Nederlandse F-16’s vlogen hun 10.000e missie boven Afghanistan. De toestellen ondersteunen de International Security Assistance Force (ISAF) al ruim 10 jaar. De respectieve detachementen vlogen sinds 2002 in totaal 22.667 uur. Daarmee leverden de Nederlandse vliegers een aanzienlijke bijdrage aan de veiligheid en ondersteuning van coalitiepartners. Zij hebben de afgelopen 10 jaar ISAF-operaties geholpen, achtereenvolgens vanaf de vliegvelden Manas (Kirgizië), Kabul, Kandahar en sinds eind 2011 vanaf Mazar-e-Sharif (allen Afghanistan).
Nederlandse F-16 stijgt op vanaf Kandahar Airfield (foto: Defensie)
Armed overwatch
Een groot gedeelte van de missies die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, betrof het bescherming van de grondtroepen: de zogeheten Armed overwatch. ISAF doet hierbij een beroep op de Nederlandse vliegers die met behulp van de Advanced Targetting POD (ATP) filmbeelden doorgeven aan de militairen in het veld. Deze informatie geeft ze een beeld van gebieden of objecten die vanaf de grond moeilijk te overzien zijn.
Daarnaast vlogen de F-16’s ruim 2.000 missies met het fotoverkenningsysteem RecceLite ter ondersteuning van de politietrainingsmissie. Nederland is de enige coalitiepartner in heel Afghanistan die sinds 2009 over deze zeer geavanceerde combinatie beschikt.
De gevechtsvliegtuigen ondersteunden diverse eenheden, waaronder de Afghaanse Grenspolitie die in een kantoor onder vuur lagen. Daarnaast werd een Amerikaanse eenheid ondersteund in de provincie Kunar, dat grenst aan Pakistan. De eenheid was met een konvooi onderweg en reed in een hinderlaag. Hierop brak een vuurgevecht uit. De aanwezigheid van de Nederlandse gevechtsvliegtuigen werd getoond door hard en laag over te vliegen, waarna de opstandelingen zich terugtrokken.
Op maandag 1 juli komt de Politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz met een kleine ceremonie officieel ten einde. De laatste Afghaanse leerlingen krijgen dan hun certificaat en er wordt direct begonnen met het inpakken van het materieel. De missie begon in juni 2011 en er zijn 545 man voor uitgezonden.
De afgelopen week arriveerden ongeveer 100 militairen in Afghanistan die de afbouw van de missie gaan regelen. Zij gaan de spullen inpakken en vervoeren naar Mazar-e-Sharif, vanwaar het materieel naar Nederland wordt teruggevlogen.
De terugtrekking van de Nederlandse politietrainingsmissie uit Kunduz zal naar het zich laat aanzien al op 1 oktober zijn afgerond. Dat is dan een maand sneller dan gepland.
Sinds de missie begon hebben circa 850 Afghaanse agenten en onderofficieren in het noordelijke Kunduz een basis- of aanvullende opleiding gevolgd. De opleiding wordt na 1 juli voortgezet door Afghaanse trainers.
Met het vertrek uit Kunduz komt nog geen einde aan de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Vier F-16's met 120 man personeel blijven tot eind 2014 gestationeerd in Mazar-e-Sharif. Ook bij de EUPOL-missie en op diverse hoofdkwartieren blijven Nederlanders actief.
De terugtocht uit Kunduz stond oorspronkelijk gepland voor medio volgend jaar. Maar de Duitsers - die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de Nederlanders - vertrekken eerder dan verwacht uit de noordelijke provincie. Daarop besloot het kabinet de missie voortijdig te beëindigen.
De NAVO zet de missie na 2014 voort. Die richt zich op het opleiden van Afghaanse veiligheidskrachten, ondersteuning en advies. De missie gaat naar verluidt minimaal 12.000 manschappen tellen.
Begin deze maand kwam naar buiten dat Nederland, als het besluit om mee te gaan doen aan de nieuwe missie, weer onder Duits commando actief wil zijn in Afghanistan. De Duitsers willen 600 tot 800 man leveren.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 8 maart 2013
Betreft Geïntegreerde politietrainingsmissie Afghanistan
Geachte Voorzitter,
Zoals aangekondigd in de brief van 17 januari jl. (Kamerstuk 27925, nr. 469), wordt u in deze brief geïnformeerd over de gevolgen van de Duitse troepenreductie in Afghanistan in 2013 voor de Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie.
Op 31 januari jl. heeft het Duitse parlement ingestemd met de verlenging van de Duitse missie in Afghanistan met dertien maanden en met een troepenreductie van 4.500 naar 3.300 man in de periode 2013 - 2014. In het kader van dit besluit wordt de Duitse militaire aanwezigheid in Kunduz in de tweede helft van dit jaar beëindigd. Eind 2012 zijn reeds de activiteiten van het Duitse Provincial Reconstruction Team in Kunduz overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten en omstreeks 1 juli 2013 zal ook de leiding van het Duitse Police Training Center (PTC) in Kunduz in Afghaanse handen overgaan. Vanaf dat moment is het voor Duitsland niet langer nodig om een basis in Kunduz open te houden; deze zal dan ook omstreeks 1 november 2013 worden gesloten. De Duitse redeployment verloopt via Mazar-e-Sharif.
