Ruim 1.400 gewonde oudgedienden en actief dienende militairen hebben vandaag en gisteren in het Tweede Kamergebouw in Den Haag een veteranenbijeenkomst bijgewoond. De door de Staten-Generaal georganiseerde samenkomst is gehouden om veteranen erkenning en waardering te tonen voor hun inzet en de daarbij gebrachte offers.
Centraal tijdens de bijeenkomst stond een ontmoeting met de leden van de Eerste en Tweede kamer. Genodigden die tijdens missies gewond zijn geraakt of daarvan psychische schade hebben opgelopen, kregen de kans om hun ervaringen te delen met de volksvertegenwoordigers,die beslissen over het uitzenden van militairen. Ook werden de veteranen toegesproken door minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert en Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.
Respect
“De verhalen die ik hoor, maken diepe indruk op mij”, sprak de minister. “U verdient enorm veel waardering en respect voor de offers die u heeft gebracht.”
Volgens de 87-jarige Gerrib Hartman is een dag als vandaag en de toespraak van de minister belangrijk voor oudgedienden. “Ik was oorlogsvrijwilliger. Het gevoel dat ik had na de bevrijding van Nederland was zo intens mooi. Ik wilde dat geluk anderen ook gunnen. Toch kom je terug met herinneringen die je tekenen. Erkenning en waardering zijn dan noodzakelijk om dat te verwerken.”
De speciaal georganiseerde bijeenkomst is ontstaan op initiatief van enkele Kamerleden. Mede naar aanleiding van het verzoek van getroffen militairen om in gesprek te gaan met parlementariërs, is de samenkomst uiteindelijk tot stand gekomen.
(ministerie van Defensie, 9 november 2013)
Posts tonen met het label veteranen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label veteranen. Alle posts tonen
zaterdag 9 november 2013
dinsdag 8 oktober 2013
Landmacht zamelt geld in voor gewonde collega’s
Op donderdag 10 oktober zamelen circa 1300 medewerkers van de Koninklijke Landmacht via een sportief evenement geld in voor hun gewonde collega’s.
Deze groep gewonden hebben offers gebracht voor de vrede en vrijheid van Nederland en verdienen erkenning en waardering van zowel Defensie als van de samenleving. Via dit evenement wordt deze waardering en verbondenheid extra onderstreept. Op en rond de historische locatie de Grebbeberg haalt de Landmacht met 100 loopteams en circa 90 fietsteams geld op voor gewonde collega’s. Elk team betaalt een minimaal bedrag aan inschrijfgeld en kan eventueel ook door andere collega’s gesponsord worden. De beide sportieve onderdelen zijn zodanig ingericht dat ook gewonden kunnen deelnemen.
De vereniging ‘De Gewonde Soldaat’
Dit jaar gaat de opbrengst van het evenement de Grebbeberg Masters naar de vereniging ‘De Gewonde soldaat’. Een groep van circa 50 militairen, die zware verwondingen hebben opgelopen in Afghanistan, hebben deze Vereniging opgericht met het volgende motto: ”Wij zijn thuisgekomen, maar hebben daar wel een hoge prijs voor betaald. Dagelijks worden we daarmee geconfronteerd omdat we blijvend letsel hebben overgehouden aan de verwondingen die wij opliepen tijdens gevechtsacties. Door alles wat wij hebben meegemaakt, voelen we ons verbonden. Wij zijn gewond geraakt maar niet verslagen”
De vereniging vraagt met dit motto meer begrip, erkenning en waardering voor deze speciale groep veteranen die zware verwondingen hebben opgelopen tijdens hun uitzending. De vereniging heeft al een goede bestemming voor het geld; gezamenlijke deelname aan een internationaal sportevenement voor gewonde militairen in de VS en de aanschaf van handbikes. De Landmacht hoopt op deze dag’, waarin saamhorigheid de boventoon voert, een mooi bedrag op te halen voor de vereniging ‘De Gewonde Soldaat’.
(ministerie van Defensie, 8 oktober 2013)
Deze groep gewonden hebben offers gebracht voor de vrede en vrijheid van Nederland en verdienen erkenning en waardering van zowel Defensie als van de samenleving. Via dit evenement wordt deze waardering en verbondenheid extra onderstreept. Op en rond de historische locatie de Grebbeberg haalt de Landmacht met 100 loopteams en circa 90 fietsteams geld op voor gewonde collega’s. Elk team betaalt een minimaal bedrag aan inschrijfgeld en kan eventueel ook door andere collega’s gesponsord worden. De beide sportieve onderdelen zijn zodanig ingericht dat ook gewonden kunnen deelnemen.
De vereniging ‘De Gewonde Soldaat’
Dit jaar gaat de opbrengst van het evenement de Grebbeberg Masters naar de vereniging ‘De Gewonde soldaat’. Een groep van circa 50 militairen, die zware verwondingen hebben opgelopen in Afghanistan, hebben deze Vereniging opgericht met het volgende motto: ”Wij zijn thuisgekomen, maar hebben daar wel een hoge prijs voor betaald. Dagelijks worden we daarmee geconfronteerd omdat we blijvend letsel hebben overgehouden aan de verwondingen die wij opliepen tijdens gevechtsacties. Door alles wat wij hebben meegemaakt, voelen we ons verbonden. Wij zijn gewond geraakt maar niet verslagen”
De vereniging vraagt met dit motto meer begrip, erkenning en waardering voor deze speciale groep veteranen die zware verwondingen hebben opgelopen tijdens hun uitzending. De vereniging heeft al een goede bestemming voor het geld; gezamenlijke deelname aan een internationaal sportevenement voor gewonde militairen in de VS en de aanschaf van handbikes. De Landmacht hoopt op deze dag’, waarin saamhorigheid de boventoon voert, een mooi bedrag op te halen voor de vereniging ‘De Gewonde Soldaat’.
(ministerie van Defensie, 8 oktober 2013)
vrijdag 4 oktober 2013
Nazorg ISAF-veteranen
[Passage uit: 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013']
4. ISAF-nazorg
De ISAF-missie in Uruzgan van februari 2006 tot augustus 2010 was een van de grootste naoorlogse militaire operaties van de Nederlandse krijgsmacht. In totaal zijn bijna 20.000 militairen uitgezonden naar Afghanistan, waarvan ruim 6.000 inmiddels niet meer bij Defensie werkzaam zijn (per 1 september 2013). Van deze militairen is ongeveer 25 procent meer dan één keer uitgezonden. Zoals ik in het notaoverleg van 24 juni jl. heb gemeld, ontwikkelt de behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. Ik zal de stand van zaken nader toelichten.
4.1. Nazorg gewonden
Zoals mijn ambtsvoorganger vorig jaar heeft gemeld in een brief over de nazorg van ISAF (Kamerbrief 30 139, nr. 101), zijn bij de Uruzgan-missie 144 militairen tijdens gevechtsacties gewond geraakt. Van de 58 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum (MRC) zijn er nu nog twee in behandeling. Bij deze fysiek gewonde militairen is veelal sprake van een blijvende beperking bijvoorbeeld als gevolg van een amputatie. Uit onderzoek blijkt dat zij vooral moeite hebben met de veranderingen in mobiliteit en, als gevolg daarvan, hun loopbaanperspectief. Dit is mede aanleiding geweest om op het MRC een nieuw sportcomplex te bouwen en dat te voorzien van moderne apparatuur op het gebied van mobiliteitsverbeteringen. Daarnaast kan het MRC de revaliderende militair voorzien van de beste aanpassingen op het gebied van prothese- en orthesevoorzieningen. Het MRC is met deze ontwikkelingen in staat de brugfunctie van zorg naar maximaal participatief vermogen optimaal vorm te geven. Het MRC is tevens samenwerkingsverbanden aangegaan met gerenommeerde civiele zorginstellingen waaronder de Sint Maartenskliniek.
Doelstelling hierbij is kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling van zorgprogramma’s waarbij het zorgniveau voor veteranen gewaarborgd blijft.
De gewonde veteranen worden bij hun re-integratie intensief begeleid door hun operationele commando. Zij keren na de revalidatie in eerste instantie terug naar hun eigen eenheid. Vervolgens wordt na enige tijd bezien in hoeverre zij terug kunnen naar hun oorspronkelijke functie of een andere functie binnen de eenheid. In goed overleg met betrokkene en afhankelijk van de beperking wordt een re-integratietraject afgesproken en wordt gelegenheid geboden een studie te volgen. De meesten zijn thans, in afwachting van de voltooiing van het re-integratietraject, nog in dienst als militair. Als blijkt dat zij niet meer als militair kunnen functioneren, wordt gezocht naar een militaire functie met dispensatie of een passende burgerfunctie binnen Defensie. Begeleiding naar een functie buiten Defensie is ook mogelijk, maar pas wanneer daarover met de gewonde veteraan overeenstemming is bereikt.
4.2. Ontwikkeling zorgvraag
In de eerder genoemde brief over de nazorg van ISAF is tevens een analyse van de ingevulde vragenlijsten opgenomen. Uit deze analyse blijkt dat voor drie procent van de ingevulde vragenlijsten zorgtrajecten op medische gronden worden gestart, negen procent op psychosociale gronden en twee procent vanwege een combinatie van beide. Een actueel en compleet overzicht van de voortgang van de zorgtrajecten is niet te geven. Het probleem is dat deze informatie ligt besloten in individuele medische dossiers bij de eerstelijns en tweedelijns gezondheidszorg (waaronder MGGZ) binnen en buiten Defensie. Inzage kan alleen verkregen worden na toestemming van de betrokken militair. Het is wel mogelijk een overzicht te genereren van bijvoorbeeld alle PTTS-gevallen onder Nederlandse militairen, maar niet het aantal PTSS-gevallen dat
gerelateerd is aan de missie in Uruzgan.
Wel is er op een andere manier inzicht te krijgen in hoe het met de ISAF-veteraan gaat. Zo registreert het Vi het aantal aanmeldingen van Uruzgan-veteranen voor hulpverlening bij het CAP. Dit is in onderstaande tabel voor de periode 2007 tot en met 2012 in absolute aantallen en als percentage van het totaal aantal aanmeldingen weergegeven.
Uit het overzicht blijkt dat het percentage hulpvragen van ISAF-veteranen in de laatste drie jaar is toegenomen, maar in verhouding tot de grootte van de groep beperkt blijft. Ik realiseer mij hierbij dat een onbekend aantal veteranen langs een andere weg zorg aanvraagt en in dit overzicht niet is opgenomen. Verder meldt de stichting De Basis dat in 2012 en 2013 steeds meer jonge veteranen (missies vanaf 1980) zich aanmelden ten opzichte van oudere veteranen. Ook wordt de tijd tussen aanmelding en uitzending korter, waarschijnlijk doordat de bekendheid van het zorgsysteem voor veteranen toeneemt. Voorts melden steeds meer (jonge) veteranen en gezinnen zich met complexe problemen. Vooralsnog is er geen sprake van een opvallend groot aantal Uruzgan-veteranen. Pagina 5 van 18
4.3. Wetenschappelijk onderzoek
Er is dit jaar een wetenschappelijk onderzoek voltooid naar de psychische gezondheid van militairen na uitzending. Hiertoe zijn alle militairen die in de periode van 2008 tot 2010 zijn uitgezonden vergeleken met de totale groep van niet-uitgezonden militairen. Uit de resultaten bleek dat naar verhouding de uitgezonden militairen gedurende het eerste jaar na uitzending vaker gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg dan niet-uitgezonden militairen. Er is bij deze groep sprake van meer aanpassingsproblemen en angststoornissen (waaronder PTSS). Van de ruim 750 consultaties bij de MGGZ in de onderzoeksperiode werd in ruim 50 gevallen de diagnose PTSS gesteld. Ongeveer 200 militairen hadden last van aanpassingsproblemen. Een kwart van de veteranen kreeg pas meer dan een half jaar na de traumatische gebeurtenis klachten. In absolute zin daarentegen was in de eerste twee jaar na uitzending sprake van gemiddeld slechts één extra consultatie per 1.000 militairen per maand. Bovendien bleef het aantal consultaties bij de uitgezonden militairen beneden het gemiddelde aantal onder de Nederlandse bevolking.
Bij deze getallen plaatsen de onderzoekers enige kanttekeningen. Ten eerste is bekend dat PTSS-klachten zich vaak na enige jaren openbaren. Gelukkig is de beeldvorming rondom psychische klachten in de krijgsmacht de laatste jaren veranderd en is de drempel om (medische) hulp te zoeken lager geworden. Ten tweede is alleen de periode van 2008 tot 2010 onderzocht, terwijl militairen al vanaf 2002 in het kader van ISAF zijn uitgezonden. Ten derde beperkt dit onderzoek zich tot militairen die door de MGGZ behandeld zijn en blijven veteranen die niet bij Defensie in behandeling zijn buiten beschouwing. Het werkelijke aantal veteranen met PTSS uit deze groep is naar verwachting groter en zal de komende jaren waarschijnlijk verder toenemen.
4.4. Conclusie
De behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen ontwikkelt zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. De revalidatiemogelijkheden van gewonde militairen uit Uruzgan worden met nieuwe technieken verder verbeterd. De re-integratie van deze groep is met intensieve begeleiding gaande. Een actueel overzicht van overige medische en psychische klachten gerelateerd aan ISAF is moeilijk te geven in verband met de vertrouwelijkheid van medische gegevens. Wel wijst onderzoek erop dat de hoeveelheid psychische klachten (waaronder PTSS) kan oplopen. Het is belangrijk zicht te houden op de verdere ontwikkeling van deze klachten zodat het zorgaanbod hierop kan worden afgestemd. Hiervoor zal het registratiesysteem van het LZV in de toekomst waardevolle informatie opleveren. Het systeem zou in 2015 volledig operationeel moeten zijn. Voorts zal ik onderzoeken of informatie uit de verschillende medische systemen van Defensie (anoniem) kan worden ontsloten en gekoppeld. In de Veteranennota van 2014 zal ik aan beide aspecten opnieuw aandacht besteden.
(...)
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 30 september 2013)
4. ISAF-nazorg
De ISAF-missie in Uruzgan van februari 2006 tot augustus 2010 was een van de grootste naoorlogse militaire operaties van de Nederlandse krijgsmacht. In totaal zijn bijna 20.000 militairen uitgezonden naar Afghanistan, waarvan ruim 6.000 inmiddels niet meer bij Defensie werkzaam zijn (per 1 september 2013). Van deze militairen is ongeveer 25 procent meer dan één keer uitgezonden. Zoals ik in het notaoverleg van 24 juni jl. heb gemeld, ontwikkelt de behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. Ik zal de stand van zaken nader toelichten.
4.1. Nazorg gewonden
Zoals mijn ambtsvoorganger vorig jaar heeft gemeld in een brief over de nazorg van ISAF (Kamerbrief 30 139, nr. 101), zijn bij de Uruzgan-missie 144 militairen tijdens gevechtsacties gewond geraakt. Van de 58 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum (MRC) zijn er nu nog twee in behandeling. Bij deze fysiek gewonde militairen is veelal sprake van een blijvende beperking bijvoorbeeld als gevolg van een amputatie. Uit onderzoek blijkt dat zij vooral moeite hebben met de veranderingen in mobiliteit en, als gevolg daarvan, hun loopbaanperspectief. Dit is mede aanleiding geweest om op het MRC een nieuw sportcomplex te bouwen en dat te voorzien van moderne apparatuur op het gebied van mobiliteitsverbeteringen. Daarnaast kan het MRC de revaliderende militair voorzien van de beste aanpassingen op het gebied van prothese- en orthesevoorzieningen. Het MRC is met deze ontwikkelingen in staat de brugfunctie van zorg naar maximaal participatief vermogen optimaal vorm te geven. Het MRC is tevens samenwerkingsverbanden aangegaan met gerenommeerde civiele zorginstellingen waaronder de Sint Maartenskliniek.
Doelstelling hierbij is kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling van zorgprogramma’s waarbij het zorgniveau voor veteranen gewaarborgd blijft.
