de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 12 september 2013
Betreft Reactie op ingezonden brief Trouw
Tijdens de regeling van werkzaamheden op 10 september jl. heeft het lid Segers (CU) om een reactie gevraagd op de ingezonden brief ‘Minister van Defensie, het is vijf voor 12’ van generaal-majoor b.d. H. de Jonge in Trouw van 9 september jl. Tevens heeft het lid Hachchi (D66) gevraagd in te gaan op de wijze waarop het defensiepersoneel werd en wordt betrokken bij het schrijven van de nota over de toekomst van de krijgsmacht. Hierbij voldoe ik aan deze verzoeken.
Ik heb alle begrip voor de zorgen van het personeel over mogelijke maatregelen en wat die voor ieder van hen kunnen betekenen. Ik zal daarover duidelijkheid verschaffen in de nota over de toekomst van de krijgsmacht die, zoals bekend, zal verschijnen vóór de behandeling van de defensiebegroting. Ook verwijs ik naar mijn brief van 25 juni jl. (Kamerstuk 32 7333, nr. 133).
Gisteren heb ik een onderhoud gehad met generaal-majoor b.d. De Jonge. Wij hebben vastgesteld dat van een tegenstelling tussen officieren en de minister geen sprake is. De Commandant der Strijdkrachten evenals de commandanten van de operationele commando’s zijn nauw betrokken bij het opstellen van de nota en de uitwerking daarvan. Gezamenlijk staan wij voor de koers die Defensie inslaat en gezamenlijk zullen wij werken aan het draagvlak daarvoor.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
Posts tonen met het label minister van Defensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label minister van Defensie. Alle posts tonen
donderdag 12 september 2013
woensdag 17 juli 2013
Blog minister van Defensie: Zomer
Met een bezoek aan onze mannen en vrouwen in Afghanistan, interviews, debatten in de Tweede Kamer en een laatste ministerraad voor het zomerreces, sluit ik een bewogen parlementair jaar af.
Voor velen is de zomer hét moment om heel even uit te blazen en afstand te nemen. Zo'n moment heeft iedereen op z'n tijd nodig. Goed voor reflectie, nieuwe energie en waardevolle inzichten. Ik hoop dan ook van harte dat velen van zo’n moment kunnen genieten deze zomer.
Uiteraard zorgt de aard van onze werkzaamheden er ook voor dat veel Defensiemedewerkers, militair en burger, doorwerken. Zomer of niet. Zij zijn bezig met de afbouw van de missie in Kunduz, treden op tegen piraten nabij Somalië, zijn actief in de Sinaï of in Afrika, bewaken onze kustwateren en onze grenzen op Schiphol, beschermen het Caribisch gebied of komen bijvoorbeeld in actie bij het ontmantelen van grote explosieven, schendingen van ons luchtruim, vermissingen, de jacht op grote criminelen en andere calamiteiten. Dit werk gaat altijd door. En dus gaan onze mensen door. Waarvoor dank!
Als ik terugblik op het afgelopen jaar, stel ik vast dat het op z'n minst een turbulent jaar was. Verkiezingen, het aantreden van het kabinet Rutte II, de complexe financieel-economische omstandigheden en de gevolgen daarvan, moeilijke boodschappen en, begrijpelijkerwijs, de nodige weerstand. Ook bij Defensie hebben we het afgelopen jaar wederom stevige tegenwind ervaren. Zoals ik in mijn vorige blog al stelde: "2 decennia van reorganisaties, taakstellingen, hervormingen en de daarmee groeiende baanonzekerheid hebben een enorme impact op onze medewerkers en de organisatie als geheel".
Tegelijkertijd zijn er het afgelopen jaar belangrijke stappen voorwaarts gezet, bijvoorbeeld op het terrein van de internationale samenwerking. Ook hebben we de prachtige inhuldiging van de koning mede mogelijk gemaakt en een mooie Veteranendag mogen ervaren. Met onze inzet - nationaal en internationaal - weten wij voorts keer op keer het verschil te maken. Mooie hoogtepunten voor mij waren dan ook de werkbezoeken aan alle onderdelen van Defensie. Uit eerste hand horen hoe het in de dagelijkse praktijk er aan toe gaat en hoe die praktijk wordt beleefd. Deze werkbezoeken zijn onmisbaar voor een volledig beeld. In eigen land. Zoals het bezoek aan de MIVD en het KCT afgelopen week. En ver weg. Zoals mijn reizen naar Afghanistan, het bezoek aan onze Patriot-missie met mijn Duitse collega Thomas de Maizière evenals het bezoek aan de antipiraterijmissie in de Golf van Aden met de premier.
Het komende parlementaire jaar zal ons allen weer voor een aanzienlijke hoeveelheid uitdagingen stellen. Ik blijf strijdbaar. En ik hoop van harte mét u.
Ik wens u een goede zomer!
Minister van Defensie
Jeanine Hennis-Plasschaert
15 juli 2013
(ministerie van Defensie)
Voor velen is de zomer hét moment om heel even uit te blazen en afstand te nemen. Zo'n moment heeft iedereen op z'n tijd nodig. Goed voor reflectie, nieuwe energie en waardevolle inzichten. Ik hoop dan ook van harte dat velen van zo’n moment kunnen genieten deze zomer.
Uiteraard zorgt de aard van onze werkzaamheden er ook voor dat veel Defensiemedewerkers, militair en burger, doorwerken. Zomer of niet. Zij zijn bezig met de afbouw van de missie in Kunduz, treden op tegen piraten nabij Somalië, zijn actief in de Sinaï of in Afrika, bewaken onze kustwateren en onze grenzen op Schiphol, beschermen het Caribisch gebied of komen bijvoorbeeld in actie bij het ontmantelen van grote explosieven, schendingen van ons luchtruim, vermissingen, de jacht op grote criminelen en andere calamiteiten. Dit werk gaat altijd door. En dus gaan onze mensen door. Waarvoor dank!
Als ik terugblik op het afgelopen jaar, stel ik vast dat het op z'n minst een turbulent jaar was. Verkiezingen, het aantreden van het kabinet Rutte II, de complexe financieel-economische omstandigheden en de gevolgen daarvan, moeilijke boodschappen en, begrijpelijkerwijs, de nodige weerstand. Ook bij Defensie hebben we het afgelopen jaar wederom stevige tegenwind ervaren. Zoals ik in mijn vorige blog al stelde: "2 decennia van reorganisaties, taakstellingen, hervormingen en de daarmee groeiende baanonzekerheid hebben een enorme impact op onze medewerkers en de organisatie als geheel".
Tegelijkertijd zijn er het afgelopen jaar belangrijke stappen voorwaarts gezet, bijvoorbeeld op het terrein van de internationale samenwerking. Ook hebben we de prachtige inhuldiging van de koning mede mogelijk gemaakt en een mooie Veteranendag mogen ervaren. Met onze inzet - nationaal en internationaal - weten wij voorts keer op keer het verschil te maken. Mooie hoogtepunten voor mij waren dan ook de werkbezoeken aan alle onderdelen van Defensie. Uit eerste hand horen hoe het in de dagelijkse praktijk er aan toe gaat en hoe die praktijk wordt beleefd. Deze werkbezoeken zijn onmisbaar voor een volledig beeld. In eigen land. Zoals het bezoek aan de MIVD en het KCT afgelopen week. En ver weg. Zoals mijn reizen naar Afghanistan, het bezoek aan onze Patriot-missie met mijn Duitse collega Thomas de Maizière evenals het bezoek aan de antipiraterijmissie in de Golf van Aden met de premier.
Het komende parlementaire jaar zal ons allen weer voor een aanzienlijke hoeveelheid uitdagingen stellen. Ik blijf strijdbaar. En ik hoop van harte mét u.
