DOORN – Zelfdoding en relatieproblemen. Twee taboes bij Defensie. Militairen kunnen er tijdens –en ver ná– een missie mee worden geconfronteerd. „Defensie moet hier serieus onderzoek naar doen.”
Erwin Kamp
Erwin Kamp kent de krijgsmacht van binnenuit. De coördinator Geestelijke Verzorging (GV) op het Veteraneninstituut in Doorn is twee keer op missie geweest. Een halfjaar Ethiopië/Eritrea (2000) en vijf maanden Irak (2003). „Met de mariniers.”
Kamp kijkt „heel positief” terug op zijn uitzendingen. „Als gv’er kom je daar meer tot je recht dan in Nederland. Je deelt lief en leed. Je bent aangewezen op elkaar, dat geeft ongekende kameraadschap. En je helpt concreet mee aan de opbouw van een maatschappij, met de bouw van scholen en politiebureaus.”
Kamp is –samen met Michaela Schok– auteur van ”Na de missie”, een boek met tips en tools voor militairen, veteranen en thuisfront. Woensdag sprak de –humanistisch– gv’er in Doorn over z’n pas verschenen boek.
Hoe kijken militairen terug op hun missie?
„Pakweg 90 procent is positief. Zelfs al hebben militairen negatieve ervaringen opgedaan of een stresssyndroom opgelopen, dan nog hadden ze de missie niet willen missen.”
Hoeveel militairen kampen met blijvende problemen?
„Zo’n 4 tot 5 procent houdt klachten, ook op langere termijn. Het verschilt per missie. Uruzgan of Srebrenica is een wereld van verschil. Heeft een militair meer grip op zijn eigen leven, dan heeft hij minder problemen.”
Heeft Defensie voldoende aandacht voor ‘missieproblemen’?
„Ja. Defensie heeft de afgelopen vijftien tot twintig jaar veel geleerd. Uruzgan is heel anders begeleid dan Libanon. We hebben nu een Veteranenwet met een zorgplicht voor Defensie.”
Krijgt een militair voldoende erkenning, waardering?
„Het kan altijd beter. Het maatschappelijk geheugen wat betreft de inzet en slachtoffers in Afghanistan is erg kort. Positief is de Veteranendag.”
U signaleert twee taboes bij de krijgsmacht. Vanwaar?
„Bij Defensie rust er een taboe op zelfdoding en op relatieproblemen. Ik heb geen harde cijfers, maar ik hoor te vaak van militairen die kampen met relatieproblemen. Meer dan in de burgermaatschappij. Van zelfdoding weet ik het niet.”
Wat moet er gebeuren?
„Ik zou willen dat Defensie, vanuit goed werkgeverschap, onderzoek doet. Wat is er van waar? De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen voor een onderzoek naar zelfdoding. Laat Defensie zelf onderzoeken naar relatieproblemen oppakken.”
Waarom gebeurt er niets?
„Als er een verband blijkt te bestaan tussen missies en relatieproblemen, is dat geen promotie voor Defensie.”
Welke suggesties doet u?
„Tijdens elke uitzending wordt een thuisfrontcomité in het leven geroepen. Op de helft van de missie wordt een speciale dag voor het thuisfront georganiseerd. Laten we zo’n comité, en dat is een nieuw pleidooi, na een missie niet direct opheffen, maar in stand houden. Met steun van Defensie. Om de vinger aan de pols te houden.”
Heeft een militair die met zijn vragen bij God terechtkan geen voorsprong op collega’s?
„Ik snap wat u bedoelt. Voor zo’n militair is inderdaad een aantal vragen over de zin en oorsprong van het leven al ingevuld. Maar de confrontatie met veel ellende kan juist daar vragen over oproepen.”
Uruzgan, de moeder aller missies, is achter de rug. Komt uw boek niet een beetje laat?
Geprangd: „Véél te laat.”
Mosterd na de maaltijd?
„Beter laat dan nooit. Er zullen altijd uitzendingen blijven volgen. Daarom krijgt het boek ook elke twee jaar een update.”
Een kleine 1200 ‘thuisfronters’ zijn zaterdag samengekomen op voormalig Marinevliegkamp Valkenburg bij Katwijk voor het groetenprogramma Missie Max. Hoogtepunt van het muzikale evenement vormde de live beeldverbinding met onder meer Kabul, Kosovo en marineschip Hr. Ms Rotterdam dat voor de Somalische kust opereert.
Missie Max: contact via het grote scherm
“Zonder uw onvoorwaardelijke steun, geen militaire kracht voor Nederland.” Met die woorden opende minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de vijfde editie van Missie Max. Met de thuisfrontdag wil Defensie samen met Omroep Max het thuisfront een hart onder de riem steken in de donkere dagen voor kerst. Vanwege de geïntegreerde politietrainingsmissie in Kunduz waren net als vorig jaar ook de relaties van de politie uitgenodigd.
Verschil maken
Niet alleen de minister, ook de gehele Defensietop had een speciaal woordje voor de mannen en vrouwen duizenden kilometers verderop. “Defensie is meer dan een werkgever. U kunt echt het verschil maken, wereldwijd”, sprak Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp. “Ik weet dat het niet makkelijk is om van uw relatie verwijderd te zijn. Maar als u goed in uw vel zit, zit het thuisfront dat ook.”