De gewonde veteranen worden bij hun re-integratie intensief begeleid door hun operationele commando. Zij keren na de revalidatie in eerste instantie terug naar hun eigen eenheid. Vervolgens wordt na enige tijd bezien in hoeverre zij terug kunnen naar hun oorspronkelijke functie of een andere functie binnen de eenheid. In goed overleg met betrokkene en afhankelijk van de beperking wordt een re-integratietraject afgesproken en wordt gelegenheid geboden een studie te volgen. De meesten zijn thans, in afwachting van de voltooiing van het re-integratietraject, nog in dienst als militair. Als blijkt dat zij niet meer als militair kunnen functioneren, wordt gezocht naar een militaire functie met dispensatie of een passende burgerfunctie binnen Defensie. Begeleiding naar een functie buiten Defensie is ook mogelijk, maar pas wanneer daarover met de gewonde veteraan overeenstemming is bereikt.
4.2. Ontwikkeling zorgvraag
In de eerder genoemde brief over de nazorg van ISAF is tevens een analyse van de ingevulde vragenlijsten opgenomen. Uit deze analyse blijkt dat voor drie procent van de ingevulde vragenlijsten zorgtrajecten op medische gronden worden gestart, negen procent op psychosociale gronden en twee procent vanwege een combinatie van beide. Een actueel en compleet overzicht van de voortgang van de zorgtrajecten is niet te geven. Het probleem is dat deze informatie ligt besloten in individuele medische dossiers bij de eerstelijns en tweedelijns gezondheidszorg (waaronder MGGZ) binnen en buiten Defensie. Inzage kan alleen verkregen worden na toestemming van de betrokken militair. Het is wel mogelijk een overzicht te genereren van bijvoorbeeld alle PTTS-gevallen onder Nederlandse militairen, maar niet het aantal PTSS-gevallen dat
gerelateerd is aan de missie in Uruzgan.
Wel is er op een andere manier inzicht te krijgen in hoe het met de ISAF-veteraan gaat. Zo registreert het Vi het aantal aanmeldingen van Uruzgan-veteranen voor hulpverlening bij het CAP. Dit is in onderstaande tabel voor de periode 2007 tot en met 2012 in absolute aantallen en als percentage van het totaal aantal aanmeldingen weergegeven.
Uit het overzicht blijkt dat het percentage hulpvragen van ISAF-veteranen in de laatste drie jaar is toegenomen, maar in verhouding tot de grootte van de groep beperkt blijft. Ik realiseer mij hierbij dat een onbekend aantal veteranen langs een andere weg zorg aanvraagt en in dit overzicht niet is opgenomen. Verder meldt de stichting De Basis dat in 2012 en 2013 steeds meer jonge veteranen (missies vanaf 1980) zich aanmelden ten opzichte van oudere veteranen. Ook wordt de tijd tussen aanmelding en uitzending korter, waarschijnlijk doordat de bekendheid van het zorgsysteem voor veteranen toeneemt. Voorts melden steeds meer (jonge) veteranen en gezinnen zich met complexe problemen. Vooralsnog is er geen sprake van een opvallend groot aantal Uruzgan-veteranen. Pagina 5 van 18
4.3. Wetenschappelijk onderzoek
Er is dit jaar een wetenschappelijk onderzoek voltooid naar de psychische gezondheid van militairen na uitzending. Hiertoe zijn alle militairen die in de periode van 2008 tot 2010 zijn uitgezonden vergeleken met de totale groep van niet-uitgezonden militairen. Uit de resultaten bleek dat naar verhouding de uitgezonden militairen gedurende het eerste jaar na uitzending vaker gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg dan niet-uitgezonden militairen. Er is bij deze groep sprake van meer aanpassingsproblemen en angststoornissen (waaronder PTSS). Van de ruim 750 consultaties bij de MGGZ in de onderzoeksperiode werd in ruim 50 gevallen de diagnose PTSS gesteld. Ongeveer 200 militairen hadden last van aanpassingsproblemen. Een kwart van de veteranen kreeg pas meer dan een half jaar na de traumatische gebeurtenis klachten. In absolute zin daarentegen was in de eerste twee jaar na uitzending sprake van gemiddeld slechts één extra consultatie per 1.000 militairen per maand. Bovendien bleef het aantal consultaties bij de uitgezonden militairen beneden het gemiddelde aantal onder de Nederlandse bevolking.
Bij deze getallen plaatsen de onderzoekers enige kanttekeningen. Ten eerste is bekend dat PTSS-klachten zich vaak na enige jaren openbaren. Gelukkig is de beeldvorming rondom psychische klachten in de krijgsmacht de laatste jaren veranderd en is de drempel om (medische) hulp te zoeken lager geworden. Ten tweede is alleen de periode van 2008 tot 2010 onderzocht, terwijl militairen al vanaf 2002 in het kader van ISAF zijn uitgezonden. Ten derde beperkt dit onderzoek zich tot militairen die door de MGGZ behandeld zijn en blijven veteranen die niet bij Defensie in behandeling zijn buiten beschouwing. Het werkelijke aantal veteranen met PTSS uit deze groep is naar verwachting groter en zal de komende jaren waarschijnlijk verder toenemen.
4.4. Conclusie
De behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen ontwikkelt zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. De revalidatiemogelijkheden van gewonde militairen uit Uruzgan worden met nieuwe technieken verder verbeterd. De re-integratie van deze groep is met intensieve begeleiding gaande. Een actueel overzicht van overige medische en psychische klachten gerelateerd aan ISAF is moeilijk te geven in verband met de vertrouwelijkheid van medische gegevens. Wel wijst onderzoek erop dat de hoeveelheid psychische klachten (waaronder PTSS) kan oplopen. Het is belangrijk zicht te houden op de verdere ontwikkeling van deze klachten zodat het zorgaanbod hierop kan worden afgestemd. Hiervoor zal het registratiesysteem van het LZV in de toekomst waardevolle informatie opleveren. Het systeem zou in 2015 volledig operationeel moeten zijn. Voorts zal ik onderzoeken of informatie uit de verschillende medische systemen van Defensie (anoniem) kan worden ontsloten en gekoppeld. In de Veteranennota van 2014 zal ik aan beide aspecten opnieuw aandacht besteden.
(...)
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 30 september 2013)
donderdag 22 augustus 2013
Grote groep actief dienende militairen nu ook veteraan
| Draaginsigne Veteranen |
In Vlissingen kregen de bijna 170 opvarenden van het M-fregat Zr.Ms. Van Speijk naast het insigne ook de veteranenpas. Het schip is actief geweest voor de antipiraterijmissie Ocean Shield van de NAVO.
Handboek
De komende maanden krijgen alle ‘nieuwe’ veteranen bij Defensie hun Draaginsigne Veteranen en het Handboek Veteraan uitgereikt. Op de Veteranendag op 29 juni reikte Minister Jeanine Hennis op het Binnenhof de eerste draaginsignes voor veteranen uit aan militairen in werkelijke dienst. Toen aan slechts een vertegenwoordiger per krijgsmachtdeel.
Waardering
Het Draaginsigne Veteranen is in 2003 ingevoerd, maar werd tot 29 juni van dit jaar alleen uitgereikt aan militairen die niet meer actief dienden. Het symboliseert een algemene waardering voor het belangrijke en risicovolle werk dat veteranen in het verleden hebben verricht. Daarnaast heeft het een belangrijke functie voor de herkenning van veteranen onderling.
(ministerie van Defensie, 22 augustus 2013)
zaterdag 29 juni 2013
Toespraak minister Hennis-Plasschaert op Veteranendag 2013
Majesteit, excellenties, veteranen, aangetreden militairen, dames en heren, jongens en meisjes,
Vandaag, op deze bijzondere dag,eert Nederland zijn veteranen. Nederlandse Veteranendag,
ingesteld in 2005 als persoonlijke wens van Prins Bernhard vanwege zijn bijzondere, warme band met onze veteranen.
En juist vandaag is het 29 juni, de geboortedag van Prins Bernhard.
Dat maakt deze Veteranendag extra bijzonder, evenals de aanwezigheid van onze Koning, die zo
dadelijk het defilé zal afnemen.
Ons land telt 130.000 veteranen.Het zijn mannen en vrouwen die veel hebben meegemaakt, veel
hebben gepresteerd en grote verantwoordelijkheid hebben gedragen.
Niet zelden in situaties van spanning en gevaar. Je moet het maar kunnen!
En juist daarom spreken wij vandaag, op de Nederlandse Veteranendag, ons respect uit
Maatschappelijke erkenning en waardering voor onze militairen en hun inzet, het is voor mij een
belangrijk speerpunt.
‘Thank you for serving’. In Amerika veel gehoord. Op straat, in winkels, restaurants en waar dan ook. In Nederland is die openlijke waardering lange tijd helemaal niet zo vanzelfsprekend geweest. Maar we boeken vooruitgang. En ik ben ervan overtuigd dat een dag als vandaag hierbij een belangrijke rol speelt.
Ook ons parlement zet zich hier enorm voor in.Onze volksvertegenwoordigers hebben bijvoorbeeld
hard geknokt voor de totstandkoming van de Veteranenwet. De bijzondere zorgplicht voor veteranen
is nu dan eindelijk wettelijk verankerd.En op dit moment wordt er hard gewerkt aan de verdere
uitwerking van deze wet.
Ik noem bijvoorbeeld:
· een ombudsman speciaal voor veteranen
· De oprichting van één veteranenloket
· De ereschuld waarvan inmiddels het merendeel is uitbetaald
Ook de uitgezonden militairen in werkelijke dienst, komen nu in aanmerking voor de veteranenstatus. En voor het eerst zal ik zo meteen -samen met mevrouw Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA, de veteranenspeld uitreiken aan actief dienende militairen. Een mooi moment van zichtbare erkenning én waardering!
Majesteit, geachte aanwezigen,
De aangetreden militairen rechts van ons zijn onlangs teruggekeerd van missies in Burundi, Bosnië, Israël en de Palestijnse gebieden, Kosovo, Afghanistan en Zuid-Soedan.
Graag wil ik vier van hen aan u voorstellen.
Allereerst marinier Smit van de Koninklijke Marine. Marinier Smit,gisteren was u nog op oefening in de heuvels van Engeland, vandaag alweer hier in Den Haag in verband met onder meer uw uitzending naar Afghanistan. Actief dienend bent u zeker! In Kabul werkte u als chauffeur en beveiliger. U bracht specialisten veilig ter plekke zodat ze cruciale apparatuur konden repareren. Of - in uw eigen woorden - u zorgde ervoor dat ‘de jongens en meiden van de missie goed hun werk konden doen’.Cruciale inzet achter de schermen dus. Marinier Smit, Dank daarvoor!
Majoor Both van de Koninklijke Landmacht, u bent uitgezonden geweest naar Zuid-Sudan.
Een land waar de afgelopen dertig jaar alleen maar is gevochten, een land dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Als officier civiel-militaire samenwerking heeft u bijgedragen aan de eerste voorzichtige stappen op weg naar duurzame vrede. Majoor Both, dank aan u! Dank voor uw inzet.
Sergeant Rijnsent van de Koninklijke Luchtmacht, ik heb u vorig jaar mogen ontmoeten tijdens mijn bezoek aan de troepen in Noord-Afghanistan. U heeft als militair verpleegkundige vanuit Masar-e-Sharif de medische evacuaties gecoördineerd.Een cruciale taak want de juiste zorg voor onze
militairen is van groot belang! Ook aan u: Dank voor uw inzet!
En als laatste, adjudant Van der Wal van de Koninklijke Marechaussee Adjudant Van der Wal, als digitaal rechercheur in Afghanistan spoorde u de makers van bermbommen op. In uw eigen woorden: ‘Al kan ik maar één militair- of burgerslachtoffer voorkomen, dan heeft het al zin gehad.’U hebt mét uw team successen geboekt en daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Adjudant van der Wal, zeer veel dank!
Dames en heren,
Onze veteranen kunnen hun werk vooral doen dankzij de voortdurende steun van hun thuisfront.Zonder thuisfront, geen inzet! Daarom vraag ik u om met mij nog één keer heel hard te klappen. Een applaus voor de familie, vrienden en collega’s van al onze veteranen!
Zo dadelijk zal ik overgaan tot het uitreiken van de herinneringsmedailles vredesoperaties voor de genoemde missies. Een onderscheiding van de regering ter herinnering aan uw bijzondere inzet namens Nederland in het buitenland. Ik reik deze onderscheiding uit, samen met onze premier, de Commandant der Strijdkrachten en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.
Daarna zal ik,zoals gezegd,samen met mevrouw Eijsink, de veteranenspeld uitreiken aan vier veteranen in actieve dienst. Deze vier staan symbool voor de dertigduizend militairen die zich voortaan ook veteraan mogen noemen.
Dames en heren,
Voor u staat een trotse minister. En ik ben de militairen dankbaar voor hun inzet.
(ministerie van Defensie, 29 juni 2013)
Vandaag, op deze bijzondere dag,eert Nederland zijn veteranen. Nederlandse Veteranendag,
ingesteld in 2005 als persoonlijke wens van Prins Bernhard vanwege zijn bijzondere, warme band met onze veteranen.
En juist vandaag is het 29 juni, de geboortedag van Prins Bernhard.
Dat maakt deze Veteranendag extra bijzonder, evenals de aanwezigheid van onze Koning, die zo
dadelijk het defilé zal afnemen.
Ons land telt 130.000 veteranen.Het zijn mannen en vrouwen die veel hebben meegemaakt, veel
hebben gepresteerd en grote verantwoordelijkheid hebben gedragen.
Niet zelden in situaties van spanning en gevaar. Je moet het maar kunnen!
En juist daarom spreken wij vandaag, op de Nederlandse Veteranendag, ons respect uit
Maatschappelijke erkenning en waardering voor onze militairen en hun inzet, het is voor mij een
belangrijk speerpunt.
‘Thank you for serving’. In Amerika veel gehoord. Op straat, in winkels, restaurants en waar dan ook. In Nederland is die openlijke waardering lange tijd helemaal niet zo vanzelfsprekend geweest. Maar we boeken vooruitgang. En ik ben ervan overtuigd dat een dag als vandaag hierbij een belangrijke rol speelt.
Ook ons parlement zet zich hier enorm voor in.Onze volksvertegenwoordigers hebben bijvoorbeeld
hard geknokt voor de totstandkoming van de Veteranenwet. De bijzondere zorgplicht voor veteranen
is nu dan eindelijk wettelijk verankerd.En op dit moment wordt er hard gewerkt aan de verdere
uitwerking van deze wet.
Ik noem bijvoorbeeld:
· een ombudsman speciaal voor veteranen
· De oprichting van één veteranenloket
· De ereschuld waarvan inmiddels het merendeel is uitbetaald
Ook de uitgezonden militairen in werkelijke dienst, komen nu in aanmerking voor de veteranenstatus. En voor het eerst zal ik zo meteen -samen met mevrouw Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA, de veteranenspeld uitreiken aan actief dienende militairen. Een mooi moment van zichtbare erkenning én waardering!
Majesteit, geachte aanwezigen,
De aangetreden militairen rechts van ons zijn onlangs teruggekeerd van missies in Burundi, Bosnië, Israël en de Palestijnse gebieden, Kosovo, Afghanistan en Zuid-Soedan.
Graag wil ik vier van hen aan u voorstellen.
Allereerst marinier Smit van de Koninklijke Marine. Marinier Smit,gisteren was u nog op oefening in de heuvels van Engeland, vandaag alweer hier in Den Haag in verband met onder meer uw uitzending naar Afghanistan. Actief dienend bent u zeker! In Kabul werkte u als chauffeur en beveiliger. U bracht specialisten veilig ter plekke zodat ze cruciale apparatuur konden repareren. Of - in uw eigen woorden - u zorgde ervoor dat ‘de jongens en meiden van de missie goed hun werk konden doen’.Cruciale inzet achter de schermen dus. Marinier Smit, Dank daarvoor!
Majoor Both van de Koninklijke Landmacht, u bent uitgezonden geweest naar Zuid-Sudan.