De overdracht van de taken aan de Afghaanse overheid en de beëindiging van de Duitse militaire aanwezigheid in Kunduz passen bij de voortgang van het transitieproces in de provincie. Zoals aan uw Kamer gemeld in de brief van 17 januari jl. zijn het Afghaanse leger en de politie inmiddels verantwoordelijk voor de veiligheid in de gehele provincie Kunduz. Zij zullen ook de verantwoordelijkheid voor de politieopleidingen overnemen. Op het PTC geven Afghaanse trainers reeds zelf les onder begeleiding van Duitse en Nederlandse trainers en wordt de Afghaanse staf begeleid zodat deze de leiding kan overnemen. Daarnaast worden Afghaanse instructeurs opgeleid en begeleid om op termijn de door Nederland ontwikkelde aanvullende opleiding te kunnen uitvoeren.
Gezien het voorspoedige verloop van de transitie op het gebied van opleidingen in Kunduz en het daarmee samenhangende besluit van Duitsland om uit de provincie te vertrekken heeft de regering besloten de trainingsmissie in Kunduz per 1 juli 2013 te beëindigen. Tot die datum worden de lopende activiteiten op volle sterkte voortgezet, met dien verstande dat het accent verder verschuift naar de overdracht aan de Afghaanse autoriteiten met het oog op verduurzaming van de Nederlandse inspanningen. Vanaf 1 juli 2013 zal de redeployment via Mazar-e-Sharif beginnen en neemt de omvang van het huidige contingent Nederlandse militairen in Afghanistan af. De Nederlandse aanwezigheid op de Duitse basis in Kunduz zal uiterlijk 1 november 2013 zijn beëindigd.
De plannen van Duitsland hebben ook gevolgen voor het Field Office van de EU Politietrainingsmissie (EUPOL) in Kunduz, aangezien ook EUPOL afhankelijk is van Duitsland voor de veiligheid, medische faciliteiten en legering. EUPOL start de redeployment van haar Field Office in Kunduz naar verwachting ook op 1 juli 2013, waardoor de Nederlandse bijdrage aan EUPOL in Kunduz eveneens wordt beëindigd.
Wat blijft Nederland doen tot midden 2014?
De beëindiging van de trainingsmissie in Kunduz betekent niet dat Nederland geheel uit Afghanistan vertrekt.
Het rule of law programma in de provincie Kunduz zal conform de oorspronkelijke planning worden voortgezet tot midden 2014. De projecten worden uitgevoerd door non-gouvernementele organisaties die niet van de Duitse of Nederlandse aanwezigheid afhankelijk zijn. Het toezicht op de projecten zal door de ambassade in Kabul worden overgenomen, waar nodig met hulp van lokale monitoring officers. Ter versterking van de coördinatiecapaciteiten van UNAMA op het gebied van rule of law financiert Nederland de functie van een deskundige bij het UNAMA-kantoor in Kunduz. Daarnaast worden de detacheringen van een Nederlandse politieadviseur bij UNAMA Kunduz en een militair adviseur bij UNAMA Kabul voortgezet. Overigens blijft Afghanistan een OS-partnerland.
De Nederlandse personele bijdrage van ongeveer 25 politiefunctionarissen en tien civiele deskundigen aan EUPOL in Kabul zal eveneens worden voortgezet. Nederland levert hiermee een zinvolle bijdrage aan de inspanningen van de internationale gemeenschap om de politie- en justitiesector in Afghanistan op nationaal niveau verder te versterken in het kader van het transitieproces. Bovendien biedt deze personele bijdrage aan EUPOL de mogelijkheid om ervaringen en trainings- en mentoringconcepten uit Kunduz zowel in Kabul als in de overige Field Offices te delen en te verankeren binnen de Afghaanse overheidsstructuren.
Ook de inzet van de vier F-16’s vanaf de militaire basis in Mazar-e-Sharif gaat door onder het huidige mandaat. De F-16’s zullen de redeployment van de geïntegreerde politietrainingsmissie ondersteunen en in ISAF-kader bermbommen opsporen, inlichtingen vergaren en Afghaanse en internationale partners in nood te hulp komen.
Als gevolg van de redeployment zal het aantal Nederlandse militaire en civiele staffunctionarissen bij ISAF afnemen.
Het Duits-Nederlandse Legerkorps uit Münster, tenslotte, is volgens het roulatieschema van de NAVO in de periode 15 juli 2013 tot en met 15 januari 2014 weer aan de beurt om militairen te leveren voor staffuncties op het hoofdkwartier van IJC (ISAF Joint Command) in Kabul, zoals voor het laatst in 2009. Dit keer bestaat de bijdrage uit ongeveer 90 Nederlandse militairen.
In de volgende stand van zakenbrief over Afghanistan wordt u nader geïnformeerd over de financiële en personele gevolgen van dit regeringsbesluit.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Frans Timmermans
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Drs. E.M.J. Ploumen
Nederland stopt op 1 juli 2013 met de politietrainingsmissie in Kunduz, zo maakte het kabinet vandaag bekend. Het werk gaat tot die datum onverminderd voort, maar het accent verschuift verder naar de overdracht van taken aan de Afghaanse autoriteiten. Personeel en materieel hebben uiterlijk 1 november de Duitse basis in Kunduz verlaten.
De Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie heeft sinds de zomer van 2011 een stevige basis gelegd voor de hele justitieketen in Kunduz. De Afghanen zijn eerder dan gepland klaar om zelf de verantwoordelijkheid voor politietrainingen te dragen in Kunduz. Zo geven Afghaanse trainers al zelf les en begeleidt Duits en Nederlands personeel de Afghaanse staf, zodat die de leiding kan overnemen. Vanaf 1 juli is Afghanistan zelf verantwoordelijk voor de politieopleidingen en wordt het trainingscentrum overgedragen door de Duitsers aan de Afghanen.
