Posts tonen met het label NRC Handelsblad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NRC Handelsblad. Alle posts tonen

maandag 31 december 2012

Er zal oorlog komen in Europa

Rosanne Hertzberger

Mijn voorspelling is dat Nederland tijdens mijn leven nog verzeild raakt in minstens één oorlog.

Hoogstwaarschijnlijk vindt u dit een ridicule voorspelling. In deze themabijlage, waarin we vrijelijk mogen profeteren, is het makkelijker om iets alarmerends te zeggen over verschuivende wereldmachten of een ernstige epidemie in de wereld dan over oorlog. Je kunt de mensen gemakkelijker wijsmaken dat een nieuw, onwerkelijk apparaat onze levens zal domineren of dat we allemaal op een dag insecten zullen eten dan dat er een ernstig gewapend conflict zal uitbreken op ons eigen grondgebied.

De kans dat je wordt uitgelachen, is vrij groot. Ook al hebben we oorlog meegemaakt en horen we dagelijks over oorlogen in andere landen, een oorlog in Nederland is een komische suggestie – alsof je iemand in de bloei van zijn leven de mogelijkheid voorspiegelt van een levensbedreigende hersentumor. Ook na vijf jaar crisis gaat het te goed met ons om na te denken over dit soort doemscenario’s. Exemplarisch hiervoor waren de bezuinigingen op defensie. We voelen ons dusdanig veilig en verzekerd van vrede dat het weghakken van grote delen van ons leger geen serieuze bezwaren opleverde vanuit de maatschappij – alsof we bewust besluiten om door te roken, omdat we ons niet kunnen voorstellen dat we ooit kanker zullen krijgen.

De komende jaren hebben de naïevelingen waarschijnlijk nog gelijk ook. Gewapende conflicten lijken ook in de nabije toekomst voorbehouden aan de Afrikaanse, Arabische en Aziatische delen van deze wereld. Hoe ongezellig het ook is op de eurotoppen, niemand spreekt oorlogstaal, niemand mobiliseert de troepen. Chagrijnig doch vredig kabbelen we in de richting van de Verenigde Staten van Europa. Hierin lijkt ook in het komende decennium geen verandering te komen.

Toch is het ook weer niet zó onwaarschijnlijk. Naar verwachting ben ik nog meer dan vijftig jaar in leven. Vijftig jaar zonder oorlog is lang op dit continent. Alle parameters zijn aanwezig: de economie krimpt, de werkloosheid is torenhoog en de vooruitzichten zijn ongunstig. Duitsland wil zijn geld terug. Spanje en Griekenland willen hun leven terug. Dan mogen we allerlei mensenrechtenverklaringen en verdragen en internationale rechtbanken in het leven hebben geroepen, het ondenkbare is nog steeds verre van ondenkbaar. Dit blijft Europa, een notoir kruitvat, waar de vraag niet is óf er ooit nog oorlog uitbreekt, maar wanneer. Ik zou niet weten waarom de 21ste eeuw een uitzondering zou zijn op deze regel.

Dus ziehier een scenario. De economische malaise in Zuid- Europa houdt aan of keert terug. Een aantal verkozen Griekse, Italiaanse en Spaanse premiers moet opnieuw het veld ruimen, omdat ze weigeren te bezuinigen. Met druk uit het Noorden worden er telkens weer pro-Europese politici geïnstalleerd. De werkloze Zuid-Europese jongere komt zijn geluk zoeken in Nederland en Duitsland. Na een aantal immigratiegolven hebben steeds meer volkswijken een uitgesproken Zuid-Europees gezicht. De nieuwe minderheid spreekt, net als de al aanwezige Oost-Europese migranten, nauwelijks Nederlands. Ze integreren niet, ze zijn arm, ontevreden en oververtegenwoordigd in de bijstand en de criminaliteit. Een aantal incidenten volgt. Er gaan verhalen over een lynchpartij. In Zuid-Duitse steden schijnen racistische knokploegen rond te lopen. Een politieagent schiet een jonge Spanjaard dood. Hierop volgen rellen tussen autochtonen en allochtonen. De politie grijpt hardhandig in. Hierbij vallen vele Spaanse en Italiaanse doden.