Ik wens u een goede zomer!
Minister van Defensie
Jeanine Hennis-Plasschaert
15 juli 2013
(ministerie van Defensie)
zaterdag 11 mei 2013
Geachte minister: niemand weet meer waar Defensie voor staat
Kapitein-luitenant-ter-zee van de technische dienst, Sander Luik, schrijft zijn minister hoe moeilijk zijn dagelijkse werk is geworden zonder duidelijke missie voor Defensie.
Geachte Minister,
Mijn overtuiging is dat welvaart en welzijn onmogelijk zijn zonder veiligheid en vrede. Die twee zijn niet vanzelfsprekend; ze vergen toewijding en een lange adem. Er zijn vele manieren om die naderbij te brengen. Bij de manier van Defensie, gewapend en met de blik over de grens, voel ik mij thuis. Veiligheid en vrede moeten soms gewapenderhand verdedigd of veroverd worden. Ik schrijf u dit omdat ik niet geloof dat de taak van Defensie zal verdwijnen, terwijl de organisatie in hoog tempo afkalft. Als Defensie veiligheid of vrede niet meer kan waarborgen, wie dan wel?
Bij mijn beroepskeuze (en bij mijn keuze om bij Defensie te blijven) hebben mijn overtuigingen een belangrijke rol gespeeld. Achter het IJzeren Gordijn stond vroeger een duidelijke, goed bewapende vijand. Nadat de Rode Beer ineen zeeg, werd de vijand echter minder manifest. Hij was verder van de landsgrenzen verwijderd. Ook in de tijd gezien was hij verder weg. Vroeger kon het morgen oorlog zijn, nu is dat alleen denkbaar op de langere termijn. Heel goed denkbaar, maar toch.
Hoe dan ook, het was tijd voor het vredesdividend. Bij het innen daarvan hanteerden we de kaasschaaf. We wisten alleen dat de oude vijand verdwenen was, niet hoe de nieuwe eruit zag. Daarom deden we van alles gewoon wat minder. En wat minder. En nog wat minder.
Gaandeweg werd ons doel om eenheden zo goedkoop mogelijk paraat te stellen. Defensie marcheert nu onder het vaandel ‘de begroting is leidend’.Waarom onze defensie er was, verdween uit beeld en dat heeft verstrekkende gevolgen gehad. We vergaten te analyseren wat onze veiligheid en vrede dan werkelijk bedreigde.
Maar de Nederlander voelde zich heus niet ineens volkomen veilig en wereldvrede was evenmin tot stand gebracht. Het waarom van Defensie stond – en staat – dus nog recht overeind. Ondertussen drongen zich onbewust bij de burger wel relevante vragen op. Zijn gewapende hordes de enige bedreiging voor mijn veiligheid? Zijn grote gewapende eenheden dan het enige dat Defensie daar tegenover moet stellen? Wil ik daarvoor betalen?
Daarom ligt de maatschappij niet zo wakker van de teloorgang van deze krijgsmacht. Burgers hebben niet het gevoel dat hun veiligheid daardoor in gevaar komt. Dat de JSF het beste vliegtuig is bestrijdt niemand, maar men vraagt zich af tegen welke dreiging de beoogde ‘vervanger van de F-16’ [sic] dan zo goed is.
En is het aan Nederland om aan die dreiging het hoofd te bieden? Zijn er geen belangrijkere dreigingen, dichter bij huis, waar we ons geld aan moeten besteden? De Ko Colijns en de Rob de Wijks roeren zich nog wel, maar zijn niet in staat het publiek discours in beweging te brengen. Nobody cares. Daarom springt de Tweede Kamer niet in de bres als men echt moet kiezen. Het publiek weet niet meer waar Defensie voor is en hoe Defensie zijn belangen dient.
De ontstane kloof sloeg ons operationeel van de ankers. Defensie begon aan missies die steeds verder van de Nederlander af stonden. Letterlijk. We gingen eerst naar Irak, toen naar Cambodja. Naar Eritrea en Pakistan. Maar juist door die missies ver weg betwijfelde de Nederlandse burger of zíjn veiligheid daar nou mee gebaat was. En aan die ene missie dicht bij huis wordt niemand meer graag herinnerd. Zo kwamen we er wel achter dat er geen Defensie Light bestaat. Dat Defensie in beeld komt als de zachte benadering van veiligheid en vrede heeft gefaald.
Maar de kaasschaaf leidde er bovendien gaandeweg toe dat we de serieuze missies aan ons voorbij moesten laten gaan. In dat vacuüm tamboereren we graag op onze nationale inzet. Duinbranden blussen en drugsgeld zoeken. De sneeuw van het ijs vegen in Balk. Maar wat we dóen is ons krachtigste communicatiemiddel. Ik vind niet dat we die dingen niet moeten doen, maar het betreden van het domein van brandweer en politie onderstreept niet de bestaansreden van Defensie. Nadruk op nationale inzet voedt de suggestie dat er bij ons geld te halen is, want voor branden blussen heb je geen dure Chinook nodig.
Het summum van operationele wazigheid is de politietrainingsmissie in Kunduz. Hij levert lokaal heus wat op en degenen die hem uitvoeren verdienen respect. Maar met Kunduz heeft Defensie zichzelf geen dienst bewezen. De missie in Kunduz of ongewapend rondjes vliegen bij Libië onderstrepen het belang van Defensie niet, integendeel.
De onduidelijkheid van het na te streven doel ondermijnt ook het vertrouwen van defensiemedewerkers in de eigen organisatie. Als wij zelf niet meer weten waarom, hoe kunnen we dan in ons werk de juiste keuzes maken? Hoe kunnen we ons personeel werkelijk leiden en erop vertrouwen dat elke beslissing op elk niveau dat doel dient? Hoe kunnen we de juiste mensen aan ons binden? Is het gek dat niemand meer solliciteert, als onduidelijk is waarom je bij Defensie moet werken? De defensiemedewerker is in verwarring. Zíjn drijfveer is niet meer in lijn met die van Defensie. Dat leidt tot onbehagen en wantrouwen. En als het vertrouwen weg is, zijn er grote problemen. Voor iedere organisatie, maar zeker voor één die zo sterk gevestigd is op loyaliteit en onderling vertrouwen als Defensie.We vragen nogal wat van onze militairen. Zo’n offer brengen zij alleen als er absoluut vertrouwen is in de opdrachtgever en haar motieven.
Het ernstigste gevolg van het verloren kompas is dat we de koers tegenwoordig laten dicteren door rekensommen. Iedere keuze en ieder dilemma wordt in geld uitgedrukt en wie pleit voor een andere dan de goedkoopste optie krijgt het zwaar. Ik zeg niet dat kosten niet belangrijk zijn, maar plancijfers zijn te manipuleren en suggereren zekerheden die er niet zijn. Het grootste gevaar is dat we onszelf keuzes voorleggen waaruit iedere relatie met veiligheid en vrede is weggecijferd. Letterlijk. We weten daardoor vooral wat het goedkoopst is, maar niet wat ons doel het beste dient. De visie van de minister op de Krijgsmacht gaat naar de Tweede Kamer via de Algemene Rekenkamer. Om te kijken of ‘ie wel goed is.
Toen we eenmaal begonnen te rekenen, bedachten we dat militairen wel wat later met pensioen konden. Dat wachtgeld is maar duur en iedereen werkt toch tot zijn 65ste? Sinds dat besluit hebben we een stevig contingent grijsaards in uniform aangemaakt. Maar welke bijdrage leveren zij nog?