Het regeringsbesluit is deels ook het gevolg van de Duitse troepenreductie in Afghanistan. De oosterburen trekken hun militairen in de tweede helft van dit jaar terug uit Kunduz. Nederlands personeel in het gebied is voor veiligheid en legering afhankelijk van Duitse eenheden. Dit geldt ook voor de Nederlanders die voor EUPOL in Kunduz het hogere politiekader opleiden. EUPOL sluit hun trainingslocatie in Kunduz naar verwachting eveneens op 1 juli.
Nederland blijft actief
Nederland vertrekt niet helemaal uit Afghanistan. De ontwikkeling van de rechtsstaat in Kunduz is een zaak van lange termijn. Daarom gaat het zogenoemde rule of law-programma volgens planning tot in 2014 door. Lokale, niet-gouvernementele organisaties die niet afhankelijk zijn van Duitse of Nederlandse aanwezigheid voeren de projecten uit en zij blijven met de Nederlandse ambassade in Kabul de projecten monitoren.
Nederland blijft in Kunduz ook militair betrokken met de inzet van de 4 F-16’s vanaf Mazar-e-Sharif. De jachtvliegtuigen voeren de taken uit onder het huidige mandaat en ondersteunen daarnaast de terugverplaatsing van de Nederlandse eenheden.
Nederland blijft EUPOL ondersteunen in Kabul met politiefunctionarissen en deskundigen die werken aan de versterking van de politie- en justitiesector op nationaal niveau.
Positief
Nederland is sinds de zomer van 2011 actief in Kunduz. Het kabinet is voorzichtig positief over de resultaten, staat in een tussentijdse evaluatie die vandaag ook aan het parlement is gezonden. De waardering voor de Nederlandse inspanningen is groot bij zowel de Afghanen als de internationale partners. Door de gehele justitiële keten heen zijn er nu beter opgeleide agenten, advocaten, rechters en aanklagers.
Het is volgens het kabinet nu te vroeg om vast te stellen wat het effect op langere termijn zal zijn van de politietrainingsmissie.
Het kabinet stopt eerder met de politiemissie in Afghanistan. De ruim 350 militairen en politiemensen keren al deze zomer terug uit de Afghaanse provincie Kunduz. Bronnen rond het kabinet bevestigen dat de ministerraad daarover vandaag een besluit neemt. RTL-redacteur Jos Heymans over de precieze aantallen: "300 mlitairen Kunduz keren per 1 juli terug. 70 man blijven in Kabul net als 120 man bij F-16''s. Tot einde missie eind dit jaar. (@JosHeymans)
Nederland traint sinds de zomer van 2011 de politiemensen in het noorden van Afghanistan. De Nederlandse militairen worden beschermd door Duitse eenheden in de omgeving en door vier eigen gevechtsvliegtuigen die in de buurt van Kunduz zijn gestationeerd.
Aanvankelijk zou de missie tot volgend jaar duren. Maar de Duitsers vertrekken al deze zomer, waardoor de bescherming van de Nederlandse troepen komt te vervallen. Het kabinet wil daarom tegelijk met de Duitsers weggaan. Daar komt bij dat de training van de Afghaanse politie zo goed als afgerond is. De Afghanen zijn al in staat hun eigen mensen op te leiden.
Wel naar Somalië
Het kabinet zal vandaag ook besluiten om deel te nemen aan een EU-trainingsmissie voor Somalische troepen. Het gaat om een tiental Nederlanders die in de Somalische hoofdstad Mogadishu trainingen gaan geven.
De missie in Kunduz was politiek omstreden. Het eerste kabinet-Rutte moest de steun van de oppositiepartijen D66 en GroenLinks vragen om de militairen te kunnen uitzenden. Vooral de achterban van GroenLinks had grote moeite met de gegeven steun aan het kabinet.
De voorzitter van de Tweede Kamer, Anouchka van Miltenburg, heeft samen met Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp de Nederlandse missie in Afghanistan bezocht. Mevrouw Van Miltenburg bracht tijdens ontmoetingen met militairen en politietrainers de waardering over van de Tweede Kamer voor de vrouwen en mannen die bij de missie actief zijn.
Van Miltenburg, Middendorp en militair van de Luchtmobiele Brigade Foto: Defensie
Tijdens bezoeken aan Kabul, Mazar-e-Sharif en Kunduz vertelde Kamervoorzitter Van Miltenburg dat de Tweede Kamer zich zeer bewust is dat Nederlandse vrouwen en mannen in opdracht van de regering, maar met steun van de Tweede Kamer, hun werk in Afghanistan verrichten. Zij liet zich op de hoogte stellen van de manier van werken. "Het enthousiasme van de Nederlandse trainers en hun Afghaanse cursisten is goed zichtbaar" aldus de Kamervoorzitter.
Locaties
In Kabul sprak Van Miltenburg met Nederlandse militairen die op het hoofdkwartier en op Kabul International Airport werken. Op de Nederlandse ambassade werd zij bijgepraat over de verschillende aspecten van de missie.
In Kunduz ontmoette mevrouw Van Miltenburg de Nederlandse politietrainers. Zij woonde een training bij op het Regional Training Center en bezocht Aliabad, waar Afghaanse agenten worden opgeleid. Zij sprak ook met de leiding van de Geïntegreerde Politietrainingsmissie.