Een land waar de afgelopen dertig jaar alleen maar is gevochten, een land dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Als officier civiel-militaire samenwerking heeft u bijgedragen aan de eerste voorzichtige stappen op weg naar duurzame vrede. Majoor Both, dank aan u! Dank voor uw inzet.
Sergeant Rijnsent van de Koninklijke Luchtmacht, ik heb u vorig jaar mogen ontmoeten tijdens mijn bezoek aan de troepen in Noord-Afghanistan. U heeft als militair verpleegkundige vanuit Masar-e-Sharif de medische evacuaties gecoördineerd.Een cruciale taak want de juiste zorg voor onze
militairen is van groot belang! Ook aan u: Dank voor uw inzet!
En als laatste, adjudant Van der Wal van de Koninklijke Marechaussee Adjudant Van der Wal, als digitaal rechercheur in Afghanistan spoorde u de makers van bermbommen op. In uw eigen woorden: ‘Al kan ik maar één militair- of burgerslachtoffer voorkomen, dan heeft het al zin gehad.’U hebt mét uw team successen geboekt en daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Adjudant van der Wal, zeer veel dank!
Dames en heren,
Onze veteranen kunnen hun werk vooral doen dankzij de voortdurende steun van hun thuisfront.Zonder thuisfront, geen inzet! Daarom vraag ik u om met mij nog één keer heel hard te klappen. Een applaus voor de familie, vrienden en collega’s van al onze veteranen!
Zo dadelijk zal ik overgaan tot het uitreiken van de herinneringsmedailles vredesoperaties voor de genoemde missies. Een onderscheiding van de regering ter herinnering aan uw bijzondere inzet namens Nederland in het buitenland. Ik reik deze onderscheiding uit, samen met onze premier, de Commandant der Strijdkrachten en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.
Daarna zal ik,zoals gezegd,samen met mevrouw Eijsink, de veteranenspeld uitreiken aan vier veteranen in actieve dienst. Deze vier staan symbool voor de dertigduizend militairen die zich voortaan ook veteraan mogen noemen.
Dames en heren,
Voor u staat een trotse minister. En ik ben de militairen dankbaar voor hun inzet.
(ministerie van Defensie, 29 juni 2013)
woensdag 12 juni 2013
Veteranen gratis naar concert André Rieu
Nederlandse veteranen kunnen op Nationale Veteranendag, 29 juni, gratis naar het concert van André Rieu op het Vrijthof in Maastricht. De veteranen kunnen zich vandaag vanaf 14.00 uur aanmelden op de site van het Veteraneninstituut, www.veteraneninstituut.nl.
Waardering uitdrukken
Alle Nederlandse veteranen zijn welkom, nog in dienst of niet. Rieu drukt met het aanbieden van de stoelen tijdens het concert zijn waardering uit voor de veteranen en hun wereldwijde inzet voor vrede en veiligheid.
Snel inschrijven
Inschrijven kan als volgt. Scroll op de homepage naar beneden en klik op ‘aanmelden concert André Rieu’. Voor veteranen zijn in totaal 3500 kaarten beschikbaar. Iedere veteraan mag een introducé meenemen. De verwachting is dat er veel belangstelling is voor de gratis kaarten. Aangeraden wordt om zo snel mogelijk in te schrijven.
Gratis NS-vervoersbewijs
Op de website kan het aantal personen worden aangegeven, eventueel gebruik van een gratis NS-vervoersbewijs en eventueel gebruik van het gereduceerd overnachtingstarief bij een van de ondersteunende hotels; Amrath Hotels, Crowneplaza Maastricht, NH-Hoteles en Golden Tulip hotels. Wel moeten de veteranen zelf de hotelovernachting boeken.
Magistrale ontvangst
De veteranen worden geacht mee te lopen tijdens de zogenoemde magistrale ontvangst voor aanvang van het concert. Het concert duurt van 21.00 uur tot 00.00 uur.
Dit speciale aanbod wordt ondersteund door André Rieu Productions, de Koninklijke Landmacht, het Veteraneninstituut, de Stichting Nederlandse Veteranendag, de Nederlandse Spoorwegen en de genoemde hotels.
(ministerie van Defensie, 12 juni 2013)
Waardering uitdrukken
Alle Nederlandse veteranen zijn welkom, nog in dienst of niet. Rieu drukt met het aanbieden van de stoelen tijdens het concert zijn waardering uit voor de veteranen en hun wereldwijde inzet voor vrede en veiligheid.
Snel inschrijven
Inschrijven kan als volgt. Scroll op de homepage naar beneden en klik op ‘aanmelden concert André Rieu’. Voor veteranen zijn in totaal 3500 kaarten beschikbaar. Iedere veteraan mag een introducé meenemen. De verwachting is dat er veel belangstelling is voor de gratis kaarten. Aangeraden wordt om zo snel mogelijk in te schrijven.
Gratis NS-vervoersbewijs
Op de website kan het aantal personen worden aangegeven, eventueel gebruik van een gratis NS-vervoersbewijs en eventueel gebruik van het gereduceerd overnachtingstarief bij een van de ondersteunende hotels; Amrath Hotels, Crowneplaza Maastricht, NH-Hoteles en Golden Tulip hotels. Wel moeten de veteranen zelf de hotelovernachting boeken.
Magistrale ontvangst
De veteranen worden geacht mee te lopen tijdens de zogenoemde magistrale ontvangst voor aanvang van het concert. Het concert duurt van 21.00 uur tot 00.00 uur.
Dit speciale aanbod wordt ondersteund door André Rieu Productions, de Koninklijke Landmacht, het Veteraneninstituut, de Stichting Nederlandse Veteranendag, de Nederlandse Spoorwegen en de genoemde hotels.
(ministerie van Defensie, 12 juni 2013)
donderdag 29 november 2012
Krijgsmacht kampt met twee taboes
door Gerard ten Voorde
DOORN – Zelfdoding en relatieproblemen. Twee taboes bij Defensie. Militairen kunnen er tijdens –en ver ná– een missie mee worden geconfronteerd. „Defensie moet hier serieus onderzoek naar doen.”
Erwin Kamp kent de krijgsmacht van binnenuit. De coördinator Geestelijke Verzorging (GV) op het Veteraneninstituut in Doorn is twee keer op missie geweest. Een halfjaar Ethiopië/Eritrea (2000) en vijf maanden Irak (2003). „Met de mariniers.”
Kamp kijkt „heel positief” terug op zijn uitzendingen. „Als gv’er kom je daar meer tot je recht dan in Nederland. Je deelt lief en leed. Je bent aangewezen op elkaar, dat geeft ongekende kameraadschap. En je helpt concreet mee aan de opbouw van een maatschappij, met de bouw van scholen en politiebureaus.”
Kamp is –samen met Michaela Schok– auteur van ”Na de missie”, een boek met tips en tools voor militairen, veteranen en thuisfront. Woensdag sprak de –humanistisch– gv’er in Doorn over z’n pas verschenen boek.
Hoe kijken militairen terug op hun missie?
„Pakweg 90 procent is positief. Zelfs al hebben militairen negatieve ervaringen opgedaan of een stresssyndroom opgelopen, dan nog hadden ze de missie niet willen missen.”
Hoeveel militairen kampen met blijvende problemen?
„Zo’n 4 tot 5 procent houdt klachten, ook op langere termijn. Het verschilt per missie. Uruzgan of Srebrenica is een wereld van verschil. Heeft een militair meer grip op zijn eigen leven, dan heeft hij minder problemen.”
Heeft Defensie voldoende aandacht voor ‘missieproblemen’?
„Ja. Defensie heeft de afgelopen vijftien tot twintig jaar veel geleerd. Uruzgan is heel anders begeleid dan Libanon. We hebben nu een Veteranenwet met een zorgplicht voor Defensie.”
Krijgt een militair voldoende erkenning, waardering?
„Het kan altijd beter. Het maatschappelijk geheugen wat betreft de inzet en slachtoffers in Afghanistan is erg kort. Positief is de Veteranendag.”
U signaleert twee taboes bij de krijgsmacht. Vanwaar?
„Bij Defensie rust er een taboe op zelfdoding en op relatieproblemen. Ik heb geen harde cijfers, maar ik hoor te vaak van militairen die kampen met relatieproblemen. Meer dan in de burgermaatschappij. Van zelfdoding weet ik het niet.”
Wat moet er gebeuren?
„Ik zou willen dat Defensie, vanuit goed werkgeverschap, onderzoek doet. Wat is er van waar? De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen voor een onderzoek naar zelfdoding. Laat Defensie zelf onderzoeken naar relatieproblemen oppakken.”
Waarom gebeurt er niets?
„Als er een verband blijkt te bestaan tussen missies en relatieproblemen, is dat geen promotie voor Defensie.”
Welke suggesties doet u?
„Tijdens elke uitzending wordt een thuisfrontcomité in het leven geroepen. Op de helft van de missie wordt een speciale dag voor het thuisfront georganiseerd. Laten we zo’n comité, en dat is een nieuw pleidooi, na een missie niet direct opheffen, maar in stand houden. Met steun van Defensie. Om de vinger aan de pols te houden.”
Heeft een militair die met zijn vragen bij God terechtkan geen voorsprong op collega’s?
„Ik snap wat u bedoelt. Voor zo’n militair is inderdaad een aantal vragen over de zin en oorsprong van het leven al ingevuld. Maar de confrontatie met veel ellende kan juist daar vragen over oproepen.”
Uruzgan, de moeder aller missies, is achter de rug. Komt uw boek niet een beetje laat?
Geprangd: „Véél te laat.”
Mosterd na de maaltijd?
„Beter laat dan nooit. Er zullen altijd uitzendingen blijven volgen. Daarom krijgt het boek ook elke twee jaar een update.”
(Reformatorisch Dagblad, 29 november 2012)
DOORN – Zelfdoding en relatieproblemen. Twee taboes bij Defensie. Militairen kunnen er tijdens –en ver ná– een missie mee worden geconfronteerd. „Defensie moet hier serieus onderzoek naar doen.”
![]() |
| Erwin Kamp |
Kamp kijkt „heel positief” terug op zijn uitzendingen. „Als gv’er kom je daar meer tot je recht dan in Nederland. Je deelt lief en leed. Je bent aangewezen op elkaar, dat geeft ongekende kameraadschap. En je helpt concreet mee aan de opbouw van een maatschappij, met de bouw van scholen en politiebureaus.”
Kamp is –samen met Michaela Schok– auteur van ”Na de missie”, een boek met tips en tools voor militairen, veteranen en thuisfront. Woensdag sprak de –humanistisch– gv’er in Doorn over z’n pas verschenen boek.
Hoe kijken militairen terug op hun missie?
„Pakweg 90 procent is positief. Zelfs al hebben militairen negatieve ervaringen opgedaan of een stresssyndroom opgelopen, dan nog hadden ze de missie niet willen missen.”
Hoeveel militairen kampen met blijvende problemen?
„Zo’n 4 tot 5 procent houdt klachten, ook op langere termijn. Het verschilt per missie. Uruzgan of Srebrenica is een wereld van verschil. Heeft een militair meer grip op zijn eigen leven, dan heeft hij minder problemen.”
Heeft Defensie voldoende aandacht voor ‘missieproblemen’?
„Ja. Defensie heeft de afgelopen vijftien tot twintig jaar veel geleerd. Uruzgan is heel anders begeleid dan Libanon. We hebben nu een Veteranenwet met een zorgplicht voor Defensie.”
Krijgt een militair voldoende erkenning, waardering?
„Het kan altijd beter. Het maatschappelijk geheugen wat betreft de inzet en slachtoffers in Afghanistan is erg kort. Positief is de Veteranendag.”
U signaleert twee taboes bij de krijgsmacht. Vanwaar?
„Bij Defensie rust er een taboe op zelfdoding en op relatieproblemen. Ik heb geen harde cijfers, maar ik hoor te vaak van militairen die kampen met relatieproblemen. Meer dan in de burgermaatschappij. Van zelfdoding weet ik het niet.”
Wat moet er gebeuren?
„Ik zou willen dat Defensie, vanuit goed werkgeverschap, onderzoek doet. Wat is er van waar? De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen voor een onderzoek naar zelfdoding. Laat Defensie zelf onderzoeken naar relatieproblemen oppakken.”
Waarom gebeurt er niets?
„Als er een verband blijkt te bestaan tussen missies en relatieproblemen, is dat geen promotie voor Defensie.”
Welke suggesties doet u?
„Tijdens elke uitzending wordt een thuisfrontcomité in het leven geroepen. Op de helft van de missie wordt een speciale dag voor het thuisfront georganiseerd. Laten we zo’n comité, en dat is een nieuw pleidooi, na een missie niet direct opheffen, maar in stand houden. Met steun van Defensie. Om de vinger aan de pols te houden.”
Heeft een militair die met zijn vragen bij God terechtkan geen voorsprong op collega’s?
„Ik snap wat u bedoelt. Voor zo’n militair is inderdaad een aantal vragen over de zin en oorsprong van het leven al ingevuld. Maar de confrontatie met veel ellende kan juist daar vragen over oproepen.”
Uruzgan, de moeder aller missies, is achter de rug. Komt uw boek niet een beetje laat?
Geprangd: „Véél te laat.”
Mosterd na de maaltijd?
„Beter laat dan nooit. Er zullen altijd uitzendingen blijven volgen. Daarom krijgt het boek ook elke twee jaar een update.”
(Reformatorisch Dagblad, 29 november 2012)
dinsdag 23 oktober 2012
Uitbetaling ereschuld veteranen begonnen
Defensie is deze week begonnen met de uitbetaling van de zogenoemde ereschuld aan veteranen. De bijzondere uitkering komt toe aan hen die tijdens of door toedoen van een uitzending lichamelijk of psychisch gewond zijn geraakt en die hier nog dagelijks gevolgen van ervaren.
“Mijn waardering voor deze bijzondere veteranen, kan ik niet uitdrukken in geld. Maar met deze tegemoetkoming krijgen zij, die een hoge prijs betaalden voor nationale en internationale veiligheid, wel de erkenning en de vergoeding waar ze recht op hebben”, aldus minister Hans Hillen.
De regeling geldt voor veteranen van wie is vastgesteld dat ze tijdens oorlogsomstandigheden en crisisbeheersingsoperaties door de dienst invalide zijn geworden. Voorwaarde is dat de veteranen hun invaliditeit opliepen voor 1 juli 2007. Ook moeten ze voor deze datum zijn ontslagen en dienden ze voor 1 juni van dit jaar hun eerste aanvraag voor militair invaliditeitspensioen in.
Eenmalig
De netto uitkering is eenmalig. De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van het vastgestelde invaliditeitspercentage. Het maximum bedrag dat kan worden uitgekeerd per veteraan is €125.000. Bij een invaliditeitspercentage van 40 procent ontvangt de veteraan €125.000 x 0,40 = €50.000. Verwacht wordt dat de ereschuld aan het einde van dit jaar volledig is ingelost.
Vast onderdeel
Voor invalide veteranen die niet in aanmerking komen voor deze ereschuldregeling, bijvoorbeeld omdat ze na 1 juli zijn ontslagen, geldt dat zij aanspraak kunnen maken op de nieuwe schadevergoedingsregeling die is opgenomen in het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen. Hierdoor is de vergoeding van restschade bij militaire oorlogs- en dienstslachtoffers vast onderdeel van hun rechtspositie.
Mijlpaal
De ereschuld is al lange tijd onderwerp van discussie. Vorig jaar november werd een bedrag van €110 miljoen beschikbaar gesteld om de ereschuld in te lossen. Dit werd gezien als een mijlpaal in het veteranenbeleid. Ook de militaire vakbonden zijn akkoord met de manier van inlossing. ‘Nu de vergoedingen worden verstrekt, komt er voor veel veteranen een eind aan het lange wachten en wordt het boek naar ieders tevredenheid gesloten. Pijn en verdriet halen we hiermee niet weg, maar hopelijk werkt deze vorm van erkenning wel verzachtend’, aldus Hillen.