We zijn de keuzes van Defensie gaan motiveren met economische argumenten. We wijzen op het aantal banen dat het openhouden van een kazerne oplevert en de zakelijke kansen die het onderhoud van de JSF biedt. Maar Defensie kost nu eenmaal geld. Als het Leitmotiv voor Defensie geld is, dan zou Defensie moeten worden opgeheven. Dat is pas goedkoop.
Het is tijd dat we het waarom, het hoe en het wat van Defensie weer in lijn brengen. Dat geeft focus en vertrouwen. Blijf vooral varkens ruimen en kelders leegpompen, maar doe dat in stilte, opdat de identiteit van Defensie niet vervaagt. Focus op missies die ertoe doen. Helaas liggen ze voor het oprapen.Missies die een helder en tastbaar verschil maken voor onze veiligheid en voor vrede, wereldwijd. Daar betaalt de burger voor en voor niets anders.
Denk bijvoorbeeld aan onze elektronische systemen, die van ver over onze grenzen bedreigd worden. Beschouw cyber warfare niet als opgedrongen side kick. Laten we onze elektronische verdedigingslinies, nu nog verdeeld over verschillende instanties, vol overtuiging concentreren bij Defensie. Koop de JSF niet omdat hij technologische kennis verdiept of banen schept, maar omdat zonder dat ding onze veiligheid ernstig gevaar loopt. Alleen daarom, de rest is ruis. Begin met het ‘waarom’, rekenen komt later.
Teruggrijpen op het bestaansrecht van Defensie heeft bovendien aantrekkingskracht. Bedenk eens waarom juist dat ene TEDx-optreden van Generaal van Uhm zo’n miljoen views heeft gescoord. Hij legde toen in Amsterdam – en afgelopen 4 mei opnieuw – precies uit dat zijn drijfveren samenvloeiden met dat het waarom van Defensie. Hij redeneerde vanuit zijn diepste overtuigingen.
Dat is wat leiders tot leiders maakt. Juist in deze tijd van geldnood moeten we ons – hoe paradoxaal ook – ontworstelen aan het dictaat van de rekensommen. De toegeworpen aalmoes zo efficiënt mogelijk uitgeven in de hoop dat je een volgende krijgt, werkt niet. Opstaan en je nut bewijzen wel.
Het wordt geaccepteerd dat je je budget overschrijdt, zolang je een tastbare bijdrage levert aan veiligheid en vrede. Wie vraagt er naar de kosten van piraterijbestrijding? Gek genoeg blijkt omgekeerd dat als je het budget niet volledig uitgeeft, dit je geloofwaardigheid aantast. Geld is belangrijk – maar een vals baken als het om fundamentele keuzes gaat.
Het belangrijkst is daarom dat Defensie opnieuw zijn waarom ontdekt en definieert. Tegen welke dreiging moet de Nederlander worden beschermd? Zijn onze landsgrenzen en handelsroutes werkelijk voor de komende twintig jaar onbedreigd?
Is het kruitvat aan gene zijde van de Middellandse zee ook ons probleem, of alleen dat van Turkije en Italië? Zijn de DDos aanvallen op ING alleen het probleem van ING? Zijn die op DigiD dat van DigiD? Of is het verstandig daar gezamenlijk verdedigingslinies tegen op te trekken?Kampen de landen om ons heen niet met dezelfde problemen? Laten we de antwoorden op een rijtje zetten en dáár ons handelen op baseren. En bent u daar vooral duidelijk over.
Ik begon hierboven met mijn ‘waarom’. Dat viel lange tijd samen met het waarom van Defensie. Daarom koos ik voor Defensie, was ik geregeld maanden van huis, ontving ik een lager salaris dan ik elders kon verdienen en hoorde ik de onnozele spot aan over mijn uniform. Maar ik geloofde in Defensie als onmisbaar element voor veiligheid en vrede.
Nu voel ik mij niet meer thuis en kalven de aantrekkingskracht en het draagvlak van Defensie in hoog tempo af. Niemand weet meer waar Defensie voor staat. Militairen niet, burgers niet en politici niet. Plichtmatig herhalen zij nog de versleten mantra’s, maar ze geloven het niet echt. Omdat Defensie zelf de weg kwijt is en zich niet structureel richt op haar drijfveren.
Ik geloof dat een ommekeer denkbaar is. Natuurlijk biedt het roer omgooien geen oplossing voor onze huidige problemen. Toch moeten we vandaag nog die nieuwe koers gaan varen; om de negatieve spiraal te doorbreken. Niet voor onszelf of voor Defensie. Maar omdat ieders persoonlijke welvaren afhankelijk is van veiligheid en vrede. U schrijft nu een visie op de Krijgsmacht. Dit is de mijne.
Sander van Luik is kapitein-luitenant-ter-zee van de technische dienst. Dit artikel schreef hij op eigen titel. Het is geïnspireerd op een boek van Simon Sinek, www.startwithwhy.com.
[Gepubliceerd in 'Opinie en Debat' van NRC Handelsblad, 11 mei 2013.
Overname door derden is niet toegestaan.]
Reactie Commandant der Strijdkrachten, Generaal Tom Middendorp
Dat Defensie in beweging is hoef ik u niet te vertellen. Jarenlang zijn we al aan het bezuinigen, veranderen en reorganiseren. En we zijn niet de enige. Mijn internationale collega's worstelen hier ook mee. Het was ook een thema in de ingezonden brief van KLTZ Sander van Luik van afgelopen zaterdag in NRC en hij stelde dat niemand nog weet waar Defensie voor staat. Een terechte oproep waar we allemaal aan kunnen bijdragen. Vrede is niet alleen iets om te vieren, maar ook iets om in te blijven investeren. Onze veiligheid en welvaart is niet gratis en daar heb je Defensie ook echt voor nodig.
(https://www.facebook.com/Commandantderstrijdkrachten)
Geachte Minister,
Mijn overtuiging is dat welvaart en welzijn onmogelijk zijn zonder veiligheid en vrede. Die twee zijn niet vanzelfsprekend; ze vergen toewijding en een lange adem. Er zijn vele manieren om die naderbij te brengen. Bij de manier van Defensie, gewapend en met de blik over de grens, voel ik mij thuis. Veiligheid en vrede moeten soms gewapenderhand verdedigd of veroverd worden. Ik schrijf u dit omdat ik niet geloof dat de taak van Defensie zal verdwijnen, terwijl de organisatie in hoog tempo afkalft. Als Defensie veiligheid of vrede niet meer kan waarborgen, wie dan wel?
Bij mijn beroepskeuze (en bij mijn keuze om bij Defensie te blijven) hebben mijn overtuigingen een belangrijke rol gespeeld. Achter het IJzeren Gordijn stond vroeger een duidelijke, goed bewapende vijand. Nadat de Rode Beer ineen zeeg, werd de vijand echter minder manifest. Hij was verder van de landsgrenzen verwijderd. Ook in de tijd gezien was hij verder weg. Vroeger kon het morgen oorlog zijn, nu is dat alleen denkbaar op de langere termijn. Heel goed denkbaar, maar toch.
Hoe dan ook, het was tijd voor het vredesdividend. Bij het innen daarvan hanteerden we de kaasschaaf. We wisten alleen dat de oude vijand verdwenen was, niet hoe de nieuwe eruit zag. Daarom deden we van alles gewoon wat minder. En wat minder. En nog wat minder.
Gaandeweg werd ons doel om eenheden zo goedkoop mogelijk paraat te stellen. Defensie marcheert nu onder het vaandel ‘de begroting is leidend’.Waarom onze defensie er was, verdween uit beeld en dat heeft verstrekkende gevolgen gehad. We vergaten te analyseren wat onze veiligheid en vrede dan werkelijk bedreigde.