Aansluitend ging zij naar de ISAF-basis in Mazar-e-Sharif. Medewerkers van de Air Task Force, waarvan Nederlandse F-16’s deel uitmaken, verzorgden onder andere een rondleiding over het platform. De Kamervoorzitter sprak met hen over de manier waarop de F-16’s verkenningen en luchtsteun uitvoeren voor de Nederlandse politietrainers in Kunduz en aan coalitiepartners in heel Afghanistan.
Uitleg F-16. Foto: Defensie
Tijdens de ontmoeting met het Nederlandse personeel dat op deze basis werkt vertelde zij dat het bezoek indruk op haar maakte. "Mede door het geïntegreerde karakter van de missie is er zicht op blijvende verbetering van de justitieketen", aldus mevrouw Van Miltenburg. "Niet alleen getrainde politiemensen maar ook een complete politie-opleiding, zodat de toekomst van de politiemacht in Kunduz is geborgd."
Jeanine Hennis-Plasschaert heeft voor het eerst als minister van Defensie een bezoek gebracht aan de Nederlandse troepen in Afghanistan. Ze ontmoetten vandaag en gisteren militairen in Kabul, Mazar-e-Sharif en Kunduz. Ze werd vergezeld door Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.
Vrijdag arriveerde de delegatie in de Afghaanse hoofdstad waar Hennis-Plasschaert op de luchthaven kort sprak met Nederlands personeel, dat is geplaatst op diverse locaties in de stad. Daarna vloog de minister naar de internationale basis in Mazar-e-Sharif in het noorden van het land. Ze ontmoette militairen van de Air Task Force, het National Support Element en Nederlanders gestationeerd bij het hoofdkwartier van Regional Command North.
Nederlandse aanpak
Hennis-Plasschaert: "Ik ben enorm trots op onze militairen. Ze doen fantastisch werk. Met de collega's van Buitenlandse Zaken en Veligheid en Justitie wordt een volledig geintegreerde aanpak op de mat gelegd om de Afghaanse politieagenten en het hele justitiele systeem op een hoger plan te brengen. De Nederlandse aanpak wordt internationaal geprezen."
Ze vervolgde te zeggen dat de opbouw van de rechtsorde van groot belang is. "Het is het begin, de basis van elke rechtsstaat waarin mensen veilig kunnen leven, waarin ze zich kunnen ontwikkelen en een boterham kunnen verdienen. Het verschil maken in het dagelijks leven van de Afghanen, dat is waar de Nederlandse krijgsmacht in Afhanistan aan werkt." De bewindvrouw wilde tijdens het bezoek met name met de mensen zelf praten over hun werk. "Hun gedrevenheid en motivatie maakte een diepe indruk op me."
Heel Nederland
In Kunduz liep de minister mee met de trainingen aan de Afghaanse politie op de verschillende opleidingscentra. De genten volgden de zogenoemde advanced police training course, de aanvullende training van ruim 10 weken met daarnaast mentoring op hun eigen werkplek.
Aansluitend ging Hennis-Plasschaert mee op pad met een Police Training en Mentoring Team (POMLT) naar Aliabad. De cursisten daar richtten een checkpoint in op de weg, gemonitord door hun Nederlandse trainers en de minister. "Als ik hier zo sta, dan zou je willen dat je heel Nederland naar Afghanistan mee kon nemen om het goede werk te laten zien."
Nederlandse F-16’s leveren deze maand 10 jaar een bijdrage aan de stabiliteit en veiligheid in Afghanistan. Sinds een jaar zijn ze actief voor de politietrainingsmissie in Kunduz. In het begin werden de jachtvliegtuigen ingezet voor operatie Enduring Freedom en opereerden ze vanaf de Amerikaanse basis Manas, Kirgizië.
Nederlandse F-16, Kandahar Airfield (foto AVDD)
Enduring Freedom volgde op de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten. Omdat eerst naar Afghanistan moest worden gevlogen, waren de vluchten lang; 8 uur was geen uitzondering. Om die reden voorzagen tankvliegtuigen de toestellen in de lucht van nieuwe brandstof, soms wel 3 keer per vlucht.
Uruzgan
In 2005 kwam het accent te liggen bij de ISAF-missie (International Security Assistance Force). Het Nederlandse luchtcommando, de Air Task Force (ATF), verhuisde naar de hoofdstad Kabul, waar de F-16’s luchtsteun leverden aan de coalitiegrondtroepen. Toen de Task Force Uruzgan in 2006 een feit was, ging het detachement naar Kandahar Airfield in het zuiden van het land. Daar ondersteunden de gevechtvliegtuigen direct de Nederlandse grondtroepen. In deze periode veranderde het karakter van de inzet en moesten de toestellen vaak hun wapens gebruiken. Ook Apache-gevechtshelikopters en, afwisselend Chinook- en Cougar-transporthelikopters, maakten toen deel uit van de ATF.
Politietrainingsmissie
Sinds een jaar zijn de F-16’s actief vanaf de basis Mazar-e-Sharif in het noorden van Afghanistan. Daarvandaan ondersteunen ze de politietrainingsmissie in Kunduz met voornamelijk het uitvoeren van verkenningsmissies. Daarbij gebruiken zij het fotoverkenningsysteem RecceLite, waarmee ze onder meer geïmproviseerde explosieven opsporen. De F-16’s geven ook direct luchtsteun als grondeenheden in de problemen komen.
“Dagelijks voeren wij met onze F-16’s missies uit voor de Nederlanders van de politietrainingsmissie”, zo vertelt commandant luitenant-kolonel Denny Traas van ATF21. “Daarnaast ondersteunen wij coalitietroepen. Sinds onze verhuizing van Kandahar naar Mazar-e-Sharif vlogen ruim 1200 sorties, bij elkaar bijna 2400 uur.”