Intiem
Anders dan voorgaande edities was dit keer uitgeweken naar voormalig Marinevliegkamp Valkenburg. De kille hangaar was voor de gelegenheid omgetoverd tot een sfeervolle en intieme ruimte. Met de TheaterHangaar vlakbij mocht natuurlijk ook de cast van de razend populaire musical Soldaat van Oranje niet ontbreken. Onder leiding van hoofdrolspeler ‘Erik Hazelhoff Roelfzema’ zongen zij het toepasselijke nummer ‘Als wij niets doen’ naar het verhaal van de verzetsheld die tijdens de Tweede Wereldoorlog streed voor een vrij Nederland. Jan Smit, 538-DJ Lindo Duvall en Los Angeles The Voices maakten er vervolgens een feest van.
In speciale ruimtes konden mensen voor de camera een (kerst) groet van 1 minuut brengen aan hun uitgezonden militair. Wie geluk had, kreeg zijn geliefde, vader, zoon of dochter zelfs even op het grote scherm te zien. Zo was er live verbinding met de militairen op de Dutch compounds op Mazar-e Sharif en Kunduz. Hartenkreten van de allerjongsten gingen bij de hele zaal door merg en been.
Persoonlijk
De ingesproken boodschappen worden, samen met gelukswensen van bekende Nederlanders, op dvd gebrand en voor de feestdagen aan de relaties in het missiegebied gestuurd. MAX-directeur Jan Slagter reist persoonlijk met een aantal kerst- en nieuwsjaarswensen af naar Soedan en Kosovo. “Als Nederlandse bevolking staan we er te weinig bij stil wat een uitzending voor de militairen en hun thuisfront betekent. Missie Max is daarom ons cadeau aan onze militairen en hun dierbaren. Militairen doen vaak stoer, maar zodra ik met de boodschappen voor hun neus sta dan pinken sommigen toch echt een traantje weg”, weet Slagter uit ervaring.
Omroep MAX en Defensie houden zaterdag 24 november voor de vijfde keer de thuisfrontdag Missie MAX. Familie en vrienden van uitgezonden militairen kunnen zich aanmelden voor dit evenement dat zich afspeelt op voormalig vliegkamp Valkenburg in Katwijk.
Net als vorig jaar is het thuisfront van uitgezonden politiepersoneel ook uitgenodigd. Relaties kunnen in de hangaar een persoonlijke boodschap inspreken. Die wordt op dvd gezet en opgestuurd naar de geliefde. Omroep MAX-directeur Jan Slagter, medegastheer, vertrekt kort na Missie MAX naar Sudan en levert een aantal groeten persoonlijk af.
Contact met missiegebied
In de hangaar worden live-verbindingen tot stand gebracht met missiegebieden waar Defensie opereert. Ook treden er artiesten op, onder wie Jan Smit, Nick& Simon, LA The Voices en Antje Monteiro. Aan de jeugd is eveneens gedacht. Daarvoor zijn er activiteiten zoals een klimtoren, een fotoshoot en voor de allerkleinsten een speciale kinderhoek.
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert, Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp, de commandanten van de krijgsmachtdelen en die van het Korps Landelijke Politiediensten tonen met hun aanwezigheid betrokken te zijn bij het thuisfront en de uitgezonden militairen en politiemensen.
Tv-uitzending
Van Missie MAX komt een televisieprogramma dat 22 december en Oudejaarsdag op de buis verschijnt. Ter voorbereiding daarop vraagt de organisatie het thuisfront bijzondere gebeurtenissen te melden, zoals bijvoorbeeld verjaardagen op 24 november of op handen zijnde huwelijksaanzoeken. Dit kan via het Aanmeldformulier Missie Max. Dit, maar ook meer Missie Max-informatie, is te vinden op de pagina van Missie Max.
Op zaterdag 24 november zijn ook postpakketten voor uitgezonden militairen in te leveren volgens de daarvoor geldende voorwaarden.
Ze zijn bijna allemaal geboren in de jaren tachtig, in Friesland, Drenthe, Limburg. Ze sneuvelden jong, in Afghanistan. Nederlandse soldaten op vredesmissie. Hun nabestaanden vertellen erover in de documentaire 'Gesneuveld'. Zondagavond ging deze in première tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht.
Niet alleen de betrokken relaties waren aanwezig. Ook premier Mark Rutte, minister Hans Hillen en Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp bekeken de première.
“Het klopt niet meer”, vertelt een moeder van een omgekomen militair in de film. “Alles is anders.” De vader van Tim Hoogland komt, door verdriet overmand, bijna niet uit zijn woorden. Zijn pijn spat van het scherm af: “Ik kan er nog steeds niet over praten, het lukt gewoon niet.” Een kippenvelmoment. In de zaal wordt her en der een traantje weggepinkt. Niet alleen bij de nabestaanden, die een bijdrage leverden aan de documentaire, ook bij het andere publiek.
Verdriet en kracht
Tussen 2006 en 2012 sneuvelden 25 Nederlandse militairen in Afghanistan*. Vooral jonge mannen, in de kracht van hun leven. Met hun dood sloegen zij een gat in het leven van de achterblijvers. Het zijn hun zonen en broers, echtgenoten, vaders en vrienden die ver van huis het leven lieten. In de documentaire van filmmaker Robert Oey komen de nabestaanden aan het woord. Hun verdriet, woede, frustratie en kracht tonen hoe zij, soms heel moeizaam, verder gaan na het verlies.