Maar de Nederlander voelde zich heus niet ineens volkomen veilig en wereldvrede was evenmin tot stand gebracht. Het waarom van Defensie stond – en staat – dus nog recht overeind. Ondertussen drongen zich onbewust bij de burger wel relevante vragen op. Zijn gewapende hordes de enige bedreiging voor mijn veiligheid? Zijn grote gewapende eenheden dan het enige dat Defensie daar tegenover moet stellen? Wil ik daarvoor betalen?
Daarom ligt de maatschappij niet zo wakker van de teloorgang van deze krijgsmacht. Burgers hebben niet het gevoel dat hun veiligheid daardoor in gevaar komt. Dat de JSF het beste vliegtuig is bestrijdt niemand, maar men vraagt zich af tegen welke dreiging de beoogde ‘vervanger van de F-16’ [sic] dan zo goed is.
En is het aan Nederland om aan die dreiging het hoofd te bieden? Zijn er geen belangrijkere dreigingen, dichter bij huis, waar we ons geld aan moeten besteden? De Ko Colijns en de Rob de Wijks roeren zich nog wel, maar zijn niet in staat het publiek discours in beweging te brengen. Nobody cares. Daarom springt de Tweede Kamer niet in de bres als men echt moet kiezen. Het publiek weet niet meer waar Defensie voor is en hoe Defensie zijn belangen dient.
De ontstane kloof sloeg ons operationeel van de ankers. Defensie begon aan missies die steeds verder van de Nederlander af stonden. Letterlijk. We gingen eerst naar Irak, toen naar Cambodja. Naar Eritrea en Pakistan. Maar juist door die missies ver weg betwijfelde de Nederlandse burger of zíjn veiligheid daar nou mee gebaat was. En aan die ene missie dicht bij huis wordt niemand meer graag herinnerd. Zo kwamen we er wel achter dat er geen Defensie Light bestaat. Dat Defensie in beeld komt als de zachte benadering van veiligheid en vrede heeft gefaald.
Maar de kaasschaaf leidde er bovendien gaandeweg toe dat we de serieuze missies aan ons voorbij moesten laten gaan. In dat vacuüm tamboereren we graag op onze nationale inzet. Duinbranden blussen en drugsgeld zoeken. De sneeuw van het ijs vegen in Balk. Maar wat we dóen is ons krachtigste communicatiemiddel. Ik vind niet dat we die dingen niet moeten doen, maar het betreden van het domein van brandweer en politie onderstreept niet de bestaansreden van Defensie. Nadruk op nationale inzet voedt de suggestie dat er bij ons geld te halen is, want voor branden blussen heb je geen dure Chinook nodig.
Het summum van operationele wazigheid is de politietrainingsmissie in Kunduz. Hij levert lokaal heus wat op en degenen die hem uitvoeren verdienen respect. Maar met Kunduz heeft Defensie zichzelf geen dienst bewezen. De missie in Kunduz of ongewapend rondjes vliegen bij Libië onderstrepen het belang van Defensie niet, integendeel.
De onduidelijkheid van het na te streven doel ondermijnt ook het vertrouwen van defensiemedewerkers in de eigen organisatie. Als wij zelf niet meer weten waarom, hoe kunnen we dan in ons werk de juiste keuzes maken? Hoe kunnen we ons personeel werkelijk leiden en erop vertrouwen dat elke beslissing op elk niveau dat doel dient? Hoe kunnen we de juiste mensen aan ons binden? Is het gek dat niemand meer solliciteert, als onduidelijk is waarom je bij Defensie moet werken? De defensiemedewerker is in verwarring. Zíjn drijfveer is niet meer in lijn met die van Defensie. Dat leidt tot onbehagen en wantrouwen. En als het vertrouwen weg is, zijn er grote problemen. Voor iedere organisatie, maar zeker voor één die zo sterk gevestigd is op loyaliteit en onderling vertrouwen als Defensie.We vragen nogal wat van onze militairen. Zo’n offer brengen zij alleen als er absoluut vertrouwen is in de opdrachtgever en haar motieven.
Het ernstigste gevolg van het verloren kompas is dat we de koers tegenwoordig laten dicteren door rekensommen. Iedere keuze en ieder dilemma wordt in geld uitgedrukt en wie pleit voor een andere dan de goedkoopste optie krijgt het zwaar. Ik zeg niet dat kosten niet belangrijk zijn, maar plancijfers zijn te manipuleren en suggereren zekerheden die er niet zijn. Het grootste gevaar is dat we onszelf keuzes voorleggen waaruit iedere relatie met veiligheid en vrede is weggecijferd. Letterlijk. We weten daardoor vooral wat het goedkoopst is, maar niet wat ons doel het beste dient. De visie van de minister op de Krijgsmacht gaat naar de Tweede Kamer via de Algemene Rekenkamer. Om te kijken of ‘ie wel goed is.
Toen we eenmaal begonnen te rekenen, bedachten we dat militairen wel wat later met pensioen konden. Dat wachtgeld is maar duur en iedereen werkt toch tot zijn 65ste? Sinds dat besluit hebben we een stevig contingent grijsaards in uniform aangemaakt. Maar welke bijdrage leveren zij nog?
We zijn de keuzes van Defensie gaan motiveren met economische argumenten. We wijzen op het aantal banen dat het openhouden van een kazerne oplevert en de zakelijke kansen die het onderhoud van de JSF biedt. Maar Defensie kost nu eenmaal geld. Als het Leitmotiv voor Defensie geld is, dan zou Defensie moeten worden opgeheven. Dat is pas goedkoop.
Het is tijd dat we het waarom, het hoe en het wat van Defensie weer in lijn brengen. Dat geeft focus en vertrouwen. Blijf vooral varkens ruimen en kelders leegpompen, maar doe dat in stilte, opdat de identiteit van Defensie niet vervaagt. Focus op missies die ertoe doen. Helaas liggen ze voor het oprapen.Missies die een helder en tastbaar verschil maken voor onze veiligheid en voor vrede, wereldwijd. Daar betaalt de burger voor en voor niets anders.
Denk bijvoorbeeld aan onze elektronische systemen, die van ver over onze grenzen bedreigd worden. Beschouw cyber warfare niet als opgedrongen side kick. Laten we onze elektronische verdedigingslinies, nu nog verdeeld over verschillende instanties, vol overtuiging concentreren bij Defensie. Koop de JSF niet omdat hij technologische kennis verdiept of banen schept, maar omdat zonder dat ding onze veiligheid ernstig gevaar loopt. Alleen daarom, de rest is ruis. Begin met het ‘waarom’, rekenen komt later.
Teruggrijpen op het bestaansrecht van Defensie heeft bovendien aantrekkingskracht. Bedenk eens waarom juist dat ene TEDx-optreden van Generaal van Uhm zo’n miljoen views heeft gescoord. Hij legde toen in Amsterdam – en afgelopen 4 mei opnieuw – precies uit dat zijn drijfveren samenvloeiden met dat het waarom van Defensie. Hij redeneerde vanuit zijn diepste overtuigingen.
Dat is wat leiders tot leiders maakt. Juist in deze tijd van geldnood moeten we ons – hoe paradoxaal ook – ontworstelen aan het dictaat van de rekensommen. De toegeworpen aalmoes zo efficiënt mogelijk uitgeven in de hoop dat je een volgende krijgt, werkt niet. Opstaan en je nut bewijzen wel.
Het wordt geaccepteerd dat je je budget overschrijdt, zolang je een tastbare bijdrage levert aan veiligheid en vrede. Wie vraagt er naar de kosten van piraterijbestrijding? Gek genoeg blijkt omgekeerd dat als je het budget niet volledig uitgeeft, dit je geloofwaardigheid aantast. Geld is belangrijk – maar een vals baken als het om fundamentele keuzes gaat.