GESNEUVELD, de nieuwe film van Robert Oey (scenario en regie), gaat op zondag 30 september 2012 in première tijdens de 32e editie van het Nederlands Film Festival in de Stadsschouwburg in Utrecht. GESNEUVELD is vanaf 11 oktober te zien in de filmtheaters. GESNEUVELD komt ook op tv: op 10 december om 20:25 uur, Nederland 2.
Tussen 2006 en 2010 sneuvelden vijfentwintig Nederlandse militairen in Afghanistan. Vijfentwintig keer heeft het Ministerie van Defensie een berichtgever op pad moeten sturen met het nieuws dat een zoon, echtgenoot, vader of beste vriend op gewelddadige wijze om het leven was gekomen. Jongemannen meestal, in de kracht van hun leven, met een diepgevoelde wens om in het leger, ver weg van huis, te gaan vechten.
In GESNEUVELD tonen nabestaanden en militairen hun verdriet, hun frustratie, hun woede en hun kracht. Er worden vragen gesteld, veel vragen, maar antwoorden blijken onbevredigend. De achterblijvers laten uiteindelijk zien dat ze hun geliefden los moeten laten, om zelf met het leven door te kunnen gaan.
(website Filmfestival)
'Gesneuveld' gaat over de nabestaanden van de vijfentwintig Nederlandse militairen die in Afghanistan zijn omgekomen en de manier waarop zij met het verlies proberen om te gaan. De film laat zien dat het de nabestaanden de grootst mogelijke moeite kost om de draad weer op te pakken. Maar de film geeft ook een beeld van het Nederlandse leger dat, nadat de eerste soldaat sneuvelde, door is gegaan met de missie.
De een heeft verdriet om de zoon die er niet meer is, de ander mist haar echtgenoot, haar maatje. Sommige nabestaanden zijn boos, boos op Defensie omdat hun zoon door eigen vuur is omgekomen, omdat er fouten zijn gemaakt. Anderen vragen zich af op wie ze boos moeten worden. 'Het dienen in het Nederlandse leger was zijn leven, zijn droom. Ik was er trots op dat hij ging.' Sommige zitten met vragen. Ze willen het stoffelijke bewijs.
Het Ministerie van Defensie helpt ze daar zoveel mogelijk bij. Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm begrijpt de mensen die zoeken naar de ontbrekende puzzelstukjes. Hij verloor in Afghanistan zijn eigen zoon. Verdriet verbindt, maar het drijft mensen ook uit elkaar. Sommigen zoeken troost in een nieuwe toekomst. Anderen zoeken steun bij elkaar. Commando's herdenken hun maatje aan het strand. Op de slechte momenten zoeken ze, denkend aan hun broer of zoon, troost in de wetenschap dat hij écht op zijn plek zat. Uiteindelijk laat Gesneuveld zien dat men weer moet gaan leven. Dat loslaten, hoe moeilijk het ook is, de enige manier is om met dit immense verdriet on te kunnen gaan. 'Tim zou gezegd hebben: 'Ga niet bij de pakken neerzitten. Maak er wat van!'
(Omroep HUMAN, 25 september 2012)
Overzicht van in Afghanistan gesneuveld, omgekomen of overleden Defensiepersoneel sinds de start van de missie in Uruzgan in 2006.
• 26 juli 2006: Overste Jan van Twist (47 jaar, Hoofd Sectie Operationeel Recht bij de Stafgroep Juridische Zaken van de Luchtmacht). Sergeant Bart van Boxtel (29 jaar, commandant van het Force Protection Team van het Contingentscommando in Kabul. Samen met andere passagiers en bemanningsleden omgekomen bij een helikoptercrash in de provincie Paktika.
• 31 augustus 2006: de F-16 van kapitein-vlieger Michael Donkervoort stort van grote hoogte neer, terwijl hij onderweg is van Kabul Airfield om luchtsteun te verlenen aan Britse troepen in de provincie Helmand. Om onbekende redenen werkt de schietstoel niet en de jachtvlieger komt om het leven.
• 11 oktober 2006: sergeant Wim Dijkstra pleegt met zijn dienstwapen zelfmoord op Kamp Holland.
• 6 april 2007: Sergeant der eerste klasse Robert Donkers komt om het leven bij een ongeluk met een Patria-pantserwagen. De Patria kantelde als gevolg van een wegverzakking, het slachtoffer raakte bekneld.
• 20 april 2007: de 21-jarige korporaal Cor Strik van de Tijgercompagnie van de Luchtmobiele Brigade komt om het leven tijdens een patrouille bij de stad Sangin in de provincie Helmand tijdens de ISAF-operatie 'Achilles'. De korporaal stapte op een explosief en was op slag dood. Hij is de eerste gevechtsdode tijdens de Nederlandse inzet in Afghanistan. Bij de berging van zijn stoffelijk overschot komt een Amerikaanse sergeant met Nederlandse familiewortels, Alex van Aalten, ook om het leven.
• 15 juni 2007: de 20-jarige soldaat eerste klas Timo Smeehuijzen komt om het leven bij een zelfmoordaanslag met een autobom in Tarin Kowt. Vijf Afghaanse kinderen en een aantal volwassenen verliezen ook het leven.
• 18 juni 2007: de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen om het leven gekomen bij gevechten rondom Chora. Drie van zijn collega's van het 13e Infanteriebataljon van 11 Luchtmobiele Brigade raakten gewond. Er deed zich een ongeluk voor bij het afschieten van een mortiergranaat tijdens de heftige 'Slag om Chora'. .