Belang nazorg
“Het was verschrikkelijk indrukwekkend te zien wat het betekent om een geliefde te verliezen”, vertelt Middendorp onder de indruk. “Het verschil waarmee mensen met hun verlies omgaan, benadrukt het belang van goede nazorg en begeleiding.” Ook minister van Defensie Hillen is lovend: “Deze documentaire laat de ‘mens(en)’ achter de militair zien. Geen opgepoetste franje, gewoon de waarheid.”
Filmtheater en televisie
Gesneuveld is vanaf 11 oktober te zien in diverse filmtheaters. De omroep Human zendt de documentaire 10 december uit om 20.25 uur uit op Nederland 2.
*Het woord 'sneuvelen' impliceert dat de dood van een militair het gevolg is van handelen van de vijand. In die zin is het getal van '25 gesneuvelden' onjuist. Van de 25 kwamen er vijf om bij ongelukken, één militair pleegde zelfmoord en een stierf aan een hartfalen. Het correcte aantal gesneuvelde militairen bedraagt derhalve 18. Zie dit overzicht (HdV).
GESNEUVELD, de nieuwe film van Robert Oey (scenario en regie), gaat op zondag 30 september 2012 in première tijdens de 32e editie van het Nederlands Film Festival in de Stadsschouwburg in Utrecht. GESNEUVELD is vanaf 11 oktober te zien in de filmtheaters. GESNEUVELD komt ook op tv: op 10 december om 20:25 uur, Nederland 2.
Tussen 2006 en 2010 sneuvelden vijfentwintig Nederlandse militairen in Afghanistan. Vijfentwintig keer heeft het Ministerie van Defensie een berichtgever op pad moeten sturen met het nieuws dat een zoon, echtgenoot, vader of beste vriend op gewelddadige wijze om het leven was gekomen. Jongemannen meestal, in de kracht van hun leven, met een diepgevoelde wens om in het leger, ver weg van huis, te gaan vechten.
In GESNEUVELD tonen nabestaanden en militairen hun verdriet, hun frustratie, hun woede en hun kracht. Er worden vragen gesteld, veel vragen, maar antwoorden blijken onbevredigend. De achterblijvers laten uiteindelijk zien dat ze hun geliefden los moeten laten, om zelf met het leven door te kunnen gaan.
(website Filmfestival)
'Gesneuveld' gaat over de nabestaanden van de vijfentwintig Nederlandse militairen die in Afghanistan zijn omgekomen en de manier waarop zij met het verlies proberen om te gaan. De film laat zien dat het de nabestaanden de grootst mogelijke moeite kost om de draad weer op te pakken. Maar de film geeft ook een beeld van het Nederlandse leger dat, nadat de eerste soldaat sneuvelde, door is gegaan met de missie.
De een heeft verdriet om de zoon die er niet meer is, de ander mist haar echtgenoot, haar maatje. Sommige nabestaanden zijn boos, boos op Defensie omdat hun zoon door eigen vuur is omgekomen, omdat er fouten zijn gemaakt. Anderen vragen zich af op wie ze boos moeten worden. 'Het dienen in het Nederlandse leger was zijn leven, zijn droom. Ik was er trots op dat hij ging.' Sommige zitten met vragen. Ze willen het stoffelijke bewijs.
Het Ministerie van Defensie helpt ze daar zoveel mogelijk bij. Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm begrijpt de mensen die zoeken naar de ontbrekende puzzelstukjes. Hij verloor in Afghanistan zijn eigen zoon. Verdriet verbindt, maar het drijft mensen ook uit elkaar. Sommigen zoeken troost in een nieuwe toekomst. Anderen zoeken steun bij elkaar. Commando's herdenken hun maatje aan het strand. Op de slechte momenten zoeken ze, denkend aan hun broer of zoon, troost in de wetenschap dat hij écht op zijn plek zat. Uiteindelijk laat Gesneuveld zien dat men weer moet gaan leven. Dat loslaten, hoe moeilijk het ook is, de enige manier is om met dit immense verdriet on te kunnen gaan. 'Tim zou gezegd hebben: 'Ga niet bij de pakken neerzitten. Maak er wat van!'
(Omroep HUMAN, 25 september 2012)
Overzicht van in Afghanistan gesneuveld, omgekomen of overleden Defensiepersoneel sinds de start van de missie in Uruzgan in 2006.
• 26 juli 2006: Overste Jan van Twist (47 jaar, Hoofd Sectie Operationeel Recht bij de Stafgroep Juridische Zaken van de Luchtmacht). Sergeant Bart van Boxtel (29 jaar, commandant van het Force Protection Team van het Contingentscommando in Kabul. Samen met andere passagiers en bemanningsleden omgekomen bij een helikoptercrash in de provincie Paktika.
• 31 augustus 2006: de F-16 van kapitein-vlieger Michael Donkervoort stort van grote hoogte neer, terwijl hij onderweg is van Kabul Airfield om luchtsteun te verlenen aan Britse troepen in de provincie Helmand. Om onbekende redenen werkt de schietstoel niet en de jachtvlieger komt om het leven.
• 11 oktober 2006: sergeant Wim Dijkstra pleegt met zijn dienstwapen zelfmoord op Kamp Holland.