(ministerie van Defensie, 23 oktober 2012)
Zie ook: Ereschuld veteranen geregeld d.d. 12 juni 2012
“Mijn waardering voor deze bijzondere veteranen, kan ik niet uitdrukken in geld. Maar met deze tegemoetkoming krijgen zij, die een hoge prijs betaalden voor nationale en internationale veiligheid, wel de erkenning en de vergoeding waar ze recht op hebben”, aldus minister Hans Hillen.
De regeling geldt voor veteranen van wie is vastgesteld dat ze tijdens oorlogsomstandigheden en crisisbeheersingsoperaties door de dienst invalide zijn geworden. Voorwaarde is dat de veteranen hun invaliditeit opliepen voor 1 juli 2007. Ook moeten ze voor deze datum zijn ontslagen en dienden ze voor 1 juni van dit jaar hun eerste aanvraag voor militair invaliditeitspensioen in.
Eenmalig
De netto uitkering is eenmalig. De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van het vastgestelde invaliditeitspercentage. Het maximum bedrag dat kan worden uitgekeerd per veteraan is €125.000. Bij een invaliditeitspercentage van 40 procent ontvangt de veteraan €125.000 x 0,40 = €50.000. Verwacht wordt dat de ereschuld aan het einde van dit jaar volledig is ingelost.
Vast onderdeel
Voor invalide veteranen die niet in aanmerking komen voor deze ereschuldregeling, bijvoorbeeld omdat ze na 1 juli zijn ontslagen, geldt dat zij aanspraak kunnen maken op de nieuwe schadevergoedingsregeling die is opgenomen in het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen. Hierdoor is de vergoeding van restschade bij militaire oorlogs- en dienstslachtoffers vast onderdeel van hun rechtspositie.
Mijlpaal
De ereschuld is al lange tijd onderwerp van discussie. Vorig jaar november werd een bedrag van €110 miljoen beschikbaar gesteld om de ereschuld in te lossen. Dit werd gezien als een mijlpaal in het veteranenbeleid. Ook de militaire vakbonden zijn akkoord met de manier van inlossing. ‘Nu de vergoedingen worden verstrekt, komt er voor veel veteranen een eind aan het lange wachten en wordt het boek naar ieders tevredenheid gesloten. Pijn en verdriet halen we hiermee niet weg, maar hopelijk werkt deze vorm van erkenning wel verzachtend’, aldus Hillen.
(ministerie van Defensie, 23 oktober 2012)
Zie ook: Ereschuld veteranen geregeld d.d. 12 juni 2012
vrijdag 31 augustus 2012
Gewonden geëerd met voorstelling Soldaat van Oranje
Circa 500 militairen en hun partners zagen gisteravond de musical Soldaat van Oranje. In aanwezigheid van prins Willem-Alexander genoten zij zichtbaar van de ontspanning en het spektakel op voormalige Marine Vliegkamp Valkenburg. De exclusieve voorstelling gold als eerbetoon aan de (ex)-militairen die gewond raakten tijdens missies in onder meer Afghanistan, Bosnië en Cambodja.
Op initiatief van Militaire Willems-Ordedrager kapitein Marco Kroon, had Defensie gewonden en hun familie kaarten aangeboden voor de succesvolle musical over verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema, die tijdens de Tweede Wereldoorlog streed voor een vrij Nederland. Hoewel het andere tijden waren, is het al geruime tijd volle zalen trekkende verhaal nog steeds actueel, meent Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp: "De voorstelling staat symbool voor de inspanning van duizenden andere helden. Militairen die wereldwijd en in moeilijke omstandigheden opereren, die hun leven waagden voor anderen. Die daarbij soms sneuvelden of gewond raakten, zoals de militairen die hier vanavond zitten. Zij maakten het verschil, soms tegen een hoge prijs."
Niet vergeten
Alleen al tussen 2006 en 2010 raakten tijdens Task Force Uruzgan in Afghanistan 144 Nederlandse militairen gewond. Ondanks dat de missie voorbij is, worstelen nog veel mensen dagelijks met de mentale en fysieke gevolgen. "Juist om die reden verdienen zij het om een keer in het zonnetje te worden gezet", zegt kapitein Kroon. "We mogen niet vergeten hoeveel verdriet onze gewonde collega's en hun families nog altijd doormaken. Deze avond is bedoeld als eerbetoon. Het verzacht niet de pijn, maar verzet wel even de gedachten. De Soldaat van Oranje is een fantastische show en een hele toepasselijke ook."
Erkenning
Sergeant-majoor der mariniers Rob Severs was verrast door de uitnodiging. "Heel bijzonder dat Defensie dit doet, met name ook voor het thuisfront. Gewond raken doe je namelijk niet alleen. We hebben een ontzettend leuke avond gehad. De hele opzet van de musical is fantastisch. Je komt ogen en oren te kort." Ook wachtmeester der 1e klasse Raoul Janssen (KMar), die in 1993 werd uitgezonden naar Voormalig Joegoslavië en PTSS opliep, noemt het een geweldig initiatief. "Dit doet me goed. Het Draaginsigne Gewonden is een belangrijke erkenning, maar deze avond net zo goed. Het geeft aan dat we niet worden vergeten."
De musical Soldaat van Oranje ging in oktober 2010 in première. Sindsdien hebben meer dan 650.000 mensen de voorstelling gezien. De musical is verlengd tot en met januari 2013.
Toespraak generaal Middendorp bij de musical Soldaat van Oranje
(ministerie van Defensie, 31 augustus 2012)
Op initiatief van Militaire Willems-Ordedrager kapitein Marco Kroon, had Defensie gewonden en hun familie kaarten aangeboden voor de succesvolle musical over verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema, die tijdens de Tweede Wereldoorlog streed voor een vrij Nederland. Hoewel het andere tijden waren, is het al geruime tijd volle zalen trekkende verhaal nog steeds actueel, meent Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp: "De voorstelling staat symbool voor de inspanning van duizenden andere helden. Militairen die wereldwijd en in moeilijke omstandigheden opereren, die hun leven waagden voor anderen. Die daarbij soms sneuvelden of gewond raakten, zoals de militairen die hier vanavond zitten. Zij maakten het verschil, soms tegen een hoge prijs."
Niet vergeten
Alleen al tussen 2006 en 2010 raakten tijdens Task Force Uruzgan in Afghanistan 144 Nederlandse militairen gewond. Ondanks dat de missie voorbij is, worstelen nog veel mensen dagelijks met de mentale en fysieke gevolgen. "Juist om die reden verdienen zij het om een keer in het zonnetje te worden gezet", zegt kapitein Kroon. "We mogen niet vergeten hoeveel verdriet onze gewonde collega's en hun families nog altijd doormaken. Deze avond is bedoeld als eerbetoon. Het verzacht niet de pijn, maar verzet wel even de gedachten. De Soldaat van Oranje is een fantastische show en een hele toepasselijke ook."
Erkenning
Sergeant-majoor der mariniers Rob Severs was verrast door de uitnodiging. "Heel bijzonder dat Defensie dit doet, met name ook voor het thuisfront. Gewond raken doe je namelijk niet alleen. We hebben een ontzettend leuke avond gehad. De hele opzet van de musical is fantastisch. Je komt ogen en oren te kort." Ook wachtmeester der 1e klasse Raoul Janssen (KMar), die in 1993 werd uitgezonden naar Voormalig Joegoslavië en PTSS opliep, noemt het een geweldig initiatief. "Dit doet me goed. Het Draaginsigne Gewonden is een belangrijke erkenning, maar deze avond net zo goed. Het geeft aan dat we niet worden vergeten."
De musical Soldaat van Oranje ging in oktober 2010 in première. Sindsdien hebben meer dan 650.000 mensen de voorstelling gezien. De musical is verlengd tot en met januari 2013.
Toespraak generaal Middendorp bij de musical Soldaat van Oranje
(ministerie van Defensie, 31 augustus 2012)
zaterdag 11 augustus 2012
Strijd Surinaamse veteraan deel krijgskunde
Paramaribo - De inzet en ervaringen van Surinaamse oorlogsveteranen worden onderdeel van de nationale krijgskunde. Dit zegt minister Lamuré Latour van Defensie. Ook komt er een militair museum met alles van en over Suriname’s militaire historie. De wederwaardigheden van Surinaamse militairen tijdens onder meer de Tweede Wereldoorlog worden opgeslagen. Wat bruikbaar is, wordt opgenomen in het curriculum van het leger.
Volgens Latour valt veel te leren van de oorlogspraktijk. Deze manier van waardering is één van de weinige die nog resten. Latour dankte de voormalige strijders tijdens de presentatie van het boek en de documentaire Teken en Zie de Wereld. Beide werken van Jules Rijsen geven meer inzicht in de ellende tijdens en na de oorlogsjaren. Fred van Russel, woordvoerder van de enkele nog levende veteranen, is een gelukkig man.
De waardering komt weliswaar laat, te laat haast. De Nederlandse overheid doet immer alsof haar neus bloedt. En dat tegenover toenmalige Nederlanders die hun leven op het spel zetten voor vrijheid en democratie. De veteranen moeten maar bij hun eigen overheid aankloppen. “De reden is steeds weer dat we nu de Surinaamse nationaliteit bezitten”, zegt Van Russel. De Nederlandse ambassade gaf vijfentwintigduizend euro voor de productie van boek en documentaire.
(Waterkant.net, 11 augustus 2012)
Volgens Latour valt veel te leren van de oorlogspraktijk. Deze manier van waardering is één van de weinige die nog resten. Latour dankte de voormalige strijders tijdens de presentatie van het boek en de documentaire Teken en Zie de Wereld. Beide werken van Jules Rijsen geven meer inzicht in de ellende tijdens en na de oorlogsjaren. Fred van Russel, woordvoerder van de enkele nog levende veteranen, is een gelukkig man.
De waardering komt weliswaar laat, te laat haast. De Nederlandse overheid doet immer alsof haar neus bloedt. En dat tegenover toenmalige Nederlanders die hun leven op het spel zetten voor vrijheid en democratie. De veteranen moeten maar bij hun eigen overheid aankloppen. “De reden is steeds weer dat we nu de Surinaamse nationaliteit bezitten”, zegt Van Russel. De Nederlandse ambassade gaf vijfentwintigduizend euro voor de productie van boek en documentaire.
(Waterkant.net, 11 augustus 2012)
woensdag 1 augustus 2012
Defensie betaalt ‘ereschuld’ in oktober
Defensie – en namens Defensie het ABP - zal het grootste deel van de veteranen die in aanmerking komen voor de zogenaamde ‘ereschuldregeling’ in oktober uitbetalen. Dat heeft de plaatsvervangende hoofddirecteur-personeel op 1 augustus aan de bonden laten weten. Naar verwachting zal uiterlijk in december iedere rechthebbende de vergoeding ontvangen.
In principe hoeven zij niet zelf de uitkering aan te vragen. Het ABP bepaalt zelf aan de hand van de al bekende gegevens hoe hoog de uitkering moet zijn. Het ABP voert de regeling namens de minister van Defensie uit.
Als nieuwe rechthebbenden zich melden zal het ABP dat uiteraard uitzoeken. Eind augustus komt er nadere informatie over de voortgang van de uitbetaling van de ‘ereschuld’.
(VBM|NOV, 1 augustus 2012)
Defensie vereffent ereschuld in oktober
De meeste militairen die in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming omdat zij in het verleden gewond raakten tijdens een missie, zullen in oktober een vergoeding ontvangen. Naar verwachting zullen de overige uitkeringen van de zogenoemde ereschuldregeling uiterlijk in december uitbetaald zijn.
Dat meldde de militaire vakbond VBM-NOV woensdag op basis van een overleg met Defensie. Minister Hans Hillen van Defensie maakte vorig jaar november al bekend dat hij 110 miljoen euro beschikbaar had om de ereschuld te regelen. Met de bonden maakte hij daarna afspraken over de manier waarop de vergoedingen zullen worden uitgekeerd.
Het geld is bestemd voor circa 1800 veteranen die voor 1 juli 2007 gewond zijn geraakt tijdens een uitzending. Sommigen van hen hebben jaren geprocedeerd voor een vergoeding. Militairen die na die datum gewond zijn geraakt tijdens een missie vallen onder een andere regeling. Een uitkering van de ereschuldregeling kan maximaal 125.000 euro bedragen
(ANP/Nu.nl, 1 augustus 2012)
(Zie ook het bericht Ereschuld veteranen geregeld, waarin een uitgebreide lijst met vragen en antwoorden m.b.t. de ereschuldregeling staat, HdV)
In principe hoeven zij niet zelf de uitkering aan te vragen. Het ABP bepaalt zelf aan de hand van de al bekende gegevens hoe hoog de uitkering moet zijn. Het ABP voert de regeling namens de minister van Defensie uit.
Als nieuwe rechthebbenden zich melden zal het ABP dat uiteraard uitzoeken. Eind augustus komt er nadere informatie over de voortgang van de uitbetaling van de ‘ereschuld’.
(VBM|NOV, 1 augustus 2012)
Defensie vereffent ereschuld in oktober
De meeste militairen die in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming omdat zij in het verleden gewond raakten tijdens een missie, zullen in oktober een vergoeding ontvangen. Naar verwachting zullen de overige uitkeringen van de zogenoemde ereschuldregeling uiterlijk in december uitbetaald zijn.
Dat meldde de militaire vakbond VBM-NOV woensdag op basis van een overleg met Defensie. Minister Hans Hillen van Defensie maakte vorig jaar november al bekend dat hij 110 miljoen euro beschikbaar had om de ereschuld te regelen. Met de bonden maakte hij daarna afspraken over de manier waarop de vergoedingen zullen worden uitgekeerd.
Het geld is bestemd voor circa 1800 veteranen die voor 1 juli 2007 gewond zijn geraakt tijdens een uitzending. Sommigen van hen hebben jaren geprocedeerd voor een vergoeding. Militairen die na die datum gewond zijn geraakt tijdens een missie vallen onder een andere regeling. Een uitkering van de ereschuldregeling kan maximaal 125.000 euro bedragen
(ANP/Nu.nl, 1 augustus 2012)
(Zie ook het bericht Ereschuld veteranen geregeld, waarin een uitgebreide lijst met vragen en antwoorden m.b.t. de ereschuldregeling staat, HdV)
dinsdag 17 juli 2012
Prins en Prinses naar 'Soldaat van Oranje'
Hunne Koninklijke Hoogheden de Prins van Oranje en Prinses Máxima der Nederlanden zijn donderdagavond 30 augustus 2012 aanwezig bij voorstelling van Soldaat van Oranje - De Musical op de voormalige marinevliegbasis Valkenburg. De voorstelling wordt opgevoerd voor militairen die gewond zijn geraakt tijdens hun inzet.
In de musical Soldaat van Oranje komen thema’s aan bod die essentieel zijn voor het optreden in crisissituaties: kameraadschap, onvoorwaardelijk onderling vertrouwen, leiderschap en steun van het thuisfront. Dat die verbondenheid en steun niet na de crisis eindigen wordt door defensie met deze avond benadrukt.
Naast gewonde militairen wordt de voorstelling bijgewoond door onder andere de Commandant der Strijdkrachten, Generaal Tom Middendorp, de commandanten van Marine, Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee en Kapitein Marco Kroon, drager van de Militaire Willemsorde en tevens initiatiefnemer van deze avond.
De musical is gebaseerd op het verhaal van Nederlandse verzetsstrijder Erik Hazelhoff Roelfzema. Als Leidse student ontsnapt hij naar Engeland, na verzetsacties in Nederland aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Van daaruit biedt hij verzet door onder meer radioapparatuur naar Nederland te smokkelen voor betrouwbaar radiocontact. Ook is hij actief als piloot. Aan het einde van de oorlog begeleidt hij Koningin Wilhelmina, in de functie van adjudant, bij haar terugkeer naar Nederland.
(Nieuws van Nederland, 17 juli 2012)
In de musical Soldaat van Oranje komen thema’s aan bod die essentieel zijn voor het optreden in crisissituaties: kameraadschap, onvoorwaardelijk onderling vertrouwen, leiderschap en steun van het thuisfront. Dat die verbondenheid en steun niet na de crisis eindigen wordt door defensie met deze avond benadrukt.