• 12 juli 2007: Eerste luitenant Tom Krist (24) overlijdt in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht. Hij raakte dinsdag 10 juli zwaargewond tijdens een zelfmoordaanslag in Deh Rawod.
• 26 augustus 2007: Sergeant Martijn Rosier (30) komt om bij de explosie van een geïmproviseerd explosief ten noorden van Deh Rawood.
• 20 september 2007: Soldaat eerste klasse Tim Hoogland (20) komt om bij een langdurig vuurgevecht bij Deh Rawod. Hij is de eerste Nederlandse militair die tijdens de missie in Uruzgan sneuvelt door vijandelijk vuur. Tim Hoogland maakte deel uit van de Bravo Compagnie van het 13e Infanteriebataljon Luchtmobile Brigade uit Assen.
• 3 november 2007: Korporaal Ronald Groen (21) sneuvelt bij de operatie Spin Gahr. Hij zat in een pantserwagen die bij de patrouillepost Poentjak op een bermbom reed. Groen hoorde bij de 43e gemechaniseerde brigade, gelegerd op de Johannes Post Kazerne te Havelte.
• 12 januari 2008: Soldaat Wesley Schol (20) en korporaal Aldert Poortema (22) worden gedood door eigen vuur ten noorden van Deh Rawod. Ze behoorden tot het 44ste pantserinfanterie-bataljon in Havelte.
• 18 april 2008: Soldaat Mark Schouwink (22) en eerste luitenant Dennis van Uhm (23) sneuvelen tijdens een verplaatsing ten noorden van Tarin Kowt. Uhm is de zoon van generaal Peter van Uhm, die een dag eerder Dick Berlijn was opgevolgd als Commandant der Strijdkrachten. De militairen kwamen om toen ze met hun jeep op een bermbom reden. Twee andere inzittenden raakten zwaar gewond.
• 7 september 2008: De 21-jarige soldaat eerste klasse Jos ten Brinke komt om het leven in een pantservoertuig, dat op 19 kilometer van Kamp Holland door een bermbom wordt getroffen. Vijf andere militairen raken gewond.
• 19 december 2008: De 24-jarige sergeant Mark Weijdt komt om tijdens een vuurgevecht. Vermoedelijk stapte hij op een bermbom.
• 6 april 2009: Bij een beschieting van Kamp Holland sneuvelt soldaat der eerste klasse Azdin Chadli uit Uden. Hij was 20 jaar en nog maar een week verbonden aan een gevechtseenheid in Afghanistan. Het is de eerste keer dat bij een beschieting op Kamp Holland militairen zijn getroffen. Er vallen vijf gewonden.
• 6 september 2009: Bij een vuurgevecht in Uruzgan wordt de Nederlandse korporaal Kevin van de Rijdt gedood. De 26-jarige militair van het Korps Commandotroepen maakte deel uit van Task Force 55.
• 7 september 2009: Bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief (IED) komt de 44-jarige sergeant-majoor Mark Leijsen om het leven. Bij de explosie raakten ook drie Nederlandse militairen en een Afghaanse tolk gewond.
• 17 april 2010: twee mariniers sneuvelen wanneer hun Viking-pantservoertuig ten noorden van Tarin Kowt op een bermbom rijdt. De slachtoffers zijn de 29-jarige korporaal Jeroen Houweling en de 23-jarige marinier der eerste klasse Marc Harders.
• 22 mei 2010: korporaal der eerste klasse Luc Janzen (25) komt om bij de explosie van een bermbom in het district Deh Rawod. Bij deze ontploffing komen ook een Franse kapitein van een OMLT-team en een Afghaanse tolk om het leven. Vier militairen raken gewond, waarvan twee zwaar.
• 17 november 2010: Reserve Luitenant-kolonel-Arts Fons Dur (56) overlijdt door natuurlijke oorzaken op Kamp Holland.
Totaal aantal doden sinds het begin van de missie op 1 augustus 2006: 25
Generaal Tom Middendorp, sinds eind juni Commandant der Strijdkrachten (CDS), heeft de afgelopen dagen zijn eerste bezoek gebracht aan de uitgezonden eenheden in Afghanistan. Daarna vloog hij door naar Oost-Afrika om in Djibouti aan boord te gaan van Hr. Ms. Evertsen en Hr. Ms. Rotterdam.
Middendorp uitte overal zijn waardering voor het goede en bijzondere werk van de Nederlanders ver van huis. “We zitten in een hele moeilijke periode met veel onzekerheid. Ik begrijp en deel uw zorgen. Daar moeten wij samen doorheen”, refereerde hij aan de bezuinigingen en reorganisatie bij Defensie.
Jachtvliegtuigen
De CDS ging als eerst naar het luchtmachtdetachement met 4 F-16’s in Mazar-e-Sharif. De jachtvliegtuigen staan daar paraat voor de politietrainingsmissie en verzamelen inlichtingen met het fotoverkenningsysteem RecceLite en verlenen luchtsteun aan ISAF-troepen. Mazar-e-Sharif huisvest ook het National Support Element dat zorgt voor de logistiek.
Voetpatrouille
Tijdens een voetpatrouille in het district Khanabad in de provincie Kunduz, kreeg Middendorp een duidelijk beeld van de Police Operational Mentor and Liasion Teams. “Het is goed om met eigen ogen te zien hoe gedreven mijn mensen en de Afghaanse agenten het werk doen. Dat geeft ook vertrouwen in de transitie naar 2014 wanneer de Afghaanse overheid zelf de verantwoordelijkheid neemt.”Na nog een stop in Kabul waar hij te gast was op het ministerie van binnenlandse zaken en de Nederlandse ambassade vloog hij door naar Afrika.