Het belangrijkst is daarom dat Defensie opnieuw zijn waarom ontdekt en definieert. Tegen welke dreiging moet de Nederlander worden beschermd? Zijn onze landsgrenzen en handelsroutes werkelijk voor de komende twintig jaar onbedreigd?
Is het kruitvat aan gene zijde van de Middellandse zee ook ons probleem, of alleen dat van Turkije en Italië? Zijn de DDos aanvallen op ING alleen het probleem van ING? Zijn die op DigiD dat van DigiD? Of is het verstandig daar gezamenlijk verdedigingslinies tegen op te trekken?Kampen de landen om ons heen niet met dezelfde problemen? Laten we de antwoorden op een rijtje zetten en dáár ons handelen op baseren. En bent u daar vooral duidelijk over.
Ik begon hierboven met mijn ‘waarom’. Dat viel lange tijd samen met het waarom van Defensie. Daarom koos ik voor Defensie, was ik geregeld maanden van huis, ontving ik een lager salaris dan ik elders kon verdienen en hoorde ik de onnozele spot aan over mijn uniform. Maar ik geloofde in Defensie als onmisbaar element voor veiligheid en vrede.
Nu voel ik mij niet meer thuis en kalven de aantrekkingskracht en het draagvlak van Defensie in hoog tempo af. Niemand weet meer waar Defensie voor staat. Militairen niet, burgers niet en politici niet. Plichtmatig herhalen zij nog de versleten mantra’s, maar ze geloven het niet echt. Omdat Defensie zelf de weg kwijt is en zich niet structureel richt op haar drijfveren.
Ik geloof dat een ommekeer denkbaar is. Natuurlijk biedt het roer omgooien geen oplossing voor onze huidige problemen. Toch moeten we vandaag nog die nieuwe koers gaan varen; om de negatieve spiraal te doorbreken. Niet voor onszelf of voor Defensie. Maar omdat ieders persoonlijke welvaren afhankelijk is van veiligheid en vrede. U schrijft nu een visie op de Krijgsmacht. Dit is de mijne.
Sander van Luik is kapitein-luitenant-ter-zee van de technische dienst. Dit artikel schreef hij op eigen titel. Het is geïnspireerd op een boek van Simon Sinek, www.startwithwhy.com.
[Gepubliceerd in 'Opinie en Debat' van NRC Handelsblad, 11 mei 2013.
Overname door derden is niet toegestaan.]
Reactie Commandant der Strijdkrachten, Generaal Tom Middendorp
Dat Defensie in beweging is hoef ik u niet te vertellen. Jarenlang zijn we al aan het bezuinigen, veranderen en reorganiseren. En we zijn niet de enige. Mijn internationale collega's worstelen hier ook mee. Het was ook een thema in de ingezonden brief van KLTZ Sander van Luik van afgelopen zaterdag in NRC en hij stelde dat niemand nog weet waar Defensie voor staat. Een terechte oproep waar we allemaal aan kunnen bijdragen. Vrede is niet alleen iets om te vieren, maar ook iets om in te blijven investeren. Onze veiligheid en welvaart is niet gratis en daar heb je Defensie ook echt voor nodig.
(https://www.facebook.com/Commandantderstrijdkrachten)
donderdag 7 maart 2013
Zo ver ons Koninkrijk reikt (blog minister Hennis)
De krijgsmacht moet alles kunnen. Militairen overleven in bittere kou boven de poolcirkel of vechten in een allesverzengende hitte. Ze observeren urenlang in opperste concentratie maar volbrengen ook loodzware terreintochten met tientallen kilo’s op de rug. Ze brengen wekenlang met twintig man door op een paar vierkante meter in onze onderzeeboten of dragen hoog in de lucht in hun eentje de verantwoordelijkheid voor een heel wapensysteem (F-16).
De veelzijdigheid van onze Nederlandse militairen is daarmee een afspiegeling van de veelzijdigheid van het Koninkrijk der Nederlanden.
Want wie staat er dagelijks bij stil dat ons Koninkrijk (Caribisch Nederland) grenst aan Venezuela? Dat onze buitengrenzen feitelijk zijn opgeschoven naar landen als Estland, Letland, Litouwen, Bulgarije maar ook Marokko, Tunesië en Turkije? We gaan allang niet meer bij Venlo de grens over. Dat betekent andersom dat mensensmokkelaars, terroristen en criminelen ook allang niet meer bij Venlo Nederland binnenkomen maar al veel eerder. Langs al deze grenzen moeten en kunnen onze militairen paraat staan.
Het is daarom goed om deze week een bezoek te brengen aan de eenheden van de Krijgsmacht in Caribisch Nederland. Onze militairen vervullen hier een indrukwekkende taak. Zo bracht onze marine met Hr. Ms. Pelikaan 70.000 liter water naar het door watergebrek getroffen Saba. Regelmatig worden grote drugsvangsten gedaan waarmee we de internationale criminaliteit en corruptie de voet dwars zetten. Juist in deze regio blijft een sterke kustwacht noodzakelijk. En met het sociale vormingsprogramma helpen onze militairen lokale jongeren weer op het juiste pad.
Onze militairen bewaken niet alleen de grenzen maar ook de belángen van ons Koninkrijk. Die belangen houden evenmin op bij Venlo. Nederland presteert heel wat op het wereldtoneel. Ons bedrijfsleven exporteert over de gehele wereld en we zijn de toegang tot Europa. Zie het succes van Schiphol en Rotterdam, samen alleen al goed voor honderdduizenden banen en tientallen miljarden euro’s aan toegevoegde waarde voor onze economie.
Wie die kurk van onze vrijheid en welvaart wil behouden, en zelfs wil laten groeien, moet bereid zijn in actie te komen. Voor onze koopvaardij en tegen piraterij bij Somalië, tegen drugshandel aan de grens met Caribisch Nederland, ter bescherming van NAVO-bondgenoten met onze Patriots in Turkije, tegen terreur in Afghanistan, tegen identiteitsfraude en mensensmokkel op Schiphol en ga zo maar door.
Zo wijd de wereld strekt. Zo ver ons Koninkrijk reikt!
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
4 maart 2013
(ministerie van Defensie, 7 maart 2013)
De veelzijdigheid van onze Nederlandse militairen is daarmee een afspiegeling van de veelzijdigheid van het Koninkrijk der Nederlanden.
Want wie staat er dagelijks bij stil dat ons Koninkrijk (Caribisch Nederland) grenst aan Venezuela? Dat onze buitengrenzen feitelijk zijn opgeschoven naar landen als Estland, Letland, Litouwen, Bulgarije maar ook Marokko, Tunesië en Turkije? We gaan allang niet meer bij Venlo de grens over. Dat betekent andersom dat mensensmokkelaars, terroristen en criminelen ook allang niet meer bij Venlo Nederland binnenkomen maar al veel eerder. Langs al deze grenzen moeten en kunnen onze militairen paraat staan.
Het is daarom goed om deze week een bezoek te brengen aan de eenheden van de Krijgsmacht in Caribisch Nederland. Onze militairen vervullen hier een indrukwekkende taak. Zo bracht onze marine met Hr. Ms. Pelikaan 70.000 liter water naar het door watergebrek getroffen Saba. Regelmatig worden grote drugsvangsten gedaan waarmee we de internationale criminaliteit en corruptie de voet dwars zetten. Juist in deze regio blijft een sterke kustwacht noodzakelijk. En met het sociale vormingsprogramma helpen onze militairen lokale jongeren weer op het juiste pad.
Onze militairen bewaken niet alleen de grenzen maar ook de belángen van ons Koninkrijk. Die belangen houden evenmin op bij Venlo. Nederland presteert heel wat op het wereldtoneel. Ons bedrijfsleven exporteert over de gehele wereld en we zijn de toegang tot Europa. Zie het succes van Schiphol en Rotterdam, samen alleen al goed voor honderdduizenden banen en tientallen miljarden euro’s aan toegevoegde waarde voor onze economie.