Naast gewonde militairen wordt de voorstelling bijgewoond door onder andere de Commandant der Strijdkrachten, Generaal Tom Middendorp, de commandanten van Marine, Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee en Kapitein Marco Kroon, drager van de Militaire Willemsorde en tevens initiatiefnemer van deze avond.
De musical is gebaseerd op het verhaal van Nederlandse verzetsstrijder Erik Hazelhoff Roelfzema. Als Leidse student ontsnapt hij naar Engeland, na verzetsacties in Nederland aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Van daaruit biedt hij verzet door onder meer radioapparatuur naar Nederland te smokkelen voor betrouwbaar radiocontact. Ook is hij actief als piloot. Aan het einde van de oorlog begeleidt hij Koningin Wilhelmina, in de functie van adjudant, bij haar terugkeer naar Nederland.
(Nieuws van Nederland, 17 juli 2012)
maandag 2 juli 2012
Marinedagen 2012: 'Samen slagvaardig'
Met een thematische opzet van het terrein en een interactief programma zijn de Marinedagen 2012 totaal vernieuwd. De marine gaat nu een stapje verder en geeft met grote videowalls een kijkje achter de schermen van demonstraties en biedt met live interviews de nodige achtergrondinformatie. Ook de speciale editie van het marineblad Alle Hens geeft bezoekers een duidelijk beeld van wat de marine doet en waarom. De vrijdag is voor het algemene publiek niet meer toegankelijk, maar de marine opent dan haar deuren voor speciale groepen met de Dag van de Techniek voor jongeren, de Veteranendag, en een Maritiem Symposium.
Met het thema 'Samen slagvaardig' geeft de marine tijdens de Marinedagen alvast een voorproefje van de intensivering van de samenwerking met verschillende partners. Om nut en noodzaak van de verschillende samenwerkingsverbanden te laten zien, wordt de marinehaven ingedeeld in vier clusters. Kennis & Innovatie en Maritieme Instandhouding & Ondersteuning hebben duidelijke raakvlakken met het rapport van de Taskforce Havenontwikkeling Den Helder. Maar ook de verantwoordelijkheidsgebieden Nationale Taken en Internationale Missies gaan in op het belang van een goede samenwerking.
Geïntegreerd in het programma van de Marinedagen zelf, zijn er een aantal activiteiten/momenten rond en tijdens de open dagen van de marine. Met dit bericht lichten wij alvast een nieuwswaardige momenten uit.
Maritiem Symposium (vrijdag 6 juli, 10.00 – 16.00)
Het symposium bij het Koninklijk Instituut voor de Marine vormt de start van de Marinedagen en belicht de samenwerking op het gebied van Onderwijs, Onderzoek en Ondernemen (de 3 O’s). Het gaat daarbij specifiek om de versterking van de militair-civiele wisselwerking bij de ontwikkeling van kennis, de realisatie van innovatieve ideeën en de werving en opleiding van maritiem-technisch personeel. Deze samenwerking versterkt niet alleen de maritieme veiligheid van Nederland en Europa, maar stimuleert tevens nieuwe economische impulsen voor de maritiem-industriële sector.
Ter bevordering van deze samenwerking brengt dit symposium opleiders, onderzoekers, ondernemers, maar ook studenten en scholieren bij elkaar. Journalisten kunnen (na opgave) deelnemen aan (delen van) het programma. Meer informatie over het symposium en/of het programma vraagt u aan via communicatie.marine@mindef.nl.
Civiel medegebruik haven (vrijdag 6 juli, NOTG)
De Taskforce Havenontwikkeling Den Helder ging enkele maanden geleden aan de slag en onderzocht de optimale benutting van bestaande (defensie)haventerreinen en een optimale samenwerking tussen militaire en civiele activiteiten. De Taskforce opdracht wordt naar verwachting op vrijdag 6 juli gepresenteerd. In het rapport de verdere uitwerking van het kennisintensieve cluster van een aantal ruimtelijke projecten.
De economische potentie zit in het verder ontwikkelen van de aanwezige kennis. Kansen liggen in het versterken van het Maritiem Cluster op het gebied van Operations & Maintenance Kennis. Dat maakt Den Helder aantrekkelijk voor kennisintensieve en innovatieve bedrijven. Door civiel medegebruik van defensieterreinen mogelijk te maken, biedt de regio ruimte aan bedrijven die zich in de Helderse haven willen vestigen. De Koninklijke Marine en het ministerie van Defensie hebben hiermee de weg vrij gemaakt voor een unieke samenwerking waarbij het belang van de regio voorop staat.
Indienststelling Hr.Ms. Holland (vrijdag 6 juli, 16.30 – 17.00)
Aansluitend aan het Maritiem Symposium wordt Hr.Ms. Holland officieel in dienst gesteld. Het patrouilleschip treedt dan officieel toe tot de Nederlandse vloot. De Holland is het eerste patrouilleschip van een nieuwe klasse, de Oceangoing Patrol Vessels. Deze 108 meter lange, flexibel inzetbare vaartuigen gaan een belangrijke bijdrage leveren aan nationale en internationale operaties. Zij worden ingezet voor counterdrugsoperaties en kustwachttaken in Nederland en het Caribisch Gebied. Ook antipiraterij-missies behoren tot de toekomstige taken. De Holland, Zeeland, Friesland en Groningen krijgen allemaal de beschikking over een NH90-helikopter en 2 snelle FRISC-motorboten.
Dag van de techniek ( vrijdag 6 juli, 08.30 – 15.30)
Ongeveer 800 leerlingen uit de Noordkop bezoeken deze vrijdag ‘de dag van techniek’ bij het Marinebedrijf in Den Helder. Deze techniekmanifestatie is speciaal voor leerlingen uit groep 8 van de basisschool. Educatie op het gebied van techniek is erg belangrijk in een technische stad als Den Helder en daarom ondersteunt de marine deze manifestatie. Leerlingen maken tijdens deze dag op een leuke manier kennis met techniek en worden bewust gemaakt van de mogelijkheden in deze sector. Zo wordt hopelijk de interesse van een grote groep gewekt voor de techniek, een sector waar duidelijk behoefte is aan goed opgeleid personeel nu en in de toekomst. Ook de marine zoekt technisch personeel en zet hiervoor diverse acties op tijdens de Marinedagen.
Veteranendag (vrijdag 6 juli, 09.00 – 17.00)
Circa 9000 veteranen bezoeken jaarlijks de veteranendag van de Koninklijke Marine. Deze veteranendag gaat traditiegetrouw vooraf aan de Marinedagen en is bedoeld om de oudgedienden te eren. De dag biedt de veteranen de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en hun binding met de Koninklijke Marine te sterken. Naast het ophalen van herinneringen, maken de oud-militairen en hun familieleden ook kennis met de marine anno 2012.
Medal parade AVPD (zaterdag 7 juli, 12.00 – 13.00)
Het platformbevoorradingsschip Pool Express van Peterson SBS ligt tijdens de Marinedagen afgemeerd in de Marinehaven. Aan boord laat een Vessel Protection Detachement, bestaande uit militairen van het Korps Mariniers, zien hoe zij een koopvaardijschip beveiligen tegen ongewenste gasten zoals piraten .
Maar de Pool Express is zaterdag 7 juli tevens het toneel van de Medal Parade van de allereerste Nederlandse (Autonomous) Vessel Protection Detachment (VPD). Na een inzet van 3 maanden in missiegebied ontvangen zij deze dag een herinneringsmedaille Vredesoperaties.
Door de inzet van marineschepen en VPD’s de veiligheid van de koopvaardij vergroten langs de scheepvaartroutes bij Somalië en het ontmoedigen en verstoren van piraterij op zee. Jaarlijks passeren tussen de 20.000 en 30.000 schepen de Golf van Aden, waarvan circa 450 onder Nederlandse vlag. De helft van de goederenstroom van en naar Nederland gaat per zeeschip. Piratengroepen opereren tot een afstand van bijna 750 kilometer uit de kust van Somalië. De uiteindelijke oplossing ligt op land, niet op zee.
Volg de actualiteiten rond de Marinedagen via:
www.defensie.nl/marinedagen/bezoekersinformatie/
Twitter: @Marinedagen
www.facebook.com/Marinedagen
www.defensie.nl/marinedagen
(Kon. Marine, 2 juli 2012)
![]() |
| Hr. Ms. Zeven Provinciën (foto: Kon. Marine) |
Met het thema 'Samen slagvaardig' geeft de marine tijdens de Marinedagen alvast een voorproefje van de intensivering van de samenwerking met verschillende partners. Om nut en noodzaak van de verschillende samenwerkingsverbanden te laten zien, wordt de marinehaven ingedeeld in vier clusters. Kennis & Innovatie en Maritieme Instandhouding & Ondersteuning hebben duidelijke raakvlakken met het rapport van de Taskforce Havenontwikkeling Den Helder. Maar ook de verantwoordelijkheidsgebieden Nationale Taken en Internationale Missies gaan in op het belang van een goede samenwerking.
Geïntegreerd in het programma van de Marinedagen zelf, zijn er een aantal activiteiten/momenten rond en tijdens de open dagen van de marine. Met dit bericht lichten wij alvast een nieuwswaardige momenten uit.
Maritiem Symposium (vrijdag 6 juli, 10.00 – 16.00)
Het symposium bij het Koninklijk Instituut voor de Marine vormt de start van de Marinedagen en belicht de samenwerking op het gebied van Onderwijs, Onderzoek en Ondernemen (de 3 O’s). Het gaat daarbij specifiek om de versterking van de militair-civiele wisselwerking bij de ontwikkeling van kennis, de realisatie van innovatieve ideeën en de werving en opleiding van maritiem-technisch personeel. Deze samenwerking versterkt niet alleen de maritieme veiligheid van Nederland en Europa, maar stimuleert tevens nieuwe economische impulsen voor de maritiem-industriële sector.
Ter bevordering van deze samenwerking brengt dit symposium opleiders, onderzoekers, ondernemers, maar ook studenten en scholieren bij elkaar. Journalisten kunnen (na opgave) deelnemen aan (delen van) het programma. Meer informatie over het symposium en/of het programma vraagt u aan via communicatie.marine@mindef.nl.
Civiel medegebruik haven (vrijdag 6 juli, NOTG)
De Taskforce Havenontwikkeling Den Helder ging enkele maanden geleden aan de slag en onderzocht de optimale benutting van bestaande (defensie)haventerreinen en een optimale samenwerking tussen militaire en civiele activiteiten. De Taskforce opdracht wordt naar verwachting op vrijdag 6 juli gepresenteerd. In het rapport de verdere uitwerking van het kennisintensieve cluster van een aantal ruimtelijke projecten.
De economische potentie zit in het verder ontwikkelen van de aanwezige kennis. Kansen liggen in het versterken van het Maritiem Cluster op het gebied van Operations & Maintenance Kennis. Dat maakt Den Helder aantrekkelijk voor kennisintensieve en innovatieve bedrijven. Door civiel medegebruik van defensieterreinen mogelijk te maken, biedt de regio ruimte aan bedrijven die zich in de Helderse haven willen vestigen. De Koninklijke Marine en het ministerie van Defensie hebben hiermee de weg vrij gemaakt voor een unieke samenwerking waarbij het belang van de regio voorop staat.
Indienststelling Hr.Ms. Holland (vrijdag 6 juli, 16.30 – 17.00)
Aansluitend aan het Maritiem Symposium wordt Hr.Ms. Holland officieel in dienst gesteld. Het patrouilleschip treedt dan officieel toe tot de Nederlandse vloot. De Holland is het eerste patrouilleschip van een nieuwe klasse, de Oceangoing Patrol Vessels. Deze 108 meter lange, flexibel inzetbare vaartuigen gaan een belangrijke bijdrage leveren aan nationale en internationale operaties. Zij worden ingezet voor counterdrugsoperaties en kustwachttaken in Nederland en het Caribisch Gebied. Ook antipiraterij-missies behoren tot de toekomstige taken. De Holland, Zeeland, Friesland en Groningen krijgen allemaal de beschikking over een NH90-helikopter en 2 snelle FRISC-motorboten.
Dag van de techniek ( vrijdag 6 juli, 08.30 – 15.30)
Ongeveer 800 leerlingen uit de Noordkop bezoeken deze vrijdag ‘de dag van techniek’ bij het Marinebedrijf in Den Helder. Deze techniekmanifestatie is speciaal voor leerlingen uit groep 8 van de basisschool. Educatie op het gebied van techniek is erg belangrijk in een technische stad als Den Helder en daarom ondersteunt de marine deze manifestatie. Leerlingen maken tijdens deze dag op een leuke manier kennis met techniek en worden bewust gemaakt van de mogelijkheden in deze sector. Zo wordt hopelijk de interesse van een grote groep gewekt voor de techniek, een sector waar duidelijk behoefte is aan goed opgeleid personeel nu en in de toekomst. Ook de marine zoekt technisch personeel en zet hiervoor diverse acties op tijdens de Marinedagen.
Veteranendag (vrijdag 6 juli, 09.00 – 17.00)
Circa 9000 veteranen bezoeken jaarlijks de veteranendag van de Koninklijke Marine. Deze veteranendag gaat traditiegetrouw vooraf aan de Marinedagen en is bedoeld om de oudgedienden te eren. De dag biedt de veteranen de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en hun binding met de Koninklijke Marine te sterken. Naast het ophalen van herinneringen, maken de oud-militairen en hun familieleden ook kennis met de marine anno 2012.
Medal parade AVPD (zaterdag 7 juli, 12.00 – 13.00)
Het platformbevoorradingsschip Pool Express van Peterson SBS ligt tijdens de Marinedagen afgemeerd in de Marinehaven. Aan boord laat een Vessel Protection Detachement, bestaande uit militairen van het Korps Mariniers, zien hoe zij een koopvaardijschip beveiligen tegen ongewenste gasten zoals piraten .
Maar de Pool Express is zaterdag 7 juli tevens het toneel van de Medal Parade van de allereerste Nederlandse (Autonomous) Vessel Protection Detachment (VPD). Na een inzet van 3 maanden in missiegebied ontvangen zij deze dag een herinneringsmedaille Vredesoperaties.
Door de inzet van marineschepen en VPD’s de veiligheid van de koopvaardij vergroten langs de scheepvaartroutes bij Somalië en het ontmoedigen en verstoren van piraterij op zee. Jaarlijks passeren tussen de 20.000 en 30.000 schepen de Golf van Aden, waarvan circa 450 onder Nederlandse vlag. De helft van de goederenstroom van en naar Nederland gaat per zeeschip. Piratengroepen opereren tot een afstand van bijna 750 kilometer uit de kust van Somalië. De uiteindelijke oplossing ligt op land, niet op zee.
Volg de actualiteiten rond de Marinedagen via:
www.defensie.nl/marinedagen/bezoekersinformatie/
Twitter: @Marinedagen
www.facebook.com/Marinedagen
www.defensie.nl/marinedagen
(Kon. Marine, 2 juli 2012)
zaterdag 30 juni 2012
Ook leegte speelt een rol tijdens de Veteranendag
Veel militairen voelen trots en voldoening als ze terugdenken aan hun missie
Han Koch
Pagina 129 van het boek 'Na de missie' is wit, indringend wit. Geen letter tekst hebben de schrijvers Erwin Kamp en Michaela Schok aan deze pagina toevertrouwd. De lezer moet deze pagina in gedachten zelf maar schrijven.
De leegte staat symbool voor de collega's die tijdens uitzendingen om het leven zijn gekomen. Een moment van bezinning voor de militair.
[Lees meer in Trouw:]
(Trouw, 30 juni 2012)
Han Koch
Pagina 129 van het boek 'Na de missie' is wit, indringend wit. Geen letter tekst hebben de schrijvers Erwin Kamp en Michaela Schok aan deze pagina toevertrouwd. De lezer moet deze pagina in gedachten zelf maar schrijven.
De leegte staat symbool voor de collega's die tijdens uitzendingen om het leven zijn gekomen. Een moment van bezinning voor de militair.