• 6 april 2007: Sergeant der eerste klasse Robert Donkers komt om het leven bij een ongeluk met een Patria-pantserwagen. De Patria kantelde als gevolg van een wegverzakking, het slachtoffer raakte bekneld.
• 20 april 2007: de 21-jarige korporaal Cor Strik van de Tijgercompagnie van de Luchtmobiele Brigade komt om het leven tijdens een patrouille bij de stad Sangin in de provincie Helmand tijdens de ISAF-operatie 'Achilles'. De korporaal stapte op een explosief en was op slag dood. Hij is de eerste gevechtsdode tijdens de Nederlandse inzet in Afghanistan. Bij de berging van zijn stoffelijk overschot komt een Amerikaanse sergeant met Nederlandse familiewortels, Alex van Aalten, ook om het leven.
• 15 juni 2007: de 20-jarige soldaat eerste klas Timo Smeehuijzen komt om het leven bij een zelfmoordaanslag met een autobom in Tarin Kowt. Vijf Afghaanse kinderen en een aantal volwassenen verliezen ook het leven.
• 18 juni 2007: de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen om het leven gekomen bij gevechten rondom Chora. Drie van zijn collega's van het 13e Infanteriebataljon van 11 Luchtmobiele Brigade raakten gewond. Er deed zich een ongeluk voor bij het afschieten van een mortiergranaat tijdens de heftige 'Slag om Chora'. .
• 12 juli 2007: Eerste luitenant Tom Krist (24) overlijdt in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht. Hij raakte dinsdag 10 juli zwaargewond tijdens een zelfmoordaanslag in Deh Rawod.
• 26 augustus 2007: Sergeant Martijn Rosier (30) komt om bij de explosie van een geïmproviseerd explosief ten noorden van Deh Rawood.
• 20 september 2007: Soldaat eerste klasse Tim Hoogland (20) komt om bij een langdurig vuurgevecht bij Deh Rawod. Hij is de eerste Nederlandse militair die tijdens de missie in Uruzgan sneuvelt door vijandelijk vuur. Tim Hoogland maakte deel uit van de Bravo Compagnie van het 13e Infanteriebataljon Luchtmobile Brigade uit Assen.
• 3 november 2007: Korporaal Ronald Groen (21) sneuvelt bij de operatie Spin Gahr. Hij zat in een pantserwagen die bij de patrouillepost Poentjak op een bermbom reed. Groen hoorde bij de 43e gemechaniseerde brigade, gelegerd op de Johannes Post Kazerne te Havelte.
• 12 januari 2008: Soldaat Wesley Schol (20) en korporaal Aldert Poortema (22) worden gedood door eigen vuur ten noorden van Deh Rawod. Ze behoorden tot het 44ste pantserinfanterie-bataljon in Havelte.
• 18 april 2008: Soldaat Mark Schouwink (22) en eerste luitenant Dennis van Uhm (23) sneuvelen tijdens een verplaatsing ten noorden van Tarin Kowt. Uhm is de zoon van generaal Peter van Uhm, die een dag eerder Dick Berlijn was opgevolgd als Commandant der Strijdkrachten. De militairen kwamen om toen ze met hun jeep op een bermbom reden. Twee andere inzittenden raakten zwaar gewond.
• 7 september 2008: De 21-jarige soldaat eerste klasse Jos ten Brinke komt om het leven in een pantservoertuig, dat op 19 kilometer van Kamp Holland door een bermbom wordt getroffen. Vijf andere militairen raken gewond.
• 19 december 2008: De 24-jarige sergeant Mark Weijdt komt om tijdens een vuurgevecht. Vermoedelijk stapte hij op een bermbom.
• 6 april 2009: Bij een beschieting van Kamp Holland sneuvelt soldaat der eerste klasse Azdin Chadli uit Uden. Hij was 20 jaar en nog maar een week verbonden aan een gevechtseenheid in Afghanistan. Het is de eerste keer dat bij een beschieting op Kamp Holland militairen zijn getroffen. Er vallen vijf gewonden.
• 6 september 2009: Bij een vuurgevecht in Uruzgan wordt de Nederlandse korporaal Kevin van de Rijdt gedood. De 26-jarige militair van het Korps Commandotroepen maakte deel uit van Task Force 55.
• 7 september 2009: Bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief (IED) komt de 44-jarige sergeant-majoor Mark Leijsen om het leven. Bij de explosie raakten ook drie Nederlandse militairen en een Afghaanse tolk gewond.
• 17 april 2010: twee mariniers sneuvelen wanneer hun Viking-pantservoertuig ten noorden van Tarin Kowt op een bermbom rijdt. De slachtoffers zijn de 29-jarige korporaal Jeroen Houweling en de 23-jarige marinier der eerste klasse Marc Harders.
• 22 mei 2010: korporaal der eerste klasse Luc Janzen (25) komt om bij de explosie van een bermbom in het district Deh Rawod. Bij deze ontploffing komen ook een Franse kapitein van een OMLT-team en een Afghaanse tolk om het leven. Vier militairen raken gewond, waarvan twee zwaar.
• 17 november 2010: Reserve Luitenant-kolonel-Arts Fons Dur (56) overlijdt door natuurlijke oorzaken op Kamp Holland.