Wie die kurk van onze vrijheid en welvaart wil behouden, en zelfs wil laten groeien, moet bereid zijn in actie te komen. Voor onze koopvaardij en tegen piraterij bij Somalië, tegen drugshandel aan de grens met Caribisch Nederland, ter bescherming van NAVO-bondgenoten met onze Patriots in Turkije, tegen terreur in Afghanistan, tegen identiteitsfraude en mensensmokkel op Schiphol en ga zo maar door.
Zo wijd de wereld strekt. Zo ver ons Koninkrijk reikt!
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
4 maart 2013
(ministerie van Defensie, 7 maart 2013)
donderdag 7 februari 2013
Minister Hennis: 'Slagkracht en menselijk kapitaal'
Afgelopen zaterdag sprak ik in München (pdf), op de welbekende internationale Veiligheidsconferentie die daar sinds 1962 elk jaar wordt gehouden. Belangrijk om als Nederland ons geluid te laten horen. Belangrijk ook omdat er baanbrekende beslissingen nodig zijn op het terrein van de internationale militaire samenwerking.
Uiteraard werken onze militairen al vele jaren, in heel verschillende operaties, intensief samen met militairen uit andere landen. Daar zit het probleem niet. Met name de politiek is huiverig om groen licht te geven voor verdergaande stappen. Begrijpelijk, want beslissingen over Nederlandse militairen geef je niet zomaar uit handen aan een ander. En dat zal zo blijven.
Tegelijkertijd zien we echter ook dat allerhande nationale regels en uitzonderingen, de effectiviteit van ons militaire optreden ondermijnen. Het is dan ook van belang het debat flink aan te zwengelen. Doel van dit alles: het vergroten van de militaire slagkracht, en dus ons handelingsvermogen.
Zo'n debat gaat uiteraard hand in hand met een goede waardering voor de mannen en vrouwen die het werk daadwerkelijk doen. Na twintig jaar bezuinigen voelen veel militairen zich in de steek gelaten. Ik begrijp die teleurstelling. De inzet van onze militairen verdient groot respect, in woord en daad.
De pijnlijke WUL-effecten maken de situatie er natuurlijk niet beter op. Wel heb ik alvast € 49,5 miljoen uitgetrokken om de negatieve inkomenseffecten voor het jaar 2013 zoveel mogelijk te beperken. De zoektocht naar dit bedrag was geen sinecure. Dat zal helder zijn. En momenteel wordt er hard gewerkt aan een structurele maatregel (voor de jaren 2014 e.v.). Die maatregel gaat er, links-om of rechts-om, komen.
Nederland is gebaat bij een krachtige krijgsmacht. Conflicten komen steeds dichter bij onze grenzen en we verdienen ons inkomen in een roerig buitenland. De Nederlandse krijgsmachtdelen heb ik eerder beschreven als de Deltawerken van onze economie. En zo is het maar net. Voor iedereen moet het duidelijk zijn dat een vrij, veilig en welvarend Nederland niet zonder onze militairen kan. Waardering voor ons menselijk kapitaal is dan cruciaal.
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
7 februari 2013
Uiteraard werken onze militairen al vele jaren, in heel verschillende operaties, intensief samen met militairen uit andere landen. Daar zit het probleem niet. Met name de politiek is huiverig om groen licht te geven voor verdergaande stappen. Begrijpelijk, want beslissingen over Nederlandse militairen geef je niet zomaar uit handen aan een ander. En dat zal zo blijven.
Tegelijkertijd zien we echter ook dat allerhande nationale regels en uitzonderingen, de effectiviteit van ons militaire optreden ondermijnen. Het is dan ook van belang het debat flink aan te zwengelen. Doel van dit alles: het vergroten van de militaire slagkracht, en dus ons handelingsvermogen.
Zo'n debat gaat uiteraard hand in hand met een goede waardering voor de mannen en vrouwen die het werk daadwerkelijk doen. Na twintig jaar bezuinigen voelen veel militairen zich in de steek gelaten. Ik begrijp die teleurstelling. De inzet van onze militairen verdient groot respect, in woord en daad.
De pijnlijke WUL-effecten maken de situatie er natuurlijk niet beter op. Wel heb ik alvast € 49,5 miljoen uitgetrokken om de negatieve inkomenseffecten voor het jaar 2013 zoveel mogelijk te beperken. De zoektocht naar dit bedrag was geen sinecure. Dat zal helder zijn. En momenteel wordt er hard gewerkt aan een structurele maatregel (voor de jaren 2014 e.v.). Die maatregel gaat er, links-om of rechts-om, komen.
Nederland is gebaat bij een krachtige krijgsmacht. Conflicten komen steeds dichter bij onze grenzen en we verdienen ons inkomen in een roerig buitenland. De Nederlandse krijgsmachtdelen heb ik eerder beschreven als de Deltawerken van onze economie. En zo is het maar net. Voor iedereen moet het duidelijk zijn dat een vrij, veilig en welvarend Nederland niet zonder onze militairen kan. Waardering voor ons menselijk kapitaal is dan cruciaal.
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
7 februari 2013
donderdag 10 januari 2013
Doel Hennis: krijgsmacht sterker uit crisis
“Laten we er samen voor Defensie een positief jaar van maken! Defensie is té mooi en té belangrijk om voor minder te gaan.” Dat was de boodschap van minister Hennis-Plasschaert voor 2013. Ze zei dit woensdag tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst voor Defensiepersoneel in haar departement in Den Haag.
Ze ging niet voorbij aan het feit dat 2013 een lastig jaar wordt, met af en toe luide protesten. “Ik begrijp dat”, zei ze meelevend. “Niemand wil bezuinigen, niemand wil minder. We richten ons liever op een positieve horizon.”
Hennis is het sinds haar aantreden als minister opgevallen dat er bij Defensie geen gebrek aan werklust heerst. “Als er ergens keihard wordt gewerkt aan de toekomst van Nederland, dan is het hier, bij Defensie, de Nederlandse krijgsmacht. Want zonder onze militairen, geen vrijheid en veiligheid. En zonder vrijheid en veiligheid, geen welvaart! Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken.”
Onrust en conflicten
De bewindsvrouw vervolgde te zeggen dat het belang van Defensie voor Nederland eerder toe, dan afneemt. “Er zijn grote veranderingen in de wereld om ons heen. Landen die miljarden investeren in de opbouw van legers. Landen die zeldzame grondstoffen, schaars voedsel of drinkwater opeisen. Onrust en conflicten. Voor niemand goed. En zeker niet voor handelsland Nederland.”
De minister beloofde geen gouden bergen, wel vastberadenheid om probleemdossiers zo voortvarend en zorgvuldig mogelijk aan te pakken en om rust te brengen. “Daarom wordt 2013, hoe lastig het soms ook zal zijn, ook hét jaar van een positieve horizon. Met als doel: de krijgsmacht sterker uit de crisis.”
(ministerie van Defensie, 9 januari 2013)
Ze ging niet voorbij aan het feit dat 2013 een lastig jaar wordt, met af en toe luide protesten. “Ik begrijp dat”, zei ze meelevend. “Niemand wil bezuinigen, niemand wil minder. We richten ons liever op een positieve horizon.”
Hennis is het sinds haar aantreden als minister opgevallen dat er bij Defensie geen gebrek aan werklust heerst. “Als er ergens keihard wordt gewerkt aan de toekomst van Nederland, dan is het hier, bij Defensie, de Nederlandse krijgsmacht. Want zonder onze militairen, geen vrijheid en veiligheid. En zonder vrijheid en veiligheid, geen welvaart! Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken.”