[Lees meer in Trouw:]
(Trouw, 30 juni 2012)
zaterdag 23 juni 2012
Defensie in het verkiezingsprogramma van D66
Beter samenwerken in en tussen EU, NAVO en VN
De EU en de NAVO zijn voor D66 strategische partners die elkaar aanvullen in het gebruik van diplomatie, ontwikkelingshulp en militaire middelen. De NAVO zal zich, behalve op de veiligheid van haar lidstaten, van D66 vooral moeten richten op stabilisatie-operaties, op verzoek en onder mandaat van de VN. D66 wil meer aandacht voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van militaire missies en voor de gemeenschappelijke criteria omtrent het verlaten van het conflictgebied. D66 wil bevorderen dat lidstaten meer naar draagkracht meebetalen aan NAVO en EU-missies, ook als ze niet aan die missies deelnemen.
Kernwapenvrije wereld
Wij willen dat kernwapens uit Nederland verwijderd worden. D66 steunt initiatieven om ook in de rest van de wereld het aantal kernwapens sterk terug te dringen of volledig te verwijderen. Handhaving en versterking van afspraken over non-proliferatie horen hier bij. Daarnaast bepleit D66 beperking van ontwikkeling en bezit van kleine wapens, clusterbommen en landmijnen en strenge maatregelen tegen wapensmokkel.
Krachtige krijgsmacht in Europees verband
D66 wil dat landmacht, luchtmacht en marine elkaar binnen een missie kunnen aanvullen en/of ondersteunen. De krijgsmacht wordt ingericht ter ondersteuning van 3D (Development, Diplomacy & Defence)- beleid. Wij willen dat de regering zich binnen de Europese Unie actief inspant om stapsgewijs de nationale defensiestructuren aan te passen om zo de nationale militaire middelen op een veel efficiëntere en effectievere wijze in te zetten. Gemeenschappelijke Europese defensiebudgetten worden ingezet voor onderzoek, technologische ontwikkeling, wapenaankoop en onderhoud van materieel. D66 kiest daarbinnen voor specialisatie van de eigen krijgsmacht. Alleen dan kunnen slagkracht en kwaliteit voldoende gewaarborgd worden. Verder bezuinigen met een kaasschaaf is geen optie.
Midden-Oosten, Afghanistan, Noord-Afrika
D66 wil, in lijn met de Europese Unie, een eenduidige politiek voeren in zake het Israelisch-Palestijns conflict, waarbij wordt toegewerkt naar een twee staten oplossing. Daarbij streven wij naar een alomvattend akkoord voor het conflict. D66 streeft een veilig en vredig Israel na binnen de grenzen van 1967 en een levensvatbare Palestijnse staat. Nederland zal in VN- Kwartet- , in EU-verband én bilateraal actief werken aan de bevordering van vrede en stabiliteit. Nederland blijft betrokken bij de wederopbouw van Afghanistan. De geïntegreerde politietrainingsmissie in Kunduz vindt plaats onder de gemaakte afspraken, tot de internationale gemeenschap zich terugtrekt. D66 wil dat Nederland ook daarna betrokken blijft bij Afghanistan. Verder steunt D66 opkomende democratieën in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Strenge eisen aan militaire inzet
D66 wil dat er strenge eisen worden gesteld aan Nederlandse militaire inzet. Deze inzet kan alleen onder strikte voorwaarden plaatsvinden. Het toetsingskader is leidend. Een mandaat in overeenstemming met internationaal recht is voor D66 noodzakelijk, inzet past alleen binnen een heldere (internationale) strategie en lange termijn visie. Militaire inzet of politieke steun aan een conflictsituatie behoeft een ruime meerderheid in de Tweede Kamer en alle militaire of politieke steun aan een conflict (-operatie) moet in deze Kamer worden geëvalueerd.
Vervanging F16 op lange termijn
D66 wil de komende kabinetsperiode de huidige F16 vloot niet vervangen. Nederland trekt zich terug uit het testprogramma van de JSF en koopt te zijner tijd een opvolger ‘van de plank’. Om te komen tot een afgewogen oordeel vindt er een nieuwe kandidatenvergelijking plaats van mogelijke opvolgers van de F16. De vervanging van de F16 moet van D66 plaatsvinden in gezamenlijk Europees verband.
Veteranen
Voor veteranen wil D66 goede opvang en begeleiding. Wij tonen waardering voor hun inzet en offers.
(D66, 23 juni 2012)
Zie ook:
Defensie in het verkiezingsprogramma van het CDA
Defensie in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie
Defensie in het verkiezingsprogramma van de PvdA
Defensie in het verkiezingsprogramma van de SGP
Defensie in het verkiezingsprogramma van de SP
De EU en de NAVO zijn voor D66 strategische partners die elkaar aanvullen in het gebruik van diplomatie, ontwikkelingshulp en militaire middelen. De NAVO zal zich, behalve op de veiligheid van haar lidstaten, van D66 vooral moeten richten op stabilisatie-operaties, op verzoek en onder mandaat van de VN. D66 wil meer aandacht voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van militaire missies en voor de gemeenschappelijke criteria omtrent het verlaten van het conflictgebied. D66 wil bevorderen dat lidstaten meer naar draagkracht meebetalen aan NAVO en EU-missies, ook als ze niet aan die missies deelnemen.
Kernwapenvrije wereld
Wij willen dat kernwapens uit Nederland verwijderd worden. D66 steunt initiatieven om ook in de rest van de wereld het aantal kernwapens sterk terug te dringen of volledig te verwijderen. Handhaving en versterking van afspraken over non-proliferatie horen hier bij. Daarnaast bepleit D66 beperking van ontwikkeling en bezit van kleine wapens, clusterbommen en landmijnen en strenge maatregelen tegen wapensmokkel.
Krachtige krijgsmacht in Europees verband
D66 wil dat landmacht, luchtmacht en marine elkaar binnen een missie kunnen aanvullen en/of ondersteunen. De krijgsmacht wordt ingericht ter ondersteuning van 3D (Development, Diplomacy & Defence)- beleid. Wij willen dat de regering zich binnen de Europese Unie actief inspant om stapsgewijs de nationale defensiestructuren aan te passen om zo de nationale militaire middelen op een veel efficiëntere en effectievere wijze in te zetten. Gemeenschappelijke Europese defensiebudgetten worden ingezet voor onderzoek, technologische ontwikkeling, wapenaankoop en onderhoud van materieel. D66 kiest daarbinnen voor specialisatie van de eigen krijgsmacht. Alleen dan kunnen slagkracht en kwaliteit voldoende gewaarborgd worden. Verder bezuinigen met een kaasschaaf is geen optie.
Midden-Oosten, Afghanistan, Noord-Afrika
D66 wil, in lijn met de Europese Unie, een eenduidige politiek voeren in zake het Israelisch-Palestijns conflict, waarbij wordt toegewerkt naar een twee staten oplossing. Daarbij streven wij naar een alomvattend akkoord voor het conflict. D66 streeft een veilig en vredig Israel na binnen de grenzen van 1967 en een levensvatbare Palestijnse staat. Nederland zal in VN- Kwartet- , in EU-verband én bilateraal actief werken aan de bevordering van vrede en stabiliteit. Nederland blijft betrokken bij de wederopbouw van Afghanistan. De geïntegreerde politietrainingsmissie in Kunduz vindt plaats onder de gemaakte afspraken, tot de internationale gemeenschap zich terugtrekt. D66 wil dat Nederland ook daarna betrokken blijft bij Afghanistan. Verder steunt D66 opkomende democratieën in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Strenge eisen aan militaire inzet
D66 wil dat er strenge eisen worden gesteld aan Nederlandse militaire inzet. Deze inzet kan alleen onder strikte voorwaarden plaatsvinden. Het toetsingskader is leidend. Een mandaat in overeenstemming met internationaal recht is voor D66 noodzakelijk, inzet past alleen binnen een heldere (internationale) strategie en lange termijn visie. Militaire inzet of politieke steun aan een conflictsituatie behoeft een ruime meerderheid in de Tweede Kamer en alle militaire of politieke steun aan een conflict (-operatie) moet in deze Kamer worden geëvalueerd.
Vervanging F16 op lange termijn
D66 wil de komende kabinetsperiode de huidige F16 vloot niet vervangen. Nederland trekt zich terug uit het testprogramma van de JSF en koopt te zijner tijd een opvolger ‘van de plank’. Om te komen tot een afgewogen oordeel vindt er een nieuwe kandidatenvergelijking plaats van mogelijke opvolgers van de F16. De vervanging van de F16 moet van D66 plaatsvinden in gezamenlijk Europees verband.
Veteranen
Voor veteranen wil D66 goede opvang en begeleiding. Wij tonen waardering voor hun inzet en offers.
(D66, 23 juni 2012)
Zie ook:
Defensie in het verkiezingsprogramma van het CDA
Defensie in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie
Defensie in het verkiezingsprogramma van de PvdA
Defensie in het verkiezingsprogramma van de SGP
Defensie in het verkiezingsprogramma van de SP
Labels:
artikel 100,
D66,
Defensie,
EU,
F-16,
JSF,
NAVO,
Verkiezingen 2012,
veteranen,
VN
woensdag 20 juni 2012
Aanvulling Veteranennota over de veteranen van de ISAF-missie in Uruzgan
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Aanvulling Veteranennota
Op 4 juni jl. (Kenmerk 30139-98/2012D24165) heeft de vaste commissie voor Defensie mij gevraagd om een aanvullend hoofdstuk in de Veteranennota over de veteranen van de ISAF-missie in Uruzgan. Met de bijlage bij deze brief voldoe ik aan dit verzoek. Het betreft een evaluatie van de nazorg voor militairen die hebben deelgenomen aan de ISAF-missie. De daarin voorgestelde verbeteringen worden op dit ogenblik ter hand genomen.
De missie in Uruzgan is een van de grootste militaire operaties geweest waaraan de Nederlandse krijgsmacht na de Tweede Wereldoorlog heeft deelgenomen. Tijdens de ISAF-missie 2006-2009 zijn jaarlijks ongeveer 6.000 Nederlandse militairen ingezet. In 2010 betrof dit 4.000 militairen. In deze periode zijn 25 dodelijke slachtoffers te betreuren geweest. Zij zijn overleden ten gevolge van gevechtshandelingen, ongevallen en andere oorzaken. Voorts zijn in deze periode 144 militairen tijdens gevechtshandelingen gewond geraakt.
Van de 57 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum, revalideren er nu nog 5. Defensie is het de militairen en hun thuisfront verplicht goede nazorg te bieden. In mijn brief van 4 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 98) heb ik uiteengezet dat het systeem van nazorg en het zorgtraject tijdens de ISAF-missie naar behoren hebben gefunctioneerd. Zorg voor uitgezonden militairen is te verdelen in drie fases: voor, tijdens en na de uitzending. Nu de missie in Uruzgan is voltooid, is het van belang te onderzoeken of het systeem van zorg na de uitzending – de nazorg – voldoet.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
drs. J.S.J. Hillen
Evaluatie nazorg systeem voor militairen die hebben deelgenomen aan de ISAF-missie
Inleiding
Twee maanden voor het einde van de deelneming aan een missie begint het afwikkelingsprogramma voor de militair. Tijdens dit programma heeft de militair in het inzetgebied gesprekken met hulpverleners. De volgende stap in het programma is het adaptatieprogramma. In mijn brief van 4 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 98) heb ik uiteengezet dat de militair tijdens de adaptatieperiode wordt voorbereid op de terugkeer naar het leven in Nederland. De secundaire fase begint na thuiskomst van de militair en duurt ongeveer zes maanden. Tijdens de secundaire fase ontvangen de militair en zijn thuisfront een vragenlijst en wordt een terugkeergesprek gehouden. In de laatste, tertiaire, fase kunnen afhankelijk van de wensen en behoeften van de betrokken militair reünies worden georganiseerd. Ook de individueel ingerichte zorg (afhankelijk van de aanwezigheid en aard van de problematiek) wordt tot deze fase gerekend. De duur van deze laatste fase is afhankelijk van de ervaren problematiek. De evaluatie van de eerste nazorgfase is betrokken bij de evaluatie van de missie en maakt geen deel uit van deze evaluatie van de nazorg. Deze evaluatie heeft betrekking op de secundaire en tertiaire nazorgfase.
Organisatie gereguleerde nazorg in de secundaire afwikkelfase
Zes weken tot twee maanden na terugkomst wordt met de militair een terugkeergesprek georganiseerd. De commandant van de desbetreffende militair voert dit gesprek. Ook is het mogelijk dat dit gesprek wordt gevoerd door de maatschappelijk werker of een geestelijk verzorger. Doelstelling van dit gesprek is een beeld te krijgen van de (mentale) gezondheid van de militair. De commandant kan zich ook laten adviseren door het sociaal medisch team (SMT).
Tijdens de missie wordt een SMT samengesteld om de commandant te adviseren over onder meer personele inzetbaarheid, repatriëring en bij (ernstige) incidenten. Bij terugkeer in Nederland moet de informatie worden overgedragen van ‘het missie-SMT’ aan het SMT van het onderdeel in Nederland.
Observaties uit de praktijk
De individuele terugkeergesprekken zijn belangrijk omdat in een vroeg stadium over de ervaringen kan worden gesproken. Verder zijn er persoonlijke aandacht en tijd voor de militair en kan tijdig aanvullende hulp worden gevraagd of geboden. De commandant is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze gesprekken. Bij de evaluatie is geconstateerd dat de gesprekken plaatshebben tussen de tiende en twaalfde week na terugkeer. Het Diensten Centrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DC BMW) organiseert en voert de terugkeergesprekken op verzoek van de (eenheids-)commandant of het Bureau Individuele Uitzendingen (BIU). Indien nodig wordt het DC BMW hierbij ondersteund door geestelijk verzorgers. Het komt voor dat een gesprek niet tijdig plaatsheeft omdat de militair niet verschijnt op de afgesproken datum. In deze gevallen wordt de militair opnieuw uitgenodigd. Het DC BMW registreert of de gesprekken zijn uitgevoerd.
Militairen die voor een werkbezoek in het uitzendgebied zijn geweest en daar langer dan 30 dagen verbleven, worden eveneens uitgenodigd voor een terugkeergesprek. Zij worden, evenals individueel uitgezonden militairen, niet altijd aangemeld voor een terugkeergesprek.
Het vaste protocol en de vragenlijsten van het DC BMW bieden voldoende houvast voor kwalitatief goede gesprekken. Uiteindelijk wordt de kwaliteit van de gesprekken met de militair bepaald door de hulp- of zorgverleners die het gesprek voeren. Vervolggesprekken of verwijzing naar een andere zorgverlener, zoals de onderdeelarts, bedrijfsarts, dienst geestelijke verzorging en de militaire geestelijke gezondheidszorg, is alleen mogelijk met toestemming van de militair. Een zorgindicatie wordt gemeld aan de commandant van de eenheid.
De overdracht van de informatie van het missie-SMT aan het SMT van het desbetreffende onderdeel vraagt nog aandacht. Deze overdracht is om uiteenlopende redenen niet altijd goed georganiseerd. Zo kan het voorkomen dat gerepatrieerde militair op een ander moment terugkomt in Nederland dan de rest van zijn eenheid. Voorts komt de uitzendduur van de leden van het missie-SMT soms niet overeen met die van de eenheid. Ook komt het voor dat de overdracht en adviezen van het missie-SMT worden afgedaan door verschillende instanties in Nederland, waardoor overzicht en inzicht soms ontbreken. En ten slotte blijken registraties niet altijd duidelijk, inzichtelijk of volledig. Het komt daardoor in uitzonderlijke gevallen voor dat de militair die zorg nodig heeft niet op de juiste wijze wordt opgevangen. Hoewel de organisatie ‘op papier’ goed is, is de uitvoering afhankelijk van de overdracht door de commandant in het uitzendgebied aan de administratieve commandant in Nederland en van de mensen die deel uitmaken van een SMT.