Totaal aantal doden sinds het begin van de missie op 1 augustus 2006: 25
Zaterdag 30 juni a.s. wordt voor de achtste keer de Nederlandse Veteranendag op het Malieveld in Den Haag gehouden. Tijdens deze dag wordt het boek ‘Na de missie’ gepresenteerd. In dit boek staan praktische tips en tools voor militairen, veteranen en het thuisfront na terugkeer van een militaire missie. Oorlogsverslaggever Joeri Boom schrijft in het voorwoord: ‘Een onmisbaar boek. Ik wou dat het veel eerder was gepubliceerd.’
Militairen houden van hun werk. Ze houden van de afwisseling en de uitdaging die een baan bij defensie biedt. Die afwisseling en uitdaging worden het sterkst ervaren als zij op missie gaan. De meeste militairen vinden het fijn om eindelijk in een situatie terecht te komen waarin alles wat tijdens de opleiding en het opwerken voor de uitzending is geleerd, in de praktijk kan worden gebracht.
Met de meeste militairen gaat het goed na terugkeer van een uitzending, ook al kost het tijd om weer te wennen aan de thuissituatie in Nederland. Een minderheid van hen zal meer moeite hebben om de bijzondere ervaringen een plek te geven. Uitzendervaringen zijn vormend voor de mens die op missie is geweest. Ze leiden vaak tot meer inzicht in jezelf, anderen en de wereld om je heen. Dit proces vergt aandacht en tijd van de militair en zijn dierbaren, maar draagt uiteindelijk bij tot meer persoonlijke kracht en geestelijke groei.
'Na de missie' is bedoeld als wegwijzer bij terugkeer na uitzending. Bovendien geeft het inzicht en perspectief voor militairen en veteranen na de missie en biedt het ondersteuning bij de overgang naar het dagelijkse leven. Ook het thuisfront komt ruimschoots aan bod.
Beide auteurs, Erwin Kamp en Michaela Schok, zijn betrokken en deskundig in de zorg voor veteranen. Erwin Kamp is zelf meerdere malen als humanistisch geestelijk verzorger op uitzending geweest. Hij schreef eerder over zijn ervaringen in het boek ‘Raadsman, heeft u nog raad?’ Momenteel werkt hij als Coördinator Geestelijke Verzorging bij het Veteraneninstituut. Michaela Schok is in 2009 gepromoveerd op het onderzoek ‘Meaning as a mission’. Zij deed onder meer onderzoek onder 1.500 veteranen naar hoe zij terugkeken op hun militaire uitzendervaringen. Momenteel werkt zij als psycholoog/onderzoeker bij het Veteraneninstituut.
Op de Nederlandse Veteranendag zijn beide auteurs aanwezig. Het boek is in de stand van de Diensten Geestelijke Verzorging bij het Rustpunt van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen te koop.
Het boek werd financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Humanistisch Thuisfront en wordt uitgegeven door Uitgeverij Eburon.
Het boek is ook verkrijgbaar via: www.eburon.nl of te bestellen in de boekwinkel. Het boek wordt tevens als ebook uitgegeven.
Na de missie Tips en tools voor militairen, veteranen en het thuisfront. 136 pag. ISBN 978-90-5972-641-3 (paperback), € 15,00
ISBN 978-90-5972-642-0 (ebook), € 9,95
Peter van Uhm, begonnen als 17-jarige cadet, neemt deze maand afscheid als Commandant der Strijdkrachten (CDS). In zijn bijna 40-jarige loopbaan zag hij de wereld onveiliger worden en sneuvelde zijn zoon in Uruzgan. 'Het ene moment ben je de hoogste commandant, het andere lotgenoot en vader.'
door Noël van Bemmel, Theo Koelé
'Ik begon als militair in een andere wereld. Oost en West stonden tegenover elkaar. Als een conflict zou uitbreken, zaten we als Europeanen allemaal in hetzelfde schuitje. De wereld is sindsdien onzekerder geworden, onveiliger, instabieler. De internationale afhankelijkheid is groter. Door de globalisering, maar ook door nieuwe dreigingen als terrorisme en cybercrime. Het gevoel dat deze ontwikkelingen ook effect kunnen hebben op Nederland, wordt helaas niet door iedereen beleefd. Terwijl er wel degelijk effecten zijn. Drugs uit Afghanistan komen naar Nederland, mensen die gevlucht zijn óók,' zegt 's lands hoogste militair Peter van Uhm (57).
Meer onveiligheid gaat gepaard met grote bezuinigingen op defensie. De verkiezingsprogramma's beloven nog meer ingrepen. Wat vindt u daarvan?
Generaal van Uhm (Foto: Defensie)
'Ik begrijp echt wel dat Nederland een financieel-economische crisis doormaakt. En dat defensie niet helemaal buiten schot kan blijven. Maar je moet wel de afweging maken of je geld wilt opbrengen voor de verzekeringspolis die de krijgsmacht is voor Nederland.'
Van Uhm haalt een foto uit een la. Een militair praat met twee kinderen die leunen tegen een hekje voor een Hollands huis. 'Kijk, dit is hoe de Nederlander denkt: veiligheid in zijn eigen tuintje; en een hek dat gevaar kan weghouden. Maar als dat kleine huisje nou Nederland is, en het hek de grens, dan houd je jezelf voor de gek. Mensen willen hun kinderen beschermen, maar zijn niet bereid te investeren in ons internationaal belang; in hun veiligheid op lange termijn. Defensie is een geliefd bezuinigingsobject.'