Djibouti
Het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam lost morgen Hr. Ms. Evertsen af als NAVO-vlaggenschip voor de antipiraterij-missie Ocean Shield. Middendorp: “Mede dankzij uw inspanning worden er minder schepen gekaapt en minder onschuldige mensen gegijzeld. Piraterij bedreigt onze welvaart. Die is afhankelijk van vrije handel en onbedreigd transport over zee. Met de inspanningen tegen piraterij boeken we echter concrete resultaten. Daar mag u trots op zijn.”
Omdat de marechaussee is ingezet voor de politietrainingsmissie in de provincie Kunduz, vergezelde commandant van de Koninklijke Marechaussee luitenant-generaal Hans Leijtens, Middendorp tijdens de reis.
De trainers van de Police Training Group (PTG) hebben afgelopen week de begeleidingsactiviteiten voor de vervolgcursus van agenten in Aliabad en Kunduz-stad voortgezet. Ook oefenden ze met agenten in Khanabad en Kunduz.
De explosievenruimers van de PTG assisteerden Amerikaanse collega’s bij het onschadelijk maken van een bom van Russische makelij. Het explosief was aangetroffen tijdens werkzaamheden op het vliegveld van Kunduz.
De maandelijkse vergadering van de Orde van Advocaten ging deze keer over de versterking van de coördinerende rol van deze groep en het uitwisselen van ervaringen. Nederland ondersteunt de orde.
Een marinier van de PTG liep bij de terugrit naar het basiskamp een botbreuk in zijn hand op. Kinderen gooiden stenen naar het voertuig van de militair, die daarbij werd geraakt. De gewonde is in het Role-2 ziekenhuis op het kamp Kunduz aan zijn hand geopereerd en maakt het goed.
Nederlandse F-16's zijn afgelopen week in Afghanistan diverse keren in actie gekomen. In het noorden van het land schoten ze een Zweedse eenheid te hulp. De Scandinaviërs lagen onder vuur. Na het afwerpen van enkele lichtkogels kozen de aanvallers het hazenpad. Vrijdag had een gelijke actie plaats om Spaanse troepen in de noordwestelijke provincie Badghis te ontzetten. Zaterdag was zo’n show of force voldoende om in Wardak, in de oosten van het land, de coalitietroepen te helpen.
Op Kandahar Airfield waren 3 raketaanvallen. Hierbij vielen aan Nederlandse zijde geen slachtoffers en er was geen schade.
De Nederlandse troepen in Afghanistan hebben heeft de afgelopen dagen bezoek gekregen van de pas aangetreden plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten (CDS), luitenant-generaal Hans Wehren. Hij was in het gezelschap van CDA-kamerlid Henk-Jan Ormel.
Wehren, sinds 6 weken plaatsvervangend CDS, liet zich uitgebreid informeren over de Nederlandse inspanningen. “Met eigen ogen gezien hoe professioneel ze hun werk doen. Ook heb ik het enthousiasme van onze mensen ervaren. Onze Afghaanse en internationale partners spraken allemaal hun waardering uit over de kwaliteit van de Nederlandse inzet."
Luchtsteun
De reis begon in Mazar-e-Sharif waar op dit moment 4 Nederlandse F-16’s paraat staan en waar de logistiek voor de politietrainingsmissie wordt verzorgd. Vanaf deze locatie stijgen F-16’s op voor het verzamelen van inlichtingen door fotoverkenning. Ook leveren de gevechtsvliegtuigen luchtsteun aan de politietrainers in Kunduz en helpen zij eventueel Afghaanse en coalitie-eenheden in noodsituaties. De delegatie sprak verschillende specialisten van de Air Task Force en personeel van de ondersteuningseenheid National Support Element over deze werkzaamheden.
Voortgang
In Kunduz liet het gezelschap zich bijpraten over de voortgang van de politietrainingsmissie. De derde lichting van de Police Training Group (PTG), onder leiding van kolonel der mariniers Jarst de Jong en civiel vertegenwoordiger Simon van de Burg, is zo’n 2 maanden onderweg. De PTG traint de Afghaanse politie nu in 3 van de 7 districten en investeert veel in de opbouw van de rechtstaatketen. De plaatsvervangend CDS zag hoe de Police Operational Mentor and Liaison Teams hun mentorings- en trainingsactiviteiten in de praktijk vormgeven in het derde district Aliabad. Ook bekeek de delegatie opleidingscentra.
In Kabul werd het programma afgesloten met bezoeken aan de Nederlandse ambassade en de hoofdkwartieren van de Europese politietrainingsmissie en de ISAF-missie van de NAVO.
Henk-Jan Ormel is lid van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken en plaatsvervangend lid bij de Defensiecommissie. Hij neemt vandaag deel aan de vergadering in de Tweede Kamer over de voortgang van de Nederlandse bijdrage in Afghanistan.
"De F-16, die primair eigen eenheden en die van bondgenoten beschermt, levert een meer dan belangrijke bijdrage aan de politietrainingsmissie in Kunduz. Daarnaast is de luchtverkenningstaak met RecceLite van grote waarde, onder meer bij het zoeken van bermbommen. Kortom: wederom een missie die er toe doet voor de Air Task Force." Dat zei luitenant-generaal Sander Schnitger, Commandant Luchtstrijdkrachten, donderdag op Vliegbasis Volkel.