Constateringen
De secundaire nazorg wordt uitgevoerd zoals is vastgelegd in de protocollen. Het op een later moment uitvoeren van nazorggesprekken leidt niet tot problemen. In enkele gevallen wordt het gesprek niet gevoerd omdat de militair niet aanwezig was of niet wilde deelnemen aan een gesprek. De registratie van wel en niet gehouden gesprekken wordt beschikbaar gesteld aan de commandant. Het blijkt in de praktijk lastig een militair ertoe te bewegen deel te nemen aan een gesprek. Het uitoefenen van dwang zou daarbij contraproductief zijn.
Het SMT heeft een belangrijke advies- en signaalfunctie voor de commandant. In de praktijk blijkt dat de uitvoering hiervan niet overal gelijk is. Eind 2010 is een richtlijn uitgegeven om een duidelijke en kwalitatief verantwoorde wijze van functioneren van een SMT te waarborgen. De overdracht van het missie-SMT aan het vredes-SMT dient zorgvuldig te geschieden.
Organisatie gereguleerde nazorg in de tertiaire afwikkelfase
Aan het einde van de secundaire afwikkelingsfase ontvangt de militair twee nazorgvragenlijsten. Het betreft de Vragenlijst Nazorg Militairen (VNM) voor de militair zelf en de Thuisfrontvragenlijst (TFV) voor zijn of haar thuisfront. Beide vragenlijsten worden gebruikt als screeningsinstrument voor medische of psychosociale klachten. De ingevulde vragenlijsten kunnen aanleiding geven tot een individueel gesprek en eventueel een zorgaanbod. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Diensten Centrum Gedragwetenschappen (DCGW). Indien de militair niet reageert, krijgt hij maximaal twee herinneringen. Het invullen van de vragenlijst is niet verplicht. Het wordt wel geregistreerd wanneer een militair de vragenlijst niet invult. Afhankelijk van de wensen en behoeften van de militairen en het thuisfront, worden voor beide groepen een jaar na de uitzending reünies georganiseerd.
Observaties uit de praktijk
Ongeveer vijftig procent van de militairen vult de VNM in. De respons van het thuisfront op de vragenlijst is lager en bedraagt twintig procent. Onder de militairen die niet reageren op het VNM zijn verschillende non-respons onderzoeken uitgevoerd. De meeste militairen reageren niet omdat zij geen medische of psychosociale klachten hebben. Verder kwam uit het non-respons onderzoek naar voren dat militairen of hun thuisfront ‘geen zin’ of andere prioriteiten hadden en daarom de vragenlijsten niet invulden. Voorts gaven militairen te kennen te vaak te worden gevraagd deel te nemen aan een vragenlijstonderzoek.
Van de deelnemende militairen blijkt ongeveer 65 procent geen klachten te hebben. Van de overige 35 procent heeft ongeveer vijf procent een belindicatie vanwege medische klachten, ongeveer twintig procent een indicatie voor psychosociale klachten en ongeveer twee procent voor zowel medische als psychosociale klachten. Verder meldt acht procent van de militairen met klachten zelf gebeld te willen worden door een arts. Van hen blijkt de helft geen hulpaanbod nodig te hebben en bij twaalf procent is al een zorgtraject te zijn gestart. Uiteindelijk worden voor drie procent zorgtrajecten gestart vanwege medische gronden, negen procent psychosociale gronden en voor twee procent om een combinatie van medische en psychosociale gronden. Deze resultaten zijn voortgekomen uit een onderzoek ‘Effecten van uitzending 2007-2009’ van het DC-GW. Hoewel deze resultaten geen betrekking hebben op de gehele evaluatie periode ISAF 2006-2010, zijn de resultaten representatief.
Afhankelijk van de wensen en de behoeftes worden, ongeveer een jaar na terugkeer, reünies georganiseerd voor de betrokken militairen en hun thuisfront. Het initiatief voor de reünie ligt bij de uitgezonden eenheid en haar thuisfrontcomité. Defensie kent financiële en materiele faciliteiten toe voor reünies. Een enkele keer wordt geen reünie georganiseerd vanwege geringe behoefte of belangstelling. Voor individueel uitgezonden militairen is de deelneming aan reünies minder vanzelfsprekend. De uitgezonden eenheid kan deze militair daarvoor uitnodigen en uit de praktijk blijkt dat dit ook gebeurt. Zo organiseert het Commando luchtstrijdkrachten zogenaamde IDEM-dagen (Individuele Deelnemers Eerdere Missies). Deze dagen blijken in een behoefte te voorzien en zouden ook voor de andere defensieonderdelen geschikt kunnen zijn.
Constateringen
Om de respons op de vragenlijsten te verhogen zijn de afgelopen jaren uiteenlopende initiatieven genomen. De manier van aanbieden van de lijsten is aangepast door onder meer de vragenlijst niet meer schriftelijk maar via het internet aan te bieden. Ook is de communicatie over dit onderzoek verbeterd. Onlangs is een folder met informatie over het belang van het nazorgonderzoek ontwikkeld. Het effect van deze maatregelen is nog niet gemeten. Een andere ontwikkeling is de vragenlijst via internet te voorzien van mogelijkheden voor de directe feedback over de resultaten en mogelijkheden voor aanvullende informatie. Dit kan het aantrekkelijker maken om deel te nemen. Voorts zijn er plannen om de aandacht van de commandant te vergroten en deze nog nadrukkelijker een rol te geven.
Aan het thuisfront wordt veel aandacht besteed en dit blijkt goed te functioneren. Het thuisfront geeft te kennen de zorg en de aandacht te waarderen. De huidige organisatie van zorg voor het thuisfront dient dan ook in stand te worden gehouden. Wel kan de informatievoorziening rondom uitzendingen worden verbeterd. Het gaat daarbij vooral om het actueel houden van de informatie op de thuisfrontsite.
(ministerie van Defensie, 20 juni 2012)
Aanvulling Veteranennota
Op 4 juni jl. (Kenmerk 30139-98/2012D24165) heeft de vaste commissie voor Defensie mij gevraagd om een aanvullend hoofdstuk in de Veteranennota over de veteranen van de ISAF-missie in Uruzgan. Met de bijlage bij deze brief voldoe ik aan dit verzoek. Het betreft een evaluatie van de nazorg voor militairen die hebben deelgenomen aan de ISAF-missie. De daarin voorgestelde verbeteringen worden op dit ogenblik ter hand genomen.
De missie in Uruzgan is een van de grootste militaire operaties geweest waaraan de Nederlandse krijgsmacht na de Tweede Wereldoorlog heeft deelgenomen. Tijdens de ISAF-missie 2006-2009 zijn jaarlijks ongeveer 6.000 Nederlandse militairen ingezet. In 2010 betrof dit 4.000 militairen. In deze periode zijn 25 dodelijke slachtoffers te betreuren geweest. Zij zijn overleden ten gevolge van gevechtshandelingen, ongevallen en andere oorzaken. Voorts zijn in deze periode 144 militairen tijdens gevechtshandelingen gewond geraakt.
Van de 57 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum, revalideren er nu nog 5. Defensie is het de militairen en hun thuisfront verplicht goede nazorg te bieden. In mijn brief van 4 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 98) heb ik uiteengezet dat het systeem van nazorg en het zorgtraject tijdens de ISAF-missie naar behoren hebben gefunctioneerd. Zorg voor uitgezonden militairen is te verdelen in drie fases: voor, tijdens en na de uitzending. Nu de missie in Uruzgan is voltooid, is het van belang te onderzoeken of het systeem van zorg na de uitzending – de nazorg – voldoet.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
drs. J.S.J. Hillen
Evaluatie nazorg systeem voor militairen die hebben deelgenomen aan de ISAF-missie
Inleiding
Twee maanden voor het einde van de deelneming aan een missie begint het afwikkelingsprogramma voor de militair. Tijdens dit programma heeft de militair in het inzetgebied gesprekken met hulpverleners. De volgende stap in het programma is het adaptatieprogramma. In mijn brief van 4 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 98) heb ik uiteengezet dat de militair tijdens de adaptatieperiode wordt voorbereid op de terugkeer naar het leven in Nederland. De secundaire fase begint na thuiskomst van de militair en duurt ongeveer zes maanden. Tijdens de secundaire fase ontvangen de militair en zijn thuisfront een vragenlijst en wordt een terugkeergesprek gehouden. In de laatste, tertiaire, fase kunnen afhankelijk van de wensen en behoeften van de betrokken militair reünies worden georganiseerd. Ook de individueel ingerichte zorg (afhankelijk van de aanwezigheid en aard van de problematiek) wordt tot deze fase gerekend. De duur van deze laatste fase is afhankelijk van de ervaren problematiek. De evaluatie van de eerste nazorgfase is betrokken bij de evaluatie van de missie en maakt geen deel uit van deze evaluatie van de nazorg. Deze evaluatie heeft betrekking op de secundaire en tertiaire nazorgfase.
Organisatie gereguleerde nazorg in de secundaire afwikkelfase
Zes weken tot twee maanden na terugkomst wordt met de militair een terugkeergesprek georganiseerd. De commandant van de desbetreffende militair voert dit gesprek. Ook is het mogelijk dat dit gesprek wordt gevoerd door de maatschappelijk werker of een geestelijk verzorger. Doelstelling van dit gesprek is een beeld te krijgen van de (mentale) gezondheid van de militair. De commandant kan zich ook laten adviseren door het sociaal medisch team (SMT).
Tijdens de missie wordt een SMT samengesteld om de commandant te adviseren over onder meer personele inzetbaarheid, repatriëring en bij (ernstige) incidenten. Bij terugkeer in Nederland moet de informatie worden overgedragen van ‘het missie-SMT’ aan het SMT van het onderdeel in Nederland.
Observaties uit de praktijk
De individuele terugkeergesprekken zijn belangrijk omdat in een vroeg stadium over de ervaringen kan worden gesproken. Verder zijn er persoonlijke aandacht en tijd voor de militair en kan tijdig aanvullende hulp worden gevraagd of geboden. De commandant is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze gesprekken. Bij de evaluatie is geconstateerd dat de gesprekken plaatshebben tussen de tiende en twaalfde week na terugkeer. Het Diensten Centrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DC BMW) organiseert en voert de terugkeergesprekken op verzoek van de (eenheids-)commandant of het Bureau Individuele Uitzendingen (BIU). Indien nodig wordt het DC BMW hierbij ondersteund door geestelijk verzorgers. Het komt voor dat een gesprek niet tijdig plaatsheeft omdat de militair niet verschijnt op de afgesproken datum. In deze gevallen wordt de militair opnieuw uitgenodigd. Het DC BMW registreert of de gesprekken zijn uitgevoerd.
Militairen die voor een werkbezoek in het uitzendgebied zijn geweest en daar langer dan 30 dagen verbleven, worden eveneens uitgenodigd voor een terugkeergesprek. Zij worden, evenals individueel uitgezonden militairen, niet altijd aangemeld voor een terugkeergesprek.
Het vaste protocol en de vragenlijsten van het DC BMW bieden voldoende houvast voor kwalitatief goede gesprekken. Uiteindelijk wordt de kwaliteit van de gesprekken met de militair bepaald door de hulp- of zorgverleners die het gesprek voeren. Vervolggesprekken of verwijzing naar een andere zorgverlener, zoals de onderdeelarts, bedrijfsarts, dienst geestelijke verzorging en de militaire geestelijke gezondheidszorg, is alleen mogelijk met toestemming van de militair. Een zorgindicatie wordt gemeld aan de commandant van de eenheid.
De overdracht van de informatie van het missie-SMT aan het SMT van het desbetreffende onderdeel vraagt nog aandacht. Deze overdracht is om uiteenlopende redenen niet altijd goed georganiseerd. Zo kan het voorkomen dat gerepatrieerde militair op een ander moment terugkomt in Nederland dan de rest van zijn eenheid. Voorts komt de uitzendduur van de leden van het missie-SMT soms niet overeen met die van de eenheid. Ook komt het voor dat de overdracht en adviezen van het missie-SMT worden afgedaan door verschillende instanties in Nederland, waardoor overzicht en inzicht soms ontbreken. En ten slotte blijken registraties niet altijd duidelijk, inzichtelijk of volledig. Het komt daardoor in uitzonderlijke gevallen voor dat de militair die zorg nodig heeft niet op de juiste wijze wordt opgevangen. Hoewel de organisatie ‘op papier’ goed is, is de uitvoering afhankelijk van de overdracht door de commandant in het uitzendgebied aan de administratieve commandant in Nederland en van de mensen die deel uitmaken van een SMT.
Constateringen
De secundaire nazorg wordt uitgevoerd zoals is vastgelegd in de protocollen. Het op een later moment uitvoeren van nazorggesprekken leidt niet tot problemen. In enkele gevallen wordt het gesprek niet gevoerd omdat de militair niet aanwezig was of niet wilde deelnemen aan een gesprek. De registratie van wel en niet gehouden gesprekken wordt beschikbaar gesteld aan de commandant. Het blijkt in de praktijk lastig een militair ertoe te bewegen deel te nemen aan een gesprek. Het uitoefenen van dwang zou daarbij contraproductief zijn.
Het SMT heeft een belangrijke advies- en signaalfunctie voor de commandant. In de praktijk blijkt dat de uitvoering hiervan niet overal gelijk is. Eind 2010 is een richtlijn uitgegeven om een duidelijke en kwalitatief verantwoorde wijze van functioneren van een SMT te waarborgen. De overdracht van het missie-SMT aan het vredes-SMT dient zorgvuldig te geschieden.
Organisatie gereguleerde nazorg in de tertiaire afwikkelfase
Aan het einde van de secundaire afwikkelingsfase ontvangt de militair twee nazorgvragenlijsten. Het betreft de Vragenlijst Nazorg Militairen (VNM) voor de militair zelf en de Thuisfrontvragenlijst (TFV) voor zijn of haar thuisfront. Beide vragenlijsten worden gebruikt als screeningsinstrument voor medische of psychosociale klachten. De ingevulde vragenlijsten kunnen aanleiding geven tot een individueel gesprek en eventueel een zorgaanbod. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Diensten Centrum Gedragwetenschappen (DCGW). Indien de militair niet reageert, krijgt hij maximaal twee herinneringen. Het invullen van de vragenlijst is niet verplicht. Het wordt wel geregistreerd wanneer een militair de vragenlijst niet invult. Afhankelijk van de wensen en behoeften van de militairen en het thuisfront, worden voor beide groepen een jaar na de uitzending reünies georganiseerd.
Observaties uit de praktijk
Ongeveer vijftig procent van de militairen vult de VNM in. De respons van het thuisfront op de vragenlijst is lager en bedraagt twintig procent. Onder de militairen die niet reageren op het VNM zijn verschillende non-respons onderzoeken uitgevoerd. De meeste militairen reageren niet omdat zij geen medische of psychosociale klachten hebben. Verder kwam uit het non-respons onderzoek naar voren dat militairen of hun thuisfront ‘geen zin’ of andere prioriteiten hadden en daarom de vragenlijsten niet invulden. Voorts gaven militairen te kennen te vaak te worden gevraagd deel te nemen aan een vragenlijstonderzoek.
Van de deelnemende militairen blijkt ongeveer 65 procent geen klachten te hebben. Van de overige 35 procent heeft ongeveer vijf procent een belindicatie vanwege medische klachten, ongeveer twintig procent een indicatie voor psychosociale klachten en ongeveer twee procent voor zowel medische als psychosociale klachten. Verder meldt acht procent van de militairen met klachten zelf gebeld te willen worden door een arts. Van hen blijkt de helft geen hulpaanbod nodig te hebben en bij twaalf procent is al een zorgtraject te zijn gestart. Uiteindelijk worden voor drie procent zorgtrajecten gestart vanwege medische gronden, negen procent psychosociale gronden en voor twee procent om een combinatie van medische en psychosociale gronden. Deze resultaten zijn voortgekomen uit een onderzoek ‘Effecten van uitzending 2007-2009’ van het DC-GW. Hoewel deze resultaten geen betrekking hebben op de gehele evaluatie periode ISAF 2006-2010, zijn de resultaten representatief.