Ligt dat aan de krijgsmacht, die zijn waarde niet kan aantonen?
'Het rare is: toen ik kapitein was, zeiden mensen op het station 'moordenaar' tegen mij. Als je nu aan Nederlanders vraagt of ze militairen steunen, geeft zo'n 70 procent een positief antwoord. De Nationale Veteranendag is in vier, vijf jaar uitgegroeid tot een fenomeen. Maar de missies krijgen beduidend minder steun. Het blijkt moeilijk deze taken, die toch de reden vormen waarom we op aarde zijn, over het voetlicht te brengen. In de Afghaanse provincie Uruzgan hebben we naar mijn mening fantastisch werk verricht, maar in de media zag ik slecht nieuws geëtaleerd en het goede nieuws niet. Dan is het voor burgers moeilijk een goed beeld te vormen.'
U spreekt de media aan, maar wat te denken van politici die maandenlang ruziën over verlenging van de missie?
'Politieke discussies doen er zeker toe. Als er veel gesproken wordt over een missie - wel of niet blijven in Uruzgan, wel of niet naar Kunduz- zie je dat de steun van de bevolking daalt. Binnenskamers kan ik mijn mening geven, ik was bij het gros van de besprekingen van het kabinet. Niemand snoert me de mond. Als het over missies en bezuinigingen gaat wordt er serieus naar de CDS geluisterd, maar ik moet accepteren dat democratisch gekozen politieke leiders mij niet per se volgen. Als zwaardmacht zijn we het a-politieke middel dat doet wat de politiek van ons vraagt.
De Haagse werkelijkheid botst nogal eens met die 'in het veld'. De politietrainingsmissie in Kunduz moet per se civiel genoemd worden.
'Ja, dat is een beetje semantiek. De missie is neergezet als niet-militair, maar 500 van de 550 uitgezonden mensen zijn militairen. Die doen gewoon hun werk.'
De Kamer eiste dat Afghanen na hun training 'gevolgd' worden om te kijken of ze verkeerde dingen doen. Is dat geen illusie?
'De politieke leiding heeft een besluit genomen en daaraan het verhaal gekoppeld: we moeten die lui gaan volgen. Dat ga ik dan gewoon regelen. We verzamelen biometrische gegevens, bedenken registratiesystemen. Het moet wel uitvoerbaar zijn. En er zijn grenzen voor mij bij elke missie: als we de veiligheid van onze mensen onnodig in gevaar brengen doen we het niet. Dat is in Kunduz niet aan de orde.'
Is de krijgsmacht nog veelzijdig inzetbaar, zoals dat in Den Haag heet, of moeten we onze internationale ambities temperen?
'De krijgsmacht die we nu hebben kan een heleboel. Die is verrekt efficiënt. Ik durf de vergelijking met andere westerse krijgsmachten aan. Toen we in Uruzgan zaten zeiden de Amerikanen: you punch above your weight (jullie zijn boven je macht bezig). Dat vond ik onzin. We hebben, samen met mensen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, hoge kwaliteit geleverd als lead nation van een provincie. Kwalitatief kunnen we ons meten met iedereen, maar we kunnen het niet zo lang volhouden als anderen.
'Alleen al doordat de krijgsmacht kleiner wordt kunnen we een langdurige en grootschalige missie als in Uruzgan niet meer aan. We hebben alle tanks afgestoten, we schrappen de Cougar-helikopters. Met minder capaciteiten zijn we minder veelzijdig. Zo simpel is dat.
'Of de bezuinigingen consequenties hebben voor onze internationale ambities? Die zijn niet hard gedefinieerd; je moet zoveel dit en zoveel dat. Maar als je minder hebt kun je óf minder dingen doen óf minder lang. We geven straks 1,2 procent van het nationaal inkomen uit aan defensie. Daarmee voldoen we niet aan de norm en zitten we in de onderste regionen van de NAVO.'
De bezuinigingen van het huidige kabinet leiden tot het verlies van 12 duizend banen. Wat betekent dat voor de mensen die er (nog) werken en voor uzelf?
'Zoveel banen weg... vroeger was dat ondenkbaar. Het doet me absoluut verdriet dat we van zoveel mensen afscheid moeten nemen. Je ziet niet alleen op de werkvloer, maar ook in de Haagse staven dat men worstelt met onzekerheid. Zet een paar mensen bij elkaar, geef ze een bak koffie, en ze praten over het eventuele verlies van hun baan. Thuis vragen kinderen of papa en mama straks nog wel werk hebben.
'We kennen het bezuinigingsbedrag (een miljard euro, red.) dat moet worden omgezet in concrete plannen. In sommige gevallen was het al snel duidelijk: tanks weg, alle mensen die daarbij horen zijn hun baan kwijt. Maar als we eenheden reorganiseren moeten we een heel traject volgen, inclusief overleg met de vakbonden. Mijn stelregel is: negatieve duidelijkheid ('voor u is er geen plek') is beter dan onzekerheid.'
Al een jaar of tien wordt er fors bezuinigd op defensie. Heeft u voor uzelf wel eens een vergelijking gemaakt met de jaren dertig van de vorige eeuw toen er ook alsmaar gesneden werd?
