gevolgen voor de civiele luchtvaartactiviteiten op de vliegvelden Hato en Reina Beatrix of de vliegoperaties van CZMCARIB.
Resultaten
In de periode oktober 2009 tot en met september 2010 werden 765 vluchten uitgevoerd. Vanaf het vliegveld Hato werden 732 vluchten uitgevoerd; vanaf vliegveld Reina Beatrix werden 33 vluchten uitgevoerd. Het totale aantal vlieguren vanaf de FOL’s bedraagt 3379. De vluchten hebben bijgedragen aan de onderschepping van 154.000 kilogram cocaïne, 3.000 kilogram marihuana, en 60,8 kilogram heroïne. Deze resultaten hebben geleid tot 343 arrestaties. De totale waarde van de onderscheppingen wordt geschat op $3,1 miljard (= ca. 2,4 mrd. euro, HdV).
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 17 juli 2012)
woensdag 20 juni 2012
Meer informatie over de MV Alaed (mogelijke wapenleverantie aan Syrië)
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 20 juni 2012
Betreft Verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) inzake een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord
Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Bleker, de reactie aan op het verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) met kenmerk 2012Z12355 over een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord, zoals gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden op 19 juni 2012.
Op woensdag 13 juni werd informatie verkregen dat een schip met mogelijk Russische helikopters en wapens aan boord vanuit Kaliningrad, in het westen van de Russische Federatie, vermoedelijk op weg was naar Syrië. De opgegeven bestemming van het schip was Vladivostok. Het betrof de Alaed, een schip dat is geregistreerd te Curaçao en eigendom is van een Curaçaose reder. De operator van het schip is een Deens bedrijf en de opdrachtgever van het transport een Russische onderneming. De verzekering was afgesloten bij een maatschappij in Bermuda, dat valt onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf het begin is nauw samengewerkt met internationale partners (o.a. de eerder op de route liggende landen als Denemarken en Duitsland) om schending en ondermijning van het EU-wapenembargo tegen Syrië te voorkomen. De Nederlandse autoriteiten hebben herhaaldelijk een klemmend beroep gedaan op de Russische opdrachtgever om mee te werken met inspectie van het schip door de Nederlandse kustwacht en douane. In samenwerking met de Curaçaose autoriteiten is het schip ook via de Curaçaose reder meermaals opgeroepen om zich voor inspectie in een haven te melden. Samen met de Deense autoriteiten is via de Deense operator hetzelfde gedaan. Op het moment dat het vaartuig zich niet langer in de buurt van Nederland bevond, had het op herhaalde oproepen niet gereageerd. Het schip is voortdurend buiten de Nederlandse territoriale wateren gebleven.
Enige tijd later schakelde het schip de transponder uit en zag af van doorvaart door het Kanaal, voer richting het noorden en koerste aan op een passage ten westen van het Verenigd Koninkrijk. Op dat moment vond al intensief overleg plaats tussen de Nederlandse autoriteiten en die van het Verenigd Koninkrijk, alsmede andere landen die verder op de toen nog te verwachten route van het schip lagen (België, Frankrijk, Portugal, Spanje). Op 18 juni jl., toen de Alaed nog altijd nabij het Verenigd Koninkrijk voer, heeft de Bermudaanse verzekeringsmaatschappij de verzekering van het schip geannuleerd.
Kort daarna is het schip gedraaid in noordelijke richting en heeft als nieuwe eindbestemming de haven van Moermansk in de Russische Federatie opgegeven. Op het moment van schrijven vaart het verder op deze koers.
Door deze gezamenlijke internationale inspanning is dit mogelijk transport van wapens naar Syrië nu verhinderd. Het kabinet spant zich zoveel mogelijk in om te voorkomen dat het Syrische regime wordt voorzien van wapens of onderdelen daarvan. Het is samen met EU- en andere internationale partners voortdurend alert om dergelijke transporten ook in de toekomst te voorkomen. Het wapenembargo dat is vastgelegd in het EU-sanctieregime tegen Syrië biedt hiertoe de benodigde instrumenten. Het kabinet houdt Rusland aan de doelstellingen van de VN- Veiligheidsraadsresolutie over Syrië in casu de dringende noodzaak van de-escalatie van de situatie in Syrië.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 20 juni 2012)
Datum 20 juni 2012
Betreft Verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) inzake een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord
Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Bleker, de reactie aan op het verzoek van het lid Ten Broeke (VVD) met kenmerk 2012Z12355 over een schip met mogelijk helikopters en wapens voor Syrië aan boord, zoals gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden op 19 juni 2012.
![]() |
| MV Alaed (foto FEMCO) |
Vanaf het begin is nauw samengewerkt met internationale partners (o.a. de eerder op de route liggende landen als Denemarken en Duitsland) om schending en ondermijning van het EU-wapenembargo tegen Syrië te voorkomen. De Nederlandse autoriteiten hebben herhaaldelijk een klemmend beroep gedaan op de Russische opdrachtgever om mee te werken met inspectie van het schip door de Nederlandse kustwacht en douane. In samenwerking met de Curaçaose autoriteiten is het schip ook via de Curaçaose reder meermaals opgeroepen om zich voor inspectie in een haven te melden. Samen met de Deense autoriteiten is via de Deense operator hetzelfde gedaan. Op het moment dat het vaartuig zich niet langer in de buurt van Nederland bevond, had het op herhaalde oproepen niet gereageerd. Het schip is voortdurend buiten de Nederlandse territoriale wateren gebleven.
Enige tijd later schakelde het schip de transponder uit en zag af van doorvaart door het Kanaal, voer richting het noorden en koerste aan op een passage ten westen van het Verenigd Koninkrijk. Op dat moment vond al intensief overleg plaats tussen de Nederlandse autoriteiten en die van het Verenigd Koninkrijk, alsmede andere landen die verder op de toen nog te verwachten route van het schip lagen (België, Frankrijk, Portugal, Spanje). Op 18 juni jl., toen de Alaed nog altijd nabij het Verenigd Koninkrijk voer, heeft de Bermudaanse verzekeringsmaatschappij de verzekering van het schip geannuleerd.
Kort daarna is het schip gedraaid in noordelijke richting en heeft als nieuwe eindbestemming de haven van Moermansk in de Russische Federatie opgegeven. Op het moment van schrijven vaart het verder op deze koers.
Door deze gezamenlijke internationale inspanning is dit mogelijk transport van wapens naar Syrië nu verhinderd. Het kabinet spant zich zoveel mogelijk in om te voorkomen dat het Syrische regime wordt voorzien van wapens of onderdelen daarvan. Het is samen met EU- en andere internationale partners voortdurend alert om dergelijke transporten ook in de toekomst te voorkomen. Het wapenembargo dat is vastgelegd in het EU-sanctieregime tegen Syrië biedt hiertoe de benodigde instrumenten. Het kabinet houdt Rusland aan de doelstellingen van de VN- Veiligheidsraadsresolutie over Syrië in casu de dringende noodzaak van de-escalatie van de situatie in Syrië.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. U. Rosenthal
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 20 juni 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)
.jpg)