Onrust en conflicten
De bewindsvrouw vervolgde te zeggen dat het belang van Defensie voor Nederland eerder toe, dan afneemt. “Er zijn grote veranderingen in de wereld om ons heen. Landen die miljarden investeren in de opbouw van legers. Landen die zeldzame grondstoffen, schaars voedsel of drinkwater opeisen. Onrust en conflicten. Voor niemand goed. En zeker niet voor handelsland Nederland.”
De minister beloofde geen gouden bergen, wel vastberadenheid om probleemdossiers zo voortvarend en zorgvuldig mogelijk aan te pakken en om rust te brengen. “Daarom wordt 2013, hoe lastig het soms ook zal zijn, ook hét jaar van een positieve horizon. Met als doel: de krijgsmacht sterker uit de crisis.”
(ministerie van Defensie, 9 januari 2013)
woensdag 9 januari 2013
Samen sterker
Het was niet meer dan een klein nieuwsbericht in de kerstvakantie: de steun bij de Nederlandse bevolking voor de NAVO is afgenomen. Slechts 64% vindt het lidmaatschap van het militaire bondgenootschap van belang voor de Nederlandse veiligheid, tegen 79% vorig jaar. Dat blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de Atlantische Commissie. Zorgelijk.
Zorgelijk… omdat het hier gaat over iets heel fundamenteels. Onze vrijheid. Onze veiligheid. Natuurlijk, er zijn meer manieren om onze vrijheid en veiligheid te bevorderen. Dat hoeft niet altijd exclusief via de NAVO. Zo kent Nederland een intensieve bilaterale samenwerking met diverse landen, wordt er in de Europese Unie steeds vaker nauw samengewerkt en is ook de VN van groot belang in dezen.
Wél stel ik vast dat de NAVO een uniek bondgenootschap is. Een aanval op één is een aanval op allen. De ontstaansgeschiedenis van de NAVO is er één om nooit te vergeten. Zeer terecht is de NAVO tot op de dag van vandaag de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. Ik hecht dan ook groot belang aan het NAVO-bondgenootschap.
Dat betekent uiteraard niet dat we de NAVO altijd maar heilig hoeven te verklaren. Ook binnen de NAVO zijn verbeteringen mogelijk, is het van belang om efficiënter om te gaan met de beschikbare middelen en kunnen we meer samendoen om aan militaire slagkracht te winnen en heel belangrijk: ons handelingsvermogen te vergroten.
We leven in een wereld waarin nieuwe reuzen opstaan. Zowel economisch als militair. Dat is een feit. Internationale militaire samenwerking is voor Handelsland Nederland niet ‘een’ keuze maar eenvoudigweg noodzaak. Sterker nog, het is juist in het belang van ónze vrijheid, ónze veiligheid en ónze welvaart.
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
9 januari 2013
(ministerie van Defensie, 9 januari 2013)
woensdag 19 december 2012
Ook de Minister is aan het bloggen geslagen!
Politietrainingsmissie
Net terug uit Afghanistan. Eén ding is zeker: ik zou willen dat veel meer mensen met eigen ogen zouden kunnen zien hoe onze militairen hun werk doen en welke resultaten ze bereiken! Over de politietrainingsmissie wordt veel gesproken en geschreven. Maar pas als je in het Afghaanse stof staat, krijg je écht beeld en geluid bij dat verhaal.
Pas als je oog in oog staat met een zo goed als ongeletterde Afghaanse agent(e) die vastbesloten is om zijn of haar politiediploma te halen, besef je écht hoe hard deze mannen en vrouwen voor hun bestaansrecht moeten knokken. Pas als je oog in oog staat met een Afghaanse advocaat die met behulp van Nederland wordt opgeleid, besef je écht dat toegang tot het recht nog niet van vanzelfsprekend is. Pas als je ergens in een klein dorpje in Afghanistan oog in oog staat met een jonge luitenant van de Koninklijke Marechaussee, besef je écht hoe fantastisch het is dat onze militairen niet cynisch of onverschillig zijn, maar zeggen: ik ga ervoor. Ik ga helpen waar het nodig is. Zend me maar uit. Ik wil dat verschil maken.
Het is daarom dat ik meteen na de behandeling van de Defensiebegroting in de Tweede Kamer naar Afghanistan ben afgereisd. Van de Haagse politiek naar de militaire realiteit. Ik zag een missie die goed loopt. Een missie die bij andere landen zeer veel waardering oogst. Ik zag militairen die zich enthousiast en buitengewoon professioneel tot het uiterste inspannen om de belangen van ons land te dienen. Ik kreeg ook vragen. “Wat staat ons te wachten bij terugkomst?” En dat begrijp ik. Het jaar 2013 wordt niet makkelijk. Ontslagen zijn onvermijdelijk terwijl er tegelijkertijd grote prestaties moeten worden geleverd in binnen- en buitenland. Geen gemakkelijke combinatie.
De krijgsmacht verdient daarom een nieuw perspectief op de toekomst. Aan die visie zal ik het komende jaar werken. Mijn missie: een krijgsmacht die uiteindelijk sterker uit de crisis komt.
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
17 december 2012
(ministerie van Defensie, 17 december 2012)
Net terug uit Afghanistan. Eén ding is zeker: ik zou willen dat veel meer mensen met eigen ogen zouden kunnen zien hoe onze militairen hun werk doen en welke resultaten ze bereiken! Over de politietrainingsmissie wordt veel gesproken en geschreven. Maar pas als je in het Afghaanse stof staat, krijg je écht beeld en geluid bij dat verhaal.
Pas als je oog in oog staat met een zo goed als ongeletterde Afghaanse agent(e) die vastbesloten is om zijn of haar politiediploma te halen, besef je écht hoe hard deze mannen en vrouwen voor hun bestaansrecht moeten knokken. Pas als je oog in oog staat met een Afghaanse advocaat die met behulp van Nederland wordt opgeleid, besef je écht dat toegang tot het recht nog niet van vanzelfsprekend is. Pas als je ergens in een klein dorpje in Afghanistan oog in oog staat met een jonge luitenant van de Koninklijke Marechaussee, besef je écht hoe fantastisch het is dat onze militairen niet cynisch of onverschillig zijn, maar zeggen: ik ga ervoor. Ik ga helpen waar het nodig is. Zend me maar uit. Ik wil dat verschil maken.
Het is daarom dat ik meteen na de behandeling van de Defensiebegroting in de Tweede Kamer naar Afghanistan ben afgereisd. Van de Haagse politiek naar de militaire realiteit. Ik zag een missie die goed loopt. Een missie die bij andere landen zeer veel waardering oogst. Ik zag militairen die zich enthousiast en buitengewoon professioneel tot het uiterste inspannen om de belangen van ons land te dienen. Ik kreeg ook vragen. “Wat staat ons te wachten bij terugkomst?” En dat begrijp ik. Het jaar 2013 wordt niet makkelijk. Ontslagen zijn onvermijdelijk terwijl er tegelijkertijd grote prestaties moeten worden geleverd in binnen- en buitenland. Geen gemakkelijke combinatie.
De krijgsmacht verdient daarom een nieuw perspectief op de toekomst. Aan die visie zal ik het komende jaar werken. Mijn missie: een krijgsmacht die uiteindelijk sterker uit de crisis komt.
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
17 december 2012
(ministerie van Defensie, 17 december 2012)
zaterdag 15 december 2012
Minister Hennis-Plasschaert in Afghanistan
Jeanine Hennis-Plasschaert heeft voor het eerst als minister van Defensie een bezoek gebracht aan de Nederlandse troepen in Afghanistan. Ze ontmoetten vandaag en gisteren militairen in Kabul, Mazar-e-Sharif en Kunduz. Ze werd vergezeld door Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.