'Jazeker. Dan denk ik aan de ervaring en de levenslange frustratie van mijn vader, een boerenzoon die goed kon schieten. Met het geweer dat hij in 1940 kreeg kon hij de overkant van de rivier niet halen. Maar er is een wereld van verschil tussen de toenmalige situatie en het materieel dat we nu hebben en de professionaliteit van mijn mensen.'
Heeft u wel eens overwogen op te stappen?
'Ik werd wit om m'n neus toen ik hoorde dat er een miljard bezuinigd moest worden. Wat dacht je dan? Ik heb me telkens afgevraagd of ik iets voor m'n rekening kon nemen. Ik zit er nog, en draag mijn functie zoals gepland eind deze maand over. Daaruit blijkt de afweging die ik heb gemaakt.'
+++++++++++++++++
'Die jongens in het peloton moesten toch ook door?'
Op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, 18 april 2008, kreeg Peter van Uhm het bericht dat zijn zoon Dennis was gesneuveld. Het voertuig van de 23-jarige luitenant reed in Uruzgan op een bermbom.
'Veel mensen hebben tegen mij gezegd: wat dapper van je. Dat je door bent gegaan na het verlies van je zoon. Dan denk ik: hoezo? Had ik dan alles moeten verloochenen waar ik mijn hele leven in had geloofd? Waar Dennis in geloofde? Ik geef toe, in een eerste opwelling dacht ik ook: jongens, ik kap ermee. Diezelfde avond nog stelde een journalist op tv dat ik moest stoppen. Ik zou niet meer kunnen functioneren. Ik begon na te denken. Mijn gezin en ik zaten in een diep dal. Maar dat gold ook voor mijn soldaten in Afghanistan, voor de jongens van zijn peloton. Die moesten toch ook door? Ik zat in de luxe positie dat ik kon zeggen: ik doe niet meer mee. Dat druist in tegen alles waar je als leidinggevende in deze organisatie in gelooft. Waar mijn zoon in geloofde. Dus eigenlijk had ik geen keus.
Op mijn eerste werkdag als commandant der strijdkrachten liep ik 's ochtends deze kamer binnen. Mijn plaatsvervanger stond mij op te wachten. Dan weet je al, er is iets goed mis. Ga eerst zitten, zei hij, waarna ik hem hoorde vertellen dat er twee slachtoffers waren gevallen: Mark Schouwink en mijn zoon Dennis. Plus twee zwaargewonden.
Elnt Dennis van Uhm (foto: Defensie)
Er ging van alles door mijn hoofd. Uit ervaring wist ik dat de eerste melding nooit helemaal accuraat is. De slachtoffers zouden in een pantservoertuig hebben gezeten. Dat kon niet kloppen. Ik had met mijn zoon gesproken over hoe je het beste leiding kunt geven als pelotonscommandant. En dat was niet vanonder uit een pantservoertuig. Dus ik zei: of het is mijn zoon niet, of het is een andere wagen. Ga maar terug, want met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Toen wachtte ik af als een dood vogeltje achter mijn bureau. Na een tijdje kwam hij terug met de directeur operatiën. Peter je hebt gelijk, zei die, maar het is wel je zoon. Hij zat in een open terreinwagen.
Het was zo onwerkelijk. Ik reed naar mijn vrouw die in Den Haag was blijven slapen na de overdrachtsceremonie. Mijn dochter en de vriendin van Dennis zaten allebei in het buitenland. Dus die hebben we het over de telefoon moeten vertellen. Toen die meiden terugkwamen, hebben we elkaar maar bij de hand gehouden. Zijn vriendin Lieneke kennen we al sinds de middelbare school. Ze is nu als een dochter voor ons. We zijn dit weekend nog bij haar geweest. Tegen mijn mensen hier heb ik gezegd: maak van mijn probleem niet jullie probleem. Zeg gewoon wat er gezegd moet worden.
Loyaliteit is drie keer nee durven te zeggen tegen je baas. Dat was altijd mijn stelregel. Voor de zekerheid heb ik extra tegenspraak ingebouwd. Ik wist dat ik soms een besluit moest nemen dat hiermee te maken heeft. Moet ik geld steken in schepen, vliegtuigen of in nieuwe spullen tegen bermbommen? Twee officieren die mij goed kennen, kregen dan het dossier mee, met het besluit dat ik van plan was te nemen. Hun opdracht: lees het en vertel me morgen of ik niet door emotie word gedreven. Ik kan mij niet herinneren dat ze ooit hebben gezegd: Peter, je zit er helemaal naast.
Ik kan hier nog steeds geen foto van mijn zoon hebben. Echt niet. Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk. Ik heb daar mijn manier op gevonden. Kijk, daar op mijn vensterbank ligt een sabel. (Van Uhm staat op en pakt het glimmende wapen met een gouden leeuwenkop op de greep-red). Dit is mijn officierssabel die ik kreeg toen ik afstudeerde aan de KMA (Koninklijke Militaire Academie-red). Toen mijn zoon luitenant werd, ben ik naar de juwelier in het dorp gegaan om mijn naam erin te laten graveren en de datum waarop ik officier was geworden. Daaronder de naam van Dennis en de datum van zijn beëdiging. Dat was zo'n mooi vader en zoon moment. Ik word nog steeds emotioneel als ik daaraan terugdenk.