In Zuid-Europa is er ondertussen steeds meer onvrede over de benarde situatie van Zuid-Europese migranten in de noordelijke lidstaten. De populistische oppositie organiseert op eigen houtje verkiezingen en neemt met geweld de macht over van de pro-Europese bezuinigers. Een aantal Zuid-Europese toppen wordt georganiseerd. Daar klinkt steeds vijandiger taal: als de Noord-Europese landen hun Spaanse, Italiaanse en Griekse minderheden niet beschermen, dan moeten Spanje, Italië en Griekenland zelf maar troepen sturen om hun onderdanen te beschermen, schreeuwen de populisten, aangemoedigd door hun volk.

Op een dag, ergens in de komende vijf decennia, voegen ze de daad bij het woord. Zo ondenkbaar is het niet.

Rosanne Hertzberger is moleculair microbioloog.

(Deze column verscheen in NRC Handelsblad van zaterdag 29 december 2012)

Overname door derden is niet toegestaan

donderdag 11 oktober 2012

Niemand weet zich goed raad met de dood

Recensie van de film Gesneuveld

Regie: Robert Oey.
In: 6 bioscopen.


Kadetten, Koninklijke Militaire Academie. 

Tussen 2006 en 2010 sneuvelden 25 Nederlandse militairen in Afghanistan. „Niemand kan begrijpen wat de ander voelt”, zegt een van de geïnterviewden in Gesneuveld, Robert Oey’s documentaire over de nabestaanden van deze omgekomen militairen. Zijn film doet een poging wél te begrijpen wat de ander voelt en komt daarin heel ver. Er zijn de bekende gemeenplaatsen als het gaat over de dood, zoals „het leven gaat door”. Ook passeren netjes alle stadia van rouwverwerking de revue, van ontkenning tot acceptatie.

Maar door Oey’s gedetailleerde aanpak ontstijgt zijn film al snel zulke algemeenheden. Een aantal nabestaanden mag uitgebreid zijn of haar verhaal doen over hoe zij omgaan met hun grote verlies. Zo ontstaat een staalkaart van emoties. Op subtiele wijze brengt Oey al hun reacties onder in een slimme structuur, van de militaire ‘berichtgevers’ in burgerkleding die doodsberichten moeten overbrengen aan families naar een herdenkingsbijeenkomst; en van Nederland naar Kunduz en weer terug. De film eindigt met beelden van een feestende massa op het eindejaarsgala van de Koninklijke Militaire Academie. Een passende illustratie dat het leven inderdaad doorgaat.

In de proloog en epiloog van Gesneuveld zien we hetzelfde meisje op het strand spelen. Eerst in Nederland, later in Engeland. Het lijkt een onschuldig en zelfs hoopgevend beeld, maar halverwege de film blijkt dat zij uit schuldgevoel over de dood van haar vader haar vingers in een staafmixer stopte. Als haar moeder hulp zoekt bij Defensie wordt zij doorverwezen naar bureau Jeugdzorg, met als argument dat Defensie ook niet zo goed weet hoe om te gaan met zulke heftige zaken. Dat niemand raad weet met de dood en het onvermogen om over verdriet te praten loopt als een rode draad door Gesneuveld.

Meer nog dan de interviews, die vaak emotioneel verlopen, zijn het details die aangrijpen. Zoals een scène waarin een jongetje op de trompet van zijn overleden vader probeert te spelen. Of het moment waarop een vrouw en haar dochters de foto’s gaan bekijken van hun verminkte man en vader. Op advies van Defensie was de bij een bomaanslag omgekomen man begraven in een gesloten kist, maar dat gaf een van de dochters het gevoel dat hij er nog was. Zien is geloven, hoe gruwelijk de foto’s waarschijnlijk ook zijn – heel kies laat Oey ze niet zien.

Iedereen rouwt op zijn of haar manier. De een klapt dicht, de ander praat er open over. De een vindt troost in het geloof, de ander is kwaad over de protocollaire blunders die werden gemaakt waardoor zijn zoon omkwam door ‘eigen vuur’. Een moeder die haar oogappel verloor wil eigenlijk ook dood, hoewel ze nog een kind en man heeft.

Zo zit Gesneuveld vol indringende verhalen die laten zien hoe de dood levens verwoest, met echtscheidingen en verwijdering tussen kleinkinderen en schoonmoeders tot gevolg. Daarbij klinkt veelvuldig een klaaglijke klarinet en andere stemmige muziek. Muziek die iets te veel zijn stempel drukt op een verder sobere film.

André Waardenburg

(Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 10 oktober 2012)

(NRC Handelsblad, 10 oktober 2012)