Vrijdag arriveerde de delegatie in de Afghaanse hoofdstad waar Hennis-Plasschaert op de luchthaven kort sprak met Nederlands personeel, dat is geplaatst op diverse locaties in de stad. Daarna vloog de minister naar de internationale basis in Mazar-e-Sharif in het noorden van het land. Ze ontmoette militairen van de Air Task Force, het National Support Element en Nederlanders gestationeerd bij het hoofdkwartier van Regional Command North.
Nederlandse aanpak
Hennis-Plasschaert: "Ik ben enorm trots op onze militairen. Ze doen fantastisch werk. Met de collega's van Buitenlandse Zaken en Veligheid en Justitie wordt een volledig geintegreerde aanpak op de mat gelegd om de Afghaanse politieagenten en het hele justitiele systeem op een hoger plan te brengen. De Nederlandse aanpak wordt internationaal geprezen."
Ze vervolgde te zeggen dat de opbouw van de rechtsorde van groot belang is. "Het is het begin, de basis van elke rechtsstaat waarin mensen veilig kunnen leven, waarin ze zich kunnen ontwikkelen en een boterham kunnen verdienen. Het verschil maken in het dagelijks leven van de Afghanen, dat is waar de Nederlandse krijgsmacht in Afhanistan aan werkt." De bewindvrouw wilde tijdens het bezoek met name met de mensen zelf praten over hun werk. "Hun gedrevenheid en motivatie maakte een diepe indruk op me."
Heel Nederland
In Kunduz liep de minister mee met de trainingen aan de Afghaanse politie op de verschillende opleidingscentra. De genten volgden de zogenoemde advanced police training course, de aanvullende training van ruim 10 weken met daarnaast mentoring op hun eigen werkplek.
Aansluitend ging Hennis-Plasschaert mee op pad met een Police Training en Mentoring Team (POMLT) naar Aliabad. De cursisten daar richtten een checkpoint in op de weg, gemonitord door hun Nederlandse trainers en de minister. "Als ik hier zo sta, dan zou je willen dat je heel Nederland naar Afghanistan mee kon nemen om het goede werk te laten zien."
(ministerie van Defensie, 15 december 2012)
Vrijdag arriveerde de delegatie in de Afghaanse hoofdstad waar Hennis-Plasschaert op de luchthaven kort sprak met Nederlands personeel, dat is geplaatst op diverse locaties in de stad. Daarna vloog de minister naar de internationale basis in Mazar-e-Sharif in het noorden van het land. Ze ontmoette militairen van de Air Task Force, het National Support Element en Nederlanders gestationeerd bij het hoofdkwartier van Regional Command North.
Nederlandse aanpak
Hennis-Plasschaert: "Ik ben enorm trots op onze militairen. Ze doen fantastisch werk. Met de collega's van Buitenlandse Zaken en Veligheid en Justitie wordt een volledig geintegreerde aanpak op de mat gelegd om de Afghaanse politieagenten en het hele justitiele systeem op een hoger plan te brengen. De Nederlandse aanpak wordt internationaal geprezen."
Ze vervolgde te zeggen dat de opbouw van de rechtsorde van groot belang is. "Het is het begin, de basis van elke rechtsstaat waarin mensen veilig kunnen leven, waarin ze zich kunnen ontwikkelen en een boterham kunnen verdienen. Het verschil maken in het dagelijks leven van de Afghanen, dat is waar de Nederlandse krijgsmacht in Afhanistan aan werkt." De bewindvrouw wilde tijdens het bezoek met name met de mensen zelf praten over hun werk. "Hun gedrevenheid en motivatie maakte een diepe indruk op me."
Heel Nederland
In Kunduz liep de minister mee met de trainingen aan de Afghaanse politie op de verschillende opleidingscentra. De genten volgden de zogenoemde advanced police training course, de aanvullende training van ruim 10 weken met daarnaast mentoring op hun eigen werkplek.
Aansluitend ging Hennis-Plasschaert mee op pad met een Police Training en Mentoring Team (POMLT) naar Aliabad. De cursisten daar richtten een checkpoint in op de weg, gemonitord door hun Nederlandse trainers en de minister. "Als ik hier zo sta, dan zou je willen dat je heel Nederland naar Afghanistan mee kon nemen om het goede werk te laten zien."
(ministerie van Defensie, 15 december 2012)
woensdag 28 november 2012
Nieuwe minister van Defensie bezoekt Landmacht
“Ik ben verbaasd over de huis-, tuin-, en keukenmiddelen waarmee geïmproviseerde explosieven worden gemaakt.” Dat zei minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert nadat zij zelf een dergelijk projectiel ontdekt met een metaaldetector. Dat gebeurde vandaag in Schaarsbergen tijdens haar eerste werkbezoek aan de Koninklijke Landmacht. Commandant der Landstrijdkrachten luitenant-generaal Mart de Kruif trad op als haar gastheer.
Even eerder bekeek de bewindsvrouw een gesloten en mogelijk geboobytrapte kist van binnen met een endoscoop. Een middel dat genisten als kijkinstrument in hun assortiment hebben zitten. Om niet te verzanden in presentaties en static shows werd Hennis-Plasschaert betrokken bij verschillende aspecten van het militaire bestaan. Dit om de bewindsvrouw het werk van landmachtmilitairen te ervaren en tevens direct met hen te praten.
Nationale operaties
Met nationale operaties als één van haar speerpunten om die onder de aandacht te brengen bij haar collega’s en de bevolking, kregen die eveneens volop de aandacht. Aan de landmachters die de minister lieten zien wat de Explosieven Opruimingsdienst Defensie, Raventeams (onbemand verkenningsvliegtuigje) en verkenners kunnen betekenen, lag het in elk geval niet. Zij demonstreerden duidelijk en overtuigend wat hun specifieke capaciteiten zijn.
De minister concludeerde dan ook dat de landmacht bestaat uit professionals met expertise op hun vakgebied. Daarmee is de opzet van de dag volledig geslaagd, want generaal De Kruif wilde vooral de kracht van zijn mensen laten zien. De minister stak eveneens niet onder stoelen of banken dat zij het een informatieve en leuke dag vond. “Fantastisch! Ik heb genoten."
(ministerie van Defensie, 28 november 2012)
Even eerder bekeek de bewindsvrouw een gesloten en mogelijk geboobytrapte kist van binnen met een endoscoop. Een middel dat genisten als kijkinstrument in hun assortiment hebben zitten. Om niet te verzanden in presentaties en static shows werd Hennis-Plasschaert betrokken bij verschillende aspecten van het militaire bestaan. Dit om de bewindsvrouw het werk van landmachtmilitairen te ervaren en tevens direct met hen te praten.
Nationale operaties
Met nationale operaties als één van haar speerpunten om die onder de aandacht te brengen bij haar collega’s en de bevolking, kregen die eveneens volop de aandacht. Aan de landmachters die de minister lieten zien wat de Explosieven Opruimingsdienst Defensie, Raventeams (onbemand verkenningsvliegtuigje) en verkenners kunnen betekenen, lag het in elk geval niet. Zij demonstreerden duidelijk en overtuigend wat hun specifieke capaciteiten zijn.
De minister concludeerde dan ook dat de landmacht bestaat uit professionals met expertise op hun vakgebied. Daarmee is de opzet van de dag volledig geslaagd, want generaal De Kruif wilde vooral de kracht van zijn mensen laten zien. De minister stak eveneens niet onder stoelen of banken dat zij het een informatieve en leuke dag vond. “Fantastisch! Ik heb genoten."
(ministerie van Defensie, 28 november 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)