We waren met zijn tweeën en ik zei dat ik trots op hem was. Ik gaf hem deze sabel met de woorden: hiermee is een traditie geboren. Dennis keek me aan en begon te lachen. Hij begreep de serieuze ondertoon - zorg dat je kinderen krijgt en dat ze militair worden -maar hij wist ook dat ik een geintje maakte. Typisch familie Van Uhm. Nou..., en nu heb ik de sabel weer terug. Dat was natuurlijk nooit de bedoeling. (Van Uhm zet de sabel behoedzaam terug in zijn vensterbank). Dit is dus mijn manier om, ....dit kan ik nog net hebben.
22 april 2008. Vier dagen na het sneuvelen van zijn zoon Dennis staat Generaal van Uhm de pers te woord (foto: Defensie)
De toekomst zal uitwijzen hoever ik nu ben met de verwerking van ons verlies. Maar het feit dat ik nu alweer emotioneel word, betekent dat ik er nog lang niet ben. Thuis hebben wij een mooie kist met honderden brieven en duizenden kaarten die wij hebben gekregen. Uit heel Nederland, echt. Die hebben wij in een roes gelezen. Ik zou niet meer weten wat erop staat. Die dingen moeten we ooit nog een keer lezen. We hebben er bewust voor gekozen dat niet te doen, zolang ik in functie ben. Dan ben ik gewoon van de leg. En niet voor een dag, vrees ik. Dus nee, we zijn er nog niet. We zijn met z'n vieren, maar ieder verwerkt het op zijn eigen manier. Het is een evenwichtskunst. Je moet elkaar bij de hand houden en de ruimte laten. Soms sta ik voor zijn foto. Ja, daar sta ik dan vijf minuten.
Als commandant heb ik ook veel nabestaanden bezocht. Nadat Dennis een slachtoffer werd is mijn vrouw ook meegegaan op dat soort bezoeken. Dat waren surrealistische ontmoetingen. Op het ene moment ben je de hoogste commandant, op een ander lotgenoot en vader. Dat loopt allemaal door elkaar in die gesprekken. Ik hoop maar dat wij die mensen hebben kunnen helpen. Zij hebben mij niets verweten. Dat heb ik althans nooit bespeurd. Ook niet voordat ik mijn zoon verloor.
Dennis was geen kind voor binnen. Daarom ligt hij nu op de erebegraafplaats bij Loenen. Daar ligt hij buiten in het bos, dat vond hij altijd schitterend. Op de erebegraafplaats komen ook schoolklassen langs die dan ontdekken dat daar niet alleen maar slachtoffers van de Tweede wereldoorlog liggen. Dat ook de hedendaagse jeugd nog bereid is dit soort dingen te doen. Dat vonden wij nog wel waardevol om aan anderen te laten zien.
Ik houd alle ideeën voor nieuwe functies af. Mijn leven bestond afgelopen jaren uit werken en slapen. Vaak was ik alleen in het weekend thuis, maar dan trok ik wel weer twee tassen open. Om de volgende week voor te bereiden. Ik las alleen boeken voor mijn werk, ik sportte als ik kon, niet als ik zin had. Mijn gezin heeft me altijd gesteund en daar ben ik dankbaar voor. Maar er moet nu een andere balans komen in ons leven. Meer tijd voor elkaar. We gaan weer terug naar Nijmegen waar we allebei vandaan komen. Ik ga mijn kop leegmaken. Dennis zal altijd in ons hart zijn. We hebben besloten onze blik vooruit te richten.'
De toespraak die de commandant der strijdkrachten generaal Peter van Uhm eind vorig jaar op TEDxAmsterdam hield, is inmiddels vertaald in 25 talen waaronder Arabisch, Japans, Turks en Perzisch.
De speech waarin hij uitlegt waarom hij het wapen koos als middel om een bijdrage te leveren aan een betere wereld, is bijna 1.000.000 keer bekeken. Deze week bekeken Australische cadetten, als voorbereiding op het gesprek met de generaal van Uhm, de video die op de site van TED.com en youtube.com staat.
Generaal van Uhm brengt momenteel een bezoek aan Australië om te praten over nauwere samenwerking op het gebied van cyber war, onderzeeboten en de F-35.
Zo’n 50 op uitzending gewond geraakte (oud-) militairen waren gisteren bijeen op de Johannes Postkazerne in Havelte voor de krijgsmachtbrede Lotgenotencontactdag. De mannen en vrouwen ontvingen samen met hun naasten praktische informatie over de nazorg van Defensie, maar kregen vooral ruimte om ervaringen te delen.
De Koninklijke Landmacht verzorgde deze dag die in het teken stond van aandacht en erkenning voor alle militairen die gewond zijn geraakt tijdens een uitzending. Militairen met lichamelijk letsel maar ook psychische verwondingen als een posttraumatische stress stoornis (PTSS) ontmoetten elkaar in een informele sfeer. Ook kregen ouders, partners, broers en zussen de kans om met hun lotgenoten te praten over hun rol.
De naaste omgeving vormt een onmisbare schakel in het herstel van de gewonde en de oriëntatie op een nieuwe toekomst binnen of buiten Defensie, vertelt luitenant-kolonel Rob Bogers, een van de organisatoren van de Lotgenotencontactdag. “Het duurt voor de meeste zwaargewonden 4 tot 6 jaar voordat ze weer zicht krijgen op die toekomst. Dat kun je niet alleen, daarbij heb je alle hulp en steun nodig.”