Afhankelijk van de wensen en de behoeftes worden, ongeveer een jaar na terugkeer, reünies georganiseerd voor de betrokken militairen en hun thuisfront. Het initiatief voor de reünie ligt bij de uitgezonden eenheid en haar thuisfrontcomité. Defensie kent financiële en materiele faciliteiten toe voor reünies. Een enkele keer wordt geen reünie georganiseerd vanwege geringe behoefte of belangstelling. Voor individueel uitgezonden militairen is de deelneming aan reünies minder vanzelfsprekend. De uitgezonden eenheid kan deze militair daarvoor uitnodigen en uit de praktijk blijkt dat dit ook gebeurt. Zo organiseert het Commando luchtstrijdkrachten zogenaamde IDEM-dagen (Individuele Deelnemers Eerdere Missies). Deze dagen blijken in een behoefte te voorzien en zouden ook voor de andere defensieonderdelen geschikt kunnen zijn.
Constateringen
Om de respons op de vragenlijsten te verhogen zijn de afgelopen jaren uiteenlopende initiatieven genomen. De manier van aanbieden van de lijsten is aangepast door onder meer de vragenlijst niet meer schriftelijk maar via het internet aan te bieden. Ook is de communicatie over dit onderzoek verbeterd. Onlangs is een folder met informatie over het belang van het nazorgonderzoek ontwikkeld. Het effect van deze maatregelen is nog niet gemeten. Een andere ontwikkeling is de vragenlijst via internet te voorzien van mogelijkheden voor de directe feedback over de resultaten en mogelijkheden voor aanvullende informatie. Dit kan het aantrekkelijker maken om deel te nemen. Voorts zijn er plannen om de aandacht van de commandant te vergroten en deze nog nadrukkelijker een rol te geven.
Aan het thuisfront wordt veel aandacht besteed en dit blijkt goed te functioneren. Het thuisfront geeft te kennen de zorg en de aandacht te waarderen. De huidige organisatie van zorg voor het thuisfront dient dan ook in stand te worden gehouden. Wel kan de informatievoorziening rondom uitzendingen worden verbeterd. Het gaat daarbij vooral om het actueel houden van de informatie op de thuisfrontsite.
(ministerie van Defensie, 20 juni 2012)
donderdag 14 juni 2012
Zilveren Roos voor achterban veteranen
De partners van alle Nederlandse militairen die sinds de Tweede Wereldoorlog zijn uitgezonden, komen alsnog in aanmerking voor een ereteken.
Deze zilveren roos, die in 1994 door de landmacht is geïntroduceerd als eerbetoon aan het thuisfront, is nu ook beschikbaar voor partners van militairen die al daarvoor op missie zijn geweest. Het gaat om zo’n 22.000 beroepsmilitairen die tussen 1947 en 1994 zijn uitgezonden. Ook gingen 95.000 dienstplichtigen en 25.0000 vrijwilligers naar toenmalig Nederlands-Indië.
Elke veteraan die nog steeds een relatie heeft met zijn toenmalige partner, kan voor haar of hem de zilveren roos aanvragen via de website van het Veteraneninstituut.
(ministerie van Defensie, 14 juni 2012)
Deze zilveren roos, die in 1994 door de landmacht is geïntroduceerd als eerbetoon aan het thuisfront, is nu ook beschikbaar voor partners van militairen die al daarvoor op missie zijn geweest. Het gaat om zo’n 22.000 beroepsmilitairen die tussen 1947 en 1994 zijn uitgezonden. Ook gingen 95.000 dienstplichtigen en 25.0000 vrijwilligers naar toenmalig Nederlands-Indië.
Elke veteraan die nog steeds een relatie heeft met zijn toenmalige partner, kan voor haar of hem de zilveren roos aanvragen via de website van het Veteraneninstituut.
(ministerie van Defensie, 14 juni 2012)
dinsdag 12 juni 2012
Ereschuld veteranen geregeld
Minister Hans Hillen en de militaire vakbonden hebben overeenstemming bereikt over een regeling voor het inlossen van de ereschuld voor veteranen. Deze bijzondere uitkering geldt als erkenning voor veteranen die door toedoen van hun uitzending lichamelijk of psychisch gewond zijn geraakt en die de gevolgen daarvan nog dagelijks ervaren”
Om in aanmerking te komen voor de bijzondere uitkering dient de veteraan oorlogsslachtoffer te zijn in de zin van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen. De regeling geldt daardoor voor veteranen bij wie ten gevolge van inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie invaliditeit met dienstverband is vastgesteld.
Op grond van de beschikbare middelen, de omvang van de doelgroep en de mate van hun invaliditeit is voor de bijzondere uitkering een grondslag van € 125.000 vastgesteld. De hoogte van de bijzondere uitkering zal worden bepaald door het voor de veteraan vastgestelde invaliditeitspercentage van de grondslag te nemen. Als sprake is van een invaliditeitspercentage van bijvoorbeeld 40%, ontvangt de betrokken veteraan dus een bedrag van (€ 125.000 x 40% =) € 50.000. Als de mate van arbeidsongeschiktheid met dienstverband hoger is dan de mate van invaliditeit, wordt voor de berekening het arbeidsongeschiktheidspercentage gehanteerd. De bijzondere uitkering wordt netto uitbetaald. De verschuldigde inkomstenbelasting komt voor rekening van het Rijk.
De veteraan die in aanmerking komen voor deze regeling moet de invaliditeit hebben opgelopen ten gevolge van een incident voor 1 juli 2007, voor die datum zijn ontslagen en voor 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen hebben ingediend. De bijzondere uitkering wordt uitbetaald in het laatste kwartaal van dit jaar. De betrokken veteranen hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen. Zij worden per brief geïnformeerd door het ABP Bijzondere Regelingen Defensie.
De invalide veteranen die na 1 juli zijn ontslagen of die na 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen indienen, komen niet in aanmerking voor deze ereschuld regeling. Voor deze groep militairen geldt dat zij aanspraak maken op de nieuwe schadevergoedingsregeling die in het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen wordt opgenomen. De vergoeding van restschade van militaire oorlogs- en dienstslachtoffers wordt daarmee vast onderdeel van de militaire rechtspositie.
(ministerie van Defensie, 12 juni 2012)
Vragen en antwoorden over de nieuwe regeling voor veteranen
Wanneer kom ik in aanmerking voor de bijzondere uitkering?
Als u als militair ten gevolge van inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie invalide bent geraakt, voor 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen voor deze invaliditeit heeft ingediend en voor 1 juli 2007 ontslagen bent dan komt u in aanmerking voor een bijzondere uitkering.
Om in aanmerking te komen voor de bijzondere uitkering dient de veteraan oorlogsslachtoffer te zijn in de zin van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen. De regeling geldt daardoor voor veteranen bij wie ten gevolge van inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie invaliditeit met dienstverband is vastgesteld.
Op grond van de beschikbare middelen, de omvang van de doelgroep en de mate van hun invaliditeit is voor de bijzondere uitkering een grondslag van € 125.000 vastgesteld. De hoogte van de bijzondere uitkering zal worden bepaald door het voor de veteraan vastgestelde invaliditeitspercentage van de grondslag te nemen. Als sprake is van een invaliditeitspercentage van bijvoorbeeld 40%, ontvangt de betrokken veteraan dus een bedrag van (€ 125.000 x 40% =) € 50.000. Als de mate van arbeidsongeschiktheid met dienstverband hoger is dan de mate van invaliditeit, wordt voor de berekening het arbeidsongeschiktheidspercentage gehanteerd. De bijzondere uitkering wordt netto uitbetaald. De verschuldigde inkomstenbelasting komt voor rekening van het Rijk.
De veteraan die in aanmerking komen voor deze regeling moet de invaliditeit hebben opgelopen ten gevolge van een incident voor 1 juli 2007, voor die datum zijn ontslagen en voor 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen hebben ingediend. De bijzondere uitkering wordt uitbetaald in het laatste kwartaal van dit jaar. De betrokken veteranen hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen. Zij worden per brief geïnformeerd door het ABP Bijzondere Regelingen Defensie.
De invalide veteranen die na 1 juli zijn ontslagen of die na 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen indienen, komen niet in aanmerking voor deze ereschuld regeling. Voor deze groep militairen geldt dat zij aanspraak maken op de nieuwe schadevergoedingsregeling die in het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen wordt opgenomen. De vergoeding van restschade van militaire oorlogs- en dienstslachtoffers wordt daarmee vast onderdeel van de militaire rechtspositie.
(ministerie van Defensie, 12 juni 2012)
Vragen en antwoorden over de nieuwe regeling voor veteranen
Wanneer kom ik in aanmerking voor de bijzondere uitkering?
Als u als militair ten gevolge van inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie invalide bent geraakt, voor 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen voor deze invaliditeit heeft ingediend en voor 1 juli 2007 ontslagen bent dan komt u in aanmerking voor een bijzondere uitkering.
maandag 4 juni 2012
Nieuwe veteranenwet 'mijlpaal voor veteranen'
De veteranenwet, die op initiatief van de Kamer tot stand is gebracht geeft de veteranen de erkenning en waardering die hen toekomt, schrijft minister Hans Hillen vandaag in Veteranennota 2011-2012. Hillen streeft ernaar het besluit dit jaar aan de Kamer aan te bieden. Met de inwerkingtreding van de wet worden 30.000 actief dienende militairen met uitzendervaring ook als veteraan aangemerkt. Daarnaast kunnen militairen die worden ingezet tegen terroristische acties in zowel Nederland of in het buitenland in de toekomst ook in aanmerking komen voor de status veteraan.
"Dat het is gelukt om een veteranenwet te realiseren is natuurlijk prachtig. De komende maanden zal mijn focus dan ook liggen op het implementeren van deze wet", aldus Defensieminister Hans Hillen.
De minister streeft ernaar om voor het notaoverleg Veteranen, dat aan het einde van de maand plaatsvindt, duidelijkheid te geven over de uitbetaling van de zogenoemde ereschuld, een schadevergoedingsregeling voor veteranen die tijdens operaties gewond raakten. In de Veteranennota meldt de minister ook dat zaterdag 30 juni voor de achtste keer de Nederlandse Veteranendag plaatsvindt. Deze dag staat geheel in het teken van de waardering en erkenning van veteranen. Het thema van dit jaar is ‘de veteraan in de samenleving’.
Verder schrijft de minister dat het Politie Veteranen Platform per 1 juli 2012 toetreedt als 43e lid van het Algemeen Bestuur van het Veteranen Platform. Het is de verwachting dat ook bij de douane, de spoorwegen, de GGD en de brandweer dergelijke veteranenverenigingen worden opgericht. Tijdens de veteranendag doet naast een detachement van de politie en douane ook een detachement van de spoorwegen mee.
Advies draaginsigne
Tevens kondigt de Minister in de nota aan dat hij voornemens is om een draaginsigne in te stellen voor de militairen die in de periode 23 mei tot en met 11 juni 1977 een einde hebben gemaakt aan de treinkaping bij de Punt of hebben deelgenomen aan de actie ter beëindiging van de gijzeling van een school in Bovensmilde. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie zal adviseren over de vaststelling van de groep rechthebbenden.
Veteranennota 2011-2012
pdf, 17 pagina’s
(ministerie van Defensie, 4 juni 2012)
"Dat het is gelukt om een veteranenwet te realiseren is natuurlijk prachtig. De komende maanden zal mijn focus dan ook liggen op het implementeren van deze wet", aldus Defensieminister Hans Hillen.
De minister streeft ernaar om voor het notaoverleg Veteranen, dat aan het einde van de maand plaatsvindt, duidelijkheid te geven over de uitbetaling van de zogenoemde ereschuld, een schadevergoedingsregeling voor veteranen die tijdens operaties gewond raakten. In de Veteranennota meldt de minister ook dat zaterdag 30 juni voor de achtste keer de Nederlandse Veteranendag plaatsvindt. Deze dag staat geheel in het teken van de waardering en erkenning van veteranen. Het thema van dit jaar is ‘de veteraan in de samenleving’.
Verder schrijft de minister dat het Politie Veteranen Platform per 1 juli 2012 toetreedt als 43e lid van het Algemeen Bestuur van het Veteranen Platform. Het is de verwachting dat ook bij de douane, de spoorwegen, de GGD en de brandweer dergelijke veteranenverenigingen worden opgericht. Tijdens de veteranendag doet naast een detachement van de politie en douane ook een detachement van de spoorwegen mee.
Advies draaginsigne
Tevens kondigt de Minister in de nota aan dat hij voornemens is om een draaginsigne in te stellen voor de militairen die in de periode 23 mei tot en met 11 juni 1977 een einde hebben gemaakt aan de treinkaping bij de Punt of hebben deelgenomen aan de actie ter beëindiging van de gijzeling van een school in Bovensmilde. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie zal adviseren over de vaststelling van de groep rechthebbenden.
Veteranennota 2011-2012
pdf, 17 pagina’s
(ministerie van Defensie, 4 juni 2012)
dinsdag 1 mei 2012
Duizenden Nederlandse veteranen wonen in het buitenland
Zo’n vijf procent van de ruim honderdduizend veteranen woont op dit moment in het buitenland. Zij willen of kunnen niet meer leven in Nederland. In Expat On Air van zaterdag 5 mei vertellen deze veteranen hoe hun leven er nu uitziet en waarom ze zijn vertrokken. Duidelijk is wel dat voor enkelen Nederland te klein is geworden; ze stoorden zich aan het burgerlijk leven in Nederland en wilden de vleugels uitslaan. Anderen zochten een nieuw perspectief, toen het economisch slecht ging met ons land.
Doorn
Erwin Kamp, humanistisch raadsman van het Veteraneninstituut in Doorn is te gast in de uitzending zaterdag 5 mei. Hij weet dat bijvoorbeeld op Curaçao,een aantal militairen blijft na het afzwaaien. En honderden gaan als pensionado naar de zon in Spanje. Sommige geëmigreerde veteranen vertrokken jaren geleden naar de traditionele emigratielanden als Nieuw-Zeeland en Australië.
Missie
Het leger Nederlandse veteranen in het buitenland groeit omdat vele militairen die in Bosnië, Irak en Afghanistan hebben gediend, de krijgsmacht verlaten. Deze groep probeert na de missies een nieuwe invulling te geven aan hun leven. Van de militairen bijvoorbeeld die sinds de missie in Libanon heeft gediend voelt een aantal nog grote betrokkenheid bij het land waar ze geweest zijn. In Bosnië en Srebrenica zijn veteranen actief betrokken bij wederopbouw projecten. Opvallend is daarnaast dat veel veteranen met name na de missie in Bosnië verbitterd blijken over de gang van zaken.
Buitenland
Luister op 5 mei naar Expat On Air tussen 0900 en 1000 uur en laat u horen als u ook een van die veteranen bent die een bestaan in het buitenland heeft opgepakt. Mail: Expat@rnw.nl
(Wereldomroep, 1 mei 2012)
Doorn
Erwin Kamp, humanistisch raadsman van het Veteraneninstituut in Doorn is te gast in de uitzending zaterdag 5 mei. Hij weet dat bijvoorbeeld op Curaçao,een aantal militairen blijft na het afzwaaien. En honderden gaan als pensionado naar de zon in Spanje. Sommige geëmigreerde veteranen vertrokken jaren geleden naar de traditionele emigratielanden als Nieuw-Zeeland en Australië.
Missie
Het leger Nederlandse veteranen in het buitenland groeit omdat vele militairen die in Bosnië, Irak en Afghanistan hebben gediend, de krijgsmacht verlaten. Deze groep probeert na de missies een nieuwe invulling te geven aan hun leven. Van de militairen bijvoorbeeld die sinds de missie in Libanon heeft gediend voelt een aantal nog grote betrokkenheid bij het land waar ze geweest zijn. In Bosnië en Srebrenica zijn veteranen actief betrokken bij wederopbouw projecten. Opvallend is daarnaast dat veel veteranen met name na de missie in Bosnië verbitterd blijken over de gang van zaken.
Buitenland
Luister op 5 mei naar Expat On Air tussen 0900 en 1000 uur en laat u horen als u ook een van die veteranen bent die een bestaan in het buitenland heeft opgepakt. Mail: Expat@rnw.nl
(Wereldomroep, 1 mei 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)



.jpg)