Daar werd de Nederlandse Herinneringsmedaille Vredesoperaties uitgereikt aan 130 eerder uitgezonden militairen van voornamelijk de luchtmacht. Het betrof onderscheidingen voor het detachement van de Air Task Force dat eerst vanaf Kandahar Airfield in Zuid-Afghanistan opereerde en later vanaf Mazar-e-Sharif in het noorden. Ook de eerder uitgezonden militairen van het Air Point of Debarkation ‘Mirage’ in de Verenigde Arabische Emiraten kregen het eremetaal.
Onmisbare rol Schnitger: "De inzet van onze systemen is belangrijk. Het laat zien dat het luchtwapen een relevante en zelfs onmisbare rol vervult bij hedendaagse operaties." Naast het beschermen van Nederlanders schieten F-16’s vanaf Mazar-e-Sharif nu ook, indien nodig, bondgenoten te hulp. "Onze F-16's zijn de enige fighters in het noorden van Afghanistan. Ze zijn van doorslaggevend belang voor het succes van de ISAF-missie in dit gebied en van de Nederlandse politiemissie." Volgens de luchtmachtbaas onderstreept dit nog meer de grote waarde en relevantie van de wapensystemen. "Immers, zonder onze F-16's of Apaches is inzet van (NL) grondtroepen in conflicten niet meer mogelijk."
Nederlandse F-16, Afghanistan (foto: Defensie)
Missies zijn volgens Schnitger echter niet succesvol uit te voeren, zonder hulp van ondersteunende diensten en eenheden. "Ik wil ook de leden van het Air Point of Debarkation in de Verenigde Arabische Emiraten, hiervoor danken." Hij vergat verder het thuisfront niet dat in Nederland 'gewoon' door draaide. "Soms in spanning en onzekerheid, altijd was u de rots in de branding als het ging om het oplossen van of omgaan met alledaagse en soms ook niet alledaagse problemen", zei hij. De achterblijvers kregen roosje, of voor de kleintjes, een kindermedaille. "Beschouwt u dat als een erkenning van mij / van ons, dat uw inbreng voor ons van onschatbare waarde is geweest."
Herinneringsmedaille
De gedecoreerde militairen waren in de periode januari tot en met mei van dit jaar uitgezonden in Afghanistan waar zij deel uitmaakten van de ISAF-missie.
De Nederlandse Herinneringsmedaille Vredesoperaties wordt toegekend aan deelnemers van vredesoperaties die ten minste 30 dagen onafgebroken aan een vredesoperatie hebben deelgenomen.
Twee Nederlandse F-16's zijn vrijdag Amerikaanse militairen in de Oost-Afghaanse provincie Badghis te hulp gekomen. De Amerikanen werden aangevallen door opstandelingen. De F-16's gooiden enkele bommen af. De inzet was succesvol, aldus een woordvoerster van het ministerie van Defensie dinsdag.
De Nederlandse gevechtsvliegtuigen waren in de lucht toen de Amerikanen om hulp vroegen. Het was de tweede keer dat de F-16's bommen gooiden sinds ze zijn gestationeerd in Mazar-e-Sharif om de politietrainingsmissie in Kunduz te ondersteunen.
Bij een andere missie, boven de provincie Faryab, voerden Nederlandse F-16’s een zogenoemde show of force uit op verzoek van grondtroepen. De aanwezigheid van de toestellen was voldoende om de opstandelingen te ontmoedigen vijandelijke acties te ondernemen.
Tijdens de regeling van werkzaamheden van 28 maart jl. heeft het lid Pechtold een vraag gesteld over de inzet van Nederlandse F-16’s. In deze brief ga ik in op de inzet waarop deze vraag betrekking heeft en op de mate waarin Nederlandse F-16’s worden ingezet.
Op zaterdag 24 maart 2012 is een Italiaanse basis in de provincie Farah, ISAF Regional Command West, door opstandelingen met mortieren beschoten. Hierbij kwam een Italiaanse militair om het leven en raakten zes Italiaanse militairen gewond. De Italianen hebben tijdens de beschieting om luchtsteun gevraagd.
Twee Nederlandse F-16’s, die op dat moment in de lucht waren voor een geplande vlucht, zijn aangewezen om de luchtsteun te verlenen. Op aanwijzing van een Italiaanse Forward Air Controller hebben beide F-16’s een bom afgeworpen op de mortierstelling waarna de beschieting stopte. De F-16’s bleven vervolgens in de buurt om de medische evacuatie van de gewonde militairen te beveiligen. Hierna keerden de F-16’s terug naar de basis in Mazar-e-Sharif. De gehele actie duurde ongeveer vierenhalf uur.
De Nederlandse F-16’s van Air Task Force (ATF) zijn vanaf 1 november 2011 operationeel vanaf de basis in Mazar-e-Sharif. De hoofdtaak van de ATF bestaat uit het opsporen van bermbommen en het verzamelen van inlichtingen. In geval van acute nood kunnen de Nederlanders en Afghanen die zij begeleiden rekenen op luchtsteun van Nederlandse F-16’s en toestellen van coalitiepartners. Als zij in de lucht zijn, kunnen Nederlandse F-16’s ook coalitiepartners in acute nood te hulp komen. ISAF is bekend met de inzetbeperkingen van de Nederlandse F-16’s.
In de periode 1 november 2011 tot en met 28 maart 2012 kreeg de ATF 26 verzoeken voor ondersteuning. Aan alle verzoeken kon worden voldaan. Alleen bij de inzet op 24 maart zijn wapens ingezet.